Blink GR eerste fase - Bijlage 4 Was wordt tabel stap 1
Tekst van het document
Het bestuur van het lichaam verstrekt schriftelijk aan de openbaar lichaam verstrekt colleges en de raden de door een of schriftelijk aan de colleges en de meer leden van die colleges en raden raden de door een of meer leden van gevraagde inlichtingen zo spoedig die colleges en raden gevraagde mogelijk, voor zover dat niet inlichtingen zo spoedig mogelijk strijdig is met het openbaar belang. 2. De inlichtingen worden in 2. De inlichtingen worden in ieder ieder geval binnen twee maanden geval binnen twee maanden schriftelijk verstrekt en wel door het schriftelijk verstrekt en wel door het Dagelijks Bestuur, tenzij de dagelijks bestuur, tenzij de inlichtingen uitdrukkelijk van het inlichtingen uitdrukkelijk van het algemeen bestuur of de voorzitter algemeen bestuur of de voorzitter worden verlangd. worden 3. De colleges informeren de verlangd. raden - volgens het Reglement van
Toelichting De oude GR tekst is nog steeds van toepassing. Alleen het artikelnummer is aangepast vanwege het wegvallen van enkele artikelen in de ontwerpregelingstekst.
Zienswijze 16 is verwerkt: Lid 3 is toegevoegd vanwege artikel 17 lid 2 en 3 Wgr. Dit artikel verwijst naar de actieve informatieplicht voor het bestuur van de GR. Zienswijze 17 is verwerkt: In lid 1 stond een verwijzing naar inlichtingen vanwege strijdt met openbaar belang. Die situatie is niet relevant en tevens in strijd met de Wgr.
Dit artikel is niet in de oude GR Blink tekst benoemd.
Dit artikel is niet in de oude GR Blink tekst benoemd.
Externe verantwoordingsplicht lid algemeen bestuur Artikel 26. 1. Het lid van het Algemeen bestuur is aan het college die dit lid heeft aangewezen verantwoording
Orde - actief over alles wat in het Algemeen Bestuur gebeurt, voor zover het college dit van belang acht voor de gemeenteraden. Artikel 23 Zienswijze raden 1. Het algemeen bestuur beslist niet over een voorstel alvorens de raden om zienswijzen zijn gevraagd, wanneer ten minste een vijfde van de gemeenteraden het dagelijks bestuur hierom verzoekt. In spoedeisende gevallen kan het dagelijks bestuur afzien van het vragen van zienswijzen. Het dagelijks bestuur stelt de raden hiervan schriftelijk en gemotiveerd op de hoogte. 2. Indien het eerste lid wordt toegepast, dan hebben de raden twaalf weken de tijd hun zienswijzen bij het dagelijks bestuur naar voren te brengen. Voorafgaande aan het nemen van het besluit waarover de zienswijzen gegeven is stelt het dagelijks bestuur de raden en het algemeen bestuur schriftelijk en gemotiveerd in kennis van het oordeel over de zienswijzen, alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt. Artikel 24 Inspraak 1. Ingezetenen van de gemeenten en belanghebbenden kunnen via de reguliere procedures bij de colleges en de raden van de deelnemers betrokken worden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid. 2. In afwijking van het eerste lid kan het dagelijks bestuur besluiten dat bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid met ingrijpende gevolgen een apart participatietraject wordt doorlopen. 3.
Het eerste lid vindt ook toepassing wanneer ten minste een vijfde van de gemeenteraden het dagelijks bestuur hierom verzoeken. 4. Het dagelijks bestuur informeert de deelnemers zo spoedig mogelijk omtrent zijn voornemen tot het mogelijk maken van inspraak als bedoeld in het tweede of het derde lid en de wijze waarop deze inspraak voor ingezetenen van de gemeenten en belanghebbenden zal worden vormgegeven. Externe verantwoordingsplicht lid algemeen bestuur Artikel 25. 1. Het lid van het Algemeen bestuur is aan het college dat dit lid heeft aangewezen verantwoording schuldig over het door hem in het algemeen bestuur gevoerde beleid.
Zienswijze 23 is verwerkt: Er is een artikel over zienswijze in de ontwerpregeling toegevoegd in lijn met de Wgr. Dit artikel is overgenomen van de amendementen van de gemeenschappelijke regelingen voor de Veiligheidsregio, de GGD, ODZOB en Metropoolregio Eindhoven (zie zienswijze 1).
Zienswijze 23 is verwerkt: Volgens de wijzigingen van de Wgr moet in elke gemeenschappelijke regeling een artikel over inspraak van belanghebbenden worden opgenomen. De tekst van dit artikel is overgenomen van de amendementen van de gemeenschappelijke regelingen voor de Veiligheidsregio, de GGD, ODZOB en Metropoolregio Eindhoven (zie zienswijze 1).
Zienswijze 18 is verwerkt: In lid 6 is het derde lid toegevoegd. Dit lid is ook van overeenkomstige toepassing verklaard.
schuldig over het door hem in het algemeen bestuur gevoerde beleid. 2. Een lid van het Algemeen bestuur verstrekt aan het college die hem heeft aangewezen de door een of meer leden van dat college gevraagde inlichtingen, voor zover zulks niet strijdig is met het openbaar belang. 3. De inlichtingen worden zo spoedig mogelijk doch in ieder geval binnen twee maanden in een vergadering van dat college of schriftelijk verstrekt. 4. Het college kan een door hem aangewezen lid van het Algemeen bestuur, indien dit lid het vertrouwen van het college niet meer bezit, als zodanig ontslag verlenen. 5. Het reglement van orde van het Algemeen bestuur regelt de wijze waarop toepassing wordt gegeven aan het bepaalde in het eerste en tweede lid. 6. Het in het eerste en tweede lid bepaalde is van overeenkomstige toepassing op de raden. Informatieplicht rekenkamer(commissies) en accountant Artikel 27. 1. De rekenkamer(commissie)s van de deelnemende gemeenten, afzonderlijk en in samenwerking met elkaar, worden door het Dagelijks bestuur in staat gesteld om alle informatie te verkrijgen die voor de wettelijke taakuitoefening nodig is, zulks onverminderd het bepaalde in artikel 184 Gemeentewet. 2. Het Dagelijks bestuur verstrekt de eigen accountant van PREZERO desgevraagd alle informatie, die voor een ingestelde overheidscontrole op Blink noodzakelijk is.
Hoofdstuk X (Directeur) Oude GR tekst De directeur Artikel 28. 1. PREZERO doet een voordracht aan het Algemeen bestuur voor de te werkstelling van de directeur van Blink op basis van een te sluiten detacheringsovereenkomst tussen PREZERO en het openbaar lichaam. 2. PREZERO stelt op verzoek van het Algemeen bestuur voorts alle voor een goede directievoering noodzakelijke middelen ter beschikking. De kosten hiervan worden tot uitdrukking gebracht in de begroting van Blink.
2. Een lid van het Algemeen bestuur verstrekt aan het college die hem heeft aangewezen de door een of meer leden van dat college gevraagde inlichtingen, voor zover zulks niet strijdig is met het openbaar belang. 3. De inlichtingen worden zo spoedig mogelijk doch in ieder geval binnen twee maanden in een vergadering van dat college of schriftelijk verstrekt. 4. Het college kan een door hem aangewezen lid van het Algemeen bestuur, indien dit lid het vertrouwen van het college niet meer bezit, als zodanig ontslag verlenen. 5. Het reglement van orde van het Algemeen bestuur regelt de wijze waarop toepassing wordt gegeven aan het bepaalde in het eerste en tweede lid. 6. Het in het eerste, tweede en derde lid bepaalde is van overeenkomstige toepassing op de raden. Verwijderd
Zienswijze 19 is verwerkt: Dit artikel is verwijderd, omdat erin dit artikel werd verwezen naar het verstrekken van informatie aan de accountant van PreZero. Dit is niet meer het geval in de Ontwerpregeling van de GR tekst vanwege de ontvlechting tussen PreZero en Blink. Daarnaast bestaan rekenkamercommissies volgens de Wgr niet meer en regelt artikel 184 Gemeentewet de bevoegdheden van een rekenkamer.
Ontwerpregeling GR tekst Verwijderd
Toelichting Zienswijze 20 is verwerkt: Dit artikel is samengevoegd met artikel 18: de secretaris. Zie toelichting bij artikel 18.
3. De directeur voert het dagelijks management van het openbaar lichaam en heeft de zorg voor alle overige uitvoerende werkzaamheden. Tot zijn taken behoren in elk geval: a. de dagelijkse leiding van alle uitvoerende werkzaamheden; b. het periodiek verantwoorden en rapporteren aan Algemeen bestuur en het Dagelijks bestuur; c. het uitvoeren van actiepunten, vastgesteld door het Dagelijks of Algemeen bestuur; d. het vaststellen van het personeelsbeleid; e. de advisering aan het Algemeen en Dagelijks bestuur met betrekking tot de in artikel 10 respectievelijk in artikel 14 genoemde bevoegdheden en de advisering aan het Dagelijks bestuur voor het verstrekken inlichtingen en advies als bedoeld in artikel 24 en 25; f. het beheer van de activa en de passiva; g. de bewaring en het beheer van de archiefbescheiden conform artikel 40 en 41 van de Archiefwet 1995 voor zover aan hem opgedragen door het dagelijks bestuur; h. het initiëren van de samenspraak met de betrokken beleidsambtenaren van de deelnemende gemeenten.
Hoofdstuk XI (Personeel, Materieel, Rechtspositie) Oude GR tekst Ontwerpregeling GR tekst Inzet personeel en materieel Inzet personeel en materieel Artikel 29. Artikel 26. 1. Blink heeft de beschikking over personeel en het materieel ten 1. Blink heeft de beschikking behoeve van de uitvoering van de over personeel en het materieel ten kernactiviteiten van Blink, die door de behoeve van de uitvoering van de deelnemende gemeenten aan Blink kernactiviteiten van Blink, die door de zijn opgedragen. deelnemende gemeenten aan Blink 2. Het personeel werkzaam voor het zijn opgedragen. openbaar lichaam is in dienst van 2. Het personeel werkzaam Personeel Blink B.V., en wordt naar voor het openbaar lichaam is in behoefte op detacheringsbasis te dienst van Personeel Blink B.V., en werk gesteld bij Blink. wordt naar behoefte op 3. Voor zover extra inzet van detacheringsbasis te werk gesteld bij menskracht en/of materieel Blink. noodzakelijk is kunnen deze door 3. Het Algemeen bestuur kan PREZERO ten besluiten dat het openbaar lichaam behoeve van BLINK, zulks ter zelf personeel in dienst neemt op beoordeling van het Algemeen basis van een arbeidsovereenkomst bestuur, tegen transparante, naar burgerlijk recht. marktconforme condities ter beschikking gesteld worden. 4. Het Algemeen bestuur kan besluiten dat het openbaar lichaam
Toelichting Lid 3 van artikel 29 van de oude tekst is verwijderd. Hierin werd de situatie omtrent extra inzet van menskracht en materieel door PreZero besproken. Deze is niet meer van toepassing in de Ontwerpregeling vanwege de ontvlechting PreZero en Blink. Lid 5 van de oude tekst valt in de Ontwerpregeling onder de bevoegdheid van de secretarisdirecteur in plaats van DB. Deze tekst is daarom opgenomen in artikel 18: de secretaris-directeur. Daarmee vervalt automatisch lid 6 die verwijst naar de bevoegdheid van lid 5. Tot slot is de nummering aangepast. Er waren nog een aantal vragen over Personeel Blink B.V. Dit stond in de oude GR tekst en hier worden geen wijzigingen in gemaakt in stap 1. De voornaamste reden is rust bij het
zelf personeel in dienst neemt op basis van een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht. 5. Aanstelling, schorsing en ontslag van personeel dat in dienst is van Blink, geschiedt door het Dagelijks bestuur. 6. Het Dagelijks bestuur kan de in het vijfde lid bedoelde bevoegdheden tot het aanstellen, schorsen en ontslaan van personeel van het openbaar lichaam opdragen aan de directeur. Rechtspositie Artikel 30. 1. Het personeel werkzaam voor Blink of in dienst van Blink wordt te werk gesteld op basis van een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht. 2. Blink volgt hierbij de arbeidsvoorwaarden die gelden voor het personeel van PREZERO. Hoofdstuk XII (Financiële bepalingen) Oude GR tekst Financiële informatieplicht Artikel 31. Het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam zendt voor 15 april van het jaar voorafgaande aan waarvoor de begroting dient, de algemene financiële en beleidsmatige kaders aan de raden van de deelnemende gemeenten en aan de directie van PREZERO.
Begroting Artikel 32. 1. Het Dagelijks bestuur stelt elk jaar een ontwerp begroting op van het openbaar lichaam overeenkomstig het bepaalde in artikel 186 tot en met 213 Gemeentewet alsmede het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten. 2. De ontwerp begroting geeft inzicht in de operationele kosten en de programmakosten per deelnemende gemeente, zodanig dat deelnemende gemeenten deze kosten in hun eigen begroting kunnen opnemen. 3. De ontwerp begroting en begrotingswijzigingen worden
personeel Blink. Vanwege de ontvlechting met PreZero heeft het personeel te maken met veel veranderingen in korte tijd. Het is daarom niet wenselijk om het personeel uit Blink B.V. om te zetten naar het openbaar lichaam Blink.
Dit artikel is verwijderd.
Zienswijze 22 is verwerkt: Dit artikel is verwijderd. Door de ontvlechting met PreZero en de WNRA heeft dit artikel geen toegevoegde waarde meer.
Ontwerpregeling GR tekst Financiële informatieplicht Artikel 27. Het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam zendt voor 30 april van het jaar voorafgaande aan waarvoor de begroting dient, de algemene financiële en beleidsmatige kaders aan de raden van de deelnemende gemeenten.
Toelichting PreZero is in dit artikel verwijderd vanwege de ontvlechting tussen Blink en PreZero.
Begroting Artikel 28. 1. Het Dagelijks bestuur stelt elk jaar een ontwerp begroting op van het openbaar lichaam overeenkomstig het bepaalde in artikel 186 tot en met 213 Gemeentewet alsmede het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten. 2. De ontwerp begroting geeft inzicht in de operationele kosten en de programmakosten per deelnemende gemeente, zodanig dat deelnemende gemeenten deze kosten in hun eigen begroting kunnen opnemen.
Volgens artikel 34b Wgr start de P&C cyclus formeel met de in 2015 geïntroduceerde kadernota (algemene financiële en beleidsmatige kaders en voorlopige jaarrekening). Voorheen moest de kadernota voor 15 april door het Dagelijks bestuur aan de gemeenteraad worden verzonden. Door de wijziging van de Wgr wet is deze datum met 15 dagen naar achter geschoven (naar 30 april). Het gaat hierbij om een uiterste termijn: de GR mag een eerdere datum afspreken, maar geen latere datum. Zienswijze 23 is verwerkt: Artikel 35 Wgr gaat over toezending ontwerpbegroting door Dagelijks bestuur aan de gemeenteraad. Deze is gewijzigd: de ontwerpbegroting moet aan de gemeenteraden worden gezonden 12 weken voordat zij aan het algemeen bestuur wordt aangeboden. Dit was voorheen 8 weken. Deze termijn is in lid 3 aangepast. Verder schrijft de wet expliciet voor dat het Dagelijks bestuur deze ontwerpbegroting naar de gemeenteraden stuurt. Het gaat dus om een rechtstreekse toezending, zonder tussenkomst van
minimaal 8 weken voordat deze worden aangeboden aan het Algemeen bestuur aan de raden gezonden om hen in de gelegenheid te stellen daarop hun zienswijze kenbaar te maken. 4. Het Dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze is vervat bij de ontwerp begroting zoals deze aan het Algemeen bestuur wordt aangeboden. 5. Het Dagelijks bestuur stuurt de door het Algemeen bestuur vastgestelde begroting vóór 1 augustus van het jaar voorafgaand aan dat jaar waarvoor de begroting dient op aan gedeputeerde staten. 6. Besluiten tot wijzigen van de begroting kunnen tot uiterlijk het einde van het betreffende begrotingsjaar worden genomen. 7. In afwijking van het onder het derde lid vermelde, kunnen begrotingswijzigingen, die niet leiden tot een aanpassing van de gemeentelijke bijdragen, direct worden vastgesteld door het Algemeen bestuur.
Verrekenmodel Blink-PREZEROdeelnemende gemeenten Artikel 33. 1. Blink en PREZERO sluiten een managementovereenkomst voor de bedrijfsvoering van het openbaar lichaam. PREZERO ontvangt hiervoor een vergoeding, fee genaamd. 2. De door het Algemeen bestuur vastgestelde begroting, waarin zijn opgenomen de per deelnemende gemeente door het openbaar lichaam te leveren prestaties, is voor PREZERO taakstellend. 3. Van besparingen op de begroting van BLINK, blijkend uit de jaarrekening over het betreffende jaar, ontvangt PREZERO naast de fee over de omzet, tevens een bonusvergoeding van 10% over deze
3. De ontwerp begroting en begrotingswijzigingen worden door het Dagelijks bestuur minimaal 12 weken voordat deze worden aangeboden aan het Algemeen bestuur aan de raden gezonden om hen in de gelegenheid te stellen daarop hun zienswijze kenbaar te maken. 4. Het Dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze is vervat bij de ontwerpbegroting, zoals deze aan het Algemeen bestuur wordt aangeboden. 5. Het Dagelijks bestuur stelt de gemeenteraden voorafgaand aan het vaststellen van de begroting door het Algemeen bestuur, schriftelijk en gemotiveerd in kennis van zijn oordeel over de zienswijze, bedoeld in het derde lid van artikel 35 Wgr, alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt. 6. Het Dagelijks bestuur stuurt de door het Algemeen bestuur vastgestelde begroting vóór 15 september van het jaar voorafgaand aan dat jaar waarvoor de begroting dient op aan gedeputeerde staten. 7. Besluiten tot wijzigen van de begroting kunnen tot uiterlijk het einde van het betreffende begrotingsjaar worden genomen. 8. In afwijking van het onder het derde lid vermelde, kunnen begrotingswijzigingen, die niet leiden tot een aanpassing van de gemeentelijke bijdragen, direct worden vastgesteld door het Algemeen bestuur. Verwijderd
het college. Daarom is Dagelijks bestuur toegevoegd in lid 3. Lid 4 is herschreven ter verduidelijking en volgens artikel 35 van Wgr wet. Lid 5 is toegevoegd. Dit lid verwerkt de wijziging van art. 35 Wgr wet dat het Dagelijks bestuur verplicht moet reageren op de door de raad ingediende zienswijzen en dit zowel schriftelijk als gemotiveerd moeten terugkoppelen, voordat de ontwerpbegroting wordt vastgesteld door het Algemeen bestuur. Lid 6 is gewijzigd: de wijziging van art. 34 Wgr wet schrijft voor dat de vastgestelde begroting aan gedeputeerde staten, als financieel toezichthouder, voortaan niet voor 1 augustus hoeft te worden geschieden, maar voor 15 september (art. 34 lid 2 Wgr).
Het verrekenmodel is niet meer van toepassing in de ontwerpregeling vanwege de ontvlechting tussen Blink en PreZero.
besparingen. De deelnemende gemeenten zullen 90% van deze besparingen ofwel overschot op de begroting, aanwenden voor verlichting van de lasten van de burgers c.q. het verhogen van de kwaliteit van de dienstverlening in hun gemeenten. Uitgangspunt is dat de toedeling van deze middelen geschiedt in relatie tot de te onderscheiden gemeentelijke bijdragen aan BLINK en de vraag of daarop besparingen zijn gerealiseerd. Pas als dat laatste het geval is, kan een deelnemende gemeente zich hierop beroepen. 4. In geval van overschrijding van de taakstellende begroting in enig jaar zullen de extra kosten voor 40% voor rekening van PREZERO en voor 60% voor rekening van de betreffende gemeente zijn. 5. Geen onderdeel van de hierboven in het derde en vierde lid omschreven bonus/malusregeling maken uit de variabele kosten ten aanzien van gladheidbestrijding, clandestiene stort, exploitatie milieustraat, huisuitzettingen en sortering, vermarkting en (eind)verwerking van (grondstoffen in) grof en fijn huishoudelijke afvallen. Deze kosten en opbrengsten worden afzonderlijk in de begroting opgenomen en met de betreffende gemeente afgerekend. De middelen Artikel 34. 1. Blink verkrijgt zijn middelen van de deelnemende gemeenten. 2.
De hoogte van de bijdrage wordt gebaseerd op de programmakosten van de uitvoering van de werkzaamheden welke door de desbetreffende gemeente aan Blink zijn opgedragen en wordt jaarlijks in de ontwerpbegroting opgenomen. 3. Wijziging van de omvang van het grondgebied van een of meer van de deelnemende gemeenten kan van invloed zijn op de afspraken tussen de betreffende gemeente(n) en Blink met betrekking tot de uitvoering van de opgedragen taken en de daarvoor verschuldigde programmakosten 4. De verschuldigde bijdrage dient tijdig betaald te worden op de door het Algemeen bestuur te benoemen tijdstippen.
De middelen Artikel 29 1. Het openbaar lichaam verkrijgt zijn middelen van de deelnemende gemeenten. 2. De hoogte van de bijdrage wordt gebaseerd op de programmakosten van de uitvoering van de werkzaamheden welke door de desbetreffende gemeente aan Blink zijn opgedragen en wordt jaarlijks in de ontwerpbegroting opgenomen. 3. Wijziging van de omvang van het grondgebied van een of meer van de deelnemende gemeenten kan van invloed zijn op de afspraken tussen de betreffende gemeente(n) en Blink met betrekking tot de uitvoering van de opgedragen taken en de daarvoor verschuldigde programmakosten 4. De verschuldigde bijdrage dient tijdig betaald te worden op de door het Algemeen bestuur te benoemen tijdstippen.
De oude GR tekst is nog steeds van toepassing. De bewoording van Blink in lid 1 is alleen veranderd naar ‘het openbaar lichaam’ voor de uniformiteit. Alleen het artikelnummer is aangepast vanwege het wegvallen van enkele artikelen in de ontwerpregelingstekst.
Rekening Artikel 35. 1. Het Dagelijks bestuur stelt elk jaar de ontwerp jaarrekening met een jaarverslag van het voorgaande jaar op. Deze wordt voor 15 april toegezonden aan de raden. 2. Het Algemeen bestuur stelt de jaarrekening en het jaarverslag vast vóór 1 juli van het jaar volgend op het verslagjaar. 3. Het Algemeen bestuur neemt het initiatief tot het toelichten van de vastgestelde jaarrekening in een gezamenlijke bijeenkomst van de leden van de raden van de deelnemende gemeenten. 4. Het Dagelijks bestuur stuurt de door het Algemeen bestuur vastgestelde jaarrekening en jaarverslag vóór 15 juli van het jaar volgend op het jaar waarvoor de jaarrekening geldt aan gedeputeerde staten en aan de colleges. 5. Het Dagelijks bestuur informeert de colleges tijdig over de gerealiseerde programmakosten en nadere informatie die noodzakelijk is voor de door de deelnemende gemeenten op te stellen jaarrekeningen. Jaarverslag Artikel 36 1. Uiterlijk 1 juli van elk jaar stelt het Algemeen bestuur een verslag vast omtrent de werkzaamheden van Blink in het daaraan voorafgaande kalenderjaar. 2. Het Algemeen bestuur zendt het jaarverslag zo spoedig mogelijk daarna toe aan gedeputeerde staten en aan de deelnemers. 3. Het jaarverslag bevat de hoofdlijnen van de op het betreffende verslagjaar betrekking hebbende rekening en voldoet aan de vereisten voor een beredeneerd jaarverslag. 4.
Het Algemeen bestuur neemt het initiatief tot het toelichten van het jaarverslag in een bijeenkomst aan de raden van de deelnemende gemeenten. Verplichte uitgaven Artikel 37. Wanneer aan het Algemeen bestuur blijkt dat de raad van een deelnemende gemeente niet voldoet of zal voldoen aan het gestelde in artikel 34, doet het Algemeen bestuur aan
Rekening Artikel 30 1. Het Dagelijks bestuur stelt elk jaar de ontwerp jaarrekening met een jaarverslag van het voorgaande jaar op. Deze wordt voor 30 april toegezonden aan de raden. 2. Het Algemeen bestuur stelt de jaarrekening en het jaarverslag vast vóór 1 juli van het jaar volgend op het verslagjaar. 3. Het Algemeen bestuur neemt het initiatief tot het toelichten van de vastgestelde jaarrekening in een gezamenlijke bijeenkomst van de leden van de raden van de deelnemende gemeenten. 4. Het Dagelijks bestuur stuurt de door het Algemeen bestuur vastgestelde jaarrekening en jaarverslag vóór 15 juli van het jaar volgend op het jaar waarvoor de jaarrekening geldt aan gedeputeerde staten en aan de colleges. 5. Het Dagelijks bestuur informeert de colleges tijdig over de gerealiseerde programmakosten en nadere informatie die noodzakelijk is voor de door de deelnemende gemeenten op te stellen jaarrekeningen.
De oude GR tekst is nog steeds van toepassing. Alleen het artikelnummer is aangepast vanwege het wegvallen van enkele artikelen in de ontwerpregelingstekst. De termijn in lid 1 is in lijn met artikel 34b Wgr aangepast.
Jaarverslag Artikel 31 1. Uiterlijk 1 juli van elk jaar stelt het Algemeen bestuur een verslag vast omtrent de werkzaamheden van Blink in het daaraan voorafgaande kalenderjaar. 2. Het Algemeen bestuur zendt het jaarverslag zo spoedig mogelijk daarna toe aan gedeputeerde staten en aan de deelnemende gemeenten. 3. Het jaarverslag bevat de hoofdlijnen van de op het betreffende verslagjaar betrekking hebbende jaarrekening en voldoet aan de vereisten voor een beredeneerd jaarverslag. 4. Het Algemeen Bestuur neemt het initiatief tot het toelichten van het jaarverslag in een bijeenkomst aan de raden van de deelnemende gemeenten.
In lid 2 van dit artikel van de oude tekst wordt met deelnemers verwezen naar de deelnemende gemeenten en PreZero. Vanwege de ontvlechting tussen PreZero en Blink is er alleen nog sprake van deelnemende gemeenten in de ontwerpregeling. Daarom is deelnemers veranderd naar deelnemende gemeenten.
Verplichte uitgaven Artikel 32 Wanneer aan het Algemeen Bestuur blijkt dat de raad van een deelnemende gemeente niet voldoet of zal voldoen aan het gestelde in artikel 29, doet het Algemeen Bestuur aan gedeputeerde staten het verzoek
De oude GR tekst is nog steeds van toepassing. Alleen het artikelnummer is aangepast vanwege het wegvallen van enkele artikelen in de ontwerpregelingstekst.
gedeputeerde staten het verzoek over te gaan tot overeenkomstige toepassing van artikel 194 van de Gemeentewet. Financiële gegoedheid Artikel 38. 1. De deelnemende gemeenten zullen er steeds zorg voor dragen dat het openbaar lichaam te allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan alle verplichtingen jegens derden te kunnen voldoen. 2. Indien aan het Algemeen bestuur van het openbaar lichaam blijkt dat een deelnemer weigert deze uitgaven op de begroting te zetten, doet het Algemeen bestuur onverwijld aan gedeputeerde staten het verzoek over te gaan tot toepassing van de artikelen 194 en 195 Gemeentewet. 3. De deelnemers verbinden zich in geval van opheffing van het openbaar lichaam een liquidatieplan op te stellen dat voorziet in de verplichting van de deelnemers alle rechten en verplichtingen van het openbaar lichaam over de deelnemers te verdelen op een in het plan te bepalen wijze. Financiële voorschriften Artikel 39. 1. Het Algemeen bestuur stelt bij verordening de uitgangspunten vast voor het financieel beleid alsmede het financieel beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie. Deze verordening waarborgt dat aan de eisen van rechtmatigheid, verantwoording en controle wordt voldaan. De artikelen 212 en 213 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing. 2. Deze verordening als bedoeld in het eerste lid bevat in elk geval regels over: a.
waardering en afschrijving van activa; b. algemene doelstellingen en te hanteren richtlijnen en limieten van de financieringsfunctie, alsmede de administratieve organisatie van de financieringsfunctie, daaronder begrepen taken en bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties en de bijbehorende informatievoorziening. 3. Het Algemeen bestuur stelt bij verordening regels vast voor de controle op het financieel beheer en op
over te gaan tot overeenkomstige toepassing van artikel 194 van de Gemeentewet.
Financiële gegoedheid Artikel 33. 1. De deelnemende gemeenten zullen er steeds zorg voor dragen dat het openbaar lichaam te allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan alle verplichtingen jegens derden te kunnen voldoen. 2. Indien aan het Algemeen bestuur van het openbaar lichaam blijkt dat een deelnemer weigert deze uitgaven op de begroting te zetten, doet het Algemeen bestuur onverwijld aan gedeputeerde staten het verzoek over te gaan tot toepassing van de artikelen 194 en 195 Gemeentewet. 3. De deelnemende gemeenten verbinden zich in geval van opheffing van het openbaar lichaam een liquidatieplan op te stellen dat voorziet in de verplichting van de deelnemende gemeenten alle rechten en verplichtingen van het openbaar lichaam over de deelnemende gemeenten te verdelen op een in het plan te bepalen wijze.
In lid 3 van dit artikel van de oude tekst wordt met deelnemers verwezen naar de deelnemende gemeenten en PreZero. Vanwege de ontvlechting tussen PreZero en Blink is er alleen nog sprake van deelnemende gemeenten in de ontwerpregeling. Daarom is deelnemers veranderd naar deelnemende gemeenten.
Financiële voorschriften Artikel 34 Zie oude GR tekst
De oude GR tekst is nog steeds van toepassing. Alleen het artikelnummer is aangepast vanwege het wegvallen van enkele artikelen in de ontwerpregelingstekst.
de inrichting van de financiële organisatie. Deze verordening waarborgt dat de rechtmatigheid van het financieel beheer en de inrichting van de financiële organisatie wordt getoetst. 4. Het Algemeen bestuur wijst de accountant aan die belast wordt met de controle op de in artikel 30 genoemde jaarrekening. 5. De accountant zendt de accountantsverklaring en een verslag van bevindingen aan het Algemeen bestuur. 6. De verordeningen als bedoeld in het eerste en derde lid van dit artikel worden na vaststelling gezonden aan gedeputeerde staten en aan de colleges. 7. Het openbaar lichaam verzekert zich tenminste tegen: a. burgerrechtelijke aansprakelijkheid voor schade aan personen en goederen; b wettelijke aansprakelijkheid voor vermogensschade. c. Als de verzekering een voor rekening van het openbaar lichaam komende schade niet dekt wordt deze gedragen door het openbaar lichaam. Hoofdstuk XIII (Archief) Oude GR tekst Archiefbescheiden. Artikel 40. 1. Het Dagelijks bestuur is belast met de zorg voor de archiefbescheiden van de organen van het openbaar lichaam. Dit overeenkomstig een door het Algemeen bestuur, met inachtneming van artikel 40 van de Archiefwet, vast te stellen regeling, de Archiefverordening, die aan gedeputeerde staten moet worden medegedeeld. 2.
Het Dagelijks bestuur is tevens belast met de zorg voor de archiefbescheiden die worden gevormd krachtens de aan het openbaar lichaam gedelegeerde taken. 3. Voor de door deelnemende gemeenten gemandateerde taken berust de zorg voor de desbetreffende archiefbescheiden bij deze gemeenten. 4. Met het toezicht op de bewaring en het beheer van de archiefbescheiden van de gemandateerde
Ontwerpregeling GR tekst Artikel 35: Archiefzorg 1. Het Dagelijks bestuur draagt zorg voor de archiefbescheiden van de organen van het openbaar lichaam. 2. Bij opheffing van de gemeenschappelijke regeling wordt ten aanzien van de archiefbescheiden een voorziening getroffen conform artikel 4 lid 1 van de Archiefwet.
Toelichting Volgens de modeltekst van Handreiking Inrichting informatie- en archiefbeheer bij samenwerkingsverbanden 2021 moet het archiefhoofdstuk uit de volgende artikelen bestaan: - Archiefzorg - Archiefbeheer - Archiefbewaarplaats - Toezicht - Verantwoording - Terbeschikkingstelling We volgen deze handreiking voor de volledigheid en om aan de archiefwet te voldoen, omdat daar in het verleden problemen mee zijn geweest. Daarom is de opbouw van dit hoofdstuk en dus dit artikel aangepast. Lid 2 is voor de volledigheid toch uit de oude tekst GR Blink blijven staan. De rest van de oorspronkelijke tekst van dit artikel is verdeeld over de andere artikelen in het archiefhoofdstuk.
taken is belast de archivaris van de deelnemende gemeente(n). 5. Met het toezicht op de bewaring en het beheer van de archiefbescheiden van het openbaar lichaam is belast de streekarchivaris van het RHCe. 6. Bij opheffing van de gemeenschappelijke regeling wordt ten aanzien van de archiefbescheiden een voorziening getroffen conform artikel 4 lid 1 van de Archiefwet . Archiefbewaarplaats Artikel 41. 1. Voor de bewaring van de op grond van artikel 12, eerste lid en artikel 13 van de Archiefwet over te brengen archiefbescheiden van de gemandateerde taken is aangewezen de archiefbewaarplaats van de deelnemende gemeente(n). 2. Voor de bewaring van de op grond van artikel 12, eerste lid en artikel 13 van de Archiefwet over te brengen archiefbescheiden van het openbaar lichaam is aangewezen de archiefbewaarplaats van het RHCe. Ter beschikkingstelling archiefbescheiden Artikel 42. 1. De archiefbescheiden betreffende zaken welke op het moment van inwerkingtreding van deze regeling nog niet zijn afgedaan, worden ter beschikking gesteld aan het openbaar lichaam, dat deze zaken zal afdoen. 2. De archiefbescheiden betreffende zaken welke op het moment van inwerkingtreding van deze regeling reeds zijn afgedaan, blijven tot hun overbrenging naar de archiefbewaarplaats berusten onder het archiefvormend overheidsorgaan dat deze zaken heeft afgedaan.
Indien noodzakelijk voor de taakuitvoering van het openbaar lichaam worden zij ter beschikking gesteld. 3. Terbeschikkingstelling geschiedt voor 5 jaar en kan, met telkens een aaneengesloten periode van maximaal 5 jaar, worden verlengd tot ten hoogste 20 jaar. 4. Van de terbeschikkingstelling wordt een verklaring opgemaakt, die ten minste bevat een specificatie van
Archiefbeheer Artikel 36 1. Het Dagelijks bestuur is belast met het beheer van de archiefbescheiden van de organen van het openbaar lichaam, voor zover deze niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats. 2. Het Dagelijks bestuur stelt voorschriften vast voor het beheer van de archiefbescheiden van de organen van het openbaar lichaam, die nog niet naar de archiefbewaarplaats zijn overgebracht.
Volgens de modeltekst voor de archiefparagraaf gemeenschappelijke regeling met openbaar lichaam uit Handreiking Inrichting informatie- en archiefbeheer bij samenwerkingsverbanden (2021) moet dit artikel beschreven worden zoals in artikel 36-41 uitgewerkt.
Archiefbewaarplaats Artikel 37. Voor de bewaring van de over te brengen archiefbescheiden van de organen van het openbaar lichaam wordt aangewezen de archiefbewaarplaats van het RHCe.
Volgens de modeltekst voor de archiefparagraaf gemeenschappelijke regeling met openbaar lichaam uit Handreiking Inrichting informatie- en archiefbeheer bij samenwerkingsverbanden (2021) moet dit artikel beschreven worden zoals in artikel 36-41 uitgewerkt.
de terbeschikkinggestelde archiefbescheiden. Een exemplaar van deze verklaring wordt bewaard door het overheidsorgaan waaronder de archiefbescheiden zouden berusten, indien zij niet ter beschikking waren gesteld. 5. Het openbaar lichaam, dat de archiefbescheiden tot zijn beschikking krijgt, brengt slechts wijzigingen aan in de staat van ordening en toegankelijkheid van en vernietigt slechts uit de bescheiden na machtiging door het ter beschikking stellende overheidsorgaan. 6. De kosten van het beheer van de terbeschikkinggestelde archiefbescheiden komen ten laste van het openbaar lichaam, dat de archiefbescheiden ter beschikking heeft gekregen. De zorgdrager voor de archiefbescheiden van het overheidsorgaan dat de archiefbescheiden ter beschikking heeft gesteld, blijft in alle andere aangelegenheden de zorgdrager voor de archiefbescheiden. 7. Indien de ordening van de in het tweede lid bedoelde archiefbescheiden zich verzet tegen terbeschikkingstelling, is het openbaar lichaam te allen tijde bevoegd inzage te nemen van die archiefbescheiden dan wel daarvan of daaruit reproducties, afschriften of uittreksels te vorderen. 8. Ten aanzien van de terbeschikkingstelling gelden de volgende nadere voorwaarden: a. De ter beschikking gestelde archiefbescheiden worden door het openbaar lichaam in goede, geordende en toegankelijke staat bewaard; b.
Uitlening van terbeschikkinggestelde archiefbescheiden is slechts toegestaan aan functionarissen binnen het openbaar lichaam die ambtelijk zijn belast met behandeling van een aangelegenheid waarvoor uitlening noodzakelijk is. Nieuw
Toezicht Artikel 38. Met het toezicht op het beheer van de archiefbescheiden van de organen van het openbaar lichaam, voor zover
Volgens de modeltekst voor de archiefparagraaf gemeenschappelijke regeling met openbaar lichaam uit Handreiking Inrichting informatie- en archiefbeheer bij
Nieuw
Nieuw
Hoofdstuk XIV (Evaluatie) Oude GR tekst Evaluatie Artikel 43. 1. Blink zal periodiek een cyclisch evaluatieonderzoek doen uitvoeren. De daaruit voortvloeiende rapportage zal tezamen met een voorstel omtrent de wenselijkheid van voortzetting van de regeling op een zodanig tijdstip aan de deelnemers toegezonden worden, dat zij uiterlijk op 1 juli 2018 en vervolgens steeds uiterlijk op 1 juli na het verstrijken van een periode van drie jaar over de rapportage van het onderzoek met voorstel zullen beschikken. Het evaluatieonderzoek bevat in ieder geval een onderzoek naar de prijs - kwaliteitsverhouding van de door Blink verrichte diensten alsmede onderzoek naar het juridisch
deze niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats, is belast de streekarchivaris van het RHCe. Verantwoording Artikel 39. 1. De archivaris van RHCe brengt tweejaarlijks aan het Dagelijks bestuur verslag uit over het toezicht op het beheer van de archiefbescheiden van de organen van het openbaar lichaam, die nog niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats. 2. Het dagelijks bestuur brengt tweejaarlijks verslag uit aan het Algemeen bestuur over de uitoefening van de aan hen opgedragen zorg voor de archiefbescheiden en de uitvoering van het archiefbeheer van de organen van het openbaar lichaam. Terbeschikkingstelling Artikel 40. 1. De deelnemers aan de regeling stellen tijdig aan het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam de archiefbescheiden beschikbaar, die nodig zijn voor de uitvoering van de overgedragen taken. 2. In een verklaring van terbeschikkingstelling worden de periode van terbeschikkingstelling en het toezicht op het beheer van de ter beschikking gestelde archiefbescheiden vastgelegd. 3. In de verklaring kunnen nadere voorwaarden worden gesteld aan de terbeschikkingstelling.
Ontwerpregeling GR tekst Evaluatie Artikel 41. 1. Het openbaar lichaam zal periodiek een cyclisch evaluatieonderzoek doen uitvoeren. De daaruit voortvloeiende rapportage zal tezamen met een voorstel omtrent de wenselijkheid van voortzetting van de regeling op een zodanig tijdstip aan de deelnemende gemeenten toegezonden worden, dat zij uiterlijk op 1 juli 2028 en vervolgens steeds uiterlijk op 1 juli na het verstrijken van een periode van drie jaar over de rapportage van het onderzoek met voorstel zullen beschikken. Het evaluatieonderzoek bevat in ieder geval een onderzoek naar de prijs - kwaliteitsverhouding van de door Blink verrichte diensten alsmede
samenwerkingsverbanden (2021) moet dit artikel beschreven worden zoals in artikel 36-41 uitgewerkt. Volgens de modeltekst voor de archiefparagraaf gemeenschappelijke regeling met openbaar lichaam uit Handreiking Inrichting informatie- en archiefbeheer bij samenwerkingsverbanden (2021) moet dit artikel beschreven worden zoals in artikel 36-41 uitgewerkt.
Volgens de modeltekst voor de archiefparagraaf gemeenschappelijke regeling met openbaar lichaam uit Handreiking Inrichting informatie- en archiefbeheer bij samenwerkingsverbanden (2021) moet dit artikel beschreven worden zoals in artikel 36-41 uitgewerkt.
Toelichting In lid 1 en 2 van dit artikel van de oude tekst wordt met deelnemers verwezen naar de deelnemende gemeenten en PreZero. Vanwege de ontvlechting tussen PreZero en Blink is er alleen nog sprake van deelnemende gemeenten in de Ontwerpregeling van de GR tekst. Daarom is deelnemers veranderd naar deelnemende gemeenten.
functioneren (o.a. aanbestedingsrechtelijk, milieurechtelijk, arbeidsrechtelijk). 2. De deelnemers aan deze regeling zullen uiterlijk op 1 januari 2019 en vervolgens uiterlijk op 1 januari volgend op het jaar waarin de opvolgende driejaarsevaluatierapportage als bedoeld in het eerste lid beslissen of de evaluatie voor hen aanleiding is om uit te treden. 3. Het algemeen bestuur wordt per aangetekende brief van een beslissing tot uittreding in kennis gesteld vóór de 1 januari data als bedoeld in het tweede lid.
onderzoek naar het juridisch functioneren (o.a. aanbestedingsrechtelijk, milieurechtelijk, arbeidsrechtelijk). 2. De deelnemende gemeenten aan deze regeling zullen uiterlijk op 1 januari 2019 en vervolgens uiterlijk op 1 januari volgend op het jaar waarin de opvolgende driejaarsevaluatierapportage als bedoeld in het eerste lid beslissen of de evaluatie voor hen aanleiding is om uit te treden. 3. Het algemeen bestuur wordt per aangetekende brief van een beslissing tot uittreding in kennis gesteld vóór de 1 januari data als bedoeld in het tweede lid.
Hoofdstuk XV (Toetreding, uittreding, wijziging, opheffing) Oude GR tekst Ontwerpregeling GR tekst Toetreding Toetreding Artikel 44. Artikel 42. 1. Omtrent een voorstel tot toetreding tot de regeling wordt op 1. Toetreding tot de basis van unanimiteit beslist door het gemeenschappelijke regeling is Algemeen bestuur. Toetreding kan mogelijk nadat de raden van de plaatsvinden op schriftelijk verzoek deelnemende gemeenten unaniem van het college van burgemeester met deze toetreding hebben en wethouders na verkregen ingestemd. Toetreding kan toestemming van de gemeenteraad plaatsvinden op schriftelijk verzoek van die gemeente. van het college van burgemeester en 2. Het Algemeen bestuur regelt de wethouders na verkregen gevolgen van de toetreding en kan toestemming van de gemeenteraad hier nadere voorwaarden aan van die gemeente. verbinden. 2. Het Algemeen bestuur 3. Toetreding vindt plaats met ingang regelt de gevolgen van de toetreding van 1 januari van het jaar volgende en kan hier nadere voorwaarden aan op dat waarin de voor toetreding verbinden. noodzakelijke wijziging van de 3.
Toetreding vindt plaats met regeling in werking is getreden, het ingang van 1 januari van het jaar college van de toetredende volgende op dat waarin de voor gemeente toetreding noodzakelijke wijziging daartoe heeft besloten en voldoet van de regeling in werking is aan de eventueel door het Algemeen getreden, het college van de bestuur aan de toetreding toetredende gemeente daartoe heeft verbonden voorwaarden. besloten en voldoet aan de 4. Op verzoek van het college van de eventueel door het Algemeen toetredende gemeente kan het bestuur aan de toetreding verbonden Algemeen bestuur met inachtneming voorwaarden. van het bepaalde in het derde lid 4. Op verzoek van het college besluiten dat de toetreding gebeurt van de toetredende gemeente kan op een andere datum. het Algemeen bestuur met inachtneming van het bepaalde in het derde lid besluiten dat de toetreding gebeurt op een andere datum. Uittreding Uittreding Artikel 43. Artikel 45. 1. Uittreding van een aan de regeling 1. Uittreding van een aan de regeling deelnemende gemeente vereist deelnemende gemeente vereist onder meer toezending van het onder meer toezending van het daartoe strekkende besluit van het
Toelichting Zienswijze 24 is verwerkt: Lid 1 is aan dit artikel toegevoegd. De raden moeten unaniem met toetreding instemmen.
In lid 2 en 4 is PreZero verwijderd vanwege de ontvlechting tussen Blink en PreZero. Vervolgens is de nummering aangepast.
daartoe strekkende besluit van het college van burgemeester en wethouders na verkregen toestemming van de gemeenteraad van die gemeente aan het Algemeen bestuur van Blink. 2. Uittreding door PREZERO heeft tot gevolg dat de regeling wordt opgeheven. De gevolgen van deze opheffing staan vermeld in artikel 47. 3. Tussentijds uittreden uit de regeling kan alleen per 1 januari van elk kalenderjaar. Bij het besluit tot uittreding dient een opzegtermijn van minstens één jaar in acht genomen te worden. 4. Tussentijdse uittreding door de deelnemende gemeenten en PREZERO, anders dan naar aanleiding van de periodieke evaluatie bedoeld in artikel 43 tweede lid, dient gebaseerd te zijn op gronden ontleend aan ernstige schending van het algemeen belang, zoals bij voorbeeld doch niet uitsluitend faillissement van PREZERO, ontwrichting van de dienstverlening door Blink, financiële wanorde binnen Blink, overtreding milieuregelgeving door Blink of een ingesteld strafrechtelijk opsporingsonderzoek jegens Blink en/of de bestuurders daarvan uitmondend in vervolging door het openbaar ministerie . 5 Het Algemeen bestuur regelt, na overleg met de betrokken deelnemende gemeente, de financiële verplichtingen, alsmede de overige gevolgen van de uittreding. 6.
Voor tussentijdse uittreding door een deelnemende gemeente, anders dan naar aanleiding van de periodieke evaluatie als bedoeld in artikel 43, is toestemming van het Algemeen bestuur vereist. Toestemming wordt alleen verleend wegens ernstige redenen, die maken dat voortgezette deelname aan de regeling redelijkerwijze niet kan worden gevergd, een en ander onverminderd de plicht tot betaling van eventuele schadevergoeding verband houdend met de tussentijdse uittreding. 7. De tussentijds uittredende gemeente kan geen recht doen gelden op de overdracht van enig
college van burgemeester en wethouders na verkregen toestemming van de gemeenteraad van die gemeente aan het Algemeen Bestuur van Blink. 2. Uittreden uit de regeling kan alleen per 1 januari van elk kalenderjaar. Bij het besluit tot uittreding dient een opzegtermijn van minstens één jaar in acht genomen te worden. 3. Het Algemeen Bestuur wijst een onafhankelijke externe deskundige aan om een concept-uittredingsplan op te stellen. Het uittredingsplan bepaalt voorts de overige financiële, juridische, personele en organisatorische consequenties die het directe gevolg zijn van de uittreding. Het Algemeen Bestuur stelt het uittredingsplan vast. 4.In het uittredingsplan wordt de uittreedsom berekend op basis van de principes van goed koopmanschap en de principes van accounting. De uittreedsom bestaat uitsluitend uit een vergoeding voor frictiekosten en desintegratiekosten en kan slechts zien op kosten die tot vijf jaar na de datum van uittreding ontstaan. 5.
De uittreedsom wordt bepaald op basis van de volgende uitgangspunten: in het eerste jaar van uittreding is een volledige bijdrage zoals bedoeld in artikel 30 verschuldigd; in het tweede jaar van uittreding is 80% van de volledige bijdrage zoals bedoeld in artikel 30 verschuldigd; in het derde jaar van uittreding is 60% van de volledige bijdrage zoals bedoeld in artikel 30 verschuldigd; in het vierde jaar van uittreding is 40% van de volledige bijdrage zoals bedoeld in artikel 30 verschuldigd; in het vijfde jaar van uittreding is 20% van de volledige bijdrage zoals bedoeld in artikel 30 verschuldigd na het zesde jaar is geen bijdrage meer verschuldigd. 6. Bij en na uittreding geldt het volgende over diensten, die door het openbaar lichaam worden verricht voor en eventueel namens de uitgetreden gemeente: a. voor afgenomen diensten wordt een integrale kostprijs in rekening gebracht, op basis van een overeenkomst; b. het totaal van de afbouwregeling en de kosten voor dienstverlening is nooit hoger dan de bijdrage, die
Zienswijze 2 en 25 zijn verwerkt: Er is een voorstel voor dit artikel in de Gemeenschappelijke regeling opgenomen. Er is geen regionale lijn te vinden in de uittredingsregelingen van grote GR-en. De veranderingen in dit artikel zijn in lijn met vast jurisprudentie.
eigendom van Blink.
Wijziging Artikel 46. 1. Een voorstel tot wijziging van deze gemeenschappelijke regeling kan worden gedaan door het Algemeen bestuur, door de colleges van ten minste twee van de deelnemende gemeenten of door PREZERO. 2. De gemeenschappelijke regeling wordt gewijzigd indien het bevoegd orgaan van PREZERO en de colleges van de deelnemende gemeenten daartoe, met toestemming van de raden, eensluidend besluiten.
Opheffing Artikel 47. 1. De regeling wordt opgeheven in geval van artikel 45 tweede lid en wanneer het Algemeen bestuur daartoe, na schriftelijke instemming van de colleges van burgemeester en wethouders op basis van verkregen toestemming van de gemeenteraden van de deelnemende gemeenten, unaniem besluit. 2. Het algemeen bestuur stelt een liquidatieplan op dat voorziet in afwikkeling van alle financiële, organisatorische en personele gevolgen. Het liquidatieplan wordt unaniem vastgesteld door het Algemeen bestuur nadat het de deelnemers omtrent het plan heeft gehoord. Indien een voorstel voor een
verschuldigd zou zijn wanneer de deelnemer niet was uitgetreden. c. in de afbouwregeling worden geen kosten opgenomen voor diensten die na uittreding worden afgenomen op basis van een overeenkomst. 7. De uittredende deelnemer heeft bij en na uittreding geen recht op afkoop, uitbetaling of uitkoop van enige activa, eigen vermogen en stille reserves. 8. Wanneer feiten en omstandigheden dat vereisen, kan het Algemeen Bestuur afwijken van de bepalingen in dit artikel. Wijziging Artikel 44. 1. Een voorstel tot wijziging van deze gemeenschappelijke regeling kan worden gedaan door het Algemeen bestuur, door de colleges van ten minste twee van de deelnemende gemeenten. 2. De gemeenschappelijke regeling wordt gewijzigd indien de colleges van de deelnemende gemeenten daartoe, met toestemming van de raden, unaniem besluiten. Het Algemeen Bestuur stelt de colleges en raden van de deelnemende gemeenten, zoals vereist op grond van artikel 1, tweede en derde lid, van de Wgr, in de gelegenheid een zienswijze naar voren te brengen over het ontwerp van de onderhavige gewijzigde regeling. 3. Het Algemeen Bestuur biedt de colleges en raden in het kader van de in het tweede lid genoemde een termijn van minimaal twaalf weken om een zienswijze naar voren te brengen. Opheffing Artikel 45. 1.
Een voorstel tot opheffing kan worden gedaan door het Algemeen Bestuur of door de raden van tenminste twee gemeenten. 2. De regeling wordt opgeheven, nadat de colleges van burgemeester en wethouders na verkregen toestemming van de raden, daartoe unaniem besluiten. Het Algemeen Bestuur stelt de colleges en raden, in lijn met artikel 1, tweede en derde lid, van de Wgr, in de gelegenheid een zienswijze naar voren te brengen. 3. Het algemeen bestuur stelt een liquidatieplan op dat voorziet in afwikkeling van alle financiële, juridische, organisatorische en personele gevolgen. Het liquidatieplan wordt unaniem
PreZero is in lid 1 en 2 verwijderd vanwege de ontvlechting tussen Blink en PreZero. Lid 2 en 3 zijn in de ontwerpregeling toegevoegd om de raden beter in positie te brengen bij de wijziging van de gemeenschappelijke regeling. Dit is in lijn met de Wgr. De termijn in lid 4 komt overeen met de termijn bij zienswijze op de begroting en meerjarige beleidsvisie.
In lid 2, 3 en 4 van dit artikel van de oude tekst wordt met deelnemers verwezen naar de deelnemende gemeenten en PreZero. Vanwege de ontvlechting tussen PreZero en Blink is er alleen nog sprake van deelnemende gemeenten in de ontwerpregeling. Daarom is deelnemers veranderd naar deelnemende gemeenten. Daarnaast is PreZero uit lid 7 verwijderd vanwege de ontvlechting tussen Blink en PreZero. Zienswijze 26 is verwerkt: Het artikel over opheffing is uitgebreid naar aanleiding van de ingediende zienswijze.
liquidatieplan niet unaniem wordt aanvaard door het Algemeen bestuur wordt het geacht te zijn verworpen. 3. Bij de opheffing van de regeling neemt het Algemeen bestuur de maatregelen die nodig zijn voor liquidatie en vereffening met voor zover mogelijk overeenkomstige toepassing van het bepaalde in de artikelen 2:23 e.v. van het Burgerlijk Wetboek. Een eventueel negatief of positief saldo wordt aan de deelnemers toegerekend dan wel toebedeeld in de verhouding van de gemiddelde bijdragen van de deelnemers in de laatste drie jaar voor de vereffening. 4. De deelnemers nemen bij liquidatie al het door hen ingebrachte personeel en materieel terug van het openbaar lichaam. 5. De deelnemende gemeenten verplichten zich in geval van een toekomstige liquidatie, elk naar rato van het budgettair beslag, tot een uiterste inspanning om het personeel Blink in te schakelen bij een nieuwe inzamelings- en reinigingsorganisatie. 6. De liquidatie heeft plaats door het alsdan fungerende Algemeen bestuur, dat na het tijdstip van opheffing van de regeling formeel in functie blijft, totdat de liquidatie is voltooid. 7. De opheffing gaat niet eerder in dan met ingang van de dag volgende op die waarop het opheffingsbesluit door de deelnemende gemeenten en PREZERO is bekendgemaakt.
Hoofdstuk XVI (Geschillen, klachten) Oude GR tekst Geschillen. Artikel 48. 1. Voordat over een geschil, als bedoeld in artikel 28 van de wet, de beslissing van gedeputeerde staten wordt ingeroepen, legt het Algemeen bestuur het geschil voor aan een geschillencommissie. 2. De commissie, genoemd in lid 1 wordt als volgt samengesteld: a. één lid aan te wijzen door de colleges van de deelnemende gemeenten die in geschil zijn;
vastgesteld door het Algemeen Bestuur nadat het de deelnemende gemeenten omtrent het plan heeft gehoord. Indien een voorstel voor een liquidatieplan niet unaniem wordt aanvaard door het Algemeen bestuur wordt het geacht te zijn verworpen. 4. Bij de opheffing van de regeling neemt het Algemeen bestuur de maatregelen die nodig zijn voor liquidatie en vereffening met voor zover mogelijk overeenkomstige toepassing van het bepaalde in de artikelen 2:23 e.v. van het Burgerlijk Wetboek. Een eventueel negatief of positief saldo wordt aan de deelnemende gemeenten toegerekend dan wel toebedeeld in de verhouding van de gemiddelde bijdragen van de deelnemende gemeenten in de laatste drie jaar voor de vereffening. 5. De deelnemende gemeenten nemen bij liquidatie al het door hen ingebrachte personeel en materieel terug van het openbaar lichaam. 6. De deelnemende gemeenten verplichten zich in geval van een toekomstige liquidatie, elk naar rato van het budgettair beslag, tot een uiterste inspanning om het personeel in dienst van Personeel Blink B.V. in te schakelen bij een nieuwe inzamelings- en reinigingsorganisatie. 7. De liquidatie heeft plaats door het alsdan fungerende Algemeen Bestuur, dat na het tijdstip van opheffing van de regeling formeel in functie blijft, totdat de liquidatie is voltooid. 8.
De opheffing gaat niet eerder in dan met ingang van de dag volgende op die waarop het opheffingsbesluit door de deelnemende gemeenten is bekendgemaakt.
Ontwerpregeling GR tekst Geschillen Artikel 46 Zie oude GR tekst
Toelichting De oude GR tekst is nog steeds van toepassing. Alleen het artikelnummer is aangepast vanwege het wegvallen van enkele artikelen in de ontwerpregelingstekst.
b. één lid, aan te wijzen door het Algemeen bestuur; c. één lid, aan te wijzen door de leden, bedoeld onder a. en b., met dien verstande, dat bij het ontbreken van overeenstemming tussen hen gedeputeerde staten dat lid aanwijzen. 3. De geschillencommissie hoort de bij het geschil betrokken besturen. 4. De geschillencommissie brengt advies uit over de mogelijkheden partijen tot overeenstemming te brengen. Klachten Artikel 49. Voor de behandeling van klachten als bedoeld in titel 9.1 van de Algemene wet bestuursrecht, wordt door het Algemeen bestuur een voorziening getroffen.
Klachten Artikel 47 Zie oude GR tekst
Hoofdstuk XVII (Overgangs- en slotbepalingen) Oude GR tekst Ontwerpregeling GR tekst Samenstelling bestuursorganen Samenstelling bestuursorganen Artikel 50. Artikel 48. 1. Zolang niet is voorzien in de 1. Zolang niet is voorzien in de samenstelling van de samenstelling van de bestuursorganen als genoemd in bestuursorganen als genoemd in artikel 6 van de artikel 6 van de regeling treden als zodanig op de regeling treden als zodanig op de bestuursorganen van het openbaar bestuursorganen van het openbaar lichaam, zoals die bestonden vóór lichaam, zoals die bestonden vóór de inwerkingtreding van wijziging van de inwerkingtreding van wijziging van de regeling. de regeling. 2. In afwijking van het gestelde in 2. In afwijking van het gestelde in artikel 7 derde lid van de regeling is artikel 7 van de regeling is de de zittingsduur van de leden van het zittingsduur van de leden van het Algemeen bestuur beperkt tot de Algemeen bestuur beperkt tot de periode gelegen tussen de wijziging periode gelegen tussen de wijziging van de regeling en het tijdstip van van de regeling en het tijdstip van het aftreden van de raad van de het aftreden van de raad van de betreffende gemeente gekozen voor betreffende gemeente. de periode 2014-2018. Inwerkingtreding Artikel 51. Inwerkingtreding Artikel 49 1. Deze regeling wordt 1.
Deze regeling is een voortzetting aangegaan voor onbepaalde tijd en van de regeling Reiniging Blink 2022 treedt in werking met ingang van een en treedt in werking na door het Algemeen bestuur te bekendmaking op 1 januari 2025. bepalen datum met in achtneming 2. De regeling wordt aangegaan voor van het bepaalde in artikel 44. onbepaalde tijd. 2. De bekendmaking van deze 3. Het college van de gemeente regeling geschiedt door het college Helmond draagt zorg voor tijdige van de gemeente Helmond. bekendmaking van de regeling in alle gemeenten, in het door dat gemeentebestuur uitgegeven gemeenteblad. Toezending Artikel 52. De bij de wet voorgeschreven toezending van deze regeling aan
Vervalt
De oude GR tekst is nog steeds van toepassing. Alleen het artikelnummer is aangepast vanwege het wegvallen van enkele artikelen in de ontwerpregelingstekst.
Toelichting De benoemde periode is niet meer van toepassing in de ontwerpregeling.
Artikel 50 is aangepast, omdat de regeling in werking treedt na bekendmaking.
Zienswijze 27 doorgevoerd en samengevoegd met artikel 50.
gedeputeerde staten geschiedt door het college van de gemeente Helmond. Aanhaling Artikel 53. Deze regeling kan worden aangehaald als “Gemeenschappelijke regeling Blink 2022”
Handtekeningen Oude GR tekst Aldus vastgesteld in zijn vergadering van <datum> Na verkregen voorafgaande toestemming van de gemeenteraad van Asten <datum> Burgemeester en wethouders van Asten, De burgemeester de secretaris Aldus vastgesteld in zijn vergadering van <datum> Na verkregen toestemming van de gemeenteraad van Deurne d.d. <datum>. Burgemeester en wethouders van Deurne De burgemeester de secretaris Aldus vastgesteld in zijn vergadering van <datum. Na verkregen toestemming van de gemeenteraad van Gemert-Bakel d.d.<datum> Burgemeester en wethouders van Gemert-Bakel De burgemeester de secretaris Aldus vastgesteld in zijn vergadering van <datum> Na verkregen toestemming van de gemeenteraad van Heeze-Leende <datum> Burgemeester en wethouders van Heeze-Leende De burgemeester de secretaris Aldus vastgesteld in zijn vergadering van <datum> Na verkregen toestemming van de gemeenteraad van Helmond <datum> Burgemeester en wethouders van Helmond De burgemeester de secretaris Aldus vastgesteld in zijn vergadering van <datum> Na verkregen toestemming van de gemeenteraad van Laarbeek d.d. <datum> Burgemeester en wethouders van Laarbeek
Aanhaling Artikel 50. Deze regeling kan worden aangehaald als “Gemeenschappelijke regeling Blink 2025”
De ontwerpregeling gaat vanaf 1 januari 2025 in.
Ontwerpregeling GR tekst Aldus vastgesteld in zijn vergadering van <datum> Na verkregen voorafgaande toestemming van de gemeenteraad van Asten <datum> Burgemeester en wethouders van Asten, De burgemeester de secretaris
Toelichting Handtekening van PreZero is verwijderd vanwege de ontvlechting tussen Blink en PreZero.
Aldus vastgesteld in zijn vergadering van <datum> Na verkregen toestemming van de gemeenteraad van Deurne d.d. <datum>. Burgemeester en wethouders van Deurne De burgemeester de secretaris Aldus vastgesteld in zijn vergadering van <datum. Na verkregen toestemming van de gemeenteraad van Gemert-Bakel d.d.<datum> Burgemeester en wethouders van Gemert-Bakel De burgemeester de secretaris Aldus vastgesteld in zijn vergadering van <datum> Na verkregen toestemming van de gemeenteraad van Heeze-Leende <datum> Burgemeester en wethouders van Heeze-Leende De burgemeester de secretaris Aldus vastgesteld in zijn vergadering van <datum> Na verkregen toestemming van de gemeenteraad van Helmond <datum> Burgemeester en wethouders van Helmond De burgemeester de secretaris Aldus vastgesteld in zijn vergadering van <datum> Na verkregen toestemming van de gemeenteraad van Laarbeek d.d. <datum> Burgemeester en wethouders van Laarbeek De burgemeester de secretaris Aldus vastgesteld in zijn vergadering van <datum>
De burgemeester de secretaris Aldus vastgesteld in zijn vergadering van <datum> Na verkregen toestemming van de gemeenteraad van Nuenen c.a. d.d. <datum> Burgemeester en wethouders van Nuenen c.a. De burgemeester de secretaris Aldus vastgesteld in zijn vergadering van <datum> Na verkregen toestemming van de gemeenteraad van Someren d.d. <datum> Burgemeester en wethouders van Someren De burgemeester de secretaris Aldus vastgesteld in zijn vergadering van <datum> Na verkregen toestemming van de gemeenteraad van Son en Breugel d.d. <datum> Burgemeester en wethouders van Son en Breugel De burgemeester de secretaris Aldus vastgesteld op <datum> De directie van PREZERO gemeentelijke Dienstverlening B.V De directeur