CConstaterende datNuenen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Beekstraat Toelichting - Ruimte voor Ruimte

Gemeenteraad 17 mei 2023, gemeente NuenenBij agendapunt: Bestemmingsplan Beekstraat, Ruimte voor Ruimte13.921 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

De wet biedt geen bescherming aan andere natuurgebieden, maar vereist wel van provincies dat zij gebieden aanwijzen voor het natuurnetwerk Nederland en verleent hen de bevoegdheid om bijzondere provinciale natuurgebieden en bijzondere provinciale landschappen aan te wijzen. De Minister van Economische Zaken kan daarnaast op grond van de wet nationale parken aanwijzen die vooral een educatieve en communicatieve functie hebben. De voormalige beschermde natuurmonumenten zijn met bijbehorende doelen opgeheven met de inwerkingtreding van de Wet natuurbescherming.

Consequenties Soortbescherming Voor onderhavig initiatief is door Nipa Milieutechniek voor het onderdeel ‘soortbescherming’ van de Wet natuurbescherming een quikscan flora en fauna uitgevoerd. Het onderzoek is als bijlage 5 toegevoegd aan deze toelichting en kent de navolgende conclusie. “Op basis van de quickscan die is uitgevoerd ter plaatse van het perceel aan de Beekstraat te Nuenen, kan worden uitgesloten dat de voorgenomen herontwikkeling van de onderzoekslocatie een negatieve invloed heeft op beschermde soorten vanuit de Wet natuurbescherming en natuurgebieden. Niet uit te sluiten valt dat vleermuizen gebruikmaken van het plangebied om te foerageren en de nabijgelegen boomlanen gebruiken als vliegroute. Er is echter geen sprake van een essentieel foerageergebied. Door de toename in variatie in

Bestemmingsplan ‘Beekstraat, Ruimte voor ruimte’ – 17 MEI 2023

36

het landschap bij de herinrichting zou tot een verbetering van het foerageergebied van vleermuizen kunnen leiden. Tijdens de bouwfase dient voorkomen te worden dat bouwlampen op de bomenrijen zijn gericht omdat tot verstoring van eventuele migratieroutes van vleermuizen zou kunnen leiden. Indien er tijdens de werkzaamheden blijkt dat er toch bomen gerooid moeten worden dient er rekening gehouden te worden met het broedseizoen. Het is namelijk niet uit te sluiten dat in de bomen (niet jaarrond beschermde) nesten aanwezig zijn ten tijde van de werkzaamheden. De bomen dienen buiten het broedseizoen (circa half maart - half augustus) verwijderd te worden.” Door de ODBN is de quickscan flora en fauna getoetst. Deze is akkoord bevonden. Voldaan is aan de onderzoeksplicht. Aanvullend adviseert de ODBN de woningen natuurinclusief te ontwerpen. Een en ander ter uitwerking in het traject dat samenhangt met de aanvraag omgevingsvergunning activiteit ‘Bouwen’. Gebiedsbescherming In verband met het onderdeel ‘gebieden’ (Natura 2000-gebieden) wordt het volgende opgemerkt. Het plangebied is op 6 kilometer vanaf Strabrechtse Heide & Beuven en op 7 kilometer vanaf Leenderbos, Groote Heide & De Plateaux gelegen. Via de Aerius-calculator is het effect van de ontwikkeling (gebruiks- en realisatiefase) op de nabijgelegen Natura 2000-gebieden berekend.

Dit resulteert in de volgende uitkomst: “de ingreep heeft minder dan 0,00 mol/ha/j tot gevolg. Dit betekent dat er door de ontwikkeling geen significant negatieve effecten te verwachten zijn op nabijgelegen Natura-2000 gebieden.” De berekeningen en toelichtende notitie zijn bijgevoegd bij deze toelichting (bijlage 8). Natuur Netwerk Brabant Het plangebied ligt op enige afstand van het Natuur Netwerk Brabant. Negatieve effecten zijn daardoor op voorhand uit te lsuiten. Een NNB-effectentoets met compensatie zijn daarmee niet aan de orde. Houtopstanden Geen sprake is van de kap van bomen. De beschermingsregimes (Wnb, APV en BP) voor houtopstanden zijn daarmee niet aan de orde. Landschappelijke inpassing Onderdeel van het initiatief is ook landschappelijke inpassing. Hierop is in hoofdstuk 2 van deze toelichting ingegaan. Het landschappelijk inpassingsplan is via een voorwaardelijke verplichting in de regels geborgd (artikel 3.4.2).

Bestemmingsplan ‘Beekstraat, Ruimte voor ruimte’ – 17 MEI 2023

37

Conclusies Flora en fauna vormt geen belemmering voor het initiatief. De ontwikkeling vormt geen belemmering voor eventueel aanwezige flora en fauna. 4.8 Kabels en leidingen

Naar verwachting zijn in de directe omgeving van de projectlocatie geen kabels en leidingen aanwezig die een belemmering vormen voor de nieuwbouw. In het vigerende bestemmingsplan worden geen kabels- en leidingen beschermd. Mochten er grondwerkzaamheden plaats gaan vinden dan zal te zijner tijd voorafgaand aan de werkzaamheden een KLIC-melding opgevraagd moeten worden bij de betrokken netwerk-/leidingbeheerders. 4.9 Luchtkwaliteit Beleidskader De wet van 11 oktober 2007 tot wijziging van de Wet milieubeheer (luchtkwaliteitseisen) is op 15 november 2007 in werking getreden. Het plan moet voldoen aan de eisen die daarin neergelegd zijn. Het gaat om het volgende: De luchtkwaliteit hoeft (artikel 5.16 Wet milieubeheer) geen belemmering te vormen voor ruimtelijke ontwikkelingen als: • er geen sprake is van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; • een plan of project niet in betekenende mate (NIBM) bijdraagt; • een project per saldo niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit leidt; • een project is opgenomen in een regionaal programma van maatregelen of in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) dat tevens voorziet in maatregelen om de luchtkwaliteit te verbeteren. Concreet is in het Besluit NIBM vastgelegd in welke gevallen een ontwikkeling niet in betekenende mate bijdraagt aan de concentratie van een bepaald stof.

Een ontwikkeling is NIBM als aannemelijk is gemaakt dat de ontwikkeling een toename van de concentratie veroorzaakt van maximaal 3%. De 3% grens wordt gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van fijn stof (PM10) of stikstofdioxide (NO2). Dit komt overeen met 1,2 microgram/m3 voor zowel fijn stof en NO2. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die sowieso niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze gevallen kunnen zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Ook als het bevoegd gezag op een

Bestemmingsplan ‘Beekstraat, Ruimte voor ruimte’ – 17 MEI 2023

38

andere wijze, bijvoorbeeld door berekeningen, aannemelijk kan maken dat het gepland project NIBM bijdraagt, kan toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit achterwege blijven. De regeling geeft concrete getallen voor plannen die gaan over bijvoorbeeld de bouw van woningen en/of kantoren. De grens voor woningbouwplannen ligt bij 1% op 500 woningen. Als er twee ontsluitingswegen zijn, mag een grens van 1.000 woningen worden gehanteerd. Op 15 januari 2009 is het Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen) in werking getreden die toeziet op het beschermen van bepaalde gevoelige groepen mensen (bijvoorbeeld kinderen, ouderen en zieken). De intentie van het Besluit gevoelige bestemmingen is dat bepaalde gebouwen (bijvoorbeeld scholen, kinderdagverblijven, bejaarden- en verzorgingstehuizen) niet meer worden gebouwd in gebieden waar de normen worden overschreden. Consequenties Plannen hebben pas een negatief effect op de luchtkwaliteit, zodra de verkeersgeneratie in geruime mate toeneemt. In onderhavig plangebied worden 3 woningen toegevoegd. Hiervoor geldt een verkeersaantrekkende werking van 26 verkeersbewegingen per etmaal. Dit aantal is ingegeven in de NIBM-tool die in 2008 door het ministerie van Infrastructuur en Milieu in samenwerking met Kenniscentrum InfoMil is ontwikkeld.

De uitkomst is dat de grens voor ‘Niet In Betekenende Mate’ met dit aantal niet wordt overschreden. Zie de uitsnede van de ingevulde tool hieronder waaruit dit blijkt.

Naast het effect van het project op de luchtkwaliteit is het ook van belang dat de toestand van de luchtkwaliteit in de bestaande (verspelde) situatie geschikt is voor de nieuwe functie. Er moet een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kunnen worden gegarandeerd. Gekeken naar de voorspellingen voor PM10 en NO2 met behulp van de Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten Nederland (GCN en GDN) van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) blijkt dat (ruim) voldaan wordt aan de gestelde grenswaarden. Uitsneden van de kaarten ter hoogte van het plangebied zijn hieronder opgenomen.

Bestemmingsplan ‘Beekstraat, Ruimte voor ruimte’ – 17 MEI 2023

39

Ook uit de NSL-monitoringstool blijkt dat voldaan wordt aan de grenswaarden voor wat betreft luchtkwaliteit. Zie de uitsnede van de NSL-monitoringstool hieronder.

Bestemmingsplan ‘Beekstraat, Ruimte voor ruimte’ – 17 MEI 2023

40

Conclusie Er is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Onderhavige ontwikkeling draagt niet in betekenende mate bij aan de luchtkwaliteit. Luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling. 4.10 Water

Beleidskader Het doel van de watertoets is waarborgen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing worden genomen bij alle waterhuishoudkundige relevante ruimtelijke plannen en besluiten. De meerwaarde van de watertoets is dat zij zorgt voor een vroegtijdige systematische aandacht voor het meewegen van wateraspecten in ruimtelijke plannen en besluiten. Met deze waterparagraaf wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 3.1.6, lid 1, onder c, van het Besluit ruimtelijke ordening. Landelijk beleid Waterwet De Waterwet stelt dat de perceeleigenaar in eerste instantie zelf verantwoordelijk is voor het verwerken van regenwater dat op het eigen perceel valt (artikel 3.5 Waterwet). De gemeente (via riolering) of het waterschap (via sloten en beken) kunnen deze verantwoordelijkheid overnemen, wanneer het niet mogelijk is dat de perceeleigenaar het regenwater zelf opvangt. Bijvoorbeeld als de bodemopbouw geen infiltratie mogelijk maakt, wanneer het perceel

Bestemmingsplan ‘Beekstraat, Ruimte voor ruimte’ – 17 MEI 2023

41

helemaal bebouwd is of wanneer er geen oppervlaktewater in de buurt is. Is het plangebied voldoende groot, deels onbebouwd en de bodem geschikt, dan nemen gemeente en waterschap de verantwoordelijkheid voor afstromend regenwater niet zonder meer over. De perceeleigenaar verwerkt het regenwater dan zelf. Zo werken we samen aan een klimaatrobuuste waterhuishouding en voorkomen we watertekort voor groen en landbouw in droge perioden en overstromingen in natte perioden. Beleid Waterschap De Dommel Waterbeheerprogramma 2022-2027 – Water als basis voor een toekomstbestendige leefomgeving Het water- en bodemsysteem is onontbeerlijk voor een gezonde en leefbare ruimtelijke inrichting van Noord-Brabant. Meer dan ooit is het belangrijk om rekening te houden met het concept van de lagenbenadering om een toekomstbestendige leefomgeving te waarborgen. Door klimaatverandering en ruimtelijke druk, staat immers de veerkracht van het water en bodemsysteem onder druk. De lagenbenadering beschrijft de ruimte in drie lagen. De eerste laag bestaat uit de fysieke ondergrond, het water- en bodemsysteem. De tweede laag bevat netwerken van infrastructuur met onder meer wegen, spoorlijnen en waterwegen. Tot slot de derde laag met de menselijke activiteiten zoals wonen, werken en recreëren en de fysieke neerslag daarvan.

Ruimtelijke planning en gebiedsontwikkeling is een proces waarin continu keuzes worden gemaakt. De lagenbenadering helpt in dit keuze- en afwegingsproces en dient als kwaliteitskader voor alle (ruimtelijke) plannen. Elke laag draagt bij aan de ontwikkeling. De lagenbenadering betekent wel dat een onderliggende laag voorwaarden stelt aan andere lagen. Zeker vanuit een perspectief van duurzame ontwikkeling zijn veerkracht en omkeerbaarheid van ingrepen belangrijke gegevenheden. Met het Waterbeheerprogramma 2022-2027 start Waterschap De Dommel met de ‘watertransitie’; op weg naar een toekomstbestendige waterhuishouding. Uiterlijk in 2050 is de waterhuishouding in ons hele beheergebied toekomstbestendig. Dit betekent een waterhuishouding die in een goede waterkwaliteit voorziet. En een waterhuishouding die robuust, wendbaar en in balans is met de omgeving. Zowel in het bebouwde als het landelijke gebied en van de beekdalen tot en met de hoge zandruggen. Het grond- en oppervlaktewatersysteem kan de grotere weersextremen opvangen door maximaal gebruik te maken van de dempende sponswerking van de bodem/ondergrond en de natuurlijke hoogteverschillen voor het vasthouden van water.

Bestemmingsplan ‘Beekstraat, Ruimte voor ruimte’ – 17 MEI 2023

42

We hanteren drie principes die inhoudelijke sturing geven aan de watertransitie: · Elke druppel vasthouden en infiltreren waar deze valt · Functies passen zich aan het bodem- en watersysteem aan · Wat schoon is moet schoon blijven We moeten ons, nog meer dan voorheen, aanpassen aan de veranderende leefomgeving en op zoek gaan naar nieuwe oplossingen en antwoorden. Juist de voor Midden-Brabant zo karakteristieke verwevenheid van bebouwing, landbouw en natuur is een kans om de wateropgaven slim in te passen. Dit vereist een integrale, gebiedsgerichte aanpak samen met alle partijen. Een gebiedsgerichte aanpak is alleen succesvol als naast de wateropgaven ook de opgaven vanuit natuur, stikstof, economie, landbouwtransitie, energietransitie, biodiversiteit, mobiliteit en woningbouw onderdeel van de aanpak zijn. Niet sectoraal, maar integraal. Alleen dan gaan we oplossingen vinden voor een leefbaar Midden-Brabant met een duurzaam en toekomstbestendig watersysteem dat goed is voor inwoners, bedrijven, landbouw en natuur. De grote uitdaging zit hem vooral in de vraag hoe we dit gaan bereiken. Meer dan voorheen gaan we daarbij: • • •

van beekdalgericht naar gebiedsgericht; onze aandacht gaat naast het beekdal ook uit naar de flanken, de hoge zandruggen en bebouwd gebied. van sectoraal naar integraal; samen met overheden en gebiedspartners maken we keuzes over meerdere opgaven in een gebied. van water afvoeren naar elke druppel telt; maximaal water conserveren, minder grondwater gebruiken en slimmer sturen.

Keur De 'Keur’ bevat regels met daarin verboden en verplichtingen ten aanzien van oppervlaktewater en grondwater die gelden voor iedereen die woont of werkt binnen het gebied van Waterschap De Dommel. Hierin wordt het beheer en het onderhoud van watergangen geregeld (bijvoorbeeld betreffende onderhoudsstroken) en is aangegeven wanneer een vergunning of algemene regels van toepassing zijn voor ingrepen in de waterhuishouding. Zo geldt onder andere dat vanaf 500 m2 verhardingstoename 60 mm per m2 verhard oppervlak moet worden gecompenseerd (hydrologisch neutraal bouwen o.b.v. de trits “vasthouden-bergen-afvoeren”). Verder zijn er beleidsregels voor het beschermingsbeleid van gebieden. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen beschermde gebieden waterhuishouding, attentiegebieden, beekdalen en overige gebieden. Met deze beleidsregels wordt aangegeven op welke wijze gebiedsgericht wordt omgegaan met vergunningverlening.

Bestemmingsplan ‘Beekstraat, Ruimte voor ruimte’ – 17 MEI 2023

43

Beleid Gemeente Nuenen Gemeentelijk Rioleringsplan Nuenen 2019-2023 De Wet milieubeheer (Wm) verplicht gemeenten een verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan (vGRP) op te stellen. Het huidige Gemeentelijk Rioleringsplan kende een looptijd tot en met 2015. De looptijd van dit vGRP is inmiddels ruimschoots verstreken. In de afgelopen jaren is het vGRP geactualiseerd. Het vGRP 2018–2023 is een beleidsplan dat op hoofdlijnen de invulling van de gemeentelijke watertaken weergeeft, met daaropvolgend een doorkijk (visie) voor de langere termijn. Naast beleidsdoelstellingen en -kaders legt de gemeente in dit document vast hoe zij zorgdraagt voor behoud en verbetering van de riolering in brede zin. Verder zijn in het vGRP kosten en risico’s weergegeven. Daarnaast wordt aangegeven hoe financiële en personele middelen worden benut en wat hierbij de rol van de particulier en andere overheden is. Ook draagt dit vGRP bij aan de interne afstemming van de gemeentelijke zorgplichten met overige gemeentelijke beleidsvelden en taken. Het vGRP is een document dat dient voor een goede invulling van de gemeentelijke (water)zorgplichten in het algemeen en de voortgang- en kostenbewaking in het bijzonder. De gemeente Nuenen heeft doelen geformuleerd waarmee invulling wordt gegeven aan de wettelijk opgelegde watertaken.

Deze doelen zijn als volgt geformuleerd: Een goede inzameling en transport van stedelijk afvalwater; 2. Inzameling, transport en of verwerking van afvloeiend hemelwater, voor zover dit redelijkerwijs niet kan door particulieren; 3. Voorkomen van structureel nadelige gevolgen van te hoge of te lage grondwaterstanden, voor zover dit onder de gemeentelijke zorgplicht valt. 1.

Het bereiken van deze doelen staat voorop. Bij het bereiken van deze doelen verliest de gemeente de volgende aspecten echter niet uit het oog: • • • • •

doelmatigheid; zo min mogelijk overlast voor de omgeving; zo min mogelijk nadelige gevolgen voor het milieu; waar mogelijk toepassen van duurzame oplossingen en technieken; rekeninghoudend met de klimaatveranderingen.

De gemeente draagt zorg voor het inzamelen en transporteren van al het stedelijk afvalwater dat vrijkomt binnen het grondgebied van Nuenen. Dit

Bestemmingsplan ‘Beekstraat, Ruimte voor ruimte’ – 17 MEI 2023

44

omvat al het huishoudelijk afvalwater, of een mengsel daarvan met bedrijfswater. Concreet betekent dit dat de gemeente zorgt voor de afvoer van dit water vanaf de erfgrens. Hiertoe houdt de gemeente een rioolstelsel in stand. Het afvalwater wordt door de gemeente overgedragen aan het waterschap. Het waterschap zorgt voor de verdere afvoer naar de rioolwaterzuivering alwaar het water wordt gezuiverd. De gemeente hecht waarde aan de grootte van de afvalwaterstroom te beperken door afvalwater en regenwater gescheiden in te zamelen. Ook stelt zij zich tot doel foutieve aansluitingen op te sporen en op te heffen. De gemeente zorgt voor het inzamelen en verwerken van afvloeiend hemelwater, als dit doelmatig is en redelijkerwijs niet van particulieren kan worden verwacht dat zij het hemelwater zelf verwerken. In landelijk gebied zijn voldoende mogelijkheden voor particulieren om het hemelwater in de bodem of naar oppervlaktewater te brengen. De gemeente verwacht dit ook van bewoners. De gemeente ziet het als haar taak maatregelen te nemen tegen grondwateroverlast als er sprake is van structureel nadelige gevolgen en deze maatregelen doelmatig zijn. De gemeente vindt het daarbij van belang dat er in ieder geval sprake is van gezondheidsklachten, schade, waardedaling en of aanzienlijke beperking van het woongenot.

Het beheer en onderhoud van het stedelijk oppervlaktewater is in de afgelopen planperiode overgedragen aan het waterschap. Naast permanent zichtbaar water onderhoudt de gemeente de sloten, wadi’s en greppels. De sloten hebben een waterafvoerende functie. Wadi’s hebben als doel neerslag afkomstig van de gescheiden rioolstelsel tijdelijk te bergen en vertraagd af te voeren naar oppervlaktewater of in de bodem. De greppels, feitelijk droogvallende watergangen, spelen naast de sloten een belangrijke rol in de afvoer van overtollige neerslag. Sloten die van groot belang zijn voor de waterafvoer zijn in beheer en onderhoud bij het waterschap. De gemeente beschouwt een goede communicatie als een wezenlijk onderdeel van haar zorgtaak. Zij maakt daarbij onderscheid in communicatie met burgers (waaronder bedrijven), communicatie met de waterpartners en communicatie met betrekking tot calamiteiten. Aan communicatie wordt op verschillende manieren vormgegeven. Verder is in het beleid ingegaan op hoe de financiële en personele middelen worden benut.

Bestemmingsplan ‘Beekstraat, Ruimte voor ruimte’ – 17 MEI 2023

45

Consequenties In het plangebied is geen watergang of openwater aanwezig. Rondom het plangebied is wel een sloot gelegen. Het plangebied is verder niet gelegen in een gebied dat is aangewezen als boringsvrije zone, reserveringsgebied waterberging of ecologische verbindingszone. De doorlatendheid van de bodem is goed. Het gaat hier om zandgronden tot in ieder geval zo’n 3,5 meter diepte (zie bijlage 4 verkennend bodemonderzoek). De gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) ligt volgens monitoringsgegevens van het DINO-loket op circa 180 cm -mv. Het terrein ligt ongeveer 50 centimeter lager dan het omliggende maaiveld. Het terrein zal daarom met 50 centimeter worden opgehoogd. De GHG komt ter hoogte van het maaiveld dan op 230 cm mv te liggen. Er is sprake van nieuwbouw waardoor het verhard dak- en/ of terreinoppervlak toeneemt. In de tabel hieronder is dit weergegeven. Oppervlaktes Daken Hoofdgebouwen Bijgebouwen Terreinverharding Gezamenlijk erf Kavelverharding in de vorm van parkeerplaatsen, paden, terrassen. Onverhard Verhardingstoename

Huidig m2 0 m2

0 m2 0 m2 0 m2

4902 m2

Toekomstig m2 675 m2 600 m2 75 m2 729 m2 534 m2 195 m2 (per kavel: 25 m2 parkeerplaatsen + 40 m2 paden en terras) 3498 m2 1404 m2

De verhardingstoename (meer dan 500 m2) leidt ertoe dat sprake is van een verplichte compensatie-eis. Deze is 1404 m2 x 60 mm: 84 m3 totaal. Gekozen wordt voor een combinatie van verschillende hemelwatervoorzieningen. Zo is een combinatie van infiltratiekratten/ wadi’s ter hoogte van de twee meest zuidelijke percelen voorzien en een infiltratievijver ter hoogte van het meest noordelijk gelegen perceel. De infiltratiekratten/ wadi’s bergen per kavel tijdelijk 20 m3 hemelwater, wat via die voorzieningen langzaam in de bodem infiltreert. Hierop worden de daken en verharding van die percelen aangesloten. Bij het gebruik van wadi’s niet dieper dan 50 centimeter en kratten van 50 cm diep (+50 cm dekking) wordt boven de GHG gebleven.

Bestemmingsplan ‘Beekstraat, Ruimte voor ruimte’ – 17 MEI 2023

46

Voor het overige tijdelijk te bergen hemelwater (44 m3) wordt de infiltratievijver aangelegd. Hierop wordt het gezamenlijk verhard oppervlak (erf) en de daken en verharding van het meest noordelijke perceel aangesloten. Deze vijver is ongeveer 200 m2 groot en heeft op het diepste punt met een diepte van 1,5 meter over een oppervlakte van circa 25 m2 een bergend vermogen van ongeveer 307 m3. De maximale diepte van 1,5 meter zorgt ervoor dat geen verdroging (omdat met deze diepte boven de GHG gebleven wordt) ontstaat. Gezien meer dan voldoende bergingscapaciteit op eigen terrein wordt gerealiseerd (240 mm per m2 verhard oppervlak) zal een overstortvoorziening niet nodig zijn. Deze wordt echter wel gerealiseerd. Het gaat om een overloopvoorziening richting de sloten die rondom het plangebied liggen. Voor de aanleg, het beheer en onderhoud van de hemelwatervoorzieningen is de uiteindelijke perceelseigenaar verantwoordelijk. De hemelwatervoorziening wordt in het kader van de aanvraag omgevingsvergunning activiteit ‘bouwen’ nader gedetailleerd en technisch uitgewerkt. In de nabijheid van het plangebied is sprake van een gemeentelijk riool. Hierop zal het afvalwater afkomstig uit het plangebied worden aangesloten. De initiatiefnemer van het planvoornemen is verantwoordelijk voor de kosten die dit met zich meebrengt. Hemelwater zal i.v.m.

hemelwaterneutraal ontwikkelen niet worden geloosd op het rioolstelsel. De conclusie is dat het plan kan worden gerealiseerd binnen de gestelde kaders en water geen belemmering vormt voor het initiatief. 4.11

Industriële geurhinder Beleidskader

Het nationale industriële geurbeleid is vastgelegd in de Nederlandse emissierichtlijn (NeR). De brief van het ministerie van Infrastructuur en Milieu van 30 juni 2005 stelt het rijksbeleid in grote lijnen vast. Het algemene uitgangspunt is het voorkomen van (nieuwe) hinder. Dit uitgangspunt vormt samen met het toepassen van de Beste Beschikbare Techniek (BBT) de kern van het geurbeleid. Uitgangspunten van het rijksbeleid zijn: - als er geen hinder is, zijn maatregelen niet nodig; - als er wel hinder is, worden maatregelen getroffen op basis van het Beste Beschikbare Techniek-principe; - de gemeente stelt vast welke mate van hinder acceptabel is.

Bestemmingsplan ‘Beekstraat, Ruimte voor ruimte’ – 17 MEI 2023

47

Daarnaast is in het kader van geur ook de Activiteitenregeling milieubeheer van toepassing. Gemeenten en provincies hebben de bevoegdheid om een eigen geurbeleid vast te stellen. De provincie Noord-Brabant heeft een eigen geurbeleid voor provinciale bedrijven, de Beleidsregel beoordeling geurhinder omgevingsvergunningen industriële bedrijven Noord-Brabant. De gemeente Nuenen heeft geen eigen industrieel geurbeleid. Consequenties In het plangebied worden geurgevoelige functies toegevoegd (woningen). Voor de toevoeging van de geurgevoelige functies in het plangebied is het van belang dat sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Hiervoor wordt de geur die door omliggende bedrijven wordt uitgestoten bekeken. Rondom het plangebied is alleen openbare Basisschool de Rietpluim op een afstand ca. 50 meter gelegen1. Voor openbare Basisschool de Rietpluim geldt op basis van de VNG-brochure SBI-code 852, 8531. De bijbehorende richtafstand voor geur (0 meter) wordt gehaald. 4.12

Geurhinder in verband met veehouderijen

Beleidskader Belangrijkste voorwaarden voor de ontwikkeling van geurgevoelige bebouwing in de omgeving van veehouderijen is dat in het plangebied een goed woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd en dat andere belanghebbenden (veehouders en derden) niet onevenredig in hun belangen worden geschaad. Op grond van de vervallen brochure Veehouderij en Hinderwet en circulaire Veehouderij en Stankhinder was sprake van stankcirkels waarbinnen, volgens constante jurisprudentie, geen stankgevoelige bebouwing mocht worden gebouwd. Deze regeling is in 2007 opgevolgd door de Wet geurhinder en veehouderij. Op 1 januari 2007 is de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) in werking getreden. Deze wet biedt de gemeente de mogelijkheid om een eigen geurhinderbeleid op te stellen. Door de gemeenteraad is een gebiedsvisie en geurverordening vastgesteld.

1

Bedrijven die geur uitstoten in het kader van de Wet geurhinder en veehouderijen komen in de volgende paragraaf aan de orde.

Bestemmingsplan ‘Beekstraat, Ruimte voor ruimte’ – 17 MEI 2023

48

Consequenties Binnen een straal van 400 meter gemeten vanaf de perceelgrens van de initiatieflocatie zijn de volgende veehouderijbedrijven gelegen:

De getoonde uitsnede is afkomstig van de veehouderijenbedrijvenkaart en de in de tabel opgenomen gegevens zijn overgenomen uit het WEB-BVB (bestand veehouderijbedrijven) van de provincie Noord-Brabant. De initiatieflocatie is rood gearceerd. Het betreft behoudens de schapen aan de Beekstraat 50 allemaal veehouderijen met dieren waaraan op grond van de Wet geurhinder en veehouderijen geen geuremissiefactoren zijn toegekend. Het aantal geureenheden in de directe omgeving van de initiatieflocatie is dus erg laag. Slechts sprake is van vaste in acht te nemen afstanden. In de geurverordening van de gemeente Nuenen (7 april 2011) is opgenomen dat buiten de bebouwde kom de afstand tussen een veehouderij en geurgevoelige objecten meer

Bestemmingsplan ‘Beekstraat, Ruimte voor ruimte’ – 17 MEI 2023

49

dan 50 meter moeten bedragen indien meer dan 30 stuks rundvee, 30 paarden of 50 schapen worden gehouden. Hieraan wordt in alle gevallen voldaan. Tussen de veehouderijen in de omgeving en het nieuwe geurgevoelige object in het plangebied zijn andere geurgevoelige objecten zoals woonhuizen gelegen. De ontwikkeling is daardoor niet maatgevend voor de ontwikkelingsmogelijkheden van veehouderijen in de buurt. In verband met de schapen die aan Beekstraat 50 worden gehouden is de voorgrondbelasting in beeld gebracht. Zie daarvoor de aan deze toelichting bijgevoegde memo van Nipa Milieutechniek (bijlage 7). Daaruit blijkt dat op basis van de berekening geconcludeerd kan worden dat vanwege de veehouderij aan Beekstraat 50 de voorgrondbelasting van 3,0 OU/m³ niet wordt overschreden. De veehouderij zal er dus niet toe leiden dat er geen sprake is van een goed woon- en leefklimaat. De veehouderij wordt door onderhavige ontwikkeling ook niet in haar ontwikkeling belemmerd. Aanvullend gelden ingevolge het Activiteitenbesluit (artikel 3.46) nog normen in verband met de opslag van agrarische bedrijfsstoffen. In lid 1 onder b is geregeld dat het opslaan van agrarische bedrijfsstoffen plaats moet vinden op ten minste 50 meter afstand van een geurgevoelig object buiten de bebouwde kom. In afwijking hiervan geldt voor afgedekt kuilvoer een afstand van 25 meter tot een geurgevoelig object (lid 6).

De genoemde afstanden worden gemeten vanaf de buitenzijde van het geurgevoelig object tot het dichtstbijzijnde punt van de plaats waar de agrarische bedrijfsstoffen zijn opgeslagen. Voor de opslag van mest geldt ingevolge artikel 3.51 van het Activiteitenbesluit voor mestbassins kleiner dan 350 m2 een vaste afstand van 50 meter afstand tot aan een geurgevoelig object. In onderhavige situatie wordt aan de benoemde richtafstanden voldaan. Conclusie Op basis van bovenstaande kan geconcludeerd worden dat in het plangebied geen geurhinder is te verwachten. Ten aanzien van geur is er sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. De omliggende veehouderijen worden ook niet in hun bedrijfvoering of hun toekomstige ontwikkeling belemmerd. 4.13

Milieueffectrapportage (M.e.r.)

Beleidskader De m.e.r.-regelgeving is bedoeld om de milieuaspecten in een vroeg stadium, integraal en compleet in de plan- en besluitvorming mee te nemen. Centraal in de m.e.r.-procedure staat het milieueffectrapport waarin alle milieuaspecten voor minimaal één alternatief geanalyseerd en beoordeeld worden ten opzichte van de referentiesituatie. Een dergelijke procedure is van toepassing bij activiteiten waarvan vaststaat dat er belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen Bestemmingsplan ‘Beekstraat, Ruimte voor ruimte’ – 17 MEI 2023

50

optreden. In deze paragraaf is getoetst of sprake is van een m.e.r.(beoordelings)plicht. De te beoordelen activiteiten met bijbehorende drempelwaarden staan weergegeven in onderdeel C van het Besluit m.e.r. Naast de directe plicht tot een dergelijke procedure zijn in het Besluit m.e.r. ook activiteiten met bijbehorende drempelwaarden aangegeven waarvoor eerst moet worden beoordeeld of sprake is van mogelijke belangrijke nadelige milieugevolgen. Deze activiteiten en drempelwaarden staan benoemd in onderdeel D van het Besluit m.e.r. Voor deze activiteiten dient - als ze boven de drempelwaarde uitkomen - een zogenaamde vormvrije m.e.r.-beoordeling uitgevoerd te worden. Sinds 16 mei 2017 moet voor alle ruimtelijke ontwikkelingen die voorkomen in onderdeel D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. beoordeeld worden of een m.e.r. –procedure noodzakelijk is. Ook in geval ruimtelijke ontwikkelingen onder de drempelwaarden blijven. Consequenties In overweging kan worden genomen of het initiatief een stedelijke ontwikkeling zoals bedoeld in kolom 1 van categorie 11.2 van onderdeel D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. betreft. In dat geval geldt een m.e.r. of een m.e.r.beoordelingsplicht. Als het initiatief qua omvang onder de drempelwaarde valt moet het bevoegd gezag beoordelen of een m.e.r. of m.e.r.-beoordeling aan de orde is.

Afgaande op jurisprudentie (201901439/1/R1) kan worden beoordeeld dat het planvoornemen gezien de aard en de omvang van de ontwikkeling geen stedelijke ontwikkeling is. De omvang is te klein (minder dan 12 woningen), het ruimtebeslag beperkt. Het initiatief komt gezien voorgaande motivatie daarom niet voor in bijlage C of D van het Besluit m.e.r. en is met die reden niet m.e.r. of m.e.r.-beoordelingsplichtig. Verder blijkt uit dit hoofdstuk van deze toelichting dat er geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu aan de orde zijn die de relevantie voor het opstellen van een m.e.r. of m.e.r.-beoordeling aantoont.

Bestemmingsplan ‘Beekstraat, Ruimte voor ruimte’ – 17 MEI 2023

51

5

Toelichting, verbeelding en regels 5.1 Algemeen

In dit hoofdstuk wordt toegelicht op welke wijze het plan juridisch is vertaald. De juridische vertaling is bindend. Het bestemmingsplan bestaat uit de toelichting, de regels en de verbeelding. Het bestemmingsplan voldoet aan de Regeling standaarden ruimtelijke ordening 2012. De toelichting De toelichting heeft geen juridisch bindende werking. De toelichting heeft wel een belangrijke functie voor de onderbouwing van het plan en ook bij de verklaring van de bestemmingen en regels, en in het bijzonder ten aanzien van de regels inzake afwijkingen. De regels De regels vormen de juridische regels voor gebruik van de gronden, de toegelaten bebouwing en het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De verbeelding De verbeelding geeft de geografische ligging van de bestemmingen en aanduidingen weer. De verbeelding vormt samen met de regels het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan. 5.2 Toelichting op de regels

De indeling van de regels is als volgt: • • • •

Hoofdstuk 1: Inleidende regels Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels Hoofdstuk 3: Algemene regels Hoofdstuk 4: Overgangsregels

Hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1 Begrippen In dit artikel is een aantal begrippen verklaard die gebruikt worden in de regels. Een en ander voorkomt dat er bij de uitvoering van het plan onduidelijkheden ontstaan over de uitleg van bepaalde regelingen. Artikel 2 Wijze van meten

Bestemmingsplan ‘Beekstraat, Ruimte voor ruimte’ – 17 MEI 2023

52

In dit artikel is aangegeven hoe de hoogte en andere maten, die bij het bouwen in acht genomen dienen te worden, gemeten moeten worden. Hoofdstuk 2 Bestemmingen Artikel 3 Wonen Het gehele plangebied heeft deze bestemming. Met drie bouwvlakken is op de verbeelding de situering van de gebouwen aangegeven. Verder is in de regels behorende bij deze bestemming een voorwaardelijke verplichting voor de landschappelijke inpassing opgenomen. Hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 4 Anti-dubbeltelregel Dit artikel bevat bepalingen om te voorkomen dat met het bestemmingsplan strijdige situaties ontstaan of worden vergroot. De redactie is wettelijk vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening en overeenkomstig opgenomen. Artikel 5 Algemene bouwregels In dit artikel staan de bouwregels die algemeen gelden. Er zijn regels opgenomen over ondergronds bouwen en dakkapellen. Artikel 6 Algemene gebruiksregels In dit artikel staan de gebruiksregels die algemeen gelden. Er zijn regels opgenomen over verboden gebruik in het algemeen. Artikel 7 Algemene afwijkingsregels In dit artikel zijn de ‘Algemene afwijkingsregels’ opgenomen. Deze afwijkingen betreffenonder meer het overschrijden van de maximaal toegestane maten, afmetingen en percentages. Artikel 8 Algemene wijzigingsregels In dit artikel staan de wijzigingsregels die algemeen gelden.

Er zijn regels opgenomen over het verschuiven van de bestemmingsgrenzen. Artikel 9 Algemene procedureregels In dit artikel zijn de algemene procedureregels opgenomen die gelden als nadere eisen worden gesteld. Artikel 10 Overige regels In dit artikel zijn regels opgenomen over onderwerpen die op andere plekken niet zijn geregeld. Specifiek gaan de regels over de verwijzing naar andere wettelijke regelingen en over parkeren en laden en lossen.

Bestemmingsplan ‘Beekstraat, Ruimte voor ruimte’ – 17 MEI 2023

53

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Artikel 11 Overgangsrecht In dit artikel is een regeling opgenomen voor bebouwing en gebruik dat al bestond bij het inwerking treden van het plan, maar dat strijdig is met de opgenomen regeling. Onder bepaalde voorwaarden mag deze strijdige bebouwing en/of strijdig gebruik worden voortgezet of gewijzigd. De redactie is wettelijk vastgelegd en overeenkomstig opgenomen. Artikel 12 Slotregel In de 'slotregel' is de officiële naam van het plan bepaald. Onder deze naam kan het bestemmingsplan aangehaald worden.

Bestemmingsplan ‘Beekstraat, Ruimte voor ruimte’ – 17 MEI 2023

54

6

Uitvoeringsaspecten 6.1 Economische haalbaarheid

Bij het opstellen van een bestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6 lid 1 sub f van het Besluit ruimtelijke ordening onderzoek plaats te vinden naar de economische uitvoerbaarheid van het plan. Naast de kosten voor de aankoop van de grond en realisatie van onderhavig plan draagt de initiatiefnemer ook zorg voor de kosten die gepaard gaan met de ontwikkeling van de plannen, zoals ambtelijke kosten voor het doorlopen en begeleiden van de ruimtelijke procedure, bijdragen aan het fonds sociale woningbouw en fonds bovenwijkse voorzieningen. Maar ook voor het opstellen van het bestemmingsplan en de bijbehorende onderzoeken. Tussen de gemeente en de initiatiefnemer is een anterieure overeenkomst gesloten waarvan bovenstaande onderdeel is en waarin ook planschadeverhaal is opgenomen. Uit bovenstaande blijkt dat het plan economisch uitvoerbaar is.

6.2 Overleg en maatschappelijke haalbaarheid

De ruimtelijke procedures tot en met de vergunningverlening van een omgevingsvergunning zijn door de wet geregeld. De wet regelt bijvoorbeeld dat burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een ruimtelijk plan overleg voeren met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Dit vooroverleg wordt ook in het kader van onderhavig plan gevoerd. De gemeente Nuenen kan er conform de gemeentelijke verordening voor kiezen om via de terinzagelegging van een voorontwerpbestemmingsplan in het voortraject belanghebbenden te laten inspreken. Hiervoor is door de gemeente Nuenen aangaande dit plan niet gekozen, omdat de inspraak via een omgevingsdialoog heeft plaatsgevonden (zie bijlage 6 voor het verslag daarvan). Om die reden is niet eerst een voorontwerpbestemmingsplan, maar direct een ontwerpbestemmingsplan in procedure gebracht. Het bestemmingsplan heeft vanaf 11 november 2022 gedurende 6 weken voor iedereen ter inzage gelegen. In deze periode was het mogelijk om bij de gemeenteraad van Nuenen een zienswijze in te dienen. Er zijn vijf zienswijzen en een ambtelijk advies ontvangen.

Vier van de vijf zienswijzen zijn ontvankelijk en via de bijgevoegde (bijlage 10) Bestemmingsplan ‘Beekstraat, Ruimte voor ruimte’ – 17 MEI 2023

55

‘Nota van Zienswijzen bestemmingsplan ‘Beekstraat, Ruimte voor Ruimte’ te Nuenen’ beantwoord. In de nota is ook op het ambtelijke advies ingegaan. De zienswijzen en het ambtelijk advies hebben geleid tot wijzigingen aan het bestemmingsplan. De wijzigingen zijn in de nota beschreven.

Bestemmingsplan ‘Beekstraat, Ruimte voor ruimte’ – 17 MEI 2023

56

7

Bijlagen Bijlage 1 – Landschappelijk inpassingsplan Bijlage 2 – Akoestisch onderzoek industrielawaai – Nipa Milieutechniek Bijlage 3 – Archeologisch bureauonderzoek – KSP Archeologie Bijlage 4 - Verkennend bodemonderzoek – Nipa Milieutechniek Bijlage 5 – Quickscan flora en fauna – Nipa Milieutechniek Bijlage 6 – Verslag omgevingsdialoog Bijlage 7 – Memo voorgrondbelasting geur Beekstraat 50, Nuenen Bijlage 8 – Aerius-berekeningen en toelichting Bijlage 9 – Ruimte voor ruimte-titels

Bijlage 10 – Nota van Zienswijzen bestemmingsplan ‘Beekstraat, Ruimte voor Ruimte’ te Nuenen

Bestemmingsplan ‘Beekstraat, Ruimte voor ruimte’ – 17 MEI 2023

57

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12661505/1