Bijlage 1 - Beekstraat Toelichting - Ruimte voor Ruimte
Tekst van het document
BESTEMMINGSPLAN ‘Beekstraat, Ruimte voor ruimte’
TOELICHTING STATUS: VASTGESTELD 17 MEI 2023
Gemeente Nuenen Bestemmingsplan ‘Beekstraat, Ruimte voor ruimte’
Gegevens adviesbureau Naam
: Pittiger in planologie
Adres
: Verwestraat 32
Postcode
: 5491BZ
Plaats
: Sint Oedenrode
Telefoon
: 06-19743337
Internet
: www.pittiger.com
Bestemmingsplan ‘Beekstraat, Ruimte voor ruimte’ – 17 MEI 2023
2
Inhoudsopgave 1.
Inleiding ............................................................................................................................ 5 1.1 Aanleiding........................................................................................................................ 5 1.2 Ligging en begrenzing ...................................................................................................... 5 1.3 Vigerend bestemmingsplan ............................................................................................ 6
2
Planbeschrijving ................................................................................................................ 8 2.1 Bestaande situatie ........................................................................................................... 8 2.2 Toekomstige situatie en stedenbouw ........................................................................... 11 2.3 Verkeer en parkeren ..................................................................................................... 14
3
Beleidskader ................................................................................................................... 16 3.1 Rijksbeleid ..................................................................................................................... 16 3.2 Provinciaal beleid .......................................................................................................... 17 3.3 Gemeentelijk beleid ...................................................................................................... 21
4
Milieuhygiënische aspecten ............................................................................................ 25 4.1 Algemeen. ..................................................................................................................... 25 4.2 Akoestiek ....................................................................................................................... 25 4.3 Archeologie en cultuurhistorie ...................................................................................... 27 4.4 Bedrijven en milieuzonering.......................................................................................... 29 4.5 Bodem ........................................................................................................................... 31 4.6 Externe Veiligheid ......................................................................................................... 32 4.7 Flora- en fauna .............................................................................................................. 35 4.8 Kabels en leidingen ....................................................................................................... 38 4.9 Luchtkwaliteit ................................................................................................................
38 4.10 Water .......................................................................................................................... 41 4.11 Industriële geurhinder................................................................................................. 47 4.12 Geurhinder in verband met veehouderijen ................................................................ 48 4.13 Milieueffectrapportage (M.e.r.) .................................................................................. 50
5
Toelichting, verbeelding en regels .................................................................................. 52 5.1 Algemeen ...................................................................................................................... 52 5.2 Toelichting op de regels ................................................................................................ 52
6
Uitvoeringsaspecten ....................................................................................................... 54 6.1 Economische haalbaarheid ........................................................................................... 55 6.2 Overleg en maatschappelijke haalbaarheid .................................................................. 55
7
Bijlagen ........................................................................................................................... 57 Bijlage 1 – Landschappelijk inpassingsplan ......................................................................... 57
Bestemmingsplan ‘Beekstraat, Ruimte voor ruimte’ – 17 MEI 2023
3
Bijlage 2 – Akoestisch onderzoek industrielawaai – Nipa Milieutechniek .......................... 57 Bijlage 3 – Archeologisch bureauonderzoek – KSP Archeologie ......................................... 57 Bijlage 4 - Verkennend bodemonderzoek – Nipa Milieutechniek ...................................... 57 Bijlage 5 – Quickscan flora en fauna – Nipa Milieutechniek ............................................... 57 Bijlage 6 – Verslag omgevingsdialoog ................................................................................. 57 Bijlage 7 – Memo voorgrondbelasting geur Beekstraat 50, Nuenen .................................. 57 Bijlage 8 – Aerius-berekeningen en toelichting................................................................... 57 Bijlage 9 – Ruimte voor ruimte-titels .................................................................................. 57
Bestemmingsplan ‘Beekstraat, Ruimte voor ruimte’ – 17 MEI 2023
4
1. Inleiding 1.1 Aanleiding
De initiatiefnemer van onderhavig bestemmingsplan heeft het voornemen om op het driehoekige perceel gelegen tussen de Beekstraat, Oude Landen en Openbare Basisschool de Rietpluim in Nuenen drietal vrijstaande woningen te ontwikkelen. Het college van B&W heeft via een principebesluit besloten medewerking te willen verlenen aan het initiatief. De plannen passen namelijk in het beleid. Wel is sprake van enkele voorwaarden: het nader in overleg met de gemeente uitwerken van de plannen via het vooroverleg, het sluiten van een anterieure- en planschadeverhaalsovereenkomst, het vergoeden van alle gemeentelijke kosten en het opstellen van een bestemmingsplan. De plannen passen namelijk niet in het vigerende bestemmingsplan ‘Oude Landen 2013’. Onderhavig bestemmingsplan betreft het specifiek voor het initiatief opgestelde bestemmingsplan dat een partiële herziening betreft van het vigerende bestemmingsplan en tot doel heeft de plannen mogelijk te maken. 1.2 Ligging en begrenzing
Het plangebied bestaat uit het driehoekige perceel dat is gelegen tussen de Beekstraat, Oude Landen en Openbare Basisschool de Rietpluim in Nuenen en is kadastraal bekend gemeente Nuenen, sectie C, nummer 1682. Het plangebied kent een grootte van circa 4392 m2. Hieronder is de luchtfoto met kadastrale kaart opgenomen, waarop het plangebied blauw gearceerd is weergegeven.
Hieronder is de ligging van het plangebied met een blauw pijltje aangeduid op een
Bestemmingsplan ‘Beekstraat, Ruimte voor ruimte’ – 17 MEI 2023
5
luchtfoto waarop de grotere omgeving zichtbaar is.
1.3 Vigerend bestemmingsplan
Ter plaatse van het plangebied vigeert het bestemmingsplan ‘Oude Landen 2013’. Dit bestemmingsplan is vastgesteld door de gemeenteraad van Nuenen d.d. 19 december 2013. De huidige enkelbestemming van het gehele plangebied is ‘Agrarisch met waarden’, wat betekent dat het plangebied bestemd is voor: -
-
behoud, herstel of duurzame ontwikkeling van het watersysteem en de ecologische en landschappelijke waarden en kenmerken van de onderscheidene gebieden; extensief agrarisch grondgebruik; extensieve recreatie; water en waterhuishoudkundige voorzieningen; bij de bestemming bijbehorende voorzieningen.
Op de gronden met deze bestemming zijn geen gebouwen toegestaan, slechts bouwwerken geen gebouwen zijnde zoals erfafscheidingen, gedenktekens en verlichting. Ook is sprake van een dubbelbestemming ter bescherming van eventueel aanwezige archeologische waarden: ‘Waarde – Archeologisch waardevol’. Deze dubbelbestemming betekent dat de gronden in het plangebied behalve voor ‘Agrarisch met waarden’, mede bestemd zijn voor instandhouding en bescherming van oudheidkundig waardevolle elementen en terreinen. Zolang geen bouw- en of
Bestemmingsplan ‘Beekstraat, Ruimte voor ruimte’ – 17 MEI 2023
6
graafwerkzaamheden en dergelijke worden uitgevoerd die dieper reiken dan 30 cm over een oppervlakte van 100 m2 hoeft geen archeologisch onderzoek overlegd te worden. Indien dit wel het geval is zal dergelijk onderzoek moeten worden overlegd alvorens de werkzaamheden uitgevoerd mogen worden. In onderhavige situatie is dat het geval, er wordt meer dan 100 m2, dieper dan 30 cm geroerd Hieronder is een uitsnede van de verbeelding van het vigerende bestemmingsplan (www.ruimtelijkeplannen.nl) ter hoogte van het plangebied weergegeven. Het rode pijltje geeft de ligging van het plangebied aan.
Het planvoornemen past niet in het vigerende bestemmingsplan.
1.4 Leeswijzer Dit bestemmingsplan bevat 6 hoofdstukken. Na dit inleidende hoofdstuk zal in hoofdstuk 2 de toekomstige situatie meer gedetailleerd uiteengezet worden. In de hoofdstukken 3 en 4 komen het beleid en de randvoorwaarden die in acht moeten worden genomen aan bod. Hoofdstuk 5 gaat in op de systematiek van het bestemmingsplan, hoofdstuk 6 bevat de uitvoeringsaspecten (haalbaarheid).
Bestemmingsplan ‘Beekstraat, Ruimte voor ruimte’ – 17 MEI 2023
7
2 Planbeschrijving 2.1 Bestaande situatie
Regio De regio Eindhoven, waarvan Nuenen deel uitmaakt, ligt voor het merendeel binnen een relatief laag gelegen gebied, de zogenaamde Centrale Slenk. De enigszins golvende bodem is grotendeels gevormd tijdens het Pleistoceen en bestaat uit zand met plaatselijk dunne leemlagen, voornamelijk gesitueerd onder dekzanden. In de beekdalen is tijdens het Holoceen klei en leem afgezet en ontwikkelde zich verspreid in de dalen veen. Plaatselijk komen nog kleinschalige veen- en heiderelicten voor. De regio Eindhoven is in haar huidige verschijningsvorm globaal te dateren uit de periode 1300-1940, waarbij de oude ontginningen dateren uit de periode 1850-1940. De opvallend sterke verstedelijking in en rond Eindhoven en Helmond dateert voornamelijk uit de periode 1875-1965. Tot omstreeks 1850 heeft het gebied een grote continuïteit gekend. Vandaag de dag is de landschappelijke verscheidenheid, hoewel gefragmenteerd, herkenbaar gebleven, maar de explosieve groei van Eindhoven en Helmond heeft de regio in sterke mate versteend en domineert in ruimtelijk opzicht het gehele gebied. Nuenen De nederzetting Nuenen stamt waarschijnlijk uit de Frankische tijd: 8e - 10e eeuw. Het historisch deel van Nuenen is ontstaan uit verschillende kernen – zoals Berg, Beekstraat en Refeling – die tezamen een tiendakkerdorp vormden met een gemeenschappelijke kerk.
Het dorp Nuenen kreeg in de 14e eeuw een eigen schepenbank. Oorspronkelijk had Nuenen een agrarisch karakter, hoewel er sinds de late middeleeuwen ook enige industrie was in verband met de watermolens in de omgeving. Als gevolg van verdere industriële ontwikkeling in de 19e eeuw groeide de kern uit tot een intensief bebouwde nederzetting met bedrijvigheid, en centrale functies. De bebouwing bestond uit bedrijfjes, kleine fabrieken, (arbeiders)dorpswoningen en luxe villawoningen voor de fabrikanten. Grote delen van de historische kern worden beschermd middels aanwijzing tot gemeentelijk dorpsgezicht. Oude Landen Het gebied ‘Oude Landen’ onderscheid zich van zijn omgeving als een halfopen gebied met een kleinschalig karakter dat bestaat uit boselementen, wegbeplantingen en graslandjes. In Oude Landen is de relatie tussen ondergrond, landschap en bebouwing voor een deel nog herkenbaar aanwezig. De heidevegetatie die van oudsher aanwezig was, is door de diverse ontwikkelingen die in het gebied hebben plaatsgevonden verdwenen. Door de Bestemmingsplan ‘Beekstraat, Ruimte voor ruimte’ – 17 MEI 2023
8
huidige akkers en weide is het halfopen karakter van het gebied nog in voldoende mate gehandhaafd. Het gebied Oude Landen fungeert als schakel tussen het woongebied van Nuenen en het recreatieve gebied Gulbergen. Het heeft de potentie van recreatief uitloopgebied. Derhalve zijn de laatste jaren een aantal gebruiksfuncties vanuit de kern naar dit gebied verplaatst (brede school, sportpark en begraafplaats). De ambitie voor het gebied Oude Landen is de ontwikkeling van een recreatiebos. Hiermee wordt vorm gegeven aan de ecologische, landschappelijke en recreatieve relatie tussen de grotere bosgebieden Geeneindse heide en Molenheide. In het bos ligt een stelsel van lanen met daarbinnen open ruimtes, de kamers. Binnen deze kamers is ruimte voor functies, zowel georganiseerd (concreet gebruik vastgelegd) als ongeorganiseerd (gebruik wordt aan het toeval overgelaten). Hierdoor is sprake van bosgebied met een aantrekkelijk samenspel van open en gesloten gebieden. Het gehele gebied wordt ontsloten via een slingerende weg die de verschillende functies met elkaar verbindt en aansluit op de Smits van Oyenlaan (hoofdontsluitingsstructuur). Plangebied Het plangebied ligt in de splitsing van de Beekstraat en Oude landen op de rand van hoog naar laag. Ten westen van het plangebied lag een hoger gelegen, groot en open akkercomplex.
Ten oosten van het plangebied lag het lager gelegen Prinsche weide, een natte, heideachtige laagte. Hierdoorheen loopt de Hooidonkse beek. Het plangebied lag dus op de overgang van hoog en droog met laag en nat. Zij was kleinschalig verkaveld. De kleine akkertjes, omsloten door houtwallen, lijken te behoren tot het eerdergenoemde gehucht De Beekstraat. Opvallend op de hoogtekaart, en ook zichtbaar in het veld, is de lagere ligging van het plangebied ten opzichte van de wegen eromheen. De bodem bestaat uit enkeerdgronden, dit betekent dat ze jarenlang zijn ingezet voor de akkerbouw in de vorige eeuw. Het plangebied is charmant gelegen in de oksel van twee smalle wegen die beide door een eikenlaan worden begeleid. De Beekstraat is een karakteristiek bebouwingslint, die het buitengebied verbindt met het centrum van Nuenen. Precies op de overgang van bebouwde kom met het buitengebied ligt het plangebied. Langs de Beekstraat zijn verschillende boerderijen gesitueerd, in een groene setting van erfbeplanting bestaande uit hagen, solitaire landschapsbomen en struwelen. De Oude Landen begrensd de bebouwde kom van Nuenen. Aan de noordzijde ligt er een stevige beplantingswal, die de woningen afschermd van het landelijk gebied. De basisschool – die een aantal
Bestemmingsplan ‘Beekstraat, Ruimte voor ruimte’ – 17 MEI 2023
9
jaren geleden ten zuiden van het plangebied aan de Ouwlandsedijk is gebouwd wordt door wat lage bosschages afgeschermd van het plangebied. Het schoolgebouw is een dissonant in het gebied door zijn maat en schaal. Ook is zij niet op een landschappelijke wijze ingepast in de dorpsrand, op de overgang naar het landschap. Het plangebied is nu nog in gebruik is als paardenweide. Dat betekent dat het voorzien is van gras en er enkele voorzieningen voor paarden aanwezig zijn. Aan twee van de drie zijden van het perceel is sprake van een sloot en is het perceel in de berm op openbaar gebied omgeven met eikenbomen. Hieronder zijn enkele foto’s van het plangebied opgenomen.
Bestemmingsplan ‘Beekstraat, Ruimte voor ruimte’ – 17 MEI 2023
10
2.2 Toekomstige situatie en stedenbouw
Onderhavig initiatief bestaat uit de ontwikkeling van drie vrijstaande woningen. De afbeelding hieronder geeft de toekomstige situatie weer.
Bestemmingsplan ‘Beekstraat, Ruimte voor ruimte’ – 17 MEI 2023
11
Het redelijk kleinschalige woonprogramma past uitstekend op de beoogde plek in het gebied ‘Oude Landen’. Het gebied Oude Landen fungeert als schakel tussen het woongebied van Nuenen en het recreatieve gebied Gulbergen. De ambitie voor het gebied Oude Landen is de ontwikkeling van een bosachtige woonomgeving. Door een dergelijk bos te combineren met een erf waaromheen gewoond wordt, ontstaat een mooie, logische overgang van woongebied naar buitengebied. Stedenbouwkundige invulling In overleg met het Team Ruimtelijke Kwaliteit (TRK) van de gemeente Nuenen is het initiatief uitgewerkt tot wat het nu is: een plan dat qua invulling, uitstraling en architectuur in de omgeving past. Het gaat om drie hoofdvolumes rondom een erf dat aan alle zijden is omgeven met beplanting. Zowel de inrichting van het plangebied als de uitstraling ervan is landelijk. Dit komt tot uiting in de manier waarop de invulling van het erf is vormgegeven en in de bebouwing zelf. De materialisering voor de erfinrichting bestaat uit plinten van gebakken klinkers rondom de bebouwing, terrassen van grind, parkeren in het groen, een halfverharde rijbaan en doorgangen van keien. De kunstwerken zijn van hout. De beplanting bestaat uit fruitbomen, een walnoot, lindes en een voedselbos. Aanvullend wordt gebruik gemaakt van borders, hagen en (bloemrijk) gras. De bebouwing kent slechts één bouwlaag met forse kap.
Zoals dat ook voor boerderijen in deze streek typerend is. De architectuur is niet historiserend. Eigentijdse duidelijke architectuur waarbij robuuste materialen worden gebruikt zijn uitgangspunt. Hieronder zijn referentiebeelden van enkele woningen weergegeven.
Bestemmingsplan ‘Beekstraat, Ruimte voor ruimte’ – 17 MEI 2023
12
Bestemmingsplan ‘Beekstraat, Ruimte voor ruimte’ – 17 MEI 2023
13
2.3 Verkeer en parkeren
Verkeer De bereikbaarheid van het plangebied per auto en fiets is goed. Het plangebied wordt aan de oostzijde begrensd door de Beekstraat en aan de westzijde door de Oude Landen. Gezien het verkeer op de Oude Landen geen gemotoriseerd verkeer betreft (fietspad) en het plangebied hierop voor gemotoriseerd verkeer niet aantakt is in dit kader (verkeer) alleen de Beekstraat relevant. De verkeersintensiteit op deze weg is volgens het regionale provinciale verkeersmodel (BBMA), circa 1650 voertuigen per etmaal. De voertuigsnelheid is 30 kilometer per uur. Het aantal verkeersbewegingen van personenwagens van bezoekers en
Bestemmingsplan ‘Beekstraat, Ruimte voor ruimte’ – 17 MEI 2023
14
bewoners is gebaseerd op de normstelling van CROW, die uitgaat van 8,6 verkeersbewegingen per etmaal voor een vrijstaande woning in het type gebied waarin het plan is gelegen. De beoogde planontwikkeling in onderhavig plangebied heeft effect op het aantal verkeersbewegingen. Dat neemt namelijk met 26 verkeersbewegingen (motorvoertuigen) per etmaal toe. Dit leidt niet tot problemen, omdat momenteel op de toegangsweg tot het plangebied al sprake is van 1650 verkeersbewegingen (motorvoertuigen) per etmaal. Het aandeel aan vervoersbewegingen dat de ontwikkeling in het plangebied hieraan toevoegt is verwaarloosbaar. Parkeren Op basis van de CROW, die de gemeente bij nieuwe ontwikkelingen hanteert, geldt in onderhavige situatie dat 2,8 parkeerplaatsen per woning moeten worden gerealiseerd. In totaal gaat het in het plangebied om een parkeerbehoefte van 8,4 parkeerplaatsen. Het uitgangspunt in de gemeente Nuenen is parkeren op eigen terrein. In onderhavige situatie betekent dit dat op eigen terrein 9 parkeerplaatsen moeten worden gerealiseerd. Op iedere kavel is voorzien in 2 parkeerplaatsen, dan is er op het gezamenlijke erf (dat de bewoners van de woningen delen) sowieso nog ruimte voor 3 parkeerplaatsen (willekeurig op het erf). De afbeelding hieronder illustreert de parkeerplaatsen bij de kavels en de ruimte op het erf voor ‘vrij’ parkeren.
Bestemmingsplan ‘Beekstraat, Ruimte voor ruimte’ – 17 MEI 2023
15
3 Beleidskader 3.1 Rijksbeleid
3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De belangrijkste speerpunten uit de NOVI zijn: - Een klimaatbestendige inrichting van Nederland. Dat betekent dat we Nederland zo inrichten dat ons land de klimaatveranderingen aankan. Daarvoor is nodig dat we functies meer in evenwicht met natuurlijke systemen (bodem en water) inpassen. Een voorbeeld hiervan is het op termijn verhogen van grondwaterstanden in veenweidegebieden; - De verandering van de energievoorziening. Bij de inpassing van duurzame energie hebben we oog voor omgevingskwaliteit. Een voorbeeld hiervan is dat we eerst kijken naar ongebruikte daken om zonnepanelen op te plaatsten; - De overgang naar een circulaire economie, waarbij we tegelijk goed kunnen blijven concurreren en een aantrekkelijk vestigingsklimaat bieden. Een voorbeeld is het aanpassen van productieprocessen en het gebruik van reststoffen in het haven- en industriegebied; - De ontwikkeling van het Stedelijk Netwerk Nederland. Hiermee sturen we op een goed bereikbaar netwerk van steden. We gebruiken zo de ambities en mogelijkheden in steden en regio’s in heel Nederland.
Voorbeelden van regionale uitwerking hiervan zijn de verstedelijkingsstrategieën, waarin vooruitgekeken wordt hoe verschillende ruimtelijke functies in en rondom steden het beste ingepast kunnen worden; - Het bij elkaar plaatsen van zogenaamde logistieke functies (bijvoorbeeld distributiecentra, datacenters) om hiermee de openheid en de kwaliteit van het landschap te behouden. We maken daarbij gebruik van een voorkeursvolgorde logistieke functies; - Het toekomstbestendig maken van het landelijk gebied in goed evenwicht met de natuur en landschap. We werken bijvoorbeeld aan de overgang naar de kringlooplandbouw zodat gebruik van de grond meer wordt afgestemd op de natuurlijke water- en bodemsystemen. Onderhavige ontwikkeling past binnen de kaders van de Nationale Omgevingsvisie.
3.1.2 Ladder voor duurzame verstedelijking Plannen die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken moeten worden getoetst aan de ladder voor duurzame verstedelijking, de laddertoets. Bestemmingsplan ‘Beekstraat, Ruimte voor ruimte’ – 17 MEI 2023
16
De laddertoets geldt alleen voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Beoordeeld moet dan worden of sprake is van een nieuw beslag op de ruimte. Daarvan is in het beginsel sprake als het nieuwe ruimtelijke besluit meer bebouwing mogelijk maakt dan er op grond van het voorheen geldende planologische regime aanwezig was, of kon worden gerealiseerd. Vervolgens moet de behoefte aan het nieuwe ruimtebeslag worden gemotiveerd. In artikel 1.1.1 onder i van het Bro is een nadere omschrijving van het begrip stedelijke ontwikkeling vastgelegd. Als stedelijke ontwikkeling wordt genoemd: 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’. In het Bro is geen ondergrens voor de minimale omvang vastgelegd. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. In jurisprudentie komt tot uiting wat hieronder verstaan moet worden. Zie hiertoe navolgende (verzamel)uitspraak: ABRvS 28 juni 2017; ECLI:NL:RVS:2017:1724.
Rechtsoverweging 6.3 van deze uitspraak stelt het volgende: “Wanneer een bestemmingsplan voorziet in niet meer dan 11 woningen die gelet op hun onderlinge afstand als één woningbouwlocatie als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van het Bro, kunnen worden aangemerkt, kan deze ontwikkeling in beginsel niet als een stedelijke ontwikkeling worden aangemerkt.” Uit jurisprudentie blijkt dus dat onderhavige ontwikkeling geen stedelijke ontwikkeling betreft zoals is bedoeld in het Bro. Het initiatief heeft een kleiner aantal woningen wat als ondergrens voor functies zoals onderhavige wordt aangehouden. Doordat het initiatief te kleinschalig is om als stedelijke ontwikkeling te worden aangemerkt is het – in het kader van de ladder voor duurzame verstedelijking - niet nodig de behoefte aan het nieuwe ruimtebeslag nader te motiveren. 3.2 Provinciaal beleid
3.2.1 Omgevingsvisie Noord-Brabant Op 14 december 2018 hebben de Provinciale Staten de omgevingsvisie Noord Brabant vastgesteld. Deze omgevingsvisie vervangt na het inwerking treden van de Omgevingswet de provinciale structuurvisie. Met de omgevingsvisie formuleert de provincie haar ambitie over hoe zij de Brabantse leefomgeving er in 2050 uit wil zien. Daarbij stelt zij tussendoelen voor 2030, maar legt nu nog niet vast hoe zij die doelen wil bereiken. De provincie wil daarmee ruimte bieden voor inbreng vanuit partijen en disciplines. Om hiermee aan de slag te gaan is volgens de provincie een verdere uitwerking van de ambities nodig in de vorm van programma's. Met de visie geeft de provincie aan wat zij belangrijk vindt voor de verbetering en duurzame ontwikkeling van Brabant. Daarbij legt zij de focus op vier hoofdopgaven voor de middellange en lange termijn: werken aan energietransitie, een klimaat proof Brabant, de slimme netwerkstad en een concurrerende duurzame economie.
Bestemmingsplan ‘Beekstraat, Ruimte voor ruimte’ – 17 MEI 2023
17
Deze vier hoofdopgave staan ten dienste van de basis opgaven: werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit. Om te komen tot de slimme netwerkstad richt de provincie zich op duurzame verstedelijking. Zij wil daarin richting geven door middel van het bevorderen van regionale afspraken, het sturen op zorgvuldig ruimtegebruik en het periodiek opstellen van prognoses. Verder wil zij een actieve rol spelen om beweging te stimuleren (o.a. door samen te werken bij gebiedsopgaven en bij het opstellen van uitvoeringsprogramma's) en gewenste ontwikkelingen mogelijk te maken. De omgevingsvisie is/ wordt uitgewerkt in een verordening. Op dit moment geldt de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. In de volgende paragraaf is aan de regels die daarin zijn opgenomen getoetst.
3.2.2 Interim omgevingsverdening Noord-Brabant De provinciale ruimtelijke visie is door de provincie Noord-Brabant vertaald in een planologische verordening. Een instrument waarmee provincies regels stellen waaraan gemeenten zich moeten houden bij het ontwikkelen van onder andere bestemmingsplannen. De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant regelt diverse ruimtelijke onderwerpen, welke op perceelniveau per onderwerp zijn begrensd en visueel op een kaart met verschillende kaartlagen zijn weergegeven. Hierdoor is voor ieder gebied in Noord-Brabant duidelijk welke regels er wat betreft provinciaal ruimtelijk beleid gelden. Door deze regels weten gemeenten al in een vroeg stadium waaraan ze toe zijn. Ter plaatse van het plangebied gelden conform de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant de instructieregels voor gemeenten voor het ‘Landelijk gebied’. Zie de uitsnede van de kaart van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant ter hoogte van het plangebied (rode pijltje) hieronder.
Bestemmingsplan ‘Beekstraat, Ruimte voor ruimte’ – 17 MEI 2023
18
Het planvoornemen waar het hier om gaat betreft het realiseren van drie ruimte-voor-ruimte woningen. Op een dergelijke ontwikkeling is artikel 3.80 ruimte-voor-ruimte van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant van toepassing. In dit artikel is geregeld dat een bestemmingsplan van toepassing op het ‘Landelijk gebied’ kan voorzien in één of meerdere ruimte-voorruimtekavels, ieder ten behoeve van de bouw van één woning, indien: a. er sprake is van een aanzienlijke winst van de omgevingskwaliteit; b. de ruimte-voor-ruimtekavel op een planologisch aanvaardbare locatie in een bebouwingsconcentratie ligt; c. een goede landschappelijke inpassing van de te bouwen woning is verzekerd; d. er geen sprake is van (een aanzet voor) een stedelijke ontwikkeling behoudens in geval de locatie ligt binnen Verstedelijking afweegbaar. Er is sprake van een aanzienlijke winst van de omgevingskwaliteit als de ruimte-voor-ruimtekavel wordt ontwikkeld vanwege de Ontwikkelingsmaatschappij ruimte voor ruimte gelet op de in het verleden behaalde aanzienlijke winst van omgevingskwaliteit door toepassing van de Regeling beëindiging veehouderijtakken. Aan sub a. van bovenstaande voorwaarden wordt voldaan doordat voor de ontwikkeling veehouderijen zijn gesaneerd en titels zijn aangekocht bij de Ontwikkelingsmaatschappij ruimte voor ruimte (bijlage 9). Aangaande sub b. wordt het volgende opgemerkt.
Bestemmingsplan ‘Beekstraat, Ruimte voor ruimte’ – 17 MEI 2023
19
Met de rode pijl staat onderhavig plangebied op de visiekaart van gemeente Nuenen c.a. aangeduid. De locatie kan gezien worden als een kernrandzone, direct grenzend aan het stedelijk gebied aan de ene kant van het plangebied en een historisch dorpslint aan de andere kant ervan. Ad sub c. wordt verwezen naar paragraaf 2.2 en bijlage 1 van deze toelichting. Voldaan wordt aan een goede landschappelijke inpassing van de te bouwen woning. Ad sub d. wordt hier aangegeven dat het planvoornemen geen aanzet is voor een stedelijke ontwikkeling. De locatie is wel gelegen in een gebied dat als ‘Verstedelijking Afweegbaar’ is aangeduid (zie afbeelding hieronder), maar het is niet de bedoeling hier een stedelijke ontwikkeling te gaan realiseren. Zie ook de omgevingsvisie (afbeelding hierboven) van de gemeente die hiervoor geen aanleiding geeft.
Bestemmingsplan ‘Beekstraat, Ruimte voor ruimte’ – 17 MEI 2023
20
Verder is paragraaf 3.1.2 Basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies van toepassing. Het gaat in onderhavige situatie dan vooral om de zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit, zorgvuldig ruimtegebruik, de toepassing van de lagenbenadering, meerwaardecreatie en voor zover het het landelijk gebied betreft ook kwaliteitsverbetering van het landschap. Met dit plan wordt hieraan invulling gegeven. Sprake is van het principe ruimte voor ruimte. De ene bebouwing (veehouderijen) wordt verruild voor de andere (woningen), op plekken waar het passend is (bebouwingsconcentraties -> voor veranderingen in de occupatielaag geschikt gebied). Hierdoor wordt de verstedelijkingsimpact lager. Onderdeel van het planvoornemen is landschappelijke inpassing, zie bijlage 1. Verder wordt rekening gehouden met alle van toepassing zijnde milieuaspecten, waarop in het volgende hoofdstuk nader ingegaan wordt. Op basis van de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant is er in verband met het voorgenomen initiatief geen sprake van strijdigheden. Voldaan wordt aan de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant. 3.3 Gemeentelijk beleid
3.3.1 Omgevingsvisie Nuenen c.a. De gemeente Nuenen is een bruisende gemeente, waar burgers, bedrijven en maatschappelijke instellingen veel initiatieven ontplooien. Om nieuwe ontwikkelingen in goede banen te leiden en om de samenhang ervan niet uit het oog te verliezen heeft de gemeente besloten één kaderstellend
Bestemmingsplan ‘Beekstraat, Ruimte voor ruimte’ – 17 MEI 2023
21
beleidsdocument voor Nuenen te maken: een structuurvisie. Op 30 september 2021 heeft de gemeenteraad van Nuenen de omgevingsvisie Nuenen c.a. vastgesteld. Het document vervult een rol als toetsings- en inspiratiekader voor ruimtelijke beslissingen. In een omgevingsvisie formuleert de overheid haar ruimtelijke beleidsdoelen en geeft inzicht in de wijze waarop deze tot uitvoering worden gebracht. De afbeelding hieronder is het kaartbeeld behorende bij de Nuenense omgevingsvisie.
Zoals reeds in paragraaf 3.2.2 vermeld, bevindt het plangebied zich direct aan de rand van het woongebied van Nuenen en vormt de overgang tussen dorp en buitengebied. Een typische kernrandzone, waar door middel van hoogwaardig wonen in het groen een goede overgang tussen beide ‘werelden’ wordt gevormd. 3.3.2 Sectorale Structuurvisie Wonen (Woonvisie) 2013-2020
Bestemmingsplan ‘Beekstraat, Ruimte voor ruimte’ – 17 MEI 2023
22
Op 13 februari 2014 heeft de gemeenteraad van Nuenen de Sectorale Structuurvisie Wonen (Woonvisie) 2013-2020 vastgesteld. De Woonvisie voldoet aan een behoefte aan beleid op volkshuisvestelijk gebied. De voorgaande Woonvisie dateerde namelijk uit 2005. Vanwege de economische crisis is de woningbouw gestagneerd. Ook de doorstroming binnen de bestaande voorraad is minimaal. Daarnaast is het rijksbeleid op het gebied van wonen (Woonakkoord) en huren (gevolgen investeringscapaciteit corporaties) drastisch veranderd. Gemeenten krijgen een steeds belangrijkere regiefunctie. Rondom de decentralisaties van de WMO is nog veel onduidelijk, maar we weten wel dat ook hier een belangrijke taak bij de gemeenten zal komen te liggen. Ook binnen de gemeente Nuenen hebben veranderingen plaatsgevonden. Bezuinigingen leidden tot minder capaciteit om een en ander uit te voeren. Er moet worden ingezet op het bestaande woningbouwprogramma en dus moeten nieuwe projecten geweerd kunnen worden en er zijn nieuwe ambities voor bijvoorbeeld duurzaamheid. Daarom is het belangrijk de volkshuisvestelijke prioriteiten van de gemeente Nuenen binnen deze kaders en de huidige omstandigheden weer te geven in een actuele Woonvisie. Op basis van deze kaders kunnen de komende jaren keuzes gemaakt worden voor deze klemzittende woningmarkt.
In de Woonvisie (Sectorale Structuurvisie Wonen 2013) zijn de volgende uitgangspunten geformuleerd: Inspelen op de trends: a) decentralisering beleid b) economisch laagconjunctuur is nieuwe realiteit c) demografie: - Nuenen groeit tot 2017 - ontgroening en vergrijzing - huishoudensverdunning d) wonen - zorg - welzijn - digitalisering en Domotica woningen - WMO kanteling - Verdergaander extramuralisering e) kwaliteit bestaande voorraad - o.a. duurzaamheid Beleid voor de doelgroepen: Starters, ouderen, zorgbehoevenden, Sinti, Arbeidsmigranten
Bestemmingsplan ‘Beekstraat, Ruimte voor ruimte’ – 17 MEI 2023
23
Betaalbaar Wonen: Afspraken met Helpt Elkander en Woonbedrijf Het woningbouwprogramma is een onderdeel van de Woonvisie, maar is volgend op de beleidskeuzen. Dat betekent dat bij de beleidskeuzen wel rekening gehouden moet worden met de prioritering van de verschillende projecten. Bovendien is er een afwegingskader opgenomen ten behoeve van het beoordelen van nieuwe projecten. Het toevoegen van ruimte voor ruimte woningen staat los van het beleid dat met de woonvisie wordt beoogd. Ruimte voor ruimte is een opgave die voortkomt uit ander beleid, namelijk de Brabantse opgave tot sanering van intensieve veehouderijen. In Nuenen kunnen, los van de woonvisie, met die reden incidenteel op daarvoor gepaste plekken ruimte voor ruimte woningen worden toevoegd. De woningen tellen niet mee in het Woningbouwprogramma van de gemeente Nuenen. Na realisering tellen de woningen wel mee in de voorraad van de gemeente Nuenen. Bij de herijking van de Provinciale Prognose (elke drie jaar) telt de volledige bestaande voorraad mee in de behoefteraming. De woonvisie (Sectorale Structuurvisie Wonen 2013) is in onderhavige situatie niet van toepassing. Het toevoegen van 3 woningen stuit niet op volkshuisvestelijke bezwaren.
Bestemmingsplan ‘Beekstraat, Ruimte voor ruimte’ – 17 MEI 2023
24
4
Milieuhygiënische aspecten 4.1 Algemeen Bij ruimtelijke ingrepen is het van belang dat sprake is van een verantwoord woon- en leefklimaat. Om die reden moet in een bestemmingsplan aannemelijk worden gemaakt dat aan de milieuwetgeving kan worden voldaan. Het milieubeleid bestaat uit diverse wet- en regelgeving, waarvan een deel ruimtelijk relevant is. Deze milieunormen hebben een indirecte (zonering) en directe (sectorale wetgeving die opgenomen wordt in het bestemmingsplan, zoals de Wet Geluidshinder, Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen) werking. In dit hoofdstuk wordt hier nader op ingegaan.
4.2 Akoestiek
Beleidskader De Wet geluidhinder geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan, indien het plan een geluidsgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. De Wet geluidhinder bevat geluidsnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidsniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai, industrielawaai en luchtvaartlawaai. Indien een nieuwe geluidsbron mogelijk wordt gemaakt dient volgens de Wet geluidhinder in beeld gebracht te worden of en welke gevolgen dit heeft voor eventuele naastgelegen geluidsgevoelige objecten. Woningen worden als geluidgevoelige objecten aangemerkt. Consequenties Binnen het plangebied worden 3 nieuwe geluidsgevoelige objecten opgericht: woningen. De woningen moeten om die reden getoetst worden aan externe geluidsbronnen. Geen sprake is van nabijgelegen spoorwegen. Hieraan behoeft daarom niet te worden getoetst. Het plangebied valt buiten de Ke-contouren van vliegveld Eindhoven, geluidshinder ten gevolge van luchtverkeer is daarom niet aan de orde. Op ca. 330 meter en op ca. 200 meter vanaf de woningen zijn agrarische bedrijven gelegen.
Beide bedrijven liggen ver genoeg weg om geluidshinder te kunnen veroorzaken dat invloed heeft op het woon- en leefklimaat in het plangebied. De nieuwe geluidsgevoelige objecten beperken deze bedrijven niet in hun bedrijfsvoering, omdat tussen de nieuwe objecten en de bedrijven reeds
Bestemmingsplan ‘Beekstraat, Ruimte voor ruimte’ – 17 MEI 2023
25
geluidsgevoelige functies (woningen) zijn gelegen. Op ca. 120 meter van het nieuwe geluidsgevoelige objecten is nog een manege gelegen. Voor een manege (SBI-code 931) geldt op basis van de VNG-brochure Bedrijven en Milieuzonering een richtafstand van 30 meter tot aan geluidsgevoelige objecten. Deze afstand wordt gehaald. In de nabijheid van het plangebied is ook een basisschool gelegen. Voor een basisschool (SBI-code 852, 8531) geldt op basis van de VNG-brochure Bedrijven en Milieuzonering een richtafstand van 20 meter totaan geluidsgevoelige objecten. Deze afstand wordt niet gehaald. Met die reden is een akoestisch onderzoek nodig om te bezien of sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en de school niet in haar ‘bedrijfsvoering’ wordt belemmerd. Het plangebied is gelegen in/ nabij de geluidszone van de Beekstraat/ Ouwlandsedijk (wegverkeerslawaai), waardoor het nodig is om via onderzoek te bezien of het geluid afkomstig van deze wegen van invloed is op het woon- en leefklimaat in het plangebied. In verband met het geluid afkomstig van de school en afkomstig van de nabijgelegen wegen op de gevels van de nieuwe woningen in het plangebied is door Nipa Milieutechniek een akoestisch onderzoek uitgevoerd. Het onderzoek is bijgevoegd bij deze toelichting (bijlage 2) en kent de navolgende conclusie.
“In het plan zijn nieuwe woningen geprojecteerd in de akoestische invloedsfeer van de basisschool met buitenschoolse opvang aan de Ouwelandsedijk 27. In dit onderzoek is het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) en het maximale geluidsniveau (LAmax) bij de woningen ten gevolge van alle relevante industriële geluidbronnen vastgesteld en getoetst aan de VNG-publicatie “Bedrijven en milieuzonering”. Langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus industrielawaai Uit het onderzoek blijkt dat niet wordt voldaan aan de toetsingswaarde van 45 dB(A) voor de langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus (in stap 2) overeenkomstig hoofdstuk 2. Uit een maatregelonderzoek blijkt dat de hoogste overschrijdingen kunnen worden teruggebracht naar de hoogst toelaatbare richtwaarde van 50 dB(A) in stap 3 door middel van een geluidscherm of geluidwal met een hoogte van 2,5 meter op de perceelgrens van het beoogde woongebied en de school. Dit is toegelicht in hoofdstuk 4.4 van het onderzoek. In dit hoofdstuk zijn ook andere maatregelen – om de geluidsbelasting nog meer te reduceren – overwogen. Deze bleken niet haalbaar (of stedenbouwkundig onaanvaardbaar of te beperkend
Bestemmingsplan ‘Beekstraat, Ruimte voor ruimte’ – 17 MEI 2023
26
voor het planvoornemen). Met de voorgestelde voorziening is het geluidniveau in de tuinen van de nieuwe woonfuncties ten hoogste 50 dB(A) en op de gevels van de woning ten hoogste 49 dB(A). Dit is een aanvaardbaar niveau en voldoet aan de toetsingswaarde zowel op de gevels als in de buitenruimte. Maximale geluidniveaus industrielawaai Uit het onderzoek volgt dat wordt voldaan aan de toetsingswaarde voor de optredende maximale geluidniveaus overeenkomstig hoofdstuk 2. Verkeersaantrekkende werking Uit het onderzoek volgt dat wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde voor de verkeersaantrekkende werking. Woon- en leefklimaat Met de berekende geluidbelastingen is het woon- en leefklimaat en de geluidwering gewaarborgd van de nieuwe woonfuncties zonder aanvullend onderzoek naar akoestische (gevel)maatregelen.” Uit bovenstaande conclusie blijkt dat sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat (t.g.v. het geluid afkomstig van de school en het wegverkeerslawaai) en de school niet in haar ‘bedrijfsvoering’ wordt belemmerd, mits op de erfgrens tussen de school en kavels voor twee van de drie nieuwe woningen een geluidsscherm (met een minimale massa van 10 kg/m2) van 2,5 meter hoog wordt geplaatst. Het voorstel is om te werken met een kokowall geluidsscherm, omdat deze weinig ruimte in beslag neemt én een natuurlijk uiterlijk heeft.
Het oprichten van een geluidsscherm is mogelijk gemaakt via de regels van het bestemmingsplan. Daarnaast is de realisatie, het beheer en de instandhouding van het geluidsscherm als een voorwaardelijke verplichting in relatie tot het gebruik van de woningen geborgd in de regels van dit bestemmingsplan. Geluid vormt geen belemmering voor het planvoornemen.
4.3 Archeologie en cultuurhistorie
4.3.1 Archeologie Beleidskader Het wettelijk kader voor de archeologische monumentenzorg is vastgelegd in de Erfgoedwet. Naar aanleiding hiervan houden gemeenten bij de vaststelling van een bestemmingsplan of het verlenen van een vergunning altijd rekening met in de grond aanwezige dan wel te verwachten archeologische waarden (Wet ruimtelijke ordening).
Bestemmingsplan ‘Beekstraat, Ruimte voor ruimte’ – 17 MEI 2023
27
In het vigerende bestemmingsplan Oude Landen 2013 van de gemeente Nuenen c.a. geldt voor het plangebied de dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologisch waardevol’. Dit houdt in dat bij bodemingrepen groter dan 100 m2 en dieper dan 0,3 m archeologisch onderzoek noodzakelijk is. Consequenties Aangezien het initiatief de in het vigerende bestemmingsplan ‘Oude Landen 2013’ opgenomen ondergrenzen van 100 m2 en 0,3 m diepte voor archeologisch onderzoek overschrijdt is archeologisch onderzoek noodzakelijk. Door KSP Archeologie is daarom een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd dat als bijlage bij deze toelichting is gevoegd (bijlage 3). Hieruit volgt de volgende conclusie. “Het doel van het archeologische bureauonderzoek was het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied. Op basis van de landschappelijke ligging op de overgang van een dekzandrug naar een beekdal had het plangebied een hoge archeologische verwachting kunnen hebben voor zowel vuursteenvindplaatsen uit het Laat-Paleolithicum tot en met het Neolithicum als voor nederzettingsresten uit het Neolithicum tot en met de Volle Middeleeuwen (tot in de 13e eeuw). Voor de Late Middeleeuwen (vanaf de 13e eeuw) tot en met de Nieuwe tijd zou een lage verwachting aan het plangebied toegekend kunnen worden.
Het plangebied is echter gekarteerd als een zone waar afgravingen hebben plaatsgevonden voor delfstoffen (vermoedelijk zandwinning) op de bodemkaart en op de gemeentelijke archeologische basiskaart. Op het AHN is het lager gelegen dan de omgeving, wat de afgraving ondersteund. Om die reden worden er geen archeologische resten meer verwacht.” Op basis van deze conclusie adviseert KSP Archeologie het bevoegd gezag om een selectiebesluit te nemen dat inhoudt dat geen archeologisch vervolgonderzoek meer hoeft te worden gedaan en dat de dubbelbestemming ‘Waarde Archeologisch waardevol’ niet meer opgenomen hoeft te worden in een nieuw bestemmingsplan. De gemeente (het bevoegd gezag) heeft het geadviseerde selectiebesluit genomen. In dit bestemmingsplan is daarom geen dubbelbestemming in het kader van de bescherming van eventuele archeologische waarden meer opgenomen. Dit betekent echter niet dat als er (tijdens (graaf)werkzaamheden) archeologische resten worden gevonden er geen zorgplicht bestaat. In dat geval dient men op basis van de Erfgoedwet bij de hiervoor aangewezen overheden zo spoedig mogelijk een melding te maken.
Bestemmingsplan ‘Beekstraat, Ruimte voor ruimte’ – 17 MEI 2023
28
Archeologie vormt geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling. 4.3.2 Cultuurhistorie Beleidskader Volgens de Erfgoedwet dient bij nieuwe ontwikkelingen rekening te worden gehouden met het aanwezige cultureel erfgoed. Samen met de nieuwe Omgevingswet (of het overgangsrecht totdat deze in werking is getreden) maakt de Erfgoedwet een integrale bescherming van ons cultureel erfgoed mogelijk. Consequenties Het gebied waarop dit bestemmingsplan betrekking heeft is getoetst aan de cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Noord-Brabant. In het gebied liggen geen rijksmonumenten en komen geen bouwkundige punten, lijnen of vlakken van enige waarde voor. In het plangebied liggen geen gemeentelijke monumenten en panden die door de gemeente zijn of worden aangemerkt als beeldbepalend. Wel is er een historische eikenlaan aanwezig en hebben de wegen een redelijk hoge historisch geografische waarde. De eikenlaan en de wegen hoeven voor het initiatief niet te worden aangetast. Cultuurhistorie vormt geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling. 4.4 Bedrijven en milieuzonering
Beleidskader Voor de milieuzonering van bedrijven in ruimtelijke plannen geldt in het algemeen geen wettelijk kader. Wel is het in het kader van een goede ruimtelijke ordening van belang dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van milieugevoelige functies, zoals o.a. woningen: • ter plaatse van de milieugevoelige functie(s) een goed woon- en leefmilieu wordt gegarandeerd; • rekening wordt gehouden met de bedrijfsvoering en milieuruimte van de betreffende bedrijven. Consequenties In onderhavige situatie is sprake van de toevoeging van een op alle onderdelen milieugevoelige functie (woningen). Het is van belang dat er in het plangebied Bestemmingsplan ‘Beekstraat, Ruimte voor ruimte’ – 17 MEI 2023
29
sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Omgevingstype In de VNG-brochure Bedrijven en Milieuzonering worden twee omgevingstypen onderscheiden: ‘Rustige woonwijk en rustig buitengebied’ en ‘Gemengd gebied’. Een rustige woonwijk en rustig buitengebied is een gebird at is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Een gemengd gebied is een gebied met matige tot sterke functiemenging. Hiertoe behoren gebieden waar naast woningen ook andere functies voorkomen. Lintbebouwing in het buitengebied kan ook als zodanig worden aangemerkt, net als gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen. Onderhavig gebied wordt getypeerd als ‘Rustige woonwijk en rustig buitengebied’. In dergelijk gebied gelden de richtafstanden zoals opgenomen in de VNG-brochure Bedrijven en Milieuzonering. Voor wat betreft geur wordt verwezen naar hetgeen dat is opgenomen in paragraaf 4.11. Hieruit blijkt dat ook geur geen belemmering vormt voor nabijgelegen milieugevoelige objecten. Toevoeging milieugevoelige objecten Binnen het plangebied worden 3 nieuwe milieugevoelige objecten opgericht: woningen. Voor deze objecten moet het woon- en leefklimaat ter plaatse voor de relevante onderdelen in beeld gebracht worden.
In de nabijheid van de woningen zijn de navolgende bedrijven inclusief afstand (gemeten tussen de dichtstbij gelegen gevel (vergunningsvrij) van het gevoelige object en het bestemmingsvlak van het bedrijf) gelegen: - drie agrarische bedrijven, afstand: ca. 330 meter (2x) en ca. 200 meter; - openbare Basisschool de Rietpluim, afstand ca. 20 meter, en; - manege, afstand ca. 120 meter; Ten aanzien van deze bedrijven zijn voor wat betreft de woningen de aspecten geluid, geur, stof en gevaar van belang. Voor geluid wordt verwezen naar paragraaf 4.1, voor geur naar paragrafen 4.11 en 4.12. Beide aspecten vormen geen belemmering voor de ontwikkeling of andersom. Hier zal enkel nog op de aspecten stof en gevaar worden ingegaan. Voor de agrarische bedrijven gelden op basis van de VNG-brochure bedrijven en milieuzonering verschillende SBI-codes (0141, 0142, 0142, 0145) met allemaal dezelfde richtafstanden voor stof (30 meter) en gevaar (0 meter). Deze afstanden worden gehaald. Voor openbare Basisschool de Rietpluim geldt op basis van de VNG-brochure SBI-code 852, 8531. De bijbehorende richtafstanden voor stof (0 meter) en gevaar (0 meter) worden gehaald. Voor een manege (SBI-code 931) geldt op basis van de VNG-brochure een richtafstand van 30 meter voor stof en 0
Bestemmingsplan ‘Beekstraat, Ruimte voor ruimte’ – 17 MEI 2023
30
meter voor gevaar. Aan beide richtafstanden wordt voldaan. Uit bovenstaande blijkt dat aan alle richtafstanden zoals in de VNG-brochure bedrijven en milieuzonering zijn opgenomen wordt voldaan. Hieruit mag geconcludeerd worden dat sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en omliggende bedrijven door oprichting van de nieuwe geluidsgevoelige objecten niet in hun bedrijfsvoering worden belemmerd. Conclusie Er is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en bedrijven in de omgeving van het plangebied worden door de toevoeging van de milieugevoelige objecten niet in hun bedrijfsvoering belemmerd. Nader onderzoek kan achterwege blijven. 4.5 Bodem
Beleidskader Vastgelegd is dat in bestemmingsplannen moet worden beschreven wat de bodemkwaliteit van het betreffende gebied is. Voor het betrekken van bodeminformatie bij het opstellen van bestemmingsplannen zijn enkele vragen relevant: • is er bodemverontreiniging die de functiedoelen kan frustreren; • zijn er gezondheids- of ecologische risico's en gebruiksbeperkingen voor de beoogde functies; • wat zijn de mogelijkheden om er tijdig iets aan te doen in termen van resultaten, kosten en kostendragers. Consequenties Ter plaatse van het perceel ten behoeve van de ontwikkeling is door Nipa Milieutechniek een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd, zie bijlage 4 bij deze toelichting. Hieruit blijkt de volgende conclusie. “Uit de resultaten van het verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op een perceel aan de Beekstraat te Nuenen, kadastraal bekend als gemeente Nuenen, sectie C, nummer 1682, blijkt dat zowel de vaste bodem als het grondwater niet verontreinigd zijn met de onderzochte parameters. Op basis van deze resultaten kan de hypothese (onverdacht), zoals verwoord in paragraaf 2.4, in principe worden aanvaard.
Bestemmingsplan ‘Beekstraat, Ruimte voor ruimte’ – 17 MEI 2023
31
De uitvoering van een aanvullend of nader onderzoek is, ons inziens, niet zinvol. Tegen de eventuele bebouwing van de onderzoekslocatie zijn, ons inziens, geen zwaarwegende milieuhygiënische bezwaren aan te voeren. Indien grond afgevoerd moet worden van de locatie, dient rekening gehouden te worden met gebruiksbeperkingen van de vrijkomende grond. Conform de Regeling bodemkwaliteit mag de grond slechts onder voorwaarden worden hergebruikt. Eventueel vrijkomende grond mag echter wel op de locatie worden hergebruikt. Grond die binnen de gemeente wordt hergebruikt kan, als de gemeente beschikt over een bodemkwaliteitskaart, op basis van dit rapport hergebruikt worden. Indien de gemeente niet over een bodemkwaliteitskaart beschikt of de grond buiten de grenzen van de bo- demkwaliteitskaart toegepast zal worden, dient een partijkeuring conform het BRL SIKB 1000 VKB protocol 1001 uitgevoerd te worden. Opgemerkt wordt dat wij slechts een adviserende taak hebben en dat het bevoegd gezag de noodzaak tot de uitvoering van nader of aanvullend onderzoek vaststelt.” Het bevoegd gezag heeft ingestemd met het onderzoek, de resultaten en het advies. Aandachtspunt daarbij is dat het hergebruiken van grond onder de regels van het Besluit bodemkwaliteit valt. Indien als gevolg van graafwerkzaamheden op de locatie (bijv.
bij het bouwrijp maken van het terren en het graven van een kelder) grond vrijkomt die niet op locatie kan worden hergebruikt, dan dient deze te worden afgevoerd conform de regels van het Besluit bodemkwaliteit. Voor het toepassen van grond zijn eveneens de regels van het Besluit bodemkwaliteit van toepassing. Het toepassen van grond (>50 m3) dient gemeld te worden bij het meldpunt bodemkwaliteit. Bodem vormt geen belemmering voor onderhavig initiatief.
4.6 Externe Veiligheid Beleidskader Externe veiligheid heeft betrekking op de risico's die mensen lopen als gevolg van mogelijke ongelukken met gevaarlijke stoffen bij bedrijven, transportroutes (wegen, spoorwegen en waterwegen) en buisleidingen. Omdat de gevolgen van een ongeluk met gevaarlijke stoffen groot kunnen zijn, zijn de aanvaardbare risico's vastgelegd in diverse besluiten. De belangrijkste zijn: - Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); - Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb); - Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt).
Bestemmingsplan ‘Beekstraat, Ruimte voor ruimte’ – 17 MEI 2023
32
Binnen de beleidskaders voor deze drie typen risicobronnen staan altijd twee kernbegrippen centraal: Het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Hoewel beide begrippen onderlinge samenhang vertonen zijn er belangrijke verschillen. Hieronder worden beide begrippen verder uitgewerkt. Risiconormering In het beoordelingskader voor externe veiligheid staan twee kernbegrippen centraal: het plaatsgebonden risico en het groepsrisico: Plaatsgebonden risico (PR) Het plaatsgebonden risico geeft de kans op een bepaalde plaats, om te overlijden ten gevolge van een ongeval bij een risicovolle activiteit. Het PR kan op de kaart van het gebied worden weergeven met zogeheten risicocontouren: lijnen die punten verbinden met eenzelfde PR. Binnen de 10-6 contour (welke als wettelijk harde norm fungeert) mogen geen kwetsbare objecten geprojecteerd worden. Voor beperkt kwetsbare objecten geldt de 10-6 contour niet als grenswaarde, maar als een richtwaarde. Groepsrisico (GR) Het groepsrisico is een maat voor de kans dat bij een ongeval een groep slachtoffers valt met een bepaalde omvang (10 personen of meer). Het GR is daarmee een maat voor de maatschappelijke ontwrichting. Het GR wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit. Voor het groepsrisico geldt een verantwoordingsplicht.
Dit houdt in dat iedere wijziging met betrekking tot planologische keuzes moet worden onderbouwd én verantwoord door het bevoegd gezag. Verantwoordingsplicht groepsrisico Met het invullen van de verantwoordingsplicht wordt antwoord gegeven op de vraag in hoeverre externe veiligheidsrisico's in het plangebied worden geaccepteerd en welke maatregelen getroffen zijn om het risico zoveel mogelijk te beperken. Het invullen van de verantwoordingsplicht is een taak van het bevoegd gezag (veelal de gemeente). Door de verantwoordingsplicht worden gemeenten gedwongen het externe veiligheidsaspect mee te laten wegen bij het maken van ruimtelijke keuzes. Deze verantwoording is kwalitatief en bevat verschillende onderdelen die aan bod kunnen of moetenkomen. Ook bestaat er een adviesplicht voor de regionale brandweer. In de Handreiking verantwoordingsplicht groepsrisico zijn de onderdelen van de verantwoording nader uitgewerkt en toegelicht. Wanneer verantwoorden? Bron Inrichtingen (Bevi) Buisleidingen (Bevb)
Wanneer groepsrisicoverantwoording? Altijd wanneer binnen invloedsgebied ruimtelijk besluit wordt genomen. Wanneer sprake is van toename van het groepsrisico of overschrijding van de oriëntatiewaarde.
Bestemmingsplan ‘Beekstraat, Ruimte voor ruimte’ – 17 MEI 2023
33
Spoor-, rijks- en waterwegen (Bevt)
Wanneer sprake is van toename van het groepsrisico of overschrijding van de oriëntatiewaarde.
Door het uitwerken van de verantwoordingsplicht neemt het bevoegd gezag de verantwoordelijkheid voor het ‘restrisico’ dat overblijft nadat de benodigde veiligheidsverhogende maatregelen genomen zijn. Overige wet- en regelgeving Tot slot moet in het kader van een 'goede ruimtelijke ordening' (art. 3.1 Wro) ook getoetst worden aan eventueel van toepassing zijnde veiligheidsafstanden uit bijvoorbeeld het Activiteitenbesluit, effectafstanden uit de 'Circulaire effectafstanden LPG-tankstations', enzovoorts.
Consequenties Het aspect externe veiligheid is voor deze ontwikkeling beoordeeld aan de hand van de risicokaart. Uit de risicokaart blijkt dat ten zuidwesten van het plangebied aan de Smits van Oyenlaan een tankstation (Texaco) is gelegen. Hieraan zijn risico’s verbonden. Hieronder is de ligging van de verschillende risicobronnen van het bedrijf ten opzichte van het plangebied weergegeven.
Het plangebied is - hemelsbreed gezien - op circa 750 meter afstand gelegen ten opzichte van de risicobronnen van het dichtstbijzijnde risicovolle bedrijf. Het plangebied is op voldoende ruime afstand gelegen ten opzichte van dit risicovolle bedrijf en andere risicovolle bedrijven.
Bestemmingsplan ‘Beekstraat, Ruimte voor ruimte’ – 17 MEI 2023
34
Op 700 meter is de autoweg A270 gelegen. Deze weg maakt deel uit van de gemeentelijke en regionale hoofdinfrastructuur. Over deze weg vindt uitsluitend incidenteel vervoer van LPG en vloeibare brandstoffen naar tankstations plaats. De omvang van dit vervoer is echter zodanig beperkt, dat er geen sprake is van een 10-6-contour voor het plaatsgebonden risico. Gezien de afstand is de berekening van het groepsrisico niet noodzakelijk. Dit blijft ruim onder 10% van de oriëntatiewaarde. In de direct nabijheid van het plangebied liggen geen gasleidingen, hoogspanningsleidingen of routes van gevaarlijke transporten. Conclusie In de omgeving van het plangebied is geen sprake van opslag van gevaarlijke stoffen (welke vanwege de opslag vallen onder het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi)). Verder zijn geen invloedsgebieden van risicobronnen van toepassing. Het plangebied ligt niet nabij gevaarlijke transportroutes of buisleidingen. Ook levert de ontwikkeling in het plangebied geen gevaar op voor haar omgeving. De toevoeging heeft geen negatieve gevolgen voor de benodigde inzet van hulpverleningsdiensten en voor de zelfredzaamheid van personen op het perceel of in de directe nabijheid. Derhalve zijn er geen belemmeringen te voorzien vanuit het omgevingsaspect externe veiligheid en is ook geen advies van de brandweer benodigd.
Externe veiligheid vormt geen belemmering voor de realisatie van het plan. 4.7 Flora- en fauna
Beleidskader De Wet natuurbescherming is op 1 januari 2017 in werking getreden en vervangt de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet, en de Boswet. De wet bevat regels voor de bescherming van in het wild levende dier- en plantensoorten en de belangrijkste natuurgebieden in Nederland. Daarnaast bevat de wet onder meer bepalingen over de jacht en over houtopstanden. Soortbescherming De Wet natuurbescherming bevat een algemene zorgplicht voor alle in het wild levende dieren en planten. Daarnaast voorziet de wet in strikte verboden die gelden voor aangewezen beschermde inheemse diersoorten, waaronder alle van nature in Nederland voorkomende soorten vogels. Dus zowel vogels in de tuin als op de Veluwe zijn beschermd.
Bestemmingsplan ‘Beekstraat, Ruimte voor ruimte’ – 17 MEI 2023
35
De wet werkt volgens het 'nee-tenzij' principe ten aanzien van beschermde inheemse soorten: schadelijke handelingen zijn verboden, tenzij er een uitzondering voor is gemaakt. Het is niet toegestaan om vogels te doden, vangen, verwonden, verstoren, bezitten, verhandelen, de nesten en eieren te verstoren of te vernietigen. Uitzonderingen op deze verboden zijn onder voorwaarden mogelijk, onder andere voor veiligheid, schadebestrijding of onderzoek. Gebiedsbescherming De Wet natuurbescherming bevat specifieke regels voor de aanwijzing, het beheer en de bescherming van Natura 2000-gebieden, waaronder een groot aantal gebieden die als essentieel leefgebied dienen voor vogels. Het belangrijkste rechtgevolg van de aanwijzing als Natura 2000-gebied is dat er een vergunningplicht geldt voor alle activiteiten die mogelijk schade kunnen toebrengen aan een gebied. Voor dergelijke schadelijke activiteiten kan alleen een vergunning worden verleend als er geen alternatief is en als het gaat om een dwingende reden van groot openbaar belang. De kokkelvisserij in de Waddenzee is nu bijvoorbeeld verboden. Er kon namelijk niet worden aangetoond dat er géén schade zou ontstaan aan de natuur, en er was geen van de andere redenen aanwezig om toch een vergunning te verlenen.