Bestemmingsplan Nuenen Zuidoost, herziening De Mijlpaal (vaststelling)
Tekst van het document
Bestemmingsplan Nuenen Zuidoost, herziening De Mijlpaal
Nuenen, Gerwen en Nederwetten
bestemmingsplan
identificatie
planstatus
identificatiecode:
datum:
NL.IMRO.0820.BPNuenDeMijlpaal-ON01 projectnummer:
opdrachtleider:
31 maart 2022
status:
concept voorontwerp ontwerp vastgesteld
2
Inhoudsopgave
Toelichting
5
Hoofdstuk 1
Inleiding
7
1.1
Aanleiding en doel
7
1.2
Ligging plangebied
7
1.3
Geldend bestemmingsplan
8
1.4
Leeswijzer
9
Hoofdstuk 2
Planbeschrijving
11
2.1
Huidige situatie
11
2.2
Toekomstige situatie
12
Hoofdstuk 3
Beleidskader
15
3.1
Inleiding
15
3.2
Rijksbeleid
15
3.3
Provinciaal beleid
20
3.4
Regionaal beleid
22
3.5
Gemeentelijk beleid
25
Hoofdstuk 4
Omgevingsaspecten
29
4.1
Waterhuishouding
29
4.2
Verkeersaspecten
31
4.3
Archeologie
33
4.4
Cultuurhistorie
34
4.5
Bodemkwaliteit
35
4.6
Wegverkeerslawaai
36
4.7
Milieuhinder en bedrijven
37
4.8
Luchtkwaliteit
38
4.9
Externe veiligheid
40
4.10
Ecologie
43
4.11
Kabels en leidingen
45
4.12
Duurzaamheid, energie en klimaatadaptatie
45
4.13
Vormvrije m.e.r.-beoordeling
46
Hoofdstuk 5
Financiële uitvoerbaarheid
47
Hoofdstuk 6
Juridische uitvoerbaarheid
49
6.1
Wettelijk kader
49
6.2
Opzet van de bestemmingsregeling
49
6.3
Toelichting op de gehanteerde bestemmingen
50
Rho adviseurs voor leefruimte
3
6.4
Toelichting op de algemene regels
50
6.5
Toelichting op de overgangs- en slotbepalingen
51
Hoofdstuk 7
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
53
7.1
Vooroverleg ex artikel 3.1.1 Bro
53
7.2
Omgevingsdialoog
53
7.3
Zienswijzen
53
7.4
Beroep
53
Bijlagen bij toelichting
55
Bijlage 1
Stedenbouwkundige randvoorwaarden
57
Bijlage 2
Parkeerbehoefte
59
Bijlage 3
Archeologisch onderzoek
61
Bijlage 4
PvE archeologische proefsleuven
63
Bijlage 5
Goedkeuring PvE proefsleuven
65
Bijlage 6
Verkennend bodemonderzoek
67
Bijlage 7
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
69
Bijlage 8
Boom effect analyse
71
Bijlage 9
Memo Stikstof
73
Bijlage 10
AERIUS gebruiksfase
75
Bijlage 11
AERIUS realisatiefase
77
Bijlage 12
Quickscan flora en fauna
79
Bijlage 13
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling
81
Regels
83
Hoofdstuk 1
Inleidende regels
85
Artikel 1
Begrippen
85
Artikel 2
Wijze van meten
91
Hoofdstuk 2
Bestemmingsregels
93
Artikel 3
Centrum
93
Artikel 4
Groen
95
Artikel 5
Maatschappelijk
96
Artikel 6
Verkeer
98
Artikel 7
Wonen
99
Artikel 8
Waarde - Archeologie middelhoog
101
Rho adviseurs voor leefruimte
4
Hoofdstuk 3
Algemene regels
103
Artikel 9
Antidubbeltelregel
103
Artikel 10
Algemene bouwregels
104
Artikel 11
Algemene gebruiksregels
105
Artikel 12
Algemene afwijkingsregels
106
Artikel 13
Algemene wijzigingsregels
107
Artikel 14
Overige regels
108
Hoofdstuk 4
Overgangs- en slotregels
109
Artikel 15
Overgangsrecht
109
Artikel 16
Slotregel
110
Rho adviseurs voor leefruimte
5
Toelichting
Rho adviseurs voor leefruimte
6
Rho adviseurs voor leefruimte
7
Hoofdstuk 1
1.1
Inleiding
Aanleiding en doel
Initiatiefnemers zijn voornemens om op de locatie van de voormalige basisschool De Mijlpaal aan de Brabantring 1 te Nuenen een gezondheidscentrum en een woongroep met 19 woningen te realiseren. De bestaande en inmiddels leegstaande school wordt gesloopt. Voor de ontwikkeling van de wijk waar deze locatie is gelegen, is de Structuurvisie Nuenen Zuid vastgesteld, zie paragraaf 3.5.4. Onderhavig plangebied is in de visie reeds als ontwikkellocatie aangewezen. De stedenbouwkundige randvoorwaarden voor de beoogde ontwikkeling zijn opgenomen in een gebiedsuitwerking. De beoogde ontwikkeling past echter niet in het geldende bestemmingsplan 'Nuenen Zuidoost' (zie paragraaf 1.3). Om het planvoornemen alsnog mogelijk te maken, is dit bestemmingsplan opgesteld.
1.2
Ligging plangebied
De ontwikkeling vindt plaats in de kern Nuenen, in de gemeente Nuenen c.a.. Het plangebied is gelegen aan de Brabantring 1 ten oosten van het winkelcentrum Kernkwartier. In figuur 1.1 is het plangebied aangeduid.
Rho adviseurs voor leefruimte
8
Figuur 1.1. Begrenzing plangebied, rood omrand
1.3
Geldend bestemmingsplan
Het plangebied is momenteel juridisch-planologisch geregeld in het bestemmingsplan 'Nuenen Zuidoost'. Dit bestemmingsplan is door de gemeenteraad van Nuenen, Gerwen en Nederwetten vastgesteld op 27 september 2018. Het bestemmingsplan is gedeeltelijk vernietigd, zie ECLI:NL:RVS:2020:2490 op 21 oktober 2020. De gedeeltelijke vernietiging heeft geen betrekking op het plangebied van De Mijlpaal. Het plangebied heeft volgens het geldende bestemmingsplan 'Nuenen Zuidoost' de bestemming 'Maatschappelijk'. Daarnaast zijn een deel van de gronden bestemd als 'Centrum', 'Groen' en Verkeer'. Tevens geldt de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie middelhoog', zie figuur 1.2. Binnen de enkelbestemming 'Maatschappelijk' is een bouwvlak gelegen met de maatvoeringsaanduidingen maximum bebouwingspercentage 85%, maximum goothoogte 6 m, en maximum bouwhoogte 6 m. Binnen de enkelbestemming 'Maatschappelijk' zijn maatschappelijke voorzieningen, met uitzondering van uitvaarthuizen toegestaan. Onder maatschappelijke voorzieningen worden conform de begripsbepaling verstaan: voorzieningen voor medische, sociale, culturele of religieuze activiteiten, voorzieningen ten dienste van onderwijs, sport- en gymnastieklokalen, kinderopvang, en overheidsdiensten met een overwegend openbaar karakter. Binnen de enkelbestemming 'Centrum' is een bouwvlak opgenomen waar binnen een maximum bouwhoogte van 8 m geldt.
De voor 'Centrum' aangewezen gronden zijn onder andere bestemd voor detailhandel en dienstverlening, daarnaast zijn hier onder andere parkeervoorzieningen toegestaan. De bestemmingen 'Groen' en 'Verkeer' zijn bestemd voor het openbaar gebruik van respectievelijk groenvoorzieningen en voorzieningen voor verkeer en verblijf. Binnen de voor 'Groen' bestemde gronden is tevens een waardevolle boom als 'Waarde - Waardevolle bomen' dubbel bestemd.
Rho adviseurs voor leefruimte
9
Ter plaatse van de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie middelhoog' zijn de gronden mede bestemd voor de instandhouding en bescherming van oudheidkundig waardevolle elementen en terreinen.
Figuur 1.2. Uitsnede verbeelding bestemmingsplan 'Nuenen Zuidoost', plangebied rood omrand (Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl) Het beoogde planvoornemen past niet in zijn geheel binnen de gebruiksfunctie van de bestemming Maatschappelijk. Woningen zijn hier namelijk niet toegestaan. Bovendien worden de bouwgrenzen en de maximale bouwhoogte met de beoogde bebouwing overschreden. Hoewel de beoogde openbare inrichting, waaronder parkeren en groen, bijna volledig past binnen de geldende bestemmingen worden deze gronden, als onderdeel van de herinrichting en herontwikkeling opgenomen in het plangebied van dit bestemmingsplan.
1.4
Leeswijzer
De toelichting op het bestemmingsplan heeft de volgende opzet. In hoofdstuk 2 wordt het planvoornemen toegelicht. Direct daaropvolgend is aangegeven op welke wijze de nieuwe situatie planologisch-juridisch is geregeld in voorliggend bestemmingsplan. In hoofdstuk 3 is de voorgenomen ontwikkeling getoetst aan vastgesteld en voorgenomen beleid van verschillende overheden. In hoofdstuk 4 is het plan getoetst aan sectorale wetgeving en aspecten. In hoofdstuk 5, 6 en 7 wordt ingegaan op de financiële, juridische en maatschappelijke uitvoerbaarheid.
Rho adviseurs voor leefruimte
10
Rho adviseurs voor leefruimte
11
Hoofdstuk 2
2.1
Planbeschrijving
Huidige situatie
Het plangebied is gelegen in de wijk Nuenen Zuid. De bestemmingsplannen van de wijken Nuenen Zuid en Nuenen Oost zijn in het bestemmingsplan Nuenen Zuidoost opgegaan. Deze wijk bestaat voornamelijk uit grondgebonden woningen. Het plangebied ligt aan de Brabantring 1 en wordt aan de noordoost en oostzijde begrensd door de Brabantring. Aan de noordzijde ligt de Hoge Brake. Ten westen van het plangebied ligt winkelcentrum Kernkwartier inclusief parkeerterrein. Aan de zuidzijde grenst het plangebied aan een waterplas. Binnen het plangebied bevindt zich het schoolgebouw. Deze school staat inmiddels leeg. Voorheen was hier de Jenaplanschool De Mijlpaal gevestigd. Rond het schoolgebouw is verharding van het schoolplein aanwezig. De locatie is verder groen ingepast met hagen aan de zuidoost zijde van het plangebied op de grens met de Brabantring. De noordoostgrens en noordgrens is voorzien van bomen en struiken. Een deel van de parkeerplaats van het winkelcentrum maakt tevens onderdeel uit van het plangebied. Aan de noordzijde ligt binnen het plangebied een gasdrukstation.
Figuur 2.1 Plangebied rood omrand op luchtfoto
Rho adviseurs voor leefruimte
12
Figuur 2.2 Zicht op de school (Bron: google.streetview.com, opnamedatum mei 2015)
2.2
Toekomstige situatie
Het planvoornemen betreft een uitwerking van een deel van ontwikkelvisie voor Nuenen-Zuid. Het planvoornemen bestaat uit de realisatie van een woongebouw voor een woongroep en een gezondheidscentrum. De uitgangspunten voor deze ontwikkeling zijn opgenomen in het Stedenbouwkundige randvoorwaarden document, zie bijlage 1. Het woongebouw wordt gerealiseerd aan de zuidzijde van het plangebied. Het gebouw heeft een maximale footprint van 1.000 m2 en maximaal 3 bouwlagen. In het gebouw is ruimte voor 19 appartementen inclusief gemeenschappelijke ruimte. De beoogde doelgroep is met name senioren. Het gezondheidscentrum wordt gerealiseerd ten noorden van het woongebouw. Het gebouw heeft een maximale footprint van 700 m2 en maximaal 3 bouwlagen, waarbij de 3e bouwlaag aan de zuidzijde een setback heeft. Het maximaal bruto vloeroppervlak bedraagt 1.750 m 2. In het gebouw zijn een apotheek, twee huisartsen en een fysiotherapeut voorzien. Gezien de omvang van het gebouw is ruimte voor maximaal 19 behandelkamers en een apotheek met een oppervlakte van maximaal 305 m2. De ruimte tussen en rond de bebouwing wordt groen ingericht. Als stedenbouwkundige randvoorwaarde is onder andere meegegeven het behoud van bomen aan de randen en in het hart van het plangebied. Indien noodzakelijk is dunning hier mogelijk.
Middels een 'boom effect analyse' zijn de gevolgen van het planvoornemen voor de huidig aanwezige bomen onderzocht, zie bijlage 8. Een deel van de aanwezige bomen kan sowieso behouden blijven. Een aantal bomen zijn echter niet te behouden of leiden mogelijk schade vanwege de voorgenomen ontwikkeling. Uit de boom effect analyse blijkt dat ook boom 53 binnen de contour van toekomstige bebouwing valt, maar niet als zodanig is aangemerkt. De toekomstverwachtng van deze boom neemt dusdanig af dat deze boom niet behouden blijven. De definitieve bouwplannen en definitieve inrichting van het terrein dienen zo goed als mogelijk rekening te houden met de mogelijk te behouden bomen. Rond de bebouwing liggen voetpaden die de bebouwing en het groen bereikbaar maken. De paden worden zoveel als mogelijk halfverhard uitgevoerd.
Rho adviseurs voor leefruimte
13
Het parkeerterrein aan de westzijde maakt onderdeel uit van de herontwikkeling, en daarmee van het plangebied, omdat het grootste deel van de parkeerbehoefte hier wordt gerealiseerd. Het parkeerterrein wordt middels hagen ruimtelijk gescheiden van het gezondheidscentrum en het woongebouw. Tussen de hagen ligt een voetpad die vanaf parkeerterrein toegang biedt tot de nieuwe bebouwing. Het parkeerterrein wordt tevens heringericht met 95 parkeerplaatsen. Waarbij op het noordelijk deel van het parkeerterrein, buiten het plangebied, één parkeerplaats komt te vervallen. Op het parkeerterrein worden daarnaast bomen en hagen geplant als scheiding tussen de stroken met parkeervakken. Ook langs de Brabantring worden aanvullend parkeerplaatsen gerealiseerd. De parkeerbalans is nader uitgewerkt in paragraaf 4.2.
Figuur 2.5 Gebiedsuitwerking De Mijlpaal (bron: stedenbouwkundige randvoorwaarden)
Rho adviseurs voor leefruimte
14
Rho adviseurs voor leefruimte
15
Hoofdstuk 3
3.1
Beleidskader
Inleiding
Door de verschillende overheden is beleid geformuleerd ten aanzien van ruimtelijke ontwikkelingen. Paragraaf 3.2 behandelt het rijksbeleid. Het provinciaal beleid is opgenomen in paragraaf 3.3. Tot slot wordt in paragraaf 3.5 de beoogde ontwikkeling getoetst aan het gemeentelijk beleid.
3.2
Rijksbeleid
3.2.1 Nationale Omgevingsvisie (2020) De Nationale Omgevingsvisie, kortweg NOVI, loopt vooruit op de inwerkingtreding van de Omgevingswet en vervangt op Rijksniveau de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Zo kunnen in gebieden betere, meer geïntegreerde keuzes worden gemaakt. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie van het Rijk in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten: a. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie b. Duurzaam economisch groeipotentieel c. Sterke en gezonde steden en regio's d. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: a. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: in het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; b.
Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; c. Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat onze leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. Toetsing De NOVI wordt gekenmerkt door een hoog abstractie- en schaalniveau. Eén van de nationale belangen die relevant is voor het voorliggende bestemmingsplan is een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming. Hier wordt aan voldaan. Voor het overige is geen concreet beleid op nationaal niveau geformuleerd dat van belang is voor het voorliggend bestemmingsplan. De in de NOVI genoemde nationale belangen worden door de voorgenomen ontwikkelingen niet geschaad.
Rho adviseurs voor leefruimte
16
3.2.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Dit beleidsdocument bevat regels die doorwerken naar lagere overheden. Dit betekent dat de regels uit het Barro ook geïmplementeerd moeten worden in provinciale en gemeentelijke ruimtelijke plannen. Evenals de NOVI wordt het Barro gekenmerkt door een hoog abstractie- en schaalniveau. Het Barro bevat regels voor bijvoorbeeld de mainportontwikkeling van Rotterdam, het kustfundament en defensie. Toetsing Op het plangebied zijn geen voorwaarden van toepassing op basis van het Barro. 3.2.3 De ladder voor duurzame verstedelijking De ladder is als procesvereiste opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). In de Ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen dat de toelichting van een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving bevat van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, moet in de toelichting worden gemotiveerd waarom niet binnenstedelijk in de behoefte kan worden voorzien. Toetsing Het toevoegen van meer dan 11 woningen of een functiewijziging met een oppervlakte groter dan 500 m2 wordt gezien als stedelijke ontwikkeling. Het geldende bestemmingsplan is vertrekpunt bij de beoordeling of sprake is van een stedelijke ontwikkeling.
In dit geval geldt er een maatschappelijke bestemming. Het beoogde gezondheidscentrum is al mogelijk binnen de huidige bestemming en is daarom geen stedelijke ontwikkeling. Het toevoegen van 19 woningen (zelfstandige appartementen voor een specifieke doelgroep, waar zorg kan worden aangeboden en waar de bewoners naar elkaar willen omzien), wordt op deze plek gezien als stedelijke ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied. Beschrijving behoefte De relevante regio voor wonen is Stedelijk gebied Eindhoven binnen de regio Zuidoost-Brabant.
Rho adviseurs voor leefruimte
17
Figuur 3.1 Woonregio's (Bron: Brabantse Agenda Wonen, september 2017) De woningbehoefte in de gemeente Nuenen c.a. blijkt uit diverse onderzoeken. Bevolkings- en woningbehoefteprognose Noord-Brabant, Actualisering 2020 Doordat het aantal huishoudens de komende jaren nog sterk toeneemt, zijn er ook meer huizen nodig. Naar verwachting is in 2050 zo'n 43% van alle huishoudens een éénpersoonshuishouden. Vooral het aantal oudere alleenstaanden van 75 jaar en ouder neemt sterk toe. Vergeleken met de vorige prognose uit 2017 ligt de groei van de Brabantse bevolking duidelijk hoger. De indicatie voor de gemeente Nuenen c.a. is 720 woningen in de periode 2020-2030. De tabel in figuur 3.2 is richtinggevend voor het maken van nieuwe regionale afspraken. Versnelling van de woningbouw en (vervolgens) vasthouden van het bouwtempo is een belangrijke doelstelling van de Brabantse Agenda Wonen.
Figuur 3.2 Indicatie toename woningvoorraad
Rho adviseurs voor leefruimte
18
Brabantse Agenda Wonen Voortgangsrapportage 2020/2021 In de Brabantse Agenda Wonen Voortgangsrapportage staat dat er in de regio Zuidoost Brabant in de periode 2020-2030 nog 44.000 woningen nodig zijn en er slechts harde plancapaciteit is voor 25.550 woningen.
Figuur 3.3 Woningbouwcapaciteit en opgaven Regionaal Woningbehoefteonderzoek voor Stedelijk Gebied Eindhoven (juni 2021) In het regionale woningbehoefteonderzoek wordt uitgegaan van een woningbehoefte van circa 550 woningen tot 2040. Daarnaast is voor Nuenen een extra opgave geraamd voor 360 woningen om het woningtekort in te lopen. De totale lokale opgave komt hiermee op 910 woningen. Plancapaciteit In de gemeentelijke woningbouwplanning (stand voorjaar 2021) zijn 2.654 woningen opgenomen. Nuenen-West is gericht op de regionale vraag en heeft een capaciteit van 1.480 woningen inclusief flexwoningen. Rekening houdend met sloop en tijdelijke/flexwoningen kunnen 861 woningen voor de lokale vraag worden toegevoegd. De Mijlpaal maakt onderdeel uit van de planning. Confrontatie vraag en aanbod De provinciale prognose gaat uit van een woningbehoefte van 11.205 in 2040. Er zijn per 1 januari 2021 10.450 woningen. Dat betekent dat voor de lokale vraag nog 755 woningen moeten worden toegevoegd. Uit het regionale woningbehoefteonderzoek blijkt een behoefte van 910 woningen voor de lokale vraag, rekening houdend met de inhaalvraag. Vraag en aanbod zijn hiermee op elkaar afgestemd, mits de harde en zachte plannen ook doorgang vinden. Er moet ook rekening worden gehouden met planuitval.
Kwalitatieve behoefte In het regionale woningbehoefteonderzoek en de bijbehorende factsheet voor de gemeente is de kwalitatieve behoefte onderzocht. Hieruit blijkt dat er door de vergrijzing een grote behoefte is aan behoefte aan nultredenwoningen, vooral in het koopsegment en sociale huursegment. Omdat ook het aantal gezinnen in Nuenen groeit neemt de behoefte aan grondgebonden woningen nog licht toe.
Rho adviseurs voor leefruimte
19
Er is sprake van een negatieve opgave voor grondgebonden sociale huur. Tegelijkertijd is er wel een constante opgave voor appartementen in de sociale huur. De opgave in de sociale huur is daarmee voornamelijk kwalitatief en kan deels worden opgevangen door aanpassing van bestaande grondgebonden woningen. De krapte in de sociale huurmarkt is echter dusdanig groot (en zeker ook de vraag naar eengezinswoningen in de sociale huur) en de doorstroming zo laag, dat de gemeente een overschot aan dit segment niet herkent.
Figuur 3.4 Kwalitatieve woningbehoefte in 2 scenario's (bron Regionaal Woningbehoefteonderzoek , factsheet Nuenen) Kwalitatief zijn in alle woningbouwplannen de 7 ‘Brainport principles’ leidend: koesteren van identiteit, ruimte voor innovatie, invloed voor bewoners, aantrekkelijke en gevarieerde woonmilieus; de ‘wauw-factor’, vraaggericht ontwikkelen, benutting regionaal schaalniveau en gezonde verstedelijking. Door de druk op de woningmarkt en de gemaakte woondeal-afspraken wordt op allerlei manieren gewerkt aan het versnellen van de woningbouwproductie, waarbij ook kwaliteit en betaalbaarheid van belang zijn. Visie op wonen Stedelijk gebied Eindhoven (2019) In het Stedelijk Gebied Eindhoven zal het aantal inwoners fors toenemen, als gevolg van de (economische) groei van bedrijven en de hieraan gerelateerde groei van het aantal werknemers. Ook een toename van het aantal studenten (nationaal en internationaal) draagt hier aan bij. Naast gezinsverdunning is de groei van huishoudens in de regio de komende jaren vooral afkomstig van (buitenlandse) migratie. Dit is grotendeels te verklaren door de aantrekkende economie en werkgelegenheid. Zowel laagopgeleide arbeidsmigranten als hoger opgeleide kenniswerkers (expats) trekken naar de regio om zich (tijdelijk) te vestigen.
Veelal zijn dit 1- en 2 persoonshuishoudens in de leeftijdsklasse 18 tot circa 55 jaar, belangrijke groepen die de regio nodig heeft om de economische groei vast te houden. Ook de samenstelling van de bestaande inwoners verandert. Steeds meer mensen wonen (langer) alleen. Dit kan een eigen keuze zijn: jongeren gaan later samenwonen, mensen die zich niet willen binden of tijdelijke arbeidskrachten. Maar ook als gevolg van echtscheiding en de vergrijzing; mensen blijven alleen achter nadat de partner overlijdt. Het aantal personen per huishouden loopt terug. Dit betekent dat voor een gelijk aantal mensen meer woningen nodig zijn. En aangezien komende jaren de regio flink groeit in inwoneraantal zullen er nog meer woningen nodig zijn om iedereen te kunnen huisvesten. Deze wijziging in de demografie vraagt wat van de woningvoorraad.
Rho adviseurs voor leefruimte
20
Conclusie Uit het Regionaal Woningbehoefteonderzoek voor Stedelijk Gebied Eindhoven en de bijbehorende factsheet voor Nuenen blijkt dat er in de gemeente behoefte is aan 910 woningen voor de lokale behoefte (exclusief de locatie Nuenen-West die gericht is op de regionale vraag). Er zijn (exclusief Nuenen-West, en rekening houdend met sloop en tijdelijke/flexwoningen) harde en zachte plannen voor 861 woningen. Dit betekent dat alle harde en zachte plannen moeten worden gerealiseerd. De gemeente legt de focus op het uitvoeren van de bestaande plannen. De Mijlpaal maakt onderdeel uit van de planning. De ontwikkeling past binnen de regionale verstedelijkingsafspraken. In het programma wonen (zie paragraaf 3.5.3) ligt de focus op gelijkvloers voor o.a. ouderen en inbreiding. Het plan geeft daar invulling aan. In het plan wordt appartementen mogelijk gemaakt voor een specifieke doelgroep, waar zorg kan worden geboden en waar bewoners naar elkaar omzien, zoals ouderen. In feite is sprake van een herinvulling van een bestaande locatie binnen het bebouwd gebied van Nuenen. De nieuwe bebouwing wordt stikstofemissieloos en klimaatbestendig. Op veiligheid en gezondheid wordt nader ingegaan in hoofdstuk 4.
3.3
Provinciaal beleid
3.3.1 Omgevingsvisie Noord-Brabant In de Omgevingsvisie Noord-Brabant is het provinciaal beleid ten aanzien van de ruimtelijke ontwikkelingen in de provincie Noord-Brabant op hoofdlijnen uiteengezet voor de periode tot 2050. Naast een beeld van het Noord-Brabant van nu is een beeld geschetst van het welvarend, verbonden, klimaatproof en vernieuwend Noord-Brabant van 2050. Hieruit zin vier hoofdopgaven onderscheiden die nauw met elkaar samenhangen: Werken aan de Brabantse energietransitie Werken aan een klimaatproof Brabant Werken aan de slimme netwerkstad Werken aan een concurrerende, duurzame economie Samen met andere partijen zoals gemeenten en bedrijven wil de provincie uitvoering geven aan projecten die passen binnen deze opgaven. Van belang is dat het in de toekomst ook goed wonen, werken en verblijven blijft. Werken aan een goede omgevingskwaliteit zowel in de bebouwde als in de onbebouwde omgeving is het uitgangspunt. Toetsing De beoogde ontwikkeling gaat uit van transformatie van een perceel, binnen bestaand stedelijk gebied, naar een stedelijke functie namelijk een gezondheidscentrum en woningen. Daarmee verbetert de kwaliteit van de leefomgeving van dit deel van Nuenen, wordt uitbreiding van het stedelijk gebied voorkomen en wordt een bijdrage geleverd aan de duurzaamheids- en klimaatdoelstellingen van de provincie.
De beoogde ontwikkeling is daarmee in overeenstemming met Omgevingsvisie Noord-Brabant. 3.3.2 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant hebben op 25 oktober 2019 de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (hierna: Iov N-B) vastgesteld. Deze verordening is per 5 november 2019 in werking getreden.
Rho adviseurs voor leefruimte
21
Voorafgaand op de inwerking treding van de Omgevingswet moet de provincie haar regelsysteem aanpassen. Straks heeft de provincie nog maar één verordening waarin alle regels zijn opgenomen over de fysieke leefomgeving. De Iov N-B is een eerste stap op weg naar de definitieve omgevingsverordening. Hierin worden de bestaande verordeningen over de fysieke leefomgeving samengevoegd tot één Interim omgevingsverordening, waaronder de huidige Verordening ruimte. De Iov N-B is beleidsneutraal van karakter. Dat betekent dat er geen nieuwe beleidswijzigingen zijn doorgevoerd, behalve als deze voortvloeien uit vastgesteld beleid, zoals de omgevingsvisie. In beginsel zijn de huidige regels met het huidige beschermingsniveau gehandhaafd. In hoofdstuk 3 van Iov N-B zijn de instructieregels opgenomen die gemeenten moeten toepassen in hun bestemmingsplannen. Hierin staan de regels die nu nog zijn opgenomen in de Verordening ruimte. Vooruitlopend op de Omgevingswet richten de instructieregels zich op een evenwichtige toedeling van functies (in plaats van het bestemmen van ontwikkelingen). Dit betekent dat de regels ook vanuit functies (van gebieden) zijn opgebouwd. Daarnaast richten de regels zich op een goede omgevingskwaliteit, inclusief een veilige en gezonde leefomgeving (in plaats van een goede ruimtelijke kwaliteit). Tevens zijn een aantal algemene basisprincipes opgenomen.
In de Iov N-B zijn regels voor ontwikkelingen gekoppeld aan werkgebieden (structuren) en aanduidingen. Het plangebied ligt binnen het werkgebied 'stedelijk gebied', zie figuur 3.1.
Figuur 3.1 Uitsnede kaart stedelijke ontwikkeling, Interim omgevingsverordening (bron: ruimtelijkeplannen.nl)
Rho adviseurs voor leefruimte
22
Het plangebied is aangeduid als 'Stedelijk gebied'. Het provinciale beleid is er al decennia lang op gericht om stedelijke ontwikkeling in stedelijke concentratiegebieden te bundelen. Het doel daarvan is om voldoende draagvlak voor de steden als economische en culturele motor te creëren en om het dichtslibben van het landelijk gebied tegen te gaan. Op provinciale schaal betekent dit dat het merendeel van de woningbouw, de bedrijventerreinen, voorzieningen en bijbehorende infrastructuur moet plaatsvinden in of aansluitend op de stedelijke concentratiegebieden. Binnen het bestaand stedelijke gebied is de gemeente in het algemeen vrij om te voorzien in stedelijke ontwikkeling. Op basis van artikel 3.42 duurzame stedelijke ontwikkeling dient een bestemmingsplan dat voorziet in de ontwikkeling van een locatie voor wonen, werken of voorzieningen binnen het Stedelijk gebied te liggen. Het bestemmingsplan dient daarbij te zijn voorzien van een onderbouwing dat: de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken; het een duurzame stedelijke ontwikkeling is. Voor wat betreft de regionale afspraken wordt verwezen naar paragraaf 3.2.3 (Ladder voor duurzame ontwikkeling).
Toetsing Uit de toelichting op de diverse functionele ontwikkelingen blijkt dat sprake is van een zorgvuldige belangenafweging en van een duurzame ruimtelijke verstedelijking die past binnen de hoofdlijnen van het provinciaal beleid. 3.3.3 Brabantse Agenda Wonen In het kader van een duurzaam verstedelijkingsbeleid en in lijn met (de principes van) de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' is het van belang de mogelijkheden om het woningbouwprogramma in te zetten op binnenstedelijke (transformatie)locaties en voor het herbestemmen van leegstaand vastgoed optimaal te benutten. Of, zoals in het 'Bestuursakkoord Noord-Brabant 2015-2019' verwoord: “herbestemmen wordt meer en meer het nieuwe bouwen”. Vaak wordt in het licht van de transformatieopgaven gekeken naar wonen als nieuwe bestemming. Omdat er in veel andere vastgoedmarkten (per saldo) niet veel meer hoeft te worden toegevoegd aan vierkante meters of zelfs sprake is van krimp. Veelal zal het dan ook gaan om het transformeren van locaties naar een tweede leven, waarin wonen de boventoon voert. Hierbij zijn vooral de eerstkomende jaren (tot 2030) cruciaal. Urgentie is geboden. Samenhangend met de nog altijd flinke groei van het aantal huishoudens zal in deze periode immers het leeuwendeel van de benodigde woonruimte moeten worden gerealiseerd. Zoals uit onze actuele bevolkings- en woningbehoefteprognose blijkt, zal van de ca.
160 duizend toe te voegen woningen tot 2050, liefst driekwart (120 duizend woningen) voor 2030 moeten worden gerealiseerd. Na 2030 neemt de groei van de woningbehoefte sterk af. Toetsing Uit de Brabantse Agenda Wonen blijkt dat de provincie in lijn met de uitgangspunten van de ladder voor duurzame verstedelijking ruim baan wil geven bij herontwikkeling. Er moeten snel meer woningen worden gebouwd. Plannen voor herbestemming van leegstaande locaties of plannen voor inbreiding krijgen voorrang op uitbreidingslocaties. De herbestemming van de voormalige schoollocatie speelt met dit planvoornemen in op de uitgangspunten uit de Brabantse Agenda Wonen.
3.4
Regionaal beleid
3.4.1 Brainport principes Hieronder worden de zeven Brainport Principes getoetst. De onderbouwing van deze principes komt deels uit andere onderdelen uit deze plantoelichting. Deze onderdelen worden benoemd en er wordt verwezen naar de betreffende paragraaf en worden niet integraal herhaald.
Rho adviseurs voor leefruimte
23
1.
Koesteren van identiteit
Het plangebied is een voormalig schoollocatie dat getransformeerd wordt naar woningbouw en een gezondheidscentrum. Deze transformatie past binnen de gebiedsontwikkeling van Nuenen Zuid. Deze inbreidingslocatie gaat uit van de bestaande structuren die worden gevormd door omliggend groen en infrastructuur. Het plangebied grenst aan een winkelcentrum. Beide gebouwen krijgen een eigen identiteit en functie (zie paragrafen 2.2). Met het realiseren van de groene buitenruimte worden zowel de groene als blauwe structuren verder versterkt. 2.
Ruimte voor innovatie
Door het toepassen van nieuwe technieken en materialen wordt in het plan het woonklimaat geoptimaliseerd. Het plan zal tenminste voldoen aan de nieuwe BENG-normering, waarmee hoge eisen worden gesteld aan duurzaamheid en energiegebruik. (zie ook paragraaf 4.12). Het verhard oppervlakte blijft gelijk ten opzichte van de bestaande situatie. In het groene gebied rond de bebouwing is ruimte aanwezig voor infiltratie- en bergingsvoorzieningen (zie ook paragraaf 4.1). De woningbouwontwikkeling betreft bovendien een particulier initiatief waardoor de innovatieve ambities worden gedragen door de toekomstige bewoners. 3.
Invloed voor bewoners
Rho adviseurs voor leefruimte
24
Met het planvoornemen wordt een woongebouw ten behoeve van een woongroep mogelijk gemaakt. De woongroep is een CPO project, waar met name senioren aan deelnemen. Het betreffen appartementen met een gemeenschappelijke ruimte en tuin. Binnen de woongroep overheerst de sociale samenhorigheid. De uitwerking van de bebouwing en inrichting van de buitenruimte vindt in een later stadium plaats. Bij deze uitwerking blijven de (toekomstige) bewoners betrokken. 4.
Aantrekkelijk en gevarieerde woonmilieus
Het plan bestaat uit een appartementengebouw voor een woongroep en een gezondheidscentrum. De woningen zijn met name geschikt voor senioren. De woningen kunnen gebruik maken van het nabij gelegen gezondheidscentrum. De groene (deels) publieke buitenruimte biedt ontmoetingsmogelijkheden. De locatie ligt nabij de voorzieningen van het winkelcentrum en is zowel het openbaar vervoer als met de fietst en auto goed bereikbaar. 5.
Vraaggericht ontwikkelen: de wauw-factor
De woongroep voor senioren betreft een toevoeging aan het woningaanbod in de wijk Nuenen Zuid. Het appartementengebouw biedt een variatie aan woningtypen ten opzichte van de veelal grondgebonden omliggende woningen. De groene inrichting van het plangebied grenzend aan het water draagt bij aan de wauw-factor. 6.
Benutting regionaal schaalniveau
Zowel het centrum van Nuenen als de A270 zijn goed en snel bereikbaar vanuit het plangebied. Het plangebied is voor alle vervoerstypen goed bereikbaar. Zie verder ook paragraaf 4.2.
Rho adviseurs voor leefruimte
25
7.
Gezonde verstedelijking
Met het planvoornemen wordt een gezondheidscentrum gerealiseerd. Dit betreft een aanvullende voorziening voor de toekomstige bewoners van het woongebouw en de huidige bewoners van Nuenen Zuid. De gebouwen en de openbare ruimte vormen samen een plek waar het prettig wonen en verblijven is. Groen en water nodigen uit om te recreëren en nodigt uit tot ontmoeting.
3.5
Gemeentelijk beleid
3.5.1 Structuurvisie Nuenen c.a. Op 5 november 2009 heeft de raad de Structuurvisie deel A 'Ruimtelijk Casco', een kaderstellend beleidsdocument voor het gemeentelijk grondgebied van de gemeente Nuenen vastgesteld. Op 23 juni 2010 heeft de raad de Structuurvisie deel B "Projectenplan" vastgesteld. Op 18 juni 2015 heeft een wijziging van de Structuurvisie plaatsgevonden. Dit is het uitvoeringsprogramma van het Ruimtelijk Casco en bestaat uit de ruimtelijke opgave voor de korte en middellange termijn, inclusief een opsomming van concrete projecten en plannen en wijze van realisatie. In de structuurvisie (Deel A en B samen) zijn diverse thematische en gebiedsgerichte beleidsstukken samengebracht en geïntegreerd. Het document legt de uitgangspunten van de verschillende bestaande beleidsdocumenten op gemeenteniveau vast en vervult een rol als toetsingsen inspiratiekader voor ruimtelijke beslissingen. Het Ruimtelijk Casco vormt binnen de structuurvisie het ruimtelijk toetsingskader en geeft een visie op hoofdlijnen voor de lange termijn. Het is een toetsingskader, maar tegelijkertijd ook een inspiratiekader voor ruimtelijke ontwikkeling. In de Structuurvisie Nuenen c.a., wijziging 2015 is de planlocatie te zien als bestaand bebouwd gebied. Figuur 3.4.1 van het Ruimtelijke Casco van de gemeente bevestigt dit.
De bebouwde kom vervult een belangrijke rol voor het accommoderen van de nieuwe ruimtevraag. Herstructurerings- en intensiveringprocessen zijn in beginsel overal binnen het bestaande bebouwde gebied mogelijk.
Rho adviseurs voor leefruimte
26
Figuur 3.4.1 Ruimtelijk Casco Toetsing Het plangebied ligt in het 'bebouwd gebied'. Met het planvoornemen is sprake van een herstructureringsopgave en intensivering van functies binnen het bestaand bebouwd gebied. Dit bestemmingsplan sluit dan ook aan bij de ambities en de (beleids)doelstellingen uit de Structuurvisie Nuenen c.a., wijziging 2015. 3.5.2 Omgevingsvisie Nuenen c.a. De Omgevingsvisie Nuenen c.a. is op 30 september 2021 door de gemeenteraad vastgesteld. In de omgevingsvisie staat het toekomstbeeld van onze leefomgeving. Dit betreft de ruimte waarin we wonen, werken, elkaar ontmoeten en onze vrije tijd doorbrengen: de dorpen, bedrijventerreinen, het centrum, de sportvelden en het buitengebied met haar natuur, agrarisch landschap en recreatie. De visie beschrijft de kernkwaliteiten van Nuenen, benoemt de opgaven voor de fysieke leefomgeving en hoe deze samenkomen. In de visie wordt op drie thema's gewerkt aan een hoogwaardige woon- en leefomgeving, namelijk: Wonen en ruimtelijke planvorming; Een nog aantrekkelijker centrum; Groene woon- en leefomgeving. Het plangebied is gelegen in het stedelijk transformatiegebied, zie figuur 3.4.2.
Rho adviseurs voor leefruimte
27
Figuur 3.4.2 Uitsnede ontwerp Omgevingsvisie, plangebied rood omrand. Toetsing Voor het plangebied zijn met name het thema's 'Wonen en ruimtelijke planvorming' en 'Groene woonen leefomgeving' van toepassing. Hier wordt gekozen voor transformatie en inbreiding met respect voor het groene en dorpse karakter. Daarnaast wordt gekozen voor kwaliteitsverbetering van bestaand groen en het gericht toevoegen van groen. Het planvoornemen past binnen deze uitgangspunten van de Omgevingsvisie. 3.5.3 Programma wonen 2020-2030 Eén van de kernelementen uit dit programma dat in juli 2020 is vastgesteld, is het huisvesten van doelgroepen op de Nuenense woningmarkt: passende woningen voor zorgvraag (waaronder beschermd wonen) en sociale huurwoningen. De focus ligt op de lokale vraag, gelijkvloers wonen voor o.a. ouderen en op inbreiding. Nieuwbouw voor senioren zou vooral in de buurt van voorzieningen moeten worden gerealiseerd. De Mijlpaal voldoet aan het toetsingskader voor nieuwe woningbouwplannen en is ook in het woningbouwprogramma opgenomen.
Rho adviseurs voor leefruimte
28
Figuur 3.4.3. Toetsingskader nieuwe woningbouwplannen
3.5.4 Structuurvisie Nuenen Zuid Voor Nuenen-Zuid is een structuurvisie vastgesteld. In de wijk spelen een aantal ruimtelijke opgaven. Deze opgaven hangen met elkaar samen en dienen daarom in onderling verband beschouwd te worden. Aanleiding voor de structuurvisie is de behoefte van de gemeente Nuenen om deze integrale afweging te maken hoe om te gaan met de opgaven. De structuurvisie is de basis voor bestemmingsplannen, die nodig zijn om projecten te realiseren. Toetsing Schoolgebouw de Mijlpaal staat leeg. In de structuurvisie wordt deze locatie aangemerkt als herontwikkelingslocatie. Locatie de Mijlpaal is aangewezen als: zoeklocatie wonen en/of maatschappelijke voorzieningen op voormalige schoollocatie. Met dit bestemmingsplan wordt invulling gegeven aan een in de Structuurvisie Nuenen Zuid benoemde locatie.
Rho adviseurs voor leefruimte
29
Hoofdstuk 4
4.1
Omgevingsaspecten
Waterhuishouding
Beleid Waterschap de Dommel Het plangebied valt binnen het beheersgebied van Waterschap De Dommel. Het waterbeleid van Waterschap De Dommel is neergelegd in het waterbeheerplan 2016-2021 'Waardevol water - samen meer waarde geven aan water' en is gebaseerd op Europese, nationale en provinciale regelgeving. Het waterbeheerplan is een strategisch document, afgestemd op de Europese Kaderrichtlijn Water, het Stroomgebiedsbeheerplan Maas, het Nationaal Waterplan en het Provinciaal Waterplan. Hierin staan de doelen en de wijze om deze te behalen weergegeven. De langetermijnstrategie uit het voorgaande beheerplan wordt voortgezet voor de verschillende thema's, zoals waterkwaliteitsverbetering, vermindering van de kans op wateroverlast, hittestress en verdrogingsbestrijding. Middels de Keur van Waterschap de Dommel is bepaald bij welke ontwikkelingen mitigerende maatregen getroffen moeten worden. De Keur schrijft sinds begin 2021 voor dat voor een toename van minder dan 500 m² verhard oppervlak geen mitigerende maatregelen nodig zijn. Deze mitigerende maatregelen zijn wel van toepassing bij elke toename van het verhard oppervlak, indien de locatie is gelegen in een keurbeschermingsgebied. Waterplan Nuenen Het waterbeleid van de gemeente Nuenen c.a.
is vastgelegd in het Waterplan Nuenen middels een aantal basisprincipes: zo weinig mogelijk waterverontreiniging; op natuurlijke wijze reinigen voordat het de beken en rivieren in stroomt als er toch waterverontreiniging voorkomt; beken behoeden voor te grote toe stroom van neerslag in korte tijd. Dit betekent dat binnen en in de directe nabijheid van de stad en de dorpen het (regen)water moet worden geïnfiltreerd en tijdelijk worden geborgen (vasthouden), uiteraard zonder te zorgen voor overlast of schade. Uitgangspunt in het huidige beleid van gemeente is dat planontwikkeling moet aansluiten bij een duurzaam integraal waterbeheer. Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan (vGRP) In het gemeentelijk rioleringsplan 2019 – 2023 is vastgelegd dat, om wateroverlast te voorkomen, aan de volgende zaken aandacht wordt geschonken: Bij nieuwbouw klimaatbestendig ontwerpen: bij de dimensionering van de riolering wordt gerekend met extremere buien. Daarnaast wordt ingezet op voldoende ruimte voor water en zo mogelijk zorgen dat het regenwater bij overbelasting van het rioolstelsel over het maaiveld kan afstromen naar oppervlaktewater en nergens kelders of laaggelegen woningen en winkels kan instromen. Vloerpeilen van woningen en bedrijven liggen voldoende hoog boven het peil van de weg.
Aanleg van regenwaterstructuren op het moment dat in het bestaande stelsel de riolering vervangen moet worden. Kan dit niet, dan wordt ingezet op het vervangen van buizen in bestaande
Rho adviseurs voor leefruimte
30
rioolstelsels door grotere diameters om zwaardere buien beter op te vangen. Bij bestaande stelsels dienen knelpunten, waar nu al water-op-straat of wateroverlast optreedt bij hevige buien, te worden aangepakt. Bij voorkeur door het regenwater over het maaiveld naar lager gelegen delen te leiden waar het water geen schade aanricht. De aanvoer van afstromend hemelwater van percelen naar het gemeentelijke riool is groter wanneer tuinen volledig bestraat zijn. Door groen op eigen terrein kan water worden vastgehouden (sponswerking van de ondergrond) en wordt het gemeentelijke riool minder belast. Door voorlichting en communicatie wil de gemeente het afkoppelen van verhard oppervlak bij particulieren stimuleren en ook de steeds verdergaande verharding van tuinen tegengaan. Doorgaan met het afkoppelen van verhard oppervlak van gemengde rioolstelsels om zo de belasting van het rioolstelsel door zwaardere buien op te heffen, is ook een goed alternatief. Voorwaarde is wel dat de afkoppelsystemen klimaatbestendig worden ontworpen en niet zelf voor overbelasting en overlast zorgen. Bij nieuwbouw mag het hemelwater niet worden aangesloten op het vuilwaterstelsel. De gemeente Nuenen zorgt voor het inzamelen en verwerken van afvloeiend hemelwater, wanneer dit doelmatig is en het niet redelijkerwijs verwacht kan worden van dat de initiatiefnemer het hemelwater zelf verwerkt.
De doelmatigheid en de redelijkheid is afhankelijk van: de ligging in stedelijk dan wel landelijk gebied; de mogelijkheden voor infiltratie van hemelwater; de grootte van de percelen; de aanwezigheid van een regenwaterriool op straat; de nabijheid van oppervlaktewater. Infiltratie van hemelwater in de bodem wordt verondersteld mogelijk te zijn als de bodem voldoende doorlaatbaar is (>1 m/d) en de grondwaterstand voldoende laag is ( > 1,2 m – mv). Bij een toename en afkoppeling van het verhard oppervlak geldt het uitgangspunt dat plannen zoveel mogelijk hydrologisch neutraal worden uitgevoerd. In principe dient er 60 mm retentie gerealiseerd te worden (600 m³ per hectare verhard oppervlak). Als hemelwater op eigen terrein verwerkt wordt ligt hier geen zorgtaak voor de gemeente. Als decentrale voorzieningen niet doelmatig zijn en bodeminfiltratie en/of lozing op oppervlaktewater niet mogelijk is, dan ontvangt de gemeente het afstromende hemelwater en verwerken van afvloeiend hemelwater. In dit geval wordt een bedrag in rekening gebracht per m³ die niet op eigen terrein geborgen kan worden. De hoogte van de bijdrage bedraagt momenteel €200 euro per m³. Onderzoek Met het planvoornemen is sprake van een wijziging van het verhard oppervlak. Het toekomstige bebouwd oppervlak bedraagt 1.700 m2. Het huidige schoolgebouw heeft conform de BAG een bebouwd oppervlak van 1.027 m2.
Met het planvoornemen is sprake van een toename aan bebouwd oppervlak van circa 700 m2. Uit de luchtfoto blijkt dat het gehele schoolplein voor circa 1.400 m2 verhard is. In de toekomstige situatie wordt het terrein rond de bebouwing ingericht met groen en (half)verharde paden. Het verhard oppervlakte neem dan ook fors af. De hoeveelheid verharding ter plaatse van het parkeerterrein blijft gelijk. Het totaal verhard oppervlak (bebouwing en verhardingen) is in de toekomstige situatie ongeveer gelijk aan de huidige situatie dan wel neemt het totaal iets af. Oppervlaktewater In het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig. Ten zuiden van het plangebied ligt een waterplas. Tussen het plangebied en deze waterplas ligt een fietspad en groenstrook. Het plan zal geen invloed hebben op de oppervlaktewaterstanden in de omgeving door de beperkte schaal.
Rho adviseurs voor leefruimte
31
Regenwater Het regenwater dat op daken en verhardingen valt, stroomt binnen dit plangebied af naar een regenwater structuur. In een dergelijk stelsel wordt regenwater ingezameld en geïnfiltreerd in de bodem en overtollig regenwater stroomt af naar open water. Voor de afvoer van hemelwater geldt het hiervoor beschreven uitgangspunt 'hydrologisch neutraal bouwen'. Dit houdt in dat het hemelwater dat op daken en verhardingen valt, niet versneld mag worden afgevoerd naar oppervlaktewater. Binnen het plangebied is voldoende ruimte voor de opvang van hemelwater. In de toekomstige inrichting wordt de waterberging nader vorm gegeven. Afvalwater Op eigen terrein wordt een riool aangelegd dat wordt aangesloten op het gemeentelijk riool stelsel in de Brabantring en Hoge Brake. Voor zover bekend zijn er geen knelpunten (hydraulische capaciteit) in het rioolsysteem. Conclusie Bij de uitwerking van de inrichting dient rekening gehouden te worden met het beleid van het Waterschap en de gemeente. Dit is geborgd middels een voorwaardelijke verplichting in de regels van dit bestemmingsplan. Het aspect waterhuishouding vormt geen belemmering voor de geplande ontwikkeling en de vaststelling van dit bestemmingsplan.
4.2
Verkeersaspecten
Beleid en normstelling Op het gebied van verkeer en vervoer bestaat geen specifieke wetgeving die relevant is voor de voorgenomen activiteit. Wel dient in het kader van het ruimtelijk plan dat de activiteit mogelijk maakt, te worden onderbouwd dat het geheel voldoet aan een goede ruimtelijke ordening. Dit houdt onder meer in dat er voldoende parkeergelegenheid aanwezig dient te zijn en de eventuele verkeerstoename niet leidt tot knelpunten in de verkeersafwikkeling. De parkeerbehoefte wordt berekend op basis van de het geldende bestemmingsplan. Daarin zijn de parkeernormen conform de CROW-publicatie 317 opgenomen. Voor het te hanteren kencijfer / parkeernorm wordt een ligging in het 'rest stedelijk gebied' aangehouden, de gemeente heeft een 'matig stedelijk karakter' op basis van de adressendichtheid van het CBS. Onderzoek Ontsluiting Het plangebied wordt ontsloten via de Brabantring en de Hoge Brake. Het parkeerterrein is bereikbaar via de Hoge Brake die direct op de Brabantring uitkomt. De Brabantring gaat in noordelijke richting over in de Refeling die in het noorden uitkomt op de Europalaan. Vanaf de Refeling is via de Klamperlaan de Smits van Oyenlaan bereikbaar. De Smits van Oyenlaan komt uit op de A270 die Eindhoven met Helmond verbindt. Voetgangers en fietsers kunnen het plangebied via alle zijde bereiken via de aanwezige infrastructuur.
Aan de zuidzijde ligt een vrijliggend fietspad. Intern wordt het terrein middels voetpaden ontsloten. Aan de Refeling is een bushalte gelegen. Hierdoor is het plangebied ook met het openbaar vervoer bereikbaar.
Rho adviseurs voor leefruimte
32
Parkeren Op basis van het beoogde programma is de parkeerbehoefte berekend volgens de CROW-publicatie 317. De locatie is gelegen in het gebied 'rest bebouwde kom' en de gemeente Nuenen heeft als stedelijkheidsgraad 'matig stedelijk'. Een boven- of onder gemiddelde parkeerbehoefte wordt niet verwacht, zodoende kan worden uitgegaan van het gemiddelde van de door het CROW gegeven bandbreedte. Binnen het plangebied worden een gezondheidscentrum en appartementen gerealiseerd. Het gezondheidscentrum bestaat uit een apotheek en behandelkamers. Het parkeerkencijfer voor het gezondheidscentrum ligt per behandelkamer tussen de 1,9 en 2,4. Het midden van de bandbreedte is 2,15 parkeerplaats per behandelkamer. Voor een apotheek geldt een parkeerkencijfer tussen de 2,9 en 3,4 per apotheek. Het parkeerkencijfer voor de appartementen ligt tussen de 1,6 en 2,4. In tabel 4.2.1 is de parkeervraag van de totale ontwikkeling weergegeven. Tabel 4.2.1 Parkeervraag totaal Behandelkamers Apotheek Appartementen Totaal
aantal 19 2 x 150 m2 19
norm 2,15 3,15 per vestiging 2,0
parkeerbehoefte 40,85 6,30 38 85,15
De totale parkeervraag bedraagt daarmee 86 parkeerplaatsen. Vanwege de verschillende functies is sprake van dubbelgebruik. Tijdens het maatgevende moment, een werkdagochtend, bedraagt de parkeerbehoefte 66,15 = 67 parkeerplaatsen, zie bijlage 2. Deze parkeerbehoefte wordt binnen het plangebied gerealiseerd. Aan de westzijde van het plangebied wordt het parkeerterrein bij het winkelcentrum heringericht ten behoeve van dit planvoornemen. Hier worden 95 nieuwe parkeerplaatsen gerealiseerd, waarbij de aanwezige 38 parkeerplaatsen (37 heringericht en één vervallen) worden vervangen. Daarnaast worden aan de oostzijde, aan de Brabantring 10 parkeerplaatsen gerealiseerd. Binnen het plangebied zijn zodoende 104 parkeerplaatsen aanwezig. Het aantal parkeerplaatsen neemt met 67 toe ten opzichte van de bestaande situatie. Daarmee wordt voldaan aan de eigen parkeerbehoefte van 67 parkeerplaatsen. Verkeersgeneratie Met kencijfers van CROW publicatie 381 kan voor verschillende functies de verkeersgeneratie bepaald worden. De kencijfers zijn gerelateerd aan de ligging van het plan en de mate van stedelijkheid van het gebied. De betreffende ontwikkeling is gelegen in het gebied 'rest bebouwde kom'. Voor de mate van stedelijkheid kan het gebied op basis van cijfers van het CBS gekarakteriseerd worden als 'matig stedelijk'.
Een boven- of onder gemiddelde parkeerbehoefte wordt niet verwacht, zodoende kan worden uitgegaan van het gemiddelde van de door het CROW gegeven bandbreedte. Voor een gezondheidscentrum geldt per behandelkamer een verkeersgeneratie tussen de 16,1 en 20,2 in de 'rest bebouwde kom' in 'matig stedelijk' gebied. Voor een apotheek geldt een verkeersgeneratie tussen de 125,4 en 146,8 in de 'rest bebouwde kom' in 'matig stedelijk' gebied. De verkeersgeneratie voor de appartementen ligt tussen de 6,7 en 7,5 in de 'rest bebouwde kom' in 'matig stedelijk' gebied. In tabel 4.2.2 is het gemiddelde kencijfer afgezet tegen het aantal eenheden. Tabel 4.2.2 Verkeersgeneratie Behandelkamers Apotheek Appartementen Totaal
Rho adviseurs voor leefruimte
aantal 19 1 19
gemiddeld kencijfer 18,15 136,1 7,1
Verkeersgeneratie 344,9 136,1 134,9 616 mvt/etmaal
33
De verkeersgeneratie van de volledige ontwikkeling van dit bestemmingsplan volgens de gemiddelde norm bedraagt 616 mvt/etmaal. Met het planvoornemen is daarnaast sprake van gecombineerd gebruik. Bezoekers van de voorzieningen maken tevens gebruik van het winkelcentrum en andersom. Het effect op de berekende verkeersgeneratie is echter beperkt en daardoor verwaarloosbaar. In de voormalige situatie genereerde de basisschool ook verkeer. De grootste verkeersdruk bij basisscholen ontstaat door het halen en brengen van kinderen. Omdat het aantal leerlingen van de school en het percentage dat met de auto gebracht wordt onbekend is wordt verkeersgeneratie van de voormalige situatie buiten beschouwing gelaten. De berekende verkeersgeneratie blijft dan ook het uitgangspunt voor dit planvoornemen. Verkeersafwikkeling Het verkeer afkomstig van het plangebied ontsluit via de omliggende infrastructuur. De huidige locatie van het parkeerterrein nabij het winkelcentrum en de huidige school zijn goed bereikbaar. Verdeeld over de dag zal de verkeerstoename niet tot knelpunten leiden en zal het ook vrij snel opgaan in het heersende verkeersbeeld. Tijdens de spits leidt het planvoornemen tot circa 62 extra auto's (10% etmaal waarde van 616 mvt/etmaal) op de omliggende wegen, Brabantring en Hoge Brake.
De intensiteit van de Brabantring bedraagt 3.610 mvt/etmaal, zie akoestisch onderzoek bijlage 7. De Brabantring met een maximum snelheid van 30 km/u is dusdanig ingericht dat deze meer verkeer aan kan. De capaciteit van de omliggende wegen biedt dan ook voldoende ruimte voor de toename van het verkeer en leidt niet tot onveilige verkeerssituaties. Conclusie Ten aanzien van de verkeersaspecten zijn er geen belemmeringen voor de beoogde ontwikkeling.
4.3
Archeologie
Beleid en normstelling Het cultureel erfgoed van Nederland wordt beschermt met de Erfgoedwet. Om te voorkomen dat de archeologische informatie ongezien verloren gaat, is het noodzakelijk dat gemeenten in het ruimtelijk beleid waarborgen voor de omgang met dit bodemarchief. Dit is een uitvloeisel van het Verdrag van Malta dan in 1992 door Nederland werd ondertekend. Op basis van de huidige wetgeving zijn de gemeenten in Nederland verantwoordelijk voor het behoud van het archeologisch bodemarchief. Omdat ruimtelijke ingrepen gevolgen kunnen hebben voor dit bodemarchief, moeten gemeenten bij de besluitvorming archeologie als volwaardige factor meenemen in de belangenafweging. Door de gemeente Nuenen c.a. is het Beleidsplan Archeologische Monumentenzorg opgesteld. Op basis van de archeologische beleidskaart, wordt de gemeente onderverdeeld in verschillende categorieën met daaraan gekoppelde voorschriften. In het plangebied komt de categorie 4 voor: Gebied met een middelhoge archeologische verwachting. Om die reden is een vergunning vereist bij bodemingrepen en te bebouwen oppervlakten van projectgebieden die groter zijn dan 2.500 m² en dieper gaan dan 0,3 m–mv.
Rho adviseurs voor leefruimte
34
Onderzoek Het beleidsplan archeologie van de gemeente is vertaald in de diverse bestemmingsplannen, zo ook in het voor het plangebied geldende bestemmingsplan 'Nuenen Zuidoost'. Hierin is voor het plangebied de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie middelhoog' opgenomen, zie paragraaf 1.3. Binnen deze dubbelbestemming mogen alleen bouwwerken gebouwd worden tot een oppervlakte van maximaal 2.500 m2 of niet dieper dan 0,30 meter. Het beoogde planvoornemen voorziet in bodemingrepen ten behoeve van bouwwerken groter dan 2.500 m2 en dieper dan 0,30 meter. Een archeologisch onderzoek wordt noodzakelijk geacht en is uitgevoerd, zie bijlage 3. Uit dit onderzoek blijkt dat proefsleuvenonderzoek ter plaatse van de beoogde bebouwing noodzakelijk is. Ten behoeve van het proefsleuvenonderzoek is een programma van eisen (PvE) opgesteld, zie bijlage 4. Dit PvE is op 9 augustus 2021 goedgekeurd, zie bijlage 5. Het proefsleuvenonderzoek wordt op de goedgekeurde wijze uitgevoerd. Conclusie Het aspect archeologie vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.
4.4
Cultuurhistorie
Beleid en normstelling Het cultureel erfgoed van Nederland wordt beschermt met de Erfgoedwet. Goede ruimtelijke ordening betekent dat er daarnaast een integrale afweging plaatsvindt van alle belangen die effect hebben op de kwaliteit van de ruimte. Een van die belangen is de cultuurhistorie. Per 1 januari 2012 is in het kader van de modernisering van de monumentenzorg (MOMO) in het Besluit ruimtelijke ordening van het rijk opgenomen dat gemeenten bij het maken van bestemmingsplannen rekening moeten houden met cultuurhistorische waarden. Hiertoe dient middels bestudering van kaarten bepaald te worden of binnen (de invloedsfeer van het plangebied) Rijksmonumenten (historische gebouwen, sluizen, tuinbeelden en grafstenen), Archeologische Rijksmonumenten, Werelderfgoederen en beschermde stads- en dorpsgezichten aanwezig zijn. Ook het voorkomen van gebieden met landschappelijke waarden en beschermde natuurgebieden (Natura 2000-gebieden, Wetlands, Beschermde Natuurmonumenten, Nationale Parken, Nationale Landschappen en de Ecologische Hoofdstructuur dient bepaald te worden. Onderzoek Er is geen bestaande monumentale of cultuurhistorisch waardevolle bebouwing aanwezig binnen het plangebied.
Uit de cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Noord-Brabant blijkt daarnaast dat er binnen het plangebied en in de directe omgeving van het plangebied geen cultuurhistorisch waardevolle structuren aanwezig zijn. Conclusie Ten aanzien van het aspect cultuurhistorie zijn er geen belemmeringen voor de beoogde ontwikkeling.
Rho adviseurs voor leefruimte
35
4.5
Bodemkwaliteit
Beleid en normstelling Op grond van artikel 3.1.6 van het Bro dient in verband met de uitvoerbaarheid van een plan rekening te worden gehouden met de bodemgesteldheid in het plangebied. Bij functiewijzigingen dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of er sprake is van een saneringsnoodzaak. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Voor een nieuw geval van bodemverontreiniging geldt, in tegenstelling tot oude gevallen (voor 1987), dat niet functiegericht maar in beginsel volledig moet worden gesaneerd. Nieuwe bestemmingen dienen bij voorkeur te worden gerealiseerd op bodem die geschikt is voor het beoogde gebruik. Onderzoek Om de bodemkwaliteit van het plangebied te bepalen is een verkennend bodemonderzoek noodzakelijk conform NEN 5740. Naast het verkennend bodemonderzoek is tevens onderzoek naar de aanwezigheid van asbest uitgevoerd. De resultaten van het bodemonderzoek zijn bijgevoegd in bijlage 6. Uit het onderzoek blijkt dat analytisch in zowel de boven- als ondergrond geen verontreinigingen zijn aangetoond. Het grondwater blijkt licht verontreinigd met barium en molybdeen.
Gelet op het regionale karakter van de lichte metaalverontreinigingen in het grondwater en het ontbreken van verontreiningen in de grond kan de onderzoekslocatie als "onverdacht" ten opzichte van haar omgeving worden beschouwd. Ter plaatse van de parkeerplaats zijn op het maaiveld en in de bodem zintuiglijk geen asbestverdachte materialen aangetoond. In de onderliggende bodem is analytisch een asbestgehalte van 26 mg/kg d.s. aangetoond. In de onderliggende bodem is analytisch geen asbest aangetoond. Het verhoogde asbestgehalte is, gelet op de analyseresultaten, hoogstwaarschijnlijk te relateren aan de aanwezigheid van enkele stukjes plaatmateriaal in het grondmengmonster. Het gehalte is onder de de interventiewaarde (50 mg/kg d.s.) gelegen. Op basis van de onderzoeksresultaten wordt gesteld dat er geen aanleiding bestaat tot het uitvoeren van een nader onderzoek asbest in bodem/puin. In geval van grondwerkzaamheden op de locatie behoeven er ten aanzien van asbest geen specifieke maatregelen te worden getroffen. Met betrekking tot de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem worden geen belemmeringen verwacht voor de voorgenomen bestemmingsplanwijziging, sloop en nieuwbouw op de onderzoekslocatie.
Indien er bij werkzaamheden grond vrijkomt die niet op de locatie kan worden hergebruikt, zijn de regels van het Besluit bodemkwaliteit, het “Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAShoudende grond en baggerspecie (d.d. 2 juli 2020) of de regionale bodemkwaliteitskaart van toepassing. Conclusie De bodemkwaliteit vormt geen belemmering voor de geplande ontwikkeling.
Rho adviseurs voor leefruimte
36
4.6
Wegverkeerslawaai
Beleid en normstelling Langs alle wegen - met uitzondering van 30 km/uur-wegen en woonerven - bevinden zich op grond van de Wet geluidhinder (Wgh) geluidzones waarbinnen de geluidhinder vanwege de weg getoetst moet worden. De breedte van de geluidzone is afhankelijk van het aantal rijstroken en van binnen- of buitenstedelijke ligging. De geluidbelasting wordt berekend aan de hand van de Europese dosismaat Lden (L day evening night). Deze dosismaat wordt weergegeven in dB. Deze waarde vertegenwoordigt het gemiddelde geluidsniveau over een etmaal. Nieuwe situaties Voor de geluidbelasting aan de buitengevels van woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen binnen de wettelijke geluidzone van een weg geldt een voorkeursgrenswaarde van 48 dB. In bepaalde gevallen is vaststelling van een hogere waarde mogelijk. Deze hogere grenswaarde mag de maximaal toelaatbare hogere waarde niet te boven gaan. De maximale ontheffingswaarde in onderhavige situaties bedraagt 63 dB (binnenstedelijk gelegen woning). Aftrek ex artikel 110g Wgh De in de Wgh genoemde grenswaarden aan de buitengevels ten aanzien van wegverkeerslawaai betreffen waarden inclusief aftrek op basis van artikel 110g Wgh. Dit artikel houdt in dat voor het wegverkeer een aftrek mag worden gehanteerd welke anticipeert op het stiller worden van het wegverkeer in de toekomst door innovatieve maatregelen aan de voertuigen.