CConstaterende datNuenen
Koppel je AI →
Document · PDF

A2 GGD - Bijlage Jaarrekening 2023 - Geanonimiseerd

Gemeenteraad 19 september 2024, gemeente NuenenBij agendapunt: Ingekomen stukken ter kennisname30.271 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Jaarrekening 2023 - PL/EV

80

Lasten – Regulier (exclusief crises) Het verschil tussen realisatie en begroting van de totale lasten exclusief Covid-19 is per saldo ca. € 477.000 (lager). Een aantal afwijkingen zijn beperkt van omvang. Het voordeel als gevolg van lagere personeelskosten (€ 904.000) dient in samenhang gezien te worden met het nadelige verschil ontstaan op de post toevoeging aan voorzieningen (€- 343.000). Deze toevoeging betreft het verhogen van de voorziening voor verlofsparen, waarvan de raming was opgenomen onder personeelskosten. Per saldo komt de afwijking op personeelskosten/toevoeging voorziening verlofsparen € 561.000 lager uit dan in de begrotingswijziging was opgenomen. Dit verschil kan voornamelijk worden verklaard door de volgende ontwikkelingen: Niet volledig invullen van formatieplekken zoals opgenomen in de begroting en dan met name het niet of later invullen van vacatures in ondersteunende functies. Totaal verschil van circa € 242.000 lagere personeelskosten t.o.v. de begroting. Hogere UWV uitkeringen i.v.m. zwangerschap (circa € 138.000 voordeel). Niet aanwenden van een stelpost voor kosten vervanging personeel als gevolg van (langdurig) ziekteverzuim, opgenomen in de begroting voor € 108.000.

De kosten van inhuur van personeel van derden zijn boven raming uitgekomen en veroorzaken een negatief verschil van € 99.000, voornamelijk verklaard door: meer tijdelijke inhuur van personeel ten behoeve van de uitvoering van de extra HPV/RVP inhaalcampagnes voor circa € 103.000; gecompenseerd door hogere baten. hogere kosten van inhuur personeel voor het VIP (Versterken Infectieziektenbestrijding / Pandemische Paraatheid) voor circa € 79.000; gecompenseerd door hogere SPUK baten. Tegenover genoemde hogere kostenposten is er sprake van circa € 83.000 lagere kosten van inhuur personeel verspreid over diverse teams/afdelingen in vergelijking tot de ramingen. De kosten voor overige diensten en vergoedingen overschrijden de raming met € 417.000, waarvan circa € 125.000 betrekking heeft op hogere huisvestingskosten vs. raming voor de inhaalcampagnes HPV/RVP, welke worden gecompenseerd door hogere baten. Daarnaast zijn kosten voor huur en klein onderhoud gebouwen circa € 96.000 boven de raming uitgekomen. Hogere contributies en bijdragen (circa € 67.000), hogere werving en selectiekosten (circa € 38.000) en hogere verzekeringskosten (circa € 25.000) zijn overige te noemen overschrijdingen ten opzichte van de begroting.

Voor de overschrijding bij toevoeging voorzieningen van circa € 343.000 met betrekking tot de voorziening verlofsparen wordt verwezen naar de toelichting op personeelskosten hierboven. Op de doorbelasting van inzet eigen personeel met betrekking tot Covid-19 is een positiever resultaat gerealiseerd van € 230.000 vs. raming. Tot en met 30 juni 2023 was de zogenaamde meerkostenregeling Covid-19 van toepassing, waaronder enkel extra uitgaven (meerkosten) gerelateerd aan de bestrijding van de Covid-19 crisis werden vergoed door het Ministerie van VWS.

Jaarrekening 2023 - PL/EV

81

Met ingang van 1 juli 2023 is deze meerkostenregeling beëindigd en is deze vervangen door een SPUK Covid regeling. Onder deze nieuwe SPUK regeling wordt in beperkte mate de inzet van eigen formatie en de daaraan gerelateerde kosten voor vergoeding onder de regeling in aanmerking genomen. Gezien enerzijds de moeilijk te voorspellen omvang en kosten van de extra Covid-19 najaars-campagne en anderzijds het nog verder dienen vast te stellen van de overheadallocaties onder de nieuwe regeling, is ten tijde van opstellen van de begrotingswijziging een conservatieve raming van de doorbelasting opgenomen van € 100.000, die uiteindelijk in de realisatie op € 330.000 is uitgekomen. De lagere lasten op Bestuursopdracht / Verbetering Bedrijfsvoering van € 75.000 is het gevolg van het niet in 2023 kunnen realiseren van een aantal onderdelen uit het project Informatieveiligheid / Archivering op Orde, die voor uitvoering in 2023 in de ramingen waren opgenomen. Uitvoering hiervan staat gepland voor 2024 en de hieraan gerelateerde bedragen zijn per ultimo 2023 opgenomen in een bestemmingsreserve van € 397.000. Het verschil in lasten op het Wendbaarheidsbudget van € 55.000 is het gevolg van het niet conform raming kunnen realiseren van alle activiteiten in het project Generatie Gezond / Samen Verder Groeien.

Deze activiteiten schuiven door en hiertoe is een bestemmingsreserve per ultimo 2023 gevormd van € 355.000 waarin de kosten voor deze activiteiten zijn opgenomen. Het positieve verschil op vennootschapsbelasting wordt veroorzaakt door teruggave op de aangifte over 2020 (circa € 41.000), op de aangifte over 2021 (circa € 28.000) en op de aangifte over 2022 (circa € 34.000). Het restant verschil wordt verklaard door een lagere schatting van de vennootschapsbelasting met betrekking tot het resultaat 2023 ten opzichte van de begroting (circa € 31.000). Verantwoording 2023 Covid-19 crisis In bovengenoemde programmaverantwoording zijn de kosten en baten van de Covid-19 crisis opgenomen. Hieronder volgt een verdere toelichting hierop. In de wet Publieke gezondheid is vastgelegd dat de minister in geval van een pandemie de GGD opdrachten kan geven in verband met de aanpak van deze pandemie. Tevens is vastgelegd dat de kosten in dat geval door het ministerie worden vergoed. Ter dekking van de kosten die GGD’en maken is de zogenaamde meerkostenregeling vastgesteld, die nog van toepassing was tot en met juni 2023; voor de kosten vanaf juli 2023 is door het ministerie een zgn. SPUK-vergoeding toegekend. In deze regelingen ligt vast dat kosten voor het vaccineren, testen en bron- en contactonderzoek rechtstreeks door het ministerie van VWS aan de GGD’en worden vergoed.

Naast deze extra kosten kunnen GGD’en ook bepaalde overige meerkosten uit de reguliere exploitatie als gevolg van de Covid-19 crisis declareren. Onderstaand de specificaties van de kosten en voorschotten die in het kader van beide regelingen met VWS worden verrekend, conform de voorgeschreven VWS-formats.

Jaarrekening 2023 - PL/EV

82

Jaarrekening 2023 - PL/EV

83

Het relatief hoge bedrag aan te veel ontvangen voorschotten over het 2e halfjaar 2023 wordt veroorzaakt door het feit dat VWS daarvoor beschikkingen afgegeven heeft op basis van eerste globale berekeningen; de omvang van de uit te voeren activiteiten bleek lager en bovendien is de uitvoering gecombineerd met andere vaccinatiecampagnes, waardoor bepaalde kosten gedeeld konden worden. De te veel ontvangen voorschotten zijn als terugbetalingsverplichting in de balans per ultimo 2023 onder kortlopende schulden opgenomen. Verantwoording 2023 Oekraïne crisis In 2023 zijn er geen kosten gemaakt die onder de meerkostenregeling van het ministerie konden worden geclaimd. De uitgevoerde, en in omvang beperkte activiteiten zijn binnen de reguliere capaciteit gerealiseerd.

Jaarrekening 2023 - PL/EV

84

6.4.

Baten en lasten Ambulancezorg

In onderstaand overzicht worden de baten en lasten uitgesplitst in kostencategorieën, de mutaties in de reserves zijn hierin niet opgenomen. Baten en lasten

Realisatie

Raming 2023

Raming 2023

Verschil begroting vs

Ambulancezorg

2023

na wijziging

voor wijziging

Realisatie

€

€

€

€

8.711

5.000

25.000

3.711

Bijdrage Rijk

1.232.629

820.000

1.150.000

412.629

Zorgverzekeraars

30.353.530

30.270.000

28.300.000

83.530

Baten instellingen/bedrijven

88.687

80.000

50.000

8.687

Rentebaten

239.910

-

-

239.910

Diverse baten

59.515

65.000

50.000

-5.485

Totaal Baten

31.982.982

31.240.000

29.575.000

742.982

Personeelskosten

21.137.044

20.510.000

19.875.000

-627.044

Rente en afschrijvingen

1.303.141

1.310.000

1.375.000

6.859

Personeel van derden

800.690

840.000

1.000.000

39.310

Energie

677.918

645.000

500.000

-32.918

Overige goederen en diensten

5.120.100

5.150.000

4.900.000

29.900

Toevoeging aan voorzieningen

408.601

405.000

250.000

-3.601

Verrekening overhead

2.089.000

2.090.000

1.750.000

1.000

Totaal Lasten

31.536.494

30.950.000

29.650.000

-586.494

-

-

-

-

446.488

290.000

-75.000

156.488

Baten: Bijdragen gemeenten

Lasten:

Vennootschapsbelasting Totaal saldo van baten en lasten

Hierna worden de belangrijkste verschillen tussen de raming en realisatie toegelicht. Baten De hogere Bijdrage Rijk heeft hoofdzakelijk betrekking op de compensatie voor hogere personeelskosten als gevolg van extra inleg in de netto pensioenregeling voor medewerkers met functioneel leeftijdsontslag. De hogere baten zorgverzekeraars worden grotendeels veroorzaakt door een hogere gerealiseerde bonus op basis van de gemaakte afspraken met verzekeraars over ritprestaties. De hogere rentebaten worden veroorzaakt door een niet begrote toerekening van rentebaten aan het programma Ambulancezorg. De toerekening van deze incidenteel hoge bate is gebaseerd op een verdeelsleutel bestaande uit enerzijds de verdeling in totale baten Publieke Gezondheid vs. Ambulancezorg, anderzijds op de verdeling in reserves en voorzieningen Publieke Gezondheid vs. Ambulancezorg.

Jaarrekening 2023 - PL/EV

85

Lasten De hogere personeelskosten worden voor een groot deel veroorzaakt door een hogere inleg in de netto pensioenregeling voor medewerkers met functioneel leeftijdsontslag Deze kosten worden overigens door het Ministerie van VWS vergoed. De lagere kosten voor personeel van derden worden veroorzaakt door een lagere benodigde capaciteit inhuurkrachten als gevolg van het beter kunnen invullen van de diensten door eigen personeel in de laatste maanden van het jaar. De hogere kosten voor energie worden veroorzaakt door gestegen kosten voor brandstoffen voor voertuigen. Deze stijging van de kosten wordt grotendeels gecompenseerd door een hogere bijdrage van verzekeraars. Voor de lagere kosten voor overige goederen en diensten is niet één specifieke oorzaak te benoemen. Dit wordt veroorzaakt door diverse kostenposten die onder het budget blijven. 6.5.

Overzicht en analyse incidentele baten en lasten

Conform BBV regelgeving dient in de jaarrekening en begroting inzicht gegeven te worden in de omvang van de incidentele baten en lasten. Doelstelling hiervan is om inzichtelijk te maken of sprake is van een structureel evenwicht in de exploitatie, waarbij met name aandacht is voor de vraag of structurele kosten gedekt worden met incidentele baten, omdat dat een bedreiging is voor eerstgenoemde evenwicht. Aangezien gedurende een boekjaar een veelheid aan eenmalige kosten (en vaak ook baten) ontstaan, is bij de specificatie van incidentele kosten en baten met name dat uitgangspunt gehanteerd. Het BBV adviseert onderstaand model te hanteren voor de presentatie van het structureel begrotingssaldo; mutaties in de reserves zijn daarbij standaard incidenteel, m.u.v. mutaties in de algemene reserve m.b.t. resultaatbestemming en mutaties in egalisatiereserves omdat die nu juist een egalisatie van structurele kosten en baten beogen.

Jaarrekening 2023 - PL/EV

86

6.6.

Toelichting en specifieke directe kosten en overhead

Conform BBV regelgeving dient bij de kosten een onderscheid gemaakt te worden in de directe kosten van een taakveld en de overhead van de organisatie. Toerekening van overhead aan de taakvelden hoeft niet meer plaats te vinden. In onderstaand overzicht wordt een nadere specificatie van de kosten naar direct en overhead weergegeven. Volgens de BBV wordt onder overhead verstaan: het geheel van functies gericht op de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. Uitgangspunt van deze definitie is ook dat kosten zoveel mogelijk direct worden toegerekend aan de betreffende taken/activiteiten. Alle bedrijfskosten die direct verbonden zijn aan activiteiten/taken/producten die gericht zijn op de externe klant, moeten in de betreffende taakvelden worden geregistreerd. Hoewel beoogd wordt een eenduidige uitleg van het begrip overhead te hanteren, blijft er ten aanzien hiervan de nodige ruimte voor interpretatie. Dit geldt met name ook voor de GGD omdat zij een organisatie is die zich ook bij veel van haar ondersteunende activiteiten direct richt op de burger als externe klant. Dit betekent bijvoorbeeld dat onze website nagenoeg volledig gericht is op het verstrekken van informatie over gezondheid en aanverwante zaken die direct gericht zijn op de externe klant; dit is dan derhalve geen overhead maar onderdeel van onze primaire taak.

Het planbureau JGZ en het klantcontactcentrum voeren nagenoeg alleen activiteiten uit die gericht zijn op direct klantcontact met de burger en deze zijn ook direct toe te rekenen aan de uitvoerende taken (en zo is tot nu ook de praktijk), maar zijn tegelijkertijd ook te duiden als ondersteunend aan de medewerkers in het primaire proces. Medewerkers bedrijfsbureau Ambulancezorg zijn daarentegen wel duidelijk overhead, zij hebben geen direct klantcontact. Omdat over dit soort activiteiten verschillende interpretaties mogelijk blijven, worden deze in onderstaande toelichting afzonderlijk benoemd, om daarmee een adequate interpretatie van de omvang van de overhead mogelijk te maken.

Toelichting: Personeel: Alle managementfuncties zijn conform BBV per definitie overhead, dus ook die uit het primaire proces en ook al zouden die direct toegerekend kunnen worden. Verder zijn hier alle zgn. Piofach-functies als overhead benoemd. Medewerkers KCC en Bedrijfsbureau JGZ en beheer/onderhoud website zijn als directe kosten opgenomen. Huisvesting (diverse materiele kosten categorieën): Deze kosten worden gezien als overhead behoudens het deel van de kosten dat betrekking heeft op onderzoeksruimtes die alleen gebruikt worden voor klantcontact en op de ambulanceposten.

Jaarrekening 2023 - PL/EV

87

Hard en software: (afschrijving en licenties): Deze kosten worden gezien als overhead, m.u.v. de kosten van vak-applicaties waarin klantgegevens ten behoeve van de primaire taak worden beheerd; zoals het digitaal dossier JGZ, rittenregistratie AZ en dergelijke. Overige materiele kosten piofach-functies: Deze kosten worden in het algemeen gezien als overhead, behoudens de kosten met betrekking tot de website. Overige materiele kosten uitvoerende sectoren: Deze kosten worden in het algemeen gezien als directe kosten: betreft afschrijving en onderhoud apparatuur en ambulances, verbruiksmaterialen, medicijnen, inhuur derden. Communicatiekosten (telefonie, dataverkeer en dergelijke) zijn bij PG overhead maar bij AZ directe kosten. 6.7.

Rechtmatigheidsverantwoording 2023

Verantwoordelijkheid Dagelijks Bestuur De baten en lasten alsmede de balansmutaties moeten getrouw in de jaarrekening worden opgenomen. Uit het getrouw opnemen van de baten en lasten alsmede de balansmutaties, blijken een drietal rechtmatigheidscriteria niet expliciet. Dit betreffen het begrotings-, voorwaarden-, en misbruik- en oneigenlijk gebruik criterium. In deze rechtmatigheidsverantwoording licht het Dagelijks Bestuur toe in hoeverre bij de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties het begrotings-, voorwaarden-, en misbruik- en oneigenlijk gebruik criterium zijn nageleefd. Dit houdt in dat de verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties in overeenstemming zijn met door het Algemeen Bestuur vastgestelde kaders zoals de begroting en verordeningen van de GGD en met bepalingen in de relevante wet- en regelgeving. Bij de waarderingsgrondslagen in de jaarrekening is het door het Algemeen Bestuur op 13 december 2023 vastgestelde normenkader van de relevante wet- en regelgeving verder toegelicht. Deze verantwoording hanteert een grensbedrag omdat alleen de van belang zijnde aspecten in de verantwoording hoeven te worden betrokken. Deze grens is door het Algemeen Bestuur bepaald en bedraagt 1% van de totale lasten inclusief toevoegingen aan de reserves en is daarmee vastgesteld op € 867.000.

De grondslag voor deze verantwoording is de kadernota rechtmatigheid 2023 van de Commissie BBV van november 2023. Bevinding Op basis van het standpunt van de Commissie BBV komt volgens de kadernota rechtmatigheid 2023 de bruto begrotingsafwijking boven de verantwoordingsgrens uit en zijn volgens dit standpunt van de Commissie BBV de verantwoorde baten, lasten en balansmutaties niet rechtmatig tot stand gekomen. Aangezien het Dagelijks Bestuur van mening is dat acceptabele afwijkingen in de beoordeling meegenomen dienen te worden, blijft de begrotingsonrechtmatigheid volgens de zogenaamde netto benadering (bruto afwijking minus de acceptabele afwijkingen) onder de goedkeuringsgrens. Volgens deze benadering is het Dagelijks Bestuur van mening dat de verantwoorde lasten en baten alsmede de balansmutaties rechtmatig tot stand zijn gekomen.

Jaarrekening 2023 - PL/EV

88

De bevindingen betreffen:

Bedrag

Begrotingscriterium 1A. Overschrijding lasten programma’s (of indien van toepassing een ander door het

-

algemeen bestuur vastgesteld autorisatieniveau) 1B. Overschrijding investeringsbudgetten (kredieten)

€ 136.000

2. Ongeautoriseerde reservemutaties 3. Overschrijding van baten en/of onderschrijding van lasten en baten die niet tijdig tot

€ 1.361.000

een begrotingswijziging hebben geleid

Totaal begrotingsonrechtmatigheden

4. Totaal van de begrotingsonrechtmatigheden (van onderdeel 1 en 2) dat past binnen

€ 1.497.000

€ 1.204.000

het vooraf vastgestelde beleid en daarmee vooraf als acceptabel is geduid vermelden en verwijzen naar dit vooraf vastgestelde beleid 5. Resterend saldo aan begrotingsonrechtmatigheden

€ 293.000

Voorwaardecriterium Inkopen ten onrechte niet Europees aanbesteed

€ 504.000

Overige bevindingen inzake voorwaardecriterium

-

Totaal onrechtmatigheden voorwaardencriterium

€ 504.000

M&O criterium Overige bevindingen inzake M&O criterium

-

Totaal onrechtmatigheden M&O criterium

Totaal van onrechtmatigheden

-

€ 797.000

In de paragraaf bedrijfsvoering is op basis van de Kadernota rechtmatigheid van de commissie BBV en op basis van de afspraken met het Algemeen Bestuur aanvullende informatie opgenomen over de financiële rechtmatigheid. In deze paragraaf heeft het Dagelijks Bestuur ook beschreven welke actie zij ondernemen om vermelde afwijkingen in de toekomst te voorkomen. Op basis van bovengenoemde bruto benadering zou conform bovenstaande tabel € 1.497.000 in acht dienen te worden genomen bij het vaststellen van de begrotingsonrechtmatigheid en daarmee de goedkeuringsgrens overschreden worden. Volgens de door het Dagelijks Bestuur gehanteerde netto benadering komt de begrotingsonrechtmatigheid echter op € 293.000. Samen met de onrechtmatigheid op het voorwaardecriterium van € 504.000 komt het totaal van de onrechtmatigheden (er zijn geen onrechtmatigheden op het M&O criterium vastgesteld) op € 797.000.

Jaarrekening 2023 - PL/EV

89

7. Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector De WNT is van toepassing op GGD Brabant-Zuidoost. Het voor GGD Brabant-Zuidoost toepasselijke bezoldigingsmaximum is in 2023 € 223.000 (algemeen bezoldigingsmaximum). 7.1. 7.1a

Bezoldiging topfunctionarissen Leidinggevende topfunctionarissen met dienstbetrekking en leidinggevende zonder dienstbetrekking vanaf de 13de maand van de functie invulling

Gegevens 2023 Mevrouw H.E. Jeurissen-Meussen

De heer M.J.A. Smeets

Functiegegevens5

Directeur Publieke Gezondheid

Directeur

Aanvang6 en einde functievervulling in 2023

01/01 t/m 31/08

01/01 t/m 31/12

Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte)7

1,0

1,0

Dienstbetrekking?8

ja

ja

Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen

100.223

133.805

Beloningen betaalbaar op termijn

15.029

21.887

Subtotaal

115.252

155.693

Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum10

148.463

223.000

0

0

Bezoldiging

115.252

155.693

Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan12

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

bedragen x € 1

Bezoldiging9

-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag11

Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling13 Gegevens 202214

Jaarrekening 2023 - PL/EV

90

Mevrouw H.E. Jeurissen-Meussen

De heer M.J.A. Smeets

Functiegegevens5

Directeur Publieke Gezondheid

Directeur

Aanvang en einde functievervulling in 2022

01/01 t/m 31/12

01/01 t/m 31/12

Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte)7

1,0

1,0

Dienstbetrekking?8

Ja

Ja

Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen

141.265

118.250

Beloningen betaalbaar op termijn

22.536

21.105

Subtotaal

163.801

139.355

Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum10

216.000

216.000

Bezoldiging

163.801

139.355

bedragen x € 1

Bezoldiging9

7.1b

Leidinggevende topfunctionarissen zonder dienstbetrekking in de periode kalendermaand 1 t/m 12

Niet van toepassing voor GGD Brabant-Zuidoost aangezien er geen inhuur heeft plaatsgevonden op deze functies. 7.1c

Toezichthoudende topfunctionarissen

Niet van toepassing voor GGD Brabant-Zuidoost.

Jaarrekening 2023 - PL/EV

91

7.1d

Topfunctionarissen met een totale bezoldiging van € 1.900 of minder

Gegevens 2023 NAAM TOPFUNCTIONARIS

FUNCTIE

Mevrouw C. Dortmans

voorzitter

De heer E. Beex

vice voorzitter

Mevrouw V. Zeeman

Secretaris

De heer S. Toub

lid DB en AB

De heer H. Driessen

lid DB en AB

Mevrouw M. Sanders

lid DB en AB

Mevrouw M. Slaets

lid DB en AB

De heer C. vd Ven

lid AB

De heer W. vd Berg

lid AB

Mevrouw H. Verhees

lid AB

De heer R. van Rinsum

lid AB

De heer M. van Dalen

lid AB

Mevrouw W. Steeghs

lid AB

Mevrouw M. van Breugel

lid AB

De heer N. Wouters

lid AB

Mevrouw C. van Overdijk

lid AB

De her M. Maas

lid AB

De heer K. Kusters

lid AB

De heer B. Bots

lid AB

De heer H. Stroeks

lid AB

Mevrouw J. Spoor

lid AB

De heer S. Grevink

lid AB

De heer K. Voortman

lid AB

7.1e

Topfunctionaris met een totale bezoldiging van meer dan € 1.900

Niet van toepassing voor GGD Brabant-Zuidoost 7.1f

Topfunctionaris met een totale bezoldiging van meer dan € 1.900 waarop de anticumulatiebepaling van toepassing is

Niet van toepassing voor GGD Brabant-Zuidoost 7.1g

Topfunctionaris met een totale bezoldiging van € 1.900 of minder waarop de anticumulatiebepaling van toepassing is

Niet van toepassing voor GGD Brabant-Zuidoost

Jaarrekening 2023 - PL/EV

92

7.2.

Uitkeringen wegens beëindiging dienstverband aan topfunctionarissen

Niet van toepassing voor GGD Brabant-Zuidoost 7.3.

Overige rapportageverplichtingen op grond van de WNT

Naast de hierboven vermelde topfunctionarissen zijn er geen overige functionarissen met een dienstbetrekking die 2023 een bezoldiging boven het individueel toepasselijke drempelbedrag hebben ontvangen.

Jaarrekening 2023 - PL/EV

93

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14368314/2