BP Beekstraat 48, uitbreiding manege Hooidonk - Toelichting
Tekst van het document
Toelichting Bestemmingsplan Beekstraat 48, Nuenen
Gemeente Nuenen
Colofon: Opgesteld door:
Van Santvoort Advies B.V. Berg 2- 4 5671 CC Nuenen
Plangebied:
Beekstraat 48, 5673NA Nuenen
Kenmerk:
BCO100176
Datum:
18-04-2024
Status:
Vastgesteld
IMRO-code:
NL.IMRO.0820.BPBeekstr48-D001
2 Toelichting bestemmingsplan Beekstraat 48, Nuenen
Inhoudsopgave 1
Inleiding ............................................................................................................................... 5 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
2
Planbeschrijving................................................................................................................... 8 2.1 2.2 2.3
3
Aanleiding en doel ................................................................................................................... 5 Ligging van het plangebied ...................................................................................................... 5 Vigerend bestemmingsplan ..................................................................................................... 6 Procedure ................................................................................................................................ 6 Leeswijzer ................................................................................................................................ 7
Bestaande situatie ................................................................................................................... 8 Beoogde situatie ...................................................................................................................... 8 Landschappelijk inpassingsplan ............................................................................................. 11
Beleidskader ...................................................................................................................... 12 3.1 Rijksbeleid .............................................................................................................................. 12 3.1.1 Nationale Omgevingsvisie .............................................................................................. 12 3.1.2 Ladder voor duurzame verstedelijking........................................................................... 12 3.2 Provinciaal beleid ................................................................................................................... 14 3.2.1 Omgevingsvisie De Kwaliteit van Brabant ...................................................................... 14 3.2.2 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant............................................................. 15 3.2.3 Brabantse Zorgvuldigheidsscore Veehouderij ............................................................... 19 3.3 Gemeentelijk beleid ............................................................................................................... 19 3.3.1 Structuurvisie Nuenen ...................................................................................................
19 3.3.2 Omgevingsvisie Nuenen................................................................................................. 20 3.3.3 Bestemmingsplan .......................................................................................................... 21
4
Omgevingsaspecten .......................................................................................................... 23 4.1 Vormvrije m.e.r-beoordeling ................................................................................................. 23 4.2 Milieuaspecten ...................................................................................................................... 24 4.2.1 Bodem............................................................................................................................ 24 4.2.2 Geluid............................................................................................................................. 24 4.2.3 Luchtkwaliteit ................................................................................................................ 26 4.2.4 Geur ............................................................................................................................... 28 4.2.5 Externe veiligheid .......................................................................................................... 29 4.2.6 Bedrijven en milieuzonering .......................................................................................... 30 4.3 Waterparagraaf .....................................................................................................................
31 4.4 Wet natuurbescherming ........................................................................................................ 34 4.4.1 Bescherming op gebiedsniveau ..................................................................................... 35 4.4.2 Soortenbescherming...................................................................................................... 36 4.5 Cultuurhistorie en Archeologie .............................................................................................. 37 4.5.1 Cultuurhistorie ............................................................................................................... 37 4.5.2 Archeologie .................................................................................................................... 38 4.6 Parkeren en verkeer .............................................................................................................. 39 4.6.1 Parkeren ........................................................................................................................ 39 4.6.2 Verkeer .......................................................................................................................... 39
5
Juridische planopzet .......................................................................................................... 40 5.1 5.2 5.3
Planvorm................................................................................................................................ 40 Verbeelding............................................................................................................................ 40 Planregels .............................................................................................................................. 40 3
Toelichting bestemmingsplan Beekstraat 48, Nuenen
6
Uitvoerbaarheid ................................................................................................................ 41 6.1 6.2
7
Economische uitvoerbaarheid ............................................................................................... 41 Maatschappelijke uitvoerbaarheid ........................................................................................ 41
Bijlagen .............................................................................................................................. 42
4 Toelichting bestemmingsplan Beekstraat 48, Nuenen
1 Inleiding In dit hoofdstuk wordt een inleiding gegeven op het plan. Eerst worden de aanleiding en het doel van het plan, de ligging van het plangebied, het vigerend planologisch regime en de procedure beschreven. Tot slot is een leeswijzer voor deze toelichting opgenomen.
1.1 Aanleiding en doel Aan de Beekstraat 48 te Nuenen, hierna plangebied, is een manege gevestigd met bedrijfswoning en bedrijfsgebouwen. Initiatiefnemer is eigenaar van de locatie. Op de manege van initiatiefnemer worden onder andere manegelessen, buitenritten, ponydagen, ponykampen en kinderfeestjes georganiseerd. Een jaar geleden is initiatiefnemer een nieuw initiatief gestart, PonyScouts. Deze club maakt paardrijden voor kinderen toegankelijker doordat er op een speelse manier kennis gemaakt wordt met pony’s en alles daaromheen. Initiatiefnemer heeft op dit moment een grote wachtlijst voor deze club. Initiatiefnemer zou graag een grote groep kinderen (grotendeels uit Nuenen) laten starten met de kennismaking van de paardensport. Hierdoor kan initiatiefnemer ook de bestaande pony’s efficiënter inzetten en meer werkgelegenheid bieden. Helaas is het binnen de huidige bebouwing niet mogelijk het nieuwe initiatief indoor te organiseren. Gezien de wisselvallige weersomstandigheden in Nederland drukt dit vaak het plezier van de kinderen. Het is daarom de wens om ten noorden van de bestaande rijhal direct aansluitend een nieuwe rijhal te realiseren, zodat hierin een binnenbak van 20 x 40 m kan worden gerealiseerd.
1.2 Ligging van het plangebied De locatie aan de Beekstraat 48 bevindt zich ten oosten van de kern Nuenen. De locatie is landelijk gelegen en ligt net buiten de bebouwde kom van Nuenen. In de buurt zijn verschillende sport- en bedrijfslocaties gelegen. Tevens is er naast het plangebied een begraafplaats gelegen. Het plangebied is kadastraal bekend als gemeente Nuenen, sectie C, nummer 3792. Het plangebied heeft een oppervlakte van ruim 1,9 hectare met een bouwvlak van circa 4.350 m2. Navolgende afbeelding geeft een luchtfoto van het plangebied weer.
Afbeelding 1 - Luchtfoto plangebied (bron: www.google.nl/maps)
5 Toelichting bestemmingsplan Beekstraat 48, Nuenen
1.3 Vigerend bestemmingsplan Het vigerend planologisch regime ter plaatse van het plangebied is vervat in de bestemmingsplan ‘Oude Landen 2013’, dat is vastgesteld op 19-12-2013. Het plangebied heeft hierin de volgende bestemmingen en aanduidingen gekregen: ▪ Enkelbestemming: Sport – Manege; ▪ Dubbelbestemming: Waarde – Archeologisch waardevol; ▪ Bouwvlak; ▪ Maatvoering: maximum bebouwd oppervlak: 3.250 m2. In afbeelding 2 is een uitsnede van het plangebied opgenomen uit de verbeelding van het vigerende bestemmingsplan. Het plangebied is in het rood omlijnd.
Afbeelding 2 – Uitsnede vigerend bestemmingsplan (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)
Binnen de bestemming ‘Sport – Manege’ zijn de gronden bestemd voor het uitoefenen van een manege, met daaraan ondergeschikt: 1. horeca in de vorm van een kantine; 2. bedrijfswoning; 3. verblijfsaccommodatie ten behoeve van stagiaires en grooms; 4. wegen en paden; 5. groenvoorzieningen, parkeervoorzieningen en water/waterhuishoudkundige voorzieningen. Binnen het vigerende bestemmingsplan is een maximum bebouwd oppervlak vastgesteld. Met de huidige bebouwing is dit maximum al bereikt. Daarnaast wordt de beoogde uitbreiding voorzien buiten het bouwvlak. Het vigerende bestemmingsplan bevat geen binnenplanse afwijkings- en/of wijzigingsbevoegdheden om het initiatief mogelijk te maken. Het college heeft in haar principebesluit d.d. 10-12-2021 aangegeven medewerking te willen verlenen middels een partiële herziening. Het bestemmingsplan moet derhalve worden herzien conform artikel 3.1 van de Wro.
1.4 Procedure Het voornemen past niet binnen de bepalingen van het bestemmingsplan. Voor het planvoornemen dient een bestemmingsplan te worden vastgesteld, conform artikel 3.1 eerste lid onder a van de Wet ruimtelijke ordening (Wro).
6 Toelichting bestemmingsplan Beekstraat 48, Nuenen
Blijkens artikel 3.8 Wro is op de voorbereiding van een bestemmingsplan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van toepassing. Dit houdt in dat het ontwerpplan gedurende zes weken voor eenieder ter inzage wordt gelegd. Tijdens deze periode van zes weken kan door belanghebbenden een zienswijze worden ingediend. Gedurende de inzagetermijn liggen de verbeelding, regels en toelichting inclusief bijlagen, ter inzage. Deze procedure geldt door het genomen coördinatiebesluit van de gemeenteraad nu ook voor de omgevingsvergunning. Daardoor kunnen in één keer op alle gecoördineerde besluiten zienswijzen worden ingebracht. Binnen twaalf weken nadat het ontwerp ter inzage heeft gelegen, moet de gemeente beslissen over de vaststelling van het bestemmingsplan (termijn van goede orde) en een besluit nemen op de omgevingsvergunning. Hierbij worden eventuele zienswijzen in acht genomen. Nadat het bestemmingsplan is vastgesteld en het besluit op de omgevingsvergunning is genomen worden beide besluiten opnieuw zes weken ter inzage gelegd. Binnen deze zes weken kunnen belanghebbenden, die tijdig een zienswijze kenbaar hebben gemaakt bij het ontwerp, of belanghebbenden die kunnen aantonen dat zij niet in de gelegenheid zijn geweest om tijdig een zienswijze kenbaar te maken, beroep indienen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak behandelt de besluiten dan als één besluit. Als er geen beroep wordt ingesteld, dan is het bestemmingsplan daags na afloop van de beroepsperiode onherroepelijk. De omgevingsvergunning treedt dan ook in werking.
1.5 Leeswijzer In deze toelichting zal nader worden ingegaan op de volgende aspecten, te weten; ▪ Planbeschrijving (hoofdstuk 2); ▪ Het beleidskader (hoofdstuk 3); ▪ De milieuaspecten (hoofdstuk 4); ▪ De juridische planopzet (hoofdstuk 5); ▪ De uitvoerbaarheid van het plan (hoofdstuk 6).
7 Toelichting bestemmingsplan Beekstraat 48, Nuenen
2 Planbeschrijving In dit hoofdstuk wordt een korte beschrijving gegeven van de bestaande situatie en de beoogde situatie na de voorgenomen ontwikkeling.
2.1 Bestaande situatie Aan de Beekstraat 48 wordt door initiatiefnemer een manege geëxploiteerd. Ten behoeve van de bedrijfsvoering zijn er op het zuidelijk deel van het plangebied bedrijfsgebouwen en een bedrijfswoning gelegen. Dit deel is tevens aan te merken als het bouwvlak. De bedrijfsgebouwen omvatten een stallencomplex (circa 2.325 m2), rijhal (706,5 m2), opslag, kantine en overige faciliteiten zoals poetsplaatsen en zadelkamer. De bedrijfswoning heeft inclusief de overkapping een oppervlakte van circa 175 m2. Het noordelijk deel van het plangebied wordt gebruikt voor buitenrijbanen en weiden. Daarnaast hebben recent bouwactiviteiten ten behoeve van een berging plaatsgevonden. Daarvoor is reeds aanwezige bebouwing met een oppervlakte van 55+52,5m2 gesloopt. Op deze plaats is een berging van ongeveer 240 m2 gebouwd. Volgens het vigerende bestemmingsplan in combinatie met de omgevingsvergunning van 5-72018 is het toegestane maximum bebouwd oppervlak 3.327 m2. Door de bouw van de berging zal dit toegestane maximum bebouwd oppervlak overschreden worden met 132,3 m2. De gemeente heeft aangegeven in haar mail van 20-7-2023 dat deze bouwactiviteit meegenomen dient te worden in deze bestemmingsplanprocedure.
Op 04-11-1999 is er een beschikking afgegeven voor het verlenen van een vergunning in het kader van de Wet milieubeheer voor 81 paarden waarvan 30 volwassen paarden, 5 paarden in de opfok, 38 volwassen pony’s en 8 pony’s in de opfok. Op 5-7-2018 is er een omgevingsvergunning afgegeven voor het bouwen van een bouwwerk en het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met een bestemmingplan. Op 8 maart 2023 is een melding op basis van het Activiteitenbesluit milieubeheer gedaan voor een uitbreiding van de inrichting met een nieuw te bouwen binnenrijbak en een gewijzigde bestaande rijbak. Het aantal paarden en pony’s is niet gewijzigd.
2.2 Beoogde situatie In de beoogde situatie wordt direct aansluitend aan het meest noordelijke gebouw een nieuwe rijhal gerealiseerd. Dit is noodzakelijk om het nieuwe initiatief van de initiatiefnemer (PonyScouts) verder te ontwikkelen en mogelijk te maken gedurende alle weersomstandigheden. De ontwikkeling van het initiatief omvat niet de uitbreiding van het aantal paarden of pony’s binnen de inrichting. De beoogde ontwikkeling draagt echter wel bij aan het efficiënter inzetten van de bestaande pony’s, het verhogen van de omzet en het bieden van meer werkgelegenheid. Door de realisatie van de overdekte rijbak en daarmee de huisvesting van het initiatief krijgen meer kinderen de mogelijkheid om laagdrempelig kennis te maken met de paardensport. Volgens Duits onderzoek, uitgevoerd in opdracht van de Duitse Hippische Federatie (FN), heeft paardrijden een gunstige invloed op het karakter en de sociale ontwikkeling. De studie wijst uit dat paardenliefhebbers goed zijn in leidinggeven en veel doorzettingsvermogen hebben. Ze zijn vastberaden, enthousiast, veerkrachtig en structureel erg sterk. Daarnaast beschikken ruiters over sterke sociale vaardigheden. De omgang en het nauwe contact met het dier vraagt een hoge mate van empathie en gevoeligheid voor de subtiele lichaamstaal van het paard. Door de omgang met paarden komen deze vaardigheden zeer goed tot uiting.
Kinderen ontwikkelen onbewust bovenstaande vaardigheden en eigenschappen welke zij op latere leeftijd meenemen tijdens hun loopbaan carrière. Tevens draagt beoogde ontwikkeling positief bij aan het imago van de paardensport. Initiatiefnemer is beoogd een nieuwe rijhal te realiseren met een oppervlakte van ongeveer 1118 m2. Deze rijhal wordt direct aansluitend aan de bestaande rijhal gebouwd, met een binnenrijbak van 20 x 40 m. Hiervoor wordt het bestaande bouwvlak (circa 4.350 m2) vergroot tot circa 5.500 m2. De rijhal wordt gebouwd met een nokhoogte van circa 8,65 meter en een goothoogte van circa 3,43 meter. Deze maatvoering is noodzakelijk, omdat er wedstrijden worden georganiseerd in de binnenrijhal. Op zondagmiddagen worden wedstrijden georganiseerd en worden kennismakingsactiviteiten voor kinderen georganiseerd. Bij ongeschikte en/of regenachtige weersomstandigheden zijn de buitenbakken vaak te nat en worden de activiteiten hoofdzakelijk inpandig
8 Toelichting bestemmingsplan Beekstraat 48, Nuenen
georganiseerd. Zodoende vormt de capaciteit van de inpandige trainingsvoorzieningen momenteel een beperking voor de ontwikkeling van de bedrijfsvoering. Daarnaast is de in 2012 gebouwde rijbak met een afmeting van 18 x 38 meter net iets kleiner dan de reguliere wedstrijdmaat van 20 x 40 meter. Hier mogen dus geen wedstrijden gehouden worden. De wedstrijden worden daarom op dit moment in de buitenbak gehouden. De nieuwe binnenbak geeft de zekerheid dat deze wedstrijden onder alle weersomstandigheden door kunnen gaan. Hierdoor heeft het initiatief dus geen effect op het aantal bezoekers c.q. verkeer en parkeren. De rijhal zal qua uitstraling passend worden gebouwd bij de bestaande gebouwen. Bij het ontwerp van de beoogde rijhal is rekening gehouden met de minimale voorgeschreven maten voor rijbakken bij wedstrijden van 20 x 40 m. Ten zuiden van de binnenrijbak is een ruimte voor de noodzakelijke opslag ten behoeve van wedstrijden en de kennismakingsactiviteiten voor kinderen met een oppervlakte van in totaal 238 m 2 ingetekend. Vanuit deze basis is de hal verder ontworpen, waarbij vanuit stedenbouwkundig oogpunt als uitgangspunt de goothoogte en de dakhelling van de bestaande gebouwen te nemen. De goothoogte van de bestaande rijhal is reeds de minimale netto hoogte, zoals deze voor de binnenbak is vereist.
De hogere bouwhoogte is daarbij van ondergeschikt belang en niet storend in de omgeving, mede gezien de positie van de nieuwe rijhal, vanuit de weg gezien achter de buitenrijbak, achter de woning met groen en achter de bestaande bedrijfsgebouwen liggend. Hieronder zijn een situatieschets van de beoogde voorgevel en zichtfoto vanaf de Beekstraat opgenomen. Hieruit blijkt dat het nieuwe gebouw grotendeels achter de privé tuin wordt gesitueerd en daarmee vanaf de weg aan het zicht wordt onttrokken.
Afbeelding 3 – Situatieschets beoogde voorgevel
Afbeelding 4 – Zicht vanaf de Beekstraat op plangebied (bron: www.google.nl/maps)
De gemeente heeft ten aanzien van de beoogde uitbreiding advies ingewonnen bij de Adviescommissie Agrarische Bouwaanvragen (AAB), zie Bijlage 1. Het ingediende verzoek is gericht op de uitbreiding van de inpandige trainingsfaciliteiten in combinatie met een gelijkblijvend aantal paarden/pony`s dat gehouden wordt op het bedrijf. De AAB komt tot de conclusie dat op grond van de toegenomen klantvraag en een minimale maatvoering van 20 x 40 meter ten behoeve van wedstrijden de uitbreiding van de inpandige trainingsfaciliteiten van het bedrijf noodzakelijk is voor een doelmatige operationele bedrijfsvoering en in het kader van de ontwikkeling van het bedrijf. Verder wordt ten behoeve van de manege een berging van 240 m2 gebouwd. Door de bouw van de berging neemt het bebouwd oppervlak toe met 132,3 m2. Het aantal m2 bebouwing wordt meegenomen in de maatvoering
9 Toelichting bestemmingsplan Beekstraat 48, Nuenen
maximum bebouwd oppervlak. Op basis van metingen ter plekke en de tekening van de nieuwbouw wordt het totaal aan bebouwd oppervlakte bepaald. Dit wordt het nieuwe maximum bebouwd oppervlak. Het maximum bebouwd oppervlak in m2 bestaat uit de volgende bouwwerken, zie Afbeelding 5 en Bijlage 2: ▪ het oorspronkelijke hoofdgebouw met een grondoppervlakte van 2.188 m 2; ▪ de loods met overkapping met een grondoppervlakte van 404 m2; ▪ de bestaande rijhal met een grondoppervlakte van 706 m2; ▪ het gewijzigd bijgebouw met een grondoppervlakte van 152 m2; ▪ de bestaande bedrijfswoning met een grondoppervlakte van 175 m2; ▪ de nieuwe rijhal met een grondoppervlakte van 1.118 m2. Het totaal is 4.743 m2 aan bebouwing wat geldt als maximum bebouwd oppervlak.
Afbeelding 5 - Het maximum bebouwd oppervlak
In Afbeelding 6 is de beoogde situering van de nieuwe rijbak aangegeven met de groene lijn. Fout! Verwijzingsbron niet gevonden.
Afbeelding 6 – Ligging beoogde rijhal (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)
10 Toelichting bestemmingsplan Beekstraat 48, Nuenen
2.3 Landschappelijk inpassingsplan Om kwaliteitsverbetering te garanderen zal het initiatief zorgvuldig landschappelijk worden ingepast. Hiervoor is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld. Het plan is conform het beleidskader ten aanzien van kwaliteitsverbetering een ruimtelijke ontwikkeling die valt in categorie 3: ‘vergroting van de vigerende bouwmassa/- oppervlakte’. Het plan bestaat uit diverse bestaande en nieuw aan te planten landschapselementen. De landschapselementen welke aanwezig zijn, aangelegd en onderhouden gaan worden zijn: ▪ Knip- en scheerhagen (bestaand en nieuw); ▪ Landschapsbomen (bestaand); ▪ Houtsingel (bestaand). De knip- en scheerhaag welke aangeplant gaat worden bestaat uit de soort: ▪ Fagus sylvatica, 143 m1 / 715 stuks. De Landschapsbomen welke aangeplant gaan worden bestaat uit de soort: ▪ Tilia tomentosa, 7 stuks. Deze knip- en scheerhaag wordt aangelegd aan de rand van de buitenrijbak en langs een deel van de paddocks. De schets en rapportage van het landschappelijk inpassingsplan zijn bijgevoegd, zie Bijlage 3.
Afbeelding 7 – Inrichtingsplan landschappelijke inpassing
11 Toelichting bestemmingsplan Beekstraat 48, Nuenen
3 Beleidskader In dit hoofdstuk wordt voor zover relevant het ruimtelijke beleid voor het plangebied beschreven.
3.1 Rijksbeleid Het beleidskader op nationaal niveau is vervat in de Nationale Omgevingsvisie en de Ladder voor duurzame verstedelijking.
3.1.1
Nationale Omgevingsvisie
De Nationale omgevingsvisie (NOVI) bevat de hoofdzaken van het beleid voor de fysieke leefomgeving. Het biedt perspectief om grote opgaven aan te pakken, om samen het land mooier en sterker te maken en daarbij voort te bouwen op het bestaande landschap en de (historische) steden. Omgevingskwaliteit is het kernbegrip: ruimtelijke kwaliteit én milieukwaliteit. Uit de Omgevingswet volgt dat al het strategische beleid uit de bestaande beleidsdocumenten1, met en zonder wettelijke grondslag, én het nieuwe strategische beleid op het beleidsterrein van de fysieke leefomgeving worden opgenomen in de NOVI. De NOVI staat voor een nieuwe aanpak van vraagstukken in de fysieke leefomgeving. Het biedt ruimte voor economische ontwikkeling, mobiliteit, reductie van stikstofemissies, wonen en herstel van biodiversiteit.
De NOVI richt zich op vier prioriteiten; ▪ Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie ▪ Duurzaam economisch groeipotentieel ▪ Sterke en gezonde steden en regio’s ▪ Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Binnen het landelijk gebied stelt de NOVI de volgende beleidskeuzes: ▪ In het landelijk gebied verbeteren we de balans tussen het landgebruik en de omgevingswaarde van bodem, water en lucht; ▪ We beschermen en versterken de biodiversiteit, en benutten ons natuurlijk kapitaal duurzaam; ▪ We realiseren een duurzaam en vitaal landbouw- en voedselsysteem, gebaseerd op kringlopen en natuurinclusiviteit; ▪ Unieke landschappelijke kwaliteiten worden versterkt en beschermd. Nieuwe ontwikkelingen in het landelijk gebied voegen landschapskwaliteit toe. Omgevingsbeleid wordt landschap inclusief. Beoogde plannen omvatten een landschappelijk inpassingsplan welke landschapskwaliteit toevoegt. In paragraaf 2.3 ‘Landschappelijk inpassingsplan’ is dit verder uitgewerkt. Daarnaast wordt er rekening gehouden met de omgevingswaarden bodem, water en lucht. Geconcludeerd kan worden dat de beoogde plannen aansluiten bij beleidskeuzes van de NOVI.
3.1.2
Ladder voor duurzame verstedelijking
In het geval van stedelijke ontwikkeling dient getoetst te worden aan de Ladder voor duurzame verstedelijking conform artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). De ladder heeft als doel te komen tot een zorgvuldig ruimtegebruik waarbij goede afwegingen worden gemaakt waar gebouwd mag worden. Daarnaast is de ladder erop gericht om ontwikkelingen die een ruimtelijke impact hebben zoveel mogelijk binnen het bestaande stedelijk gebied op te vangen waardoor verstening van het buitengebied wordt tegengegaan. Het is een toetsingsinstrument dat gevolgd moet worden bij ruimtelijke ontwikkelingen. De Ladder is van toepassing op plannen die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken en bepaalt dat de toelichting op dat plan een beschrijving dient te bevatten van de behoefte aan die ontwikkeling en - indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied - een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Voordat getoetst wordt aan de ladder, moet worden vastgesteld of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling, bedoeld als in artikel 1.1.1 Bro. Onder stedelijke ontwikkeling wordt verstaan: nieuwe bebouwing die een stedelijk karakter heeft zoals woningbouw, realisatie winkelruimte, kantoorpanden, bedrijventerreinen of overige stedelijke functies.
Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling is inhoudelijk open voor interpretatie en dient onder specifieke omstandigheden nader ingevuld te worden. De Raad van State heeft de norm voor een stedelijke ontwikkeling al
12 Toelichting bestemmingsplan Beekstraat 48, Nuenen
veelvuldig ingevuld en daardoor verder begrensd. Op basis van de jurisprudentie dient voor toepassing van de Ladder voor duurzame verstedelijking getoetst te worden aan de volgende vragen: a. Voorziet het besluit in een stedelijke ontwikkeling? b. Voorziet het besluit in een nieuwe stedelijke ontwikkeling? c. Is er sprake van een behoefte aan de voorziene ontwikkeling? d. Is de voorziene ontwikkeling gelegen buiten bestaand stedelijk gebied? e. Is het mogelijk om de voorziene ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied te realiseren? Als een vraag positief kan worden beantwoord dient de Ladder verder te worden doorlopen. Wanneer een vraag negatief wordt beantwoord is de Ladder niet (verder) van toepassing. a. Voorziet het besluit in een stedelijke ontwikkeling? Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling hangt af van de aard en omvang van de ruimtelijke ontwikkeling. Er dient beoordeeld te worden of een manege gecategoriseerd kan worden onder een van de genoemde ‘stedelijke ontwikkelingen’ in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro).
In jurisprudentie over de Ladder in het Bro zijn accommodaties voor de volgende functies aangemerkt als overige stedelijke functies: ▪ maatschappelijke functies, zoals een school, zorgcomplex, sportfaciliteiten of een crematorium; ▪ religie, zoals een kerk of moskee; ▪ cultuur, zoals een museum; ▪ leisure, zoals een hotel of bioscoop; ▪ recreatie. Uit de jurisprudentie blijkt dat een manege aangewezen dient te worden als een accommodatie voor indoor sport, zie ABRvS van 24 februari 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:484). Op basis hiervan behoort een manege dus tot een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in de Bro. Bij nieuwbouw en uitbreiding van overige stedelijke functies ligt de ondergrens in beginsel bij een ruimtebeslag van 500 m2. In dit geval wordt een nieuwe rijhal gerealiseerd met een oppervlakte van meer dan 500 m2. Gezien de aard en omvang van het initiatief is er dus sprake van een stedelijke ontwikkeling. b. Voorziet het besluit in een nieuwe stedelijke ontwikkeling? Om te bepalen of met de stedelijke ontwikkeling ook sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling moet worden beoordeeld of er een nieuw of groter beslag op de ruimte is. Of te wel, maakt het ruimtelijk besluit meer bebouwing mogelijk dan het geldende bestemmingsplan toestaat. Van belang is dus welke planologisch beslag op de ruimte het initiatief mogelijk maakt in vergelijking met het vorige plan.
In de beoogde situatie wordt een nieuwe rijhal gerealiseerd met een oppervlakte van 1.118 m2. Hiervoor wordt het bestaande bouwvlak vergroot. In de bestaande planologische situatie was ter plaatse van het nieuwe ruimtebeslag nog geen stedelijke ontwikkeling voorzien. Er kan dus worden geconcludeerd dat, ten opzichte van het vigerende planologische regime, het initiatief gebruik maakt van een nieuw planologisch beslag op de ruimte. Derhalve is dus sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. c. Is er sprake van een behoefte aan de voorziene ontwikkeling? Als een bestemmingsplan een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, wordt rekening gehouden met de behoefte aan die stedelijke ontwikkeling. Dit met het oog op het belang van zorgvuldig ruimtegebruik en het tegengaan van leegstand. Hiervoor is het niet relevant of het plangebied binnen of buiten het stedelijk gebied ligt. In beide gevallen moet rekening worden gehouden met de behoefte aan die stedelijke ontwikkeling. De beoogde rijhal is noodzakelijk om het initiatief van de initiatiefnemer, namelijk PonyScouts, verder te ontwikkelen en mogelijk te maken gedurende alle weersomstandigheden. De beoogde ontwikkeling draagt bij aan het efficiënter inzetten van de pony’s, het verhogen van de omzet en het bieden van meer werkgelegenheid.
Het initiatief loopt storm, maar initiatiefnemer merkt dat er tevens in de winter behoefte is om het initiatief voort te zetten. Door uiteenlopende weersomstandigheden is het in winter moeilijker om het initiatief in de buitenlucht te laten plaatsvinden. Door de bouw van de beoogde rijhal kan het initiatief tijdens slechte weersomstandigheden toch worden geëxploiteerd. Met de ontwikkeling wordt de behoefte om jonge kinderen op een paard vriendelijke manier in contact te laten komen met elkaar het gehele jaar mogelijk. Wanneer de ontwikkeling niet plaatsvindt verliest het gevestigde bedrijf mogelijk klanten aan de concurrentie. De maatvoering van de beoogde rijhal is
13 Toelichting bestemmingsplan Beekstraat 48, Nuenen
noodzakelijk, omdat er wedstrijden worden georganiseerd in de binnenrijhal bij ongeschikte/regenachtige weersomstandigheden. Zodoende vormt de capaciteit van de inpandige trainingsvoorzieningen momenteel een beperking voor de ontwikkeling van de bedrijfsvoering. Daarnaast is de in 2012 gebouwde rijbak met een afmeting van 18 x 38 meter net iets kleiner dan de reguliere wedstrijdmaat van 20 x 40 meter. Er is dus behoefte aan de voorziene ontwikkeling. Ook de AAB komt tot de conclusie dat op grond van de toegenomen klantvraag en een minimale maatvoering van 20 x 40 meter ten behoeve van wedstrijden de uitbreiding van de inpandige trainingsfaciliteiten van het bedrijf noodzakelijk is voor een doelmatige operationele bedrijfsvoering en in het kader van de ontwikkeling van het bedrijf, zie Bijlage 1. d. Is de voorziene ontwikkeling gelegen buiten bestaand stedelijk gebied? In het Besluit ruimtelijke ordening (Bor) is bestaand stedelijk gebied als volgt omschreven: ‘bestaand stedelijk gebied is het bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal-culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur’. In de jurisprudentie zijn lijnen uitgezet voor het begrip stedelijk gebied onder het Bro.
Gronden waarop een agrarische functie rust, en die overeenkomstig de functie worden gebruikt, vormen geen onderdeel van stedelijk gebied. Onbebouwde grond met een niet-agrarische functie kan deel uitmaken van het stedelijk gebied ook al is de locatie nog onbebouwd, mits de locatie onderdeel is van het stedelijk samenstel van bebouwing. De locatie heeft een sport bestemming en is niet als agrarisch bestemd. Tevens ligt de locatie conform de Iov binnen het gebiedstype ‘Verstedelijking afweegbaar’. De bestaande voorzieningen van de manege zijn gelegen net buiten de bebouwde kom van Nuenen. Rondom het plangebied zijn meerdere maatschappelijke functies gelegen zoals een school, begraafplaats, sportvelden en bedrijven. Rondom het plangebied kan derhalve worden geconcludeerd dat sprake is van een bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van bedrijvigheid en daarbij behorend stedelijk groen. Daarmee is dit de juiste plek voor een manege: niet in het hart van, maar wel nabij de bebouwde kom. Derhalve kan geconcludeerd worden dat de locatie zich bevindt binnen stedelijk gebied. Conclusie Uit de toetsing aan de Ladder kan worden geconcludeerd dat het initiatief voorziet in een actuele behoefte die (gedeeltelijk) buiten stedelijk gebied gerealiseerd kan worden. Hierdoor voldoet het initiatief aan de voorwaarden voor duurzame verstedelijking.
3.2 Provinciaal beleid Het beleidskader van de provincie Noord-Brabant is vervat in de Brabantse omgevingsvisie en de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. Het plan wordt in de navolgende paragrafen hieraan getoetst.
3.2.1
Omgevingsvisie De Kwaliteit van Brabant
Provinciale Staten van Noord-Brabant hebben op 14 december 2018 de Omgevingsvisie ‘De kwaliteit van Brabant’ vastgesteld. Deze omgevingsvisie bevat de hoofdlijnen van het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving. De omgevingsvisie beschrijft daarvoor de strategische hoofdopgaven voor de lange termijn over klimaatverandering, energietransitie, verstedelijking en bereikbaarheid, concurrerende duurzame economie en de basis op orde. De omgevingsvisie ziet op een strategische gebiedsopgave voor de provincie als geheel en formuleert daarbij de ambities voor de toekomst, richting 2050 en met een tussenstap in 2030. In de visie is niet vastgelegd hoe deze doelen precies bereikt gaan worden. “Met een open blik” is centraal uitgangspunt om vanuit alle partijen en disciplines de visie voor Brabant verder te gaan uitwerken. Deze verdere uitwerking van de ambities betreft de volgende opgave voor de komende bestuursperiodes en zal terecht komen in nog op te stellen programma’s. Om de ambities te realiseren en Brabant in de toekomst welvarend, verbonden en klimaatbestendig te laten zijn, worden er vier hoofdopgaven onderscheiden: ▪ Werken aan de Brabantse energietransitie; ▪ Werken aan een klimaatbestendig Brabant; ▪ Werken aan de slimme netwerkstad; ▪ Werken aan een concurrerende, duurzame economie.
14 Toelichting bestemmingsplan Beekstraat 48, Nuenen
De beoogde ontwikkeling is als kleinschalig aan te merken in verhouding tot de strategische gebiedsambities door de provincie Noord-Brabant. Het plan voorziet in een uitbreiding van een bestaand bouwvlak. Deze uitbreiding is noodzakelijk vanwege de toegenomen klantvraag en de uitbreiding van de inpandige trainingsfaciliteiten van het bedrijf met een minimale maatvoering van 20 x 40 meter ten behoeve van wedstrijden. De ruimtelijke kwaliteit wordt in acht genomen, want is er een landschappelijk inpassingsplan gemaakt en op basis van de berekening kwaliteitsverbetering worden landschapsbomen aangeplant en wordt de enkelbestemming ‘Groen’ toegevoegd in het plangebied. Gezien het schaalniveau raakt de ontwikkeling niet de basis- en hoofdopgaven uit de Omgevingsvisie. Daardoor past het plan in de opgenomen ambities en kaders uit de Omgevingsvisie.
3.2.2
Interim omgevingsverordening Noord-Brabant
Het geldende ruimtelijke beleid van de provincie Noord-Brabant is vervat in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (Iov). De Iov is tot stand gekomen door een samenvoeging van de verschillende regelingen op provinciaal niveau over de fysieke leefomgeving. Dit betekent dat de regels betrekking hebben op milieu, natuur, ruimtelijke ordening, water, bodem en wegen. . De Interim omgevingsverordening is daarbij een eerste stap op weg naar een omgevingsverordening, die op grond van de Omgevingswet moet worden vastgesteld en die verplicht is voor provincies. Provinciale Staten hebben in maart 2022 de nieuwe Omgevingsverordening Noord-Brabant vastgesteld, die gelijktijdig met de Omgevingswet in werking zal treden. De Iov geldt totdat de Omgevingswet in werking treedt. De meest recente versie van de Iov de ‘Interim-Omgevingsverordening, actualisatie’ is op 11 maart 2022 vastgesteld en per 15 april 2022 in werking is getreden. Hierin zijn diverse maatwerkbepalingen opgenomen, die in de notitie ‘Beleidsregel Maatwerk voor omgevingskwaliteit’ verder zijn uitgewerkt. De Interim omgevingsverordening bevat enerzijds algemene regels voor burgers en bedrijven en voor activiteiten. Daarnaast zijn instructieregels opgenomen voor bestuursorganen van de overheid, zoals gemeenten en waterschappen.
Deze instructieregels dienen in acht te worden genomen bij de uitvoering van taken, zoals de vaststelling van een bestemmingsplan, en in de toekomst het omgevingsplan. De ontwikkelingsmogelijkheden en toegestane functies worden bepaald door de ligging van een locatie binnen de structuren en aanduidingen. Daarnaast bevat de verordening algemene regels voor de bevordering van de ruimtelijke kwaliteit. De rechtstreeks werkende regels zijn opgenomen in hoofdstuk 2 van de verordening. In hoofdstuk 3 zijn regels opgenomen waar gemeenten bij vaststelling van een bestemmingsplan rekening mee moeten houden. Voor elke ruimtelijke ontwikkeling geldt dat toepassing moet worden gegeven aan de basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies zoals deze zijn opgenomen in paragraaf 3.1.2. Voor het overige dient getoetst te worden aan de regels die van toepassing zijn op het werkingsgebied waar het plangebied in is gelegen. In dit geval is het plangebied gelegen binnen de aanduidingen ‘Landelijk gebied’, ‘Gemengd landelijk gebied’, ‘Verstedelijking afweegbaar’, ‘Beperkingen veehouderij’ en ‘Stalderingsgebied’. Navolgend worden de relevante regels vanuit de verschillende aanduidingen benoemd en getoetst.
Aan de aanduidingen ‘Beperkingen veehouderij’ en ‘Stalderingsgebied’ zal niet worden getoetst omdat het initiatief geen veehouderij omvat en paarden niet als hokdieren worden beschouwd.
15 Toelichting bestemmingsplan Beekstraat 48, Nuenen
Afbeelding 8 – Uitsnede kaart Interim omgevingsverordening Noord-Brabant
Paragraaf 3.1.2 Basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies In paragraaf 3.1.2 van de Interim omgevingsverordening zijn de basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies vastgelegd. Deze basisprincipes bestaan uit de zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit en kwaliteitsverbetering van het landschap, wanneer het plangebied in het Landelijk gebied is gelegen. Met de zorgplicht wordt invulling gegeven aan een goede omgevingskwaliteit met een veilige, gezonde leefomgeving. Hiervoor zijn regels vastgelegd ten aanzien van zorgvuldig ruimtegebruik, toepassing van de lagenbenadering en meerwaardecreatie (artikel 3.6 t/m 3.8). De voorwaarden ten aanzien van kwaliteitsverbetering van het landschap zijn vervat in artikel 3.9. Art 3.6 Iov: Zorgvuldig ruimtegebruik Conform artikel 3.6 houdt zorgvuldig ruimtegebruik in dat in beginsel gebruik wordt gemaakt van een bestaand ruimtebeslag. Een bestaand ruimtebeslag is gelegen binnen het werkingsgebied ‘Stedelijk gebied’ of een bestaand bouwperceel. Wanneer er sprake is van een stedelijke ontwikkeling dient toepassing te worden gegeven aan artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening (Ladder voor duurzame verstedelijking). Alle gebouwen, bijbehorende bouwwerken en ander permanente voorzieningen dienen te worden geconcentreerd binnen een bouwperceel.
De beoogde bouw van een nieuwe overdekte rijbak wordt binnen de bestaande bestemming ‘Sport – Manege’ gerealiseerd. De uitbreiding is noodzakelijk vanwege de toegenomen klantvraag en de inpandige trainingsfaciliteiten van het bedrijf met een minimale maatvoering van 20 x 40 meter ten behoeve van wedstrijden. Het bestaande bouwvlak is reeds volledig bebouwd. Voor uitbreiding wordt gebruikt gemaakt van bestaand ruimtebeslag, doordat de uitbreiding plaatsvindt binnen het bestaande bouwperceel van de manege. Het nieuwe gebouw wordt aansluitend aan de bestaande bebouwing gerealiseerd en grotendeels achter de privé tuin zodat het vanaf de weg aan het zicht wordt onttrokken. Het verplaatsen van de gehele manege naar een andere locaties is niet wenselijk, daar deze functie niet binnen bestaand stedelijk gebied mogelijk is vanwege milieueisen. De manege zou dan op een andere locatie in het buitengebied alle gebouwen opnieuw moeten bouwen, wat niet wenselijk is. Bovendien is er dan sprake van kapitaalvernietiging. Er is met het initiatief dus sprake van zorgvuldig ruimtegebruik. Art. 3.7: Toepassing van de lagenbenadering De toepassing van de lagenbenadering omvat het effect van de ontwikkeling op verschillende lagen. Hierbij dient onderzocht te worden wat de effecten zijn op: ▪ de ondergrond; ▪ de netwerklaag; ▪ de bovenste laag.
16 Toelichting bestemmingsplan Beekstraat 48, Nuenen
Met het effect op de ondergrond worden o.a. de aspecten bodem, grondwater en archeologische waarden bedoeld. De netwerklaag omvat aspecten zoals infrastructuur, natuurnetwerk, energienetwerk, waterwegen waaronder een goede, multimodale afwikkeling van het personen- en goederenvervoer. In de beschouwing van de bovenste laag dienen aspecten zoals cultuurhistorische en landschappelijke waarden, de omvang van de functie en de bebouwing, de effecten op bestaande en toekomstige functies, de effecten op volksgezondheid, veiligheid en milieu aan bod te komen. Hierbij dient te worden gekeken naar het verleden, heden en toekomst. De functie is passend in de occupatielaag (bovenste laag), want het plangebied ligt in een open landschap en een voor transformatie afweegbaar gebied. De huidige aanwezige functie is al een manege, die uitgebreid wordt. Het plangebied ligt op een afstand van ongeveer 220 m net buiten de bebouwde kom van de dorpskern Nuenen. De beoogde ontwikkeling mag geen negatieve effecten hebben op de waarden in de omgeving en dient ook in de toekomst geen beperkingen op te leveren voor de omgeving. De toetsing van de gevolgen van het initiatief op bovengenoemde aspecten wordt uiteengezet in hoofdstuk 4 van deze toelichting. Art.
3.8 Iov: Meerwaardecreatie Het aspect meerwaardecreatie omvat een evenwichtige benadering van de economische, ecologische en sociale aspecten die in een gebied en bij een ontwikkeling zijn betrokken. Het biedt de mogelijkheid om opgaven en ontwikkelingen te combineren, waardoor er meerwaarde ontstaat. Daarnaast ontstaat een bijdrage aan andere opgaven en belangen dan die rechtstreeks met de ontwikkeling gemoeid zijn. Met het initiatief wordt meer ruimte voor sport gecreëerd op een plek die reeds voor sport is bestemd. Meerwaarde wordt gecreëerd doordat landschappelijk wordt ingepast, waarbij een oppervlakte van 945 m2 als ‘Groen’ wordt bestemd. Maatschappelijke meerwaarde wordt gecreëerd middels de omgang tussen mens en dier. De omgang en het nauwe contact met het dier vraagt een hoge mate van empathie en gevoeligheid voor de subtiele lichaamstaal van het paard. Door de omgang met paarden komen deze vaardigheden zeer goed tot uiting. Kinderen ontwikkelen onbewust bovenstaande vaardigheden en eigenschappen welke zij op latere leeftijd meenemen tijdens hun loopbaan carrière. Tevens draagt beoogde ontwikkeling positief bij aan het image van de paardensport. Art. 3.9 Iov: Kwaliteitsverbetering Een bestemmingsplan in landelijk gebied moet gepaard gaan met een fysieke verbetering van het landschap.
Daarnaast moet worden aangetoond hoe deze fysieke verbetering financieel, juridisch en feitelijk wordt verzekerd. Een verbetering kan o.a. bestaan uit een landschappelijke inpassing, behoud of herstel van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing of terreinen, het slopen van bebouwing of aanleggen van extensieve recreatieve mogelijkheden. Deze vormen van kwaliteitsverbetering moeten aan sluiten bij de ‘Landschapsinvesteringsregeling gemeente Nuenen c.a.2020’, welke is vastgesteld op 28-5-2020. In de Landschapsinvesteringsregeling staat omschreven hoe bij ontwikkelingen wordt omgegaan met de verbetering van ruimtelijke kwaliteit. Er worden drie verschillende categorieën van ruimtelijke ontwikkelingen onderscheiden, op basis van de impact die de ontwikkeling heeft op de omgeving. ▪ Categorie 1. Ruimtelijke ontwikkelingen die geen (extra) kwaliteitsverbetering van het landschap vereisen. ▪ Categorie 2. Ruimtelijke ontwikkelingen waarbij de kwaliteitsverbetering van het landschap wordt vormgegeven door te voorzien in een goede landschappelijke inpassing. ▪ Categorie 3. Ruimtelijke ontwikkelingen waarbij de basisinspanning voor kwaliteitsverbetering wordt genormeerd in euro’s (op basis van forfaitaire bedragen). Het planvoornemen voorziet in de bouw van een overdekte rijhal bij een bestaande manege en de bouw van een berging.
Het betreft een uitbreiding van het bebouwd oppervlak op een bestaand bouwperceel met de bestemming ‘Sport – Manege’. Het plan is derhalve conform het beleidskader ten aanzien van kwaliteitsverbetering een ruimtelijke ontwikkeling die valt in categorie 3: ‘vergroting van de vigerende bouwmassa/- oppervlakte’. In dat geval moet worden aangetoond dat de investering in ruimtelijke kwaliteitsverbetering minimaal 20% van de waardevermeerdering van de gronden vertegenwoordigd. Uit de landschapsinvesteringsregeling van de gemeente Nuenen volgt dat dit voor de uitbreiding van een agrarisch, agrarisch-technisch of agrarisch verwant bouwvlak zonder bedrijfswoning neer komt op een kwaliteitsbijdrage van € 3,-/m2 bouwvlak dat wordt toegevoegd. Het bestaande bouwvlak heeft een oppervlakte van 4.350 m2. Het beoogde bouwvlak heeft een oppervlakte van 5.586 m2. Dit betekent dat het bouwvlak wordt uitgebreid met 1.236 m2 en er een kwaliteitsbijdrage geleverd moet worden van € 3.708,- (= 1.236 m2 * € 3,-/m2).
17 Toelichting bestemmingsplan Beekstraat 48, Nuenen
Om te zorgen voor kwaliteitsverbetering in een landschappelijk inpassingsplan opgesteld, zie Bijlage 3. Het inpassingsplan is reeds toegelicht in paragraaf 2.3. Uit de berekende compensatiewaarde - welke onderdeel uit maakt van het landschappelijk inpassingsplan - blijkt dat bijdrage aan kwaliteitsverbetering in totaliteit € 21.146,84 bedraagt. Hiermee is aangetoond dat de vereiste minimale kwaliteitsinvestering ruimschoots financieel is verzekerd. De aanleg- en onderhoudsverplichting worden geborgd in de regels van het bestemmingsplan. Daarnaast is ter borging van de landschappelijke inpassing de enkelbestemming ‘Groen’ toegepast. Hiermee is aangetoond dat het initiatief voldoet aan artikel 3.9 van de Iov. Afdeling 3.5 Stedelijke ontwikkeling en mobiliteit Art. 3.43 Iov: Afwijkende regels Verstedelijking afweegbaar De locatie is gelegen in ‘Verstedelijking afweegbaar’. De afwijkende regels Verstedelijking afweegbaar gelden alleen voor de nieuwvestiging van een duurzame stedelijke ontwikkeling. Het initiatief voorziet alleen op de uitbreiding van een bestaande manege. Nieuwvestiging van een duurzame stedelijke ontwikkeling is dus niet van toepassing. Derhalve is artikel 3.43 ‘Afwijkende regels Verstedelijking afweegbaar’ niet van toepassing op het initiatief.
Paragraaf 3.6.5 Agrarisch gerelateerde bedrijven Artikel 3.60 Iov: Bestaand agrarisch-technisch hulpbedrijf / agrarisch-verwant bedrijf in Landelijk gebied Het initiatief betreft het toevoegen van een rijhal bij een bestaande manege binnen de bestemming ‘Sport – Manege’. Een agrarisch verwant bedrijf is gedefinieerd als: een bedrijf dat geheel of in overwegende mate gericht is op het verlenen van diensten aan particulieren of niet-agrarische bedrijven waarbij gebruik gemaakt wordt van het telen van gewassen, het houden van dieren of het toepassen van andere land-, bos- of natuurbouwkundige methoden, met uitzondering van mestbewerking. Daarom wordt het initiatief aan artikel 3.60 van de Iov getoetst. Een bestemmingsplan van toepassing op Landelijk gebied bevat regels voor een bestaand agrarisch-technisch hulpbedrijf of een bestaand agrarisch-verwant bedrijf die: a. de bestaande planologische gebruiksactiviteit vastleggen; Met dit plan wordt de bestaande planologische gebruiksactiviteit vastgelegd. b. bepalen dat de omvang ten hoogste 1,5 hectare bedraagt: In dit geval heeft het bestaande bestemmingsvlak van de manege reeds een omvang van circa 1,8 ha. Dit betreft een legale bestaande situatie die valt onder de eerbiedigende werking van de Iov. c.
een toename van de gebruiksoppervlakte voor mestbewerking uitsluiten; Dit wordt in de regels geborgd door mestbewerking niet toe te staan. d. kunnen voorzien in een redelijke uitbreiding, als dat past binnen de gewenste ontwikkelingsrichting van het gebied waarbij de volgende aspecten zijn betrokken: 1. een gebiedsgerichte benadering welke activiteiten en functies passen in de omgeving; Op de locatie aan de Beekstraat 48 is de bestemming ‘Sport – Manege’ van toepassing. Deze bestemming maakt aangewezen gronden reeds bestemd voor het uitoefenen van een manege. De functie van het beoogde gebouw past binnen de bestemming ‘Sport – Manege’ derhalve is het gericht op de hippische bedrijfsvoering. Dit maakt dat het beoogde project past in de omgeving. In de omgeving zijn namelijk meerdere maatschappelijke functies gelegen, waaronder een aantal sportvelden, een begraafplaats, een school, een scouting en een aantal bedrijven. De bedrijvigheid van een manege past bij de gemengde uitstraling van het gebied. Daarnaast is ervoor gekozen het beoogde gebouw direct aangrenzend aan de overige bebouwing te situeren, achter de privé tuin, zodat het gebouw vanaf de weg zoveel mogelijk aan het zicht wordt onttrokken. 2.
welke effecten de mogelijke ontwikkeling heeft op andere aspecten, waaronder mobiliteit, agrarische ontwikkeling, leefbaarheid en leegstand elders; De ontwikkeling heeft geen effecten op de agrarische ontwikkeling van omliggende bedrijven omdat er geen gevoelige functie wordt toegevoegd. De manege komt ook niet dichter bij omliggende bedrijven en gevoelige functies te liggen. Daarnaast is het beoogd een overdekte rijbak te realiseren waar nadrukkelijk geen dieren gehouden zullen worden. Het aantal dieraantallen blijft gelijkt waardoor er geen sprake is van negatieve effecten betreft geur en ammoniak. Het woon- en leefklimaat rondom de locatie zal dus niet veranderen. Door de realisatie van de beoogde ontwikkeling verbetert de efficiëntie van de bedrijfsactiviteit waardoor meerdere kinderen deel kunnen nemen aan de club. Initiatiefnemer geeft aan dat de grootste klantengroep afkomstig is uit Nuenen. Kinderen zullen op de fiets komen of gebracht worden met de auto. Er zijn op het terrein zelf voldoende parkeervoorzieningen aanwezig. De Beekstraat vindt zijn ontsluiting via de Pastoorsmast en de Maatschappijweg naar de doorgaande weg Smits van
18 Toelichting bestemmingsplan Beekstraat 48, Nuenen
Oyenlaan. Het verkeer kan zo via grote wegen het terrein verlaten wat resulteert in een lage belasting van de omgeving. 3. hoe de uitbreiding bijdraagt aan het versterken van de omgevingskwaliteit, waaronder een bijdrage aan de sloop van overtollig en leegstaand vastgoed in het Landelijk gebied. Met het initiatief zal een positieve bijdrage worden geleverd aan de omgevingskwaliteit door een zorgvuldig gekozen landschappelijke inpassing. Er is hiervoor een landschappelijk inpassingsplan opgesteld. Dit is nader toegelicht bij artikel 3.9 Iov over de kwaliteitsverbetering. Er is op de locatie geen sprake van overtollig en leegstaand vastgoed. Door ruimtegebrek is juist een extra binnenrijbak benodigd. Geconcludeerd kan worden dat het initiatief voldoet aan de regels van het Iov.
3.2.3
Brabantse Zorgvuldigheidsscore Veehouderij
Brabant streeft naar een veerkrachtige Brabantse landbouw- en voedselsysteem: een systeem dat toekomstbestendig is en aansluit bij de lange termijn-ontwikkelingen en (inter)nationaal beleid. Er wordt koers gezet naar een landbouw- en voedselsysteem 3.0, dat slim, circulair, waardevol en verbonden is. Met respect voor natuur en milieu én voor gezondheid en welzijn van mens en dier. Veehouders kunnen pas een vergunning aanvragen voor een uitbreiding na overleg met hun omgeving en nadat uit een objectieve toetsing (BZV) de score ‘zorgvuldig’ is gekomen. Binnen het plangebied wordt een uitbreiding van een binnenrijbak voor een manege toegestaan. Het aantal paarden blijft daarbij gelijk. Paarden vallen niet onder de definitie veehouderij van de Iov. Geconcludeerd kan worden dat de BZV niet van toepassing is op dit plan. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat het initiatief voldoet aan het provinciale beleid.
3.3 Gemeentelijk beleid Het relevante gemeentelijke beleid is vervat in de structuurvisie Nuenen, de omgevingsvisie Nuenen en het bestemmingsplan ‘Oude Landen 2013’.
3.3.1
Structuurvisie Nuenen
In Afbeelding 9 is een uitsnede van de plankaart van de structuurvisie opgenomen, daarop is het plangebied globaal weergegeven met een rode cirkel. Het gebied ligt in een ‘open landschap’ en een voor transformatie afweegbaar gebied. Dit geeft aan dat het transformeren van onbebouwd gebied naar bebouwd gebied mogelijk is als dat nodig is om in de ruimtebehoefte te voorzien. De voorwaarden waaraan ruimtelijke plannen binnen deze gebieden moeten voldoen zijn: 1. De voorgestelde plannen moeten aansluiten bij de bestaande ruimtelijke en stedenbouwkundige structuur van de kern; 2. Bij de inrichting van ruimtelijke plannen moet rekening gehouden worden met kwaliteiten en structuren in het gebied en de omgeving. Bij het ontwikkelen van ruimtelijke plannen is het uitgangspunt zorgvuldig met ruimte om te gaan.
19 Toelichting bestemmingsplan Beekstraat 48, Nuenen
Afbeelding 9 – Uitsnede plankaart Structuurvisie Nuenen
Bij de realisatie van het beoogde project wordt aangesloten bij de bestaande ruimtelijke en stedenbouwkundige structuur van de kern. Er zal zorgvuldig omgegaan worden met de ruimte. Het bestaande bouwperceel zal, zoals gesteld in de structuurvisie, niet intensief bebouwd worden zoals ook te zien is in het schetsontwerp dat in paragraaf 2.2 is omschreven. Het plan is zorgvuldig binnen de karakteristieken van het gebied ontwikkeld, waar de landschappelijke inpassing, onderdeel van uitmaakt. De uitbreiding wordt gerealiseerd binnen een reeds bestaand bouwperceel met de bestemming ‘Sport – Manege’. In de beoogde situatie wordt de rijhal direct aansluitend aan de bestaande bebouwing gerealiseerd. Deze situering is achter de privé tuin gelegen zodat het zicht van de Beekstraat onttrokken wordt. Tevens is er een landschappelijk inpassingsplan opgesteld, dat middels de enkelbestemming ‘Groen’ is geborgd. Conclusie Uit voorgaande kan worden geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling van de overdekte rijbak geen afbreuk doet aan de waarden uit de Structuurvisie.
3.3.2
Omgevingsvisie Nuenen
Op 30 september 2021 is de omgevingsvisie Nuenen vastgesteld. Hierin staat het toekomstbeeld van de Nuenense leefomgeving beschreven. De visie beschrijft de vier kernkwaliteiten van Nuenen: groen, dorps, rustig en gezellig. De opgaven voor de fysieke leefomgeving worden benoemd en hoe deze samenkomen. “Houd Nuenen zoals het is”, is in essentie de boodschap die door de Nuenense samenleving is meegegeven. Bij de visie is tevens een kaart gevoegd. Afbeelding 10 geeft het plangebied globaal weer met een rode cirkel.
20 Toelichting bestemmingsplan Beekstraat 48, Nuenen
Afbeelding 10 – Uitsnede plankaart Omgevingsvisie Nuenen
Zoals te zien is in voorgaande afbeelding is het plangebied gelegen in ‘kleinschalig landbouwgebied’. In dit gebied liggen kenmerkende natte bosgebieden, afgewisseld met weiden. Het is een belangrijk uitloopgebied voor Nuenen en Nederwetten waardoor het bijdraagt aan de hoogwaardige woonomgeving. Toekomstige ontwikkelingen in het gebied dienen de kwaliteit van het landschap te verbeteren. Hierbij wordt gestreefd naar de uitbreiding van de ecologische structuur met vochtig bos en moerasgebied. Met het initiatief wordt een bedrijfsgebouw in het buitengebied mogelijk gemaakt op een bestaande manege aansluitend aan bestaande bebouwing. Het geheel wordt landschappelijk ingepast. Door de landschapselementen wordt bovendien het zicht op de rijhal vanaf de weg belemmerd. Er wordt geen beplanting verwijderd. De aanwezige natuurwaarden worden aangevuld. Hieruit volgt een verbetering voor de in het gebied aanwezige natuurwaarden. De nieuwe overdekte rijbak wordt aansluitend aan de bestaande bebouwing gerealiseerd zodat er sprake is van zorgvuldig ruimtegebruik. De beoogde binnenrijhal kan worden gebruikt met slecht weer, zodat inwoners van Nuenen meer mogelijkheden krijgen om meer te bewegen, naast de andere mogelijkheden in het buitengebied tot recreatie. Dit plan draagt in de vorm van recreatie en sport bij aan de bevordering van de gezondheid van inwoners.
Conclusie Uit voorgaande kan worden geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling van de overdekte rijbak geen afbreuk doet aan de waarden uit de Omgevingsvisie.
3.3.3
Bestemmingsplan
Binnen het vigerende bestemmingsplan is een maximum bebouwd oppervlak vastgesteld van 3.250 m2. Met de huidige bebouwing is dit maximum al bereikt. Daarnaast wordt de beoogde uitbreiding voorzien buiten het bouwvlak. Dit maakt dat de beoogde ontwikkeling niet mogelijk is binnen het vigerende bestemmingsplan. Middels een partiele herziening voor vergroting van het bouwvlak kan de realisatie van de rijhal mogelijk worden gemaakt. Vervolgens dient voor de bouw van de rijhal ook een omgevingsvergunning te worden aangevraagd voor het aspect bouw. Met het bouwplan voor de beoogde rijhal wordt de maximale hoogte met 10 % overschreden. Bovendien hebben recent bouwactiviteiten ten behoeve van een berging plaatsgevonden. Dit dient te worden getoetst aan de betreffende afwijkingsbevoegdheid van artikel 20 ‘10%-regeling’. Artikel 20.1 10%-regeling Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van de in deze regels voorgeschreven minimale en/of maximale maten (hoogte, oppervlakte, inhoud etc.) en percentages tot maximaal 10% van die maten en percentages, met dien verstande dat dit niet geldt wanneer reeds op grond van deze regels een andere ontheffing is of kan worden verleend en mits dit geen onevenredige inbreuk maakt op het woon- en leefklimaat en/of de stedenbouwkundige kwaliteit van de omgeving.
21 Toelichting bestemmingsplan Beekstraat 48, Nuenen
Volgens het vigerende bestemmingsplan in combinatie met de omgevingsvergunning van 5-7-2018 is het toegestane maximum bebouwd oppervlak 3.327 m2. Door de bouw van de berging zal dit toegestane maximum bebouwd oppervlak overschreden worden met 132,3 m2. De maximale uitbreiding is 10 % van het toegestane maximum bebouwd oppervlak 3250 m2 is 325 m2. De beoogde uitbreiding is slechts 4 % en blijft daarmee ver onder de maximale uitbreidingsmogelijkheid. Het is dus een ondergeschikte uitbreiding, mede vanwege de ligging waarbij de voorgevel 7,5 m achter de voorgevel van het hoofdbedrijfsgebouw ligt. De rijhal zal qua uitstraling passend worden gebouwd bij de bestaande gebouwen. Bij het ontwerp van de beoogde rijhal is rekening gehouden met de minimale voorgeschreven maten voor rijbakken bij wedstrijden van 20 x 40 m. Ten zuiden van de binnenrijbak is een ruimte voor de noodzakelijke opslag ten behoeve van wedstrijden en de kennismakingsactiviteiten voor kinderen met een oppervlakte van in totaal 238 m 2 ingetekend. Vanuit deze basis is de hal verder ontworpen, waarbij vanuit stedenbouwkundig oogpunt als uitgangspunt de goothoogte en de dakhelling van de bestaande gebouwen te nemen. Het betreft een gebouw dat bedoeld is als binnenrijbak voor springpaarden. Daarvoor is het noodzakelijk dat er voldoende hoogte in de binnenrijbak is.