CConstaterende datNuenen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 01 - Jaarstukken 2022

Gemeenteraad 13 juli 2023, gemeente NuenenBij agendapunt: Jaarverslag en jaarrekening 202243.822 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

Overzicht tarieven 2020

2021

2022

OZB Eigenaar Woning

0,1332%

0,1284%

0,1231%

OZB Eigenaar Niet-woning

0,2274%

0,2324%

0,2411%

OZB Gebruiker Niet-woning

0,1826%

0,1866%

0,1935%

109,92

153,60

153,60

Afvalstoffenheffing 25 liter gft-afval

0,00

0,00

0,00

Afvalstoffenheffing 80, 140 of 240 liter gft-afval

1,50

2,00

2,00

Afvalstoffenheffing 25 liter restafval

2,25

2,25

2,25

Afvalstoffenheffing 80 liter restafval

7,25

7,25

7,25

Afvalstoffenheffing 140 liter restafval

13,00

13,00

13,00

Afvalstoffenheffing 240 liter restafval

21,75

21,75

21,75

Afvalstoffenheffing 60 liter ondergronds

2,75

3,25

3,25

Afvalstoffenheffing vastrecht (per jaar)

58

2020 Afvalstoffenheffing 30 liter ondergronds Rioolheffing (per m³ water)

1,49

2021

2022

1,60

1,60

1,39

Rioolheffing 1-pers huishouden

75,00

Rioolheffing 2-pers huishouden

140,00

Rioolheffing 3-pers huishouden

205,00

Rioolheffing 4-pers huishouden

270,00

Rioolheffing 5 of meer-pers huishouden

330,00

Vergelijking buurgemeenten Son en Breugel

Nuenen

Eindhoven

Best

Geldrop-Mierlo

OZB eigenaar woning

0,0841%

0,1231%

0,10543%

0,0908%

0,0756%

OZB eigenaar niet-woning

0,1969%

0,2411%

0,31089%

0,1995%

0,1792%

OZB gebruiker niet-woning

0,1623%

0,1935%

0,22872

0,1600

0,1456%

Afvalstoffenheffing (*) (meerpers.huishouden)

290

402

347

323

338

Rioolheffing

142

205

168

177

199

*): Diftar-gemeenten worden door het COELO (Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden) berekend op basis van vastrecht plus een gemiddeld aantal ledigingen (18 maal een grijze container van 140 liter en 7 maal een groene container van 140 liter). De aantallen van het COELO zijn gebaseerd op een landelijk gemiddelde. In de meeste diftar-gemeenten is het gemiddelde aantal ledigingen lager. Bij de tabel hieronder, Ontwikkeling lokale lastendruk, gaan we uit van het gemiddelde aantal ledigingen in Nuenen.

Ontwikkeling lokale lastendruk Jaar WOZ-waarde Wijziging WOZ-waarde

2020

2021

2022

331.000

354.000

391.000

5,41%

6,95%

10,45%

OZB

441

455

481

Afvalstoffenheffing *

224

272

272

Rioolheffing # **

204

190

205

Totaal

869

917

958

0,70%

5,52%

4,47%

Lastenontwikkeling

*) Uitgangspunt hierbij is het gemiddeld aantal ledigingen restafvalcontainers en gft-afvalcontainers in Nuenen, herrekend naar alsof er alléén 140-liter containers zijn. #) Uitgangspunt hierbij is het gemiddelde waterverbruik per huishouden van 137m³. **) in 2022 is de grondslag rioolheffing veranderd, we gaan in 2022 uit van een 3-persoons huishouden.

59

Weerstandsvermogen en risicobeheersing Inleiding Deze paragraaf geeft inzicht in de financiële positie van de gemeente Nuenen. Hiervoor beschrijven en waarderen we de risico's. Vervolgens zetten we het totaal aan risico's af tegen de aanwezige weerstandscapaciteit. Voor wat betreft het beleid over weerstandsvermogen en risicobeheersing hanteren we de uitgangspunten van de 'Nota Risicomanagement en Weerstandsvermogen 2015'. Als laatste worden de financiële kengetallen gepresenteerd.

Beleid betreffende de weerstandscapaciteit en de risico's In de Nota risicomanagement en weerstandsvermogen 2015 wordt het beleidskader voor het weerstandsvermogen beschreven. Dit kader luidt als volgt: • De gemeenteraad wordt via de planning- en controldocumenten (begroting en jaarrekening) geïnformeerd over de 15 belangrijkste risico’s, de beschikbare weerstandscapaciteit en de ratio van het weerstandsvermogen; • De ‘Nota risicomanagement en weerstandsvermogen’ wordt als basis gehanteerd voor de opstelling van de verplicht voorgeschreven paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing in de meerjarenprogrammabegroting en de jaarrekening; • Uitgegaan wordt van een gewenste minimale score voor de ratio weerstandsvermogen van ‘voldoende’ (ratio > 1); • Als de ratio weerstandsvermogen door de toename van risico’s onder de 1 uitkomt zal ofwel de beschikbare weerstandscapaciteit worden aangevuld, of zullen extra inspanningen worden gedaan om de benodigde weerstandscapaciteit terug te brengen. In deze situatie zal het college voorstellen doen aan de gemeenteraad die ervoor moeten zorgen dat het weerstandsvermogen weer op het gewenste niveau komt. Top 10 Er is een selectie gemaakt van 10 in plaats van 15 risico's die extra aandacht verdienen. De impact van de risico's buiten de top 10 op de benodigde weerstandscapaciteit is beperkt.

De risico's buiten de top 10 worden via de verzameling "Overige risico's" wel meegenomen in de berekening van de weerstandsratio.

Inventarisatie van de risico's In veel gevallen kunnen we de exacte waarde van een risico niet bepalen. Om de risico's toch te kwantificeren werken we met klassengemiddelden. Deze klassengemiddelden leiden tot de financiële gevolgen in de onderstaande tabel. De risicowaarde bepalen we vervolgens aan de hand van de volgende berekening: Risicowaarde (€) = Kans (%) x Gevolg (€) Het totaal aan risicowaarden vormt de benodigde weerstandscapaciteit. Omdat niet alle risico’s zich tegelijk manifesteren rekenen we hierbij met een zekerheidspercentage van 90%. Hoewel zorgvuldig is geprobeerd om alle risico’s in beeld te brengen, kan het voorkomen dat een risico niet is opgenomen. Zoals eerder genoemd is risicomanagement een dynamisch proces en voortschrijdend inzicht zorgt voor een steeds vollediger beeld. Het is onmogelijk en onwenselijk om te sturen op alle geïdentificeerde risico’s. Door de risico’s te kwantificeren wordt de lijst geordend. Op deze manier ligt de focus op de risico’s die de grootste impact op de organisatie hebben. Zowel de kans dat een risico zich manifesteert als de impact die het risico met zich meebrengt moet worden bepaald. Er wordt een inschatting gemaakt van de waarschijnlijkheid dat het risico daadwerkelijk optreedt. Vervolgens wordt een inschatting gemaakt van het bedrag dat de gemeente kwijt is indien het risico optreedt.

Het kwantificeren van risico’s is een proces van taxeren en inschatten en heeft daarmee altijd in bepaalde mate een subjectief karakter.

60

Onderstaande tabellen geven de verdeling weer van de klassen waarop de inschatting wordt gebaseerd. Tabel 1 is de verdeling van klassen naar kans, tabel 2 is de verdeling van klassen in financieel gevolg: Klasse Financieel gevolg (€) Klasse gemiddelde (€)

Klasse

Kans (Waarschijnlijkheid)

Klasse gemiddelde (%)

1

Eén keer per 10 jaar of minder (1-20%)

10%

1

< 50.000

2

Eén keer per 5 à 10 jaar (21-40%)

30%

2

50.000 – 100.000

75.000

3

Eén keer per 2 à 5 jaar (41-60%)

50%

3

100.000 – 250.000

175.000

4

Eén keer per 1 à 2 jaar (61-80%)

70%

4

250.000 – 500.000

375.000

5

Eén keer per jaar of vaker (81-99%)

90%

5

> 500.000

-

25.000

Matrix (kans x gevolg top 10 risico's) Voor de bepaling van de score in de risicomatrix worden de klassescores bepaald. Hierboven staan twee tabellen. In de eerste tabel is de top 10 opgenomen. Het getal in de matrix correspondeert met het risiconummer uit de top 10. Zo is zichtbaar welk risico in het groen, oranje of rood is opgenomen. In de tweede tabel is de scoreberekening van de kans x gevolg opgenomen.

Top 10 risico's Risico

Kans Gevolg Risicowaarde (%) (€) (€)

1 Grondexploitaties

exact bedrag

15.651.638

exact bedrag

425.000

90% 375.000

337.500

50% 375.000

187.500

30% 500.000

150.000

Het bedrag is ten opzichte van de jaarrekening 2021 gedaald. Dit komt doordat bij het project Nuenen West de risico’s deels zijn afgenomen en bij het project Eeneind West is de benodigde weerstandscapaciteit gestegen. 2 Standplaatsen woonwagens Eventuele meerkosten voor de verbetering van woonwagens kunnen voor rekening van de gemeente komen. 3 Wmo/Jeugd Wmo/Jeugd is een open-einde regeling. Door een mogelijke toename van het aantal aanvragen en/of een andere soort zorginzet bestaat het risico dat het budget wordt overschreden. 4 Saneringskosten grond Om de standplaatsen van de woonwagens op orde te brengen dient de grond voor een deel gesaneerd te worden. Deze meerkosten zijn voor rekening en risico van de gemeente. 5 Externe gevolgen cybercriminaliteit/beveiligingsincident Een beveiligingsincident is een inbreuk op de beveiliging, waarbij de beschikbaarheid, de integriteit of de vertrouwelijkheid van informatie in gevaar is of kan komen. Een beveiligingsincident kan ook onbewust worden veroorzaakt. Cybercriminaliteit is criminaliteit met ICT als middel én doelwit. Cybercriminaliteit is veelvoorkomend. Aan de ene kant wordt ICT steeds complexer, en aan de andere kant blijkt uit de benchmark dat we onder het gemiddelde zitten qua middelen. IBD dreigingsbeeld 2023-2024: De dreiging van ransomware-aanvallen neemt toe. Aan de lopende band proberen criminelen een ingang te vinden.

De (potentiële) gevolgen van een aanval worden ook steeds ernstiger: het wordt merkbaar. Het fenomeen ransomware (gijzelsoftware) komt al jaren voor. Criminelen versleutelen gegevens en persen het slachtoffer af om deze gegevens na het betalen van losgeld weer toegankelijk te maken. De IBD ontving de afgelopen twee jaar steeds meer meldingen van situaties waar gemeentelijke processen langdurig(er) verstoord zijn als gevolg van destructieve gijzelsoftware. Criminelen aarzelen niet om privacygevoelige gegevens van inwoners, bedrijven en medewerkers online te publiceren. De externe gevolgen van cybercriminaliteit of een beveiligingsincident kunnen groot zijn: - Een getroffen organisatie is vaak weken of maanden bezig om de bedrijfsprocessen en informatiebeveiliging weer op orde te krijgen en de complete gegevensregistraties opnieuw op te bouwen. - Beveiligings- en privacy- incidenten schaden ook het vertrouwen van burgers in de overheid, de reputatie van de organisatie en haar bestuurders. Daarnaast kunnen onzorgvuldige omgang met persoonsgegevens en overtredingen van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) leiden tot aansprakelijkheidsstellingen van getroffenen of boetes van de privacytoezichthouder. Een boete wegens onzorgvuldig handelen met de privacy van inwoners zou bovendien leiden tot grote imagoschade.

61

Risico

Kans Gevolg Risicowaarde (%) (€) (€)

Drie soorten dreigingen vallen de laatste tijd op: - Meer ransomware, destructievere gevolgen - Steeds meer en ernstiger kwetsbaarheden in software - Gevaren in ketens 6 Algemene uitkering gemeentefonds

70% 175.000

122.500

70% 175.000

122.500

50% 219.832

109.916

exact bedrag

97.875

exact bedrag

55.901

Via circulaires wordt de gemeente 2 maal per jaar geconfronteerd met aanpassingen vanuit het gemeentefonds. In 2022 is besloten om 2 belangrijke wijzigingen in de indexering van de algemene uitkering door te voeren. Ten eerste zal vanaf 2026 niet langer via de normeringssystematiek ('samen de trap op, samen de trap af') geïndexeerd worden. Daarmee vervalt de koppeling aan de rijksuitgaven. Het accres wordt wel bijgesteld als gevolg van jaarlijkse loon- en prijsontwikkelingen. Ten tweede geldt dat het volumedeel van het accres voor de periode tot en met 2025 is vastgezet op de stand van de meicirculaire 2022. Door het vastzetten van het volumedeel van het accres zijn er bij zowel het Rijk als de gemeenten veel minder budgettaire schommelingen dan voorheen. Dit betekent dat de accresstanden voor deze jaren slechts nog wijzigingen als gevolg van loon- en prijsontwikkelingen. Het verdeelmodel zal nog verder verbeterd worden. Onderzoeken naar de centrumfunctie, eenpersoonshuishoudens, inkomstencorrecties WOZ-waarden en de overige eigen middelen (OEM) lopen nog. De eerste resultaten hiervan zijn in de loop van 2023 te verwachten. De schommelingen in de algemene uitkering kunnen problemen veroorzaken voor het sluitend krijgen van de begroting. Op de hoogte van de algemene uitkering kan geen invloed worden uitgeoefend.

7 Interne gevolgen cybercriminaliteit/beveiligingsincident Naast de externe gevolgen - die genoemd worden bij risico 5 - loopt de organisatie ook het risico op mogelijk interne gevolgen. Grootste risico's daarbij zijn: - Uitval van dienstverlening en bedrijfsvoering; - Fouten in de dienstverlening; - Herstelkosten. Drie soorten dreigingen vallen de laatste tijd op: - Meer ransomware, destructievere gevolgen - Steeds meer en ernstiger kwetsbaarheden in software - Gevaren in ketens 8 Naheffing Attero Als de naheffing op basis van tonnages wordt berekend, dan is de naheffing hoger. 9 Intergemeentelijke samenwerking - Dienst Dommelvallei De samenwerking op het gebied van bedrijfsvoering en dienstverlening verloopt via de Gemeenschappelijke Regeling Dienst Dommelvallei. Omdat Dienst Dommelvallei geen eigen reserves heeft, wordt het totaal van de risico's van de dienst via de verdeelsleutel belegd bij de drie deelnemende gemeenten. 10 GGD Brabant Zuidoost De Gemeenschappelijke Regeling GGD Brabant Zuidoost heeft tot doel een bijdrage te leveren aan de publieke gezondheidszorg en de ambulancezorg. Op basis van de begroting wordt financieel bijgedragen. Het onafgedekte risico, zijnde € 1.850.000, dient te worden opgenomen (naar ratio) in de eigen paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing van de deelnemende gemeenten.

Totaal o.b.v. zekerheidspercentage (90%)

Subtotaal top 10

17.260.330

Overige risico's

210.629

Onvoorzien

250.000

Totaal

17.720.959 15.948.863

Wijzigingen Ten opzichte van de begroting 2023 is de totale risicowaarde fors afgenomen. Dit komt met name door het dalen van de risicowaarde van de risico's grondexploitaties en Wmo/Jeugd.

Inventarisatie van de beschikbare weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit is de verzamelterm van al die bronnen waaruit niet voorziene financiële tegenvallers bekostigd kunnen worden.

62

Weerstandscapaciteit

Incidenteel

Structureel

Algemene reserve

8.327.239

-

Algemene reserve bouwgrond

13.378.900

-

Algemene reserve bouwgrond winstnemingen

9.401.891

-

Stille reserve

pm

-

Raming onvoorziene uitgaven

0

143.000

Onbenutte belastingcapaciteit

-

0

Totale weerstandscapaciteit

31.108.030

143.000

Er wordt uitgegaan van een gewenste minimale score voor de ratio weerstandsvermogen van ‘voldoende’ (ratio ≥ 1). Deze verhouding wordt als volgt bepaald: Ratio weerstandsvermogen = Beschikbare weerstandscapaciteit/Benodigde weerstandscapaciteit € 31.251.030 / € 15.948.863 = 1,96 Wij concluderen dat het weerstandsvermogen van de gemeente met een weerstandsratio van 1,96 goed is. Ontwikkeling weerstandsvermogen De onderstaande grafiek laat de ontwikkeling van de weerstandsratio zien, inclusief de prognose voor de komende jaren. Voor de prognose gaan we uit van gelijk blijvende benodigde weerstandscapaciteit. Voor de beschikbare weerstandscapaciteit gaan we uit van de meerjarenramingen. Met een weerstandsratio van 1,96 is het weerstandsvermogen van Nuenen goed. Ook voor de komende jaren blijft de ratio op een goed niveau gehandhaafd.

Financiële kengetallen Kengetallen geven inzicht in bepaalde onderdelen van de begroting of de balans en kunnen bijdragen aan het beoordelen van de financiële positie van de gemeente. De combinatie van de kengetallen geeft een indicatie over de financiële positie van de gemeente. Daarnaast bieden kengetallen de mogelijkheid om gemeenten onderling te vergelijken. Een individueel kengetal zegt weinig over hoe de financiële positie van de gemeente moet worden beoordeeld. De kengetallen moeten in samenhang bekeken worden, omdat ze alleen gezamenlijk en in hun onderlinge verhouding een beeld geven van de financiële positie van de gemeente.

63

Een kengetal, of de ontwikkeling van een kengetal, is een weerspiegeling van het gevoerde beleid. Voor de provincie als toezichthouder hebben de kengetallen een signaleringswaarde. Ze kunnen worden betrokken bij het krijgen van een completer inzicht in de financiële situatie en risicopositie van een gemeente. De volgende financiële kengetallen moeten in de paragraaf weerstandsvermogen opgenomen worden: • netto schuldquote; • netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen; • solvabiliteitsratio; • grondexploitatie; • structurele exploitatieruimte; • belastingcapaciteit De toezichthouder hanteert geen normering, maar maakt gebruik van onderstaande signaleringswaarden. Waarderingscijfer

Minst risicovol

Neutraal

Meest risicovol

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

<90

90-130

>130

Solvabiliteitsratio

>50

20-50

<20

Grondexploitatie

<20

20-35

>35

Structurele exploitatieruimte

>0

0

<0

Belastingcapaciteit

<95

95-105

>105

Zie voor de onderlinge verhouding van de kengetallen bij conclusie.

64

Uitgangspunten Voor de kolommen realisatie is uitgegaan van de balans zoals opgenomen in de betreffende jaarrekening. De kengetallen voor de begroting 2022 zijn afkomstig uit de meerjarenbegroting 20222025. De kengetallen voor 2023-2025 zijn afkomstig uit de meerjarenbegroting 2023-2026. Omschrijving

Realisatie

Begroting

2020

2021

2022

2022

2023

2024

2025

Netto schuldquote

117%

112%

106%

85%

107%

95%

96%

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

112%

107%

102%

80%

103%

92%

94%

Solvabiliteitsratio

28%

30%

33%

35%

30%

31%

31%

Grondexploitatie

113%

117%

124%

74%

100%

51%

46%

1%

3%

9%

1%

1%

1%

2%

112%

118%

118%

110%

104%

104%

104%

Structurele exploitatieruimte Belastingcapaciteit

65

Conclusies Netto schuldquote (zowel gecorrigeerd als niet gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen) De hoogte van dit kengetal wordt voor de gemeente Nuenen beïnvloed door 2 oorzaken: • De gemeente heeft vanaf 2005 veel geïnvesteerd in de grondexploitaties, met name Nuenen West. Daarnaast is er in 2012 geïnvesteerd in Eeneind West. Om deze investeringen te financieren is het de afgelopen jaren noodzakelijk geweest om kort- dan wel langlopende leningen aan te trekken. Het kengetal voor de begroting is lager dan de werkelijke kengetallen in de afgelopen jaarrekeningen. Dit wordt met name veroorzaakt door het, conform afspraken, ramen van de verkoop van de gronden Eeneind West. In 2022 heeft de geraamde verkoop niet plaatsgevonden. In de huidige meerjarenraming zijn de verkoopbaten geraamd overeenkomstig de bouwgrondexploitaties zoals bij de jaarrekening 2021 vastgesteld. Na vaststelling van de jaarrekening 2022 stellen we de ramingen van de grexen voor de komende jaren weer bij. Het kengetal neemt de komende jaren af door de realisatie van geraamde verkopen in met name Nuenen West en Eeneind West.

• Het oplopen van dit kengetal in 2023 wordt veroorzaakt door de investeringen zoals geraamd in de begroting 2023 en meerjarenraming 2024-2026, waarvan de grootste: - Klooster (2022-2024); - sporthal De Hongerman (2022-2023); - renovatie van de woonwagenlocaties (2024 t/m 2026); - Bundelroutes (2023 t/m 2025). Solvabiliteitsratio Deze ratio is verbeterd ten opzichte van 2021, doordat de reserves gegroeid zijn als gevolg van de resultaatbestemming bij de jaarrekening 2021. De (geraamde) reserves en voorzieningen schommelen de komende jaren slechts licht, en daarmee ook deze ratio. Een lichte daling in 2023 houdt verband met de hoge geraamde investeringen in 2023 (zie hierboven). Grondexploitatie De gemeente heeft vanaf 2005 veel geïnvesteerd in de grondexploitaties, daarom is dit kengetal nog steeds hoog. De komende jaren laat de ratio een sterke afname zien door het, conform afspraken, ramen van de verkoop van de gronden Nuenen West en Eeneind West in de komende jaren. Structurele exploitatieruimte De resultaten van de begrotingsjaren zijn positief. Alle structurele lasten, inclusief de kapitaallasten van de geraamde investeringen, worden gedekt door structurele baten. Belastingcapaciteit Het landelijk gemiddelde van het kengetal voor de belastingcapaciteit wordt jaarlijks op 100% gesteld.

De gemeente Nuenen heeft in het verleden, toen er negatief eigen vermogen was, besloten tot een forse verhoging van de ozb. Het kengetal neemt af omdat de afgelopen jaren ingezet is op verlaging van de belastingdruk, mits dat gezien de financiële situatie verantwoord was. Hieronder volgt per kengetal een korte toelichting.

66

Netto schuldquote

De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Om inzicht te verkrijgen in hoeverre er sprake is van doorlenen wordt de netto schuldquote zowel in- als exclusief doorgeleende gelden weergegeven (netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen). Solvabiliteitsratio

Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid van de gemeente. De mate van weerbaarheid geeft in combinatie met de andere kengetallen een indicatie over de financiële positie van een gemeente.

67

Grondexploitatie

De afgelopen jaren is gebleken dat grondexploitatie een forse impact kan hebben op de financiële positie van een gemeente. Indien gemeenten leningen hebben afgesloten om grond te kopen voor een (toekomstig) woningbouwproject hebben zij een schuld. Bij de beoordeling van een dergelijke schuld is het van belang om te weten of deze schuld kan worden afgelost wanneer het project wordt uitgevoerd. Van de opbrengst van de verkochte gronden kan immers de schuld worden afgelost. Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de grondpositie (de waarde van de grond) is ten opzichte van de totale (geraamde) baten. Structurele exploitatieruimte

Voor de beoordeling van de financiële positie is het ook van belang te kijken naar de structurele baten en structurele lasten. Dit kengetal geeft aan hoe groot de structurele exploitatieruimte is, doordat wordt gekeken naar de structurele baten en structurele lasten en deze worden vergeleken met de totale baten. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten te dekken.

68

Belastingcapaciteit

De belastingcapaciteit geeft inzicht in de mate waarin bij het voordoen van een financiële tegenvaller in het volgende begrotingsjaar deze kan worden opgevangen of dat er ruimte is voor nieuw beleid. Om deze ruimte weer te kunnen geven is een ijkpunt nodig. In dit geval landelijk gemiddelde tarieven. Voor de gemeenten wordt de belastingcapaciteit gerelateerd aan de hoogte van de gemiddelde woonlasten (OZB, rioolheffing en reinigingsheffing). Naast de OZB wordt tevens gekeken naar de riool- en afvalstoffenheffing omdat de heffing niet kostendekkend hoeft te zijn, maar ook lager mag worden vastgesteld.

69

Onderhoud kapitaalgoederen Inleiding De gemeente Nuenen heeft een uitgestrekt buitengebied en een intensief bebouwd binnengebied met een totale oppervlakte van 3.361 ha. De gemeente is verdeeld over vier kernen: Nuenen, Gerwen, Nederwetten en Eeneind. Zowel binnen als buiten de kernen vinden tal van activiteiten plaats zoals wonen, werken en recreëren. Om deze activiteiten in goede banen te leiden zijn kapitaalgoederen nodig: wegen, openbare verlichting, civieltechnische kunstwerken, groen, riolering, gebouwen, speeltoestellen, verkeersregelingen en ten slotte beelden en plastieken. De kwaliteit van de kapitaalgoederen en het onderhoud daarvan is bepalend voor het voorzieningenniveau en de (jaarlijkse) lasten. Met het onderhoud van deze kapitaalgoederen is een substantieel deel van de begroting gemoeid. Deze paragraaf geeft inzicht in het beleid en de financiële consequenties van het onderhoud van de kapitaalgoederen.

Wegen De gemeente beschikt over een uitgebreid wegennet ten behoeve van de verbinding binnen de kernen, tussen de kernen en de aansluiting op het regionale wegennet. Op dit moment bestaat dit wegennet uit ruim 228 kilometer verharde wegen. Beleid In het vastgestelde beheerplan heeft de raad gekozen voor cyclisch onderhoud. Bij deze systematiek wordt het onderhoud zodanig gepland dat gedurende de gehele levensduur van de verhardingen periodiek grootschalig onderhoud kan worden uitgevoerd. Financieel gezien betekent dit de eerste 10 jaar een uitgave van gemiddeld € 977.000,-. In het beheerplan 2022-2026 zijn ook enkele beleidskaders opgenomen. Beleidsplan Voor het beleidsveld Wegen is geen apart beleidsplan opgesteld. De beleidskaders zijn benoemd in het Beheerplan wegen 2022-2026. Naam

Periode

Vastgesteld in de raad

Planning vaststelling nieuw beleidsplan

Beheerplan Wegen 2022-2026

2022-2026

maart 2021

medio 2026

Uitgangspunten Het benodigde kleinschalig en grootschalig onderhoud wordt bepaald aan de hand van de jaarlijkse wegeninspectie. Jaarlijks groot onderhoudsbudget en investeringsmiddelen Financieel

2022

Raming groot onderhoud wegen

1.574.778

Realisatie groot onderhoud wegen

712.324

Verschil

862.454

Jaarlijks wordt volgens het programma uit het beheerplan wegen het benodigd (gemiddeld) bedrag (€ 977.000,-) gestort in deze voorziening. De storting is bestemd voor cyclisch onderhoud. De werkelijke uitgaven fluctueren. Voor reconstructie en rehabilitatie van de wegen zijn geen middelen beschikbaar in de onderhoudsvoorziening. Indien hier middelen voor nodig zijn wordt apart aan de raad om budget gevraagd. Eind 2022 resteert in de voorziening een bedrag van € 1.766.955 ,-. Daarnaast is in 2022 € 146.264,- uitgegeven aan klein onderhoud (begroot € 181.500,-). Achterstallig onderhoud Het achterstallig onderhoud is een indicator van het CROW (uitgedrukt in kosten) en is gedefinieerd als onderhoud op wegvakonderdelen waarbij de richtlijn al is overschreden, met andere woorden waarbij het onderhoud al eerder uitgevoerd had moeten worden. Er is geen achterstallig onderhoud. Jaarlijks wordt een inspectie uitgevoerd op het gehele areaal. Op basis van deze inspecties vindt kleinschalig en grootschalig onderhoud plaats, met name op wegvakonderdelen waarbij de richtlijn is overschreden. Daarmee houden wij de wegen veilig en heel en voorkomen we achterstallig onderhoud.

70

Openbare verlichting De gemeente Nuenen heeft ruim 6.400 lichtmasten en 6.600 armaturen. De kosten voor openbare verlichting bestaan uit de jaarlijkse kosten voor elektriciteit en klein onderhoud en de kosten voor vervangingsinvesteringen. Beleid Het beleid is erop gericht om de komende jaren de meest verouderde openbare verlichting te vervangen door energiezuinige (led)verlichting. Ook worden de armaturen met een hoog energieverbruik vervangen. Beleidsplan Het beleidsplan Openbare verlichting is vastgesteld op 6 juli 2017. Naam

Periode

Vastgesteld in de raad

Planning vaststelling nieuw beleidsplan

Beleidsplan OVL 2018-2027

2018-2027

6-7-2017

Eind 2027

Uitgangspunten Bij het streven naar een duurzame, schone en veilige openbare ruimte is het uitgangspunt dat lichtmasten gemiddeld na 40 jaar worden vervangen en armaturen na 20 jaar. In het beleidsplan OVL is opgenomen dat vanaf 2018 de eerste 10 jaar de verouderde armaturen en lichtmasten worden vervangen door energiezuinige (led)verlichting. Ook worden de armaturen met een hoog energieverbruik vervangen. Hiervoor is een investering van circa € 2.420.000,- benodigd. Het energieverbruik en de kosten voor onderhoud dalen hierdoor. Ook heeft de gemeente de intentie om gehoor te geven aan het SER energieakkoord. In het beleidsplan openbare verlichting wordt voorgesorteerd op het toepassen van Smart Lighting. Armaturen worden daarom uitgerust met communicatie modules. Hiermee kan informatie vanuit het armatuur verkregen worden (bijvoorbeeld energieverbruik) en kan bijvoorbeeld een nieuw dimregime naar het armatuur verzonden worden. Jaarlijks groot onderhoudsbudget en investeringsmiddelen Voor de vervanging van masten en armaturen is in 2022 circa € 582.000,- opgenomen. Hiervan is in 2022 € 291.559,- besteed. Naast middelen voor de vervangingsinvesteringen is nog een bedrag voor regulier onderhoud, zoals remplace, masten schilderen en het oplossen van storingen uitgegeven van afgerond € 97.000,-. Achterstallig onderhoud Er is geen sprake van achterstallig onderhoud.

Civiele kunstwerken Met civiele kunstwerken worden bruggen, viaducten etc. bedoeld. Voor het groot onderhoud hiervan is een voorziening gevormd. Beleid In het vastgestelde beheerplan Civiele kunstwerken heeft de raad gekozen voor het onderhouden van de civiele kunstwerken op C-niveau. Bij dit niveau ligt de nadruk op veilig en heel. Enkele kunstwerken, zoals in het centrumgebied en op diverse gemeentegrenzen, worden op A-niveau onderhouden. Beleidsplan Het beheerplan Civiele kunstwerken is vastgesteld op 13 februari 2020. Naam

Periode

Vastgesteld in de raad

Planning vaststelling nieuw beleidsplan

Beheerplan Civiele kunstwerken

2020-2024

13 februari 2020

2024

Uitgangspunten Voor het vervangen van civiele kunstwerken bij einde levensduur zijn geen middelen beschikbaar in het onderhoudsfonds. Indien hier middelen voor nodig zijn wordt hiervoor apart aan de raad om budget gevraagd. Jaarlijks groot onderhoudsbudget en investeringsmiddelen Financieel

2022

Raming groot onderhoud civiele kunstwerken

383.975

Realisatie groot onderhoud civiele kunstwerken

337.305

Verschil

46.670

71

Jaarlijks wordt volgens het beleidsplan civiele kunstwerken het benodigd (gemiddeld) bedrag van € 115.122,- gestort in deze voorziening. De storting is bestemd voor het planmatig onderhoud. De werkelijke uitgaven fluctueren (jaarlijks gemiddeld € 162.000,-). Voor de vervanging van civiele kunstwerken zijn geen middelen beschikbaar in de onderhoudsvoorziening. Indien hier middelen voor nodig zijn wordt apart aan de raad budget gevraagd. Eind 2022 resteert € 355.898,- in de voorziening. Naast de bedragen voor het groot onderhoud is € 26.185,- besteed aan klein onderhoud. Achterstallig onderhoud Er is geen sprake van achterstallig onderhoud. Soms wordt onderhoud uitgesteld om schaalvoordeel te kunnen behalen. Dit uitstel wordt enkel alleen gedaan wanneer de veiligheid niet in het geding is.

Groen De groenstructuur van de gemeente Nuenen wordt enerzijds bepaald door de historische en moderne wegenstructuur, anderzijds door de diverse grotere (historische) groen- en parkgebieden en waterstructuren binnen de kern. Om dit optimaal tot zijn recht te laten komen dient het groen goed beheerd te worden. De gemeente Nuenen draagt zorg voor het gemeentelijk groen. Het openbaar groen heeft een grote waarde wat betreft gezondheid, veiligheid, beleving en duurzaamheid. Samen met onze inwoners nemen we maatregelen om verzorgd en gebruiksvriendelijk openbaar groen te realiseren. Beleid Gemeentebossen De gemeente is verantwoordelijk voor het beheer van de gemeentebossen. Het bosbezit van de gemeente Nuenen is in totaal circa 65 ha groot en ligt verspreid over vijf grotere gebieden in de gemeente en enkele kleinere bospercelen in en rond het dorp Nuenen. Door middel van een beheerplan zijn het beheer en onderhoud van de gemeentebossen voor de periode 2017 – 2022 vastgelegd. Bomen De gemeente Nuenen is een groene gemeente en zal dat ook blijven. Bomen dragen in belangrijke mate bij aan een prettig leefklimaat. Het is daarom belangrijk te zorgen en blijven zorgen voor een gezond bomenbestand. Uit bijdragen van inwoners aan het Bomencafé is duidelijk geworden dat de inwoners graag bomen in de eigen omgeving hebben, maar er ook iets over te zeggen willen hebben.

Zoals met ieder plan zijn ook met het uitvoeren van dit beleidsplan kosten gemoeid. Openbaar groen Het Groenstructuurplan en het Groenbeheerplan is de basis voor verder beleid, beheer en planvorming. Bermen en Watergangen Bermen: binnen de gemeente Nuenen hebben we ruim 78 ha aan bermgras. Bermen bestaan uit een vegetatie van gras en kruiden. Ze worden duidelijk minder intensief beheerd dan de gazons en bevinden zich hoofdzakelijk aan de randen van de bebouwde omgeving en langs de wegen in het buitengebied. Bermen met bermgras vervullen meerdere functies zoals: • verhoging van de stabiliteit van de weg; • opvang van regenwater; • bieden van ruimte voor bomen, kabels, leidingen, lichtmasten, bebakening, verkeersborden, uitwijkmanoeuvres en parkeren; • ecologische functie voor planten, insecten en kleine zoogdieren; • ontsluitingsmogelijkheden bieden aan naastliggende percelen; • verfraaiing dorpsaangezicht/verbetering woon- en leefklimaat. Watergangen: het voornaamste doel is het bergen en/of afvoeren van water. Daarom is het beheer er op gericht dit mogelijk te maken. Afhankelijk van de watergang in het waterafvoerend systeem wordt regelmatig onderhoud zelfs verplicht door het Waterschap dat eenmaal per jaar een schouwronde uitvoert op het uitgevoerde werk. Het beheer van de A-watergangen valt onder de verantwoordelijkheid van de waterschappen De Dommel en Aa en Maas.

Het beheer van de B- en Cwatergangen wordt uitgevoerd door de aangelanden, waaronder de gemeente Nuenen. Beleidsplan Naam

Periode

Beheerplan gemeentebossen

2017-2022 23-5-2017 (vastgesteld door college)

Vastgesteld in de raad

2023

Bomenbeleidsplan

2017-2031 9-2-2017

eind 2031

Groenstructuurplan

2011-2020 25-11-2010

2024

Groenbeheerplan

2012-2026 12-12-2019

eind 2026

72

Planning vaststelling nieuw beleidsplan

Uitgangspunten Bermen In het kader van ecologisch bermbeheer en de biodiversiteit is de maaifrequentie aangepast naar maximaal 1x tot 2x per jaar. Bij het maaien wordt het maaisel afgevoerd. Bij iedere maaibeurt blijft 20% overstaan. Om verruiging te voorkomen wordt het overstaande deel bij de volgende maaibeurt mee gemaaid, en blijft op andere delen 20% overstaan. De toetsing van goed maaibeheer van bermen en watergangen is vastgelegd in Kleurkeur van de Vlinderstichting. Door deze nieuwe standaard kunnen opdrachtgevers en aannemers zich beter voorbereiden op een insectenvriendelijk bermbeheer. In het maaibestek van bermen en watergangen zijn de richtlijnen van Kleurkeur opgenomen en geeft het een garantie dat het maaibeheer gericht is op het verhogen van de ecologische kwaliteit. Watergangen Beheer en onderhoud van watergangen (sloten) met een afvoerende en een bergende functie van het oppervlaktewater binnen het stroomgebied van de waterschappen De Dommel en Aa en Maas. Overeenkomstig de Keur oppervlaktewateren betreft dit sloten met een beperkt belang, niet zijnde in onderhoud bij de bovengenoemde waterschappen. Bossen Op sobere wijze in stand houden van de kwaliteit en functionaliteit van de bossen ten behoeve van de openluchtrecreatie en het milieu.

Landschappelijke beplanting Op sobere wijze in stand houden van lintvormige en kleinschalige landschapselementen (wegbeplantingen, houtsingels, poelen etc.), ten behoeve van: • beeld, milieu; • verbindingen tussen landschapselementen; • coulissenwerking. Openbaar groen Op sobere wijze in stand houden van de kwaliteit en functionaliteit van de groenvoorziening voor een groene uitstraling van de gemeente voor haar eigen inwoners en gebruikers (inwoners van buiten de gemeente en toerisme). Het door de raad vastgestelde kwaliteitsniveau is B. De 'Parels' die als visitekaartje dienen worden op kwaliteitsniveau A onderhouden. Bomen Nuenen is een bolwerk van bomen. De gemeente Nuenen staat ervoor om dat bolwerk te laten bestaan uit gezonde bomen waar zowel inwoners als de gemeente trots op zijn. Gezonde bomen waar de gemeente haar groene karakter mee behoudt, een prettig leefklimaat heeft en ook in de toekomst zal behouden. Het boombeheer gaat over nu en over later. Financieel

Begroot 2022

Realisatie

Verschil

Bossen

28.573

31.481

-2.908

Watergangen

66.165

79.884

-13.719

Landschappelijke beplanting

20.765

24.187

-3.422

Openbaar groen

1.580.142

1.562.001

18.141

Totaal

1.695.645

1.697.553

-1.908

Naast bovenstaande exploitatiebedragen is nog € 23.954,- besteed aan groenreconstructies. Achterstallig onderhoud Er is geen sprake van achterstallig onderhoud.

Riolering De gemeentelijke riolering bestaat uit ca. 150 km vrij vervalriolering (binnen de bebouwde kommen) en ca. 60 km drukriolering (in het buitengebied). Daarnaast zijn er nog voorzieningen zoals bergbezinkbassins en gemalen. Beleid De gemeente heeft zorgplichten op het gebied van stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater. Hoe de gemeente omgaat met deze zorgplichten is vastgelegd in het beleidsplan. Beleidsplan Het vigerende Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan (vGRP) heeft een looptijd tot en met 2023. In het vGRP staan de beleidsdoelen, geplande projecten, onderzoeken en nieuwe ontwikkelingen. Verder maakt de rioolheffingsberekening deel uit van het vGRP.

73

Naam

Periode

Vastgesteld in de raad

Planning vaststelling nieuw beleidsplan

Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan 2019 – 2023 (vGRP)

20192023

13-12-2018

2023

Uitgangspunten De doelen vastgelegd in het vGRP zijn: • Een goede inzameling en transport van stedelijk afvalwater; • Inzameling, transport en / of verwerking van afvloeiend hemelwater, voor zover dit redelijkerwijs niet kan door particulieren; • Voorkomen van structureel nadelige gevolgen van te hoge of te lage grondwaterstanden, voor zover dit onder de gemeentelijke zorgplicht valt; • Klimaatbestendig ontwerpen. Jaarlijks groot onderhoudsbudget en investeringsmiddelen De jaarlijks benodigde budgetten voor groot onderhoud zijn vastgesteld in het vGRP. Wanneer in een jaar meer geld ontvangen is dan uitgegeven wordt dit bedrag gestort in de voorziening riolering. Dit geld blijft daardoor beschikbaar voor de doelen uit het GRP. Financieel

2022

Raming groot onderhoud riolering

364.014

Realisatie groot onderhoud riolering

357.781

Verschil

6.233

Daarnaast resteert eind 2022 nog een bedrag van € 4.622.233,- in de voorziening riolering. Achterstallig onderhoud Er is geen achterstallig onderhoud. Soms wordt onderhoud wel uitgesteld om schaalvoordeel te kunnen behalen. Dit uitstel wordt enkel gedaan als de veiligheid niet in het geding is.

Gebouwen De gemeente heeft de nodige gebouwen in beheer. Deze zijn onder te verdelen in gebouwen voor eigen gebruik, algemene gebouwen, sociaal culturele accommodaties en sportaccommodaties. Beleidsplan De gemeenteraad heeft in de vergadering van 9 november 2017 het beheerplan gebouwen 20182032 vastgesteld. Vervolgens wordt dit plan elke 4 jaar geactualiseerd. De laatste actualisatie heeft in 2021 plaatsgevonden en is verwerkt in de begroting 2022-2025. De volgende staat gepland in 2025. Naam

Periode

Vastgesteld in de raad

Planning vaststelling nieuw beleidsplan

Beheerplan gebouwen

2018-2032

9-11-2017

2025

Uitgangspunten Voor de gebouwen die economisch eigendom zijn van de gemeente Nuenen en waarvoor de gemeente verantwoordelijk is voor het groot onderhoud, is een voorziening gevormd. Uitgangspunt voor deze voorziening is wat minimaal nodig is om de gebouwen veilig, heel en functioneel te houden op basis van sober en doelmatig onderhoud. Het uitgangspunt is conditieniveau 3. Tevens zal bij regulier onderhoud een verduurzamingsslag gemaakt worden door de materialen te vervangen voor een duurzamere variant, daar waar budget het toelaat. Jaarlijks onderhoudsbudget en investeringsmiddelen op basis van het MJOP Financieel

2022

Dotatie voorziening

431.802

Besteding uit voorziening

71.264

Saldo voorziening per 31-12

2.171.930

Achterstallig onderhoud De gemeentelijke vastgoedportefeuille is een dynamisch geheel met grote financiële en maatschappelijke waarde. Structureel onderhoud is daarom van essentieel belang. Daarom inventariseert de gemeente elke 4 jaar al de gemeentelijke gebouwen en stelt een MJOP op. Het MJOP (2018-2032) is in 2021 geactualiseerd en vervangen door het MJOP 2022-2031 . Het college heeft ingestemd met het MJOP 2022-2031, gebaseerd op de Nederlandse norm NEN 2767. Er is geen sprake van achterstallig onderhoud. Bij het Klooster en de Hongerman is gelet op de renovatieplannen alleen noodzakelijk onderhoud uitgevoerd.

74

Gelijktijdig met het actualiseren van het MJOP zijn er in 2021 voor de gemeentelijke panden ook duurzaamheidsrapportages opgesteld. Deze maatwerkrapportages zullen samen met het geactualiseerde MJOP in 2022/2023 uitgewerkt worden in een Plan van aanpak / routekaart verduurzaming gemeentelijk vastgoed Nuenen.

Speeltoestellen De gemeente heeft verschillende speeltoestellen in de openbare ruimte staan. Deze worden beheerd volgens het warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen. Beleid Spelen en bewegen in de openbare ruimte 'Speelruimtebeleidsplan 2017-2020' Beheerplan speelvoorzieningen 2011 – 2020 Warenwetbesluit Attractie- en speeltoestellen Beleidsplan Naam

Periode

Spelen en bewegen in de openbare ruimte

2017-2020 6-7-2017

Vastgesteld in de raad

Planning vaststelling nieuw beleidsplan onbepaald

Uitgangspunten Het speelruimtebeleid is via co-creatie tot stand gekomen waarbij is samengewerkt met inwoners, verenigingen en andere belanghebbenden als gelijke partners. De belangrijkste uitgangspunten van het nieuwe beleid zijn: • Spelen voor alle leeftijden (jong en oud); • Risicovol spelen in een natuurlijke omgeving; • Gebruik maken van (aanwezige elementen in) de gehele openbare ruimte; • Ontmoeten als belangrijk onderdeel van de "Centrale speelgelegenheid Nuenen"; • Aansluiten bij de behoeftes van de omgeving en trends. Jaarlijks groot onderhoudsbudget en investeringsmiddelen In 2022 is een bedrag van € 29.000,- besteed aan vervanging bij einde levensduur en nieuw beleid. Naast deze middelen is nog een bedrag aan regulier onderhoud besteed van € 56.800,-. Achterstallig onderhoud Er is geen sprake van achterstallig onderhoud.

Verkeersregelingen Beleid Voor het vervangen van verkeersborden, verkeerstekens, wegmarkeringen, etc. is budget in de exploitatie beschikbaar. Uitgangspunten Verkeersborden worden vervangen wanneer ze beschadigd of verdwenen zijn. Ook worden ze één maal per jaar schoongemaakt. Voor het onderhoud aan wegmarkeringen en verkeersregelinstallaties zijn onderhoudscontracten afgesloten. Jaarlijks onderhoudsbudget en investeringsmiddelen Financieel

2022

Raming onderhoud verkeersregelingen

63.250

Realisatie onderhoud verkeersregelingen

67.579

Verschil

-4.329

Achterstallig onderhoud Er is geen sprake van achterstallig onderhoud.

Beelden en plastieken Beleid Het beleid- en beheerplan beelden en plastieken inclusief de noodzakelijke financiële middelen is nog niet voorgelegd aan de raad. Beleidsplan Jaarlijks onderhoudsbudget en investeringsmiddelen Financieel

2022

Raming onderhoud Beelden en Plastieken

8.765

Uitgaven onderhoud Beelden en Plastieken

2.671

Financieel

6.094

75

Achterstallig onderhoud De inspectie medio 2019 heeft aangetoond dat er een achterstallig onderhoud is van € 75.769,-. Voor dit bedrag is een voorziening gevormd. In 2020 en 2021 is gestart met de restauratie van diverse kunstwerken (uitgegeven is € 36.253,- en € 32.680,-). Het restant bedraagt € 6.836,-.

76

Financiering Inleiding Financiering is de manier waarop wij de benodigde geldmiddelen aantrekken en (tijdelijke) overtollige geldmiddelen beleggen. Dit gebeurt binnen de wettelijke kaders van het BBV en de wet Fido. Naast deze wetgeving geldt voor de gemeente een Treasurystatuut. Dit statuut bevat regels om de financieringsfunctie te sturen, beheersen en controleren. De bedragen in onderstaande tabellen moeten vermenigvuldigd worden met € 1.000,-. Door de afronding op duizendtallen kunnen er afrondingsverschillen ontstaan. Conform BBV moet deze paragraaf inzicht geven in de rentelasten en -baten, het renteresultaat, de financieringsbehoefte en de wijze waarop rente wordt toegerekend aan investeringen, grondexploitaties en projecten. Toerekening aan de taakvelden is gedaan met de rentepercentages die hieronder zijn genoemd.

Interne- en externe ontwikkelingen De ECB heeft in 2022 een ruim monetair beleid gevoerd en de rentetarieven zijn laag gebleven. De EMU-tekortruimte voor gemeenten in 2022 is vastgesteld op - 0,27% BBP. De individuele EMU-referentiewaarde voor Nuenen is voor 2022 vastgesteld op € 2.142.000,-. Dit betreft geen norm maar een indicatie van het aandeel dat de gemeente in de gezamenlijke tekortnorm heeft. Omschrijving

2022

1 Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves

7.622

2 Mutatie (im)materiële vaste activa

-184

3 Mutatie voorzieningen

-238

4 Mutatie voorraden (incl. bouwgronden in exploitatie)

-4.917

5 Verwachte boekwinst bij verkoop effecten en verwachte boekwinst bij verkoop (im)materiële vaste activa

0

EMU-saldo

2.282

De renteberekening voor activa mag conform BBV 25% afwijken op basis van begroting en werkelijkheid. De bouwgrondexploitaties wordt bij de jaarrekening op werkelijke basis toegerekend. Renteschema

Begroting

Realisatie

Bespaarde rente over voorziening verliesgevende complexen bouwgrond

2,00%

2,00%

Rente grondexploitatie

-0,06%

0,26%

Rente activa

0,50%

0,30%

In onderstaand schema is het renteresultaat berekend volgens BBV: Renteschema

2022

De externe rentelasten over de korte en lange financiering

342

De externe rentebaten

-80

Saldo rentelasten en rentebaten

Totaal

261

De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend

-190

De rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend

-46

De rentelast van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend

46

Aan taakvelden toe te rekenen externe rente

-190

Rente over eigen vermogen

0

Rente over voorzieningen (gewaardeerd op contante waarde)

68

Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente (1+2+3)

140

De werkelijk aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag)

-146

Renteresultaat op het taakveld treasury (4+5)

-7

Het genoemde renteresultaat komt terug op het taakveld treasury, maar is niet het enige resultaat op dat taakveld. Ook bijvoorbeeld ontvangen dividend wordt geraamd op het taakveld, maar maakt geen onderdeel uit van het renteschema.

77

Financieringsbehoefte Beleidsvoornemen financiering Het beleid van 2022 is erop gericht om de financieringsbehoefte af te dekken met kortlopende financiering omdat de rente op de kortlopende middelen lager is dan de rente op langlopende middelen. We houden daarbij rekening met de kasgeldlimiet, die bepaalt dat de gemiddelde vlottende schuld, over 3 maanden gezien, niet boven de 8,5% van het begrotingstotaal mag uitkomen.

Liquiditeit In 2022 zijn de liquide middelen met kasgeldleningen gefinancierd met een rente lager dan 0% en zijn er twee langlopende geldleningen afgesloten ter hoogte van € 18 miljoen tegen een rentepercentage van 1,28% en € 25 miljoen tegen een rentepercentage van 1,86%.

Renterisicobeheer De overheid heeft twee instrumenten voor het toetsen van het renterisico: de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet vormt de bovengrens waarmee een tijdelijk liquiditeitstekort gefinancierd kan en mag worden met een kortlopende geldlening (korter dan 1 jaar). Als het liquiditeitstekort een structureel karakter draagt moet een langlopende geldlening worden aangetrokken. Indien voor het derde achtereenvolgende kwartaal de kasgeldlimiet wordt overschreden moet de toezichthouder hiervan op de hoogte worden gesteld. Ook moet de kwartaalrapportage en een plan om binnen de kasgeldlimiet te blijven ter goedkeuring worden voorgelegd aan de toezichthouder. De kasgeldlimiet is vastgesteld op 8,5% van het begrotingstotaal. Stap

Omschrijving

Kwartaal 1

Kwartaal 2

Kwartaal 3

Kwartaal 4

Bepalen toegestane kasgeldlimiet

1

Omvang begrotingstotaal

56.137

56.137

56.137

56.137

Percentage regeling

8,50%

8,50%

8,50%

8,50%

Toegestane kasgeldlimiet

4.772

4.772

4.772

4.772

Opgenomen gelden < 1 jaar

16.667

14.333

0

0

Schuld in rekening courant

99

0

0

0

Gestorte gelden door derden < 1 jaar

7

6

6

6

Overige geldleningen niet zijnde vaste schuld

0

0

0

0

16.772

14.340

6

6

Contante gelden in kas

12

12

18

22

Tegoeden in rekening courant

841

4.522

8.924

9.087

0

0

0

0

853

4.534

8.943

9.108

Vlottende korte schuld

2

Totaal vlottende korte schuld Vlottende middelen

Overige uitstaande gelden < 1 jaar 3

Totaal vlottende middelen

4

Totaal netto vlottende schuld (2-3)

15.920

9.806

-8.936

-9.102

Ruimte(+)/Overschrijdingen(-) (1-4)

-11.148

-5.034

13.708

13.874

Renterisiconorm De renterisiconorm stelt een grens aan het te lopen renterisico op de vaste schuld. De risiconorm houdt in dat de jaarlijkse verplichte aflossingen en renteherzieningen niet hoger mogen zijn dan 20% van het begrotingstotaal (zie tabel hieronder). De renterisiconorm is in 2022 overschreden. Wij hebben bij de provincie om ontheffing gevraagd voor de overschrijding van de renterisiconorm, die bij de begroting 2022 al was voorzien. De provincie, daartoe bevoegd op basis van artikel 6 lid 5 van de wet Fido, heeft ons deze ontheffing verleend tot een overschrijding van € 31.223.000,-. Mede doordat we vanaf 2023 wel weer voldoen aan de renterisiconorm.

78

Stap

Omschrijving

Begroting

Begroting na wijziging

1

Renteherzieningen

0

0

2

Aflossingen

42.451

42.451

3 (1+2)

Renterisico

42.451

42.451

4

Begrotingstotaal

56.137

66.151

5

Percentage regeling

20%

20%

6 (4 x 5)

Renterisiconorm

11.227

13.230

7

Ruimte(+)/Overschrijdingen(-)

-31.223

-29.220

Leningenportefeuille Een belangrijk onderdeel van het financieringsbeleid vormt de omvang, flexibiliteit, gemiddelde looptijd en rentegevoeligheid van de leningenportefeuille. De leningenportefeuille van de gemeente ziet er als volgt uit: Opgenomen langlopende leningen Leningverstrekker

Looptijd Van

rente

oorspronkelijk

1-1-2022

31-12-2022

t/m

BNG

2012 2022

3,17%

13.500

13.500

0

BNG

2005 2022

3,95%

3.500

3.500

0

BNG

2021 2022 -0,49%

25.000

25.000

0

BNG

2019 2024 -0,32%

30.000

30.000

30.000

NWB

2015 2027

1,21%

220

114

96

Prov. NB

2017 2027

0,00%

2.321

2.113

2.113

BNG

2022 2027

1,28%

18.000

0

18.000

BNG

2022 2037

1,86%

25.000

0

25.000

117.541

74.227

75.208

rente

oorspronkelijk

1-1-2022

31-12-2022 840

Totaal Opgenomen langlopende leningen tbv woningbouw Omschrijving

Looptijd Van

t/m

NWB

2004

2024

4,59%

5.800

1.233

BNG

1991

2041

0,43%

1.180

824

785

6.980

2.057

1.625

79

Bedrijfsvoering Inleiding Het doel van de bedrijfsvoering is het zo goed mogelijk ondersteunen en uitvoeren van de programma’s. Concreet gaat het om een goede dienstverlening aan de inwoners en het gemeentebestuur door: • een efficiënt werkende organisatie; • een zorgvuldig besluitvormingsproces; • een gestructureerde planning en beheersing van de beleidsuitvoering; • waar mogelijk op een verantwoorde manier benutten van ICT-mogelijkheden; • gemotiveerd en gekwalificeerd personeel.

Personeel en organisatie Organisatieontwikkeling Aan hand van het ontwikkelprogramma Nuenen ontwikkelt Door (NOD) is verder invulling gegeven aan de doorontwikkeling van de organisatie zowel vanuit cultuur als structuur. Er zijn ervaringen opgedaan met de gewijzigde organisatie inrichting. Aan de hand van de ervaringen wordt de organisatie inrichting geëvalueerd. Daarnaast is geïnvesteerd in teamontwikkeling en is de formatie herijkt in relatie tot de operationele taken. Een medewerkersonderzoek is uitgevoerd waarvan de uitkomsten zowel worden betrokken bij de evaluatie van de organisatie inrichting als bij de vertaling naar de benodigde vervolgacties gericht op cultuur. Strategisch HRM-beleid In het (strategisch) HRM-plan 2022 - 2025 zijn de onderdelen HRM-visie en - beleid uitgewerkt voor de vier Dommelvallei organisaties. Daarnaast is een matrix opgesteld die als basis dient voor de verdere afstemming en invulling op organisatie niveau. Er is een start gemaakt met de herijking van de gesprekscyclus. Hybride werken Gezien de maatschappelijke trend zal enige vorm van hybride werken blijven bestaan. In het afgelopen jaar is bij wijze van pilot vanuit wens en noodzaak om met elkaar in verbinding te blijven invulling gegeven aan de afspraak dat iedereen vooralsnog tenminste 50% van zijn of haar werktijd op kantoor aanwezig is.

Een evaluatie heeft inmiddels plaatsgevonden en daarin komt ook naar voren dat een andere inrichting van het gemeentekantoor nodig is. De afspraak over aanwezigheid op kantoor wordt voortgezet.

e-HRM De verdere doorontwikkeling van de digitale HR-service is een permanent proces. Vanaf 1 januari 2022 werken we vanuit een e-HRM systeem waardoor HR-gerelateerde managementinformatie op elk moment geautomatiseerd beschikbaar is (Management Self Service). Dit proces wordt verder geoptimaliseerd.

Informatievoorziening Uitvoering informatieplan 2022 De uitvoering van het informatieplan 2022, het jaarlijkse uitvoeringsplan op basis van informatiebeleid Dommelvallei 2021-2025, stond onder druk, door: • De substantiële toename van leveringstijden en prijzen van hardware. • Onvoldoende expertise en formatie om projectleiderschap van projecten in te vullen. • Te weinig capaciteit systeembeheer Dienst Dommelvallei door toenemende druk op het uitvoeren van maatregelen ten behoeve van informatiebeveiliging en incidenten op dat vlak, gecombineerd met onderbezetting door ziekte. • Krapte op de arbeidsmarkt. • Het project vernieuwing software sociaal domein, dat substantieel meer inzet vroeg dan vooraf was ingeschat. Dit uitte zich vooral bij de beheerorganisatie zaakgericht werken.

80

Alhoewel er projecten in de planning verschoven zijn is het gros van de projecten in uitvoering of in voorbereiding. Maar door de druk op het portfolio, beveiligings- en capaciteitsissues bij systeembeheer zijn achterstanden in vooral technische projecten en reguliere hardware-vervangingen ontstaan. Eind 2022 gaf Dienst Dommelvallei hierover een noodsignaal af. Op basis daarvan zijn in het informatieplan 2023 noodzakelijk onderhoud, beveiliging en modernisering van de ICT-omgeving samen onder de noemer "basis op orde" als prioriteit gesteld en is er aandacht gevraagd voor de ondercapaciteit bij systeembeheer. Nieuwe wensen voor functionaliteit en ambities uit 2022 die niet in uitvoering of voorbereiding zijn, kregen de status optioneel. Deze worden alleen opgepakt indien er naast de basis-op-orde capaciteit bij systeembeheer overblijft. IT-regieorganisatie Dienst Dommelvallei zette de eerste stappen in de inrichting van IT-servicemanagement en wijzigingsbeheer. Daardoor zijn ze meer "in control". Ze kregen meer zicht op hoeveel tijd er nodig is om de afgesproken diensten te leveren en de infrastructuur te onderhouden. De tijd die nodig is voor informatieveiligheid neemt toe. Systeembeheer voert alleen wijzigingen in infrastructuur en applicatielandschap door die een vastgesteld proces volgen en als de planning van het regulier beheer dit toelaat.

Dit heeft gevolgen voor het aantal uit te voeren projecten. Daarbij is Dienst Dommelvallei beter in staat reële verwachtingen van doorlooptijd te geven. In het verlengde hiervan stelden we samen een ontwikkelplan functioneel beheer en applicatiebeheer op om op dit gebied te professionaliseren met als hoofddoel de digitale mogelijkheden beter uit te nutten en continuïteit en veiligheid te borgen. Door het stuklopen van de VNG aanbesteding GGI-veilig was het noodzakelijk om nieuwe diensten en software af te nemen om het proactief detecteren van risico's te implementeren. De verdere implementatie loopt door naar 2023. Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) De invoering van de omgevingswet is uitgesteld naar 1 januari 2024 door problemen met de implementatie van het (landelijke) DSO. Digitale duurzaamheid Informatie is duurzaam toegankelijk als die gedurende de vastgestelde bewaartermijn voldoet aan de volgende kenmerken: informatie is vindbaar, beschikbaar, leesbaar, interpreteerbaar, betrouwbaar en toekomstbestendig. Voor iedereen die daar recht op heeft en voor zo lang als noodzakelijk, oftewel volgens wetgeving. We koppelden de systemen voor burgerzaken, het sociaal domein en vergunningen-toezichthandhaving (VTH-systeem) aan het zaaksysteem om archiefwaardige documenten hierin op te slaan. Dit blijkt in de praktijk weerbarstig.

Koppelingen zijn complex en vragen veel monitoring en beheer op diverse gebieden. In het sociaal domein is tot dusver geen naar behoren werkende koppeling opgeleverd. Daarom is langer analoog archiveren nodig. Door deze ervaringen maakten we een uitzondering op de kaders en richtlijnen zaakgericht werken, door archieffunctionaliteit toe te staan in diverse vakapplicaties. Dit vraagt om een herijking van de architectuur: hoe en waar zullen we informatieobjecten bewaren, vernietigen en beheren. De keuzes die we daarin maken zullen invloed hebben op de uitvoering en daarmee benodigde formatie voor informatiebeheer. Hiermee gaan we in 2023 aan de slag. Archiefinspectie In 2022 heeft het Regionaal Historisch Centrum Eindhoven (RHCe) een audit uitgevoerd en hebben we de jaarlijkse rapportage aan het Interbestuurlijk Toezicht van de Provincie (IBT) gestuurd. Het toezichtoordeel van de provincie was ‘Voldoet’. Uit de audit bleek dat het archiefbeheer grotendeels voldoet aan geldende wet- en regelgeving; verbeterpunten worden opgenomen in het verbeterplan voor 2023. Digitalisering bouw- en milieudossiers Er was gepland dat dit project in 2022 afgerond zou zijn. Dit is niet gelukt, omdat de voorbewerking van de bouwdossiers iets meer tijd vroeg dan verwacht en de lockdown periode eerder al enige vertraging had opgeleverd. De planning is dat dit in het voorjaar van 2023 alsnog gebeurt.

De bouwvergunningen verleend tot en met 1989 worden dan ook overgedragen naar het RHCe. Werkplekvoorzieningen en ondersteuning gemeenteraden Bij de start van de nieuwe raadsperiode in 2022 zijn aan raads-, commissie- en burgercommissieleden digitale voorzieningen (laptop en softwarelicenties) uitgeleverd. Door lange levertijden van hardware zijn laptops voor medewerkers in het kader van hybride werken niet in 2022 maar begin 2023 uitgeleverd.

81

Informatiebeveiliging en Privacy Basis op orde Veiligheid eerst De wachtwoordsterkte is aangescherpt conform de BIO norm. Dit gecombineerd met tweefactor authenticatie verhoogt de bescherming van onze applicaties en devices. Kwetsbaarheids-/penetratietesten In 2022 zijn twee kwetsbaarheidsscans op onze systemen uitgevoerd door externe partijen. Maatregelen zijn genomen om de bevindingen met de grootste risico's weg te nemen. Andere te nemen maatregelen zijn ingepland en begroot. Inrichting risicomanagement In 2022 is een pilot gestart voor interne controle op autorisaties. Dit heeft betrekking op de proceseigenaren en de toetsing door control. Zaakgericht werken De functionarissen gegevensbescherming (FG's) toetsen de inrichting van de vertrouwelijkheid van alle nieuwe zaaktypes. Zo zorgen we er gezamenlijk voor dat de medewerkers in het zaaksysteem alleen die gegevens kunnen raadplegen die ze nodig hebben voor hun taken. Verwerkers- en samenwerkingsovereenkomsten In het verwerkingenregister staan alle verwerkingen van persoonsgegevens die in een organisatie plaatsvinden. Voorheen hielden we deze registers bij in een Excelbestand. Dit jaar zijn de verwerkingenregisters voor de gemeente vanuit Excel overgezet in ons Privacy Management Systeem (PMS). Daarmee kunnen we de verwerkingen op een meer gestructureerde manier bijhouden.

Bedrijfscontinuïteit Werken in de cloud / Veilig mailen en veilig bestanden uitwisselen Na een succesvolle pilot is de organisatie brede implementatie van Zivver gestart waarmee op een veilige manier kan worden gecommuniceerd. Crisisbeheersing De crisisorganisatie is in de praktijk getoetst bij incidenten. Dit jaar is een aanpak van beveiligingsincidenten met als doelgroep systeembeheer opgesteld. Bewustwording 28 januari is de Europese Dag van de Privacy. Op deze dag wordt internationaal extra aandacht gegeven aan het belang van een goede bescherming van persoonsgegevens. Privacy officers, FG's en CISO zijn hierop aangehaakt. In de week van 28 januari hebben zij dagelijks op intranet aandacht besteed aan een specifiek onderwerp dat verband houdt met privacy en informatiebeveiliging. De week werd afgesloten met een quiz, waar veel medewerkers aan mee deden. Phishingmailactie Aan het eind van het jaar hebben CISO en FG's een nep phishingmail uit laten sturen. Zij wilden daarmee toetsen of de medewerkers een phishingmail kunnen herkennen, of zij bekend zijn met het proces rondom het melden van een phishingmail en wilden het bewustzijn bij de medewerkers vergroten. De actie was geslaagd. CISO en FG's hebben daarna voor iedereen op intranet een elearning beschikbaar gesteld waarin zij meer konden leren over het herkennen van een phishingmail en het meldproces.

De directeuren zijn over de resultaten van de actie geïnformeerd. Rondgang door de gebouwen In 2019 heeft een mystery guest de gemeentelijke gebouwen bezocht om bij de Dommelvalleiorganisaties de informatieveiligheid te toetsen. CISO en FG's wilden onderzoeken of de aanbevelingen die de mystery guest destijds heeft gedaan, door de organisaties zijn opgevolgd. Daarvoor hebben zij in juli en augustus een rondgang door de gebouwen gemaakt. CISO en FG's constateerden veel verbeteringen en hebben aan de directeuren ook een aantal verbetervoorstellen gedaan. Overig Eenduidige Normatiek Single Information Audit (ENSIA) Met ENSIA leggen gemeenten in één keer verantwoording af over het (veilig) gebruik van acht verantwoordingsstelsels en applicaties. Het betreft de verantwoordingsprocedure voor de Basisregistratie Personen, Reisdocumenten, Digitale persoonsidentificatie (DigiD), Basisregistratie Adressen en Gebouwen, Basisregistratie Grootschalige Topografie, Basisregistratie Ondergrond, Structuur uitvoeringsorganisatie Werk en Inkomen (Suwinet) en Wet Waardering Onroerende Zaken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12892872/3