CConstaterende datNuenen
Koppel je AI →
Document · PDF

A2 MRE - Reactienota op wensen en bedenkingenprocedure van Ontwikkelstrategie Zuidoost-Brabant

Gemeenteraad 10 april 2025, gemeente NuenenBij agendapunt: Ingekomen stukken ter kennisname16.089 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Ontwikkelstrategie Zuidoost-Brabant Reactienota wensen en bedenkingen

Colofon

Reactienota wensen en bedenkingen Ontwikkelstrategie Zuidoost-Brabant

In opdracht van

Dagelijks Bestuur Metropoolregio Eindhoven

Auteur

Stefan Raedts / MRE

Datum

21-3-25

Status

Definitief

100691-3772\SRA\1

Beste gemeenteraden, Op 13 juli 2023 hebben de 21 colleges van de Metropoolregio Eindhoven ingestemd met de Ontwikkelstrategie Zuidoost-Brabant. In 2024 bent u als gemeenteraad uitgenodigd om uw wensen en bedenkingen te uiten. Met deze reactienota, inclusief bijlage, ontvangt uw gemeenteraad een reactie op de wensen en bedenkingen. Deze reactienota is na advies van het portefeuillehoudersoverleg Ruimte & Wonen vastgesteld door het Dagelijks Bestuur. Ingebrachte wensen en bedenkingen Als we de reacties van alle 21 gemeenten uitsplitsen in verschillende wensen en bedenkingen, dan komen we uit op zo’n 200 punten. Hierin zitten overigens ook veel dubbele reacties omdat de Peel en de Kempen hun reacties gezamenlijk hebben voorbereid. Deze reacties en de inhoud ervan geven een grote betrokkenheid vanuit uw gemeenteraden aan. Wij danken u voor de ingebrachte wensen en bedenkingen. Waarover gaan de wensen en bedenkingen? Als we kijken naar de onderwerpen, zien we dat de onderwerpen van de vijf ontwikkelprincipes ook sterk terugkwamen in de reacties; de meeste opmerkingen gaan over mobiliteit (32%), gevolgd door bedrijventerreinen/economie (17%) en wonen (9%). De reacties over landelijk gebied (9%) en water (3%) liggen veelal in het verlengde van het ontwikkelprincipe “bodem, water, natuur en landschap als leidend principe”.

Naast de 5 ontwikkelprincipes zijn er ook reacties over brede welvaart (12%) en voorzieningen (9%). Hoe gaan we om met de wensen en bedenkingen? Allereerst is vanuit de gemeenteraden aangegeven veel herkenning in de ontwikkelprincipes te zien. We constateren daarnaast dat er geen passages of ontwikkelprincipes in de Ontwikkelstrategie staan waarvan is aangegeven dat men het oneens is, of een directe wijziging noodzakelijk is. Dat sterkt ons vertrouwen dat we met de Ontwikkelstrategie een goede richting voor onze regio hebben gekozen. Wel vernemen we ook zorgen of wensen over onderwerpen. Zorgen die regionaal worden herkend. Het gros van de reacties betreft uitwerkingsvraagstukken, vaak op onderwerpen waar al een uitwerking loopt. Deze reacties zijn dan ook ingebracht in de uitwerkingstrajecten zoals het opstellen van een regionaal mobiliteitsplan (RMP), visie en programmering werklocaties of de verkenning voorzieningen. Daarnaast zijn er ook reacties binnengekomen die vragen om nieuwe onderwerpen of verbreding van de Ontwikkelstrategie. Denk hierbij aan reacties over brede welvaart (of sociale cohesie), voorzieningen en energie. Deze wensen vragen echter niet om een aanpassing, maar om deze onderwerpen zorgvuldig mee te nemen in een actualisatie. Hoe ziet het vervolg eruit? Op een aantal onderwerpen vindt een verdieping plaats en is, of wordt, uw raad hierbij betrokken.

Zo zijn de Regionale Visie Werklocaties en de Regionale Mobiliteitsvisie MRE 2040 aan alle gemeenteraden voorgelegd, en worden verschillende thema's besproken tijdens de regioconferenties. Op een aantal punten is aangegeven een verbreding van de ontwikkelstrategie wenselijk te vinden. Gezien de sterke betrokkenheid vanuit uw gemeenteraden en de gewenste verbreding vinden wij het logisch om de Ontwikkelstrategie door te ontwikkelen. Dat geeft 2

ruimte om nieuwe ontwikkelingen, actualisaties en gewenste verbredingen mee te nemen. Daarnaast zoeken we naar manieren hoe een ontwikkelstrategie nog meer een toetssteen kan worden bij integrale ruimtelijke opgaven. In het werkprogramma 2025-2026 is een doorontwikkeling opgenomen. In 2025 willen we komen tot een gedragen procesopzet met uitgangpunten, met hierin onder andere de scope (welke onderwerpen wel/niet), wat voor status krijgt het eindproduct (statisch of tussentijdse aanpassingen mogelijk) en hoe we deze willen gaan gebruiken (wordt het een visiedocument of kunnen we deze ook als instrument inzetten bij regionale opgaven). We gaan de Raadstafel21 betrekken om te bezien op welke manier we uw gemeenteraden hierbij goed kunnen betrekken. Als voorbereiding hierop zijn we aan slag om onze ruimtelijke opgaven beter in kaart te brengen en te verbeelden met behulp van een digitaal kaartbeeld met lagen van diverse ruimtelijke opgaven en de samenhang hiertussen in onze metropoolregio. Dit kan helpen om de opgaven goed naar voren te brengen en de juiste gesprekken te faciliteren. Begin 2026 moet het traject van het doorontwikkeling dan daadwerkelijk van start gaan. Tenslotte Deze brief vormt de hoofdlijn van onze reactie op uw ingebrachte wensen en bedenkingen.

Maar daarnaast hechten wij er ook sterk aan dat u ook op de meer specifieke wensen en bedenkingen een antwoord van ons ontvangt. Daarom hebben we in de bijlage al uw ingebrachte wensen en bedenkingen opgenomen, uitgesplitst naar deelreacties en op al deze deelreacties een antwoord gegeven. Wij hopen hiermee een passende reactie op uw ingebrachte wensen en bedenkingen te geven. Wij zullen u op de hoogte houden van de doorontwikkeling van de Ontwikkelstrategie in 2025-2026 en in ieder geval de regioconferenties benutten om het gesprek hierover met elkaar te blijven voeren. Met vriendelijke groet, het Dagelijks Bestuur van de Metropoolregio Eindhoven, de secretaris,

de voorzitter,

G.A.G.H. Wouters.

J.R.V.A. Dijsselbloem.

3

Bijlage 1 Gemeente

Soort

Ontwikkelprincipe

Wensen en bedenkingen

Reactie vanuit MRE

1. Asten

Wens Wens

Identiteit van het buitengebied beschermen en daarmee het contrast behouden met bebouwde kom. Concrete ambities wateropgaven en waterkwaliteit op MRE niveau met de rolverdeling tussen overheid/bedrijfsleven/maatschappij. De regionale ambitie voor bestaande bebouwing, wat niet aan de huidige eisen voldoet, hieraan toevoegen.

Eens.

1. Asten

Bodem, water, natuur en landschap als leidend principe Bodem, water, natuur en landschap als leidend principe

1. Asten

Bedenking

1. Asten

Wens

Bodem, water, natuur en landschap als leidend principe Bodem, water, natuur en landschap als leidend principe

1. Asten

Bedenking

Bodem, water, natuur en landschap als leidend principe

Graag uitdrukkelijk het Ruimtelijk Afwegingskader de Peel benoemen in het document als basis voor de ontwikkelstrategie. Op regionaal niveau verdelen en plaatsen van energievoorzieningen (zoals windmolens) die een grote impact hebben op het landschappelijke beeld met inachtneming van de afspraken, doelstellingen en ontwikkelingen binnen de RES. Inbreiding van de kernen ten koste van groen zoveel mogelijk beperken, ruimte bieden aan uitbreidingsgebieden waar nodig.

1. Asten

Wens

Woningbouw als hefboom voor vitale kernen en dorpen

Aandacht houden ook voor balans en sociale cohesie in wijken. Daarmee bestaande sociale netwerken bewaken.

1. Asten

Wens Wens

Aandacht voor juiste woningbalans zoals die in de woondeal is opgenomen (30% sociale huur) Evenredige groei van voorzieningen met de groei van woningen en inwoners.

Eens. Woondeal en ontwikkelstrategie moeten met elkaar in lijn zijn.

1. Asten

Woningbouw als hefboom voor vitale kernen en dorpen Woningbouw als hefboom voor vitale kernen en dorpen

1. Asten

Bedenking Bedenking

Mogelijkheden hoogbouw ook in de kleinere kernen. Op specifieke plekken kan dit ook in de dorpen. Omdraaien principe naar ‘vitale kernen en dorpen als hefboom voor woningbouw’: bedienen van alle doelgroepen en creëren van een gezellige woon- en leefomgeving

De ontwikkelstrategie doet geen uitspraken over hoogbouw. Dit is aan de lokale gemeente.

1. Asten

Woningbouw als hefboom voor vitale kernen en dorpen Woningbouw als hefboom voor vitale kernen en dorpen

5 februari 2025

4

We moeten in 2027 voldoen aan de Kader Richtlijn Water (EU verplichting). Dat lijkt vooralsnog een brug te ver. Hoe verder weg van de doelen, hoe meer beperkingen op ontwikkelruimte voor andere functies voor de toekomst. Het is belangrijk om samen met de waterschappen te onderzoeken wat de verplichte wateropgaven voor onze regio en gemeenten betekenen en hoe we dit kunnen vertalen naar afspraken en acties die passen binnen de regionale setting. Goed om dit te benaderen in combinatie met de ambities om de groenblauwe verbindingen op regionale schaal te versterken. Inzet: ontwikkelruimte voor de toekomst borgen en versterking van de kwaliteit van de leefomgeving. Indien de ontwikkelstrategie wordt aangepast (huidige versie of doorontwikkeling) wordt dit meegenomen. Deze wens is er ook breed. Dit is uitgewerkt in de RES en wordt verder uitgewerkt/geactualiseerd in de RES 2.0 (planning vaststelling 2027). De verdeling van energievoorzieningen is uiteraard ook sterk afhankelijk van de ruimtelijke mogelijkheden en beperkingen. Eens. Inbreiding heeft juist het doel om onder andere de ruimtelijke kwaliteit (dus ook groen) en klimaatadaptatie te verbeteren. Zeker niet om dit ten koste te laten gaan van groen. Ruimte voor uitbreiding is er ook, maar inderdaad wel waar nodig. Dit is heel nadrukkelijk besproken en beschreven in de ontwikkelstrategie. Eens.

We denken dat de ontwikkelstrategie hier ruimte voor geeft en dat de regionale aanpak voorzieningen hierin kan helpen. Maar we denken ook dat het uiteindelijk aan de gemeente zelf is om die balans en sociale cohesie bewaken.

De regionale aanpak voorzieningen is ook ontstaan vanuit het besef dat het regionaal voorzieningenniveau moet meegroeien met de regionale woningbouwontwikkeling. Daarom is de Regionale aanpak Voorzieningen ook een gedeelde opdracht van het Poho Ruimte en Wonen en Poho Economie.

Graag gaan we in gesprek over de gedachte achter deze bedenking.

1. Asten

Bedenking

Sub regionale knopen vergroten de netwerkkracht van de regio Sub regionale knopen vergroten de netwerkkracht van de regio

Het doorgaande verkeer (bovenregionaal verkeer) wordt te weinig benoemd, maar is wel een opgave voor de regio.

Eens dat dit een opgave is. Dit wordt ook meegenomen in o.a. het MultiModale MobiliteitsPakket MRE, Multimodale Agenda Zuid-Nederland.

1. Asten

Wens

Fijnmaziger OV voor betaalbare verbindingen tussen de kernen.

Deze wens is breed bekend en wordt meegenomen in de provinciale voorbereidingen voor de nieuwe OVconcessie. Echter het OV-gebruik -zeker in landelijk gebied- is nog herstellende na corona en er is niet tot nauwelijks extra subsidie beschikbaar.

1. Asten

Wens

Sub regionale knopen vergroten de netwerkkracht van de regio

Vergroten treinfrequentie en/of tussentijds in alternatieven voorzien (fiets/bus).

De wens wordt herkend en erkend. De mogelijkheden hiervoor zijn echter soms beperkt. Maar dit onderwerp wordt nadrukkelijk meegenomen in onder meer het MultiModale MobiliteitsPakket MRE, Actualisatie MIRT-onderzoek Brainport en Multimodale Agenda Zuid-Nederland.

1. Asten

Wens

Aandacht voor specifieke knelpunten in de regio.

Deze aandacht wordt meegenomen in de uitwerking van de mobiliteitsvisie en multimodale mobiliteitspakketten.

1. Asten

Bedenking

Sub regionale knopen vergroten de netwerkkracht van de regio Internationale toppositie voor de brainport vraagt om een kwalitatieve agenda voor werklocaties

1. Asten

Wens

Internationale toppositie voor de brainport vraagt om een kwalitatieve agenda voor werklocaties

Effectiever benutten van de ruimte op de bestaande bedrijventerreinen.

In de nieuwe bedrijventerreinenprogrammering is als uitgangspunt opgenomen dat een deel van de geprognotiseerde ruimte gevonden moet worden op bestaande bedrijventerreinen door intensivering. Hiervoor worden in de Uitvoeringsagenda van de programmering procesafspraken gemaakt. Daarbij wordt wel geconstateerd dat de beschikbaarheid van voldoende ambtelijke uitvoeringscapaciteit hierbij cruciaal is.

1. Asten

Wens

Ruimte voor uitbreiding van lokale bedrijventerreinen in de kernen. MKB is van levensbelang voor het in stand houden van voorzieningen en verenigingsleven in de kernen.

Met name het werkmilieu Regulier in de regionale programmering voorziet in ruimte voor lokale bedrijvigheid. In de nieuwe programmering is een evenwichtige verdeling hiervan over de regio één van de aandachtspunten.

1. Asten

Wens

Agrarische bedrijven in het buitengebied toekomstperspectief bieden.

Binnen Economie/regionale agenda bedrijventerreinen ligt de focus op het op de reguliere bedrijventerreinen. Gevestigde agrarische bedrijven in het buitengebied zijn geen onderdeel hiervan. Vormt ook geen onderdeel van het programma Landelijk Gebied.

1. Asten

Wens

Goed vestigingsklimaat waardoor bedrijven zich blijven vestigen in de regio.

Een goede en evenwichtige verdeling van werkmilieus over de regio moet waarborgen dat het juiste bedrijf op de juiste plek kan worden geaccommodeerd. Daarbij moeten we door het schaarser worden van ruimte wel scherpere keuzes maken in (sub-)regionale profilering.

1. Asten

Wens

Internationale toppositie voor de brainport vraagt om een kwalitatieve agenda voor werklocaties Internationale toppositie voor de brainport vraagt om een kwalitatieve agenda voor werklocaties Internationale toppositie voor de brainport vraagt om een kwalitatieve agenda voor werklocaties Internationale toppositie voor de brainport vraagt om een kwalitatieve agenda voor werklocaties

Afhankelijk van het type werkmilieu en de soort bedrijvigheid die daarbij past, worden locatiekeuzes gemaakt. Bereikbaarheid van de locaties en impact op vervoersbewegingen is één van de afwegingen. Met name het werkmilieu Regulier in de regionale programmering voorziet in ruimte voor lokale bedrijvigheid. In de nieuwe programmering is een evenwichtige verdeling hiervan over de regio één van de aandachtspunten.

1. Asten

Wens

We willen voorkomen dat er knelpunten ontstaan door slimmer en duurzamer om te gaan met woon- en werklocaties. We pleiten daarom voor meer ruimte voor industrieterreinen binnen gemeentes en bij woonkernen waardoor minder woon-werk verkeer nodig zal zijn. Nieuwe verbindingen moeten ook gericht zijn buiten de Peel, provincie overstijgend.

(H)OV en fiets als mobiliteitsdragers voor de regio; auto-infrastructuur is aanvullend

5 februari 2025

Regionale aanpak t.a.v. de verdeling van verschillende soorten In de nieuwe bedrijventerreinenprogrammering programmeren we op regionaal niveau, waar we dit bedrijvigheid in de regio (staat min of meer in ontwikkelstrategie zob) voorgaande jaren op subregionaal niveau hebben gedaan. De verdeling van diverse werkmilieus (en daarmee ook soorten bedrijvigheid) over de regio, ook passend bij de (sub-)regionale eigenheid, is daarbij nadrukkelijk onderwerp van discussie.

5

Eens. Dit wordt ook meegenomen in o.a. het MultiModale MobiliteitsPakket MRE, Multimodale Agenda Zuid-Nederland.

1. Asten

Bedenking

Het doorgaande verkeer (boven regionaal verkeer) wordt te weinig benoemd, maar is wel het probleem.

Eens. Dit wordt ook meegenomen in o.a. het MultiModale MobiliteitsPakket MRE, Multimodale Agenda Zuid-Nederland.

Ook aandacht voor de ‘last mile’ t.a.v. de (H)OV knopen, hier valt in de regio nog veel te winnen.

Eens. Dit wordt ook meegenomen in o.a. het MultiModale MobiliteitsPakket MRE en in de provinciale voorbereidingen voor de nieuwe OV-concessie

Investeringen in OV moeten wel onder voorbehoud van garantie op vervoerskwaliteit en betaalbaarheid.

Onduidelijk wat hier onder vervoerkwaliteit en betaalbaarheid wordt bedoeld. Bij alle OV-investeringen zijn vervoerkwaliteit uitgangspunt en kosten/baten aandachtspunt.

Reisafstand en reistijd moeten zoveel mogelijk beperkt worden. Er moet meer aandacht komen voor het brengen van het werk naar de mensen in plaats van de mens naar het werk

Nabijheid van werk en voorzieningen is een uitgangspunt in de Regionale Mobiliteitsvisie. Wel moeten we realistisch zijn in hoeverre de locatie van werkgelegenheid stuurbaar is.

Wens

(H)OV en fiets als mobiliteitsdragers voor de regio; auto-infrastructuur is aanvullend (H)OV en fiets als mobiliteitsdragers voor de regio; auto-infrastructuur is aanvullend (H)OV en fiets als mobiliteitsdragers voor de regio; auto-infrastructuur is aanvullend (H)OV en fiets als mobiliteitsdragers voor de regio; auto-infrastructuur is aanvullend Algemeen

1. Asten

Wens

1. Asten

Wens

1. Asten

Wens

1. Asten

Het onderwerp gezondheid een integrale positie geven bij de ontwikkelprincipes.

We erkennen het belang van gezondheid, ook in combinatie met de ruimtelijke thema's. Bij de totstandkoming is dit niet besproken als een integrale positie bij de ontwikkelprincipes. De meer concrete ambities en consequenties zijn dan ook niet in beeld gebracht of besproken met elkaar. Daarom het voorstel om dit nu niet aan te passen, het zou meer recht doen aan het onderwerp om dit mee te nemen in een doorontwikkeling van de ontwikkelstrategie. Dan kan op dat moment ook lading en inhoud worden gegeven aan het onderwerp, en consequenties/vervolgstappen worden besproken.

1. Asten

Wens

Algemeen

Goed punt van aandacht. In de regionale aanpak Voorzieningen wordt enerzijds ingezet op de versterking van de basisvoorzieningen (lokaal) en deze mee laten groeien met de schaalsprong, in relatie tot de versterking de regionale (centrale) en topvoorzieningen (regionaal,boventregionaal). Het vraagstuk in deze samenhang bezien en afstemmen.

2. Bergeijk

Bedenking

Algemeen

We pleiten voor een duurzamere en sociale visie ten aanzien van in stand houding en extra investering in lokale en centrale voorzieningen waardoor minder reizen nodig zal zijn. Denk hierbij aan zorginstellingen, ziekenhuizen, scholen en cultuur. Hierdoor wordt het voor veel mensen eenvoudiger en minder kostbaar om voor hen belangrijke bestemmingen te bereiken. Voor de vier Kempengemeenten Bergeijk, Bladel, Eersel en Reusel-De Mierden is de eigen Ontwikkelstrategie De Kempen 2024-2040 leidend binnen de Ontwikkelstrategie Zuidoost-Brabant.

2. Bergeijk

Wens

Algemeen

5 februari 2025

In Ontwikkelstrategie Zuidoost-Brabant wordt nog onvoldoende aandacht besteed aan brede welvaart, met name de (basis)voorzieningen, samenleving, welzijn, landschap en klimaat. Bij het opstellen van de Ontwikkelstrategie De Kempen zijn door de inwoners zorgen geuit over deze thema’s. Bij ingrepen in de fysieke leefomgeving dient nadrukkelijk aandacht te zijn voor de sociaalmaatschappelijke gevolgen.

6

Alle 21 gemeenten hebben ingestemd met de Ontwikkelstrategie Zuidoost-Brabant. Wij gaan er van uit dat alle partners de afspraken en ontwikkelprincipes hieruit naleven. Op het moment dat een uitwerking anders wordt vormgegeven, of een nieuwe strategie niet helemaal past binnen de gemaakte afspraken, verwachten wij dat partners hierover actief het gesprek met ons aangaan. Begrijpelijke opmerking. Dat is nu ook niet te corrigeren met een simpele wijziging. Wat het meeste recht doet aan de brede welvaart is om dit nadrukkelijk mee te nemen in de verdere doorontwikkeling of vervolgstappen van de ontwikkelstrategie. Dat is ook logisch en passend omdat brede welvaart centraal staat in het samenwerkingsakkoord MRE.

2. Bergeijk

Bedenking

Woningbouw als hefboom voor vitale kernen en dorpen

Woningbouw is de hefboom voor vitale kernen. Voor landelijke kernen met veel particulier woningbezit is dit met alleen inbreiding onvoldoende te bereiken. Ook uitbreiding is noodzakelijk, met behoud van de kracht van het (mozaïek)landschap.

2. Bergeijk

Aandachts punt

Sub regionale knopen vergroten de netwerkkracht van de regio

Een subregionale knoop voor De Kempen en de noodzakelijke mobiliteitstransitie in de Kempen is alleen succesvol, als er sprake is van een hoogwaardige openbaar vervoer (HOV) verbinding vanuit het stedelijk gebied van en naar De Kempen. De Kempen is op dit moment de enige subregio in de MRE waar geen HOV of treinverbinding is. De gevraagde bijdrage aan de schaalsprong van de regio kan niet middels de huidige OV-structuren. Het doortrekken van de HOV-structuur vanaf De Run in Veldhoven minimaal tot aan Eersel is hierbij een noodzakelijke randvoorwaarde. Een mobiliteitsknoop in Eersel maakt een fijnmazig netwerk van ov naar de overige kernen in De Kempen mogelijk. Mede gezien de nieuwe ontwikkelingen bij het BIC en de te verwachten extra mobiliteit en sluipverkeer in De Kempen. Geen

4. Bladel

Bedenking

Algemeen

Voor de vier Kempengemeenten Bergeijk, Bladel, Eersel en Reusel-De Mierden is de eigen Ontwikkelstrategie De Kempen 2024-2040 leidend binnen de Ontwikkelstrategie Zuidoost-Brabant.

4. Bladel

Wens

Algemeen

4. Bladel

Bedenking

Woningbouw als hefboom voor vitale kernen en dorpen

In Ontwikkelstrategie Zuidoost-Brabant wordt nog onvoldoende aandacht besteed aan brede welvaart, met name de (basis)voorzieningen, samenleving, welzijn, landschap en klimaat. Bij het opstellen van de Ontwikkelstrategie De Kempen zijn door de inwoners zorgen geuit over deze thema’s. Bij ingrepen in de fysieke leefomgeving dient nadrukkelijk aandacht te zijn voor de sociaalmaatschappelijke gevolgen. Woningbouw is de hefboom voor vitale kernen. Voor landelijke kernen met veel particulier woningbezit is dit met alleen inbreiding onvoldoende te bereiken. Ook uitbreiding is noodzakelijk, met behoud van de kracht van het (mozaïek)landschap.

3. Best

5 februari 2025

7

De primaire focus ligt op inbreiding. Daarover stelt de Ontwikkelstrategie: "We grijpen deze woningbouwopgave aan en zetten de woningbouw in als hefboom in onze bestaande bebouwde omgeving." Inbreiding alleen kan ook onvoldoende mogelijkheden bieden. Daarom houdt de ontwikkelstrategie houdt ook rekening met de optie voor uitbreiding. Daarover stelt de ontwikkelstrategie onder andere: " Bij uitbreiding geldt dat deze plaats kan vinden als na zorgvuldige afweging, inbreiding onvoldoende mogelijkheden biedt of als er zich door uitbreiding een bijzondere kans voordoet voor kwaliteitsverbetering in bestaand stedelijk/dorps-gebied (bijvoorbeeld transformatie van bedrijf met een milieucirkel aan de rand van het dorp naar woningbouw)." Deze wens is bekend en wordt meegenomen in o.a. het MultiModale MobiliteitsPakket MRE

Alle 21 gemeenten hebben ingestemd met de Ontwikkelstrategie Zuidoost-Brabant. Wij gaan er van uit dat alle partners de afspraken en ontwikkelprincipes hieruit naleven. Op het moment dat een uitwerking anders wordt vormgegeven, of een nieuwe strategie niet helemaal past binnen de gemaakte afspraken, verwachten wij dat partners hierover actief het gesprek met ons aangaan. Begrijpelijke opmerking. Dat is nu ook niet te corrigeren met een simpele wijziging. Wat het meeste recht doet aan de brede welvaart is om dit nadrukkelijk mee te nemen in de verdere doorontwikkeling of vervolgstappen van de ontwikkelstrategie. Dat is ook logisch en passend omdat brede welvaart centraal staat in het samenwerkingsakkoord MRE.

De primaire focus ligt op inbreiding. Daarover stelt de Ontwikkelstrategie: "We grijpen deze woningbouwopgave aan en zetten de woningbouw in als hefboom in onze bestaande bebouwde omgeving." Inbreiding alleen kan ook onvoldoende mogelijkheden bieden. Daarom houdt de ontwikkelstrategie houdt ook rekening met de optie voor uitbreiding. Daarover stelt de ontwikkelstrategie onder andere: " Bij uitbreiding geldt dat deze plaats kan vinden als na zorgvuldige afweging, inbreiding onvoldoende mogelijkheden biedt of als er zich door uitbreiding een bijzondere kans voordoet voor kwaliteitsverbetering in bestaand stedelijk/dorps-gebied (bijvoorbeeld transformatie van bedrijf met een milieucirkel aan de rand van het dorp naar woningbouw)."

4. Bladel

Aandachts punt

Sub regionale knopen vergroten de netwerkkracht van de regio

5. Cranendonck

Aandachts punt

Bodem, water, natuur en landschap als leidend principe

5. Cranendonck

Aandachts punt

Woningbouw als hefboom voor vitale kernen en dorpen

5 februari 2025

Een subregionale knoop voor De Kempen en de noodzakelijke mobiliteitstransitie in de Kempen is alleen succesvol, als er sprake is van een hoogwaardige openbaar vervoer (HOV) verbinding vanuit het stedelijk gebied van en naar De Kempen (de vervoersas VeldhovenEersel-Hapert-Bladel-Reusel). De Kempen is op dit moment de enige subregio in de MRE waar geen HOV of treinverbinding is. De gevraagde bijdrage aan de schaalsprong van de MRE kan niet middels de huidige OV-structuren. Het doortrekken van de HOV-structuur vanaf De Run in Veldhoven minimaal tot de te realiseren subregionale knoop in de omgeving Eersel en verder (!) is hierbij een noodzakelijke randvoorwaarde en dient met voorrang gerealiseerd te worden. De bereikbaarheid van en naar een mobiliteitsknooppunt in De Kempen is medebepalend voor het succes van de hub en verdient dus de nodige aandacht. De aanleg van een trein-/tramverbinding of 3D vervoer zoals een lightrail van en naar Turnhout via de Kempengemeenten Eersel, Bladel en Reusel dient hierbij nadrukkelijk onderzocht te worden. Mede gezien de nieuwe ontwikkelingen bij het BIC en de te verwachten extra mobiliteit en sluipverkeer in De Kempen. Wij omarmen dit ontwikkelprincipe en onderschrijven het belang van het behoud van onze landschappen.

We merken tevens op dat het principe "water en bodem sturend" reeds onderdeel is van beleid en regelgeving van hogere overheden zoals de provincie en het waterschap. In dit kader wordt in de regio een dorpenstrategie opgesteld, met het doel om de regionale woningbouwopgave te benutten voor de versterking van de leefbaarheid in de dorpen en kernen van ZuidoostBrabant. Wij zien de bereikbaarheid en betaalbaarheid van voorzieningen nadrukkelijk als onderdeel hiervan. Het behoud en de versterking van de leefbaarheid van kernen is noodzakelijk voor een evenwichtige schaalsprong, zeker in de kernen waar geen (H)OVKnooppunt is voorzien.

8

Deze wens is bekend en wordt meegenomen in o.a. het MultiModale MobiliteitsPakket MRE

Ter kennisname.

Geheel eens. De leefbaarheid, ook in kleinere kernen, is daarom ook een belangrijk punt in de ontwikkelstrategie en de huidige uitwerkingen zoals de dorpenstrategie en de verkenning voorzieningen.

5. Cranendonck

Aandachts punt

Sub regionale knopen vergroten de netwerkkracht van de regio

5. Cranendonck

Aandachts punt

Internationale toppositie voor de brainport vraagt om een kwalitatieve agenda voor werklocaties

5. Cranendonck

Wens

(H)OV en fiets als mobiliteitsdragers voor de regio; auto-infrastructuur is aanvullend

6. Deurne

Wens

Bodem, water, natuur en landschap als leidend principe

5 februari 2025

De gemeenteraad van Cranendonck staat open voor een onderzoek naar de mogelijke ontwikkeling van een 'subregionale knoop' bij Maarheeze. Voordat we een definitief standpunt innemen, willen wij in gesprek met de inwoners van Cranendonck en Maarheeze in het bijzonder, en met onze maatschappelijke gesprekspartners en de gemeenten en medeoverheden in onze directe omgeving. Voor deze maatschappelijke dialoog willen wij tot het einde van 2025 de tijd nemen. In de tussentijd doen we volop mee aan de uitwerking van de overige afspraken uit het convenant Beethoven en de voorbereiding van de MIRT-actualisatie. Voor het onderzoek naar een subregionale knoop bij Maarheeze en de mogelijke vervolgstappen zoeken wij waar nodig hulp en ondersteuning vanuit het Rijk, de provincie en de regio. Wij zullen de uitkomsten van deze maatschappelijke discussies beoordelen met een aantal uitgangspunten, waaronder: - dat een subregionale knoop bij Maarheeze van meerwaarde is voor de inwoners van Maarheeze en heel Cranendonck; - een positieve impact heeft op de gemeenten in onze directe omgeving (Weert, Heeze-Leende en Valkenswaard); en bijdraagt aan een betere verbinding tussen de Brainportregio en Midden-Limburg. De gemeenteraad heeft in het raadsprogramma 2022-2026 de ambitie uitgesproken om de Cranendonckse werklocaties uit te breiden.

De aard en omvang van deze uitbreidingen krijgen hun beslag in de Cranendonckse bijdrage aan de regionale programmeringsafspraken voor werklocaties. Ten aanzien van de mobiliteitstransitie vragen wij u rekening te houden met het aanpassingsvermogen van de verschillende gebieden binnen de regio. De fiets heeft potentie, maar op korte(re) afstand. Dit houdt in dat van gebieden die beter op het regionale OV-netwerk zijn aangesloten, meer mag worden verwacht. Voor minder goed ontsloten gebieden blijft de auto vooralsnog de belangrijkste vervoersmodaliteit. Daarnaast hechten wij bij de toekomstige ontwikkeling van het regionale mobiliteitsnetwerk sterk aan het leggen van meer tangentiële OV-verbindingen en aan het realiseren van een sluitend fietsnetwerk in de regio rondom Eindhoven, waaronder de doorfietsroute Weert-Eindhoven. Identiteit van het buitengebied beschermen en daarmee het contrast behouden met bebouwde kom.

9

Ter kennisname.

De gemeente Cranendonck is zowel ambtelijk als bestuurlijk sterk betrokken bij de totstandkoming van de nieuwe programmering. De Cranendonckse ambitie is duidelijk ingebracht in het gesprek over de programmering werklocaties.

Dat in meer landelijk gebied de mobiliteitstransitie de auto een grotere rol heeft dan in meer stedelijk gebied is een centraal principe in de Regionale Mobiliteitsvisie MRE. Meer tangentiele verbindingen zijn een centraal principe in het Regionale Toekomstbeeld OV, met de Brainportlijn zetten we daar een eerste stap in. Sluitend fietsnetwerk en doorfietsroute Weert-Eindhoven worden meegenomen in het MultiModale Mobiliteitspakket MRE.

Eens.

6. Deurne

Wens

Bodem, water, natuur en landschap als leidend principe

Concrete ambities wateropgaven en waterkwaliteit op MRE-niveau met de rolverdeling tussen overheid/bedrijfsleven/maatschappij. De regionale ambitie voor bestaande bebouwing, wat niet aan de huidige eisen voldoet, hieraan toevoegen.

We moeten in 2027 voldoen aan de Kader Richtlijn Water (EU verplichting). Dat lijkt vooralsnog een brug te ver. Hoe verder weg van de doelen, hoe meer beperkingen op ontwikkelruimte voor andere functies voor de toekomst. Het is belangrijk om samen met de waterschappen te onderzoeken wat de verplichte wateropgaven voor onze regio en gemeenten betekenen en hoe we dit kunnen vertalen naar afspraken en acties die passen binnen de regionale setting. Goed om dit te benaderen in combinatie met de ambities om de groenblauwe verbindingen op regionale schaal te versterken. Inzet: ontwikkelruimte voor de toekomst borgen en versterking van de kwaliteit van de leefomgeving.

6. Deurne

Bedenking Wens

6. Deurne

Bedenking

Bodem, water, natuur en landschap als leidend principe

Graag uitdrukkelijk het Ruimtelijk Afwegingskader de Peel benoemen in het document als basis voor de ontwikkelstrategie. Op regionaal niveau verdelen en plaatsen van energievoorzieningen (zoals windmolens) die een grote impact hebben op het landschappelijke beeld met inachtneming van de afspraken, doelstellingen en ontwikkelingen binnen de RES. Inbreiding van de kernen ten koste van groen zoveel mogelijk beperken, ruimte bieden aan uitbreidingsgebieden waar nodig.

Indien de ontwikkelstrategie wordt aangepast (huidige versie of doorontwikkeling) wordt dit meegenomen.

6. Deurne

Bodem, water, natuur en landschap als leidend principe Bodem, water, natuur en landschap als leidend principe

6. Deurne

Wens

Woningbouw als hefboom voor vitale kernen en dorpen

Aandacht houden ook voor balans en sociale cohesie in wijken. Daarmee bestaande sociale netwerken bewaken.

6. Deurne

Wens Wens

Aandacht voor juiste woningbalans zoals die in de woondeal is opgenomen (30% sociale huur) Evenredige groei van voorzieningen met de groei van woningen en inwoners.

Eens. Woondeal en ontwikkelstrategie moeten met elkaar in lijn zijn.

6. Deurne

Woningbouw als hefboom voor vitale kernen en dorpen Woningbouw als hefboom voor vitale kernen en dorpen

6. Deurne

Bedenking Bedenking

6. Deurne

Bedenking

6. Deurne

Wens

Mogelijkheden hoogbouw ook in de kleinere kernen. Op specifieke plekken kan dit ook in de dorpen. Omdraaien principe naar ‘vitale kernen en dorpen als hefboom voor woningbouw’: bedienen van alle doelgroepen en creëren van een gezellige woon- en leefomgeving Het doorgaande verkeer (bovenregionaal verkeer) wordt te weinig benoemd, maar is wel een opgave voor de regio. Fijnmaziger OV voor betaalbare verbindingen tussen de kernen.

De ontwikkelstrategie doet geen uitspraken over hoogbouw. Dit is aan de lokale gemeente.

6. Deurne

Woningbouw als hefboom voor vitale kernen en dorpen Woningbouw als hefboom voor vitale kernen en dorpen

6. Deurne

Wens

Vergroten treinfrequentie en/of tussentijds in alternatieven voorzien (fiets/bus).

De wens wordt herkend en erkend. De mogelijkheden hiervoor zijn echter soms beperkt. Maar dit onderwerp wordt nadrukkelijk meegenomen in onder meer het MultiModale MobiliteitsPakket MRE, Actualisatie MIRT-onderzoek Brainport en Multimodale Agenda Zuid-Nederland.

Sub regionale knopen vergroten de netwerkkracht van de regio Sub regionale knopen vergroten de netwerkkracht van de regio Sub regionale knopen vergroten de netwerkkracht van de regio

5 februari 2025

10

Deze wens is er ook breed. Dit is uitgewerkt in de RES en wordt verder uitgewerkt/geactualiseerd in de RES 2.0 (planning vaststelling 2027). De verdeling van energievoorzieningen is uiteraard ook sterk afhankelijk van de ruimtelijke mogelijkheden en beperkingen. Eens. Inbreiding heeft juist het doel om onder andere de ruimtelijke kwaliteit (dus ook groen) en klimaatadaptatie te verbeteren. Zeker niet om dit ten koste te laten gaan van groen. Ruimte voor uitbreiding is er ook, maar inderdaad wel waar nodig. Dit is heel nadrukkelijk besproken en beschreven in de ontwikkelstrategie. Eens. We denken dat de ontwikkelstrategie hier ruimte voor geeft en dat de regionale aanpak voorzieningen hierin kan helpen. Maar we denken ook dat het uiteindelijk aan de gemeente zelf is om die balans en sociale cohesie bewaken.

De regionale aanpak voorzieningen is ook ontstaan vanuit het besef dat het regionaal voorzieningenniveau moet meegroeien met de regionale woningbouwontwikkeling. Daarom is de Regionale aanpak Voorzieningen ook een gedeelde opdracht van het Poho Ruimte en Wonen en Poho Economie.

Graag gaan we in gesprek over de gedachte achter deze bedenking.

Eens dat dit een opgave is. Dit wordt ook meegenomen in o.a. het MultiModale MobiliteitsPakket MRE, Multimodale Agenda Zuid-Nederland. Deze wens is breed bekend en wordt meegenomen in de provinciale voorbereidingen voor de nieuwe OVconcessie. Echter het OV-gebruik -zeker in landelijk gebied- is nog herstellende na corona en er is niet tot nauwelijks extra subsidie beschikbaar.

6. Deurne

Wens

Sub regionale knopen vergroten de netwerkkracht van de regio Internationale toppositie voor de brainport vraagt om een kwalitatieve agenda voor werklocaties

Aandacht voor specifieke knelpunten in de regio.

6. Deurne

Bedenking

6. Deurne

Wens

Internationale toppositie voor de brainport vraagt om een kwalitatieve agenda voor werklocaties

Effectiever benutten van de ruimte op de bestaande bedrijventerreinen.

In de nieuwe bedrijventerreinenprogrammering is als uitgangspunt opgenomen dat een deel van de geprognotiseerde ruimte gevonden moet worden op bestaande bedrijventerreinen door intensivering. Hiervoor worden in de Uitvoeringsagenda van de programmering procesafspraken gemaakt. Daarbij wordt wel geconstateerd dat de beschikbaarheid van voldoende ambtelijke uitvoeringscapaciteit hierbij cruciaal is.

6. Deurne

Wens

Internationale toppositie voor de brainport vraagt om een kwalitatieve agenda voor werklocaties

Met name het werkmilieu Regulier in de regionale programmering voorziet in ruimte voor lokale bedrijvigheid. In de nieuwe programmering is een evenwichtige verdeling hiervan over de regio één van de aandachtspunten.

6. Deurne

Wens

6. Deurne

Wens

Goed vestigingsklimaat waardoor bedrijven zich blijven vestigen in de regio.

Een goede en evenwichtige verdeling van werkmilieus over de regio moet waarborgen dat het juiste bedrijf op de juiste plek kan worden geaccommodeerd. Daarbij moeten we door het schaarser worden van ruimte wel scherpere keuzes maken in (sub-)regionale profilering.

6. Deurne

Wens

Internationale toppositie voor de brainport vraagt om een kwalitatieve agenda voor werklocaties Internationale toppositie voor de brainport vraagt om een kwalitatieve agenda voor werklocaties Internationale toppositie voor de brainport vraagt om een kwalitatieve agenda voor werklocaties

Ruimte voor uitbreiding van lokale bedrijventerreinen in de kernen. MKB is van levensbelang voor het in stand houden van voorzieningen en verenigingsleven in de kernen. Agrarische bedrijven in het buitengebied toekomstperspectief bieden.

Afhankelijk van het type werkmilieu en de soort bedrijvigheid die daarbij past, worden locatiekeuzes gemaakt. Bereikbaarheid van de locaties en impact op vervoersbewegingen is één van de afwegingen. Met name het werkmilieu Regulier in de regionale programmering voorziet in ruimte voor lokale bedrijvigheid. In de nieuwe programmering is een evenwichtige verdeling hiervan over de regio één van de aandachtspunten.

6. Deurne

Wens

We willen voorkomen dat er knelpunten ontstaan door slimmer en duurzamer om te gaan met woon- en werklocaties. We pleiten daarom voor meer ruimte voor industrieterreinen binnen gemeentes en bij woonkernen waardoor minder woon-werk verkeer nodig zal zijn. Nieuwe verbindingen moeten ook gericht zijn buiten de Peel, provincie overstijgend.

6. Deurne

Bedenking

Het doorgaande verkeer (boven regionaal verkeer) wordt te weinig benoemd, maar is wel het probleem.

Eens. Dit wordt ook meegenomen in o.a. het MultiModale MobiliteitsPakket MRE, Multimodale Agenda Zuid-Nederland.

6. Deurne

Wens

Ook aandacht voor de ‘last mile’ t.a.v. de (H)OV knopen, hier valt in de regio nog veel te winnen.

Eens. Dit wordt ook meegenomen in o.a. het MultiModale MobiliteitsPakket MRE en in de provinciale voorbereidingen voor de nieuwe OV-concessie

(H)OV en fiets als mobiliteitsdragers voor de regio; auto-infrastructuur is aanvullend (H)OV en fiets als mobiliteitsdragers voor de regio; auto-infrastructuur is aanvullend (H)OV en fiets als mobiliteitsdragers voor de

5 februari 2025

Deze aandacht wordt meegenomen in de uitwerking van de mobiliteitsvisie en multimodale mobiliteitspakketten.

Regionale aanpak t.a.v. de verdeling van verschillende soorten In de nieuwe bedrijventerreinenprogrammering programmeren we op regionaal niveau, waar we dit bedrijvigheid in de regio (staat min of meer in ontwikkelstrategie zob) voorgaande jaren op subregionaal niveau hebben gedaan. De verdeling van diverse werkmilieus (en daarmee ook soorten bedrijvigheid) over de regio, ook passend bij de (sub-)regionale eigenheid, is daarbij nadrukkelijk onderwerp van discussie.

11

Binnen Economie/regionale agenda bedrijventerreinen ligt de focus op het op de reguliere bedrijventerreinen. Gevestigde agrarische bedrijven in het buitengebied zijn geen onderdeel hiervan. Vormt ook geen onderdeel van het programma Landelijk Gebied.

Eens. Dit wordt ook meegenomen in o.a. het MultiModale MobiliteitsPakket MRE, Multimodale Agenda Zuid-Nederland.

regio; auto-infrastructuur is aanvullend (H)OV en fiets als mobiliteitsdragers voor de regio; auto-infrastructuur is aanvullend (H)OV en fiets als mobiliteitsdragers voor de regio; auto-infrastructuur is aanvullend

6. Deurne

Wens

6. Deurne

Wens

6. Deurne

Wens

Algemeen

6. Deurne

Wens

Algemeen

7. Eersel

Bedenking

Algemeen

7. Eersel

Wens

Algemeen

7. Eersel

Bedenking

Woningbouw als hefboom voor vitale kernen en dorpen

5 februari 2025

Investeringen in OV moeten wel onder voorbehoud van garantie op vervoerskwaliteit en betaalbaarheid.

Onduidelijk wat hier onder vervoerkwaliteit en betaalbaarheid wordt bedoeld. Bij alle OV-investeringen zijn vervoerkwaliteit uitgangspunt en kosten/baten aandachtspunt.

Reisafstand en reistijd moeten zoveel mogelijk beperkt worden. Er moet meer aandacht komen voor het brengen van het werk naar de mensen in plaats van de mens naar het werk Het onderwerp gezondheid een integrale positie geven bij de ontwikkelprincipes.

Nabijheid van werk en voorzieningen is een uitgangspunt in de Regionale Mobiliteitsvisie. Wel moeten we realistisch zijn in hoeverre de locatie van werkgelegenheid stuurbaar is.

We pleiten voor een duurzamere en sociale visie ten aanzien van in stand houding en extra investering in lokale en centrale voorzieningen waardoor minder reizen nodig zal zijn. Denk hierbij aan zorginstellingen, ziekenhuizen, scholen en cultuur. Hierdoor wordt het voor veel mensen eenvoudiger en minder kostbaar om voor hen belangrijke bestemmingen te bereiken. Voor de vier Kempengemeenten Bergeijk, Bladel, Eersel en Reusel-De Mierden is de eigen Ontwikkelstrategie De Kempen 2024-2040 leidend binnen de Ontwikkelstrategie Zuidoost-Brabant.

Goed punt van aandacht. In de regionale aanpak Voorzieningen wordt enerzijds ingezet op de versterking van de basisvoorzieningen (lokaal) en deze mee laten groeien met de schaalsprong, in relatie tot de versterking de regionale (centrale) en topvoorzieningen (regionaal,boventregionaal). Het vraagstuk in deze samenhang bezien en afstemmen.

In Ontwikkelstrategie Zuidoost-Brabant wordt nog onvoldoende aandacht besteed aan brede welvaart, met name de (basis)voorzieningen, samenleving, welzijn, landschap en klimaat. Met de ingrepen in de fysieke leefomgeving worden immers sociaalmaatschappelijke doelen behaald. Dit sluit aan bij de zorgen van inwoners uit De Kempen op deze thema's. Woningbouw is de hefboom voor vitale kernen. Voor landelijke kernen met veel particulier woningbezit is dit met alleen inbreiding onvoldoende te bereiken. Ook uitbreiding is noodzakelijk, met behoud van de kracht van het (mozaïek)landschap.

12

We erkennen het belang van gezondheid, ook in combinatie met de ruimtelijke thema's. Bij de totstandkoming is dit niet besproken als een integrale positie bij de ontwikkelprincipes. De meer concrete ambities en consequenties zijn dan ook niet in beeld gebracht of besproken met elkaar. Daarom het voorstel om dit nu niet aan te passen, het zou meer recht doen aan het onderwerp om dit mee te nemen in een doorontwikkeling van de ontwikkelstrategie. Dan kan op dat moment ook lading en inhoud worden gegeven aan het onderwerp, en consequenties/vervolgstappen worden besproken.

Alle 21 gemeenten hebben ingestemd met de Ontwikkelstrategie Zuidoost-Brabant. Wij gaan er van uit dat alle partners de afspraken en ontwikkelprincipes hieruit naleven. Op het moment dat een uitwerking anders wordt vormgegeven, of een nieuwe strategie niet helemaal past binnen de gemaakte afspraken, verwachten wij dat partners hierover actief het gesprek met ons aangaan. Begrijpelijke opmerking. Dat is nu ook niet te corrigeren met een simpele wijziging. Wat het meeste recht doet aan de brede welvaart is om dit nadrukkelijk mee te nemen in de verdere doorontwikkeling of vervolgstappen van de ontwikkelstrategie. Dat is ook logisch en passend omdat brede welvaart centraal staat in het samenwerkingsakkoord MRE.

De primaire focus ligt op inbreiding. Daarover stelt de Ontwikkelstrategie: "We grijpen deze woningbouwopgave aan en zetten de woningbouw in als hefboom in onze bestaande bebouwde omgeving." Inbreiding alleen kan ook onvoldoende mogelijkheden bieden. Daarom houdt de ontwikkelstrategie houdt ook rekening met de optie voor uitbreiding. Daarover stelt de ontwikkelstrategie onder andere: " Bij uitbreiding geldt dat deze plaats kan vinden als na zorgvuldige afweging, inbreiding onvoldoende mogelijkheden biedt of als er zich door uitbreiding een bijzondere kans voordoet voor kwaliteitsverbetering in bestaand stedelijk/dorps-gebied (bijvoorbeeld transformatie van bedrijf met een milieucirkel aan de rand van het dorp naar woningbouw)."

7. Eersel

Aandachts punt

Sub regionale knopen vergroten de netwerkkracht van de regio

8. Eindhoven

Wens

Bodem, water, natuur en landschap als leidend principe

9. GeldropMierlo

Aandachts punt

Algemeen

10. GemertBakel

Bedenking

Bodem, water, natuur en landschap als leidend principe

10. GemertBakel

Wens

Bodem, water, natuur en landschap als leidend principe

5 februari 2025

Een subregionale knoop voor De Kempen en de noodzakelijke mobiliteitstransitie in de Kempen is alleen succesvol als er sprake is van een hoogwaardige openbaar vervoer (HOV) verbinding vanuit het stedelijk gebied van en naar De Kempen (de vervoersas Veldhoven – Eersel – Hapert – Bladel - Reusel). De Kempen is op dit moment de enige subregio in de MRE waar geen HOV of treinverbinding is. De gevraagde bijdrage aan de schaalsprong van de regio kan niet middels de huidige OV-structuren. Het doortrekken van de HOVstructuur vanaf De Run in Veldhoven tot aan de te realiseren subregionale knoop in omgeving Eersel en verder (!) is hierbij een noodzakelijke randvoorwaarde en dient met voorrang gerealiseerd te worden. De bereikbaarheid van en naar een mobiliteitsknooppunt in De Kempen is medebepalend voor het succes van de hub en verdient dus de nodige aandacht. De aanleg van een trein-/tramverbinding van en naar Turnhout via de Kempengemeenten Eersel, Bladel en Reusel dient hierbij nadrukkelijk onderzocht te worden. Mede gezien de nieuwe ontwikkelingen bij het BIC en de te verwachten extra mobiliteit en sluipverkeer in De Kempen. De noodzaak van het reduceren van het aantal landbouwdieren namens Eindhoven als prioriteit in te brengen bij het verder uitwerken van de richtinggevende keuzes

Deze wens is bekend en wordt meegenomen in o.a. het MultiModale MobiliteitsPakket MRE

Op de 5 ontwikkelprincipes hebben wij geen wensen en bedenkingen. Als het om inhoudelijke aspecten gaat en uitwerkingen aan de orde zijn, dan maken wij wel bezwaar tegen te aanduiding XXL logistiek ten noorden van de kern Geldrop. In deze lijn blijven wij reageren op de onderdelen van de Ontwikkelstrategie, maar ook op stukken die in het verlengde hiervan liggen Wij willen graag als raad principe 1 als volgt tekstueel aangepast zien: Bodem, water, luchtkwaliteit, natuur, gezondheid, klimaat en landschap als leidend principe.

Voor dit specifieke geval is het standpunt van de gemeente Geldrop-Mierlo bekend. Het proces voor deze specifieke locatie loopt en valt buiten de scope van de algemene ontwikkelprincipes.

Identiteit van het buitengebied beschermen en daarmee het contrast behouden met bebouwde kom.

Eens.

13

Regio en gemeenten zijn geen bevoegd gezag om te sturen op dieraantallen. Vanuit EU, Rijk en provincie wordt zowel met juridische kaders als met stimuleringsmaatregelen (bijvoorbeeld beeindigingsregelingen veehouderij) gestuurd op het terugdringen van ongewenste effecten van veehouderij.

We erkennen het belang van gezondheid, klimaat en luchtkwaliteit. Bij de totstandkoming zijn deze thema's niet verder inhoudelijk besproken als onderdeel van een ontwikkelprincipe. De meer concrete ambities en consequenties zijn dan ook niet in beeld gebracht of besproken met elkaar. Daarom het voorstel om dit nu niet aan te passen, het zou meer recht doen aan het onderwerp om dit mee te nemen in een doorontwikkeling van de ontwikkelstrategie. Dan kan op dat moment ook lading en inhoud worden gegeven aan het onderwerp, en consequenties/vervolgstappen worden besproken.

10. GemertBakel

Wens

Bodem, water, natuur en landschap als leidend principe

Concrete ambities wateropgaven en waterkwaliteit op MRE niveau met de rolverdeling tussen overheid/bedrijfsleven/maatschappij. De regionale ambitie voor bestaande bebouwing, wat niet aan de huidige eisen voldoet, hieraan toevoegen.

We moeten in 2027 voldoen aan de Kader Richtlijn Water (EU verplichting). Dat lijkt vooralsnog een brug te ver. Hoe verder weg van de doelen, hoe meer beperkingen op ontwikkelruimte voor andere functies voor de toekomst. Het is belangrijk om samen met de waterschappen te onderzoeken wat de verplichte wateropgaven voor onze regio en gemeenten betekenen en hoe we dit kunnen vertalen naar afspraken en acties die passen binnen de regionale setting. Goed om dit te benaderen in combinatie met de ambities om de groenblauwe verbindingen op regionale schaal te versterken. Inzet: ontwikkelruimte voor de toekomst borgen en versterking van de kwaliteit van de leefomgeving.

10. GemertBakel 10. GemertBakel

Bedenking

Bodem, water, natuur en landschap als leidend principe Bodem, water, natuur en landschap als leidend principe

Indien de ontwikkelstrategie wordt aangepast (huidige versie of doorontwikkeling) wordt dit meegenomen.

10. GemertBakel

Bedenking

Bodem, water, natuur en landschap als leidend principe

Graag uitdrukkelijk het Ruimtelijk Afwegingskader de Peel benoemen in het document als basis voor de ontwikkelstrategie. Op regionaal niveau verdelen en plaatsen van energievoorzieningen (zoals windmolens) die een grote impact hebben op het landschappelijke beeld met inachtneming van de afspraken, doelstellingen en ontwikkelingen binnen de RES. Inbreiding van de kernen ten koste van groen zoveel mogelijk beperken, ruimte bieden aan uitbreidingsgebieden waar nodig.

10. GemertBakel

Wens

Woningbouw als hefboom voor vitale kernen en dorpen

Aandacht houden ook voor balans en sociale cohesie in wijken. Daarmee bestaande sociale netwerken bewaken.

10. GemertBakel 10. GemertBakel

Wens

Woningbouw als hefboom voor vitale kernen en dorpen Woningbouw als hefboom voor vitale kernen en dorpen

Aandacht voor juiste woningbalans zoals die in de woondeal is opgenomen (30% sociale huur) Evenredige groei van voorzieningen met de groei van woningen en inwoners.

Eens. Woondeal en ontwikkelstrategie moeten met elkaar in lijn zijn.

10. GemertBakel 10. GemertBakel

Bedenking

Woningbouw als hefboom voor vitale kernen en dorpen Woningbouw als hefboom voor vitale kernen en dorpen

De ontwikkelstrategie doet geen uitspraken over hoogbouw. Dit is aan de lokale gemeente.

10. GemertBakel

Bedenking

10. GemertBakel

Wens

Mogelijkheden hoogbouw ook in de kleinere kernen. Op specifieke plekken kan dit ook in de dorpen. Omdraaien principe naar ‘vitale kernen en dorpen als hefboom voor woningbouw’: bedienen van alle doelgroepen en creëren van een gezellige woon- en leefomgeving Het doorgaande verkeer (bovenregionaal verkeer) wordt te weinig benoemd, maar is wel een opgave voor de regio. Fijnmaziger OV voor betaalbare verbindingen tussen de kernen.

10. GemertBakel

Wens

Vergroten treinfrequentie en/of tussentijds in alternatieven voorzien (fiets/bus).

De wens wordt herkend en erkend. De mogelijkheden hiervoor zijn echter soms beperkt. Maar dit onderwerp wordt nadrukkelijk meegenomen in onder meer het MultiModale MobiliteitsPakket MRE, Actualisatie MIRT-onderzoek Brainport en Multimodale Agenda Zuid-Nederland.

Wens

Wens

Bedenking

Sub regionale knopen vergroten de netwerkkracht van de regio Sub regionale knopen vergroten de netwerkkracht van de regio Sub regionale knopen vergroten de netwerkkracht van de regio

5 februari 2025

14

Deze wens is er ook breed. Dit is uitgewerkt in de RES en wordt verder uitgewerkt/geactualiseerd in de RES 2.0 (planning vaststelling 2027). De verdeling van energievoorzieningen is uiteraard ook sterk afhankelijk van de ruimtelijke mogelijkheden en beperkingen. Eens. Inbreiding heeft juist het doel om onder andere de ruimtelijke kwaliteit (dus ook groen) en klimaatadaptatie te verbeteren. Zeker niet om dit ten koste te laten gaan van groen. Ruimte voor uitbreiding is er ook, maar inderdaad wel waar nodig. Dit is heel nadrukkelijk besproken en beschreven in de ontwikkelstrategie. Eens. We denken dat de ontwikkelstrategie hier ruimte voor geeft en dat de regionale aanpak voorzieningen hierin kan helpen. Maar we denken ook dat het uiteindelijk aan de gemeente zelf is om die balans en sociale cohesie bewaken.

De regionale aanpak voorzieningen is ook ontstaan vanuit het besef dat het regionaal voorzieningenniveau moet meegroeien met de regionale woningbouwontwikkeling. Daarom is de Regionale aanpak Voorzieningen ook een gedeelde opdracht van het Poho Ruimte en Wonen en Poho Economie.

Graag gaan we in gesprek over de gedachte achter deze bedenking.

Eens dat dit een opgave is. Dit wordt ook meegenomen in o.a. het MultiModale MobiliteitsPakket MRE, Multimodale Agenda Zuid-Nederland. Deze wens is breed bekend en wordt meegenomen in de provinciale voorbereidingen voor de nieuwe OVconcessie. Echter het OV-gebruik -zeker in landelijk gebied- is nog herstellende na corona en er is niet tot nauwelijks extra subsidie beschikbaar.

10. GemertBakel

Wens

Sub regionale knopen vergroten de netwerkkracht van de regio Internationale toppositie voor de brainport vraagt om een kwalitatieve agenda voor werklocaties

Aandacht voor specifieke knelpunten in de regio.

10. GemertBakel

Bedenking

10. GemertBakel

Wens

Internationale toppositie voor de brainport vraagt om een kwalitatieve agenda voor werklocaties

Effectiever benutten van de ruimte op de bestaande bedrijventerreinen.

In de nieuwe bedrijventerreinenprogrammering is als uitgangspunt opgenomen dat een deel van de geprognotiseerde ruimte gevonden moet worden op bestaande bedrijventerreinen door intensivering. Hiervoor worden in de Uitvoeringsagenda van de programmering procesafspraken gemaakt. Daarbij wordt wel geconstateerd dat de beschikbaarheid van voldoende ambtelijke uitvoeringscapaciteit hierbij cruciaal is.

10. GemertBakel

Wens

Internationale toppositie voor de brainport vraagt om een kwalitatieve agenda voor werklocaties

Met name het werkmilieu Regulier in de regionale programmering voorziet in ruimte voor lokale bedrijvigheid. In de nieuwe programmering is een evenwichtige verdeling hiervan over de regio één van de aandachtspunten.

10. GemertBakel

Wens

10. GemertBakel

Wens

Goed vestigingsklimaat waardoor bedrijven zich blijven vestigen in de regio.

Een goede en evenwichtige verdeling van werkmilieus over de regio moet waarborgen dat het juiste bedrijf op de juiste plek kan worden geaccommodeerd. Daarbij moeten we door het schaarser worden van ruimte wel scherpere keuzes maken in (sub-)regionale profilering.

10. GemertBakel

Wens

Internationale toppositie voor de brainport vraagt om een kwalitatieve agenda voor werklocaties Internationale toppositie voor de brainport vraagt om een kwalitatieve agenda voor werklocaties Internationale toppositie voor de brainport vraagt om een kwalitatieve agenda voor werklocaties

Ruimte voor uitbreiding van lokale bedrijventerreinen in de kernen. MKB is van levensbelang voor het in stand houden van voorzieningen en verenigingsleven in de kernen. Agrarische bedrijven in het buitengebied toekomstperspectief bieden.

Afhankelijk van het type werkmilieu en de soort bedrijvigheid die daarbij past, worden locatiekeuzes gemaakt. Bereikbaarheid van de locaties en impact op vervoersbewegingen is één van de afwegingen. Met name het werkmilieu Regulier in de regionale programmering voorziet in ruimte voor lokale bedrijvigheid. In de nieuwe programmering is een evenwichtige verdeling hiervan over de regio één van de aandachtspunten.

10. GemertBakel

Wens

We willen voorkomen dat er knelpunten ontstaan door slimmer en duurzamer om te gaan met woon- en werklocaties. We pleiten daarom voor meer ruimte voor industrieterreinen binnen gemeentes en bij woonkernen waardoor minder woon-werk verkeer nodig zal zijn. Nieuwe verbindingen moeten ook gericht zijn buiten de Peel, provincie overstijgend.

10. GemertBakel

Bedenking

Het doorgaande verkeer (boven regionaal verkeer) wordt te weinig benoemd, maar is wel het probleem.

Eens. Dit wordt ook meegenomen in o.a. het MultiModale MobiliteitsPakket MRE, Multimodale Agenda Zuid-Nederland.

10. GemertBakel

Wens

Ook aandacht voor de ‘last mile’ t.a.v. de (H)OV knopen, hier valt in de regio nog veel te winnen.

Eens. Dit wordt ook meegenomen in o.a. het MultiModale MobiliteitsPakket MRE en in de provinciale voorbereidingen voor de nieuwe OV-concessie

(H)OV en fiets als mobiliteitsdragers voor de regio; auto-infrastructuur is aanvullend (H)OV en fiets als mobiliteitsdragers voor de regio; auto-infrastructuur is aanvullend (H)OV en fiets als mobiliteitsdragers voor de

5 februari 2025

Deze aandacht wordt meegenomen in de uitwerking van de mobiliteitsvisie en multimodale mobiliteitspakketten.

Regionale aanpak t.a.v. de verdeling van verschillende soorten In de nieuwe bedrijventerreinenprogrammering programmeren we op regionaal niveau, waar we dit bedrijvigheid in de regio (staat min of meer in ontwikkelstrategie zob) voorgaande jaren op subregionaal niveau hebben gedaan. De verdeling van diverse werkmilieus (en daarmee ook soorten bedrijvigheid) over de regio, ook passend bij de (sub-)regionale eigenheid, is daarbij nadrukkelijk onderwerp van discussie.

15

Binnen Economie/regionale agenda bedrijventerreinen ligt de focus op het op de reguliere bedrijventerreinen. Gevestigde agrarische bedrijven in het buitengebied zijn geen onderdeel hiervan. Vormt ook geen onderdeel van het programma Landelijk Gebied.

Eens. Dit wordt ook meegenomen in o.a. het MultiModale MobiliteitsPakket MRE, Multimodale Agenda Zuid-Nederland.

regio; auto-infrastructuur is aanvullend (H)OV en fiets als mobiliteitsdragers voor de regio; auto-infrastructuur is aanvullend (H)OV en fiets als mobiliteitsdragers voor de regio; auto-infrastructuur is aanvullend

10. GemertBakel

Wens

10. GemertBakel

Wens

10. GemertBakel

Wens

Algemeen

10. GemertBakel

Wens

Algemeen

11. HeezeLeende

Wens

‘Woningbouw als hefboom voor vitale kernen en dorpen’

11. HeezeLeende

Wens

‘Woningbouw als hefboom voor vitale kernen en dorpen’

11. HeezeLeende

Wens

Sub regionale knopen vergroten de netwerkkracht van de regio

5 februari 2025

Investeringen in OV moeten wel onder voorbehoud van garantie op vervoerskwaliteit en betaalbaarheid.

Onduidelijk wat hier onder vervoerkwaliteit en betaalbaarheid wordt bedoeld. Bij alle OV-investeringen zijn vervoerkwaliteit uitgangspunt en kosten/baten aandachtspunt.

Reisafstand en reistijd moeten zoveel mogelijk beperkt worden. Er moet meer aandacht komen voor het brengen van het werk naar de mensen in plaats van de mens naar het werk Het onderwerp gezondheid een integrale positie geven bij de ontwikkelprincipes.

Nabijheid van werk en voorzieningen is een uitgangspunt in de Regionale Mobiliteitsvisie. Wel moeten we realistisch zijn in hoeverre de locatie van werkgelegenheid stuurbaar is.

We pleiten voor een duurzamere en sociale visie ten aanzien van in stand houding en extra investering in lokale en centrale voorzieningen waardoor minder reizen nodig zal zijn. Denk hierbij aan zorginstellingen, ziekenhuizen, scholen en cultuur. Hierdoor wordt het voor veel mensen eenvoudiger en minder kostbaar om voor hen belangrijke bestemmingen te bereiken. Heeze-Leende vraagt aandacht voor de sociale cohesie in de dorpen en het behouden of verbeteren van de brede welvaart. Ook de sociale integratie van alle kennis-migranten heeft daarbij aandacht nodig.

Goed punt van aandacht. In de regionale aanpak Voorzieningen wordt enerzijds ingezet op de versterking van de basisvoorzieningen (lokaal) en deze mee laten groeien met de schaalsprong, in relatie tot de versterking de regionale (centrale) en topvoorzieningen (regionaal,boventregionaal). Het vraagstuk in deze samenhang bezien en afstemmen.

Wij zien de bereikbaarheid en betaalbaarheid van voorzieningen nadrukkelijk als onderdeel hiervan. .... De focus moet liggen op het tijdig mee laten groeien van allerlei voorzieningen zoals basisscholen of uitbreiding met klaslokalen, dorpshuizen en hun diverse programma’s, zorg van huisartsen, fysiotherapiepraktijken etc., maar zeker ook de groenvoorzieningen en vrijetijdsbestedingen in de openbare ruimte. Wij zien het als een noodzaak en een kans om de kwaliteit en de frequentie van de OV-verbindingen naar en van deze knooppunten te verhogen. Ook zal er voldoende parkeergelegenheid geboden moeten worden voor auto-overstappers van buiten de knoop om goed als hub te kunnen blijven functioneren.

De regionale aanpak voorzieningen is ook ontstaan vanuit het besef dat het regionaal voorzieningenniveau moet meegroeien met de regionale woningbouwontwikkeling. Daarom is de Regionale aanpak Voorzieningen ook een gedeelde opdracht van het Poho Ruimte en Wonen en Poho Economie.

16

We erkennen het belang van gezondheid, ook in combinatie met de ruimtelijke thema's. Bij de totstandkoming is dit niet besproken als een integrale positie bij de ontwikkelprincipes. De meer concrete ambities en consequenties zijn dan ook niet in beeld gebracht of besproken met elkaar. Daarom het voorstel om dit nu niet aan te passen, het zou meer recht doen aan het onderwerp om dit mee te nemen in een doorontwikkeling van de ontwikkelstrategie. Dan kan op dat moment ook lading en inhoud worden gegeven aan het onderwerp, en consequenties/vervolgstappen worden besproken.

Herkenbaar punt. Als regio zijn we daarom juist ook gestart met de regionale aanpak voorzieningen. Dit moet zorgen voor de juiste aandacht, acties en (hopelijk/deels) financiering van voorziengen. Hiermee worden randvoorwaarden gecreëerd zodat de gemeenten zelf de juiste keuzes kunnen maken om toe te zien op sociale cohesie en brede welvaart.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15311390/1