Bestemmingsplan Nuenen-Zuidoost herziening De Mijlpaal, Bijlage 12 toelichting
Tekst van het document
Quickscan Wet natuurbescherming
Brabantring 1 en Hoge Brake 3 te Nuenen RHO adviseurs
Projectadviseur R. van den Herik MSc
Kwaliteitscontrole door: N. Kroese BSc
06-83578877 ruth@habitus.nl
Kwaliteitscontrole op datum: 11 april 2019
Rapportage R. van den Herik MSc
Paraaf
Veldwerk R. van den Herik MSc Documentcode RHOA2019-6-RAP In opdracht van Dhr. Stefan van Bogget Organisatie RHO adviseurs
Overname, verveelvoudiging of openbaarmaking van dit rapport (inclusief foto’s) is enkel toegestaan onder vermelding van de bron en na toestemming van de eigenaar (opdrachtgever). Dit rapport is met de grootste zorg samengesteld. Desondanks aanvaardt Habitus natuur & landschap geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit het gebruik van de resultaten van dit onderzoek of door toepassing van de adviezen.
Correspondentieadres: Tolnasingel 1 / 2411 PV / Bodegraven Kvk-nummer: 61229628 / Btw-nummer: NL854262301B01
Opleverdatum 21 mei 2019
Rekeningnummer: NL14ABNA0494577894 www.quickscan-flora-en-fauna.nl
Quickscan is een merk van Habitus natuur & landschap www.habitus.nl
Quickscan Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
2
INHOUDSOPGAVE
1.
INLEIDING EN ONDERZOEK 4
2.
PROJECTGEBIED EN WERKZAAMHEDEN 7
3.
RESULTATEN 8
4.
CONCLUSIE EN AANBEVELINGEN 13
5.
BOVENWETTELIJKE MAATREGELEN 16
BRONNENLIJST 17 BIJLAGEN
18
Quickscan Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
3
1. INLEIDING & ONDERZOEK 1.1 Aanleiding De
Dit rapport dient voor de initiatiefnemer als
opdrachtgever
is
voornemens
een
bewijsstuk dat een ecologische quickscan is verricht.
basisschool en oude sporthal te slopen en op één van deze twee locaties een nieuwe sporthal te
1.3 Criteria
bouwen. De activiteiten zullen plaatsvinden aan
Op deze ecologische quickscan zijn de volgende
de Brabantring 1 en Hoge Brake 3 te Nuenen. In
criteria van toepassing:
paragraaf 2.2 worden de werkzaamheden nader beschreven.
•
Het onderzoek is uitgevoerd door deskundige ecologen
De quickscan wordt aangevraagd voor een aanvraag dient
omgevingsvergunning.
onderzocht
te
worden
of
Daarom met
•
volgens
de
definitie
van
de
Rijksdienst voor ondernemend Nederland. Het
onderzoek
is
uitgevoerd
door
een
de
onafhankelijk adviesbureau. Habitus natuur &
voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling sprake
landschap verklaart hierbij geen enkel belang
is van overtreding van de geldende natuurwet
te hebben bij de uitkomst van het onderzoek.
en regelgeving. Indien er geen overtredingen
Ook heeft iedere vaste medewerker de
worden verwacht, kan de ontwikkeling vanuit de
ethische
ecologie zonder beperkingen doorgang vinden.
beloofd hiernaar te handelen.
Indien er vervolgonderzoek wordt geadviseerd,
•
gedragscode
ondertekend
en
De resultaten zijn op een efficiënte wijze
kan een voorgenomen ontwikkeling doorgaans
verkregen, dat wil zeggen dat er een adequate
nog steeds doorgang vinden als een ontheffing
verhouding bestaat tussen kosten in relatie
of vergunning kan worden verkregen.
•
1.2 Doel en centrale vraag In deze ecologische quickscan wordt een
•
tot de geleverde resultaten. De resultaten zijn zo objectief en betrouwbaar mogelijk verkregen. De conclusie en aanbevelingen (inclusief
voorgenomen ontwikkeling getoetst aan de Wet
vervolgstappen)
natuurbescherming. De centrale vraag luidt:
duidelijk voor de opdrachtgever.
Zijn de voorgenomen werkzaamheden in strijd met de soort- of gebiedsbescherming uit de Wet natuurbescherming (Wnb) of provinciaal beleid? En welke vervolgstappen dienen genomen te
•
van
het
onderzoek
zijn
Dit onderzoek is maximaal drie jaar geldig na de opleverdatum (zie colofon). Toelichting op de afbeelding Impressie projectgebied: mezenkast aan de gevel van de basisschool.
worden voor met de uitvoering gestart kan worden? Quickscan Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
4
• •
De kwaliteit van het natuuronderzoek kan
1.4.2 Gebiedsbescherming en provinciaal beleid
beoordeeld worden door het bevoegd
Voor gebiedsbescherming wordt getoetst aan de
gezag.
volgende onderdelen van de Wet natuurbescherming:
Het onderzoek voldoet aan de interne proces- en kwaliteitseisen van Habitus
• •
Natura 2000-gebieden (artikel 2.7) Bijzondere nationale gebieden.
natuur & landschap. Bekijk deze op https://
•
habitus.nl/EisenEcologischOnderzoek.
Daarnaast wordt getoetst aan provinciaal beschermde
Voor
gebieden,
het
opsporen,
vangen
(met
beschermd
via
de
Wet
Ruimtelijke
toegestane vangmiddelen) of bemachtigen
Ordening. Het betreft gebieden die in de Verordening
van beschermde dier- of plantensoorten is
Ruimte zijn aangewezen, zoals:
een geldige ontheffing aanwezig.
• •
Natuurnetwerk Brabant (NNB) Natte natuurparels
1.4 Reikwijdte Onderstaand is beschreven aan welke wetten,
Indien uit de toetsing naar voren komt dat er mogelijk
artikelen en aan welk beleid de voorgenomen
sprake is van een overtreding, dan is vervolgonderzoek
ontwikkeling wordt getoetst in deze quickscan.
vaak benodigd. Hierbij valt te denken aan een soortgericht
1.4.1 Soortbescherming Er
wordt
getoetst
een aan
de
volgende
verbodsbepaling uit de Wet natuurbescherming:
onderzoek
NNB-toetsing
of
(soortbeschemring) Voortoets
Natura
of
2000
(gebiedsbescherming). Deze nadere onderzoeken maken geen onderdeel uit van deze quickscan.
•
Vogelrichtlijnsoorten (artikel 3.1)
•
Habitatrichtlijnsoorten (artikel 3.5)
1.5 Werkwijze
•
Andere soorten (artikel 3.10)
De ecologische quickscan bestaat uit een bureau-
•
Zorgplicht (artikel 1.11).
onderzoek, een veldonderzoek en een toetsing. Daarna
In Bijlage 1 zijn de verbodsartikelen opgenomen.
volgen de conclusie en de aanbevelingen. Hieronder
In Bijlage 2 zijn de beschermde soorten te
volgt per onderdeel een toelichting op de methode.
vinden. De vrijgestelde soorten zijn opgenomen
Toelichting op de afbeelding Impressie projectgebied: eksternest bij de te slopen basisschool.
in Bijlage 3.
1.5.1 Soortbescherming
Vrijgestelde soorten worden niet beoordeeld,
Als eerste wordt het bureau-onderzoek uitgevoerd.
want door de vrijstelling is er geen kans op het
Hieruit volgt een lijst met soorten die in de omgeving
overtreden van de Wet natuurbescherming
aanwezig zijn. Deze lijst is weergegeven in Bijlage 8a en
bij de geplande ruimtelijke ontwikkeling. Wel
is een samenstelling van:
worden
maatregelen
voorgesteld
om
met
vrijgestelde soorten rekening te houden. Quickscan Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
•
Soorten die naar voren komen uit een analyse van de NDFF. Er wordt standaard gekozen voor 5
•
een tijdreeks van vijf jaar en een afstand van vijf kilometer rond de grens van het projectgebied. Alle
1.5.2 Gebiedsbescherming
waarnemingen van soorten met relevant gedrag worden bekeken en beoordeeld.
De begrenzingen van beschermde (beleids)gebieden worden via provinciale kaartmachines geraadpleegd,
Soorten die niet uit te sluiten zijn op basis van verspreiding. Deze zijn weergegeven met een *. Dit
dit is altijd de meest actuele stand van zaken. Via de website kunnen diverse provinciale kaartmachines
betreft soorten die zeer mobiel zijn (zoals de rivierrombout), vrij algemeen voorkomen (zoals de
vlot geraadpleegd worden. De effectbeoordeling voor Natura 2000-gebieden wordt verricht door de
gewone dwergvleermuis) of soorten waarvan vestiging in de nabije toekomst verwacht wordt (zoals de
effectenindicator in te vullen. Eerst wordt de meest passende activiteit gekozen, daarna beoordeelt de
bataafse stroommossel).
ecoloog of de effecten compleet zijn én of een effect relevant is voor de voorgenomen ontwikkeling. De informatie over de ontwikkeling wordt aangeleverd door de opdrachtgever (zie Bijlage 5). De effectbeoordeling
Na het bureau-onderzoek wordt een veldonderzoek uitgevoerd. Hierbij wordt door een deskundig ecoloog
voor Natuurnetwerk Nederland wordt uitgevoerd door te kijken naar de wezenlijke kenmerken en waarden
onderzocht of er geschikt biotoop aanwezig is voor beschermde soorten. Dit is dus een potentiebepaling en
van een gebied. Indien deze niet bekend of beschreven zijn, worden effecten op het beheertype en/of
geen onderzoek naar de daadwerkelijke aanwezigheid van soorten. De beoordeling wordt verricht aan de
kenmerkende soorten bepaald. Zo kan altijd een indicatie verkregen worden of de wezenlijke kenmerken
hand van een lijst met alle beschermde soorten, dus niet alleen de soorten die uit het bureau-onderzoek
en waarden aangetast worden. Hierbij wordt op basis van bronnen of expert judgement beoordeeld of een
komen. Er kunnen namelijk altijd soorten in het projectgebied aanwezig zijn, die niet uit het bureau-onderzoek
effect te verwachten is, omdat deze beoordeling per situatie verschilt.
komen. Alle aanwezige biotopen worden geïnventariseerd en op kaart weergegeven. 1.5.3 Toetsing, conclusie en aanbevelingen De beoordeling van de biotopen wordt uitgevoerd op basis van de kennis van de ecoloog, eventueel aangevuld
Nadat alle benodigde informatie over soorten en gebieden is verzameld, wordt getoetst aan de
met een literatuurstudie, welke wordt vermeld in de bronnenlijst. Daarnaast wordt gezocht naar individuen,
natuurwet- en regelgeving zoals gespecificeerd in paragraaf 1.4. Dit wordt gedaan door de effecten van
sporen of verblijfplaatsen van beschermde soorten, zoals (poot)afdrukken, holen, haren, braakballen, wissels
de werkzaamheden (zie paragraaf 2.2) op de (mogelijk) aanwezige beschermde soorten en gebieden
en uitwerpselen. Alle aangetroffen geschikte biotopen, individuen, sporen en verblijfplaatsen worden in het
te bepalen. Op basis van de toetsing worden aanbevelingen gedaan. Per mogelijke overtreding wordt
veld geregistreerd met Waarneming Pro (WrnPro) en in het rapport weergegeven (zie Fig.4. in paragraaf 3.2).
geadviseerd hoe hiermee omgegaan kan worden. Het uitgangspunt hierbij is dat een overtreding wordt voorkomen (door een aangepaste werkwijze) of pas kan worden begaan na ontvangst van een
Als de ecoloog tijdens het veldonderzoek geschikt biotoop heeft gevonden voor een bepaalde soort, maar
ontheffing of vergunning. Als een soort mogelijk aanwezig is en overtreding op deze soort niet kan
twijfelt of deze soort op de betreffende locatie voor kan komen, dan wordt vastgesteld of de soort wel of niet
worden uitgesloten, dan wordt nader onderzoek geadviseerd. In een enkel geval zal er voldoende
in het projectgebied voor kan komen door te kijken naar:
informatie aanwezig zijn om direct een ontheffing of vergunning aan te vragen, dan zal uiteraard geen
• • • •
verspreiding
nader onderzoek geadviseerd worden.
dispersie-afstand mate waarin een soort onderzocht is
1.5.4 Bovenwettelijke maatregelen
aanwezigheid van obstakels.
Daarnaast worden bovenwettelijke maatregelen voorgesteld, die een bijdrage kunnen leveren aan
Obstakels kunnen het projectgebied mogelijk isoleren, zoals snelwegen en grote wateren. Het uitsluiten van
de biodiversiteit van de leef- en projectomgeving. Deze quickscan is opgesteld om aan de wettelijke
soorten wordt altijd beargumenteerd in Bijlage 8b.
eisen uit de geldende natuurwetgeving te voldoen. Echter, ook niet beschermde natuurwaarden zijn waardevol om te behouden. Er zijn vaak ecologische kansen aanwezig voor een waardevolle verhoging van de plaatselijke biodiversiteit. Biodiversiteitsverhogende maatregelen zijn vaak eenvoudig te realiseren. Wij vinden het belangrijk om ook niet beschermde natuurwaarden en mogelijke ecologische kansen te benoemen. Er wordt altijd een duidelijk onderscheid gemaakt in wettelijke en bovenwettelijke maatregelen. Deze zijn in hoofdstuk 5 te vinden.
Quickscan Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
6
2. PROJECTGEBIED & WERKZAAMHEDEN 2.1 Huidige situatie
2.2 Werkzaamheden en planning
Het projectgebied ligt aan de Brabantring 1 en Hoge Brake 3 te Nuenen en is gelegen in de provincie
In het projectgebied worden de volgende werkzaamheden uitgevoerd:
Noord-Brabant. De begrenzing van het projectgebied is weergegeven in Figuur 1. In de huidige situatie bestaat het projectgebied uit een oude sporthal en een basisschool met schoolplein. De werkzaamheden beperken zich tot de rood omlijnde terreinen weergegeven in Figuur 1. Het projectgebied is gelegen in
1. slopen sporthal en basisschool; 2. nieuwbouw sporthal op één van de twee locaties. Een kaart van de perceelgrenzen is weergegeven in Bijlage 4.
de wijk Nuenen-Zuid. In de directe omgeving van het projectgebied is vooral bebouwing (woningen, bedrijvenpanden) en verharding (asfalt, straatbetegeling) aanwezig. Ook zijn er diverse bomenrijen langs
Op basis van de aangeleverde informatie (zie Bijlage 5) is nog onbekend of er sterke trillingen en harde
de straten en groepjes bomen aanwezig. Ten zuidwesten van de basischool is afgesloten water (klein
geluiden plaats zullen vinden tijdens de werkzaamheden. Er wordt in de uitvoerings- en realisatiefase
geïsoleerd water) aanwezig in de vorm van een plas en sloot.
mogelijk extra verlichting geplaatst ten opzichte van de huidige situatie. Het is nog onbekend of er gewerkt wordt tussen zonsondergang en zonsopkomst. Er zal geen water onttrokken worden of water worden opgespoten. Er wordt mogelijk in het water of langs de oever gewerkt. Het is nog onbekend of er zanddepots zullen ontstaan. De opdrachtgever is voornemens om in 2020/2021 de werkzaamheden uit te voeren. De precieze planning van de werkzaamheden is ten tijde van de uitvoering van dit vooronderzoek nog niet bekend, maar deze zullen zo spoedig mogelijk aanvangen. Dit is mede afhankelijk van de vergunningverlening.
Algemene opmerking: Indien er een wijziging plaatsvindt in het plan of de uitvoering, dient de effectbeoordeling opnieuw uitgevoerd te worden. Dit geldt in het bijzonder voor (extra) licht, geluid, trillingen of nachtelijke werkzaamheden. Dit geldt ook in gevallen waarbij het werkterrein groter wordt, werkroutes wijzigen of op andere plekken wordt gewerkt binnen het projectgebied, zoals een watergang, bosschage of oever. Deze verantwoordelijkheid ligt bij de initiatiefnemer/uitvoerder. Figuur 1: het projectgebied is rood omrand (PDOK, 2018).
Quickscan Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
7
3. RESULTATEN
3.1 Beschermde gebieden
Tabel 1: afstanden van het projectgebied tot beschermde gebieden
In de provincie Noord-Brabant zijn de volgende beschermde gebieden relevant:
• • •
Natura 2000 Natuurnetwerk Brabant (NNB) Natte natuurparels
In Tabel 1 zijn de afstanden tot deze gebieden benoemd. In de Figuren 2 en 3 is de ligging van het projectgebied weergegeven ten opzichte van beschermde gebieden. Binnen het projectgebied bevinden
zich
geen
gebieden
behorend
Beschermd gebied
Afstand tot projectgebied (in meters)
Natura 2000-gebied: 'Strabrechtse Heide & Beuven' Habitatsoorten: kleine modderkruiper & grote modderkruiper (Niet-)broedvogelsoorten: roerdomp, woudaapje & kraanvogel.
6.100
PAS-gebied*: ‘Strabrechtse Heide & Beuven’
6.100
Natuurnetwerk Brabant (NNB) Beheertype: 'N16.03 Droog bos met productie'
500
Natte natuurparels
1.150
*Zie Natura 2000 PAS-gebieden en Bijlage 9.
tot Natura 2000. Binnen het projectgebied bevinden zich ook geen gebieden behorend tot Natuurnetwerk Brabant (NNB) of gebieden aangeduid als ‘natte natuurparels'.
Een
Alle Natura 2000-gebieden binnen vijf kilometer worden beoordeeld of tot zo ver de verwachtte effecten reiken.
Algemene opmerking: grote
projectgebied
afstand en
een
tussen
het
beschermd
gebied betekent niet dat negatieve effecten
per
definitie
uitgesloten
kunnen worden. Er kan bijvoorbeeld sprake zijn van een negatief effect op soort die buiten een beschermd gebieden verblijft óf van depositie. Ook de onttrekking van grondwater kan effecten veroorzaken op grote afstand.
Toelichting op de afbeelding Ligging projectgebied (rode cirkel) ten opzichte van Natura 2000-gebieden (geel).
Quickscan Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
8
Figuur 2: ligging projectgebied (roze cirkel) ten opzichte van Natura 2000-gebieden (rood gearceerd;
Figuur 3: ligging projectgebied (roze cirkel) ten opzichte van NNB-gebieden (oranje en groen) en natte
provincie Noord-Brabant, 2019).
natuurparels (blauw gearceerd; provincie Noord-Brabant, 2019).
3.1.1 Effecttoetsing beschermde gebieden In de effectenindicator Natura 2000-gebieden (Ministerie van Economische Zaken, 2017; Bijlage
De afstand tot een PAS-gebied is groter dan 5000 meter. Gezien deze afstand worden depositie-effecten
6) is gekozen voor de activiteit 'woningbouw’, omdat deze activiteit het best vergelijkbaar is met de
van stikstof niet verwacht. Depositie-effecten worden daarom uitgesloten.
ontwikkeling. De effectenindicator geeft aan dat mogelijke effecten van ‘woningbouw’ op Natura 2000-gebied ‘Strabrechtse Heide & Beuven’ worden veroorzaakt door oppervlakteverlies; versnippering;
Het dichtstbijzijnde NNB-gebied ligt op circa 500 meter. Er vindt geen ruimtebeslag plaats op een NNB-
verontreiniging; verdroging; verstoring door geluid, licht en trilling; optische verstoring en verstoring
gebied. De werkzaamheden zullen niet leiden tot aantasting van de wezenlijke kenmerken of waarden.
door mechanische effecten. Van deze effecten is in het huidige project geen sprake aangezien de
De kwalificerende soorten van het beheertype 'N16.03 Droog bos met productie' behoren tot de
effecten zeker niet tot het Natura 2000-gebied zullen reiken. Het Natura 2000-gebied ligt daarvoor op
broedvogels. Er vindt geen externe werking plaats op het NNB-gebied of op kwalificerende soorten.
een te grote afstand met daarnaast tussenliggende demping van landschap en bebouwing. Vanwege
Negatieve effecten worden daarom uitgesloten.
de afwezigheid van geschikt biotoop worden in het projectgebied ook geen habitatsoorten of (niet-) broedvogelsoorten verwacht. Effecten op de instandhoudingsdoelstellingen voor het betreffende
Er vindt geen ruimtebeslag plaats op natte natuurparels. De werkzaamheden zullen niet leiden tot
gebied zijn niet aan de orde.
externe werking op deze gebieden. Negatieve effecten worden daarom uitgesloten.
Quickscan Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
9
3.2 Beschermde soorten Het bureau-onderzoek is uitgevoerd op 22 maart 2019, voorafgaand aan het veldonderzoek. Het veldonderzoek heeft eveneens op 22 maart 2019 plaatsgevonden. Beide deelonderzoeken zijn verricht door een deskundig ecoloog, namelijk Ruth van den Herik. In Bijlage 7 zijn de cv’s van de veldecoloog, projectleider en kwaliteitscontroleur opgenomen om deze deskundigheid aantoonbaar te maken. Tijdens het veldbezoek was het droog, circa 10 graden, half bewolkt en stond er een windkracht van circa 2 Bft vanuit de richting zuid. De weersomstandigheden tijdens het veldbezoek zijn niet van invloed op de potentiebepaling (zie ook par. 1.5). Wel kunnen de weersomstandigheden van invloed zijn op de aangetroffen soorten. De potentiebepaling blijft daarom leidend. Omdat ook de omgeving beïnvloed kan worden door de voorgenomen ontwikkeling, is deze ook meegenomen in de beoordeling tot zo ver de invloedssfeer van het project reikt. Algemene opmerking: In de tabel op de volgende pagina staan enkel de soorten waarvoor een overtreding verwacht wordt of een effect niet uitgesloten kan worden. Hier hebben we voor gekozen om de leesbaarheid te vegroten. De soorten waarvoor geen effect verwacht wordt, zijn opgenomen in Bijlage 8b. Daar is dus een nadere onderbouwing te vinden over waarom een soort of beschermde functie uitgesloten is.
In Tabel 2 is te zien welke soorten (mogelijk) in het projectgebied voorkomen en welke functies er verwacht worden. Ook is weergegeven welke ecologische risico’s dit project met zich meebrengt met betrekking tot de Wet natuurbescherming (Wnb). De soorten genoemd in de tabel worden zowel op basis van het bureau- als veldonderzoek verwacht. Een overzicht van de soorten die uit het bureauonderzoek komen, zijn te zien in Bijlage 8a. Soorten die wel uit het bureauonderzoek komen maar op basis van het veldbezoek zijn uitgesloten, zijn te zien in Bijlage 8b. Wij hechten grote waarde aan de controleerbaarheid van onze beoordeling. Daarom zijn na Tabel 2 de relevante waarnemingen van aanwezige soorten en/of de geschikte biotopen weergegeven in Figuur 4. In Toelichting op de afbeelding
Bijlage 10 zijn relevante foto’s van het veldbezoek opgenomen.
Impressie projectgebied: gevel van de te slopen sporthal.
Quickscan Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
10
Tabel 2: relevante resultaten bureau- en veldonderzoek. Zie Bijlage 8 voor een totaaloverzicht van de beoordeelde soorten. Zie Bijlage 10 voor relevante foto’s. Zie Figuur 4 voor Toelichting op Tabel 2:
een kaart met het projectgebied, geschikte biotopen en relevante waarnemingen.
In deze tabel staan enkel de soorten
Resultaten
waarvoor een overtreding verwacht wordt óf een effect niet uitgesloten kan worden. Hier hebben we voor gekozen om de leesbaarheid van het rapport te vegroten. De soorten waarvoor geen effect wordt verwacht, zijn opgenomen in Bijlage 8b.
Toetsing aan de Wnb
Te verwachten soort op basis van bureauen veldonderzoek
a/m
Te verwachten functies
Onderbouwing en locatie(s) in het projectgebied
Werkzaamheid1
Kans op overtreding Wnb2
Vogels zonder jaarrond beschermd nest
a
N, vm
•
Er zijn twee nesten van waarschijnlijk houtduif aangetroffen in en in de directe omgeving van het projectgebied. Ook is er een nest van zwarte kraai aangetroffen op circa 40 meter van het projectgebied. In de bomen en bosschages in en direct rond het projectgebied kunnen vogels zoals groenling, putter, zwarte kraai, houtduif en pimpelmees broeden. Tussen de losse materialen (stapel pallets) in het projectgebied kunnen soorten als witte kwikstaart en winterkoning broeden. In de aanwezige nestkasten kunnen vogels zoals koolmees en pimpelmees broeden. Categorie 5-soorten met een 'matig ongunstige' staat van instandhouding zoals de spreeuw en huiszwaluw worden niet verwacht, omdat geschikte nestlocaties ontbreken. Een pioniersoort zoals de kleine plevier wordt niet verwacht. Het projectgebied is niet open genoeg voor deze soort. De meeste vogels broeden globaal tussen half maart en half augustus. Echter, broedende vogels die inheems zijn in Europa, zijn ten alle tijden beschermd. Duiven, zoals de houtduif, kunnen vrijwel het gehele jaar broeden en daar dient rekening mee gehouden te worden. Zie 4.3.2 voor de te nemen maatregelen.
Alle
Artikel 3.1 lid 4
Er zijn twee nesten van ekster aangetroffen: één op de grens van het projectgebied en één op 9 meter afstand. De Staat van Instandhouding van de Ekster als broedvogel in Nederland is zeer ongunstig. Echter, de ekster populaties in stedelijk gebied zijn de laatste jaren toegenomen. Omdat het projectgebied in stedelijk gebied gelegen is, wordt ekster niet beoordeeld als een soort met een jaarrond beschermd nest. Wel kunnen de werkzaamheden een negatief effect hebben op broedende eksters. Het is ook mogelijk dat eksters zich gaan vestigen in bomen binnen en rond het projectgebied.
Alle
•
Inclusief cat. 5-soorten zonder zwaarwegende ecologische redenen voor bescherming.
Daar is dus een nadere onderbouwing te vinden over waarom een soort of
• • •
beschermde functie uitgesloten is.
• •
Legenda Tabel 2:
Categorie 5-broedvogels met zeer ongunstige staat van instandhouding: ekster
a = beschermde functie aangetroffen vm = vestiging van deze soort is mogelijk Verblijfplaatsen N = nest (vogels)
a
N, vm
en/of Artikel 1.11
Artikel 3.1 lid 4
¹ Zoals omschreven in paragraaf 2.2. 2
De beschermingsregimes zijn toegelicht in Bijlage 1.
Quickscan Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
11
Tabel 3: te verwachten vogels zonder jaarrond beschermd nest
Aanwezige biotopen
Vogels zonder jaarrond beschermd nest die te verwachten zijn (indicatief, het betreft geen volledige lijst):
Bomen of bos (niet lijnvormig)
tjiftjaf, pimpelmees, houtduif, winterkoning, roodborst, zwartkop
Bomenrij
ekster, zwarte kraai, putter, groenling, vink, houtduif
Stapel pallets
witte kwikstaart, zwarte roodstaart, winterkoning
Figuur 4: kaart met het projectgebied, geschikte biotopen en relevante waarnemingen (indien aanwezig). 3.3 Zorgplicht In de Wet natuurbescherming is een zorgplicht opgenomen (zie Bijlage 1). Uit de zorgplicht volgt dat nadelige gevolgen voor flora of fauna voorkomen wordt of dat noodzakelijke maatregelen getroffen worden. De volgende diersoort kan aanwezig zijn én is relevant om rekening mee te houden bij de voorgenomen ontwikkeling: huisspitsmuis, egel en rosse woelmuis. In de bosschages kunnen egel en rosse woelmuis aanwezig zijn. Omdat er afgesloten water aanwezig is in de directe omgeving van de bassisschool, kunnen bastaardkikker, bruine kikker en kleine watersalamander incidenteel aanwezig zijn in het projectgebied. Zie het kader hiernaast hoe met de betreffende zorgplichtsoorten omgegaan kan worden. De volgende plantensoorten zijn in en in de directe omgeving van het projectgebied aangetroffen: ruwe berk, zwarte els, plataan, haagbeuk, treurwilg en gewone es. Voor deze algemene planten zijn geen maatregelen benodigd. Er zijn geen planten van de rode lijst aangetroffen. Ook zijn er
Strategie zorgplicht: Om invulling te geven aan de zorgplicht wordt de volgende strategie gevolgd: 1. In eerste instantie worden alle vaste rust- of verblijfplaatsen waar mogelijk gespaard of worden de werkzaamheden verricht buiten de verstoringsafstand van de betreffende soorten. 2. Indien dit niet mogelijk is, vinden de werkzaamheden plaats buiten de kwetsbare perioden voor de betreffende soorten. De voortplantingsperiode en de winterrust zijn voorbeelden. In paragraaf 4.4.2 worden specifieke maatregelen genoemd die nadelige gevolgen op dieren en/of planten in het projectgebied kunnen voorkomen of beperken.
geen iepen aanwezig. Quickscan Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
12
4. CONCLUSIE & AANBEVELINGEN 4.1 Inleiding op de conclusie
4.4 Nader onderzoek is nodig voor de volgende soorten en gebieden
Dit hoofdstuk bestaat uit twee belangrijke onderdelen, namelijk de conclusie (4.1) en de aanbevelingen
Voor iedere soort waarvoor de Wet Natuurbescherming en/of het natuurbeleid van de provincie
(4.2). Indien de conclusie aangeeft dat er een effect kan plaatsvinden op beschermde soorten, dan zijn
(mogelijk) wordt overtreden, wordt hieronder de vervolgstap beschreven.
er twee mogelijkheden om de voorgenomen ontwikkeling door te laten gaan, namelijk: 1. Er worden maatregelen getroffen die het negatieve effect opheffen; 2. Er is een ontheffing of vergunning verleend voor de overtreding*.
• •
Ekster: er is een nest aanwezig. Dit nest zelf is niet beschermd, maar broedende eksters wel. Er kan een broedvogelinspectie benodigd zijn (zie paragraaf 4.5.1). Vogels zonder jaarrond beschermd nest: nesten en vestiging mogelijk. Er kan een broedvogelinspectie benodigd zijn (zie paragraaf 4.5.1).
Indien een overtreding niet voorkomen kan worden door maatregelen te treffen, zal nader onderzoek worden geadviseerd om overtreding te voorkomen óf om daarmee ontheffing aan te kunnen vragen.
4.5 Maatregelen
Zowel de aanbevelingen als de maatregelen hebben een verplicht karakter.
Hieronder volgen de te nemen maatregelen om overtreding van wetsartikelen te voorkomen tijdens de
*Een ontheffing kan normaliter enkel verkregen worden indien er vervolgonderzoek heeft plaatsgevonden volgens de geldende
uitvoering van de werkzaamheden. De maatregelen zijn opgedeeld in:
onderzoeksprotocollen. Of, indien er geen protocol beschikbaar is, na afstemming met het bevoegd gezag.
• •
4.5.1 Maatregelen beschermde soorten (artikelen 3.1, 3.5 en 3.10) en/of beschermde gebieden 4.5.2 Zorgplichtmaatregelen (artikel 1.11).
4.2 Conclusie De conclusie geeft antwoord op de centrale vraag (zie paragraaf 1.2):
4.5.1 Maatregelen voor beschermde soorten
Bij de werkzaamheden (zie paragraaf 2.2) kan overtreding plaats vinden. Effecten op eksters en vogels
Verricht geen werkzaamheden voordat de nadere onderzoeken zijn afgerond, maatregelen zijn
zonder jaarrond beschermd nest kunnen door maatregelen worden voorkomen (zie par. 4.3). Effecten
genomen en/of (indien aan de orde) een ontheffing of vergunning is verkregen. Of treed voorafgaand
op beschermde gebieden zijn uitgesloten.
aan de werkzaamheden in overleg met een deskundig ecoloog over welke werkzaamheden wel mogelijk zijn. Afwijkingen dienen altijd schriftelijk vastgelegd te worden om aantoonbaar volgens de wet te werken (omgekeerde bewijslast). Zie ook paragraaf 4.7.
4.3 Aanbevelingen Als door het nemen van een maatregel een wetsovertreding niet kan worden voorkomen, wordt nader onderzoek geadviseerd, zie paragraaf 4.4. Indien met een maatregel een bepaalde wetsovertreding wel
Eksters & broedvogels zonder jaarrond beschermd nest
geheel kan voorkomen, is deze opgenomen in paragraaf 4.5.
Voorkom vernietiging van vogelnesten of een verstoring die van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van een in Europa inheemse vogelsoort. Het vernietigen van nesten of het verstoren van vogels kan enkel plaatsvinden als er daadwerkelijk broedgevallen aanwezig zijn op of rond de projectlocatie. Een broedvogelinspectie geeft hier meer duidelijkheid over. In Tabel 3 zijn de verwachte
Algemene opmerking: In 4.1 is de conclusie weergegeven. Voor de volledigheid én om een verkeerde interpretatie te voorkomen, dient het gehele rapport gelezen te worden. Zo geeft hoofdstuk 1 belangrijke informatie over de opzet en afbakening van het onderzoek. In hoofdstuk 2 wordt informatie gegeven over de begrenzing van het projectgebied en welke werkzaamheden getoetst zijn. Hoofdstuk 3 geeft nadere informatie over de aanwezigheid van soorten en gebieden. Ook de bijlagen zijn onlosmakelijk met de inhoud verbonden, met name Bijlage 8.
vogelsoorten benoemd. Nesten van deze soorten mogen niet beschadigd, weggehaald of vernietigd worden. Ook verstoringen die leiden tot het verlaten van het nest zijn verboden. De aanwezige mezenkasten dienen buiten het broedseizoen verplaatst te worden. De meeste vogels broeden globaal tussen half maart en half augustus. Ekster broedt in de periode maart t/m half juli. Echter, broedende vogels die inheems zijn in Europa, zijn ten alle tijden beschermd. In Tabel 5 is per biotoop een indicatieve broedperiode opgenomen. Maatregel 1: verricht de werkzaamheden en verplaats de mezenkasten buiten de broedperiode (globaal
Quickscan Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
13
half maart t/m half augustus). In Tabel 4 is per biotoop een indicatieve broedperiode opgenomen. Het
Tabel 4: indicatieve broedperiode vogels zonder jaarrond beschermd nest per biotoop
is ook mogelijk om buiten de broedperiode te starten en door te gaan in het broedseizoen, met als
Aanwezige biotopen
Voorbeelden van vogels zonder jaarrond beschermd nest die te verwachten zijn:
Indicatieve broedperiode (bron: sovon)
Bomen of bos (niet lijnvormig)
tjiftjaf, pimpelmees, houtduif, winterkoning, roodborst, zwartkop
half februari t/m oktober
Bomenrij
ekster, zwarte kraai, putter, groenling, vink, houtduif
half februari t/m oktober
Stapel pallets
witte kwikstaart, zwarte roodstaart, winterkoning
half maart t/m juli
voorwaarde dat er voortdurende activiteit is en de werkzaamheden niet tijdelijk stil komen te liggen. Indien het niet mogelijk is om buiten deze broedperiode te werken, kan maatregel 2 uitkomst bieden. Maatregel 2: laat voorafgaand aan de werkzaamheden een broedvogelinspectie uitvoeren door een ecoloog. Indien er geen broedende vogels worden vastgesteld, kunnen de werkzaamheden alsnog doorgang vinden. Let op: in de aangegeven broedperioden (Tabel 4) is er veelal wel een grote kans op het aantreffen van broedende vogels. Een gunstige uitkomst van de inspectie is dus vooraf niet te geven. In het ergste geval kunnen de werkzaamheden stil komen te liggen. Witte kwikstaart, zwarte roodstaart en winterkoning Vogelsoorten zoals witte kwikstaart en zwarte roodstaart kunnen aanwezig zijn op bouwterreinen en
•
zonsondergang en zonsopkomst of beperk de toepassing van kunstlicht en de verstrooiing van licht
broeden in hopen afval of bouwmateriaal. Als de soort tot broeden komt op het terrein is het nest
buiten de projectlocatie. Voorkom ook het direct schijnen op wateroppervlakken of groenelementen,
beschermd en zal hier rekening mee gehouden moeten worden. Maatregel: voorkom vestiging van deze soorten door in de broedperiode (globaal van half maart
Kunstmatige verlichting werkt verstorend op zoogdieren en andere fauna. Werk niet tussen
zoals bosschages en ruigtes. Indien deze maatregelen niet mogelijk zijn, dient een nadere effectbeoordeling plaats te vinden.
t/m eind juli) bouwmateriaal, hopen houtafval of stenen direct te verwijderen uit het projectgebied. Verwijder de aanwezige pallets uit het projectgebied voor de broedperiode of dek deze af om vestiging
Amfibieën
te voorkomen.
In het projectgebied kunnen de volgende soorten incidenteel voorkomen: bruine kikker, bastaardkikker, gewone pad en kleine watersalamander. De volgende maatregelen zijn nodig om rekening te houden met
4.5.2 Zorgplichtmaatregelen
deze soorten:
Hieronder worden per soort(groep) de maatregelen benoemd:
•
Verplaats individuen die aanwezig zijn binnen het werkterrein naar een vergelijkbare, veilige plek buiten de invloedssfeer van de werkzaamheden.
Zoogdieren In het projectgebied kunnen soorten voorkomen zoals huisspitsmuis, egel en rosse woelmuis. De volgende maatregelen zijn nodig om rekening te houden met deze soorten:
• •
Spaar rust- en schuilplekken, zoals holen (muizensoorten en egel). Ondanks zorgvuldig handelen is verstoring van vooral fauna niet altijd te vermijden. Indien er verstoring plaatsvindt, dient er een goede vluchtroute beschikbaar te zijn. Dit geldt in het bijzonder voor vogels en grondgebonden zoogdieren (zoals muizen, egels) om verkeersslachtoffers te voorkomen. Werk vanaf één zijde en bij voorkeur van een drukke locatie, zoals een woonwijk naar een rustige locatie, zoals het buitengebied. Werk ook op een aangepast tempo, zodat dieren kunnen vluchten.
Quickscan Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
14
4.6 Wat betekent de conclusie nu voor uw project?
4.7 Wat te doen bij een wijziging van de ontwikkeling of bij het afwijken van het advies?
Er is vervolgonderzoek (4.4) geadviseerd of er zijn maatregelen (4.5) opgenomen. Dit betekent dat nog
De adviezen in deze ecologische quickscan zijn opgesteld om te werken volgens de geldende
niet gestart kan worden met de werkzaamheden tot het vervolgonderzoek is afgerond en de maatregelen
natuurwetgeving. Wij zijn hierbij uitgegaan van de geplande ontwikkeling zoals aangeleverd door de
zijn gerealiseerd. Anders zal mogelijk overtreding van de Wet natuurbescherming plaatsvinden.
opdrachtgever of tussenpersoon. Indien de geplande ontwikkeling wijzigt, bijvoorbeeld doordat
Concreet adviseren wij de volgende stappen te nemen:
het projectgebied groter wordt of de werkzaamheden veranderen, dan is de kans aanwezig dat ook
>1. Beoordeel of alle maatregelen in 4.5.1 en 4.5.2 genomen kunnen worden. Zo ja, dan zijn er voor
het voorliggende advies wijzigt. Neem in dat geval contact op met een adviseur (zie colofon) om te
deze soort(groep)en geen vervolgacties benodigd. Zo nee, treed dan in overleg met een adviseur (zie
onderzoeken of er passende maatregelen zijn waarbij conform de geldende natuurwetgeving kan
colofon) en zie stap 2.
worden gewerkt.
>2. Vraag zo spoedig mogelijk een offerte aan voor het vervolgonderzoek genoemd in 4.4. Eventueel aangevuld met maatregelen benoemd in 4.5.1 of 4.5.2.
Ook kan het zijn dat wij maatregelen of vervolgstappen adviseren die niet goed in te passen zijn in
>3. Indien er tijdsdruk is van een planningsdeadline die gehaald dient te worden, kan beoordeeld worden
de planning of uitvoering. Afwijken van het plan of advies is sommige gevallen mogelijk, maar altijd
of het mogelijk is om te starten met voorbereidende werkzaamheden of te werken in een gedeelte van
onder begeleiding van een deskundig ecoloog. Het is mogelijk dat in een vervolgtraject beschermde
het projectgebied. Als dit gewenst is, dient contact opgenomen te worden met een adviseur (zie colofon).
planten uitgestoken moeten worden of beschermde dieren gevangen moeten worden. Hiervoor is een
Deze vervolgvraag maakt geen onderdeel uit van deze quickscan.
ontheffing benodigd en dit dient daarom altijd onder begeleiding plaats te vinden van een ecologisch
>4. Indien uit het totale vervolgonderzoek blijkt dat er geen beschermde functies van beschermde
deskundig persoon met kennis van de betreffende soorten.
soorten aanwezig zijn, kunnen de werkzaamheden zonder verdere beperking doorgang vinden. Wel dient altijd de zorgplicht in acht genomen te worden (zie 4.5.2) voor zo ver aan de orde.
Indien er beschermde soorten worden aangetroffen die niet in deze quickscan benoemd zijn, dient
Indien er wel beschermde functies aangetroffen en effecten niet te voorkomen zijn, zal een ontheffing of
direct contact opgenomen te worden met een ecoloog om te bepalen hoe gehandeld dient te worden.
vergunning aangevraagd moeten worden om de ontwikkeling doorgang te laten vinden.
Quickscan Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
15
5. BOVENWETTELIJKE MAATREGELEN Deze ecologische quickscan is opgesteld om aan de wettelijke eisen uit de Wet natuurbescherming te voldoen. In het rapport wordt dus geen rekening gehouden met aanwezige natuurwaarden die niet wettelijk beschermd zijn. Maar ook niet beschermde natuurwaarden zijn waardevol om te behouden. Daarnaast zijn er vaak ecologische of landschappelijke kansen aanwezig die eenvoudig te realiseren zijn. Wij vinden het belangrijk om ook niet beschermde natuurwaarden en ecologische kansen te benoemen. 5.1 Aanwezige niet beschermde natuur- en/of landschapswaarden Binnen en in de directe omgeving van het projectgebied zijn de volgende niet beschermde natuur- en landschapswaarden aangetroffen:
• •
Bomen en bosschages kunnen dienen als nestplaats voor vogels. Bosschages kunnen dienen als rust- en schuilplaats voor vogels, kleine zoogdieren en amfibieën.
5.2 Ecologische en/of landschappelijke kansen Binnen het projectgebied zijn de volgende ecologische en/of landschappelijke kansen aanwezig:
•
In de omgeving van het projectgebied zijn waarnemingen bekend van vleermuizen. Wij adviseren om in de nieuw te bouwen sporthal voorzieningen te treffen voor vleermuizen, zoals een toegankelijke (dubbele) spouw. Denk ook aan vleermuisvriendelijke verlichting en biotoopverbeterende maatregelen, zoals aanplant van inheemse struiken en bomen of leg een (grote) poel aan. Op vleermuis.net is meer
•
informatie beschikbaar ter inspiratie. Kies voor de beplanting voor inheemse bomen en struiken. Deze planten hebben voor insecten, vlinders en vogels een hogere waarde dan uitheemse planten. In deze folder staat een overzicht van inheemse struiken en planten. De planten zijn per catergorie (bloemborder, bodembekker, groene schermen, etc.) uitgewerkt. Per plant worden ook de standplaatseisen benoemd, zo kunt u de juiste
•
5.3 Aanbevelingen bovenwettelijke maatregelen Wij stellen voor om de volgende aanbevelingen uit te voeren:
•
gaan. Herstel of opnieuw ontwikkelen van natuurwaarden is veelal lastiger
plant voor de juiste omstandigheden uitkiezen. Op het gebouw kan een groendak aangelegd worden. Met een groendak krijgt een plat dak een unieke en duurzame uitstraling. Daarnaast wordt het dak multifunctioneel, waardoor er veel ecologische,
•
handreiking groene daken ontwikkeld, waarin details staan over wat een groendak is, de voordelen en hoe een groendak kan worden aangelegd.
dan een goede inpasbare oplossing zoeken. Realiseer de aangegeven ecologische- en/of landschappelijke kansen om het projectgebied aantrekkelijker te maken voor flora en fauna.
economische of sociale voordelen kunnen ontstaan. In deze flyer wordt kort uitgelegd wat een groendak is en worden een paar ecologische en/of economische voordelen benoemd. Er is ook een
Zorg dat de aanwezige natuur- en/of landschapswaarden niet verloren
Dit versterkt de algemene omgevingskwaliteit.
•
Raadpleeg de 'Checklist groen bouwen' om te zien welke maatregelen uitgevoerd kunnen worden bij nieuwbouw of renovatie.
Quickscan Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
16
BRONVERMELDING Boeken • •
Chinery, M. (2010). Nieuwe insecten gids (5e druk). Utrecht: Vbk Media. Siebel, H. & H. During (2006). Beknopte mosflora van Nederland en België. Utrecht: KNNV Uitgeverij.
Internetpagina’s en online documenten •
BIJ12 (2017a). Kennisdocument Gewone dwergvleermuis.
•
BIJ12 (2017b). Kennisdocument Huismus.
•
BIJ12 (2017c). Kennisdocument Gierzwaluw.
•
BIJ12 (2017d). Kennisdocument Rugstreeppad Bufo calamita.
•
BIJ12 (2017e). Kennisdocument Buizerd Buteo buteo.
•
Bouwens, Sander (2017). Handreiking kleine marters in relatie tot soortbescherming.
•
BWLG (2007). Tonghaarmuts.
•
Cuppen, J.G.M. & Koese, B (2005). De gestreepte waterroofkever Graphoderus bilineatus in Nederland: een eerste inhaalslag.
•
Dijkstra (2018r). Muurbloem
•
Dijkstra (2018s). Naakte lathyrus
•
Dijkstra (2018t). Ruw parelzaad
•
Dijkstra (2018u). Schubvaren
•
Dijkstra (2018v). Smalle raai
•
Dijkstra (2018w). Stijve wolfsmelk
•
Dijkstra (2018x). Wilde ridderspoor
•
Dijkstra (2018y). Wolfskers
•
Dijkstra (2018z). Zandwolfsmelk
•
EIS Kenniscentrum Insecten (2012). Nieuwe vindplaatsen van de strikt beschermde vermiljoenkever.
•
vermiljoenkever duikt op in Gelderland. •
Dijkstra (2018a). Akkerdoornzaad
•
Dijkstra (2018b). Akkerogentroost
•
Dijkstra (2018a1). Blaasvaren
•
Dijkstra (2018c). Blauw Guichelheil
•
Dijkstra (2018a2). Bokkenorchis
•
Dijkstra (2018d). Brede wolfsmelk
•
Dijkstra (2018e). Dreps
•
Dijkstra (2018f). Drijvende waterweegbree
•
Dijkstra (2018g). Echte gamander
•
Dijkstra (2018h). Glad biggenkruid
•
Dijkstra (2018i). Grote leeuwenklauw
•
Dijkstra (2018j). Groenknolorchis
•
Dijkstra (2018k). Groot spiegelklokje
•
Dijkstra (2018l). Karthuizer anjer
•
Dijkstra (2018m). Kleine wolfsmelk
•
Dijkstra (2018n). Kluwenklokje
•
Dijkstra (2018o). Knolspirea
•
Dijkstra (2018p). Korensla
•
Dijkstra (2018q). Kruipendmoerasscherm
Huijbrechts, H. (2002). Het vliegend hert - Een bureaustudie.
•
IUCNredlist (2017). Tursiops truncatus.
•
IvL & RHB (2014-2016). Platte schijfhoren.
•
Ministerie van Economische Zaken (2017). Effectenindicator.
•
Ministerie van Economische Zaken (2015). Ecologie bataafse stroommossel.
•
•
EIS Kenniscentrum Insecten (2018). Beschermde
Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (2018). PAS-gebieden.
•
NDFF-ecogrid (2017). Uitvoerportaal van de Nationale Databank Flora en Fauna.
•
Ottburg, F.G.W.A. & Roessink, I. (2012). Europese rivierkreeften in Nederland.
•
Provincie Noord-Brabant (2019). Geodataviewer.
•
Ravon (z.d.a). Alpenwatersalamander.
•
Ravon (z.d.b). Boomkikker.
•
Ravon (z.d.c). Heikikker.
•
Ravon (z.d.d). Kamsalamander
•
Ravon (z.d.e) Knoflookpad
•
Ravon (z.d.f). Poelkikker
•
Ravon (z.d.g). Rugstreeppad
•
Ravon (z.d.h). Vinpootsalamander
•
Ravon (z.d.i). Vroedmeesterpad
•
Ravon (z.d.v.) Vuursalamander
•
Ravon (z.d.j). Adder
•
Ravon (z.d.k). Gladde slang
•
Ravon (z.d.l). Hazelworm
•
Ravon (z.d.m). Levendbarende hagedis
•
Vogelbescherming Nederland (z.d.f). Gierzwaluw
•
Ravon (z.d.n). Muurhagedis
•
Vogelbescherming Nederland (z.d.g). Grote gele
•
Ravon (z.d.o). Ringslang
•
Ravon (z.d.p). Zandhagedis
•
Vogelbescherming Nederland (z.d.h). Huismus
•
Ravon (z.d.q). Beekprik
•
Vogelbescherming Nederland (z.d.i). Kerkuil
•
Ravon (z.d.r). Elrits
•
Vogelbescherming Nederland (z.d.j). Ransuil
•
Ravon (z.d.s). Gestippelde alver
•
Vogelbescherming Nederland (z.d.k). Steenuil
•
Ravon (z.d.t). Grote modderkruiper
•
Vogelbescherming Nederland (z.d.l). Oeverzwaluw
•
Ravon z.d.u). Kwabaal
•
Vogelbescherming Nederland (z.d.m). Ooievaar
•
Rivierkreeften.be (z.d.) Europese rivierkreeft (Astacus
•
Vogelbescherming Nederland (z.d.n). Roek
astacus).
•
Vogelbescherming Nederland (z.d.o). Slechtvalk
•
Stichting Witte mus (2018). Pagina huismuskasten.
•
Vogelbescherming Nederland (z.d.p). Sperwer
•
RVO (2017). Natuurkalender voor broedvogels.
•
Vogelbescherming Nederland (z.d.q). Ekster
•
Vleermuis.net (2018). Pagina bescherming en pagina
•
Vogelbescherming Nederland (z.d.r). Eidereend
ruige dwergvleermuis.
•
Vogelbescherming Nederland (z.d.s). Brilduiker
•
Vlinderstichting (z.d.a). Beekrombout
•
Vogelbescherming Nederland (z.d.t). Draaihals
•
Vlinderstichting (z.d.b). Gevlekte glanslibel
•
Vogelbescherming Nederland (z.d.u). Ruigpootuil
•
Vlinderstichting (z.d.c). Gevlekte witsnuitlibel
•
Vogelbescherming Nederland (z.d.v). Tapuit
•
Vlinderstichting (z.d.d). Groene glazenmaker
•
Vogelbescherming Nederland (z.d.w). Zwarte specht
•
Vlinderstichting (z.d.e). Kempense heidelibel
•
Zoogdiervereniging (z.d.a). Startpagina bever
•
Vlinderstichting (z.d.f). Noordse winterjuffer
•
Zoogdiervereniging (z.d.b). Startpagina boommarter
•
Vlinderstichting (z.d.g). Rivierrombout
•
Zoogdiervereniging (z.d.c). Startpagina bunzing
•
Vlinderstichting (z.d.h). Sierlijke witsnuitlibel
•
Zoogdiervereniging (z.d.d). Startpagina das
•
Vlinderstichting (z.d.i). Aardbeivlinder
•
Zoogdiervereniging (z.d.e). Startpagina eekhoorn
•
Vlinderstichting (z.d.j). Bruine eikenpage
•
Zoogdiervereniging (z.d.f). Startpagina gewone zeehond
•
Vlinderstichting (z.d.k). Duinparelmoervlinder
•
Zoogdiervereniging (z.d.n) Startpagina Grijze zeehond
•
Vlinderstichting (z.d.l). Grote parelmoervlinder
•
Zoogdiervereniging (z.d.g). Startpagina hermelijn
•
Vlinderstichting (z.d.m). Grote vos
•
Zoogdiervereniging (z.d.h). Startpagina noordse
•
Vlinderstichting (z.d.n). Grote weerschijnvlinder
•
Vlinderstichting (z.d.o). Iepenpage
•
Zoogdiervereniging (z.d.i). Startpagina otter
•
Vlinderstichting (z.d.p). Kommavlinder
•
Zoogdiervereniging (z.d.j). Startpagina steenmarter
•
Vlinderstichting (z.d.q). Kleine ijsvogelvlinder
•
Zoogdiervereniging (z.d.k). Startpagina tuimelaar
•
Vlinderstichting (z.d.r). Sleedoornpage
•
Zoogdiervereniging (z.d.l). Startpagina waterspitsmuis
•
Vlinderstichting (z.d.s). Teunisbloempijlstaart
•
Zoogdiervereniging (z.d.m). Startpagina wezel
•
Vlinderstichting (z.d.t). Zilveren maan
•
Zoogdiervereniging (.z.d.n). Startpaginsa wild zwijn.
•
Vlinderstichting (z.d.u). Bosbeekjuffer.
•
Zwaluwen.info (2018). Nestgelegenheid voor
•
Vogelbescherming Nederland (z.d.a). Boomvalk
•
Vogelbescherming Nederland (z.d.b). Buizerd
•
Vogelbescherming Nederland (z.d.c). Havik
•
Vogelbescherming Nederland (z.d.d). Wespendief
•
Vogelbescherming Nederland (z.d.e). Zwarte wouw
Quickscan Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
kwikstaart
woelmuis
Boerenzwaluwen.
17
BIJLAGE 1 - WET NATUURBESCHERMING Wet natuurbescherming (Wnb)
Verbodsartikel
Lid
Toelichting
3.1 Vogelrichtlijn
Lid 1
Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen.
In de Wet natuurbescherming zijn meerdere oude wetten samengevoegd. Relevant
zijn
de
samenvoegingen
van
de
Lid 2
Natuurbeschermingwet
Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen.
1998 die over beschermde gebieden gaat, de Boswet die over bescherming van houtopstanden gaat en de Flora- en faunawet die
Lid 3
Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben.
over de bescherming van soorten gaat. Al deze regels zijn al dan
Lid 4
Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen.
Lid 5
Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van
niet aangepast overgenomen in de Wnb. Wij toetsen een ingreep in een ecologische quickscan aan de Wnb en daardoor aan wat eerst drie wetten waren. Hiernaast is weergegeven waar wij aan toetsen.
instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. 3.5 Habitatrichtlijn
Lid 1
Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te
Soortbescherming
vangen.
De Wet natuurbescherming kent drie beschermingsregimes waarin de voorschriften van de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn en twee verdragen (Bern en Bonn) zijn geïmplementeerd. Aanvullende voorschriften zijn gesteld voor de dier- en plantensoorten die niet onder die specifieke voorschriften vallen, maar wel bescherming behoeven, dat zijn de andere soorten. In de Wet
Lid 2
Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren.
Lid 3
Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen.
Lid 4
Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen.
natuurbescherming zijn de beschermingsregimes in drie aparte paragrafen
Lid 5
Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag
neergelegd. Per beschermingsregime is bepaald welke verboden er gelden
van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te
en onder welke voorwaarden ontheffing of vrijstelling kan worden verleend
vernielen.
door het bevoegd gezag. In de tabel hiernaast is weergegeven op welke
Artikel 3.10 andere
beschermingsregimes welke verboden van toepassing zijn.
soorten
Elke provincie heeft de mogelijkheid soorten die onder de andere soorten vallen vrij te stellen. De vrijgestelde soorten zijn in Bijlage 3 weergegeven.
Lid 1
Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet: a: opzettelijk te doden of te vangen; b: de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, c: vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
Omgevingswet Het kabinet heeft besloten dat de natuurbeschermingsregels overgaan
De bron van de wet is hier te vinden.
in het stelsel van de Omgevingswet. De Aanvullingswet natuur voorziet in deze wijzigingen van de Omgevingswet, zodat die wet straks over de nodige bevoegdheden en instrumenten beschikt om regels te stellen en maatregelen te treffen voor de bescherming van de natuur. Vermoedelijk zal de wet in 2021 in werking treden.
Quickscan Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
18
Beschermde nesten
Beschermde gebieden
*Het verbod van het vernietigen of wegnemen van nesten geldt alleen tijdens het broedseizoen van de
In Europa is een netwerk van beschermde gebieden opgezet. Dit zijn de zogenoemde Natura 2000-
soorten die elk jaar een nieuw nest maken. De soorten die jaarlijks terug komen op het zelfde nest zijn
gebieden. Deze gebieden zijn in de Wnb zwaar beschermd. Volgens de Wnb is het volgens artikel 2.7 lid 2
jaarrond beschermd. Specifiek gaat dit om vogels van categorie 1t/m 4 en de nesten van soorten in
verboden zonder vergunning projecten te realiseren of andere handelingen te verrichten die gelet op de
categorie 5 als er onvoldoende alternatieven zijn.
instandhoudingsdoelstellingen voor een Natura 2000-gebied de kwaliteit van de natuurlijke habitats of
• • • • •
Nesten die, behalve gedurende het broedseizoen als nest, buiten het broedseizoen in gebruik zijn
de habitats van soorten in dat gebied kunnen verslechteren of een significant verstorend effect kunnen
als vaste rust- en verblijfplaats.
hebben op de soorten waarvoor dat gebied is aangewezen.
Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer
Dit geld ook voor projecten die fysiek buiten het Natura 2000-gebied gelegen zijn maar wel een effect
honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats
kunnen hebben op het gebied (externe werking).
zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar. Nesten van vogels, zijnde geen koloniebroeders, die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden
Natuurnetwerk Nederland (NNN)
en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing. De (fysieke) voorwaarden voor de
Het Natuurnetwerk Nederland is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen
nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar.
natuurgebieden. In de wet heet dit de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Het netwerk moet
Vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat
natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied.
zijn een nest te bouwen. Nesten van vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen.
De soorten die beschermd zijn staan in Bijlage 2 weergegeven, hierbij wordt ook aangegeven welke vogels onder de categorieën vallen.
In het Natuurnetwerk Nederland liggen:
• • • • •
bestaande natuurgebieden, waaronder de 20 Nationale Parken; gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt; landbouwgebieden, beheerd volgens agrarisch natuurbeheer; ruim 6 miljoen hectare grote wateren: meren, rivieren, de kustzone van de Noordzee en de Waddenzee; alle Natura 2000-gebieden.
Zorgplicht In de Wet natuurbescherming is een zorgplicht opgenomen:
Vanaf 2014 zijn de provincies verantwoordelijk voor het Natuurnetwerk Nederland. De ligging en
Artikel 1.11, lid 1: Een ieder neemt voldoende zorg in acht voor Natura 2000-gebieden, bijzondere
bescherming van de NNN is vastgelegd in de provinciale Structuurvisie, welke door de gemeentes wordt
nationale natuurgebieden en voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving.
uitgewerkt in bestemmingsplannen, conform de Wet Ruimtelijke Ordening.
Artikel 1.11, lid 2: De zorg, bedoeld in het eerste lid, houdt in elk geval in dat een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor een Natura 2000-gebied, een bijzonder nationaal natuurgebied of voor in het wild levende dieren en planten: a. dergelijke handelingen achterwege laat, dan wel, b. indien dat achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden gevergd, de noodzakelijke maatregelen treft om die gevolgen te voorkomen, of c. voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk beperkt of ongedaan maakt. Quickscan Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
19
Natuurwaarden buiten het Natuurnetwerk Nederland Ook buiten het NNN zijn grote natuurwaarden aanwezig. Behoud, herstel en verdere ontwikkeling van deze natuurwaarden dragen substantieel bij aan de biodiversiteit. Wij beoordelen ook eventuele effecten op beschermde beleidsgebieden. Beschermde houtopstanden In de Wnb is het conform artikel 4.2 verboden houtopstanden te kappen buiten de bebouwde kom houtopstanden grenzen zonder hier vooraf een melding van te maken aan het bevoegd gezag. Deze regel geldt niet voor: a. houtopstanden binnen de bij besluit van de gemeenteraad vastgestelde grenzen van de bebouwde kom; b. houtopstanden op erven of in tuinen; c. fruitbomen en windschermen om boomgaarden; d. naaldbomen, kennelijk bedoeld om te dienen als kerstbomen, indien niet ouder dan twintig jaar; e. kweekgoed; f. uit populieren of wilgen bestaande: 1°. wegbeplantingen; 2°. beplantingen langs waterwegen, en12 3°. eenrijige beplantingen langs landbouwgronden; g. het dunnen van een houtopstand; h. uit populieren, wilgen, essen of elzen bestaande beplantingen die kennelijk zijn bedoeld voor de productie van houtige biomassa, indien zij: 1°. ten minste eens per tien jaar worden geoogst; 2°. bestaan uit minstens tienduizend stoven per hectare per beplantingseenheid, zijnde een aaneengesloten beplanting die niet wordt doorsneden door onbeplante stroken breder dan twee meter, en 3°.
zijn aangelegd na 1 januari 2013.
Quickscan Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
20
BIJLAGE 2 - BESCHERMDE SOORTEN
Nederlandse naam
Categorie
SvI* (als broedvogel)
Nederlandse naam
Categorie
SvI (als broedvogel)
Steenuil
1
matig ongunstig
Gekraagde roodstaart
5
matig ongunstig
Gierzwaluw
2
gunstig
Glanskop
5
matig ongunstig
gekoppeld, namelijk 3.1. vogelrichtlijnsoorten, 3.5 habitatrichtlijnsoorten en 3.10
Huismus
2
matig ongunstig
Grauwe vliegenvanger
5
matig ongunstig
andere soorten.
Roek
2
matig ongunstig
Groene specht
5
gunstig
Grote gele kwikstaart
3
gunstig
Grote bonte specht
5
gunstig
Kerkuil
3
gunstig
Hop
5
artikel 1 van de Vogelrichtlijn. Deze worden hieronder niet allemaal specifiek
Oehoe
3
gunstig
onbekend, vermoedelijk ongunstig
benoemd. Hieronder wordt alleen ingegaan op de uitzonderingen en dat zijn de
Huiszwaluw
5
matig ongunstig
Ooievaar
3
gunstig
IJsvogel
5
gunstig
Slechtvalk
3
gunstig
Kleine bonte specht
5
gunstig
Boomvalk
4
matig ongunstig
Kleine vliegenvanger
5
Buizerd
4
gunstig
onbekend, vermoedelijk geen broedvogel
Havik
4
gunstig
Koolmees
5
gunstig
Kortsnavelboomkruiper
5
gunstig
Oeverzwaluw
5
gunstig
Pimpelmees
5
gunstig
Raaf
5
gunstig
Ruigpootuil
5
onbekend, vermoedelijk geen vaste broedvogel
Spreeuw
5
matig ongunstig
Tapuit
5
zeer ongunstig
Torenvalk
5
matig ongunstig
Zeearend
5
gunstig
Zwarte kraai
5
gunstig
Zwarte mees
5
matig ongunstig
Zwarte roodstaart
5
gunstig
Zwarte specht
5
matig ongunstig
Tabellen Wet Natuurbescherming Aan de indeling van de regels van de Wnb (bijlage 1) zitten verschillende soortenlijsten
Artikel 3.1 Vogelrichtlijnsoorten. Dit zijn alle van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten in
vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten van de categorieën 1 t/m 4 en bij uitzondering categorie 5-vogels.
Legenda tabel Categorie 1: Jaarrond gebruikte nesten (steenuil)
Ransuil
4
zeer ongunstig
Sperwer
4
gunstig
kolonie)
Wespendief
4
gunstig
Categorie 4: Vogels die ieder jaar terugkeren naar specifiek nest
Zwarte wouw
4
onbekend, vermoedelijk gunstig
Categorie 2: Zeer honkvaste koloniebroeders of afhankelijk bebouwing Categorie 3: Zeer honkvaste broeders of afhankelijk bebouwing (geen
Categorie 5: Honkvaste broeders, maar voldoende flexibel. Enkel beschermd bij zwaarwegende ecologische redenen, zoals een zeer
Blauwe reiger
5
matig ongunstig
ongunstige SvI (zie tekst onder kader).
Boerenzwaluw
5
gunstig
Bonte vliegenvanger
5
gunstig
Boomklever
5
gunstig
Boomkruiper
5
gunstig
Bosuil
5
gunstig
toekomstperspectief.
Brilduiker
5
zeer ongunstig
De meest sombere score bij een van de vier elementen (verspreiding, populatie,
Draaihals
5
zeer ongunstig
Eidereend
5
zeer ongunstig
Ekster
5
zeer ongunstig (in het buitengebied)
*SvI: Staat van Instandhouding De SvI is bepaald op basis van (a) de ontwikkeling in de populatie, (b) ontwikkeling in verspreiding, (c) ontwikkeling in kwaliteit van het leefgebied, en (d)
leefgebied, toekomstperspectief) bepaalt de indicatieve SvI. Indien twee of meer keer ‘onbekend’ is aangegeven, gecombineerd met ‘groen’ (gunstig), dan is de SvI ‘onbekend’.
Vetgedrukte soorten (uit cat. 5) hebben een zeer ongunstige staat van instandhouding en hebben daarom een zwaarwegende ecologische reden om als jaarrond beschermd aangemerkt te worden.
Quickscan Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
21
BIJLAGE 2 - BESCHERMDE SOORTEN (VERVOLG)
Soort
Soort
Soort
Soort
Soort
Apollovlinder
Gestreepte dolfijn
Heikikker
Noordse vinvis
Tijmblauwtje
Bataafse stroommossel