Bijlage 01 - BP Pastoorsmast 3-5 Toelichting
Tekst van het document
Toelichting bestemmingsplan Herziening Pastoorsmast 3-5, Nuenen
Gemeente Nuenen
Colofon: Opgesteld door:
Van Santvoort Advies B.V. Berg 2 -4 5671 CC Nuenen
Plangebied:
Pastoorsmast 3-5, 5673 TC Nuenen
Kenmerk:
BCO100113
Datum:
28-09-2022
Status:
Vastgesteld
IMRO-code:
NL.IMRO.0820.BPHerzPastoor3en5-D001
2 Bestemmingsplan ‘Herziening Pastoorsmast 3-5, Nuenen’
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1: Inleiding ............................................................................................................................. 5 1.1 Aanleiding en doel ......................................................................................................................... 5 1.2 Ligging van plangebied en bestaande situatie .............................................................................. 5 1.3 Vigerend bestemmingsplan........................................................................................................... 6 1.4 Procedure ...................................................................................................................................... 7 1.5 Leeswijzer ...................................................................................................................................... 7 Hoofdstuk 2: Planbeschrijving ................................................................................................................. 8 2.1 Bestaande situatie ......................................................................................................................... 8 2.2 Beoogde situatie............................................................................................................................
9 Hoofdstuk 3: Beleidskader .................................................................................................................... 11 3.1 Rijksbeleid ................................................................................................................................... 11 3.2 Provinciaal beleid ........................................................................................................................ 11 3.2.1 Omgevingsvisie De Kwaliteit van Brabant ............................................................................ 11 3.2.2 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant ................................................................... 11 3.3 Gemeentelijk beleid .................................................................................................................... 20 3.4 Landschappelijke inpassing ......................................................................................................... 22 Hoofdstuk 4: Omgevingsaspecten......................................................................................................... 23 4.1 Vormvrije m.e.r-beoordeling ....................................................................................................... 23 4.2 Milieuaspecten ............................................................................................................................
23 4.2.1
Bodem ........................................................................................................................... 23
4.2.2
Geluid ............................................................................................................................ 24
4.2.3
Luchtkwaliteit ................................................................................................................ 25
4.2.4
Geur ............................................................................................................................... 27
4.2.5
Bedrijven en milieuzonering.......................................................................................... 29
4.2.6
Externe veiligheid .......................................................................................................... 30
4.3
Waterparagraaf ..................................................................................................................... 31
4.4 Wet natuurbescherming ............................................................................................................. 35 4.5
Archeologie en cultuurhistorie .............................................................................................. 37
4.6
Verkeer en parkeren.............................................................................................................. 39
Hoofdstuk 5: Juridische planopzet ........................................................................................................ 42 5.1 Planvorm ..................................................................................................................................... 42 5.2 Verbeelding ................................................................................................................................. 42 5.3 Planregels .................................................................................................................................... 42 Hoofdstuk 6: Uitvoerbaarheid ............................................................................................................... 43 6.1
Economische uitvoerbaarheid............................................................................................... 43
6.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid ....................................................................................... 43 3
Bestemmingsplan ‘Herziening Pastoorsmast 3-5, Nuenen’
7
Bijlagen .......................................................................................................................................... 44
4 Bestemmingsplan ‘Herziening Pastoorsmast 3-5, Nuenen’
Hoofdstuk 1: Inleiding In dit hoofdstuk wordt een inleiding gegeven op het plan. Eerst worden de aanleiding en het doel van het plan, de ligging van het plangebied, het vigerend planologisch regime en de procedure beschreven. Tot slot is een leeswijzer voor deze toelichting opgenomen.
1.1 Aanleiding en doel Aan de Pastoorsmast was in het verleden een provinciale werf gevestigd. Nadien is hier een verkeersoefencentrum (slipschool) gevestigd, met daarnaast het grondverzetbedrijf van initiatiefnemer. In 2015 is een bestemmingsplan in procedure gebracht voor de Pastoorsmast 3-5 te Nuenen (hierna: plangebied). Initiatiefnemer had de gronden van de slipschool aangekocht om het grondverzetbedrijf, dat reeds gevestigd was op nummer 3, uit te breiden met nummer 5. De bedrijfsbebouwing is hiervoor reeds uitgebreid en het buitenterrein zou in gebruik worden genomen voor buitenopslag van grondstoffen. Er is destijds een compensatieplan overgekomen voor onder andere het aanleggen van een retentievijver, verwijderen van asfalt en hekken, aanplant van bomen, etc. Dit is echter nog niet gerealiseerd, gezien de huurovereenkomst met de slipschool nog niet is geëindigd. Inmiddels is overeengekomen dat het contract met het verkeersoefencentrum uiterlijk loopt tot 1 Januari 2025 of zoveel eerder als de slipschool het contract opzegt. De bedrijfsplannen van initiatiefnemer zijn gewijzigd. Initiatiefnemer heeft haar bedrijfsactiviteiten in grondwerken en -verzet afgestoten. Buitenopslag is in zijn geheel niet meer nodig. Er dient derhalve een passende invulling te worden gegeven aan het plangebied.
In de beoogde situatie blijft het kantoorpand aan de Pastoorsmast 5 als zodanig in gebruik. Het plan is om de overige bedrijfsgebouwen te verhuren als (opslag)ruimte voor derden, zoals zzp-ers en andere kleinschalige bedrijven. Het doel is met name statische en ambulante opslag. Daarnaast kunnen inpandig beperkt werkzaamheden worden verricht. Dit is een passende functie op het kleinschalige bedrijventerrein waar het plangebied zich bevindt. Om een toekomstbestendige bedrijfsvoering te kunnen ontwikkelen is het noodzakelijk om ter plaatse van het buitenterrein extra bedrijfsgebouwen op te richten. Ter compensatie wordt er extra openbaar bos aangelegd. In de collegevergadering van 7 januari 2021 heeft de gemeente Nuenen een positieve grondhouding ingenomen ten aanzien van de voorgenomen plannen.
1.2 Ligging van plangebied en bestaande situatie Het plangebied is gelegen net buiten de kern van Nuenen, in een bosrijke omgeving op korte afstand van de A270, ten zuiden van Nuenen. De locatie is ontsloten via de Pastoorsmast en de Maatschappijweg, naar de Smits van Oyenlaan die leidt tot de A270. De A270 is de snelweg tussen Eindhoven in het westen en Helmond in het oosten. Het gebied kenmerkt zich als bosgebied in combinatie met de aanwezigheid van verschillende functies. In de omgeving zijn verschillende maatschappelijke functies aanwezig waaronder de gemeentewerf, een scouting, een woonwagenlocatie, sportvelden, een manege, een school, een begraafplaats, het Bijna Thuis Huis, en een skatepark. Dit maakt het een gemengd gebied met veel bedrijvigheid. In navolgende afbeelding is het plangebied in het blauw omlijnd, met de rode lijn is de ontsluiting naar de doorgaande weg weergegeven. Het plangebied is kadastraal bekend gemeente Nuenen, sectie C, nummers 4362, 4363, 3498 en 3933. De gezamenlijke oppervlakte bedraagt 44.120 m2.
5 Bestemmingsplan ‘Herziening Pastoorsmast 3-5, Nuenen’
Afbeelding 1.1: Ligging plangebied in groter verband
1.3 Vigerend bestemmingsplan Het plangebied is geregeld middels het bestemmingsplan ‘Pastoorsmast 3 en 5’, zoals vastgesteld op 3 februari 2016. Hierin gelden de volgende bestemmingen: ▪ Enkelbestemming: ‘Bedrijf’; ▪ Enkelbestemming: ‘Bos’; ▪ Dubbelbestemming: ‘Waarde – Archeologie hoog; ▪ Dubbelbestemming: ‘Waarde – Archeologie middelhoog; ▪ Bouwvlak; ▪ Functieaanduiding: ‘kantoor’; ▪ Functieaanduiding: ‘specifieke vorm van bedrijf – grondverzet’; ▪ Functieaanduiding: ‘waterberging’; ▪ Maatvoering: ‘maximum bebouwd oppervlak: 4750 m2’; ▪ Maatvoering: ‘maximum bouwhoogte: 6 m’; ▪ Gebiedsaanduiding ‘overige zone – groenblauwe mantel’; ▪ Gebiedsaanduiding ‘overige zone – in Verordening ruimte te verwijderen EHS’; ▪ Gebiedsaanduiding ‘overige zone – in Verordening Ruimte toe te voegen EHS’. In navolgende afbeelding is de verbeelding van het bestemmingsplan opgenomen, de bestemmingsplangrens is weergegeven middels een lichtblauwe lijn. Tevens zijn de omliggende bestemmingsplannen weergegeven zodat inzichtelijk wordt welke functies er in het naastgelegen gebied zijn. Zoals te zien is zijn dit voornamelijk bosgebieden in het groen en de snelweg A270 in het grijs.
6 Bestemmingsplan ‘Herziening Pastoorsmast 3-5, Nuenen’
Afbeelding 1.2: Uitsnede verbeelding bestemmingsplan
In het vigerende bestemmingsplan zijn geen afwijkings- of wijzigingsbevoegdheden opgenomen Om het initiatief mogelijk te maken is derhalve een bestemmingsplanherziening noodzakelijk.
1.4 Procedure De voorgenomen ontwikkeling past niet binnen het vigerende bestemmingsplan. Ten behoeve van de gewenste ontwikkeling dient een bestemmingsplanherziening te worden vastgesteld, conform artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Blijkens artikel 3.8 van de Wro is op de voorbereiding van een bestemmingsplan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van toepassing. Dit houdt in dat het ontwerpbestemmingsplan gedurende zes weken voor eenieder ter inzage wordt gelegd. Tijdens de periode van zes weken kan door iedereen een zienswijze worden ingediend. Gedurende de inzagetermijn ligt het ontwerpbestemmingsplan (verbeelding, regels, toelichting inclusief bijbehorende bijlagen) ter inzage. Binnen twaalf weken nadat het ontwerpbestemmingsplan ter inzage heeft gelegen moet de gemeenteraad beslissen over de vaststelling van het plan (termijn van orde). Hierbij worden eventuele zienswijzen in acht genomen. Nadat het bestemmingsplan is vastgesteld, wordt het plan opnieuw zes weken ter inzage gelegd. Binnen deze zes weken kunnen belanghebbenden die tijdig een zienswijze hebben ingediend bij het ontwerp of belanghebbenden die kunnen aantonen dat zij niet in de gelegenheid zijn geweest om tijdig zienswijzen kenbaar te maken, beroep indienen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS).
1.5 Leeswijzer Na dit inleidende hoofdstuk zal in hoofdstuk 2 het planvoornemen nader worden beschreven. Daarna zal in hoofdstuk 3 worden ingegaan op de beleidskaders. In hoofdstuk 4 zullen de omgevingsaspecten worden besproken, in hoofdstuk 5 de juridische planopzet en in hoofdstuk 6 de uitvoerbaarheid.
7 Bestemmingsplan ‘Herziening Pastoorsmast 3-5, Nuenen’
Hoofdstuk 2: Planbeschrijving In dit hoofdstuk wordt een beschrijving gegeven van de bestaande situatie en de beoogde situatie na de voorgenomen ontwikkeling.
2.1 Bestaande situatie Momenteel is Pastoorsmast 3 – 5 bestemd voor het grondverzetbedrijf van familie Beerens. Hierbij is een kantoor aanwezig, verschillende bedrijfsgebouwen en een buitenterrein waar buitenopslag plaats kan vinden. Er is sprake van een natuurcompensatieplan, dit is echter nog niet gerealiseerd maar al wel als zodanig bestemd (Bos). Er is een bouwvlak aanwezig waarop 4.750 m2 bebouwing mogelijk is voor de bedrijfsgebouwen en het kantoor. Het bestemmingsvlak overstijgt de oppervlakte van het bouwvlak, zodat er ruimte is voor de buitenopslag. Op dit terrein dat bedoeld is voor buitenopslag is geen bouwvlak. Hier mogen alleen bouwwerken, geen gebouw zijnde, ten behoeve van buitenopslag worden opgericht. Hierbij kan worden gedacht aan silo’s, keerwanden en dergelijke. Meer dan de helft van het perceel is bestemd als ‘Bos’ en is opgenomen binnen Natuur Netwerk Brabant, mede dankzij het natuurcompensatieplan waaruit dit is voortgevloeid. In het bestemmingsplan ‘Oude landen 2013’ was 2,65 ha van de gronden binnen het plangebied bestemd als ‘Bos’. Hiervan behoorde 2,43 ha tot de NNB. De bestemming ‘Bedrijf’ besloeg 1,88 ha. In het bestemmingsplan ‘Pastoorsmast 3-5’ bestaat het plangebied uit 2,60 ha met de bestemming ‘Bos’. Dit is volledig ingericht als ‘NNB’. De bestemming bedrijf beslaat 1,93 ha.
Binnen het bestemmingsplan ‘Pastoorsmast 3-5’ is ter compensatie van de toevoeging van 0,05 ha ‘Bedrijf’, 0,17 ha aan NNB toegevoegd. De NNB is grotendeels geclusterd in de westzijde en de zuidzijde van het plangebied en voor een klein deel aan de noordzijde van de bestemming ‘Bedrijf’. Een deel van de bebouwing is reeds gereed, echter is de nieuwe natuur nog niet aangelegd gezien deze gronden nog in gebruik zijn voor de slipschool. Navolgende afbeeldingen geven het zijaanzicht weer op het bestaande bedrijf vanaf de A270.
Afbeelding 2.1: Zijaanzicht vanaf de A270 (bron: www.google.nl/maps) (afbeelding: Augustus 2021)
8 Bestemmingsplan ‘Herziening Pastoorsmast 3-5, Nuenen’
Afbeelding 2.2: Zijaanzicht vanaf de A270 (bron: www.google.nl/maps) (afbeelding: Augustus 2021)
Navolgende afbeelding geeft het zijaanzicht weer vanaf de Pastoorsmast.
Afbeelding 2.3: Zijaanzicht vanaf de Pastoorsmast (bron: www.google.nl/maps) (afbeelding: Juli 2016)
Afbeelding 2.4: Zijaanzicht vanaf de Pastoorsmast (bron: www.google.nl/maps) (afbeelding: Juli 2016)
2.2 Beoogde situatie In de beoogde situatie wordt alleen nog het kantoor gebruikt door het bedrijf van initiatiefnemer. De buitenopslag is in zijn geheel niet meer nodig. Er worden enkele bedrijfsgebouwen binnen de huidige bedrijfsbestemming gerealiseerd die worden verhuurd ten behoeve van opslagdoeleinden aan derden zoals zzp-ers, kleinschalige bedrijven en privépersonen. Hiervoor zal het bouwvlak moeten worden 9 Bestemmingsplan ‘Herziening Pastoorsmast 3-5, Nuenen’
vergroot. Ter compensatie zal, bovenop het compensatieplan uit 2016, een aanzienlijk gedeelte van het plangebied openbaar bos worden aangelegd om de groenstructuur te versterken. Het bestemmingsvlak Bedrijf zal dus verkleind worden en het bestemmingsvlak Bos vergroot. Hierna wordt alles per punt nader toegelicht. Toename bedrijfsgebouwen en vergroting bouwvlak Er zijn reeds bedrijfsgebouwen aanwezig waarbij een gedeelte als kantoor van initiatiefnemer fungeert. Het kantoorgedeelte zal in gebruik blijven door initiatiefnemer. Het overige dat aan bedrijfsgebouwen aanwezig is zal worden verhuurd aan derden voor statische en ambulante opslag. Er zullen geen personen langere tijd verblijven in de gebouwen. Gezien buitenopslag niet meer gewenst is wordt op die plek het bouwvlak vergroot en zal er 3.900 m2 aan bedrijfsgebouw extra worden opgetrokken. Hierdoor vinden alle activiteiten inpandig plaats en wordt de opslag aan het zicht onttrokken omdat er geen sprake meer is van buitenopslag. In afbeelding 2.1 is weergegeven waar deze zal worden geplaatst. Tevens is hierop aangewezen waar de reeds bestaande bedrijfsgebouwen zijn gesitueerd. Om de bedrijfsgebouwen te kunnen realiseren zal het bouwvlak worden uitgebreid. Momenteel bedraagt het bouwvlak circa 12.700 m2. In de beoogde situatie wordt het bouwvlak circa 15.200 m2.
Dit houdt in dat de oppervlakte van het bestaande bouwvlak toeneemt met 2.500 m2. In afbeelding 2.1 is met een groene lijn het huidige bouwvlak weergegeven en met een rode lijn de uitbreiding van het bouwvlak. Wijziging bestemming De bestemming ‘Bedrijf’ blijft van kracht op het nieuwe bouwvlak, met dien verstande dat ter plaatse uitsluitend een verhuurbedrijf is toegestaan. Hiertoe wordt de functieaanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – grondverzet’ omgezet in ‘specifieke vorm van bedrijf – verhuurbedrijf’. De maatvoering: ‘maximum bebouwd oppervlak’ wordt verruimd van 4.750 m2 tot 8.650 m2. De totale oppervlakte van de gronden bestemd als ‘Bedrijf’ zal verkleind worden van 1,93 ha naar 1,54 ha. Het bestemmingsvlak zal dus verkleind worden. Door de verkleining van de bedrijfsbestemming zal 3.900 m2 extra bos aangelegd worden waardoor de bestemming ‘Bos’ aan oppervlakte wordt vergroot van 2,6 ha naar 2,99 ha. Aanleg openbaar bos Een gedeelte dat nu bestemd is als ‘Bedrijf’, maar waarop momenteel geen bouwvlak is gelegen, wordt bestemd tot ‘Bos’. Dit betreft een gebied van ongeveer 3.900 m2. Het compensatieplan dat er reeds ligt is hiervoor aangepast. In afbeelding 2.1 is in het groen in gekleurde vlak de plek weergegeven waar het bos zal worden aangeplant.
Middels een voorwaardelijke verplichting wordt geborgd dat de nieuwe natuur wordt aangelegd voordat gebruik mag worden gemaakt van een omgevingsvergunning voor de bouw van nieuwe bedrijfsgebouwen.
Afbeelding 2.4: Beoogde situatie bedrijfsgebouwen en aanleg bosgebied
10 Bestemmingsplan ‘Herziening Pastoorsmast 3-5, Nuenen’
Hoofdstuk 3: Beleidskader In dit hoofdstuk wordt het relevante ruimtelijke beleid voor het plangebied weergegeven.
3.1 Rijksbeleid Het initiatief is dermate kleinschalig van aard dat het rijksbeleid hieraan geen specifieke kaders of voorwaarden oplegt.
3.2 Provinciaal beleid De beleidskaders van de provincie Noord-Brabant zijn vervat in de Brabantse omgevingsvisie en de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. Het plan wordt hier in navolgende paragrafen aan getoetst.
3.2.1 Omgevingsvisie De Kwaliteit van Brabant Provinciale Staten van Noord-Brabant hebben op 14 december 2018 de Omgevingsvisie ‘De kwaliteit van Brabant’ vastgesteld. Deze omgevingsvisie bevat de hoofdlijnen van het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving. De omgevingsvisie beschrijft daarvoor de strategische hoofdopgaven voor de lange termijn over klimaatverandering, energietransitie, verstedelijking en bereikbaarheid, concurrerende duurzame economie en de basis op orde. De omgevingsvisie ziet op een strategische gebiedsopgave voor de provincie als geheel en formuleert daarbij de ambities voor de toekomst, richting 2050 en met een tussenstap in 2030. In de visie is niet vastgelegd hoe deze doelen precies bereikt gaan worden. “Met een open blik” is centraal uitgangspunt om vanuit alle partijen en disciplines de visie voor Brabant verder te gaan uitwerken. Deze verdere uitwerking van de ambities betreft de volgende opgave voor de komende bestuursperiodes en zal terecht komen in nog op te stellen programma’s. Om de ambities te realiseren en Brabant in de toekomst welvarend, verbonden en klimaatbestendig te laten zijn, worden er vier hoofdopgaven onderscheiden: ▪ Werken aan de Brabantse energietransitie; ▪ Werken aan een klimaatbestendig Brabant; ▪ Werken aan de slimme netwerkstad; ▪ Werken aan een concurrerende, duurzame economie.
De beoogde ontwikkeling is als kleinschalig aan te merken in verhouding tot de strategische gebiedsambities door de provincie Noord-Brabant. Er is namelijk geen sprake van nieuw ruimtebeslag. Het plan voorziet in de beperking van een bedrijfsbestemming, met uitbreiding van de daarbinnen toegestane oppervlakte aan bedrijfsbebouwing. Ter compensatie wordt extra openbaar bos aangelegd. Hierdoor wordt de ruimtelijke kwaliteit in acht genomen. Gezien het schaalniveau raakt de ontwikkeling niet de basis- en hoofdopgaven uit de Omgevingsvisie. Daarbij past het plan wel in de opgenomen ambities en kaders uit de Omgevingsvisie. 3.2.2 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant Het geldende ruimtelijke beleid van de provincie Noord-Brabant is vervat in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (Iov). De Iov is tot stand gekomen door een samenvoeging van de verschillende regelingen op provinciaal niveau over de fysieke leefomgeving. Dit betekent dat de regels betrekking hebben op milieu, natuur, ruimtelijke ordening, water, bodem en wegen. De Iov is op 25 oktober 2019 door Provinciale Staten vastgesteld en is op 5 november 2019 in werking getreden. De meest recente geconsolideerde versie dateert van 8 december 2020. De Interim omgevingsverordening geldt totdat de Omgevingswet in werking treedt.
Gedeputeerde Staten hebben op 23 Maart 2021 het ontwerp van de Omgevingsverordening Noord-Brabant vastgesteld. Dit ontwerp heeft ter inzage gelegen van 9 April tot en met 20 Mei 2021. De ingekomen reacties worden beoordeeld en kunnen leiden tot wijzigingen van het vastgestelde ontwerp. Naar 11 Bestemmingsplan ‘Herziening Pastoorsmast 3-5, Nuenen’
verwachting stellen Provinciale Staten de Omgevingsverordening eind 2021 vast. De omgevingsverordening zal dan gelijk met de Omgevingswet in werking treden op 1 juli 2022. De omgevingsverordening bevat enerzijds algemene regels voor burgers en bedrijven en voor activiteiten. Daarnaast zijn instructieregels opgenomen voor bestuursorganen van de overheid, zoals gemeenten en waterschappen. Deze instructieregels dienen in acht te worden genomen bij de uitvoering van taken, zoals de vaststelling van een bestemmingsplan, en in de toekomst het omgevingsplan. De ontwikkelingsmogelijkheden en toegestane functies worden bepaald door de ligging van een locatie binnen de structuren en aanduidingen. Daarnaast bevat de verordening algemene regels voor de bevordering van de ruimtelijke kwaliteit. De rechtstreeks werkende regels zijn opgenomen in hoofdstuk 2 van de verordening. In hoofdstuk 3 zijn regels opgenomen waar gemeenten bij vaststelling van een bestemmingsplan rekening mee moeten houden. Voor elke ruimtelijke ontwikkeling geldt dat toepassing moet worden gegeven aan de basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies zoals deze zijn opgenomen in paragraaf 3.1.2. Voor het overige dient getoetst te worden aan de regels die van toepassing zijn op het werkingsgebied waar het plangebied in is gelegen.
In dit geval is het plangebied gelegen binnen de aanduidingen ‘Groenblauwe mantel’, ‘Landelijk gebied’, ‘Natuur Netwerk Brabant’, ‘Attentiezone waterhuishouding’ en ‘Norm wateroverlast buiten Stedelijk gebied’. Navolgend worden de relevante regels vanuit de verschillende aanduidingen benoemd en getoetst.
Paragraaf 3.1.2 IOV: Algemene regels In paragraaf 3.1.2 van de interim omgevingsverordening zijn algemene regels opgenomen voor een goede omgevingskwaliteit. Het geheel is vastgelegd in artikel 3.5 t/m 3.9. Met de regels wordt gezorgd voor een goede omgevingskwaliteit en een veilige, gezonde leefomgeving waarbij rekening gehouden wordt met: Art. 3.5 Zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit Een bestemmingsplan geeft bij evenwichtige toedeling van functies invulling aan een goede omgevingskwaliteit met een veilige, gezonde leefomgeving. Hieronder wordt verstaan zorgvuldig ruimtegebruik, de toepassing van lagenbenadering en meerwaardecreatie. Deze elementen worden behandeld in de toetsing aan artikel 3.6 tot en met 3.9 van de Iov. Er is sprake van een situatie waarbij in het plangebied, met ten zuiden de rijksweg A270 (100 km/h), een andere vorm van niet-agrarische bedrijvigheid dan reeds aanwezig, wordt mogelijk gemaakt. Aan de noordzijde van het plangebied is bosgebied gelegen met daarin enkele maatschappelijke en sportbestemmingen. Zo is er in het bosgebied, op een afstand van 165 meter tot de voorziene bedrijvigheid, een scouting gelegen. Op een afstand van 40 meter is een schuttersvereniging gelegen. Op 60 meter afstand is een sportvereniging gelegen met daarbij als activiteiten buitenschoolse opvang en evenementen.
Maatschappelijke en sportfuncties worden beschouwd als gevoelige objecten. Hiermee zijn de dichtstbijzijnde gevoelige objecten in kaart gebracht. De meest dichtbij gelegen woningen bevinden zich op een afstand van 340 meter en verder. In het plangebied, en tevens op het naastgelegen perceel, is al gedurende ruime tijd bedrijvigheid aanwezig. Op het naastgelegen perceel ligt de gemeentewerf van de gemeente Nuenen, welke bestaat uit het buiten opslaan van verschillende zaken zoals verkeersborden, hekken en andere bescheiden ten behoeve van wegenbouw en grondwerkzaamheden. Tevens worden hier de strooiwagens en ander materieel opgeslagen. De huidige bestemmingsplansituatie staat bedrijvigheid toe van bedrijven tot en met milieucategorie 3.1. In de beoogde situatie wordt bedrijvigheid tot en met milieucategorie 2 toegestaan. Het bouwvlak wordt weliswaar uitgebreid, echter zal de milieucategorie gunstiger zijn. Dit komt ten goede aan de overige in de omgeving gelegen beschermde functies. Ten aanzien van een goede omgevingskwaliteit en een gezonde leefomgeving is dit een vooruitgang. 12 Bestemmingsplan ‘Herziening Pastoorsmast 3-5, Nuenen’
Art. 3.6 Zorgvuldig ruimtegebruik Zorgvuldig ruimtegebruik houdt in dat de toedeling van functies in beginsel plaatsvindt binnen bestaand ruimtebeslag voor bebouwing, behalve in de gevallen dat nieuwvestiging mogelijk is op grond van de IOV of indien er feitelijk of vanuit kwalitatieve overwegingen onvoldoende ruimte is en uitbreiding op grond van de IOV is toegestaan. Onder bestaand ruimtebeslag wordt daarbij verstaan het werkingsgebied ‘Stedelijk gebied’ of een bestaand bouwperceel. Bij een stedelijke ontwikkeling moet daarnaast toepassing gegeven worden aan artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), de ladder voor duurzame verstedelijking. De beoogde ontwikkeling vindt plaats binnen bestaand ruimtebeslag voor bebouwing. Op het perceel zijn in de huidige situatie bedrijfsgebouwen binnen het bouwvlak en daarnaast buitenopslag toegestaan binnen het bestemmingsvlak. Het totale aantal vierkante meters waarbinnen activiteiten zijn toegestaan zal in de beoogde situatie verkleinen aangezien het bestemmingsvlak in omvang wordt teruggebracht. Het bouwvlak ten behoeve van het bedrijf krijgt dezelfde omvang als de bedrijfsbestemming. De bedrijvigheid zal hierdoor geheel inpandig plaatsvinden in de beoogde situatie. Er is sprake van een zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik omdat de beoogde functie binnen een reeds bestaande milieuzonering plaatsvindt.
Deze milieuzonering wordt zelfs gunstiger ten opzichte van de omgeving, aangezien de milieucategorie omlaag gaat. Daarnaast is de ontwikkeling gunstig gesitueerd vanaf de rijksweg A270 omdat de bebouwing slechts deels zichtbaar is, hier zijn tevens bomen aanwezig waardoor de bebouwing grotendeels aan het zicht wordt onttrokken. De bebouwing is in het geheel niet zichtbaar vanuit woongebied of vanaf de dichtbij gelegen functies voor maatschappelijke en sport doeleinden. Hiermee verandert er voor de ‘horizon’ niks, behalve vanaf de naastgelegen snelweg. De bebouwing wordt verder aan het zicht onttrokken doordat deze landschappelijk wordt ingepast, en de locatie omringd is door omvangrijke volwassen begroeiing bestaande uit grote bomen en bosschages. Er wordt tevens 3.900 m2 aan nieuw bos aangelegd op een deel van de gronden die in de huidige situatie bestemd zijn als ‘Bedrijf’. De beoogde verhuur van binnenruimten aan kleinschalige bedrijven , zzp’ers en privépersonen is passend op deze bedrijfslocatie. . Hier is er de ruimte voor ondernemers om hun (opslag)ruimte te bezoeken en daarbij hun voertuig vlakbij het gehuurde magazijn op te stellen. De weg Pastoorsmast is een brede asfaltweg die de extra verkeersbewegingen goed kan opvangen.
Het soort verkeer in de beoogde situatie, voornamelijk licht verkeer van personenwagens met aanhanger en bestelwagens, is tevens een verbetering ten opzichte van de huidige situatie. In de huidige situatie betreft de bedrijvigheid namelijk onder andere zwaar verkeer zoals tractoren, vrachtauto’s, mobiele kranen en rupskranen. Bij zorgvuldig ruimtegebruik is het belangrijk dat de mogelijkheden voor de locatie in de toekomst worden beschermd. De komende jaren zal er nog veel vraag zijn naar (opslag)ruimten voor kleinschalige bedrijven en zzp’ers. Er is nog steeds een toename in het aantal zzp’ers en juist bij deze groep is de vraag naar ruimte groot aangezien deze vaak niet voorhanden is bij hun woonhuis. Een bedrijfsgebouw van een verhuurbedrijf bestaat uit een ‘schil’ van het gebouw die aan de binnenkant op verschillende manieren is in te delen en in te richten. Hierdoor is het gebouw van binnen aan te passen wanneer de veranderende markt daarom vraagt. Een dergelijke bedrijfshal is een veelzijdig gebouw, die op velerlei manieren te gebruiken is. Hiermee is een duurzame invulling van de locatie voor de toekomst verzekerd. Om te bepalen of toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking noodzakelijk is, dient te worden vastgesteld of hier sprake is van een stedelijke ontwikkeling.
Een stedelijke ontwikkeling is ‘een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’ volgens artikel 1.1.1 Bro. Hierbij is geen ondergrens vastgelegd. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. De laddertoets geldt alleen voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen. In onderhavige situatie is geen sprake van een nieuw beslag op de ruimte aangezien het gebied reeds bestemd is tot bedrijf. Het nieuwe plan maakt niet meer mogelijk dan er op 13 Bestemmingsplan ‘Herziening Pastoorsmast 3-5, Nuenen’
grond van het voorheen geldende planologische regime aanwezig was, of kon worden gerealiseerd. Binnen het gehele bestemmingsvlak was het namelijk al mogelijk om bebouwing te realiseren en dit bestemmingsvlak wordt niet vergroot maar zelfs verkleind. Aangezien er geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling kan de ontwikkeling als ‘Laddervrij’ worden beschouwd. Art. 3.7 Toepassing voor de lagenbenadering De toepassing van de lagenbenadering omvat het effect van de ontwikkeling op verschillende lagen. Hierbij dient onderzocht te worden wat de effecten zijn op: ▪ de ondergrond: o.a. bodem, grondwater en archeologische waarden; ▪ de netwerklaag: o.a. infrastructuur, natuurnetwerk, energienetwerk, waterwegen, personen- en goederenverkeer ; ▪ de bovenste laag: o.a. cultuurhistorische en landschappelijke waarden, omvang en aard bebouwing, effecten op de bestaande en toekomstige functies mbt volksgezondheid, veiligheid en milieu. Hierbij dient te worden gekeken naar het verleden, heden en de toekomst. De beoogde ontwikkeling mag geen negatieve effecten hebben op de waarden in de omgeving en dient ook in de toekomst geen beperkingen op te leveren voor de omgeving. De losse aspecten uit deze opsomming worden behandeld in hoofdstuk 4 van deze toelichting.
In samenhang met elkaar kan worden gezegd dat de rijksweg A270 het voornaamste omgevingsaspect is dat bepalend is voor de ruimtelijke structuur in en om het plangebied. De zuidgrens van het plangebied volgt namelijk de A270 aan de grens. Deze weg is al op historische kaarten te zien vanaf 1850 (Bron: topotijdreis.nl). Het gebied maakte tot het eind van de 19e eeuw deel uit van de Refelingse Heide. Dit was een gedeelte van de Strabrechtse Heide: een groot heidegebied tussen de dalen van de Kleine Dommel en de Aa. Later is hier bosgebied op gekomen waardoor momenteel een volwassen bos aanwezig is met hoge bomen en bosschages. Waarbij ook een groot gedeelte is aangemerkt als Natuur Netwerk Brabant. Na de Tweede Wereldoorlog werd Nuenen uitgebreid met woonwijken en ook bedrijventerreinen. Waaronder ook het bedrijventerrein Eeneind ten zuidwesten van het plangebied. In het begin van de jaren 1970 wordt, ter plaatse van wat nu de A270 is, een snelweg aangelegd. In de omgeving van het plangebied is deze weg de grootste pijler, waaraan in de toekomst geen wijzigingen zullen plaatsvinden behalve wellicht het wijzigen van de maximumsnelheid. Intussen is Nuenen een grote forensengemeente geworden, met name voor de stad Eindhoven. Het plangebied is gelegen aan de andere kant van Nuenen, namelijk tussen Nuenen en Helmond in.
Het plangebied is echter direct naast de afslag ‘Nuenen, Gerwen, Geldrop en Gulbergen – Dierenrijk’ gelegen. Zoals al eerder is genoemd in het gebied dat te typeren is als ‘rest bebouwde kom’. De locatie zal altijd blijven liggen aan een grote weg en ook zal de bosrijke omgeving in stand worden gehouden. Het bos is namelijk opgenomen in Natuur Netwerk Brabant. In de beoogde situatie wordt 3.900 m2 extra bos hieraan toegevoegd, waardoor deze situatie alleen maar versterkt zal worden, en een bosrijke landschappelijke inpassing gegarandeerd is. Door de ligging aangrenzend aan de afslag komt het open gebied tussen Nuenen en Helmond niet in het geding. Hierdoor blijft er een duidelijke scheiding tussen de twee stedelijke gebieden van de genoemde plaatsen. Met voorgaande is aangetoond dat de situatie op een goede manier passend is, en als het ware is mee ontwikkeld met de tijdgeest van Nuenen en haar uitbreidingen. De ontwikkeling doet geen afbreuk aan de ondergrond, netwerklaag en de bovenste laag. Op de losse aspecten wordt in navolgend hoofdstuk verder in gegaan.
Art. 3.8 Meerwaardecreatie; Het aspect meerwaardecreatie omvat een evenwichtige benadering van de economische, ecologische en sociale aspecten die in een gebied en bij een ontwikkeling zijn betrokken. Het biedt de mogelijkheid om 14 Bestemmingsplan ‘Herziening Pastoorsmast 3-5, Nuenen’
opgaven en ontwikkelingen te combineren, waardoor er meerwaarde ontstaat. Daarnaast ontstaat een bijdrage aan andere opgaven en belangen dan die rechtstreeks met de ontwikkeling gemoeid zijn. De fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit zoals bedoeld in art. 3.9 kan deel uitmaken van de meerwaardecreatie. In dit geval wordt onder andere meerwaarde gecreëerd door het verkleinen van het bestemmingsvlak voor de functie bedrijf. Hiermee vindt in de toekomstige situatie de bedrijvigheid inpandig plaats en is er geen sprake van een verrommeld beeld door verschillende bebouwingen, zoals keermuren en afdaken, ten behoeve van buitenopslag meer mogelijk. Naast het verkleinen van het bestemmingsvlak bedrijf wordt meerwaarde gecreëerd doordat een oppervlakte van 3.900 m2 als bos wordt bestemd. In de regels van dit bestemmingsplan wordt hiervoor een aanleg- en een instandhoudingsverplichting opgelegd. Hiermee is de realisatie maar ook het onderhoud en het voortbestaan van dit nieuwe bosgebied gewaarborgd. Tevens is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld om te zorgen voor kwaliteitsverbetering in het plangebied. Een bijdrage aan meerwaarde wordt ook gerealiseerd aangezien het aantal zzp’ers nog steeds groeiende is. Er wordt meerwaarde behaald omdat bij het initiatief ontwikkelingen worden gecombineerd.
Om te kunnen voorzien in (opslag)ruimte voor deze ondernemers, die dit aan huis niet kunnen realiseren, is het belangrijk om dit op een goede manier te faciliteren. In 2018 bedroeg het aandeel zzp’ers in de gemeente Nuenen, Gerwen en Nederwetten nog 13,9% van het totaal aantal werkenden, in 2019 is dit aandeel al gestegen tot 14,3% (Bron: CBS). Een grote groep van de zzp’ers is werkzaam in de bouwnijverheid (bron: CBS) waarvoor bij uitstek een (opslag)ruimte van belang is. Momenteel is 24,6% van de werkenden in de bouwnijverheidssector zzp’er. De conclusie is dat verschillende met elkaar samenhangende aspecten bij deze ontwikkeling samenkomen en tot meerwaarde van het planvoornemen leiden. Tevens wordt er extra natuur mogelijk gemaakt en wordt ook de landschappelijke kwaliteit verbeterd. Art. 3.9 Kwaliteitsverbetering van het landschap Een bestemmingsplan dat een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt in Landelijk Gebied bepaalt dat die ontwikkeling gepaard gaat met een fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit van het gebied. De verplichte landschappelijke inpassing uit dit artikel wordt in het plangebied toegepast. Dit wordt financieel, juridisch en feitelijk geborgd. Dit gebeurt door middel van een anterieure overeenkomst en planschadeovereenkomst tussen initiatiefnemer en gemeente en voorwaardelijke verplichtingen in de regels van dit bestemmingsplan.
De afspraken van het regionaal overleg dienen bij ontwikkelingen te worden nagekomen. In het regionaal overleg Stedelijk Gebied Eindhoven (SGE), waar gemeente Nuenen deel van uitmaakt, zijn geen specifieke afspraken opgenomen over het plangebied (Bron: stedelijkgebiedeindhoven.nl). Wel wordt uit de programmering duidelijk dat het spreekwoordelijke stoplicht voor kavels op het nabijgelegen bedrijventerrein Eeneind II Zuid op groen staat. Hier is dus nog voldoende vraag naar de uit te geven kavels. Dit is voor onderhavig plan niet direct van toepassing maar toont wel aan dat er vraag naar bedrijfsruimte in de gemeente Nuenen aanwezig is. Een verbetering van de landschappelijke kwaliteit vindt plaats op grond van, de in de interim omgevingsverordening verplichte, landschappelijke inpassing. Er worden landschapselementen en een bos toegevoegd. Dit onderdeel zal verder worden toegelicht in paragraaf 3.3 van deze toelichting, waarin het landschappelijk inpassingsplan en het natuurcompensatieplan wordt toegelicht. Bij de aanleg wordt verharding weggenomen en er wordt bos aangelegd ten behoeve van het Natuur Netwerk Brabant en ecologische verbindingszones. Hiermee kan worden gesteld dat ruimschoots wordt voldaan aan de eisen ten aanzien voor de kwaliteitsverbetering van het landschap. 15 Bestemmingsplan ‘Herziening Pastoorsmast 3-5, Nuenen’
Art. 3.15 Bescherming Natuur Netwerk Brabant Lid 1: Een bestemmingsplan van toepassing op Natuur Netwerk Brabant a. sterkt tot behoud, herstel of de duurzame ontwikkeling van de ecologische waarden en kenmerken; b. bevat regels gericht op de bescherming van de ecologische waarden en kenmerken en houdt daarbij ook rekening met andere aanwezige waarden en kenmerken, zoals rust, stilte, cultuurhistorische waarden en kenmerken; c. staat, zolang het Natuur Netwerk Brabant niet is gerealiseerd, bestaande bebouwing en bestaande planologische gebruiksactiviteiten toe. Lid 2: Als ecologische waarden en kenmerken gelden de natuurbeheertypen zoals vastgelegd op de beheertypenkaart en de ambitiekaart van het natuurbeheerplan. Lid 3: Als de inrichting en beheer van het Natuur Netwerk Brabant binnen een gebied is verzekerd, stelt de gemeente binnen negen maanden een bestemmingsplan vast overeenkomstig het eerste lid. Door verkleining van het bestemmingsvlak vinden met het initiatief geen activiteiten/werkzaamheden (meer) plaats binnen het NNB. Dit was in het voorliggende bestemmingsplan ‘Pastoorsmast 3-5’ uit 2016 al vastgelegd en wordt met dit plan duurzaam verzekerd omdat nieuwe bedrijfsontwikkelingen pas plaats mogen vinden als het compensatieplan uit 2015 en het landschappelijk inpassingsplan zijn aangelegd. Tevens wordt met dit plan 3.900 m2 extra nieuwe natuur aan het bos toegevoegd.
Dit bos wordt aangelegd op een deel van de gronden die in de bestaande situatie zijn bestemd als ‘Bedrijf’.
Art. 3.16 Externe werking Natuur Netwerk Brabant Lid 1: In aanvulling op de Wet natuurbescherming bepaalt een bestemmingsplan dat een ontwikkeling toelaat in Stedelijk Gebied of Landelijk Gebied, die een aantasting geeft van de ecologische waarden en kenmerken in het Natuur Netwerk Brabant, dat de negatieve effecten waar mogelijk worden beperkt en de overblijvende, negatieve effecten worden gecompenseerd, overeenkomstig artikel 3.22 Compensatie. Door uitvoering van activiteiten kan er sprake zijn van een toename in verstoring in het gebied van het NNB. Aspecten die voor verstoring kunnen zorgen worden navolgend behandeld. Als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling is er mogelijk sprake van een toename in verstoring door geluid tijdens de aanlegfase van de nieuwe bedrijfsbebouwing. Hiervoor zal werkverkeer aanwezig zijn en aanlegwerkzaamheden uitgevoerd worden, wat kan leiden tot geluidshinder. Deze aanlegfase is echter tijdelijk en zal niet geen permanente verstoring veroorzaken. Daarbij zorgt het beoogde opslag bedrijf niet voor een toename van verkeersbewegingen. In vergelijking met de huidige planologische situatie (grondverzetbedrijf) zal er sprake zijn van een aanzienlijke afname van grote vrachtwagens en landbouwvoertuigen, zoals in paragraaf 4.6 verder is toegelicht.
Tevens wordt de bedrijfsbestemming verkleind en vinden verkeersbewegingen uitsluitend plaats tussen de bedrijfsgebouwen. Hierdoor wordt voorkomen dat de geluidshinder verder reikt dan de plaats waar activiteiten plaatsvinden. De gebouwen zullen een geluid afschermende werking hebben naar het NNB. In de huidige situatie vinden verkeersbewegingen met zware voertuigen of het gehele terrein plaats. In de beoogde situatie zal dit alleen licht verkeer betreffen. Activiteiten zullen grotendeels inpandig plaatsvinden waardoor geluidshinder hiervan ook wordt beperkt. Er kan dus geconcludeerd worden dat de kenmerken en waarden van het NNB niet zullen worden aangetast door geluidshinder als gevolg van het planvoornemen. Kunstmatige verlichting in de nachtperiode kan leiden tot verstoring van het gedrag van schemer- en nacht-actieve dieren. De aanlegwerkzaamheden van de beoogde bedrijfsbebouwing zullen overdag worden uitgevoerd. Hierdoor is van verstoring door licht tijdens de aanlegwerkzaamheden geen sprake. De bedrijfsbestemming wordt verkleind waardoor er ten opzichte van de bestaande situatie een minder groot oppervlak uitpandig belicht hoeft te worden. De belichting zal direct gericht zijn op de gronden 16 Bestemmingsplan ‘Herziening Pastoorsmast 3-5, Nuenen’
voor het bedrijf en zullen niet gericht worden op het omliggende bos. De belichting zal alleen geplaatst worden tussen de gebouwen waardoor de gebouwen de uitstraling van licht naar het NNB zullen beperken. Derhalve kan geconcludeerd worden dat de kenmerken en waarden van het NNB niet zullen worden aangetast door lichthinder als gevolg van het planvoornemen. Trillingen kunnen leiden tot verstoring van het natuurlijke gedrag van soorten en kan ervoor zorgen dat dieren worden verdreven uit hun leefgebied. De geplande aanlegwerkzaamheden kunnen extra trillingen veroorzaken. Derhalve moeten werkzaamheden zoveel mogelijk worden uitgevoerd met trillings-vrije aanlegmachines. Tijdens de gebruiksfase zal er geen extra verstoring in het NNB zijn ten opzichte van de bestaande situatie. Het aandeel zware verkeersbewegingen neemt beduidend af, waardoor verstoring hiervan ook afneemt. Dit is een positieve ontwikkeling voor omliggende gebieden. Er kan geconcludeerd worden dat de waarden van het NNB niet zullen worden aangetast als gevolg van hinder door trillingen. Optische verstoring treedt op bij aanwezigheid en beweging van mensen of voorwerpen die niet thuishoren in een natuurlijk systeem. In de bestaande situatie is een grondverzetbedrijf aanwezig in het plangebied.
Door het planvoornemen wordt de bedrijfsbestemming verkleind en wordt de bedrijfsbebouwing geconcentreerd op een kleiner oppervlakte. Rondom het plangebied is een bos gelegen wat ervoor zorgt dat de bebouwing aan het zicht wordt onttrokken, zoals beschreven in paragraaf 2.1. Tevens wordt het planvoornemen zorgvuldig landschappelijk ingepast in aanvulling op het bestaande compensatieplan waardoor verstoring tevens wordt voorkomen. Er kan dus worden geconcludeerd dat de waarden van het NNB niet zullen worden aangetast door optische verstoring als gevolg van het planvoornemen. Mechanische verstoring kan optreden als gevolg van bijvoorbeeld betreding, golfslag of luchtwervelingen. Tijdens de aanlegfase van de beoogde bedrijfsbebouwing kan er mogelijk sprake zijn van mechanische verstoring. Dit is echter tijdelijk en zal niet leiden tot permanente verstoring. De werkzaamheden zullen plaatsvinden binnen de bedrijfsbestemming. Dit is volledig buiten de grenzen van het NNB. Er kan dus geconcludeerd worden dat de kenmerken en waarden van het NNB niet zullen worden aangetast door mechanische verstoring als gevolg van het planvoornemen. Verdroging, vernatting of verandering in stroomsnelheid of overstromingsdynamiek van beken en rivieren kunnen de ecologie van een natuurlijk systeem beïnvloeden.
Doordat er nieuwe bebouwing en dus verhard oppervlak gerealiseerd wordt, kan dit een effect hebben op het watersysteem. Derhalve wordt gezorgd voor een retentievoorziening, welke verder is toegelicht in paragraaf 4.3. Er kan dus geconcludeerd worden dan de waarden van het NNB niet zullen worden aangetast door verandering in waterhoeveelheid als gevolg van het planvoornemen. Op basis van het voorgaande kan worden geconcludeerd dat het planvoornemen voldoet aan het beleid met betrekking tot het Natuur Netwerk Brabant. Er is geen sprake van verstoring van het gebied. Er wordt gecompenseerd voor de toename aan bedrijfsbebouwing (3.900 m2) door middel van de realisatie van 3.900 m2 nieuw bos. Dit bos wordt aangelegd op de gronden die in de huidige situatie bestemd zijn als ‘Bedrijf’. Deze gronden grenzen aan het NNB. Het beoogde bos zal dus onderdeel uit gaan maken van een nieuw deel NNB.
Art. 3.32 Regels Landschappelijke waarden in de groenblauwe mantel Artikel 3.32 IOV bepaalt dat een bestemmingsplan van toepassing op de Groenblauwe mantel: a. Sterkt tot behoud, herstel of duurzame ontwikkeling van het watersysteem en de daarmee samenhangende ecologische waarden en kenmerken en landschappelijke waarden en kenmerken; b. Stelt regels ter bescherming van de ecologische, landschappelijke en hydrologische waarden en kenmerken van het gebied; 17 Bestemmingsplan ‘Herziening Pastoorsmast 3-5, Nuenen’
c. Borgt dat een ontwikkeling gepaard gaat met een positieve bijdrage aan de bescherming en ontwikkeling van de ecologische waarden en kenmerken en landschappelijke waarden en kenmerken. Lid 2: De toelichting bij een bestemmingsplan als bedoeld in het eerste lid bevat een beschrijving van de aanwezige ecologische waarden en kenmerken en landschappelijke waarden en kenmerken. Door middel van een flora- en faunaonderzoek is ten behoeve van het vigerende bestemmingsplan in kaart gebracht wat de landschappelijke en ecologisch waarden en kenmerken binnen het plangebied zijn. Het volledige onderzoek is te vinden in Bijlage 1. Een samenvatting van de resultaten uit dit onderzoek is opgenomen in paragraaf 4.4. Middels het compensatieplan dat er reeds ligt wordt aandacht gegeven aan het versterken van het watersysteem in relatie met de ecologische waarden. Daarvoor wordt onder andere een waterpartij aangelegd waarin amfibieën zich kunnen vestigen. Met de beoogde ontwikkeling wordt bovenop de reeds voorgenomen compensatie nog eens 3.900 m2 extra bos aangelegd. Hierdoor worden de landschappelijke en ecologische waarden van het gebied extra versterkt. Middels de aanleg- en instandhoudingsverplichting wordt de bescherming van de betreffende waarden geborgd. Hiermee wordt voldaan aan de regels betreffende de groenblauwe mantel.
Art. 3.71 Bestaande niet-agrarische functie in Landelijk gebied Een bestemmingsplan van toepassing op Landelijk gebied bevat regels voor een bestaande nietagrarische functie die: a. De bestaande planologische gebruiksactiviteit vastleggen; b. Een toename van de gebruiksoppervlakte voor mestbewerking uitsluiten; c. Kunnen voorzien in een redelijke uitbreiding, als dat past binnen de gewenst ontwikkelingsrichting van het gebied waarbij de volgende aspecten zijn betrokken: 1. Een gebiedsgerichte benadering welke activiteiten en functies passen in de omgeving; 2. Welke effecten de mogelijke ontwikkeling heeft op andere aspecten, waaronder mobiliteit, agrarische ontwikkeling, leefbaarheid en leegstand elders. 3. Hoe de uitbreiding bijdraagt aan het versterken van de omgevingskwaliteit, waaronder een bijdrage aan de sloop van overtollig en leegstaand vastgoed in het Landelijk gebied. In het plangebied is in de huidige situatie een niet-agrarisch bedrijf t/m milieucategorie 3.1 conform de Staat van bedrijfsactiviteiten toegestaan. Vanwege de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – grondverzet’ is ook een grondverzetbedrijf toegestaan. Deze functie behoort tevens tot milieucategorie 3.1. Derhalve is met de ontwikkeling geen sprake van de vestiging van een nieuwe niet-agrarische functie maar van ontwikkeling van een bestaande niet-agrarische functie.
Er is reeds een niet-agrarisch bedrijf in het plangebied aanwezig. In de beoogde situatie zal de functieaanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – grondverzet’ wijzigen in ‘specifieke vorm van bedrijf - verhuurbedrijf’. Deze functie behoort tot milieucategorie 2. Hierdoor is een afname van de milieucategorie ten opzichte van de bestaande situatie. Tevens is er een sterke afname in het aantal zware verkeersbewegingen van en naar het bedrijf. Dit zal een positief effect hebben op de omgeving. De milieubelasting op omliggende gevoelige functies, zoals de scouting, sportvelden, school, begraafplaats en het Bijna Thuis Huis, zal beduidend afnemen. Het planvoornemen heeft betrekking op bedrijvigheid die geen publieksaantrekkende werking kent. Het plan beoogt een duurzame rood-groene inrichting van het bosrijke kernrandgebied Oude Landen door clustering van functies. Het Natuur Netwerk Brabant wordt uitgebreid en er wordt een natuurontwikkelingsplan gerealiseerd. De natuurcompensatieverplichting ligt vast in het vigerende bestemmingsplan. Ten behoeve van de beoogde ontwikkeling is er een nieuw landschappelijk inpassingsplan opgesteld aan de hand van het compensatieplan dat er reeds ligt. Hier bovenop zal nog eens 3.900 m2 aan extra openbaar bos worden gerealiseerd wat zorgt voor evenredige kwaliteitsverbetering.
Middels een voorwaardelijke verplichting wordt geborgd dat de nieuwe natuur wordt aangelegd voordat gebruik mag worden gemaakt van een omgevingsvergunning voor de bouw van nieuwe bedrijfsgebouwen. 18 Bestemmingsplan ‘Herziening Pastoorsmast 3-5, Nuenen’
Om de specifieke gebruiksactiviteit te regelen wordt de functieaanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf - verhuurbedrijf’ toegekend. Op die manier is het in de toekomst niet rechtstreeks mogelijk om bedrijvigheid in andere categorieën te exploiteren. Hiervoor zal opnieuw een ruimtelijke afweging gemaakt moeten worden. De bedrijfsgebouwen worden verhuurd als (opslag)ruimte voor derden, zoals zzp-ers en andere kleinschalige bedrijven. Het doel is statische en ambulante opslag. In de regels wordt geborgd dat het buiten opslaan of stallen van goederen en materieel niet is toegestaan. De locatie is passend in de omgeving aangezien de plaatsing van deze bestemming hier geen afbreuk doet aan het behoud van een open panorama tussen Nuenen en Helmond in. Tevens wordt de bestaande bedrijfsbestemming verkleind. In het bijzonder is een verhuurbedrijf passend nabij de snelweg en andere uitvalswegen. De mobiliteit is dan ook niet in het geding, de plek is goed bereikbaar en de weg kan gezien de aard de verkeersbewegingen goed opvangen. De bewegingen van zwaar verkeer, die in de huidige situatie aanwezig zijn, zullen hiermee verdwijnen. Dit komt de doorstroming en verkeersafwikkeling ten goede. Er zijn in de nabijheid geen agrarische bedrijven die in hun activiteiten worden beperkt.
Leegstand elders is onwaarschijnlijk gezien het feit dat er op het nabijgelegen Eeneind Zuid II voldoende vraag is naar bedrijfsruimen, zoals hiervoor reeds is toegelicht. Gezien de ligging nabij de snelweg enerzijds, en bosgebied anderzijds, zullen er geen nadelige effecten opreden op het aspect leefbaarheid. Het plan doet geen afbreuk aan de aantrekkelijkheid van het gebied om daar te verblijven. Om aan te tonen dat het planvoornemen passend is binnen de ontwikkelingsrichting wordt hierbij de structuurvisie Nuenen in ogenschouw genomen. Uit de Structuurvisie blijkt dat integrale gebiedsontwikkeling de ambitie is. Het behouden en ontwikkelen van het overwegend groene gebied als kenmerkende gebiedsidentiteit in de stedelijke regio Eindhoven-Helmond staat centraal. In dit middengebied, waarin Nuenen valt, kan op een hoogwaardige manier worden gewoond, gewerkt en gerecreëerd. Nuenen is een groene gemeente en wil dat graag blijven. De toekomst van het gebied is het behoud en versterken van de bossen. Deze bijzondere kwaliteiten mogen niet verdwijnen door vergaande verstedelijking, toenemende mobiliteit en een ontoereikend wegennet. Nieuwe ontwikkelingen buiten de reeds toegestane ontwikkelingen zijn in feite uitgesloten door de ligging van het NNB en de groen blauwe mantel. Waar bestaande structuren langs verbindingslijnen zijn ontstaan, is het zaak te investeren in kwaliteit.
Met het planvoornemen wordt geïnvesteerd in kwaliteit van een bestaande situatie langs de verbindingslijn A270. Het bestaande bestemmingsvlak wordt verkleind en er wordt 3.900 m2 aan openbaar bos aangelegd. De beoogde plannen passen qua activiteiten en functies binnen het gebied. Een verhuurbedrijf past qua milieuzonering goed bij de in de omgeving aanwezige overige functies. Er is een afname van de milieucategorie van het bedrijf ten opzichte van de bestaande situatie. De activiteit neemt geen milieurisico’s met zich mee, er is geen sprake van een grote geluidsproductie bij de activiteit en er is geen gevaar voor de omgeving. Dit type bedrijf past goed binnen de gemengde omgeving. De ligging is namelijk te typeren als ‘gemengd gebied’ en niet als ‘rustige woonwijk’. Het begrip gemengde omgeving is omschreven in de VNG Brochure ‘Bedrijven en milieuzonering’. Een gemengd gebied is: ‘een gebied dat direct langs de hoofdinfrastructuur ligt behoort tot het omgevingstype gemengd gebied’. Hier kan de verhoogde milieubelasting voor geluid de toepassing van kleinere richtafstanden rechtvaardigen. Geluid is voor de te hanteren afstand van milieubelastende activiteiten veelal bepalend. Wel dient hierbij rekening te worden gehouden met het vervoer van gevaarlijke stoffen over deze transportas. Dit wordt verder toegelicht in paragraaf 4.2 bij het aspect externe veiligheid.
Het gaat hier om een bestaand bestemmingsvlak dat met het planvoornemen wordt verkleind. De bedrijvigheid is kleinschalig binnen deze gemengde omgeving. Het plangebied beslaat in totaal 44.120 m2 waarvan minder dan 30% als bedrijf is bestemd. De overige ruim 70% is bestemd als natuur. De bedrijfsbestemming (circa 12.000 m2) is tevens van vergelijkbare grootte als dat van de naastgelegen gemeentewerf (10.000 m2). Hiermee kan worden gesteld dat de schaalgrootte passend is in de omgeving. 19 Bestemmingsplan ‘Herziening Pastoorsmast 3-5, Nuenen’
Art. 4.4 Regels norm wateroverlast buiten Stedelijk gebied Lid 1: met het oog op de bergings- en afvoercapaciteit waarop regionale wateren moeten zijn ingericht, buiten Stedelijk gebied, als norm een overstromingskans geldt van: 1/100 per jaar voor gebieden met de ruimtelijke bestemming hoofdinfrastructuur en spoorwegen; 1/50 per jaar voor glastuinbouw en hoogwaardige land- en tuinbouw 1/25 per jaar voor akkerbouw; 1/10 per jaar voor grasland. Lid 2: Voor bebouwing die is gelegen buiten Stedelijk gebied geldt de norm van het omringende landgebruik. Lid 3: De norm, bedoeld in het eerste lid, betreft een inspanningsverplichting.
Art. 4.6 Regels Normvrij gebied Binnen Normvrij Gebied geldt geen verplichting voor het waterschap om een genormeerd beschermingsniveau te bieden. Een gedeelte van het plangebied valt onder artikel 4.4 en een gedeelte onder artikel 4.6. De bedrijfsbestemming ligt binnen de groenblauwe mantel, de bosbestemming ligt binnen Natuur Netwerk Brabant dat normvrij is. De waterhuishouding wordt verder behandeld in paragraaf 4.3. Conclusie
Geconcludeerd kan worden dat de beoogde planologische herziening voldoet aan het provinciale beleid.
3.3 Gemeentelijk beleid Structuurvisie Nuenen Om nieuwe ontwikkelingen in de gemeente Nuenen, Gerwen en Nederwetten in goede banen te leiden, heeft de gemeente de Structuurvisie voor Nuenen opgesteld. In navolgende afbeelding is een uitsnede uit de plankaart van de structuurvisie te zien. Het plangebied is daarop globaal weergegeven door middel van een blauwe cirkel.
Afbeelding 3.1: Structuurvisie Nuenen
In voorgaande afbeelding is te zien dat de projectlocatie is gelegen in het gebied ‘Bos’. Het plangebied wordt niet genoemd als bedrijventerrein/-locatie. Waarschijnlijk gezien de kleinschaligheid van het terrein. Wel is in zijn algemeenheid beleid gevormd over bedrijventerreinen. Een belangrijk punt daarbij 20 Bestemmingsplan ‘Herziening Pastoorsmast 3-5, Nuenen’
is zuinig ruimtegebruik. Ten aanzien van ontwikkelingen van bedrijventerreinen ligt er voor het bedrijfsleven, de betrokken overheden en andere initiatiefnemers een gezamenlijke opgave op het vlak van inbreiden, herstructureren en het intensief en meervoudig gebruik van de ruimte. Dit wil zeggen dat de ruimte op bestaande bedrijventerreinen beter wordt benut, waarbij de gemeente sterk inzet op herstructurering van (verouderde) bedrijventerreinen. Daarnaast is het van belang dat door intensivering en meervoudig ruimtegebruik de ruimteproductiviteit en de ruimtelijke kwaliteit worden verhoogd. De uitgeefbare ruimte op bedrijventerreinen is bestemd voor bedrijfsactiviteiten die vanwege hun milieuhinder, omvang en/of verkeersaantrekkende werking niet in een (gemengde) woonomgeving passen. Het plan sluit heel goed aan bij dit gemeentelijke beleid. Door herstructurering van en intensivering door het bebouwen van een buitenterrein dat niet meer gebruikt wordt, binnen een bestaande bedrijfsbestemming, worden nieuwe bedrijfsruimtes gecreëerd ten behoeve van verhuur als (opslag)ruimte voor derden, zoals zzp-ers en andere kleinschalige bedrijven. Deze zijn momenteel niet tot weinig beschikbaar binnen de gemeente Nuenen, terwijl er wel een grote vraag is, zonder dat extra oppervlakte aan bedrijventerrein wordt gerealiseerd.
Gezien de milieucategorie omlaag kan worden gebracht én een deel van het bedrijventerrein wordt omgevormd tot bosgebied is sprake van een verbeterde situatie. Het is voor de gemeente een positieve situatie dat er aanleg plaatsvindt van een aanzienlijk oppervlakte extra bosgebied. Het plan heeft geen nadelige gevolgen voor de in de Structuurvisie Nuenen geformuleerde ruimtelijke ambities. Omgevingsvisie Nuenen Op 23 februari 2021 is de omgevingsvisie Nuenen in ontwerp ter visie gelegd. Hierin staat het toekomstbeeld van de Nuenense leefomgeving beschreven. De visie beschrijft de kernkwaliteiten van Nuenen en benoemt de opgaven voor de fysieke leefomgeving en hoe deze samenkomen. Bij de visie is tevens een kaart gevoegd. In navolgende afbeelding is het plangebied met een blauwe cirkel globaal weergegeven.
Afbeelding 3.2: Structuurvisie buitengebied Nuenen
Het plangebied ligt in het landschapstype ‘jong kampenlandschap (jonge ontginningen)’. De kwaliteiten van dit landschap zijn grootschalige bospercelen, ecologisch waardevolle natuurverbindingen, afwisselend droge en natte natuur, de bospercelen hebben een grote CO2 opnamecapaciteit. Het plan voorziet in het toevoegen van een aanzienlijk oppervlakte aan bos. Hiermee wordt de waarde van de natuur met bijbehorende opnamecapaciteit aan CO2 verder versterkt. Tevens wordt hiermee de ecologisch waardevolle natuurverbinding verder verbeterd.