A6 GGD - Jaarstukken GGD BZO 2025
Tekst van het document
Ondersteuning infectiepreventie in de Langdurige Zorg We hebben samenwerkingsovereenkomsten met 8 instellingen voor langdurige zorg binnen onze regio. Het gaat om 6 zorginstelling voor ouderenzorg en 2 instellingen voor verstandelijk gehandicaptenzorg. We geven deze instellingen advies over hun infectiepreventiebeleid en ondersteunen bij uitbraken. In 2025 zijn hieraan zijn 183 uren besteed.
Jaarstukken 2025 - RK/EV
29
Ondersteuning infectiepreventie GGD De deskundigen infectiepreventie werken samen met IZB bij uitbraken, onderzoek en dergelijke. Ook beantwoordden de deskundigen infectiepreventie vragen van afdelingen van de GGD over hygiëne en infectiepreventie. Dit betrof vragen over reiniging en desinfectie (AZ, VEC), hygiëneprotocol (AZ), kledingbeleid (AZ), infectieziekten (JGZ). Versterking van de infectieziektebestrijding en de pandemische paraatheid Sinds 2022 vindt een meerjarig (landelijk) programma plaats om de infectieziektebestrijding te versterken en beter pandemisch paraat te staan. Dit programma wordt gefinancierd door het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS), en gecoördineerd door GGD GHOR Nederland en bestaat uit meerdere pijlers. Een van de pijlers is kwetsbaarheden voor pandemische paraatheid, het versterken van (boven)regionale surveillance, het versterken van wetenschappelijke kennisinfrastructuur, bovenregionale samenwerking en slim en versneld opleiden. Het is de bedoeling dat de middelen structureel
worden, waardoor het programma steeds meer
geïntegreerd wordt in de lijnorganisatie. In 2025 is personeel ingezet op onder andere functioneel beheer, communicatie, epidemiologie, data science, procesoptimalisaties, onderzoek en leren en ontwikkelen, met focus op infectieziektebestrijding. Naast de versterking van infectieziektebestrijding is er ook budget vrijgekomen voor de operationalisering en implementatie van het LFI (Landelijke Functionaliteit Opschaling Infectieziektebestrijding), onderdeel van het RIVM. In de afgelopen twee jaren zijn de taken van het LFI verder uitgewerkt in samenwerking met . In 2026 worden de uitgewerkte taken van het LFI
In 2025 is het LFI
budget voornamelijk ingezet voor de inzet van medewerkers bij landelijke werkgroepen van het LFI, inzet van medewerkers voor het Points of Entry project, projectbegeleiding en voor ondersteuning vanuit GGD GHOR Nederland. TBC-bestrijding In het kader van Tuberculosebestrijding zijn door de GGD 5.082
1.412 Mantouxtesten en
341 IGRA testen uitgevoerd en 519 BCG vaccinaties gezet. Bij 149 is een tuberculose infectie vastgesteld en bij 48 personen tuberculose ziekte vastgesteld. De personen bij wie TBC of TBI is aangetroffen zijn door GGD-artsen en -verpleegkundigen behandeld en begeleid. Door artsen, verpleegkundigen en medisch assistenten zijn in totaal 693 consulten gegeven. De hiervoor genoemde aantallen zijn hoger dan in andere regio s en hoger dan in 2024. Dit komt door de aanwezigheid van COA Cranendonck, de grote aantallen internationale studenten aan de TU/e en Fontys, de vele expats bij de Tech bedrijven en de vele Oost-Europese arbeidsmigranten die werkzaam zijn in onze regio.
doordat gedurende acht maanden geen binnenkomstscreening in AZC Budel heeft plaatsgevonden als gevolg van het ontbreken van de vreemdelingenpolitie. Het aantal TBC-patiënten dat door de GGD zelf is behandeld, is in 2025 toegenomen ten opzichte van 2024. In 2024 betrof dit 9 patiënten, terwijl dit aantal in 2025 opliep tot 15.
Jaarstukken 2025 - RK/EV
30
Seksuele Gezondheid In 2025 zijn er 4191 SOA consulten verricht, waarvan ca 621 zelftesten voor jongeren tot 25 jaar. Eind 2025 waren er ca 370 cliënten bij de GGD in PrEP zorg (PrEP is een medicijn dat beschermt tegen HIV). Er staan 110 personen met indicatie voor PrEP (hoog risico op HIV) op de wachtlijst. Doordat de PrEP regeling veranderd is en we een doorstroom van PrEP zorg naar huisartsen bevorderen hebben we in 2025 aan 177 nieuwe personen met risico op HIV PrEP zorg kunnen bieden. Het SOA-vindpercentage in 2025 is 22,5%. Dit percentage is iets lager dan vorig jaar (ca 24%) maar conform andere jaren, ondanks het veranderde chlamydia testbeleid. Er wordt nu alleen nog op chlamydia getest als er klachten zijn die daarbij passen. Daarnaast hebben 175 jongeren onder de 25 jaar met een hulpvraag op het gebied van seksualiteit en relaties een sense gesprek gehad. De app die we voor sekswerkers ontwikkeld hebben in 9 verschillende talen en waarin informatie gegeven wordt over veilig werken, bescherming met vaccinaties tegen hepatitis B en informatie over de GGD en de SOA testen wordt onder sekswerkers actief gepromoot. In 2025 zijn we ons nog meer gaan richten op personen die een afstand tot de reguliere zorg ervaren d.m.v. prioritering en outreachende activiteiten.
Reizigerszorg/Beroepsvaccinatie/Vaccinatie Op Maat Het team Reizigerszorg draagt binnen onze GGD zorg voor Reizigersadvies en -vaccinaties, Beroepsgroepenvaccinaties en Vaccinaties Op Maat. De vraag naar Reisvaccinaties- en advies was in 2025 groter dan het aanbod. Het team is ook in 2025 met een aantal personen uitgebreid. Wekelijks worden er spreekuren gehouden op de GGD-locaties in Eindhoven en Helmond. In totaal zijn er 8.711 reisconsulten, 1.378 consulten voor beroepsgroepen, en 2.904 consulten Vaccinaties op Maat uitgevoerd. In totaal zijn er ongeveer 3.400 meer consulten geweest van in 2024. Voor een deel was dit mogelijk door de groei van het team. Door onder andere aandacht in de media zagen we een enorme toename in de vraag naar Gordelroosvaccinaties. Deze grote vraag is deels opgevangen door het team Reizigerszorg, en daarnaast met ondersteuning vanuit andere collega's uit het Vaccinatie Expertise Centrum. Er wordt continu een Klanttevredenheidsonderzoek gehouden. De klanten van Reizigerszorg beoordelen hun ervaring gemiddeld met een 8,9.
Bijzondere Zorg Meld- en adviespunt Zorgwekkend gedrag De gemeenten Bergeijk, Best, Bladel, Cranendonck, Eersel, Eindhoven, Geldrop-Mierlo, Heeze-Leende, Oirschot, Nuenen, Reusel-de Mierden, Son en Breugel en Waalre hebben de uitvoerende taken in het kader van de Wet verplichte GGZ bij de GGD belegd. In 2025 is ook de gemeente Valkenswaard aangesloten. Het meld- en adviespunt wordt goed gevonden door zowel burgers als professionals: uit metingen van de beheerder van het landelijke meldpunt staat de GGD Brabant-Zuidoost steevast in de top 5 van Nederland waar de meeste telefoontjes binnenkomen. Ook in de data uit ons Dashboard komt naar voren dat burgers en professionals in de aangesloten gemeentes de GGD goed wisten te vinden. Er zijn in totaal 2.419 meldingen binnengekomen. Dit is een toename van 677 meldingen ten opzichte van 2025, wat neerkomt op +39%. De meldingen betroffen 1.701 unieke personen. Daarnaast zien we dat inwoners en ketenpartners de GGD goed weten te vinden voor consultatie en advies. Het afgelopen jaar heeft Bijzondere Zorg zo'n 640 consultatievragen beantwoord. Er wordt zodoende een belangrijk beroep gedaan op het team door verschillende ketenpartners om mee te denken in casuïstiek. Het gaat dan om complexe problematiek al dan niet in combinatie met overlast, zorgverlamming of hiaten in het aanbod. De grootste aanmelder is de politie met 1.417 aanmeldingen.
Jaarstukken 2025 - RK/EV
31
Intern Afdeling Bijzondere zorg heeft in 2025 nadruk gelegd op het verstevigen van de interne processen, waarbij in de overgang naar nieuwe systemen als KIK aandacht is besteed aan het actualiseren van processen. Ook heeft deskundigheidsbevordering een rol gespeeld binnen het team door middel van scholingen en verdiepende sessies. Bijzondere Zorg is bij uitstek een team wat een groot extern netwerk heeft. De samenwerkingen binnen dat netwerk zijn van cruciaal belang om voor de doelgroep tot oplossingen te komen. Er is in 2025 dan ook nadrukkelijk aandacht besteed aan het onderhouden van bestaande contacten met stakeholders maar ook aan het verkennen van waar nieuwe, veelbelovende verbindingen zouden kunnen liggen. Extern De wereld rondom personen met zorgwekkend en/of onbegrepen gedrag staat niet stil. Daar waar nieuwe initiatieven worden opgezet of overleggen worden geïnitieerd ter verkenning, is Bijzondere Zorg doorgaans aanwezig om mee te denken. In Eindhoven vindt momenteel een ontwikkeling plaats ten aanzien van de afstemming en samenwerking tussen de outreachende partijen; Bijzondere Zorg is met de gemeente in gesprek over welke (mogelijk coördinerende) rol de GGD hierin kan vervullen. Wvggz In 2025 zijn er in totaal 22 procedures Verkennend Onderzoek opgestart, een toename van 3 ten opzichte van 2024. Het aantal Verkennende Onderzoeken blijft relatief stabiel.
In tegenstelling tot een aantal jaren terug toen de wet Verplichte GGZ net in werking trad leiden veel meldingen niet direct tot een Verkennend Onderzoek. Met de inzet van onder andere de Wijkverder verkend en wordt betrokkene gemotiveerd/verleid tot zorg en kunnen we het toepassen van dwang veelal voorkomen. Daarnaast is de Wvggz expliciet gebaseerd op het principe van ultimum remedium. Door zeer zorgvuldig te toetsen handelen we conform de geest en bedoeling van de wet en blijven we binnen de grenzen van proportionaliteit en subsidiariteit. De focus ligt op het realiseren van vrijwillige oplossingen om vertrouwen in het meldpunt en de meldingsbereidheid te handhaven, evenals de samenwerking met de betrokkene en de naasten. Verplichte zorg zonder draagvlak is immers veelal kortdurend effectief en wordt vaak gevolgd door terugval of zorgmijding; vrijwillige zorg vergroot de kans op langdurige betrokkenheid bij hulpverlening. Bijzondere Zorg is zich tenslotte bewust van een zorgvuldige inzet van schaarse middelen want verkennende onderzoeken zijn tijdsintensief en belastend voor ketenpartners; door deze onderzoeken alleen in te zetten wanneer echt noodzakelijk, blijven middelen beschikbaar voor ernstige situaties waarin alle andere mogelijkheden zijn uitgeput en wordt overbelasting van het systeem voorkomen.
Uiteraard zijn er altijd situaties waarin een verkennend onderzoek, of zorg onder de vlag van de Wvggz passend zijn.
In 2025 is de Wijk-GGD actief geweest in acht gemeentes: Eindhoven, Veldhoven, Waalre, Geldrop-Mierlo, Nuenen, Son en Breugel, Best en Oirschot. De ervaringen zijn in alle gemeentes positief en kracht van het concept wijk-GGD wordt dagelijks door de bevlogen medewerkers bevestigd en bewezen. De Wijk-GGD is goed ingebed in het zorglandschap van de genoemde gemeentes en periodiek vind er lokaal afstemming plaats om de samenwerking blijvend te innoveren en optimaliseren. Ook is er gevraagd en ongevraagd terugkoppeling aan de gemeentes ten aanzien van trends en ontwikkelingen.
Jaarstukken 2025 - RK/EV
32
Het viel in 2025 op dat er bij de GGD meer aanmeldingen zijn ontvangen van mensen die reeds op een wachtlijst staan voor zorg. Het betreft dan doorgaans iemand die op de wachtlijst staat voor tweedelijnszorg. Ondanks deze plaatsing zijn er zorgen uit de omgeving, wat maakt dat de GGD wordt gecontacteerd. Ook valt op dat de casuïstiek intensiever en complexer wordt waarbij medewerkers in de uitvoering vaker melden dat er sprake is van agressie. In positieve zin valt de samenwerking met elke gemeente op ten aanzien van de afstemming rondom de meldingen. In 2025 is net als in 2024 geïnvesteerd in het versterken van de samenwerking met politie door middel van periodieke evaluaties en melding- en casusgericht indien nodig bij te sturen. De samenwerking met de politie komt verder tot uiting in het project Straattriage, dat in 2025 na ruim tweeëneenhalf jaar voorbereidingstijd is geoperationaliseerd. In dit door ZonMW gesubsidieerde project wordt een duo, gevormd door een politieagent en een zorgprofessional van ofwel de GGD, danwel de crisisdienst van de GGzE, aan een melding gekoppeld. Samen beoordelen zij de situatie en bepalen welke interventie nodig is. Door veiligheid en zorg aan de voorkant te combineren beoogt Straattriage een snelle(re) inschatting te maken of en zo ja welke (vervolg)hulp nodig is.
Na bijna één jaar is er op 344 meldingen uitgereden; in Q1 van 2026 volgt de formele jaarevaluatie. Publieke Gezondheidszorg voor Asielzoekers In 2025 verbleven asielzoekers in veertien opvanglocaties van het COA in onze regio. Deze opvanglocaties bevonden zich in Budel, Deurne, Eindhoven (3x), Geldrop (2x), Helmond (2x), Nuenen, Oirschot, Son & Breugel, Veldhoven en Waalre. De GGD heeft voor deze asielzoekers in opdracht van het COA de volgende zorg verleend: In het kader van de JGZ voor 0 tot 18-jarigen zijn er 2.097 contactmomenten geweest waarbij 765 kinderen gezien zijn In het kader van infectieziektebestrijding is er één uitbraak gemeld bij de GGD en zijn op advies van de GGD door het COA passende maatregelen genomen Er zijn 47 individuele SOA-consulten gegeven Bij de opvanglocaties hebben 14 hygiëne inspecties plaatsgevonden Forensische Geneeskunde Sinds 2 jaar werkt het team forensische geneeskunde volgens het centrummodel waarbij de GGD Brabant-Zuidoost is aangewezen als regievoerende GGD. Binnen dit model werken meerdere regievoerende GGD-en samen om de continuïteit, kwaliteit en dekking van de forensische geneeskunde binnen heel Nederland te waarborgen. De samenwerking heeft als primair doel te kunnen voorzien in de behoefte aan dekking van forensisch geneeskunde binnen het gehele verzorgingsgebied.
De samenwerking heeft verder ten doel de uitvoering van taken op het gebied van forensisch geneeskunde op het vereiste kwalitatieve niveau en op een zo efficiënt en effectief mogelijk wijze uit te voeren onder andere met het oog op passende besteding van overheidsmiddelen.
Jaarstukken 2025 - RK/EV
33
Forensische Geneeskunde omvat: Forensisch Medische expertise (FME) Lijkschouw Medische Arrestanten Zorg
Forensisch Medische Expertise: Binnen de Forensisch Medische Expertise verricht het forensisch team diverse werkzaamheden uit in opdracht van politie en OM. De werkzaamheden bestaan onder meer uit het verzamelen van sporen en bewijsmateriaal zoals DNA bij slachtoffers en verdachten van zedendelicten. Ook bij alcohol- en drugscontroles kan bloedafname uitsluitend plaatsvinden door een teamlid van de forensische geneeskunde. Indien sprake is van lichamelijk letsel is de forensisch arts gespecialiseerd in het objectief vastleggen, typeren en duiden van het letsel. Op basis hiervan kan een rapportage worden opgesteld, die kan worden gebruikt in het strafrechtelijk onderzoek en in gerechtelijke procedures. Forensisch medisch expertise bij kinderen (FMEK) vraagt om specifieke kennis en vaardigheden, en is daarmee een verbijzondering van de forensisch medische expertise. De inzet van de FMEK is het afgelopen jaar toegenomen en vindt plaats in nauwe samenwerking met onder meer Veilig Thuis, het Catharina ziekenhuis en waar nodig de politie. Lijkschouw: Wanneer twijfel bestaat over de aard van een overlijden, wordt de forensisch arts, in de rol van gemeentelijk lijkschouwer, ingeschakeld om vast te stellen of sprake is van een natuurlijk of niet natuurlijke dood.
Onder nietnatuurlijke dood vallen onder andere overlijden door een ongeval, misdrijf, zelfmoord of medisch foutieve behandeling. Euthanasie (levensbeëindiging op verzoek door een behandelend arts) is ook een vorm van niet-natuurlijk overlijden. Hierbij toetst de forensisch arts of de euthanasieprocedure juist is doorlopen. Uitvoering van de lijkschouw vindt plaats in opdracht van gemeenten, waarbij de lijkschouw een verantwoordelijkheid is en blijft van de gemeenten. Medische Arrestanten Zorg: Medische zorg voor arrestanten is de acute medische basiszorg voor een verdachte die is aangehouden en op het politiebureau of arrestantencomplex is ingesloten. Het forensisch team wordt door de politie ingeschakeld wanneer sprake is van ziekte, of onder invloed zijn van drank of drugs, of wanneer er twijfel bestaat over de medische geschiktheid van een arrestant. Uitvoering van de medische arrestantenzorg vindt plaats in opdracht van politie. In 2023 en 2024 heeft er een landelijke aanbestedingsprocedure gelopen met als uitkomst dat geen enkele GGD in Nederland de MAZ gegund heeft gekregen. In 2026 is de verwachting dat de gunning definitief wordt en dat deze activiteit wordt overgedragen naar een andere partij. In de politieregio zijn totaal 13.787 verrichtingen uitgevoerd door het team forensische geneeskunde.
Hiervan hebben 1.653 verrichtingen betrekking op het Centrum Seksueel Geweld Brabant Oost waarin wij een actieve rol hebben middels een coördinator, casemanagers, forensisch verpleegkundige, forensisch artsen, ondersteuning en stuurgroep voorzitter.
Jaarstukken 2025 - RK/EV
34
De cijfers die hieronder getoond worden hebben uitsluitend nog betrekking op het gebied van GGD Brabant-Zuidoost. Lijkschouw, bekostigd vanuit de gemeentelijke bijdrage: -
Lijkschouwing (exclusief euthanasie): 579 keer uitgevoerd. De afgelopen jaren neemt de groei in lijkschouwen toe. Voor heel de regio zitten we op gemiddeld 20 lijkschouwen per week. Dit is de afgelopen jaren iets gegroeid. Er zijn voor Brabant Oost gemiddeld 3 suïcides per week
-
Euthanasie toetsing: 465 keer Voor heel de regio zitten we op gemiddeld 17 euthanasien per week. Dit is de afgelopen jaren iets gegroeid
-
Melding dood minderjarige: 27 keer
-
Collegiaal overleg overlijden: 493 keer. Voor heel de regio zitten we op gemiddeld 15 per week, waarbij de leeftijdsgroep 80+ een substantieel aandeel is van de cliënten
-
Lijkenpas/uitstel begraven 421 keer
Forensisch medische Expertise: is 2.666 keer uitgevoerd, waarvan 2.119 bloedproeven. Dit zijn er weer meer dan de jaren ervoor. Voor heel de regio zitten we gemiddeld op 65 bloedafnames per week, deze worden voornamelijk door de verpleegkundige uitgevoerd. Forensische Medische Expertise is een verzamelbegrip voor alles waartoe uitsluitend het forensisch team bevoegdheden heeft Medische Arrestantenzorg (inclusief telefonisch overleg): 3.124 consulten, deze blijven redelijk stabiel
Crisisplan en crisisorganisatie GGD Het Integrale Crisisplan van de GGD is in 2024 door het Directieteam vastgesteld en is nog actueel in 2025. Continuïteit van crisistaken is steeds meer geborgd in het reguliere integrale riskmanagement van de GGD. . De GGD heeft evenals voorgaande jaren piketfuncties geleverd t.b.v. de GHOR (O-DPG, ACG, OvD, HIN). Binnen de GGD-crisisorganisatie is in 2025 extra nadruk gelegd op het beoefenen van actuele risico s zoals met een treinongeval met gevaarlijke stoffen en met een interne crisis vanwege een groot datalek (uiteraard alles fictief).
Jaarstukken 2025 - RK/EV
35
Binnen het IZB-traject van Pandemische Paraatheid is afgestemd en samengewerkt met de adviseur Crisisbeheersing. Daarnaast zijn de inhoudelijke crisisprocessen beoefend. Psychosociale hulpverlening (PSH) bij rampen en incidenten In 2025 zijn 14 meldingen bij het PSH-piketteam van de GGD binnengekomen. Het ging om suïcides onder jongeren (4), noodlottig ongevallen en onverwacht overlijden (5) en overige (5). PSH heeft bij een klein deel van deze meldingen de psychosociale hulpverlening gecoördineerd, bij de meerderheid van de meldingen advies gegeven. 2.1b
Publieke Gezondheid
Covid-19:
In 2025 is er naast de basisvoorziening voor Covidvaccinaties (In geheel 2025 was er ook de mogelijkheid om medische reden met een verwijzing van een behandelend arts een covidvaccinatie te ontvangen), wederom een najaarscampagne verzorgd. Deze najaarscampagne liep van 15 september tot en met 6 december. De vaccinatie werd dit jaar aangeboden aan alle 60+-ers, de griepprikgroep tussen 50 en 60 jaar, personen met een medisch hoog risico, en zorgmedewerkers. De vaccinatiegraad voor de geboortecohorten (60+) komt uit op: Geboortecohort
Vaccinatiegraad najaarsronde 2025
1935 en eerder
50%
1936 - 1940
75%
1941
1945
61%
1946
1950
60%
1951
1955
52%
1956
1960
39%
1961
1965
24%
vanaf 15 september 2025. Het maakt hierbij niet uit of het gaat om een basisserieprik of om een herhaalprik. Instellingen zonder medische dienst werden door een mobiel team van de GGD bezocht voor een coronavaccinatie voor bewoners. De instellingen werden daarvoor actief benaderd of konden zichzelf melden. In totaal zijn ca. 80 instellingen in onze regio bezocht voor het vaccineren van bewoners en, indien gewenst, zorgmedewerkers. De 4 ziekenhuizen in regio BZO zijn door de GGD benaderd voor covidvaccinaties van zorgpersoneel op de ziekenhuislocatie. Alle 4 ziekenhuizen hebben hiervan gebruik gemaakt en zijn op één of meerdere momenten bezocht door een mobiel team van de GGD. Ruim 1.750 zorgmedewerkers zijn op deze momenten gevaccineerd. Niet mobiele thuiswonende personen die tot de doelgroep behoren, konden zich melden voor een vaccinatie aan huis. Deze vaccinaties werden verzorgd door een mobiel team van de GGD. In totaal zijn ca.1.600 vaccinaties bij niet mobiele thuiswonenden (en bij ca. 500 partners) toegediend.
Jaarstukken 2025 - RK/EV
36
Onderstaande infographic geeft de kengetallen van de Covid najaarscampagne weer:
Jaarstukken 2025 - RK/EV
37
2.2.
Ambulancezorg
De minister heeft de GGD in 2021 aangewezen als de (enige) houder van de Ambulancezorg in onze regio (voorheen lag de vergunning voor de Ambulancezorg bij de Veiligheidsregio). In 2025 zijn in totaal 58.177 ritten uitgevoerd (56.648 in 2024, +2.7%), waarvan 1.175 ritten een spoedeisend (A0) karakter, 29.098 ritten een spoedeisend (A1) karakter hadden en 10.260 ritten besteld vervoer waren. Een ambulance heeft in het geval van een hoog spoedeisend karakter (A0 inzet) gemiddeld 8:17 minuten nodig om bij het slachtoffer te komen. Gemiddeld 96,8% van de A0-inzetten is binnen de rijtijdnorm van 15 minuten uitgevoerd (inclusief aanname en uitgifte door de meldkamer). Een ambulance heeft in het geval van een spoedeisend karakter (A1 inzet) gemiddeld 9:42minuten nodig om bij het slachtoffer te komen. Gemiddeld 93,0% van de A1-inzetten is binnen de rijtijdnorm van 15 minuten uitgevoerd (inclusief aanname en uitgifte door de meldkamer). Dat percentage is 0.9% lager dan in 2024. Het percentage A2-inzetten dat binnen de rijtijdnorm van 30 minuten heeft plaatsgevonden bedroeg 98,4 % (norm is 95%); dit percentage is iets lager dan in 2024. In 2025 is de nieuwe post in Hapert gebouwd en in gebruik genomen. Deze locatie is volledig duurzaam gebouwd. Verder verwachten we in 2026 te starten met de bouw van een post in Lierop.
In het 4e kwartaal heeft het managementteam van Ambulancezorg een aantal thema s beschreven voor de visie op de Ambulancezorg in 2030. Deze thema's zijn ingepast in de thema's de GGD breed benoemd zijn. Ieder thema heeft een naast een aantal korte termijn ontwikkelingen ook lange termijn ontwikkelingen beschreven. In 2026 onder andere: duurzaamheid, opleiden in de toekomst, innovatie en digitalisatie, samenwerking binnen de keten.
2.3.
Gemeentelijke bijdrage
De gemeentelijke bijdrage per inwoner 2025
22,814 per
inwoner. Middels de 1e bestuurlijke begrotingswijziging (betreft aanpassing van de inwonerbijdrage, bijdrage pubercontactmoment (pcm) en bijdrage JGZ per kind 0-4 i.v.m. lagere indexering) is een verlaging van de gemeentelijke bijdragen vastgesteld, waardoor de werkelijke bijdrage per inwoner over 2025 uiteindelijk bedraagt, de bijdrage pcm
22,239
829.000,- en de JGZ- bijdrage per kind 0-4
De inwonerbijdrage JGZ 0-4 per kind wordt in de begroting per gemeente berekend tegen het vastgestelde tarief per kind en het voor elke gemeente meest recent bekende aantal kinderen in de leeftijdscategorie 0 - 4. Conform de afspraak bij de JGZ-integratie wordt echter per gemeente definitief afgerekend tegen het werkelijk aantal kinderen per 1 januari van het begrotingsjaar. In de primaire begroting 2025 is uitgegaan van een totaal van 30.161 kinderen terwijl er dat in werkelijkheid 30.321 bleken te zijn.
Jaarstukken 2025 - RK/EV
38
Bijdrage per inwoner
Prim. Begroting 2025
Werkelijk 2025
Monitoren, signaleren en adviseren
1.885.000
2,333
1.835.000
2,274
Uitvoerende taken
2.470.000
3,051
2.410.000
2,974
515.000
0,637
500.000
0,620
95.000
0,116
90.000
0,113
9.070.000
11,208
8.845.000
10,927
Pubercontactmoment JGZ*
850.000
(1,05)
829.000
(1,02)
Aanvullende taken Publieke
435.000
0,538
425.000
0,524
Overhead
3.990.000
4,931
3.890.000
4,807
Bijdrage (per inwoner)
19.310.000
22,814
18.824.000
22,239
Bijdrage JGZ 0-4 (per kind)
15.470.000
15.163.000
TOTAAL
34.780.000
33.987.000
gezondheidsbescherming Publieke gezondheid bij incidenten, rampen en crises Toezicht houden Jeugdgezondheidszorg
Gezondheid
* Per 2016 is het pubercontactmoment (pcm) van de contracttaken overgeheveld naar het gezamenlijke takenpakket. Het wordt echter niet o.b.v. een bijdrage per inwoner gefinancierd maar o.b.v. de verdeelsleutel zoals door VWS gehanteerd voor de verdeling van de middelen naar de gemeenten. In bovenstaande tabel is wel het totaalbedrag pcm 2025
829.000) herrekend naar een bedrag per inwoner (1,02), in de
totaaltelling van het bedrag per inwoner is deze, om verwarring met de bedragen in de bijlagen te voorkomen, niet opgenomen.
Jaarstukken 2025 - RK/EV
39
2.4.
Overzicht gerealiseerde baten en lasten
* Publieke gezondheid omvat alle pijlers behalve de pijler ambulance zorg.
Jaarstukken 2025 - RK/EV
40
3. Paragrafen 3.1.
Weerstandsvermogen en risicobeheersing
Volgens artikel 11 van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) bestaat het weerstandsvermogen uit de relatie tussen: De weerstandscapaciteit, zijnde de middelen en de mogelijkheden waarover kan worden beschikt om niet begrote kosten te dekken financiële positie. Het weerstandsvermogen kan worden omschreven als de mate waarin de GGD in staat is niet structurele financiële tegenvallers op te vangen zonder dat dit gevolgen heeft voor het bestaande takenpakket. De omvang van het weerstandsvermogen is afhankelijk van het risicoprofiel van de GGD. Dit profiel geeft het totaal weerstandscapaciteit. - en impact-inschatting vindt plaats via een zogenaamde risicoinventarisatie, die jaarlijks wordt opgesteld. De inventarisatie per begin 2026 (zie ook paragraaf 3.1.2) resulteert in een benodigde weerstandscapaciteit van circa
800.000 voor het programma Publieke Gezondheid en circa
200.000 voor het programma Ambulancezorg. Weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit is het geheel van middelen en mogelijkheden waarover de GGD beschikt om niet begrote substantiële kosten te dekken. Binnen de GGD kan alleen de Algemene Reserve als weerstandscapaciteit worden aangemerkt. Volgens de BBV vallen onder de weerstandscapaciteit ook de bestemmingsreserves en de voorzieningen. Dit zijn opgenomen worden in de risico-inventarisatie. Overigens is het wel zo dat voor wat betreft de bestemmingsreserves het bestuur kan besluiten deze reserves een andere bestemming te geven. De voorzieningen hebben als doel om de kosten in de jaarlijkse exploitatie te egaliseren en/of bestaande verplichtingen te verantwoorden. de Notitie Weerstandsvermogen & risicomanagement, Reserves & Voorzieningen en Post Onvoorzien besloten. Er wordt onder de personeelskosten initieel nog wel een stelpost van circa
400
De post dient de facto als dekking van noodzakelijke (ziekte-)vervangingen. De Algemene Reserve is bedoeld als buffer voor onvoorziene uitgaven. Hiermee kunnen onder andere schommelingen in de jaarlijkse exploitaties worden opgevangen, zodat niet elk jaar voor relatief beperkte bedragen een afrekening met de gemeenten hoeft plaats te vinden. De Algemene Reserve heeft een meerjarige functie. reserves worden aangehouden.
Jaarstukken 2025 - RK/EV
41
Het bestuur heeft eerder vastgesteld dat het weerstandsvermogen niet direct tot het niveau van de risicoinventarisatie hoeft te worden aangevuld, maar dat de kaders en staffels zoals vastgesteld in de beleidsnotitie Kaders P&C-documenten 4GR-deel 2 hiervoor leidend zijn. Gegeven de omzet 2025 (exclusief crises-financieringen) is dan voor Publieke Gezondheid Ambulancezorg het Algemeen Bestuur van de Verbonden Partij overgelaten of die bandbreedte volledig wordt ingevuld, aangezien dit organisatie-specifiek is en wordt bepaald door de aard van de baten en lasten. Een laag weerstandsvermogen betekent wel dat financiële tegenvallers van enige omvang niet uit de algemene reserve kunnen worden opgevangen. De Algemene Reserve wordt hoofdzakelijk gevuld door middel van eventuele voordelige exploitatieresultaten. Na vaststelling van de resultaatbestemming uit de jaarrekening 2024, maar exclusief de resultaatbestemming over het jaar 2025, bedraagt de Algemene Reserve Publieke Gezondheid circa circa
2.327.000 en voor Ambulancezorg
948.000.
Mochten er zich de komende jaren echter voor een hoger bedrag tekorten voordoen dan deze saldi, dan dragen de gemeenten daarvan het financiële risico, ieder naar rato van het inwoneraantal. Risicomanagement Om risico's te beheersen wordt door de GGD BZO actief risicomanagement ontwikkeld. Periodiek staat het management in de Marap-gesprekken nadrukkelijk stil bij de ontwikkeling en ontstaan van relevante risico's, en welke maatregelen genomen moeten worden om deze risico's te beperken.
Stijging van kosten Het risico dat de loon- en materiële kosten sneller stijgen dan de in de begroting opgenomen indexering van de gemeentelijke bijdrage voor het gezamenlijke takenpakket en/of het NZA-budget voor ambulancezorg, en dat deze niet in de daaropvolgende jaren wordt rechtgetrokken. In de budgetafspraken met gemeenten is vastgelegd dat voor de berekening van de gemeentelijke bijdragen een vooraf overeengekomen index wordt toegekend en dat daarop geen nacalculatie wordt toegepast. Hierdoor ontstaat het risico dat de kosten meer stijgen dan de inkomsten. Dit risico bestaat ook bij Ambulancezorg omdat de indexering van het budget bij Ambulancezorg niet plaatsvindt op basis van de werkelijke kostenontwikkeling in de sector en dus ook af kan wijken. De kostenontwikkelingen in de afgelopen jaren (m.n. CAO en inflatie & energieprijs), laten zien dat dit risico pregnant kan zijn, hoewel tot op heden gemeenten/bestuurders deze stijgingen (bij Publieke Gezondheid) hebben vergoed.
Jaarstukken 2025 - RK/EV
42
Het risico dat door fusie, reorganisatie, conflicten etc. er wachtgelden/frictiekosten dienen te worden uitbetaald die niet door gemeenten, derden of de lopende exploitatie worden gedekt. In de Gemeenschappelijke Regeling is vastgelegd dat alleen bij vermindering van de bijdragen de gemeente(n) gehouden zijn de kosten die daar een gevolg van zijn te vergoeden. In andere situaties komen die kosten ten laste van de reguliere exploitatie van de GGD, die daarvoor echter geen ruimte biedt. Het risico dat als gevolg van (belasting)wet- en regelgeving de kosten meer dan gemiddeld stijgen en/of tot een naheffing leiden. Hierbij concreet te denken aan zaken zoals de invoering van de Vennootschapsbelasting voor overheidsinstellingen, het risico van belastingheffing i.v.m. overschrijding van de Werkkostenregeling en sinds 2020 als gevolg van de WNRA het toegenomen risico om transitievergoedingen te betalen. Maar ook het toegenomen risico op naheffingen vanwege achteraf vast te stellen premiepercentages en vanwege eventuele andere foutieve toepassingen in wet- en regelgeving die achteraf worden geconstateerd. Als voorbeeld wordt hierbij genoemd de sinds 2025 strengere handhaving van de wet DBA (Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties) om schijnzelfstandigheid bij inhuur van derden tegen te gaan. Toegenomen regeldruk maakt dit risico pregnanter.
Toenemende arbeidsmarktkrapte bij specifieke functies betekent dat vaker tijdelijk een andere invulling van de taakuitvoering moet worden georganiseerd (bv duurder personeel van derden/ZZP inhuren) om de noodzakelijke dienstverlening op peil te houden. Onvoldoende Budget Het risico dat om de paraatheid van de Ambulancezorg te handhaven er, bv vanwege een hoog ziekteverzuim of een groot personeelsverloop, te weinig budget is om de vervangingskosten te dekken. Daarnaast bestaat m.b.t. ambulancezorg een algemeen exploitatierisico op de omvangrijke materiële kosten. In het verleden heeft de situatie van hoge vervangingskosten zich voorgedaan en heeft dit tot (aanzienlijke) tekorten geleid. Gezien de exploitatieresultaten van de afgelopen 10 jaren (gemiddeld genomen steeds sluitend tot licht positief), neemt dit risico relatief gezien (de kans-inschatting) wel af. Er mag vanuit gegaan worden dat een dergelijke ernstige verstoring binnen een afzienbare periode tot adequate maatregelen leidt; eventueel met ondersteuning van verzekeraars die daar ook een rol en belang in hebben en dit in het verleden ook hebben getoond met incidentele aanvullende financiering. In het uiterste geval kan ook besloten worden om de paraatheid, en dus het niveau van dienstverlening, terug te brengen om daarmee binnen de budgettaire kaders te blijven.
Uitvoering van noodzakelijke activiteiten zonder financiering Het risico dat door een ramp bij PG veel extra inzet nodig is en/of waardoor het reguliere werk in gevaar komt. Bij een grotere ramp zal de inzet van de GGD wellicht groot zijn terwijl de kosten van die inzet mogelijk niet volledig kunnen worden verhaald. De Covid-19-, MPOX- en Oekraïne-crises zijn voorbeelden van een dergelijke situatie; de daarvoor toegekende vergoedingsregelingen vanuit het Rijk geven vertrouwen dat alle extra kosten vergoed worden, de risico-inschatting verandert derhalve daardoor niet. Er bestaat echter wel het risico op meer werk en kosten op de langere termijn als gevolg van een algemene verslechterde gezondheidssituatie van de inwoners in onze regio na een ramp.
Jaarstukken 2025 - RK/EV
43
Het risico dat verplichte landelijke wet- en regelgeving bij PG leidt tot activiteiten waarvan de kosten nog niet zijn opgenomen in de begroting. Het risico bestaat dat de GGD verplicht is om, in het kader van (nieuwe) wet- en regelgeving, bepaalde taken uit te voeren zonder dat daar meteen voldoende middelen tegenover staan. Te denken valt hierbij aan de besluitvorming door de centrale overheid zoals die bij de decentralisaties, gepaard gaande met een efficiencykorting. Dit risico kan middels het wendbaarheidsbudget in de jaarlijkse begroting (deels) worden afgedekt/beperkt. Extra kosten door organisatieverandering Het risico dat, wanneer de aanwijzing voor ambulancevervoer niet meer aan de GGD wordt toegekend, een deel van centrale overhead niet meer wordt gedekt. Dit risico is momenteel minimaal omdat de aanwijzing (voorheen vergunning genoemd) voor het uitvoeren van ambulancevervoer in onze regio in 2021 aan de GGD is toegekend. Daarmee vervalt de oorspronkelijke grond voor dit risico. In theorie bestaat dit risico echter nog steeds, bv in het geval van wanprestatie door de GGD of bij onvoorziene wijziging van wet- of regelgeving. Bij integrale overgang van AZ naar een andere organisatie zal er naar verwachting ook een overdracht van overheadtaken en -medewerkers plaats vinden.
Ten aanzien van de achterblijvende ongedekte overhead (zoals directie, huisvesting ed.) wordt dan veelal wel een afbouwregeling van enkele jaren getroffen, maar daarna ontstaat een dekkingsprobleem als geen nieuwe activiteiten met externe financiering kunnen worden ontplooid en/of kosten kunnen worden bespaard. Extra kosten door verandering taakuitvoering Het risico dat er (door externe ontwikkelingen) een wijzing in de taakinhoud optreedt waardoor er tijdelijk meerkosten ontstaan. Bij wijziging van een taakinhoud zullen er wellicht tijdelijk meerkosten zijn waarvoor geen budget in de begroting is opgenomen. Hierbij valt te denken aan situaties zoals met de Q-koorts. Dit risico kan middels het wendbaarheidsbudget in de jaarlijkse begroting (deels) worden afgedekt /beperkt. Extra kosten door afname van markttaken Het risico dat door marktomstandigheden er tijdelijk ongedekte kosten blijven bij de contracttaken voor het rijk en derden. Bij deze contracttaken moet gedacht worden aan betaalde activiteiten voor instellingen, bedrijven, het Rijk en particulieren. In tegenstelling tot de gemeentelijke contracttaken ontstaat bij afname of beëindiging van deze financiering een risico van ongedekte kosten. Bij de gemeentelijke contracttaken is, conform afspraken in de Gemeenschappelijke Regeling, de opzeggende gemeente gehouden de daaraan verbonden frictiekosten te vergoeden.
Aangezien het personeel dat belast is met de uitvoering van deze contracttaken voor een groot deel bestaat uit vast personeel, zullen er bij een lagere omzet c.q. het geheel afstoten van deze taken kosten zijn waarvoor geen financiële dekking meer is. Gezien de aanzienlijke omzettoename van de afgelopen jaren en een daarmee gepaard gaande toegenomen risicospreiding, neemt dit risico relatief gezien (de kans-inschatting) wel af.
Jaarstukken 2025 - RK/EV
44
Beveiliging en (onder-)verzekering Het risico dat toegewezen schadeclaims niet volledig worden afgedekt door de afgesloten verzekeringen. deze nog afdoende dekking bieden. Toch blijft er een rest risico bestaan dat in het weerstandsvermogen dient te worden afgedekt. Het risico dat er zich ICT-beveiligingsproblemen voordoen. Hierbij te denken aan risico's van stroomuitval, datalek, cybercrime/hacken en andere situaties waarin systemen uitvallen en/of gegevens (tijdelijk) niet beschikbaar zijn of dat er schade ontstaat vanwege misbruik. Vanwege toegenomen (inzicht in de) externe dreiging en ervaringen (o.a. datalek Covid), geconstateerde achterstand in informatiebeveiliging in combinatie met de grote hoeveelheid persoonsgegevens die de GGD zowel bij PG als AZ beheert, wordt de kans op dit risico substantieel hoger ingeschat. De afgelopen jaren is er substantieel aandacht besteed aan het verbeteren van de informatiebeveiliging, waarvoor ook de gemeenten met ingang van 2023 de inwonerbijdragen hebben verhoogd. Informatiebeveiliging is echter een structureel onderdeel van de bedrijfsvoering geworden, vraagt veel aandacht en de verwachting is dat dit in de toekomst zeker niet minder zal worden. Nieuwe ontwikkelingen als AI bieden enerzijds veel kansen maar brengen anderzijds mee.
Verbonden Partijen Het risico dat bij liquidatie van een der verbonden partijen er claims aan de GGD zullen zijn. Uit een analyse per verbonden partij komt geen specifiek te duiden risico voort. Desalniettemin wordt een algemeen risico ingeschat voor deze en andere niet formele samenwerkingsverbanden; deze laatste nemen namelijk steeds meer toe. Het risico dat er zich nog overige (personele) tegenvallers zullen voordoen waarmee nog geen rekening is gehouden. Dit risico wordt de facto gedekt door hiervoor in de jaarlijkse begroting bij de personele kosten een stelpost op te nemen. Financiële kengetallen Op grond van een wijziging in het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) dient in de begroting en jaarstukken de ontwikkeling van een aantal voorgeschreven financiële kengetallen te worden opgenomen en toegelicht. Concrete normen zijn hiervoor niet voorhanden, waardoor alleen de ontwikkeling in de tijd een indicatie geeft. De kengetallen voor de begroting worden gebaseerd op geprognosticeerde balansgegevens, hetgeen een bepaalde onnauwkeurigheid met zich meebrengt.
Jaarstukken 2025 - RK/EV
45
De voorgeschreven kengetallen grondexploitatie en belastingcapaciteit zijn niet van toepassing, omdat er geen activiteiten m.b.t. grondexploitatie en heffing van gemeentelijke belastingen uitgevoerd worden door GGD Brabant-Zuidoost.
De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de GGD ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft zodoende een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. De schuldquote wordt uitdrukt in een percentage van de totale baten. Het solvabiliteitsrisico betreft de verhouding tussen eigen en vreemd vermogen en geeft inzicht in de mate waarin de GGD in staat is aan zijn financiële verplichtingen op de langere termijn te voldoen. Het kengetal structurele exploitatieruimte is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte de GGD heeft in de eigen exploitatie, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting wordt onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele lasten. 3.2.
Onderhoud kapitaalgoederen
Beleidskader De GGD streeft naar een optimale staat van haar kapitaalgoederen. Hiervoor is onderhoud van deze kapitaalgoederen noodzakelijk. Het beleid voor het onderhoud van kapitaalgoederen kent vier onderdelen. Machines
Hard-
V
G
.
Gebouwen De GGD heeft geen gebouwen in eigendom maar heeft ervoor gekozen om alle benodigde panden te huren. Wel is sprake van investeringen in gebouwen die langjarig gehuurd worden; deze zijn geactiveerd als zogenaamd Het beheer en onderhoud van de gehuurde gebouwen is voor rekening van de verhuurder; alle kosten die door de GGD gemaakt worden hebben betrekking op kleine reguliere onderhoudswerkzaamheden aan de binnenkant en het binnen schilderwerk. Hier is vooralsnog geen onderhoudsvoorziening voor noodzakelijk.
Jaarstukken 2025 - RK/EV
46
Machines, apparaten en installaties Voor de waardevolle ondersteunende machines, apparaten en installaties zijn voor een groot deel onderhoudscontracten aanwezig. Voor de overige machines, apparaten en installaties met een beperkte waarde en waarvan er slechts een beperkt aantal aanwezig zijn, zijn geen onderhoudscontracten aanwezig. Hard- en software Voor de optimale beschikbaarheid van hard- en software zijn voor de belangrijke bedrijfsapplicaties dienstverleningsovereenkomsten gesloten. Voor het onderhoud van hard- en software wordt geen voorziening gevormd. Alle kosten komen ten laste van de exploitatie. Vervoermiddelen Voor voertuigen van de ambulancedienst worden onderhoudscontracten afgesloten. Hierin worden kosten van periodiek preventief onderhoud, reparatie als gevolg van normaal zorgvuldig gebruik en het treffen van maatregelen tegen normale slijtage gedekt. Maandelijks wordt hiervoor een vast bedrag betaald aan de leverancier van de diensten. Deze kosten komen ten laste van de exploitatie. De overige reparaties en het eigen risico bij schadeherstel worden ook rechtstreeks in de exploitatie verwerkt.
In onderstaand overzicht staan de werkelijke kosten die zijn gemaakt voor het onderhoud aan kapitaalgoederen.
3.3.
Financiering
Beleidskader Op grond van de Wet Financiering Decentrale Overheid (FIDO) dient de GGD jaarlijks in de jaarstukken verantwoording af te leggen over het gevoerde beleid inzake de treasuryfunctie. Het beleid voor de treasuryfunctie van de GGD is vastgelegd in het treasurystatuut, waarvan de laatste geactualiseerde versie door het Algemeen Bestuur is vastgesteld op 14-12-2022. Rentebeleid rentepercentages bij de transactie te baseren op de actuele rentestand en de rentevisie van de geldverstrekker (Bank Nederlandse Gemeenten). Zowel de rentes op kortlopende als op langlopende financiering vertonen in de loop van 2025 een dalende trend. In 2025 is deze renteontwikkeling voor de GGD beperkt van invloed geweest gezien de afloop van de rentevast periode en het vervolgens herzien van het rente percentage op de langlopende lening. Er was in 2025 geen noodzaak om aanvullende kort- of langlopende middelen aan te trekken om in een verdere financieringsbehoefte te voorzien.
Jaarstukken 2025 - RK/EV
47
Bij het bepalen van het rentebeleid wordt de GGD ondersteund door de Treasury afdeling van de gemeente Eindhoven; door steeds de rentevisie te actualiseren, wil de GGD zorgen voor zo laag mogelijke financieringskosten, rekening houdend met het risicoprofiel. Financieel Risicobeheer en limieten voor het risicobeheer opgenomen. De GGD hanteert de normen die in de Wet FIDO zijn bepaald. Het niveau van de kasgeldlimiet is gelimiteerd op 8,2% van de begrote lasten, de renterisiconorm houdt in dat voor maximaal 20% van het begrotingstotaal, langlopende leningen per jaar kunnen worden afgelost. De norm beoogt een evenwichtige opbouw van de leningen in de tijd. De provincie toetst de kasgeldlimiet en de renterisiconorm in het kader van het financieel toezicht. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet is een door de Wet FIDO voorgeschreven sturings- en verantwoordingsinstrument ter beperking van het renterisico op de korte schuld met een rentetypische looptijd van korter dan een jaar. Als grondslag voor de wettelijk toegestane omvang van de kasgeldlimiet wordt 8,2% van de jaarbegroting aangehouden. Indien de werkelijke omvang lager is dan de wettelijk toegestane omvang, is er sprake van ruimte; indien de werkelijke omvang hoger is, dan is er sprake van overschrijding. Conform de wettelijke kasgeldlimiet kan de GGD de financieringsbehoefte tot een bedrag van
7.448.000 aanvullen
met kortlopende leningen. In onderstaand overzicht wordt de kasgeldlimiet van 2024 weergegeven. Kasgeldlimiet
Werkelijk 2024
Werkelijk 2025
Totaal lasten
79.455.000
90.825.000
Wettelijk kasgeldlimiet (8,2%)
6.515.000
7.448.000
Netto vlottende schuld
-13.476.000
-15.956.000
Ruimte onder(+)/boven(-) kasgeldlimiet
19.991.000
23.404.000
Daarmee is voldaan aan de kasgeldlimiet. Renterisiconorm De renterisiconorm benadrukt vooral het belang van een goede spreiding van de leningenportefeuille en van de Zowel bij een overschrijding als een onderschrijding van de renterisiconorm zal de GGD (en vervolgens de toezichthouder) zich een oordeel moeten vormen over de consequenties. De renterisiconorm bepaalt het feitelijke renterisico op de langlopende lening. Ja
n renteherziening en herfinanciering niet
hoger zijn dan 20% van het begrotingstotaal. In 2025 is de ruimte onder de renterisiconorm berekend op
Jaarstukken 2025 - RK/EV
16.685.000.
48
Renterisiconorm
Werkelijk 2024
Werkelijk 2025
1. Begrotingstotaal per 1 januari
79.455.000
90.825.000
2. Renterisiconorm (20%)
15.891.000
18.165.000
-
1.421.000
4. Betaalde aflossing
57.000
59.000
5. Renterisico langlopende leningen (3+4)
57.000
1.480.000
Ruimte onder renterisiconorm (2-5)
15.834.000
16.685.000
Ruimte boven renterisiconorm (5-2)
-
-
3. Netto renteherziening langlopende leningen
Daarmee is voldaan aan de renterisiconorm. Bedrag aan middelen buiten de Rijksschatkist Het schatkistbankieren houdt in dat GGD BZO de overtollige liquide middelen boven het drempelbedrag aan moet houden bij het ministerie van Financiën.
Het begrotingstotaal op 1 januari 2025
90.825
Het gemiddelde van aangehouden liquide middelen in het jaar 2025
1.816.500. 490.000, waarmee per
saldo voldaan is aan de norm.
Financieringsbehoefte Met betrekking tot de liquiditeitsontwikkeling was de financieringsbehoefte in 2025 circa
9,2 miljoen. Vaste activa
worden gefinancierd met lang vreemd vermogen voor zover eigen middelen daar niet toereikend voor zijn. In het volgende overzicht is de boekwaarde vergeleken met de langlopende leningen.
Jaarstukken 2025 - RK/EV
49
lang vreemd vermogen, reserves en voorzieningen. Leningenportefeuille De leningenportefeuille toont de ontwikkeling van leningen o/g en leningen u/g in 2024 (zie overzicht
Stand per 1 januari 2025
Mutaties
Gem. rente
1.420.783
4,16%
Nieuwe leningen Reguliere aflossing
59.135
Vervroegde aflossing Stand per 31 december 2025
De stand van de leningenportefeuille o/g is afgenomen van
1.361.648
1.420.783
2,65%
1.361.648 per 31 december 2025.
De reguliere aflossingen betreffen aflossingen op de langlopende lening. De omvang van de leningenportefeuille u/g is nihil; de GGD heeft geen uitzettingen uitstaan. EMU-saldo Decentrale overheden moeten in hun jaarstukken een berekening opnemen van het zogenoemde EMU-saldo over het begrotingsjaar. EU-lidstaten mogen een begrotingstekort (EMU-saldo) hebben van maximaal 3% van het bruto binnenlands product. Hiervan is in Nederland 0,5% voor de decentrale overheden. De EMU-systematiek is anders dan het baten-lastenstelsel; bij een sluitende exploitatie kan toch een negatief EMUsaldo ontstaan, vandaar deze afzonderlijke berekening. De berekening laat voor 2025 een positief saldo zien.
Jaarstukken 2025 - RK/EV
50
3.4.
Bestuur, organisatieontwikkeling en bedrijfsvoering
Bestuur Bestuur en directie GGD De GGD wordt bestuurd vanuit de 21 gemeenten via een Algemeen Bestuur en een Dagelijks Bestuur. Het Algemeen Bestuur bestaat uit de 21 wethouders volksgezondheid. Uit het Algemeen Bestuur is een Dagelijks Bestuur gevormd van 7 leden. Het AB en DB hebben in 2025 elk zes keer vergaderd. De genomen beslissingen door het AB zijn voorbereid in het DB en vooraf met ambtenaren besproken. Belangrijke besluiten in 2025 betroffen het vaststellen van de begroting 2026, twee begrotingswijzigingen 2025, de jaarstukken 2024 (incl. resultaatbestemming), het klachtenjaarverslag 2024, het jaarverslag archiefbeheer 2024 (incl. verbeterpunten), het document rondom de heroriëntatie GGD en de Kadernota 2027. In 2025 is ook de evaluatie rondom de indexeringsmethodiek gestart. Het besluit hierover zal genomen worden in 2026. Ook zijn de financiële verordening en controleverordening opnieuw vastgesteld n.a.v. nieuwe rechtmatigheidsregels. Tevens is er een nieuw intern mandaatregeling vastgesteld.
Organisatieontwikkeling Heroriëntatie GGD taken In 2025 is, in opdracht van het bestuur en i.s.m. met een afvaardiging van ambtenaren Publieke Gezondheid, een organisatiebrede heroriëntatie op het takenpakket van de GGD gestart om beter aan te sluiten op maatschappelijke ontwikkelingen, de regionale schaalsprong en de toenemende druk op het zorg- en preventielandschap. Hierbij staat een scherpe afweging centraal tussen wettelijke taken en contracttaken, waarbij met name het contracttakenpakket kritisch wordt beoordeeld op effectiviteit, doelmatigheid en bijdrage aan de missie en visie van de GGD. De heroriëntatie leidt tot een strategisch kader met focus op primaire en secundaire preventie, meer eenduidige uitvoering voor alle 21 gemeenten en een versterkte positionering van de publieke gezondheid in onze regio. Dit vormt de basis voor een toekomstbestendig takenpakket en een robuuste inrichting van de GGD-organisatie. GGD Next In 2025 is ook de nieuwe interne strategische koers voor de komende jaren bepaald GGD Next is opgezet om de organisatie structureel voor te bereiden op de groei en veranderende maatschappelijke opgaven in de regio met als doel om onze publieke taak effectief te kunnen blijven uitvoeren. Het programma biedt een meerjarige, integrale ontwikkelagenda gericht op vijf organisatorische ambities: toekomstbestendige dienstverlening i.h.k.v.
de schaalsprong, het bevorderen van vitaliteit en duurzame inzetbaarheid van medewerkers, het vergroten van samenwerking en positionering in het regionale krachtenveld, het toepassen van datagedreven werken en het structureel implementeren van duurzame werkwijzen. Zelforganisatie en Lean continu verbeteren Zelforganisatie en Lean continu verbeteren zijn leidende principes die richting geven aan het handelen van onze medewerkers omdat we ervan overtuigd zijn dat ze niet alleen meer autonomie en ontwikkelingsmogelijkheden bieden aan onze professionals, maar ook leiden tot een verbeterde zorgkwaliteit voor onze inwoners. Uiteindelijk stelt dit ons in staat om een grotere maatschappelijke impact te realiseren. Door middel van teamscans meten we 2x per jaar de mate van zelforganisatie binnen de verschillende teams en de organisatie. Via dashboards hebben we zicht op de grootste krachten en de grootste ontwikkelthema s van teams en van de gehele organisatie.
Jaarstukken 2025 - RK/EV
51
Tijdens leiderschapsdagen en teambijeenkomsten hebben deze thema s expliciet aandacht gekregen waardoor het eigenaarschap en de mate van zelforganisatie verder is gegroeid. Continu verbeteren volgens de Lean principes blijft een belangrijke pijler in onze werkwijze om duurzame verbeteringen voor onze inwoners te realiseren. Onder begeleiding van gecertificeerde Green Belts zijn het afgelopen jaar diverse procesoptimalisaties doorgevoerd met merkbare voordelen voor zowel inwoners als medewerkers. Voorbeelden van deze verbetertrajecten zijn: paraatheid bij infectieziekten, efficiëntere inzet van secretariële ondersteuning, verbetering van pre- en onboarding van nieuwe medewerkers en optimalisatie van de bezetting van spreekkamers. heeft ook in 2025 (nieuwe) collega s geïnspireerd en gefaciliteerd via zogenaamde Orange Belt-
Het
trainingen. Doel hiervan is Lean-principes te verankeren in het dagelijkse werk, zodat medewerkers zelfstandig kleine verbeteringen kunnen doorvoeren. Een concreet voorbeeld van de impact van Lean is de invoering van dag- en weekstarts in steeds meer teams. Deze korte, gefocuste bijeenkomsten hebben geleid tot efficiëntere overlegstructuren: de totale vergadertijd is afgenomen, terwijl de communicatie over teamresultaten is verbeterd. Personeel De GGD Brabant-Zuidoost had in 2025 gemiddeld 879 medewerkers in dienst. In onderstaand overzicht is de formatie verdeeld over de Publieke Gezondheidszorg en Ambulancezorg. Gemiddelde personele bezetting 2025
Aantal
Aantal
personen
fte
Publieke Gezondheidszorg
616
459,5
Ambulancezorg
263
236,4
Totaal
879
695,9
In 2025 bestond de instroom uit 104 nieuwe medewerkers, tegen een uitstroom van 100 medewerkers. De groei van het aantal medewerkers is daarmee lager dan in 2024, toen we groeiden van 843 medewerkers naar 875 medewerkers. Re-integratie Onder re-integratie verstaan we de activiteiten die worden uitgevoerd bij (gedeeltelijke) arbeidsongeschiktheid wegens ziekte of gebrek. We maken hierbij onderscheid in twee sporen: Spoor 1: re-integratie in eigen of andere (aangepast) functie binnen de GGD Spoor 2: re-integratie in ander werk buiten de GGD
Jaarstukken 2025 - RK/EV
52
Het aantal spoor 1 trajecten is niet bijgehouden, want dit is inherent aan het verzuimpercentage. Begeleiding in spoor 1 gebeurt organisch bij iedere verzuimcasus door direct leidinggevende en/of HR Business partner. In 2025 hebben 9 medewerkers een spoor 2 traject afgerond en 5 medewerkers zijn gestart in een spoor 2 traject wat doorloopt in 2026. Social Return/participatiewet Resultaten 2025
Participatiewet
Re-integratie- /werkervaringsplaats
Medewerkers van andere werkgevers
0
Uitkeringsgerechtigden/UWV *
23 WW 9 WIA
0 Wajong 0 WWB Inzet WSW-bedrijf (Ergon, e.d.)
Autopoetsers via Ergon
Vrijwilligers Stages (studie)
5 58
Stageplaatsen
13
Co-assistenten en GEZEP co-schap
19
*exclusief covid organisatie Door het jaar heen investeert de GGD in netwerkgesprekken met werkzoekenden, snuffelstages, sollicitatieadvies, informatieavonden, etc. Ziekteverzuim 2025
Ziekteverzuim (excl. vangnet en excl. zwangerschapsverlof)
Publieke gezondheid
7,1%
Ambulancezorg
6,8%
Het ziekteverzuim was in 2025 7,0% (exclusief zwangerschap). Dit is een stijging van 0,7% t.o.v. van het jaar 2024 (6,3%). De verschillende interventies vanuit het verzuimbeleid, waaronder verscherpte beheersmaatregelen, hebben naar verwachting effect gehad op het verzuim waardoor verhoging beperkt is gebleven. Arbeidsomstandigheden In 2025 hebben we verdere invulling gegeven aan langjarige speerpunten die in eerdere jaren zijn vastgesteld. Deze speerpunten zijn o.a. gebaseerd op de RI&E uit 2022 en betreffen: BHV-organisatie GGD breed Psychosociale Arbeidsbelasting (PSA) Vaccinatiebeleid Psychosociale nazorg Sociale veiligheid
Jaarstukken 2025 - RK/EV
53
Om deze speerpunten uit te werken en borgen in de organisatie is in 2025 een Arbocoördinator aangenomen. In dit jaar zijn diverse korte termijn acties uitgevoerd om directe verbeteringen te realiseren. Verder is geïnventariseerd waar komende jaren de kansen liggen om het thema Arbo op een duurzame manier te verbeteren en verankeren in de organisatie. We zijn daarom gestart met het opstellen van nieuw arbobeleid wat in 2026 voltooid wordt. Ook is besloten om in 2026 een verdiepende RI&E PSA uit te voeren. Beide acties helpen om de arbeidsomstandigheden binnen onze GGD verder te verbeteren. Overige ontwikkelingen In 2025 zijn o.a. de volgende HR-resultaten bereikt: Leerportaal (LMS) geïntroduceerd met aanbod voor Jeugd GezondheidsZorg en Publieke Gezondheid Invoering nieuwe regeling vergoeding woon-werkverkeer HR-omgeving intranet (JIP) Verbeterde arbeidsmarktcommunicatie, waaronder aanpassing van wervingspagina Nieuw onboarding proces om warme start van nieuwe medewerkers te organiseren Accreditatie toegekend voor de opleiding van artsen tot specialist voor de profielen Jeugdarts, arts Infectieziektebestrijding en arts Maatschappij en Gezondheid Informatie & Automatisering Structuur De afdeling I&A werkt steeds meer vanuit een duidelijke visie, die ondersteunend is aan de missie en visie van de organisatie.
Deze visie wordt jaarlijks herijkt en in 2025 is de lijn van de vorige jaren dan ook structureel doorgetrokken. Dit zorgt voor een duidelijke ontwikkelagenda met heldere prioriteiten. Het besturingsmodel binnen I&A is succesvol en deze structuur is geborgd in nieuwe functiebeschrijvingen. Het team opereert volwassen en dit leidt tot een steeds betere dienstverlening. Voor het vierde jaar op rij scoren zij ruim boven de 8 op klanttevredenheid. Data gedreven werken Het dataplatform, waar in 2022 de basis voor gelegd is, is verder uitgebouwd. Steeds meer bronnen zijn ontsloten, en daarmee ook diverse dashboards gecreëerd. De uitdaging blijft wel dat sommige bronnen lastig te ontsluiten blijken en dit lijkt steeds vaker een politieke oorzaak te hebben dan een technische. Vanuit het perspectief van informatieuitwisseling in de zorg is dit een zorgelijke ontwikkeling, want optimaal datagedreven werken kan alleen bij betrouwbare en beschikbare data. De basis voor datagedreven werken is binnen een aantal domeinen van de GGD gelegd, al zal er in 2026 meer aandacht besteed moeten worden om dit ook echt in de haarvaten van de organisatie te laten komen. Dat dit prioriteit heeft blijkt ook uit het gegeven dat datagedreven werken één van de programmalijnen is. Continuïteit & Beveiliging In 2025 is steeds meer van de on-premises infrastructuur uitgefaseerd of naar de cloud gemigreerd.
Dit is conform planning en binnen budget gerealiseerd. De laatste componenten zullen in de eerste helft van 2026 ontmanteld zijn, waardoor alleen nog de minimale infrastructuur lokaal aanwezig blijft. Dit komt de IT-continuïteit en daarmee de bedrijfscontinuïteit ten goede. Er is met ingang van 2023 structureel budget toegevoegd om de beveiliging van onze IT-omgeving te verbeteren.
Jaarstukken 2025 - RK/EV
54
Aangezien het goed beveiligen een continu proces is en we hier serieus veel tijd aan besteden zien we ook dat dit het gewenste effect heeft en we goed in control zijn. Het werken aan bewustzijn van onze medewerkers is hierin een constant punt van aandacht waar in 2025 ook een goede verbeterslag op plaats heeft gevonden. Uiteraard zijn de dreigingen van (vooral) buitenaf steeds groter aan het worden en blijft dit een van de belangrijkste aandachtspunten voor de komende jaren.
Kwaliteit & dataveiligheid De uitdagingen op het gebied van kwaliteit, informatievoorziening en dataveiligheid blijven groot en kennen een toenemende complexiteit. Het voldoen aan wet- en regelgeving vraagt niet alleen om technische maatregelen, maar vooral om goede samenwerking binnen de GGD en met regionale en landelijke partners. Hier wordt structureel aan gewerkt. De informatiemanagers spelen hierin, vanuit I&A, een belangrijke rol en leveren zowel binnen de organisatie als in regionale en landelijke verbanden een actieve bijdrage. In 2025 is verdere vooruitgang geboekt in het versterken van het informatiemanagement en de samenhang tussen kwaliteit, privacy, informatiehuishouding en informatiebeveiliging. Tegelijkertijd vraagt de aard en omvang van deze onderwerpen om een lange adem. De benodigde volwassenheid bij leveranciers en binnen de publieke sector als geheel blijft hierbij een aandachtspunt. Dit onderstreept het belang van realistische fasering en bestuurlijke sturing. In 2024 is de GGD BZO organisatiebreed NEN 7510 gecertificeerd. Dit vormt een belangrijke mijlpaal en een solide basis voor verdere borging van informatiebeveiliging in de zorg.
Deze certificering is tot stand gekomen door intensieve samenwerking tussen verschillende disciplines, waaronder de functionaris gegevensbescherming, kwaliteitsadviseurs, privacy officers, informatiemanagement en informatiebeveiliging. In 2025 lag de focus op het bestendigen van deze basis en het voorbereiden op toekomstige ontwikkelingen, zoals de actualisatie van de NEN 7510-norm en nieuwe wettelijke kaders op het gebied van digitale weerbaarheid en gegevensuitwisseling. Deze ontwikkelingen vragen om verdere professionalisering van governance, risicomanagement en ketensamenwerking. Daarbij wordt nadrukkelijk gekeken naar landelijke samenwerking, om deze ontwikkelingen beheersbaar, uitvoerbaar en betaalbaar te houden, terwijl de GGD zelf verantwoordelijk blijft voor het voldoen aan de geldende wet- en regelgeving en kwaliteitskaders.