8b. ODZOB - Voorlopige Jaarstukken 2022
Tekst van het document
203.250
-8.003.125
-7.799.874
Toevoeging aan reserves
0
0
0
Ontrekking aan reserves
1.020.712
865.673
-155.039
Gerealiseerde result aat
-6.982.412
-6.934.201
48.211
De werkelijke overheadkosten (exclusief de mutaties in de reserves) zijn € 203.000 lager dan de raming. Een vergelijkbaar beeld is te zien bij de onttrekking uit de algemene reserve, deze is ook € 155.000 lager dan was begroot. De op de overhead verantwoorde onttrekking uit de algemene reserve betreft de een deel van de opvolging van het RKO, de implementatiekosten van het VTH-systeem (PowerBrowser) en een deel van het geprognotiseerde tekort uit de Bestuursrapportage 2022.
Jaarstukken 2022 22
Kost en van de overhead naar kost ensoort
* bedragen x 1€ Begrot ing 2022 na wijziging
POST
Realisat ie 2022
Afwijking t .o.v. begrot ing
Personeel
5.584.411
5.418.293
Uitbesteding
190.000
189.057
-943
Kapitaallasten
270.000
237.145
-32.855
Organisatiekosten
1.958.714
1.955.379
-3.335
Totaal kosten van de overhead
8.003.125
7.799.874
-203.250
-166.117
Grootste afwijkingen personele kosten (te verklaren: € 166.117): •
Hogere loonkosten
•
Lagere opleidingskosten
-/- € 81.255
•
Lagere kosten externe inhuur
-/- € 142.481
•
Lagere overige personele kosten
-/- € 42.368
€ 99.047
Kapitaallasten (te verklaren: € 32.855): •
Lagere kapitaallasten door achterblijvende investeringen
-/- € 7.323
•
Hogere ontvangen rente SBK (negatieve last)
-/- € 25.532
2.2.6
Heffing vennootschapsbelasting
Net als andere publieke organisaties valt de ODZOB onder de vennootschapsbelastingplicht voor overheidsondernemingen. Een klein deel van de onze activiteiten valt onder de Vpb-heffing. Het gepresenteerde bedrag is het saldo van de aangiftes over de afgelopen jaren. Voor 2022 wordt uitgegaan van een nihilaanslag. Bedrag van de heffing voor de vennoot schapsbelast ing (VPB)
Omschrijving
* bedragen x 1€
Begrot ing 2022 na wijziging
Realisat ie 2022
Afwijking realisat ie t .o.v. begrot ing
Baten
0
0
0
Lasten
0
32
32
Saldo heffing voor de VPB
0
-32
-32
2.2.7
Onvoorzien
In 2022 beschikte de ODZOB niet over een post onvoorzien. Bedrag voor onvoorzien
* bedragen x 1€ Begrot ing 2022 na wijziging
Realisat ie 2022
Afwijking realisat ie t .o.v. begrot ing
Baten
0
0
0
Lasten
0
0
0
Saldo onvoorzien
0
0
0
Omschrijving
Jaarstukken 2022 23
2.3
Paragrafen
Het Bbv schrijft voor dat de jaarstukken een zevental verplichte paragrafen bevatten. Lokale heffingen, onderhoud kapitaalgoederen en grondbeleid zijn niet van toepassing voor de ODZOB. Vandaar dat daar niet nader op ingegaan wordt. 2.3.1
Weerstandsvermogen en risicobeheersing
In de financiële verordening is bepaald dat het algemeen bestuur het beleid over risico’s vastlegt in een nota weerstandsvermogen en risicomanagement. De meest recente nota, met daarin kaders voor onder andere het risicomanagement, weerstandsvermogen, weerstandscapaciteit, algemene reserve en de verhoudingen binnen de gemeenschappelijke regeling is in 2022 door het algemeen bestuur vastgesteld. Zoals is toegelicht in de nota weerstandsvermogen en risicomanagement, is het om praktische redenen gewenst dat de ODZOB kan beschikken over een financiële buffer. Dit om adequaat en effectief te kunnen reageren op onvoorziene situaties met een onbekende impact. Hierdoor kan de ODZOB risico’s opvangen zonder dat dit direct leidt tot een extra financiële bijdrage van de deelnemers. De weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen en mogelijkheden waarover de ODZOB kan beschikken om niet-begrote kosten te dekken. Conform de uitgangspunten van de nota weerstandsvermogen en risicomanagement, rekent de ODZOB alleen de algemene reserve tot de weerstandscapaciteit. Het weerstandsvermogen is de verhouding tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de risico’s (benodigde weerstandscapaciteit) die de ODZOB loopt. Om het weerstandsvermogen te kunnen duiden is inzicht nodig in de aard en omvang van risico’s en in de beschikbare weerstandscapaciteit.
Het weerstandsvermogen komt tot uitdrukking in de verhouding (ratio) tussen de beschikbare en de benodigde weerstandscapaciteit.
𝑅𝑎𝑡𝑖𝑜 𝑤𝑒𝑒𝑟𝑠𝑡𝑎𝑛𝑑𝑠𝑣𝑒𝑟𝑚𝑜𝑔𝑒𝑛 =
𝐵𝑒𝑠𝑐ℎ𝑖𝑘𝑏𝑎𝑟𝑒 𝑤𝑒𝑒𝑟𝑠𝑡𝑎𝑛𝑑𝑠𝑐𝑎𝑝𝑎𝑐𝑖𝑡𝑒𝑖𝑡 𝐵𝑒𝑛𝑜𝑑𝑖𝑔𝑑𝑒 𝑤𝑒𝑒𝑟𝑠𝑡𝑎𝑛𝑑𝑠𝑐𝑎𝑝𝑎𝑐𝑖𝑡𝑒𝑖𝑡
Indien deze ratio kleiner is dan 1, betekent dit dat de potentiele impact van de geïnventariseerde risico’s groter is dan de beschikbare weerstandscapaciteit. Het deel dat de ODZOB niet zelfstandig kan afdekken dient, conform de bepalingen in de nota weerstandsvermogen en risicomanagement, door de deelnemers in hun eigen weerstandsvermogen te worden afgedekt. De ODZOB heeft als streefwaarde voor het weerstandsvermogen ≥ 1,0 vastgesteld. De werkelijke waarde per eind 2022 komt uit op 0,41. In 4GR-verband is afgesproken dat de streefwaarde van de algemene reserve wordt gebaseerd op het totaal van de baten in de begroting, zodat deze streefwaarde eenvoudig herkenbaar is. Voor de ODZOB betekent dit dat de streefwaarde van de algemene reserve ligt tussen de €1,2 mln. en €1,5 mln. De algemene reserve ontwikkelt zich naar verwachting als volgt: Boekjaar 2022 •
Algemene reserve per begin 2022
•
Resultaatsbestemming 2021
•
Onttrekkingen in 2022
•
Algemene reserve per eind 2022
€ 1,90 mln. € 0,88 mln. -/- € 2,25 mln. € 0,53 mln.
Jaarstukken 2022 24
Boekjaar 2023 •
Algemene reserve per begin 2022
•
Resultaat 2022
•
Versterking algemene reserve 2023
€ 0,67 mln.
•
Algemene reserve per eind 2023
€ 1,20 mln.
€ 0,53 mln. € 0,00 mln. *
* In de herziene begroting 2023 wordt een concreet voorstel aan het algemeen bestuur voorgelegd ter versterking van de algemene reserve tot het minimumniveau van € 1,2 miljoen. Risicomanagement betreft het effectief omgaan met de kansen en bedreigingen die de continuïteit (van de bedrijfsvoering) van de organisatie kunnen beïnvloeden. Hiervoor is het van belang dat er een continu proces wordt ingericht van identificeren, prioriteren en beheersen. Anders dan in het verleden het geval was, kiezen de bedrijfsvoeringsmanagers ervoor de risico-inventarisatie voortaan tweemaal per jaar te actualiseren. Per potentieel risico is daarbij bepaald of de kans en/of impact veranderd is ten opzichte van de vorige inventarisatie. De meest recente inventarisatie is opgenomen in bijlage 4.4. De risico’s met de hoogste potentiële impact kennen een verwachtingswaarde van ruim € 1,3 mln. en de risico’s met een minder grote impact hebben een totale verwachtingswaarde van ruim € 0,5 mln. De omvang van de algemene reserve is, na de versterking door de deelnemers, zowel in overeenstemming met de regionale richtlijn als met de geactualiseerde en gekwantificeerde risico’s. Eén van de mogelijkheden om risico’s af te dekken is het afsluiten van verzekeringen. De ODZOB heeft diverse verzekeringen afgesloten om eventuele risico’s af te dekken. Dit betreft onder andere: •
Aansprakelijkheid en rechtsbijstand;
•
Goed werkgeverschap;
•
Inboedel, computers en elektronica;
•
Reconstructie administratie;
•
Zakenreizen en voertuigen.
Om een indruk te krijgen van de financiële positie van de ODZOB worden enkele kentallen gepresenteerd: Kengetallen Begroting Realisatie Realisatie 2021 2021 2022 Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte Grondexploitatie Belastingcapaciteit
-10,8% -10,8% 27,5% 4,3% n.v.t. n.v.t.
-2,4% -2,4% 27,7% 0,0% n.v.t. n.v.t.
-2,5% -2,5% 13,2% 0,0% n.v.t. n.v.t.
Netto schuldquote (streefwaarde: < 100%) De netto schuldquote toont de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. Een negatieve waarde duidt er op dat er per saldo geen sprake is van een schuld.
Jaarstukken 2022 25
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen (streefwaarde: < 100%) Dit kengetal is gelijk aan de ongecorrigeerde versie omdat de ODZOB geen leningen verstrekt. Solvabiliteitsratio (streefwaarde: ≥ 20%) De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin aan de financiële verplichtingen kan worden voldaan. Het betreft het eigen vermogen als percentage van het balanstotaal. Het eigen vermogen bestaat uit alle reserves en het exploitatieresultaat. Structurele exploitatieruimte De structurele exploitatieruimte wordt bepaald door het saldo van de structurele baten en lasten en het saldo van de structurele mutaties op de reserves te delen door de totale baten. Grondexploitatie en belastingcapaciteit Deze kengetallen zijn niet van toepassing op de ODZOB. Beoordeling van de onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie. De kengetallen van de ODZOB sluiten aan bij wat verwacht kan worden bij een gemeenschappelijke regeling. Het huidige beleid waarbij de algemene reserve gemaximeerd wordt op basis van de geraamde baten betekent dat er niet expliciet gestuurd wordt op de solvabiliteit van de ODZOB. Indien het risicoprofiel van de ODZOB een grotere betekenis krijgt in de streefwaarde van de algemene reserve zal dit leiden tot een verbetering van de solvabiliteit.
De structurele exploitatieruimte heeft voor de ODZOB slechts een beperkte betekenis. Deelnemers mogen verzoektaken slechts onder voorwaarden en in beperkte mate kunnen verminderen. Daarnaast wordt in de begroting uitgegaan van een kostendekkend gemiddeld uurtarief, waardoor baten en lasten in principe structureel in evenwicht zijn. 2.3.2
Financiering
In deze paragraaf worden de ontwikkelingen en uitgangspunten gepresenteerd met betrekking tot kasgeldlimiet, rente, geldleningen en beleid ten aanzien van treasury. Gezien de geringe invloed van de renteontwikkeling op de financiële positie van de ODZOB heeft de ODZOB geen lange termijn rentevisie opgesteld. Leningen en kredietfaciliteiten De ODZOB financiert haar activiteiten voornamelijk door de werkzaamheden op voorschotbasis te factureren. Enkel voor de verzoektaken buiten de werkprogramma’s moet zelf financiering geregeld worden. De ODZOB had in 2022 toegang tot een rekening courant krediet bij BNG van € 1,8 mln. Tijdelijk overtollige middelen worden wegens het verplichte schatkistbankieren bij het Rijk gestald. Rentetoerekening In onderstaand overzicht wordt in beeld gebracht welke relasten en renteresultaat er verwacht wordt en wordt inzicht gegeven op welke wijze rente wordt toegerekend aan investeringen en projecten.
Jaarstukken 2022 26
Renteschema
* bedragen x 1€
a
De externe rentelast over de korte en lange financiering
b
De externe baten (idem)
-26.665
Saldo rentelasten en rentebaten
-24.770
c1 c2 c3
1.895
De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend De rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken (= projectfinanciering), die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend
0 0 0 0
Aan taakvelden toe te rekenen externe rente d1
Rente over eigen vermogen
d2
Rente over vreemd vermogen
-24.770 0 0
Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente
-24.770
e
De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag)
24.770
f
Renteresultaat op taakveld Treasury
0
De aan taakvelden toe te rekenen rente wordt geheel aan het taakveld overhead toegerekend. Dit als gevolg van het feit dat vrijwel alle activa van de ODZOB gerelateerd zijn aan het taakveld overhead. Renterisiconorm Ter beperking van het renterisico op vaste schuld heeft de wetgever de renterisiconorm vastgesteld. De renterisiconorm schrijft voor welk deel van de lange termijn leningen (> 1 jaar) maximaal vernieuwd mag worden in een begrotingsjaar. Voor gemeenschappelijke regelingen is dit vastgesteld op 20% van het begrotingstotaal. De ODZOB heeft sinds de laatste aflossing in 2017 geen vaste schuld meer. Daarmee voldoet de ODZOB automatisch aan de norm zoals ook uit onderstaande tabel blijkt.
Renterisiconorm
* bedragen x 1 € 2022
2021
Variabelen 1 Renteherzieningen 2 Aflossingen
0 0
0 0
3
Renterisico (1+2)
0
0
4
Renterisiconorm
4.589.435
4.520.945
4.589.435 n.v.t.
4.520.945 n.v.t.
22.947.175
22.604.724
4.589.435 2.500.000
4.520.945 2.500.000
5a Ruimte onder risiconorm 5b Overschrijding risiconorm Berekening renterisiconorm (4) Begrotingstotaal Percentage 20% Minimumbedrag conform regeling
Kasgeldlimiet Jaarstukken 2022 27
Ter beperking van het renterisico op de netto-vlottende schuld (schulden met een looptijd van minder dan één jaar) heeft de wetgever de kasgeldlimiet vastgesteld. Zo wordt voorkomen dat fluctuaties van de korte rente direct een relatief grote impact hebben op de rentelasten tijdens een boekjaar. Voor gemeenschappelijke regelingen bedraagt de kasgeldlimiet 8,2% van het begrotingstotaal. Het saldo van vlottende schulden en vlottende middelen wordt afgezet tegen het begrotingstotaal. Voor 2022 bedraagt deze norm € 1,88 mln. Aangezien de vlottende schuld van de ODZOB lager was dan de vlottende middelen, bleef de ODZOB ruimschoots binnen deze norm. Zie hiervoor de onderstaande tabel. Kasgeldlimiet
* bedragen x 1 € KW 1 2022
KW 2 2022
KW 3 2022
KW 4 2022
1 Vlottende schuld - opgenomen gelden < 1 jaar
-
-
-
-
-
- schuld in rekening courant
-
-
-
-
-
- door derden gestorte gelden < 1 jaar
-
-
-
-
-
- overige schulden/overlopende passiva - overlopende passiva
1.910.649 4.995.800
3.370.264 5.978.447
4.191.005 6.505.350
669.602 5.878.803
687.930 7.932.415
Totaal vlottende schuld
6.906.449
9.348.711
10.696.355
6.548.405
8.620.345
2021
Kasgeldlimiet
2 Vlottende middelen - contante gelden in kas
-
-
-
-
-
- tegoeden rekening courant - overige uitstaande tegoeden
10.374.559
10.463.483
11.111.149
5.604.408
484.034
343.734
4.655.351 1.510.117
7.581.210 1.439.842
- overlopende activa
2.731.295
6.187.546
8.963.575
955.395
2.247.084
18.710.262
17.135.063
20.418.458
7.120.863
11.268.136
3.1 Totaal netto vlottende schuld (1 -/- 2) -11.803.813
-7.786.352
-9.722.103
-572.458
-2.647.791
3.2 Toegestane kasgeldlimiet
1.881.668
1.881.668
1.881.668
1.881.668
1.853.587
Ruimte (3.2 -/- 3.1)
13.685.481
9.668.020
11.603.771
2.454.126
4.501.378
Begrotingstotaal
22.947.175
22.947.175
22.947.175
22.947.175
22.604.724
Normpercentage
8,20% 1.881.668
8,20% 1.881.668
8,20% 1.881.668
8,20% 1.881.668
8,20% 1.853.587
Totaal vlottende middelen 3 Toets kasgeldlimiet
Berekening toegestane kasgeldlimiet
Norm
2.3.3
Bedrijfsvoering
Personeel en organisatie In het Concernplan ODZOB 2019-2022 zijn twee HR-speerpunten geformuleerd: •
Instroom – doorstroom – uitstroom: Hoe zorgt de ODZOB voor een kwalitatieve en kwantitatieve goede in-, door- en uitstroom van medewerkers zodat het potentieel optimaal kan worden benut?
•
Kenniscentrum: Hoe zorgt de ODZOB dat haar deskundigheid integraal aansluit bij de maatschappelijke vraagstukken die aan de orde zijn?
In 2022 is er ingezet op het werven en behouden van medewerkers. De arbeidsmarkt is zeer krap en dit vraagt om creatieve oplossingen om ook in de toekomst voldoende kwalitatieve en kwantitatieve medewerkers te hebben. Er zijn diverse initiatieven uitgerold zoals job marketing, een trainee programma, job carving en intensivering van contacten met scholen. In sommige vakgebieden zijn ervaren medewerkers zeer schaars daarom investeren we in medewerkers met minder ervaring. Dit resulteerde erin dat we de vacatures konden invullen.
Jaarstukken 2022 28
De komende jaren zal dit ongewijzigd blijven en moeten we gericht blijven scholen en trainen. Ook het afgelopen jaar is er geïnvesteerd in trainingen, zoals de (voorbereiding op de inwerkingtreding van de) Omgevingswet maar ook het leren omgaan met het nieuwe VTH-systeem (PowerBrowser). Verder zijn er ook trainingen gegeven rondom veiligheid (bijvoorbeeld VCA, asbestherkenning, gevaarlijke stoffen en etikettering). Personeelsbezetting Bezetting
* aantallen x 1 Fte
Bezet t ing in Ft e's
Begroot primair 2022
Begroot na wijziging 2022
Gerealiseerde gemiddelde bezet t ing 2022
Ult imo 2022
Gerealiseerde gemiddelde bezet t ing 2021
Dienstverband
179,0
182,2
182,5
182,5
Inhuur / payroll
25,8
42,7
40,4
44,9
36,7
TOTAAL bezet t ing in FTE's
204,8
224,9
222,9
227,4
217,6
180,9
De gerealiseerde gemiddelde bezetting lag iets onder het (bijgesteld) begrotingsniveau. Circa 18% van de bezetting bestond uit externe inhuur. Eind 2022 lag dit aandeel iets hoger (bijna 20%). Hieruit blijkt eens te meer de uitdaging om voldoende en gekwalificeerd personeel te binden middels een vast dienstverband. De uitstroom van vast personeel was bijna 26 fte, de aanwas van nieuwe vast personeel was ruim 21 fte. Ziekteverzuim
Zoals uitgebreid werd toegelicht in de Bestuursrapportage 2022 lag het ziekteverzuim in het eerste deel van 2022 op een uitzonderlijk hoog niveau (met een piek van bijna 11% in de maand maart). In de tweede helft van het jaar lag het ziekteverzuim op 7,7% (tegen 8,6% in het eerste deel van 2022). Het gemiddelde ziekteverzuim over 2022 kwam uit op 8,1%. Facilitair Het project deelautovervoer van de gemeente Eindhoven is tijdens de Covid-pandemie niet van de grond gekomen. Gezien het feit dat de dienstauto’s in de Covid-periode weinig kilometer gereden hebben en uit het oogpunt van kostenbesparing, is ervoor gekozen om de huidige contracten tot eind 2025 voort te zetten. Met de komst van het hybride werken zijn er dagelijks minder werkplekken in gebruik maar is er meer vraag naar kleinere en grotere, flexibel in te delen, vergader- en ontmoetingsruimten. Investeringen of aanpassingen ten aanzien van de kantoorinrichting of energiebesparende maatregelen aan het gebouw worden pas gedaan nadat de uitkomsten van het in 2022 gestarte project huisvesting (in verband met aflopen huurcontract eind 2025) duidelijk zijn.
Jaarstukken 2022 29
In 2022 heeft de verhuurder wel een energiezuinigere koelinstallatie geplaatst. Mede gezien de explosieve prijsstijgingen van gas- en elektra en de keuze voor een afrekening van de servicekosten op basis van werkelijk verbruik, wordt over 2022 een aanzienlijk hogere eindafrekening van de servicekosten verwacht. Kwaliteitsvisie We willen niet alleen voldoende capaciteit, maar ook voldoende kwaliteit borgen bij onze inzet voor het belang van een gezonde en veilige leefomgeving. Wat de ODZOB met kwaliteit wil bereiken is geformuleerd in een kwaliteitsvisie. Dat is dat we doen wat nodig is om: •
de missie, visie en leidend principe van de ODZOB na te steven;
•
te voldoen aan de verwachtingen van onze deelnemers.
In de kwaliteitsvisie is beschreven vanuit welke basishouding wij die kwaliteit (gaan) leveren. In 2022 is een aantal punten opgepakt om te zorgen voor continue verbetering van onze werkzaamheden. Dit jaar lag de focus op de implementatie en het beheer van (uniforme) werkprocessen. Dit heeft een impuls gekregen vanwege het nieuwe zaaksysteem PowerBrowser en ter voorbereiding op de komst van de Omgevingswet. Ook de monitoring van de kwaliteit van de gegevens die we in dit nieuwe systeem vastleggen wordt hierbij opgetuigd, om meer te halen uit de informatie die we verzamelen en beschikbaar hebben (Informatiegestuurd werken). Daarnaast is eind 2022 een HPO-kwaliteitsmeting (0-meting) van onze organisatie (HPO staat voor Hoog Presterende Organisaties) uitgevoerd. In 2023 gaan we met de uitkomsten aan de slag. Zaak- en VTH-systeem en DSO De komst van de Omgevingswet en de implementatie van een nieuw zaak- en VTH-systeem (gekoppeld aan het Digitaal Stelsel Omgevingswet, DSO) zijn een kans om die kwaliteit (nog) beter in de werkprocessen te verankeren. Op 1 juli 2022 hebben we het nieuwe VTH-systeem in gebruik genomen. De basiswerkprocessen zijn Omgevingswetproof. De nieuwe werkprocessen moeten nog worden geoptimaliseerd.
In 2023 hopen we eveneens een verbeterslag te bereiken in de uitwisseling van informatie (data en documenten) tussen deelnemers en de ODZOB, in zoverre dat deze voldoet aan de daarvoor geldende (archief)wetgeving. Voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet willen we meer uniforme afspraken maken met onze deelnemers over het gebruik van zaaktypen en mandaten en over gezamenlijk ICTbeheer. Hiermee kunnen we de processen van de ODZOB verder vereenvoudigen en efficiënter maken. Specifiek voor 2022 gold dat door uitstel van de Omgevingswet de ODZOB de oude en nieuwe werkafspraken tijdelijk langs elkaar moesten gebruiken. Regionaal inrichtingenbestand Het actualiseren van het regionaal inrichtingenbestand door gebruik te maken van data-analyses is binnen de huidige mogelijkheden afgerond. Na de inwerkingtreding van de Omgevingswet is geen sprake meer van het begrip inrichting. We spreken van milieubelastende activiteiten. We registreren vanaf dat moment dus activiteiten, waarvan er meerdere binnen één locatie kunnen plaatsvinden. In 2023 gaan we de locaties verrijken met activiteiten, de presentatie van het locatiebestand verbeteren en kijken naar de mogelijkheden binnen de samenwerkingsruimte van het VTH-systeem. Verder willen we een werkproces vaststellen om het bestand zo actueel mogelijk te houden. Staat van het mandaat Het project staat van het mandaat is afgerond.
Nog steeds heeft een aantal deelnemers geen definitief besluit genomen over het mandaat van de ODZOB.
Jaarstukken 2022 30
Voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet willen we minimaal een machtiging voor de uitvoering van de basistaken. Natuurlijk blijven we streven naar zo uniform mogelijke werkafspraken en uniformiteit en efficiency in onze werkprocessen. In 2022 is een pilot gedraaid met RPA (robotisering) en is door middel van job carving een aantal inhoudelijke taken uitgezet bij ondersteunende medewerkers. 2.3.4
Verbonden partijen
Sinds 2018 is de ODZOB aangesloten bij het Bureau Inkoop en Aanbestedingen Zuidoost-Brabant (Bizob). Deze stichting is uitgegroeid tot een expertisecentrum op het gebied van inkoop en aanbestedingen, waar inmiddels meer dan 35 publieke organisaties bij aangesloten zijn. De ODZOB heeft een indirect bestuurlijk belang (via vertegenwoordiging in de Vergadering van Aangeslotenen) en een financieel belang in de Bizob, vandaar dat Bizob hier als verbonden partij wordt gepresenteerd. Informatie betreffende verbonden partij Bizob: a) Het financiële belang van de ODZOB bestaat uit een afnameverplichting van een aantal dagdelen waarvoor de ODZOB een financiële vergoeding dient te verstrekken. Deze afname kan jaarlijks maximaal met 15% verlaagd worden. Als het bestuur van Bizob voorziet dat niet aan de opeisbare verplichtingen voldaan kan worden, zal het bestuur een plan opstellen en presenteren aan de vergadering van aangeslotenen. Bij een tekort kan het bestuur besluiten de dagvergoeding met terugwerkende kracht te verhogen. b)
De ODZOB heeft zich voor 2022 gecommitteerd aan een afnameverplichting van 126 dagen. Hier stond een vergoeding van ruim € 83.000 tegenover. Daarnaast was er meerwerk van € 21.000, waardoor het totaal uitkomt op € 104.000.
c)
Het eigen vermogen van Bizob bedraagt ultimo 2022 € 976.745, het vreemd vermogen € 1.209.552 en het resultaat over 2022 bedraagt € 613.915.
d)
Het financiële risico voor de deelnemende organisaties bestaat hoofdzakelijk uit de personeelslasten van de concerninkopers. Het risico voor Bizob is beperkt van aard, doordat de deelnemers minimaal vier jaar capaciteit inkopen waardoor de personele capaciteit bij vermindering van het aantal uren ingeperkt kan worden en de vaste kosten beheerst kunnen worden.
Jaarstukken 2022 31
3
Jaarrekening
3.1
Balans per 31 december 2022 * bedragen x 1 € Ult imo 2022
ACTIVA
Ult imo 2021
Ult imo 2022
PASSIVA
Vast e act iva
Ult imo 2021
Vast e passiva
Immat eriële vast e act iva
0
Mat eriële vast e act iva Investeringen met een economisch nut Financiële vast e act iva Totaal vaste activa
0
Eigen vermogen
1.012.315
3.265.823
Algemene reserve
530.774
1.905.317
481.541
314.541
0
1.045.965
528.121
618.032
Bestemmingsreserve
528.121
618.032
Resultaat boekjaar voor bestemming
0
0
528.121
Voorzieningen
88.264
0
Spaarverlof
23.824
0
Bovenmatig verlofsaldo
64.440
618.032
Vlot t ende act iva
Vast e schulden
0
0
0
0
1.100.579
3.265.823
Binnenlandse banken en overige financiele instellingen Voorraden
0
0
0
0
5.914.998
8.771.285
1.466.407
1.398.862
4.404.881
7.331.443
43.710
40.980
Net t o vlot t ende schulden met een rent et y pische loopt ijd kort er dan 1 jaar Overige schulden
250.470
249.767
Overlopende passiva
Onderhanden werk Uit zet t ingen met een rent et y pische loopt ijd kort er dan 1 jaar Te vorderen op openbare lichamen Uitzettingen in ’s Rijks schatkist met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Overige vorderingen
Liquide middelen
Banksaldi
Overlopende act iva De voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel, nog te ontvangen van: - Europese overheidslichamen
Totaal vaste financieringsmiddelen
Vlot t ende passiva
Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen, m.u.v van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume
250.470
249.767
955.395
2.247.084
0
0
De van EU, Rijk en provincies ontvangen voorschotbedragen voor specifieke uitkeringen die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren, uitgesplitst naar: - Europese overheidslichamen
- het Rijk
0
0
- het Rijk
- overige Nederlandse overheidslichamen
0
0
- overige Nederlandse overheidslichamen
529.828
1.874.341
Overige nog te ontvangen bedragen Vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen
669.602
687.930
669.602
687.930
5.878.803
7.932.415
1.473.086
1.776.324
644.534 3.761.183
6.156.091
Overige vooruitontvangen bedragen die ten bate van volgende begrotingsjaren komen
425.567
372.743
Totaal vlottende activa
7.120.863
11.268.136
Totaal vlottende passiva
6.548.406
8.620.345
TOTAAL ACTIVA
7.648.984
11.886.168
TOTAAL PASSIVA
7.648.984
11.886.168
3.2
Het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening
Overzicht van bat en en last en
* bedragen x 1€ Begrot ing 2022 primair
Begrot ing 2022 na wijziging
Realisat ie 2022
Bat en
Last en
Saldo
Bat en
Last en
Saldo
Bat en
Last en
Saldo
Programma Dienstverlening
21.300.803
14.874.759
6.426.044
21.022.795
15.334.926
5.687.869
21.125.422
15.509.500
5.615.922
Programma Collectieve taken
1.328.021
1.061.540
266.481
1.864.380
2.251.648
-387.268
1.883.755
2.013.749
-129.994
Totaal programma's
22.628.824
15.936.299
6.692.525
22.887.175
17.586.574
5.300.601
23.009.176
17.523.249
5.485.927
50.000
0
50.000
60.000
0
60.000
60.470
0
60.470
50.000
0
50.000
60.000
0
60.000
60.470
0
60.470
0
6.732.525
-6.732.525
0
8.003.125
-8.003.125
0
7.799.874
-7.799.874
Programma
Algemene dekkingsmiddelen - Overige algemene dekkingsmiddelen
Kosten van de overhead Bedrag van de heffing voor de VPB
10.000
-10.000
0
0
0
0
0
0
0
0
0
22.678.824
22.678.824
0
22.947.175
25.589.699
-2.642.524
23.069.647
25.323.155
-2.253.508
Onttrekking algemene reserve: VTH-applicatie
0
0
0
0
-466.913
466.913
0
-366.023
366.023
Onttrekking algemene reserve: Omgevingswet
0
0
0
0
-144.640
144.640
0
-19.762
Onttrekking algemene reserve: Rekenkameronderzoek
0
0
0
0
-50.000
50.000
0
-31.648
31.648
Onttrekking algemene reserve: BERAP
0
0
0
0
-1.980.971
1.980.971
0
-1.836.075
1.836.075
0
0
0
0
-2.642.524
2.642.524
0
-2.253.508
2.253.508
22.678.824
22.678.824
0
22.947.175
22.947.175
0
23.069.647
23.069.647
0
Bedrag onvoorzien Totaal saldo van baten en lasten
0
0
0
0
0
32
-32
Toevoeging en ont rekking reserves
Totaal toevoeging en ontrekking aan reserves Gerealiseerde result aat
19.762
Uit bovenstaand overzicht blijkt dat zowel de baten als de lasten van de ODZOB hoger waren dan begroot. Het resultaat over 2022 bedraagt € 0.
Jaarstukken 2022 32
3.3 3.3.1
Toelichting op de balans Algemene grondslagen voor waardering en resultaatbepaling
Algemeen De jaarrekening is opgemaakt met inachtneming van de voorschriften die het Besluit Begroting en Verantwoording (Bbv) daarvoor aan provincies, gemeenten en gemeenschappelijke regelingen geeft. De waardering van activa en passiva en de resultaatbepaling zijn gebaseerd op historische kosten. Tenzij anders is vermeld worden de activa gewaardeerd op basis van de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. De baten en lasten zijn toegerekend aan de periode waarop deze betrekking hebben. Vaste Activa De activa zijn onder te verdelen in immateriële, materiële en financiële vaste activa. De ODZOB beschikt enkel over materiële vaste activa. Materiële vaste Activa De materiele vaste activa worden gewaardeerd tegen verkrijgings- of vervaardigingsprijs, verminderd met de van derden ontvangen investeringsbijdragen en afschrijvingen. De verkrijgingsprijs bestaat uit de inkoopprijs en de bijkomende kosten. De vervaardigingsprijs omvat de aanschaffingskosten van het product of dienst en de overige kosten die rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend. Afschrijvingen worden lineair berekend op basis van de geschatte economische levensduur vanaf de ingebruikname van een actief. Hierbij gelden de volgende termijnen: Gronden en terreinen
n.v.t.
Woonruimten
n.v.t.
Bedrijfsgebouwen
10 jaar
*
Grond-, weg- en waterbouwkundige werken
n.v.t.
Vervoersmiddelen
5 jaar
Machines, apparaten, installaties •
Apparaten
5 jaar
•
Hardware
4 jaar
Overige materiële vaste activa •
Software
4 jaar
•
Inventaris
5 jaar
* afschrijvingen bij bedrijfsgebouwen: einde huurcontract indien resterende termijn korter dan 10 jaar is
Duurzame waardeverminderingen van vaste activa worden onafhankelijk van het resultaat in enig boekjaar ten laste gebracht van dit resultaat. Vlottende activa De vlottende activa zijn onder te verdelen in voorraden, uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan 1 jaar, liquide middelen en overlopende activa. De vlottende activa worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Voorraden Onder de post voorraden wordt door de ODZOB uitsluitend de waarde van onderhanden werk verantwoord. Onder onderhanden werk worden producten opgenomen die na afronding tegen een vaste prijs geleverd worden. Dit onderhanden werk wordt gewaardeerd tegen de vervaardigingskosten (met een maximum van de opbrengstwaarde) die tot balansdatum voor de betreffende producten zijn gemaakt, gecorrigeerd voor eventuele voorschotfacturen die voor de betreffende producten zijn verzonden.
Jaarstukken 2022 33
Afhankelijk van het saldo van beiden verschijnt de post onderhanden werk aan de debet- dan wel aan de creditzijde van de balans. De vervaardigingskosten omvatten de kosten die rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend (zoals het aantal bestede uren tegen integrale kostprijs). Uitzettingen met een looptijd < 1 jaar De vorderingen zijn gewaardeerd tegen nominale waarde. Voor verwachte oninbaarheid wordt een correctie aangebracht. Liquide middelen De liquide middelen zijn gewaardeerd tegen de nominale waarde. Overlopende activa De overlopende activa zijn gewaardeerd tegen de nominale waarde. Vaste passiva De vaste passiva zijn eigen vermogen, de voorzieningen, en de vaste schulden met een rentetypische looptijd van 1 jaar of langer. Vaste passiva worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Eigen vermogen Het totaal eigen vermogen is gelijk aan het eigen vermogen van voorafgaand jaar, vermeerderd of verminderd met het gerealiseerde resultaat volgend uit het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening. Voor zover het Algemeen Bestuur gedurende het jaar besluiten over bestemmingsreserves heeft genomen, zijn de effecten van deze besluiten in de stand van de reserves per jaareinde verwerkt.
Voorzieningen Voorzieningen worden gevormd voor verplichtingen en verliezen die niet exact bekend zijn, maar redelijkerwijs geschat kunnen worden en worden gevormd voor risico's die hierop van toepassing zijn. Momenteel heeft de ODZOB twee voorzieningen. Vaste schulden De vaste schulden hebben een rente typische looptijd van een jaar of langer. De vaste schulden worden gewaardeerd tegen nominale waarde, verminderd met de gedane aflossingen. Vlottende passiva Onder de vlottende passiva zijn kortlopende schulden en overlopende passiva opgenomen. Kortlopende schulden Hieronder worden onderhanden werk, te betalen aan openbare lichamen en overige schulden verantwoord. De waarderingsgrondslagen voor onderhanden werk zijn bij de activa weergegeven. De overige posten worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Overlopende passiva De posten opgenomen onder overlopende passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde. Baten en lasten algemeen De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico's die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar worden verwerkt indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn. Personeelslasten Personeelslasten worden toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben.
Een uitzondering vormen overlopende posten uit hoofde van jaarlijkse arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume. Deze worden toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt.
Jaarstukken 2022 34
3.3.2
Toelichting op de balans per 31 december 2022
ACTIVA Vaste activa Materiële vaste activa De ODZOB kent uitsluitend materiële vaste activa met een economisch nut. Onderstaand overzicht toont de samenstelling van deze materiele vaste activa en het bijbehorende verloop over het afgelopen boekjaar. Staat van materiële vaste activa Omschrijving
* bedragen x € 1 Afschrijving Boekwaarde Boekwaarde DesAfschrijving Bijdragen en per Investeringen per investeringen en van derden Des1-1-2022 31-12-2022 investeringe
Gronden en terreinen Woonruimten Bedrijfsgebouwen Grond-, weg- en waterbouwkundige werken
319.544
17.929
0
-84.094
0
0
253.379
Machines, apparaten en installaties Overige materiële vaste activa
257.889 40.599
147.840 4.997
0 0
-144.171 -32.412
0 0
0 0
261.558 13.184
Totaal
618.032
170.766
0
-260.677
0
0
528.121
De in de bovenstaande tabel getoonde investeringen zijn in onderstaande tabel afgezet tegen het beschikbare budget: Investeringen
* bedragen x € 1 Omschrijving
Rest ant krediet 2021
Begrot ing primair 2022
Begrot ing na wijziging 2022
Invest eringen 2022
Rest ant krediet 2022
Gronden en terreinen Woonruimten Bedrijfsgebouwen
17.929
Grond-, weg- en waterbouwkundige werken Machines, apparaten en installaties
147.840
Overige materiële vaste activa Tot aal invest eringen
4.997 448.821
200.000
200.000
170.766
478.055
De in 2022 gerealiseerde investeringen passen binnen het geraamde budget. De investering in bedrijfsgebouwen betreft o.a. nieuwe lamellen en gordijnen (€ 18.000). De investeringen getoond onder machines, apparaten en installaties bestaan o.a. uit investeringen in een geluidmeter (€ 28.000), extra VDI host server (€ 34.000) en tablets en smartphones (€ 86.000). De investering bij overige materiele vaste activa (€ 5.000) betreft bureaustoelen en een schuifdeurkast. Het restantkrediet van € 478.055 wordt doorgeschoven. Vlottende activa Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar De volgende posten zijn op de balans opgenomen:
Jaarstukken 2022 35
* bedragen x 1 € Ultimo 2022
Ultimo 2021
Vorderingen op openbare lichamen Uitzettingen in ’s Rijks schatkist met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Overige vorderingen
1.466.407
1.398.862
4.404.881
7.331.443
43.710
40.980
Totaal uitzettingen
5.914.998
8.771.285
Omschrijving
Van de post vorderingen op openbare lichamen heeft voor 77% betrekking op onze deelnemers. Het betreft hier voornamelijk de facturen inzake uitvoering van basis- en verzoektaken. De overige 23% heeft betrekking op vorderingen op niet-deelnemers. De vorderingen zijn relatief jong. Op balansdatum is 98% van de vorderingen jonger dan 30 dagen. Geen vordering is meer dan 6 maanden oud. De ODZOB werkt in de loop van het jaar met voorschotfacturatie voor de werkprogramma’s. Na afloop van het jaar worden de eindafrekeningen opgesteld en verzonden. Volgens de DVO neemt de opdrachtgever binnen zes weken na ontvangst van zijn eindafrekening een beslissing over de acceptatie hiervan. De post uitzettingen in ’s Rijks schatkist met een rentetypische looptijd korter dan één jaar betreft het aanhouden van liquide middelen bij het Rijk in het kader van schatkistbankieren; overtollige middelen in de vorm van een rekeningcourant bij het rijk ondergebracht. De volgende tabel geeft inzicht in de mate waarin de ODZOB de drempelbedragen (maximumbedrag dat niet afgestort hoeft te worden bij het rijk in het kader van schatkistbankieren) gebruikt heeft. Aangezien het banksaldo op een vast tijdstip automatisch afgeroomd wordt en er na dit tijdstip nog betalingen binnen kunnen komen, is het mogelijk dat het drempelbedrag in incidentele gevallen overschreden wordt.
Dit is in zeer beperkte mate het geval geweest. De post overige vorderingen betreft vorderingen bij privaatrechtelijke instellingen (jonger dan 30 dagen). Benutting drempelbedrag schatkistbankieren
(1)
Drempelbedrag
(2)
Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen
(3a) = (1) > (2) Ruimte onder het drempelbedrag (3b) = (2) > (1) Overschrijding van het drempelbedrag (1) Berekening drempelbedrag (4a) Begrotingstotaal verslagjaar
* bedragen x 1.000 €
1.000 Kwartaal 1
213
256
250
742 0 Verslagjaar 22.947
787 0
744 0
750 0
1.000
1.000
1.000
1.000
Kwartaal 1
Kwartaal 2
Kwartaal 3
Kwartaal 4
23.216
19.412
23.532
23.011
90
91
92
92
258
213
256
250
Het deel van het begrotingstotaal dat kleiner of gelijk is aan € 500 miljoen
22.947
(4c)
Het deel van het begrotingstotaal dat de € 500 miljoen te boven gaat
0
(1) = (4b)*0,0075 + (4c)*0,002 met een minimum van €250.000
Drempelbedrag
(2) - (5a) / (5b)
1.000 Kwartaal 4
258
(4b)
(2) Berekening kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen Som van de per dag buiten 's Rijks schatkist (5a) aangehouden middelen (negatieve bedragen tellen als nihil) (5b) Dagen in het kwartaal
Verslagjaar: 2022 1.000 1.000 Kwartaal 2 Kwartaal 3
Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen
Jaarstukken 2022 36
Liquide middelen Het saldo van de liquide middelen bestaat uitsluitend uit een tegoed bij de Bank Nederlandse Gemeenten: * bedragen x 1 € Ultimo 2022
Ultimo 2021
Bank BNG
250.470
249.767
Totaal liquide middelen
250.470
249.767
Omschrijving
Overlopende activa De overlopende activa zijn als volgt onderverdeeld: * bedragen x 1 € Ultimo 2022
Ultimo 2021
Overige nog te ontvangen bedragen Vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen
529.828
1.874.341
425.567
372.743
Totaal overlopende activa
955.395
2.247.084
Omschrijving
De post overige nog te ontvangen bedragen betreft voornamelijk nog te factureren bedragen aan openbare lichamen voor reeds verrichte werkzaamheden. Daarnaast is er een post voor nog te ontvangen omzetbelasting opgenomen. Dit betreft de afdracht omzetbelasting 4e kwartaal 2022. De post vooruitbetaalde bedragen betreft uitgaven die in 2022 gedaan zijn voor het kalenderjaar 2023.
PASSIVA Vaste financieringsmiddelen Eigen vermogen Het eigen vermogen bestaat uit de algemene reserve, de bestemmingsreserves en het gerealiseerde resultaat volgend uit het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening. Het resultaat over boekjaar 2022 bedraagt € 0 (inclusief onttrekkingen uit de algemene reserve). Het resultaat over het boekjaar 2021 is toegevoegd aan de algemene reserve. Hierdoor kon in 2022 de algemene reserve deels aangewend worden voor een gedeeltelijke financiering van de implementatie van het nieuw VTH-systeem en voorbereiding op de Omgevingswet. Dit betekent dat het eigen vermogen op 31 december 2022, bestaande uit de algemene reserve, de egalisatiereserve verlofkosten en het resultaat 2022, uitkomt op € 1.012.315.
Jaarstukken 2022 37
Algemene reserve * bedragen x 1 € Ultimo 2022
Ultimo 2021
Algemene reserve
530.774
1.905.317
Bestemmingsreserve
481.541
314.541
0
1.045.965
1.012.315
3.265.823
Omschrijving
Resultaat boekjaar voor bestemming Totaal eigen vermogen
De algemene reserve bedraagt eind 2022 € 530.774. Bestemmingsreserves De ODZOB heeft één bestemmingsreserve; de egalisatiereserve verlofkosten. Deze reserve is gevormd omdat het tegoed aan verlofdagen in feite een claim is op de toekomstige capaciteit. Immers wanneer dat verlof opgenomen wordt zal dat resulteren in lagere baten aangezien de capaciteit ontbreekt om opdrachten uit te voeren, dan wel zal dit resulteren in meer inhuur om de opdrachten alsnog uit te kunnen voeren. Door (een deel van) deze verplichting jegens het personeel op de balans op te nemen, kunnen de gevolgen van toekomstige verlofopnamen gedempt worden. Voor de (gedeeltelijke) afdekking van dat deel van deze jaarlijkse arbeidskostengerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume beschikt de ODZOB over bovengenoemde bestemmingsreserve ad € 481.541. Het verloop van de reserves is in onderstaande tabel weergegeven: Staat van reserves Naam reserve
* bedragen x 1 € Resultaats Saldo bestemming 1 januari 2022 2021
Toevoegingen Onttrekkinge 2022 n 2022
Saldo 31 december 2022
Algemene reserves: Algemene reserve
1.905.317
878.965
0
2.253.508
530.774
Totaal algemene reserves Bestemmingsreserves:
1.905.317
878.965
0
2.253.508
530.774
Egalisatie reserve verlofkosten
314.541
167.000
0
0
481.541
Totaal bestemmingsreserves Totaal van de reserves
314.541 2.219.858
167.000 1.045.965
0 0
0 2.253.508
481.541 1.012.315
Voorzieningen Dit jaar zijn er twee voorzieningen gevormd, te weten: •
Spaarverlof;
•
Bovenmatig verlofsaldo. Omschrijving
Ultimo 2022
* bedragen x 1 € Ultimo 2021
Spaarverlof Bovenmatig verlofsaldo
23.824 64.440
0 0
Totaal voorzieningen
88.264
0
Jaarstukken 2022 38
Vlottende passiva Onder de vlottende passiva zijn kortlopende schulden en overlopende passiva opgenomen. Netto-vlottende schulden, met een rentetypische looptijd korter dan één jaar De netto vlottende schulden bestaan uitsluitend uit de post overige schulden en zijn als volgt opgebouwd: •
Vooruitbetaalde huur eerste kwartaal 2023;
•
Crediteuren € 559.846. Dit betreft ontvangen, maar nog niet betaalde facturen van leveranciers.
Overlopende passiva De overlopende passiva zijn als volgt opgebouwd: Ult imo 2022
Omschrijving Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen, m.u.v van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume De van EU, Rijk en provincies ontvangen voorschotbedragen voor specifieke uitkeringen die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren, uitgesplitst naar Europese overheidslichamen, het Rijk en overige Nederlandse overheidslichamen Overige vooruitontvangen bedragen die ten bate van volgende begrotingsjaren komen Totaal overlopende passiva
* bedragen x 1 € Ult imo 2021
1.473.086 0
1.776.324 0
644.534
0
3.761.183 5.878.803
6.156.091 7.932.415
Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen, m.u.v. jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume. In deze post is voor een bedrag van € 1.473.086 aan kosten verantwoord die op 2022 betrekking hebben, maar waarvoor de factuur pas in 2023 wordt ontvangen. Dit betreft onder andere de nog te betalen loonbelasting over 2022 (bedrag: € 1.086.233). De van EU, Rijk en provincies ontvangen voorschotbedragen voor specifieke uitkeringen die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren. Dit betreft een tweetal specifieke uitkeringen; energie toezicht & handhaving (Ministerie van Economische Zaken & Klimaat) het interbestuurlijk programma VTH (Ministerie van Infrastructuur & Waterstaat). Verloop vooruit ont vangen SISA-gelden Omschrijving
* bedragen x 1 € Ult imo 2021
Ont vangst en
Best edingen
Ult imo 2022
Interbestuurlijk programma VTH
0
199.999
3.056
196.943
Toezicht en handhaving energiebesparingsplicht
0
493.324
45.733
447.592
TOTAAL SISA gelden
0
693.323
48.789
644.534
Jaarstukken 2022 39
Overige vooruit ontvangen bedragen die ten bate van volgende begrotingsjaren komen. Deze post bestaat geheel uit schulden aan overheidslichamen en bedraagt per balansdatum € 3.761.183 en is als volgt opgebouwd: •
Gefactureerde voorschotten minus gerealiseerde kosten werkprogramma’s € 2.056.632
•
Vooruit ontvangen bedragen
€ 93.067
•
Vooruit ontvangen ISV-gelden
€ 1.611.484
Voor de ISV-middelen gelden geen specifieke termijnen over de daadwerkelijke besteding ervan. Verloop vooruitontvangen ISV-gelden Omschrijving
Ultimo 2021
Gemeenschappelijk budget regio Budget individuele gemeenten
1.523.372 116.779
TOTAAL ISV gelden
1.640.151
* bedragen x 1 € Ontvangsten Bestedingen
0
Ultimo 2022
28.668 0
1.494.705 116.779
28.668
1.611.484
Niet uit de balans blijkende verplichtingen De niet uit de balans blijkende verplichtingen hebben betrekking op langlopende overeenkomsten waar één of meerdere verplichtingen uit voortvloeien. Dit betreft ook de verplichtingen die slechts voor één jaar of korter zijn aangegaan en ultimo van dat jaar nog voortduren. In onderstaand overzicht zijn uitsluitend de belangrijkste contracten opgenomen, waarbij de verplichting een totale waarde van € 25.000 overstijgt.
Niet uit de balans blijkende verplichtingen Omschrijving
* bedragen x 1 €
Totaalbedrag restant looptijd
Financiële dekking
Huisvesting Huurverplichting pand Wal 28 te Eindhoven Schoonmaakkosten Beveiliging Automatisering Service-management ICT-omgeving Licentiekosten Overig Accountant kosten Lease kosten auto's Arbodienstverlening
315.000
reguliere begroting
125.000 32.000
reguliere begroting reguliere begroting
245.000 432.000
reguliere begroting reguliere begroting
132.000 105.000 100.000
reguliere begroting reguliere begroting reguliere begroting
Salarisverwerking Postverwerking
55.000 40.000
reguliere begroting reguliere begroting
In aanvulling op bovenstaand overzicht nog een opmerking over de arbeidskostengerelateerde verplichtingen. De waarde van het niet opgenomen verlof bedraagt per ultimo 2022 ruim € 848.000. Voor een tweetal specifieke componenten (spaarverlof en bovenmatig saldo) zijn voorzieningen opgenomen voor een totaalbedrag van € 88.000. Van het resterende bedrag ad € 760.000 wordt ruim € 481.000 afgedekt via de bestemmingsreserve verlofdagen. Het restant, te weten € 279.000, wordt vervolgens gepresenteerd bij de niet uit de balans blijkende verplichtingen.
Jaarstukken 2022 40
3.4
Toelichting op het overzicht van baten en lasten
3.4.1
Overzicht van baten en lasten
Onderstaande ontwikkelingen hebben tot het resultaat van € 0 geleid: Begroot resultaat
€0
Mutaties baten: Hoger volume basistaken voor deelnemers
€ 1.101.555
Lager volume verzoektaken voor deelnemers
-/- € 1.214.906
Hoger volume leveringen aan niet-deelnemers
€ 215.978
Hoger volume (uren) collectief programma
€ 19.375
Hogere doorbelaste garantiesalarissen
€ 470
Meer baten
€ 122.742
Mutaties lasten: Meer doorbelaste externe programmakosten*
€ 344.172
Lagere personeelslasten
-/- € 596.708
Lagere kosten onderzoek en advies
-/- € 943
Lagere kapitaallasten
-/- € 32.855
Hogere organisatiekosten
€ 19.758
Hogere vennootschapsbelasting
€ 32
Minder lasten
-/- € 266.544
Resultaat exclusief mutaties reserves
€ 389.016
Lagere onttrekking aan algemene reserve
-/- € 389.016
Resultaat inclusief mutaties reserves
€0
de hogere doorbelaste externe programmakosten maken voor een even groot bedrag onderdeel uit van de hogere baten;
*
per saldo heeft dit geen invloed op het resultaat.
De belangrijkste mutaties in de lasten hebben zich voorgedaan in de personele kostensfeer (in totaal betreft dit een bedrag van € 596.708). De bezetting (222,9 fte) lag iets onder de raming (begroting na wijziging: 224,9 fte). Het gerealiseerd aantal vaste fte’s lag 0,3 fte boven de raming en de externe inhuur bleef 2,3 fte achter bij de begroting na wijziging. De gerealiseerde loonkosten van het eigen personeel zijn lager dan was begroot. Afgezet tegen een vrijwel gelijk aantal fte’s betekent dit dat de gerealiseerde gemiddelde loonkosten lager liggen dan was geraamd (een verschil van circa € 1.850 per fte). Bij de externe inhuur bleken de gemiddelde gerealiseerde kosten bijna € 1.300 per fte boven de raming te liggen. De hogere overige personele kosten worden in hoofdzaak veroorzaakt door de storing van ruim € 88.000 in twee nieuwe voorzieningen wegens spaarverlof en bovenmatig verlofsaldo. •
Lagere gemiddelde loonkosten
-/- € 311.474
•
Minder externe inhuur (ruim 2 fte) tegen iets hogere gemiddelde tarieven
-/- € 227.030
•
Lagere reis- en verblijfskosten
-/- € 34.161
•
Lagere opleidingskosten
-/- € 81.255
•
Hogere overige personele kosten
+ € 57.213
Jaarstukken 2022 41
Tariefontwikkeling Het gerealiseerde tarief (€ 101,66) komt nagenoeg overeen met het tarief uit de begroting na wijziging. Het werkelijk aantal declarabele uren is lager dan werd geraamd. Dit geldt ook voor het aantal fte’s. Kenget allen Begroting 2022 primair
Begroting 2022 na wijziging
Realisatie 2022
Uurtarief (excl. uren gedekt uit algemene reserve)
€ 100,30
€ 101,90
€ 101,66
Declarabele uren1)
221.187
228.646
223.338
163,8
178,6
176,7
1.350
1.280
1.264
FTE's direct Gemiddeld aantal declarabele uren per directe FTE Ziekteverzuim
2)
4,5%
7,1%
8,1%
FTE's Direct
163,8
178,6
176,7
Overhead
41,0
46,3
46,2
204,8
224,9
222,9
Totaal 1)
Declarabele uren zijn incl. uren vanuit begrotingsw ijzigingen w aarvoor geen directe opbrengst tegenover staat, maar dekking vanuit de algemene reserve
De gerealiseerde gemiddelde declarabiliteit is uitgekomen op 1.264 uur per fte. Dit is iets lager dan het gepresenteerde beeld in de Bestuursrapportage 2022 (te weten; 1.280 uur per fte) en beduidend lager dan was geraamd in de Begroting 2022. Het is in het tweede deel van 2022 niet gelukt om de ontwikkeling uit het eerste half jaar te keren. De achterblijvende declarabiliteit wordt in hoofdzaak verklaard door het hoge ziekteverzuim in 2022.
Jaarstukken 2022 42
Programma Dienstverlening Programma Dienst verlening
* bedragen x 1€ Begrot ing 2022 na wijziging
Realisat ie 2022
Afwijking realisat ie t .o.v. begrot ing
Bat en Basistaken
7.002.284
8.103.839
1.101.555
Verzoektaken
14.020.511
13.021.582
-998.929
Totaal baten
21.022.795
21.125.422
102.627
Basistaken
5.049.842
5.909.489
859.647
Verzoektaken
10.285.084
9.600.011
-685.073
Totaal lasten
15.334.926
15.509.500
174.574
Tot aal saldo van bat en en last en
5.687.869
5.615.922
-71.947
Toevoegingen aan reserves
0
0
0
Ontrekkingen aan reserves
903.203
913.426
10.223
Gerealiseerde result aat
6.591.072
6.529.348
-61.724
Last en
De baten zijn op programmaniveau € 103.000 hoger zijn dan begroot. De gerealiseerde baten bij de basistaken zijn € 1,1 mln. hoger dan was geraamd. Bij de verzoektaken is sprake van een tegengestelde beweging, daar blijven de baten bijna € 1,0 miljoen achter op de raming. Dit beeld wordt mede veroorzaakt door de werkzaamheden die worden uitgevoerd in het kader van het ROK T&H. Daarbij is het in de dagelijkse praktijk steeds lastiger om een zorgvuldige afweging te maken (qua registratie) tussen basis- en verzoektaken. Vanuit praktische overwegingen wordt veelal voor het registreren onder de basistaken gekozen. De benadering op programmaniveau is derhalve meer passend. In de begroting zijn geen externe programmakosten opgenomen aangezien deze budgetneutraal zijn. In de realisatie komen deze vanzelfsprekend wel tot uitdrukking. De realisatie kwam uit op € 573.894. De gepresenteerde lasten bestaan uit de doorbelasting van kosten, exclusief de overhead, naar dit programma. De werkelijke lasten lagen € 175.000 boven het begrotingsniveau. Het werkelijke saldo van baten en lasten op dit programma ligt € 72.000 onder het geraamde saldo. De gerealiseerde onttrekking aan de algemene reserve die gerelateerd is aan dit programma is €10.000 hoger dan de geraamde onttrekking. Het totaal van de onttrekkingen uit de algemene reserve bleef overigens binnen de vastgestelde raming.
De aanleiding voor de onttrekking uit de algemene reserve in dit programma komt voort uit de 6e begrotingswijziging 2022 (prognose tekort Bestuursrapportage 2022).
Jaarstukken 2022 43
Programma Collectieve Taken Programma Collect ieve t aken
* bedragen x 1€ Afwijking realisat ie t .o.v. begrot ing
Begrot ing 2022 na wijziging
Realisat ie 2022
Samen Sterk in Brabant (SSIB)
322.200
326.763
4.563
Omgevingsveiligheid
130.064
112.576
-17.488
Bat en
Voorbereiding Omgevingswet
406.295
483.295
77.000
Overige collectieve taken
1.005.821
961.121
-44.700
Totaal baten1) Last en
1.864.380
1.883.755
19.375
Lasten
2.251.648
2.013.749
-237.899
Totaal lasten
2.251.648
2.013.749
-237.899
Tot aal saldo van bat en en last en
-387.269
-129.994
257.274
Toevoegingen aan reserves
0
0
0
Ontrekkingen aan reserves
718.609
474.409
-244.200
Gerealiseerde result aat
331.340
344.415
13.075
1)
Conform jaarrekening 2021 is het resterende budget 2021 € 35.748,- doorgeschoven naar 2022, w aarmee het totaalbudget 2022 uitkomt op € 1.900.128,-. De realisatie 2022 afgezet tegen het totaalbudget resulteert in een restant budget van € 16.373.-. Deze middelen w orden als vooruitontvangen inkomsten overgeheveld naar het programma collectieve taken 2023.
De gerealiseerde baten zijn € 19.000 hoger dan de geraamde baten. Oorzaak hiervan is, zoals toegelicht in de voernoot onder de tabel, het iets hoger aantal uren dat in 2022 is gerealiseerd. Het restant budget (de nog niet ingezette uren) is als vooruit ontvangen bedrag op de balans gepresenteerd. In 2023 worden deze uren alsnog ingezet voor dit programma. De werkelijke lasten hebben enerzijds betrekking op uren die ODZOB-medewerkers hebben besteed aan dit programma en anderzijds op externe kosten, zoals de bijdragen aan SSiB of het regionale meetnet. De gerealiseerde lasten blijven € 238.000 achter bij de raming. Vandaar dat ook de werkelijke onttrekking uit de algemene reserve (met een nagenoeg vergelijkbaar bedrag van € 244.000) achter blijft bij de raming. Deze onttrekkingen waren ter dekking van de kosten wegens de opvolging van het RKO, het programma Omgevingswet en het geprognotiseerde tekort uit de Bestuursrapportage 2022.
Algemene dekkingsmiddelen
De algemene dekkingsmiddelen hebben in 2022 (voor de laatste maal) betrekking op de doorbelasting van garantiesalarissen aan latende partijen.
Jaarstukken 2022 44
Kosten van de overhead
De werkelijke overheadkosten (exclusief de mutaties in de reserves) zijn € 203.000 lager dan de raming. Een vergelijkbaar beeld is te zien bij de onttrekking uit de algemene reserve, deze is ook € 155.000 lager dan was begroot. De op de overhead verantwoorde onttrekking uit de algemene reserve betreft de een deel van de opvolging van het RKO, de implementatiekosten van het VTH-systeem (PowerBrowser) en een deel van het geprognotiseerde tekort uit de Bestuursrapportage 2022. Kost en van de overhead naar kost ensoort POST
* bedragen x 1€ Begrot ing 2022 na wijziging
Realisat ie 2022
Afwijking t .o.v. begrot ing
Personeel
5.584.411
5.418.293
Uitbesteding
190.000
189.057
-943
Kapitaallasten
270.000
237.145
-32.855
Organisatiekosten
1.958.714
1.955.379
-3.335
Totaal kosten van de overhead
8.003.125
7.799.874
-203.250
-166.117
Grootste afwijkingen personele kosten (te verklaren: € 166.117): •
Hogere loonkosten
•
Lagere opleidingskosten
-/- € 81.255
•
Lagere kosten externe inhuur
-/- € 142.481
•
Lagere overige personele kosten
-/- € 42.368
€ 99.047
Kapitaallasten (te verklaren: € 32.855): •
Lagere kapitaallasten door achterblijvende investeringen
-/- € 7.323
•
Hogere ontvangen rente SBK (negatieve last)
-/- € 25.532
Heffing vennootschapsbelasting Net als andere publieke organisaties valt de ODZOB onder de vennootschapsbelastingplicht voor overheidsondernemingen. Een klein deel van de onze activiteiten valt onder de Vpb-heffing. Het gepresenteerde bedrag is het saldo van de aangiftes over de afgelopen jaren. Voor 2022 wordt uitgegaan van een nihilaanslag.
Jaarstukken 2022 45
Bedrag van de heffing voor de vennoot schapsbelast ing (VPB)
Omschrijving
* bedragen x 1€
Begrot ing 2022 na wijziging
Realisat ie 2022
Afwijking realisat ie t .o.v. begrot ing
Baten
0
0
0
Lasten
0
32
32
Saldo heffing voor de VPB
0
-32
-32
Toevoegingen en onttrekkingen aan reserves De totale onttrekking uit de algemene reserve bedraagt € 2.253.507. Dit is een lager bedrag dan waar in de ramingen rekening mee was gehouden (€ 2.642.524). In inhoudelijke toelichting over de gerealiseerde onttrekkingen zijn hieronder (bij de incidentele baten en lasten) gepresenteerd.
Incidentele baten en lasten op programma’s Overzicht van incident ele bat en en Last en
* bedragen x 1€ Begrot ing 2022 na wijziging
Realisat ie 2022
Afwijking realisat ie t .o.v. begrot ing
-
0
0
0
Tot aal incident ele Bat en
0
0
0
903.203
913.425
10.222
903.203
913.425
10.222
718.609
474.409
-244.200
- Rekenkameronderzoek
39.378
23.571
-15.807
- Implementatie Omgevingswet
144.640
19.762
-124.878
Omschrijving
Incident ele bat en
Incident ele last en Programma Dienstverlening - Kostenontwikkeling Bestuursrapportage
Programma Collectieve taken
- Kostenontwikkeling Bestuursrapportage
534.591
431.076
-103.515
1.020.712
865.673
-155.039
- Implementatie VTH-applicatie
466.913
366.023
-100.890
- Rekenkameronderzoek
10.622
8.077
-2.546
- Kostenontwikkeling Bestuursrapportage
543.177
491.574
-51.603
2.642.524
2.253.507
-389.017
Overhead
Tot aal incident ele last en
In 2022 waren er geen incidentele baten, maar wel enkele incidentele lasten. Dit betreft de uitgevoerde werkzaamheden ter voorbereiding op de invoering van de Omgevingswet, de implementatie van de nieuwe VTH-applicatie, de opvolging van het RKO en de gepresenteerde tekorten in de Bestuursrapportage 2022. Deze incidentele lasten worden allemaal gedekt door een eenmalige onttrekking uit de algemene reserve.
Jaarstukken 2022 46
Overzicht van de aanwending van het bedrag voor onvoorzien Bedrag voor onvoorzien
* bedragen x 1€ Begrot ing 2022 na wijziging
Realisat ie 2022
Afwijking realisat ie t .o.v. begrot ing
Baten
0
0
0
Lasten
0
0
0
Saldo onvoorzien
0
0
0
Omschrijving
In 2022 beschikte de ODZOB niet over een post onvoorzien Overzicht van de structurele toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves Er is geen sprake van structurele toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves. Derhalve is er ook geen overzicht toegevoegd. Wel zijn er, zoals hierboven toegelicht, incidentele onttrekkingen geweest uit de algemene reserve. Analyse begrotingsrechtmatigheid Het algemeen bestuur heeft in het controleprotocol 2022 vastgelegd dat de begrotingsrechtmatigheid beoordeeld dient te worden op het totaal van de begroting en niet per programma. Daarnaast is in het controleprotocol vastgelegd dat, in geval van eventuele begrotingsoverschrijdingen, beoordeeld moet worden in hoeverre deze passen binnen het beleid dat door het algemeen bestuur is geformuleerd c.q. in hoeverre er gecompenseerd is door hogere inkomsten die hier een directe relatie mee hebben. De totale lasten (zonder mutaties in de reserves) komen uit op € 25.323.155. De geraamde lasten van de begroting na wijziging lagen op € 25.589.699. De realisatie lag daarmee € 266.544 lager dan de raming. Op begrotingsniveau is derhalve geen sprake van een overschrijding van de lasten en daarmee is er eveneens geen sprake van een begrotingsonrechtmatigheid. De conclusie kan worden getrokken dat voor wat betreft het begrotingscriterium is voldaan aan de rechtmatigheidseisen. 3.4.2
Exploitatielasten en directe programmakosten
De exploitatiekosten zijn toegelicht bij de programmaverantwoording. De toerekening van de totale exploitatiekosten naar de programma’s en de overhead is weergegeven in bijlage 4.2.
3.5
Informatie in het kader van de Wet normering topinkomens (WNT)
Per 1 januari 2013 is de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT) in werking getreden. De verantwoording is opgesteld op basis van de voor de ODZOB van toepassing zijnde regelgeving waarbij het weergegeven toepasselijke WNT-maximum per persoon of functie is berekend naar rato van de omvang van het dienstverband. De omvang van het dienstverband kan nooit groter zijn dan 1,0 fte. Het voor de ODZOB toepasselijke bezoldigingsmaximum bedraagt in 2022 € 216.000 en betreft het algemene bezoldigingsmaximum.
Jaarstukken 2022 47
Er wordt voor het verslagjaar 2022 onderscheid gemaakt in: •
leidinggevende topfunctionarissen met dienstbetrekking en leidinggevende topfunctionarissen zonder dienstbetrekking vanaf de 13e maand van de functievervulling, inclusief degenen die op grond van hun voormalige functie nog 4 jaar als topfunctionaris worden aangemerkt.
•
topfunctionarissen met een bezoldiging van € 1.700 of minder.
Overzicht van de leidinggevende topfunctionaris(sen): De binnen onze organisatie geïdentificeerde leidinggevende topfunctionaris met een dienstbetrekking heeft geen dienstbetrekking bij meerdere WNT-plichtige instelling(en) als leidinggevende topfunctionaris (aangegaan met ingang van 1 januari 2018).
Leidinggevende topfunctionaris(sen) Gegevens 2022 bedragen x € 1
M. van Dort Algemeen Directeur
Functiegegevens Aanvang en einde functievervulling in 2022
1-1 t/m 31-12
Omvang dienstverband (in fte) Dienstbetrekking? Bezoldiging
1,0 Ja
Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen
120.975
Beloningen betaalbaar op termijn Subtotaal
21.807 142.783
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaxium
216.000
-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag Bezoldiging