Bp herziening Buitengebied, Nieuwe Dijk 1 en 1b - Toelichting
Tekst van het document
Uit het aanvullende VGO+-onderzoek komt niet duidelijk naar voren wat de primaire oorzaak van de luchtwegklachten rond geitenhouderijen is. - Er zijn sterke aanwijzingen dat fijnstof en componenten ervan mensen gevoeliger maken voor luchtweginfecties en dat er een verminderde longfunctie is bij een hoge concentratie van ammoniak in de lucht. Specifieke ziekteverwekkers afkomstig van dieren kunnen echter niet worden uitgesloten. - De onderzoeken bevestigen de conclusie dat mensen met COPD, die in de buurt van veehouderijen wonen, vaker en ernstiger klachten hebben dan mensen die op grotere afstand van veehouderijen wonen. Daar staat tegenover dat bij mensen die dicht bij een veehouderij wonen astma en neusallergie minder voor komen. - Wel is duidelijk geworden dat de afstand tot veehouderijen er toe doet. Uit luchtmetingen in de woonomgeving blijkt dat de concentratie endotoxinen in de lucht toeneemt naarmate de afstand tot een veehouderij kleiner wordt en/of het aantal (dichtheid) veehouderijen in een gebied groter wordt. Veehouderijsectoren met de hoogste uitstoot van fijnstof, zoals pluimvee- en varkenshouderij, dragen duidelijk bij aan de concentratie van endotoxinen in de leefomgeving.
Opvallend was verder dat ook sectoren van de veehouderij die niet bekendstaan om een hoge uitstoot van stoffen toch substantieel lijken bij te dragen aan de concentratie van endotoxinen in de leefomgeving. Omdat de VGO-onderzoeken de veehouderijsector als geheel betreft, kunnen er momenteel geen conclusies over een individueel bedrijf uit afgeleid worden. De onderzoeken houden immers geen rekening met de specifieke omstandigheden van/op dat bedrijf en de nabije omgeving van dat bedrijf. Ofschoon de onderzoeken wel een relatie tussen veehouderijen en gezondheid hebben aangetoond, ontbreken er vooralsnog de (wetenschappelijke) inzichten wat hiervan het oorzakelijk verband is. Niet duidelijk is wát precies de genoemde gezondheidseffecten veroorzaakt. Om meer inzicht te krijgen wat in de lucht rondom intensieve veehouderijen gebeurt, vinden momenteel diverse aanvullende luchtkwaliteitsonderzoeken plaats. De bevindingen en conclusies daarvan laten nog wel enige tijd op zich wachten.
BESTEMMINGSPLANHERZIENING BUITENGEBIED NUENEN, NIEUWEDIJK 1
R & S ADVIES
93
De resultaten van deze vervolgonderzoeken zijn van essentieel belang voor de vorming van algemeen aanvaarde wetenschappelijke inzichten en de ontwikkeling van een wettelijk en beleidsmatig toetsingskader. Vooralsnog ontbreken deze voor wat betreft het aspect gezondheid, en geven momenteel dan ook geen aanleiding om het beoogd plan op grond van het voorzorgsbeginsel te moeten afwijzen. Ter nadere motivering kan het volgende nog worden vermeld: • Als gevolg van het voorgenomen plan treedt er een verbetering ten opzichte van de bestaande en al eerder vergunde situatie op. Zowel de ammoniak-, geur- als fijn stofemissie neemt in aanzienlijk af. Bekend is dat endotoxines zich aan fijn stofdeeltjes kunnen hechten. Uit het onderzoek in het kader van luchtkwaliteit blijkt dat ruimschoots wordt voldaan aan de wettelijk geldende concentratiegrenswaarden. • In de onderzoeken werd een verband gevonden in ziektedruk bij de aanwezigheid van meer dan 15 veehouderijen binnen een afstand van 1 kilometer afstand tot woningen. Binnen een afstand van 1 km rondom de meest relevante gevoelige objecten zijn 11 veehouderijen aanwezig. Dit betreft 2 zeugenhouderijen, 3 melkrundveehouderijen, 2 vleesvarkenshouderijen, 1 vleeskuikenshouderij, 1 nerts/vosenhouderij en 2 paardenhouderijen.
• In de onderzoeken werd een verband gevonden tussen de aanwezigheid van geitenhouderijen binnen een straal van 2 kilometer afstand van woningen en een licht verhoogde kans op longontsteking. Er is daarbij aangegeven dat het nog onduidelijk was of de extra longontstekingen in het onderzoeksgebied werden veroorzaakt door specifieke ziekteverwekkers die van dieren afkomstig zijn (zoönose-verwekkers), of dat mensen gevoeliger voor longontsteking worden door de blootstelling aan stoffen die veehouderijbedrijven uitstoten, zoals fijnstof, endotoxinen en ammoniak. Binnen een straal van 2 km rondom de meest relevante gevoelige objecten zijn geen geitenhouderijen gelegen. Het aspect gezondheid vormt geen belemmering voor het voorgenomen plan.
BESTEMMINGSPLANHERZIENING BUITENGEBIED NUENEN, NIEUWEDIJK 1
R & S ADVIES
94
5.10
Driftzonering
Kenmerkend voor de land- en tuinbouw zijn de intensieve teeltsystemen met een relatief hoog gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Bij het spuiten van gewasbeschermingsmiddelen komt drift vrij. Drift is een term die gebruikt wordt voor de spuitvloeistof die tijdens de bespuiting buiten het te behandelen gebied terecht komt als gevolg van wind- en luchtstromen. Drift is hoger bij toepassing in fruitteelt dan bij de akkerbouw en lage bomenteelt, waarbij voornamelijk neerwaarts wordt gespoten. Derhalve dient in het kader van een goede ruimtelijke ordening afstand te worden gehouden tussen gevoelige objecten en boomgaarden. Er zijn geen wettelijke bepalingen over de aan te houden afstand. Door de Raad van State wordt bij beoordeling van nieuwe ruimtelijke situaties vanwege drift een richtafstand van 50 meter aangehouden. Binnen een straal van 50 meter rondom de projectlocatie vindt geen boomteelt plaats. Het gebruik van de landbouwpercelen ten behoeve van boomteelt wordt planologisch niet uitgesloten. Voor het verbouwen van de bestaande langgevelboerderij tot een grotere woonruimte, is reeds een bouwvergunning verleend. In het resterende schuurgedeelte wordt nu een kantoorfunctie voorzien.
Uit onderstaande figuur blijkt dat de uitbreiding van de kantoorfunctie in de bestaande langgevelboerderij de ’50 meter zone’ beperkt wordt vergroot ten opzichte van de bestaande verblijfsfunctie. Binnen deze 50 meter bevinden zich de eigen bedrijfsgebouwen en openbare weg. Het landbouwperceel dat door deze ontwikkeling mogelijk wordt beperkt, is gelegen op 15 meter afstand van het kantoor. Doordat in het kantoor mensen niet langdurig verblijven en de teelt van gewassen in deze regio geen laanboom-/fruitteelt omvat (dus lage teeltgewassen, grasland/akkerbouwgewassen), vormt dit aspect in combinatie met landelijk verplichte driftreducerende spuittechniek van 75% (spuitzone 5 meter) geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. Met de eigenaar van de betreffende landbouwgrond is de afspraak gemaakt alleen lage landbouwgewassen te telen (gras, aardappelen en bieten) in verband met de veiligheid / zicht. De omvang van het landbouwperceel extra wordt beperkt als gevolg van het kantoorgebouw is zeer beperkt. Spuit zone Nieuw gebruik
Spuit zone Bestaand gebruik- - -
Kwetsbare objecten Woning Kantoor Recreatiewoning
Figuur 24 Spuitzones
BESTEMMINGSPLANHERZIENING BUITENGEBIED NUENEN, NIEUWEDIJK 1
R & S ADVIES
95
5.11 Milieu Effect Rapportage Op grond van hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer en het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) is het noodzakelijk om ten behoeve van een bestemmingsplan dat kaderstellend is voor projecten met grote milieugevolgen een plan-m.e.r. op te stellen. Onderdeel D van de bijlage in het Besluit m.e.r. geeft de omvang van dergelijke projecten. Hierbij geldt sinds de aanpassing van het Besluit m.e.r. per 1 april 2011 de omvang als richtwaarde en niet als absolute drempelwaarde. Daarom is altijd een toets noodzakelijk of sprake is van een project met grote milieugevolgen. Deze toets dient plaats te vinden aan de hand van de criteria van Bijlage III, van de EU-richtlijn m.e.r. De hoofdcriteria waaraan moet worden getoetst zijn: kenmerken van de projecten, plaats van de projecten en kenmerken van het potentiële effect. Het mag duidelijk zijn dat wanneer een project ruim beneden de omvang uit de bijlage van het Besluit m.e.r. blijft, deze beoordeling beknopt kan zijn. Door te toetsen aan de drempelwaarden van het Besluit m.e.r. wordt bepaald of de ontwikkelingen in het kader van dit bestemmingsplan m.e.r.-plichtig zijn of dat een vormvrije m.e.r.-beoordeling voldoende is. In de MER is geen drempelwaarde opgenomen voor omschakeling van agrarisch naar een hoveniersbedrijf.
De ontwikkeling / herziening van de vigerende bestemming Nieuwe Dijk 1 heeft betrekking op omschakelen van de agrarische bestemming naar een niet-agrarisch waarvoor geen categorie is opgenomen in het besluit MER. Daarnaast maakt het plan planologisch gezien geen onderdeel uit van een groter project waarover een planologisch besluit is genomen. Uit de milieuaspecten, zoals in dit hoofdstuk nader in toegelicht, blijkt dat er geen belangrijke nadelige effecten zijn te verwachten die een formele m.e.r. beoordeling van het plan noodzakelijk maken. De effecten op het milieu worden voldoende beschreven in de overige paragrafen van dit hoofdstuk.
BESTEMMINGSPLANHERZIENING BUITENGEBIED NUENEN, NIEUWEDIJK 1
R & S ADVIES
96
6 Juridische vormgeving 6.1 Inleiding De bestemmingsplanherziening Buitengebied Nuenen, Nieuwe Dijk 1 bestaat uit de juridisch bindende regels en verbeelding en gaat vergezeld van een toelichting, waarvan onderhavige ruimtelijke onderbouwing onderdeel uitmaakt. De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing, regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De verbeelding heeft een ondersteunende rol voor toepassing van de regels evenals de functie van visualisering van de bestemmingen. Op de verbeelding worden de bestemmingen weergegeven, met daarbij de harde randvoorwaarden. De verbeelding vormt samen met de regels het voor de burgers bindende deel van het bestemmingsplan. De toelichting heeft geen bindende werking; de toelichting maakt juridisch ook geen onderdeel uit van het bestemmingsplan, maar heeft wel een belangrijke functie bij de weergave en onderbouwing van het plan en ook bij de uitleg van bepaalde bestemmingen en regels.
6.3
Bestemmingsplan
Bij het opstellen van onderhavig bestemmingsplanherziening is aangesloten bij het door de gemeente opgestelde bestemmingsplan buitengebied en de Standaard Vergelijkbare bestemmingsplannen 2012 (SVBP2012).
6.4
Toelichting op de regels
De planregels zijn verdeeld in vier hoofdstukken. Hoofdstuk 1 geeft de inleidende regels met daarin de begrippen en de wijze van meten. In hoofdstuk 2 zijn de bestemmingsregels weergegeven. In dit hoofdstuk worden de op de verbeelding opgenomen bestemmingen geregeld. In hoofdstuk 3 zijn algemene regels opgenomen waaronder de anti-dubbeltelbepaling en algemene regels voor afwijken bij omgevingsvergunning. In hoofdstuk 4 zijn de overgangsregels en is de slotregel opgenomen. Voor dit bestemmingsplan is aangesloten bij de planregels van het bestemmingsplan “Buitengebied Nuenen”. Agrarisch De agrarische bestemming is afgestemd op de daar heersende provinciale zone, te weten de groenblauwe mantel. Bebouwing is slechts beperk mogelijk via specifieke aanduidingen of opgenomen afwijkingsbevoegdheden. De bestemming is mede gericht op het beschermen van de landschappelijke waarden. Wijzigingsbevoegdheden? Bedrijf Alle niet-agrarische bedrijven worden voorzien van de bestemming Bedrijf. In algemene zin is in deze bestemming bedrijvigheid toegestaan die voorkomt in categorie 1 en 2 van de Staat van
BESTEMMINGSPLANHERZIENING BUITENGEBIED NUENEN, NIEUWEDIJK 1
R & S ADVIES
97
Bedrijfsactiviteiten zoals opgenomen als bijlage bij de regels. Per bedrijf is 1 bedrijfswoning toegestaan. Bebouwing is in hoofdzaak binnen het bouwvlak toegestaan. Daarbuiten is dit slechts zeer beperkt of via specifieke aanduidingen toegestaan. Natuur Grootschalige en structurerende natuurelementen zijn bestemd als Natuur. Het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de natuur-, en landschapswaarden staan in dit artikel centraal. Om die reden zijn gebouwen slechts zeer beperkt toegestaan en afwijkende functies (binnen natuurgebieden) met een specifieke aanduiding opgenomen. Gelet op het behoud van de natuur- en landschapswaarden zijn bovendien diverse werkzaamheden vergunningplichtig gemaakt, waarbij de benodigde omgevingsvergunning uitsluitend kan worden verleend indien er geen onevenredige aantasting van deze waarden plaats vindt. Het gaat dan om grondbewerkingen, het aanleggen van verhardingen, het aanleggen, veranderen of dempen van watergangen en het verwijderen, kappen of rooien van bomen en andere opgaande beplanting. Leidingen De planologisch relevante leidingen zijn in deze dubbelbestemmingen als zodanig bestemd. Bouwen ten behoeve van samenvallende bestemmingen is alleen na afwijken toegestaan. Ter bescherming van de aanwezige leidingen zijn werkzaamheden die de leidingen kunnen beschadigen of belemmeren uitsluitend via een omgevingsvergunning toegestaan.
Waarde – Archeologie Om de archeologische waarden en verwachtingen veilig te stellen, zijn dubbelbestemmingen opgenomen voor de verschillende zones uit de gemeentelijke archeologische beleidskaart. Op deze gronden gelden beperkingen ten aanzien van het bouwen voor de met deze bestemming samenvallende bestemmingen. Bouwen is uitsluitend toegestaan indien uit onderzoek blijkt dat er geen archeologische waarden aanwezig zijn of dat de waarden voldoende worden veilig gesteld. Daarnaast geldt er een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van bepaalde werken, geen bouwwerk zijnde, of van bepaalde werkzaamheden. Overigens is per zone een vrijstellingsdrempel van toepassing, die bouw(werkzaamheden) tot een bepaalde oppervlakte en diepte vrijstelt van archeologisch onderzoek. Waarde – Aardkundige waarde, Waarde – Cultuurhistorie - historische verkaveling en Waarde – Cultuurhistorisch akkerbouwcomplex Deze dubbelbestemmingen dienen ter bescherming van de daarachter vermelde landschappelijk en cultuurhistorische waarden. Op grond van deze dubbelbestemmingen zijn bouwwerken en andere werkzaamheden uitsluitend toegestaan voor zover de genoemde waarden niet onevenredig (kunnen) worden geschaad. Waterstaat – Waterbergingsgebied Deze bestemming is toegekend aan het gebied met een regionale waterbergende functie op basis van de Verordening ruimte Noord-Brabant .
Aan het bouwen en aan werkzaamheden die de waterbergende functie kunnen belemmeren zijn voorwaarden gekoppeld alvorens ze toe kunnen worden gestaan.
BESTEMMINGSPLANHERZIENING BUITENGEBIED NUENEN, NIEUWEDIJK 1
R & S ADVIES
98
7
Uitvoerbaarheid
7.1
Economische uitvoerbaarheid
De locatie aan de Nieuwe Dijk 1 en 1b is particulier eigendom. De gemeente Nuenen voert zelf geen grondexploitatie binnen het bestemmingsplangebied. Er is geen sprake van een plan in het kader van de Grexwet. Er is een planschadeverhaalsovereenkomst gesloten om eventuele planschade te kunnen verhalen.
7.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
De bestemmingsplanherziening zal conform de wettelijke vereisten kenbaar worden gemaakt. Naar aanleiding van zienswijzen op het bestemmingsplan vindt een heroverweging op deze onderdelen plaats en kan besloten worden onderhavig bestemmingsplan op een aantal punten te wijzigen. Omgevingsdialoog Voor deze planvorming is een mondeling dialoog uitgevoerd. Binnen een straal van 500 meter zijn alle zeven meest nabij gelegen omwonenden geïnformeerd door initiatiefnemer. De plannen zijn toegelicht aan de hand van een informatiebrief (zie bijlage 8). Naar aanleiding van de dialoog zijn er geen reacties gekomen op het plan. Voor een verslag van de omgevingsdialoog wordt eveneens verwezen naar bijlage 8. Ter inzage legging. Het ontwerpbestemmingsplan wordt ingevolge artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening gedurende een periode van zes weken ter inzage gelegd. Hierbij wordt eenieder in de gelegenheid geboden tot het indienen van zienswijzen.
BESTEMMINGSPLANHERZIENING BUITENGEBIED NUENEN, NIEUWEDIJK 1
R & S ADVIES
99
8
Procedure
8.1
Inspraakprocedure
In de Gemeentewet is bepaald dat de gemeenteraad een inspraakverordening dient vast te stellen waarin geregeld wordt op welke wijze ingezetenen en andere belanghebbenden bij de voorbereiding van een bestemmingsplan worden betrokken. De gemeente Nuenen heeft op 22 september 2005 de Verordening inzake de wijze waarop ingezetenen en belanghebbenden bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid worden betrokken vastgesteld. In de inspraakverordening is aangegeven dat inspraak wordt verleend wanneer dit wettelijk verplicht is. Daarnaast kan elk bestuursorgaan ten aanzien van zijn eigen bevoegdheden besluiten of inspraak wordt verleend. Daar het om een bestemmingsplanherziening gaat waar de raad al eerder een keuze voor heeft gemaakt is er geen aanleiding om in dit plan inspraak toe te passen.
8.2
Overleg ex artikel 3.1.1. Bro
Artikel 3.1.1 van het Besluit op de ruimtelijke ordening (Bro) geeft aan dat bij de voorbereiding van een bestemmingsplan burgemeester en wethouders overleg met de besturen van bij het plan betrokken waterschappen plegen. Waar nodig plegen zij tevens overleg met besturen van andere gemeenten, met de provincie, de inspecteur voor de ruimtelijke ordening en met eventuele andere diensten van Rijk en provincie die belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in het geding zijn. De provincie Noord-Brabant en Waterschap De Dommel zijn in het kader van dit bestemmingsplan betrokken in het vooroverleg en hun opmerkingen zijn in het plan verwerkt. Vooroverlegreactie Waterschap: -
Op de verbeelding dient de gebiedsaanduiding “attentiezone waterhuishouding” te worden opgenomen. Reactie: Deze gebiedsaanduiding is opgenomen op de verbeelding.
Vooroverlegreactie Provincie Noord-Brabant (kenmerk C2323425 / 5366980): Samenvatting: De omschakeling van een intensieve veehouderij naar een niet-agrarisch bedrijf (met nevenfuncties) naar een hoveniersbedrijf past qua aard en omvang in deze landelijke omgeving en sluit aan bij de ontwikkelingsrichting van dit gebied. Het bestemmingsplan voldoet op onderdelen echter niet (of in onvoldoende mate) aan het provinciale ruimtelijke beleid en regels van de IOV. -
Attentiezone waterhuishouding Het plangebied ligt gedeeltelijk binnen de IOV – aanduiding ‘Attentiezone waterhuishouding’ Waarom hebben de plannen geen nadelige gevolgen voor de waterhuishouding? Het doel is de om de waterhuishouding te beschermen en activiteiten uit te sluiten die een negatief gevolg hebben op de hydrologische instandhoudingsdoelstellingen van het NNB ‘Dommeldal’. Het plan zorgt wel voor een afname van het verhard oppervlak, het geen een gunstig effect heeft op de waterhuishouding.
BESTEMMINGSPLANHERZIENING BUITENGEBIED NUENEN, NIEUWEDIJK 1
R & S ADVIES
100