CConstaterende datNuenen
Koppel je AI →
Document · PDF

A13 MRE - Jaarrekening 2024

Gemeenteraad 5 juni 2025, gemeente NuenenBij agendapunt: Ingekomen stukken ter kennisname25.092 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Tevens wordt voorgesteld de in voorziening Stimuleringsfonds niet beschikte middelen ultimo 2023 van € 4 miljoen in te zeten voor de hoofdopgaven en daarmee verbonden versterking van de uitvoeringskracht in en van de regio. Op 9 december 2024 is de nieuwe Beleidsregel Stimuleringsfonds vastgesteld door het DB. We hebben een toekenning Regiodeal ontvangen van € 20 miljoen, het convenant is op 12 september in een

Uitvoering geven aan Stimuleringsfonds via drie tenders per jaar, communicatie.

Onderhouden netwerk met de relevante partners.

Het Stimuleringsfonds verbreden naar alle 5 thema’s uit het Samenwerkingsakkoord 2023-2026.

Opzetten proces voor de aanvraag 5e tranche van de Regiodeal. Bij toekenning het organiseren van een proces voor het

32

goed doorlopen van de juridische en financiële afwikkeling hiervan.

eerste Rijk-Regio overleg bestuurlijk vastgesteld. Daarmee is de aanvraag met succes afgerond en zijn we naar de volgende fase gegaan, namelijk de uitvoering. Op 12 november is het convenant ondertekend. In q4 is de uitvoeringsfase ingericht. Het AB heeft op 18 december de Verordening vastgesteld. Geselecteerde projecten kunnen nu een aanvraag indienen. De eerste aanvraag is ontvangen. In 2023 hebben we een succesvolle leergang georganiseerd. Gezien de prioritering in activiteiten is hier geen verdere voortgang aan gegeven (en wordt deze op korte termijn ook niet verwacht). We bekijken met het thema vitaal landelijk gebied hoe de economische vitaliteit van het landelijk gebied verder te versterken. Hiervoor wordt in 2025 een strategische verkenning van de opdracht uitgevoerd. Hoewel nog niet voorzien in het Jaarplan 2024, is eind 2023 gestart met een door het Dagelijks Bestuur verstrekte opdracht naar de verkenning van het voorzieningenniveau in de regio. De verkenning is uitgesplitst naar basisvoorzieningen en, topvoorzieningen

We organiseren samen met regionaal thema landelijk gebied een facultatieve leergang Economische vitaliteit landelijk gebied, genaamd “Buitenkansen in Brainport”.

Additionele activiteit, niet opgenomen in Jaarplan 2024: Strategische verkenning voorzieningen.

Als onderdeel van basisvoorzieningen is een 0-meting voorzieningen. Deze is het DB MRE in november vastgesteld. Gemeentes zijn middels brief en bijgevoegde rapport geïnformeerd. Regionale kengetallen zijn in ontwikkeling en worden in q1 2025 opgeleverd. Tevens is een eerste verkenning gedaan naar mogelijk gewenste topvoorzieningen. Een eerste inventarisatie is afgerond en besproken in het Poho Economie in november en DB MRE in december. In q1 2025 vindt nadere concretisering plaats. Vanuit het project Beethoven is een aanvullende opdracht gestart om in beeld

33

te krijgen wat de schaalsprong in voorzieningen zowel fysiek als financieel betekenen. Hiertoe is door Deloitte een quickscan uitgevoerd. De 1e verkenning is afgerond in q1 2025 wordt de quickscan afgerond. Financiële realisatie 2024 Economie, incl. investeringsfondsen en bijdrage Brainport Development

Landelijk gebied Hoofdopgave Ons landelijk gebied is in transitie. Er vinden maatschappelijke, economische en ruimtelijke veranderingen plaats. Daarnaast zijn er grote opgaven op het gebied van milieu en klimaat. Deze ontwikkelingen, en vraagstukken zoals woningbouw, infrastructuur en werklocaties, vragen om fysieke ruimte. Het vraagt om een nieuwe balans in het landelijk gebied en om verbinding tussen de functies van het landelijk gebied en het stedelijk gebied. Het vraagt ook een kwaliteitsslag van het landelijk gebied, waarbij natuur en landschap in toenemende mate randvoorwaardelijk zijn in het realiseren van de Brainportambities. Onze regionale ambitie is te komen tot een landelijk gebied dat leefbaar, toekomstbestendig en economisch vitaal is, zodat het bijdraagt aan een concurrerend vestigingsklimaat en een bijdrage levert aan de regionale brede welvaart. De kwaliteitsverbetering van de fysieke leefomgeving in het landelijk gebied is een enorme opgave. Daar ligt ook een samenhang met de opgaven uit het programma energietransitie. Het stikstofdossier is een belangrijk aandachtspunt voor de ontwikkeling van zowel de kwaliteit van de leefomgeving, de agrarische sector als ook voor bedrijfsruimte, woningbouw en infrastructuur, temeer omdat nog veel onduidelijk is en kaders deels ook worden bepaald door recente en mogelijk nog te verwachten gerechtelijke uitspraken.

Probleemoplossend vermogen, een integrale benadering én gezamenlijke prioritering van ruimtelijke opgaven vanuit Rijk en regio is nodig om hierop te kunnen versnellen. Niet alleen om de economische groei voldoende te kunnen accommoderen, maar juist ook om gelijktijdig de kwaliteit van de leefomgeving te kunnen versterken, onder andere door te werken vanuit de principes ‘water en bodem sturend’ en regionale brede welvaart. We benutten daarbij gebiedsprocessen als Novex De Peel en het Nationaal programma landelijk gebied (NPLG) om functies in balans te brengen met de natuurlijke draagkracht van het gebied. Wat willen we samen

34

bereiken? De versterking van ruimtelijke en ecologische kwaliteiten hangt samen met de veranderende economische en sociale structuur in het landelijk gebied en de verbinding tussen landelijk en stedelijk gebied. De hele regio heeft belang bij een vitaal buitengebied. De diverse onderwerpen worden in onderlinge samenhang bekeken. We willen een landelijk gebied dat voldoet aan de eisen zoals opgenomen in het Nationaal programma landelijk gebied. Het doel is om leefbaarheid en economische vitaliteit van het landelijk gebied voor mensen die er wonen, werken en recreëren te verbeteren en een toekomstbestendige gezonde en natuurlijke leefomgeving te maken. We monitoren de effecten en veranderingen. Zuidoost-Brabant is samen met aangrenzende delen van Noordoost Brabant en Noord- en Midden-Limburg tevens één van de belangrijkste voedselproducerende regio’s van Nederland. We streven naar verbreding en verduurzaming van het regionale productiepalet. Het huidige productiemilieu van de landbouw gaat veranderen naar meer extensieve en natuurinclusieve vormen van landbouw. Tegelijkertijd is de landbouw in onze regio een belangrijk onderdeel van de hele voedselproductie en draagt bij aan de eiwittransitie van ons voedingspatroon en is een gezonde economie in het landelijk gebied van belang voor de maatschappelijke vitaliteit. Opgave Werkprogramma 2024

Toekomstbestendig landelijk gebied Wat willen bereiken? Economisch en maatschappelijk vitale landelijke gebieden en robuuste natuur en perspectiefrijke landschappen door regionale belangen in NPLG en NOVEX de Peel te verankeren. Verbeteren van de water-, lucht-, bodem- en natuurkwaliteit in het bijzonder door verminderen van de hoge stikstofuitstoot en verdroging. Vitale landbouwsector, die in balans is met de fysieke leefomgeving. Resultaten t/m december 2024 Activiteiten 2024 We brengen de opgaven in het landelijk gebied bij elkaar vanuit het streefbeeld en werken toe naar een strategische uitvoeringsagenda.

Stand

Bijdragen bij het maken een ontwikkelperspectief voor NOVEX De Peel, een uitvoeringsprogramma en een regionale investeringsagenda. We gebruiken daarvoor visies, programma’s en projecten van gemeenten. Actief acteren op het stikstofdossier i.r.t. regionale agenda en programma’s.

35

Toelichting Diverse ontwikkelingen (de geïntensiveerde schaalsprong, steeds dringender wordende milieu- en klimaatwet- en regelgeving en ontwikkelingen in de agrarische sector) hebben geleid tot herijking van het thema Vitaal Landelijk Gebied. Hiervoor is een startnotitie opgesteld. Poho en DB hebben hiermee ingestemd en brede ondersteuning uitgesproken voor de ontwikkeling van het programma Vitale Groene Leefomgeving. Toegelicht bij Raadstafel21. De Regionale Uitvoerings- en Investeringsagenda is gereed en goedgekeurd in het BO Leefomgeving op 6 november. De eerste tranche van de Impulsregeling voor de opstart van kleinere projecten is afgerond. Provincie heeft Bestuurlijke Aanpak Stikstof 2.0 vastgesteld. Door uitspraken RvS (Rendac, Amer) is de impact op

ontwikkelingen groter geworden. Bestuurlijk en ambtelijk wordt hierop geacteerd. BPLG en Transitiefonds zijn ververvallen. Provincie is bezig met vervolgplan: Aanpak Landelijk Gebied. Ruimtelijke component wordt integraal binnen MRE doorgeschakeld. Monitoring zal worden gekoppeld aan ontwikkeling programma Vitale Groene Leefomgeving.

Afstemming trajecten BPLG / NOVEX de Peel / NOVEX Stedelijk Brabant / PMIEK / Ruimtelijk voorstel met de Regionale Ontwikkelstrategie Zuidoost-Brabant. We zorgen dat er een monitor Vitaal landelijk gebied is waarbij zal worden aangesloten op bestaande (landelijke) initiatieven. We agenderen regionale belangen in het Bestuurlijk Overleg Transitie Landbouw en zorgen voor regionale afstemming over de provinciale planMER Mest.

Bestuurlijk overleg transitie landbouw loopt. Focus op toekomstbestendige landbouw, ook in relatie tot vervolg op BPLG -> ALG. Brede plattelandsbestemming geagendeerd. Integrale aanpak Vitaal Landelijk Gebied en Ruimte&Wonen. Najaar 2024 is het convenant ‘biobased bouwen en telen in de MRE’ opgesteld. Het convenant is ondertekend op de omgevingsdag (11 december) door 19 gemeenten, met steun van de 2 waterschappen en de provincie. Er is een start gemaakt met het opstellen van een actieplan.

Verkenning op de regionale rol op biobased bouwen. Dit stond niet in het werkprogramma 2023/2024.

Transitie voedselketen Wat willen bereiken? Voedsel, gezond en voor iedereen door: §

Een regionale voedselstrategie;

§

Projecten, die een bijdrage leveren aan het doel: voedsel, gezond en voor iedereen.

Resultaten t/m december 2024 Activiteiten 2024 Een regionale voedselstrategie in lijn met het essay ‘De Metropoolregio smaakt naar meer!’ met gemeenten.

Stand

36

Toelichting Samen met een ambtelijke kwartiermakersgroep is de adviesnota met handvatten hoe gemeenten rol kunnen pakken in het verkorten regionale voedselketen en het bieden van podium aan lokale ondernemers, uitgewerkt tot een ‘Actieplan Regionale Voedselstrategie’. Het actieplan is tijdens het poho op 5 december 2024 vastgesteld (onder voorbehoud van capaciteit).

Gezamenlijke voorbeeldprojecten: We zetten samen met partners in op voorbeeldprojecten, die een bijdrage leveren aan het doel: voedsel, gezond en voor iedereen. Oprichten van een werkgroep regionale voedselstrategie.

Activiteit is met agrarische ondernemers, marketingorganisaties en ambtelijke kwartiermakersgroep uitgewerkt tot concrete taken in het ‘Actieplan Regionale Voedselstrategie’. Om de druk op capaciteit bij gemeenten te beperken is op advies van de ambtelijke kwartiermakersgroep geen algemene werkgroep voor alle acties van de regionale voedstrategie opgericht, maar een uitvraag bij gemeenten gedaan voor een ‘coördinator’ per gemeente, die per actie coordineert of en zoja met wie de desbetreffende gemeente aansluit.

Financiële realisatie 2024 Landelijk gebied

Regionaal Historisch Centrum Eindhoven (RHCe) Hoofdopgave Het Regionaal Historisch Centrum Eindhoven (RHCe) is de archiefbewaarplaats voor de gemeenten in de regio Zuidoost-Brabant1. Dit houdt in het verrichten van diverse taken en activiteiten die voortvloeien uit de Archiefwet en die tot doel hebben om samen met de gemeenten ervoor te zorgen dat overheidsinformatie in de regio goed wordt bewaard en makkelijk te vinden en te raadplegen is voor iedereen die er recht op heeft. Als organisatie streven we ernaar dat iedereen ook in de verre toekomst toegang blijft houden tot (historische) informatie. Naast overheidsarchieven, beheert het RHCe ook particuliere archieven voor zover deze een bijdrage leveren aan het collectieve geheugen van de regio Zuidoost Brabant. Deze particuliere archieven vallen zodra ze zijn opgenomen in de archiefbewaarplaats ook onder de Archiefwet. De Archiefwet is de belangrijkste wet voor de informatievoorziening van de Nederlandse overheid. De wet regelt dat overheidsarchieven na verloop van tijd openbaar worden voor burgers. De wet slaat op overheidsinformatie vanaf het moment dat die informatie wordt gemaakt. Het geldt dus voor de e-mail die u net namens uw organisatie heeft verzonden. Maar bijvoorbeeld ook voor eeuwenoude stadsrechten.

In de Archiefwet 1995 staan onder andere regels voor de materiële verzorging en toegankelijkheid van archiefbescheiden (hoe makkelijk de informatie is in te zien), het bewaren en vernietigen van informatie, het vervangen van archiefstukken door reproducties (bijvoorbeeld een scan of kopie), het uitlenen of in eigendom overdragen van informatie, het 1

Met uitzondering van de gemeente Gemert-Bakel. Voor een aantal openbaar lichamen op basis van de wet Gemeenschappelijke regelingen (intergemeentelijke samenwerkingsverbanden) in de regio vervult het RHCe vergelijkbare taken. 37

overbrengen van informatie naar een archiefbewaarplaats en de openbaarheid van overheidsinformatie. De manier waarop het RHCe informatie beschikbaar stelt, kan een wereld van verschil betekenen. Of het nu gaat om een afstudeeronderzoek, een huisrenovatie, het opsporen van familiegegevens of zelfs een juridisch geschil, de zorgvuldige aanpak en nauwe samenwerking met gemeenten om te voldoen aan regelgeving zoals de Archiefwet, Woo en AVG staan centraal. Het is daarom van groot belang om alert te blijven op de ontwikkelingen in de samenleving en tegelijkertijd oog te hebben voor innovatie. Op basis van de Archiefwet voert het RHCe de volgende taken uit: §

Toezicht op de archiefzorg door gemeenten, en op de overbrenging van gemeentelijke te bewaren archiefbescheiden naar de archiefbewaarplaats;

§

Advisering over archiefzorg- en beheer en over informatiebeheer van gemeenten;

§

Beheer en raadpleegbaarstelling van naar de archiefbewaarplaats overgebrachte analoge en digitale archieven;

§

Beheer van particuliere archieven uit de regio voor zover dat past bij het RHCeacquisitiebeleid. Met particuliere archieven presenteert het RHCe historische gegevens van de regio en zijn er mogelijkheden deze te verbinden met een breed publiek.

Resultaten t/m december 2024 Activiteiten 2024 Toezicht op gemeentelijk informatiebeheer

Stand

Toelichting Uitgevoerde inspecties (incl. SIO-gesprekken): bij gemeenten: 13 bij intergemeentelijke samenwerkingsverbanden: 6 Gevoerde follow up-gesprekken bij gemeenten: 11 bij intergemeentelijke samenwerkingsverbanden: 6 Scores gemeenten: Voldoen: 2 gemeenten: Asten en Waalre Voldoen gedeeltelijk: 11 gemeenten: Bergeijk, Best, Bladel, Cranendonck, Deurne, Eersel, Eindhoven, Geldrop-Mierlo, HeezeLeende, Helmond, Laarbeek, Nuenen, Reusel-de Mierden, Someren, Son en Breugel, Valkenswaard, Veldhoven Voldoen niet: 1 gemeente: Oirschot Informatiebeheer in Best en Veldhoven is aantoonbaar verbeterd. Scores intergemeentelijke samenwerkingsverbanden: Voldoet: 1 organisatie: Kempisch Bedrijvenpark

38

Dienstverlening gemeenten

Overbrenging van informatie

Voldoen gedeeltelijk: 9 organisaties: A2 gemeenten, Cure, Dienst Dommelvallei, VRBZO, Peelgemeenten, KempenPlus, Ergon, PlusTeam, GRSK Informatiebeheer bij A2 gemeenten, Dienst Dommelvallei is aantoonbaar verbeterd. Voldoen niet: 4 organisaties: GGD, MRE, Reiniging Blink, Senzer Omvangrijkere adviezen: +/- 200 Overgebrachte analoge informatie in meters: 89,44 Overgebrachte digitale informatie in Tb:4,2 TB Opgestelde/aangepaste normdocumenten/handleidingen: 8 Aantallen aangevraagde scans: 1.230 Aantal malen dat gemeenten hun eigen informatie inleenden: 299 Analoge archieven zijn naar de archiefbewaarplaats overgebracht door de volgende gemeenten: 1. Eindhoven: 44,88 meter 2. Helmond: 7,96 meter 3. Veldhoven: 36,6 meter Omvang totaal 89,44 strekkende meter. Benutting E-depot: 16 TB Digitale informatie is naar het E-depot overgebracht door de volgende gemeenten:

39

Acquisitie van informatie

Aantal aanwinsten: 35, te weten: 1. 9, aanvullingen op reeds bij RHCe aanwezige collecties 2. 12 bewegend beeld of fotografisch materiaal. 3. 26 nieuwe aanwinsten Toegankelijk respectievelijk raadpleegbaar maken en eventueel digitaliseren van geacquireerd materiaal vindt plaats zodra zich daarvoor vrijwilligers melden, danwel dat met de erfgoedpartners daartoe afspraken zijn gemaakt of zodra RHCe daarvoor capaciteit kan inzetten ingeval geen wettelijke of ander primaire taken meer voorhanden zijn. Aanwas analoog depot gemeenten: 90 meter Aanwas analoog depot particulier: - 5 meter Aanwas bibliotheek: 0 meter

Afstoten van informatie

Vernietiging van informatie

Externe communicatie

Koperen schijfje, met Latijnse tekst, herkomst Groningen afgestoten naar Gronings Museum te Groningen. Er zijn 52 vernietigingslijsten beoordeeld, waarvan 38 van gemeenten en 14 van intergemeentelijke samenwerkingsverbanden. Aantal afgegeven Machtigingen tot Vernietiging: 26 Bijeenkomsten met gemeenten: 4 Let’s Talk bijeenkomsten voor informatieprofessionals gemeenten en intergemeentelijke samenwerkingsverbanden Ontvangsten werkveld/bestuurders/ambtenaren: 16 ontvangsten Brabant in beelden: 100.228 bezoekers website Deelname evenementen: GLOW Eindhoven en Open Monumentendag. Uitgebrachte producties: 1 Jaarzine, 1 flyer E-depot, 3 nieuwsbrieven,

40

2x posters bezoekersruimte, 1 bijdrage aan publicaties als International Archive Week Challenge, 20 Groot Eindhoven, 4 Brabeau magazine, 1 video Open Monumentendag over Fellenoord Eindhoven, 7 films en 500 foto s op Brabant in Beelden, 50 Foto s voor wekelijkse rubriek Eindhovens Dagblad.

Duurzaam beheer van informatie

Dienstverlening publiek

Sociale media: • Instagram: 2.718 volgers • Facebook: 2.543 volgers • LinkedIn: 695 volgers • X: 859 volgers Volgens archiefwet- en regelgeving opslag van blijvend te bewaren informatie met een totale omvang van 12,19 km en 17,38 TB. Onderdelen van de collectie dienen nog toegankelijk te worden gemaakt, hier wordt in 2025 een werkplan voor opgesteld. Het volgens archiefwet- en regelgeving verlenen van inzage in de opgenomen informatie (12,19 km en 17,38 TB), het verstrekken van inlichtingen ten behoeve van het vinden van de informatie en het op verzoek leveren van scans. Gemiddeld aantal bezoekers per openingsdag: +/-9 ( Aantal ingekomen e-mailberichten met verzoeken om informatie: 3.616 Verzoeken per telefoon: 1.104 Aantal malen dat in de bezoekersruimte stukken ter raadpleging zijn aangeboden: 5.541 Aanwas gedigitaliseerde informatie, te raadplegen op de website: 79.065 items. Aantal scanopdrachten: 150 Scans: 1.500

Dienstverlening netwerkpartners A Vergroten (digitale) raadpleegbaarheid regionale collectie door samenwerkingsactiviteiten met netwerk en andere archiefdiensten.

41

In 2024: - Schepenbankregisters met medewerking van erfgoedpartners NGV en Weerderheem Valkenswaard. - Digitaliseren bewegend beeld o.m. t.b.v. Brabantin Beelden, i.e. samenwerking BHiC/RHCe/RAT) - Ontsluiting beeldcollecties erfgoedverenigingen De Vonder (AstenSomeren) en De Baronie van Cranendonck (Cranendonck), en fotocollecties gemeenten Asten en Someren vanwege facilitatie van erfgoedpartner erfgoedvereniging De Vonder (Asten-Someren) d.m.v. RHCeinbreng. - Cursussen stamboomonderzoek voor beginners (in samenwerking met NGV afd. Peel- en Kempenland. - Inloopspreekuur stamboomcafé in samenwerking met NGV afd. Peel- en Kempenland - Lezingenreeks Cultuurhistorie in de Peel i.s.m. Museum Klok&Peel (Asten) erfgoedverenigingen De Vonder (AstenSomeren), H.N. Ouwerling Deurne, Stichting Kasteelerfgoed Asten. - . - Beschikbaarstellen archivalia (bruikleen) ten behoeve van tentoonstelling in museum ‘t Oude Slot te Veldhoven - Ontsluiten en materieel verzorgen gemeentelijke fotocollectie gemeenten Asten en Someren. Financiële realisatie 2024 REGIONAAL HISTORISCH CENTRUM EINDHOVEN (RHCe)

42

Overhead Metropoolregio Eindhoven & RHCe Opgave Aangaande de bedrijfsprocessen dient het volgende te worden bereikt: §

Efficiënt en effectief regelen van de bedrijfsvoering;

§

Flexibiliteit in de organisatie en de uitvoering;

§

Borgen van kwaliteit dienstverlening aan gemeenten, burgers en instellingen.

Onder de overheadkosten wordt verstaan: §

Directe loonkosten van directie en ondersteuning, waaronder control, financiën, P&O, ICT en

§

Secretariële/ administratieve ondersteuning.

§

Indirecte loonkosten, waaronder opleidingsbudget en kosten salarisadministratie.

§

Kosten facilitaire dienstverlening, waaronder huisvesting.

§

Kosten automatisering, waaronder beheer en hosting werkplekomgeving en financieel systeem.

§

Algemene Kosten, waaronder accountantskosten, verzekeringen en belastingen.

§

Bureaukosten, waaronder telefoonkosten en kantoorbenodigdheden.

Financiële realisatie 2024 OVERHEAD

43

PARAGRAFEN Inleiding In dit hoofdstuk wordt een aantal aspecten van de financiële huishouding belicht. Het betreft de paragrafen: Weerstandsvermogen en risicomanagement Financiering Bedrijfsvoering Verbonden partijen Grondbeleid Onderhoud kapitaalgoederen Rechtmatigheid

§ § § § § § §

Weerstandsvermogen en risicomanagement Nota risicomanagement en weerstandsvermogen Metropoolregio Eindhoven Het Algemeen Bestuur heeft op 4 juli 2018 de nota Risicomanagement en weerstandsvermogen Metropoolregio Eindhoven vastgesteld. In deze nota is vastgesteld wat de onder risicomanagement wordt verstaan en welke uitgangspunten hierbij worden gehanteerd. Tevens is bepaald welke risico’s door de Metropoolregio Eindhoven worden gedragen en welke door de deelnemende gemeenten. Als uitwerking van de nota zijn de risico's voor de organisatie bij deze jaarrekening opnieuw geïnventariseerd, geclassificeerd en financieel inzichtelijk gemaakt. Hieronder volgt een overzicht van de risico’s op concernniveau met een financieel belang groter dan € 200.000: Risico

Dienstonderdeel

2.

MRE

3.

4.

Omschrijving risico

Landgoed Gulbergen Doelvermogen onttoereikend voor eeuwigdurende nazorg

MRE

Beheersmaatregel

Onvoldoende middelen en capaciteit voor de uitvoerende Capaciteitstekorten worden actief in kaart gebracht samen taken uit het samenwerkingsakkoord 2023-2026 (Regiodeal, met gemeenten en partners, waarbij gekeken wordt naar Ruimte en Wonen, schaalsprong, Brede Welvaart), met risico herverdeling van taken en structurele versterking. op niet-gerealiseerde externe financiering en vertraging in Samenwerking met kennisinstellingen, bedrijven en externe uitvoering door een tekort aan projectmanagement en experts wordt geïntensiveerd om specialistische kennis en beleidsmatige ondersteuning binnen MRE. uitvoeringskracht aan te vullen. Tegelijkertijd worden financieringsmogelijkheden, zoals subsidies en publiekeprivate samenwerkingen, verkend om structureel te investeren in uitvoeringscapaciteit. Eventuele financiële en uitvoeringsrisico’s worden tijdig gesignaleerd via de P&Cdocumenten en indien nodig bijgestuurd via een begrotingswijziging in het Algemeen Bestuur. Heldere afspraken maken met de Provincie N-B over het vereiste doelvermogen en de gemeenten hierover tijdig informeren.

Niet kunnen invullen van vacatures waardoor externe inhuur Vacatures worden uitgezet in vakbladen en via social media. noodzakelijk is.

Risicoscore

Kans

Zeer hoog

50%

Benodigde weerstandscapaciteit € 400.000

Hoog

3%

€ 500.000

Hoog

50%

€ 225.000

Vermogenspositie De concernorganisatie Metropoolregio Eindhoven (Metropoolregio Eindhoven, Regionaal Historisch Centrum en Gulbergen) realiseert volgens de Begroting 2024 na tweede wijziging een omzet van € 27,5 miljoen. Deze baten zijn volgens de Notitie Algemene Reserve bepalend voor de berekening van de hoogte van de Algemene Reserve. Metropoolregio Eindhoven De baten die in de Begroting 2024 na de tweede wijziging zijn toe te wijzen aan de Metropoolregio Eindhoven bedragen € 24,1 miljoen. Volgens de staffel in de Notitie Algemene Reserve betekent dit dat de hoogte van de algemene reserve tussen de € 1.200.000 en € 1.500.000 moet liggen. De stand per 31-12-2024 bedraagt € 1.200.000. Vanuit de risicoanalyse zijn risico’s geïdentificeerd ter waarde van € 1.455.000. Bij de vaststelling van de jaarrekening 2024 zullen wij het Algemeen Bestuur voorstellen de algemene reserve aan te vullen.

44

Regionaal Historisch Centrum (RHCe) De baten die in de Begroting 2024 na tweede wijziging zijn toe te wijzen aan het RHCe bedragen € 3,4 miljoen. Volgens de in de Notitie Algemene Reserve opgenomen staffel betekent dit dat de hoogte van de algemene reserve zich tussen de € 150.000 en € 300.000 moet bevinden. De stand per 31-12-2024 bedraagt € 300.000, vanuit de risicoanalyse zijn risico’s benoemd voor een bedrag van € 230.000. Landgoed Gulbergen Het weerstandsvermogen van de Landgoed Gulbergen wordt begrensd door de in de bestemmingsreserve Gulbergen aanwezige middelen. Door de afkoop van de erfpachtovereenkomst met Attero is beheer en exploitatie van het Landgoed Gulbergen geheel voor rekening en risico van de Metropoolregio Eindhoven. Echter is per 1 maart 2024 het golfterrein op Landgoed Gulbergen in erfpacht uitgegeven aan Libéma, de nieuwe eigenaar van Gulbergen B.V. Dit resulteert in een incidentele opbrengsten van € 2,8 miljoen. Dit is vervolgens toegevoegd aan de bestemmingsreserve. De stand van de reserve per 31-12-2024 bedraagt € 12.145.962. Doelvermogen Tot op heden is er met de Provincie Noord Brabant geen overeenstemming over de inhoud van het nazorgplan en de financiële vertaling hiervan naar het doelvermogen. Dit houdt in dat de kosten van pre-nazorg eveneens voor rekening blijven komen van de Metropoolregio Eindhoven.

Het uitblijven van bestuurlijke overeenstemming kan op termijn leiden tot uitputting van middelen. Fiscale positie De VPB heffing van het concern bedraagt € 5.607. Er zijn geen naheffingen geweest. Financiële kengetallen Conform het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) bevat dit jaarverslag een aantal verplichte financiële kengetallen. De kengetallen zijn afgeleiden van bestaande informatie en genereren geen ‘nieuwe’ informatie. De kengetallen geven het bestuur inzicht in de financiële positie van de Metropoolregio Eindhoven. Door het BBV is geen norm vastgesteld waarmee de uitkomsten van de onderstaande kengetallen vergeleken moeten worden.

De voorgeschreven kengetallen zijn: Netto schuldquote & de netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de Metropoolregio Eindhoven ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft zodoende een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. Omdat er bij leningen onzekerheid kan bestaan of ze allemaal worden terugbetaald, wordt bij de berekening van de netto schuldquote onderscheid gemaakt door het kengetal zowel inclusief als exclusief de doorgeleende gelden te berekenen. Op die manier wordt duidelijk wat het aandeel van de verstrekte leningen in de exploitatie is én wat dat betekent voor de schuldenlast.

De solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de Metropoolregio Eindhoven in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen.

Structurele exploitatieruimte De structurele exploitatieruimte is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte de Metropoolregio Eindhoven heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. De structurele exploitatieruimte wordt bepaald door het saldo van de structurele baten en lasten en het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves gedeeld door de totale baten en uitgedrukt in een percentage.

45

Tevens zijn in het BBV kengetallen voorgeschreven voor de grondexploitatie en de belastingcapaciteiten. Deze kengetallen zijn met name van belang voor gemeenten. Beide kengetallen zijn niet van toepassing voor de Metropoolregio Eindhoven en zijn derhalve niet uitgewerkt. De kengetallen laten het volgende beeld zien: Financiële kengetallen Kengetallen: Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte Grondexploitatie Belastingcapaciteit

Begroting 2024 11% 17% 53% 0% N.v.t. N.v.t.

Jaarrekening 2024 -18% -15% 49% 1% N.v.t. N.v.t.

Toelichting: De netto schuldquote van de Metropoolregio Eindhoven bedroeg ultimo 2024 negatief 18%. De netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen bedroeg ultimo 2024 negatief 15%. De negatieve netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen impliceert dat de eigen middelen de schulden ruimschoots overtreffen. De solvabiliteitsratio bedroeg 49% ten opzichte van 53% begroot. Op grond van de solvabiliteitsratio kan worden geconcludeerd dat de Metropoolregio Eindhoven in staat is aan de financiële verplichtingen te voldoen. De structurele exploitatieruimte bedraagt volgens de bovenstaande becijferingen 1%. De structurele baten en lasten zijn vrijwel in evenwicht. Dit betekent dat de organisatie niet of nauwelijks in staat is om structurele tegenvallers op te vangen. Op basis van de bovenstaande financiële kengetallen kan worden geconcludeerd dat de financieringsstructuur van de Metropoolregio Eindhoven gezond is, maar dat de exploitatie geen ruimte biedt om structurele tegenvallers op te vangen.

Financiering Inleiding In de Wet Fido (Financiering Decentrale Overheden), Ruddo (Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden) en de Wet Schatkistbankieren zijn de kaders gesteld voor een verantwoorde professionele inrichting en uitvoering van de treasuryfunctie van de decentrale overheden. De treasuryfunctie wordt daarbij door de wet als volgt gedefinieerd: ”het sturen en beheersen van-, het verantwoorden over-, het toezicht houden op: de financiële vermogenswaarden, de financiële geldstromen, de financiële positie en de hieraan verbonden risico’s”. In de wet worden voorschriften, richtlijnen en normeringen genoemd. Voorbeelden hiervan zijn de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. Zowel bij de begroting als bij de jaarrekening dient de Metropoolregio Eindhoven een paragraaf Financiering op te nemen. In deze paragraaf wordt aangegeven op welke wijze in 2023 uitvoering is gegeven aan de treasuryfunctie. Treasurystatuut Het Treasurystatuut Metropoolregio Eindhoven 2022 is op 21 december 2022 vastgesteld door het Algemeen Bestuur en op 1 januari 2023 in werking getreden.

46

Kasgeldlimiet Volgens de Wet Fido is de Metropoolregio Eindhoven verplicht te rapporteren over de kasgeldlimiet. De kasgeldlimiet, uitgedrukt in een percentage (8,2%) van het totaal van de uitgaven, bepaalt het bedrag wat de Metropoolregio Eindhoven maximaal kort mag lenen. Op basis van de jaarrekening 2024 zou de kasgeldlimiet ruim € 2,1 miljoen bedragen, echter omdat er geen behoefte is geweest om gelden aan te trekken, is hier geen risico gelopen. Renterisico Ook geeft de Wet Fido aan dat er inzicht moet worden gegeven in het renterisico voor de komende 4 jaren. Het renterisico ontstaat bij het aflopen van leningen. Eventueel nieuw af te sluiten leningen kunnen gepaard gaan met hogere rentekosten. De Metropoolregio Eindhoven heeft een annuïteitenlening lopen bij de BNG voor de financiering nieuwbouw Regionaal Historisch Centrum. De looptijd van de lening is afgestemd op de looptijd van het activum. De lening bedroeg oorspronkelijk € 7.079.000 en heeft een looptijd van 40 jaar. Het huidige rentepercentage bedraagt 2,35%. De hoogte van de lening per 31 december 2024 bedraagt € 4,06 miljoen. De renterisiconorm bedraagt 20% van het totaal van de uitgaven. Voor de Metropoolregio Eindhoven is dit ruim € 5,2 miljoen op basis van de jaarrekening 2024. Het renterisico op de vaste schuld is de komende 4 jaar nihil.

Treasurybeheer De administratieve organisatie en de uitvoering vinden plaats binnen de kaders van de Wet Fido, Ruddo en de wet Schatkistbankieren. Het beleid is gericht op een verantwoord beheer van de middelen, waarbij risico’s zoveel mogelijk worden uitgesloten en de kosten zo laag mogelijk worden gehouden. Het schatkistbankieren bepaalt de uitvoering van de Treasury. Tijdelijk overtollige liquide middelen worden verplicht aangehouden bij het Ministerie van Financiën. Binnen de wet Schatkistbankieren kunnen onder bepaalde voorwaarden middelen worden ge- en uitgeleend van of aan andere decentrale overheden (het zogenaamde onderling lenen). Van deze mogelijkheid heeft de Metropoolregio Eindhoven in 2024 geen gebruik gemaakt. Landgoed Gulbergen Het golfterrein op Landgoed Gulbergen is per 1 maart 2024 in erfpacht uitgegeven aan Libéma, de nieuwe eigenaar van Gulbergen BV. Onderdeel van deze overeenkomst is de verkoop van de opstallen op het golfterrein. Dit resulteert in een desinvestering op van € 561.155. Onder aftrek van de boekwaarde levert dit een incidentele opbrengst op van € 2,8 miljoen.

Bedrijfsvoering Bedrijfsbureau Met het besluit de organisatieonderdelen niet te ontvlechten is in 2024 gestart met het samenvoegen en opnieuw inrichten van de ondersteuning binnen de organisatie. Hiermee wordt op termijn een efficiencyslag beoogd die nodig is om alle taken uit te kunnen voeren. In 2024 is een kwartiermaker aangesteld om deze herinrichting vorm te geven. Dit project wordt in 2025 verder afgerond. Vanwege de komst van meerdere fondsen naar de Regio is er een toegenomen vraag naar fondsmanagement. In 2024 is daarom besloten hier extra middelen voor vrij te maken en een verzwaring aan te brengen. Er is een extra administratief medewerker geworven en de functies in de financiële kolom zijn herzien en verzwaart. De invulling hiervan zal in 2025 worden afgerond. 47

Inkoop Met de groei van de organisatie en de werkzaamheden is goed inkopen belangrijker geworden. We komen gemakkelijker aan aanbestedingsgrenzen. Hiervoor zijn workshops georganiseerd om de kennis van aanbesteden in de organisatie te vergroten. In 2024 zijn voorbereidingen getroffen, onder andere door aanbestedingen uit te voeren, om begin 2025 het printerpark en de hardware te vervangen. Capaciteitsuitbreiding werkorganisatie MRE De capaciteitsuitbreiding van de werkorganisatie MRE met 12 fte is in 2024 afgerond op een enkele moeilijk vervulbare functie na. In 2024 is daarnaast een nieuw management gestart. Naar aanleiding van de groei en het niet ontvlechten van de organisatie is een nieuw organisatiemodel ingevoerd met een algemeen directeur met daaronder 3 managers voor de verschillende organisatie-onderdelen, MRE, RHC-e en bedrijfsbureau.

Rechtmatigheid Tot en met 2022 gaven externe accountants een rechtmatigheidsoordeel bij de jaarrekening af. Door een wetswijziging is vanaf 2023 het bestuur zelf verantwoordelijk voor het opstellen van een rechtmatigheidsverantwoording. Deze verantwoording wordt gecontroleerd door de externe accountant. Het Dagelijks Bestuur heeft op 6 december 2021 de notitie ‘Invoering rechtmatigheidsverantwoording’ vastgesteld. In deze notitie zijn een aantal belangrijke uitgangspunten voor de rechtmatigheidsverantwoording expliciet gemaakt. Deze uitgangspunten zijn onder meer afgeleid van het controleprotocol 2022-2025. Belangrijke uitgangspunten zijn onder meer de vaststelling van de verantwoordings- en rapporteringsgrens. De totale lasten (inclusief toevoegingen aan de reserves) van de Metropoolregio Eindhoven over het boekjaar 2024 zijn € 26.315.359. Met een verantwoordingsgrens van 1% over de totale lasten komt dit neer op € 263.000. De rapporteringsgrens voor afwijkingen is vastgesteld op € 50.000. Op 19 februari 2025 heeft het Algemeen Bestuur het addendum Begrotingsrechtmatigheid vastgesteld. Dit addendum is opgesteld naar aanleiding van de publicatie van de Kadernota Rechtmatigheid 2024 door de Commissie BBV en dient als tijdelijke aanvulling op de bestaande Financiële Verordening.

Het addendum bevat richtlijnen en verduidelijkingen om te waarborgen dat de rapportage over begrotingsafwijkingen in de jaarrekening 2024 voldoet aan de eisen van de kadernota rechtmatigheid. Ten aanzien van het aspect rechtmatigheid spelen het begrotingscriterium (passen de uitgaven binnen de geautoriseerde begroting?), het voorwaardencriterium (in hoeverre wordt de externe en interne wet- en regelgeving opgevolgd?) en het misbruik en oneigelijk gebruik criterium een belangrijke rol. De reikwijdte van de accountantscontrole is vastgelegd in het controleprotocol. Rechtmatigheidsverantwoording In de jaarrekening 2024 is een rechtmatigheidsverantwoording opgenomen. In deze verantwoording vermelt het Dagelijks Bestuur dat de omvang van de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede balansmutaties die niet rechtmatig tot stand zijn gekomen € 271.125 bedraagt. Dit bedrag is hoger dan de daarvoor gestelde grens van € 263.000. De geconstateerde onrechtmatigheid houdt verband met het niet naleven van de Europese aanbestedingsrichtlijnen. Voorwaardencriterium Voor de rechtmatigheidscontrole is de volgende regelgeving in het bijzonder relevant: §

Verordening ex artikel 212 van de gemeentewet betreffende de uitgangspunten voor het financiële beheer en de inrichting van de financiële organisatie van de gemeenschappelijke regeling.

48

§

Verordening ex artikel 213 van de gemeentewet betreffende de controle op het financiële beheer en op de inrichting van de financiële organisatie van de gemeenschappelijke regeling.

§

Het treasurystatuut waarin de voorwaarden en bevoegdheden aangaande de financiering zijn vastgelegd.

§

EU-aanbestedingsregels (BAO)

§

Aanbestedingswet 2012

De naleving van de regelgeving wordt gemonitord middels verbijzonderde interne controle. Uit de verbijzonderde interne controle is gebleken dat de totale uitgaven aan één leverancier (bezien over een periode van 4 jaren) de Europese aanbestedingsdrempel overtreffen. De betreffende opdracht is niet Europees aanbesteed. Het gevolg hiervan is een financiële rechtmatigheidsfout van € 271.125. Deze rechtmatigheidsfout is reeds vermeld in de rechtmatigheidsverantwoording en via de interne managementletter over het tijdvak januari-september 2024 aan het Dagelijks Bestuur gerapporteerd. De opdracht waarop de fout betrekking heeft, is per 1 december 2024 beëindigd. Naar aanleiding hiervan zijn maatregelen opgesteld die vanaf 2025 worden ingevoerd om het inkoopproces beter te beheersen en herhaling te voorkomen. Dit betreft onder meer het centraal beleggen van personele inkopen bij Werken in Zuid Oost Brabant, zodat het merendeel voortaan EU-conform wordt aanbesteed. Ter ondersteuning worden standaardformulieren ingevoerd en wordt het proces verder gestroomlijnd. Daarnaast worden vanaf 2025 workshops georganiseerd om medewerkers beter bekend te maken met aanbestedingsregels en procedures. Het contractbeheer wordt centraal ingericht voor betere sturing en overzicht.

Verder wordt vanaf 2025 vaker een spendanalyse uitgevoerd om gespreide inkopen bij dezelfde leverancier tijdig te signaleren. Tot slot vindt vanaf 2025 een structurele inventarisatie plaats van terreinen met aanzienlijke inkoopvolumes, zodat tijdig passende raamcontracten kunnen worden aanbesteed en de rechtmatigheid structureel geborgd blijft. Begrotingscriterium De spelregels omtrent het begrotingscriterium zijn nader uitgewerkt in het controleprotocol. Daarnaast zijn op grond van de Kadernota Rechtmatigheid 2024 de spelregels nader geconcretiseerd in het addendum Begrotingsrechtmatigheid. Voor de beoordeling van de afwijkingen van de begroting gelden de volgende regels: §

Overschrijdingen van lasten en/of investeringen worden als onrechtmatig aangemerkt.

§

Onderschrijdingen van lasten en/of investeringen en afwijkingen van baten worden beoordeeld op hun aard (rechtmatig/onrechtmatig) en op tijdigheid van melding aan het Algemeen Bestuur.

§

Afwijkingen van de begroting waarbij het saldo van baten en lasten van een individueel programma met minder dan 10% verslechtert, worden als acceptabel beschouwd. Deze afwijkingen worden niet tussentijds gerapporteerd, maar verantwoord bij de jaarrekening.

§

Afwijkingen van de begroting waarbij het saldo van baten en lasten van een individueel programma met meer dan 10% verslechtert, worden als acceptabel beschouwd mits deze bij de eerstvolgende rapportage aan het Algemeen Bestuur zijn gemeld, vergezeld van een begrotingswijziging of beleidsaanpassing.

Analyse begrotingsrechtmatigheid Uit de analyse van de begroting blijkt dat er geen begrotingsonrechtmatigheden zijn vastgesteld. Aan de batenkant is één overschrijding geconstateerd, maar deze blijft onder de rapporteringsgrens en vereist daarom geen verdere toelichting. De overige afwijkingen aan de batenzijde betreffen uitsluitend onderschrijdingen. Bij de lasten zijn uitsluitend onderschrijdingen vastgesteld; overschrijdingen komen niet voor. Volgens het addendum begrotingsrechtmatigheid worden afwijkingen bij de baten en onderschrijdingen bij de lasten als rechtmatig beschouwd, mits deze

49

worden toegelicht in de jaarrekening. Deze afwijkingen zijn daarom nader toegelicht in de paragraaf “Toelichting op verschillen overzicht baten en lasten” van de jaarrekening. Lasten Programma

Begroting na wijziging

Realisatie

Verschil

Metropoolregio Eindhoven RHCe Algemene dekkingsmiddelen Overhead Heffing vpb Bedrag onvoorzien Totaal Baten

15.885.068 2.372.530 0 2.412.533 5.500 22.372 20.698.003

14.092.367 1.942.888 0 2.391.514 5.607 0 18.432.376

-1.792.701 -429.642 0 -21.019 107 -22.372

Programma

Begroting na wijziging

Realisatie

Verschil

Metropoolregio Eindhoven RHCe Algemene dekkingsmiddelen Overhead Heffing vpb Bedrag onvoorzien Totaal

22.717.865 3.388.258 400.000 10.000 0 0 26.516.123

21.806.600 3.349.862 398.514 12.430 0 0 25.567.406

-911.265 -38.396 -1.486 2.430 0 0 -948.717

-2.265.627

Daarnaast is beoordeeld of de afwijkingen ten opzichte van de begroting hebben geleid tot een verslechtering van de programmasaldi met meer dan 10%. In onderstaand overzicht worden de begrote en gerealiseerde programmasaldi (exclusief mutaties in de reserves) naast elkaar gepresenteerd. Programma Metropoolregio Eindhoven RHCe Algemene dekkingsmiddelen Overhead Heffing vpb Bedrag onvoorzien

Saldo baten minus lasten - begroting 2024 na wijziging 6.832.797 1.015.728 400.000 -2.402.533 -5.500 -22.372

Saldo baten minus lasten - realisatie 2024 7.714.233 1.406.974 398.514 -2.379.084 -5.607 0

Verschil

Verschil %

Voordelig vs nadelig

881.436 391.246 -1.486 23.449 -107 22.372

12,90% 38,52% -0,37% 0,98% -1,95% 100,00%

Voordelig Voordelig Nadelig Voordelig Nadelig Voordelig

Uit de recapitulatie blijkt dat er geen begrotingsoverschrijdingen zijn geweest waarbij het saldo van baten en lasten van een individueel programma met meer dan 10% verslechtert. Misbruik en oneigenlijk gebruik criterium In december 2024 heeft het Algemeen Bestuur de Nota misbruik en oneigenlijk gebruik vastgesteld. Deze nota geeft inzicht in het M&O beleid en de risico’s en beheersmaatregelen binnen de Metropoolregio Eindhoven. Ten aanzien van misbruik en oneigenlijk gebruik zijn geen bijzonderheden gebleken. Dit aspect is een belangrijk onderdeel van de controle op de uitgaande subsidiegelden. Landgoed Gulbergen Het Algemeen Bestuur van de Metropoolregio Eindhoven heeft het beheer en de beschikkingsmacht over de gelden in het kader van de verkoop van de aandelen van NV Razob overgedragen aan het Dagelijks Bestuur. Daartoe is de “Adviescommissie Gulbergen” ingesteld. Deze commissie adviseert het Dagelijks Bestuur over de onttrekking aan de beschikbare middelen en de wijze van beheren van deze gelden. Voor de ambtelijke ondersteuning van de Adviescommissie is een procesmanager Landgoed Gulbergen aangewezen.

50

Verbonden partijen Brainport Development NV Brainport Development NV is een vennootschap met Triple Helix-aandeelhouders, waarbij het overheidsaandeel 50 procent is. Brainport Development is gericht op het structureel verankeren van de Brainport Next Generationstrategie. Gelet op de regionale opgave van Brainport Development wordt de financiering verkregen via een inwonerbijdrage en treedt de Metropoolregio Eindhoven op als enige subsidiënt en vervult zij de rol als regionale betaalautoriteit De vier gemeenten (Eindhoven, Helmond, Best en Veldhoven) die ook in het aandelenkapitaal van Brainport Development NV deelnemen, worden op grond van de gemeenschappelijke regeling een extra bijdrage gevraagd op basis van hun specifiek belang. Er zijn voor de Metropoolregio Eindhoven een aantal instrumenten voor de beïnvloeding van en de sturing op Brainport Development: §

Aan de voorkant, als het gaat om het programma en de aard van de activiteiten. Dit gebeurt in het thema Economie door de afgesproken consultatie over het jaarplan. Daarnaast is de Metropoolregio Eindhoven vertegenwoordigd in het bestuur van de Stichting Brainport en heeft een formele rol als aandeelhouder.

§

Bij de financiering, waarbij het gaat om de omvang van de uit te voeren activiteiten in relatie tot het budget. Op 1 juli 2020 heeft het Algemeen Bestuur van de Metropoolregio Eindhoven ingestemd met een nieuwe financiering voor de periode 2021-2024. Gegevens deelneming Belang MRE in verbonden partij begin begrotingsjaar Belang MRE in verbonden partij eind begrotingsjaar Financiële gegevens Brainport Development NV Eigen vermogen 1-1-2024 Eigen vermogen 31-12-2024 Vreemd vermogen 1-1-2024 Vreemd vermogen 31-12-2024 Financieel resultaat 2024

1.539 aandelen van nominaal € 453,78 1.539 aandelen van nominaal € 453,78 € 3.355.613 € 3.415.013 € 5.231.654 € 6.104.281 € 59.400

Breedband Regio Eindhoven B.V. Op initiatief van het Regionaal Breedband Consortium Zuidoost-Brabant (RBC), bestaande uit circa 20 maatschappelijke organisaties en enkele bedrijven, is een breedbandring (glasvezelinfrastructuur) in Eindhoven, met uitlopers naar Geldrop-Mierlo, Veldhoven en Helmond gerealiseerd, waarop ook eigen vestigingen zijn aangesloten. Hiertoe zijn opgericht de Stichting Glasrijk en de exploitatiemaatschappij Breedband Regio Eindhoven BV. De Metropoolregio Eindhoven, een van de “Founding Fathers”, heeft een zetel in het Algemeen Bestuur van de Stichting Glasrijk en is aandeelhouder in de Breedband Regio Eindhoven BV tot maximaal 136.000 gewone aandelen van nominaal € 1,–. Op grond van de verslaggevingsvoorschriften (BBV) volgt onderstaand een recap van (financiële) informatie van de deelneming in Breedband Regio Eindhoven B.V.

51

Gegevens deelneming Belang MRE in verbonden partij begin begrotingsjaar 129.200 aandelen van nominaal € 1,00 Belang MRE in verbonden partij eind begrotingsjaar 129.200 aandelen van nominaal € 1,00 Financiële gegevens Breedband Regio Eindhoven B.V. Eigen vermogen 1-1-2024 € 5.182.453 Eigen vermogen 31-12-2023 € 5.902.371 (o.b.v. concept cijfers 2024) Vreemd vermogen 1-1-2023 € 2.748.247 Vreemd vermogen 31-12-2023 € 2.827.340 (o.b.v. concept cijfers 2024) Financieel resultaat 2023 € 719.918 (o.b.v. concept cijfers 2024) Stichting Bureau Inkoop en Aanbestedingen Zuidoost-Brabant (BIZOB) Sinds 1 januari 2022 is Metropoolregio Eindhoven aangesloten bij Stichting BIZOB met als doel financiële, kwalitatieve en procesmatige inkoopvoordelen te behalen zonder daarvoor de interne organisatie te belasten maar toch ervoor te zorgen dat de continuïteit in de bedrijfsvoering op dit onderdeel gewaarborgd is. Metropoolregio Eindhoven draagt geen bevoegdheden over, Bizob correspondeert alleen over de inkoop- en aanbestedingstrajecten. Bizob ontvangt van alle deelnemende organisaties middelen. Het te betalen bedrag is afhankelijk van de ingekochte capaciteit. Metropoolregio Eindhoven neemt gemiddeld 15-20 dagen per jaar af afhankelijk van de inkoopbehoefte. Een exploitatietekort van Bizob wordt opgevangen door de deelnemers naar rato van het aantal afgenomen dagen.

Omdat de Metropoolregio Eindhoven slechts 15-20 dagen op jaarbasis afneemt is het financiële risico voor de Metropoolregio Eindhoven beperkt. Sinds de oprichting Bizob is er echter nog nooit sprake geweest van een exploitatietekort.

Grondbeleid Landgoed Gulbergen Om het Landgoed Gulbergen te kunnen realiseren, waren de betreffende gronden in (blote) eigendom van de Metropoolregio Eindhoven. Contractueel werden deze vervolgens in erfpacht gegeven aan Attero. Per 21 december 2020 is deze erfpachtovereenkomst met Attero beëindigd. Hiermee is het volledige eigendom van het gebied Landgoed Gulbergen weer in handen van de Metropoolregio Eindhoven gekomen, inclusief het beheer van het gebied. In de bestuurlijk vastgestelde Ontwikkelvisie en -strategie zijn kaders geformuleerd waarbinnen ontwikkeling van het landgoed mogelijk is. Per 1 maart 2024 zijn de gronden van het golfterrein, met uitzondering van de gronden in het nazorggebied van de voormalige stortplaats, in erfpacht uitgegeven aan Gulbergen BV waarvan Libéma enig aandeelhouder is.

Onderhoud kapitaalgoederen Gebouw Raiffeisenstraat 18 Eindhoven Groot onderhoud aan pand aan de Raiffeisenstraat 18 te Eindhoven wordt uitgevoerd conform het Meerjaren Onderhouds Plan (MJOP) 2019-2028. Op grond van dit plan wordt jaarlijks € 52.100 gestort in de voorziening groot onderhoud. De kosten voor groot onderhoud worden gedekt uit deze voorziening. Er is geen sprake van achterstallig onderhoud.

52

PROGRAMMAJAARREKENING 2024 Overzicht baten en lasten Programma’s

Begroting 2024 Lasten

Begroting 2024 na 1e wijz.

Baten

Saldo

3.196.179 638.485

4.722.148 638.485

1.525.968 0

- Ruimte en wonen

43.097

0

- Mobiliteit, faciliteren regionale samenwerking - Mobiliteit, GGA

43.097 31.691

0 31.691

- Energietransitie

608.097 43.097 2.365.590 4.981.571

Metropoolregio Eindhoven - Regionale strategie en samenwerking - Landgoed Gulbergen

- Economie - Stimuleringsfonds - Opdrachtgeverschap Brainport Development NV - Landelijk gebied RHCe

Lasten

Realisatie 2024

Baten

Saldo

Lasten

Baten

Saldo

4.011.125 1.299.642

4.722.148 3.820.316

711.023 2.520.674

3.519.630 1.008.103

4.400.628 3.154.637

880.998 2.146.533

-43.097

205.597

162.500

-43.097 0

43.097 198.030

0 198.030

-43.097

136.467

115.074

-21.393

-43.097 0

522.091 198.030

496.588 198.030

-25.503 0

565.000

-43.097

2.694.222

2.363.516

-330.706

1.259.947

1.949.211

689.265

0 2.469.784 4.981.571

-43.097 104.194 0

43.097 2.365.590 4.981.571

0 6.469.784 4.981.571

-43.097 4.104.194 0

54.756 2.375.405 4.981.571

31.260 6.479.601 4.981.571

-23.496 4.104.196 0

43.097

0

-43.097

43.097

0

-43.097

36.367

0

-36.367

2.372.530

3.388.258

1.015.728

2.372.530

3.388.258

1.015.728

1.942.888

3.349.862

1.406.974

Algemene dekkingsmiddelen

0

0

0

0

400.000

400.000

0

398.514

398.514

2.412.533

10.000

-2.402.533

2.412.533

10.000

-2.402.533

2.391.514

12.430

-2.379.083

Heffing VPB

5.500

0

-5.500

5.500

0

-5.500

5.607

0

-5.607

Bedrag onvoorzien

22.372

0

-22.372

22.372

0

-22.372

0

0

0

16.806.937

16.806.937

0

20.698.003

26.516.122

5.818.120

18.432.377

25.567.407

7.135.030

Bestemmingsreserve Gulbergen

0

0

0

2.820.674

300.000

-2.520.674

2.820.674

674.141

-2.146.533

Bestemmingsreserve Energietransitie

0

0

0

0

287.609

287.609

1.019.971

287.609

-732.362

Bestemmingsreserve Doorontwikkeling MRE

0

0

0

4.000.000

317.903

-3.682.097

4.000.000

317.903

-3.682.097

Bestemmingsreserve Bedrijfsvoering

0

0

0

0

97.043

97.043

0

97.043

97.043

Bestemmingsreserve personele kosten - Metropoolregio Eindhoven - RHCe

0 0

0 0

0 0

0 0

0 0

0 0

40.787 1.550

0 0

-40.787 -1.550

16.806.937

16.806.937

0

27.518.677

27.518.677

0

26.315.359

26.944.102

628.743

Overhead

Gerealiseerd totaal saldo van baten en lasten Mutaties reserves

Gerealiseerd resultaat Specificatie saldo 2024 Batig saldo Metropoolregio Eindhoven Batig saldo RHCe Batig saldo Landgoed Gulbergen Gerealiseerd saldo van baten en lasten na mutaties reserves

317.556 311.187 0

53

0

628.743

Toelichting op het overzicht baten en lasten Algemeen In het “Overzicht van baten en lasten” zijn weergegeven de lasten, de baten en het saldo per programma, de algemene dekkingsmiddelen en de mutaties in de algemene en bestemmingsreserves. Dit resulteert in het saldo van de lopende rekening, welke per dienstonderdeel is vermeld. Resultaat Het resultaat over 2024 bedraagt € 628.743 positief en is als volgt opgebouwd: Metropoolregio Eindhoven

€

317.556

RHCe

€

311.187

Landgoed Gulbergen

€

0

Verschillen overzicht baten en lasten Programma’s

Verschil t.o.v. begroting 2024 na 1e wijziging Lasten Baten Saldo

Metropoolregio Eindhoven - Regionale strategie en samenwerking - Landgoed Gulbergen

-491.494 -291.539

321.519 665.679

-169.975 374.141

- Ruimte en wonen

-69.130

47.426

-21.704

- Mobiliteit, faciliteren regionale samenwerking - Mobiliteit, GGA

478.994 0

-496.588 0

-17.594 0

-1.434.276

414.305

-1.019.971

- Economie - Stimuleringsfonds - Opdrachtgeverschap Brainport Development NV

11.659 9.816 -0

-31.260 -9.817 0

-19.601 -2 -0

- Landelijk gebied

-6.730

0

-6.730

-429.642

38.397

-391.246

0

1.486

1.486

-21.020

-2.430

-23.450

107

0

107

-22.372

0

-22.372

-2.265.626

948.715

-1.316.910

0

-374.141

-374.141

1.019.971

0

1.019.971

Bestemmingsreserve Doorontwikkeling MRE

0

0

0

Bestemmingsreserve Bedrijfsvoering

0

0

0

40.787 1.550

0 0

40.787 1.550

-1.203.318

574.574

-628.743

- Energietransitie

RHCe Algemene dekkingsmiddelen Overhead Heffing VPB Bedrag onvoorzien Gerealiseerd totaal saldo van baten en lasten Mutaties reserves Bestemmingsreserve Gulbergen Bestemmingsreserve Energietransitie

Bestemmingsreserve personele kosten - Metropoolregio Eindhoven - RHCe Gerealiseerd resultaat

54

Toelichting op verschillen overzicht baten en lasten Regionale strategie en samenwerking Het deelprogramma Regionale strategie en samenwerking laat een positief saldoverschil van ruim € 170.000 zien tussen de begroting en de realisatie. Dit resultaat is het gevolg van een voordeel op de personele kosten van € 612.000, tegenover nadelen op de programmakosten (€ 120.000) en programmabaten (€ 322.000). In de begroting 2024 was € 780.000 aan externe financiering voorzien, bedoeld als dekking voor een capaciteitsuitbreiding binnen diverse thema’s. Echter doordat vacatures niet konden worden ingevuld en enkele medewerkers vertrokken, kon deze uitbreiding niet worden gerealiseerd en werd de externe financiering niet volledig aangetrokken. Dit resulteerde in een nadeel op de baten van € 322.000, dat werd gecompenseerd door een voordeel op de personele kosten van € 612.000. Uiteindelijk is in plaats van de begrote € 780.000 aan externe financiering slechts € 466.769,82 gerealiseerd, waarvan € 266.184,26 afkomstig is van de gemeente Helmond en € 200.585,56 betrekking heeft op Energietransitie en de Regiodeal. Het nadeel van € 120.000 op de programmakosten heeft, zoals eerder vermeld in de bestuursrapportage, direct te maken met de intensivering van de schaalsprong. Deze ontwikkelingen waren bij het opstellen van de primaire begroting in februari 2023 nog niet voorzien.

Extra uitgaven zijn onder andere gemaakt voor het Regionale Mobiliteitsfonds (inclusief de opzet van een programmabureau en regie op Brainporthubs), het voorzieningenonderzoek, de voorbereiding van een aanvraag voor Europese subsidie (Sprint Cities), kwartiermaken voor Wonen en de inrichting van fondsmanagement. Het totale saldoverschil tussen begroting en realisatie komt hiermee uit op een positief resultaat van € 170.000. Landgoed Gulbergen Landgoed Gulbergen wordt budgettair neutraal verwerkt in de exploitatie. Dit betekent dat eventuele overschotten worden gestort in de bestemmingsreserve Gulbergen en tekorten uit deze reserve worden onttrokken. In het betreffende jaar laat het thema een netto tekort zien van € 374.000. Dit tekort is opgebouwd uit een voordeel aan de kostenkant van € 292.000, voornamelijk door lagere kosten voor nazorg, beheer en ontwikkeling, en een nadeel aan de batenkant van € 666.000, veroorzaakt door een lagere opbrengst uit de erfpacht van de golfbaan. Om het budgettair neutraal te houden, wordt het tekort van € 374.000 volledig gedekt door een onttrekking uit de bestemmingsreserve Landgoed Gulbergen. Conform de voorschriften van het BBV wordt deze mutatie verantwoord onder het onderdeel "mutatie reserves". Ruimte en wonen Het deelprogramma Ruimte en Wonen toont een positief verschil van bijna € 22.000 ten opzichte van de begroting.

Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door een onderschrijding van € 69.000 op de programmakosten, bestaande uit lagere loonkosten (€ 47.426) en minder uitgaven op het werkbudget (€ 21.704). De loonkosten vallen lager uit dan begroot. Dit komt vanwege een aantal vacatures die niet konden worden ingevuld. Hiervoor waren twee subsidies opgenomen aan de batenkant: de Bijdrageregeling Stimuleringsregeling Woningbouw en de subsidie Woondeal Zuidoost Brabant. Beide subsidies waren bedoeld ter dekking van personele inzet en volledig begroot, maar konden slechts deels worden verantwoord omdat de daadwerkelijke loonkosten lager uitvielen dan verwacht. Voor de Bijdrageregeling Stimuleringsregeling Woningbouw was een subsidie van € 62.500 begroot, maar slechts € 18.000 kon worden verantwoord. Dit betekent dat € 44.500 moet worden

55

terugbetaald. Voor de Woondeal Zuidoost Brabant was € 100.000 begroot, waarvan € 97.000 is verantwoord, waardoor € 3.000 moet worden terugbetaald. Door de lagere loonkosten is de realisatie van de subsidies € 47.500 lager dan begroot, waardoor dit bedrag moet worden terugbetaald. Dit resulteert in een nadeel aan de batenkant, dat grootendeels wordt gecompenceerd met een voordeel van lagere programmakosten. Per saldo blijft een beperkt positief resultaat van bijna € 22.000 over. Mobiliteit, faciliteren regionale samenwerking Binnen dit thema is een positief resultaat van € 17.500 gerealiseerd. Dit resultaat is opgebouwd uit een nadeel op de programmakosten van € 479.000 en een voordeel op de programmabaten van € 496.500. Deze afwijkingen zijn grotendeels het gevolg van voorschotbijdragen die in rekening zijn gebracht bij de deelnemende gemeenten voor het Regionaal Mobiliteitsfonds. Dit leidt tot een zowel een hogere last (storting in voorziening) als een hogere baat van € 473.000. Daarnaast is het werkbudget in 2024 met € 6.000 overschreden. Aan de batenkant zijn nietgeplande bijdragen van ruim € 23.500 verantwoord. Deze bijdragen, afkomstig van gemeenten in het kader van werkmilieus Zuidoost-Brabant, zijn bestemd als cofinanciering voor de projecten binnen de Brainportdeal.

Mobiliteit, GGA Op het deelprogramma Gebiedsgerichte aanpak Mobiliteit (GGA) zijn geen afwijkingen te zien ten opzichte van de begroting 2024 na 1e wijziging. Een bedrag van ruim € 154.000 blijft beschikbaar voor de taak in 2025 en verder. Energietransitie Het verschil tussen de begroting en de realisatie binnen het thema Energietransitie bedraagt een positief saldo van € 1.020.000. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door lagere programmakosten van € 1.434.000, doordat de geplande activiteiten voor de subsidieregeling verduurzaming van bedrijventerreinen niet konden worden uitgevoerd. De provincie heeft hiervoor een subsidie van ruim € 902.000 verstrekt, maar omdat de uitvoering is vertraagd, zijn de bijbehorende kosten nog niet gemaakt. Volgens de financiële voorschriften is deze subsidie nog niet in de exploitatie verwerkt, maar als vooruitontvangen bedragen verantwoord op de balans. Tegelijkertijd zijn de gerealiseerde baten € 414.000 lager dan begroot. Ondanks de uitgestelde uitvoering van de subsidieregeling zijn inmiddels wel verplichtingen aangegaan voor € 790.000, doordat de opdrachten voor de aanjagers zijn aanbesteed. Het positieve verschil ten opzichte van de begroting wordt toegevoegd aan de bestemmingsreserve Energietransitie, zodat deze middelen in 2025 beschikbaar blijven. Op balansdatum was hiervan al € 118.000 verplicht.

De toevoeging aan de reserve is conform het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) verantwoord onder "mutatie reserves", waardoor dit verschil geen invloed heeft op het exploitatiesaldo. Economie Het thema Economie bestaat uit de volgende onderdelen: § § §

Economie Stimuleringsfonds Bijdrage Brainport Development NV

Op Economie wordt een voordeel behaald van € 19.600. Het niet volledig besteden van het werkbudget leidt tot een voordeel van € 4.200. Daarnaast is er sprake van niet in de begroting opgenomen programmabaten van € 15.400. Het betreft hier bijdragen van de provincie in het kader van de subsidieregelingen SIR en Economie, kennis en talentontwikkeling.

56

In het kader van de uitvoering van de 5e tranche Regiodeal is in 2024 is voor een bedrag van ruim € 42.000 kosten gemaakt. Deze niet in begroting opgenomen kosten zijn gedekt binnen het uitvoeringsbudget van het project. Het onderdeel Stimuleringsfonds laat geen afwijking zien ten opzichte van de begroting. Op de programmakosten wordt een nadeel behaald van ruim € 9.800 door hogere kosten programmamanagement, dit leidt echter tot een even groot voordeel aan de batenkant door een hogere onttrekking uit de voorziening Stimuleringsfonds ter dekking van deze kosten. De in de begroting 2024 vastgestelde inwonerbijdrage Stimuleringsfonds van bijna € 2,2 miljoen is bij de deelnemende gemeenten in rekening gebracht en toegevoegd aan de voorziening. De inwonerbijdrage Brainport Development en de individuele aandeelhouderbijdragen van de gemeenten Eindhoven, Helmond, Veldhoven en Best ten behoeve van de basisfinanciering van Brainport Development, zijn conform de in de begroting 2024 vastgestelde bedragen in rekening gebracht en doorbetaald aan Brainport Development. Landelijk Gebied Het thema Landelijk gebied laat een voordeel op de programmakosten zien van € 6.700. Het werkbudget is weliswaar overschreden, echter ultimo 2024 zijn in 2023 vooruitontvangen middelen t.b.v. de RIA van ruim € 9.800 vrijgevallen ten gunste van de exploitatie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15501597/2