Bestemmingsplan Nuenen-Zuidoost herziening De Mijlpaal, Bijlage 3 toelichting
Tekst van het document
50-120
Matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donker grijsbruin, nat zand
Enkeerdgrond
120-135
Matig fijn, zwak siltig, bruin zand
B-horizont
135-150
Matig fijn, zwak siltig, bruin, beige gevlekt zand
BC-horizont
150-180
Matig fijn, zwak siltig, beige zand
C-horizont
Boring 3 heeft een gelijkaardig bodemprofiel als boringen 2, 4 en 5. Bij boring 3 werd onder het maaiveld eveneens een verstoorde laag aangetroffen. Het verschil is dat bij boring 3 meerdere verstoorde pakketten onderscheiden konden worden en dat een enkeerdgrond in deze boring ontbreekt. Het bodemprofiel bestaat uit een verstoorde, bruingrijze zandlaag, tot 55 centimeter onder het maaiveld, met daaronder een verstoorde beige-gele zandlaag. De overgang tussen deze twee lagen was zeer scherp, wat erop wijst dat dit geen natuurlijke overgang is. Onder de beige-gele verstoorde laag bevindt zich een derde verstoord pakket, bestaande uit donker grijsbruin, bruin gevlekt zand. Dit pakket was licht humeus en zou mogelijk geïnterpreteerd kunnen worden als een verstoorde enkeerdgrond. Onder deze verstoorde enkeerdgrond, op 120 centimeter onder het maaiveld, bevindt zich een BC-
32 Tabel toont specifiek de bodemopbouw van boring 5
Rapport 15565.002 versie 2
Pagina 15 van 22
horizont, met direct daaronder een C-horizont. De C-horizont is in boring 3 aangetroffen op 150 centimeter onder het maaiveld. Tabel V.
Hoofdlijn bodemopbouw boring 3 Diepte
Samenstelling
Interpretatie
0-55
Matig fijn, zwak siltig, bruingrijs zand met een scherpe overgang
Verstoorde laag
55-90
Matig fijn, zwak siltig, beigegeel zand
Verstoorde laag
90-120
Matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donker grijsbruin, bruin gevlekt zand
Verstoorde laag, mogelijk verstoorde enkeerdgrond
120-150
Matig fijn, zwak siltig, bruin, beige gevlekt zand
BC-horizont
150-180
Matig fijn, matig siltig, grijsbeige zand
C-horizont
Uit de resultaten van het booronderzoek blijkt dat een deel van het plangebied is verstoord. Op de parkeerplaats in het westen van het plangebied, ter hoogte van boring 1, was de ondergrond compleet verstoord tot minimaal 130 centimeter onder het maaiveld. Op het voormalige schoolterrein was de bovengrond verstoord tot 50-120 centimeter onder het maaiveld. Onder deze verstoorde bovengrond werd een enkeerdgrond met daaronder een (deel van) een podzolbodem aangetroffen. De Chorizont van het dekzand werd aangetroffen op 150-180 centimeter onder het maaiveld. Archeologische indicatoren In geen van de boringen zijn archeologische indicatoren waargenomen. Het gaat hier echter om een verkennend bodemonderzoek, dat zich richt op de bodemopbouw en mogelijke bodemverstoringen die de archeologische trefkans kunnen beïnvloeden en niet zo zeer op het onderzoeken op de aanwezigheid van archeologische vondsten en/of sporen. 3.4
Conclusie veldonderzoek
Het veldonderzoek heeft tot doel antwoorden te vinden op wat de bodemopbouw is binnen het plangebied en wat de gevolgen zijn van het in het plangebied aangetroffen bodemprofiel voor de gespecificeerde archeologische verwachting. Uit de resultaten van het booronderzoek blijkt dat een deel van het plangebied is verstoord. Op de parkeerplaats in het westen van het plangebied, ter hoogte van boring 1, was de ondergrond compleet verstoord tot minimaal 130 centimeter onder het maaiveld. Op het voormalige schoolterrein was de bovengrond verstoord tot 50-120 centimeter onder het maaiveld. Onder deze verstoorde bovengrond werd een enkeerdgrond met daaronder een (deel van) een podzolbodem aangetroffen. De verstoringen binnen het plangebied zijn waarschijnlijk te relateren aan de aanleg van de parkeerplaats, het schoolgebouw en het bijbehorende schoolplein. Op het schoolterrein is het verstoorde pakket 50-120 centimeter dik, met de dikte van het pakket toenemend richting het zuiden. De onderkant van het eerddek en de top van de dekzandafzettingen, waarin de archeologische vondsten uit het Neolithicum tot en met de Late-Middeleeuwen worden verwacht, zijn echter over het gehele schoolplein vrijwel onverstoord. De top van de intacte dekzandafzettingen, de C-horizont, werd aangetroffen op 150-180 centimeter onder het maaiveld.
De funderingen van het schoolgebouw en de bijgebouwen zijn aangelegd op 70-80 centimeter onder het maaiveld en in het diepste gedeelte op 125 centimeter onder het maaiveld. De top van de dekzandafzettingen zal bij de bouw van de school dus niet zijn verstoord. De hoge verwachting voor het Neolithicum tot en met de Late-Middeleeuwen kan hier behouden blijven. Resten uit de Nieuwe tijd, die tot 30 centimeter onder het maaiveld werden
Rapport 15565.002 versie 2
Pagina 16 van 22
verwacht, zullen wel zijn verstoord. Voor de Nieuwe tijd kan de verwachting naar beneden worden bijgesteld. Voor het parkeerterrein is het op basis van het booronderzoek niet duidelijk of de top van de dekzandafzettingen bewaard is gebleven. Ter hoogte van boring 1 is in ieder geval de bovenste 130 centimeter onder het maaiveld verstoord. Aangezien de top van de C-horizont zich op het schoolterrein op grote diepte (150-180 centimeter onder het maaiveld) bevindt, is het mogelijk dat deze ook onder de parkeerplaats nog intact aanwezig is.
Rapport 15565.002 versie 2
Pagina 17 van 22
4
CONCLUSIE EN ADVIES
Het bureauonderzoek toonde aan dat er zich mogelijk archeologische waarden in het plangebied zouden kunnen bevinden. Daarom is aansluitend een inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek uitgevoerd. Uit de resultaten van het booronderzoek blijkt dat een deel van het plangebied is verstoord. Op de parkeerplaats in het westen van het plangebied, ter hoogte van boring 1, was de ondergrond compleet verstoord tot minimaal 130 centimeter onder het maaiveld. Op het voormalige schoolterrein was de bovengrond verstoord tot 50-120 centimeter onder het maaiveld. Onder deze verstoorde bovengrond werd een enkeerdgrond met daaronder een (deel van) een podzolbodem aangetroffen. De top van de intacte dekzandafzettingen, de C-horizont, werd aangetroffen op 150-180 centimeter onder het maaiveld. De verstoringen binnen het plangebied zijn waarschijnlijk te relateren aan de aanleg van de parkeerplaats, het schoolgebouw en het bijbehorende schoolplein. Op het schoolterrein is het verstoorde pakket 50-120 centimeter dik, met de dikte van het pakket toenemend richting het zuiden. De onderkant van het eerddek en de top van de dekzandafzettingen, waarin de archeologische vondsten uit het Neolithicum tot en met de Late-Middeleeuwen worden verwacht, zijn echter over het gehele schoolplein vrijwel onverstoord.
Ook op het terrein van de parkeerplaats zijn de top van de dekzandafzettingen vermoedelijk bewaard gebleven. De hoge verwachting voor het Neolithicum tot en met de Late-Middeleeuwen, zoals opgesteld in het bureauonderzoek, blijft behouden. Voor de Nieuwe tijd kan de verwachting naar beneden worden bijgesteld. Gezien de in dit onderzoek opgestelde archeologische verwachting is binnen het plangebied vervolgonderzoek noodzakelijk om deze te toetsen. Het vervolgonderzoek kan het beste worden uitgevoerd in de vorm van een karterend en waarderend proefsleuvenonderzoek. Bij een proefsleuvenonderzoek dienen verspreid over het plangebied sleuven gegraven te worden met als doel om eventuele archeologische waarden te karteren en waarderen. Voor dit onderzoek dient een door de bevoegde overheid goedgekeurd Programma van Eisen te zijn opgesteld waarin is vastgelegd waaraan het onderzoek moet voldoen. Econsultancy adviseert om het proefsleuvenonderzoek uit te voeren ter hoogte van de twee nieuwbouwlocaties. Op basis van de resultaten van dit proefsleuvenonderzoek kan een besluit gemaakt worden of voor de werkzaamheden op de parkeerplaats nog archeologisch vervolgonderzoek noodzakelijk is. Bovenstaand advies is van Econsultancy. De resultaten van onderhavig onderzoek dienen te worden beoordeeld door de bevoegde overheid (gemeente Nuenen c.a.).
De bevoegde overheid neemt vervolgens een besluit.
Rapport 15565.002 versie 2
Pagina 18 van 22
LITERATUUR Amersfoort, H. & P.H. Kamphuis, 1990: Mei 1940. De strijd op Nederlands grondgebied. ‘s- Gravenhage. Berendsen, H.J.A., 2008: Fysische Geografie van Nederland, deel 1: De vorming van het land. Inleiding in de geologie en de geomorfologie. Van Gorcum, Assen. Berkvens, R., 2009: Beleidsplan Archeologische Monumentenzorg, gemeente Nuenen c.a.. SRE Milieudienst, Eindhoven. Bink, M., 2014. Nuenen, Park-Kerkstraat, archeologische begeleiding. Zuidnederlandse Archeologische Notities 333, Amsterdam. Bosch, J.H.A., 2005: Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode, Versie 5.2. Utrecht (TNOrapport, NITG 05-043-A). Doesburg, J. van (red.), et al., 2007: Essen in zicht. Essen en plaggendekken in Nederland: onderzoek en beleid. Amersfoort 2007. Jong, L. de, 1969-1994: Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog. ‘s- Gravenhage. Kiefte, D. te, 2016. Bewoning op de flank in een depressie. Sporen uit de late prehistorie, vroege middeleeuwen (8e/9e eeuw) en nieuwe tijd in het plangebied Kerkakkers – Luistruik (fase 2) in Nuenen (Noord-Brabant). BAAC-rapport A-14.0068, ’s-Hertogenbosch. Klep, C. & B. Schoenmaker, 1995: De Bevrijding Van Nederland 1944-1945 - Oorlog op de flank. Den Haag. Kremer, H. & R. Nillesen, 2011: Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek, Hoge Brake te Nuenen. Synthegra rapport S110204, Doetinchem.
Louwe Kooijmans,. L.P., P.W. van den Broeke, H. Fokkens, A. van Gijn (red.), 2005: Nederland in de prehistorie. Uitgeverij Bert Bakker, Amsterdam. Maas, G.J., Delft, S.P.J. van & Heidema, A.H., 2017: Toelichting bij de legenda Geomorfologische kaart van Nederland 1:50 000 (2017). Web publication/site, Wageningen Environmental Research. http://legendageomorfologie.wur.nl. Mulder, E.F.J. de, M.C. Geluk, I.L. Ritsema, W.E. Westerhoff, T.E. Wong, 2003: De ondergrond van Nederland. Wolters-Noordhoff, Groningen. Ras, J. & A.E. Gazenbeek, 2007: Geactualiseerd Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek door middel van grondboringen. Bestemmingsplan De Luistruik, Nuenen, Gemeente Nuenen. SOB Research 1362-0706, Heinenoord. Reynaert, J. & M. Stiekema, 2021: Plan van Aanpak Booronderzoek Brabantring 1 te Nuenen, gemeente Nuenen c.a.. Econsultancy, Swalmen. Stichting voor Bodemkartering, 1981: Bodemkaart van Nederland, schaal 1:50.000, blad 51 Oost Eindhoven.
Rapport 15565.002 versie 2
Pagina 19 van 22
Vries, F. de, Groot, W. J. M. de, Hoogland, T., & Denneboom, J., 2003: De Bodemkaart van Nederland digitaal; toelichting bij inhoud, actualiteit en methodiek en korte beschrijving van additionele informatie. Alterra-rapport; No. 811, Alterra. https://edepot.wur.nl/21850 Wageningen Environmental Research, 2017: Geomorfologische Kaart van Nederland (2017), schaal 1:50.000. Wattenberghe, J.E.M., 2011: Archeologische opgraving De Luistruik, Fase 1, Nuenen, Gemeente Nuenen. SOB Research 1524-0809, Heinenoord. Wesdorp, M., 2020: Opgravingen in het plangebied Luistruik te Nuenen (fase 3). Een erf met twee bijzondere smidsen uit de Volle Middeleeuwen. Zuidnederlandse Archeologische Rapporten 84, Amsterdam. Wilgen, L.R. van, 2010: Inventariserend Veldonderzoek door middel van proefsleuven Bestemmingsplan De Luistruik, Nuenen, Gemeente Nuenen. SOB Research 1403-0710, Heinenoord. Zwanenburg G.J., 1990: En nooit was het stil - Kroniek van een luchtoorlog. Emmen.
Rapport 15565.002 versie 2
Pagina 20 van 22
BRONNEN AHN; internetsite, juni 2021. http://www.ahn.nl AMK; internetsite, mei 2021. https://www.cultureelerfgoed.nl/onderwerpen/bronnen-en-kaarten/overzicht/archeologie-in-nederlandamk-en-ikaw Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort, juni 2021. https://archis.cultureelerfgoed.nl Beeldbank Rijksdienst voor het Cultureelerfgoed; internetsite, juni 2021 http://www.beeldbank.cultureelerfgoed.nl Brabant.nl; internetsite, juni 2021. https://noordbrabant.maps.arcgis.com/apps/webappviewer/index.html?id=1dab0b45b3234fffa8090a4bc8ae06f8 Cultuurhistorische Waardenkaart van de Provincie Noord-Brabant; internetsite, juni 2021. http://www.brabant.nl/kaarten.aspx Data Archiving and Networked Services DANS-Easy; internetsite, juni 2021. https://easy.dans.knaw.nl/ui/home Dinoloket; internetsite, juni 2021. http://www.dinoloket.nl/ Drijehornick.nl; internetsite, juni 2021. https://drijehornick.nl/ Indicatieve kaart Militair Erfgoed; internetsite, juni 2021. http://www.ikme.nl/ Kadaster; internetsite, mei 2021. https://www.kadaster.nl/ Kadaster Topotijdreis; internetsite, juni 2021. http://www.topotijdreis.nl/ KLIC (Kabels en Leidingen Informatie Centrum); internetsite, december 2020. https://www.kadaster.nl/zakelijk/registraties/landelijke-voorzieningen/klic Portaal voor ruimtelijke plannen; internetsite, juni 2021.
http://www.ruimtelijkeplannen.nl/web-roo/roo/ Provincie Noord-Holland, Informatiekaart Landschap en Cultuurhistorie, internetsite, juni 2021. https://maps.noord-holland.nl/GeoWeb51HTML5/index.html?viewer=ilc
Rapport 15565.002 versie 2
Pagina 21 van 22
Publieke Dienstverlening Op de Kaart (PDOK); internetsite, juni 2021. https://pdokviewer.pdok.nl Ruimingskaart; internetsite, juni 2021. http://www.beobom.nl/ruimingskaart/ SIKB; internetsite, juni 2021. https://www.sikb.nl VEO Bommenkaart; internetsite, juni 2021. http://www.explosievenopsporing.nl/veo-bommenkaart/
Rapport 15565.002 versie 2
Pagina 22 van 22
Figuur 1. Situering van het plangebied binnen Nederland
Rapport 15565.002 versie 2
Figuur 2. Detailkaart van het plangebied
Rapport 15565.002 versie 2
Figuur 3. Luchtfoto van het plangebied
Rapport 15565.002 versie 2
Figuur 4. KLIC-melding van het plangebied
Rapport 15565.002 versie 2
Figuur 5. Situering van het plangebied binnen de archeologische beleidskaart
Rapport 15565.002 versie 2
Figuur 6. Situering van het plangebied binnen de Geomorfologische kaart
Rapport 15565.002 versie 2
Figuur 7. Situering van het plangebied binnen het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN)
Rapport 15565.002 versie 2
Figuur 8. Situering van het plangebied binnen de Bodemkaart
Rapport 15565.002 versie 2
Figuur 9. Archeologische Gegevenskaart van het onderzoeksgebied
Rapport 15565.002 versie 2
Rapport 15565.002 versie 2
Figuur 10. Situering van het plangebied binnen de historische kaarten
Rapport 15565.002 versie 2
Figuur 11. Uitsnede bouwdossiers van het schoolgebouw
A
A
N
Rapport 15565.002 versie 2
Figuur 12. Boorpuntenkaart
Rapport 15565.002 versie 2
Bijlage 1 Ouderdom in jaren
Overzicht geologische en archeologische tijdvakken
Chronostratigrafie
MIS
Holoceen 11.755 12.745 13.675 14.025
LaatWeichselien (LaatGlaciaal)
15.700
1 Late Dryas (koud) Allerød (warm) Vroege Dryas (koud) Bølling (warm)
Lithostratigrafie Formaties: Naaldwijk (marien), Nieuwkoop (veen), Echteld (fluviatiel)
2
LaatPleniglaciaal 29.000
50.000
MiddenWeichselien (Pleniglaciaal)
MiddenPleniglaciaal VroegPleniglaciaal
3
Formatie van Kreftenheye
Formatie van Boxtel
4
75.000
VroegW eichselien (VroegGlaciaal) 115.000 130.000
370.000 410.000
5a 5c 5d
Eemien (warme periode)
5e
Saalien (ijstijd)
6
Holsteinien (warme periode)
Formatie van Beegden
5b
Eem Formatie Formatie van Drente
Formatie van Urk
Elsterien (ijstijd) 475.000
Cromerien (warme periode) 850.000
Pre-Cromerien 2.600.000
Rapport 15565.002 versie 2
Formatie van Sterksel
Formatie van Peelo
Cal. jaren v/n Chr.
14
C jaren
Chronostratigrafie
Pollen zones
0
1950
Vb2
1500
Subatlanticum koeler vochtiger
450 0 12
Vb1 Va
Vegetatie Loofbos eik en hazelaar overheersen haagbeuk veel cultuurplanten rogge, boekweit, korenbloem
Archeologische perioden Nieuwe tijd Middeleeuwen Romeinse tijd IJzertijd
800 815
2650
IVb Subboreaal koeler droger
2000
3755
IVa
5000
4900
5300
7020
8240
Atlanticum warm vochtig
III
Boreaal warmer
II
Preboreaal warmer
I
8000
9000
8800 11.755
10.150
12.745
10.800
13.675
11.800
14.025
12.000
15.700
13.000
LaatWeichselien (LaatGlaciaal)
Late Dryas
LW III
Allerød
LW II
Vroege Dryas LW I Bølling
35.000
Loofbos eik en hazelaar overheersen beuk>1% invloed landbouw (granen)
Bronstijd
Neolithicum
Loofbos eik, els en hazelaar overheersen in zuiden speelt linde een grote rol den overheerst hazelaar, eik, iep, linde, es eerst berk en later den overheersend
Mesolithicum
parklandschap dennen- en berkenbossen open parklandschap open vegetatie met kruiden en berkenbomen
MiddenWeichselien (Pleniglaciaal)
perioden met een poolwoestijn en perioden met een toendra
VroegWeichselien (VroegGlaciaal)
perioden met bos en perioden met een subarctisch open landschap
Laat-Paleolithicum
75.000
115.000 130.000
Eemien (warme periode)
Midden-Paleolithicum loofbos
Saalien (ijstijd) 300.000
Vroeg-Paleolithicum Chronostratigrafie voor Noordwest-Europa volgens Zagwijn (1974), Vandenberghe (1985) en De Mulder et al. (2003). Lithostratigrafie volgens De Mulder et al. (2003). Mariene isotoop stadium (MIS) volgens Bassinot et al. (1994). Atmosferische data volgens Stuiver et al. (1998). Zuurstofisotoop calibratie (OxCal) versie 3.9 Bronk Ramsey (2003), toegepast op het Laat-Weichselien en het Holoceen. Archeologische periode-indeling en ouderdom volgens de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek (ROB). Vegetatie bewerkt volgens Berendsen (2000). Pollenzones volgens P. Vos & P. Kiden (2005).
Rapport 15565.002 versie 2
Bijlage 2 Zaaknummer (OMnummer) 2342085100 (48489)
Onderzoeksmeldingen
Locatie
Aard, uitvoerder en resultaten van het onderzoek
250 meter ten westen van het plangebied Hoge Brake te Nuenen Gemeente Nuenen, Gerwen en Nederwetten Coördinaat: 166171/386249
Type onderzoek: booronderzoek Uitvoerder: Synthegra BV Datum: 27-9-2011 Resultaat: In het plangebied werden enkeerdgronden verwacht, maar deze zijn niet aangetroffen. De bovenste 55-165 centimeter van de bodem is verstoord en/of opgebracht. Rondom het plangebied zijn veel gronden ontgrond. Mogelijk dat gezien de diepte van de verstoringen en/of de dikte van het opgebrachte pakket ook in het plangebied illegale ontgrondingen hebben plaatsgevonden. Door de aanwezigheid van Brabantse leem in grote delen van het plangebied zal in het verleden vaak sprake zijn geweest van wateroverlast, omdat het infiltrerende regenwater stagneerde op de leem, waardoor deze gronden niet geschikt waren voor bewoning. De verwachting wordt bijgesteld naar een lage verwachting. Op grond van de resultaten van het onderzoek wordt voor het plangebied geen vervolgonderzoek geadviseerd. Type onderzoek: booronderzoek Uitvoerder: Salisbury Archeologie b.v. Datum: 11-9-2019 Resultaat: Het esdek blijkt in vier van de zes boringen niet meer intact aanwezig te zijn, er is sprake van recente verstoringen die in diepte variëren. Het esdek ligt in vijf van de zes boringen direct op de C-horizont van het Pleistocene dekzand. In een van de boringen is een deel van de oorspronkelijke podzolbodem aangetroffen. Het betreft een E- en een B-horizont, die echter beide zeer verrommeld en vermoedelijk verploegd zijn geraakt.
Uit het booronderzoek is gebleken dat het plangebied zich in een laaggelegen deel van het dekzandlandschap bevindt, in een vlakte of aan de voet van de flank van een dekzandrug. Type onderzoek: booronderzoek Uitvoerder: Sweco Datum: 01-06-2003 Resultaat: Tijdens het booronderzoek werd bij boring 23 op circa 0.35 meter -mv, in een verstoorde laag, een Wommersomkwartsiet afslag aangetroffen. Het verstoorde bodemprofiel bestaat uit een gevlekte puinhoudende, stinkende bodemlaag. Omdat de Wommersomafslag in een verstoorde laag direct onder het bouwvoor werd aangetroffen, waarin zich veel recent materiaal bevindt en waarin verder geen archeologische indicatoren zijn waargenomen, kunnen aan deze vondst geen conclusies worden verbonden. Type onderzoek: booronderzoek Uitvoerder: ADC ArcheoProjecten Datum: 1-8-2006 Resultaat: Het noordelijke, afgegraven deel van het plangebied is dermate verstoord dat archeologische resten hier niet meer aanwezig zullen zijn. In het centrale en westelijke deel van het plangebied bevindt zich een nog (gedeeltelijk) intact esdek, met daaronder in drie boringen een gedeeltelijk intact podzolprofiel. Aangezien het plangebied een middelhoge archeologische waarde heeft is de kans aanwezig dat zich onder het esdek nog archeologische sporen bevinden.
Het advies is om in het gebied een proefsleuf aan te leggen om de aanwezigheid van archeologische resten vast te stellen. Type onderzoek: proefsleuvenonderzoek Uitvoerder: BILAN Datum: 18-12-2006 Resultaat: Tijdens het proefsleuvenonderzoek werd een aantal sporen gedocumenteerd. Deze bestonden voornamelijk uit recente verstoringen door diepploegen of waren natuurlijk van aard. Eén greppel vormde mogelijk een perceel. Er werd geen (behoudenswaardige) archeologische vindplaats aangetroffen in het plangebied. Een archeologisch vervolgonderzoek is niet noodzakelijk. Type onderzoek: bureauonderzoek Uitvoerder: BAAC BV Datum: 8-7-2014 Resultaat: Op basis van het bureauonderzoek is de archeologische verwachting voor het plangebied niet eenduidig en dient het plangebied daarom in drie zones te worden beschouwd: de zone ten westen van de bebouwde kom tot aan de Dommel, de bebouwde kom ten westen van het centrum van Nuenen en het gebied ter hoogte van de huidige straat Lyndakkers tot en met het busstation ten oosten van terrein De Luistruik. Op basis van de resultaten van het bureauonderzoek zijn dus drie verwachtingszones te onderscheiden: laag, middelhoog en hoog. Hiervoor geldt het advies respectievelijk geen vervolgonderzoek, verkennend booronderzoek en verken-
4735547100
550 meter ten noordwesten van het plangebied Wederikdreef 2 te Nuenen Gemeente Nuenen, Gerwen en Nederwetten Coördinaat: 166042/386589
2062919100
600 meter ten westen van het plangebied Oude Landen te Nuenen Gemeente Nuenen, Gerwen en Nederwetten Coördinaat: 167496/386361
2127249100 (18468)
750 meter ten zuidwesten van het plangebied Wettenseind te Nuenen Gemeente Nuenen, Gerwen en Nederwetten Coördinaat: 165732/385822
2139926100 (20298)
750 meter ten zuidwesten van het plangebied Wetteneind te Nuenen Gemeente Nuenen, Gerwen en Nederwetten Coördinaat: 165731/385824
2450025100 (62426)
750 meter ten noordwesten van het plangebied Hov Fase 2 te Nuenen Gemeente Nuenen, Gerwen en Nederwetten Coördinaat: 165780/386740
Rapport 15565.002 versie 2
3985982100
750 meter ten noordwesten van het plangebied Hov te Nuenen, Gerwen en Nederwetten Gemeente Nuenen, Gerwen en Nederwetten Coördinaat: 165723/386726
4648326100
750 meter ten noorden van het plangebied Luistruik te Nuenen Gemeente Nuenen, Gerwen en Nederwetten Coördinaat: 166552/386941
2053328100 (7696)
800 meter ten noorden van het plangebied Luistruik te Nuenen Gemeente Nuenen, Gerwen en Nederwetten Coördinaat: 166559/387022
2201030100 (29077)
850c meter ten noorden van het plangebied De Luistruik te Nuenen Gemeente Nuenen, Gerwen en Nederwetten Coördinaat: 166547/387025
2146673100 (21217)
800 meter ten oosten van het plangebied Oude Landen te Nuenen Gemeente Nuenen, Gerwen en Nederwetten Coördinaat: 167250/386047
Rapport 15565.002 versie 2
nend booronderzoek of archeologische begeleiding naar gelang de ligging van de zone. Uit het booronderzoek bleek dat de zone ten westen van de bebouwde kom van Nuenen bestaat uit ofwel verstoorde bodem ofwel humeuze (sub-recente) ophooglagen, ofwel slootvullingen, direct liggend op de C-horizont. De kans op het aantreffen van archeologisch resten is hier laag, waardoor archeologisch vervolgonderzoek niet noodzakelijk wordt geacht. In een aantal boringen tussen de Lyndakkers en het busstation aan de Smits van Oyenlaan is een esdek aangetroffen en in een uitzonderlijk geval een deels intact bodemprofiel. Nabij de fietstunnel bij de Lyndakkers komen mogelijk resten van historische bebouwing voor. De kans op het aantreffen van archeologische resten is in deze gebieden middelhoog. Vervolgonderzoek in de vorm van een archeologische begeleiding wordt wenselijk geacht. Mogelijk kunnen hier tegelijk met de zones die op basis van het bureauonderzoek een hoge verwachting toegekend hebben gekregen onderzocht worden. Type onderzoek: archeologische begeleiding Uitvoerder: VUhbs archeologie Datum: 1-1-2016 Resultaat: Bij de realisatie van een nieuw wegtracé is een extensieve archeologische begeleiding uitgevoerd. Bij het onderzoek zijn geen archeologische resten of vondsten aangetroffen. Het westelijk deel van het plangebied is grotendeels verstoord door vroegere of huidige werkzaamheden.
Door de strategie van het onderzoek is maar een zeer beperkt gedeelte van het plangebied onderzocht. Hierdoor is niet uit te sluiten dat archeologische resten aanwezig zijn geweest. In het uiterste oosten van het plangebied is waarschijnlijk nog een intacte bodem met enkeerdgrond aanwezig. Hieronder kunnen nog ongestoorde archeologische resten aanwezig zijn. Voor toekomstig onderzoek is het aan te raden het extensieve karakter van de onderzoeksmethode aan te passen. Type onderzoek: opgraving Uitvoerder: VUhbs archeologie Datum: 12-11-2018 Resultaat: De opgraving van de middeleeuwse bewoning heeft geresulteerd in de reconstructie van een aantal structuren waaronder gebouwen, waterputten, greppels en kuilen. Het onderzoek heeft tevens een aantal structuren uit de Nieuwe tijd aan het licht gebracht. De aard en begrenzing van vindplaats 5 is vanwege de aanwezige verstoringen niet duidelijker geworden. De uitbreidingen rondom vindplaats 7 hebben niet geleid tot de vondst van meer sporen. In overleg met het bevoegd gezag is vervolgens besloten om het onderzoek van beide vindplaatsen te staken. Type onderzoek: booronderzoek Uitvoerder: SOB Research Datum: 3-2-2003 Resultaat: Op basis van het booronderzoek kan worden gesteld dat in het onderzoeksgebied een esdek op dekzandafzettingen voorkomt.
De top van het dekzand is in alle gevallen licht verstoord door landbewerking, zodat de veronderstelde Ahorizont is opgenomen in de basis van het esdek. Binnen het onderzoeksgebied zouden archeologische sporen kunnen worden aangetroffen. Er werden geen aanwijzingen gevonden voor de aanwezigheid van (over grote oppervlakten) verstoorde profielen. Er werden enkele vondsten aangetroffen, vermoedelijk resten uit de Middeleeuwen, maar een oudere oorsprong kan niet worden uitgesloten. Direct ten oosten van het onderzoeksgebied bevinden zich veel archeologische sporen uit de Middeleeuwen, die verband houden met een voormalige nederzetting met kerk. Waarschijnlijk bevinden zich in het onderzoeksgebied ook sporen die hiermee verband ouden. Het booronderzoek heeft aangetoond dat het bodemprofiel over grote oppervlakten waarschijnlijk min of meer intact aanwezig is. Om tot een betrouwbare waardestelling en selectiebesluit te kunnen komen, wordt de uitvoering van een Inventariserend Veldonderzoek door middel van proefsleuven in het onderzoeksgebied noodzakelijk geacht. Type onderzoek: proefsleuvenonderzoek Uitvoerder: SOB Research Datum: 16-6-2008 00:00:00 Resultaat: Bij het onderzoek zijn in 18 van de 36 uitgevoerde proefsleuven in totaal 83 grondsporen aangetroffen, waarvan uiteindelijk 70 grondsporen als archeologisch relevant zijn overgebleven.
De grondsporen bestaan uit paalkuilen, kuilen, waterkuilen, een waterput en greppels. In het plangebied kunnen in totaal zeven vindplaatsen worden onderscheiden. De aangetroffen vindplaatsen kunnen als behoudenswaardig worden gekwalificeerd. De vindplaatsen 1, 2, 3, 4, 5 en 6 zullen bij de toekomstig in het plangebied uit te voeren graafwerkzaamheden geheel of gedeeltelijk worden aangetast. Er wordt aanbevolen deze vindplaatsen op te graven. Type onderzoek: booronderzoek Uitvoerder: Sweco Datum: 8-2-2007 Resultaat: Tijdens het inventariserend veldonderzoek, karterende fase zijn in het plangebied door middel van 16 boringen de verwachte podzolgronden slechts deels aangetroffen. Het bodemprofiel bleek op verschillende plaatsen (licht) verstoord
2247015100 (35512)
800 meter ten noorden van het plangebied De Luistruik - Vindplaats 1 te Nuenen Gemeente Nuenen, Gerwen en Nederwetten Coördinaat: 166485/387091
2439715100 (61092)
800 meter ten noorden van het plangebied De Luistruik te Nuenen Gemeente Nuenen, Gerwen en Nederwetten Coördinaat: 166660/387085
2354510100 (50107)
800 meter ten noorden van het plangebied Park-Kerkstraat te Nuenen Gemeente Nuenen, Gerwen en Nederwetten Coördinaat: 166269/387069
2380147100 (53414)
800 meter ten noorden van het plangebied Park-Kerkstraat te Nuenen Gemeente Nuenen, Gerwen en Nederwetten Coördinaat: 166264/387101
Rapport 15565.002 versie 2
te zijn, waarschijnlijk ten gevolge van akkerbouwactiviteiten. In de boringen zijn geen archeologische resten aangetroffen. Naar verwachting zal er als gevolg van de geplande werkzaamheden dan ook geen verstoring van archeologische waarden optreden. Derhalve worden géén aanbevelingen ten aanzien van behoud van archeologische waarden of vervolgonderzoek gedaan. Type onderzoek: opgraving Uitvoerder: SOB Research Datum: 16-7-2009 00:00:00 Resultaat: Op de overgang naar de lager gelegen delen werden drie waterkuilen uit de Midden-IJzertijd gedocumenteerd. Vlakbij werden twee spiekers aangetroffen. De hoofdgebouwen van de bewoning werden niet vastgelegd. De vindplaats kan op basis van het aardewerk tussen 350 en 250 voor Christus gedateerd worden. Bewoningssporen uit de Romeinse tijd of Vroege-Middeleeuwen werden niet aangetroffen. De eerste sporen van hernieuwde occupatie dateren uit de VolleMiddeleeuwen. Er werd een erf uit de Volle-Middeleeuwen gedocumenteerd. Type onderzoek: opgraving Uitvoerder: BAAC BV Datum: 10-4-2014 00:00:00 Resultaat: Tijdens het onderzoek zijn twee deelgebieden opgegraven, waarbij in het noordelijk deelgebied diverse resten uit de IJzertijd/Romeinse tijd werden aangetroffen. Omdat het terrein hier aanzienlijk afgetopt is, zijn deze resten enkel in zones met depressies bewaard gebleven.
Type onderzoek: bureauonderzoek Uitvoerder: SRE Milieudienst Datum: 9-1-2012 Resultaat: De bekende archeologische gegevens geven voor het plangebied voldoende concrete aanwijzingen voor een hoge archeologische verwachting. Volgens een reconstructie van de geomorfologische kaart ligt het plangebied op een dekzandvlakte. Doorgaans worden op de dekzandvlaktes sporen en vondsten verwacht uit alle archeologische periodes vanaf het Neolithicum. De gespecificeerde verwachting is als volgt naar tijdsperiode opgedeeld: Paleolithicum en Mesolithicum laag; Neolithicum, Vroege- en Midden-Bronstijd laag; LateBronstijd, Vroege- en Midden-IJzertijd hoog; Late-IJzertijd en Romeinse tijd middelhoog; Vroege-Middeleeuwen laag; Late-Middeleeuwen en Nieuwe tijd zeer hoog. Type onderzoek: archeologische begeleiding Uitvoerder: VUhbs archeologie Datum: 3-9-2012 Resultaat: Door vertraging bij de uitvoering heeft de begeleiding meer dan 2 jaar geduurd. Tijdens de begeleiding zijn geen vondsten gedaan, wel zijn de resten ven een boerderij, gebouwd in 1875 en weer gesloopt in 1920 aangetroffen. De resten van een historisch bekende boerderij aan de Kerkstraat ter hoogte van de voormalige Aloysiusschool zijn potentieel behoudenswaardig. Aanbevolen wordt om deze resten planologisch te beschermen.
Bijlage 3
Vondstmeldingen
Zaaknummer (Waarnemingsnr.) 2201030100 (412222)
Locatie
Omschrijving
650 meter ten noorden van het plangebied De Luistruik te Nuenen Gemeente Nuenen, Gerwen En Nederwetten Coördinaat: 166500/386855
Vroege-Middeleeuwen – Late-Middeleeuwen : - 2 fragmenten van geelwitbakkend gedraaid aardewerk - 5 kuilen, - 20 fragmenten van ijzeren slakken - 17 paalgaten - fragment van geelwitbakkend Pingsdorf aardewerk Late-Middeleeuwen : - 2 fragmenten van grijsbakkend gedraaid aardewerk - fragment van grijsbakkend handgevormd aardewerk - fragment van Elmpter aardewerk - fragment van Paffrath aardewerk
4648326100
2139926100 (416866)
2201030100 (412218)
2053328100 (50864)
2201030100 (412224)
2770308100 (14121)
700 meter ten noorden van het plangebied Luistruik te Nuenen Gemeente Nuenen, Gerwen En Nederwetten Coördinaat: 166523/386898
Late-Middeleeuwen - Nieuwe tijd : - 2 greppels/sloten Vroege-Middeleeuwen - Late-Middeleeuwen : - 2 huisplattegronden:3-schepig - 4 waterputten
750 meter ten zuidwesten van het plangebied Wetteneind te Nuenen Gemeente Nuenen, Gerwen En Nederwetten Coördinaat: 165720/385852
Middeleeuwen : - 2 huisplattegronden Late-Middeleeuwen - Nieuwe tijd : - fragment van steengoed - fragment van roodbakkend geglazuurd aardewerk - 2 fragmenten van steengoed kannen
750 meter ten noorden van het plangebied De Luistruik te Nuenen Gemeente Nuenen, Gerwen En Nederwetten Coördinaat: 166590/386900
Nieuwe tijd : - fragment van industrieel wit (Maastrichts/Regout) Neolithicum - Nieuwe tijd : - kuil, - 2 greppels/sloten - 7 paalgaten
800 meter ten noorden van het plangebied De Luistruik te Nuenen Gemeente Nuenen, Gerwen En Nederwetten Coördinaat: 166511/386989 800 meter ten noorden van het plangebied De Luistruik te Nuenen Gemeente Nuenen, Gerwen En Nederwetten Coördinaat: 166505/386975 800 meter ten oosten van het plangebied Boshoeve te Nuenen Gemeente Nuenen, Gerwen En Nederwetten Coördinaat: 167200/386380
Late-Middeleeuwen : - fragment van steengoed geglazuurd Late-Middeleeuwen : - aardewerk Late-Middeleeuwen - Nieuwe tijd : - aardewerk IJzertijd : - 6 kuilen, - 15 paalgaten Neolithicum : - fragmenten van vuursteen bijlen IJzertijd - Romeinse tijd : - handgevormd aardewerk Romeinse tijd : - fragmenten van gladwandig aardewerk
3233482100 (411588)
3240431100 (414088)
Rapport 15565.002 versie 2
800 meter ten zuidoosten van het plangebied te Nuenen Gemeente Nuenen, Gerwen En Nederwetten Coördinaat: 167180/385830 800 meter ten noorden van het plangebied Luistruik te Nuenen Gemeente Nuenen, Gerwen En Nederwetten Coördinaat: 166450/386980
Late-Middeleeuwen : - fragmenten van grijsbakkend gedraaid aardewerk - fragmenten van Paffrath aardewerk - fragmenten van geelwitbakkend Pingsdorf aardewerk Mesolithicum : - vuursteen afslagen
Late-Middeleeuwen : - fragment van een bronzen stempel/zegelstempel
Bijlage 4
Bewoningsgeschiedenis van Nederland
Als aanvullende informatie wordt hieronder een algemene ontwikkeling van de bewoningsgeschiedenis van Nederland weergegeven. Paleolithicum (tot circa 8800 v. Chr.) De vroegste bewoningssporen in Nederland uit deze periode dateren uit de voorlaatste ijstijd, circa 300.000-130.000 jaar geleden. Waarschijnlijk hebben in de koudste fasen van de ijstijden in Nederland geen mensen geleefd. Daarentegen was bewoning in de warmere perioden wel mogelijk. De mensen die hier toen leefden trokken als jagers/vissers/verzamelaars rond in kleine groepen en maakten gebruik van tijdelijke kampementen. Veranderingen in het klimaat zorgden voor een veranderende flora en fauna. Tijdens de koude perioden bestond het groot wild onder meer uit rendieren, mammoeten, paarden en steppewisenten. Vooral op paarden en rendieren werd in het LaatPaleolithicum intensief jacht gemaakt. Tijdens de warmere perioden werd er onder andere op herten, wilde zwijnen en oerossen gejaagd. Mesolithicum (circa 8800-4900 v. Chr.) Rond de overgang van het Pleistoceen naar het Holoceen (circa 9000 v. Chr.) verbeterde het klimaat voor een langdurige periode. De gemiddelde temperatuur steeg, waardoor de variatie in flora en fauna (o.a. bosontwikkeling) toenam. De mens kreeg nu de mogelijkheid om meer gevarieerd te eten: vruchten en andere eetbare gewassen stonden nu vaker op het menu.
Doordat de temperatuur steeg, trok het groot wild (met name rendieren) naar het noorden, en maakte plaats voor meer territoriumgebonden klein wild, vogels en vissen. Door deze veranderende leefomstandigheden werd de jachttechniek aangepast. De vuursteen bewerkingstechniek hield met deze ontwikkeling gelijke tred. Er werden kleine vuursteenspitsen vervaardigd die als pijl- en harpoenpunt werden gebruikt. Met de stijging van de temperatuur begon het landijs te smelten en de zeespiegel te stijgen. Het tot dan toe droge Noordzee-Bekken kwam onder water te staan. De groepen jagers/vissers/verzamelaars wisselden nog wel van locatie maar exploiteerden kleinere gebieden. In het voorjaar viste men in de rivieren, tijdens de zomer leefde men voornamelijk langs de kust, waar naast vis en schaaldieren ook zeehonden als voedselbron dienden. In de herfst verzamelde men noten en vruchten, terwijl in de winter op onder meer pelsdieren werd gejaagd. Neolithicum (circa 5300-2000 v. Chr.) Aan het begin van deze periode gingen het jagen, vissen en verzamelen een steeds minder belangrijke rol spelen. Men ging nu zelf cultuurgewassen telen en dieren houden bij het kamp.
Uit vondsten valt af te leiden dat het om twee groepen mensen gaat, enerzijds kolonisten met een vrijwel agrarische levenswijze, anderzijds om de autochtone mesolitische bevolking die een halfagrarische levensstijl erop na gaat houden. Deze verandering ging gepaard met enkele technologische en sociale vernieuwingen zoals: het wonen op een vaste plek in een huis, het gebruik van vaatwerk van (gebakken) klei en de introductie van geslepen stenen dissels en bijlen. De bevolking groeide nu gestaag, mede door de productie van overschotten. Uit het Neolithicum zijn verschillende nu nog zichtbare grafmonumenten bekend, te weten grafkelders, hunebedden en grafheuvels. Bronstijd (circa 2000-800 v. Chr.) Het begin van dit tijdvak valt samen met het eerste gebruik van bronzen voorwerpen zoals bijlen. Vuurstenen werktuigen bleven, zij het minder, in gebruik. Het aardewerk uit deze periode is over het algemeen tamelijk zeldzaam. Vuursteenmateriaal uit de Bronstijd is meestal niet goed te onderscheiden van dat uit andere perioden. Lange tijd bleven bronzen voorwerpen zeer schaars binnen Nederlands grondgebied. Door het van nature ontbreken van de benodigde grondstoffen moest het brons worden geïmporteerd en ontstonden er handelscontacten over langere afstanden. Eén en ander had
Rapport 15565.002 versie 2
wel tot gevolg dat er binnen de bevolking grotere verschillen ontstonden door verschillen op basis van bezit. De grafheuveltraditie, die tijdens het Neolithicum haar intrede deed, werd in eerste instantie voortgezet, maar rond 1200 v. Chr. vervangen door begravingen in urnenvelden. Het gaat hier om ingegraven urnen met crematieresten waar overheen kleine heuveltjes werden opgeworpen, omgeven door een greppel. Een Kopertijd voorafgaand aan de Bronstijd wordt in Noordwest-Europa niet onderscheiden, in tegenstelling tot bijvoorbeeld het Middellandse Zeegebied. Wel zijn uit het LaatNeolithicum koperen voorwerpen bekend. IJzertijd (circa 800-12 v. Chr.) In deze periode werden voor het eerst ijzeren voorwerpen vervaardigd. Voor de productie van werktuigen en wapens werd brons vervangen door ijzer. Er ontstond een inheemse ijzerproductie. Het gebruik van vuursteen voor het vervaardigen van werktuigen duurde nog in beperkte mate voort. Ten opzichte van de Bronstijd traden er in de aardewerktraditie geen radicale veranderingen op. Evenals in het Neolithicum en de Bronstijd woonden de mensen in verspreid liggende hoeven ('Einzelhöfe') of in nederzettingen bestaande uit maar enkele huizen; deze werden in een beperkt gebied nogal eens verplaatst. Op de hogere zandgronden ontstonden uitgebreide omwalde akkercomplexen ('Celtic fields').
Opvallend zijn de verschillen in materiële welstand (bezit van metalen voorwerpen), die mogelijk op sociale ongelijkheid duiden. In de zogenaamde vorstengraven uit Zuid Nederland, met daarin luxe, geïmporteerde bijgaven, zijn vermoedelijk lokale of regionale autoriteiten begraven. De meeste begravingen vonden nog immer plaats in urnenvelden. Tijdens de IJzertijd werd het Friese kustgebied gekoloniseerd en ontstonden de eerste terpen. Romeinse tijd (circa 12 v. Chr. - 450 n. Chr.) Met de komst van de Romeinen eindigt de prehistorie en begint de geschreven geschiedenis. Aangezien de schriftelijke bronnen slechts een zeer fragmentarisch beeld schetsen, is men toch nog in belangrijke mate aangewezen op de archeologie als informatiebron. Een tijd lang diende het Nederlandse rivierengebied als uitvalsbasis voor veldtochten in het noorden van Germanië. In 47 n. Chr. werd de Rijn definitief als Romeinse rijksgrens ingesteld. Ter controle en verdediging van deze zogenaamde 'limes' werden langs de Rijn, tot diep in Duitsland, 'castella' (militaire forten) gebouwd. De inheemse manier van leven handhaafde zich nog lange tijd. Wel werd, vooral na de opstand van de Bataven tegen de Romeinse overheersers in 69-70 n. Chr., de Romeinse invloed steeds duidelijker.
In veel inheems-Romeinse nederzettingen was bijvoorbeeld, naast het eigen handgevormde aardewerk, Romeins importaardewerk in gebruik, dat op de draaischijf was vervaardigd. Er werden, vooral in Limburg, grootse villa's (Romeinse herenboerderijen) gebouwd, hetzij nieuw gesticht, hetzij ontwikkeld vanuit een bestaande inheemse nederzetting. De Romeinen legden een voor die tijd al uitgebreide infrastructuur aan, waardoor het gebied steeds beter werd ontsloten. Op verschillende plaatsen ontstonden aanzienlijke nederzettingen, waarvan er enkele met een stedelijk karakter (zoals Nijmegen). De inheemse bevolking, ten noorden van de Limes, werd niet zo sterk beïnvloed door de Romeinse aanwezigheid. Er was wel sprake van handelscontacten en het uitwisselen van geschenken. In de tweede helft van de derde eeuw ontstond, onder meer door invallen van Germaanse stammen, een instabiele situatie die met korte onderbrekingen voortduurde tot in de vijfde eeuw. Uiteindelijk leidde dit in het jaar 406 tot de definitieve ineenstorting van de grensverdediging langs de Rijn. Middeleeuwen (circa 450-1500 n. Chr.) Over de Vroege-Middeleeuwen, vooral over het tijdvak 450-600 n. Chr., is relatief weinig bekend. Zowel historische bronnen als archeologische overblijfselen zijn schaars. De bevolkingsomvang was ten opzichte van de voorafgaande periode sterk afgenomen.
De marktgerichte economie verdween en de mensen vielen terug op zelfvoorziening. De politieke macht was na het wegvallen van de Ro-
Rapport 15565.002 versie 2
meinse staatsorganisatie in handen gekomen van regionale en lokale hoofdlieden. Een gezaghebbende status was nu vooral gebaseerd op militair succes en materiële welstand. Deze instabiele periode wordt ook wel aangeduid als de 'tijd van de volksverhuizingen'. Vanaf de 10e – 11e eeuw wordt een overheersende positie van de al dan niet adellijke grootgrondbezitters waargenomen. Dit vertaalt zich in nieuwe nederzettingsvormen als mottes, kastelen en versterkte hoeven. In verband met de aanhoudende bevolkingsgroei, en mede dankzij gunstige klimatologische omstandigheden, werd een begin gemaakt met het ontginnen van woeste gronden als bos, heide en veen. Veel van de huidige dorpen en steden dateren uit deze periode. Door de aanleg van dijken en kaden werden laaggelegen gebieden beschermd tegen wateroverlast. De heersende rivaliteit tussen de vorsten leidde, in combinatie met een zwak centraal gezag, veelvuldig tot lokaal geweld, waarvan de bevolking vaak het slachtoffer werd. Door het aanleggen van burgen, schansen, landweren en wallen trachtte men zich te beveiligen. Nieuwe tijd (1500-heden) De Nieuwe tijd kenmerkt zich door een groot aantal veranderingen vooral op het gebied van mens- en wereldbeeld. Er is sprake van een Europese overzeese expansie wat leidt tot handelscontacten, handelskapitalisme en het begin van een wereldeconomie.
Er ontstaat een nieuwe wetenschappelijke belangstelling die resulteert in vele uitvindingen. Deze uitvindingen vormen de motor van de industriele revolutie. Er ontstaat een nationale staat die centraal bestuurd wordt. Als gevolg van deze ontwikkelingen neemt het belang en de omvang van steden toe en neemt de macht van adel af. Het grootste deel van de bevolking is niet meer werkzaam en woonachtig op het platteland maar in de steden. In verband met de aanhoudende bevolkingsgroei worden aan het eind van de 19 e tot het begin van de 20e eeuw op grote schaal woeste gronden gecultiveerd. Door de industriële revolutie komen steeds meer producten beschikbaar voor steeds meer mensen waardoor de welvaart stijgt. In de Nieuwe tijd vindt er eveneens een hernieuwde oriëntatie op het erfgoed van de klassieke Oudheid plaats, wat zich tot in het begin van de 20e eeuw uit in de kunsten.
Rapport 15565.002 versie 2
Bijlage 5
AMZ-cyclus
Het AMZ-proces Archeologisch onderzoek in Nederland wordt in het algemeen uitgevoerd binnen het kader van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ). Het gehele traject van de AMZ omvat een aantal stappen die elkaar kunnen opvolgen, afhankelijk van het resultaat van de voorgaande stappen. Om inhoudelijke, prijs- en planningstechnische redenen kan er soms voor gekozen worden om bepaalde stappen gelijktijdig uit te voeren. Bovendien kan, indien reeds voldoende gegevens bekend zijn, een stap worden overgeslagen. Elke stap eindigt met een rapport met daarin een advies voor de vervolgstappen. Na elke stap wordt er een besluit genomen door de bevoegde overheid, gemeente, provincie of de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, op basis van de resultaten van het archeologisch onderzoek. Indien na een bepaalde stap blijkt dat geen nader vervolgonderzoek nodig is, wordt het archeologisch onderzoek afgesloten. Ook kan de bevoegde overheid besluiten dat een vindplaats van zo groot belang is, dat deze in situ behouden moet worden. Dan dienen de archeologische resten in de grond beschermd te worden door planaanpassing of planinpassing. Het begint met het bepalen van de onderzoeksplicht. Gemeentelijke, provinciale en landelijke archeologische waardenkaarten geven aan of het plangebied in een gebied ligt met een archeologische verwachting.
Indien dit het geval is, dan zal er in het kader van de planprocedure onderzoek verricht moeten worden om te bepalen of er archeologische waarden binnen het plangebied aanwezig zijn. Hiermee start de zogenaamde AMZ-cyclus (zie schema). De eerste fase: Bureauonderzoek Elk archeologisch onderzoek begint met een bureauonderzoek. Dit heeft tot doel het verwerven van informatie, aan de hand van bestaande bronnen, over bekende of verwachte archeologische waarden, binnen het plangebied om tot een gespecificeerd verwachtingsmodel te komen, op basis waarvan een beslissing genomen kan worden ten aanzien van een eventuele vervolgstap. De tweede fase: Inventariserend VeldOnderzoek (IVO) Het doel van een IVO is het aanvullen en toetsen van het gespecificeerde verwachtingsmodel. Het IVO moet informatie geven over de aan- of afwezigheid, de aard, het karakter, de omvang, de datering, de gaafheid, de conservering en de inhoudelijke kwaliteit van de archeologische waarden. Inventariserend Veldonderzoek; Booronderzoek en Veldkartering Door een booronderzoek kan er een goede inschatting gemaakt worden van de kans op archeologische waarden (grondsporen en daarmee samenhangende voorwerpen). Bij het booronderzoek is een onderscheid aangebracht in een verkennende, karterende en waarderende fase.
De verkennende fase heeft tot doel inzicht te krijgen in de vormeenheden van het landschap, voor zover deze van invloed zijn op de locatiekeuze. Op deze manier worden kansarme zones uitgesloten en kansrijke zones geselecteerd voor de volgende fasen. Tijdens de karterende fase wordt het onderzoeksgebied systematisch onderzocht op de aanwezigheid van archeologische vondsten of sporen. De waarderende fase sluit aan op de karterende fase. Het waarnemingsnet kan verdicht worden om de horizontale begrenzing, ligging en omvang van archeologische vindplaatsen vast te stellen. Een veldkartering wordt uitgevoerd wanneer vondsten of sporen aan de oppervlakte worden verwacht en zichtbaar zijn op het moment dat het onderzoek uitgevoerd wordt. Dit type onderzoek bestaat uit het systematisch belopen van het maaiveld van het plangebied.
Rapport 15565.002 versie 2
Inventariserend Veldonderzoek; Proefsleuven Als uit vooronderzoek blijkt dat binnen het plangebied archeologische resten aangetroffen kunnen worden kan de bevoegde overheid beslissen tot een proefsleuvenonderzoek. Proefsleuven zijn lange sleuven van minimaal twee tot vijf meter breed die worden aangelegd in de zones waar in de voorgaande onderzoeksfase aanwijzingen voor vindplaatsen zijn aangetroffen. De KNA schrijft voor dat bij een dergelijk onderzoek minimaal 5% van het te verstoren gebied onderzocht dient te worden. Variant archeologische begeleiding Als het vooronderzoek niet voldoende informatie heeft opgeleverd om de archeologische waarde van de archeologische resten te bepalen en indien proefsleuvenonderzoek door praktische redenen niet uitvoerbaar is, kan besloten worden tot proefsleuven variant archeologische begeleiding van de sloop- of graafwerkzaamheden. Dit betekent dat archeologen bij het graafwerk aanwezig zijn om het werk te volgen en eventuele resten te documenteren. Wanneer tijdens de werkzaamheden vondsten (van hoge archeologische waarde) naar boven komen, die aanleiding geven tot nader onderzoek, kan alsnog besloten worden om tot een opgraving over te gaan.
De derde fase: Opgraven Indien de archeologische resten niet in situ bewaard kunnen blijven, maar wel van belang zijn voor de wetenschap, kan de bevoegde overheid besluiten over te gaan tot een opgraving. Het doel hiervan is volgens de KNA het documenteren van gegevens en het veiligstellen van materiaal van vindplaatsen om daarmee informatie te behouden, die van belang is voor kennisvorming over het verleden. Variant archeologische begeleiding Als het vooronderzoek niet voldoende informatie heeft opgeleverd om de archeologische waarde van de archeologische resten te bepalen, kan besloten worden tot een opgraving variant archeologische begeleiding van de sloop- of graafwerkzaamheden. Dit betekent dat archeologen bij het graafwerk aanwezig zijn om het werk te volgen en eventuele resten te documenteren. Wanneer tijdens de werkzaamheden vondsten (van hoge archeologische waarde) naar boven komen, die aanleiding geven tot nader onderzoek, kan alsnog besloten worden om tot een opgraving over te gaan.
Rapport 15565.002 versie 2
Schema van de Archeologische Monumenten Zorg Vergunningaanvraag/ruimtelijke ontwikkeling ▼ Toetsing aan archeologisch beleid (Gemeente, Provincie, Rijk) ▼ Bureauonderzoek* (verzamelen gegevens en opstellen verwachtingsmodel) ▼ Besluit (door de bevoegde overheid op basis van resultaten) ▼ Inventariserend veldonderzoek* ▼ ▼ Verkennend veldonderzoek ►**** Karterend veldonderzoek Door middel van: Door middel van: - terreininspectie - oppervlaktekartering - booronderzoek** booronderzoek** - proefsleuven*** ▼***** ▼ Besluit (door de bevoegde overheid op basis van resultaten) ▼ Bewezen of hoge kans op de aanwezigheid van archeologie ▼****** Waarderend veldonderzoek door middel van proefsleuven*** (variant begeleiding) ▼ Besluit (door de bevoegde overheid op basis van resultaten) ▼ ▼ Opgraven*** Beschermen Verwijderen van de Bescherming van de archeologische archeologie door resten door archeoplanaanpassing logen (variant begeleiding)
► Vergunningverlening indien geen onderzoek noodzakelijk wordt geacht.
► Bij geen of geringe kans op aanwezigheid van archeologie. Einde onderzoek, vrijgeven voor functie (eventueel met bouwkundige voorwaarden). Ook kan besloten worden over te gaan op het begeleiden van de graafwerkzaamheden door archeologen.***
► Bij geen of geringe kans op aanwezigheid van archeologie. Einde onderzoek, vrijgeven voor functie (eventueel met bouwkundige voorwaarden). Ook kan besloten worden over te gaan op het begeleiden van de graafwerkzaamheden door archeologen.*** ► Bij geen of geringe kans op aanwezigheid van archeologie, wel archeologische waarden aanwezig maar geen vervolgonderzoek noodzakelijk op grond van waardering. Einde onderzoek, vrijgeven voor functie (eventueel met bouwkundige voorwaarden).
* Combinatie bureauonderzoek en IVO verkennende of karterende fase mogelijk, indien een PvA aanwezig is. ** Voorafgaand aan het booronderzoek dient een PvA worden opgesteld, toetsing door de bevoegde overheid. *** Voorafgaand aan het onderzoek dient een PvE en PvA te worden opgesteld, toetsing door de bevoegde overheid. **** Na een verkennend booronderzoek kan de bevoegde overheid besluiten dat een aanvullend karterend bureauonderzoek moet worden uitgevoerd. ***** Een combinatie van bureauonderzoek en IVO karterende en waarderende fase door middel van proefsleuven is mogelijk, indien een PvA en een goedgekeurd PvE aanwezig is en met instemming van de bevoegde overheid. ****** Een combinatie van bureauonderzoek en IVO karterende en waarderende fase door middel van proefsleuven of een IVO karterende en waarderende fase door middel van proefsleuven is mogelijk, indien een PvA en een goedgekeurd PvE aanwezig is en met instemming van de bevoegde overheid.
Rapport 15565.002 versie 2
Bijlage 6
Rapport 15565.002 versie 2
Planontwerp
bouwvoorschriften Gezondheidscentrum
bouwvoorschriften Woongroep
- bouwvlak Gezondheidscentrum 700 m2 - maximale footprint 700 m2 - maximaal 3 bouwlagen ⁄ maximaal 1.750 m2 bvo - 3e bouwlaag maximaal 75% bebouwd - setback aan zuidzijde 3e bouwlaag - bestrating rondom gebouw wenselijk (buiten het bouwvlak / uitwerking in integraal groenplan)
- bouwvlak Woongroep 2.400 m2 - maximale footprint 1.000 m2 (exclusief terrassen ⁄ balkons) - maximaal 3 bouwlagen - afstand tot hoekwoning Brabantring minimaal 17,5 meter - uiterste gevellijnen niet overschrijden
Gebiedsuitwerking De Mijlpaal stedenbouwkundige randvoorwaarden versie februari 2021
bestaande bomen waar mogelijk behouden locatie indicatief, exacte locatie nader te bepalen exacte locatie treurwilg lastig te bepalen zoekzone gehanteerd / boom behouden indien mogelijk toe te voegen bomen invulling nader te bepalen in inrichtingsplan
18 m
-1
ruim openbaar groen (gras / struiken & hagen) invulling nader te bepalen in inrichtingsplan, waarbij de volgende uitgangspunten worden aangehouden: 1
8m
1 10 m
2 zie tekstkader linksboven voor bouwvoorschriften
5 16
3 2
18
4
24 m
7 5
13
6 3
uiterste gevellijn
2 8
8
8
8
8
8
5 zie tekstkader rechtsboven voor bouwvoorschriften
5m
3 17,5
6 2m
4
totaal parkeerschil winkelcentrum (oost) verlies i.v.m. andere indeling bestaand parkeerterrein a/h water nieuwe parkeerplaatsen Buitenring
95 -1 -37 10
Totaal extra parkeerplaatsen
67
Bij een eventuele lagere parkeerbehoefte komen de twee parkeerplaatsen aan de noordoostzijde als eerste te vervallen.
8 5m
parkeerbalans
uiterste gevellijn
m
7
noordzijde: groenzone van 8 meter breed invulling met gras, (half)verharding en fietsparkeren noordoostzijde: bestaande bomen waar mogelijk behouden laanbeplanting langs de Brabantring realiseren invulling met gras / visuele relatie met parkzone aan overzijde Brabantring oostzijde: bomen toevoegen invulling met gras en struiken of haag zuidzijde: bestaande bomen waar mogelijk behouden (dunnen waar nodig) inrichting met gras en lage struiken singelprofiel versterken / groen uitzicht en privacy vanuit De Vroente behouden westzijde:bestaande bomen vervangen door rij nieuwe bomen inrichting met gras en struiken of haag twee groenstroken met bomen op parkeerterrein groenstrook langs het water: bestaande bomen behouden inrichting met struiken (zicht op auto’s wegnemen) hart van het gebied: bestaande bomen behouden invulling met gras & hagen bijzondere aandacht voor vormgeving overgang openbaar-privé voetpaden bestaand / nieuw (indicatief, invulling nader te bepalen in inrichtingsplan) bouwvlak Gezondheidscentrum (700 m²) zie kader voor bouwvoorschriften bouwvlak Woongroep (2.400 m²) logische begrenzing en vormgeving aan noordzijde nader te bepalen in inrichtingsplan zie kader voor bouwvoorschriften contour gebouw Woongroep (exclusief balkons en terrassen) indicatief, nader uit te werken mogelijke locaties entrees Gezondheidscentrum en Woongroep indicatief, exacte invulling o.b.v.
gebouwontwerp realiseren samenhangende parkeerschil rondom winkelcentrum & realiseren nieuwe parkeerplaatsen langs (kleine) Brabantring onderzoeken mogelijkheden tweede ontsluiting parkeerschil t.b.v. veiligheid & betere doorstroming bij bevoorrading winkelcentrum heropenen entree winkelcentrum Kernkwartier aan parkeerterrein aan het water
0
5
15
25 m
Bijlage 7
Rapport 15565.002 versie 2
Boorprofielen
Legenda (conform NEN 5104) grind
klei
geur
Grind, siltig
Klei, zwak siltig
Grind, zwak zandig
Klei, matig siltig
Grind, matig zandig
Klei, sterk siltig
Grind, sterk zandig
Klei, uiterst siltig
Grind, uiterst zandig
Klei, zwak zandig
geen geur zwakke geur matige geur sterke geur uiterste geur
olie geen olie-water reactie zwakke olie-water reactie matige olie-water reactie sterke olie-water reactie Klei, matig zandig
Klei, sterk zandig
zand
uiterste olie-water reactie
p.i.d.-waarde >0
Zand, kleiïg
>1 >10 Zand, zwak siltig
>100
leem
>1000
Zand, matig siltig
Leem, zwak zandig
>10000
Zand, sterk siltig
Leem, sterk zandig
monsters geroerd monster
Zand, uiterst siltig
overige toevoegingen zwak humeus
veen Veen, mineraalarm
matig humeus
Veen, zwak kleiïg
sterk humeus
Veen, sterk kleiïg
zwak grindig
Veen, zwak zandig
matig grindig
Veen, sterk zandig
sterk grindig
ongeroerd monster volumering
overig bijzonder bestanddeel Gemiddeld hoogste grondwaterstand grondwaterstand Gemiddeld laagste grondwaterstand slib
water
Rapport 15565.002 versie 2