Bijlage 1 Programmabegroting 2023 en meerjarenraming 2024-2026 definitief 1390914
Tekst van het document
Onroerendezaakbelastingen (OZB) We heffen op grond van artikel 220 van de Gemeentewet twee directe belastingen op de onroerende zaken die binnen de gemeente liggen, de zogenaamde onroerendezaakbelastingen: • Een gebruikersbelasting van degene die bij het begin van het kalenderjaar een onroerende zaak die niet in hoofdzaak tot woning dient, al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht, gebruikt. • Een eigenarenbelasting van degene die bij het begin van het kalenderjaar van een onroerende zaak het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht. De hoogte van de OZB is afgeleid van de WOZ-waarde (een percentage). Jaarlijks worden nieuwe WOZ-waarden vastgesteld. De aanslagen zijn gebaseerd op de WOZ-waarden met een waardepeildatum die 1 jaar voorafgaand aan het belastingjaar ligt. Er is geen wettelijk maximum gesteld aan de jaarlijkse stijging van de OZB-tarieven. De tarieven voor 2023 zijn bijgesteld aan de hand van de ontwikkeling van de nieuwe WOZ-waarden zodat er sprake is van een gelijkblijvend niveau van de opbrengst onroerendezaakbelastingen, exclusief de areaaluitbreiding en de tariefaanpassing. Het voorstel voor vaststelling van de tarieven wordt tegelijk met de begroting aangeboden aan de raad.
De inschatting van de totale WOZ-waarde voor 2023 (voorlopige stand per 1 september 2022) ten opzichte van de werkelijke WOZ-waarde over 2022 is als volgt: Omschrijving Totale waarde woningen Totale waarde niet-woningen
58
2022
2023
4.235.800.000
4.893.700.000
350.400.000
361.000.000
De belastingcapaciteit heeft een relatie met de inkomsten die een gemeente ontvangt via het gemeentefonds. Hoeveel geld een individuele gemeente uit het gemeentefonds krijgt, hangt namelijk af van de kenmerken en de belastingcapaciteit van de gemeente. De belastingcapaciteit geeft aan hoeveel belasting een gemeente jaarlijks kan innen. Het aandeel van een gemeente in het gemeentefonds is kleiner naarmate het vermogen om belastingen te heffen groter is. Het gaat hier om de WOZ-waarde van onroerende zaken in de gemeente, berekend tegen een voor alle gemeenten gelijk tarief. In onderstaande tabel geven we de korting op het gemeentefonds weer ten opzichte van werkelijke opbrengst. We doen dit op basis van de waarde 1-1-2022 omdat dit de laatst vastgestelde waarde is. Omschrijving
Waarde
Ons tarief
Opbrengst
Kortingstarief
Korting
Saldo
4.235.800.000
0,1231%
5.214.270
0,06704%
2.839.680
2.374.589
OZB gebruikers niet-woningen
327.400.000
0,1935%
633.519
0,09205%
301.372
332.147
OZB eigenaren niet-woningen
350.400.000
0,2411%
844.814
0,11417%
400.052
444.763
3.541.104
3.151.500
OZB eigenaren woningen
6.692.603
De ramingen voor de baten OZB 2023 zijn als volgt: Omschrijving
2023
Eigenaren woning
5.178.900
Eigenaren niet-woning
856.200
Gebruikers niet-woning
559.700
Afvalstoffenheffing / reinigingsrechten De gemeente is verplicht huishoudelijke afvalstoffen in te zamelen. Op grond van artikel 15.33 van de Wet milieubeheer en de Verordening afvalstoffenheffing en reinigingsrechten wordt afvalstoffenheffing geheven van degene die in de gemeente feitelijk gebruik maakt van een perceel waarvoor de gemeente verplicht is huishoudelijke afvalstoffen in te zamelen. De tarieven van de afvalstoffenheffing zijn verdeeld in twee componenten: 1. Een vast deel: hiertoe behoren kosten die niet in de invloedssfeer liggen van de individuele inwoners zoals de kosten van de milieustraat, glas-, papier- en plasticinzameling; 2. Een variabel deel: het gaat hier om het zogenaamd “de vervuiler betaalt” principe; hoe vaker iemand zijn rest- en gft-afval aanbiedt, hoe hoger de kosten voor deze aanbieder zijn. Reinigingsrechten worden geheven van niet-woningen (bedrijven) die hebben aangegeven gebruik te maken van de inzameldienst voor huishoudelijke afvalstoffen. Het betreft hier geen bedrijfsafval. De tarieven van de afvalstoffenheffing worden bepaald waarbij de geraamde kosten niet boven de geraamde baten uitkomen. Bij het bepalen van de geraamde kosten wordt de volledige BTW over deze kosten meegenomen (artikel 229b van de Gemeentewet). We streven er kort gezegd naar dat de kosten voor 100% worden gedekt door de opbrengsten uit de heffingen.
Voor 2023 stijgen de afvalstoffenheffing en de ledigingstarieven met ongeveer 13,5%, met uitzondering van de GFT ledigingen.
Rioolheffing Op grond van artikel 229 van de Gemeentewet wordt rioolheffing geheven. De rioolheffing wordt opgelegd aan de gebruiker van een perceel. De tarieven van de rioolheffing worden zodanig vastgesteld dat de geraamde kosten niet boven de geraamde baten uitkomen. Bij het bepalen van de geraamde kosten mag ook de BTW over deze kosten meegenomen worden (artikel 229b van de Gemeentewet). We streven er kort gezegd naar dat de kosten voor 100% worden gedekt door de opbrengsten uit de heffingen. Vanaf 1 januari 2022 is de heffingsgrondslag aangepast. Voor woningen is vanaf 1 januari 2022 het aantal personen van het huishouden bepalend voor de hoogte van de rioolheffing. Bij niet-woningen blijft de grondslag het waterverbruik. De raad heeft hiermee ingestemd in de vergadering van 8 juli 2021.
59
Kostendekkendheid afvalstoffenheffing en rioolheffing Op grond van het BBV zijn gemeenten verplicht de berekening van tarieven van heffingen inzichtelijk te maken. De tarieven en heffingen mogen hoogstens kostendekkend zijn. De geraamde baten mogen niet hoger zijn dan de geraamde lasten (artikel 229b Gemeentewet). Onderstaande overzichten geven aan dat afval en riolering 100% kostendekkend zijn: Dekkendheid afvalstoffenheffing
2023
Afval taakveld 7.3 Lasten milieustraat
982.779
Lasten overige afvalstromen
1.602.509
Kapitaallasten
40.439
Mutatie voorziening
17.755
Totaal kosten afval taakveld 7.3
2.607.972
Toerekenbare kosten vanuit andere taakvelden Overhead taakveld 0.4
252.346
Kwijtschelding taakveld 6.3
71.308
Straatreiniging taakveld 2.1
181.550
BTW taakveld 0.11*
444.800
Totaal toerekenbaar
950.006
Totaal lasten
3.557.976
Opbrengst afvalstoffenheffing
2.946.765
Baten milieustraat
111.100
Baten overige afvalstromen
500.111
Baten totaal (taakveld 7.3)
3.557.976
Dekkendheidpercentage afval
100%
* De BTW rekenen we conform artikel 229B van de Gemeentewet toe. Deze toerekening is het gevolg van de invoering van het BTW-compensatiefonds in 2003. Vanaf dat moment werd de BTW compensabel en werd tegelijkertijd een uitname uit het gemeentefonds gedaan. Dekkendheid rioolheffing
2023
Riolering taakveld 7.2 Beheer en onderhoud riolering
1.044.756
Kapitaallasten
377.381
Mutatie voorziening
-278.737
Totaal kosten riolering taakveld 7.2
1.143.400
Toerekenbare kosten vanuit andere taakvelden Overhead taakveld 0.4
180.123
Kwijtschelding taakveld 6.3
60.000
Straatreiniging taakveld 2.1
297.796
Watertaken taakveld 5.7
119.094
BTW taakveld 0.11*
314.000
Totaal toerekenbaar
971.013
Totaal lasten
2.114.413
Opbrengst rioolheffing taakveld 7.2
2.114.413
Baten totaal
2.114.413
Dekkendheidpercentage riool
100%
60
* De BTW rekenen we conform artikel 229B van de Gemeentewet toe. Deze toerekening is het gevolg van de invoering van het BTW-compensatiefonds in 2003. Vanaf dat moment werd de BTW compensabel en werd tegelijkertijd een uitname uit het gemeentefonds gedaan.
Leges Wanneer de gemeente een bepaalde dienst levert, kunnen daarvoor leges worden geheven. De tarieven worden jaarlijks vastgesteld in de Tarieventabel behorende bij de Legesverordening. Net als riool- en afvalstoffenheffing moeten de tarieven dusdanig worden vastgesteld dat de geraamde baten niet boven de geraamde lasten uitkomen. Bij de vaststelling van een aantal tarieven, zoals voor reisdocumenten, moet rekening gehouden worden met van rijkswege gestelde maximumtarieven. De verschillende leges die worden geheven, worden in principe jaarlijks verhoogd met de daarvoor geldende inflatiecorrectie, met uitzondering van de leges/tarieven die zijn vastgesteld door het Rijk en in MRE-verband. Kostendekkendheid leges Op grond van het BBV moeten gemeenten inzichtelijk maken dat de tarieven en heffingen hoogstens kostendekkend zijn. Per hoofdstuk van de legesverordening is hieronder de kostendekkendheid weergegeven op basis van de geraamde baten en lasten. Alleen hoofdstukken vanuit de modelverordening die zijn opgenomen in de legesverordening van Nuenen zijn opgenomen. Per titel in de legesverordening wordt gestreefd naar maximale kostendekkendheid, ondanks dat jurisprudentie de legesverordening als één geheel ziet en dus de legesverordening als geheel maximaal kostendekkend mag zijn. Tussen afzonderlijke hoofdstukken binnen een titel mag kruissubsidiëring worden toegepast.
Opbrengsten uit leges van een bepaald hoofdstuk mogen kosten binnen een ander hoofdstuk compenseren. Onderstaande overzichten geven aan dat de leges hoogstens kostendekkend zijn. De lasten zijn uitgesplitst in salaris, overhead en directe lasten. Hierbij is rekening gehouden met jurisprudentie over hetgeen wel en niet aan de leges mag worden toegerekend. De salaris- en overheadlasten in titel 1 zijn toegerekend vanuit het taakveld 0.2 Burgerzaken. Op basis van de toegerekende salarislasten is het opslagpercentage voor de overhead bepaald. Baten
Salaris
Overhead
Lasten
Percentage
Titel 1
Algemene Dienstverlening
Hoofdstuk 1
Burgerlijke stand
-36.000
37.739
25.674
1.124
56%
Hoofdstuk 2
Reisdocumenten
-174.087
100.638
68.464
35.353
85%
Hoofdstuk 3
Rijbewijzen
-107.000
79.672
54.201
45.000
60%
Hoofdstuk 4
Verstrekkingen uit de basisregistratie personen
-9.750
37.739
25.674
1.800
15%
Hoofdstuk 7
Bestuursstukken
0
0
0
0
0%
Hoofdstuk 8
Vastgoedinformatie
-
8.386
5.705
-
0%
Hoofdstuk 9
Overige publiekszaken
-12.750
41.932
28.527
900
18%
Hoofdstuk 10
Gemeentearchief
-
8.386
5.705
-
0%
Hoofdstuk 11
Huisvestingswet
-
-
-
-
-
Hoofdstuk 12
Leegstandswet
-
8.386
5.705
-
0%
Hoofdstuk 16
Kansspelen
Hoofdstuk 17
Telecommunicatie
Hoofdstuk 18
Verkeer en vervoer
Hoofdstuk 19
Kinderopvang
Hoofdstuk 20
Diversen Totaal titel 1
-
12.580
8.558
-
0%
-25.000
8.386
5.705
15.000
86%
-688
12.580
8.558
-
3%
-4.000
8.386
5.705
-
28%
-2.750
25.159
17.116
-
7%
-372.025
389.971
265.297
99.177
49%
De salaris- en overheadlasten in titel 2 zijn (voornamelijk) toegerekend vanuit het taakveld 8.3 Wonen en Bouwen, waaronder de bouwvergunningen vallen. Ook hier is op basis van de toegerekende salarislasten de overhead bepaald. De baten en lasten binnen titel 2 van de legesverordening hebben voornamelijk betrekking op hoofdstuk 2 en 3, vandaar is vanwege de samenhang besloten alle lasten toe te rekenen aan hoofdstuk 3 binnen titel 2 en is dit niet verder uitgesplitst.
61
Baten
Salaris
Overhead Lasten Percentage
Titel 2
Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving / omgevingsvergunningen
Hoofdstuk 1
Begripsomschrijvingen
-
-
-
-
Hoofdstuk 2
Principe verzoek/ beoordeling conceptaanvraag
-
-
-
-
-
Hoofdstuk 3
Omgevingsvergunning
-784.875
428.819
291.725 169.275
88%
Hoofdstuk 4
Vermindering
-
-
-
-
-
Hoofdstuk 5
Teruggaaf
-
-
-
-
-
Hoofdstuk 6
Intrekking omgevingsvergunning
-
-
-
-
-
Hoofdstuk 7
Wijziging omgevingsvergunning als gevolg van wijziging project
-
-
-
-
-
Hoofdstuk 8
Bestemmingswijzigingen zonder activiteiten
-
-
-
-
-
-
-
-
291.725 169.275
88%
Hoofdstuk 10 In deze titel niet benoemde beschikking Totaal titel 2
-
-
-784.875
428.819
-
De salaris- en overheadlasten in titel 3 zijn voornamelijk toegerekend vanuit het taakveld 0.2 Burgerzaken. Baten Titel 3
Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn
Hoofdstuk 1
Horeca
Hoofdstuk 2
Organiseren evenementen of markten
Hoofdstuk 3
Salaris
Overhead Lasten
Percentage
-8.250
8.386
5.705
-
59%
-688
12.580
8.558
-
3%
Seksbedrijven
-
-
-
-
-
Hoofdstuk 4
Verbod exploiteren bedrijf zonder benodigde vergunning
-
-
-
-
-
Hoofdstuk 5
Marktstandplaatsen
-
4.193
2.853
-
0%
Hoofdstuk 6
Winkeltijdenwet
-
-
-
-
-
Hoofdstuk 7
In deze titel niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking
-
4.103
3.614
-
0%
-8.938
29.262
20.730
-
18%
Totaal titel 3
Overige belastingen Toeristenbelasting Op grond van artikel 225 van de Gemeentewet wordt toeristenbelasting geheven van diegene die mensen tegen vergoeding laat overnachten onder andere in hotels, pensions, vakantieonderkomens en op vaste standplaatsen. Het geldt alleen als de persoon die hier verblijft geen inwoner van de gemeente is. Vermakelijkhedenretributie Op grond van artikel 229 van de Gemeentewet wordt vermakelijkhedenretributie geheven bij de organisatoren van evenementen waarbij entree wordt geheven. Deze retributie wordt pas geheven als meer dan 2.000 betalende bezoekers het evenement hebben bezocht. Er wordt alleen geheven als er gebruik wordt gemaakt van voorzieningen die door of met medewerking van het gemeentebestuur tot stand zijn gebracht. De tarieven voor 2023 blijven gelijk aan die van 2022. Reclamebelasting Reclamebelasting wordt geheven in het vastgestelde centrumgebied ten behoeve van het ondernemersfonds.
Kwijtscheldingsbeleid De kwijtscheldingsregels zijn vastgelegd in de Invorderingswet 1990 en de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990. De gemeente heeft, als gevolg van artikel 255 van de Gemeentewet, slechts op 2 onderdelen beleidsvrijheid: • De raad kan bepalen dat er helemaal geen dan wel gedeeltelijke kwijtschelding wordt verleend. • De raad kan regels stellen met betrekking tot de wijze waarop de kosten van bestaan in aanmerking worden genomen die er toe leiden dat in ruimere mate kwijtschelding wordt verleend. Op grond van het laatste onderdeel heeft de gemeente gekozen voor het voor 100% meenemen van de kosten van bestaan. Het bestaande beleid wordt hiermee voortgezet. Kwijtschelding kan worden aangevraagd voor de volgende heffingen:
62
• • •
onroerendezaakbelastingen; afvalstoffenheffing; rioolheffing.
Overzicht tarieven 2021
2022
2023
OZB Eigenaar Woning
0,1284%
0,1231%
0,1061%
OZB Eigenaar Niet-woning
0,2324%
0,2411%
0,2392%
OZB Gebruiker Niet-woning
0,1866%
0,1935%
0,1920%
153,60
153,60
174
Afvalstoffenheffing 25 liter gft-afval
0,00
0,00
0,00
Afvalstoffenheffing 80 liter gft-afval
2,00
2,00
1,25
Afvalstoffenheffing 140 liter gft-afval
2,00
2,00
2,25
Afvalstoffenheffing 240 liter gft-afval
2,00
2,00
3,50
Afvalstoffenheffing 25 liter restafval
2,25
2,25
2,50
Afvalstoffenheffing 80 liter restafval
7,25
7,25
8,25
Afvalstoffenheffing 140 liter restafval
13,00
13,00
14,75
Afvalstoffenheffing 60 liter ondergronds
21,75
21,75
24,75
Afvalstoffenheffing 30 liter ondergronds restafval
1,60
1,60
1,85
Afvalstoffenheffing 60 liter ondergronds gft-afval
-
-
1,00
Afvalstoffenheffing 60 liter ondergronds restafval
3,25
3,25
3,75
Rioolheffing 1-persoonshuishouden
-
75,00
75,00
Rioolheffing 2-persoonshuishouden
-
140,00
140,00
Rioolheffing 3-persoonshuishouden
-
205,00
205,00
Rioolheffing 4-persoonshuishouden
-
270,00
270,00
Rioolheffing 5- of meerpersoonshuishouden
-
330,00
330,00
Rioolheffing niet-woning 0 - 200m3
-
140,00
140,00
Rioolheffing niet-woning 201 - 500m3
-
487,00
487,00
Rioolheffing niet-woning > 500 m3
-
695,00
695,00
Afvalstoffenheffing vastrecht (per jaar)
Vergelijking buurgemeenten In onderstaande tabel worden de eenheden gebruikt die het COELO toepast voor het bepalen van de woonlasten. Onderstaande tabel geeft inzicht in de gegevens over 2022 (afgerond op hele euro's). Son en Breugel
Nuenen
Eindhoven
Best
Geldrop-Mierlo
OZB Eig. woning
0,0841%
0,1231%
0,10714%
0,0856%
0,0756%
OZB Eig. niet-woning
0,1969%
0,2411%
0,30377%
0,1993%
0,1792%
OZB Gebr. niet-won.
0,1623%
0,1935%
0,21777%
0,1597%
0,1456%
Afvalstoffenheffing *) (meerpers.huishouden)
290
402
347
323
338
Rioolheffing
142
160
233
177
199
Totale woonlasten
*): Diftar gemeenten worden door het COELO berekend op basis van vastrecht plus een gemiddeld aantal ledigingen (18 maal een grijze container van 140 liter en 7 maal een groene container van 140 liter). De aantallen van het COELO zijn gebaseerd op een landelijk gemiddelde. In de meeste diftar gemeenten is het gemiddelde aantal ledigingen lager. Bij de tabel hieronder, Ontwikkeling lokale lastendruk, gaan we uit van het gemiddelde aantal ledigingen in Nuenen. Ontwikkeling lokale lastendruk Jaar
2021
2022
2023
354.000
391.000
448.000
Wijziging WOZ-waarde
6,95%
10,45%
14,58%
OZB
455,-
481,-
475,-
Afvalstoffenheffing #)
272,-
272,-
308,-
Rioolheffing ##)
190,-
160,-
160,-
Totaal
917,-
913,-
943,-
-0,4%
3,3%
WOZ-waarde
Lastenontwikkeling
63
#) Uitgangspunt hierbij is het gemiddeld aantal ledigingen restafvalcontainers (8) en gftafvalcontainers (7) in Nuenen, herrekend naar alsof er alléén 140-liter containers zijn. ##) Uitgangspunt voor 2021 is het gemiddelde waterverbruik per huishouden van 137m³. Voor 2022 en 2023 is uitgegaan van het gemiddelde aantal personen per huishouden in de gemeente Nuenen: 2,3.
64
Weerstandsvermogen en risicobeheersing Inleiding Deze paragraaf geeft inzicht in de financiële positie van de gemeente Nuenen. Hiervoor geven we een overzicht van de risico's. Vervolgens zetten we deze af tegen de aanwezige weerstandscapaciteit. Als laatste worden de financiële kengetallen gepresenteerd.
Beleid betreffende de weerstandscapaciteit en de risico’s In de Nota risicomanagement en weerstandsvermogen 2015 wordt het beleidskader voor het weerstandsvermogen beschreven. Dit kader luidt als volgt: • De gemeenteraad wordt via de planning- en controldocumenten (begroting en jaarrekening) geïnformeerd over de 15 belangrijkste risico’s, de beschikbare weerstandscapaciteit en de ratio van het weerstandsvermogen; • De ‘Nota risicomanagement en weerstandsvermogen’ wordt als basis gehanteerd voor de opstelling van de verplicht voorgeschreven paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing in de meerjarenprogrammabegroting en de jaarrekening; • Uitgegaan wordt van een gewenste minimale score voor de ratio weerstandsvermogen van ‘voldoende’ (ratio > 1); • Als de ratio weerstandsvermogen door de toename van risico’s onder de 1 uitkomt zal ofwel de beschikbare weerstandscapaciteit worden aangevuld, of zullen extra inspanningen worden gedaan om de benodigde weerstandscapaciteit terug te brengen. In deze situatie zal het college voorstellen doen aan de gemeenteraad die ervoor moeten zorgen dat het weerstandsvermogen weer op het gewenste niveau komt.
Inventarisatie van de risico’s In veel gevallen kunnen we de exacte waarde van een risico niet bepalen. Om de risico's toch te kwantificeren werken we met klassengemiddelden. Deze klassengemiddelden leiden tot de financiële gevolgen in de onderstaande tabel. De risicowaarde bepalen we vervolgens aan de hand van de volgende berekening: Risicowaarde in € = percentage kans x gevolg in € Het totaal aan risicowaarden vormt de benodigde weerstandscapaciteit. Omdat niet alle risico’s zich tegelijk manifesteren rekenen we hierbij met een zekerheidspercentage van 90%. Hoewel zorgvuldig is geprobeerd om alle risico’s in beeld te brengen, kan het voorkomen dat een risico niet is opgenomen. Zoals eerder genoemd is risicomanagement een dynamisch proces en voortschrijdend inzicht zorgt voor een steeds vollediger beeld. Het is onmogelijk en onwenselijk om te sturen op alle geïdentificeerde risico’s. Door de risico’s te kwantificeren wordt de lijst geordend. Op deze manier ligt de focus op de risico’s die de grootste impact op de organisatie hebben. Zowel de kans dat een risico zich manifesteert als de impact die het risico met zich meebrengt moet worden bepaald. Er wordt een inschatting gemaakt van de waarschijnlijkheid dat het risico daadwerkelijk optreedt. Vervolgens wordt een inschatting gemaakt van het bedrag dat de gemeente kwijt is indien het risico optreedt.
Het kwantificeren van risico’s is een proces van taxeren en inschatten en heeft daarmee altijd in bepaalde mate een subjectief karakter. Onderstaande tabellen geven de verdeling weer van de klassen waarop de inschatting wordt gebaseerd. Tabel 1 is de verdeling van klassen naar kans, tabel 2 is de verdeling van klassen in financieel gevolg: Klasse Financieel gevolg (€) Klasse gemiddelde (€)
Klasse
Kans (Waarschijnlijkheid)
Klasse gemiddelde (%)
1
Eén keer per 10 jaar of minder (1-20%)
10%
1
2
Eén keer per 5 à 10 jaar (21-40%)
30%
2
50.000 – 100.000
75.000
3
Eén keer per 2 à 5 jaar (41-60%)
50%
3
100.000 – 250.000
175.000
4
Eén keer per 1 à 2 jaar (61-80%)
70%
4
250.000 – 500.000
375.000
5
Eén keer per jaar of vaker (81-99%)
90%
5
> 500.000
-
65
< 50.000
25.000
Matrix (kans x gevolg top 15 risico's) Voor de bepaling van de score in de risicomatrix worden de klassescores bepaald. Hierboven staan twee tabellen. In de eerste tabel is de top 15 opgenomen. Het getal in de matrix correspondeert met het risiconummer uit de top 15. Zo is zichtbaar welk risico in het groen, oranje of rood is opgenomen. In de tweede tabel is de scoreberekening van de kans x gevolg opgenomen. Top 15 risico's Risico 1
Kans in % Exploitatie grond
Kans in € Risicowaarde
Concrete berekening
16.966.492
Het bedrag is ten opzichte van de jaarrekening 2021 licht gestegen, dit komt door een stijging van het rentepercentage van 0,0% naar 0,5% waardoor de Monte Carloanalyse een ander risicoprofiel oplevert. 2
Sociaal domein
90%
1.000.000
900.000
Concrete berekening
425.000
Wmo/Jeugd is een open-einde regeling. Door een mogelijke toename van het aantal aanvragen en/of een andere soort zorginzet bestaat het risico dat het budget wordt overschreden. In deze begroting is het budget voor het sociaal domein opgehoogd. Dat maakt dat het risico verlaagd is ten opzichte van de vorige risico-inventarisatie (ten tijde van de jaarrekening 2021). 3
Op orde brengen standplaatsen woonwagens Eventuele meerkosten voor de verbetering van woonwagens kunnen voor risico komen van de gemeente.
4
Externe gevolgen cybercriminaliteit / beveiligingsincident
30%
1.000.000
300.000
50%
375.000
187.500
70%
175.000
122.500
70%
175.000
122.500
Naast de interne gevolgen - die genoemd worden bij risico 8 - loopt de organisatie ook het risico op mogelijk externe gevolgen. Onzorgvuldige omgang met persoonsgegevens en overtredingen van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) kunnen leiden tot aansprakelijkheidsstellingen van getroffenen of boetes van de privacytoezichthouder. Een boete wegens onzorgvuldig handelen met de privacy van inwoners zou bovendien leiden tot grote imagoschade. Het risico is aanwezig op extra kosten die voortvloeien uit boete Autoriteit Persoonsgegevens, imagoschade, aansprakelijkheidstellingen als gevolg van cybercriminaliteit/beveiligingsincidenten, waaronder datalekken. 5
Saneringskosten grond Om de standplaatsen van de woonwagens op orde te brengen dient de grond voor een deel gesaneerd te worden. Deze meerkosten zijn voor rekening en risico van de gemeente.
6
Legesopbrengsten Het risico is aanwezig dat opbrengsten leges achterblijven ten opzichte van de begroting. Het is moeilijk exact te voorspellen hoeveel aanvragen omgevingsvergunningen ingediend gaan worden, dit is ook mede afhankelijk van de economische omstandigheden.
7
Algemene uitkering gemeentefonds Via circulaires wordt de gemeente 2 maal per jaar geconfronteerd met aanpassingen vanuit het gemeentefonds. De afspraak tussen het Rijk en de gemeenten is 'samen de trap op, samen de trap af'. Indien het Rijk bezuinigt, wordt er ook minder geld in het gemeentefonds gestort. Deze systematiek zal in ieder geval nog gelden t/m 2025. Hoe vanaf 2026 de financieringssystematiek zal zijn is nu nog niet bekend. Via de fondsbeheerders worden hier in overleg met alle betrokkenen in de huidige kabinetsperiode voorstellen voor gemaakt. Er is al wel per 1-1-2023 een nieuw verdeelmodel ingevoerd. Dit ondanks dat de VNG en de ROB aangaven dat er nog veel verbeterd moest worden. De fondsbeheerders hebben toegezegd aan verbeteringen te gaan werken. Onderzoeken naar de centrumfunctie, eenpersoonshuishoudens, inkomstencorrecties WOZ-waarden en de overige eigen middelen (OEM) worden opgestart. Resultaten hiervan zijn pas in 2023 te verwachten. Deze schommelingen in de algemene uitkering kunnen problemen veroorzaken voor het sluitend krijgen van de begroting. Op de hoogte van de algemene uitkering kan geen invloed worden uitgeoefend.
66
8
Interne gevolgen cybercriminaliteit / beveiligingsincident
70%
175.000
122.500
Concrete berekening
104.625
De organisatie kan geconfronteerd worden met cybercriminaliteit en/of met een beveiligingsincident. Recente voorbeelden, de IBD en incidenten in het land (bijvoorbeeld Hof van Twente) laten zien dat de kans hierop toeneemt. De gevolgen kunnen enorm zijn. Cybercriminaliteit is criminaliteit met ICT als middel én doelwit. Cybercriminaliteit is veelvoorkomend. Aan de ene kant wordt ICT steeds complexer, en aan de andere kant blijkt uit de benchmark dat we onder het gemiddelde zitten qua middelen. Beveiligingsincident is een inbreuk op de beveiliging, waarbij de beschikbaarheid, de integriteit of de vertrouwelijkheid van informatie in gevaar is of kan komen. Een beveiligingsincident kan ook onbewust worden veroorzaakt. De IBD geeft in het dreigingsbeeld 2021-2022 duidelijk het signaal af, dat de kans op beveiligingsincidenten toeneemt. Een ambtenaar, bestuurder of raadslid kan bedoeld of onbedoeld informatie verschaffen waar een kwaadwillende zijn voordeel mee kan doen (en de gemeente gedupeerd achterblijft). Informatie rond bestemmingsplannen, aanbestedingen, persoonsgegevens of veranderende regels kan zeer waardevol zijn. Het risico is aanwezig dat de continuïteit van de bedrijfsvoering in het gedrang komt. 9
Dienst Dommelvallei De samenwerking op het gebied van bedrijfsvoering en dienstverlening verloopt via de Gemeenschappelijke Regeling Dienst Dommelvallei. Omdat Dienst Dommelvallei geen eigen reserves heeft, wordt het totaal van de risico's van de dienst via de verdeelsleutel belegd bij de drie deelnemende gemeenten.
10
Crisisbeheersing
10%
1.000.000
100.000
30%
175.000
52.500
30%
175.000
52.500
30%
175.000
52.500
70%
75.000
52.500
Iedere gemeente kan te maken krijgen met incidenten, die de status van een crisis krijgen. Deze kunnen plaatsvinden zowel in het fysieke als het sociale domein. Ook kunnen crises lokaal, regionaal of bovenregionaal van karakter zijn. 11
Vennootschapsbelasting De Belastingdienst heeft nog geen uitspraak gedaan over de uitgangspunten voor de Vpbaangifte. Hierdoor kan de definitieve aangifte afwijken van de voorlopige aangifte.
12
Belastingaangifte De gemeente is aansprakelijk voor fouten in loonbelastingopgaves, Btw aangiften, opgave Btw compensatiefonds en de WKR. Bovendien kan de gemeente aansprakelijk worden gesteld voor belastingschulden van andere bedrijven op basis van inleners of ketenaansprakelijkheid.
13
Attero - compensatieovereenkomst Formeel hebben de gewesten in Brabant een contract met Attero over het verbranden van afval. In dit contract is een minimum-hoeveelheid opgenomen. Vanaf 2011 is deze minimum hoeveelheid niet aangeleverd door de gewesten gezamenlijk. Attero heeft geclaimd over 2015 t/m jan 2017. Er is een uitspraak gedaan door een arbitragecommissie en de gemeenten zijn daarin in het ongelijk gesteld. Er is een factuur van 6.1 miljoen als naheffing gestuurd naar de MRE. Deze factuur is door het MRE betaald. Inmiddels is vanuit de VvC een procedure gestart bij het Gerechtshof om het vonnis te vernietigen. In de tussenliggende periode wordt dit bedrag nog niet verrekend met de gemeenten. Over die verrekening bestaat namelijk binnen het MRE onenigheid tussen de gemeenten. De niet-diftar-gemeenten staan op het standpunt dat zij het tekort niet hebben veroorzaakt en dus ook hiervoor niet gaan betalen. Op dit moment is dus nog niet aan te geven hoe de kosten verdeeld zullen worden over de gemeenten. Ook binnen de gewesten bestaat overigens nog onenigheid over de verdeling van de kosten. De discussie hierover wordt verschoven tot na de definitieve uitspraak over de vernietigingsprocedure. Inmiddels heeft de rechter Attero in het ongelijk gesteld, maar Attero is in cassatie gegaan.
Zo lang dat loopt, blijft er dan ook een risico voor de gemeenten bestaan (weliswaar met een geringe kans).
14
Bodemverontreiniging/-sanering De gemeente loopt voortdurend het risico geconfronteerd te worden met schade aan het milieu door bijvoorbeeld bodemverontreinigingen.
15
GGD
Concrete berekening
46.689
De Gemeenschappelijke Regeling GGD Brabant Zuidoost heeft tot doel een bijdrage te leveren aan de publieke gezondheidszorg en de ambulancezorg. Op basis van de begroting wordt financieel bijgedragen. Het onafgedekte risico, zijnde € 1.950.000, dient te worden op genomen in de eigen risicoparagraaf van de deelnemende gemeentes, herrekend naar de risicowaarde per gemeente.
67
Subtotaal top 15
19.607.806
Overige risico's
381.584
Onvoorzien
250.000
Totaal
20.239.390
Totaal o.b.v. zekerheidspercentage (90%)
18.215.451
Wijzigingen: Ten opzichte van de laatste risico-inventarisatie - ten tijde van de jaarrekening 2021 - is de totale risicowaarde (o.b.v. zekerheidspercentage 90%) toegenomen met € 31.000,- (afgerond). Top 15 De risico's die nu in de top 15 staan, zijn identiek aan de risico's die bij de laatste risico-inventarisatie de top 15 vormden.
Inventarisatie van de beschikbare weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit is de verzamelterm van al die bronnen waaruit niet voorziene financiële tegenvallers bekostigd kunnen worden. Weerstandscapaciteit
Incidenteel
Structureel
Algemene reserve
7.196.509
-
Algemene reserve bouwgrond
13.378.900
-
Algemene reserve bouwgrond winstnemingen
9.401.891
-
pm
-
Raming onvoorziene uitgaven
0
143.000
Onbenutte belastingcapaciteit
-
0
Totale weerstandscapaciteit
29.977.300
143.000
Stille reserve
Weerstandsvermogen De ratio weerstandsvermogen kan als volgt worden vastgesteld: 30.120.300 / 18.215.451 = 1,65 Wij concluderen hiermee dat het weerstandsvermogen voldoende is om de risico’s op te vangen. In onderstaande grafiek is het verloop van de ratio weerstandsvermogen van de afgelopen periode en voor de komende jaren weergegeven. Uitgangspunt is dat de risico's de komende jaren gelijk blijven.
68
Financiële kengetallen Kengetallen geven inzicht in bepaalde onderdelen van de begroting of de balans en kunnen bijdragen aan het beoordelen van de financiële positie van de gemeente. De combinatie van de kengetallen geeft een indicatie over de financiële positie van de gemeente. Daarnaast bieden kengetallen de mogelijkheid om gemeenten onderling te vergelijken. Een individueel kengetal zegt weinig over hoe de financiële positie van de gemeente moet worden beoordeeld. De kengetallen moeten in samenhang bekeken worden, omdat ze alleen gezamenlijk en in hun onderlinge verhouding een beeld geven van de financiële positie van de gemeente. Een kengetal, of de ontwikkeling van een kengetal, is een weerspiegeling van het gevoerde beleid. Voor de provincie als toezichthouder hebben de kengetallen een signaleringswaarde. Ze kunnen worden betrokken bij het krijgen van een completer inzicht in de financiële situatie en risicopositie van een gemeente. De volgende financiële kengetallen moeten in de paragraaf weerstandsvermogen opgenomen worden: • netto schuldquote; • netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen; • solvabiliteitsratio; • grondexploitatie; • structurele exploitatieruimte; • belastingcapaciteit De toezichthouder hanteert geen normering, maar maakt gebruik van onderstaande signaleringswaarden. Waarderingscijfer
Minst risicovol
Neutraal
Meest risicovol
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
<90
90-130
>130
Solvabiliteitsratio
>50
20-50
<20
Grondexploitatie
<20
20-35
>35
Structurele exploitatieruimte
>0
0
<0
Belastingcapaciteit
<95
95-105
>105
69
70
Uitgangspunten Voor de kolommen realisatie is uitgegaan van de balans zoals opgenomen in de betreffende jaarrekening. De kengetallen voor de begroting 2022 zijn afkomstig uit de meerjarenbegroting 20222025. De kengetallen voor 2023-2026 zijn afkomstig uit voorliggende meerjarenbegroting. Omschrijving
Realisatie 2019
Begroting 2024
2025
Netto schuldquote
142% 117% 112%
85% 107%
95%
96% 101%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
135% 112% 107%
80% 103%
92%
94%
99%
Solvabiliteitsratio
27%
35%
30%
31%
31%
31%
Grondexploitatie
137% 113% 117%
74% 100%
51%
46%
44%
1%
1%
2%
0%
Structurele exploitatieruimte
-3%
Belastingcapaciteit
2020
28% 1%
2021
30% 3%
2022
2023
1%
2026
117% 112% 118% 110% 104% 104% 104% 104%
Hieronder volgt per kengetal een korte toelichting. Netto schuldquote
De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Om inzicht te verkrijgen in hoeverre er sprake is van doorlenen wordt de netto schuldquote zowel in- als exclusief doorgeleende gelden weergegeven (netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen). Solvabiliteitsratio
71
Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid van de gemeente. De mate van weerbaarheid geeft in combinatie met de andere kengetallen een indicatie over de financiële positie van een gemeente. Grondexploitatie
De afgelopen jaren is gebleken dat grondexploitatie een forse impact kan hebben op de financiële positie van een gemeente. Indien gemeenten leningen hebben afgesloten om grond te kopen voor een (toekomstig) woningbouwproject hebben zij een schuld. Bij de beoordeling van een dergelijke schuld is het van belang om te weten of deze schuld kan worden afgelost wanneer het project wordt uitgevoerd. Van de opbrengst van de verkochte gronden kan immers de schuld worden afgelost. Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de grondpositie (de waarde van de grond) is ten opzichte van de totale (geraamde) baten. Structurele exploitatieruimte
Voor de beoordeling van de financiële positie is het ook van belang te kijken naar de structurele baten en structurele lasten. Dit kengetal geeft aan hoe groot de structurele exploitatieruimte is, doordat wordt gekeken naar de structurele baten en structurele lasten en deze worden vergeleken met de totale baten. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten te dekken.
72
Belastingcapaciteit
De belastingcapaciteit geeft inzicht in de mate waarin bij het voordoen van een financiële tegenvaller in het volgende begrotingsjaar deze kan worden opgevangen of dat er ruimte is voor nieuw beleid. Om deze ruimte weer te kunnen geven is een ijkpunt nodig. In dit geval landelijk gemiddelde tarieven. Voor de gemeenten wordt de belastingcapaciteit gerelateerd aan de hoogte van de gemiddelde woonlasten (OZB, rioolheffing en reinigingsheffing). Naast de OZB wordt tevens gekeken naar de riool- en afvalstoffenheffing omdat de heffing niet kostendekkend hoeft te zijn, maar ook lager mag worden vastgesteld. Conclusie Netto schuldquote (zowel gecorrigeerd als niet gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen) De hoogte van dit kengetal wordt voor de gemeente Nuenen beïnvloed door 2 oorzaken: 1. De gemeente heeft vanaf 2005 veel geïnvesteerd in de grondexploitaties, met name Nuenen West. Daarnaast is er in 2012 geïnvesteerd in Eeneind West. Om deze investeringen te financieren is het de afgelopen jaren noodzakelijk geweest om kort- dan wel langlopende leningen aan te trekken. Het kengetal voor de begroting is lager dan de werkelijke kengetallen in de afgelopen jaarrekeningen. Dit wordt met name veroorzaakt door het, conform afspraken, ramen van de verkoop van de gronden Eeneind West. In 2021 heeft de geraamde verkoop niet plaatsgevonden.
Voor de komende jaren zijn de verkoopbaten geraamd overeenkomstig de bouwgrondexploitaties zoals bij de jaarrekening 2021 vastgesteld. Het kengetal neemt de komende jaren af door de realisatie van geraamde verkopen in met name Nuenen West en Eeneind West. 2. Het oplopen van dit kengetal in 2023 wordt veroorzaakt door de geraamde investeringen, waarvan de grootste zijn: - het Klooster (2022-2024); - de Hongerman (2022-2023); - renovatie van de woonwagenlocaties (2024 t/m 2026); - Bundelroutes (2023 t/m 2025). Solvabiliteitsratio Deze ratio schommelt slechts licht. De (geraamde) reserves en voorzieningen blijven nagenoeg ongewijzigd. Omdat de geraamde investeringen in 2023 hoog zijn (zie hierboven) laat dit kengetal in 2023 een lichte daling zien. Grondexploitatie De gemeente heeft vanaf 2005 veel geïnvesteerd in de grondexploitaties, daarom is dit kengetal hoog. De sterke afname van het kengetal ten opzichte van de laatste jaarrekening en de begrotingsjaren wordt met name veroorzaakt door het, conform afspraken, ramen van de verkoop van de gronden Nuenen West en Eeneind West in 2023 en 2024.
73
Structurele exploitatieruimte De resultaten van de begrotingsjaren zijn positief. Dit betekent dat alle structurele lasten, inclusief de kapitaallasten van de geraamde investeringen, opgevangen worden binnen een structureel sluitende begroting. Belastingcapaciteit Het landelijk gemiddelde van het kengetal voor de belastingcapaciteit wordt jaarlijks op 100% gesteld. De gemeente Nuenen heeft in het verleden, toen er negatief eigen vermogen was, besloten tot een forse verhoging van de ozb. Het kengetal neemt af omdat de afgelopen jaren ingezet is op verlaging van de belastingdruk, mits dat gezien de financiële situatie verantwoord was.
74
Onderhoud kapitaalgoederen Inleiding De gemeente Nuenen heeft een uitgestrekt buitengebied en een intensief bebouwd binnengebied met een totale oppervlakte van 3.361 ha. De gemeente is verdeeld over vier kernen: Nuenen, Gerwen, Nederwetten en Eeneind. Zowel binnen als buiten de kernen vinden tal van activiteiten plaats zoals wonen, werken en recreëren. Om deze activiteiten in goede banen te leiden zijn kapitaalgoederen nodig: wegen, openbare verlichting, civieltechnische kunstwerken, groen, riolering, gebouwen, speeltoestellen, verkeersregelingen en ten slotte beelden en plastieken. De kwaliteit van de kapitaalgoederen en het onderhoud daarvan is bepalend voor het voorzieningenniveau en de (jaarlijkse) lasten. Met het onderhoud van deze kapitaalgoederen is een substantieel deel van de begroting gemoeid. Deze paragraaf geeft inzicht in het beleid en de financiële consequenties van het onderhoud van de kapitaalgoederen.
Wegen De gemeente beschikt over een uitgebreid wegennet ten behoeve van de verbinding binnen de kernen, tussen de kernen en de aansluiting op het regionale wegennet. Op dit moment bestaat dit wegennet uit ruim 228 kilometer verharde wegen. Beleid In het vastgestelde beheerplan heeft de raad gekozen voor cyclisch onderhoud. Bij deze systematiek wordt het onderhoud zodanig gepland dat gedurende de gehele levensduur van de verhardingen periodiek grootschalig onderhoud kan worden uitgevoerd. Financieel gezien betekent dit de eerste 10 jaar een uitgave van gemiddeld € 977.000,-. In het beheerplan 2022-2026 zijn ook enkele beleidskaders opgenomen. Beleidsplan Voor het beleidsveld Wegen is geen apart beleidsplan opgesteld. De beleidskaders zijn benoemd in het Beheerplan wegen 2022-2026. Naam
Periode
Beheerplan Wegen 2022-2026
2022-2026
Vastgesteld in de raad
Planning vaststelling nieuw beleidsplan
maart 2021 begin 2026
Uitgangspunten Het benodigde kleinschalig en grootschalig onderhoud wordt bepaald aan de hand van de jaarlijkse wegeninspectie. Jaarlijks groot onderhoudsbudget en investeringsmiddelen Financieel Groot onderhoud (storting voorziening) Klein onderhoud (incl. inspectie) Totaal
2023
2024
2025
2026
977.000
977.000
977.000
977.000
173.000
213.000
173.000
173.000
1.150.000
1.190.000
1.150.000
1.150.000
Jaarlijks wordt volgens het programma uit het beheerplan wegen het benodigd (gemiddeld) bedrag (€ 977.000,-) gestort in deze voorziening. De storting is bestemd voor cyclisch onderhoud. De werkelijke uitgaven fluctueren. Voor reconstructie en rehabilitatie van de wegen zijn geen middelen beschikbaar in de onderhoudsvoorziening. Indien hier middelen voor nodig zijn wordt apart aan de raad om budget gevraagd. Eind 2022 resteert in de voorziening een bedrag van € 2.106.319,-. Achterstallig onderhoud Het achterstallig onderhoud is een indicator van het CROW (uitgedrukt in kosten) en is gedefinieerd als onderhoud op wegvakonderdelen waarbij de richtlijn al is overschreden, met andere woorden waarbij het onderhoud al eerder uitgevoerd had moeten worden. Er is geen achterstallig onderhoud. Jaarlijks wordt een inspectie uitgevoerd op het gehele areaal. Op basis van deze inspecties vindt kleinschalig en grootschalig onderhoud plaats, met name op wegvakonderdelen waarbij de richtlijn is overschreden. Daarmee houden wij de wegen veilig en heel en voorkomen we achterstallig onderhoud.
Openbare verlichting De gemeente Nuenen heeft ruim 6.400 lichtmasten en 6.600 armaturen. De kosten voor openbare verlichting bestaan uit de jaarlijkse kosten voor elektriciteit en klein onderhoud en de kosten voor vervangingsinvesteringen.
75
Beleid Het beleid is erop gericht om de komende jaren de meest verouderde openbare verlichting te vervangen door energiezuinige (led)verlichting. Ook worden de armaturen met een hoog energieverbruik vervangen. Beleidsplan Het beleidsplan Openbare verlichting is vastgesteld op 6 juli 2017. Naam
Periode
Beleidsplan OVL 2018-2027
2018-2027
Vastgesteld in de raad
Planning vaststelling nieuw beleidsplan
6-7-2017 Eind 2027
Uitgangspunten Bij het streven naar een duurzame, schone en veilige openbare ruimte is het uitgangspunt dat lichtmasten gemiddeld na 40 jaar worden vervangen en armaturen na 20 jaar. In het beleidsplan OVL is opgenomen dat vanaf 2018 de eerste 10 jaar de verouderde armaturen en lichtmasten worden vervangen door energiezuinige (led)verlichting. Ook worden de armaturen met een hoog energieverbruik vervangen. Hiervoor is een investering van circa € 2.420.000,- benodigd. Het energieverbruik en de kosten voor onderhoud dalen hierdoor. Ook heeft de gemeente de intentie om gehoor te geven aan het SER energieakkoord. In het beleidsplan openbare verlichting wordt voorgesorteerd op het toepassen van Smart Lighting. Armaturen worden daarom uitgerust met communicatie modules. Hiermee kan informatie vanuit het armatuur verkregen worden (bijvoorbeeld energieverbruik) en kan bijvoorbeeld een nieuw dimregime naar het armatuur verzonden worden. Jaarlijks groot onderhoudsbudget en investeringsmiddelen Voor de vervanging van masten en armaturen wordt jaarlijks circa € 242.000,- opgenomen. Naast middelen voor de vervangingsinvesteringen is nog een bedrag voor regulier onderhoud, zoals remplace, masten schilderen en het oplossen van storingen uitgegeven van afgerond € 113.000,-. Achterstallig onderhoud Er is geen sprake van achterstallig onderhoud.
Civiele kunstwerken Met civiele kunstwerken worden bruggen, viaducten etc. bedoeld. Voor het groot onderhoud hiervan is een voorziening gevormd. Beleid In het vastgestelde beheerplan Civiele kunstwerken heeft de raad gekozen voor het onderhouden van de civiele kunstwerken op C-niveau. Bij dit niveau ligt de nadruk op veilig en heel. Enkele kunstwerken, zoals in het centrumgebied en op diverse gemeentegrenzen, worden op A-niveau onderhouden. Beleidsplan Het beheerplan Civiele kunstwerken is vastgesteld op 13 februari 2020. Naam
Periode
Vastgesteld in de raad
Beheerplan Civiele kunstwerken
2020-2024
13 februari 2020
Planning vaststelling nieuw beleidsplan 2024
Uitgangspunten Voor het vervangen van civiele kunstwerken bij einde levensduur zijn geen middelen beschikbaar in het onderhoudsfonds. Indien hier middelen voor nodig zijn wordt hiervoor apart aan de raad om budget gevraagd. Jaarlijks groot onderhoudsbudget en investeringsmiddelen Financieel Groot onderhoud
2023
2024
2025
2026
115.122
115.122
115.122
115.122
Klein onderhoud
20.000
40.000
20.000
20.000
Totaal
135.122
155.122
135.122
135.122
Jaarlijks wordt volgens het beleidsplan civiele kunstwerken het benodigd (gemiddeld) bedrag van € 115.122,- gestort in deze voorziening. De storting is bestemd voor het planmatig onderhoud. De werkelijke uitgaven fluctueren (jaarlijks gemiddeld € 162.000,-). Voor de vervanging van civiele kunstwerken zijn geen middelen beschikbaar in de onderhoudsvoorziening. Indien hier middelen voor nodig zijn wordt apart aan de raad om budget gevraagd. Naast de bedragen voor het groot onderhoud is € 20.000,- beschikbaar voor klein onderhoud. (In 2024 daarnaast € 20.000,- voor een inspectie van civiele kunstwerken.)
76
Achterstallig onderhoud Er is geen sprake van achterstallig onderhoud. Soms wordt onderhoud uitgesteld om schaalvoordeel te kunnen behalen. Dit uitstel wordt enkel alleen gedaan wanneer de veiligheid niet in het geding is.
Groen De groenstructuur van de gemeente Nuenen wordt enerzijds bepaald door de historische en moderne wegenstructuur, anderzijds door de diverse grotere (historische) groen- en parkgebieden en waterstructuren binnen de kern. Om dit optimaal tot zijn recht te laten komen dient het groen goed beheerd te worden. De gemeente Nuenen draagt zorg voor het gemeentelijk groen. Het openbaar groen heeft een grote waarde wat betreft gezondheid, veiligheid, beleving en duurzaamheid. Samen met onze inwoners nemen we maatregelen om verzorgd en gebruiksvriendelijk openbaar groen te realiseren. Beleid Gemeentebossen De gemeente is verantwoordelijk voor het beheer van de gemeentebossen. Het bosbezit van de gemeente Nuenen is in totaal circa 65 ha groot en ligt verspreid over vijf grotere gebieden in de gemeente en enkele kleinere bospercelen in en rond het dorp Nuenen. Door middel van een beheerplan zijn het beheer en onderhoud van de gemeentebossen voor de periode 2017 – 2022 vastgelegd. Bomen De gemeente Nuenen is een groene gemeente en zal dat ook blijven. Bomen dragen in belangrijke mate bij aan een prettig leefklimaat. Het is daarom belangrijk te zorgen en blijven zorgen voor een gezond bomenbestand. Uit bijdragen van inwoners aan het Bomencafé is duidelijk geworden dat de inwoners graag bomen in de eigen omgeving hebben, maar er ook iets over te zeggen willen hebben.
Zoals met ieder plan zijn ook met het uitvoeren van dit beleidsplan kosten gemoeid. Openbaar groen Het Groenstructuurplan en het Groenbeheerplan is de basis voor verder beleid, beheer en planvorming. Bermen en Watergangen Bermen: binnen de gemeente Nuenen hebben we ruim 78 ha aan bermgras. Bermen bestaan uit een vegetatie van gras en kruiden. Ze worden duidelijk minder intensief beheerd dan de gazons en bevinden zich hoofdzakelijk aan de randen van de bebouwde omgeving en langs de wegen in het buitengebied. Bermen met bermgras vervullen meerdere functies zoals: • verhoging van de stabiliteit van de weg; • opvang van regenwater; • bieden van ruimte voor bomen, kabels, leidingen, lichtmasten, bebakening, verkeersborden, uitwijkmanoeuvres en parkeren; • ecologische functie voor planten, insecten en kleine zoogdieren; • ontsluitingsmogelijkheden bieden aan naastliggende percelen; • verfraaiing dorpsaangezicht/verbetering woon- en leefklimaat. Watergangen: het voornaamste doel is het bergen en/of afvoeren van water. Daarom is het beheer er op gericht dit mogelijk te maken. Afhankelijk van de watergang in het waterafvoerend systeem wordt regelmatig onderhoud zelfs verplicht door het Waterschap dat eenmaal per jaar een schouwronde uitvoert op het uitgevoerde werk. Het beheer van de A-watergangen valt onder de verantwoordelijkheid van de waterschappen De Dommel en Aa en Maas.
Het beheer van de B- en Cwatergangen wordt uitgevoerd door de aangelanden, waaronder de gemeente Nuenen. Beleidsplan Naam
Periode
Vastgesteld in de raad
Beheerplan gemeentebossen
2017-2022 23-5-2017 (vastgesteld door college)
eind 2022
Bomenbeleidsplan
2017-2031 9-2-2017
eind 2031
Groenstructuurplan
2011-2020 25-11-2010
2023
Groenbeheerplan
2012-2026 12-12-2019
eind 2026
77
Planning vaststelling nieuw beleidsplan
Uitgangspunten Bermen In het kader van ecologisch bermbeheer en de biodiversiteit is de maaifrequentie aangepast naar maximaal 1x tot 2x per jaar. Bij het maaien wordt het maaisel afgevoerd. Bij iedere maaibeurt blijft 20% overstaan. Om verruiging te voorkomen wordt het overstaande deel bij de volgende maaibeurt mee gemaaid, en blijft op andere delen 20% overstaan. De toetsing van goed maaibeheer van bermen en watergangen is vastgelegd in Kleurkeur van de Vlinderstichting. Door deze nieuwe standaard kunnen opdrachtgevers en aannemers zich beter voorbereiden op een insectenvriendelijk bermbeheer. In het maaibestek van bermen en watergangen zijn de richtlijnen van Kleurkeur opgenomen en geeft het een garantie dat het maaibeheer gericht is op het verhogen van de ecologische kwaliteit. Watergangen Beheer en onderhoud van watergangen (sloten) met een afvoerende en een bergende functie van het oppervlaktewater binnen het stroomgebied van de waterschappen De Dommel en Aa en Maas. Overeenkomstig de Keur oppervlaktewateren betreft dit sloten met een beperkt belang, niet zijnde in onderhoud bij de bovengenoemde waterschappen. Bossen Op sobere wijze in stand houden van de kwaliteit en functionaliteit van de bossen ten behoeve van de openluchtrecreatie en het milieu.
Landschappelijke beplanting Op sobere wijze in stand houden van lintvormige en kleinschalige landschapselementen (wegbeplantingen, houtsingels, poelen etc.), ten behoeve van: • beeld, milieu; • verbindingen tussen landschapselementen; • coulissenwerking. Openbaar groen Op sobere wijze in stand houden van de kwaliteit en functionaliteit van de groenvoorziening voor een groene uitstraling van de gemeente voor haar eigen inwoners en gebruikers (inwoners van buiten de gemeente en toerisme). Het door de raad vastgestelde kwaliteitsniveau is B. De 'Parels' die als visitekaartje dienen worden op kwaliteitsniveau A onderhouden. Bomen Nuenen is een bolwerk van bomen. De gemeente Nuenen staat ervoor om dat bolwerk te laten bestaan uit gezonde bomen waar zowel inwoners als de gemeente trots op zijn. Gezonde bomen waar de gemeente haar groene karakter mee behoudt, een prettig leefklimaat heeft en ook in de toekomst zal behouden. Het boombeheer gaat over nu en over later. Financieel
2023
2024
2025
2026
Bossen
10.775
10.775
10.775
10.775
Watergangen
80.880
80.880
80.880
80.880
Landschappelijke beplanting
20.765
20.765
20.765
20.765
Openbaar groen
1.261.642
1.263.142
1.257.642
1.257.642
Totaal
1.374.062
1.375.562
1.370.062
1.370.062
Achterstallig onderhoud Er is geen sprake van achterstallig onderhoud.
Riolering De gemeentelijke riolering bestaat uit ca. 150 km vrij vervalriolering (binnen de bebouwde kommen) en ca. 60 km drukriolering (in het buitengebied). Daarnaast zijn er nog voorzieningen zoals bergbezinkbassins en gemalen. Beleid De gemeente heeft zorgplichten op het gebied van stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater. Hoe de gemeente omgaat met deze zorgplichten is vastgelegd in het beleidsplan. Beleidsplan Het vigerende Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan (vGRP) heeft een looptijd tot en met 2023. In het vGRP staan de beleidsdoelen, geplande projecten, onderzoeken en nieuwe ontwikkelingen. Verder maakt de rioolheffingsberekening deel uit van het vGRP. Naam
Periode
Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan 2019 – 2023 (vGRP)
2019-2023
78
Vastgesteld in de raad Planning vaststelling nieuw beleidsplan 13-12-2018
2023
Uitgangspunten De doelen vastgelegd in het vGRP zijn: • Een goede inzameling en transport van stedelijk afvalwater; • Inzameling, transport en / of verwerking van afvloeiend hemelwater, voor zover dit redelijkerwijs niet kan door particulieren; • Voorkomen van structureel nadelige gevolgen van te hoge of te lage grondwaterstanden, voor zover dit onder de gemeentelijke zorgplicht valt; • Klimaatbestendig ontwerpen. Jaarlijks groot onderhoudsbudget en investeringsmiddelen De jaarlijks benodigde budgetten voor groot onderhoud zijn vastgesteld in het vGRP. Wanneer in een jaar meer geld ontvangen is dan uitgegeven wordt dit bedrag gestort in de voorziening riolering. Dit geld blijft daardoor beschikbaar voor de doelen uit het GRP. Financieel
2023
2024
2025
2026
Onderhoudskosten riolering
349.014
355.645
362.403
369.288
Totaal
349.014
355.645
362.403
369.288
Daarnaast resteert eind 2022 nog een bedrag van € 4.094.677,- in de voorziening riolering. Achterstallig onderhoud Er is geen achterstallig onderhoud. Soms wordt onderhoud wel uitgesteld om schaalvoordeel te kunnen behalen. Dit uitstel wordt enkel gedaan als de veiligheid niet in het geding is.
Gebouwen De gemeente heeft de nodige gebouwen in beheer. Deze zijn onder te verdelen in gebouwen voor eigen gebruik, algemene gebouwen, sociaal culturele accommodaties en sportaccommodaties. Beleidsplan De gemeenteraad heeft in de vergadering van 9 november 2017 het beheerplan gebouwen 20182032 vastgesteld. Vervolgens wordt dit plan elke 4 jaar geactualiseerd. De laatste actualisatie heeft in 2021 plaatsgevonden en is verwerkt in de begroting 2022-2025. De volgende staat gepland in 2025. Naam
Periode
Beheerplan gebouwen
2018-2032
Vastgesteld in de raad
Planning vaststelling nieuw beleidsplan
9-11-2017
2025
Uitgangspunten Voor de gebouwen die economisch eigendom zijn van de gemeente Nuenen en waarvoor de gemeente verantwoordelijk is voor het groot onderhoud, is een voorziening gevormd. Uitgangspunt voor deze voorziening is wat minimaal nodig is om de gebouwen veilig, heel en functioneel te houden op basis van sober en doelmatig onderhoud. Het uitgangspunt is conditieniveau 3. Tevens zal bij regulier onderhoud een verduurzamingsslag gemaakt worden door de materialen te vervangen voor een duurzamere variant, daar waar budget het toelaat. Jaarlijks onderhoudsbudget en investeringsmiddelen op basis van het MJOP Financieel
2023
2024
2025
2026
Dotatie voorziening
367.450
367.450
367.450
367.450
Besteding uit voorziening
313.367
313.367
313.367
313.367
Mutatie voorziening
54.083
54.083
54.083
54.083
Achterstallig onderhoud De gemeentelijke vastgoedportefeuille is een dynamisch geheel met grote financiële en maatschappelijke waarde. Structureel onderhoud is daarom van essentieel belang. Daarom inventariseert de gemeente elke 4 jaar al de gemeentelijke gebouwen en stelt een MJOP op. Het bestaande MJOP (2018-2032) is in 2021 geactualiseerd. Het college heeft ingestemd met het MJOP 2022-2032, gebaseerd op de Nederlandse norm NEN 2767. Er is geen sprake van achterstallig onderhoud. Bij het Klooster en de Hongerman is gelet op de renovatieplannen alleen noodzakelijk onderhoud uitgevoerd. Gelijktijdig met het actualiseren van het MJOP zijn er in 2021 voor de gemeentelijke panden ook duurzaamheidsrapportages opgesteld. Deze maatwerkrapportages zullen samen met het geactualiseerde MJOP in 2022/2023 uitgewerkt worden in een Plan van aanpak / routekaart verduurzaming gemeentelijk vastgoed Nuenen.
79
Speeltoestellen De gemeente heeft verschillende speeltoestellen in de openbare ruimte staan. Deze worden beheerd volgens het warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen. Beleid Spelen en bewegen in de openbare ruimte 'Speelruimtebeleidsplan 2017-2020' Beheerplan speelvoorzieningen 2011 – 2020 Warenwetbesluit Attractie- en speeltoestellen Beleidsplan Naam
Periode
Spelen en bewegen in de openbare ruimte
2017-2020
Vastgesteld in de raad
Planning vaststelling nieuw beleidsplan
6-7-2017 onbepaald
Uitgangspunten Het speelruimtebeleid is via co-creatie tot stand gekomen waarbij is samengewerkt met inwoners, verenigingen en andere belanghebbenden als gelijke partners. De belangrijkste uitgangspunten van het nieuwe beleid zijn: • Spelen voor alle leeftijden (jong en oud); • Risicovol spelen in een natuurlijke omgeving; • Gebruik maken van (aanwezige elementen in) de gehele openbare ruimte; • Ontmoeten als belangrijk onderdeel van de "Centrale speelgelegenheid Nuenen"; • Aansluiten bij de behoeftes van de omgeving en trends. Jaarlijks groot onderhoudsbudget en investeringsmiddelen Jaarlijks wordt bij de investeringen een bedrag van € 85.000,- opgenomen voor vervanging bij einde levensduur en nieuw beleid. Naast deze middelen is nog een bedrag voor regulier onderhoud beschikbaar van € 41.500,-. Achterstallig onderhoud Er is geen sprake van achterstallig onderhoud.
Verkeersregelingen Beleid Voor het vervangen van verkeersborden, verkeerstekens, wegmarkeringen, etc. is budget in de exploitatie beschikbaar. Uitgangspunten Verkeersborden worden vervangen wanneer ze beschadigd of verdwenen zijn. Ook worden ze één maal per jaar schoongemaakt. Voor het onderhoud aan wegmarkeringen en verkeersregelinstallaties zijn onderhoudscontracten afgesloten. Jaarlijks onderhoudsbudget en investeringsmiddelen Financieel
2023
2024
2025
2026
Groot en klein onderhoud verkeerslichten, -borden en wegwijzers
63.250
63.250
63.250
63.250
Totaal
63.250
63.250
63.250
63.250
Achterstallig onderhoud Er is geen sprake van achterstallig onderhoud.
Beelden en Plastieken Beleid Het beleid- en beheerplan beelden en plastieken inclusief de noodzakelijke financiële middelen is nog niet voorgelegd aan de raad. Jaarlijks onderhoudsbudget en investeringsmiddelen Financieel
2023
2024
2025
2026
Onderhoud Beelden en Plastieken
6.000
6.000
6.000
6.000
Achterstallig onderhoud De inspectie medio 2019 heeft aangetoond dat er een achterstallig onderhoud is van € 75.769,-. Voor dit bedrag is een voorziening gevormd. In 2020 en 2021 is gestart met de restauratie van diverse kunstwerken (uitgegeven is € 36.253,- en € 32.680,-). Het restant bedraagt € 6.836,-.
80
Financiering Inleiding Financiering betreft de wijze waarop de gemeente Nuenen de benodigde geldmiddelen aantrekt en (tijdelijke) overtollige geldmiddelen belegt. De uitvoering van deze paragraaf vindt plaats binnen de wettelijke kaders van het BBV en de wet Fido. Naast deze wetgeving is een treasurystatuut vastgesteld. In dit statuut zijn nadere regels opgenomen om daarmee de financieringsfunctie te sturen, te beheersen en te controleren. De paragraaf geeft inzicht in de rentelasten en -baten, het renteresultaat, de financieringsbehoefte en de wijze waarop rente wordt toegerekend aan investeringen, grondexploitaties en projecten. De bedragen in onderstaande tabellen moeten vermenigvuldigd worden met € 1.000,-.
Interne en externe ontwikkelingen Extern De ECB blijft in de komende 12 maanden een ruim monetair beleid voeren. De lange rentetarieven zijn nog op een laag niveau maar zijn wel aan het stijgen. Intern Voor de begroting zijn de volgende interne rentepercentages gebruikt, de berekening volgens BBV: Renteschema
%
Rente over voorziening verliesgevende complexen bouwgrond
2,00%
Rente grondexploitatie
0,50%
Rente activa
0,50%
In onderstaand schema is het renteresultaat berekend volgens BBV: Stap Renteschema
2023 2024 2025 2026
De externe rentelasten over de aangetrokken geldleningen niet zijnde projectfinanciering
552 499 493 416
De externe rentelasten over de aangetrokken geldleningen voor projectgefinancierde grondexploitatie
0
0
0
0
De externe rentelasten over de aangetrokken geldleningen die doorgezet zijn aan derden
27
8
3
3
De externe rentelasten over de aangetrokken geldleningen voor projectgefinancierd overig
0
0
0
0
De externe rentelasten over de verwachte nieuw aan te trekken korte en lange financiering
0
0 172 446
-8
-8
De externe rentebaten 1 Saldo rentelasten en rentebaten
-8
-8
572 499 660 857
De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend
-316 -119 -186 -301
De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend De rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend 2 Aan taakvelden toe te rekenen externe rente
0
0
0
0
-27
-8
-3
-3
-343 -127 -189 -304
3 Rente over eigen vermogen
0
0
0
0
3 Rente voorzieningen
70
71
73
74
4 Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente (1+2+3)
298 444 544 628
5 De aan taakvelden toegerekende rente
-287 -379 -405 -427
Renteresultaat op het taakveld treasury (4+5)
12
65 139 201
Het genoemde renteresultaat komt terug op het taakveld treasury, maar is niet het enige resultaat op dat taakveld. Ook bijvoorbeeld ontvangen dividend wordt geraamd op het taakveld, maar maakt geen onderdeel uit van het renteschema.
Financieringsbehoefte Op basis van de begroting 2023 wordt een meerjarige financieringsbehoefte opgesteld. Boekwaarde 1-1 Activa
2023
2024
2025
2026
58.525
82.629
88.387
91.709
Grondexploitaties
63.386
32.962
30.177
28.049
Geldleningen OG*
-76.833
-71.098
-35.343
-30.017
Reserves en voorzieningen
-54.247
-54.912
-55.622
-55.255
-9.169
-10.418
27.599
34.486
81
* Dit is de huidige leningenportefeuille. Uit bovenstaand schema blijkt dat er in 2023 en 2024 sprake is van een financieringsoverschot en in 2025 en 2026 sprake is van een financieringsbehoefte. Beleidsvoornemen financiering Het beleid is erop gericht om de financieringsbehoefte af te dekken met kortlopende financiering, omdat de rente op de kortlopende middelen lager is dan de rente op langlopende middelen. Hierbij wordt rekening gehouden met de kasgeldlimiet. Deze bepaalt dat de gemiddelde vlottende schuld, over 3 maanden gezien, niet boven de 8,5% van het begrotingstotaal mag uitkomen. Gezien het feit dat de rente op dit moment stijgt, kan de overweging gemaakt worden om een groter deel van de financieringsbehoefte te financieren met langlopende leningen.