CConstaterende datNuenen
Koppel je AI →
Document · PDF

BP herziening Buitengebied Stad van Gerwen 9 9a-b - Toelichting

Gemeenteraad 18 april 2024, gemeente NuenenBij agendapunt: Bestemmingsplan herziening Buitengebied Stad van Gerwen 9 9a-b25.165 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

De weilanden worden ten dienste van de paardenhouderij intensief bewerkt (bemesting en maaien) en begraasd. Het deel van het grasland dat in de beoogde situatie bebouwd gaat worden, fungeert op dit moment mogelijk wel als foerageergebied, als routestructuur en voor enkele kleine soorten als leefgebied voor diersoorten. Door de ontwikkeling verdwijnt slechts een beperkt deel van het weiland. De omliggende gronden blijven als zodanig ingericht. Gezien het ongewijzigde gebruik van de gronden in de directe omgeving blijft er voldoende leefruimte voor diersoorten beschikbaar. Voor plantensoorten geldt dat de aanwezige planten in dit deel van het plangebied strak door de mens worden gereguleerd. Gezien een aantal wilde planten gezondheidsrisico’s voor paarden met zich meebrengt, is sprake van een zorgvuldig beheer van de gronden. De aanwezigheid van beschermde plantensoorten binnen het plangebied kan dan ook worden uitgesloten. Op grond van het voorgaande kan worden geconcludeerd dat het initiatief geen negatieve effecten zal hebben op de flora- en fauna. Door middel van een flora- en fauna QuickScan is in kaart gebracht wat de ecologische waarden en kenmerken binnen het plangebied zijn (BRO, 23-03-2020, Bijlage 5). Op basis van deze QuickScan wordt vervolgonderzoek naar het voorkomen van verschillende soortgroepen of effecten op beschermde gebieden niet noodzakelijk geacht.

Wel worden de volgende aanbevelingen gegeven: ▪ Ten aanzien van broedvogels dient het bouwrijp maken van het terrein buiten het broedseizoen te worden uitgevoerd, of een controle moet de aanwezigheid van een broedgeval kunnen uitsluiten; ▪ Om het plan natuurinclusief te maken zouden er neststenen of vleesmuiskasten ingebouwd kunnen worden. Daarnaast kunnen de dakranden/spouwmuren toegankelijk gemaakt kunnen worden, zodat de nieuwbouw kan funderen als vaste rust- en verblijfplaats voor huismussen, gierzwaluwen en/of vleermuizen; ▪ Ten behoeve van (incidenteel) aanwezige algemene soort dient de zorgplicht in acht te worden genomen. Uiteraard geldt in alle gevallen de algemene zorgplicht, indien tijdens werkzaamheden toch soorten worden aangetroffen. Voor alle beschermde, inheemse (ook de algemeen voorkomende) vogelsoorten geldt vanuit de Wet natuurbescherming een verbod op handelingen die nesten of eieren beschadigen of verstoren. Ook

39 Toelichting bestemmingsplan Stad van Gerwen 9, 9 A-B

handelingen die een vaste rust- of verblijfsplaats van beschermde vogels verstoren zijn niet toegestaan. In de praktijk betekent dit dat verstorende werkzaamheden alleen buiten het broedseizoen uitgevoerd mogen worden. In het kader van de vogelrichtlijn wordt voor het broedseizoen geen standaardperiode gehanteerd. Van belang is of een broedgeval verstoord wordt, ongeacht de datum. Globaal gaat het om de periode 15 maart tot 15 juli. Nader onderzoek is niet noodzakelijk.

4.6 Milieuaspecten In dit hoofdstuk worden alle relevante milieuaspecten en overige sectorale aspecten benoemd. De beoogde ontwikkeling wordt aan deze aspecten getoetst.

4.6.1

Bedrijven en milieuzonering

Goede ruimtelijke ordening voorkomt hinder en gevaar. Dit kan door voldoende afstand te houden tussen milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) en gevoelige functies (zoals woningen). Voor ruimtelijke plannen is de VNG-brochure ‘Bedrijven en Milieuzonering’ (hierna brochure) van toepassing bij de beoordeling van de afstanden tussen milieubelastende activiteiten en gevoelige functies. De afstanden die hierin opgenomen zijn betreffen richtafstanden. Wanneer voldaan wordt aan de opgenomen afstanden uit deze brochure, mag gesteld worden dat er sprake is van een aanvaardbaar en gewaarborgd woon- en leefklimaat. De VNG-publicatie is een hulpmiddel om de afstanden tussen bedrijvigheid en woningen concreet in te vullen. Gemeenten beslissen uiteindelijk zelf over een bepaalde locatie. De handreiking geeft informatie over de ruimtelijk relevante milieuaspecten en bijbehorende richtafstanden van een scala aan bedrijfsactiviteiten. Deze richtafstanden zijn afgestemd op de omgevingskwaliteit. Er wordt onderscheid gemaakt in de omgevingstypen: ▪ Rustige woonwijk en rustig buitengebied: een woonwijk (of vergelijkbaar omgevingstype) die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Er komen enkel wijkgebonden voorzieningen voor en er is weinig verstoring door verkeer. ▪ Gemengd gebied: een gebied met matige tot sterke functiemenging.

Direct naast woningen komen functies zoals winkels, horeca en kleine bedrijven voor of er is sprake lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid. Ook gebieden direct naast de hoofdinfrastructuur gelegen behoren tot het omgevingstype gemengd gebied, hier is sprake van verhoogde milieubelasting door geluid. Het plangebied is gelegen in omgevingstype ‘gemengd gebied’. Dit omgevingstype wordt gekenmerkt door een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor. De Stad van Gerwen kenmerkt zich als bebouwingscluster met veel agrarische en andere bedrijvigheid. In de omgeving bevinden zich direct naast woningen andere functies zoals o.a. agrarische en niet-agrarische bedrijven. De richtafstanden gelden ten opzichte van een rustige woonwijk. De richtafstanden kunnen, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat, met één afstandsstap worden verlaagd indien sprake is van omgevingstype gemengd gebied. Ontwikkeling gevoelig object Stad van Gerwen 9A-B In de directe omgeving van het plangebied zijn de volgende bedrijven gelegen: ▪ Stad van Gerwen 2 – agrarisch bedrijf, gelegen op een afstand van 10 meter vanaf de langgevelboerderij aan de Stad van Gerwen 9 A-B. Het bedrijf aan Stad van Gerwen 2 valt het beste te categoriseren als ‘Akkerbouw en fruitteelt’.

Hiervoor is in de VNG-brochure een richtafstand van maximaal 30 meter opgenomen vanwege het aspect geluid. De richtafstand wordt met één afstandsstap verlaagd aangezien er sprake is van omgevingstype gemengd gebied, waardoor er een afstand van 10 meter geldt voor het aspect geluid en gevaar. De langgevelboerderij aan de Stad van Gerwen 9 A-B is gelegen op 10 meter afstand van de inrichtingsgrens van het bedrijf. Er kan dus aan de richtafstand worden voldaan. Doordat op de Stad van Gerwen 2 de bedrijfswoning het dichtstbijzijnde gebouw is ten opzichte van de langgevelboerderij aan de Stad van Gerwen 9 A-B, zijn de milieubelastende activiteiten van het bedrijf bovendien op grotere afstand gelegen. Door de situering van het bouwvlak achter de bedrijfswoning, vormt deze ook een geluidsbarrière tussen de bedrijfsactiviteiten en de langgevelboerderij aan de Stad van Gerwen 9 A-B. De bedrijfswoning aan de Stad van Geren 2 heeft de bouwaanduiding ‘karakteristiek’ waardoor deze altijd als zodanig in stand gehouden moet worden. Daarnaast wordt in het oostelijke deel van de langgevelboerderij (Stad van Gerwen 9B) – wat het dichtste bij het bedrijf aan de Stad van Gerwen 2 is gelegen – de bed & breakfast gevestigd. Een recreatieverblijf wordt op basis van vaste jurisprudentie niet beschouwd als geluidgevoelig object, zie ABRvS 30 mei 2000, nr. 199901166/1 (ECLI:

40 Toelichting bestemmingsplan Stad van Gerwen 9, 9 A-B

NL.RVS.2004.AO5659). De bed & breakfast in de langgevelboerderij aan de Stad van Gerwen 9 A-B is ook reeds vergund en dus getoetst ten opzichte van de bestaande functies in de omgeving. Hieruit kan worden geconcludeerd dat de gevoelige functies in de langgevelboerderij aan de Stad van Gerwen 9 A-B op gepaste afstand van het agrarisch bedrijf aan de Stad van Gerwen 2 zijn gelegen. Omgekeerd zullen de gevoelige functies de ontwikkelingsmogelijkheden van het agrarisch bedrijf niet onevenredig beperken. Ontwikkeling gevoelig object Stad van Gerwen 9 In de direct omgeving van het plangebied zijn de volgende bedrijven gelegen: ▪ Stad van Gerwen 7 – agrarisch bedrijf, gelegen op een afstand van circa 14 meter vanaf de beoogde burgerwoning aan de Stad van Gerwen 9; ▪ Stad van Gerwen 9 A-B, gelegen op een afstand van circa 16 meter vanaf de beoogde burgerwoning aan de Stad van Gerwen 9. Het bedrijf aan Stad van Gerwen 7 valt het beste te categoriseren als ‘Akkerbouw en fruitteelt’. Hiervoor is in de VNG-brochure een richtafstand van maximaal 30 meter opgenomen vanwege het aspect geluid. De richtafstand wordt met één afstandsstap verlaagd aangezien er sprake is van omgevingstype gemengd gebied, waardoor er een afstand van 10 meter geldt voor het aspect geluid en gevaar.

Aangezien de burgerwoning op nummer 9 is gelegen op circa 14 meter afstand van de inrichtingsgrens van het bedrijf, kan aan deze richtafstand worden voldaan. Daarnaast wordt de situering van de beoogde burgerwoning met dit bestemmingsplan geborgd middels een bouwvlak. Bovendien is bekend dat het bedrijf voornemens is om te stoppen en de locatie her te bestemmen tot burgerwoning. Hierdoor komt de milieucontour van het bedrijf volledig te vervallen. De maatgevende activiteit van het beoogde bedrijf aan de Stad van Gerwen 9 A-B betreft de paardenhouderij. Dit wordt in verderop in deze paragraaf nader uiteengezet. De maatgevende milieuaspecten geur en geluid wordt nader beschreven in respectievelijk de geur- en geluidsparagraaf. Voor wat betreft het aspect fijnstof geldt een richtafstand van 10 meter. Aan deze richtafstand kan worden voldaan, aangezien het bouwvlak van de beoogde burgerwoning op 16 meter van het bedrijf aan de Stad van Gerwen 9 A-B gelegen is. Hieruit volgt dat er ter plaatse van de beoogde burgerwoning sprake is van een goed woon- en leefklimaat en worden de het naastgelegen bedrijven niet onevenredig in haar ontwikkelingsmogelijkheden beperkt.

Ontwikkeling paardenhouderij, bed & breakfast en vollegrondsteeltbedrijf In de directe omgeving van het plangebied zijn de volgende gevoelige objecten gelegen: ▪ De bedrijfswoning aan de Stad van Gerwen 2, gelegen op een afstand van circa 9 meter vanaf de inrichtingsgrens. ▪ De burgerwoning aan de Stad van Gerwen 9, gelegen op een afstand van circa 16 meter vanaf de inrichtingsgrens. ▪ De burgerwoning aan de Stad van Gerwen 3, gelegen op een afstand van circa 80 meter vanaf de inrichtingsgrens. ▪ De burgerwoning aan de Stad van Gerwen 1, gelegen op een afstand van circa 110 meter vanaf de inrichtingsgrens. In de bestaande situatie is de locatie reeds bestemd voor een gecombineerde rundveehouderij & vollegrondsteeltbedrijf. Tevens is de bestaande langgevelboerderij Stad van Gerwen 9 A-B bestemd als bed & breakfast. Voor de bedrijfsgebouwen van een (vollegronds)teeltbedrijf geldt op grond van de VNG handreiking, wanneer gelegen in gemengd gebied, een richtafstand van 10 meter voor wat betreft het aspect geluid en gevaar. Voor wat betreft een bed & breakfast (categorie: Hotels en pensions met keuken, conferentie-oorden en congrescentra) geldt een richtafstand van 0 meter. Conform de VNG brochure is voor een paardenhouderij de grootste richtafstand die moet worden aangehouden 50 meter voor het aspect geur. Hier wordt in navolgende paragraaf nader op in gegaan.

Voor wat betreft de aspecten geluid en fijnstof geldt in gemengd gebied een richtafstand van 10 meter. De bedrijfswoning aan de Stad van Gerwen 2 ligt met een afstand van 9 meter binnen de richtafstand van het gewenste agrarisch bedrijf. In de huidige situatie is er een rundveehouderij toegestaan aan de Stad van Gerwen 9 A-B. De beoogde paardenhouderij heeft een lagere uitstoot van fijnstof emissies dan de huidige rundveehouderij doordat voor paarden geen fijnstofemissiefactor is vastgesteld. Door de herbestemming is er dus een afname van fijnstofemissies afkomstig van Stad van Gerwen 9 A-B.

41 Toelichting bestemmingsplan Stad van Gerwen 9, 9 A-B

De geluidbelasting van het bestaande agrarisch bedrijf (rundveehouderij, vollegrondsteeltebedrijf en bed & breakfast) op de bedrijfswoning aan de Stad van Gerwen 2 is in de bestaande situatie al afgewogen. De richtafstand voor geluid van een paardenhouderij is met 10 meter gelijk aan die van een rundveehouderij. De geluidsbelasting van deze twee typen agrarische bedrijven op de omgeving is nagenoeg gelijk. Dit heeft er mee te maken dat de activiteiten en het tijdstip waarop deze plaatsvinden overeenkomstig is. Alle akoestisch relevante bedrijfsactiviteiten moeten binnen het bouwvlak plaatsvinden. Het bouwvlak van het agrarisch bedrijf wordt met het initiatief beperkt en het gekoppelde gedeelte van het bouwvlak direct aansluitend van de woonfunctie aan de Stad van Gerwen 2 komt te vervallen. De rijhal ten behoeve van de paardenhouderij wordt zodanig verbouwd dat de buitenzijde op circa 35 meter van de bedrijfswoning komt te liggen. Er is een beperkte toename van lichte verkeersbewegingen en een afname van zware verkeersbewegingen, zoals reeds toegelicht in paragraaf Verkeer Hierdoor zal de geluidsbelasting op de woning aan de Stad van Gerwen 2 van verkeersbewegingen over de uitrit niet toenemen.

Bovendien kan er aan de voorwaarden van het Activiteitenbesluit worden voldaan, daar verkeersbewegingen met zware motorvoertuigen uitsluitend in de dagperiode plaatsvinden en verkeersbewegingen met lichte motorvoertuigen uitsluitend in de dag- en avondperiode. De activiteiten van het agrarisch bedrijf zijn derhalve op gepaste afstand van het gevoelige object aan de Stad van Gerwen 2 gelegen. De ontwikkeling van het gevoelige object aan de Stad van Gerwen 9 ten opzichte van de paardenhouderij is hiervoor al afgewogen. Voor overige gevoelige functies kan aan de richtafstanden worden voldaan. Er kan dus geconcludeerd worden dat het aspect ‘Bedrijven en milieuzonering’ geen beperkingen oplegt aan het planvoornemen. Daarnaast zorgt het planvoornemen ook niet voor een negatief effect op omliggende bedrijven of gevoelige objecten.

4.6.2

Geur

De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) is op 1 januari 2007 in werking getreden. De Wgv kent bescherming toe aan zogenaamde geurgevoelige objecten. Hierbij gaat het in algemeen om gebouwen bestemd voor wonen en verblijf, zoals woningen en bedrijfsgebouwen. Deze wet schrijft afstanden voor tussen een veehouderij en geurgevoelige objecten, die moeten worden gehanteerd bij de verlening van een omgevingsvergunning milieu aan een agrarisch bedrijf waar vee wordt gehouden. Voor kleinere veehouderijen is deze wetgeving vervat in het Activiteitenbesluit. Bij de ontwikkeling van een nieuw geurgevoelig object dient het woon- en leefklimaat ter plaatse van het plangebied inzichtelijk te worden gemaakt. Omgekeerd dient te worden aangetoond dat de ontwikkeling niet beperkend is voor omliggende bedrijven. Paardenhouderij De dichtstbijzijnde geurgevoelige objecten betreffen: ▪ De bedrijfswoning aan de Stad van Gerwen 2, gelegen op een afstand van circa 9 meter vanaf de inrichtingsgrens. ▪ De burgerwoning aan de Stad van Gerwen 9, gelegen op een afstand van circa 16 meter vanaf de inrichtingsgrens. ▪ De burgerwoning aan de Stad van Gerwen 3, gelegen op een afstand van circa 80 meter vanaf de inrichtingsgrens. ▪ De burgerwoning aan de Stad van Gerwen 1, gelegen op een afstand van circa 110 meter vanaf de inrichtingsgrens.

Conform het Activiteitenbesluit geldt voor paardenhouderijen die zijn gelegen buiten de bebouwde kom een vaste afstand van 50 meter voor geur (emissiepunt). Tevens dient de buitenzijde van een dierenverblijf op minimaal 25 meter van een geurgevoelig object te worden geplaatst. De bedrijfswoning aan de Stad van Gerwen 2 en de burgerwoning aan de Stad van Gerwen 9 voldoen niet aan deze vaste afstand. De woning aan de Stad van Gerwen 9 ligt op circa 16 meter afstand vanaf de inrichtingsgrens van de paardenhouderij. De beoogde dierverblijven van de paardenhouderij bevinden zich niet binnen 50 meter van de burgerwoning. De loods aan de oostzijde van de locatie wordt in gebruik genomen als berging/opslag. Het is niet beoogd om hier dierverblijven in te vestigen. Hierdoor kan worden voldaan aan de minimale afstanden van 25 meter voor de buitenzijde van dierenverblijven en 50 meter voor emissiepunten. Dit wordt geborgd door: ▪ een aanduiding ‘milieuzone – geurzone 1’ op 25 meter rondom de woning aan de Stad van Gerwen 9 op te nemen, waarbinnen geen dierenverblijven gesitueerd mogen worden.

42 Toelichting bestemmingsplan Stad van Gerwen 9, 9 A-B

▪

een aanduiding ‘milieuzone – geurzone 2’ op 50 meter rondom de woning aan de Stad van Gerwen 9 op te nemen, waarbinnen geen emissiepunten gesitueerd mogen worden.

Het beoogde bedrijfsgebouw voor de paardenhouderij wordt zodanig verbouwd dat de buitenzijde op circa 35 meter van de bedrijfswoning aan de Stad van Gerwen 2 komt te liggen. Hiermee wordt voldaan aan de vaste afstand van 25 meter tussen de buitenzijde van een dierenverblijf en een geurgevoelig object. Conform de Wgv Art. 4 lid 3 geldt dat voor bestaande veehouderijen de wijzigingsvergunning wordt geweigerd als de afstand te klein is én als de aangevraagde maatregel of voorziening leidt tot een toename van het aantal dieren van één of meer diercategorieën. Door de beoogde ontwikkeling worden de dierenverblijven op een grotere afstand geplaatst tot de bedrijfswoning dan in de huidige situatie. Tevens neemt het aantal dieren op de locatie af. Dit zorgt voor een verbetering van het woon- en leefklimaat ter plaatse van de bedrijfswoning aan Stad van Gerwen 2. Hierdoor zijn er op basis van de Wgv geen belemmeringen voor het initiatief. Dit wordt geborgd door: ▪ een aanduiding ‘milieuzone – geurzone 1’ op 25 meter rondom de woning aan de Stad van Gerwen 2 op te nemen, waarbinnen geen dierenverblijven gesitueerd mogen worden. ▪ een aanduiding ‘milieuzone – geurzone 2’ op 50 meter rondom de woning aan de Stad van Gerwen 2 op te nemen, waarbinnen geen emissiepunten gesitueerd mogen worden. Overige gevoelige objecten liggen op grotere afstand dan het gestelde minimum van 50 meter.

Hieruit kan worden geconcludeerd dat met de ontwikkeling van de paardenhouderij een verbetering van het woon- en leefklimaat ter plaatse van geurgevoelige objecten en in de omgeving gewaarborgd plaatsvindt. Woon- en leefklimaat Binnen het plangebied wordt een nieuwe geurgevoelige functie toegestaan. De herbestemming van de bedrijfswoning tot burgerwoning aan de Stad van Gerwen 9 vindt plaats op een perceel dat in de huidige situatie de functieaanduiding ‘bedrijfswoning’ heeft. Tevens wordt aan de Stad van Gerwen 9A een bestaande langgevelboerderij als bedrijfswoning bestemd. Voor de voorgrondbelasting worden bedrijven individueel beoordeeld. Om te beginnen kan hiervoor gebruik worden gemaakt van de VNG-lijst Bedrijven en milieuzonering, waar ‘geur’ één van de toetsaspecten is. In de Kaartbank van de provincie Noord-Brabant zijn de dichtstbijzijnde veehouderijen aangegeven middels stippen, zie navolgende afbeelding. Hieruit blijkt dat de meest nabijgelegen veehouderij zich op ca. 135 meter van het plangebied bevindt, dit betreft de melkveehouderij aan de Stad van Gerwen 3B. In de VNG-lijst geldt een minimale afstand van 100 meter voor rundveehouderijen voor het aspect geur. Aan deze minimale afstand kan dus worden voldaan.

Daarnaast moet ter plaatse van de beoogde burgerwoning aan de Stad van Gerwen 9 ook sprake zijn van een acceptabel woon- en leefklimaat als gevolg van de beoogde paardenhouderij aan de Stad van Gerwen 9 A-B. In voorgaande paragraaf is reeds uiteen gezet dat er geen dierenverblijven worden gesitueerd binnen 50 meter van de beoogde burgerwoning. Dit is geborgd middels de geurzones die worden geborgd in dit bestemmingsplan. Hierdoor is verzekerd dat de beoogde burgerwoning aan de Stad van Gerwen 9 op gepaste afstand van de dierenverblijven van de paardenhouderij gesitueerd is. Derhalve is er sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van de beoogde woningen.

43 Toelichting bestemmingsplan Stad van Gerwen 9, 9 A-B

Afbeelding 16 – Uitsnede Kaartbank Noord-Brabant veehouderijen

Voor de achtergrondbelasting, de cumulatieve geurbelasting, is de indicatieve kaart van de Omgevingsdienst Zuidoost Brabant geraadpleegd. Uit deze kaart blijkt dat ter plaatse van het plangebied sprake is van een goed woon- en leefklimaat. In deze kaart is de bestaande veehouderij nog meegenomen. Die geurbelasting komt met de ontwikkeling tot paardenhouderij te vervallen. De achtergrondbelasting in de omgeving zal hierdoor verbeteren. Aan de hand van deze kaart kan worden aangenomen dat er ook vanuit het aspect achtergrondbelasting geur geen belemmeringen zijn voor de beoogde ontwikkeling in het plangebied.

Afbeelding 17 – Achtergrondbelasting geur ODZOB

Op basis van het voorgaande kan geconcludeerd worden dat ter plaatse van het plangebied sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ten aanzien van het aspect geur. Omgekeerde werking Binnen het plangebied is al sprake van een bestaand geurgevoelig object in het kader van de Wet geurhinder en veehouderij, te weten de aanwezige bedrijfswoning. In de beoogde situatie wordt de bestaande bedrijfswoning

44 Toelichting bestemmingsplan Stad van Gerwen 9, 9 A-B

herbestemd tot burgerwoning met privé bijgebouw en wordt de bestaande rundveehouderij herbestemd tot paardenhouderij. In de huidige situatie hoefde de woning aan de Stad van Gerwen 9 niet te worden getoetst op het eigen bedrijf. Door de herbestemming naar burgerwoning moet het nu wel getoetst worden ten opzichte van de beoogde paardenhouderij. De beoogde burgerwoning aan de Stad van Gerwen 9 en de bedrijfswoning aan de Stad van Gerwen 2 liggen op minder dan 50 meter van de beoogde paardenhouderij. Doordat in dit bestemmingsplan wordt vastgelegd dat de buitenzijden van de dierverblijven op minimaal 25 meter en de emissiepunten op minimaal 50 meter van de woningen gevestigd moeten worden, wordt voorkomen dat de paardenhouderij in deze richting mag uitbreiden. Dit betreft geen onevenredige belemmering. De loods aan de oostzijde van de locatie wordt in gebruik genomen als berging/opslag. Het is niet beoogd om hier dierverblijven in te vestigen. De dierverblijven van de beoogde paardenhouderij voldoen hierdoor aan de vaste afstanden uit de Wgv en dit zal in de toekomst zo blijven. In de huidige situatie is een bed & breakfast vergund in het westelijke deel van de langgevelboerderij op de Stad van Gerwen 9A. De woning wordt gebruikt als mantelzorgwoning.

In de beoogde situatie wordt een bed & breakfast gesitueerd in het schuurgedeelte van de langgevelboerderij aan de Stad van Gerwen 9B. Het nieuwe recreatieverblijf, betreffende de bed & breakfast, leidt niet tot onevenredige aantasting van gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende veehouderijen. Aangezien de beoogde recreatieve verblijfseenheden onderdeel gaan uit maken van een paardenhouderij, dienen andere veehouderijen tot deze objecten een vaste afstand van 50 meter in acht te nemen (art. 3, lid 2, Wgv). Er zijn binnen 50 meter van het plangebied geen veehouderijen van derden gelegen. Het initiatief heeft dus met zekerheid geen onevenredige aantasting van de gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van veehouderijen tot gevolg.

4.6.3

Geluid

Op 1 januari 2007 is de (gewijzigde) Wet geluidhinder (hierna Wgh) in werking getreden. Deze wet beschermt geluidgevoelige bestemmingen tegen geluidhinder van geluidsbronnen: wegverkeer, spoorwegen, industrie en luchtvaart. Door middel van zonering worden grenzen aangehouden waarmee geluidgevoelige objecten worden beschermd. De zonering betreft een afstand, uitgaande van een geluidsbron, waarbinnen het normenstelsel uit de Wgh van toepassing is. Voor de beoogde ontwikkeling zijn zes aspecten van belang om te toetsen of voldaan wordt aan het aspect geluid: 1. Is er sprake van nieuwe geluidgevoelige objecten in de zin van de Wgh? Indien het antwoord hierop nee is, dan is verder onderzoek naar geluidoverlast op grond van de Wgh niet van toepassing. 2. Zo ja, is er dan sprake van geluidsoverlast: a. door wegverkeerslawaai? b. van een spoorweg? c. door de luchtvaart? d. van industrie ? 3. Welk effect heeft het plan op de omgeving? Geluidgevoelige objecten Allereerst dient te worden vastgesteld of er sprake is van geluidgevoelige objecten die op grond van de Wgh beschermd dienen te worden. De Wet geluidhinder beschermt de volgende objecten: ▪ woningen; ▪ andere geluidsgevoelige gebouwen (o.a. onderwijsgebouwen, ziekenhuizen en verpleeghuizen, verzorgingstehuizen, psychiatrische inrichtingen en kinderdagverblijven); ▪ geluidsgevoelige terreinen.

De bestaande woning aan de Stad van Gerwen 9 blijft ongewijzigd binnen het plangebied aanwezig. Het betreft dus een bestaand geluidgevoelig object in de zin van de Wgh. De woning wordt enkel her bestemd van bedrijfswoning bij het agrarisch bedrijf naar een separate burgerwoning, waardoor deze planologisch wordt losgekoppeld van het bedrijf. Het westelijke deel van de langgevelboerderij aan de Stad van Gerwen 9A is in de bestaande situatie in gebruik als mantelzorgwoning en bed & breakfast. Dit betreffen geen geluidgevoelige functies in de zin van de Wgh. Dit deel van de langgevelboerderij wordt in de beoogde situatie in gebruik genomen als bedrijfswoning. Hiermee wordt dus een nieuw geluidgevoelig object opgericht.

45 Toelichting bestemmingsplan Stad van Gerwen 9, 9 A-B

Wegverkeerslawaai Het plangebied is gelegen binnen de geluidzone van de Stad van Gerwen. De bestaande bedrijfswoning aan de Stad van Gerwen 9 blijft ongewijzigd binnen het plangebied aanwezig en is reeds getoetst in het vigerende bestemmingsplan. Toetsing aan de geluidnormen voor wat betreft wegverkeerslawaai is voor dit object derhalve niet nodig. Voor wat betreft het nieuwe geluidgevoelige object in de vorm van de bedrijfswoning die gevestigd wordt in de langgevelboerderij is er een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd (K+ Adviesgroep, 08-01-2024, Bijlage 10). Uit de rekenresultaten blijkt dat de geluidbelasting vanwege het wegverkeer op de Kwadestraat en Weverse Kanaaldijk respectievelijk 23 en 27 dB (inclusief aftrek van 2 dB op grond van artikel 110g Wgh) bedraagt. Voor deze wegen wordt de voorkeursgrenswaarde van 48 dB uit de Wgh hiermee dus niet overschreden. De geluidbelasting vanwege wegverkeer op de Stad van Gerwen bedraag maximaal 50 dB (inclusief aftrek van 2 dB op grond van artikel 110g Wgh. Hiermee wordt wel de voorkeurgrenswaarde, maar niet de maximale ontheffingswaarde van 53 dB overschreden. Er dient derhalve een hogere grenswaarde procedure doorlopen te worden.

Het ontwerpbesluit op deze hogere grenswaarde procedure is door het college van burgemeester en wethouders voorafgaand aan de inzagetermijn van het ontwerpbestemmingsplan genomen en vervolgens tegelijkertijd met het ontwerpbestemmingsplan ter inzage gelegd. Het definitieve besluit is vervolgens na de inzagetermijn als Bijlage 11 bij deze toelichting opgenomen. Spoorweg In de omgeving van het plangebied is geen spoorweg gelegen. Dit is dus niet relevant voor beoogde ontwikkeling. Luchtvaart Het plangebied is niet gelegen in een geluidzone met betrekking tot de luchtvaart. De beoogde ontwikkeling zal derhalve geen geluidoverlast ondervinden door de luchtvaart. Industrie In de directe omgeving van het plangebied is geen industrie aanwezig. Derhalve zal er geen geluidsoverlast zijn met betrekking tot de industrie. Effect op de omgeving Aangezien de woning aan de Stad van Gerwen 9 planologisch wordt losgekoppeld van de paardenhouderij is een akoestisch onderzoek nodig om vast te stellen dat er ter plaatse sprake is van een aanvaardbaar en gewaarborgd woon- en leefklimaat in het kader van een goede ruimtelijke ordening op grond van de Wet ruimtelijke ordening (K+ Adviesgroep, 19-09-2023, Bijlage 12). De optredende belasting bedraagt maximaal 32 dB(A) etmaalwaarde ter plaatse van alle onderzochte waarneempunten.

Hiermee wordt voldaan aan de geluideisen van het Activiteitenbesluit en stap 2 van de VNG-brochure. Het maximale niveau bedragen voor alle waarneempunten ten hoogste 69 dB(A) voor de dagperiode. In de avond- en nachtperiode zijn er geen activiteiten daarom zijn er ook geen belastingen in deze periodes. Voor alle waarneempunten wordt voldaan aan de geluideisen van het Activiteitenbesluit. Er wordt niet voldaan aan stap 2 van de VNG-brochure, wel wordt voldaan aan stap 3. Bij stap 3 dient het bevoegd gezag te motiveren waarom deze geluidbelasting in de concrete situatie acceptabel wordt geacht. De pieken worden veroorzaakt door het rijden met de shovel, een activiteit die bijna dagelijks voor een korte duur plaatsvindt. Deze belastingen voldoen wel aan het Activiteitenbesluit. Het betreft het maximaal geluidniveau waardoor er verder geen cumulatie heeft plaatsgevonden met de aanwezige belasting van wegverkeerslawaai, dit betreft namelijk het langtijdgemiddelde geluidniveau. Kijkende naar het binnenniveau ten aanzien van maximale geluidniveaus stelt het Activiteitenbesluit dat de binnenwaarde bij in- en aanpandige geluidgevoelige gebouwen maximaal 55 dB(A) mag bedragen in de dagperiode. De gevelgeluidwering van de woning dient dan minimaal 14 dB (69-55=14) te bedragen.

De woning is van het bouwjaar 2009 en dient conform het Bouwbesluit een minimale gevelgeluidwering van 20 dB te bevatten. Op basis hiervan kan worden gesteld dat er in de woning sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Indien gekeken wordt naar de laad- en losactiviteiten, welke buiten de beschouwing van het Activiteitenbesluit vallen, wordt voldaan aan stap 2 van de VNG. Bij alle waarneempunten wordt voldaan aan de richtwaarde van 50 dB(A) etmaalwaarde van de circulaire ‘Beoordeling geluidshinder wegverkeer in verband met de vergunningsverlening Wet Milieubeheer’. De etmaalwaarde bedraagt maximaal 31 dB(A). Hieruit kan geconcludeerd worden dat het aspect geluid geen belemmering zal vormen voor het planvoornemen.

46 Toelichting bestemmingsplan Stad van Gerwen 9, 9 A-B

4.6.4

Luchtkwaliteit

De regelgeving omtrent de luchtkwaliteit is opgenomen in de Wet milieubeheer (Wm). De belangrijkste aspecten t.a.v. de Europese luchtkwaliteitseisen zijn vernoemd in de ‘Wet luchtkwaliteit’. Deze wet maakt onderdeel uit van de Wm; hoofdstuk 5, titel 5.2. Rijk, provincies en gemeenten werken samen om de Europese eisen en doelstellingen voor het verbeteren van de luchtkwaliteit te realiseren. Overheidsinstanties zijn verplicht om bij (ruimtelijke) ingrepen en ontwikkelingen de mogelijke gevolgen voor de luchtkwaliteit in beeld te brengen. Het opstellen en vaststellen van een bestemmingsplan behoort tot deze categorie, daarom is het noodzakelijk dat de eventuele gevolgen voor de luchtkwaliteit in beeld worden gebracht. Omgekeerd is het van belang dat ter plaatse het plangebied sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat voor wat betreft het aspect luchtkwaliteit. Niet in betekenende mate Artikel 5.16 Wm (lid 1) geeft weer, onder welke voorwaarden, bestuursorganen bepaalde bevoegdheden mogen uitoefenen.

Wanneer bij de planvorming sprake is van één van de volgende punten vormen de luchtkwaliteitseisen in beginsel geen belemmering: ▪ Er is sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; ▪ Een plan leidt, al dan niet per saldo, niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; ▪ Een plan draagt ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bij aan de luchtverontreiniging; ▪ Een plan past binnen het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL), of binnen een regionaal programma van maatregelen. Het besluit ‘niet in betekenende mate bijdragen’ staat plannen toe wanneer de bijdrage aan de luchtkwaliteit van het desbetreffende plan niet in betekenende mate is. De afkorting NIBM staat voor ‘Niet in betekenende mate bijdragen’ aan de luchtverontreiniging. Hiermee worden ruimtelijke plannen of (te vergunnen) activiteiten bedoeld die slechts een zeer geringe bijdrage hebben aan de luchtverontreiniging. In deze gevallen is een toetsing aan de grenswaarden luchtkwaliteit niet nodig. Belangrijk bij toetsing van NIBM is dat aannemelijk gemaakt moet worden, dat de 3% grens niet wordt overschreden (artikel 2 van het Besluit NIBM). Wanneer gesteld kan worden dat het aannemelijk is dat de grens niet wordt overschreden, dan is het plan NIBM.

De regeling NIBM geeft categorieën aan van gevallen en getalsmatige grenzen waarbinnen een plan altijd NIBM is, ongeacht de bijdrage ervan op de concentraties. Voor dergelijke gevallen mag er zonder meer van worden uitgegaan dat de bijdrage van het plan NIBM is. Voor woningbouw geldt dat een plan NIMB is wanneer er meer dan 1.500 woningen gebouwd worden. Het plan ziet op de herbestemming van een bedrijfswoning tot burgerwoning met privé bijgebouw. Hiermee wordt de NIBM grens voor woningbouw dus niet overschreden. Dit onderdeel van het plan is dus met zekerheid NIBM. Bovendien wordt de bestaande rundveehouderij weg bestemd wat een positief effect heeft op de luchtkwaliteit in de omgeving. In alle overige gevallen of combinaties van bovenstaande grenzen moet middels een berekening worden aangetoond of de bijdrage niet in betekenende mate is of dat de grenswaarden niet worden overschreden. Met de beoogde ontwikkeling wordt een bestaande rundveehouderij herbestemd tot paardenhouderij. Voor paarden zijn geen emissiefactoren voor wat betreft de uitstoot van fijnstof vastgesteld. Wel dient bepaalt te worden of de (eventuele) toename in het aantal verkeersbewegingen van en naar de inrichting invloed heeft op de luchtkwaliteit in de omgeving. Het ministerie van Infrastructuur en Milieu heeft hier in samenwerking met Kenniscentrum InfoMil een specifieke rekentool voor ontwikkeld.

Met die tool kan op een eenvoudige en snelle manier worden bepaald of de verkeersaantrekkende werking van een functie ‘Niet In Betekenende Mate’ bijdraagt aan de concentratie van fijnstof in de buitenlucht. De verkeersaantrekkende werking van de beoogde bedrijfsopzet is beschreven in paragraaf 4.4. Hieruit blijkt dat de weekdaggemiddelde verkeersgeneratie van het agrarisch bedrijf aan de Stad van Gerwen 9 A-B afneemt. Volledigheidshalve is de totale verkeersgeneratie van de beoogde paardenhouderij, het vollegrondsteeltbedrijf, de bed & breakfast en de bedrijfswoning ingevoerd in de NIBM-tool. Uit de berekening van de NIBM-tool blijkt dat bij een dagelijkse afname van 42 verkeersbewegingen van en naar de inrichting de bijdrage aan de fijnstofconcentratie nog NIBM is, zie Afbeelding 18. De beoogde ontwikkeling heeft dus met zekerheid geen significant negatieve effecten op de luchtkwaliteit in de omgeving.

47 Toelichting bestemmingsplan Stad van Gerwen 9, 9 A-B

Afbeelding 18 – Uitsnede NIBM-tool

De beoogde ontwikkeling heeft dus een positief effect op de luchtkwaliteit in de omgeving omdat de bestaande rundveehouderij wordt beëindigd en herbestemd tot paardenhouderij. Er is dus een afname in fijnstofemissies. Woon- en leefklimaat Op grond van de Wet zijn grenswaarden opgenomen voor de jaargemiddelde concentraties voor onder andere fijnstof (PM10). De grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie bedraagt 40 μg/m 3. Vanaf 1 januari 2015 geldt tevens een grenswaarde voor zeer fijnstof (PM2,5) waaraan door het bevoegd gezag bij vergunningverlening moet worden getoetst. Deze grenswaarde is opgenomen in de Wet milieubeheer en bedraagt 25 μg/m3 voor de jaargemiddelde concentratie. De achtergrondconcentratie PM10 en PM2,5 ter plaatse van het plangebied kan worden geraadpleegd via de Grootschalige Concentratie- en depositiekaarten Nederland van het RIVM. Uit onderstaande afbeeldingen is op te maken dat de achtergrondconcentratie PM10 16,02 μg/m3 bedraagt en de achtergrondconcentratie PM2,5 9,295 μg/m3. Er kan dus ruimschoots worden voldaan aan de grenswaarden voor wat betreft de concentratie PM10 en PM2,5.

Afbeelding 19 – Uitsnede GCN-kaart PM10

48 Toelichting bestemmingsplan Stad van Gerwen 9, 9 A-B

Afbeelding 20 – Uitsnede GCN-kaart PM2,5

Voor de kortdurende blootstelling van de mens aan piekconcentraties van NO 2 geldt een grenswaarde van 200 μg/m3 voor het uurgemiddelde van NO2, die niet vaker dan 18 maal per kalenderjaar mag worden overschreden. De norm voor langdurende blootstelling van de bevolking is de grenswaarde van 40 μg/m3 voor de jaargemiddelde NO2-concentratie. De achtergrondconcentratie ter plaatse bedraagt 11,93 μg/m3 blijkt uit de Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten Nederland. Er kan dus tevens worden voldaan aan de grenswaarde voor wat betreft NO2 concentratie.

Afbeelding 21 – Uitsnede GCN-kaart NO2

Conclusie Door het feit dat de ontwikkeling ‘NIBM’ zal zijn kan worden geconcludeerd dat er geen negatieve gevolgen zullen zijn voor het aspect luchtkwaliteit. Daarnaast wordt er ruim voldaan aan de grenswaarden van de achtergrondconcentraties. Hierdoor is te concluderen dat er ook sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

4.6.5

Externe veiligheid

Het rijksbeleid voor externe veiligheid heeft tot doel het beperken en beheersen van risico’s voor de omgeving. Het gaat hierbij om situaties waarbij gevaarlijke stoffen en/of vliegtuigen nabij luchthavens betrokken zijn. Bij gevaarlijke stoffen moet men denken aan het vervoeren, transporteren, opslag, produceren etc. Bij externe veiligheid wordt het mogelijke risico in kaart gebracht wat derden lopen bij eventuele calamiteit. Het gaat hierbij om ‘slachtoffers van buiten de poort’. Mensen die niets met een activiteit van gevaarlijke stoffen en/of vliegtuigen te maken hebben, maar hier wel de dupe van worden bij een ramp. Bij externe veiligheid wordt een onderscheid gemaakt in externe veiligheid voor inrichtingen, voor transport van gevaarlijke stoffen en voor luchthavens. Het externe veiligheidsbeleid stelt twee doelstellingen centraal:

49 Toelichting bestemmingsplan Stad van Gerwen 9, 9 A-B

▪

▪

Plaatsgebonden risico (PR): De bescherming van personen die zich bevinden in de nabijheid van een risicobron tegen de kans op overlijden ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen of ten gevolge van een ongeval met een vliegtuig op of nabij een luchthaven; Groepsrisico (GR): De bescherming van de samenleving tegen het ontwrichtende effect van een dergelijke ramp met een groot aantal slachtoffers.

Het PR geeft de kans per jaar aan dat een persoon, die permanent en onbeschermd aanwezig is op een bepaalde plaats buiten een bedrijf (inrichting) of in de buurt van een vervoersmodaliteit (vervoer via weg, water, spoor of buisleiding) of nabij een luchthaven, op die plaats overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen binnen die inrichting of op die vervoersmodaliteit of als gevolg van een ongeval nabij de luchthaven. De norm die voor het PR geldt, is de kans van 1:1.000.000 (10 -6). Voor kwetsbare objecten is dit een grenswaarde welke moet worden opgevolgd. Voor beperkt kwetsbare objecten is het een richtwaarde. Het GR geeft aan wat de kans is op een ongeval waarbij tien of meer dodelijke slachtoffers vallen in de omgeving van de risicobron. Voor het groepsrisico is geen norm gesteld. Uit het vigerende beleid, zoals onder andere vastgelegd in het Bevi, geldt een verantwoordingsplicht. Iedere verandering (af- of toename) van het groepsrisico moet inzichtelijk worden gemaakt en worden voorzien van een onderbouwing. Het beleid ligt vast in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), besluit externe veiligheid transportleidingen (Bevb) en het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt).

Bevi Gezien de aard van de voorgenomen activiteit (wijziging van een rundveehouderij tot paardenhouderij met bedrijfswoning en het herbestemmen van bedrijfswoning tot burgerwoning) is het Bevi niet van toepassing. De werkzaamheden omvatten niet het gebruik, opslag of vervoer van gevaarlijke stoffen. Uit de risicokaart blijkt dat er geen risicovolle inrichtingen en kwetsbare objecten aanwezig zijn op of nabij het plangebied. De dichtstbijzijnde risicovolle inrichting is gelegen aan de Olen 50. Hier is een risicobron gelegen in de vorm van een bovengrondse propaantank met een veiligheidsafstand van 10 meter. De inrichting aan de Olen is op circa 485 meter van de beoogde burgerwoning en bedrijfswoning gelegen. Er wordt dus ruimschoots voldaan aan de gestelde veiligheidsafstand. Daarom zijn er voor het plan geen belemmeringen vanuit het Bevi. Bevb Ten noorden van het plangebied is een Defensieleiding gelegen waaraan een PR 10-6 risicocontour van 0 meter is toegekend. Aan weerszijden van deze leiding is een belemmeringenstrook van 5 meter bestemd voor de aanleg, instandhouding en/of bescherming van deze leiding. Binnen deze belemmeringenstrook mogen geen nieuwe kwetsbare objecten worden opgericht. Het plangebied is volledig buiten deze belemmeringenstrook gelegen. Het plangebied is echter wel binnen het invloedsgebied van deze buisleiding gelegen.

Binnen het plangebied zijn twee beperkt kwetsbare objecten aanwezig: de bestaande bedrijfswoning en de langgevelboerderij, welke deels is vergund als bed & breakfast en vergunningsvrij in gebruik is als mantelzorgwoning. In de beoogde situatie wordt de bestaande bedrijfswoning in gebruik genomen als burgerwoning. De langgevelboerderij wordt gedeeltelijk in gebruik genomen als bedrijfswoning (Stad van Gerwen 9A) en gedeeltelijk als bed & breakfast (Stad van Gerwen 9B). Hierdoor wordt er een gevoelig object aan het plangebied toegevoegd. De afstand van deze objecten tot de buisleiding is ruim 100 meter. Bovendien worden er met het initiatief minder dan 50 personen aan het plangebied toegevoegd. Dit betekent dat het standaardadvies van toepassing is. Het Standaardadvies Externe veiligheid van de Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost is derhalve als Bijlage 13 aan deze toelichting toegevoegd. Op grond van het Bevb zijn er dus geen belemmeringen voor de beoogde ontwikkelingen binnen het plangebied. Bevt In de Regeling Basisnet is een tabel met afstanden opgenomen voor het plaatsgebonden risico dat geldt voor transportroutes. Uit de risicokaart blijkt dat de locatie niet ligt binnen de invloedsfeer van wegen die zijn opgenomen in de tabel uit de Regeling Basisnet.

50 Toelichting bestemmingsplan Stad van Gerwen 9, 9 A-B

Afbeelding 22 – Uitsnede risicokaart Nederland (bron: www.risicokaart.nl)

Conclusie Gezien het vorenstaande kan geconcludeerd worden dat het aspect externe veiligheid geen belemmering vormt voor het initiatief.

4.6.6

Volksgezondheid

Intensieve veehouderijbedrijven, met name pluimveebedrijven, dragen bij aan de emissies van fijn stof PM 10 in Nederland. Endotoxinen kunnen onderdeel uitmaken van dit uitgestoten fijn stof. De uitstoot van fijnstof en endotoxinen kunnen negatieve effecten op de gezondheid van omwonenden van veehouderijen hebben. Bij ruimtelijke ontwikkelingen met gevoelige functies moet het aspect ‘endotoxinen’ beoordeeld worden. In dit geval is sprake van een (ongewijzigde) bedrijfswoning. Voorlopige resultaten van landelijke onderzoeken zijn voor de Gezondheidsraad in 2012 aanleiding geweest om voor de algemene bevolking een gezondheidskundige advieswaarde voor endotoxine van 30 EU/m³ aan het Rijk te adviseren. Deze advieswaarde wordt tevens gehanteerd in de notitie ‘Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0; een stappenplan om te beoordelen of nadere advisering vanuit de GGD wenselijk is’. Uitgangspunt in de ruimtelijke ordening is dat sprake moet zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en derhalve de advieswaarde van 30 EU/m³ niet wordt overschreden. Op 7 juli 2016 is het rapport ‘Emissies van endotoxinen uit de Veehouderij: emissiemetingen en verspreidingsmodelering’ (Wageningen UR Livestock Research, juni 2016, rapport 949) verschenen.

Uit dit rapport blijkt dat rondom varkens- en pluimveehouderijen mogelijk een overschrijding van de advieswaarde van 30 EU/m3 (vastgesteld door de Gezondheidsraad) aan de orde is. De uitkomsten van het endotoxine onderzoek zijn uitgewerkt in een aanvullend onderzoek (“Endotoxine concentraties rond stallen; indicatieve modelberekeningen”, ErbrinkStacks Consult, 5 september 2016). Endotoxines kunnen nog niet concreet gemeten, dan wel berekend worden. Het aanvullend onderzoek heeft wel als resultaat opgeleverd dat op basis van een fijnstofemissie (bronsterkte) de aan te houden afstand kan worden bepaald om een te hoge blootstelling aan endotoxinen te voorkomen. Op basis van deze rekentabel volgt dat bij afstanden van meer dan 200 meter, overschrijdingen van de advieswaardes voor endotoxinen bij varkenshouderijen (tot circa 1.400 kg PM10/jaar, dus bedrijven met een zeer hoge fijnstof-uitstoot), niet meer voorkomen. Voor pluimveehouderijen (tot circa 10.000 kg PM10/jaar voor vleeskuikens en tot circa 17.000 kg PM10/jaar voor leghennen) ligt deze afstand op circa 300 meter. Aan de Stad van Gerwen 3B en Stad van Gerwen 15 zijn rundveehouderijen gelegen op respectievelijk circa 170 en 225 meter van het plangebied. Aan de Stad van Gerwen 5 is een gecombineerde varkens- en rundveehouderij gelegen op circa 260 meter van het plangebied.

Gezien deze grote afstanden kan op grond van de beschikbare kennis en onderzoeksresultaten geconcludeerd worden dat het aspect endotoxines geen belemmeringen oplevert voor de beoogde ontwikkelingen. Geitenhouderijen

51 Toelichting bestemmingsplan Stad van Gerwen 9, 9 A-B

Uit VGO-onderzoeken (Veehouderij en Gezondheid Omwonenden) is gebleken dat tot twee kilometer rond geitenhouderijen een verhoogde kans op longontsteking bestaat. Naar aanleiding daarvan hebben Provinciale Staten van Noord-Brabant besloten tot een moratorium op de geitenhouderij, om uitbreiden van dierenverblijven en omschakelen naar geitenhouderij tegen te gaan. Er zijn geen geitenhouderijen gelegen binnen twee kilometer van het plangebied. Er is vanuit deze bedrijvigheid gezien de afstand dan ook geen sprake van risico’s voor de volksgezondheid.

4.6.7

Spuitzones

In het kader van een goede ruimtelijke ordening moet een afweging worden gemaakt tussen het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en de volksgezondheid. Op grond van deze afweging kan het noodzakelijk zijn om een spuitvrije zone aan te houden. Welke afstand (minimaal) aangehouden moet worden is niet in een wettelijke regeling voorgeschreven. Uit jurisprudentie blijkt dat de Raad van State een afstand van 50 meter, tussen gevoelige functies en agrarische bedrijvigheid waarbij gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt, over het algemeen niet onredelijk vindt. Volgens vast rechtspraak kan een kortere afstand ook aanvaardbaar zijn, mits hieraan en goede onderbouwing ten grondslag ligt. Daarnaast kan het zijn dat gepaste maatregelen genomen moeten worden om de drift te voorkomen (bronmaatregelen zoals driftarme spuitdoppen) of overdrachtsmaatregelen zoals bijvoorbeeld een dichte haag. Tussen de agrarische cultuurgrond en de beoogde burgerwoning aan de Stad van Gerwen 9 komt de bedrijfsbestemming te liggen. Aan de noordzijde van de beoogde burgerwoning worden de gronden bestemd als natuurbestemming. De afstand van de beoogde burgerwoning tot de agrarische gronden bedraagt circa 120 meter, zie Afbeelding 23. De afstand van de beoogde bedrijfswoning en bed & breakfast aan de Stad van Gerwen 9A-B bedraagt circa 66,5 meter, zie Afbeelding 24.

De bedrijfswoning aan de Stad van Gerwen 2 bevindt zich op een afstand van circa 67 meter, zie Afbeelding 25. Er wordt dus ruimschoots voldaan aan de richtafstanden voor spuitzones. Bovendien zijn tussen de beoogde bedrijfswoning en burgerwoning en de aangrenzende landbouwgronden bijgebouwen en landschapselementen bij de woningen gesitueerd. Hierdoor wordt voorkomen dat drift – mocht deze al ontstaan – tot aan de woningen reikt.

Afbeelding 23 – Afstand agrarische gronden tot burgerwoning Stad van Gerwen 9 (bron: https://www.google.nl/maps)

52 Toelichting bestemmingsplan Stad van Gerwen 9, 9 A-B

Afbeelding 24 – Afstand agrarische gronden tot bedrijfswoning Stad van Gerwen 9A-B (bron: https://www.google.nl/maps)

Afbeelding 25 – Afstand agrarische gronden tot bedrijfswoning Stad van Gerwen 2 (bron: https://www.google.nl/maps)

Het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in de directe omgeving van het plangebied heeft daarmee geen significant negatief effect op het woon- en leefklimaat in het plangebied en omliggende woningen.

4.7 Vormvrije m.e.r-beoordeling In de voorbereiding van de planprocedure is een aanmeldingsnotitie ten behoeve van een vormvrije m.e.r.beoordeling ingediend bij de gemeente Nuenen. Een afschrift hiervan is opgenomen in Bijlage 14. Het college van Burgemeester en wethouders heeft naar aanleiding hiervan besloten dat belangrijke nadelige milieugevolgen ten gevolge van het beoogde plan kunnen worden uitgesloten. Het opstellen van een milieueffectrapportage is niet noodzakelijk.

53 Toelichting bestemmingsplan Stad van Gerwen 9, 9 A-B

5 Juridische planopzet In dit hoofdstuk is een beschrijving van de juridische planopzet opgenomen. Dit wordt uiteen gezet aan de hand van de planvorm, verbeelding en planregels.

5.1 Planvorm De Wet ruimtelijke ordening (Wro) verplicht gemeenten bestemmingsplannen op te stellen. In de Wro en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is nader uitgewerkt uit welke onderdelen een bestemmingsplan in ieder geval moet bestaan. Het gaat om planregels, een verbeelding en de bijbehorende toelichting. De verbeelding vormt samen met de planregels het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan. Op de verbeelding zijn op een topografische ondergrond de bestemmingen aangeduid, met daaraan gekoppelde regels met betrekking tot bouwen en gebruik. De toelichting bij het plan heeft geen juridisch bindende werking maar biedt een overzicht van de onderzoeksresultaten en planmotivatie.

5.2 Verbeelding De verbeelding visualiseert het plangebied. Uit de verbeelding blijkt de begrenzing en de ligging van het plangebied. De verbeelding is direct verbonden met de bijbehorende regels. In de regels worden de condities en voorwaarden voor de bestemmingen en aanduidingen gesteld. De verbeelding is vervaardigd conform wettelijke eisen en geldende standaarden. De verbeelding is getekend op een bijgewerkte en digitale kadastrale ondergrond, schaal 1:500 en bestaat uit één kaart. Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden aangewezen en begrensd. Op de verbeelding zijn de volgende bestemmingen en aanduidingen opgenomen: Stad van Gerwen 9 ▪ Enkelbestemming: Agrarisch met waarden – Groenblauwe mantel; ▪ Enkelbestemming: Wonen; ▪ Dubbelbestemming: Waarde – Archeologie 2 archeologische waarde; ▪ Bouwvlak; ▪ Bouwaanduiding: specifieke bouwaanduiding – ruimte voor ruimte; ▪ Gebiedsaanduiding: milieuzone – boringsvrije zone; ▪ Gebiedsaanduiding: overige zone – schuilstallen; Stad van Gerwen 9A-B ▪ Enkelbestemming: Agrarisch met waarden – Groenblauwe mantel; ▪ Enkelbestemming: Bedrijf ▪ Dubbelbestemming: Waarde – Archeologie 2 archeologische waarde; ▪ Dubbelbestemming: Waarde – Archeologie 3a hoge verwachting; ▪ Dubbelbestemming: Waarde – Archeologie 4a middelhoge verwachting; ▪ Dubbelbestemming: Waarde – Archeologie 5 lage verwachting; ▪

Dubbelbestemming: Waterstaat – Waterkering; ▪ Bouwvlak; ▪ Functieaanduiding: specifieke vorm van bedrijf – bed & breakfast; ▪ Functieaanduiding: specifieke vorm van bedrijf – paardenhouderij; ▪ Functieaanduiding: specifieke vorm van bedrijf – teeltbedrijf; ▪ Gebiedsaanduiding: milieuzone – boringsvrije zone; ▪ Gebiedsaanduiding: milieuzone – geur 1; ▪ Gebiedsaanduiding: milieuzone – geur 2; ▪ Gebiedsaanduiding: overige zone – schuilstallen. Perceel A 3966/3667 ▪ Enkelbestemming: Agrarisch met waarden – Groenblauwe mantel; ▪ Enkelbestemming: Natuur; ▪ Dubbelbestemming: Waarde – Aardkundige waarde; ▪ Dubbelbestemming: Waarde – Archeologie 4a middelhoge verwachting; ▪ Dubbelbestemming: Waarde – Archeologie 5 lage verwachting; ▪ Dubbelbestemming: Waarde – Cultuurhistorie akkerbouwcomplex; ▪ Dubbelbestemming: Waarde – Cultuurhistorie historische verkaveling; ▪ Dubbelbestemming: Waterstaat – Waterbergingsgebied;

54 Toelichting bestemmingsplan Stad van Gerwen 9, 9 A-B

▪ ▪

Gebiedsaanduiding: overige zone – beperkingen veehouderij; Gebiedsaanduiding: overige zone – schuilstallen.

5.3 Planregels De regels behorende bij voorliggend bestemmingsplan bestaan uit inleidende regels, bestemmingsregels, algemene regels en overgangs- en slotregels. De in het bestemmingsplan opgenomen regels zijn grotendeels overeenkomstig de regels van het moederplan ‘Buitengebied Nuenen’. De bestemming ‘Agrarisch met waarden – Groenblauwe mantel’ is ter plaatse van Stad van Gerwen 9 gewijzigd in de bestemming ‘Wonen’ en ter plaatse van de kadastrale percelen met nummer A3966 en A3967 in ‘Natuur’. Het bouwvlak met de functieaanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – veehouderij’ is gewijzigd naar de functieaanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – paardenhouderij’ en ‘specifieke vorm van bedrijf – teeltbedrijf’. Dit bouwvlak is tevens gewijzigd en verkleind ten behoeve van de paardenhouderij. Ter plaatse van de bed & breakfast op Stad van Gerwen 9B is een functieaanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – bed & breakfast’ opgenomen. Ter plaatse van de woning op Stad van Gerwen 9 wordt een aanduiding opgenomen waarbij wordt voorkomen dat dierverblijven gesitueerd kunnen worden binnen een straal van 50 meter rondom de woning. Tenslotte zijn een aantal voorwaardelijke verplichtingen opgenomen ter uitvoering van de Beleidsregel maatwerk omgevingskwaliteit Noord-Brabant.

55 Toelichting bestemmingsplan Stad van Gerwen 9, 9 A-B

6 Uitvoerbaarheid In de Wet ruimtelijke ordening is vastgelegd dat ieder bestemmingsplan en wijzigingsplan inzicht moet geven in de uitvoerbaarheid ervan. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in de maatschappelijke en de economische uitvoerbaarheid.

6.1 Economische uitvoerbaarheid Een gemeente is (in beginsel) verplicht om, op grond van artikel 6.12 eerste lid, Wro een exploitatieplan vast te stellen voor gronden waarop een in het Bro aangewezen bouwplan is voorgenomen. De gemeenteraad kan echter besluiten om geen exploitatieplan vast te stellen indien: ▪ Het verhaal van de kosten van de grondexploitatie over de in het plan of besluit begrepen gronden anderszins is verzekerd; ▪ Het bepalen van een tijdvak voor de exploitatie of een fasering van de uitvoering van werken, werkzaamheden, maatregelen en bouwplannen niet nodig is; ▪ Het stellen van eisen, regels of een uitwerking van regels als bedoeld in artikel 6.13, tweede lid, onder b, c en d Wro niet noodzakelijk is. Met het planvoornemen is sprake van een bouwplan zoals bedoeld in artikel 6.2.1 Bro. Dit betekent dat het kostenverhaal verzekerd moet zijn. Door middel van een anterieure overeenkomst tussen gemeente en initiatiefnemer is hierin voorzien.

6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid De maatschappelijke haalbaarheid heeft als doel aan te tonen dat het plan maatschappelijk draagvlak heeft. In dat kader heeft een omgevingsdialoog plaatsgevonden en is vooroverleg gevoerd met de daartoe aangewezen instanties. Er is een omgevingsdialoog gevoerd met de belanghebbenden in de omgeving van het plangebied. Een geanonimiseerd verslag van deze dialoog is toegevoegd in Bijlage 15. Het concept bestemmingsplan is ter vooroverleg aan de provincie en het waterschap aangeboden. In Bijlage 16 zijn de reacties van deze partijen samengevat en is aangegeven hoe deze zijn verwerkt in het plan. De vaststellingsprocedure van het bestemmingsplan vindt plaats volgens artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening (afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is van toepassing). Het ontwerp is in dit kader ter visie gelegd gedurende een periode van zes weken, van 21 december 2023 tot en met 31 januari 2024. Gedurende deze periode is eenieder in de gelegenheid gesteld zienswijzen kenbaar te maken. Van deze mogelijkheid is geen gebruik gemaakt. Het plan is ter vaststelling aangeboden aan de gemeenteraad op 18 april 2024. Na vaststelling wordt het bestemmingsplan voor de tweede maal zes weken ter visie gelegd.

Gedurende deze periode kunnen belanghebbenden tegen het vaststellingsbesluit beroep instellen bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Tevens kan er beroep worden ingesteld tegen de eventueel gewijzigde onderdelen. Indien geen beroep wordt ingesteld, is het plan na deze beroepstermijn onherroepelijk en treedt het plan in werking.

56 Toelichting bestemmingsplan Stad van Gerwen 9, 9 A-B

7 Bijlagen Bijlage 1. Bijlage 2. Bijlage 3. Bijlage 4. Bijlage 5. Bijlage 6. Bijlage 7. Bijlage 8. Bijlage 9.

Bijlage 10. Bijlage 11. Bijlage 12. Bijlage 13. Bijlage 14. Bijlage 15. Bijlage 16.

Berekening vereiste tegenprestatie omgevingskwaliteit Situatietekening a. Landschappelijk inpassingsplan rapportage b. Landschappelijk inpassingsplan situatieschets Natuurontwikkelingsplan Quickscan Flora en Fauna Brief Adviescommissie Agrarische Bouwaanvragen Brief college van B&W gemeente Son en Breugel Asbestinventaristatierapport a. Stikstofdepositieonderzoek b. Revisievergunning 05-03-1996 c. AERIUS-verschilberekening referentie- en beoogde situatie d. AERIUS-berekening realisatiefase Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Besluit hogere grenswaarde Akoestisch onderzoek industrielawaai Standaardadvies externe veiligheid VRBZO Vormvrije m.e.r.-beoordelingsnotitie Verslag omgevingsdialoog Notitie beantwoording vooroverlegreacties

57 Toelichting bestemmingsplan Stad van Gerwen 9, 9 A-B

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13993910/1