CConstaterende datNuenen
Koppel je AI →
Document · PDF

Chw-bestemmingsplan 'Herijking Nuenen West' - Bijlagen bij de toelichting herstelbesluit 3 bestuurlijke lus (wijzigingen gemarkeerd)

Gemeenteraad 9 oktober 2025, gemeente NuenenBij agendapunt: Chw-bestemmingsplan “Herijking Nuenen West” ex artikel 851d Awb- 3e herstelbesluit18.279 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

4.5

Openbare ruimte

De openbare ruimte is het palet voor de nieuwe woonwijk. De fysieke drager van alle componenten die samen het beeld van Nuenen West bepalen. Om daarin rust en samenhang te brengen is de openbare ruimte eenvoudig van opzet, robuust en eenduidig vorm gegeven. Typologisch zijn de openbare ruimtes opgedeeld in lanen, linten, paden, erven en plaetsen. De lanen en linten vormen de interne hoofdstructuur, waarvan de linten deel uit maken van het netwerk van recreatieve routes dwars door de nieuwe wijk. De paden vormen de ontsluiting van de ‘landelijke’ woonmilieus en de erven die voor de ‘dorpse’ woonmilieus. Waar deze componenten de doorwaadbaarheid van de wijk faciliteren, zijn het de plaetsen die ruimte laten voor ontmoeting en verblijf. Op een lager schaalniveau zijn deze plaetsen onderling met elkaar verbonden door een fijnmazig netwerk van informele routes van stegen en doorsteken. De herkenbaarheid en oriëntatie in de wijk wordt bevorderd door de hiërarchie tussen de verschillende componenten, afleesbaar gemaakt door onder meer de schaal en maat van het groen. In de openbare ruimte van Nuenen West staat optimale verblijfskwaliteit voor de bewoners voorop. Het karakter van de openbare ruimte is daarom zo informeel mogelijk en staat, daar waar mogelijk, een gemengd gebruik van verschillende soorten verkeer toe.

Bij de inrichting van de openbare ruimte bepalen thema’s als herkenning, intimiteit, een kleine schaal en maat en een heldere scheiding tussen het mijn en dijn de belevingskwaliteit.

parken plaetsen lanen linten informele verbindingsroutes

Openbare ruimte 41

4.6

Parkeren

Het streven is de geparkeerde auto zo goed als mogelijk te weren uit het straatbeeld. Om die reden gebeurt het parkeren zoveel mogelijk op de eigen kavel. Bij 2-onder-1 kapwoningen en vrijstaande woningen kan dit eenvoudig worden gerealiseerd. Bij rijwoningen worden de benodigde parkeerplaatsen in principe voorzien in private parkeerhoven afgescheiden van de openbare ruimte. Daarnaast moet in de openbare ruimte rekening worden gehouden met bezoekers parkeren. Eén en ander in samenhang met het woningtype.

4.7

Sporten & spelen

Nuenen West is een wijk voor mensen met een sportieve inslag, die graag een rondje lopen. Met de trimschoenen of gewoon met de hond eropuit. Het openbaar groen in en om de wijk nodigt daartoe uit en biedt een grote range aan recreatieve gebruiksmogelijkheden. Via de parken en de linten ren of fiets je zo de natuur in. Dit wordt extra gestimuleerd met de introductie van een ‘Finse piste’ die een trimlooproute mogelijk maakt door de wijk en het Dommeldal. Voor kinderen biedt het openbaar groen in Nuenen West voldoende speelmogelijkheden. Met een paar simpele ingrepen bieden de parken en plaetsen en de openbare ruimte vaak al goede speelaanleidingen. Daarnaast worden uiteenlopende speelvoorzieningen aangeboden.

0-4 jaar 4-8 jaar 8-12 jaar indicatie Finse piste fietsroutes

Sporten en spelen 42

4.8

Waterberging

Water is een cruciale bouwsteen voor het ruimtelijk ontwerp van Nuenen West. Niet alleen omdat er strenge eisen worden gesteld om afdoende waterberging te realiseren, maar ook omdat water in de woonomgeving bijdraagt aan de belevingskwaliteit van de wijk. Uit duurzaamheidsoverwegingen is er voor gekozen het overtollig regenwater daar waar mogelijk zo lang mogelijk vast te houden en in de ondergrond te laten inzijgen. Daarnaast is het belangrijk dat de afvoer van overtollig regenwater zichtbaar en beleefbaar wordt gemaakt voor de bewoners. Om die reden is een zogenaamde ‘watermachine’ ontwikkeld die het hemelwater opvangt en afvoert. Langs de linten en de lanen geleidt een oppervlakkig systeem van greppels en wadi’s het water naar de parken, waar het kan worden gebufferd alvorens te worden afgevoerd naar het beekdal van de Kleine Dommel. Aldaar levert de opvang een bijdrage aan de beoogde vernatting van het landschap. De ‘watermachine’ is zodanig ontworpen dat bij extreem natte periodes het water kan worden opgevangen in greppels aan de randen van het park. Het grootste deel van het jaar zullen ze echter droog staan. Door de waterbuffering langs de randen te concentreren blijft de gebruiksindeling van de parken flexibel.

Daarnaast bieden de greppels een natuurlijke demarcatie aan de parken en helpen ze op een vanzelfsprekende manier voorkomen dat er in de randen van het park auto’s’ worden geparkeerd.

greppel watergang waterafvoer

Waternetwerk 43

B

1. BEELDREGIEKADER In Nuenen West dient het verleden als inspiratie voor de toekomst. Een moderne vertaalslag leidt tot een nieuw en toekomstbestendig beeld dat tegemoet komt aan de regionale behoefte en uiteenlopende woonwensen. Qua opzet en uitstraling sluit de wijk nauw aan bij de roots van Nuenen. Oorspronkelijke landschappelijke patronen, zoals oude linten en landwegen, zijn herkenbaar in het plan geïntegreerd. Nuenen West wordt zo als vanzelfsprekend op het Dommeldal georiënteerd en aan het dorp verankerd. Tussen de linten ontstaan gemoedelijke buurten die zijn gerangschikt rondom uitnodigende ontmoetingsplekken, de plaetsen. Er wordt ingezet op een eigentijdse, voor Nuenen West herkenbare architectuurstijl. Een onderscheidend beeld dat is gebaseerd op dorps- en streekeigen kenmerken, het Nuenens DNA.

BEELDREGIE 45

1.1

Inleiding De uiteenlopende woonwensen vereisen een gedifferentieerd aanbod. Dat wordt gerealiseerd door aan de verschillende componenten onderscheidende beeldregiems te koppelen. Het beeldregiekader reikt voor deze elementen, zowel op stedenbouwkundig, architectonisch en inrichtingsniveau de toepasselijke bepalingen aan.

Met inspiratiebeelden en bepalingen stuurt het beeldregiekader de beoogde dorpslandelijke identiteit. Stedenbouwkundige en inrichtingsaspecten geven invulling aan de identiteit die door de architectuur wordt onderstreept. De respectievelijke kenmerken worden in het plan gelaagd aangereikt. Op stedenbouwkundige niveau wordt de identiteit gekarakteriseerd door: • Een landschap van kappen; • Een grote afwisseling in het bebouwingsbeeld; • Een relatief kleine bebouwingskorrel, met wisselende breedte en hoogtematen; • Rooilijnen die de wegen volgen, met af en toe een kwinkslag; • Bebouwing van hooguit twee lagen met dak (uitzonderingen daargelaten); • Nokken die de rooilijn volgen, met een sporadische kapverdraaiing; • Vrijstaande panden die georiënteerd zijn op de openbare ruimte; • Voorerven met een variabele diepte. Op inrichtingsniveau wordt de identiteit gekarakteriseerd door: • Prioriteit voor de voetgangers; • Een comfortabel plaveisel van gebakken klinkers; • Een nadrukkelijke scheiding tussen openbaar en privé; • Sfeerbepalende straatbomen en groene erfafscheidingen; • In soort en hoogte gevarieerde erfafscheidingen.

Op architectonisch niveau wordt de identiteit gekarakteriseerd door: • Het gemoderniseerde Nuenens DNA; • De heldere en evenwichtige gevelindeling; • De staande geprofileerde gevelopeningen; • De onderverdeling van de raampartijen; • Bakstenen gevels in aardtinten; • Daken met pannen in rode en antraciettinten; • Witte houten kozijnen met gekleurde draaiende delen.

hotspot blikvanger markering accent school fabrikantenvilla langgevelvoerderij dorpswoning

Hoofdopzet van het plan In deel A, het masterplan, is de opzet van het stedenbouwkundig plan toegelicht. De componenten van het raamwerk zijn achtereenvolgens: de ruimtelijke dragers, respectievelijk: Europalaan, dorpslaan en linten; de parken en plaetsen en de woonmilieus, respectievelijk: landelijke buitens en dorpse buurten. Om het plan nog verder te differentiëren en de dorpslandelijke identiteit beter te benaderen is aan het raamwerk een extra laag toegevoegd met hotspots, merktekens en archetypen.

Hotspots, merktekens en archetypen

46

Europalaan dorpslaan landelijke linten Opwettenseweg

parken plaetsen

dorpse buurten landelijke buitens

Ruimtelijke dragers

Parken en plaetsen

47

Woonmilieus

1.2

Ruimtelijk raamwerk

De volgende bepalingen zijn richtinggevend: • Aaneengesloten bebouwing van gedifferentieerde rijwoningen, hier en daar afgewisseld met 2-onder-1 kapwoningen en/of meergezinswoningen; • Variatie in ritme en lengte van blokken, geen repetitie; • Dichtheid: 35-50 woningen/hectare; • Rooilijn: 0-1½ m (verspringing minimaal 0,5 m); • Bouwhoogte: 2-3, incidenteel 4 bouwlagen met kap, met afwisseling in nok- en goothoogte; • Lengte rijwoningen: maximaal 7 woningen, met verspringing in voorgevel en/of goothoogte; • Kappen: overwegend in langsrichting, dwarskap ondergeschikt aan hoofdmassa toegestaan; • Hoek van de kap: 45-55 graden, verschillen worden opgevangen met brandmuren; • Kleur baksteen: donkere aardtinten; • Bijgebouwen staan op het achterterrein • Erfafscheiding stoep: laag muurtje, hekwerk of plantenbak op tussenscheiding.

1.2.2 Ruimtelijk dragers

De ruimtelijke dragers spelen een cruciale rol in de oriëntatie en plaatsbepaling in de wijk. Om de afleesbaarheid daarvan te bevorderen is tussen de dragers onderling een heldere hiërarchie aangebracht. Europalaan Als belangrijke verbindingsweg tussen het centrum van Nuenen en Eindhoven-Woensel krijgt de Europalaan veel verkeer te verwerken. De bebouwing in de eerste lijn moet dan ook fungeren als geluidwering voor de daar achtergelegen woongebieden. Het is daarom van belang dat de gevel zoveel mogelijk aaneengesloten is en de tussenruimten klein zijn. Voor Nuenense begrippen heeft de bebouwing aan de Europalaan dan ook een stedelijke uitstraling. De bebouwing dient een divers en individueel karakter uit te stralen, door op verschillende onderdelen te variëren met de architectuur. De hoeken worden zorgvuldig vormgegeven, door middel van overhoekse elementen of door de entree in de zijgevel te plaatsen. Zijstraten worden gemarkeerd met verbijzonderde bebouwing. De bebouwing staat met de voeten aan een smalle private stoep afgescheiden van de openbare ruimte met een hekwerk of muurtje.

(Een groot deel van de Europalaan is inmiddels uitgevoerd. Van belang is dat de nog te ontwikkelen delen daar qua beeld bij aansluiten.)

48

accent bebouwing markeert zijstraat

2-3 bouwlagen met kap

kleine rooilijn verspringingen (min. 0,5m)

overwegend langskappen

incidenteel een dwarskap rooilijn 0 tot 1,5m t.o.v. uitgiftegrens

kappen met hoek van 45-55 ͦ bijgebouwen op achterterrein

parkeren in parkeerkoffers laag muurtje, hekwerk of plantenbak als erfafscheiding

brandmuren vangen verschillen op korte rijen, maximaal 7 woningen

langsparkeren langs de ventwegen

bron: JenG 49

Dorpslaan De dorpslaan slingert, opgespannen tussen Wettenseind en Boord, met een riant profiel met brede grasbermen met bomen, van zuid naar noord door de wijk. De dorpslaan vormt de ruggengraat van de wijk en verbindt de verschillende buurten in Nuenen West. Dit wordt benadrukt door de statige architectuur van de belendende bebouwing die als een samenhangend ensemble van 2-onder-1 kapwoningen, hier en daar afgewisseld met een vrijstaande woning en bij uitzondering een 3-onder-1 kapwoning, is vormgegeven. De bebouwing is georiënteerd op de weg en ten behoeve van de plaatsbepaling zijn op strategische plekken accenten in de bebouwing aangebracht. De rooilijn is eenduidig en ligt op 3 meter uit de uitgifte grens. De voortuin is omzoomd door een lage tuinmuur en/of haag. Met zijn herkenbare signatuur legt deze prachtige laan de basis voor de dorpse sfeer, en identiteit.

De volgende bepalingen zijn richtinggevend: • Samenhangend ensemble van 2-onder-1 kapwoningen, hier en daar afgewisseld met een vrijstaande woning en bij uitzondering een 3-onder-1 kapwoning; • Variatie in beeld; geen repetitie van de dezelfde woningen; • Dichtheid: 30-35 woningen/hectare; • Rooilijn: 3 m; • Bouwhoogte: 2 bouwlagen met kap (accentbebouwing in 3 lagen met kap toegestaan); • Kappen: overwegend in langsrichting, dwarskap op zichtlocaties toegestaan; • Hoek van de kap: 45-55 graden; • Kleur baksteen: donkere aardtinten; • Bijgebouwen zijn afwisselend geplaatst; los, vast of om de hoek; al of niet met kap; • Erfafscheiding voor: lage tuinmuur en/of haag; • Erfafscheiding opzij: 1,8 m hoog, geïntegreerd met bebouwing, lage tuinmuur met/ of haag.

50

overwegend 2 bouwlagen met kap overwegend langskappen bijgebouwen zijn afwisselend geplaatst

kappen met hoek van 45-55 ͦ rooilijn is 3 m. incidenteel gedraaide kap

parkeren op eigen erf groene erfafscheiding bij zijtuinen

voornamelijk 2-onder-1 kapwoningen lage tuinmuur of haag als erfafscheiding

bron: JenG 51

Linten Het rurale karakter van de linten bepaalt voor een groot deel de identiteit van de nieuwe wijk. Deze linten hebben ieder hun eigen signatuur. Door de verschillen te bestendigen en te versterken blijven de kernkwaliteiten van het oorspronkelijke landschap afleesbaar in de nieuwe wijk. Om dit te verankeren kunnen naast de bestaande woningen slechts in een lage dichtheid nieuwe woningen langs de linten worden ontwikkeld. Daarnaast wordt het landelijke karakter gerespecteerd met een informele setting van de nieuwbouw en een grote mate van diversiteit in de architectonische uitstraling. De uitdaging hier is om in aanvulling op de oorspronkelijke bebouwing, daar waar mogelijk eigentijdse versies van de langgevelboerderij toe te voegen. Uit respect voor de bestaande bebouwing wordt de nieuwbouw bij voorkeur in lichtere tinten uitgevoerd. Erven worden omzoomd door hagen, die in veel gevallen het zicht op de bebouwing ontnemen.

De volgende bepalingen zijn richtinggevend: • Individuele vrijstaande woningen of 2-onder-1 kapwoningen; • Dichtheid: 10-20 woningen/hectare; • Rooilijn is wisselend, minimaal 3 meter uit uitgiftegrens; • Bouwhoogte: 1-1½ bouwlaag met kap, maximaal 20% 2 lagen met kap; • Kappen: overwegend in langsrichting, incidenteel een gedraaide kap; • Hoek van de kap: 35-45 graden; • Bebouwing heeft een kleine korrel en een introvert karakter; • Kleur baksteen: lichte aardtinten; • Bijgebouwen zijn ondergeschikt aan het hoofdgebouw, staan los en hebben een kap; • Erfafscheiding voor: lage-hoge haag; • Erfafscheiding opzij: hoge haag.

52

overwegend langskappen overwegend 1- 1 ½ bouwlaag met kap

bijgebouwen staan vrij bijgebouwen hebben een kap

kappen met hoek van 35-45 ͦ rooilijn is ≥ 3 m.

parkeren op eigen erf

vrijstaande woningen en 2-onder-1 kapwoningen

haag als erfafscheiding

bron: JenG 53

Opwettenseweg De Opwettenseweg doorsnijdt als fietsstraat met een groen profiel met bomen van oost naar west de wijk. De historische betekenis van de Opwettenseweg als verbindingsweg, wordt benadrukt door de bestaande bebouwing rijkelijk aan te vullen met nieuwe woningen, waarmee het beeld van een authentieke dorpsstraat wordt gecreëerd. Om dit te bereiken krijgt de nieuwbouw een informele setting en een grote mate van diversiteit in de architectonische uitstraling. In aansluiting op het afwisselende karakter van de bestaande bebouwing worden hier rijwoningen, 2-onder-1 kapwoningen en incidenteel een vrijstaande woning toegevoegd. Wegaansluitingen worden gemarkeerd door de hoekwoningen op de zijstraten en -paden te oriënteren. De rooilijn is variabel, met over het algemeen riante voortuinen. De voortuinen worden omzoomd door een lage haag.

De volgende bepalingen zijn richtinggevend: • Een samenhangende bebouwing van rijwoningen en 2-onder-1 kapwoningen, incidenteel aangevuld met een vrijstaande woning; • Variatie in beeld; geen repetitie van de dezelfde woningen; • Dichtheid: 30-35 woningen/hectare; • Rooilijn is wisselend, minimaal 3 meter uit uitgiftegrens; • Bouwhoogte: 1½-2 bouwlagen met kap (accentbebouwing in 3 lagen met kap toegestaan); • Lengte rijwoningen: maximaal 5 woningen; • Kappen: overwegend in langsrichting, incidenteel een gedraaide kap; • Hoek van de kap: 45-55 graden; • Kleur baksteen: afwisselend lichte en donkere aardtinten; • Bijgebouwen zijn afwisselend geplaatst; los, vast of om de hoek; al of niet met kap; • Erfafscheiding voor: lage-hoge haag; • Erfafscheiding opzij: hoge haag;

54

overwegend 1 ½-2 bouwlaag met kap

incidenteel een dwarskap parkeren op eigen erf incidenteel ontsloten vanaf de Opwettenseweg

hoekwoningen hebben dubbele oriëntatie

kappen met hoek van 45-55 ͦ

groene erfafscheiding bij zijtuinen

parkeren ontsloten op achterliggende buurten fietsstraat autoluw korte rijen: maximaal 5 woningen

bijgebouwen afwisselend geplaatst

lage haag als erfafscheiding

55

1.2.2 Parken en plaetsen

De volgende bepalingen zijn richtinggevend: • Samenhangend ensemble van 2-onder-1 kapwoningen, hier en daar afgewisseld met een vrijstaande woning (in dorpse deel rijwoningen); • Rooilijn is wisselend, minimaal 3 meter uit uitgiftegrens (in dorpse deel rooilijn eenduidig); • Bouwhoogte: 1-2 bouwlagen met kap (in dorpse deel accentbebouwing in 3 lagen met kap toegestaan); • Kappen: overwegend in langsrichting, incidenteel een gedraaide kap; • Hoek van de kap: 35-45 graden; • Kleur baksteen: aansluitend bij woonmilieu; • Bijgebouwen zijn afwisselend geplaatst; los, vast of om de hoek; al of niet met kap; • Erfafscheiding voor : aansluitend bij woonmilieu; • Erfafscheiding opzij: 1,8 m hoog, geïntegreerd met bebouwing, lage tuinmuur met/ of haag.

Het plan kent globaal 4 grotere parken en afhankelijk van de nadere uitwerking in een definitieve verkaveling circa 20 plaetsen. Onderling zijn deze plekken met informele routes voor voetgangers en fietsers met elkaar verbonden. Met de introductie van deze ruimten krijgt het wonen á la carte een extra dimensie, waardoor afdoende kan worden ingespeeld op de uiteenlopende woonwensen van de doelgroepen. Parken Met hun schaal en maat bieden de parken ruimte aan wijkgebonden activiteiten en fungeren ze als groene en landschappelijke buffers tussen de verschillende buurten. Het wonen aan één van deze parken raakt daarmee aan het gevoel van wonen aan het landschap. De bebouwing krijgt een informeel karakter met een landelijke sfeer. De randen worden opgebouwd met 2-onder-1 kapwoningen en vrijstaande woningen. De bouwhoogte varieert afhankelijk van de positie in de wijk van 1-2 lagen met een kap, met op cruciale plekken incidenteel een accent van 3 lagen met kap. De bebouwing is georiënteerd op de openbare ruimte en het park. De kaprichting is vrij. De rooilijn is wisselend. De erfafscheiding is hoog en groen van karakter. De hoogte aan de voorzijde is maximaal 1.20 m. Het belang hiervan is dat de woningen zich blijvend aan het park presenteren. De materialisatie is traditioneel; gevels van baksteen en pannen op het dak.

56

rooilijn is wisselend

bijgebouwen zijn afwisselend geplaatst

overwegend langskappen

incidenteel een accent

parkeren op eigen erf 1-3 bouwlagen met kap

vrijstaande woningen en 2-onder-1 kapwoningen

haag als erfafscheiding

bron: JenG 57

Plaetsen Elke buurt heeft in het middelpunt een eigen ontmoetingsruimte, om de parksfeer in de ‘landelijke buitens’, of het buurtgevoel te versterken in de ‘dorpse buurten’. Afhankelijk van de positie in de wijk en de schaal en maat worden deze ruimten vormgegeven als pleintje, hof, veldje, of plantsoen. Op die manier krijgt iedere buurt zijn eigen gezicht. De uitstraling van de bebouwing kan dit kracht bijzetten. In die zin is het voorstelbaar dat de bebouwing rond een pleintje of een hof nadrukkelijk als een samenhangend ensemble wordt vormgegeven met symmetrie als richtinggevend thema, terwijl op andere plekken de sfeer en identiteit juist door de inrichting van de openbare ruimte wordt bepaald en de bebouwing afwisselend van karakter is. De uitdaging is om in de bebouwing rond de plaetsen naast wonen ook bijzondere functies te realiseren. Rond een pleintje of een hof worden de randen opgebouwd met rijwoningen (kort en lang tot max. 7 woningen). Rond de velden en plantsoenen kennen de randen daarentegen een meer gevarieerde uitwerking, bestaand uit 2-onder-1 kapwoningen en vrijstaande woningen hier en daar aangevuld met een korte rij. De bouwhoogte kan, afhankelijk van de karakteristiek van de plek variëren van 1-2 lagen met een kap, incidenteel afgewisseld met een accent van 3 lagen met kap. De bebouwing is georiënteerd op de openbare ruimte.

De kap ligt overwegend parallel aan de straat. De rooilijn is strikt in het ‘dorpse’ deel (≤ 3 m) en vrij in het ‘landelijke’ deel (≥ 3 m). De erfafscheiding sluit aan bij het bijhorende woonmilieu. Evenals de materialisering.

De volgende bepalingen zijn richtinggevend: • Samenhangend ensemble, danwel bebouwing van individueel herkenbare woningen; • Rooilijn: wisselend en ≤ 3 m in ‘dorpse’ deel en ≥ 3 m ‘landelijke’ deel; • Bouwhoogte: 1-2 bouwlagen met kap (accentbebouwing in 3 lagen met kap toegestaan); • Kappen: overwegend in langsrichting, incidenteel een gedraaide kap; • Hoek van de kap: aansluitend bij woonmilieu; • Kleur baksteen: aansluitend bij woonmilieu; • Plaatsing bijgebouwen: aansluitend bij woonmilieu; • Erfafscheiding: aansluitend bij woonmilieu.

58

1-2 bouwlagen met kap

overwegend kappen parallel aan de straat

haag als erfafscheiding

nadruk op afwisseling

parkeren op eigen erf

kappen parallel aan de straat vrijstaande woningen en 2-onder-1 kapwoningen

samenhangend ensemble rooilijn is ≤ 3 m.

veld/plantsoen

parkeren in parkeerkoffer

1-2 bouwlagen met kap

overwegend rijwoningen

stoep als erfafscheiding nadruk op symmetrie plein/hof bron: JenG

59

1.2.3 Woonmilieus

De tuinen worden omzoomd met hagen tot 1.20 m. Daarmee blijven de woningen zich aan de straat presenteren. De materialisatie is pastoraal; een gevel van baksteen en pannen of riet op het dak. Baksteen in lichte en gele aardtinten en matte keramische pannen in voornamelijk zwart en grjjstinten. Naast riet op het dak kunnen accenten van potdeksel gevels de landelijke sfeer onderstrepen.

Het plan kent twee onderscheidende woonmilieus, een ‘landelijk’ en een ‘dorps’. De woonmilieus geven beide ruimte aan de ontwikkeling van een woontypologie met grondgebonden wonen met privé buitenruimtes. Het verschil wordt gemaakt met onder meer de toepassing van uiteenlopende dichtheden van het aantal woningen per hectare. Landelijke buitens In de ‘landelijk buitens’ wordt een globale dichtheid van 18-24 woningen per hectare toegepast. Daarmee kunnen ruime kavels in een groene en rustige omgeving worden gerealiseerd. Dit milieu wordt toegepast in de bouwvelden die grenzen aan het landschap, Boord, de Vorsterdijk en het Wettenseind. Binnen het decor van de landelijke linten is er ruimte voor de ontwikkeling van riant opgezette buitens, waar verscholen in een lommerrijke setting losse bebouwing staat, terughoudend van omvang en modest vormgegeven. Om de landelijke sfeer kracht bij te zetten heeft ieder bouwveld in het hart een flink plantsoen. De landelijke sfeer komt verder tot uiting in de informele setting van de bebouwing en het arcadische verloop van de woonpaden, die nauwelijks toereikend zijn gedimensioneerd en overmatig met groen zijn ingericht.

De volgende bepalingen zijn richtinggevend: • Individuele vrijstaande woningen of 2-onder-1 kapwoningen, afgewisseld met korte rijen (3-5 woningen); • Variatie in beeld; geen repetitie van de dezelfde woningen; • Dichtheid: 18-24 woningen/hectare; • Rooilijn is wisselend, minimaal 3 meter uit uitgiftegrens; • Bouwhoogte; afwisseling van 2 lagen met kap en 1-1½ bouwlaag met kap, waarbij minimaal 20% 1-1½ bouwlaag met kap moet worden gerealiseerd; • Kappen: overwegend in langsrichting, dwarskap als accent incidenteel toegestaan; • Bebouwing heeft een kleine korrel en een introvert karakter; • Hoek van de kap: 35-45 graden; • Kleur baksteen: lichte aardtinten; • Bijgebouwen zijn afwisselend geplaatst; los, vast of om de hoek; al of niet met kap; • Erfafscheiding: lage-hoge haag.

De buitens worden opgebouwd met vrijstaande woningen en 2-onder-1 kapwoningen. Wat betreft de bouwhoogte gaat de voorkeur uit naar 1-1½ laag met kap, maar 2 lagen met kap is toegestaan. De kaprichting is divers. Gebaseerd op de landelijke typologie bestaat de bebouwing uit eenvoudige introverte volumes. De rooilijn is vrij, maar ligt minimaal 3 meter uit de uitgiftegrens. De voortuinen dragen bij aan het groene beeld van de woonpaden.

60

61

Dorpse buurten In de ‘dorpse buurten’ wordt een globale dichtheid van 30-35 woningen per hectare toegepast. Daarmee kunnen, gestructureerd door groene ruimtes en heldere ontsluitingsprincipes, compacte woonvormen worden gerealiseerd. Dit milieu wordt toegepast in de bouwvelden dicht bij de bebouwde kom van Nuenen en langs de Europalaan, die ruimte bieden aan de ontwikkeling van overzienbare buurten van 150-200 woningen. Om het buurtgevoel kracht bij te zetten heeft iedere buurt in het middelpunt een plaetse. De dorpse sfeer komt verder tot uiting in de schaal en maat van de stedenbouwkundig korrel, die beperkt is en intiem. Dit wordt onderstreept met de openbare ruimte, die ontspannen maar functioneel is ingericht.

De volgende bepalingen zijn richtinggevend: • Aaneengesloten bebouwing van individueel herkenbare rijwoningen, hier en daar afgewisseld met 2-onder-1 kapwoningen, vrijstaande woningen en/of meergezinswoningen; • Variatie in ritme en lengte van blokken, geen repetitie; • Dichtheid: 30-35 woningen/hectare; • Rooilijn: 0-3 m (verspringing max. 1 m); • Bouwhoogte: 2 bouwlagen met kap (accentbebouwing in 3-4 lagen met kap toegestaan); • Lengte rijwoningen: maximaal 7 woningen, met verspringing in gevellijn en/of goothoogte; • Kappen: overwegend in langsrichting afgewisseld met veel dwarskappen; • Hoek van de kap: 45-55 graden; • Kleur baksteen: donkere aardtinten; • Bijgebouwen zijn afwisselend geplaatst; los, vast of om de hoek; al of niet met kap; • Erfafscheiding stoep: laag muurtje, hekwerk of plantenbak; • Erfafscheiding opzij: 1,8 m hoog, geïntegreerd met bebouwing, lage tuinmuur met/ of haag.

De buurten worden opgebouwd met rijwoningen en 2-onder-1-kapwoningen, incidenteel afgewisseld met een vrijstaande woning. De bouwhoogte is hoofdzakelijk 2 lagen met een kap. De bebouwing is georiënteerd op de openbare ruimte en de kap ligt overwegend parallel aan de straat. Bijzondere plekken worden door bebouwingaccenten met bijvoorbeeld een gedraaide kap of een verhoogd bouwvolume, geaccentueerd. De rooilijn ligt maximaal 3 meter uit de uitgiftegrens en verspringt regelmatig. Soms staat de bebouwing met de voeten aan de straat, dan weer is er sprake van een kleine voortuin. De erfafscheidingen spelen op deze variatie in. Een stoep wordt afgescheiden door een laag muurtje of een hek, een voortuin door een muurtje of een lage haag. De materialisatie is traditioneel; gevels van baksteen en pannen op het dak. Baksteen in warme en donkere aardetinten en rode of zwarte dakpannen. Incidenteel mag een gevel wit gekeimd zijn.

62

63

1.2.4 Hotspots, merktekens en archetypen

Dorpen ontlenen hun aantrekkelijkheid aan het amalgaam van uiteenlopende functies en de afwisseling in de bebouwing. Om een dergelijke afwisseling te creëren worden in het plan diverse plekken gereserveerd met de intentie om daar bijzondere waarden te realiseren. Hotspots Hotspots laten naast wonen ruimte voor de ontwikkeling van in schaal en maat afwijkende functies of gebouwen of verrassende bebouwingspatronen. In totaal zijn er 5 uiteenlopende plekken in het plan geoormerkt als hotspot. Eén in het hart van de wijk, de centrale voorzieningenzone en vier in de randen van het plan op de overgang naar het Dommeldal, de landelijke ensembles. Het is de uitdaging om de hotspots als onderscheidende en herkenbare ensembles vorm te geven.

hotspot blikvanger markering accent school fabrikantenvilla langgevelvoerderij dorpswoning

Hotspots, merktekens en archetypen 64

Het centrum De centrale voorzieningenzone is het meest verstedelijkte gebied van Nuenen West. Hier is de school geprojecteerd en wordt ruimte gereserveerd voor kleinschalige detailhandel en/of uiteenlopende servicediensten. Daarnaast is het centrum de aangewezen plek voor de ontwikkeling van appartementen voor 1 en 2 persoonshuishoudens en/of zorgappartementen. De sfeer van het centrum kan worden gekarakteriseerd als die van een slot of landgoed, waarvan de verschillende gebouwen, min of meer symmetrisch en hiërarchisch zijn gegroepeerd rond een centraal court. Het hoofdgebouw vormt de beëindiging van het centrale park en domineert de omgeving, de bijgebouwen begeleiden als zijvleugels de flanken van het park en zijn ondergeschikt aan het hoofdgebouw. Met eenheid in verscheidenheid vormen de gebouwen samen een herkenbaar ensemble.

locatie centrum

De volgende bepalingen zijn richtinggevend: • Samenhangend ensemble met een onderscheidende signatuur; • Dichtheid: stedelijk; • Rooilijn is strikt, gebouwen staan met de voeten aan de openbare ruimte ; • Bouwhoogte: 2-3 bouwlagen met kap, accent tot 4 bouwlagen met kap is toegestaan e.e.a. met respect voor directe omgeving;. • Materiaal en kleurgebruik: onderscheidend; • Erfafscheiding: stoep.

65

De landelijke ensembles De landelijke ensembles dragen bij aan een natuurlijker verloop van de overgang tussen de nieuwe wijk en het Dommeldal. Deze hotspots zijn gesitueerd langs de linten van de Vorsterdijk en het Wettenseind in de zones met een direct raakvlak met het Dommeldal. Om het natuurlijk verloop tastbaar te maken wordt in deze zones ingezet op behoud en versterking van het aanwezige landschappelijke groen in combinatie met een nieuwbouwontwikkeling in een lage dichtheid. Met onalledaagse verkavelingen, waarin collectiviteit en groen en ruimte de hoofdrol hebben, bieden deze hotspots plaats aan wonen of bijzondere voorzieningen als een buurtschuur, een woonservicezone of een zorglandgoed. De sfeer kan variëren van een boerenerf waarop als op een palet de bouwvolumes zijn geprojecteerd, tot een boomgaard waarin de opstallen door fruitbomen omgeven en ruimtelijk ingekaderd zijn. Het groen in deze zones is robuust en landschappelijk van aard en het assortiment sluit naadloos aan bij de gebiedseigen soorten in het Dommeldal. Daarmee wordt het landschap van het Dommeldal tastbaar de nieuwe wijk ingetrokken. Om verder recht te doen aan de landelijke sfeer zijn de nieuwe gebouwensembles organisch en afwisselend van aard, maar desondanks toch samenhangend en als eenheid herkenbaar.

Door de specifieke ligging langs de linten ligt het voor de hand om qua bouwhoogte aan te sluiten bij de daarbij horende karakteristiek.

landelijke ensembles indicatie Finse piste

66

De volgende bepalingen zijn richtinggevend: • Samenhangend ensemble van individuele bouwvolumes met een onderscheidende signatuur; • Vrijstaande woningen of 2-onder-1 kapwoningen, incidenteel afgewisseld met korte rijen; • Dichtheid: 10-20 woningen/hectare; • Bebouwing is gegroepeerd en oriënteert zich op een centraal gesitueerd gemeenschappelijk erf; • Rooilijn naar omgeving is vrij, minimaal 5 meter uit de uitgiftegrens ; • Rooilijn op het gemeenschappelijk erf mag direct in de erfgrens worden gesitueerd; • Bebouwing is afwisselend van korrelgrootte en karakter, van modern tot traditioneel; • Bouwhoogte: 1-1½ bouwlaag met kap, incidenteel 2 lagen met kap toegestaan; • Kappen: zadeldaken en mansarde kappen, overwegend in langsrichting georiënteerd; • Hoek van de kap: 35-45 graden;

• • • • • • •

Materiaal en kleurgebruik: is onderscheidend, of sluit aan bij sfeer en uitstraling van de oorspronkelijke agrarische bebouwing; Bijgebouwen zijn ondergeschikt aan het hoofdgebouw, staan in principe los en hebben een kap; Op grens met landschap is bebouwing structureel omzoomd met landschappelijk groen; Deze groene zoom beslaat 15-20 % van het oppervlak van het bouwveld en is vrij van bebouwing; De erfafscheiding op de grens met het landschap bestaat uit een greppel; De grens tussen de individuele buitenruimten wordt niet strikt gedefinieerd, maar hoofdzakelijk met struiken, bomen en hagen vormgegeven; Indien de kavels rond een gezamenlijk erf zijn gesitueerd wordt het parkeren in principe opgelost in gebouwde vorm, bijvoorbeeld in een parkeerschuur. bebouwing is gegroepeerd rond gemeenschappelijk erf

gebouwde parkeeroplossing

openbare route verbindt Nuenen-West met Dommeldal rooilijn ≥ 5m zadeldaken en mansardekappen

samenhangend ensemble

greppel als erfafscheiding met het landschap 67

landschappelijk groen omzoomd bebouwing

Merktekens De merktekens moeten worden opgevat als beeldbepalende gebouwen of stedenbouwkundige specials. Op plekken die in het zicht vallen, dragen grotere en/of bijzondere gebouwen bij aan de verrijking van het dorpsensemble. In het plan zijn daarvoor een aantal uiteenlopende plekken gereserveerd. In de parken is het streven er op gericht om in het verlengde van de zichtassen blikvangers te realiseren. Daar presenteert de bebouwing zich met extra bouwhoogte, of met een grote gedraaide kap, met bijzondere architectonische elementen of een open verhoogde plint waar eventueel een bijzondere functie in is ondergebracht. Langs de dorpslaan zijn op belangrijke kruisingen markeringen geprojecteerd die de ontmoeting van verschillende ruimtelijke dragers benadrukken. Hier is de bebouwing 3 lagen hoog, of aan de bebouwing zijn bijzondere architectonische elementen toegevoegd. Te denken valt aan een markante kapvorm, afwijkend materiaalgebruik, overhoekse elementen als een erker of een bijzonder opvallende schoorsteen. Aan de plaetsen is het streven er op gericht om met accenten een verbijzondering in de bebouwing te realiseren, bijvoorbeeld door een vergroting van het volume door een opgetrokken plint, of een afwijkende vormgeving. Als de gelegenheid zich aandient kan er in deze bebouwing naast wonen ook een andere functie worden ondergebracht.

Daarbij kan worden gedacht aan aanhuisgebonden bedrijfsmatige activiteiten als een zorgpraktijk of een crèche, een kiosk of een kleine horecavoorziening.

blikvanger markering accent school

De vorm van de grotere gebouwen kan zijn afgeleid van karakteristieke gebouwen die vaak in en om dorpen voorkomen, zoals het landhuis, de dorpsschool en het klooster.

accent

markering 68

blikvanger

accent

Archetypen Met een gedoseerde toepassing van de archetypen uit het Nuenens DNA wordt de nieuwe wijk op een speelse manier aan de dorpsindentiteit van Nuenen verankerd. Om dit te borgen in het plan wordt op een aantal beeldbepalende plekken gevraagd de bouwsels welhaast letterlijk als representanten van de archetypen uit te werken. Voor toepassing van de fabrikantenvilla zijn langs de dorpslaan, in zichtlijnen parallel of haaks hierop een vijftal locaties aangewezen. Door het voorname karakter van de fabrikantenvilla wordt met de introductie van dit type langs de dorpslaan de statige sfeer hiervan extra benadrukt. Voor toepassing van de langgevelboerderij zijn langs de oorspronkelijke linten, verspreid door het plan, op markante hoeken een tiental locaties aangewezen. De langgevelboerderij wordt van origine aangetroffen langs dergelijke rurale landwegen. Met de herhaling van dit type in nieuwbouw wordt het landelijke karakter van de linten extra benadrukt. Voor de toepassing van de dorpswoning zijn een zestal hoven in de ‘dorpse buurten’ aangewezen. De rijen dorpswoningen lenen zich bij uitstek om deze hoven qua architectonische uitstraling te verbijzonderen en als herkenbare eenheden met een eigen sfeer en identiteit uit te voeren. De locaties op de kaart zijn vooralsnog indicatief.

Bij de uitwerking van de stedenbouwkundige deelplannen moet hier verder uitwerking aan worden gegeven.

fabrikantenvilla langgevelboerderij dorpswoningen

Voor de uitwerking van de archetypen zijn de kenmerken als ontleed in de analyse van het Nuenens DNA onder paragraaf 3.4.1 van deze rapportage richtinggevend.

fabrikantenvilla

langgevelboerderij 69

dorpswoning

Moderne architectuur Om de diversiteit van het beoogde dorps-landelijke beeld nog eens extra te verrijken is het voorstelbaar om in afwijking van de traditionele architectuur incidenteel en op een daartoe geschikte plek ook een woning of gebouw in moderne architectuur te realiseren. Geen kubistische architectuur maar een moderne vertaalslag van het heersende idioom voor Nuenen West. Bijvoorbeeld een hypermoderne variant op de langgevelboerderij met een heldere vormentaal, uitgevoerd in hedendaagse materialen. Met name vrijstaande woningen lenen zich hier bij uitstek voor. Ook de hotspots en accenten zijn geschikt om uit te werken in moderne architectuur. Zij liggen vaak op markante plekken en kunnen zo het karakter van de plek versterken. De volgende bepalingen zijn richtinggevend: • Alle panden hebben een kap; • De volumes laten zich lezen als monoliet; • De gevelindeling is helder en evenwichtig; • Gevelopeningen zijn staand en horizontaal gelijnd; • Materiaal en kleurgebruik: is onderscheidend; • Erfafscheiding: aansluitend bij woonmilieu.

70

1.2.5 Individuele vrije kavels

Het realiseren van een eigen woning is een wens of droom van velen. In Nuenen West worden daarom circa 150 vrije kavels uitgegeven. Naast de bouw van individuele woningen is het op een aantal locaties ook mogelijk twee-onder-een-kapwoningen in eigen beheer te realiseren. Een aanmerkelijk deel van deze zelfbouwkavels zijn langs de landelijke linten geprojecteerd. Met het individuele karakter en de diversiteit in de architectonische uitstraling van de zelfbouwwoningen wordt optimaal invulling gegeven aan het oorspronkelijk rurale karakter van de linten. Waar echter langs het lint van uit een stedenbouwkundig perspectief behoefte is aan een geregisseerd bebouwingsaccent, zal de betreffende kavel projectmatig worden ingevuld. Voor het overige worden de zelfbouwkavels gelijkmatig verspreid over het plangebied. Bij de uitwerking van de stedenbouwkundige deelplannen moet hier verder uitwerking aan worden gegeven. Qua beeldkwaliteit wordt er onverkort van uitgegaan dat de zelfbouwwoningen zich naadloos voegen in de heersende beeldsystematiek als beschreven in onderhavig document. Om hieraan nader sturing te geven wordt per uit te geven kavel een kavelpaspoort opgesteld.

Dit paspoort omvat regels over volume, kap, positie en oriëntatie, aangevuld met een samenvatting van de voor de betreffende kavel relevante spelregels ten aanzien van de architectonische uitstraling, ter inspiratie geïllustreerd met referentiebeelden.

71

1.3

Openbare ruimte

1.3.1 Ruimtelijke dragers

Europalaan Als entree van Nuenen West is de Europalaan de belangrijkste drager. Dit komt tot uiting in de verkeerstechnische indeling van het profiel en de vier rijen Eiken die de weg begeleiden. De Europalaan verbindt het centrum van Nuenen met Eindhoven-Woensel. Daartoe is centraal in het profiel een asfaltbaan met twee rijstroken opgenomen, aan beide zijden geflankeerd door een rijstrook voor de bus in asfaltbeton. De bebouwing aan weerzijden wordt ontsloten met eenrichtings ventwegen in gebakken klinkers, geflankeerd met een strook voor langsparkeren op het niveau van de straat. Het fietsverkeer tussen Nuenen en Eindhoven wordt eveneens over deze ventwegen geleid. Het trottoir is voorlangs de woningen geprojecteerd. Brede grasstroken scheiden de verschillende segmenten in het profiel. Voor de afwatering van overtollig regenwater is parallel aan het trottoir in de grasstrook een greppel opgenomen. De erfafscheiding is een stoep met eventueel een hekwerk of een laag muurtje. Aansluitingen met andere wegen zijn vormgegeven als ovonde. De toegestane snelheid bedraagt hier 50 km/uur.

De hoofdstructuur van de openbare ruimte van Nuenen West wordt gevormd door de ruimtelijke dragers van het plan. In volgorde van belangrijkheid zijn dat; de Europalaan, de dorpslaan, de linten en de Opwettenseweg. Daarnaast maken ook de parken en plaetsen hier deel van uit. Van een nevengeschikte orde zijn de woonpaden of erven die de woningen ontsluiten in de verschillende bouwvelden, respectievelijk in de ‘landelijke buitens’ en de ‘dorpse buurten’. Met een duidelijke differentiatie van de inrichting van de verschillende bestanddelen van de openbare ruimte wordt de onderlinge hiërarchie bepaald. De toepassing van groen speelt daarbij een cruciale rol.

Profiel Europalaan 72

Dorpslaan De dorpslaan is in de hiërarchie van de tweede orde. Dit komt tot uiting in de breedte van het profiel en de twee rijen Linden die de weg begeleiden. De dorpslaan vormt de hoofdontsluiting die dwars door de wijk de verschillende plandelen en buurten verbindt. Daartoe kent het profiel een riante rijloper met twee rijstroken in gebakken klinkers, aan de oostzijde geflankeerd met een strook voor langsparkeren op het niveau van de straat. Het fietsverkeer wordt hier op de rijbaan afgewikkeld. Het trottoir is voorlangs de woningen geprojecteerd. Brede grasstroken scheiden de trottoirs van het rijweg gedeelte. Voor de afwatering van overtollig regenwater is parallel aan de rijbaan in de grasstrook aan de westzijde een greppel opgenomen. De erfafscheiding is een laag muurtje met erachter een haag van 0,80 m hoog. De toegestane snelheid bedraagt hier 30 km/uur.

Profiel Dorpslaan 73

Linten De linten zijn de aanwezige landweggetjes die dwars door het plangebied lopen (Bakerste Landweg, Dubbestraat) en de weggetjes die de rand van het plangebied markeren (Boord, Vorsterdijk, Wettenseind). Met hun rurale karakter bepalen de linten voor een groot deel de identiteit van de nieuwe wijk. Dit wordt bestendigd door de oorspronkelijke inrichting te behouden en daarop voort te borduren. Over het algemeen omvatten de bestaande profielen een smalle rijloper in asfalt, afgestrooid met split, hier en daar begrensd door een rabatstrook en/of grasstenen. Ter weerszijden wordt de verharding geflankeerd door grasbermen, in een onregelmatig patroon beplant met bomen en/of opgaande heesters. Het parkeren vindt plaats half op straat, half in de berm op grasstenen. Voor de afwatering van overtollig regenwater zijn bezijden de grasbermen greppels opgenomen. De erfafscheiding is overwegend een haag variërend in hoogte van 0,80-1,80 m. De linten zijn nadrukkelijk verkeersluw. Het accent ligt hier op het gebruik door de fietser, met medegebruik van automobilisten die er woonachtig zijn. De toegestane snelheid bedraagt hier 30 km/uur.

Profiel linten 74

Opwettenseweg De Opwettenseweg heeft als fietsstraat een bijzondere positie in de hiërarchie. Als onderdeel van een snelfietsroute tussen Nuenen en Eindhoven staat de Opwettenseweg binnen de hoofdstructuur enigszins op zichzelf. Dit komt doordat de omliggende woonbuurten er voor gemotoriseerd verkeer niet op zijn aangesloten en de uitritten van aanpalende woningen zoveel als mogelijk op zij- en achterstraten worden afgewikkeld. De uitzonderingspositie wordt onderstreept door het groene karakter van het profiel met grasbermen en een dubbele rij bomen. Daarnaast is de rijloper conform de uitgangspunten voor de inrichting van een fietsstraat geasfalteerd. Voor de bereikbaarheid van de woningen voor voetgangers voorziet het profiel slechts aan één zijde in een trottoir voorlangs de woningen. Voor bezoekersparkeren kunnen in de grasstrook tussen het trottoir en de loper voor de fiets incidenteel grasstenen worden aangebracht. Het overtollige regenwater wordt via kolken afgevoerd. De erfafscheiding is overwegend een haag variërend in hoogte van 0,80-1,20 m.

Profiel Opwettenseweg 75

1.3.2 Parken en plaetsen Parken De parken zijn overwegend gesitueerd in het landelijke deel van de proefverkaveling en trekken als het ware het landschap de woonwijk in. Andersom functioneren ze als doorlaat bij de afvoer van het overtollige regenwater richting het Dommeldal en de Kleine Dommel. Door de ruime opzet en de grote bomen bieden de parken een aangename verblijfplaats. Een plek waar je graag een rondje wandelt en waar je de seizoenen van het jaar kan beleven. Door de positie in het plangebied, door een andere programmering van de gebruiks- en speelmogelijkheden en met de toepassing van verschillende kunstobjecten heeft ieder park zijn eigen karakter. Een park kan dienen als speelvoorziening voor kinderen van 4-8 jaar en 8-12 jaar en pubers van 12-16 jaar. Daarnaast lenen de parken zich bij uitstek om er allerlei wijkactiviteiten en evenementen te organiseren.

Plaetsen Elke buurt heeft in het middelpunt een eigen ontmoetingsruimte. Deze ruimten bieden voor de kleine kinderen uiteenlopende mogelijkheden om in een beschutte omgeving te spelen. Daarnaast bieden deze plekken ruimte om er buurtactiviteiten te organiseren, zoals een BBQ. Door de positie in het plangebied, door een andere programmering van de gebruiks- en speelmogelijkheden en met de toepassing van verschillende uitgesproken en markante boomsoorten heeft iedere plek zijn eigen karakter. De verschillende plaetsen zijn onderling met elkaar verbonden door informele routes voor langzaam verkeer als steegjes en doorsteken. Dit biedt aan kinderen alternatieve en veilige routes en bevordert een meer informeel gebruik. Een plaets kan dienen als speelvoorziening voor de jongere kinderen (0-4 jaar en 4-8 jaar).

(De indeling en inrichting van de parken zullen worden uitgewerkt in een nog nader op te stellen inrichtingsplan voor de openbare ruimte.)

(De indeling en inrichting van de plaetsen zullen worden uitgewerkt in een nog nader op te stellen inrichtingsplan voor de openbare ruimte.)

Sfeerbeelden parken

Sfeerbeelden plaetsen 76

1.3.3 Woonmilieus

Erven De ‘dorpse buurten’ kunnen worden gekarakteriseerd als compact en gestructureerd. Dit wordt in de inrichting van de openbare ruimte onderstreept door een min of meer functionele indeling van het straatprofiel met een overwegend stenige uitstraling. In de straat krijgt ieder gebruik zijn eigen plek. Dit wordt ondersteund door aan iedere vorm van gebruik een herkenbaar bestratingsverband met bijpassend steenformaat toe te kennen. Keperverband en keiformaat voor de rijloper, elleboogverband en dikformaat voor parkeren en halfsteensverband en waalformaat voor lopen. Daarnaast worden de overgangen tussen de verschillende vormen van gebruik nadrukkelijk gemarkeerd door de toepassing van molgoten, opsluitbanden en waar nodig ‘kantige’ niveauverschillen. Door deze principes op een welhaast ambachtelijke wijze toe te passen wordt de identiteit van de ‘dorpse buurten’ het best benadrukt. De erfafscheiding varieert van een hekwerk of een laag muurtje bij een smalle stoep tot een 0,80 m hoge haag bij wat diepere voortuinen. Daar waar de ruimte is en de stedenbouwkundige situatie het toelaat, staat incidenteel een boom in de straat. Het parkeren vindt plaats in langsparkeerstroken parallel aan en op het niveau van de straat. Als de parkeerbehoefte groot is dan kunnen incidenteel haakse parkeervakken worden toegepast.

Voor voetgangers wordt, daar waar de ruimte is aan één zijde van de straat een trottoir aangeboden. In smallere situaties wordt voetgangers een rabatstrook aangeboden op het niveau van de straat. Het regenwater wordt via molgoten en straatkolken afgevoerd naar een ondergronds hemelwaterafvoersysteem.

Van een nevengeschikte orde zijn de woonpaden of erven die de woningen ontsluiten in de verschillende bouwvelden. De beide woonmilieus ontlenen hun identiteit, naast een verschil in dichtheden en de spelregels voor de architectuur, voornamelijk aan het karakter en de detaillering van de inrichting van deze woonpaden en/of erven. Voor beide woonmilieus is dan ook een onderscheidend normaalprofiel ontworpen, waarop naar gelang de stedenbouwkundige situatie kan worden gevarieerd. Paden De ‘landelijke buitens’ kunnen worden gekarakteriseerd als ruim en ongedwongen. Dit wordt in de inrichting van de openbare ruimte onderstreept door een min of meer informele indeling van het straatprofiel met een overwegend groene uitstraling. De straat bestaat slechts uit een bestratingsvlak voor zowel rijden als lopen, aan weerszijden geflankeerd met grasbermen met bomen. De erfafscheiding is een haag die in hoogte varieert van 0,80-1,20 m. Bestrating en bermen lopen zonder hoogteverschil vloeiend in elkaar over. Het bestratingsvlak bestaat uit een rijloper in klinkers van keiformaat in keperverband, aan weerszijden begrensd door rabatsroken in klinkers van dikformaat in halfsteensverband. Het (bezoekers-) parkeren vindt plaats half op straat, half in de berm. Daartoe zijn aan één zijde van de rijloper in de berm grasstenen aangebracht.

Het regenwater kan inzijgen in de grasbermen die daartoe met een lichte holling in het maaiveldverloop worden geprofileerd.

Principe profiel woonpad

Principe profiel woonerf 77

1.3.4 Parkeren

Parkeerhoven Private parkeerhoven worden afgeschermd van de openbare ruimte, bijvoorbeeld door een aan- of bijgebouw of door een tuinmuur of haag. Daar waar deze ruimten grenzen aan zij- of achtertuinen is het van belang om ook op deze plekken de belevingskwaliteit te optimaliseren, bijvoorbeeld door de erfafscheidingen zoveel mogelijk met groen te laten begroeien.

Voor de beide woonmilieus worden in de openbare ruimte voor het bezoekersparkeren passende parkeeroplossingen aangereikt. In de ‘landelijke buitens’ is door de lagere bebouwingsdichtheid de parkeerdruk op de openbare ruimte gering. Hier vindt het parkeren op een informele wijze plaats, half op de straat half in de berm. Daartoe zijn aan één zijde van de rijloper in de berm grasstenen aangebracht. De inritten naar de kavels die de grasbermen doorsnijden worden eveneens in grasstenen uitgevoerd. Op die manier blijft het informele en groene beeld intact. In de ‘dorpse buurten’ is door de hogere bebouwingsdichtheid de parkeerdruk op de openbare ruimte hoger. Hier vindt het bezoekersparkeren in principe plaats op langsparkeerstroken parallel aan en op niveau van de straat. Als de parkeerbehoefte groot is dan kunnen in de woonstraten incidenteel haakse parkeervakken worden toegepast, bij voorkeur geclusterd en op de koppen van bouwblokken. De parkeervakken worden uitgevoerd in klinkers van dikformaat in elleboogverband. Om de geparkeerde auto’s in de openbare ruimte zo veel mogelijk te camoufleren worden in de parkeerstroken en langs de vakken op een werkbare afstand bomen aangebracht.

Bijgebouw schermt parkeerhof af

Haag schermt parkeerhof af

Begroeide erfafscheiding

Haag als erfafscheiding Bron: JenG

78

1.3.5 Sporten & spelen

Gemeente Nuenen heeft de ambitie spelen en bewegen voor alle leeftijden te faciliteren. Een aantrekkelijke, afwisselende en uitdagende omgeving is daarvoor de basis. Daar wordt met de inrichting van de openbare ruimte op ingespeeld. Om het sporten te stimuleren en te initieren dat de bewoners ook het buitengebied exploreren, wordt een ‘Finse piste’ geïntroduceerd. Een ‘Finse piste’ is een speciaal parcours met een verende bovenlaag van houtschors om het loopcomfort te verbeteren. Het is de intentie een route te maken die zowel door de wijk loopt als door het dommeldal. De indicatieve route is zo door het plan geprojecteerd, dat verschillende Hotspots en parken worden aangedaan. Op die manier dringt de sfeer van het Dommeldal ver het plangebied in. Daarnaast bieden de parken met hun grote maat en schaal ruimschoots de gelegenheid voor sportbeoefening, zoals balspelen of bootcamp bijeenkomsten. Voor dergelijke activiteiten zijn geen speciale voorzieningen nodig. Voor de ontwikkeling van kinderen is het belangrijk dat er in Nuenen West voldoende speelmogelijkheden zijn. Omdat iedere leeftijdsgroep haar eigen speelwensen heeft en haar eigen plek nodig heeft om te spelen, wordt hier onderscheidt gemaakt in speelvoorzieningen voor kinderen van 0-4 jaar, 4-8 jaar en 8-12 jaar. Naar verwachting zullen de kinderen van 0-4 jaar voornamelijk spelen op de plaetsen dicht bij huis.

Voor de leeftijdsgroepen 4-8 jaar en 8-12 jaar worden in de parken plekken gemaakt die speciaal voor hen zijn ingericht om te spelen. Met de verdeling van de speelplekken over de wijk wordt qua afstanden ingespeeld op de actieradius van de verschillende leeftijdsgroepen. Dit sluit aan bij het beleid van gemeente Nuenen. Daarnaast zijn de speelplekken via informele paden en structuren door de openbare ruimte goed bereikbaar en met elkaar verbonden. (De indeling en inrichting van de speelplekken en aanleidingen zullen worden uitgewerkt in een nog nader op te stellen inrichtingsplan voor de openbare ruimte.)

0-4 jaar 4-8 jaar 8-12 jaar indicatie Finse piste informele routes

Sporten en spelen 79

Speelplekken 0-4 jaar speelcirkel met een straal van 150 m

Speelplekken 4-8 jaar speelcirkel met een straal van 400 m

80

Speelplekken 8-12 jaar speelcirkel met een straal van 1000 m

81

B

2. TOETSKADER Naast de bepalingen die voortvloeien uit de regiems voor de uiteenlopende componenten van het ruimtelijk raamwerk worden onderstaand voor diverse overkoepelende thema’s die mede bepalend zijn voor de kwaliteit van de belevingswaarde in Nuenen West aanvullende bepalingen voorgeschreven.

BEELDREGIE 83

2.1

Nuenens DNA Kappen

Gevraagd wordt voor de (woon-) bebouwing een hedendaags en onderscheidend architectuurbeeld te creëren dat is gebaseerd op dorps- en streekeigen kenmerken, het Nuenens DNA. Om dit te bereiken is onderstaand een beknopt overzicht gegeven van de belangrijkste kenmerken en elementen uit het Nuenens DNA en hoe en waar die bij de uitwerking van de (woon-) bebouwing moeten worden toegepast. De architecten die hier mee verder gaan worden uitgedaagd om met deze ingrediënten te komen tot een eigentijdse vertaling van het Nuenens DNA, die kan worden opgevat als karakteristiek voor Nuenen West. In dat licht moet dit overzicht worden gelezen als een inspirerend en richtinggevend instrument, waaruit, binnen grenzen, vrijelijk kan worden geput om een voor Nuenen West herkenbare architectuurstijl te ontwikkelen.

• • • •

84

alle woningen hebben een kap hellingshoek tussen de 35 ͦen 55 ͦ overwegend zadeldaken overwegend in de langsrichting

Dakkapellen

Beëindiging dakvlakken

• • •

dakvlak steekt niet of nauwelijks over of wordt begrensd door het gevelvlak bij uitzondering zijn beperkte dakoverstekken toegestaan kopgevel wordt afgewerkt met een bijzonder metselverband en/of ander materiaal

• • •

85

de dakkapel aan de voorzijde speelt een ondergeschikte rol in het gevelbeeld en is kleinschalig van karakter de dakkapellen zijn smaller of even breed als onderliggende gevelopeningen één type dakkapel voor het hele dak

Goten

Entrees

• • • •

•

dakgoten zijn ingetogen of prominent vormgegeven dakgoten steken uit ten opzichte van de hoofdmassa bij enkele van de woningen markeren bijzondere metselverbanden de goot bij enkele van de woningen wordt de dakgoot ondersteund door gootklossen

86

alle entrees worden benadrukt met een kader of een bovenlicht

Gevelopeningen

Lateien

• • • • •

• • •

alle gevelopeningen zijn staand en horizontaal gelijnd gevelopeningen zijn tevens vertikaal gelijnd hoger gelegen gevelopeningen zijn kleiner of even groot als in de begane grond alle ramen in de voorgevel hebben een roedeverdeling de roedeverdeling is voor alle ramen in hetzelfde gevelvlak gelijk

87

alle gevelopeningen in de voorgevel zijn bekroond met een latei of rollaag lateien worden uitgevoerd in afwijkende materialen rollagen zijn uitgevoerd in bijzondere metselverbanden

Plinten

Luiken

• • • •

• • •

een deel van de panden heeft een plint plinten rondom kleur- en of materiaalgebruik wijkt af van die van de hoofdmassa hoogte tot maximaal aan de onderzijde van het raam

88

enkele van de woningen hebben luiken de luiken hebben een werkende breedte en zijn in principe bruikbaar luiken zijn donker van kleur

Erkers

Brandmuren

• • • •

•

de erker benadrukt de overhoekse oriëntatie de erker is onderdeel van de totale gevelcompositie de erkers hebben grote raampartijen met een vertikale geleding de roedeverdeling is in overeenstemming met overige kozijnen

• •

89

verschil in kleur- en materiaalgebruik van aangrenzende gevels worden opgevangen met brandmuren verschillende hellingen van aangrenzende daken worden opgevangen met brandmuren verspringingen in rooilijnen en bouwhoogten kunnen worden opgevangen met brandmuren

2.2

Dichtheid

In het plan is het programma verdeeld in vier dichtheden met bandbreedtes: • Landelijk wonen 18-24 woningen per hectare; • Dorps wonen 30-35 woningen per hectare; • Linten 10-20 woningen per hectare; • Europalaan 35-50 woningen per hectare. De bandbreedtes laten de ruimte om met toepassing van verschillende woningtypen en woonproducten voor ieder woonblok in het plan tot een optimalisatie van de verkaveling te komen. Op die manier zou het gewenste aantal woningen van 1.575 in totaal op een vanzelfsprekende manier in de stedenbouwkundige hoofdopzet moeten kunnen worden ingepast. Voor de dorpslaan geldt aan weerszijden een dichtheid van 30-35 woningen per hectare. Ook daar waar de dorpslaan grenst aan het landelijk wonen.

Europalaan dorpslaan landelijke linten dorpse buurten landelijke buitens

Dichtheden 90

2.3

Bouwhoogte

De hoogte van de bebouwing varieert per drager en woonmilieu. Aan de Europalaan, die een stedelijk karakter heeft is de bebouwing 2 tot 3 lagen hoog met kap, met incidenteel een accent van 4 lagen met kap. Langs de dorpslaan is de bebouwing overwegend 2 lagen hoog met kap. Af en toe staat er een vrijstaande woning tussen van 3 lagen met kap. Bij de linten is de bebouwing overwegend 1-1,5 laag met kap met een enkele keer een woning van 2 lagen met kap. Aan de overige straten is, met uitzondering van de stedenbouwkundige accenten, de hoogte maximaal 2 lagen met een kap. In de ‘dorpse buurten’ zal de bebouwing voor het merendeel 2 lagen hoog zijn met een kap. In de ‘landelijk buitens’ wordt daarentegen meer bebouwing van 1-1,5 laag met kap aangetroffen Om op termijn te kunnen voorzien in de woonbehoefte van 1 en 2 persoonshuishoudens en de vraag naar zorgwoningen, zijn op de kaart tevens een aantal zoekgebieden gemarkeerd, waar gestapeld bouwen tot bouwhoogten van 4 lagen met een kap denkbaar is.

zoekgebied gestapeld bouwen 2-3 lagen met kap, incidenteel 4 lagen met kap 2 bouwlagen met kap, accentbebouwing in 3 lagen met kap toegestaan 1-1½ laag met kap, maximaal 20% 2 lagen met kap 1-2 lagen met kap, accentbebouwing in 3-4 lagen met kap toegestaan 1-2 lagen met kap, waarvan minimaal 20 % 1-1,5 laag met kap

91

2.4

Kapvorm

Een dorpse sfeer gaat gepaard met kappen. Om die reden krijgt alle bebouwing een kap, een uitzondering daargelaten. De hoofdmoot betreft zadeldaken, zowel symmetrisch als asymmetrisch. Incidenteel zijn als bebouwingsaccent schilddaken of mansardedaken toegestaan. De hellingshoek van het dak mag variëren tussen 35-55 graden. Daar waar verschillende hellingshoeken elkaar raken wordt dit opgevangen met een brandmuur. Ter bevordering van de diversiteit worden gedraaide kappen gestimuleerd. Bijvoorbeeld door de kap als geheel een kwart slag te draaien of door binnen het bouwvolume een gedraaide kap toe te passen. Langs de ruimtelijke dragers zijn kappen overwegend parallel aan de weg geschakeld. Bij accentbebouwing op kruispunten van wegen en in zichtassen kan hiervan worden afgeweken. Voor het overige woonweefsel is diversiteit het leidmotief. Dit biedt de mogelijkheid om specifieke situaties al of niet te accentueren met een gedraaide kap. Over het algemeen is de afwisseling in het dorpse deel groter dan in het landelijke deel.

overwegend in langsrichting, dwarskap ondergeschikt aan hoofdmassa toegestaan overwegend in langsrichting, dwarskap op zichtlocaties toegestaan overwegend in langsrichting, incidenteel een gedraaide kap overwegend in langsrichting afgewisseld met veel dwarskappen overwegend in langsrichting, dwarskap als accent incidenteel toegestaan

Kapvormen 92

2.5

Rooilijn

De rooilijn wordt bepaald door de formele, dan wel informele sfeer van de openbare ruimte. Bij de Europalaan staat de bebouwing parallel aan de as van de weg, overwegend in één rooilijn. De bebouwing mag ter bevordering van het individuele karakter van de bebouwing, met kleine rooilijnverschillen naar voren of naar achteren springen. De bebouwing is hier zoveel mogelijk aaneengesloten en de zijdelingse afstand tussen de bebouwing is minimaal. Hierdoor fungeert de bebouwingswand als geluidscherm. De dorpslaan heeft een formeel en groen karakter. De bebouwing begeleidt de weg. De bebouwing staat daarom in een strakke rooilijn evenwijdig aan de as van de weg, met voortuinen van 3 meter diep. De onderlinge afstand tussen de woningen is beperkt. De landelijke linten zijn informeler van karakter en hebben passend hierbij een wisselende rooilijn, waardoor voortuinen in wisselende diepte ontstaan, maar minimaal 3 meter diep zijn. De kleine korrel van hoofdzakelijk vrijstaande woningen en twee-onder-éénkapwoningen zorgt voor transparantie tussen de bebouwing. Langs de parken is de rooilijn wisselend. De plaetsen hebben ieder hun eigen karakter. Aansluitend hierbij kan worden bepaald of de rooilijn strak is of verspringend en of de woningen een smalle stoep hebben of dat er voortuinen zijn.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16001532/1