CConstaterende datNuenen
Koppel je AI →
Document · PDF

Berg 62 - Bijlage 9 Bouwhistorische verkenning

Gemeenteraad 5 juni 2024, gemeente NuenenBij agendapunt: Bestemmingsplan - Berg 6218.064 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

De tussengang met links van voor naar achter de deur van de badkamer in de trapkast, de (niet-oorspronkelijke) deur van het portaaltje naar het bedrijfsgedeelte en de toiletdeur. In de achtergrond de keukendeur.

31

De keuken met links de buitendeur.

Op de verdieping is sprake van een middengang over de gehele diepte, dus leidend langs slaapkamers aan de voor- en achterzijde. Alle kamers hebben een oorspronkelijke vaste kast, geplaatst tegen de tussenmuren van de kamers. De achterkamers hebben van oudsher dakkapellen. Boven de keuken en de tussengang is een overloopje met toilet, badkamer en vijfde slaapkamer gemaakt, zoals gesteld op een later moment. 5.3.2 De gang Van alle ruimten op de begane grond, is het oorspronkelijke karakter van de gang het minst gewijzigd. Zo treffen we in de gang nog een fraaie tegelvoer aan uit de bouwtijd. Wat de vloer typisch voor de jaren dertig maakt, is de dat in het patroon afgeweken is van de symmetrie van weleer. Het patroon is met vier verschillende kleuren tegels gelegd. Of in het Art Deco patroon ook enige sprake is van symboliek, kon niet worden vastgesteld. De wanden van de gang hebben de oorspronkelijke deuropeningen, deurkozijnen en deuren behouden. De kamerdeuren zijn uitgevoerd met één paneel, en onderscheiden zich hiermee van de keukendeur, die van oudsher een paneel met daarboven een ruitje heeft. Verschil in deuren was een architectonisch middel om verschil in functie aan te duiden. Ook het lijstwerk langs de deurkozijnen is nog oorspronkelijk. De holle profilering is ook sterk tijdsgebonden. Opvallend is de eenvoudige vormgeving van de neuten.

Vermoedelijk is hiermee aansluiting gezocht bij de tegelvloer en tegelplint. De wandafwerking uit 1936 is nog volledig intact, met dien verstande dat het stucwerk boven de tegellambrisering later een keer is overschilderd (dat geldt overigens ook voor al het houtwerk: deuren, kozijnen en aftimmerlatten). Onder de witte verf op het pleisterwerk zien we een gele kleur passend bij de tegelvloer, het houtwerk heeft een groengele kleur gehad, passend bij de tegellambrisering.

Bouwhistorische verkenning

32

De gang vanaf de voordeur. Rechts de deur naar de rechter voorkamer. Die deur is niet meer in functie.

De tegellambrisering is driekleurig. We zien een zwarte plint, bies en randlijst. De bies is verlevendigd met rode kralen, in hoge mate karakteristiek voor de Interbellumperiode. Niet alledaags is het design van de groene lambriseringstegels, welke gevlekt zijn. Dit zal zeker niet naar ieders smaak zijn. In de hal is ook het oorspronkelijke stucplafond nog aanwezig. Dit is een stucplafond op riet, zo blijkt in andere vertrekken waar soortgelijke plafonds schades hebben waardoor het riet te zien is. Het plafond heeft een rond middenornament en een geprofileerde spiegellijst. Of het plafond van oudsher wit is, is niet helemaal zeker (het wit van de tegelvloer zou hier terug kunnen komen).

33

De tegelvloer uit 1936.

De oorspronkelijke aftimmering van de deurkozijnen. Rechts een houten neut. Onder de huidige toplaag gaan oudere afwerkingen schuil.

Bouwhistorische verkenning

34

Detail van de tegellambrisering. Rechts het stucplafond uit 1936.

Bijzonder interieurelement in de gang is het garderobemeubel, net als de vloer ontworpen onder invloed van de Art Deco. Dit soort betegelde garderobes werd vrijwel uitsluitend toegepast in de Interbellumperiode. Het meubel verkeert in redelijk goede staat. Eén kapstokhaak is verdwenen en één van de twee bovenrails bestaat niet meer.

Het garderobemeubel uit de bouwtijd, met linksboven schade. Rechts één van drie nog aanwezige haken.

35

5.3.3 De kamers links De woonkamers links in het woongedeelte behoren tot de oorspronkelijke opzet van het interieur. De kamers hebben nog de oorspronkelijke scheidingswand met in het midden suitedeuren uit de bouwtijd. In de voorkamer worden de deuren geflankeerd door het rookkanaal van een vermoedelijk ontmantelde kachelschouw en door een oorspronkelijke vaste kast. Waar in de negentiende-eeuw dit soort kasten een integraal onderdeel van de scheidingswand vormden, heeft de kast van Berg 62 een meer op zichzelf staand karakter. Geïntegreerde kasten waren hier geen optie, vanwege de hoekschouwen. Mogelijk heeft de achterkamer ook een dergelijke kast gehad. Dit kon niet aan de hand van sporen worden vastgesteld (wellicht bevinden zich nog aanwijzingen onder de huidige vloerafwerking). Een aanwijzing dat er geen soortgelijke kast in de achterkamer is geweest, is het gegeven dat er een ingebouwde muurkast aanwezig is. De oorspronkelijkheid van de kast is evident op basis van de paneeldeur en de omlijsting daarvan, identiek aan de kamerdeuren. In de achterkamer is nog een marmeren mantel aanwezig van de kachel die in de hoek heeft gestaan. De wanden in de ruimte hebben recente afwerkingen. Daarachter zouden nog oudere afwerkingen aanwezig kunnen zijn.

De geprofileerde plinten blijken niet oorspronkelijk te zijn (we komen ze ook in het bedrijfsgedeelte tegen waar ze zeker secundair zijn, dus ook in de kamers later toegepast – ook de aansluiting op bijvoorbeeld de marmeren kachelmantel wijst hierop). Bij de vensteropeningen zijn nog enkele vensterbanken uit de bouwtijd aanwezig. Die zijn niet direct te herkennen, omdat de vensterbanken in een latere fase met nieuwe vensterbanken zijn afgedekt. Onder de oude vensterbanken is op verschillende plekken nog een aftimmering met geprofileerd hout uit de bouwtijd aanwezig.

De voorkamer links. Alle deuren zijn oorspronkelijk, het plafond is secundair. Links het rookkanaal van een hoekschouw.

Wat niet oorspronkelijk is in de beide kamers, is het balkenplafond. Het plafond geeft een jaren zeventig sfeer, maar het zou ons niet verbazen wanneer het van nog latere datum is (jaren negentig). Door de plafondplaten tussen de balken op te lichten, is een glimp op te vangen van de plafonds die daarboven aanwezig zijn. Het gaat om stucrietplafonds met rond middenornament en geprofileerde spiegellijst. De detaillering van de plafonds is verzorgd doch sober. In het bouwjaar

Bouwhistorische verkenning

36

loopt de toepassing van stucrietplafonds ten einde, onder andere vanwege de opkomst van steengaasplafonds die doorgaans niet met ornamenten werden opgesierd.

De achterkamer met in het midden van de ruimte een inbouwkast.

De marmeren hoekschouw in de achterkamer. Rechts detail van de oorspronkelijke vensterbank, opgedekt met een later aangebracht exemplaar.

37

Een aantal deuren heeft nog krukstellen uit de bouwtijd van het pand.

In de kamers gaan stucplafonds schuil boven verlaagde balkenplafonds.

Bediening van de houten buitenrolluiken. Rechts aansluiting van niet-oorspronkelijke plint op de kachelmantel.

Bouwhistorische verkenning

38

Oorspronkelijke ramen zijn overschilderd, en nog voorzien van hang- en sluitwerk uit de bouwtijd. Rechts is één van de (standaard) paumellescharnieren te zien waarmee deuren zijn afgehangen. Er werd met sleufschroeven gewerkt.

5.3.4 De kamers rechts De voorkamer heeft veel van het oorspronkelijke karakter verloren, door sloop van een kamerscheidende tussenwand (vermoedelijk met suitedeuren), van de hoekschouw en wellicht een vaste kast zoals in de linker voorkamer aanwezig. Vernieuwing van de ramen in de voorgevel heeft de ruimte vanuit bouwhistorisch perspectief ook geen goed gedaan. In de ruimte ligt een nieuwe vloerbedekking, zijn wanden opnieuw afgewerkt, onder andere met houten plinten en is een verlaagd plafond aangebracht. Boven dit plafond kon een oorspronkelijk stucplafond worden waargenomen. Een noemenswaardig element is het brievenbuskastje in de voorgevel, met dien verstande dat een dergelijk kastje in een woonkamer niet heel erg charmant is.

De voorkamer. Rechts de recente haard en de balk die in de plaats is gekomen van de kamerscheidende wand.

39

De achterkamer heeft net als de voorkamer een nieuwe vloerafwerking, wandafwerking en verlaagde plafonds gekregen. Ook in deze ruimte gaat boven het verlaagde plafond nog een stucrietplafond uit de bouwtijd van het pand schuil. In de ruimte trekt vooral de wand met kastdeur en de twee trapdeuren de aandacht. De deuren zijn oorspronkelijk, tot aan de deurgrepen aan toe. Onder de huidige verflaag gaat zonder twijfel de oorspronkelijke afwerkingskleur nog schuil. De kastdeur heeft de oorspronkelijke beglazing gehouden. Zoals op de foto is te zien, is de proportionering van de kamerdeur niet heel erg geslaagd (het ruitje en het paneel zijn sterk gedrukt). De deur naar de keuken is een vervanging van een oudere deur. Het kozijn, de aftimmeringen en de scharnieren stammen uit 1936, de huidige deur is later aan die oude scharnieren afgehangen.

De achterkamer met kast- en trappenwand.

De trap naar de verdieping is recentelijk opnieuw bekleed.

Bouwhistorische verkenning

40

5.3.4 De keuken De keuken is een opvallend grote ruimte. Historische afwerkingen van vloeren, wanden en plafond zijn niet te zien, maar mogelijk nog wel aanwezig. Zo verwachten we dat onder de huidige laminaatvloer nog wel een tegel- of plavuizenvloer schuil gaat en dat achter de secundaire lambrisering best wel eens een tegellambrisering verborgen kan zitten. In deze ruimte is geen stucrietplafond aanwezig. Zo’n plafond is er ook nooit geweest. Via een gat in het verlaagde balkenplafond kijken we tegen de houten balklaag van de verdieping. Dat die balklaag in het zicht is geweest, blijkt uit de verf waarmee balken en vloerdelen zijn beschilderd. Een in 1936 al gedateerd element is de grote wasemvang, die traditioneel voorzien is van een boezem met planken waarop bordjes konden worden geplaatst. Dat we dit onderdeel als gedateerd omschrijven, is overigens geen waardeoordeel. Als sluitstuk van een zeer lange traditie die terug te voeren is op de middeleeuwse hallenhuizen is dit onderdeel van het pand zondermeer aardig. Links van de voormalige kookplaats bevindt zich van oudsher een vaste kast. We zien hier net als in de kast in de achterkamer een deur met ruiten in roeden. Het geheel is wel wat aangetast. Door het verlaagde plafond is het luikje boven de kast ingekort en de kookplaats is voorzien van nieuw tegelwerk (wellicht over het oude gezet).

De keuken gezien in de richting van de buitendeur (links) en achterkamer. Rechts de kookplaats met keukenkast uit 1936.

Geen stucplafond maar een beschilderd balkenplafond in de keuken.

41

De keukenruimte staat vermoedelijk na verbouwing in open verbinding met een nieuwe keuken, vermoedelijk ondergebracht in de voormalige bijkeuken. Dit lijkt in de jaren negentig te zijn gedaan. Wij rekenen deze voormalige bijkeuken in deze rapportage tot het bedrijfsgedeelte. 5.3.5 De tussengang In de tussengang zijn vier van de vijf deuren nog de oorspronkelijke, met dien verstande dat de oorspronkelijke deuren ontdaan zijn van krukstellen uit 1936 en de deuren later overschilderd zijn. Het karakter van de verkeersruimte is sterk gewijzigd, door het aanbrengen van voorzetwanden (schrootjes), het vernieuwen van de vloerbedekking en het aanbrengen van een verlaagd balkenplafond onder een schrotenplafond dat het oorspronkelijke zou moeten zijn. Dat de wanden lila zijn geschilderd, komt het monument ook niet ten goede.

De gang vanaf de deur in de zijgevel. Van links naar rechts de badkamerdeur, de deur naar het bedrijfsgedeelte, de toiletdeur, de keukendeur en de deur naar de achterkamer.

Er is een badkamer ingebouwd in een trapkast. De kast bevindt zich onder de trap die in het bedrijfsgedeelte naar de zolder gaat. Die trap dateert uit 1936. De badkamer heeft een aluminium wastafel met daarboven een oorspronkelijk glas-in-loodraampje. Het tegelwerk is karakteristiek voor eind jaren zeventig. De toiletruimte is nadien nog eens vernieuwd. Het zou kunnen dat hier oudere afwerkingen zijn overtegeld.

Bouwhistorische verkenning

42

Het plafond in de gang en boven het verlaagde plafond de schroten van het voorzetwandje.

De badkamer in de trapkast. Rechts het toilet.

5.3.6 De kamers op de verdieping De vier kamers op de verdieping zijn vergelijkbaar met elkaar. De kamers hebben recente vloerafwerkingen. De wandafwerkingen en plafonds dateren nog uit de bouwtijd. Alleen in de gang is het plafond met een ornament en een vlakke randlijst gesierd. In de kamers zijn de plafonds vlak en gaan vloeiend over in de afwerking van de wanden cq het dakvlak.

43

De kamers hebben alle nog de oorspronkelijke kamerdeuren. Zoals gebruikelijk zijn op de verdieping andere deurtypen toegepast dan op de begane grond. De deuren hebben een driedeling met in het bovendeel een zesruits raam, bezet met sierglas dat eenvoudig doch fraai te noemen is. De deuren zijn voorzien van het oorspronkelijke hang- en sluitwerk en ook de krukstellen stammen nog uit 1936. Waar de huidige toplaag (verf) is beschadigd, komt een oudere kleurstelling in het zicht. In 1936 is er met groentinten gewerkt, zoals we ook op de begane grond zagen.

De gang vanaf de voorgevel. Rechts één van de kamerdeuren.

Eén van de rolluikkasten op de verdieping. Rechts een rookkanaal in één van de kasten.

In drie van de vier kamers zijn op de vloer houten kisten aanwezig. Dit zijn de omtimmeringen van de houten rolluiken in de voorgevel en de linker zijgevel van het pand. In de voorgevel zijn de oorspronkelijke vensterbanken nog intact en ook het lijstwerk om de vensters dateert nog uit de

Bouwhistorische verkenning

44

bouwtijd. Alle vier de kamers hebben een vaste kast. De kastdeuren zijn geënt op de kamerdeuren en hebben dus ook een driedeling, hier uiteraard geen beglazing bovenin de deur. De deuren hebben de oorspronkelijke grepen. Er zijn geen sloten toegepast. De kasten ontnemen in de kamers het zicht op de rookkanalen.

De grepen van de kastdeuren en de krukken van de kamerdeuren stammen uit de bouwtijd.

De raamgrepen die in 1936 in de dakkapel werden toegepast.

In de twee achterkamers zijn oorspronkelijke dakkapellen aanwezig. De oorspronkelijkheid kan onder andere worden opgemaakt uit de toegepaste raamgrepen, de haken en ogen waarmee de ramen geopend gehouden kunnen worden én de zorg die is besteed aan het afwerken van de op de dakkapel aansluitende gordingen.

45

De kleurstelling van het houtwerk is niet uit 1936. Het is gebruikelijk dat warme kleuren uit de Interbellumperiode later wit overschilderd zijn.

In elk van de vier kamers bevindt zich een soortgelijke vaste kast. Rechts één van de twee dakkapellen uit 1936. Ook hier een rolluikkast. Radiatoren zijn van latere datum.

Bouwhistorische verkenning

46

Oorspronkelijke vensterbanken bij de vensters in de voorgevel. Rechts sierglas in de kamerdeuren. Inkijk in de slaapkamers vanuit de gang, werd ermee voorkomen.

Dat de kamerindeling op de achterzolder van latere datum is, blijkt onder andere uit de deurtypen die hier zijn toegepast. Het zijn deuren die stilistisch in de jaren vijftig zijn te plaatsen. De deuren hebben een tweedeling met bovenin een enkele ruit. Het glas wijkt af van de kamerdeuren uit 1936. Er zijn ook andere krukstellen en scharnieren toegepast. Het lijkt er op dat de ruimten in de jaren zeventig nog een keer zijn gemoderniseerd door het aanbrengen van schrotenplafonds. Het toilet en de badkamer zijn later nog eens vernieuwd door nieuw tegelwerk en nieuw sanitair aan te brengen.

De achterzolder heeft deuren uit de jaren vijftig. Het sanitair is van latere datum.

47

5.5 De kelder In de kelder is weinig noemenswaardigs aanwezig. De kelder heeft nog wel de oorspronkelijke tegelvloer. Daarbij is zelfs de moeite genomen om een randlijst aan te brengen. Dankzij die randlijst kan bepaald worden dat een kolenbak een oorspronkelijk element is (de randlijst gaat langs de bak). De keldertrap is zeer standaard. De ramen in het kelderlicht zijn in de jaren zeventig vernieuwd.

De keldervloer uit 1936.

De keldertrap uit 1936. Ook de leuningen (en leuningbeugels) zijn uit die tijd.

Bouwhistorische verkenning

48

6

Het bedrijfsgedeelte

6.1 De constructie van het bedrijfsgedeelte uit 1936 - De fundering Er is tijdens het veldwerk geen informatie verkregen over de fundamenten van het bedrijfsgedeelte van de boerderij. Het leidt voor ons geen twijfel dat de gevels van het gebouw zijn opgetrokken op een fundament op staal. De lange gevels zijn dragende gevels. Vermoedelijk zijn de fundamenten verzwaard daar waar de kapspanten in deze gevels zijn opgelegd. - De opstanden De opstanden verschillen in wezen weinig van de opstanden van het huis voor waar het de gevels betreft. Hier is duidelijk sprake van één ontwerp. De gevels zijn opgetrokken in machinaal gevormde bakstenen. Het halfsteens metselverband is een aanwijzing dat het hier gaat om gevels met een (lucht)spouw. De opstanden hebben een trasraam van donkerdere, harder gebakken baksteen, afgedekt met een rollaag. In het interieur is vermoedelijk van oudsher sprake van een tweedeling. De tussenmuur is steensdik en in kruisverband opgetrokken. Deze muur is alleen op de begane grond aanwezig. - De vloerconstructies De vloer op de begane grond is een cementvloer. In de voormalige winkelruimte is over deze vloer een recentere dekvloer aangebracht, waardoor van de cementvloer maar weinig is te zien. In hoeverre de vloer oorspronkelijk is, kon niet worden nagegaan. Vermoedelijk is in de deel van oudsher een cement/betonvloer aanwezig.

De zoldervloer is in de voormalige winkelruimte van recente datum. De vloer is vrijwel zeker ten behoeve van de vloerenwinkel die een tijd in het pand gehuisvest is geweest, aangebracht. De vloeren zijn met platen underlayment gemaakt op een vurenhouten balklaag die aan de kapspanten is vastgezet. Er zijn ten behoeve van deze vloer enkele stalen kolommen geplaatst op de begane grond. De zoldervloer van de ruimte achter het woongedeelte heeft een combinatievloer waarbij houten balken zijn gecombineerd met houten T-balken. De broodjes zijn van gasbeton. Vermoedelijk is de vloerconstructie in de jaren zeventig aangebracht.

De cementvloer met recente(re) toplaag uit de winkelperiode. De broodjesvloer met elementen van gasbeton.

49

De vurenhouten balken en underlaymentplaten van de zoldervloer in het voormalige winkelgedeelte. Links één van de stalen kolommen die hier zijn opgesteld.

Ter plaatse van de vide zijn inkepingen te zien van verdwenen vloerbalken.

- De kapconstructie Het bedrijfsgedeelte heeft zes kapspanten, haaks gericht op en opgelegd in de lange gevels. Drie van de spanten zijn volledig symmetrisch. De kapspanten achter het woongedeelte, zijn dat niet. Deze spanten zijn als het ware ingekort, omdat het woongedeelte als het ware insnijdt in het bedrijfsgedeelte. Hieronder wordt een volledig spant beschreven. De drie volledige spantbenen zijn van het verbeterd Hollands type. De spanten zijn samengesteld uit een voetbalk die in de gevels is opgelegd, spantbenen die op de muurplaten zijn gesteld en met kreupele stijlen op de voetbalk zijn afgeschoord. Onderling zijn spantbenen en kreupele stijlen verbonden door middel van blokkeels. In de nok zijn de spantbenen tegen de nokbalk gezet. De verbinding hier is gespijkerd en gezekerd door middel van een met bouten bevestigd anker. Op die manier zijn de nokstijlen overigens ook met de voetbalk verbonden en ook de verbinding van spantbenen en kreupele stijl is met een (stop)anker tot stand gebracht. De dubbel uitgevoerde trekbalken die de spantbenen bijeenhouden, zijn met gespijkerde én geboute verbindingen vastgezet.

Bouwhistorische verkenning

50

Op de spanten liggen vijf gordingen per schild. De gordingen zijn zoals gebruikelijk op driehoekige klossen gelegd. De kap is nageïsoleerd, waardoor sporen en panlatten bijna nergens zijn te zien. Op de plekken waar de isolatie is weggevallen, zien we sporen en panlatten die oorspronkelijk lijken te zijn.

Twee van de kapspanten.

Detail van de voet van de spanten. Rechts in detail één van de telmerken (hier een IV).

51

De sporen, panlatten en pannen.

De gevels van het bedrijfsgedeelte (bewerkt).

6.2 Het exterieur De lange straatgevel van het bedrijfsgedeelte, heeft eenzelfde opzet als de gevels van het huis. Er is sprake van een in schoonverband opgetrokken gevel met trasraam en een zeer eenvoudige gootlijst. Het trasraam is beëindigd met een rollaag. In de gevel zijn twee oorspronkelijke gevelopeningen aanwezig. De vensteropening links is oorspronkelijk, evenals de opening voor deeldeuren rechts in de gevel. Het karakter van de gevel is sterk aangetast doordat tussen beide gevelopeningen uit 1936 een grote pui is geplaatst. Dat deze opening in bestaand metselwerk is ingebroken, kan onder

Bouwhistorische verkenning

52

andere worden afgeleid uit de ingezaagde dagkanten waar ook voegmortel is doorzaagd. Dat er sprake is van een faseverschil tussen beide grote openingen, blijkt ook uit verschil in stalen lateien die zijn gebruikt.

De lange straatgevel sluit aan op het woongedeelte. De middelste gevelopening is een toevoeging.

Bij het maken van de nieuwe gevelopening, heeft met de linker deeldeur van de bestaande opening verplaatst naar de nieuwe opening. De deuren (of wat daarvan resteert – de deuren verkeren in erbarmelijke staat) dateren dus nog uit 1936. Het oorspronkelijke venster is uitgevoerd in beton. Een betonnen venster zou in 1936 (zeker in Nuenen) behoorlijk vroeg zijn. Hier moet echter sprake zijn van een veel recenter raam, dat in de plaats is gekomen van een ouder venster. Dit menen we onder andere op te mogen maken uit de gecementeerde onderdorpel en de wijze waarop naden tussen beton- en metselwerk met dezelfde mortel zijn afgesmeerd.

De verplaatste deeldeur uit 1936. Rechts de niet-oorspronkelijke dagkant.

53

De korte gevel van het stalgedeelte is blind. Tegen de gevel bevindt zich van oudsher een aanbouw die in eerste instantie als varkensstal heeft gediend. Later is tegen de gevel ook nog een garage aangebouwd. In het interieur is te zien dat er een deuropening is geweest tussen het bedrijfsgedeelte en de varkensstal. De rollaag van het trasraam is hier namelijk doorbroken. De dichtzetting is uitermate netjes tot stand gebracht.

De korte gevel van het stalgedeelte met later aanbouwde garage. Rechts de dichtgezette deuropening (onderbreking rollaag).

De lange achtergevel gaat grotendeels schuil achter aanbouwsels uit de bouwtijd. De varkensstal tegen de gevel hoort tot de oorspronkelijke opzet, evenals twee aanbouwsels aan weerszijden van het in 1997 overdekte terras. Met name in het interieur is nog de nodige informatie aan de gevel te ontlenen. Zo zien we bijvoorbeeld dat zowel de varkensstal als de aanbouw hierop aansluitend, allebei vanuit het bedrijfsgedeelte een ontsluiting hebben gehad die later is dichtgezet. In het interieur zien we hier duidelijk twee dichtgemetselde deuropeningen onder strekse boog.

De achtergevel van binnenuit, met twee dichtgezette deuropeningen.

Bouwhistorische verkenning

54

De lange achtergevel heeft ter plaatse van het in 1997 overkapte terras van oudsher twee deuren (waarvan één dubbele), een vensteropening (thans met een niet-oorspronkelijke betonraam) en een zolderluik, vermoedelijk ten behoeve van het optassen van hooi. De deuren dateren nog uit 1936. Het oorspronkelijke karakter van de gevel is aangetast door het wit schilderen van het metselwerk. Dit is vermoedelijk gedaan om het overdekte terras minder donker te maken.

De achtergevel ter plaatse van het overdekte terras.

De gevels van de kleine oorspronkelijke aanbouwen bevatten weinig zaken die noemenswaardig zijn. Dat de bouwdelen uit de bouwtijd stammen, blijkt uit de gelijkenis van het metselwerk met het metselwerk van het bedrijfsgedeelte en het woonhuis. Het karakter van de linker aanbouw is aangetast door verven van metselwerk en vergroting, waardoor op de achtergevel nu een onooglijke pui aansluit.

De oorspronkelijke aanbouwen.

De korte, rechter zijgevel heeft op de begane grond een deuropening onder strekse boog gehad. Die deuropening is tot vensteropening vermaakt. Afgaande op het venster en de keramische onderdorpels, zal dit in het laatste kwart van de twintigste eeuw zijn gedaan. De gevel is moeilijk benaderbaar en stevig begroeid, waardoor twee vensteropeningen tijdens het veldwerk onopgemerkt bleven. De vensters zijn in het interieur te zien. Daar zijn vierruits betonramen in de muren gevat, waarvan de oorspronkelijkheid niet kon worden bepaald. Op de zolder is sprake van een vensteropening, die smal en relatief hoog is. De gecementeerde dagkanten die we aan de binnenzijde zien, doen vermoeden dat deze vensteropening secundair is

55

(of is ontstaan door vergroting van een bestaande opening). We treffen hier eenzelfde betonnen raam aan als in de toegevoegde garage.

In de korte rechter zijgevel zien we een tot vensteropening vermaakte deuropening. De gevel staat kort op de perceelsgrens.

Een niet-oorspronkelijk betonraam in de korte rechterzijgevel, op zolderniveau.

Bouwhistorische verkenning

56

6.3 Het interieur van het bedrijfsgedeelte Vrijwel zeker heeft het bedrijfsgedeelte in 1936 al een tweedeling gekregen. De tussenmuur die voor deze tweedeling zorgt, heeft aan één zijde nog een tegellambrisering die stilistisch goed in de bouwtijd van het pand is te plaatsen. Eén van de twee delen, namelijk het deel recht achter de woning, heeft op later moment een onderverdeling gekregen met lichte scheidingswanden (gipsplaatwanden). Vermoedelijk is dit gedaan toen het gebouw in gebruik werd genomen als vloerenwinkel. Hier treffen we nauwelijks zaken aan die noemenswaardig zijn. Alleen in het deel dat als laatste als keuken en bijkeuken in gebruik was, kan nog worden uitgelicht. De keuken diende vermoedelijk oorspronkelijk als bijkeuken en zal van meet af aan functioneel meer bij het woongedeelte dan bij het bedrijfsgedeelte hebben gehoord. De keukeninrichting stamt uit begin jaren negentig. Dat geldt ook voor het toilet tussen keuken en bijkeuken. In de tegenwoordige bijkeuken zijn nog enkele wandtegels aanwezig in een lambrisering. Het zijn gele tegels met zwarte plint en bies. Toen het werkblad hier werd geplaatst, is een deel overtegeld met tegels die uit de jaren zeventig stammen. Het lijkt er op dat het bedrijfsgedeelte achter het woonhuis oorspronkelijk rondom een gele tegellambrisering heeft gehad.

Het tegelwerk treffen we (overschilderd) namelijk ook aan tegen de steensdikke scheidingsmuur waarvan we aannemen dat deze oorspronkelijk is.

De plattegrond in de huidige toestand.

De trap die vanuit de grote ruimte lange tijd de zolder ontsloot, dateert nog uit de bouwtijd. Dit geldt ook voor de halfronde deur die onder rondboog is toegepast.

57

De keuken. Alle elementen en afwerkingen zijn van ná 1990.

Tussen keuken en bijkeuken een halletje met toilet. Al het zichtbare is van recentere datum.

Bouwhistorische verkenning

58

In de bijkeuken een tegellambrisering die vermoedelijk in de bouwtijd is aangebracht. We zien dit tegelwerk ook op de oorspronkelijke tussenmuur.

De kamer die vermoedelijk als tuinkamer werd aangebouwd. Rechts hergebruikte deuren in deze ‘tuinkamer’.

De oorspronkelijke aanbouw tegen de achtergevel met uit de bouwtijd enkel nog een staldeur.

59

Keukentje uit de tijd van de vloerenwinkel. Rechts een gangetje uit die tijd, met doorgang naar het woongedeelte.

Weinig spectaculair interieur. Rechts op de foto een in nieuw kozijn hergebruikte deur.

Gangetje langs de achtergevel met daaraan grenzende ruimte.

Bouwhistorische verkenning

60

De oorspronkelijke zoldertrap in het bedrijfsgedeelte.

61

7

De varkensstal en garage

De voormalige varkensstal en de garage waren tijdens het veldwerk niet toegankelijk. Desondanks was het mogelijk om in de voormalige stal een blik te werpen, namelijk vanaf de zolder van het bedrijfsgedeelte van de boerderij. In aanvulling met verkenning van het exterieur, leverde dat een redelijk compleet beeld op. Namelijk het beeld van een zeer ingrijpend verbouwde stal waarin nauwelijks nog elementen uit de bouwtijd bewaard zijn gebleven. De verbouwing die plaatsvond, heeft geresulteerd in een ophoging van het bestaande gebouw en de realisatie van een groot aantal nieuwe gevelopeningen en het dichtzetten van oorspronkelijke gevelopeningen.

Zicht in de voormalige varkensstal vanuit de zolder van het bedrijfsgedeelte.

7.1 De constructie van de voormalige varkensstal De stal heeft een betonvloer waarvan de oorspronkelijkheid niet kon worden bepaald. Een zoldervloer is niet aanwezig, maar lijkt er in het verleden wel te zijn geweest. Het zadeldak, dat uit de verbouwingsfase stamt, wordt gedragen door twee verbeterde Hollandse spanten. Grootste verschil met de spanten van het bedrijfsgedeelte is dat er geen voetbalken zijn toegepast. Nokstijlen zijn aan de onderzijde ingeklemd tussen de trekbalken. Er zijn hier wel steekschoren gebruikt. De spanten zijn dus samengesteld uit spantbenen, kreupele stijlen, nokstijl, steekschoren, trekbalken en blokkeels. Alle verbindingen zijn gespijkerd. Bouten zijn hier niet toegepast. Waarschijnlijk stamt de constructie uit omstreeks 1950, al zijn er geen concrete aanwijzingen die op een specifieke

Bouwhistorische verkenning

62

bouwperiode wijzen. De kap heeft gordingen uit de tijd van de kapspanten. Later is het dak een keer geïsoleerd.

De kapconstructie van de voormalige varkensstal.

7.2 Het exterieur De korte linker zijgevel van de voormalige varkensstal en de garage, staan bol van de bouwsporen. In het metselwerk is te zien dat de garage een toevoeging is (het metselverband vertoont verstoring op de overgang van bouwdelen). Opvallend aan het metselwerk van de stal, is dat het op de begane grond in koppenverband is gemetseld. Dit zien we niet veel. Een goede verklaring is er ook niet voor te geven. De punt van de gevel is in halfsteensverband gemetseld. Dat er sprake is van een faseverschil blijkt niet alleen uit verschil in metselverband, maar ook uit het voegwerk.

63

De drie gietijzeren stalramen zijn aan de bestaande gevel toegevoegd. Duidelijk is te zien dat de dagkanten van de raamopeningen in bestaand metselwerk zijn ingebroken en hoe men met cement heeft getracht de bouwsporen te verbloemen. De ijzeren raampjes zijn vrijwel zeker van elders afkomstig. De deuropening is ook secundair. De opening is zelfs gemaakt nadat de gevel werd opgehoogd. Zowel in het metselwerk in koppenverband als het metselwerk in halfsteensverband is te zien dat de deuropening is ingebroken. Wellicht is dit gedaan toen het gebouw als gemeentewerf in gebruik werd genomen (circa 1970). Met het maken van de deuropening ging een in de top bestaande venster- of luikopening verloren. Het restant van die opening is dichtgemetseld.

De korte linker zijgevel van de voormalige varkensstal.

Twee fasen metselwerk en secundaire gevelopeningen in de gevel. Rechts de verbrede garagedeur (zie rollaag).

De gevelopening in de garagedeur is niet meer oorspronkelijk. De opening is aan de rechterzijde verbreed. De deuren stammen dus ook niet meer uit de bouwtijd van de garage. Dat de opening is

Bouwhistorische verkenning

64

verbreed, is op te maken uit de verlengde latei, de te korte rollaag daarboven én de cementering van de rechterdagkant.

Dichtgezette gevelopening uit de tijd van de ophoging, later doorbroken met de huidige dubbele deuren, vermoedelijk uit 1970.

Zicht op de gevel van binnenuit. Ook hier tekent de ophogingsfase zich duidelijk af.

65

De in kruisverband gemetselde lange achtergevel van de voormalige varkensstal heeft nog wel gevelopeningen uit de bouwtijd van de boerderij, 1936. Het gaat hier om vier later dichtgemetselde openingen voor staldeurtjes én een gietijzeren stalraam onder segmentboog links in de gevel. De staldeurtjes zijn verdwenen. De voormalige gevelopeningen zijn herkenbaar aan de halfsteens segmentboogjes en de ijzeren duimen waarin de gehengen van de staldeurtjes hebben gehangen. In deze gevel zien we niet alleen de ophogingsfase, maar ook een vrij omvangrijke herstelfase in het metselwerk. Het herstel tekent zich door gebruik van lichtere baksteen vrij goed af. In dit vernieuwde metselwerk is een luikopening aangebracht. Mogelijk is dit een reconstructie. In de gevel zien we enkele balklaagankers. De ankers ter plaatse van de kapspanten zijn geornamenteerd, wat niet gebruikelijk is in een achtergevel.

De lange gevel van de voormalige varkensstal met ten minste drie fasen metselwerk, waaronder ophoging en herstel. De ankers tonen aan dat er in het verleden een zoldervloer is geweest.

Dichtgemetselde opening voor één van de vier verdwenen staldeurtjes.

Bouwhistorische verkenning

66

Sieranker en het enige oorspronkelijke venster van de voormalige varkensstal, uitgevoerd in ijzer.

De rechter zijgevel toont minder goed dan de overige, de ophogingsfase. Het voornaamste verschil tussen het metselwerk uit 1936 en het latere metselwerk, is dat het eerste in kruisverband is opgetrokken, en het tweede in halfsteensverband. Dat er sprake is van twee fasen, blijkt ook uit het voegwerk. De gevel heeft aan de buitenzijde geen gevelopeningen. Wel is er een gat ingehakt, waar in het verleden een balk voor een aankapping in is gestoken. Het daklijntje zien we in het metselwerk ook nog als aftekening. Tegen de gevel staat een schoorsteen. Waarschijnlijk is de geveltop tegen een bestaande schoorsteen gezet (en is daarna het rookkanaal hogerop getrokken met behulp van een pijp). In de gevel is een deuropening aanwezig waardoor een verbinding bestaat met de oorspronkelijke aanbouw tegen de gevel. Deze verbinding kon niet van dichtbij worden verkend. Door een raampje is te zien dat op het rookkanaal een buis is aangesloten van de buitenhaard die vermoedelijk tussen 1970 en 1980 werd gemaakt.

De rechter zijgevel van binnenuit. Rechts het exterieur.

67

De staldeur in de muur tussen varkensstal en aanbouw (vanuit de aanbouw) met aansluitend op het rookkanaal een pijp die naar de buitenhaard leidt.

De straatgevel van de secundaire garage is qua detaillering sterk geënt op de gevels van het bedrijfsgedeelte. We treffen in de gevel een oorspronkelijke vensteropening aan. Dagkanten zijn gemetseld met klezoren en drieklezoren, wat niet heel erg gebruikelijk is. De opening onder strekse boog heeft een betonnen raam waarvan wordt betwijfeld of het ’t oorspronkelijke is, met name vanwege de onder het raam doorgaande dagkanten. Het lijkt er op dat er oorspronkelijk een hoger venster is geweest.

De straatgevel van de secundaire garage.

Bouwhistorische verkenning

68

8 8.1

Waardering Algemene historische waarde

In de richtlijnen voor bouwhistorisch onderzoek wordt aangegeven dat voor de bepaling van de algemene historische waarde van een object inzicht moet worden verkregen in verbondenheid met maatschappelijke ontwikkelingen. Concreet wordt de bouwhistoricus gevraagd te toetsen of in het gebouw één of meerdere maatschappelijke ontwikkelingen tot uitdrukking komen, en zo ja, in welke mate en hoedanigheid. Dit is geen eenvoudige opgave, mede omdat concrete definities van de gehanteerde begrippen ontbreken. In deze rapportage worden alleen die begrippen gedefinieerd waarover binnen de kaders van het onderzoek uitspraken mogelijk zijn. Onder culturele ontwikkeling wordt in dit kader verstaan de ontwikkeling van veronderstellingen, opvattingen, waarden, normen en de materiële uitdrukking daarvan door een samenleving of een groep daarbinnen. De ontwikkeling van menselijke activiteit op tastbare wijze tot uiting gebracht. Berg 62 is met name van belang omdat het uitdrukking geeft aan typologische ontwikkeling van de boerderijenbouw in de Interbellumperiode, waarin er een eind kwam aan de sterke dominantie die de langgevelboerderij lange tijd in de provincie heeft gehad. Aardig hierbij is dat in het interieur van het woongedeelte nog wel een vrij sterke traditionele invloed merkbaar is (met name in de keuken).

De cultuurhistorische waarde is met name aangetast door aanpassing van het bedrijfsgedeelte en transformatie van de voormalige varkensstal. Onder sociaaleconomische ontwikkeling wordt in deze rapportage gerekend de ontwikkeling die betrekking heeft op algemene welvaart/vooruitgang. Het is helaas niet duidelijk met welke reden in 1936 een dan nog niet zo oude langgevelboerderij moest wijken voor het huidige gebouw. Mogelijk heeft dit met sociaaleconomische omstandigheden te maken. Het gebouw geeft wel uitdrukking aan veranderende opvattingen ten aanzien van met name de woonomstandigheden in het dorp, in de zin dat het woongedeelte veel nadruk kreeg en er leefruimte in overvloed was. Die ontwikkeling werd rond het midden van de negentiende eeuw ingezet, en culmineerde rond het midden van die eeuw. Onder religieuze ontwikkeling wordt in deze rapportage gerekend de ontwikkeling die betrekking heeft op het spirituele en geloofsovertuiging. Hiervan is geen sprake. De geografische ontwikkeling kan worden gedefinieerd als de betekenis die het gebied heeft voor de door de mens gecreëerde leefomgeving; de wijze waarop het natuurlandschap in cultuurlandschap werd getransformeerd en aan ontwikkelingen in gebruik werd aangepast, zowel in materiële als immateriële zin. Hiervan is weinig sprake.

Hooguit kan worden gesteld dat het dorp zich vanaf het midden van de negentiende-eeuw ontwikkelde langs oude uitvalswegen, overwegend door realisatie van boerderijen. Onder bestuurlijke ontwikkeling wordt verstaan de ontwikkeling van zeggenschap over een maatschappelijk afgebakend gebied. Hiervan is geen sprake.

69

8.2

Ensemblewaarden en stedenbouwkundige waarden

In de richtlijnen voor bouwhistorisch onderzoek wordt aangegeven dat voor de bepaling van de ensemblewaarden en stedenbouwkundige waarden inzicht moet worden verkregen in de status van vijf te onderscheiden componenten, waarvan hieronder enkele worden gecombineerd. - Belang van het complex als essentieel onderdeel van een groter geheel dat cultuurhistorisch, architectuurhistorisch en stedenbouwkundig van (inter)nationale betekenis is. Het gebouw is niet gelegen binnen de grenzen van een beschermd dorpsgezicht. Het rijksbeschermde dorpsgezicht ‘Park’ ligt op afstand, ten zuidwesten van de boerderij. Het gemeentelijk beschermde dorpsgezicht ‘Berg en Linde’ ligt wat dichterbij. De grenzen van dit gebied zijn gelegd langs Berg 36.

De grenzen van het rijksbeschermde dorpsgezicht ‘Park’ en het gemeentelijk beschermde dorpsgezicht ‘Berg en Linde’.

- Belang van het complex wegens de situering, verbondenheid met de ontwikkeling/uitbreiding van een streek, stad of wijk. Dit belang is redelijk groot. Kijken we naar de monumentenlijst van Nuenen, dan zijn er binnen de gemeentegrenzen 32 rijksmonumenten en 69 gemeentelijke monumenten. Op de monumentenlijst staan vooral veel gebouwen uit de tweede helft van de negentiende eeuw en het begin van de twintigste. Van na de Eerste Wereldoorlog zijn er niet zo veel panden die de status van monument hebben gekregen, laat staan boerderijen. Wettenseind 1 is een vergelijkbaar monument, doch veel traditioneler van opzet. Binnen de collectie monumenten van de gemeente, is Berg 62 de belangrijkste representant van het agrarische bouwen in de Interbellumperiode. De boerderij is gebouwd aan één van de oude uitvalswegen. Het is als gevolg van de aanleg van de Dennenlaan en de Jhr. Hugo van Berckellaan wat nadrukkelijker in het dorpsbeeld komen te liggen. - Belang van het complex wegens de wijze van verkaveling / inrichting / voorzieningen. Dit belang is beperkt. Kadastergrenzen zijn meer dan eens gewijzigd. Het terrein ken geen inrichting die noemenswaardig is op grond van de historische ontwikkeling. Het terrein is ook niet meer herkenbaar als een voormalige boerenerf.

Dat is ook niet zo gek, omdat de boerderijfunctie maar relatief kort heeft bestaan (tussen 1936 en 1970) op een ouder boerenerf. Het pand heeft al langer een andere functie, dan dat het boerderij is geweest!

Bouwhistorische verkenning

70

Niets herinnert eraan dat hier sprake is geweest van een boerenerf.

8.3

Architectonische waarden

In de richtlijnen voor bouwhistorisch onderzoek wordt aangegeven dat voor de bepaling van de architectonische waarden inzicht moet worden verkregen in de status van vijf te onderscheiden componenten, waarvan er hieronder enkele worden gecombineerd. - Belang van het complex voor de geschiedenis van de architectuur en het oeuvre van de architect(en). Helaas is niet bekend geworden wie de ontwerper van de boerderij is geweest. Binnen de geschiedenis van de architectuur speelt het gebouw vooral op typologische gronden lokaal een rol van betekenis. Een traditionele langgevelboerderij maakte hier plaats voor een gebouw dat brak met die conventie. - Belang vanwege de hoogwaardige esthetische kwaliteit van het ontwerp en de ornamentiek. Dit belang heeft vooral betrekking op het woongedeelte waarin een volledige gang, stucplafonds en deuren van esthetische kwaliteit getuigen. Een deel van de kwaliteit is aan het oog onttrokken door latere afwerkingen. 8.4

Bouwhistorische waarden

In de richtlijnen voor bouwhistorisch onderzoek wordt aangegeven dat voor de bepaling van de bouwhistorische waarden van het gebouw onderscheid wordt gemaakt in drie componenten. Concreet wordt de bouwhistoricus gevraagd te toetsen of het gebouw van belang is vanwege één of meerdere van deze componenten en hoe groot dit belang is, waarbij authenticiteit en zeldzaamheid de belangrijkste toetsingscriteria zijn. - Het belang van het object voor de geschiedenis van de bouwtechniek.

71

Dit belang is vrij beperkt. In het gebouw zijn geen constructies, materialen of toegepaste technieken aangetroffen die in de bouwtijd als innovatief kunnen worden aangemerkt. De bouw van de boerderij zal voor weinig tot geen uitdaging hebben gezorgd voor de bouwers. - Het belang van het object vanwege de historische gelaagdheid. Dit belang is uiterst beperkt. We kunnen wel stellen dat bij geen van de latere verbouwingen een kwaliteits- of betekenislaag werd toegevoegd. Er zijn geen toevoegingen aangetroffen die positieve of hoge monumentwaarde verdienen omwille van hoge authenticiteits- of zeldzaamheidswaarde. 8.5

Waarden vanuit de gebruikshistorie In de richtlijnen voor bouwhistorisch onderzoek wordt aangegeven dat voor de bepaling van de waarden vanuit de gebruikshistorie van het gebouw onderscheid wordt gemaakt in drie componenten. Concreet wordt de bouwhistoricus gevraagd te toetsen of het gebouw van belang is vanwege één of meerdere van deze componenten en hoe groot dit belang is, waarbij authenticiteit en zeldzaamheid de belangrijkste toetsingscriteria zijn. - Het belang vanwege de ordening, samenhang of inrichting van gebouwen of ruimten, passend bij een historische functie, gebruik of productie in het object/complex. Dit belang is beperkt geraakt als gevolg van de verbouwingen die met name het bedrijfsgedeelte parten spelen. Hierbij moeten we er op wijzen dat waardering van het bedrijfsgedeelte moeilijk is op te brengen, vanwege de niet oorspronkelijke zoldervloeren, de verhokking op de begane grond en de inferieure kwaliteit waarmee verbouwingen in de laatste twee à drie decennia zijn uitgevoerd. Meer dan aardig is wel de wijze waarop een tussenzone met keuken en gang van oudsher de overgang vormt tussen wonen en werken en dat de ‘werking’ van het gebouw nog deels afleesbaar is door de wijze waarop bouwdelen zijn ontsloten. - Het belang van het object/complex als herinnering aan een historische gebeurtenis of prominente bewoner/gebruiker/opdrachtgever. Dit belang is beperkt. 8.6

Waardestellingen

De waardenstellingen zijn gebaseerd op de in deze rapportage verzamelde gegevens en inzichten. Tijdens een bouwhistorische verkenning blijft veel van de geschiedenis van een gebouw voor de onderzoeker onbekend, omdat er niet achter afwerkingen kan worden gekeken (pleisterwerk, vloerbedekkingen, verflagen etc.). Soms is de opgedane kennis eenvoudigweg te beperkt om tot een deugdelijke onderbouwing van de monumentwaarde te komen. Er wordt in deze paragraaf getoetst aan de mate van authenticiteit en de mate van zeldzaamheid. Omdat een bouwhistorische verkenning een verkenning op hoofdlijnen is, worden de verschillende onderdelen van het huis hier als geheel gewaardeerd. Dat betekent bijvoorbeeld dat we de voorgevel bij beoordeling op de mate van authenticiteit als geheel beschouwen, dus hoofdopzet, metselwerk, indeling, invulling en eventueel afwerking. Stelling 01: Op basis van de gegevens en de interpretaties in deze rapportage wordt er hoge monumentwaarde toegekend aan de gevels van het woongedeelte, op grond van de hoge mate van authenticiteit en de redelijk hoge mate van zeldzaamheid. Voornaamste wijziging is het vervangen van een aantal ramen, wat in de detaillering van met name lekdorpels tot uitdrukking komt. Bijzonderheden zijn de houten rolluiken en de naamgeving in de voorgevel.

Stelling 02: Op basis van de gegevens en de interpretaties in deze rapportage wordt er hoge monumentwaarde toegekend aan de hoofdindeling op de begane grond van het woongedeelte, omwille van de vrij hoge mate van authenticiteit (slechts één muur is verdwenen). De mate van zeldzaamheid is hieraan ondergeschikt. Wat positief bijdraagt aan de waardering van de indeling op

Bouwhistorische verkenning

72

de begane grond, is het gegeven dat alle deuren nog uit de bouwtijd dateren én ook plafonds nog vrijwel overal in oorspronkelijke staat verkeren, waardoor het beeld van de woonomgeving in de jaren dertig vrij goed is te beleven. Stelling 03: Op basis van de gegevens en de interpretaties in deze rapportage wordt er hoge monumentwaarde toegekend aan alle oorspronkelijke binnendeuren in het woongedeelte welke nog gevat zijn in oorspronkelijke kozijnen. De mate van authenticiteit is hoog. De mate van zeldzaamheid is hier weinig aan ondergeschikt, omdat de meeste deuren nog het oorspronkelijke hang- en sluitwerk hebben én onder latere toplagen ook nog de verflagen uit 1936 bezitten. Stelling 04: Op basis van de gegevens en de interpretaties in deze rapportage wordt er hoge monumentwaarde toegekend aan de stucplafonds op de begane grond, omwille van de hoge mate van authenticiteit in combinatie met een daaraan ondergeschikte mate van zeldzaamheid. De plafonds zijn betrekkelijk late voorbeelden van stucrietplafonds met klassieke ornamentiek. Stelling 05: Op basis van de gegevens en de interpretaties in deze rapportage wordt er hoge monumentwaarde toegekend aan de houten rolluiken en de houten rolluikkasten op de verdieping op grond van de hoge mate van authenticiteit in combinatie met een behoorlijk hoge mate van zeldzaamheid.

Stelling 06: Op basis van de gegevens en de interpretaties in deze rapportage wordt er hoge monumentwaarde toegekend aan de marmeren hoekschouw, omwille van de hoge mate van authenticiteit in combinatie met een behoorlijke mate van zeldzaamheid. Dit laatste zit ‘m er vooral in dat het hier gaat om een betrekkelijk laat voorbeeld van de marmeren schouwmantel, een element dat eeuwen bepalend is geweest in woninginterieurs (de tijd van gemetselde en betegelde mantels en haarden breekt aan). Stelling 07: Op basis van de gegevens en de interpretaties in deze rapportage wordt er hoge monumentwaarde toegekend aan de kookplaats met bijbehorende kast in de keuken. Deze elementen zijn aangetast (nieuwe tegels, deurtje ingekort) maar desondanks als authentieke elementen te bestempelen. De mate van zeldzaamheid is ook betrekkelijk hoog omdat dit soort elementen in de Interbellumperiode in onbruik geraakten. Hier is gekozen voor traditie in een typologisch in de bouwtijd moderne boerderij. Stelling 08: Op basis van de gegevens en de interpretaties in deze rapportage wordt er hoge monumentwaarde toegekend aan de vaste kasten omwille van de hoge mate van authenticiteit. De mate van zeldzaamheid is hieraan enigszins ondergeschikt. De waarde is mede hoog, omdat de deuren tot op afwerkingsniveau oorspronkelijk zijn en vrijwel overal nog de oorspronkelijke negentig jaar oude handgreepjes hebben.

Stelling 09: Op basis van de gegevens en de interpretaties in deze rapportage wordt er hoge monumentwaarde toegekend aan het garderobemeubel, omwille van de hoge mate van authenticiteit in combinatie met een redelijke mate van zeldzaamheid. Dat laatste toetsingscriteria is hier van ondergeschikt belang omdat het meubel in zeer hoge mate bepalend is voor de Interbellumperiode. Stelling 10: Op basis van de gegevens en de interpretaties in deze rapportage wordt er hoge monumentwaarde toegekend aan schoorstenen die nog verbonden zijn met een oorspronkelijke stookplaats. Waar die stookplaats is verdwenen, is afgewaardeerd naar positieve monumentwaarde. Stelling 11: Op basis van de gegevens en de interpretaties in deze rapportage wordt er hoge monumentwaarde toegekend aan de vloer- en wandafwerking in de gang, omwille van de hoge mate van authenticiteit én de hoge mate van zeldzaamheid. Stelling 12: Op basis van de gegevens en de interpretaties in deze rapportage wordt er hoge monumentwaarde toegekend aan de dakkapellen omwille van de hoge mate van authenticiteit (tot op haken en sluitingen aan toe) in combinatie met een daarmee samenhangende redelijke mate van zeldzaamheid. Stelling 13: Op basis van de gegevens en de interpretaties in deze rapportage wordt er positieve monumentwaarde toegekend aan de gevels van het bedrijfsgedeelte. De mate van authenticiteit is

73

behoorlijke aangetast door gevelopeningen te wijzigen en door delen van het metselwerk wit te schilderen. Ook latere aanbouwsels (garage, tuinkamer en overdekt terras) hebben de herinneringswaarde die de gevels vertegenwoordigen geen goed gedaan. De mate van zeldzaamheid is mede door de aanpassingen beperkt. Stelling 14: Op basis van de gegevens en de interpretaties in deze rapportage wordt er positieve monumentwaarde toegekend aan de tussenmuur in het bedrijfsgedeelte, omwille van de redelijk mate van authenticiteit (aangetast door verwijdering van een deur en overschildering) in combinatie met een beperkte mate van zeldzaamheid. Stelling 15: Op basis van de gegevens en de interpretaties in deze rapportage wordt er positieve monumentwaarde toegekend aan de lange gevel van de voormalige varkensstal. De mate van authenticiteit en daarmee de mate van zeldzaamheid is beperkt. De herinneringswaarde zit ‘m vooral in de dichtgemetselde staldeurtjes, omdat dit de oorspronkelijke functie van dit bouwdeel tot uitdrukking brengt. Stelling 16: Op basis van de gegevens en de interpretaties in deze rapportage wordt er positieve monumentwaarde toegekend aan de zoldertrap in het bedrijfsgedeelte omwille van de hoge mate van authenticiteit. Van een zeldzame trap is geen sprake.

Stelling 17: Op basis van de gegevens en de interpretaties in deze rapportage wordt er positieve monumentwaarde toegekend aan gele wandtegels in een deel van het bedrijfsgedeelte omwille van de (verondersteld) hoge mate van authenticiteit. Van zeldzaamheid is hier geen sprake. Stelling 18: Op basis van de gegevens en de interpretaties in deze rapportage wordt er positieve monumentwaarde toegekend aan de trap in het woonhuis, omwille van de hoge mate van authenticiteit. Van een zeldzame trap is geen sprake. Stelling 19: Op basis van de gegevens en de interpretaties in deze rapportage wordt er positieve monumentwaarde toegekend aan de balkenplafonds in de tussengang en de keuken, omwille van de hoge mate van authenticiteit. Van een hoge mate van zeldzaamheid is geen sprake. Stelling 20: Op basis van de gegevens en de interpretaties in deze rapportage wordt er positieve monumentwaarde toegekend aan de lange gevel van de garage, omwille van de hoge mate van authenticiteit. Van zeldzaamheid is geen sprake. Stelling 21: Op basis van de gegevens en de interpretaties in deze rapportage wordt er positieve monumentwaarde toegekend aan de kapspanten van het woongedeelte. De spanten zijn authentiek, maar geenszins zeldzaam te noemen.

Stelling 22: Op basis van de gegevens en de interpretaties in deze rapportage wordt er positieve monumentwaarde toegekend aan de kapspanen van het bedrijfsgedeelte. De spanten zijn authentiek, maar geenszins zeldzaam te noemen. Stelling 23: Op basis van de gegevens en de interpretaties in deze rapportage wordt er positieve monumentwaarde toegekend aan de wand- en plafondafwerkingen van de slaapkamers. De afwerkingen zijn authentiek, maar geenszins zeldzaam te noemen. Stelling 24: Op basis van de gegevens en de interpretaties in deze rapportage wordt er positieve monumentwaarde toegekend aan een aantal staldeuren in de gevels van het bedrijfsgedeelte, omwille van de mate van authenticiteit. Van zeldzame deuren is geen sprake.

Stelling 25: Op basis van de gegevens en de interpretaties in deze rapportage wordt er indifferente monumentwaarde toegekend aan de haard tegen de rechter zijgevel van het woonhuis. Van een authentieke of zeldzame toestand is geen sprake. Stelling 26: Op basis van de gegevens en de interpretaties in deze rapportage wordt er indifferente monumentwaarde toegekend aan de afwerking van de badkamer in de trapkast en de badkamer op de verdieping. Van een authentieke of zeldzame toestand is geen sprake. Stelling 27: Op basis van de gegevens en de interpretaties in deze rapportage wordt er indifferente monumentwaarde toegekend aan de toiletruimten. Van een authentieke of zeldzame toestand is geen sprake.

Bouwhistorische verkenning

74

Stelling 28: Op basis van de gegevens en de interpretaties in deze rapportage wordt er indifferente monumentwaarde toegekend aan secundaire deuren of op niet oorspronkelijke plekken hergebruikte deuren. Van een authentieke of zeldzame toestand is geen sprake. Stelling 29: Op basis van de gegevens en de interpretaties in deze rapportage wordt er indifferente monumentwaarde toegekend aan de recente indeling van het stalgedeelte. Van een authentieke of zeldzame toestand is geen sprake. Stelling 30: Op basis van de gegevens en de interpretaties in deze rapportage wordt er indifferente monumentwaarde toegekend aan de gevels van de oorspronkelijke achteraanbouwen tegen het bedrijfsgedeelte. De waarde is aangetast door overschildering van een deel van het metselwerk, vernieuwen van elementen. Van een zeldzame toestand was in het begin al geen sprake, laat staan na wijziging. Stelling 31: Op basis van de gegevens en de interpretaties in deze rapportage wordt er indifferente monumentwaarde toegekend aan de zijgevels van de voormalige varkensstal omwille van de grote mate van aantasting van authenticiteit door ophoging, het inbreken van nieuwe gevelopeningen en het deels dichtzetten van gevelopeningen uit de bouwtijd. Van hoge mate van zeldzaamheid is geen sprake.

Verbouwingen hebben niet geresulteerd in toename of behoud van kwaliteit, waardoor de betekenis omwille van historische gelaagdheid uiterst beperkt is. Stelling 32: Op basis van de gegevens en de interpretaties in deze rapportage wordt er indifferente monumentwaarde toegekend aan de latere aanbouwen, waaronder de tuinkamer. Van een hoge mate van authenticiteit ofwel zeldzaamheid is geen sprake. Stelling 33: Op basis van de gegevens en de interpretaties in deze rapportage wordt er indifferente monumentwaarde toegekend aan de zoldervloer van het bedrijfsgedeelte. Dit geldt zowel voor de combinatievloer als voor de vloer van vurenhout en underlayment. Van een authentieke of zeldzame toestand is geen sprake. Stelling 34: Op basis van de gegevens en de interpretaties in deze rapportage wordt er indifferente monumentwaarde toegekend aan de kapconstructie van de voormalige varkensstal, omdat de constructie niet authentiek is (hoort bij een onbeduidende aanpassingsfase) en niet of nauwelijks zeldzaamheidswaarde vertegenwoordigt. Stelling 35: Op basis van de gegevens en de interpretaties in deze rapportage wordt er indifferente monumentwaarde toegekend aan de recente vloer- wand en plafondafwerkingen die zijn aangegeven in de waarderingskaart. Van een authentieke of zeldzame toestand is geen sprake.

75

De waarderingskaart. De kaart is indicatief! De teksten en waardenstellingen zijn leidend.

Bouwhistorische verkenning

76

De waarderingskaart. De kaart is indicatief! De teksten en waardenstellingen zijn leidend. .

77

Over BAAC - Het bedrijf BAAC is een onafhankelijk onderzoeksbureau dat zich sinds de oprichting in 2000 bezig houdt met cultuurhistorie in de breedste zin van het woord. BAAC voert alle mogelijke facetten van archeologisch en bouwhistorisch onderzoek uit en beschikt over een groot aantal specialisten. Het bedrijf heeft ongeveer 80 werknemers in dienst, verdeeld over vestigingen in Nederland en Vlaanderen. Bouwhistorie is van begin af aan één van de pijlers van het bedrijf. De afdeling bouwhistorie bestaat uit: De afdeling bouwhistorie bestaat uit: - ir. Rob Gruben - drs. ing. Geert Oldenmenger - drs. Lammert van Hemert - Sanja Veldhuis - drs. Hans Willems - De onderzoeker(s) en auteur(s) Drs. ing. Geert Oldenmenger (1976) studeerde bouwkunde aan de Hogeschool Enschede, waarbij hij stages vervulde bij Van Wijnen en IAA architecten. Daarna volgde hij aan de toenmalige Katholieke Universiteit Nijmegen (Radboud Universiteit Nijmegen) de studie Kunstgeschiedenis en Archeologie, waarbinnen hij zich vooral specialiseerde op de geschiedenis van architectuur en stedenbouw. Gedurende deze opleiding vervulde hij bij de gemeente ’s-Hertogenbosch, afdeling Bouwhistorie, Archeologie en Monumenten, een opleidingsplaats voor bouwhistorie. In twee jaar tijd werd een groot aantal panden in de Bossche binnenstad onderzocht en gedocumenteerd.

In 2001 kreeg hij, aansluitend op deze opleiding, een baan aangeboden als bouwhistoricus bij BAAC. Daar werkte hij zich in korte tijd op tot senior bouwhistoricus. In 2008 studeerde hij als laatste doctorandus in de kunstgeschiedenis af met een scriptie waarin het leven en het werk van de negentiende-eeuwse, Zutphense stadsarchitect A.B.W. Langenberg centraal stond. Inmiddels heeft hij als onderzoeker zo’n 500 projecten uitgevoerd.

1

BRONNEN - Richtlijnen voor Bouwhistorisch onderzoek 2009. - Beeldbank Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. - Kadaster.nl - Delpher.nl - Beeldbank historische vereniging. - In noten genoemde websites. - Informatie over vroegere eigenaren aangeleverd door de huidige eigenaar.

Bouwhistorische verkenning

2

ADDENDUM Naar aanleiding van het concept zijn namens de eigenaar door de betrokken architect enkele foto’s verstrekt van de vlieringzolder, met als doel de rapportage completer te maken. De vlieringzolder was ten tijde van de verkenning niet verantwoord te betreden, omdat de onderst vier treden van de vlizotrap waren verdwenen. Er is in het verleden inspanning verricht op de vlieringzolder te isoleren. Zo ligt op de vloer glaswol en is het dakbeschot verdwenen achter isolatiemateriaal. Wat we wel zien, zijn de spantbenen en de nokstijlen van de kapspanten. De spantbenen zijn aan de nokstijl gespijkerd, waarna de verbinding met een plaatanker is verstevigd. Gordingen zijn op klossen gelegd die op de spantbenen zijn gespijkerd. Al deze constructiemethoden zijn in de bouwtijd meest gangbaar. Op de vlieringzolder zien we het rookkanaal van de kookplaats in de keuken.

De vlieringzolder richting de straat gezien.

3

De isolatie op de vloer. In het midden het rookkanaal vanuit de keuken.

Bouwhistorische verkenning

4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14087292/1