CConstaterende datNuenen
Koppel je AI →
Document · PDF

A4 ODZOB - Voorlopige jaarstukken 2023

Gemeenteraad 5 juni 2024, gemeente NuenenBij agendapunt: Ingekomen stukken ter kennisname21.681 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

JAARSTUKKEN 2023 Versie 18 april 2024

Jaarstukken 2023 Versie 4 april 2024

In opdracht van

Dagelijks Bestuur Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant Postbus 8035

Datum

18 april 2024

Status

Veststelling door dagelijks bestuur

Inhoudsopgave 1

INLEIDING ................................................................................................................................................. 4

2

JAARVERSLAG ........................................................................................................................................... 5 2.1 BELEIDSVERANTWOORDING ............................................................................................................................. 5 2.1.1 Omgevingswet .................................................................................................................................. 5 2.1.2 Regionale operationele kaders (ROK’s) ............................................................................................. 5 2.1.3 Toekomstbestendige veehouderij ..................................................................................................... 7 2.1.4 Governance ....................................................................................................................................... 8 2.2 PROGRAMMAVERANTWOORDING ..................................................................................................................... 9 2.2.1 Inleiding ............................................................................................................................................ 9 2.2.2 Programma lokale dienstverlening ................................................................................................

10 2.2.3 Programma regionale samenwerking ........................................................................................... 12 2.2.4 Algemene dekkingsmiddelen ......................................................................................................... 16 2.2.5 Kosten van de overhead ................................................................................................................. 16 2.2.6 Heffing vennootschapsbelasting .................................................................................................... 17 2.2.7 Onvoorzien ...................................................................................................................................... 17 2.3 PARAGRAFEN.............................................................................................................................................. 18 2.3.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing .................................................................................... 18 2.3.2 Financiering .................................................................................................................................... 20 2.3.3 Bedrijfsvoering ................................................................................................................................

22 2.3.4 Openbaarheidsparagraaf ............................................................................................................... 27 2.3.5 Verbonden partijen......................................................................................................................... 27

3

JAARREKENING ....................................................................................................................................... 28 3.1 BALANS PER 31 DECEMBER 2023 ................................................................................................................... 28 3.2 HET OVERZICHT VAN BATEN EN LASTEN IN DE JAARREKENING ................................................................................ 28 3.3 TOELICHTING OP DE BALANS .......................................................................................................................... 29 3.3.1 Algemene grondslagen voor waardering en resultaatbepaling ................................................... 29 3.3.2 Toelichting op de balans per 31 december 2023 ........................................................................... 31 3.4 TOELICHTING OP HET OVERZICHT VAN BATEN EN LASTEN...................................................................................... 38 3.4.1 Overzicht van baten en lasten ........................................................................................................ 38 3.4.2 Exploitatielasten en directe programmakosten ............................................................................ 45 3.5 INFORMATIE IN HET KADER VAN DE WET NORMERING TOPINKOMENS (WNT) .........................................................

45 3.6 GEBEURTENISSEN NA BALANSDATUM .............................................................................................................. 47

4

BIJLAGEN ................................................................................................................................................ 50 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7

DETAILOVERZICHTEN BATEN PER OPDRACHTGEVER ............................................................................................. 50 OVERZICHT LASTEN VERDEELD NAAR DIRECT EN OVERHEAD .................................................................................. 51 OVERZICHT VAN BATEN EN LASTEN PER TAAKVELD .............................................................................................. 52 SAMENVATTING GEÏNVENTARISEERDE RISICO’S ODZOB ...................................................................................... 53 SISA BIJLAGE VERANTWOORDINGSINFORMATIE.................................................................................................. 54 RECHTMATIGHEIDSVERANTWOORDING ............................................................................................................ 55 CONTROLEVERKLARING................................................................................................................................. 58

1

Inleiding

De Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant (ODZOB) is in 2013 opgericht. De dienst heeft de juridische vorm van een openbaar lichaam op basis van de Wet gemeenschappelijke regelingen, waar 21 gemeenten in Zuidoost-Brabant en de provincie Noord-Brabant in participeren. De ODZOB voert werkzaamheden uit op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving. Daarnaast worden er specialistische (advies)taken uitgevoerd. De ODZOB werkt samen met gemeenten, provincie en samenwerkingspartners aan een veilige, gezonde en duurzame fysieke leefomgeving. In deze jaarstukken wordt teruggeblikt op 2023. De jaarstukken bestaan uit twee hoofdbestandsdelen; het jaarverslag (hoofdstuk 2) en de jaarrekening (hoofdstuk 3). In hoofdstuk 4 zijn enkele bijlagen opgenomen. In september 2023 stelde het algemeen bestuur de herziene begroting 2023 vast. Deze herziening was nodig omdat dat de loon- en prijsontwikkelingen waarop de oorspronkelijke begroting 2023 was gebaseerd achterhaald bleken te zijn. Bij de presentatie van de bestuursrapportage 2023 (oktober 2023) werd duidelijk dat de ODZOB afstevende op een positief resultaat over 2023. De nu voorliggende jaarstukken 2023 bevestigen in grote lijnen het beeld uit de bestuursrapportage 2023. Het resultaat zonder mutaties in de reserves komt uit op €1.514.407.

Rekening houdend met enkele stortingen in diverse reserves, komt het nog te bestemmen resultaat uit op een bedrag van €577.924.

Jaarstukken 2023 4

2

Jaarverslag

2.1

Beleidsverantwoording

In de (herziene) begroting 2023 zijn onderstaande speerpunten benoemd, waarvan hieronder is aangegeven wat in 2023 gerealiseerd is. 2.1.1

Omgevingswet

Het Programma voor- en nazorg Omgevingswet is dit jaar gestart en uitgevoerd als vervolg op het in 2022 afgesloten Programma Omgevingswet. Het programma voor- en nazorg is mede op basis van de resultaten uit de, in het najaar van 2022, uitgevoerde stresstest Omgevingswet opgesteld. Er zijn hierin acties en projecten benoemd en uitgevoerd die nodig waren om de taken vanaf inwerkingtreding van de Omgevingswet, op 1 januari 2024 jl., adequaat uit te kunnen voeren. Het Programma voor- en nazorg Omgevingswet is een nieuwe fase in de voorbereiding op de Omgevingswet. Deze staat in het teken van de overdracht van programma naar de lijn, van accent op het oefenen en inregelen en van het uitvoeren van belangrijke onderdelen van het opleidingsprogramma Omgevingswet. Het oefenen en inregelen heeft als resultaat opgeleverd dat de systemen getest zijn en dat er regionaal ketentesten zijn uitgevoerd, op basis waarvan de samenwerkingsafspraken nader zijn gedetailleerd. In het najaar is vervolgens in samenwerking met deelnemers geoefend met echte (Wabo-)aanvragen. In het najaar hebben alle medewerkers de ‘knoppencursus’ en competentietraining gehad, waarmee duidelijk is gemaakt hoe we onder de Omgevingswet gaan werken.

De communicatie is geïntensiveerd door onder andere het beschikbaar komen van een interactieve infographic (praatplaat), waarin alles wat tot nog toe is opgeleverd in de voorbereiding op de Omgevingswet overzichtelijk is samengevat. Zowel regionaal als landelijk is de samenwerking gecontinueerd (met ketenpartners, provincie, gemeenten en Omgevingsdienst NL). Regionaal is een bestuurlijke en ambtelijke bijeenkomst georganiseerd in het Speelhuis in Helmond, waar bewustwording en overdracht van programma naar lijn belangrijke thema’s waren. Er is meegewerkt aan een landelijke monitor van Omgevingsdienst NL, waarin de stand van zaken van de voorbereiding kritisch getoetst is aan de minimum vereisten om de Omgevingswet uit te voeren. Daarbij is geconcludeerd dat we op koers liggen. Dat betekent trouwens niet dat alles vlekkeloos zal verlopen. We houden rekening met de situatie dat er knelpunten opgelost moeten worden en dat er de nodige vragen beantwoord dienen te worden, zowel voor als na inwerkingtreding. Daartoe is in het najaar van 2023 het Interventieteam Omgevingswet opgericht, dat gaat functioneren als interne helpdesk en helpdesk voor vragen van onze deelnemers. 2.1.2

Regionale operationele kaders (ROK’s)

Voor toezicht & handhaving (industrie en agrarisch), vergunningverlening, bodem en asbest zijn in voorafgaande jaren afspraken gemaakt over een “nieuwe manier van werken” die door het algemeen bestuur zijn vastgesteld. Dit zorgt voor een uniforme en meer risicogerichte benadering voor alle deelnemers. Het algemeen bestuur heeft in maart 2023 ingestemd om zowel het ROK Toezicht en handhaving (ROK TH) als ook het ROK Vergunningverlening (ROK VV) met een jaar te verlengen tot 1 januari 2025. In de AB-vergadering van eind november 2023 is de harmonisatie (samenvoeging) van het ROK TH en het ROK VV tot één ROK VTH 2025-2028 door het algemeen bestuur uitgesteld.

Jaarstukken 2023 5

Deze harmonisatie wordt in 2024 opnieuw ter vaststelling aan het algemeen bestuur aangeboden. Daarnaast zijn eind 2023 de aangepaste uitvoeringskaders bodem en asbest vastgesteld, zij treden 1 januari 2024 in werking. Industrieel toezicht In 2023 lag de aandacht op de verbetering van projectmatig werken. Onder leiding van een projectleider is het proces geoptimaliseerd. Hierbij is ook kritisch gekeken naar de doelstellingen binnen de projecten. Verder is de aanpak van aandachtsbedrijven verbeterd. Voor elk aandachtsbedrijf is een projectplan op maat gemaakt waarin de beoogde aanpak en voortgang wordt beschrijven. Dit wordt met elke gemeente gedeeld of besproken. Tevens is aandacht besteed aan het concreter benoemen van de doelstellingen binnen de projecten. Andere projecten die zijn opgepakt betreffen sportvelden, F-gassen, cryogene opslag, onbekende propaantanks en ammoniakkoelinstallaties. In 2024 wordt gewerkt binnen de kaders van het ROK TH. Voor gepland toezicht is per thema een projectplan opgesteld. Deze zijn in samenvattende vorm met de gemeenten gedeeld. Een aantal projecten die opgepakt gaan worden zijn: controles op LPG tankstations, li-ion energiedragers, loonbedrijven en de afvalbranche. Naast deze thema’s worden controles op aandachtsbedrijven uitgevoerd en is er altijd de mogelijkheid voor signaaltoezicht.

Ook meldingen en ongewone voorvallen worden, zoals ook in 2023 het geval was, opgepakt. De voortgang van de projecten worden per kwartaal in een infographic verwerkt en daarnaast wordt ook ieder kwartaal een update gemaakt van de bedrijvenlijst. Agrarisch toezicht In 2023 zijn er, voor wat betreft het agrarisch toezicht, veel openstaande (her)controles opgepakt. Door deze opschoning was het mogelijk om medio 2023 aan de slag te gaan met een risicogerichte aanpak binnen het agrarisch werkveld. Bedrijven met veel stikstofverbindingen (veelal ammoniak), uitstoot en/of de toepassing van emissie-reducerende maatregelen óf toepassing van systemen met een grote faalkans zijn in een korte tijd opnieuw bezocht. Ook de score volgens de Landelijke Handhavingsstrategie uit het verleden zegt iets over het naleefgedrag van een bedrijf. De werkwijze van het prioriteren en toepassen van een bepaalde frequentie van toezicht zorgt ervoor dat bij slecht naleefgedrag sneller bestuurlijk kan worden opgetreden om overtredingen ongedaan te maken. Daarnaast wordt goed naleefgedrag beloond door de frequentie van het toezicht te verlagen. In 2024 vindt een verdieping plaats van de risicoprioritering en wordt de huidige werkwijze voortgezet. Hierbij is ook aandacht voor het continu verzamelen van milieurelevante data om op deze wijze het risicogericht prioriteren, waar nodig, te kunnen bijsturen.

2023 was een jaar waar de stikstofproblematiek met regelmaat stof deed opwaaien. Maar ook het voldoen aan de Interim Omgevingsverordening heeft veel roering veroorzaakt binnen de agrarische sector. Dit alles had impact op de uitvoering, bijvoorbeeld over de houdbaarheid van de RAV (Regeling ammoniak en veehouderij) t.o.v. de Wnb-vergunningssystematiek. Dit leidt tot veel onzekerheden in de agrarische sector. Uitvoering ROK-VV In 2023 is, in samenwerking met deelnemers, een begin gemaakt met een nieuw uitvoeringsprogramma. Dit wordt in 2024 verder uitgewerkt en vastgesteld. Asbest In november 2023 heeft het algemeen bestuur het regionaal uitvoeringsprogramma voor asbest vastgesteld. Dit kader benadrukt het risicogericht beoordelen van sloopmeldingen en is vanaf 1 januari 2024 leidend voor alle deelnemers. Door risicogericht te werken is een efficiëntieslag gerealiseerd.

Jaarstukken 2023 6

2.1.3

Toekomstbestendige veehouderij

De ODZOB levert via advisering en uitvoering van VTH-taken een bijdrage aan de transitie naar een toekomstbestendige en duurzame veehouderij in Zuidoost-Brabant. In 2023 hebben we in vijf bijeenkomsten Agrofood en Leefomgeving (WAL) met de regiogemeenten informatie en actualiteiten uitgewisseld over ontwikkelingen op agrarisch gebied. Het ging daarbij over de volgende onderwerpen: Innovatieve stalsystemen Veehouders die willen verduurzamen hebben momenteel de nodige procedurele hindernissen te nemen. Het doorvoeren van technische vernieuwingen om emissies terug te dringen is veelal een zaak van een lange adem. Het Rijk heeft via de Crisis- en herstelwet (en vanaf 1 januari 2024 via de Omgevingswet) meer mogelijkheden gegeven aan lokale overheden en initiatiefnemers om innovaties sneller onder een vergunning te krijgen. Het aantal initiatieven is nog gering, maar gaat naar verwachting toenemen. De ODZOB ondersteunt gemeenten procesmatig en inhoudelijk bij de behandeling van deze nieuwe aanvragen en initiatieven in onze regio. Deze initiatieven zijn gericht op het nemen van bronmaatregelen (en het meten met sensoren) en het in de vergunning opnemen van doelvoorschriften. Om de vergunningverlening bij deze complexe procedures op een effectieve en efficiënte wijze te kunnen uitvoeren heeft de ODZOB een handreiking voor gemeenten opgesteld.

Voor het interne proces binnen de ODZOB is een stappenplan vastgesteld. Stikstofemissies De gevolgen van stikstofemissies op Natura 2000-gebieden blijven een belangrijk onderwerp in politiek en openbaar bestuur. De veehouderij heeft een belangrijk aandeel in de emissies en dit vertaalt zich naar allerlei beleid(voornemens) en maatregelen. De ODZOB heeft de regio het afgelopen jaar ondersteund en van informatie voorzien over de Landelijke bedrijfsbeëindiging veehouderijlocaties (Lbv-plus en Lbv) die in juli 2023 is opengesteld. De ODZOB heeft zijn expertise ingebracht bij de door de VNG uitgebrachte handreiking voor gemeenten om de beide regelingen toe te kunnen passen. De ODZOB geeft daarnaast input voor het (door de provincie georganiseerde) gebiedsproces. Er is een expertteam ingericht voor de extra VTH-werkzaamheden die voortvloeien uit de uitvoering van de genoemde beëindigings-regelingen. Met de andere Brabantse omgevingsdiensten, is een handelingsperspectief opgesteld waarmee agrarische vergunningverleners duiding kunnen geven aan wat wel en wat niet mogelijk is gezien de wetgeving en actuele jurisprudentie. Hierbij is veel aandacht voor de communicatie met gemeenten. Veehouderij en leefomgeving De veehouderij kan lokaal grote impact hebben op de leefomgeving. Denk aan emissies van ammoniak en fijnstof of overlast vanwege geur en geluid.

Enerzijds worden randvoorwaarden gesteld via vergunningverlening en het toezicht daarop. Anderzijds staat op een aantal plaatsen in de regio de leefomgeving onder druk als gevolg van historisch gegroeide situaties. Uit onderzoek is gebleken dat combi-luchtwassers en (bepaalde) emissiearme stalsystemen in de praktijk vaak minder zuiveringsrendement behalen. De regio wordt op een aantal fronten ondersteund. Zo willen we met het goed monitoren met het Regionaal Meetnet meer inzicht krijgen op emissies en de (verwachte) gevolgen van mogelijke maatregelen. Als ODZOB hebben we (onderzoek)locaties voorgesteld die meedraaien in het provinciale combi-luchtwasser-project. Daarin participeert de ODZOB ook om het toezicht te optimaliseren. De problematiek van de combiluchtwassers wordt door onze regionale bestuurders ook bij VNG en landelijke overheid aangekaart en de ODZOB levert daarbij inhoudelijke ondersteuning.

Jaarstukken 2023 7

Daarnaast ondersteunen we bij de sanering van fijnstoflocaties onder het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). In provinciaal verband is meegewerkt aan de evaluatie en actualisatie van het endotoxine-toetsingskader. Hiervoor zijn botsproeven uitgevoerd en is een Brabantbrede ambtelijke themabijeenkomst georganiseerd. Het concept toetsingskader is toegelicht en besproken in de laatste WAL-bijeenkomst van 2023. 2.1.4

Governance

Meerjarenvisie ODZOB 2023-2027 In maart 2023 heeft het algemeen bestuur de Meerjarenvisie 2023-2027 vastgesteld. De meerjarenvisie is gestoeld op de missie en visie van de ODZOB. Deze geldt voor de lange termijn, de meerjarenvisie geldt voor de middellange termijn. In tijden van grote transities en opgaven zijn richting, focus en keuzes nodig bij de inzet van de ODZOB voor vier jaar. Door meer richting en focus als collectief te bepalen, kan de ODZOB beter zijn inzet bepalen bij de huidige grote transities en opgaven. En daarmee ook een betere bijdrage leveren aan een veilige, gezonde en duurzame fysieke leefomgeving. In de meerjarenvisie zijn de pijlers veilig, gezond, duurzaam en omgeving verder uitgewerkt. Een belangrijk uitgangspunt bij de meerjarenvisie is het “fundament op orde”. Alleen aanvullende inzet op de niveaus “in samenhang” en “regionaal platform”, daar waar urgentie of bestaande afspraken er specifiek om vragen. Commissie van Aartsen - IBP versterking VTH-stelsel De adviescommissie VTH (voorheen: Commissie Van Aartsen) heeft geconstateerd dat er sprake is van vermijdbare milieuschade doordat het VTH-stelsel niet overal afdoende functioneert. De aanbevelingen van de Commissie Van Aartsen hebben een follow up gekregen via het Bestuurlijk Programma Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (IBP versterking VTH-stelsel).

In dit programma werken gemeenten, provincies, omgevingsdiensten, Unie van Waterschappen en diverse ministeries samen aan de versterking van het VTH-stelsel. Eén van de oorzaken is dat niet alle omgevingsdiensten robuust genoeg zijn en daarmee ook niet kunnen voldoen aan de kwaliteitseisen. Het IBP VTH heeft daarom robuustheidscriteria met kritische prestatie-indicatoren (kpi’s) vastgesteld. Aan de omgevingsdiensten was verzocht om uiterlijk 1 oktober 2023 met behulp van een toetsingskader te bepalen of de diensten aan deze kpi’s voldoet. De ODZOB is tot de conclusie gekomen dat nog niet aan alle kpi’s (volledig) wordt voldaan. Hiervoor wordt een plan van aanpak opgesteld. Wet Gemeenschappelijke Regelingen (Wgr) De Wgr is op 1 juli 2022 gewijzigd. De wetswijziging heeft als doelstelling om de politieke verantwoording over gemeentelijke en provinciale samenwerkingen te versterken. Dit vanuit de gedachte dat het bestuur van een samenwerkingsverband geen rechtstreekse democratische legitimatie heeft. Op 6 juli 2023 is de Ontwerpregeling Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant 2024 aan het algemeen bestuur voorgelegd, waarin de wetswijziging van de Wgr verwerkt was.

Tussen de GGD Brabant-Zuidoost, Metropoolregio Eindhoven, Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost en ODZOB heeft afstemming plaatsgevonden met als doel waar dat kan gezamenlijk op te trekken op proces en inhoud. Daarnaast is van de gelegenheid gebruikgemaakt om de tekst van de GR ODZOB daar waar nodig te actualiseren, een harmonisatieslag te maken met de tekst van de gemeenschappelijke regelingen van de andere twee omgevingsdiensten in Brabant én de regeling op te stellen in overeenstemming met de Aanwijzingen voor de regelgeving. De ontwerpregeling is na de AB-beraadslaging toegezonden aan de colleges van de deelnemers met het verzoek een voorgenomen besluit te nemen tot vaststelling van de regeling en dit voorgenomen besluit voor een zienswijzeprocedure aan te bieden aan de raden en Provinciale Staten. In 2024 zal de regeling voor vaststelling worden aangeboden aan de deelnemers.

Jaarstukken 2023 8

2.2

Programmaverantwoording

2.2.1

Inleiding

De (herziene) begroting 2023 bestaat uit de programma’s lokale dienstverlening en regionale samenwerking. Vanzelfsprekend wordt deze indeling ook gebruikt in de voorliggende verantwoording. In onderstaand overzicht wordt de realisatie versus de begrote bedragen weergegeven. De begroting na wijziging betreft de herziene begroting 2023 die door het algemeen bestuur werd vastgesteld. Bij het bepalen van het resultaat spelen de mutaties in de reserves een bijzondere rol. Vandaar dat in de toelichting een onderscheid wordt gemaakt tussen de totalen in- en exclusief de mutaties in de reserves. Zonder rekening te houden met mutaties in de reserves sluit de ODZOB het jaar 2023 met een positief saldo van €1.514.407. Eerdere besluitvorming over het versterken van de algemene reserve tot een bedrag van €1,2 miljoen betekent dat er een bedrag van €669.226 aan de algemene reserve is toegevoegd. Hier was bij de herziene begroting 2023 overigens al rekening mee gehouden. Daarnaast heeft er in 2023 besluitvorming plaatsgevonden over het introduceren van een tweetal (tijdelijke) bestemmingsreserves. In onderstaand overzicht zijn stortingen in deze reserves verwerkt, die aansluiten bij de genoemde bestuurlijke besluitvorming. Het gaat hierbij om een bedrag van €267.257. Hierdoor komt het totaal van stortingen in de reserves uit op €936.483. Het nog te bestemmen resultaat over 2023 is €577.924.

* bedragen x 1€

Pro grammaverant wo o rding Primaire begro t ing 2023 Omschrijving

Bat en

Last en

Programma Lokale Dienstverlening

23.502.763

Programma Regionale Samenw erking

Herziene begro t ing 2023 Saldo

Bat en

Last en

Realisat ie 2023 Saldo

Bat en

Last en

Saldo

16.486.683

7.016.081

26.403.901

18.800.193

7.603.707

26.581.198

18.145.738

8.435.460

2.097.749

1.619.081

478.667

2.356.691

1.837.933

518.758

2.373.065

1.586.402

786.663

Algemene dekkingsmiddelen

0

0

0

669.226

0

669.226

392.506

0

392.506

Kosten van de overhead

0

7.484.748

-7.484.748

0

8.112.465

-8.112.465

0

8.092.863

-8.092.863

Heffing VPB

0

10.000

-10.000

0

0

0

0

0

0

0

0

0

25.600.512

25.600.512

0

29.429.818

28.760.592

669.226

29.346.768

27.832.361

1.514.407

Algemene reserve

0

0

0

0

669.226

-669.226

0

669.226

-669.226

Bestemmingsreserve Fitte Organisatie

0

0

0

0

0

0

0

215.791

-215.791

Bestemmingsreserve Nazorg Omgevingsw et

0

0

0

0

0

0

0

51.466

-51.466

Totaal toevoeging en ontrekking aan reserves

0

0

0

0

669.226

-669.226

0

936.483

-936.483

25.600.512

25.600.512

0

29.429.818

29.429.818

0

29.346.768

28.768.844

577.924

Bedrag onvoorzien Saldo van baten en lasten

0

10.000

-10.000

0

7.359

-7.359

To evo eging en o nt rekking reserves

Gerealiseerde result aat

Jaarstukken 2023 9

2.2.2

Programma lokale dienstverlening

Wat hebben we bereikt? De ODZOB heeft door uitvoering van de opgedragen werkprogramma’s en aanvullende opdrachten van onze deelnemers bijgedragen aan een veilige en gezonde leefomgeving in Zuidoost-Brabant. Wat hebben we gedaan? De ODZOB voert werkzaamheden uit op het gebied van vergunningverlening, toezicht, handhaving en advisering op het gebied van omgevingsrecht. De werkzaamheden omvatten een breed scala aan expertises, zoals milieu, bodem, ontgrondingen, water, erfgoed, welstand, geluid, lucht, geur, omgevingsveiligheid, duurzaamheid, asbest, bouwen, ruimtelijke ordening & ontwikkeling en ecologie. Het grootste deel van deze werkzaamheden wordt door deelnemers van ODZB opgedragen via de vastgestelde werkprogramma’s. Daarnaast worden aanvullende werkzaamheden opgedragen buiten deze werkprogramma’s en door niet-deelnemende organisaties. Hieronder wordt inzicht gegeven in het type werkzaamheden dat in 2023 is uitgevoerd, verdeeld naar basis- en verzoektaken. De inhoudelijke en financiële verantwoording over de gerealiseerde werkprogramma’s van deelnemers (voortgang basis- en verzoektaken) loopt via de individuele lijn opdrachtgever-opdrachtnemer. Op concernniveau kan het volgende beeld worden geschetst: Bat en uren per pro duct gro ep Pro duct gro ep

* bedragen x 1 € Omschrijving

1 Vergunningverlening 2 Toezicht en Handhaving 3 Juridische ondersteuning 4 Klacht / melding behandelen 5 Bouw en en Wonen 6 Omgevingskw aliteit 7 Communicatie 8 Milieubeleid 9 Beschikkingen / meldingen Wet bodembescherming (Aw b) 10 Milieuonderzoek en advies 11 Milieumetingen 12 Bestuurlijke en ambtelijke ondersteuning 13 Informatieanalyse, -verstrekking en gegevensbeheer To t aal bat en uit uren Doorbelaste externe projectkosten To t aal bat en

Jaarstukken 2023 10

Basist aken

%

3.467.536 6.107.879 661.183 255.601 0 13.514 1.512 0 13.923 182.284 15.845 1.151.623 69.388 11.940.286 55.028 11.995.315

29% 51% 6% 2% 0% 0% 0% 0% 0% 2% 0% 10% 1% 100%

Verzo ekt aken 4.153.782 2.176.809 228.974 17.192 0 2.710.893 147.119 0 1.469.665 2.217.391 157.796 145.964 283.154 13.708.738 877.145 14.585.883

% 30% 16% 2% 0% 0% 20% 1% 0% 11% 16% 1% 1% 2% 100%

Tabel 1: basistaken

Tabel 2: verzoektaken

Tabel 3: klachten en meldingen

Jaarstukken 2023 11

Wat heeft het gekost? Het programma lokale dienstverlening herbergt zowel basis- als verzoektaken. De baten bestaan uit de in rekening gebrachte bedragen voor uitgevoerde werkzaamheden. De lasten bestaan uit uren van ODZOBmedewerkers en daarnaast uit externe, door te belasten, programmakosten. * bedragen x 1€

Pro gramma Lo kale Dienst verlening Herziene begro t ing 2023

Realisat ie 2023

Afwijking realisat ie t .o .v. begro t ing

Basistaken

11.867.895

11.995.315

127.420

Verzoektaken

14.536.006

14.585.883

49.877

Totaal baten

26.403.901

26.581.198

177.297

Bat en

Last en Basistaken

8.412.511

7.898.326

-514.184

Verzoektaken

10.387.683

10.247.411

-140.272

Totaal lasten

18.800.193

18.145.738

-654.456

To t aal saldo van bat en en last en

7.603.707

8.435.460

831.753

Toevoegingen aan reserves

0

0

0

Ontrekkingen aan reserves

0

0

0

Gerealiseerde result aat

7.603.707

8.435.460

831.753

De gerealiseerde baten zijn in lijn met de raming uit de herziene begroting en komen €177.000 hoger uit dan was begroot. In de begroting zijn geen externe programmakosten opgenomen aangezien deze budgetneutraal zijn. In de jaarrekening komen deze vanzelfsprekend wel tot uitdrukking. De realisatie van deze (doorbelaste) kosten kwam uit op €932.173. De gepresenteerde lasten bestaan uit de doorbelasting van kosten, exclusief de overhead, naar dit programma. De werkelijke lasten lagen €654.000 onder het (herziene) begrotingsniveau. Het gerealiseerde saldo van baten en lasten op dit programma ligt €832.000 boven de raming.

2.2.3

Programma regionale samenwerking

In 2023 zijn de volgende werkzaamheden ondergebracht onder de collectieve taken voor de regio: • Collectief Programma •

Samen Sterk In Brabant (SSiB)

•

Omgevingsveiligheid

•

Programma Omgevingswet (zie paragraaf 2.1.1)

Collectief Programma In het Collectief Programma staan structurele collectieve taken en eenmalige (ontwikkelings-)projecten met als doel de uitvoering van de VTH-taken te versterken. Het programma 2023 is vastgesteld door het algemeen bestuur. In 2023 is ingezet op een viertal thematische lijnen te weten: 1.

Samenwerken en organisatie: Behoud en verbetering van het regionale netwerk is essentieel voor verbetering van de leefomgeving. Goed samenspel zorgt voor kwaliteit in de opgedragen werkzaamheden.

2.

Wet- en regelgeving: we werken aan de implementatie van (nieuwe) wet- en regelgeving die van belang is voor de leefomgeving.

3.

Uitvoeringsbeleid: we maken gezamenlijke afspraken over de inhoudelijke uitvoering van de VTH-taken en ten aanzien van de vereiste kwaliteit.

4.

Maatschappelijke opgaven: we spelen in op nieuwe ontwikkelingen die de leefomgeving raken.

Jaarstukken 2023 12

Uitvoering en resultaten van de taken en projecten De meeste projecten zijn in 2023 tot uitvoering gebracht en voltooid. Dat geldt niet voor de actualisatie van de Regionale Operationele Kaders (hierna ROK) Vergunningverlening en Toezicht en Handhaving (VV/TH). De harmonisatie van de huidige afzonderlijke ROK’s is in gang gezet. Daarnaast is er een nieuwe opzet gemaakt. Er wordt een nieuwe beleidscyclus ingevoerd voor achtereenvolgens de planning, implementatie, uitvoering en evaluatie van de ROK’s. De inhoud van het nieuwe ROK VTH is in voorbereiding en zal in 2024 worden voorgelegd aan het algemeen bestuur. Er zijn enkele projecten die een vervolg krijgen in 2024. Dit geldt voor het thema gezondheid en leefomgeving en de verdere uitrol van het bovenregionale agrarische platform van de omgevingsdiensten vanaf januari 2024. Een dwarsdoorsnede van belangrijke resultaten en werkzaamheden over 2023: 1.

Meerjarenvisie ODZOB 2023-2027: Na vaststelling door het algemeen bestuur in maart geldt de Meerjarenvisie als uitgangspunt voor de inhoudelijke koers van de dienst voor de komende jaren. Het zwaartepunt bij de uitwerking betreft daarbij fundament op orde. Daarnaast leveren we aanvullende inzet op de niveaus In samenhang en Regionaal platform daar waar urgentie bestaat en of bestaande afspraken daar specifiek om vragen. In het collectief programma 2024 zijn de inhoudelijke thema’s van de Meerjarenvisie opgenomen.

2.

ODZOB on Tour: Tijdens de 'ODZOB on Tour' konden deelnemers het werk van dichtbij ervaren door een kijkje te nemen achter de schermen. In 2023 zijn we gestart met een pilot om met de 'ODZOB on Tour' naar gemeenten toe te gaan. Zo is er meer maatwerk mogelijk en kunnen we meer raadsleden ontmoeten. De pilot in de gemeenten Deurne en Reusel-De Mierden leidde tot geslaagde bijeenkomsten en daarom komt er een vervolg in 2024; enkele deelnemers hebben zich hiervoor al gemeld.

3.

Werkprogramma Agrofood en Leefomgeving (WAL): We kijken terug op een goede opkomst en deelname aan de vijf bestuurlijke bijeenkomsten voor het werkprogramma Agrofood. Daarbij is de regio meegenomen in de voorgenomen beëindigingsregelingen voor piekbelasters stikstof van het Rijk. Er zijn toelichtingen gegeven op de voorgenomen werkwijze met betrekking tot innovatieve stalsystemen en een groot aantal actualiteiten omtrent bijvoorbeeld geur en fijnstofproblematiek zijn besproken met de regio. De bestuurders hebben in een prioriteitensessie aan kunnen geven waar de speerpunten liggen voor het WAL in de komende jaren en dit is opgenomen in het nieuwe jaarplan. Zie voor verdere inhoudelijke toelichting paragraaf 2.1.3 toekomstbestendige veehouderij.

4.

Regionaal Meetnet (AIREAS): Voor het Regionaal Meetnet is voor de resterende looptijd een nieuwe opzet gemaakt. Dit betreft onder andere de uitwerking van de meetresultaten van de meetboxen. AIREAS zet daarnaast in op voorlichting en informatie op basisscholen en middelbaar onderwijs. De nieuwe opzet is gepresenteerd aan de bestuurders van onze regio.

5.

Stikstofproblematiek: de Brabantse omgevingsdiensten hebben een handelingsperspectief uitgewerkt voor agrarische vergunningverleners waarmee duidelijk is wat wel en niet mogelijk is gezien de actuele wet- en regelgeving en jurisprudentie. Enerzijds heeft dit geleid tot duidelijkheid wat in de vergunningverlening mogelijk is. Anderzijds levert dit beperkingen op bij het geven van ruimte aan nieuwe initiatieven binnen gemeenten. In 2024 wordt samen met de gemeenten gewerkt aan het vinden van een goede balans in dit spanningsveld.

6.

Milieuklachtenapplicatie (MKA): De Milieu Klachten Centrale (MKC) is de plek waar de inwoners van Noord-Brabant of Zeeland een melding kunnen maken van milieuklachten. Zo ook de burgers van onze 21 regiogemeenten. De Brabantse en Zeeuwse omgevingsdiensten hebben samen een nieuwe applicatie en website gebouwd en in gebruik genomen.

Jaarstukken 2023 13

Met de nieuwe applicatie kunnen we onze toezichthouders efficiënter inzetten bij klachten en voor melders is er een vernieuwde laagdrempelige website (www.milieuklachtencentrale.nl). De ondersteuning en coördinatie van klachten en meldingen voor de regio is eveneens vast onderdeel van het takenpakket van het collectief programma. 7.

Bestuurlijk Platform Omgevingsrecht (BPO): De ODZOB levert een belangrijke inhoudelijke bijdrage aan de provinciale werkgroep veehouderij en gezondheid ten behoeve van de actualisatie van het endotoxinetoetsingskader. In mei en december zijn provinciale bijeenkomsten georganiseerd voor ambtelijke deskundigen om kennis te delen. De ODZOB heeft daarbij presentaties verzorgt met betrekking tot endotoxinen en innovatieve stalsystemen. In 2024 worden bestuurders betrokken bij verdere uitwerking en besluitvorming over toetsing van endotoxinen.

Samen Sterk in Brabant (SSiB) SSiB maakt onderdeel uit van het programma regionale samenwerking. Met deze samenwerking is in heel Noord-Brabant een team van natuurinspecteurs actief om er op toe te zien dat gebruikers het milieu niet te zwaar belasten en om op te treden bij overtredingen hiertegen. Speerpunten zijn het tegengaan van afvaldumping en wildcrossen. De uitvoering van SSIB is centraal voor Brabant georganiseerd bij de Omgevingsdienst Brabant Noord. Medio 2023 werd de Visie op toezicht en handhaving in het NoordBrabantse buitengebied in 2030 aan het algemeen bestuur gepresenteerd. De provincie neemt in 2024 besluit of de tijdelijke versterkingsmiddelen voor SSiB worden omgezet naar een structurele bijdrage. Eveneens volgt in 2024 besluitvorming in het algemeen bestuur ODZOB over de voortzetting door de deelnemers aan de SSiB-samenwerking. Omgevingsveiligheid Alle werkzaamheden Omgevingsveiligheid zijn voor de regio opgenomen in het programma regionale samenwerking. In 2023 zijn bijna alle risicobronnen overgezet vanuit het RRGS (Register Risico Gevaarlijke Stoffen) naar het REV (Register Externe Veiligheid). Nieuwe risicobronnen, met name kwetsbare gebouwen zoals gereguleerd in de Omgevingswet, zullen worden ingevoerd vanaf 2024.

Daarnaast heeft de ODZOB deelgenomen aan landelijke bijeenkomsten over omgevingsveiligheid en is een notitie over omgevingsveiligheid onder de Omgevingswet opgesteld. Dit document krijgt in 2024 verdere verdieping met de opgedane ervaringen vanuit het werken onder de Omgevingswet. Wat heeft het gekost?

Pro gramma Regio nale Samenwerking Baten

Begroting 2023

Saldo 2022

Budget 2023

Realisatie 2023

Saldo 2023

Samen Sterk in Brabant

369.935

369.935

337.906

32.029

Omgevingsveiligheid

149.333

149.333

118.471

30.862

Voorbereiding Omgevingsw et

466.489

466.489

415.023

51.466

Overige collectieve taken

1.370.933

16.374

1.387.307

1.178.115

209.192

Totaal

2.356.691

16.374

2.373.065

2.049.516

323.549

In de herziene begroting 2023 was geen rekening gehouden met de doorgeschoven middelen uit 2022. De beschikbare middelen voor 2023 kwamen hierdoor uit op €2.373.065. De gerealiseerde baten zijn hoger dan de raming uit de herziene begroting. Zoals blijkt uit het onderstaand overzicht is In deze realisatie een bedrag van €323.549 opgenomen als ‘overige’ baten. Dat vergt enige toelichting.

Jaarstukken 2023 14

* bedragen x 1€

Pro gramma Regio nale Samenwerking Herziene begro t ing 2023

Realisat ie 2023

Afwijking realisat ie t .o .v. begro t ing

Samen Sterk in Brabant (SSIB)

369.935

337.906

-32.029

Omgevingsveiligheid

149.333

118.471

-30.862

Voorbereiding Omgevingsw et

466.489

415.023

-51.466

Overige collectieve taken

1.370.934

1.178.115

-192.819

Subtotaal

Bat en

2.356.691

2.049.516

-307.175

Overige baten

0

323.549

323.549

Totaal baten

2.356.691

2.373.065

16.373

Lasten

1.837.933

1.586.402

-251.531

Totaal lasten

1.837.933

1.586.402

-251.531

518.758

786.663

267.905

Toevoegingen aan reserves

0

51.466

51.466

Ontrekkingen aan reserves

0

0

0

Gerealiseerde result aat

518.758

735.197

216.439

Last en

To t aal saldo van bat en en last en

De bijdragen voor het programma Regionale Samenwerking worden eenmalig, voorafgaand aan de uitvoering van het programma, volledig bij de deelnemers in rekening gebracht. Uitgangspunt is dat het programma volledig wordt gerealiseerd. Er bestaan geen bestuurlijke afspraken over hoe er gehandeld moet worden in een situatie waarbij een significant deel van het programma niet is uitgevoerd. Dat betekent dus ook dat het geen automatisme is dat de niet-benutte middelen worden doorgeschoven naar het volgende jaar om alsnog de niet uitgevoerde werkzaamheden uit te voeren. In 2023 was er sprake van bovenstaande bijzondere omstandigheid. De waarde van de niet uitgevoerde werkzaamheden (voornamelijk in de collectieve taken) bedraagt €230.590. Dit komt voort uit een minder grote inzet (wegens een tekort aan projectleiders) op het project omgevingsatlas, het project gezondheid, de uitwerking van de nieuwe DVO, het regionaal meetnet en een andere invulling van de ODZOB on tour. Daarnaast is het zo, dat met het vaststellen van de herziene begroting 2023, het algemeen bestuur instemde met een verhoging van het gemiddeld uurtarief van €110,61 tot €115,16. Omdat dit besluit pas werd genomen in september 2023 kon daarna pas actie ondernomen worden om dit besluit te effectueren. Het effect van deze tariefverhoging op het programma Regionale Samenwerking bedraagt €92.959.

Dit bedrag is tot op heden niet als ‘naheffing’ bij de deelnemers in rekening gebracht. Het is opgenomen onder de post ‘nog te factureren omzet’ en is daarnaast meegenomen in bovenstaande opstelling. In de wetenschap dat een behoorlijk groot deel van de werkzaamheden niet zijn uitgevoerd, ligt het versturen van aanvullende rekeningen niet direct voor de hand. De gepresenteerde overige baten bestaan dus enerzijds uit de niet uitgevoerde werkzaamheden (ad €230.590) en anderzijds uit de niet verstuurde aanvullende nota’s wegens de nog te verwerken tariefstijging (ad €92.959). In totaal €323.549. De werkelijke lasten hebben enerzijds betrekking op uren die ODZOB-medewerkers hebben besteed aan dit programma en anderzijds op externe kosten, zoals de bijdragen aan SSiB of het Regionale Meetnet. De gerealiseerde lasten blijven €252.000 achter bij de raming. Een deel van dit saldo is toegevoegd aan de (nieuwe) bestemmingsreserve Nazorg Omgevingswet. Dit volgt uit besluitvorming van het algemeen bestuur uit oktober 2023 (vaststellen Bestuursrapportage 2023).

Jaarstukken 2023 15

2.2.4

Algemene dekkingsmiddelen

De algemene dekkingsmiddelen hebben in 2023 voornamelijk betrekking op ontvangen rente wegens het aanhouden van middelen bij het Rijk (schatkistbankieren). De geraamde baten uit de herziene begroting 2023 hadden betrekking op het versterken van het weerstandsvermogen door middel van een eenmalige aanvullende deelnemersbijdrage. De beoogde versterking wordt inderdaad gerealiseerd, maar op een andere wijze dan eerder was bedacht. Een deel van het positief resultaat over 2023 wordt, in lijn met besluitvorming van het algemeen bestuur hierover, toegevoegd aan de algemene reserve. * bedragen x 1€

Algemene dekkingsmiddelen Herziene begro t ing 2023

Realisat ie 2023

Afwijking realisat ie t .o .v. begro t ing

Baten

669.226

392.506

-276.720

Lasten

0

0

0

Saldo Algemene dekkingsmiddelen

669.226

392.506

-276.720

Toevoeging aan reserves

669.226

669.226

0

Ontrekking aan reserves

0

0

0

Gerealiseerde result aat

0

-276.720

-276.720

Omschrijving

2.2.5

Kosten van de overhead

De overheadkosten betreffen alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. Het Besluit Begroting en Verantwoording (Bbv) schrijft voor dat overheadkosten afzonderlijk begroot en verantwoord moeten worden. Het Bbv hanteert als definitie van de overhead: alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. Het programma overhead kent geen baten aangezien de overheadkosten niet rechtstreeks bij de deelnemers in rekening gebracht worden. Deze kosten maken onderdeel uit van de integrale tarieven die bij de deelnemers in rekening worden gebracht. Wat heeft het gekost? * bedragen x 1€

Ko st en van de o verhead Omschrijving

Herziene begro t ing 2023

Realisat ie 2023

Afwijking realisat ie t .o .v. begro t ing

Baten

0

0

0

Lasten

8.112.465

8.092.863

-19.602

Saldo ko st en van de o verhead

-8.112.465

-8.092.863

19.602

0

215.791

215.791

Toevoeging aan reserves Ontrekking aan reserves Gerealiseerde result aat

0

0

0

-8.112.465

-8.308.654

-196.189

De werkelijke overheadkosten (exclusief de mutaties in de reserves) liggen in lijn met de raming uit de herziene begroting. Daarnaast is er sprake van een toevoeging van €216.000 aan de recent opgerichte bestemmingsreserve voor de Fitte Organisatie (besluitvorming hierover vond plaats bij het vaststellen van de Bestuursrapportage 2023). Dit betreft de niet uitgegeven middelen uit 2023 die via deze reserve beschikbaar komen in 2024.

Jaarstukken 2023 16

* bedragen x 1€

Ko st en van de o verhead naar ko st enso o rt POST

Personeel

Herziene begro t ing 2023

Realisat ie 2023

Afwijking t .o .v. begro t ing

5.589.919

5.668.273

78.355

Uitbesteding

446.667

314.457

-132.210

Kapitaallasten

289.000

249.004

-39.996

Organisatiekosten

1.786.879

1.861.129

74.250

Totaal kosten van de overhead

8.112.465

8.092.863

-19.602

De geraamde overheadkosten (uit de herziene begroting) en de werkelijke overheadkosten komen nagenoeg overeen. Op kostensoortniveau zijn er enkele afwijkingen die hieronder worden toegelicht: Personele kosten (te verklaren: €78.355): •

Lagere loonkosten

-/- € 124.301

•

Lagere opleidingskosten

-/- € 136.045

•

Lagere reis- en verblijfskosten

-/- € 48.648

•

Hogere overige personele kosten

€ 44.416

•

Hogere kosten externe inhuur

€ 343.203

Uitbesteding (te verklaren: - €132.210): •

Hogere externe advieskosten

•

Onderuitputting Fitte Organisatie

€ 92.077 -/- € 224.286

Kapitaallasten (te verklaren: - €39.996): •

Lagere kapitaallasten door achterblijvende investeringen

-/- € 40.687

Organisatiekosten (te verklaren: €74.250): •

Hogere kosten telefonie

•

Lagere kosten abonnementen / lidmaatschappen

-/- € 38.451

•

Lagere kosten leaseauto’s

-/- € 20.751

•

Hogere pandgebonden servicekosten

2.2.6

€ 44.008

€ 84.340

Heffing vennootschapsbelasting

De realisatie over 2023 is het saldo van de aangiftes over de afgelopen jaren. * bedragen x 1€

Bedrag van de heffing vo o r de venno o t schapsbelast ing (VPB) Omschrijving

Herziene begro t ing 2023

Realisat ie 2023

Afwijking realisat ie t .o .v. begro t ing

Baten

0

0

0

Lasten

10.000

7.359

-2.641

Saldo heffing vo o r de VPB

-10.000

-7.359

2.641

2.2.7

Onvoorzien

In 2023 beschikte de ODZOB niet over een post onvoorzien.

Jaarstukken 2023 17

2.3

Paragrafen

Het Bbv schrijft voor dat de jaarstukken een zevental verplichte paragrafen bevatten. Lokale heffingen, onderhoud kapitaalgoederen en grondbeleid zijn niet van toepassing voor de ODZOB. Vandaar dat daar niet nader op ingegaan wordt. 2.3.1

Weerstandsvermogen en risicobeheersing

In de financiële verordening is bepaald dat het algemeen bestuur het beleid over risico’s vastlegt in een nota weerstandsvermogen en risicomanagement. De meest recente nota, met daarin kaders voor onder andere het risicomanagement, weerstandsvermogen, weerstandscapaciteit, algemene reserve en de verhoudingen binnen de gemeenschappelijke regeling is in 2022 door het algemeen bestuur vastgesteld. Om adequaat en effectief te kunnen reageren op onvoorziene situaties met een onbekende impact dient de ODZOB te beschikken over een financiële buffer. Hierdoor kan de ODZOB risico’s opvangen zonder dat dit leidt tot een extra financiële bijdrage van de deelnemers. De weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen en mogelijkheden waarover de ODZOB kan beschikken om niet-begrote kosten te dekken; dit betreft de algemene reserve. Het weerstandsvermogen is de verhouding tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de risico’s (benodigde weerstandscapaciteit) die de ODZOB loopt. Om het weerstandsvermogen te kunnen duiden is inzicht nodig in de aard en omvang van risico’s en in de beschikbare weerstandscapaciteit. Het weerstandsvermogen komt tot uitdrukking in de verhouding (ratio) tussen de beschikbare en de benodigde weerstandscapaciteit.

𝑅𝑎𝑡𝑖𝑜 𝑤𝑒𝑒𝑟𝑠𝑡𝑎𝑛𝑑𝑠𝑣𝑒𝑟𝑚𝑜𝑔𝑒𝑛 =

𝐵𝑒𝑠𝑐ℎ𝑖𝑘𝑏𝑎𝑟𝑒 𝑤𝑒𝑒𝑟𝑠𝑡𝑎𝑛𝑑𝑠𝑐𝑎𝑝𝑎𝑐𝑖𝑡𝑒𝑖𝑡 𝐵𝑒𝑛𝑜𝑑𝑖𝑔𝑑𝑒 𝑤𝑒𝑒𝑟𝑠𝑡𝑎𝑛𝑑𝑠𝑐𝑎𝑝𝑎𝑐𝑖𝑡𝑒𝑖𝑡

Indien deze ratio kleiner is dan 1, betekent dit dat de potentiële impact van de geïnventariseerde risico’s groter is dan de beschikbare weerstandscapaciteit. Het deel dat de ODZOB niet zelfstandig kan afdekken dient door de deelnemers in hun eigen weerstandsvermogen te worden afgedekt. De ODZOB heeft als streefwaarde voor het weerstandsvermogen ≥ 1,0 vastgesteld. De werkelijke waarde per eind 2023 komt uit op 1,09. In 4GR-verband is afgesproken dat de streefwaarde van de algemene reserve wordt gebaseerd op het totaal van de baten in de begroting, zodat deze streefwaarde eenvoudig herkenbaar is. Voor de ODZOB betekent dit dat de streefwaarde van de algemene reserve ligt tussen de €1,2 mln. en €1,5 mln. Bij het vaststellen van de herziene begroting 2023 lag de effectuering van het eerder, door het algemeen bestuur genomen, principebesluit voor om de algemene reserve middels een éénmalige deelnemersbijdrage te versterken tot een bedrag van € 1,2 miljoen. Bij het vaststellen van de Bestuursrapportage 2023 heeft het dagelijks bestuur voorgesteld om de uitvoering van dit principebesluit nogmaals uit te stellen, en wel tot het moment dat de jaarstukken 2023 worden vastgesteld. Reden hiervoor was dat in de loop van 2023 het beeld ontstond dat de ODZOB een dusdanig positief resultaat over 2023 zou genereren, dat deze deelnemersbijdrage achterwege kon blijven.

Inmiddels is duidelijk dat het resultaat van de ODZOB over 2023 voldoende groot is om deze éénmalige deelnemersbijdrage daadwerkelijk achterwege te laten.

Jaarstukken 2023 18

Bij het vaststellen van de jaarstukken 2023 en de daarmee samenhangende resultaatsbestemming over 2023 wordt voorgesteld om een bedrag van € 0,67 miljoen toe te voegen aan de algemene reserve, waardoor deze, na het vaststellen van de jaarstukken 2023 uitkomt op € 1,2 miljoen. Ontwikkeling algemene reserve: •

Stand begin 2023

€ 0,53 mln.

•

Stand eind 2023

€ 0,53 mln.

•

Resultaatsbestemming: versterking algemene reserve

€ 0,67 mln.

•

Stand na vaststellen jaarstukken 2023

€ 1,20 mln.

Risicomanagement komt neer op het effectief omgaan met de kansen en bedreigingen die de continuïteit van de organisatie kunnen beïnvloeden. Hiervoor is het van belang dat er een continu proces wordt ingericht van identificeren, prioriteren en beheersen. Anders dan in het verleden het geval was, kiezen de bedrijfsvoeringsmanagers ervoor de risico-inventarisatie voortaan tweemaal per jaar te actualiseren. Per potentieel risico is daarbij bepaald of de kans en/of impact veranderd is ten opzichte van de vorige inventarisatie. De meest recente inventarisatie is opgenomen in bijlage 4.4. De risico’s met de hoogste potentiële impact kennen een verwachtingswaarde van ruim € 1,1 mln. en de risico’s met een minder grote impact hebben een totale verwachtingswaarde van ruim € 0,6 mln. De omvang van de algemene reserve is, na de beoogde resultaatsbestemming over 2023, zowel in overeenstemming met de regionale richtlijn als met de geactualiseerde en gekwantificeerde risico’s. Om een indruk te krijgen van de financiële positie van de ODZOB worden enkele kentallen gepresenteerd: Kenget allen Realisat ie 2022

Begrot ing 2023

Realisat ie 2023

Netto schuldquote

-2,5%

-13,9%

-7,9%

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

-2,5%

-13,9%

-7,9%

Solvabiliteitsratio

13,2%

52,7%

24,6%

Structurele exploitatieruimte

0,0%

0,0%

2,0%

Grondexploitatie

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Belastingcapaciteit

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Netto schuldquote (streefwaarde: < 100%) De netto schuldquote toont de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. Een negatieve waarde duidt er op dat er per saldo geen sprake is van een schuld. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen (streefwaarde: < 100%) Dit kengetal is gelijk aan de ongecorrigeerde versie omdat de ODZOB geen leningen verstrekt. Solvabiliteitsratio (streefwaarde: ≥ 20%) De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin aan de financiële verplichtingen kan worden voldaan. Het betreft het eigen vermogen als percentage van het balanstotaal. Het eigen vermogen bestaat uit alle reserves en het exploitatieresultaat. Structurele exploitatieruimte De structurele exploitatieruimte wordt bepaald door het saldo van de structurele baten en lasten en het saldo van de structurele mutaties op de reserves te delen door de totale baten. Jaarstukken 2023 19

Grondexploitatie en belastingcapaciteit Deze kengetallen zijn niet van toepassing op de ODZOB. Beoordeling van de onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie. De kengetallen van de ODZOB sluiten aan bij wat verwacht kan worden bij een gemeenschappelijke regeling. De solvabiliteit is verbeterd ten opzichte van vorig jaar. De structurele exploitatieruimte heeft voor de ODZOB slechts een beperkte betekenis. Deelnemers mogen verzoektaken enkel onder bepaalde voorwaarden en in beperkte mate verminderen. Daarnaast wordt in de begroting uitgegaan van een kostendekkend gemiddeld uurtarief, waardoor baten en lasten in principe structureel in evenwicht zijn. 2.3.2

Financiering

In deze paragraaf worden de ontwikkelingen en uitgangspunten gepresenteerd met betrekking tot kasgeldlimiet, rente, geldleningen en beleid ten aanzien van treasury. Leningen en kredietfaciliteiten De ODZOB financiert zijn activiteiten voornamelijk door de werkzaamheden op voorschotbasis te factureren. Enkel voor de verzoektaken buiten de werkprogramma’s moet zelf financiering geregeld worden. De ODZOB had in 2023 toegang tot een rekening courant krediet bij BNG van € 1,8 mln. Tijdelijk overtollige middelen worden wegens het verplichte schatkistbankieren bij het Rijk gestald. Rentetoerekening In onderstaand overzicht wordt in beeld gebracht welke relasten en renteresultaat er gerealiseerd zijn en wordt inzicht gegeven op welke wijze rente wordt toegerekend aan taakvelden. Er is enkel sprake van rentetoerekening aan het taakveld overhead. Reden hiervan is, dat vrijwel alle activa van de ODZOB gerelateerd zijn aan het taakveld overhead.

Renteschema

* bedragen x 1€

a

De externe rentelast over de korte en lange financiering

b

De externe baten (idem)

-387.494

Saldo rentelasten en rentebaten

-386.770

c1 c2 c3

De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend De rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken (= projectfinanciering), die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend

723

0 0 0 0

Aan taakvelden toe te rekenen externe rente d1

Rente over eigen vermogen

d2

Rente over vreemd vermogen

-386.770 0 0

Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente

-386.770

e

De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag)

386.770

f

Renteresultaat op taakveld Treasury

0

Jaarstukken 2023 20

Renterisiconorm Ter beperking van het renterisico op vaste schuld heeft de wetgever de renterisiconorm vastgesteld. De renterisiconorm schrijft voor welk deel van de lange termijn leningen (> 1 jaar) maximaal vernieuwd mag worden in een begrotingsjaar. Voor gemeenschappelijke regelingen is dit vastgesteld op 20% van het begrotingstotaal. De ODZOB heeft geen langlopende schulden. Daarmee voldoet de ODZOB automatisch aan de norm zoals ook uit onderstaande tabel blijkt.

Renterisiconorm

* bedragen x 1 € 2023

2022

Variabelen 1

Renteherzieningen

0

0

2

Aflossingen

0

0

3

Renterisico (1+2)

0

0

4

Renterisiconorm

5.885.964

4.589.435

5a

Ruimte onder risiconorm

5.885.964

4.589.435

5b

Overschrijding risiconorm

n.v.t.

n.v.t.

Begrotingstotaal

29.429.818

22.947.175

Percentage 20%

5.885.964

4.589.435

Minimumbedrag conform regeling

2.500.000

2.500.000

Berekening rent erisiconorm (4)

Kasgeldlimiet Ter beperking van het renterisico op de netto-vlottende schuld (schulden met een looptijd van minder dan één jaar) heeft de wetgever de kasgeldlimiet vastgesteld. Zo wordt voorkomen dat fluctuaties van de korte rente direct een relatief grote impact hebben op de rentelasten tijdens een boekjaar. Kasgeldlimiet

* bedragen x 1 € KW 1 2023

KW 2 2023

KW 3 2023

KW 4 2023

2022

Kasgeldlimiet 1

2

Vlottende schuld - opgenomen gelden < 1 jaar

-

-

-

-

-

- schuld in rekening courant

-

-

-

-

-

- door derden gestorte gelden < 1 jaar

-

-

-

-

-

- overige schulden/overlopende passiva

1.498.270

3.427.759

4.449.312

510.443

669.602

Totaal vlottende schuld

1.498.270

3.427.759

4.449.312

510.443

669.602

Vlottende middelen - contante gelden in kas - tegoeden rekening courant - overige uitstaande tegoeden Totaal vlottende middelen

3

-

-

-

-

-

13.891.180

12.571.765

13.549.242

5.638.209

4.655.351

6.232.514

317.908

308.231

1.874.223

1.510.117

20.123.695

12.889.673

13.857.473

7.512.432

6.165.468

Toets kasgeldlimiet 3.1 Totaal netto vlottende schuld (1 -/- 2)

-18.625.424

-9.461.913

-9.408.161

-7.001.989

-5.495.866

3.2 Toegestane kasgeldlimiet

2.413.245

2.413.245

2.413.245

2.413.245

1.881.668

Ruimte (3.2 -/- 3.1)

21.038.670

11.875.158

11.821.406

9.415.234

7.377.534

Begrotingstotaal

29.429.818

29.429.818

29.429.818

29.429.818

22.947.175

Normpercentage

8,20%

8,20%

8,20%

8,20%

8,20%

2.413.245

2.413.245

2.413.245

2.413.245

1.881.668

Berekening t oegest ane kasgeldlimiet

Norm

Jaarstukken 2023 21

Voor gemeenschappelijke regelingen bedraagt de kasgeldlimiet 8,2% van het begrotingstotaal. Het saldo van vlottende schulden en vlottende middelen wordt afgezet tegen het begrotingstotaal. Voor 2023 bedraagt deze norm € 2.41 mln. Aangezien de vlottende schuld van de ODZOB lager was dan de vlottende middelen, bleef de ODZOB ruimschoots binnen deze norm. 2.3.3

Bedrijfsvoering

Organisatieontwikkeling Medio 2023 stelde het dagelijks bestuur de nota Naar een fitte organisatie vast, als bijlage bij de reactienota op de ontvangen zienswijzen op de herziene begroting 2023 en de begroting 2024. Het betreft een plan om de ODZOB van de juiste impulsen te voorzien met als doel het functioneren van de ODZOB te verbeteren. Daarmee wordt invulling gegeven aan de Meerjarenvisie 2023-2027 en dan vooral op het gebied ‘fundament op orde’, het versterken van de operationele cyclus. Als gevolg van de robuustheidscriteria (Interbestuurlijk Programma, zie paragraaf 2.1.4) in het kader van verbetering van het VTH-stelsel, is in het laatste kwartaal van 2023 de actualisatie van de kwaliteitscriteria voorbereid. Begin 2024 vindt de daadwerkelijke screening bij medewerkers plaats en wordt duidelijk of er op de verschillende onderdelen van de VTH-taakuitvoering voldoende kwaliteit in huis is om het werk goed aan te kunnen en welke (eventuele) aanvullende acties eventueel nodig zijn. De actualisatie voor nieuwe medewerkers zal vervolgens cyclisch plaatsvinden. De impulsen zijn en worden uitgewerkt in concrete maatregelen die deels in 2023 en grotendeels in 2024 ten uitvoer worden gebracht.

Zo zijn eerste stappen gezet op het gebied van vitaliteit, heeft een aantal medewerkers de Greenbelt opleiding doorlopen en zijn in 2023 grote stappen gezet in de modernisering van de ICT-voorzieningen. Hierdoor is de stabiliteit van het systeem sterk verbeterd en is de afhankelijkheid van de servers is verminderd (I- Cloud). In 2023 is overgestapt op Microsoft 365 en met de uitlevering van de laptops zal in 2024 een volgende belangrijke stap gezet worden in het realiseren van moderne werkplekken. Medio 2023 is besloten tot invoering van een nieuw financieel systeem: Microsoft Dynamics (Axapta) is met ingang van 2024 vervangen door Afas Profit. Dit was noodzakelijk omdat de financiële software niet langer meer werd ondersteund en steeds meer problemen opleverde. Vanwege de korte voorbereidingstijd zijn de minimale functionaliteiten ingericht en zal op basis daarvan worden doorontwikkeld. De invoering van het systeem moet ertoe leiden dat informatie over de bedrijfsvoering beter en sneller beschikbaar is. Door het gebruik van Afas voor zowel HRM als financiën zal het inzicht in de bedrijfsvoering naar verwachting verbeteren.

Daarnaast is er nadrukkelijk een koppeling gelegd tussen het zaaksysteem PowerBrowser en het tijdschrijven in Afas waardoor naar verwachting het zaakgericht werken wordt verbeterd, de datakwaliteit verbetert en de administratieve last in de werkprocessen wordt verminderd. Daarmee ligt er een basis waarop in de komende jaren kan worden doorontwikkeld. Informatiegestuurd werken wordt binnen de ODZOB inmiddels binnen een aantal projecten toegepast. Zo zijn enkele dashboards ontwikkeld (bijvoorbeeld voor zwemwater en asbest) en werken we informatiegestuurd bij het opzetten van het nieuwe Regionaal Operationeel Kader (ROK). Daardoor wordt gaandeweg meer informatiebewustzijn gerealiseerd bij de ODZOB-medewerkers.

Jaarstukken 2023 22

De samenwerking tussen de drie Brabantse omgevingsdiensten wordt voortgezet op (met name) drie strategische thema’s, die zijn afgestemd met de provincie. Het betreft Energie, Brancheplannen voor de toekomst en Veehouderij. Voor deze onderwerpen wordt gezamenlijk een aantal dashboards ontwikkeld. In september 2023 is besloten tot het uitvoeren van een Medewerkersonderzoek. Bij de totstandkoming van de vragenlijst is een klankbordgroep van medewerkers betrokken geweest. In december is het onderzoek uitgevoerd met een zeer hoge respons (91,1%). In het eerste kwartaal van 2024 zullen op basis van de resultaten de benodigde vervolgacties worden bepaald. De ODZOB heeft in 2023 de doorontwikkeling van PowerBrowser opgepakt om het gebruik verder te optimaliseren en voorbereid te zijn op de invoering van de Omgevingswet per 1 januari 2024. Inmiddels zijn tussen de deelnemers in de gemeenschappelijke omgeving afspraken gemaakt over het beheer en wordt aan de verdere inrichting van het locatiedossier gewerkt. Ter ondersteuning hiervan is een GBO (gemeenschappelijke beheer organisatie) ingericht. Ook de monitoring van de kwaliteit van de gegevens die we in en over processen willen vastleggen wordt hierbij verder geoptimaliseerd en uitgerold. Zo halen we meer uit de informatie die we verzamelen en beschikbaar hebben (Informatiegestuurd werken).

Eind 2023 is gestart met de voorbereiding van een meerjarige verbeter- en ontwikkelaanpak. In het eerste tot en met derde kwartaal 2024 vinden er diverse onderzoeken plaats die ieder op zich inzicht en aanbevelingen opleveren in de stappen die moeten worden gezet. Verder moet de ODZOB uiterlijk 1 april 2026 voldoen aan alle robuustheidscriteria én in het kader van de Meerjarenvisie het fundament op orde krijgen. De opgave is in de kern het binden en boeien van medewerkers, goede werkprocessen en aandacht voor een goede samenwerking met de deelnemers. Niet alles kan tegelijk en daarom is het belangrijk te komen tot een meerjarige, samenhangende aanpak zodat binnen de beschikbare tijd en capaciteit de volgorde en prioritering kan worden bepaald en de sturing en monitoring op de veelheid van activiteiten en projecten kan worden ingericht. In de laatste twee maanden van 2023 is (het functioneren van) de ODZOB enkele keren negatief in het nieuws geweest. In onder meer personeelsbijeenkomsten en informatiebijeenkomsten is extra aandacht besteed aan de vragen en gevoelens die dat bij de medewerkers opriep. Tegelijk is waar nodig actie genomen gericht op het bespreekbaar maken van de zorgen en zijn afspraken gemaakt om die zorgen weg te gaan nemen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14097321/1