Chw-bestemmingsplan 'Herijking Nuenen West' - Bijlage Regels gewijzigd (wijzigingen gemarkeerd)
Tekst van het document
de afstand van een gevel van een hoofdgebouw tot aan de achterperceelsgrens van een bestaande woning mag niet minder dan 3 meter bedragen; k. het aantal bouwlagen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - aantal bouwlagen
26
Regels (vastgesteld)
bestemmingsplan Herijking Nuenen West 1' mag niet minder dan 2 en niet meer dan 3 bedragen, met dien verstande dat: 1. gebouwen in dit aanduidingsvlak een maximale bouwhoogte van 12,5 meter hebben en voorzien mogen worden van een kap die niet geldt als bouwlaag; 2. in afwijking van het bepaalde in de aanhef, per aanduidingsvlak maximaal 20% van de gebouwen, waarop een aanvraag van een omgevingsvergunning betrekking heeft, als accentbebouwing mag worden gebouwd met een maximale bouwhoogte van 14 meter en bestaande uit maximaal 4 bouwlagen en een kap. l. het aantal bouwlagen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - aantal bouwlagen 2' bedraagt 2, met dien verstande dat: 1. gebouwen in dit aanduidingsvlak een maximale bouwhoogte van 11 meter hebben en voorzien mogen worden van een kap die niet geldt als bouwlaag; 2. in afwijking van het bepaalde in de aanhef, per aanduidingsvlak maximaal 20% van de gebouwen, waarop een aanvraag van een omgevingsvergunning betrekking heeft, als accentbebouwing mag worden gebouwd met een maximale bouwhoogte van 12,5 meter en bestaande uit maximaal 3 bouwlagen en een kap. m. het aantal bouwlagen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - aantal bouwlagen 3' mag niet minder dan 1 en niet meer dan 1,5 bedragen, met dien verstande dat: 1.
gebouwen in dit aanduidingsvlak een maximale bouwhoogte van 9 meter hebben en voorzien mogen worden van een kap die niet geldt als bouwlaag; 2. in afwijking van het bepaalde in de aanhef, per aanduidingsvlak maximaal 20% van de gebouwen, waarop een aanvraag van een omgevingsvergunning betrekking heeft, als accentbebouwing mag worden gebouwd met een maximale bouwhoogte van 11 meter en bestaande uit 2 bouwlagen en een kap. n. het aantal bouwlagen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - aantal bouwlagen 4' mag niet minder dan 1 en niet meer dan 2 bedragen, met dien verstande dat: 1. gebouwen in dit aanduidingsvlak, een maximale bouwhoogte van 11 meter hebben en voorzien mogen worden van een kap die niet geldt als bouwlaag; 2. in afwijking van het bepaalde in de aanhef, per aanduidingsvlak maximaal 20% van de gebouwen, waarop een aanvraag van een omgevingsvergunning betrekking heeft, als accentbebouwing mag worden gebouwd met een maximale bouwhoogte van 12,5 meter en bestaande uit 2 bouwlagen en een kap . o. het aantal bouwlagen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - aantal bouwlagen 5' mag niet minder dan 1 en niet meer dan 1,5 bedragen, met dien verstande dat: 1. gebouwen in dit aanduidingsvlak een maximale bouwhoogte van 9 meter hebben en voorzien mogen worden van een kap die niet geldt als bouwlaag; 2.
in afwijking van het bepaalde in de aanhef, per aanduidingsvlak minimaal 20% van de gebouwen uit 1 tot 1,5 bouwlaag en een kap moet bestaan. p. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - diepte 1' mag de diepte van een grondgebonden woning niet meer bedragen dan 15 meter; q. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - diepte 2' mag de diepte van een grondgebonden woning niet meer bedragen dan 18 meter; r. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - diepte 3' mag de diepte van een grondgebonden woning niet meer bedragen dan 25 meter; s. de diepte van een gebouw met gestapelde woningen mag niet meer bedragen dan 25 meter; t. ter plaatse van de figuur 'specifieke bouwaanduiding - gevellijn 1' dient het hoofdgebouw met de voorgevel in de voorste perceelsgrens en evenwijdig aan deze figuur gebouwd te worden, met dien verstande dat: 1. in afwijking van het bepaalde in de aanhef de afstand tussen de voorgevel en de voorste perceelsgrens maximaal 1,5 meter mag bedragen; 2. onderlinge verspringingen in de afstand van de voorgevel tot de voorste perceelsgrens minimaal 0,5 meter moeten bedragen. u. ter plaatse van de figuur 'specifieke bouwaanduiding - gevellijn 2' dient het hoofdgebouw 3 meter achter de voorste perceelsgrens en evenwijdig aan deze figuur gebouwd te worden; v.
ter plaatse van de figuur 'specifieke bouwaanduiding - gevellijn 3' dient het hoofdgebouw met de voorgevel ten minste drie meter achter de voorste perceelsgrens gebouwd te worden, met dien verstande dat:
Regels (vastgesteld)
27
bestemmingsplan Herijking Nuenen West
w.
x.
y.
z.
1. het hoofdgebouw niet evenwijdig aan de figuur 'specifieke bouwaanduiding - gevellijn 3' gebouwd hoeft te worden; 2. onderlinge verspringen in de afstand van de voorgevel tot de voorste perceelsgrens toegestaan zijn. ter plaatse van de figuur 'specifieke bouwaanduiding - gevellijn 4' dient het hoofdgebouw met de voorgevel minimaal 3 meter achter de voorste perceelsgrens en evenwijdig aan deze figuur gebouwd te worden; ter plaatse van de figuur 'specifieke bouwaanduiding - gevellijn 5' dient het hoofdgebouw met de voorgevel maximaal 3 meter achter de voorste perceelsgrens en evenwijdig aan deze figuur gebouwd te worden; bij de uitoefening van de bevoegdheid voor het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen gelden de volgende regels: 1. er moet sprake zijn van een evenwichtig kwalitatief woningaanbod als bedoeld in de beleidsregel 'kwalitatief woningprogramma' die onderdeel uitmaakt van de 'Beleidsregels Chw-bestemmingsplan Herijking Nuenen West; 2. er moet sprake zijn van een evenredige verdeling van kleinschalige andere functies in de gebieden met een redelijke leefomgevingskwaliteit als bedoeld in de beleidsregel 'kleinschalige andere functies' die onderdeel uitmaakt van de 'Beleidsregels Chw-bestemmingsplan Herijking Nuenen West'. de afstand van nieuwe woningen tot bestaande hoofdgebouwen bedraagt minimaal 5 meter.
7.2.3
Bijgebouwen, aanbouwen en uitbouwen
Voor het bouwen van bijgebouwen, aanbouwen, uitbouwen en overkappingen gelden de volgende regels: a. de bouw van aan- en uitbouwen voor de voorgevel van het hoofdgebouw is toegestaan mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: 1. de diepte van de aan- of uitbouw mag niet meer bedragen dan 1,50 meter; 2. de breedte van de aan- of uitbouw mag niet meer bedragen dan 2/3 van de breedte van de voorgevel van het hoofdgebouw. b. bijgebouwen, zijdelingse aan- en uitbouwen en zijdelingse overkappingen mogen uitsluitend op een afstand van 3,00 meter achter (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw worden gebouwd; c. de gezamenlijke oppervlakte van aan- en uitbouwen en bijgebouwen bij een hoofdgebouw bedraagt maximaal 60 m²; d. indien de oppervlakte van de gronden gelegen achter de achtergevel van het hoofdgebouw en het verlengde daarvan meer bedraagt dan 200 m2 mag, in afwijking van het bepaalde onder b. de genoemde oppervlakte van 60 m2 voor aan- en uitbouwen en bijgebouwen worden vermeerderd met 10% van deze overmaat tot een maximum van 120 m2; e. in aanvulling op het bepaalde onder b. en c. geldt voor de gronden gelegen achter de achtergevel van het hoofdgebouw en het verlengde daarvan dat minimaal 25 m2 onbebouwd dient te blijven; f. de goothoogte bedraagt maximaal 3,30 meter; g. de bouwhoogte bedraagt maximaal 6,50 meter; h.
vrijstaande bijgebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd met een kap; i. bijgebouwen mogen uitsluitend in het achtererfgebied gebouwd worden; j. ter plaatse van de aanduiding specifieke bouwaanduiding bijgebouwen - vrijstaand', mogen uitsluitend vrijstaande bijgebouwen met een kap gebouwd worden. 7.2.4
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van geluidwerende voorzieningen ter plaatse van de aanduiding 'Milieuzone' dan wel ten behoeve van woningen waarvoor krachtens artikel 20 een hogere waarde vastgesteld wordt, mag maximaal 3,00 meter bedragen; b. de hoogte van voorzieningen voor verlichting en verkeersgeleiding, voor zover noodzakelijk voor een veilige verkeersafwikkeling, mag maximaal 8,00 meter bedragen; c. de hoogte van een erfafscheiding, niet zijnde een geluidwerende voorziening als bedoeld onder a, in het voorerfgebied mag maximaal 1,20 meter bedragen; d. de hoogte van een erfafscheiding, niet zijnde een geluidwerende voorziening als bedoeld onder a, in
28
Regels (vastgesteld)
bestemmingsplan Herijking Nuenen West het achtererfgebied mag maximaal 2,00 meter bedragen, met dien verstande dat de hoogte van een erfafscheiding in het achtererfgebied in de zijdelingse perceelsgrens grenzend aan het openbaar toegankelijk gebied maximaal 1,80 meter mag bedragen. 7.2.5
Ruimtelijke kwaliteit
Bij de uitoefening van de bevoegdheid voor het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen gelden de volgende regels: a. de te bouwen woning voldoet aan het bepaalde ten aanzien van de kapvorm en de oriëntatie van de kap zoals bepaald in de beleidsregel 'stedenbouwkundige kwaliteit' die onderdeel uitmaakt van de 'Beleidsregels Chw-bestemmingsplan Herijking Nuenen West'; b. de te bouwen woning voldoet aan het bepaalde ten aanzien van de oriëntatie van de woning zoals bepaald in de beleidsregel 'stedenbouwkundige kwaliteit' die onderdeel uitmaakt van de 'Beleidsregels Chw-bestemmingsplan Herijking Nuenen West'. 7.3
Afwijken van de bouwregels
7.3.1
Hogere bouwhoogte woningen
Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 7.2.2, onder g, voor het bouwen tot een hoogte van maximaal 18,00 meter, voor zover het gebouw is gelegen in de aanduidingen 'gestapeld', ''aantal bouwlagen 1', 'aantal bouwlagen 2', 'aantal bouwlagen 3' en/of 'aantal bouwlagen 4'. 7.3.2
Hogere bouwhoogte geluidwerende voorzieningen
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 7.2.4, onder a voor het toestaan van een grotere bouwhoogte van een geluidwerende voorziening, met dien verstande dat: a. dit nodig is als maatregel om de geluidbelasting op een geluidgevoelig object terug te dringen; b. dit niet mag leiden tot een onevenredige aantasting van de verkeersontsluitings- en parkeersituatie ter plaatse; c. er bestaan geen bezwaren vanuit een verantwoorde stedenbouwkundige en landschappelijke inrichting en vormgeving; d. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de in de omgeving aanwezige architectonische en/of cultuurhistorische waarden; e. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken en de belangen van derden worden niet onevenredig geschaad. 7.4
Nadere eisen
Het college van burgemeester en wethouders kan nadere eisen stellen aan de plaats en/of afmeting van de bebouwing ten behoeve van: a. b. c. d. e. f.
een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; de verkeersveiligheid; de milieusituatie; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; de sociale veiligheid; externe veiligheid.
7.5
Specifieke gebruiksregels
7.5.1
Woningaantallen
1. Het totaal aantal nieuw te bouwen woningen in de bestemmingen 'Gemengd', 'Woongebied - 1, 'Woongebied - 2' en 'Woongebied - Uit te werken' mag niet meer bedragen dan 1.505. 2. Bij de nieuw te bouwen woningen De woningen als bedoeld onder 1 moeten in het totale programma voldoen aan de onderstaande onderverdeling in wooncategorieën: a. minimaal 25% van het onder 1 bedoelde aantal woningen moet een sociale koop- of huurwoning zijn, met dien verstande dat: in de bestemmingen 'Gemengd' en 'Woongebied - 1' minimaal 50% van het onder a bedoelde aantal woningen gerealiseerd moet worden;
Regels (vastgesteld)
29
bestemmingsplan Herijking Nuenen West in de bestemming 'Woongebied - 2' minimaal 25% van het onder a bedoelde aantal woningen gerealiseerd moet worden; in de bestemming 'Woongebied - Uit te werken' minimaal 25% van het onder a bedoelde aantal woningen gerealiseerd moet worden; indien in de bestemmingen 'Gemengd', 'Woongebied - 1', 'Woongebied - 2' en/of 'Woongebied - Uit te werken' meer sociale koop- of huurwoningen worden gerealiseerd dan bedoeld in sub a onder de eerste drie opsommingstekens, dit aantal in mindering mag worden gebracht op het aantal sociale huurwoningen in de overige hier genoemde bestemmingen. b. minimaal 9,56% van het onder 1 bedoelde aantal woningen moeten bouwkavels bestemd voor particulier opdrachtgeverschap zijn. 7.5.2
Strijdig gebruik
Onder gebruiken en/of het laten gebruiken in strijd met het bestemmingsplan wordt in ieder geval verstaan: a. het gebruik van (vrijstaande) bijgebouwen voor zelfstandige bewoning en afhankelijke woonruimte; b. het gebruik van ruimten binnen een woning en/of bijgebouwen voor de uitoefening van een publieksaantrekkende beroeps- of bedrijfsactiviteit aan huis; c. het gebruik van ruimten binnen een woning en/of bijgebouwen voor een andere functie dan wonen; d. het gebruik van gronden en bouwwerken als seksinrichting; e. het gebruik van gronden en bouwwerken voor recreatie; f. het gebruik van gronden voor de naar de weg gekeerde bouwgrens voor het stallen van voertuigen, caravans en dergelijke, anders dan op een oprit; g. het gebruik van gronden en bouwwerken voor evenementen; h. ontsluiting van het plangebied anders dan over een hoofdontsluitingsweg. 7.6
Afwijken van de gebruiksregels
7.6.1
Mantelzorg
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 7.5.2, voor het gebruik van een bijgebouw als een afhankelijke woonruimte, mits: a. een dergelijke bewoning noodzakelijk is vanuit een oogpunt van mantelzorg; b. er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van in het geding zijnde belangen waaronder die van omwonenden en bedrijven; c. de afhankelijke woonruimte wordt ingepast binnen de toegestane bijgebouwen, met een maximale bebouwde oppervlakte van 80 m²; d. de afhankelijke woonruimte wordt bewoond door maximaal 1 huishouden, dat bestaat uit maximaal 2 personen; e. de afhankelijke woonruimte voor maximaal 10 jaar als zodanig in gebruik mag zijn; f. gewaarborgd is dat het bevoegd gezag de omgevingsvergunning intrekt, indien de bij het verlenen van de omgevingsvergunning bestaande noodzaak vanuit een oogpunt van mantelzorg niet meer aanwezig is. 7.6.2
Publiekaantrekkende beroeps- of bedrijfsactiviteiten
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 7.5.2, voor het binnen een woning en/of bijgebouwen toestaan van een publieksaantrekkende beroepsof bedrijfsactiviteit aan huis, met dien verstande dat: a. maximaal 35% van het vloeroppervlak van de woning met inbegrip van gerealiseerde aan- en uitbouwen en bijgebouwen, met een maximum van 50 m² mag worden gebruikt voor publieksaantrekkende beroeps- of bedrijfsactiviteiten aan huis; b. degene die de activiteiten in de woning of het bijgebouw zal uitvoeren, dient tevens de bewoner van de woning te zijn; c. het gebruik niet mag leiden tot een onevenredige aantasting van de verkeersontsluitings- en parkeersituatie ter plaatse; d. de activiteit qua aard, omvang en uitstraling dient te passen in een woonomgeving; e. de activiteit niet vergunningplichtig mag zijn ingevolge de Wet milieubeheer; f. er geen detailhandel mag plaatsvinden, uitgezonderd een beperkte verkoop als ondergeschikte 30
Regels (vastgesteld)
bestemmingsplan Herijking Nuenen West activiteit en wel in verband met de activiteit. 7.6.3
Kleinschalige andere functies
Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 7.5.2 voor het toestaan van kleinschalige functies mits er sprake is van een evenredige verdeling van kleinschalige andere functies als bedoeld in de beleidsregel 'kleinschalige andere functies' die onderdeel uitmaakt van de 'Beleidsregels Chw-bestemmingsplan Herijking Nuenen West'.
Regels (vastgesteld)
31
bestemmingsplan Herijking Nuenen West
Artikel 8 8.1
Woongebied - 2
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Woongebied - 2' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen, waaronder begrepen zorgwoningen met gemeenschappelijke ruimten en wooneenheden; b. verkeers- en verblijfsdoeleinden in de vorm van (tijdelijke) bouwwegen, interne wegen, fiets- en voetpaden; c. ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'overige zone - knip' uitsluitend voor: 1. voorzieningen voor verkeer en verblijf die noodzakelijk zijn om het doorgaand gemotoriseerd verkeer te voorkomen; 2. gebruik van wegen en paden anders dan door gemotoriseerd verkeer. d. aan huis verbonden beroepen of bedrijven e. tuinen, paden, erven en erfafscheidingen; f. groenvoorzieningen; g. (ondergrondse) parkeervoorzieningen; h. speelvoorzieningen; i. nutsvoorzieningen, waaronder collectieve energievoorzieningen in de vorm van waterpompen; j. geluidwerende voorzieningen; k. waterhuishoudkundige voorzieningen, waaronder (ondergrondse) waterbergings- en infiltratievoorzieninge; één en ander met bijbehorende voorzieningen. 8.2
Bouwregels
8.2.1
Voorwaarden - fasering
Het is verboden een omgevingsvergunning voor het bouwen van nieuwe woningen te verlenen voor de gronden met de bestemming 'Woongebied - 2', alvorens: a. voor 90% van de woningen in de sociale sector, zoals bedoeld in lid 7.5.1, sub 2, onder a een omgevingsvergunning is verleend; b. voor 90% van alle woningen in de bestemming 'Woongebied - 1' zoals bedoeld in lid 7.5.1, sub 2, onder b en de beleidsregel 'kwalitatief woningprogramma' die onderdeel uitmaakt van de 'Beleidsregels Chw-bestemmingsplan Herijking Nuenen West' een omgevingsvergunning is verleend. 8.2.2
Algemeen
In of op deze gronden mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend worden gebouwd: a. b. c. d.
hoofdgebouwen; de daarbij behorende bijgebouwen, aanbouwen en uitbouwen; de daarbij behorende overkappingen; de daarbij behorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
8.2.3
Hoofdgebouwen
Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van nieuwe woningen moet ten minste 3,00 meter en mag niet meer dan 14,00 meter bedragen; b. het aantal woningen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - woningdichtheid 2' bedraagt minimaal 30 en maximaal 35 per hectare; c. het aantal woningen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - woningdichtheid 3' bedraagt minimaal 18 en maximaal 24 per hectare; d. het aantal woningen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - woningdichtheid 4' bedraagt minimaal 10 en maximaal 24 per hectare; e. gebouwen met gestapelde woningen zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'gestapeld'; f. de bouwhoogte van gebouwen met gestapelde woningen ter plaatse van de aanduiding 'gestapeld' mag niet meer bedragen dan 14,00 meter;
32
Regels (vastgesteld)
bestemmingsplan Herijking Nuenen West g. de afstand van vrijstaande woningen tot de zijdelingse perceelsgrenzen bedraagt minimaal 3,00 meter; h. de afstand van de zijgevels van het hoofdgebouw tot de zijdelingse perceelsgrens mag voor zover niet eeneengebouwd, aan de aaneengebouwde zijde niet minder dan 3,00 meter bedragen; i. de afstand van een gevel van een hoofdgebouw tot aan de achterperceelsgrens behorende bij een bestaande woning mag niet meer dan 3 meter bedragen; j. het aantal bouwlagen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - aantal bouwlagen 1' mag niet minder dan 2 en niet meer dan 3 bedragen, met dien verstande dat: 1. gebouwen in dit aanduidingsvlak een maximale bouwhoogte van 12,5 meter hebben en voorzien mogen worden van een kap die niet geldt als bouwlaag; 2. in afwijking van het bepaalde in de aanhef, per aanduidingsvlak maximaal 20% van de gebouwen, waarop een aanvraag van een omgevingsvergunning betrekking heeft, als accentbebouwing mag worden gebouwd met een maximale bouwhoogte van 14 meter en bestaande uit maximaal 4 bouwlagen en een kap.2. k. het aantal bouwlagen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - aantal bouwlagen 2' bedraagt 2, met dien verstande dat: 1. gebouwen in dit aanduidingsvlak een maximale bouwhoogte van 11 meter hebben en voorzien mogen worden van een kap die niet geldt als bouwlaag; 2.
in afwijking van het bepaalde in de aanhef, per aanduidingsvlak maximaal 20% van de gebouwen, waarop een aanvraag van een omgevingsvergunning betrekking heeft, als accentbebouwing mag worden gebouwd met een maximale bouwhoogte van 12,5 meter en bestaande uit maximaal 3 bouwlagen en een kap. l. het aantal bouwlagen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - aantal bouwlagen 3' mag niet minder dan 1 en niet meer dan 1,5 bedragen, met dien verstande dat: 1. gebouwen in dit aanduidingsvlak een maximale bouwhoogte van 9 meter hebben en voorzien mogen worden van een kap die niet geldt als bouwlaag; 2. in afwijking van het bepaalde in de aanhef, per aanduidingsvlak maximaal 20% van de gebouwen, waarop een aanvraag van een omgevingsvergunning betrekking heeft, als accentbebouwing mag worden gebouwd met een maximale bouwhoogte van 11 meter en bestaande uit 2 bouwlagen en een kap. m. het aantal bouwlagen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - aantal bouwlagen 4' mag niet minder dan 1 en niet meer dan 2 bedragen, met dien verstande dat: 1. gebouwen in dit aanduidingsvlak, een maximale bouwhoogte van 11 meter hebben en voorzien mogen worden van een kap die niet geldt als bouwlaag; 2.
in afwijking van het bepaalde in de aanhef, per aanduidingsvlak maximaal 20% van de gebouwen, waarop een aanvraag van een omgevingsvergunning betrekking heeft, als accentbebouwing mag worden gebouwd met een maximale bouwhoogte van 12,5 meter en bestaande uit 2 bouwlagen en een kap . n. het aantal bouwlagen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - aantal bouwlagen 5' mag niet minder dan 1 en niet meer dan 1,5 bedragen, met dien verstande dat: 1. gebouwen in dit aanduidingsvlak een maximale bouwhoogte van 9 meter hebben en voorzien mogen worden van een kap die niet geldt als bouwlaag; 2. in afwijking van het bepaalde in de aanhef, per aanduidingsvlak minimaal 20% van de gebouwen uit 1 tot 1,5 bouwlaag en een kap moet bestaan. o. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - diepte 1' mag de diepte van een grondgebonden woning niet meer bedragen dan 15 meter; p. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - diepte 2' mag de diepte van een grondgebonden woning niet meer bedragen dan 18 meter; q. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - diepte 3' mag de diepte van een grondgebonden woning niet meer bedragen dan 25 meter; r. de diepte van een gebouw met gestapelde woningen mag niet meer bedragen dan 25 meter; s.
ter plaatse van de figuur 'specifieke bouwaanduiding - gevellijn 2' dient het hoofdgebouw 3 meter achter de voorste perceelsgrens en evenwijdig aan deze figuur gebouwd te worden; t. ter plaatse van de figuur 'specifieke bouwaanduiding - gevellijn 3' dient het hoofdgebouw met de voorgevel ten minste drie meter achter de voorste perceelsgrens gebouwd te worden, met dien verstande dat:
Regels (vastgesteld)
33
bestemmingsplan Herijking Nuenen West 1. het hoofdgebouw niet evenwijdig aan de figuur 'specifieke bouwaanduiding - gevellijn 3' gebouwd hoeft te worden; 2. onderlinge verspringen in de afstand van de voorgevel tot de voorste perceelsgrens toegestaan zijn. u. ter plaatse van de figuur 'specifieke bouwaanduiding - gevellijn 4' dient het hoofdgebouw met de voorgevel minimaal 3 meter achter de voorste perceelsgrens en evenwijdig aan deze figuur gebouwd te worden; v. ter plaatse van de figuur specifieke bouwaanduiding - gevellijn 5' dient het hoofdgebouw met de voorgevel maximaal 3 meter achter de voorste perceelsgrens en evenwijdig aan deze figuur gebouwd te worden; w. bij de uitoefening van de bevoegdheid voor het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen gelden de volgende regels: 1. er moet sprake zijn van een evenwichtig kwalitatief woningaanbod als bedoeld in de beleidsregel 'kwalitatief woningprogramma' die onderdeel uitmaakt van de 'Beleidsregels Chw-bestemmingsplan Herijking Nuenen West; 2. er moet sprake zijn van een evenredige verdeling van kleinschalige andere functies in de gebieden met een redelijke leefomgevingskwaliteit als bedoeld in de beleidsregel 'kleinschalige andere functies' die onderdeel uitmaakt van de 'Beleidsregels Chw-bestemmingsplan Herijking Nuenen West'. x.
de afstand van nieuwe woningen tot bestaande hoofdgebouwen bedraagt minimaal 5 meter. 8.2.4
Bijgebouwen, aanbouwen en uitbouwen
Voor het bouwen van bijgebouwen, aanbouwen, uitbouwen en overkappingen gelden de volgende regels: a. de bouw van aan- en uitbouwen voor de voorgevel van het hoofdgebouw is toegestaan mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: 1. de diepte van de aan- of uitbouw mag niet meer bedragen dan 1,50 meter; 2. de breedte van de aan- of uitbouw mag niet meer bedragen dan 2/3 van de breedte van de voorgevel van het hoofdgebouw. b. bijgebouwen, zijdelingse aan- en uitbouwen en zijdelingse overkappingen mogen uitsluitend op een afstand van 3,00 meter achter (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw worden gebouwd; c. de gezamenlijke oppervlakte van aan- en uitbouwen en bijgebouwen bij een hoofdgebouw bedraagt maximaal 60 m²; d. indien de oppervlakte van de gronden gelegen achter de achtergevel van het hoofdgebouw en het verlengde daarvan meer bedraagt dan 200 m2 mag, in afwijking van het bepaalde onder b. de genoemde oppervlakte van 60 m2 voor aan- en uitbouwen en bijgebouwen worden vermeerderd met 10% van deze overmaat tot een maximum van 120 m2; e. in aanvulling op het bepaalde onder b. en c. geldt voor de gronden gelegen achter de achtergevel van het hoofdgebouw en het verlengde daarvan dat minimaal 25 m2 onbebouwd dient te blijven; f. de goothoogte bedraagt maximaal 3,30 meter; g. de bouwhoogte bedraagt maximaal 6,50 meter; h.
vrijstaande bijgebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd met een kap; i. bijgebouwen mogen uitsluitend in het achtererfgebied gebouwd worden; j. ter plaatse van de aanduiding specifieke bouwaanduiding bijgebouwen - vrijstaand', mogen uitsluitend vrijstaande bijgebouwen met een kap gebouwd worden. 8.2.5
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van geluidwerende voorzieningen ter plaatse van de aanduiding 'Milieuzone' dan wel ten behoeve van woningen waarvoor krachtens artikel 20 een hogere waarde vastgesteld wordt, mag maximaal 3,00 meter bedragen; b. de hoogte van voorzieningen voor verlichting en verkeersgeleiding, voor zover noodzakelijk voor een veilige verkeersafwikkeling, mag maximaal 8,00 meter bedragen; c. de hoogte van een erfafscheiding, niet zijnde een geluidwerende voorziening als bedoeld onder a, in het voorerfgebied mag maximaal 1,20 meter bedragen; d. de hoogte van een erfafscheiding, niet zijnde een geluidwerende voorziening als bedoeld onder a, in
34
Regels (vastgesteld)
bestemmingsplan Herijking Nuenen West het achtererfgebied mag maximaal 2,00 meter bedragen, met dien verstande dat de hoogte van een erfafscheiding in het achtererfgebied in de zijdelingse perceelsgrens grenzend aan het openbaar toegankelijk gebied maximaal 1,80 meter mag bedragen. 8.2.6
Ruimtelijke kwaliteit
Bij de uitoefening van de bevoegdheid voor het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen gelden de volgende regels: a. de te bouwen woning voldoet aan het bepaalde ten aanzien van de kapvorm en de oriëntatie van de kap zoals bepaald in de beleidsregel 'stedenbouwkundige kwaliteit' die onderdeel uitmaakt van de 'Beleidsregels Chw-bestemmingsplan Herijking Nuenen West'; b. de te bouwen woning voldoet aan het bepaalde ten aanzien van de oriëntatie van de woning zoals bepaald in de beleidsregel 'stedenbouwkundige kwaliteit' die onderdeel uitmaakt van de 'Beleidsregels Chw-bestemmingsplan Herijking Nuenen West'. 8.3
Afwijken van de bouwregels
8.3.1
Fasering
Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 8.2.1 om een omgevingsvergunning voor nieuwe woningen in 'Woongebied - 2' te verlenen indien: a. voor 80% van alle woningen in de bestemming 'Woongebied - 1' een omgevingsvergunning is verleend, met uitzondering van de kavels voor (collectief) particulier opdrachtgeverschap zoals bedoeld in lid 7.5.1, sub 2, onder b; b. in de bestemming 'Woongebied - 1' niet langer alle kwalitatieve woningtypologieën, zoals benoemd in lid 8.5.1 en de beleidsregel 'kwalitatief woningprogramma' die onderdeel uitmaakt van de 'Beleidsregels Chw-bestemmingsplan Herijking Nuenen West', aangeboden kunnen worden; c. het programma aan sociale woningen in 'Woongebied - 1', zoals bedoeld in lid 7.5.1 voor 100% gerealiseerd is. 8.3.2
Hogere bouwhoogte woningen
Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 8.2.3, onder f, voor het bouwen tot een hoogte van maximaal 18,00 meter, voor zover het gebouw is gelegen in de aanduidingen 'gestapeld', 'aantal bouwlagen 2' en/of 'aantal bouwlagen 4'. 8.3.3
Hogere bouwhoogte geluidwerende voorziening
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 8.2.5, onder a voor het toestaan van een grotere bouwhoogte van een geluidwerende voorziening, met dien verstande dat: a. dit nodig is als maatregel om de geluidbelasting op een geluidgevoelig object terug te dringen; b. dit niet mag leiden tot een onevenredige aantasting van de verkeersontsluitings- en parkeersituatie ter plaatse; c. er bestaan geen bezwaren vanuit een verantwoorde stedenbouwkundige en landschappelijke inrichting en vormgeving; d. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de in de omgeving aanwezige architectonische en/of cultuurhistorische waarden; e. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken en de belangen van derden worden niet onevenredig geschaad. 8.4
Nadere eisen
Het college van burgemeester en wethouders kan nadere eisen stellen aan de plaats en/of afmeting van de bebouwing ten behoeve van: a. b. c. d. e. f.
een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; de verkeersveiligheid; de milieusituatie; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; de sociale veiligheid; externe veiligheid.
Regels (vastgesteld)
35
bestemmingsplan Herijking Nuenen West
8.5
Specifieke gebruiksregels
8.5.1
Woningaantallen
1. Het totaal aantal nieuw te bouwen woningen in de bestemmingen 'Gemengd', 'Woongebied - 1, 'Woongebied - 2' en 'Woongebied - Uit te werken' mag niet meer bedragen dan 1.505. 2. Bij de nieuw te bouwen De woningen als bedoeld onder 1 moeten in het totale programma voldoen worden voldaan aan de onderstaande onderverdeling in wooncategorieën: a. minimaal 25% van het onder 1 bedoelde aantal woningen moet een sociale koop- of huurwoning zijn, met dien verstande dat: in de bestemmingen 'Gemengd' en 'Woongebied - 1' minimaal 50% van het onder a bedoelde aantal woningen gerealiseerd moet worden; in de bestemming 'Woongebied - 2' minimaal 25% van het onder a bedoelde aantal woningen gerealiseerd moet worden; in de bestemming 'Woongebied - Uit te werken' minimaal 25% van het onder a bedoelde aantal woningen gerealiseerd moet worden; indien in de bestemmingen 'Gemengd', 'Woongebied - 1', 'Woongebied - 2' en/of 'Woongebied - Uit te werken' meer sociale koop- of huurwoningen worden gerealiseerd dan bedoeld in sub a onder de eerste drie opsommingstekens, dit aantal in mindering mag worden gebracht op het aantal sociale huurwoningen in de overige hier genoemde bestemmingen. b. minimaal 9,56% van het onder 1 bedoelde aantal woningen moeten bouwkavels bestemd voor particulier opdrachtgeverschap zijn. 8.5.2
Strijdig gebruik
Onder gebruiken en/of het laten gebruiken in strijd met het bestemmingsplan wordt in ieder geval verstaan: a. het gebruik van (vrijstaande) bijgebouwen voor zelfstandige bewoning en afhankelijke woonruimte; b. het gebruik van ruimten binnen een woning en/of bijgebouwen voor de uitoefening van een publieksaantrekkende beroeps- of bedrijfsactiviteit aan huis; c. het gebruik van ruimten binnen een woning en/of bijgebouwen voor een andere functie dan wonen; d. het gebruik van gronden en bouwwerken als seksinrichting; e. het gebruik van gronden en bouwwerken voor recreatie; f. het gebruik van gronden voor de naar de weg gekeerde bouwgrens voor het stallen van voertuigen, caravans en dergelijke, anders dan op een oprit; g. het gebruik van gronden en bouwwerken voor evenementen; h. ontsluiting van het plangebied anders dan over een hoofdontsluitingsweg. 8.6
Afwijken van de gebruiksregels
8.6.1
Mantelzorg
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 8.5.2 onder a, voor het gebruik van een bijgebouw als een afhankelijke woonruimte, mits: a. een dergelijke bewoning noodzakelijk is vanuit een oogpunt van mantelzorg; b. er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van in het geding zijnde belangen waaronder die van omwonenden en bedrijven; c. de afhankelijke woonruimte wordt ingepast binnen de toegestane bijgebouwen, met een maximale bebouwde oppervlakte van 80 m²; d. de afhankelijke woonruimte wordt bewoond door maximaal 1 huishouden, dat bestaat uit maximaal 2 personen; e. de afhankelijke woonruimte voor maximaal 10 jaar als zodanig in gebruik mag zijn; f. gewaarborgd is dat het bevoegd gezag de omgevingsvergunning intrekt, indien de bij het verlenen van de omgevingsvergunning bestaande noodzaak vanuit een oogpunt van mantelzorg niet meer aanwezig is.
36
Regels (vastgesteld)
bestemmingsplan Herijking Nuenen West
8.6.2
Publiekaantrekkende beroeps- of bedrijfsactiviteiten
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 8.5.2 onder b, voor het binnen een woning en/of bijgebouwen toestaan van een publieksaantrekkende beroeps- of bedrijfsactiviteit aan huis, met dien verstande dat: a. maximaal 35% van het vloeroppervlak van de woning met inbegrip van gerealiseerde aan- en uitbouwen en bijgebouwen, met een maximum van 50 m² mag worden gebruikt voor publieksaantrekkende beroeps- of bedrijfsactiviteiten aan huis; b. degene die de activiteiten in de woning of het bijgebouw zal uitvoeren, dient tevens de bewoner van de woning te zijn; c. het gebruik niet mag leiden tot een onevenredige aantasting van de verkeersontsluitings- en parkeersituatie ter plaatse; d. de activiteit qua aard, omvang en uitstraling dient te passen in een woonomgeving; e. de activiteit niet vergunningplichtig mag zijn ingevolge de Wet milieubeheer; f. er geen detailhandel mag plaatsvinden, uitgezonderd een beperkte verkoop als ondergeschikte activiteit en wel in verband met de activiteit. 8.6.3
Kleinschalige andere functies
Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 8.5.2 onder c, voor het toestaan van kleinschalige functies mits er sprake is van een evenredige verdeling van kleinschalige andere functies als bedoeld in de beleidsregel 'kleinschalige andere functies' die onderdeel uitmaakt van de 'Beleidsregels Chw-bestemmingsplan Herijking Nuenen West'. 8.6.4
Geurgevoelige objecten
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 8.5.2 onder g teneinde geurgevoelige objecten toe te staan, met dien verstande dat de bedrijfsvoering van bestaande bedrijven niet onevenredig mag worden geschaad. 8.7
Voorwaardelijke verplichting
Voor zover woningen in de bestemming 'Woongebied - 2' aangeduid zijn met 'voorwaardelijke verplichting' is het gebruik van deze woningen als bedoeld in artikel 8.1, sub a uitsluitend toegestaan indien de wegdekverharding van het type 'oppervlaktebewerking' (kiezelafstrooiing) op het deel van het Wettenseind zoals bepaald op de kaart 'Wegdekverharding Wettenseind' die als bijlage 5 onderdeel uitmaakt van deze regels uiterlijk op 31 december 2029 of zoveel eerder bij oplevering van de laatste woningen van fase 2 in de bestemming 'Woongebied - 2', is vervangen door wegdekverharding van type SMA-NL8 of een geluidstechnisch minimaal gelijkwaardige wegdekverharding en deze wegdekverharding in stand wordt gehouden.
Regels (vastgesteld)
37
bestemmingsplan Herijking Nuenen West
Artikel 9 9.1
Woongebied - Uit te werken
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Woongebied - Uit te werken' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen, waaronder begrepen zorgwoningen met gemeenschappelijke ruimten en wooneenheden; b. verkeer en verblijfsvoorzieningen, in de vorm van (tijdelijke) bouwwegen, ontsluitingswegen, fiets- en voetpaden; c. aan huis verbonden beroepen of bedrijven; d. tuinen, paden, erven en erfafscheidingen; e. groenvoorzieningen; f. (ondergrondse) parkeervoorzieningen; g. speelvoorzieningen; h. nutsvoorzieningen, waaronder collectieve energievoorzieningen in de vorm van waterpompen; i. geluidwerende voorzieningen; j. waterhuishoudkundige voorzieningen, waaronder (ondergrondse) waterbergings- en infiltratievoorzieningen; één en ander met bijbehorende voorzieningen. 9.2
Uitwerkingsregels
9.2.1
Algemeen
Het bevoegd gezag werkt de in lid 9.1 omschreven bestemming uit met inachtneming van de volgende regels: a. het totaal aantal nieuw te bouwen woningen in de bestemmingen 'Gemengd', 'Woongebied - 1, 'Woongebied - 2' en 'Woongebied - Uit te werken' mag niet meer bedragen dan 1.505; 3. Bij de nieuw te bouwen De woningen als bedoeld onder 1 moeten in het totale programma voldoen worden voldaan aan de onderstaande onderverdeling in wooncategorieën: 1. minimaal 25% van het onder a bedoelde aantal woningen moet een sociale koop- of huurwoning zijn; 2. minimaal 9,56% van het onder a bedoelde aantal woningen moeten bouwkavels bestemd voor particulier opdrachtgeverschap zijn; b. op gronden met de bestemming 'Woongebied - Uit te werken' moet minimaal 25% van het in sub b, onder 1, bedoelde percentage gerealiseerd worden, met dien verstande dat indien in de bestemmingen 'Gemengd', 'Woongebied - 1' en/of 'Woongebied - 2' meer sociale woningen zijn gerealiseerd, dit surplus in mindering worden gebracht mag worden het het percentage sociale koop- of huurwoningen dat in de bestemming 'Woongebied - Uit te werken' gerealiseerd moet worden; c. de uitwerking van de in lid 9.1 omschreven functies moet plaatsvinden conform de bestemmingsregels voor de bestemmingen zoals opgenomen in artikelen 'Gemengd', 'Groen', 'Verkeer', 'Woongebied - 1' en 'Woongebied - 2'; d.
het aantal woningen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - woningdichtheid 1' bedraagt minimaal 35 en maximaal 50 per hectare; e. het aantal woningen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - woningdichtheid 2' bedraagt minimaal 30 en maximaal 35 per hectare; f. het aantal woningen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - woningdichtheid 3' bedraagt minimaal 18 en maximaal 24 per hectare; g. het aantal woningen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - woningdichtheid 4' bedraagt minimaal 10 en maximaal 24 per hectare; h. gebouwen met gestapelde woningen zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'gestapeld'; i. de bouwhoogte van gebouwen met gestapelde woningen ter plaatse van de aanduiding 'gestapeld mag niet meer bedragen dan 14,00 meter; j. de afstand van vrijstaande woningen tot de zijdelingse perceelsgrenzen bedraagt minimaal 3,00 meter;
38
Regels (vastgesteld)
bestemmingsplan Herijking Nuenen West k. de afstand van een gevel van een hoofdgebouw tot aan de achterperceelsgrens behorende bij een bestaande woning mag niet meer dan 3 meter bedragen; l. het aantal bouwlagen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - aantal bouwlagen 1' mag niet minder dan 2 en niet meer dan 3 bedragen, met dien verstande dat: 1. gebouwen in dit aanduidingsvlak een maximale bouwhoogte van 12,5 meter hebben en voorzien mogen worden van een kap die niet geldt als bouwlaag; 2. in afwijking van het bepaalde in de aanhef, per aanduidingsvlak maximaal 20% van de gebouwen, waarop een aanvraag van een omgevingsvergunning betrekking heeft, als accentbebouwing mag worden gebouwd met een maximale bouwhoogte van 14 meter en bestaande uit maximaal 4 bouwlagen en een kap. m. het aantal bouwlagen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - aantal bouwlagen 2' bedraagt 2, met dien verstande dat: 1. gebouwen in dit aanduidingsvlak een maximale bouwhoogte van 11 meter hebben en voorzien mogen worden van een kap die niet geldt als bouwlaag; 2. in afwijking van het bepaalde in de aanhef, per aanduidingsvlak maximaal 20% van de gebouwen, waarop een aanvraag van een omgevingsvergunning betrekking heeft, als accentbebouwing mag worden gebouwd met een maximale bouwhoogte van 12,5 meter en bestaande uit maximaal 3 bouwlagen en een kap. n.
het aantal bouwlagen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - aantal bouwlagen 3' mag niet minder dan 1 en niet meer dan 1,5 bedragen, met dien verstande dat: 1. gebouwen in dit aanduidingsvlak een maximale bouwhoogte van 9 meter hebben en voorzien mogen worden van een kap die niet geldt als bouwlaag; 2. in afwijking van het bepaalde in de aanhef, per aanduidingsvlak maximaal 20% van de gebouwen, waarop een aanvraag van een omgevingsvergunning betrekking heeft, als accentbebouwing mag worden gebouwd met een maximale bouwhoogte van 11 meter en bestaande uit 2 bouwlagen en een kap. o. het aantal bouwlagen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - aantal bouwlagen 4' mag niet minder dan 1 en niet meer dan 2 bedragen, met dien verstande dat: 1. gebouwen in dit aanduidingsvlak, een maximale bouwhoogte van 11 meter hebben en voorzien mogen worden van een kap die niet geldt als bouwlaag; 2. in afwijking van het bepaalde in de aanhef, per aanduidingsvlak maximaal 20% van de gebouwen, waarop een aanvraag van een omgevingsvergunning betrekking heeft, als accentbebouwing mag worden gebouwd met een maximale bouwhoogte van 12,5 meter en bestaande uit 2 bouwlagen en een kap . p. het aantal bouwlagen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - aantal bouwlagen 5' mag niet minder dan 1 en niet meer dan 1,5 bedragen, met dien verstande dat: 1.
gebouwen in dit aanduidingsvlak een maximale bouwhoogte van 9 meter hebben en voorzien mogen worden van een kap die niet geldt als bouwlaag; 2. in afwijking van het bepaalde in de aanhef, per aanduidingsvlak minimaal 20% van de gebouwen uit 1 tot 1,5 bouwlaag en een kap moet bestaan. q. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - diepte 1' mag de diepte van een grondgebonden woning niet meer bedragen dan 15 meter; r. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - diepte 2' mag de diepte van een grondgebonden woning niet meer bedragen dan 18 meter; s. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - diepte 3' mag de diepte van een grondgebonden woning niet meer bedragen dan 25 meter; t. de diepte van een gebouw met gestapelde woningen mag niet meer bedragen dan 25 meter; u. ter plaatse van de figuur specifieke bouwaanduiding - gevellijn 1' dient het hoofdgebouw met de voorgevel in de voorste perceelsgrens en evenwijdig aan deze figuur gebouwd te worden, met dien verstande dat: 1. in afwijking van het bepaalde in de aanhef de afstand tussen de voorgevel en de voorste perceelsgrens maximaal 1,5 meter mag bedragen; 2. onderlinge verspringingen in de afstand van de voorgevel tot de voorste perceelsgrens minimaal 0,5 meter moeten bedragen. v.
ter plaatse van de figuur 'specifieke bouwaanduiding - gevellijn 2' dient het hoofdgebouw 3 meter achter de voorste perceelsgrens en evenwijdig aan deze figuur gebouwd te worden;
Regels (vastgesteld)
39
bestemmingsplan Herijking Nuenen West w. ter plaatse van de figuur 'specifieke bouwaanduiding - gevellijn 3' dient het hoofdgebouw met de voorgevel ten minste drie meter achter de voorste perceelsgrens gebouwd te worden, met dien verstande dat: 1. het hoofdgebouw niet evenwijdig aan de figuur 'specifieke bouwaanduiding - gevellijn 3' gebouwd hoeft te worden; 2. onderlinge verspringen in de afstand van de voorgevel tot de voorste perceelsgrens toegestaan zijn. x. ter plaatse van de figuur 'specifieke bouwaanduiding - gevellijn 4' dient het hoofdgebouw met de voorgevel minimaal 3 meter achter de voorste perceelsgrens en evenwijdig aan deze figuur gebouwd te worden; y. ter plaatse van de figuur 'specifieke bouwaanduiding - gevellijn 5' dient het hoofdgebouw met de voorgevel maximaal 3 meter achter de voorste perceelsgrens en evenwijdig aan deze figuur gebouwd te worden; z. ten minste 1,5 hectare aan groenvoorzieningen wordt gerealiseerd, met dien verstande dat dat in maximaal twee parken gerealiseerd moet worden; aa. de behoefte aan de voorgenomen ontwikkeling moet worden aangetoond; ab. bij de uitoefening van een omgevingsvergunning voor het bouwen gelden de volgende regels: 1.
de te bouwen woning voldoet aan het bepaalde ten aanzien van de kapvorm en oriëntatie van de kap zoals bepaald in de beleidsregel 'stedenbouwkundige kwaliteit' die onderdeel uitmaakt van de 'Beleidsregels Chw-bestemmingsplan Herijking Nuenen West'; 2. de te bouwen woning voldoet aan het bepaalde ten aanzien van de oriëntatie van de woning zoals bepaald in de beleidsregel 'stedenbouwkundige kwaliteit' die onderdeel uitmaakt van de 'Beleidsregels Chw-bestemmingsplan Herijking Nuenen West'. ac. voor het bouwen van bijgebouwen, aanbouwen en uitbouwen gelden de volgende regels: 1. de bouw van aan- en uitbouwen voor de voorgevel van het hoofdgebouw is toegestaan mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: de diepte van de aan- of uitbouw mag niet meer bedragen dan 1,50 meter; de breedte van de aan- of uitbouw mag niet meer bedragen dan 2/3 van de breedte van de voorgevel van het hoofdgebouw. 2. bijgebouwen, zijdelingse aan- en uitbouwen en zijdelingse overkappingen mogen uitsluitend op een afstand van 3,00 meter achter (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw worden gebouwd; 3. de gezamenlijke oppervlakte van aan- en uitbouwen en bijgebouwen bij een hoofdgebouw anders dan ten behoeve van een maatschappelijke voorziening ter plaatse van de aanduiding 'maatschappelijk' bedraagt maximaal 60 m²; 4.
indien de oppervlakte van de gronden gelegen achter de achtergevel van het hoofdgebouw en het verlengde daarvan meer bedraagt dan 200 m2 mag, in afwijking van het bepaalde onder b. de genoemde oppervlakte van 60 m2 voor aan- en uitbouwen en bijgebouwen worden vermeerderd met 10% van deze overmaat tot een maximum van 120 m2; 5. in aanvulling op het bepaalde onder b. en c. geldt voor de gronden gelegen achter de achtergevel van het hoofdgebouw en het verlengde daarvan dat minimaal 25 m2 onbebouwd dient te blijven; 6. de gezamenlijke oppervlakte van aan- en uitbouwen en bijgebouwen bij een hoofdgebouw ten behoeve van een maatschappelijke voorziening ter plaatse van de aanduiding 'maatschappelijk' bedraagt maximaal 120 m²; 7. de goothoogte bedraagt maximaal 3,30 meter; 8. de bouwhoogte bedraagt maximaal 6,50 meter; 9. vrijstaande bijgebouwen anders dan ten behoeve van een maatschappelijke voorziening mogen uitsluitend worden gebouwd met een kap; 10. bijgebouwen mogen uitsluitend in het achtererfgebied gebouwd worden; 11. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding bijgebouwen - vrijstaand', mogen uitsluitend vrijstaande bijgebouwen met een kap gebouwd worden. ad. voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: 1.
de hoogte van een erfafscheiding, niet zijnde een geluidwerende voorziening, in het voorerfgebied mag maximaal 1,20 meter bedragen; 2. de hoogte van een erfafscheiding, niet zijnde een geluidwerende voorziening, in het
40
Regels (vastgesteld)
bestemmingsplan Herijking Nuenen West achtererfgebied mag maximaal 2,00 meter bedragen, met dien verstande dat de hoogte van een erfafscheiding in het achtererfgebied in de zijdelingse perceelsgrens grenzend aan het openbaar toegankelijk gebied maximaal 1,80 meter mag bedragen. 9.3
Bouwregels
9.3.1
Voorlopig bouwverbod
Op gronden met de bestemming 'Woongebied - Uit te werken' is het verboden: a. om een uitwerkingsplan vast te stellen, alvorens: 1. voor 90% van de woningen in de sociale sector zoals bedoeld in lid 7.5.1 en lid 8.5.1 een omgevingsvergunning voor het bouwen is verleend; 2. voor 90% van alle woningen in de bestemmingen 'Woongebied - 1' én 'Woongebied - 2' zoals bedoeld in lid 7.5.1, lid 8.5.1 en de beleidsregel 'kwalitatief woningprogramma' die onderdeel uitmaakt van de 'Beleidsregels Chw-bestemmingsplan Herijking Nuenen West' een omgevingsvergunning voor het bouwen is verleend. b. de gronden met de bestemming 'Woongebied - Uit te werken' te bebouwen voordat het uitwerkingsplan voor deze gronden onherroepelijk is geworden. 9.4
Afwijken van de bouwregels
9.4.1
Aantal woningen
Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 9.3.1 om een omgevingsvergunning voor nieuwe woningen in 'Woongebied - Uit te werken' te verlenen indien: a. voor 80% van alle woningen in de bestemming 'Woongebied - 2', een omgevingsvergunning is verleend, met uitzondering van de kavels voor (collectief) particulier opdrachtgeverschap zoals bedoeld in lid 8.5.1, sub 2, onder b; b. in de bestemming 'Woongebied - 2' niet langer alle kwalitatieve woningtypologieën, zoals benoemd in lid 8.5.1 en de beleidsregel 'kwalitatief woningprogramma' die onderdeel uitmaakt van de 'Beleidsregels Chw-bestemmingsplan Herijking Nuenen West', aangeboden kunnen worden; c. het programma aan sociale woningen, zoals bedoeld in lid 8.5.1 voor 100% gerealiseerd is.
Regels (vastgesteld)
41
bestemmingsplan Herijking Nuenen West
Artikel 10 10.1
Leiding - Hoogspanningsverbinding 1
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Leiding - Hoogspanningsverbinding 1' aangewezen gronden zijn – behalve voor de andere aldaar voorkomende bestemming(en) – mede bestemd voor een bovengrondse hoogspanningsleiding van ten hoogste 380 kV. 10.2
Bouwregels
Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: a. op deze gronden mogen ten behoeve van de in lid 10.1 genoemde bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd; b. ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) mag – met inachtneming van de voor de betrokken bestemming(en) geldende (bouw)regels – uitsluitend worden gebouwd, indien het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering. 10.3
Afwijken van de bouwregels
Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van lid 10.2 onder b, met dien verstande dat: a. de bij de betrokken bestemming(en) behorende bouwregels in acht worden genomen; b. het belang van de leiding(en) niet onevenredig wordt geschaad; c. advies is ingewonnen bij de betrokken leidingexploitant. 10.4
Specifieke gebruiksregels
Het opslaan van goederen, met uitzondering van het opslaan van goederen ten behoeve van inspectie en onderhoud van de hoogspanningsleiding, is niet toegestaan, tenzij hiervoor toestemming is gegeven door de leidingbeheerder. 10.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 10.5.1 Uitvoeringsverbod zonder omgevingsvergunning Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Leiding - Hoogspanningsverbinding 1' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of de volgende werkzaamheden uit te voeren: a. b. c. d. e. f.
het aanbrengen van hoogopgaande beplantingen en bomen; het rooien van hoogopgaande beplanting en bomen; het wijzigen van het maaiveldniveau door ontgronding of ophoging; het aanleggen van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; het indrijven van voorwerpen in de bodem; het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen en egaliseren; g. het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren; h. het slopen van opstallen; i. het aanleggen van een zonnepark; j. het opslaan van materialen of stoffen, die onder bepaalde omstandigheden gevaar van brand of explosie kunnen opleveren. 10.5.2 Uitzonderingen op het uitvoeringsverbod Het verbod van sublid 10.5.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan waarvoor een omgevingsvergunning is verleend, zoals in lid 10.3 bedoeld; b. normaal onderhoud en beheer ten aanzien van de leiding en belemmeringenstrook of ten aanzien van de functies van de andere voorkomende bestemming(en) betreffen;
42
Regels (vastgesteld)
bestemmingsplan Herijking Nuenen West c. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan. 10.5.3 Voorwaarden voor een omgevingsvergunning Een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken of werkzaamheden kan worden verleend nadat voorafgaand schriftelijk positief advies van de betreffende leidingbeheerder is gekregen en mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het veilig en doelmatig functioneren van de hoogspanningsverbinding.
Regels (vastgesteld)
43
bestemmingsplan Herijking Nuenen West
Artikel 11 11.1
Leiding - Hoogspanningsverbinding 2
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Leiding - Hoogspanningsverbinding 2' aangewezen gronden zijn – behalve voor de andere aldaar voorkomende bestemming(en) – mede bestemd voor een bovengrondse hoogspanningsleiding van ten hoogste 150 kV. 11.2
Bouwregels
Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: a. op deze gronden mogen ten behoeve van de in lid 11.1 genoemde bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd; b. ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) mag – met inachtneming van de voor de betrokken bestemming(en) geldende (bouw)regels – uitsluitend worden gebouwd, indien het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering. 11.3
Afwijken van de bouwregels
Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van lid 11.2 onder b, met dien verstande dat: a. de bij de betrokken bestemming(en) behorende bouwregels in acht worden genomen; b. het belang van de leiding(en) niet onevenredig wordt geschaad; c. advies is ingewonnen bij de betrokken leidingexploitant. 11.4
Specifieke gebruiksregels
Het opslaan van goederen, met uitzondering van het opslaan van goederen ten behoeve van inspectie en onderhoud van de hoogspanningsleiding, is niet toegestaan, tenzij hiervoor toestemming is gegeven door de leidingbeheerder. 11.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 11.5.1 Uitvoeringsverbod zonder omgevingsvergunning Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Leiding - Hoogspanningsverbinding 2' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of de volgende werkzaamheden uit te voeren: a. b. c. d. e. f.
het aanbrengen van hoogopgaande beplantingen en bomen; het rooien van hoogopgaande beplanting en bomen; het wijzigen van het maaiveldniveau door ontgronding of ophoging; het aanleggen van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; het indrijven van voorwerpen in de bodem; het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen en egaliseren; g. het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren; h. het slopen van opstallen; i. het aanleggen van een zonnepark; j. het opslaan van materialen of stoffen, die onder bepaalde omstandigheden gevaar van brand of explosie kunnen opleveren. 11.5.2 Uitzonderingen op het uitvoeringsverbod Het verbod van sublid 11.5.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan waarvoor een omgevingsvergunning is verleend, zoals in lid 11.3 bedoeld; b. normaal onderhoud en beheer ten aanzien van de leiding en belemmeringenstrook of ten aanzien van de functies van de andere voorkomende bestemming(en) betreffen;
44
Regels (vastgesteld)
bestemmingsplan Herijking Nuenen West c. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan. 11.5.3 Voorwaarden voor een omgevingsvergunning Een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken of werkzaamheden kan worden verleend nadat voorafgaand schriftelijk positief advies van de betreffende leidingbeheerder is gekregen en mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het veilig en doelmatig functioneren van de hoogspanningsverbinding.
Regels (vastgesteld)
45
bestemmingsplan Herijking Nuenen West
Artikel 12 12.1
Waarde - Archeologie hoog
Bestemmingsomschrijving
12.1.1 Bescherming archeologische waarden De voor 'Waarde - Archeologie hoog' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor instandhouding en bescherming van oudheidkundig waardevolle elementen en terreinen. 12.1.2 Samenhang met overige regels Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de overige aangewezen dubbelbestemmingen, bestemmingen en aanduidingen, zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtneming van de voorrangsregels uit artikel 21.1. 12.2
Bouwregels
12.2.1 Onderzoeksplicht De aanvrager van een omgevingsvergunning voor het bouwen welke betrekking heeft op gronden, die zijn aangewezen voor 'Waarde - Archeologie hoog', dient een rapport te overleggen waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld. 12.2.2 Toepassingscriteria Het bevoegd gezag verleent de omgevingsvergunning voor het bouwen uitsluitend indien naar hun oordeel uit het rapport als bedoeld in artikel 12.2.1 genoegzaam blijkt dat: a. er geen archeologische waarden zijn te verwachten of kunnen worden geschaad; b. dan wel nadat door nader archeologisch onderzoek de aanwezige archeologische waarden zijn veilig gesteld; c. schade door de bouwactiviteiten kan worden voorkomen of zoveel mogelijk kan worden beperkt door het in acht nemen van aan de vergunning verbonden voorschriften. 12.2.3 Voorschriften aan vergunning In de situatie als bedoeld in artikel 12.2.2 onder b, kan het bevoegd gezag de volgende voorschriften aan een omgevingsvergunning voor het bouwen verbinden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor monumenten in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c.
de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties; d. indien sub c van toepassing is, een regeling omtrent de gevolgen bij vondsten die worden gedaan tijdens de uitvoering van de bouwwerkzaamheden. 12.2.4 Uitzonderingen Het bepaalde in artikel 12.2.1, 12.2.2 en 12.2.3 is niet van toepassing indien de aanvraag betrekking heeft op: a. b. c. d.
normale onderhoudswerkzaamheden; werken of werkzaamheden van ondergeschikte betekenis; werken of werkzaamheden in het kader van het normale bodemgebruik; werken of werkzaamheden die op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan in uitvoering zijn of krachtens een voor dat tijdstip verleende (omgevings)vergunning/ontheffing of anderszins mogen worden uitgevoerd; e. vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering; f. werken of werkzaamheden die een oppervlakte beslaan van ten hoogste 500 m²; g. een bouwwerk dat zonder graafwerkzaamheden niet dieper dan 30 centimeter en zonder 46
Regels (vastgesteld)
bestemmingsplan Herijking Nuenen West heiwerkzaamheden kan worden geplaatst, of; h. een bouwwerk dat uitsluitend voor archeologisch onderzoek is bestemd, waarvan de bouwhoogte maximaal 3,00 meter mag bedragen. 12.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 12.3.1 Vergunningplicht Het is verboden op of in de voor 'Waarde - Archeologie hoog' aangewezen gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en/of werkzaamheden uit te voeren: a. het afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ophogen, ontginnen, tot een diepte van meer dan 30 centimeter en het aanleggen van drainage op een grotere diepte dan 30 centimeter; b. heiwerkzaamheden en het op een of andere wijze indrijven van (scherpe) voorwerpen in de bodem; c. het verlagen of verhogen van het waterpeil; d. het aanleggen of rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd; e. het aanleggen van ondergrondse kabels en leidingen en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur tenzij zulks noodzakelijk is voor of verband houdt met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; f. het aanbrengen of verwijderen van diepwortelende beplantingen; g. het graven of dempen van sloten, watergangen, vijvers of vaarten; h.