Chw-bestemmingsplan Herijking Nuenen West - Toelichting gewijzigd (wijzigingen gemarkeerd)
Tekst van het document
Door de maatregelen uit de 'Safety Deal hittewerende bekleding op LPG-autogastankwagens' is intrinsiek falen van de ondergrondse tank het maatgevende scenario. Tankauto's zijn voorzien van een hittewerende bekleding die de kans op een warme-BLEVE gedurende ten minste 75 minuten voorkomt. De brandweer is daardoor in staat de tank van de tankauto tijdig te koelen.
Ruimtelijke veiligheidsmaatregelen Tegen de warmtestraling en de overdrukeffecten van een BLEVE zijn geen veiligheidsmaatregelen te nemen. Wel kan het gebied waar de nieuwe woningen zo worden ingericht dat eventuele ongevallen optimaal bestrijdbaar zijn en dat mensen weg kunnen vluchten van het ongeval. In de nadere uitwerking van de bouwvelden in Nuenen West wordt hier rekening mee gehouden. In overleg met de brandweer worden op de juiste plekken en conform eisen voldoende bluswatervoorzieningen gerealiseerd. Daarnaast is het voor aanwezigen goed mogelijk om te vluchten, van de risicobron af. De wegenstructuur én de doorgangen voor langzaam verkeer, bijvoorbeeld via voetpaden en parkeerplaatsen, maken het goed mogelijk voor aanwezigen om weg te vluchten bij een eventueel ongeval. Op korte afstanden van de woningen zijn, buiten het invloedsgebied van het tankstation, meerdere grote open ruimten gelegen (brinken in bouwvelden A, C en D, doorgaande wegen) om naar toe te vluchten.
Bronmaatregelen Het is niet mogelijk om bronmaatregelen te nemen om de veiligheid verder te vergroten. Dit omdat de inrichting van het LPG-tankstation reeds voldoet aan alle regels en het LPG-reservoir ook reeds ondergronds gelegen is.
Toelichting (vastgesteld)
65
bestemmingsplan Herijking Nuenen West
De LPG-inrichting wordt verder met dit Chw-bestemmingsplan niet gewijzigd en blijft goed bereikbaar door hulpdiensten, waardoor een optimale bestrijdbaarheid van eventuele ongevallen kan blijven bestaan.
Objectgerelateerde veiligheidsmaatregelen In geval van een BLEVE wordt bebouwing in de directe omgeving (binnen circa 150 meter van het LPG-tankstation) verwoest. Veiligheidsmaatregelen aan bebouwing in de verdere omgeving van het LPG-tankstation kunnen de veiligheidssituatie verbeteren. In zijn algemeenheid kan worden gesteld dat een effectieve, maar minder praktische, maatregel het beperken van glasoppervlakken aan de risicozijdes (zijdes richting het LPG-reservoir) is.
Zelfredzaamheid Zelfredzaamheid is de mate waarin personen binnen het invloedsgebied van het LPG-tankstation in staat zijn zichzelf in geval van een calamiteit in veiligheid te brengen. Binnen het invloedsgebied van het LPG-tankstation bevinden zich enkele tientallen woningen. Ten aanzien van reguliere woningbouw (zonder specifieke zorgfunctie) geldt dat de zelfredzaamheid van de aanwezige personen overwegend 'voldoende' zal zijn (en bewoners derhalve in staat zijn zichzelf in geval van een calamiteit in veiligheid te brengen).
Alarmering Het is belangrijk dat in geval van een calamiteit personen uit het invloedsgebied van het LPG-tankstation vluchten. Personen dienen hiervoor gewaarschuwd te worden. Door aanwezigen periodiek alert te maken op de risico's, gevolgen en effecten van een incident bij het LPG-tankstation, kan de slagvaardigheid in geval van een incident verbeterd worden (risicocommunicatie).
Gerichte crisiscommunicatie met aanwezigen direct na een incident via NL-Alert kan ertoe bijdragen dat alarmering en ontruiming sneller verlopen.
Vluchtwegen De wegenstructuur is in het bebouwde gebied rond het LPG-tankstation dusdanig georganiseerd, dat er in meerdere richtingen gevlucht kan worden (richting het noorden en zuiden via de Dubbestraat en richting het oosten en westen via de Europalaan). De externe ontvluchtingmogelijkheden worden daarmee voldoende geacht.
Bestrijdbaarheid Bestrijdbaarheid is de mate waarin een rampscenario door de brandweer te bestrijden is. De mate waarin uitvoering aan de bestrijding kan worden gegeven, hangt af van de capaciteit van de brandweer (opkomsttijd en beschikbare blusmiddelen) en de bereikbaarheid van het plangebied (opstelplaatsen).
Het ontstaan van een koude BLEVE is niet te bestrijden, omdat de tank meteen explodeert. De branden die door de explosie ontstaan kunnen wel bestreden worden. Vanwege de maatregelen uit de Safety Deal (hittewerende bekleding) wordt een warme BLEVE bij LPG-tankwagens gedurende ten minste 75 minuten voorkomen. De brandweer is daardoor in staat de tank tijdig te koelen.
Ten aanzien van de groepsrisicoverantwoording in het kader van een ruimtelijke procedure, wordt door
66
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Herijking Nuenen West de gemeente advies ingewonnen bij de betreffende veiligheidsregio. Overigens wordt opgemerkt dat de groepsrisicoverantwoording uitsluitend nodig is voor de risico's die het LPG-tankstation veroorzaakt. Verder is er geen sprake van externeveiligheidsrisico's in het plangebied. In het kader van de ruimtelijke procedure voor de woningbouw in bouwveld D is het groepsrisico reeds verantwoord: Het plangebied ligt binnen het invloedsgebied van het tankstation met LPG. Personen in het plangebied worden aan een externe veiligheidsrisico blootgesteld, ook na maatregelen. De toename van het groepsrisico is echter beperkt, er zijn geen mogelijkheden om aan de bron of in het ruimtelijke ontwerp risico's verder te beperken en er zijn goede mogelijkheden voor bestrijdbaarheid en vluchten. Het bevoegd gezag accepteert de externe veiligheidsrisico's en neemt de verantwoording voor het groepsrisico. Hiermee is het complete groepsrisico voor Nuenen West verantwoord voor zover dit betrekking heeft op gronden die niet bestemd zijn als 'Woongebied - Uit te werken'. In de ruimtelijke procedure voor de uitwerking van plannen voor die gronden wordt een groepsrisicoverantwoording uitgevoerd.
Gekozen wordt voor het in overleg met de brandweer aanbrengen van voldoende bluswatervoorzieningen en het in het ontwerp van de toekomstige bouwvelden waar mogelijk inzetten op het aanbrengen van vluchtroutes (via wegen, paden en brandgangen) naar plekken waar mensen zich veilig kunnen verzamelen (zoals de brinken).
Advies veiligheidsregio De Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost heeft in april 2019 advies over de bestrijdbaarheid van en zelfredzaamheid bij eventuele incidenten op het LPG-tankstation gegeven (zie bijlage 30). De veiligheidsregio heeft geen opmerkingen op de bestrijdbaarheid van en zelfredzaamheid tijdens eventuele incidenten. Het bevoegd gezag accepteert de externe veiligheidsrisico's en neemt de verantwoording voor het groepsrisico. Hiermee is het complete groepsrisico voor Nuenen West verantwoord voor zover dit betrekking heeft op gronden die niet bestemd zijn als 'Woongebied - Uit te werken'. In de ruimtelijke procedure voor de uitwerking van plannen voor die gronden wordt een groepsrisicoverantwoording uitgevoerd.
5.7
Waterparagraaf
In het plangebied wordt het waterbeheer gevoerd door het waterschap De Dommel. Deze waterparagraaf heeft als doel om de component water in een zo vroeg mogelijk stadium te adresseren in het besluitvormingsproces van ruimtelijke plannen. De paragraaf beschrijft de actuele waterhuishouding in het plangebied. Daarnaast wordt, binnen de gestelde randvoorwaarden van het bestemmingsplan, vastgelegd aan welke watereisen de ontwikkeling moet voldoen. Met deze waterparagraaf wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 3.1.6, lid 1, onder c van het Besluit ruimtelijke ordening.
Waterrelevant beleid en regelgeving Provinciaal Milieu- en Waterplan 2016 - 2021 Op 18 december 2015 is het Provinciaal Milieu- en Waterplan 2016 - 2021 (PMWP) vastgesteld. Het PMWP staat voor samenwerken aan Brabant waar iedereen prettig woont, werkt en leeft in een veilige en gezonde leefomgeving. Het Provinciaal Milieu- en Waterplan 2016-2021 (PMWP) zet de nieuwe koers uit voor de provinciale inzet met betrekking tot water, bodem, lucht en de overige milieuaspecten. Het PMWP staat voor: voldoende water voor mens, plant en dier; schone en gezonde leefomgeving (bodem, water en lucht); bescherming van Brabant tegen overstromingen en externe risico's; verduurzaming van onze grondstoffen-, energie- en voedselvoorziening. Waterbeheerplan 2016 - 2021 Waterschap de Dommel
Toelichting (vastgesteld)
67
bestemmingsplan Herijking Nuenen West
Het waterbeheerplan 'Waardevol Water' beschrijft de doelen van Waterschap De Dommel voor de periode 2016-2021. Het plan is afgestemd op de ontwikkeling van het Nationaal Waterplan, het Provinciaal Milieu en Waterplan en het Stroomgebiedsbeheerplan. Meer dan voorheen wil het waterschap inspelen op initiatieven van derden en kansen die zich voordoen in het gebied.
Ten aanzien van de doelen is een indeling gemaakt in de volgende waterthema's: Droge voeten: voorkomen van wateroverlast in het beheergebied (onder meer door het aanleggen van waterbergingsgebieden en het op orde brengen van regionale keringen). Voldoende water: zowel voor de natuur als de landbouw is het belangrijk dat er niet te veel en niet te weinig water is. Daarvoor reguleert het waterschap het grond- en oppervlaktewater. Natuurlijk water: zorgen voor flora en fauna in en rond beken en sloten door deze waterlopen goed in te richten en te beheren; Schoon water: zuiveren van afvalwater en vervuiling van oppervlaktewater aanpakken en voorkomen. Mooi water: stimuleren dat mensen de waarde van water beleven, door onder meer recreatief gebruik. Het waterschap staat voor een aantal complexe uitdagingen, die zij in veel gevallen niet alleen kan realiseren. Deze uitdagingen geven invulling aan de verbinding van water met de maatschappelijke ontwikkelingen. Daarom zet het waterschap sterk in op samenwerking. In dit Waterbeheerplan nodigt het waterschap waterpartners, stakeholders, boeren, burgers en bedrijven nadrukkelijk uit om gezamenlijk te werken aan slimme, innovatieve oplossingen voor de complexe wateropgaven.
Dit betekent onder meer dat het waterschap de bestaande samenwerking met alle partners in het gebied wil uitbreiden en 'grenzeloos' organiseren vanuit de kracht van ieders rol en verantwoordelijkheid.
Keur Waterschap de Dommel 2015 De 'Keur Waterschap De Dommel 2015' bevat regels met daarin verboden en verplichtingen ten aanzien van oppervlaktewater en grondwater die gelden voor iedereen die woont of werkt binnen het gebied van Waterschap De Dommel. Hierin wordt het beheer en het onderhoud van watergangen geregeld (bijvoorbeeld betreffende onderhoudsstroken) en is aangegeven wanneer een vergunning of algemene regels van toepassing zijn voor ingrepen in de waterhuishouding. Verder zijn er beleidsregels voor het beschermingsbeleid van gebieden. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen beschermde gebieden waterhuishouding, attentiegebieden, beekdalen en overige gebieden. Met deze beleidsregels wordt aangegeven op welke wijze gebiedsgericht wordt omgegaan met vergunning verlening.
Beleidsregel Hydrologische uitgangspunten bij de Keurregels voor afvoeren van hemelwater De drie Brabantse waterschappen, Aa en Maas, De Dommel en Brabantse Delta hanteren sinds 1 maart 2015 dezelfde (beleids)uitgangspunten voor het beoordelen van plannen waarbij het verhard oppervlak toeneemt. Deze (beleids)uitgangspunten zijn geformuleerd in de 'Beleidsregel Hydrologische uitgangspunten bij de Keurregels voor afvoeren van hemelwater, Brabantse waterschappen'. Bij een toename en afkoppeling van het verhard oppervlak geldt het uitgangspunt dat plannen zoveel mogelijk hydrologisch neutraal worden uitgevoerd. De waterschappen maken bij het beoordelen van plannen met een toegenomen verhard oppervlak onderscheid tussen grote en kleine plannen. Hoewel er relatief veel kleine plannen zijn, veroorzaken deze op deelstroomgebiedsniveau nauwelijks een toename van de maatgevende afvoer. Het waterschap maakt grofweg onderscheid in projecten met een toename van verhard oppervlak van maximaal 2.000 m², 2.000 m² tot 10.000 m² en meer dan 10.000 m².
Huidige en toekomstige situatie van de planlocatie De beoogde ontwikkeling voorziet in een toename van het verhard oppervlak. Het plangebied heeft een totaaloppervlak van circa 86 hectare, dat nu grotendeels onverhard is: alleen binnen de gerealiseerde bouwvelden en bij bestaande woningen en wegen is verharding aanwezig. Op basis van de berekening
68
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Herijking Nuenen West wateropgave in het kader van de herijking Nuenen West ('Rapport Wateropgave Herijking Nuenen West, Roelofs, 1 augustus 2018, zie bijlage 31) is bepaald dat binnen het gehele plangebied in de toekomst uiteindelijk een verhard oppervlak van circa 35 hectare aanwezig is.
Grondwater De gemiddelde hoogte van het grondwater bedraagt circa 15 tot 17 meter + NAP. De regionale stromingsrichting van het freatisch grondwater is noordwestelijk. De regionale stromingsrichting van het grondwater in het eerste watervoerende pakket is eveneens noordwestelijk.
Oppervlaktewater In het plangebied liggen enkele categorie-A- en -B-watergangen (zie onderstaande figuur). Het gaat hier om de watergangen langs de Europalaan (deze worden gehandhaafd) en enkele watergangen langs de Dubbestraat (deze worden in het ruimtelijk ontwerp verlegd en ingepast, in overleg met het Waterschap). Verder liggen er geen specifieke waterhuishoudkundige elementen in het plangebied, zie onderstaande figuur.
Figuur 5.6 Oppervlaktewateren in en rondom het plangebied, o.b.v. de Legger 2013 van het Waterschap De Dommel
Toekomstige situatie van het watersysteem en waterbergingsopgave De wijzigingen in de waterstructuur zijn opgenomen en toegelicht in aanvullende waterrapportages opgesteld door Roelofs. In de rapportages van Roelofs wordt geconcludeerd dat naast de groenzones met wadi's binnen het plangebied aanvullende berging moet worden gezocht in het omliggende watersysteem, in het plangebied ten noorden van de Europalaan en in het zuidelijk gedeelte van het plangebied (het gedeelte van het plangebied tegenover het veldsportcomplex aan het Wettenseind) is namelijk sprake van een bergingstekort.
De maatgevende afmetingen per afwateringsgebied, van de wadi's en het maatgevende ruimtebeslag van
Toelichting (vastgesteld)
69
bestemmingsplan Herijking Nuenen West de wadi's zijn per afwateringsgebied weergegeven in het rapport van Roelofs Advies (Notitie Herijking Wateropgave Nuenen West, 1 augustus 2018, zie bijlage 31). In deze berekeningen is aangeven wat de berekende bergingsopgave is; in de onderstaande tabel is deze samengevat.
Tabel 5.9 Berekenng benodigde berging o.b.v. bergingseis 60 mm Fase 1
Fase 2
Fase 3
Totaal
403.713
178.737
269.504
851.955
Waarvan verhard 166.421
73.483
111.415
350.319
Waarvan onverhard
237.293
106.254
158.089
501.636
Benodigde berging (m3)
9.985
4.349
6.685
21.019
Totaal oppervlak (m2)
Het beschikbare netto oppervlak van een bergingsgebied is bepaald op basis van een groenberm van 2 meter tussen rijbaan en de insteek van de wadi in het bergingsgebied, een talud van 1:5 en een diepte van de wadi van 0,5 m. Een aantal bouwvelden voert af op verschillende wadi's/bergingen, waarbij uitgangspunt is dat maximaal 60% van de beschikbare ruimte wordt ingezet voor berging.
Binnen fase 1 is hiermee in principe voldoende berging beschikbaar om te kunnen voorzien in invulling van de bergingseis. Ter verdere versteviging en robuustheid van het watersysteem, in verband met klimaatadaptatie, is er wel gezocht naar extra bergingsruimte buiten het plangebied. Hiermee wordt geborgd dat te allen tijde ruim voldoende berging beschikbaar is en het plan dus robuust klimaatadaptief is.
In fase 2 is sprake van een bergingstekort van 397 m3. Ten zuiden van het plangebied wordt een bergingsgebied aangelegd om dit tekort op te vangen. Samen met de extra (en niet noodzakelijke) waterberging die voor fase 1 aangelegd wordt is er daarmee in het gedeelte van het plangebied ten zuiden van de Europalaan voldoende ruimte voor waterberging beschikbaar. Deze bergingsvoorzieningen in de bergingsgebieden voeren vertraagd af richting de Kleine Dommel, zie ook figuur 5.7. De bergingsvoorzieningen hebben afhankelijk van het toekomstige maaiveldverloop verschillende bodemhoogtes en verschillende maximale bergingspeilen. Om het water op een goede wijze te kunnen vasthouden moeten hiervoor waterstuwende voorzieningen worden aangebracht tussen de in niveau verschillende voorzieningen.
Ten noorden van de Europalaan, in fase 3, is er een bergingstekort van 3.277 m3 berekend. Om dit bergingstekort op te lossen wordt een oplossing uitgedacht om het overtollige water af te voeren richting de Kleine Dommel. Dit vindt plaats bij het uitwerken van de woonbestemming ten noorden van de Europalaan, dat is tevens geborgd in de regels van dit Chw-bestemmingsplan en de beleidsregels bij dit Chw-bestemmingsplan. Die oplossing bestaat uit het vinden van extra waterbergingsruimte en het eventueel afvoeren van water via de bestaande watergangen langs de Europalaan richting de Kleine Dommel via een perceel bij de kruising van de Boord met de Vorsterdijk. Afvoer vanaf Nuenen West naar dit perceel vindt plaats via een IT-riool in Boord. Vervolgens voert het bergingsgebied af via de watergang aan de noordzijde van de Europalaan af richting de Kleine Dommel. Indien de bergingsruimte op het perceel niet voldoende is kan resterende berging in eventueel in de bestaande watergang ten noorden van de Europalaan gevonden worden. Of dat mogelijk is wordt bij de uitwerking van de woonbestemming in deze fase nader onderzocht.
70
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Herijking Nuenen West
In figuur 5.7 is weergegeven hoe de bergingsgebieden op elkaar afvoeren. De bergingsvoorzieningen zijn allemaal voorzien van een overloop op een meer benedenstrooms gelegen bergingsgebied.
Figuur 5.7 Afvoerwijze bergingsgebieden
Met het Waterschap De Dommel heeft overleg plaatsgevonden over de wateropgave van Nuenen West. Het waterschap heeft in dat overleg aangegeven dat de ontwikkeling van Nuenen West niet leidt tot negatieve gevolgen voor de hydrologie van het beekdal van de Dommel.
Conclusie In het gedeelte van het plangebied ten zuiden van de Europalaan kan voldoende waterbergingscapaciteit gerealiseerd worden. Bij uitwerking van het woongebied ten noorden van de Europalaan moet worden nader onderzocht hoe en waar voldoende waterberging gerealiseerd kan worden. De waterbergingsopgave wordt nader uitgewerkt bij ontwikkeling van Nuenen West. De verdere (civieltechnische) uitwerking van het watersysteem en verdere invulling en actualisatie van de benodigde waterberging vindt in overleg en afstemming met het waterschap plaats.
5.8
Bedrijven en milieuzonering
In en rondom het plangebied vinden diverse bedrijfsmatige activiteiten plaats. Deze kunnen mogelijk invloed hebben op het woon- en leefklimaat in Nuenen West. In deze paragraaf is in kaart gebracht welke bedrijven en andere functies mogelijk van invloed kunnen zijn op het woon- en leefklimaat, en hoe groot deze invloed potentieel is. Tevens is in deze paragraaf, na het overzicht met mogelijk hinderlijke bedrijvigheid, weergegeven hoe in de ontwikkeling van Nuenen West omgegaan wordt met deze mogelijke milieuhinder.
Aanwezige bedrijven Om in beeld te krijgen welke functies in en rondom het plangebied mogelijk invloed kunnen hebben op
Toelichting (vastgesteld)
71
bestemmingsplan Herijking Nuenen West de ontwikkeling van de woonwijk, is op basis van vigerende bestemmingsplannen en milieuvergunningen in kaart gebracht welke bedrijven en andere functies aanwezig zijn. In de onderstaande figuur en tabel zijn de resultaten van deze inventarisatie weergegeven. Tevens is in de tabel weergegeven welke milieucategorie geldt voor deze functies, dit op basis van de VNG-brochure 'bedrijven en milieuzonering'. Vervolgens is per functie een korte toelichting gegeven en is aangegeven op welke wijze met milieuhinderafstanden ten opzichte van de ontwikkeling wordt omgegaan.
Figuur 5.8 Ligging bedrijven en andere functies in en rondom het plangebied
Tabel 5.10 Overzicht bedrijvigheid en andere functies in en rondom het plangebied, inclusief milieucategorie. De nummers corresponderen met de kaart in figuur 5.8
72
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Herijking Nuenen West
In bouwveld E is basisschool Het Mooiste Blauw gerealiseerd (nr. 1 in figuur 5.8). Voor deze school is het Uitwerkingsplan 3 vastgesteld, op basis van het 'moederplan' uit 2008 (bestemmingsplan Uitbreidingsplan Nuenen West). De richtafstand van de basisschool zoals voorzien in dat uitwerkingsplan wordt door dit Chw-bestemmingsplan niet verruimd. Een basisschool kent een milieucategorie 2. Dit betekent, dat een gemiddelde richtafstand van 30 m tot een rustige woonwijk en 10 m tot 'gemengd gebied' aangehouden dient te worden. Gezien de voorziene gemengde functies op deze locatie (in bouwveld E, rondom het park), kan het gebied wellicht getypeerd worden als 'gemengd gebied'; in de ontwikkeling van het omliggende bouwveld E zal er in het kader van de omgevingsvergunningen voor woningen binnen de milieuzone een nadere analyse worden opgesteld. Verderop in deze paragraaf wordt nader ingegaan op de omgang met de hinderafstanden van 30 (of 10) meter. Naast het perceel van de school zelf, is ook het deel van het park, dat de school gaat benutten als speelterrein, meegenomen in deze inventarisatie. Dit zal openbaar gebied zijn, maar gezien de benutting vanuit de school kan vanuit dit deel ook mogelijk hinder ontstaan. Aan de Europalaan 2 ligt een tankstation, met LPG-verkoop (nr. 2). In het kader van externe veiligheid is dit tankstation reeds in paragraaf 5.6 beschouwd.
Het tankstation kent een milieucategorie 3.1. Het maatgevende aspect in de categorisering is gevaar. In paragraaf 5.6 is reeds beschouwd hoe met gevaar (externe veiligheid) van het tankstation wordt omgegaan, waarbij de PR10-6-contouren, de effectzone en het invloedsgebied zijn omschreven. Daarnaast is in het uitwerkingsplan 2 (ten behoeve van de ontwikkeling van bouwveld D) specifiek onderzoek welke akoestische effecten er zijn op nabijgelegen woningen en hoe hiermee omgegaan wordt. Middels (inmiddels gerealiseerde) geluidwerende voorzieningen wordt er bij naastgelegen woningen gezorgd voor een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Vanuit het tankstation dient binnen het plangebied rekening gehouden te worden met de veiligheidscontouren vanuit externe veiligheid. Ten oosten van Nuenen West ligt het bedrijventerrein Berkenbos en Pinckart (nr. 3). In het bestemmingsplan Nuenen Zuidoost (vastgesteld september 2018) zijn de bestemde milieucategorieën opgenomen. De bedrijfskavels direct langs Nuenen West kennen in het algemeen een maximale milieucategorie 2, met enkele uitzonderingen een kunststoffenverwerkingsfabriek die te classificeren is als categorie 3.1, een metaalbewerkingsbedrijf met categorie 3.2 en een schildersvakcentrum met categorie 2). Specifiek voor de bedrijfsactiviteiten aan de Spegelt 34 en 36 geldt dat als gevolg van de
Toelichting (vastgesteld)
73
bestemmingsplan Herijking Nuenen West uitspraak (ECLI:NL:RVS:2020:2490 van 21 oktober 2020) van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State niet het bestemmingsplan "Nuenen Zuidoost" geldt, maar het bestemmingsplan "Nuenen Zuid". Als gevolg van voornoemde uitspraak is het bestemmingsplan "Nuenen Zuidoost" onherroeppelijk geworden. Dit betekent dat voor Spegelt 34 op basis van de maximaal mogelijke planologische invulling uitgegaan dient te worden van categorie 2 en voor Spegelt 36 categorie 3.1 (een bouwbedrijf met een bedrijfsoppervlakte van minder dan 2.000 m2). Bij bedrijven in de zuidoosthoek, gelegen tegen de woningen aan de Opwettenseweg, is maximaal categorie 3.1 toegestaan. Overige bedrijvigheid op het bedrijventerrein is toegestaan tot en met milieucategorie 3.2. De relevante milieucategorieën zijn weergegeven in figuur 5.9. Het maatgevende milieuaspect voor de bedrijvigheid zal in het merendeel van de gevallen geluid zijn. Ten behoeve van de ontwikkeling van bouwveld D, zijn voor het uitwerkingsplan 2 en de omgevingsvergunningen reeds diverse akoestische en milieukundige onderzoeken uitgevoerd naar de relatie tussen bedrijvigheid en nieuwe woningen. In de duiding van de milieuhinderzones ten behoeve van dit Chw-bestemmingsplan is uitgegaan van de hinderafstanden op basis van de toegestane milieucategorieën.
Bijlage 32 bevat een akoestisch onderzoek naar de geluidbelasting op nieuwe woningen in bouwveld D (grenzend aan het bedrijventerrein) als gevolg van het bedrijventerrein. Deze bijlage toont aan dat de bouw van woningen binnen de op de verbeelding aangeduide milieuzone mogelijk is als uit nader onderzoek blijkt dat dit vanuit milieuhinder te verantwoorden is. De beleidsregels die uitleg geven aan de regels over deze milieuzone stellen duidelijke eisen waar bij woningbouw in deze zone aan voldaan moet worden.
Figuur 5.9 Overzicht milieucategorieën op het bedrijventerrein
Ten zuidoosten van het plangebied, aan het Wettenseind, ligt een veldsportcomplex (nr. 4). Hier zijn een voetbal-, korfbal- en tennisvereniging gevestigd. Voor een veldsportcomplex (met verlichting) geldt een milieucategorie 3.1. Het maatgevende milieuaspect is hierbij geluid, maar ook lichthinder kan (in mindere mate) een hinderaspect vormen. Het deel van de hindercontour van het veldsportcomplex dat tot in het plangebied reikt, ligt grotendeels over bestaande en te handhaven woningen. Uit figuur 5.10 blijkt dat de hindercontour slechts voor twee kleine gedeelten van het te ontwikkelen plangebied relevant is. Navolgend in deze paragraaf en in paragraaf 5.9 wordt hier nader op ingegaan.
74
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Herijking Nuenen West
Aan het Wettenseind 6 is een rundveehouderij gelegen (nr. 5). Het bedrijf heeft een milieuvergunning voor in totaal 60 fokstieren en overig rundvee ouder dan 2 jaar. Op basis van de VNG-brochure 'bedrijven en milieuzonering' kent een rundveehouderij een milieucategorie 3.2. Het maatgevende aspect is geur. De gemeente Nuenen ca. heeft een verordening geurhinder en veehouderij, waarin is bepaald dat bij meer dan 30 stuks rundvee, een vaste hinderafstand aangehouden tot geurgevoelige objecten (zoals woningen) dient te worden van minimaal 100 m binnen de bebouwde kom en minimaal 50 m buiten de bebouwde kom. Dit zijn vaste afstanden, op basis van een gemiddeld bedrijf, en komen overeen met de hinderafstanden die in de VNG-brochure 'bedrijven en milieuzonering' zijn genoemd: 100 m voor geur en 30 m voor stof en geluid tot een rustige woonwijk.
Aan het Wettenseind 4 is volgens het bestemmingsplan Buitengebied een caravanhandel gevestigd (nr. 6). Op basis van de VNG-brochure is dit bedrijf ingeschaald in milieucategorie 2 (detailhandel in volumineuze goederen, vergelijkbaar met een bouwmarkt / tuincentrum / groothandel / handel in auto's). Dit komt overeen met een hinderafstand van 30 m tot rustige woonwijk en 10 m tot gemengd gebied. Het maatgevende aspect is geluid. De omgeving van het plangebied kent een menging van functies (de caravanhandel, maar ook een houthandel en woningen) en kan daarom gekarakteriseerd worden als een gemengd gebied. In dit Chw-bestemmingsplan is evenwel de hinderafstand op basis van een rustige woonwijk aangehouden.
Op Wettenseind 2c (nr. 7) is een houthandel en detailhandel in doe-het-zelfartikelen gevestigd (en planologisch toegestaan). Dit is geclassificeerd als milieucategorie 2 (bouwmarkt), met bijbehorende hinderafstanden van 30 m tot rustige woonwijk en 10 m tot gemengd gebied. Het maatgevende aspect is geluid. De houthandel ligt in hetzelfde gebied als de eerdergenoemde caravanhandel (Wettenseind 4) dat gekarakteriseerd kan worden als een gemengd gebied. Ook hier wordt wel 30 m aangehouden als potentieel milieubelast gebied.
Schuin achter de houthandel ligt de Opwettense Watermolen (Opwettenseweg 203, nr. 8). Hier is kleinschalige ondergeschikte detailhandel en een restaurant toegestaan. De ondergeschikte kleinschalige detailhandel kent geen milieucategorie, een restaurant heeft milieucategorie 1. Het maatgevende aspect is geluid; categorie 1 komt overeen met een hinderafstand van 10 m tot een rustige woonwijk (en geen hinderafstand tot gemengd gebied). De contouren komen niet tot in het plangebied.
Binnen het plangebied, aan de Opwettenseweg 197 (nr. 9), is conform het vigerende bestemmingsplan een voormalige detailhandelszaak in kleding toegestaan. Deze activiteit is niet wegbestemd en wordt derhalve beschouwd als een activiteit die nog steeds plaats kan vinden. Een dergelijke activiteit valt in milieucategorie 1, met een hinderafstand van 10 m tot een rustige woonwijk (en geen hinderafstand tot gemengd gebied). Het maatgevende aspect is geluid. De hindercontouren liggen binnen de bestaande (woon)kavels en over de Opwettenseweg. Er ligt geen ontwikkelgebied binnen deze hindercontouren.
Aan de Opwettenseweg 132 is een agrarisch bedrijf vergund met 30 melk- en kalfkoeien ouder dan 2 jaar en 50 schapen ouder dan 1 jaar, inclusief lammeren tot 45 kilogram. Op basis van de Verordening geurhinder en veehouderij dient hier rekening gehouden te worden met een hindercirkel van 100 m (vergelijkbaar met milieucategorie 3.2). Er zijn plannen om op dit adres een dagbesteding en buitenschoolse opvang te realiseren. Hierover is nog geen ruimtelijk besluit genomen, waardoor de milieuhinderafstandop basis van de agrarische functie is aangehouden. Wat betreft de milieu-uitstraling zijn de plannen (ruimschoots) passend binnen de nu opgenomen milieuhinderafstand.
Aan de Opwettenseweg 126 is in de huidige situatie een tegelzettersbedrijf aanwezig. In dit Chw-bestemmingsplan worden de mogelijkheden voor de uitoefening van dit bedrijf, net als in het
Toelichting (vastgesteld)
75
bestemmingsplan Herijking Nuenen West bestemmingsplan "Uitbreidingsplan Nuenen West" uit 2008 beperkt tot de mogelijkheden voor aan huis verbonden beroepen/bedrijven. Alle andere bedrijfsmatige activiteiten worden, wederom net als in het bestemmingsplan uit 2008, niet positief bestemd. Omdat op dit adres alleen sprake is van de mogelijkheden voor aan huis verbonden beroepen/bedrijven zijn deze activiteiten gecategoriseerd als vallend onder milieucategorie 1 met een hinderafstand van 10 meter. Dit bedrijf grenst echter aan bestaande woningen deze bestaande woningen zijn wellicht beperkend voor de bedrijfsactiviteiten dan de nieuw te realiseren woningen. Bij nieuwe woningen binnen deze milieuzone van 10 meter moet gemotiveerd worden waarom ter plaatse van de nieuwbouwwoningen sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.
Aan de Vorsterdijk 14 is een kleinschalige horecagelegenheid gevestigd. In dit plan krijgen de exploitanten van die gelegenheid ook de mogelijkheid om een bed & breakfast uit te oefenen op deze locatie. Beide activiteiten vallen in milieucategorie 1 met een hinderafstand van 10 meter tot een rustige woonwijk. Als er woningen binnen deze hinderafstand worden gerealiseerd, dient gemotiveerd te worden dat er sprake is van een acceptabel woon- en leefklimaat.
Een andere bed & breakfast is gevestigd aan de Vorsterdijk 8. Ook dit is een activiteit die in miliecategorie 1 valt met een hinderafstand van 10 meter tot een rustige woonwijk. Als er woningen binnen deze hinderafstand worden gerealiseerd, dient gemotiveerd te worden dat er sprake is van een acceptabel woon- en leefklimaat.
Aan de Vorsterdijk 16A was een agrarisch bedrijf gevestigd. Dit bedrijf stopt om ruimte te geven aan de ontwikkeling van Nuenen West. In dit Chw-bestemmingsplan wordt het mogelijk om in de voormalige boerderij of de bijbehorende opstallen een horecagelegenheid te vestigen. Wederom is sprake van een activiteit in milieucategorie 1, met een hinderafstand van 10 meter tot een rustige woonwijk. Als er woningen binnen deze hinderafstand worden gerealiseerd, dient gemotiveerd te worden dat er sprake is van een acceptabel woon- en leefklimaat.
Ten noordwesten van het plangebied liggen een hoveniersbedrijf (Boord 64, nr. 16) en een nutsvoorziening (Boord ongenummerd, nr. 15). Beide bedrijven kennen een milieucategorie 3.1. De bijbehorende hinderafstanden komen niet tot in het plangebied.
Aan de Boord 37 (nr. 17) is een zalen-/congrescentrum gevestigd. Dit bedrijf kent een milieucategorie 1, waardoor rekening gehouden moet worden met een hinderafstand van 10 meter tot een rustige woonwijk.
Aan de Boord 30 (nr. 18) is een schapenhouderij op een deel van het perceel is openhaardhouthandel toegestaan. De openhaarhouthandel kent een milieucategorie 2. De schapenhouderij heeft een milieuvergunning voor het houden van maximaal 2 zoogkoeien ouder dan 2 jaar, 7 stuks vrouwelijk jongvee tot 2 jaar, 50 schapen ouder dan 1 jaar (inclusief lammeren tot 45 kilogram) en 1 volwassen paard. Conform de verordening geurhinder en veehouderij van de gemeente, dient een afstand van minimaal 100 m tot geurgevoelige objecten binnen de bebouwde kom aangehouden te worden. Voor woningen buiten de bebouwde kom geldt een minimale afstand van 50 m. De hindercontouren liggen deels over bestaande (woon)kavels en voor een deel binnen het ontwikkelgebied. Verderop in deze paragraaf en in paragraaf 5.9 wordt hier nader op ingegaan. De openhaardhouthandel is een ondergeschikte functie ten opzichte van de schapenhouderij. De openhaardhouthandel kent een milieucategorie 2. Voor deze milieucategorie geldt een maximale hinderafstand van 30 meter tot een rustige woonwijk. De hindercirkel valt binnen de hindercirkel vanuit de Verordening geurhinder en veehouderij.
76
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Herijking Nuenen West
Aan de Boord 23 (nr. 19), binnen het plangebied, is een verkooppunt voor eigen agrarische producten gevestigd. In het bestemmingsplan uit 2008 is dit perceel bestemd als in te passen woonfunctie. Het verkooppunt kan worden gezien als milieucategorie 1 (detailhandel), met bijbehorende hinderafstand van 10 m tot rustige woonwijk (en 0 m tot gemengd gebied). Tevens wordt vanuit dit adres tuinaanleg aangeboden. Dit komt overeen met een hoveniersbedrijf (b.o. < 500 m²) met een milieucategorie 2 (hinderafastand 30 meter tot een rustige woonwijk) Een deel van deze hindercontour ligt binnen het ontwikkelgebied.
Op Boord 14 is een agrarisch bedrijf gevestigd (nr. 20). Er is geen veehouderij toegestaan. Dit bedrijf is dan ook geclassificeerd in de milieucategorie 2 (akkerbouw of tuinbouwbedrijf met bedrijfsgebouwen). In het algemeen leidt geluid tot de maatgevende hinderafstand, met 30 m tot rustige woonwijk en 10 m tot gemengd gebied. Tevens is op deze locatie de tijdelijke huisvesting van seizoensarbeiders mogelijk, voor zover deze op het bedrijf zelf werkzaam zijn. De omvang van de huisvesting is niet bekend, maar zal maximaal als milieucategorie 1 te classificeren zijn. De milieuhindercontouren komen, op basis van het totale perceel, voor een klein deel in het plangebied.
Aan de Boord 12 (nr. 21) is in het vigerende bestemmingsplan een veehouderij toegestaan. De milieuhindercirkel vanuit de veehouderij is in het verleden ten behoeve van de ontwikkeling van Nuenen West uitgekocht, mar publiekrechtelijk is de milieucirkel nog aanwezig (niet wegbestemd). Op basis van een revisievergunning uit 2011 zijn op deze locatie 5 kippen en 25 paarden toegestaan. Conform de verordening geurhinder en veehouderij van de gemeente, dient een afstand van minimaal 50 m tot geurgevoelige objecten binnen de bebouwde kom aangehouden te worden bij maximaal 30 paarden. Voor woningen buiten de bebouwde kom geldt een minimale afstand van 25 m. Doordat de oorspronkelijke milieuhindercirkel publiekrechtelijk nog aanwezig is, is voor dit adres een milieuhinderafstand van 100 meter aangehouden. Dit houdt in dat de milieuhindercontouren tot in het plangebied reiken en daarbij over een bestaande woning vallen.
Binnen het plangebied zijn aan de Boord 9 een kattenpensioen en een kantoor voor een hoveniersbedrijf gelegen. Beide bedrijven hebben een specifieke milieucategorie. Om die reden wordt afzonderlijk ingegaan op de gevolgen die beide bedrijven voor de ontwikkeling van Nuenen West hebben. Het kattenpension ligt aan de zuidzijde van het perceel. Een dierenasiel of -pension heeft in de VNG-brochure 'bedrijven en milieuzonering' een milieucategorie 3.2, met geluid (100 m) als maatgevend aspect. Dit geluid komt normaliter voor op het buitenterrein als er (blaffende) honden worden gehouden. Dit is hier niet het geval: het bedrijf is een kattenpension, waarbij de katten binnen worden gehouden. Er is dan ook geen sprake van geluidhinder. De gemiddelde afstand voor geur bij een dierenasiel of -pension is. Deze hindercontour van 30 m reikt tot in de delen van het plangebied waar de bouw van woningen voorzien is. Op de gevolgen van de ligging van deze hindercontour wordt verderop in deze paragraaf, alsmede in paragraaf 5.9 ingegaan. Het kantoor van het hoveniersbedrijf ligt ten noordwesten van het kattenpension. Voor gemiddelde kantoren geldt vanuit de VNG-brochure 'bedrijven en milieuzonering' een milieucategorie 1. In het onderhavige geval is de toegestane kantoorruimte gemaximeerd op 135 m2.
Het kantoor kan dan ook geclassificeerd worden als kleinschalig kantoor, in oppervlak en gebruik vergelijkbaar met een beroep aan huis. Voor het kantoor wordt dan ook geen milieuhinderafstand gehanteerd.
Aan de Boord 4-6 is een taxicentrale gevestigd (nr. 24). Vanuit het bestemmingsplan is bedrijvigheid tot en met milieucategorie 3 (maximaal 100 m hinderafstand) mogelijk. Een taxicentrale is geclassificeerd als categorie 2, met een hinderafstand van 30 m tot rustige woonwijk en 10 m tot gemengd gebied. Deze contouren komen tot in het plangebied, maar niet tot in het ontwikkelgebied. Daarbij geldt dat deze locatie en de directe omgeving aan te merken zijn als gemengd gebied. Geluid is het maatgevende aspect. Gezien het feit dat direct rondom het bedrijf reeds bestaande woningen zijn gelegen, en nieuwe woningen binnen Nuenen West op grotere afstand staan, is er vanuit het bedrijf geen belemmering voor
Toelichting (vastgesteld)
77
bestemmingsplan Herijking Nuenen West woningbouwontwikkeling en voldoet de maximale planologische invulling aan een goede ruimtelijke ordening.
Tot slot is aan de Kapperdoesweg 8 het tuincentrum Coppelmans gevestigd (nr. 25). Een tuincentrum is in de VNG-brochure 'bedrijven en milieuzonering' geclassificeerd als milieucategorie 2, waarbij geluid leidt tot de maatgevende hinderafstand van 30 m tot een rustige woonwijk of 10 m tot gemengd gebied. Op 9 februari 2017 is het bestemmingsplan 'Kapperdoes-tuincentrum' vastgesteld. Uit het akoestisch onderzoek (van 17 maart 2014, met opdrachtnummer 12989-1) dat bij dat bestemmingsplan gevoegd is blijkt te allen tijde voldaan kan worden aan de eisen zoals gesteld in het Activiteitenbesluit, mits voorzien wordt in een twee meter hoge muur tussen het tuincentrum en de woningen. Daarom en omdat het tuincentrum en omgeving aan te merken zijn als een gemengd gebied kan een richtafstand van 10 meter aangehouden worden. Deze contour ligt deels over het ontwikkelgebied van Nuenen West. Verderop in deze paragraaf en in paragraaf 5.9 wordt hier nader op ingegaan.
Milieuhindercirkels en milieubelasting vanuit de aanwezige bedrijven Vanuit de bovenstaande inventarisatie is het mogelijk om een overzicht te geven van de potentiële milieuhinder vanuit bedrijvigheid in het plangebied. In figuur 5.10 zijn de relevante hinderafstanden die zijn benoemd, vertaald op kaart. Het gaat hier om de hinderafstanden op basis van de VNG-brochure (voor 'rustige woonwijk') en de hinderafstanden op basis van de geurverordening.
Figuur 5.10 Milieuhindercirk els in en rondom het plangebied; overzicht vanuit de gemaakte inventarisatie
Uit figuur 5.10 blijkt, dat delen van het plangebied (zowel bestaande te handhaven woningen met een woonbestemming, als ontwikkelgebied met een bestemming Woongebied - 1, Woongebied - 2 of Woongebied - Uit te werken) binnen de milieucontouren van bestaande bedrijven vallen. Voor gebieden buiten de milieuhindercontouren kan worden geconcludeerd dat er vanuit bedrijvigheid geen
78
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Herijking Nuenen West belemmeringen zijn voor de voorgenomen woningbouwontwikkeling (uitzondering vormt externe veiligheid vanuit het tankstation, zie paragraaf 5.6).
Binnen de milieucontouren zijn gevoelige functies, zoals woningen, niet zonder meer mogelijk. Er is echter ook geen sprake van per definitie onmogelijkheden om woningen te realiseren. Dit komt, doordat de hinderafstanden zoals aangegeven in figuur 5.10, uitgaan van algemene effectafstanden voor milieuhinder. Als specifiek gekeken wordt naar de concrete hinder die vanuit een bedrijf wordt veroorzaakt, dan kan het zo zijn dat de feitelijke hinder, of de concrete hinder die planologisch maximaal mogelijk is rekening houdend met overige beperkingen voor bedrijvigheid, minder is. In deze gevallen dient specifiek onderzocht te worden welke (on)mogelijkheden er voor woningbouw zijn op concrete locaties. Dit vraagt om een onderzoek naar de concrete bedrijfsmatige mogelijkheden en bijbehorende hinder per bedrijfslocatie, maar ook om concreet inzicht in hoe welke woningen waar gepositioneerd worden en of er maatregelen genomen (kunnen) worden om hinder te verminderen. Die maatregelen kunnen zowel bij de bedrijven als bij (nieuwe) woningen genomen worden.
Voor dit Chw-bestemmingsplan is het niet mogelijk om al deze concrete situaties en (eventuele) maatwerkoplossingen al volledig in beeld te hebben. Dit heeft twee redenen: De ontwikkeling van Nuenen West kent een lange looptijd. Het kan goed zijn dat nu geïnventariseerde situatie over bijvoorbeeld 5 of 10 jaar anders is: bedrijven kunnen stoppen of andere activiteiten gaan uitvoeren en normen of rekensystematieken voor onderzoek kunnen wijzigen; Door de lange looptijd, is nu nog niet bekend waar exact welke woningen gaan komen. De exacte positionering en het ruimtelijk ontwerp wordt in de loop der tijd, met de ontwikkeling van de verschillende bouwvelden, bepaald tijdens het maken van de plannen voor de verschillende bouwvelden. Indien nodig kan dan concreet gemaakt worden hoe wordt omgegaan met eventuele milieuhinder, en welke specifieke maatregelen (indien nodig) genomen kunnen worden. Dit maakt maatwerkoplossingen bij eventuele knelpunten beter mogelijk. Met de toekomstige Omgevingswet, waarvoor dit Chw-bestemmingsplan een experiment is, wordt er meer een 'doorlegging van onderzoekslasten' voorgestaan.
Concreet betekent dit, dat bij een Chw-bestemmingsplan (in de toekomst omgevingsplan) de verantwoording op basis van onderzoek (bijvoorbeeld ten aanzien van milieu) op een globaler niveau kan worden gedaan, waarna de concrete en gedetailleerde onderzoeken bij omgevingsvergunning kunnen worden gedaan. Achtergrond van deze strategie is, dat bij omgevingsvergunning (als een initiatief concreet is) beter kan worden afgewogen wat acceptabel is en hoe eventuele maatregelen het beste genomen kunnen worden.
Conclusie Dit Chw-bestemmingsplan anticipeert al op de Omgevingswet met de status 'verbrede reikwijdte', maar er dient tegelijk nog wel voldaan te worden aan de huidige wet- en regelgeving. Met de inventarisatie van de milieuhindercirkels is concreet in beeld gebracht welke gebieden vanuit bedrijvigheid niet milieubelast zijn en waar ontwikkeling van woningen (in relatie tot bedrijfsmilieuhinder) geen knelpunt is. Indachtig de 'doorlegging van onderzoekslasten' is voor de gebieden die wél binnen milieuhindercirkels bepaald in de regels en verbeelding, dat woningen alleen gebouwd mogen worden als wordt aangetoond dat wordt voldaan aan de normen voor milieuhinder. Met andere woorden: binnen de milieuhindercirkels mogen niet zonder meer woningen gebouwd worden; eerst moet worden aangetoond (bijvoorbeeld middels onderzoek) dat het concrete woninginitiatief mogelijk is, ofwel dat de woonfunctie te combineren is met eventuele bedrijfsmilieuhinder. Het kan zijn, dat deze verantwoording gemaakt wordt met behulp van specifiek onderzoek naar bijvoorbeeld geluid of geur, al dan niet in combinatie met concrete maatregelen. Maar het kan ook zijn, dat in de toekomst wordt geconstateerd dat bijvoorbeeld een bedrijf niet meer aanwezig is – in dat geval zullen concrete afspraken gemaakt moeten worden op hoe dit ook planologisch geborgd wordt.
Of er wordt een meer kwalitatieve argumentatie gemaakt. Een voorbeeld van dit laatste is de bedrijvigheid bij Wettenseind (caravanhandel, houthandel etc.). In deze paragraaf is
Toelichting (vastgesteld)
79
bestemmingsplan Herijking Nuenen West reeds aangegeven dat op deze locatie sprake is van een 'gemengd gebied' en dat milieuhinderafstanden (niet de afstanden vanuit de geurverordening) tot woningen al verkleind kunnen worden.
Onderdeel van deze aanpak is, indachtig de Omgevingswet, een goede en duidelijke communicatie over de milieusituatie richting de omgeving (huidige en nieuwe bewoners, aanwezige bedrijven, etc.). Door de omgevingskwaliteit goed te communiceren richting (toekomstige) bewoners, omwonenden en andere belanghebbenden, is voor iedereen duidelijk wat de lokale leefomgevingskwaliteit is. Bijvoorbeeld: je woont in de buurt van een drukke weg (Europalaan), dus je zult relatief meer last hebben van wegverkeerslawaai. Of: je woont nabij een bedrijventerrein, dus er is kans dat je vanuit die bedrijven een bepaald geluidsniveau kunt ervaren. Of: je woont aan de buitenrand van het dorp, op de grens met landelijk gebied, dus je kunt wel eens geurhinder ervaren vanuit agrarische activiteiten in het buitengebied. Voorop staat, dat bij (nieuwe) woningen altijd voldaan moet worden aan de specifieke weten regelgeving en normen voor milieuhinder. Maar ook al wordt voldaan aan de normen (en dus een wettelijk toegestaan woon- en leefklimaat), dan nog kan het zo zijn dat bepaalde gebieden minder milieubelast ('rustiger') zijn dan andere gebieden. In deze communicatie en afweging speelt niet alleen bedrijfsmilieuhinder een rol, ook andere omgevingsaspecten (zoals wegverkeerslawaai) spelen hierin een rol.
Het gaat uiteindelijk om tot totale (cumulatieve) milieubelasting die je kunt ervaren en die een rol speelt in de leefomgevingskwaliteit. In de volgende paragraaf wordt hier nader op ingegaan.
5.9
Leefomgevingskwaliteit
In en rondom het plangebied vinden diverse bedrijfsmatige activiteiten plaats. Deze kunnen mogelijk invloed hebben op het woon- en leefklimaat in Nuenen West. In paragraaf 5.8 is deze potentiële bedrijfsmilieuhinder al in kaart gebracht. Maar ook andere milieuaspecten, zoals wegverkeerslawaai (zie paragraaf 5.1), railverkeerslawaai, geluidhinder vanuit vliegtuigen, luchtkwaliteit (zie paragraaf 5.4) of externe veiligheid (zie paragraaf 5.6) kunnen hier een rol in spelen. Daarnaast spelen meer algemene / regionale aspecten een rol, zoals de achtergrondbelasting voor luchtkwaliteit of geur. Ten aanzien van dit laatste heeft specifiek onderzoek plaats gevonden naar de situatie in de toekomst en of wordt voldaan aan de normen (zie paragraaf 5.4). Meer in algemene zin, kan gebruik gemaakt worden van de uitgevoerde GezondheidsEffectScreening (GES) van de provincie Noord Brabant. Deze geeft op globaal niveau inzicht in 'hoe schoon' de lucht is. In de onderstaande figuur zijn de GES kaarten voor het plangebied en omgeving weergegeven voor de thema's luchtkwaliteit (stikstofdioxide, fijn stof, zeer fijn stof en geur).
80
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Herijking Nuenen West
Figuur 5.11 GES-scores voor geur en luchtkwaliteit (NO2, PM10, PM2,5) o.b.v. provinciale GES
De kaarten uit de provinciale GES zijn niet bedoeld om te toetsen aan exacte normen vanuit wet- en regelgeving, maar geven globaal weer wat de huidige situatie is. Uit de kaarten in figuur 5.11 blijkt, dat de luchtkwaliteit in Nuenen West als matig te beoordelen is. Dit geldt overigens voor grote delen van Brabant en meer specifiek voor de gehele regio Eindhoven. De GES score voor geur is ter plekke van het plangebied goed; dit betekent weinig kans op hinder en overlast vanuit agrarische geur. Uit de inventarisaties en de onderzoeken naar milieuaspecten (zoals verwoord in dit hoofdstuk) blijken er primair twee zaken te zijn, die de leefomgevingskwaliteit feitelijk kunnen beïnvloeden: milieuhinder vanuit bedrijvigheid (met name geluid en geur; zie paragraaf 5.8) en geluidshinder vanuit wegverkeer (zie paragraaf 5.1 en het akoestisch onderzoek in bijlage 10 van de toelichting). Bij wegverkeerslawaai is het voor de leefomgevingskwaliteit van belang om niet alleen te kijken naar de wegen die in het kader van de Wet geluidhinder onderzocht zijn, maar om ook de geluidsbelasting vanuit 30-km/u-wegen mee te nemen. Want ook al hoeven deze wegen niet getoetst te worden aan de Wet geluidhinder, er is wel sprake van een bepaalde mate van geluidsbelasting vanuit de 30-km/u-wegen.
Uiteindelijk gaat het dan ook om de geluidsbelasting die ervaren wordt, ofwel de totale gecumuleerde geluidsbelasting vanuit alle wegen tezamen. In het akoestisch onderzoek is dit in beeld gebracht; in figuur 5.12 is de cumulatieve geluidsbelasting weergegeven.
Toelichting (vastgesteld)
81
bestemmingsplan Herijking Nuenen West
Figuur 5.12 Cumulatieve geluidsbelasting wegverkeer, op 1,5 m hoogte exclusief aftrek ex artikel 110 Wet geluidhinder
Voor de cumulatieve geluidsbelasting zijn er geen harde normen, maar er moet in het kader van goede ruimtelijke ordening wel aangetoond worden dat er sprake is van een acceptabel woon- en leefklimaat (zie ook het akoestisch onderzoek in bijlage 10). Hierbij kunnen de genoemde geluidsklassen in figuur 5.12 op basis van de Milieu Kwaliteits Maat (De Milieu Kwaliteits Maat is gebaseerd op de classificatie conform de methode Miedema) worden vertaald in de volgende beoordeling: Geluidsbelasting < 50 dB: goed woon- en leefklimaat. Geluidsbelasting 50 – 55 dB: redelijk woon- en leefklimaat. Geluidsbelasting 55 – 60 dB: matig woon- en leefklimaat. Geluidsbelasting 60 – 65 dB: tamelijk slecht woon- en leefklimaat. Geluidsbelasting > 65 dB: slecht tot zeer slecht woon- en leefklimaat. Uit figuur 5.12 blijkt, dat met name langs de grotere wegen sprake is van meer geluidsbelasting vanuit wegverkeerslawaai. Op basis van deze figuur, kan er een indeling gemaakt worden in gebieden waar een redelijk tot goed woon- en leefklimaat is, gebieden waar een matig tot redelijk woon- en leefklimaat is en
82
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Herijking Nuenen West gebieden waar woningen niet gewenst zijn. Er is, op basis van figuur 5.12, bepaald dat buiten een zone van 50 m aan beide zijden van de Europalaan en 25 m uit de hoofdinfrastructuur binnen de wijk sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Deze resultaten kunnen vervolgens weer gecombineerd worden met het inzicht in woon- en leefklimaat vanuit de bedrijven en milieuzonering (zie figuur 5.10) om op lokaal niveau een gedifferentieerd overzicht te geven van het woon- en leefklimaat. In figuur 5.13 is het integrale overzicht in leefomgevingskwaliteit, dat hieruit volgt, weergegeven. Wel is hierin een wijziging aangebracht: voorzien is dat kleinschalige wijkgerichte functies vooral een centrale plek zullen krijgen rond de kop van het park nabij de school. In dit gebied zal dan ook sprake zijn van meer 'reuring' en daarmee een minder rustige leefomgevingskwaliteit. Dit is in de kaart opgenomen met een zone van 50 meter rondom dit parkje nabij de school.
Figuur 5.13 Overzicht leefomgevingskwaliteit, op basis van bedrijvigheid en het cumulatieve wegverkeerslawaai. Naast de gebieden voor nieuwbouw zijn ook de bestaande woningen meegenomen in deze k aart.
Figuur 5.13 toont gebieden met een groene, gele en rode arcering. In de groene gebieden is sprake van een goede leefomgeving: deze gebieden zijn niet potentieel belast vanuit wegverkeerslawaai of vanuit milieuhinder door bedrijvigheid. Bij het tankstation ligt een klein rood gebied. Woningbouw is hier niet mogelijk vanwege de veiligheidsafstanden rondom dit tankstation (plaatsgebonden risicocontour). In de gele gebieden is woningbouw niet onmogelijk, maar kan de leefomgevingskwaliteit minder goed zijn dan in de groene gebieden. Dit komt doordat de gele gebieden nabij de grotere wegen of binnen de milieuhindercirkels van bedrijven liggen.
In geval van ligging nabij wegen is in dit Chw-bestemmingsplan al aangetoond dat wordt voldaan aan wet- en regelgeving en is nader onderzoek niet nodig. Wel dient op deze plekken gerealiseerd te worden, dat het wegverkeerslawaai 'meer merkbaar' is dan in gebieden verder weg gelegen van de grote wegen. Voor de gele gebieden binnen milieuhindercirkels geldt, dat nader onderzoek naar potentiële milieuhinder nodig is; alleen als er sprake is van een acceptabel woon- en leefklimaat dan kunnen nieuwe woningen hier komen. Maar ook als op deze plekken wordt voldaan aan wet- en regelgeving, kunnen deze gebieden als meer milieubelast gezien worden: er is een grotere kans op hinder door
Toelichting (vastgesteld)
83
bestemmingsplan Herijking Nuenen West bijvoorbeeld geluid of geur vanuit omliggende (agrarische) bedrijven.
Binnen de wijk Nuenen West ligt het primaat uiteraard op wonen. Een grote wijk zoals Nuenen West zal in de toekomst echter ook kleinschalige andere functies vragen. In paragraaf 3.3.2 is dit reeds nader toegelicht, waarbij ook is aangegeven dat deze functies een plek moeten kunnen krijgen in gebieden waar de verwachte leefomgevingskwaliteit minder optimaal zal zijn. Dit zijn concreet de gebieden in figuur 5.13 waar sprake is van een redelijke leefomgevingskwaliteit. De kaart in figuur 5.13 biedt dan ook de basis voor het toestaan van kleinschalige andere functies, zoals opgenomen in de beleidsregel kleinschalige andere functies.
Conclusies leefomgevingskwaliteit Binnen Nuenen West is sprake van een gradatie in leefomgevingskwaliteit. Dit komt primair door de grotere wegen (geluidsbelasting) en de verspreid liggende bedrijfsmatige activiteiten (vooral kans op geluidhinder en geurhinder, in mindere mate kans op andere typen milieuhinder). Naast de planologische 'formele' verantwoording aan vigerende wet- en regelgeving en goede ruimtelijke ordening (zoals verwoord en onderzocht in dit Chw-bestemmingsplan), geldt dat in gebieden met een redelijke leefomgevingskwaliteit (de 'gele gebieden' in figuur 5.12) een grotere kans is op eventuele hinder en overlast vanuit de omgeving. In de 'groene gebieden') is de kans op overlast en hinder zeer klein.
5.10
Vormvrije m.e.r-beoordeling
In het kader van dit Chw-bestemmingsplan om de ontwikkeling van Nuenen West mogelijk te maken, dient conform de eisen zoals gesteld in de Wet milieubeheer en het Besluit m.e.r. een vormvrije m.e.r.-beoordeling uitgevoerd te worden. De ontwikkeling van Nuenen West behelst de activiteit D11.2 uit het Besluit m.e.r. Het gaat namelijk om “de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen”. De vormvrije m.e.r.-beoordeling (bijlage 33) analyseert in hoeverre er sprake is van mogelijk belangrijke nadelige milieugevolgen. Als uit de vormvrije m.e.r.-beoordeling blijkt dat er sprake kan zijn van dergelijke milieugevolgen, dan kan het bevoegd gezag besluiten een m.e.r.-procedure op te starten. Als de milieugevolgen beperkt zijn of hier in het plan goed mee omgegaan kan worden, dan volstaat de vormvrije m.e.r.-beoordeling. De beoordeling is dan afgerond en vormt een bijlage bij dit Chw-bestemmingsplan. Onderzoek De vormvrije m.e.r.-beoordeling is gebaseerd op de onderzoeken en toetsen die aan dit Chw-bestemmingsplan ten grondslag liggen. Aanvullende informatie over een bepaald onderdeel van de vormvrije m.e.r.-beoordeling staat in de desbetreffende delen van het Chw-bestemmingsplan.
Uit de vormvrije m.e.r.-beoordeling blijkt dat de ontwikkeling van Nuenen West niet leidt tot belangrijke nadelige milieugevolgen. De vormvrije m.e.r.-beoordeling kan gezien worden als een actualisatie en aanvulling van het MER dat in het kader van het Uitbreidingsplan Nuenen-West opgesteld is. De vormvrije m.e.r.-beoordeling is geactualiseerd op basis van de onderzoeken die in het kader van de vaststelling van het Chw-bestemmingsplan zijn uitgevoerd (zoals wegverkeerslawaai, luchtkwaliteit en stikstofdepositie). Conclusie De ontwikkeling van Nuenen West leidt niet tot belangrijke nadelige milieugevolgen. Er is geen aanleiding tot het doorlopen van een (nieuwe) m.e.r.-procedure.
84
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Herijking Nuenen West
Hoofdstuk 6
Juridische planbeschrijving
In dit hoofdstuk wordt inzicht gegeven in de manier waarop de ontwikkeling van Nuenen-West in een juridisch planologisch kader wordt vertaald.
Het juridisch bindende deel van het Chw-bestemmingsplan bestaat uit de verbeelding en de regels. De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden en gebouwen. De verbeelding heeft een ondersteunende rol voor toepassing van de regels alsmede de functie van visualisering van de bestemmingen. De toelichting heeft geen bindende werking, maar heeft wel een belangrijke functie bij de onderbouwing van het plan en bij de uitleg van bepaalde bestemmingen en regels.
6.1
Beschrijving in hoofdlijnen
De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken. In het eerste hoofdstuk is een begrippenlijst opgenomen (artikel 1), waarin de begrippen uit de regels nader omschreven worden. Daarnaast bevat dit hoofdstuk een artikel waarin de wijze van meten beschreven staat.
In hoofdstuk 2 zijn alle bestemmingen opgenomen die in dit Chw-bestemmingsplan voorkomen. De bestemmingen bevatten de juridisch planologische regeling die op de plaats van deze bestemming geldt. In de volgende paragraaf worden alle bestemmingen nader toegelicht.
Het derde hoofdstuk zijn algemene regels opgenomen, die voor het gehele plangebied gelden. Dit betreffen algemene bouw- en gebruiksregels en omschrijvingen van de algemene aanduidingen die op de verbeelding opgenomen zijn. Ook zijn hier bepalingen opgenomen over het afwijken van de regels van het Chw-bestemmingsplan.
Het laatste hoofdstuk bevat de regels ten aanzien van het overgangsrecht van gebouwen en het gebruik van gronden. Het laatste artikel in de regeling betreft de slotbepaling.
6.2
De bestemmingen
Het onderhavig bestemmingsplan bevat de volgende bestemmingen:
Artikel 3 - Gemengd Deze bestemming is opgenomen voor een van de hotspots van Nuenen West. In deze bestemming zijn naast wonen diverse andere functies toegestaan. De bestemming 'Gemengd' betreft onder andere het grondgebied van de basisschool. In deze bestemming is de regeling van het uitwerkingsplan zoveel mogelijk aangehouden.
Artikel 4 – Groen Deze bestemming is gericht op het planologisch verankeren van de grote groengebieden/'groene vingers' in het plangebied. In het deel ten zuiden van de Europalaan zijn drie groengebieden ingepland. De groengebieden ten noorden van de Europalaan dienen in het op te stellen uitwerkingsplan te worden opgenomen.
Artikel 5 – Verkeer Deze bestemming betreft de reeds aangelegde wegen voor de ontsluiting van de bouwvelden A, C en D
Toelichting (vastgesteld)
85
bestemmingsplan Herijking Nuenen West en de wegen die gehandhaafd moeten blijven. Ook is de nieuwe hoofdinfrastructuur (de Laan van Panakkers) weergegeven. Omdat de Opwettenseweg een autoluwe fietsstraat wordt is ter borging hiervan een functieaanduiding 'specifieke vorm van verkeer - autoluwe fietsstraat' opgenomen. Daarnaast zijn binnen deze bestemming twee gebiedsaanduidingen 'overige zone - knip' opgenomen. Ter plaatse van deze gebiedsaanduidingen zijn voorzieningen voor verkeer en verblijf die noodzakelijk zijn om het doorgaand gemotoriseerd verkeer te voorkomen toegestaan. Er wordt verwezen naar artikel 19.3 van de algemene aanduidingsregels.
In deze bestemming zijn twee voorwaardelijke verplichtingen opgenomen die de realisatie van de knippen in de Vorsterdijk, Wettenseind en de Opwettenseweg ter hoogte van de Opwettense watermolen moeten garanderen. Het gebruik van gronden met de bestemming 'Verkeer' (bestaande Vorsterdijk, Wetterseind en Opwettenseweg voor zover binnen het plangebied gelegen) is vijf jaar na onherroepelijk worden van dit bestemmingsplan toegestaan als de beoogde verkeersknippen (die doorgaand gemotoriseerd verkeer moeten voorkomen) zijn gerealiseerd en in stand worden gehouden. De knip in de Opwettenseweg nabij de Opwettense watermolen is niet gelegen in het plangebied. Daarom wordt verwezen naar een overzicht van de knippen in bijlage 4 bij de planregels, zodat duidelijk is waar de voorwaardelijke verplichting op van toepassing is.