A6 GGD - Jaarstukken GGD BZO 2025
Tekst van het document
forensische diensten aan de politie in combinatie met een prijsstijging als gevolg van landelijk vastgestelde tarieven. 188.000
Daarnaast draagt meer inzet op diverse beleids- en preventieprojecten voor derde partijen bij aan hogere baten (waaronder preventieprojecten als Wijkaanpak rookvrij leven en Kanker lokaal op de kaart). Hiertegenover zijn op dienstverlening aan overige instellingen en bedrijven circa
-129.000) wordt verklaard door een lager aantal vaccinaties met betrekking tot
De lagere baten van particulieren reizigerszorg.
Lasten Het verschil tussen realisatie en begroting van de totale lasten is per saldo circ
715.000 (lagere lasten). Een aantal
afwijkingen zijn beperkt van omvang. 771.000) wordt voornamelijk verklaard door:
Het voordeel als gevolg van lagere
Hogere UWV-uitkeringen in verband met zwangerschappen
259.000 voordeel)
Lagere uitbetalingen van meerwerk/overwerk ten opzichte van de raming
235.000 voordeel)
Lagere formatie ten opzichte van aannames in de begroting (-1,3 FTE; circa
).
Vrijvallen van een stelpost voor kosten vervanging personeel als gevolg van langdurig ziekteverzuim, opgenomen in de begroting voor circa
33.000
De kosten van inhuur van personeel van derden
292.000) zijn onder de raming uitgekomen en kunnen nagenoeg
volledig worden verklaard door lagere inhuur ten behoeve van de Covid-19 vaccinatiecampagne door voornamelijk efficiëntere inzet bij hogere opkomstpercentages
voordeel). Verder worden hogere kosten van inhuur nadeel)
personeel voor tijdelijke ondersteuning bij onderzoeks-, beleids- en preventie-opdrachten gecompenseerd door lagere personele inhuur bij bedrijfsondersteunende teams
6.000 voordeel).
De kosten voor overige diensten en vergoedingen overschrijden de raming met
591.000. De grootste verschillen
betreffen: (deels gerelateerd aan trainingen voor het project Storm) Hogere resultaatverrekening met GGD Hart voor Brabant als gevolg van hogere positieve resultaten binnen het centrummodel forensische geneeskunde ( C
10.000 wordt verklaard door hogere doorbelastingen van kosten van derde partijen waarmee de GGD
samenwerkt op het gebied van diverse beleid en preventieprojecten. Dit betreft onder andere projecten met betrekking tot de gezondheidsakkoorden IZA/GALA, waarbij de GGD als penvoerder optreedt. Deze hogere kosten worden gecompenseerd door hogere baten Hogere kosten met betrekking tot ondersteuning bij inkoop- en aanbestedingstrajecten door Bizob 109.000) Hogere doorbelastingen van derden voor inzet op diverse JGZ-projecten, voornamelijk Storm (circa Hogere kosten met betrekking tot projecten voor versterking infectieziekten bestrijding (SPUK VIP) (
96.000)
Diverse verschillen op overige goederen en diensten leiden tot
2.000 hogere kosten
en hebben voornamelijk betrekking op (onderhoud van) huisvesting
Jaarstukken 2025 - RK/EV
95
Bovenstaande hogere kosten worden deels gecompenseerd door: Lagere materiele kosten (huisvesting, ICT) voor de Covid-19 vaccinatiecampagne (
-80.000)
Lagere kosten vaccins voor reizigerszorg als gevolg van een lager dan geraamd aantal vaccinaties (
-103.000)
Lagere bijdragen aan landelijke projecten (EPD voor seksuele gezondheid, landelijke organisatie forensische geneeskunde) aan GGD GHOR
-191.000)
De lagere kosten op
151.000) ten opzichte van de begroting zijn het gevolg van
lagere uitkeringen uit hoofde van het Mantelzorgcompliment 2025 waarvoor de GGD de uitvoering regelt ten behoeve van de gemeente Eindhoven. Hiertegenover staat ten opzichte van de begroting een lagere compensatie van eenzelfde omvang onder contracttaken gemeenten. De toevoegingen aan voorzieningen vallen met
lager uit, verklaard door:
6.000 hogere toevoeging aan de voorziening Herplaatsingskosten Personeel voortvloeiend uit vaststellingsovereenkomsten met medewerkers die in 2025 zullen worden afgewikkeld 26.000 lagere toevoeging aan de voorziening Spaarverlof ten opzichte van een eerdere raming Circa
lagere toevoeging aan de voorziening huisvesting
De post vennootschapsbelasting vertoont een voordeel van
ten opzichte van de raming, veroorzaakt door
lagere aanslagen uit voorgaande jaren en een lagere raming voor 2025.
Jaarstukken 2025 - RK/EV
96
6.4.
Baten en lasten Ambulancezorg
In onderstaand overzicht worden de baten en lasten uitgesplitst in kostencategorieën; de mutaties in de reserves zijn hierin niet opgenomen.
Hierna worden de belangrijkste verschillen tussen de raming en realisatie toegelicht. Baten De hogere bijdrage Rijk
131.000) betreft voornamelijk een hogere bijdrage van het ministerie van VWS voor
compensatie van hogere personele kosten (bijdrage Functioneel leeftijdsontslag). De baten zorgverzekeraars zijn lager dan geraamd
312.000). Lagere kosten voor geplande projecten (exploratie
mogelijkheden inzet AI, opzetten van zorgcoördinatie) resulteren in een evenredig lagere bijdrage door zorgverzekeraars van circa
. Een lagere bijdrage door verzekeraars als gevolg van de kostenverdeling van de
gezamenlijke meldkamer (gedeeld met RAV Brabant Midden-West-Noord)
.
Overige nacalculaties op diverse zaken zoals brandstofvergoeding en aanschaf van instrumenten drijven de resterende lagere bijdrage van
Jaarstukken 2025 - RK/EV
ten opzichte van eerdere ramingen.
97
De hogere baten instellingen/bedrijven
60.000) betreffen onder andere hogere dan geraamde baten voor stand-by
activiteiten van ambulances bij specifieke evenementen (voetbalwedstijden, marathon) en een hoger dan geraamde bijdrage vitaliteitspact van Ambulancezorg Nederland ter compensatie van hogere personeelskosten. Lasten De hogere personeelskosten ( 72.000) worden voornamelijk verklaard door hogere kosten met betrekking tot Functioneel leeftijdsontslag (FLO) van ca.
120.000 (grotendeels gecompenseerd door hogere baten middels
bijdragen van het ministerie van VWS). Daartegenover zijn voor circa
hogere uitkeringen van het UWV
ontvangen in verband met zwangerschappen. Rente en afschrijvingen zijn lager
4.000), voornamelijk als gevolg van lagere afschrijvingskosten op de investering
in troponinemeters door hogere bijdragen van derden in deze investering (
is de som
van diverse kleinere verschillen ten opzichte van de ramingen op afschrijvingen van overige vaste activa en lagere gealloceerde rentelasten. De kosten voor overige goederen en diensten blijven met uitgaven
98.000 onder de eerder prognose als gevolg van lagere
aan een aantal geplande projecten (exploratie mogelijkheden inzet AI, opzetten van
zorgcoördinatie) waardoor ook lagere bijdragen van zorgverzekeraars zijn ontvangen. Deze lagere kosten worden deels gecompenseerd door hogere studiekosten van circa
37.000. De overige circa
13.000 is het saldo van
kleinere verschillen op diverse goederen en diensten categorieën waaronder bijvoorbeeld lagere kosten van verbruiksartikelen en dienstkleding. 6.5.
Overzicht en analyse incidentele baten en lasten
Conform BBV regelgeving dient in de jaarrekening en begroting inzicht gegeven te worden in de omvang van de incidentele baten en lasten. Doelstelling hiervan is om inzichtelijk te maken of sprake is van een structureel evenwicht in de exploitatie, waarbij met name aandacht is voor de vraag of structurele kosten gedekt worden met incidentele baten, omdat dat een bedreiging is voor eerstgenoemde evenwicht. Aangezien gedurende een boekjaar een veelheid aan eenmalige kosten (en vaak ook baten) ontstaan, is bij de specificatie van incidentele kosten en baten met name dat uitgangspunt gehanteerd. Het BBV adviseert onderstaand model te hanteren voor de presentatie van het structureel begrotingssaldo; mutaties in de reserves zijn daarbij standaard incidenteel, m.u.v. mutaties in de algemene reserve m.b.t. resultaatbestemming en mutaties in egalisatiereserves omdat die nu juist een egalisatie van structurele kosten en baten beogen. Bij het vaststellen van de incidentele baten en lasten
.000
gehanteerd.
Jaarstukken 2025 - RK/EV
98
6.6.
Toelichting en specifieke directe kosten en overhead
Conform BBV-regelgeving dient bij de kosten een onderscheid gemaakt te worden in de directe kosten van een taakveld en de overhead van de organisatie. Toerekening van overhead aan de taakvelden hoeft niet meer plaats te vinden. In onderstaand overzicht wordt een nadere specificatie van de kosten naar direct en overhead weergegeven. Volgens de BBV wordt onder overhead verstaan: het geheel van functies gericht op de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. Uitgangspunt van deze definitie is ook dat kosten zoveel mogelijk direct worden toegerekend aan de betreffende taken/activiteiten. Alle bedrijfskosten die direct verbonden zijn aan activiteiten/taken/producten die gericht zijn op de externe klant, moeten in de betreffende taakvelden worden geregistreerd. Met ingang van de begroting over 2025 is de uitleg nog verder aangescherpt: waar management en ondersteunende functies in het primaire proces eerder nog standaard tot de overhead behoorden (ook al zouden die direct toegerekend kunnen worden), is dat uitgangspunt voortaan losgelaten. Wanneer deze kosten direct toe te rekenen zijn dan dienen deze voortaan ook onder de directe kosten te worden verantwoord.
Deze wijziging van de overheadverantwoording betekent dan ook dat de overhead alleen nog uit de kosten van de ondersteunende teams bestaat; waarbij overigens (overeenkomstig met de oude situatie) het Klantcontactcentrum en het JGZ Bedrijfsbureau vanwege hun directe klantcontact niet tot de overhead behoren.
Jaarstukken 2025 - RK/EV
99
6.7.
Rechtmatigheidsverantwoording 2025
Verantwoordelijkheid Dagelijks Bestuur De baten en lasten alsmede de balansmutaties moeten getrouw in de jaarrekening worden opgenomen. Uit het getrouw opnemen van de baten en lasten alsmede de balansmutaties, blijken een drietal rechtmatigheidscriteria niet expliciet. Dit betreffen het begrotings-, voorwaarden-, en misbruik- en oneigenlijk gebruik criterium. In deze rechtmatigheidsverantwoording licht het Dagelijks Bestuur toe in hoeverre bij de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties het begrotings-, voorwaarden-, en misbruik- en oneigenlijk gebruik criterium zijn nageleefd. Dit houdt in dat de verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties in overeenstemming zijn met door het Algemeen Bestuur vastgestelde kaders zoals de begroting en verordeningen van de GGD en met bepalingen in de relevante wet- en regelgeving. Bij de waarderingsgrondslagen in de jaarrekening is het door het Algemeen Bestuur op 10 december 2025 vastgestelde normenkader van de relevante wet- en regelgeving verder toegelicht. Deze verantwoording hanteert een grensbedrag omdat alleen de van belang zijnde aspecten in de verantwoording hoeven te worden betrokken. Deze grens is door het Algemeen Bestuur bepaald en bedraagt 2% van de totale lasten 1.873.100. De grondslag voor deze
exclusief toevoegingen aan de reser
verantwoording is de kadernota rechtmatigheid 2025 van de Commissie BBV van september 2025. Bevinding Het Dagelijks Bestuur stelt vast dat de omvang van de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de 1.873.100. De bevindingen betreffen:
Begrotingscriterium
Bedrag (of indien van toepassing een ander door het
-
algemeen bestuur vastgesteld autorisatieniveau) 1B. Overschrijding investeringsbudgetten (kredieten) 2. Ongeautoriseerde reservemutaties 3. Overschrijding van baten en/of onderschrijding van lasten en baten die niet tijdig tot
90.000 -
een begrotingswijziging hebben geleid of niet tijdig aan het Algemeen Bestuur zijn gemeld Totaal begrotingsonrechtmatigheden
4. Totaal van de begrotingsonrechtmatigheden (van onderdeel 1 en 2) dat past binnen
90.000
-
het vooraf vastgestelde beleid en daarmee vooraf als acceptabel is geduid. In de rechtmatigheidsverantwoording wordt verwezen naar dit vooraf vastgestelde beleid Resterend saldo aan niet acceptabele begrotingsonrechtmatigheden
90.000
Voorwaardencriterium 5. Inkopen ten onrechte niet Europees aanbesteed
856.000
Overige bevindingen inzake voorwaardecriterium
-
Jaarstukken 2025 - RK/EV
100