A14 VRBZO - Concept Jaarstukken 2024
Tekst van het document
Jaarstukken 2024 Jaarverslag en jaarrekening Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost
Jaarstukken 2024
Colofon Plaats en datum Eindhoven, 2 juli 2025 Opdrachtgever Dagelijks Bestuur van Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost Status Concept Eindredactie Directie VRBZO
Voorwoord en Inleiding In 2024 werd duidelijk dat Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost (VRBZO) niet langer in staat is om te voldoen aan de eisen en verwachtingen die aan een veiligheidsregio gesteld mogen worden. De organisatie heeft jarenlang geprobeerd, vaak met de nodige moeite, om binnen de beschikbare middelen de noodzakelijke diensten te leveren. Maar de grens is bereikt. De veiligheid van inwoners en bedrijven in de regio Zuidoost-Brabant en van onze eigen medewerkers staat onder druk. We kunnen de continuïteit van onze diensten niet langer garanderen. Samen met het bestuur stelden we vast dat er ingrijpende maatregelen nodig zijn om de veiligheid, de slagkracht en de bedrijfsvoering van VRBZO te waarborgen. Na de bestuursconferentie in maart, tijdens de algemene vergadering van 4 april, gaf het Algemeen Bestuur een opdracht aan het management van VRBZO (MT): breng in beeld wat er moet worden gedaan om: (1) te kunnen voldoen aan wettelijke normen (deelopdracht 1), (2) de basis op orde te brengen (deelopdracht 2) en (3) te komen tot een nieuw beleidsplan, dat inspeelt op de nabije toekomst (deelopdracht 3). En wat de consequenties zijn als we bovenstaande wel of niet doen. Inmiddels is deelopdracht 1 door het Algemeen Bestuur besproken en in gang gezet. We startten ook al met de deelopdrachten 2 en 3.
We bereiden de stappen voor die moeten leiden tot een strategische visie voor de komende 8 jaar en een beleidsplan voor de komende 4 jaar. Het is belangrijk dat we samen met alle betrokken partijen blijven werken aan het versterken van de organisatie. Zodat VRBZO in staat blijft de veiligheid van onze regio te waarborgen, zowel in reguliere situaties als tijdens crises.
Leeswijzer De jaarstukken bestaan uit de onderdelen jaarverslag en jaarrekening. In het jaarverslag legt VRBZO inhoudelijk verantwoording af over het uitgevoerde beleid. In de jaarrekening leggen we verantwoording af over het financiële beleid en beheer in 2024.
3
Inhoudsopgave Voorwoord en Inleiding ........................................................................ 3 DEEL 1: Jaarverslag ............................................................................. 6 1.
Relevante ontwikkelingen 2024 .................................................. 7
2.
Prestaties VRBZO ...................................................................... 11
2.1
Programma Brandweerzorg ................................................................................................................. 11
2.2
Programma Crisisbeheersing .............................................................................................................. 19
2.3
Programma Ondersteuning organisatie .............................................................................................. 23
3.
Verplichte paragrafen ................................................................ 26
3.1
Risicomanagement en weerstandsvermogen .................................................................................... 26
3.2
Financiering ........................................................................................................................................... 34
3.3
Onderhoud kapitaalgoederen .............................................................................................................. 34
3.4
Verbonden partijen................................................................................................................................ 35
3.5
Bedrijfsvoering ...................................................................................................................................... 35
3.6
Wet Open Overheid (WOO) ................................................................................................................... 40
3.7
Crises in 2024: eerste opvang ontheemden Oekraïne ....................................................................... 40
4.
Begroting 2024 ........................................................................... 42
4.1
Primaire begroting 2024 ....................................................................................................................... 42
4.2
Begrotingswijzigingen 2024 ................................................................................................................. 42
5. 5.1
Analyse resultaat 2024 .............................................................. 46 Analyse van het resultaat 2024 ............................................................................................................ 46
DEEL 2: Jaarrekening ......................................................................... 50 1.
Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling ............... 51
2.
Balans per 31 december 2024 ................................................... 55
2.1
Toelichting op de balans ...................................................................................................................... 56
2.2
Niet uit de balans blijkende rechten en plichten ................................................................................ 65
3.
Overzicht baten en lasten 2024 ................................................. 67
3.1
Overzicht baten en lasten 2024 ............................................................................................................ 67
3.2
Toelichting op overzicht baten en lasten per programma ................................................................. 68
3.3
Overzicht aanwending van bedrag onvoorzien .................................................................................. 71
3.4
Overzicht structurele toevoegingen en onttrekkingen reserves ....................................................... 71
4
4.
Rechtmatigheidsverantwoording.............................................. 72
5.
Wet Normering Topfunctionarissen verantwoording .............. 74
6.
SiSa verantwoording ................................................................. 78
7.
Controleverklaring accountant ................................................. 79
8.
Vaststelling en ondertekening bestuur .................................... 80
Bijlagen ................................................................................................ 81 1.
Staat van investeringen 2024 ............................................................................................................... 82
2.
Verloop van investeringen met economisch nut (MVA) .................................................................... 84
3.
Staat van gemeentelijke bijdragen 2024 na wijziging ........................................................................ 86
4.
Taakvelden............................................................................................................................................. 87
5.
Europese aanbestedingen die leiden tot verplichtingen ................................................................... 88
5
DEEL 1: Jaarverslag In het jaarverslag legt VRBZO inhoudelijk verantwoording af over het uitgevoerde beleid. Ook in 2024 stond de missie ‘Zorg voor veiligheid’ centraal. VRBZO voert daarvoor de volgende programma’s uit: •
brandweerzorg: producten risicobeheersing en incidentbestrijding;
•
veiligheid: producten crisisbeheersing, GHOR en bevolkingszorg;
•
ondersteuning organisatie: activiteiten bedrijfsvoering en ondersteuning;
•
financiering: bijdragen gemeenten en bijdragen Rijk;
•
reserves.
In hoofdstuk 1 noemen we een aantal belangrijke (bestuurlijke) ontwikkelingen, die invloed hadden of hebben op de organisatie. Hoofdstuk 2 laat onze prestaties per programma zien. De eerste 2 programma’s gaan over de kern van de organisatie, het primaire operationele proces. De overige programma’s zijn financieel technisch, bedrijfsondersteunend en verplicht vanuit het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). In hoofdstuk 2 benoemen we ook de voortgang van de begrotingsontwikkelingen. Het jaarverslag volgt daarmee de lijn van de rapportages aan het bestuur, die we 2 keer per jaar aanbieden aan het Algemeen Bestuur. Vervolgens nemen we in hoofdstuk 3 de verplichte paragrafen voor het jaarverslag op. Dat zijn de paragrafen risicomanagement en weerstandsvermogen, bedrijfsvoering, verbonden partijen, financiering en onderhoud kapitaalgoederen. Het jaarverslag sluit af met de begroting en begrotingswijzigingen (hoofdstuk 4) en het resultaat dat we hierop boekten (hoofdstuk 5).
6
1. Relevante ontwikkelingen 2024 Bestuurlijke opdracht Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost (VRBZO) constateerde in 2024 dat zij niet langer kan voldoen aan eisen en verwachtingen, die aan een veiligheidsregio mogen worden gesteld. De zorg voor veiligheid van inwoners, bedrijven én eigen medewerkers legt inmiddels een onevenredige druk op het personeel. Er zijn grote zorgen over de bedrijfscontinuïteit. Op een aantal onderdelen voldoen we niet of niet genoeg aan wettelijke eisen. En we hebben niet genoeg slagkracht voor het uitvoeren van zowel reguliere activiteiten, als de werkzaamheden tijdens crises. We hebben lang geprobeerd om binnen de bestaande middelen te voldoen aan de minimale eisen voor een gezonde organisatie en daadkrachtige hulpverleningsdienst. Maar blijven zoeken naar nog enige ruimte in de begroting is niet langer mogelijk en verantwoord. Deze constateringen deelden we in 2024 met het Algemeen Bestuur. Ook informeerden we de gemeenteraden schriftelijk en via raadsinformatiebijeenkomsten over de situatie. Het bestuur gaf ons opdracht om het beeld concreet te maken en om richting te geven aan de ontwikkeling van VRBZO in de komende jaren. Deze bestuurlijke opdracht is uitgewerkt in 3 deelopdrachten: 1. voldoen aan wet- en regelgeving; 2. basis op orde brengen; 3. een regionaal beleidsplan schrijven.
Voor de 1e deelopdracht (voldoen aan wet- en regelgeving) inventariseerden we voor diverse onderwerpen welke wettelijke bepalingen gelden en welke brancherichtlijnen of -normen we (moeten) gebruiken. Vervolgens onderzochten we de status van uitvoering en implementatie binnen VRBZO en wat nodig is om het uitvoeringsniveau te laten voldoen aan wet- en regelgeving. Met deze informatie en de afwegingen door het management, stelden we een document voor het bestuur op. Hierin staan constateringen die relevant zijn voor deelopdracht 1: het gaan voldoen aan wet- en regelgeving. Ook staat in dit document wat nodig is om blijvend te kunnen voldoen aan wet- en regelgeving. Op hoofdlijnen gaat het hierbij om de volgende thema’s: Taakuitvoering primair proces De Wet veiligheidsregio’s is duidelijk in wat de taken en verantwoordelijkheden van een veiligheidsregio zijn en waaraan ook VRBZO moet voldoen. Het is belangrijk dat we die primaire taken op orde hebben, omdat het hierbij gaat om het voorkomen en beperken van levensbedreigende situaties en het bijdragen aan de maatschappelijke continuïteit. Een verhoging van de formatie van vrijwilligers en beroepsbrandweer is daarvoor noodzakelijk. We kunnen nu onze repressieve taken nog uitvoeren, maar het loopt niet soepel. De limiet van wat nog verantwoord is, is bereikt of wordt hier en daar al overschreden.
Dankzij de loyale inzet van onze medewerkers lukt het nog de primaire taken uit te voeren, maar zowel kwalitatief als kwantitatief loopt het systeem vast.
7
De veiligheidsrisico’s veranderen; de mogelijkheden van traditioneel oefenen zijn te beperkt en we lopen tegen praktische en milieutechnische grenzen aan; onder andere de Omgevingswet vraagt een steeds hoger kennisniveau van onze veiligheidsadviseurs; voor het uitvoeren van alle taken binnen het primaire proces wordt de beschikbaarheid van de juiste, op de taken van de veiligheidsregio toegespitste informatie, steeds belangrijker. Allemaal redenen waarom we onze medewerkers anders moeten opleiden en getraind moeten houden. De inzet van moderne methoden en didactische inzichten is nodig om de vakbekwaamheid van onze mensen op peil te brengen en houden. Maar we hebben hier de juiste middelen niet voor. Personele zorg De loyaliteit van onze medewerkers is groot. We werken samen aan onze missie ‘Zorg voor veiligheid’, voor inwoners en bedrijven van onze regio. Met die instelling waren we tot nu toe in staat om de taken van een veiligheidsregio voldoende uit te uitvoeren. Maar als werkgever bieden we lang niet altijd waar onze medewerkers recht op hebben en wat ze nodig hebben voor hun werk en inzet: een veilige en gezonde werkomgeving; goede implementatie van arbeidsvoorwaarden; voldoende begeleiding bij vragen over de rechtspositie.
Juist een veiligheidsorganisatie als VRBZO zou de arbeidsomstandigheden goed op orde moeten hebben om het risicovolle werk veilig te kunnen uitvoeren. We willen natuurlijk het goede voorbeeld geven. Maar een risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E) toonde aan dat er een groot aantal tekortkomingen zijn. Die kunnen we alleen oppakken met voldoende deskundig personeel en voldoende financiële middelen. Huisvesting en materieel In de laatste fase van de regionalisering van de brandweer in 2014 zijn de huurafspraken voor gebruik van brandweerkazernes vastgelegd in huurovereenkomsten. De verantwoordelijkheden van verhuurder en van huurder waren daarmee duidelijk. Inmiddels hebben we ervaren dat ook vanuit huurderszijde een goede beheersorganisatie nodig is om toekomstbestendige huisvesting te kunnen blijven garanderen. Dit vraagt om samenwerking tussen gemeenten, deskundige inbreng vanuit VRBZO en beschikbaarheid van voldoende middelen. Bij het beheren en vervangen van materialen en materieel moeten we verduurzamen. De organisatie kan de zwaardere eisen en processen, de toename in werkzaamheden en de hogere kosten bij vervangingen niet opvangen. Terwijl materiaal en materieel onvoorwaardelijk beschikbaar moet zijn om veilig en effectief onze hulpverleningstaken te kunnen doen, zoals goed functionerende communicatiemiddelen tijdens brandweerinzetten.
Ondersteuning organisatie Het primaire proces binnen de veiligheidsregio kan alleen goed functioneren als het kan leunen op goede ondersteuningsprocessen en ondersteunende middelen. Bijvoorbeeld betrouwbare hard- en software, netwerken en informatiebronnen. Vaak is deze ondersteuning niet gegarandeerd; het netwerk valt regelmatig uit, applicaties vertonen storingen en de informatie en werkomgevingen zijn onvoldoende beschermd tegen aanvallen van buitenaf. De bedrijfscontinuïteit is niet altijd te garanderen, terwijl je dat juist van een hulpdienst en crisisorganisatie mag verwachten. Elke overheidsorganisatie, dus ook VRBZO, wordt geacht een goede bedrijfsvoering te voeren, die voldoet aan de specifieke wettelijke eisen. We willen een transparante organisatie zijn, die aan kan tonen dat ze in control is en die informatie kan delen met inwoners, media en gemeenteraden. Dat vraagt om capaciteit en deskundigheid die momenteel onvoldoende aanwezig is.
8
Om op deze thema’s te kunnen voldoen aan wet- en regelgeving is structurele verhoging van de gemeentelijke bijdrage nodig. Ervan uitgaande dat overhead meegroeit met de rest van de organisatie kunnen de vereiste maatregelen met betrekking tot bedrijfsvoeringstaken worden gefinancierd uit de generieke opslag voor overhead. Uitzondering hierop zijn kosten voor het versterken van informatievoorziening en ICT-middelen die grotendeels behoren tot middelen voor het primair proces. Het Algemeen Bestuur stelde in december 2024 de uitwerking van deelopdracht 1 vast. De bijhorende wijziging van de begroting 2025 werd als voorgenomen besluit aangenomen en voor zienswijze voorgelegd aan de gemeenteraden. Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR) en extra gemeentelijke bijdrage en in 2024 Het Ministerie van Justitie en Veiligheid (JenV) werkte eind 2022 aan een contourennota ‘Versterking crisisbeheersing en brandweerzorg’. Aanleiding van deze nota was de evaluatie van de Wet Veiligheidsregio’s door de commissie Muller. In de contourennota staan acties om verschillende aandachtsgebieden binnen crisisbeheersing en brandweerzorg te vernieuwen en veranderen. De inhoud van de contourennota sluit voor crisisbeheersing aan bij de speerpunten uit onze visie 2025. Door de val van het kabinet is de contourennota nog niet inhoudelijk besproken in de Tweede Kamer.
De minister erkende de noodzaak om veiligheidsregio’s nu al tegemoet te komen. Voordat de Kamer de inhoud van de contourennota bespreekt, krijgen we al een extra structurele rijksbijdrage van JenV. We kunnen hiermee het domein van crisisbeheersing en informatiemanagement versterken. Via de BDuR stelt het Rijk dit (landelijke) extra budget beschikbaar. Landelijk loopt het bedrag op van €46 miljoen in 2024 tot €83 miljoen in 2026. Voor 2024 was de extra BDuR voor VRBZO een bedrag van structureel € 1,75 miljoen. Bij de besteding van het budget houden we rekening met het doel van het ministerie. Bijvoorbeeld de landelijke thema's, zoals risicomonitoring, dynamische planvorming, informatiemanagement, leiding en coördinatie, opleiden, trainen en oefenen, evalueren en leren, herstel en nafase, middelen en voorzieningen en netwerkmanagement. In 2024 ontving VRBZO een incidentele extra gemeentelijke bijdrage van € 200.000 om de achterstand in de uitvoering van de visie in te halen. Deze achterstand ontstond door onze inzet tijdens de coronacrisis. We zetten de helft van dit bedrag in voor de versteviging van FieldLab Zuid-6. Dat is een samenwerking tussen de 6 zuidelijke veiligheidsregio’s op het gebied van informatievoorziening, data science en kunstmatige intelligentie. Het doel is het versterken en versnellen van processen op het gebied informatiemanagement in de crisisbeheersing.
Zij ontwikkelden onder andere een operationeel veiligheidsbeeld dat wekelijks met crisisfunctionarissen bij aanvang van de piketweek wordt doorgenomen. Ook ontwikkelde FieldLab de ‘GRIP-atlas’, waarin alle grootschalige opschalingsincidenten van de afgelopen jaren staan, inclusief de leerpunten die deze incidenten opleverden. Daarnaast investeerden we in doorontwikkeling en leiderschap binnen de organisatie. Eerste opvang vluchtelingen ontheemden uit Oekraïne Na het uitbreken van de oorlog in Oekraïne in 2022 werden de veiligheidsregio’s verantwoordelijk voor de eerste opvang van vluchtelingen uit Oekraïne. Deze opvang liep door in 2024, maar op een andere wijze. De taak is in maart 2024 overgedragen aan de gemeente Eindhoven. De kosten die we hiervoor maakten in 2024, zijn volledig gecompenseerd. Deze taak was daarmee budgetneutraal in 2024. Meer informatie over de werkzaamheden staat in hoofdstuk 3.
9
Regionaal risicoprofiel De Wet veiligheidsregio’s (Wvr, artikel 15) verplicht iedere veiligheidsregio een regionaal risicoprofiel op te stellen. Het regionaal risicoprofiel is een inventarisatie en analyse van de in een veiligheidsregio aanwezige risico’s, inclusief relevante risico’s uit gebieden net over de grens. De risico-inventarisatie is een overzicht van de risicovolle situaties, die veiligheidsregio's in de risicoanalyse interpreteren en analyseren. Met dit inzicht kan het bestuur van een veiligheidsregio strategisch beleid voeren om de aanwezige risico’s bijvoorbeeld te verkleinen of beter te beheersen. Daarmee is het regionaal risicoprofiel van VRBZO een belangrijke basis voor het regionaal beleidsplan van onze organisatie, dat we in 2025 en 2026 opstellen. Het is ook een basis voor risicobeperkende maatregelen en bijvoorbeeld risicocommunicatie naar de inwoners. Het regionaal risicoprofiel is tot stand gekomen door samenwerking tussen experts van VRBZO en diverse partners, zoals gemeenten, Politie Oost-Brabant, de waterschappen, Enexis, KPN, Brabant Water en Rijkswaterstaat. Het bestuur stelde het regionaal risicoprofiel in december 2024 vast als voorgenomen besluit. Daarna boden we het aan de gemeenteraden aan voor zienswijzen. We verwachten dat het bestuur het regionaal risicoprofiel in het voorjaar van 2025 definitief vaststelt.
10
2. Prestaties VRBZO De meeste capaciteit en middelen van de organisatie zitten vanzelfsprekend in de uitvoering van de reguliere taken voor brandweerzorg, multidisciplinaire crisisbeheersing, GHOR en bevolkingszorg. Deze taken voeren we uit vanuit de begrotingsprogramma’s Brandweerzorg en Veiligheid. Het programma Ondersteuning organisatie is vooral een intern programma en het programma Financiering is vooral een technisch programma.
2.1
Programma Brandweerzorg
Het programma Brandweerzorg in de begroting van VRBZO bestaat uit de producten Risicobeheersing en Incidentbestrijding. 2.1.1
Risicobeheersing
Met Risicobeheersing willen we incidenten en rampen voorkomen, of de kans erop zo klein mogelijk houden. VRBZO adviseert gemeenten en bedrijven hoe ze fysieke veiligheidsrisico’s kunnen beperken. We informeren ze over de mogelijke gevolgen, als de preventie niet op orde is. De prestaties van dit programmaproduct lichten we toe met onderstaande indicatoren. A.
Advies over (brand)veiligheid Begroting 2024
Realisatie 2024
Realisatie 2023
1.350 adviezen over
1.321 adviezen over
1.588 adviezen over
brandveiligheid
brandveiligheid
brandveiligheid
Advies over brandveiligheid
Het aantal adviezen over brandveiligheid is lager dan het aantal adviezen in 2023. Een mogelijke reden hiervoor is het stikstofdossier, waardoor het aantal bouwdossiers lager is dan andere jaren. B.
Advies over veiligheid bij evenementen Begroting 2024
Realisatie 2024
Realisatie 2023
350 adviezen over veiligheid
346 adviezen
430 adviezen
bij evenementen
over veiligheid bij
over veiligheid bij
evenementen
evenementen
Advies over veiligheid bij evenementen
Het aantal adviezen voor veiligheid bij evenementen is in 2024 lager dan het aantal adviezen in 2023. De cijfers zijn wel bijna gelijk aan de begroting en zijn onder te verdelen in type A- (177), B- (158) en C-evenementen (11). A-evenementen zijn kleine evenementen met het minste veiligheidsrisico. B- en C- evenementen zijn grotere evenementen. Hierbij geven we een integraal advies vanuit brandweer en GHOR. Bij C-evenementen benoemen we ook een interne casemanager.
11
C.
Advies binnen afgesproken termijnen Begroting 2024
Realisatie 2024
Realisatie 2023
>90% binnen afgesproken
93% binnen afgesproken
97% binnen afgesproken
termijnen
termijnen
termijnen
Advisering binnen normtijd
We handelen 93% van de adviesvragen van gemeenten binnen de afgesproken termijn af. Het percentage ligt lager dan in 2023, maar sluit wel aan bij de doelstelling uit de begroting. We handelden ongeveer 100 adviezen niet binnen de afgesproken termijn af. De oorzaak was vaak een onvolledige aanvraag, waardoor we aanvullende stukken moesten opvragen.
D.
Controles op brandveiligheid Begroting 2024
Realisatie 2024
Realisatie 2023
1.850 controles op
1.291 controles
1.655 controles
brandveiligheid
brandveiligheid
brandveiligheid
Controles brandveiligheid
Het aantal controles op brandveiligheid liep achter ten opzichte van vorig jaar en de begroting. De oorzaak hiervan komt voor een deel door uitval van collega’s door langdurig ziekteverzuim en voor een deel door een paar intensieve handhavingstrajecten die dit jaar zijn gestart. Bijvoorbeeld de handhaving op COA-locaties en bij grote recreatieparken. Dit legde een groot beslag op de capaciteit voor ondersteuning en advisering voor het bevoegd gezag. Daarnaast zien we dat onze beperkte informatiepositie en instabiliteit van de ICT-structuur belemmerend werkt bij de zaakbehandeling en het digitale toezicht. E.
Activiteiten veilig leven: risicobewustzijn en veilig gedrag
Activiteiten Veilig Leven
Begroting 2024
Realisatie 2024
Realisatie 2023
36 groepsvoorlichtingen
43 groepsvoorlichtingen
40 groepsvoorlichtingen
Tussen de 520.000 en
747.433 cumulatieve
871.787 cumulatieve
550.000 cumulatieve
contactmomenten met
contactmomenten met
contactmomenten met
inwoners, huishoudens en
inwoners, huishoudens en
inwoners, huishoudens en
bedrijven
bedrijven
bedrijven
We hebben 23 campagnes uitgezet via sociale media. Daarmee hebben we 747.433 unieke personen bereikt waarbij er 14.356 keer is doorgeklikt. Er hebben 43 voorlichtingsbijeenkomsten plaatsgevonden waarbij 840 fysieke individuele personen zijn bereikt.
12
2.1.2
Incidentbestrijding
De brandweer probeert niet alleen incidenten en rampen te voorkomen en beperken, maar bestrijdt ze ook. Onder het product ‘Incidentbestrijding’ zijn de kerntaken van Brandweer Brabant-Zuidoost: brand bestrijden, technische hulpverlening, ongevallen met gevaarlijke stoffen bestrijden en hulpverlenen bij waterongevallen. Ons doel is om te zorgen voor minder slachtoffers en minder schade. We lichten onze prestaties toe met onderstaande indicatoren. A.
Incidenten (uitrukken)
Aantal uitrukken
Begroting 2024
Realisatie 2024
Realisatie 2023
5.700 uitrukken
4.658 uitrukken
4.544 uitrukken
• 3.000 brand
• 2.031 brand
• 2.009 brand
• 2.700 ongeval/overig
• 544 ongeval
• 479 ongeval
• 2083 overig
• 2.056 overig
•
(853 gezondheid)
•
(625 dienstverlening)
•
(563 leefmilieu)
•
(42 overig)
In 2024 was er een lichte stijging (minder dan 4%) van het aantal uitrukken ten opzichte van 2023. Echter, de realisatie valt lager uit dan de verwachting uit de begroting. Alleen bij grote afwijkingen van gemiddelden, bekijken we wat daarvan mogelijke oorzaken zijn en of we beheersmaatregelen moeten aanpassen. Daarvan is op dit moment geen sprake. De aantallen incidenten variëren in de tijd en zijn afhankelijk van diverse factoren. Factoren zoals extreem weer met storm en wateroverlast en langdurige droogte met hoge temperaturen gaan steeds meer van invloed zijn in het aantal en soort incidenten binnen onze regio. In de bestuursrapportages van 2024 zijn de uitrukken onderverdeeld in de categorieën; brand, ongeval en overig. Om het aantal overige uitrukken beter te specificeren is in het jaarverslag de categorie overig verder onderverdeeld in gezondheid, dienstverlening, leefmilieu en een klein deel overig. De gezondheidsmeldingen betreffen reanimaties, til-assistenties voor de Regionale Ambulancevoorziening (RAV) en andere medische gerelateerde meldingen. In de categorie dienstverlening gaat het om bijvoorbeeld liftopsluitingen en dieren in problemen. In de categorie leefmilieu gaat het om stormschades, wateroverlast en metingen na meldingen van een vreemde lucht of een gaslucht.
In de categorie overig vallen de meldingen die we op dit moment niet kunnen classificeren, zoals incidentele verzoeken en/of informatie die we als brandweer van onze partners krijgen uit voorzorg. In onderstaande grafieken geven we een specificatie van het aantal uitrukken per jaar.
13
14
15
B.
Behaalde opkomsttijden Begroting 2024
Realisatie 2024
Realisatie 2023
>70% uitrukken voldoet aan
82,3 % uitrukken voldoet
80,3% uitrukken voldoet
opkomstnormen uit bestuurlijk
aan opkomstnormen uit
aan opkomstnormen uit
dekkingsplan
bestuurlijk dekkingsplan
bestuurlijk dekkingsplan
Opkomsttijd brandweer
De opkomstnormen uit het bestuurlijk vastgestelde dekkingsplan halen we over het hele jaar gemeten in ruim 80% van de uitrukken. Dit betekent dat de 1e tankautospuit in de meeste gevallen binnen de gestelde normtijd ter plaatse is. De beroepsposten leveren de grootste positieve bijdrage aan de normtijden door gemiddeld in 91,2% van de gevallen binnen de normtijd aanwezig te zijn. Het nieuwe dekkingsplan, dat nog vastgesteld moet worden, komt tot stand op basis van de nieuwe landelijke systematiek: gebiedsgerichte opkomsttijden (GGO). We denken dat we met het nieuwe dekkingsplan vaker binnen de opkomstnorm aanwezig zijn, omdat daarbij wordt gemeten met bandbreedtes in plaats van exacte normtijden. C.
Paraatheid eenheden Toelichting Beroepsposten: 100% (volgens rooster 24/7 paraat)
Vrijwillige posten: streven naar een georganiseerde paraatheid van 100%. Maar door het principe van vrije Paraatheid
instroom kunnen we de norm van paraatheid niet definiëren. We streven naar 100% beschikbaarheid van de basiseenheden die we nodig hebben.
Het personeelsverloop van de beroepsposten stijgt de komende jaren omdat collega's tegen het einde van hun 20jarig dienstverband lopen. Begin 2024 hadden we 107 beroepsmedewerkers, in juni 93 en eind 2024 waren het er 110. We moeten er rekening mee houden dat een deel van de instromende medewerkers niet direct inzetbaar is in verband met de vereiste opleidingen. Het invullen van vacatures vanuit de pool van vrijwilligers blijft lastig. We moeten steeds vaker nieuwe medewerkers werven buiten de populatie vrijwilligers. Dit leidt tot hogere opleidingskosten omdat nieuwe mensen nog een (aanvullende) opleiding moeten volgen en niet meteen inzetbaar zijn. Hierdoor neemt de belasting op de zittende medewerkers toe. Dit is een groot punt van zorg, want het kan negatieve effecten op de paraatheid hebben. In de bestuursopdracht is daarom gevraagd om de formatie te verhogen. Begin 2024 hadden we 736 vrijwilligers in dienst en eind 2024 waren er dat 734. Er zijn 48 vrijwilligers uitgestroomd en 46 ingestroomd. Uitstromende vrijwilligers zijn opgeleid in verschillende functies, zoals manschap, chauffeur en bevelvoerder. Instromende vrijwilligers zijn pas na ongeveer 2 jaar volledig inzetbaar, en alleen als manschap. De paraatheid staat daarmee in de dorpskernen onder druk.
Over heel 2024 is er ongeveer 600 keer een vrijwillige tankautospuit (TS) buiten dienst geweest door onvoldoende beschikbare vrijwilligers. Ruim 550 van deze momenten waren overdag. In 2025 willen we de paraatheid beter borgen door de formatie voor vrijwilligers te verhogen en TS-FLEX in te voeren. TS-FLEX betekent dat we bij specifieke (maatgevende) incidenten standaard 2 eenheden alarmeren. Op deze manier is de brandweerzorg beter georganiseerd.
16
D.
Vakbekwaamheid functionarissen Toelichting Wat willen we bereiken op het gebied van vakbekwaamheid?
Vakbekwaamheid
-
Alle repressieve medewerkers zijn vakbekwaam voor hun werkzaamheden.
-
Medewerkers zijn fysiek gekeurd en in orde.
-
Medewerkers volgen noodzakelijke opleidingen en bijscholingen (trainen en oefenen).
Naast alle nieuwe repressieve medewerkers zijn er ook medewerkers opgeleid in andere functies, zoals bevelvoerders, chauffeurs, OvD’en en gaspakdragers. We moeten flexibeler en sneller inspelen op ontwikkelingen die op ons afkomen, bijvoorbeeld de energietransitie, verstedelijking en de versnelling van natuurbrandrisico's. Onze zorgen daarover hebben we al vaker gedeeld. Ook landelijk leven deze zorgen, ze worden nu ook opgepakt door het Nederlands Instituut Publieke Veiligheid (NIPV) met het programma Onderwijs Onderweg. De ambitie om te komen tot ‘aantoonbare vakbekwaamheid’ pasten we in 2024 aan naar ‘bewuste vakbekwaamheid’. Een noodzakelijke tussenstap naar (uiteindelijk) aantoonbare vakbekwaamheid, omdat we daarvoor nu de mensen en middelen niet hebben. 2.1.3
Gerealiseerde baten en lasten - Programma Brandweerzorg
Lasten
Toelichting bestuurlijk
Primair
Na wijziging
Realisatie
Afwijking
Afschrijvingen
€
4.466.212
€
4.375.510
€
3.440.164
€
Doorbelasting
€
-1.235.406
€
-1.235.406
€
-1.495.572
€
260.166
Huisvesting en facilitair
€
3.721.202
€
4.591.548
€
4.849.982
€
-258.434
Loonkosten (inclusief inhuur)
€ 25.940.280
€ 28.532.924
€ 28.798.608
€
-265.683
Onderhoud specialistische voertuigen
€
1.103.513
€
1.144.213
€
1.333.290
€
-189.077
Overig
€
6.613.486
€
5.605.619
€
5.934.579
€
-328.960
Storting FLO voorziening
€
1.439.635
€
1.439.635
€
3.439.635
€ -2.000.000
Vakbekwaamheid brandweer
€
567.156
€
585.098
€
733.585
-148.487
€ 42.616.077
€ 45.039.141
€ 47.034.271
€ -1.995.130
Loonkosten (inclusief inhuur)
€
-135.000
€
-135.000
€
-290.420
€
155.420
Overig
€
-367.869
€
-437.046
€
-472.627
€
35.581
Vakbekwaamheid brandweer
Totaal Lasten Baten
€
935.346
€
-149.200
€
-149.200
€
-67.074
€
-82.127
Totaal Baten
€
-652.069
€
-721.246
€
-830.120
€
108.874
Eindtotaal
€ 41.964.008
€ 44.317.895
€ 46.204.151
€ -1.886.255
In bovenstaand overzicht staan de gerealiseerde baten en lasten van het programma brandweerzorg. We lichten de lasten en baten nader toe in de jaarrekening (paragraaf 3.3.1).
17
2.1.4
Ontwikkelingen begroting - Programma Brandweerzorg
De begrotingsontwikkelingen worden op dezelfde manier behandeld als dat we doen in de bestuursrapportages. Een nadere toelichting op wat we wilden bereiken staat in onze begroting 2024 .
18
2.2
Programma Crisisbeheersing
Het programma Crisisbeheersing van VRBZO bestaat uit de producten crisisbeheersing, GHOR en bevolkingszorg. 2.2.1
Crisisbeheersing
Crisisbeheersing organiseert de leiding en coördinatie, bij de bestrijding van complexe incidenten. Vaak zijn er meerdere hulpdiensten en (een) gemeente(n) bij betrokken. Soms gebeurt dit vanuit de GRIP-structuur (gecoördineerde regionale incidentbestrijdingsprocedure). Samen zorgen we zo snel mogelijk voor een stabiele en veilige situatie, zodat de dagelijkse gang van zaken kan worden hervat. Na het incident evalueren we om leerpunten op te halen. In de ‘normale’ situatie implementeren we de leerpunten in onze plannen (bijvoorbeeld het regionaal risicoprofiel, regionaal crisisplan en de rampbestrijdingsplannen) en worden functionarissen opgeleid en getraind. A.
Bestrijden GRIP-incidenten GRIP
2024 (2023)
Incidenten in 2024
GRIP 1
4 (4)
1.
10-jan: brand industrie Bergeijk.
2.
18-apr: brand vrachtwagen A67 Eersel.
3.
24-aug: botsing touringcar woning Beek en Donk.
4.
18-okt: brand appartement Eindhoven 13-mrt: verzakking gasleiding Eindhoven. 22 sept: brand afvalverwerkingsbedrijf Son.
GRIP
B.
GRIP 2
2 (1)
1. 2.
GRIP 3
0 (0)
-
GRIP 4 Flexibel
0 (0) 2 (3)
1. 2.
Storing Crowdstrike. Storing defensieserver.
Wettelijke planfiguren Toelichting
•
Het Algemeen Bestuur stelde in december het crisisbeheersplan voor Kempen Airport en het rampbestrijdingsplan voor de 7 Seveso inrichtingen in onze regio vast.
Planvorming met netwerkpartners
•
We vernieuwden de coördinatiekaart extreem geweld volgens het nieuwe landelijke crisisplan.
•
Samen met de 2 andere veiligheidsregio’s in Brabant startten we met het opstellen van een regionaal plan hoogwater en extreem weer in Noord-Brabant.
•
We actualiseerden het interne handboek planvorming.
•
Vanuit het landelijk netwerk multiplanvorming zijn we betrokken geweest bij de actualisatie en het opstellen van Landelijke Crisisplannen (onder andere Luchtvaartongevallen en Natuurbrand).
•
Voor de demonstratie van Extinction Rebellion op Eindhoven Airport, de huldiging van PSV en de marathon van Eindhoven stelden we dynamische plannen op.
•
We ontwikkelden een nieuwe duidingskaart over de nationale crisisstructuur.
19
C.
Vakbekwame crisisfunctionarissen Toelichting
•
We voerden de operationele en bestuurlijke multidisciplinaire opleidings-, trainings- en oefeningsactiviteiten (MOTO-activiteiten) in Oost-Brabant uit, samen met veiligheidsregio Brabant-Noord en volgens de afgesproken planning. We hielden onder andere trainingen,
Vakbekwaam-
doorleefsessies, oefeningen met het GBT (Gemeentelijk Beleidsteam) en het ROT (Regionaal
heid
Operationeel
Team),
CoPI-oefeningen
'maatschappelijke
onrust',
SGBO-trainingen(Staf
Grootschalig en Bijzonder Optreden) en vakdagen voor crisisfunctionarissen. •
Er waren een aantal thema’s belangrijk in de MOTO-activiteiten voor crisisfunctionarissen. Dat waren spoorveiligheid (op bestuurlijk niveau), maatschappelijke onrust, polarisatie en extreem weer. Een ander belangrijk thema was het werken volgens het regionaal crisisplan en de overdracht na een incident (nazorg). Deze thema’s zijn verweven in zowel de bestuurlijke menukaart als de operationele menukaart. De inrichting van de nieuwe MOTO-organisatie is in gang gezet voor komend jaar.
•
De aanbesteding voor de bestuurlijke menukaart voor de 3 Brabantse regio’s is afgerond. Hiermee is een betere onderlinge afstemming bereikt in de aanpak van crises in Brabant. Verder planden we activiteiten, oefeningen en trainingen op regionaal niveau in 2024.
2.2.2
GHOR en Bevolkingszorg
Beleid- en planvorming Toelichting
GHOR: •
De GHOR herziet verschillende convenanten samen met netwerkpartners. In 2024 hebben we een operationele bijlage aan het ziekenhuizenconvenant toegevoegd. Voor het convenant met het Rode Kruis is een verkenning gedaan, een update hiervan moet landelijk worden opgepakt.
Planvorming
Een eerste verkenning voor een vernieuwing van het convenant met de huisartsen is gedaan,
met netwerkpartners
hier gaan we in 2025 mee verder. •
De GHOR is een netwerkorganisatie en is continu bezig met het in beeld brengen en ondersteunen van de netwerkpartners bij het voorbereiden op rampen en crises. De aanbevelingen uit het zorgrisicoprofiel helpen bij het maken van keuzes binnen onze reguliere werkzaamheden. De aanbevelingen uit het zorgrisicoprofiel zijn verwerkt in het ‘plan van aanpak uitvoeringsprogramma’. Het uitvoeringsprogramma is heel Brabant gepresenteerd aan de zorginstellingen tijdens een kick-off bijeenkomst. Tijdens deze bijeenkomst werden 4 projectgroepen gevormd. Deze projectgroepen gaan in 2025 gaan het zorgrisicoprofiel implementeren met coördinatie vanuit de GHOR.
Bevolkingszorg: •
Op 5 september organiseerden we de eerste Netwerkdag Bevolkingszorg. Belangrijkste doelen waren het uitwisselen van kennis en ervaringen en onderlinge verbondenheid. We kijken terug op een geslaagde en leerzame dag, waarbij mensen aanwezig waren uit alle lagen van onze crisisorganisatie en gemeenten. In 2025 organiseren we weer zo’n netwerkdag.
20
D.
Vakbekwame crisisfunctionarissen Toelichting
GHOR: •
Alle geplande opleidings-, trainings- en oefenactiviteiten (OTO) van de GHOR gingen door. We evalueerden de OTO activiteiten en de uitkomsten zijn verwerkt in het OTO plan van de GHOR
Vakbekwaam-
voor 2025. We houden in 2025 meer rekening met de behoefte van de verschillende
heid
functionarissen. Bijvoorbeeld de vakbekwaamheid van de Officier van Dienst Geneeskundig (OVD-G) krijgt meer aandacht. •
De uitkomsten van de ketenoefening heeft cyberaanval deelden we via het Netwerk Acute Zorg Brabant met relevante partners. We bespraken de evaluatiepunten van de oefening vanuit verschillende aandachtsgebieden om de voorbereidingen op dit soort crises te verbeteren.
• Bevolkingszorg: •
Alle geplande OTO-activiteiten zijn doorgegaan. Daarnaast organiseerden we extra opleidingen om het verloop binnen de piketfuncties op te kunnen vangen. Onder andere door een extra inspanning binnen meerdere gemeenten is het gelukt om alle functies voor het einde van het jaar ingevuld te krijgen.
•
Alle inzetten en OTO-activiteiten zijn geëvalueerd. De uitkomsten daarvan zijn verwerkt in het OTO-jaarplan 2025 van bevolkingszorg. Uit de evaluatie bleek bijvoorbeeld dat er behoefte is aan meer kleinschalige oefeningen waarin de lijn binnen een proces zoals crisiscommunicatie geoefend kan worden.
•
Alle OTO-activiteiten zijn verwerkt in het vakbekwaam managementsysteem (VMS). Daarnaast is het VMS richtten we opnieuw in. We kunnen nu laten zien hoe vakbekwaam de functionarissen zijn die een rol vervulden in de crisisorganisatie van Bevolkingszorg in 2024.
2.2.3
Gerealiseerde baten en lasten – Programma Crisisbeheersing
Lasten
Toelichting bestuurlijk
Primair
Na wijziging
Realisatie
Afwijking
Afschrijvingen
€
76.118
€
76.392
€
50.403
€
25.989
Doorbelasting
€
-219.243
€
-219.243
€
-335.932
€
116.689
Loonkosten (inclusief inhuur)
€ 2.615.231
€ 3.610.941
€ 3.423.552
€
187.389
Oekraïne
€
€
€
€ -138.816
Overig
€ 1.107.603
€ 1.620.988
€ 1.250.345
€
370.644
€ 3.579.709
€ 5.089.078
€ 4.527.184
€
561.894
Oekraïne
€
-
€
-
€
-138.816
€
138.816
Overig
Totaal Lasten Baten
-
-
138.816
€
-32.000
€
-32.000
€
-55.385
€
23.385
Totaal Baten
€
-32.000
€
-32.000
€
-194.200
€
162.200
Eindtotaal
€ 3.547.709
€ 4.332.984
€
724.094
€ 5.057.078
In bovenstaand overzicht staan de gerealiseerde baten en lasten van het programma crisisbeheersing. We lichten de lasten en baten toe in de jaarrekening (paragraaf 3.3.2).
21
2.2.4
Ontwikkelingen begroting - Programma Crisisbeheersing
De begrotingsontwikkelingen behandelen we op dezelfde manier als in de bestuursrapportages. Een toelichting op wat we wilden bereiken staat in onze begroting 2024 .
22
2.3
Programma Ondersteuning organisatie
Het programma Ondersteuning organisatie gaat over alle taken die de organisatie ondersteunen: financiën & control, informatie & automatisering, HRM, communicatie en bestuur- en managementondersteuning. Dit zijn de taken van onze sector Bedrijfsvoering Een uitgebreide financiële toelichting staat in de jaarrekening. A.
Ziekteverzuim Begroting 2024
Realisatie 2024
Realisatie 2023
Percentage ziekteverzuim
Percentage ziekteverzuim
Percentage ziekteverzuim
VRBZO: <5,5%
VRBZO: 7,4%
VRBZO: 5,7%
Ziekteverzuim
•
In 2024 was het ziekteverzuim voor de hele organisatie 7,4%. Dit percentage ligt 1,7 procentpunt hoger dan vorig jaar. We willen naar een ziekteverzuimpercentage onder 5,5%. In de onderstaande grafiek is het verloop van het ziekteverzuim van de afgelopen jaren zichtbaar.
•
Het hoogste verzuim was zichtbaar in de sector Bedrijfsvoering, hier was het verzuim 16,1%. Verschillende medewerkers waren het afgelopen jaar afwezig omdat ze langdurig ziek zijn.
•
In 2024 hebben we de arbodienstverlening opnieuw aanbesteed. Deze nieuwe arbodienst start op 1 januari 2025. Daarnaast werkten we in 2024 aan een nieuwe visie op verzuim en een daarop gebaseerd verzuimbeleid. Met dit nieuwe beleid is ingestemd door de directie. We verwachten dat de komst van de nieuwe arbodienst en het nieuwe verzuimbeleid gaan bijdragen aan kortere lijnen bij het (preventief) tegengaan van verzuim. We hopen dat daardoor dat het verzuimpercentage komend jaar zal dalen.
VERZUIMPERCENTAGE VRBZO
2022
2023
2024
6,8%
5,7%
7,4%
23
Ontwikkelingen begroting - Programma Ondersteuning Organisatie De begrotingsontwikkelingen behandelen we op dezelfde manier als in de bestuursrapportages. Een toelichting op wat we wilden bereiken staat in onze begroting 2024 .
24
2.3.1
Gerealiseerde baten en lasten – Ondersteuning organisatie
Lasten
Toelichting bestuurlijk
Primair
Na wijziging
Realisatie
Afwijking
Afschrijvingen
€
395.477
€
303.376
€
153.546
€
149.830
Doorbelasting
€
1.846.647
€
1.846.647
€
1.831.503
€
15.144
Loonkosten (inclusief inhuur)
€
5.311.047
€
5.802.793
€
6.333.062
€ -530.269
Onderhoud specialistische voertuigen
€
-
€
-
€
655
€
-655
Overig
€
2.758.693
€
3.587.438
€
3.591.884
€
-4.447
€ 10.311.864
€ 11.540.254
€ 11.910.650
€ -370.397
Loonkosten (inclusief inhuur)
€
-
€
-
€
-59.983
€
59.983
Overig
€
-
€
-
€
-14.515
€
14.515
Totaal Baten
€
-
€
-
€
-74.498
€
74.498
Eindtotaal
€ 10.311.864
Totaal Lasten Baten
2.3.2
€ 11.540.254
€ 11.836.152
€ -295.899
Afwijking
Gerealiseerde baten en lasten – Programma Financiering
Lasten
Toelichting bestuurlijk
Primair
Na wijziging
Realisatie
Doorbelasting
€
-391.998
€
-391.998
€
-
Overig
€
4.515.104
€
-
€
-19.453
€
Rente
€
391.998
€
€
157.649
€ 234.349
Verkoop kazerne
€ €
Totaal Lasten Baten
4.515.104
391.998
€ -391.998 19.453
€
-
€
333.000
€ -333.000
€
-
€
471.197
€ -471.197
Indexatie BDuR
€ -9.035.671
€ -9.612.213
€ -9.721.441
€ 109.228
Overig
€ -51.303.014
€ -51.303.014
€ -51.303.133
€
Rente
€
-
€
-
€
-280.264
€ 280.264
Verkoop kazerne
€
-
€
-
€
-308.449
€ 308.449
Opbrengsten verkoop materieel/materiaal
€
-
€
-
€
-76.945
€
119
76.945
Totaal Baten
€ -60.338.685
€ -60.915.227
€ -61.690.232
€ 775.005
Eindtotaal
€ -55.823.581
€ -60.915.227
€ -61.219.035
€ 303.808
In bovenstaand overzicht staan de gerealiseerde baten en lasten van de programma’s Ondersteuning organisatie en Financiering. We lichten de lasten en baten toe in de jaarrekening (3.2.3 en 3.2.4).
25
3. Verplichte paragrafen Het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) schrijft voor dat een aantal paragrafen verplicht onderdeel uitmaakt van het jaarverslag. Deze verplichte paragrafen staan in dit hoofdstuk. De paragrafen Lokale heffingen en Grondbeleid gelden niet voor onze organisatie en zijn daarom weggelaten.
3.1
Risicomanagement en weerstandsvermogen
In deze paragraaf brengen we de risico’s in beeld en relateren we ze aan de weerstandscapaciteit. Het gaat bij risico’s om gebeurtenissen die zich mogelijk kunnen voordoen en die het realiseren van de doelstelling(en) van de organisatie kunnen verstoren. De belangrijkste beleidsuitgangspunten voor VRBZO op gebied van risicomanagement zijn: •
Risico’s in een cyclisch proces inventariseren, beoordelen en monitoren via een continuïteitsplan;
•
De instelling van een weerstandsvermogen heeft als doel om een stabiele (trendmatige) ontwikkeling van de gemeenschappelijke bijdrage te waarborgen;
•
De hoogte van de algemene reserve is afhankelijk van de omvang van de begroting en mag momenteel tussen de € 2,4 miljoen en € 3,2 miljoen liggen. De algemene reserve dient tevens als primair weerstandsvermogen. In de “beleidsnotitie kaders P&C 4GR” staan de beleidskaders voor de algemene reserve. We gaan het bestuur voorstellen om het resultaat van dit jaar volledig te onttrekken uit de algemene reserve. De algemene reserve komt dan uit op € 2.107.547, en dat is lager dan de onderkant van de bandbreedte.
3.1.1
Risico-inventarisatie
Het risico-overzicht in het continuïteitsplan bestaat uit de factoren kans en impact. Met kans bedoelen we: hoe waarschijnlijk is het dat een risico zich voordoet?. Bij ieder risico schatten we in hoe waarschijnlijk het is dat dit risico zich in de nabije toekomst zal voordoen. Met impact bedoelen we de negatieve financiële invloed die een risico mogelijk heeft op de continuïteit van de dienstverlening: wat zijn de geschatte kosten? Door het bepalen van kans en (financiële) impact schatten we de risico’s in. Om het weerstandsvermogen te berekenen dat we nodig hebben, vermenigvuldigen we de geschatte impact met een percentage volgens onderstaande tabel. Kans Zeer waarschijnlijk Waarschijnlijk Reëel (50/50) Onwaarschijnlijk Zeer onwaarschijnlijk
Impact 90% 70% 50% 30% 10%
Over het algemeen zien we door toenemende druk van wet- en regelgeving en risico’s in de bedrijfsvoering dat de mate van risico is toegenomen. Dit komt vooral omdat de impact groter is wanneer het risico zich voordoet. In onderstaand schema staan de belangrijkste risico’s inclusief de risico-inschatting kans en impact. We lichten de items vervolgens toe en geven (indien van toepassing) aan of het risico groter of kleiner is dan vorig jaar. Tijdens de reguliere gesprekken over planning en control worden de risico’s besproken en bijgesteld. De risico’s, en eventueel genomen beheersmaatregelen om de impact te dempen, worden gemonitord en periodiek gewogen.
26
Risico-inventarisatie
Kans
Impact
Bedrag
i/s
A. Brandweerzorg 1 Wijzigingen in beleid FLO-regeling beroepsbrandweer
Reëel (50/50)
pm
pm
2 Loonkosten irt vrijwilligers en WNRA
Reëel (50/50)
€ 500.000
€ 250.000
s
3 2e loopbaanbeleid
Reëel (50/50)
€ 750.000
€ 375.000
i
4 Aansprakelijkheid brand Hapert boven verzekerd bedrag
Zeer onwaarschijnlijk
€ 22.000.000
€ 2.200.000
i
5 PFAS vervuiling door blusschuim
Reëel (50/50)
pm
pm
i
6 PTSS door inzet bij incidenten
Reëel (50/50)
pm
pm
i
B. Crisisbeheersing 1 Kosten grootschalige of langdurige crisis of incident
Waarschijnlijk
€ 500.000
€ 350.000
i
2 Efficiencykorting 10% op totale BDuR
Onwaarschijnlijk
€ 1.100.000
€ 330.000
s
Zeer waarschijnlijk
€ 500.000
€ 450.000
s
Onwaarschijnlijk
€ 1.000.000
€ 300.000
i
3 Eigen risicodrager WW
Waarschijnlijk
€ 75.000
€ 52.500
i
4 Bedrijfscontinuït bij calamiteit
Onwaarschijnlijk
pm
pm
i
5 Stijgende rentekosten voor leningen 6 Kosten die voortvloeien t.b.v. bedrijfskritische continuïteit
Reëel (50/50)
€ 400.000
€ 200.000
s
Zeer waarschijnlijk
€ 250.000
€ 225.000
i
C. Ondersteuning organisatie (bedrijfsvoering) 1 Huisvesting gebruikersonderhoud en duurzaamheid 2
Informatieveiligheid (cybersecurity) i.v.m. data- en/of beveiligingslek
(bijvoorbeeld kostbare opleidingen of inhuur op gebied van brand- en omgevingsveiligheid, business intelligence, HRM, ICT, kosten juridische ondersteuning etc.);
TOTAAL A.
€ 4.732.500
Brandweerzorg
1. Wijzigingen in beleid Functioneel Leeftijdsontslag (FLO) De FLO regeling is een pensioenregeling die regelmatig verandert. Hierdoor kunnen financiële verplichtingen ontstaan die invloed hebben op de pensioenvoorziening. De precieze impact van toekomstige wijzigingen in de FLO regeling is lastig vooraf in te schatten. Om dit risico te beperken volgen we de wetgeving over de FLO-regeling actief. Voor de FLO-regeling is vanaf 2020 een voorziening aangemaakt, die lichten we toe in de jaarrekening onder 0. 2. Loonkosten in relatie tot vrijwilligers en WNRA De Wet Normalisering Rechtspositie Ambtenaren (WNRA) heeft als doel om de rechtspositie van ambtenaren en werknemers in het bedrijfsleven gelijk te trekken. Deze wet is ook van toepassing op het personeel van veiligheidsregio's. Vanwege het vrijwillige brandweersysteem in Nederland heeft de invoering van de WNRA specifieke gevolgen voor veiligheidsregio's. Op dit moment hebben brandweervrijwilligers een aparte juridische positie, die verschilt van die van beroepspersoneel. Met de invoering van de WNRA hebben vrijwilligers in de toekomst een arbeidsovereenkomst en kunnen zij aanspraak maken op toeslagen en voorzieningen die ook voor beroepspersoneel gelden. Dit zou kunnen leiden tot aanzienlijk hogere structurele kosten. De veiligheidsregio’s hebben een uitzonderingspositie gekregen en daarmee is de WNRA voor ons uitgesteld.
Als we kijken naar andere veiligheidsregio’s zien we dat de kosten eventueel kunnen oplopen tot €1.500.000 per jaar. Inmiddels weten we dat onze regio minder nadeel heeft dan andere regio’s. Dit heeft te maken met het feit dat wij 27
niet aan kazernering doen, waar sommige andere veiligheidsregio’s dit wel toepassen. Kazernering houdt in dat vrijwilligers als een soort beroepskracht op de kazerne blijven om de paraatheid te dekken. Veiligheidsregio’s die dit systeem hanteren zouden veel extra kosten krijgen als de WNRA gaat gelden. Voor ons zal het financiële nadeel daarmee ook lager zijn. Er vindt landelijk nog onderzoek plaats naar het effect van de invoering en naar manieren om daar invloed op uit te oefenen. Daarom zijn de ontwikkelingen rondom de invoering van de WNRA voor vrijwilligers op dit moment nog onzeker. 3. 2e loopbaanbeleid beroepsbrandweer Medewerkers die vanaf 2006 in dienst kwamen bij de beroepsbrandweer, werken in principe maximaal 20 jaar in een repressieve functie. De eerste medewerkers begonnen daarom in 2021 met de voorbereidingen voor hun 2 e loopbaan. De kosten voor deze medewerkers zijn nog beperkt. We deden toezeggingen, die vooral waardevol waren voor de medewerker. Bijvoorbeeld de mogelijkheid om een jaar parttime te werken of een terugkeergarantie voor een jaar. Oplossingen, waardoor een medewerker relatief veilig een eigen bedrijf kan starten of ergens anders ervaring op kan doen. Maar ze kostten de organisatie weinig. We dachten dat de daling van de FLO-kosten groter zou zijn dan de kosten voor het 2 e loopbaanbeleid.
Zodat de kosten van het nieuwe beleid, die van het oude beleid konden vervangen. Per saldo zouden daardoor de financiële effecten worden gedempt. Inmiddels weten we dat de FLO-kosten, na opnieuw een wijziging in het landelijke beleid, nog tot ten minste 2029 per saldo stijgen. Dit brengt een risico met zich mee voor kosten rondom het 2 e loopbaanbeleid. We verwachten wel extra kosten te moeten maken, maar we hebben nog geen uitgebreide ervaringscijfers om die te onderbouwen. We zien andere regio’s bedragen opnemen in hun begroting tot €70.000 per medewerker of een bedrag van €750.000 reserveren. Als we kijken naar de cijfers van nu en de genoemde ervaringen met de eerste uittreders, denken we dat dit voor VRBZO nog niet nodig is. We bekijken dit periodiek en stellen ons beleid bij als er aanleiding voor is. Op verzoek van de sector en sociale partners doet de Universiteit van Maastricht onderzoek naar de regeling en naar mogelijkheden om de regeling aan te passen. Het onderzoek startte in 2022 en duurt 4 jaar. Tijdens het onderzoek moeten de medewerkers wel een plan voor een 2e loopbaan maken, maar ze hoeven de organisatie nog niet te verlaten. 4. Aansprakelijkheid brand Hapert boven verzekerd bedrag De brandweer is namens de dakdekker die betrokken was bij de brand in een bedrijfsgebouw in Hapert aansprakelijk gesteld voor schade. Het incident vond in 2020 plaats.
De rechtszaak over deze casus bevindt zich nog in een onderzoekend stadium. VRBZO is verzekerd voor materiele schade tot een bedrag van € 5 miljoen. De totale claim bedraagt maximaal € 27 miljoen. We denken dat de kans dat we dit bedrag in geheel moeten uitbetalen, heel klein is. Doordat het om een groot bedrag gaat, drukt het zwaar op de benodigde weerstandscapaciteit.
28
5. PFAS vervuiling door blusschuim De brandweer heeft tijdens inzetten en oefeningen gebruik gemaakt van blusschuim dat PFAS kan bevatten. Hierdoor kan de bodem van oefenlocaties en incidentlocaties mogelijk verontreinigd zijn geraakt. Een (mogelijke) PFAS-verontreiniging brengt mogelijk gezondheidsrisico’s of juridische, financiële en/of bestuurlijke risico’s met zich mee. Onderzoeken en eventuele bodemsaneringen zijn duur. Daarnaast bevatten verschillende onderdelen van de voertuigen en bepakking sporen van PFAS. Denk aan de slangen op de voertuigen, de bluskleding van de brandweer. Daarnaast wordt er rekening gehouden met PFAS in het was-proces van bluskleding. De mogelijke impact van PFAS is nog onduidelijk. 6. PTSS door inzet bij incidenten De brandweer wordt ingezet bij allerlei soorten incidenten. Sommige incidenten zijn zo heftig dat de betrokken medewerkers mogelijk (een vorm van) post-traumatische stressstoornis (PTSS) oplopen. Dit kan leiden tot (gedeeltelijke) arbeidsongeschiktheid en psychische klachten. Wij zien PTSS als een beroepsziekte en ondersteunen de medewerkers onder andere via de bedrijfsarts, een team collegiale opvang en vertrouwenspersonen. Voor alle veiligheidsregio’s wordt op dit moment een landelijke regeling voor PTSS uitgewerkt. Met deze regeling wordt PTSS voor veiligheidsregio’s als beroepsziekte erkend.
Zoals bijvoorbeeld bij Defensie en Politie. Een belangrijk onderdeel van de regeling zijn preventieve maatregelen om PTSS te voorkomen. In de regeling is een bepaling opgenomen dat ook erkende PTSS-gevallen met terugwerkende kracht rechten kunnen ontlenen aan de regeling. Verder is de minister gevraagd bij te dragen aan de collectieve kosten voor uitvoering van de regeling. Afhankelijk van de parlementaire besluiten over de voorjaarsnota, krijgen wij hier een vergoeding voor. Wanneer deze regeling ingaat, bestaat een (financieel) risico voor toepassing van de regeling met terugwerkende kracht en de mogelijke negatieve uitkomst over de voorjaarsnota waardoor alle inspanningen en de daaruit voorvloeiende financiële consequenties op dit gebied door de eigen veiligheidsregio moeten worden gedragen. B.
Crisisbeheersing
1. Kosten grootschalige of langdurige crisis of incident Een grootschalige of langdurige crisis of incident (bv. grote natuurbrand, coronacrisis, cybercrisis of energiestoring) zal van ons als organisatie veel vragen. We zullen onze capaciteit helemaal in moeten zetten. Dit brengt extra kosten met zich mee. Denk bijvoorbeeld aan een grootschalige inzet van materieel en mensen. 2. Efficiencykorting 10% op totale BDuR Het Ministerie Veiligheid en Justitie heeft in haar departementale Rijksbegroting een efficiencykorting opgenomen van 10%. Voor VRBZO betekent dit een korting op de BDuR van structureel ruim € 1,1 miljoen. Door het huidige landelijke politieke klimaat is het moeilijk om een goede voorspelling te geven. Alle veiligheidsregio’s in het land ervaren dezelfde onduidelijkheid. Gezien de tijdsgeest, de geopolitieke situatie en de aard van de BDuR denken wij dat het niet waarschijnlijk is dat de 10%-efficiencykorting structureel zal blijven bestaan. We zien dat veiligheidsregio’s de korting als risico opnemen in de risicoparagraaf. De kans dat de korting doorgaat, wordt dan als ‘onwaarschijnlijk’ ingeschat. VRBZO gebruikt dezelfde methode. Als de structurele korting vervalt in de voorjaarsnota, dan vervalt daarmee ook het risico. C.
Ondersteuning organisatie
1. Huisvesting: gebruiksonderhoud en duurzaamheid VRBZO huurt haar kazernes van de gemeenten in de regio. Met gemeenten maakten we afspraken over gebruikersonderhoud. Eerste schattingen voor 2027 en daarna, laten een financieel tekort zien voor dit type onderhoud. Ook moeten de kazernes duurzamer worden en zijn er aanvullende eisen voor een veilige werkplek. We hebben nog geen beeld van de kosten van het duurzaam maken. Daar maken we met de gemeenten, als
29
eigenaren van de kazernes, afspraken over. Op lange termijn verwachten we een tekort voor het onderhoud van de kazernes. Daarom beschouwen we eventuele tussentijdse voordelen als incidenteel. 2. Informatiebeveiliging (cybersecurity) / BIO De afgelopen jaren stegen de risico’s en kosten bij een data- of beveiligingslek flink. We zijn continu bezig om het bewustzijn bij medewerkers te verhogen , bijvoorbeeld via monitoring, scans en detectoren, technische maatregelen en blogs en waarschuwingen. Ook is de maatschappelijke aandacht voor dit thema hoog. Daarom schatten we de kans iets lager in. De kosten bestaan bijvoorbeeld uit boetes en herstel na een lek of uit kosten voor de uitval en herstart van de operatie. Dit zijn vooral incidentele kosten. In bestuurlijke deelopdracht 1 hebben we veel aandacht voor dit risico en maatregelen die we nemen om het risico te verkleinen. Een belangrijke maatregel is het verhogen van de formatie van gespecialiseerd personeel om op die manier de kwetsbaarheid van informatie- en IT-beveiliging op tijd te signaleren en maatregelen te nemen. Om de risico’s te verlagen, organiseerde VRBZO de informatievoorziening zowel in huis als extern. We hebben bijvoorbeeld de kwetsbaarheid verlaagd door in de cloud te werken, waardoor beheer en beveiliging van ons netwerk voor een deel door een gespecialiseerde partij gebeurt.
Andere maatregelen zijn onder meer verwerkersovereenkomsten
afsluiten
met
leveranciers,
een
protocol
‘melden
datalek’
schrijven
en
bewustwordingscampagnes voor medewerkers bedenken over de risico's van digitaal verkeer. Als laatste investeren we in het project BIO ter versterking van de informatieveiligheid. 3. Eigenrisicodrager Werkloosheidswet (WW) Werkgevers in de overheidssector zijn verplicht eigenrisicodrager voor de WW. Dat geldt dus ook voor VRBZO. Dit betekent dat we geen premie afdragen, maar we moeten de kosten betalen van de WW-uitkering wanneer iemand werkloos raakt. Dit brengt een risico van aanvullende uitgaven met zich mee. Om dit te verminderen, is het belangrijk om de arboveiligheid te garanderen. Hiervoor actualiseerden we onder andere risico-inventarisatie & evaluatie (RI&E) . Nieuwe arbo-medewerkers pakken de punten uit deze RI&E op. 4. Bedrijfscontinuïteit bij calamiteit De kans bestaat dat door een calamiteit de bedrijfscontinuïteit in het geding komt. Het zou kunnen dat de centrale infrastructuur niet functioneert als gevolg van bijvoorbeeld opzettelijke vernieling, waterschade, stroomuitval, ondercapaciteit of cyberterrorisme/-crime. Om dit te voorkomen zijn er back up generatoren, hebben we fysieke toegangsbeveiliging en investeren we in de beveiliging van onze ICT infrastructuur door onder meer uitbesteden van bepaalde facetten aan gespecialiseerde bedrijven. 5. Stijgende rentekosten bij leningen Kapitaalmiddelen van VRBZO worden gefinancierd met vreemd vermogen (leningen).
Bij een stijging van de rente op de kapitaalmarkt stijgen de structurele financieringslasten van VRBZO. Wij volgen de renteontwikkeling continu bij het aantrekken van vreemd kapitaal. Mocht het nodig zijn, dan passen we ons financieringsbeleid aan. 6. Kosten voor bedrijfskritische continuïteit Door krapte op de arbeidsmarkt is het steeds lastiger om mensen in vaste dienst aan te nemen. Vooral voor specialistische functies ervaren we problemen om mensen te vinden. Om de werkdruk binnen de organisatie niet laten oplopen, is het nodig om mensen extern in te huren. Een andere manier om de bedrijfscontinuïteit te waarborgen, is mensen om te scholen door opleidingen aan te bieden. Dit leidt tot extra uitgaven om onze werkzaamheden te kunnen blijven uitvoeren.
Conclusie Op basis van de gekwantificeerde actuele risico’s is de benodigde weerstandscapaciteit bepaald op €4,7 miljoen. De benodigde weerstandscapaciteit ligt boven het weerstandsvermogen van € 2,6 miljoen. Het is niet reëel dat 30
bovengenoemde risico’s zich gelijktijdig voordoen. Tevens zijn kans en impact van enkele risico’s lastig in te schatten, waarbij met name aansprakelijkheid bij de brand in Hapert zwaar meeweegt, ondanks dat we het risico op als zeer onwaarschijnlijk inschatten. In het uiterste geval, indien risico’s zich daadwerkelijk voordoen en het beschikbare vermogen overschrijden, zal VRBZO terugvallen op de gemeenten in de gemeenschappelijke regeling om de kosten te dekken. De conceptbegroting 2026 bevat voor de jaarschijven 2026 en 2027 onttrekkingen uit de algemene reserve. Begroot wordt dat de algemene reserve eind 2027 leeg is. De kans dat we bij tegenvallers moeten terugvallen op de gemeenten wordt daarmee groter.