5a. VRBZO - Ontwerpbegroting 2024
Tekst van het document
Versie: 1.0 Pagina: 24
Ontwerpbegroting 2024
Samenwerking crisispartners Een crisis bestrijd je niet alleen. Alle betrokken partijen moeten daarvoor goed samenwerken. De crises van nu zijn veel complexer en duren lang. Vaak spelen meer organisaties en instellingen een rol, en zijn er ook andere problemen die de maatschappij kunnen ontwrichten. Om ‘moderne crises’ te kunnen bestrijden, moeten we samenwerken met verschillende vitale partners. Dat begint met goede informatievoorziening en elkaar kennen. We moeten daarom blijven investeren in het bestaande netwerk van ketenpartners én flexibel en proactief de ‘ongekende’ partners in crisisbeheersing leren kennen. Crisiscommunicatiekanaal In 2023 bouwen we aan een nieuw kanaal voor crisis- en incidentcommunicatie. In 2024 zetten we dat operationeel in en stellen we bij. Dit communicatiekanaal richten we zo in, dat we snel, uniform en effectief kernboodschappen kunnen sturen tijdens incidenten en crises. Het helpt de inwoners in onze regio zichzelf beter te redden en biedt handelingsperspectief.
5.3.2
Wat mag het kosten?
De lasten voor crisisbeheersing komen in 2024 uit op 3,6 miljoen. Een daling van €0,2 miljoen ten opzichte van 2023. Deze daling komt doordat we in 2024 minder incidentele middelen inzetten. Naast de daling van het incidentele budget, wordt ook indexering toepast. In 2022 hadden we ook veel kosten voor corona, onze inzet voor Oekraïne en de crisisnoodopvang.
Versie: 1.0 Pagina: 25
Ontwerpbegroting 2024 5.4
Ondersteuning organisatie
Versie: 1.0 Pagina: 26
Ontwerpbegroting 2024
5.4.1
Toelichting thema’s
Efficiënt en effectief Processen verder verbeteren (doorontwikkeling organisatie) Zoals uit de vorige paragrafen al blijkt: de primaire processen van de organisatie zijn volop in beweging. Dat betekent dat bestaande werkwijzen niet altijd meer goed passen bij de toekomst. Ook processen van bedrijfsvoering moeten meeveranderen met deze meer dynamische en flexibele organisatie. De doorontwikkeling van de organisatie is dan ook een belangrijk speerpunt voor dit jaar. In een paar jaar tijd willen we de doorontwikkeling van de organisatie realiseren. We willen in 2025 klaar zijn voor de toekomst en onze activiteiten op het gebied van brandweerzorg en crisisbeheersing in samenhang uitvoeren. De veranderende inhoud van ons werk is hierbij het startpunt. We willen de processen zo optimaal mogelijk inrichten. VRBZO zoekt steeds naar manieren om (ondersteunende) werkzaamheden efficiënter en effectiever uit te voeren. Net als gemeenten. Vaak met het doel om de kwaliteit te verbeteren, terwijl de kosten gelijk blijven. Bedrijfsvoering ondersteunt zo de organisatie. Routinematig werk verder digitaliseren en automatiseren We zetten ons ook in om processen met een routinematig karakter te automatiseren. Met als doel minder kans op fouten, betere doorlooptijden, hogere kwaliteit en dus tevreden klanten. Zo proberen we meer grip te krijgen op de organisatie en processen te verbeteren.
In 2024 vervangen we bijvoorbeeld ons financiële administratiesysteem. Dat levert efficiënte en geautomatiseerde processen op. Integrale informatievoorziening en hybride werken Digitaal werken, onafhankelijk van plaats en tijd, wordt de basis. Veel werk en processen kunnen wedewerkers al digitaal doen. Maar we moeten nog enkele stappen afronden om medewerkers optimaal te faciliteren in het hybride werken. Dat betekent dat we op het gebied van informatievoorziening en werkprocessen nog enkele stappen moeten maken. Denk hierbij aan het volledig uitfaseren van papierstromen en lokale bestanden en applicaties overzetten naar cloudoplossingen.
In control Informatieveiligheid Om onze informatie steeds veiliger te maken, sluiten we aan bij Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO). Met dezelfde normen voor de hele overheid, kunnen overheden beter afstemmen binnen de eigen ketens en met andere partijen. Het niveau van informatiebeveiliging bij veiligheidsregio’s is nog onderwerp van landelijke discussie. Zijn we vitale infrastructuur? Dan heeft dit effect op beveiligingen die we moeten doorvoeren. We weten ook nog niet of we dit samen met andere veiligheidsregio’s kunnen organiseren. En of het Rijk hieraan extra zal bijdragen.
Intelligence, stuur-indicatoren, dashboard, prognoses, data-analyse Met intelligence en analyses ontwikkelen we VRBZO tot een organisatie die crises beheerst en is voorbereid op gekende en ongekende crises. Onze organisatie moet om kunnen gaan met deze moeilijke, maar waardevolle analyses. Daarom investeren we in analytische vaardigheden. Ook werken we aan meer dynamische prognoses zodat we op tijd kunnen bijsturen.
Versie: 1.0 Pagina: 27
Ontwerpbegroting 2024
Nieuwe wetten en regels toepassen Nieuwe wetten en regels betekenen dat we ons werk anders moeten organiseren en uitvoeren Dat geldt in 2024 vooral voor: •
Wet gemeenschappelijke regelingen: hoe we onze relatie met gemeenten en gemeenteraden vormgeven en hoe we ze informatie geven, moet veranderen.
•
Wet veiligheidsregio’s: de evaluatie van de wet leidde tot een contourennota, die de Tweede Kamer in 2023 behandelt. Het is voorstelbaar dit leidt tot wijzigingen in de wet wordt. Dat kan gevolgen hebben voor de taken van de veiligheidsregio’s.
•
Wet open overheid: de huidige Wob (Wet openbaarheid bestuur) worden vervangen door de Woo, om bij te dragen aan een meer transparante overheid.
•
Besluit digitale toegankelijkheid: overheidsorganisaties moeten hun websites en apps toegankelijk maken en houden. Niet alleen technisch, maar ook communicatief: iedereen moet bij de informatie kunnen en iedereen moet de informatie kunnen begrijpen.
Risicobewuste en dynamische bedrijfsvoering Goed omgaan met dynamische bedrijfsrisico’s wordt steeds belangrijker. Door ontwikkelingen als de AVG (Algemene Verordening Gegevensbescherming), BIO en de rechtmatigheidsverklaring, moeten we ons bewust zijn van de risico’s in de organisatie. En daarnaar handelen. Want sommige risico’s kunnen we niet op tradionele wijzen afdekken. Zo ervaren we dat het steeds lastiger wordt om risico’s via een verzekering af te dekken. Daarom richtten we een waarborgfonds voor verzekeringen op, samen met andere veiligheidsregio’s. Dit fonds gaan we verder implementeren. Dit is een voorbeeld hoe we flexibele en met maatwerk omgaan met risico’s.
Professioneel Potentieel van onze medewerkers optimaal benutten (duurzame inzetbaarheid) Onze medewerkers zijn ons kapitaal, hierin investeren we. Zodat de juiste medewerker op de juiste plek zit - nu en in de toekomst - en we onze visie waar kunnen maken. Goed (persoonlijk) leiderschap is dan belangrijk. We hebben vooral aandacht voor flexibiliteit en duurzame inzetbaarheid. Niet alleen onze organisatie, ook het vakgebied HRM is volop in ontwikkeling. Dit vraagt om een toekomstbestendige HRM-afdeling, die medewerkers en organisatie proactief en optimaal service verleent. Passende huisvesting, inclusief verduurzaming, veilige werkomgeving en onderhoudsplan VRBZO huurt haar kazernes van de gemeenten in de regio. Met gemeenten maakten we afspraken over onderhoud. Eerste schattingen voor 2027 en daarna, laten een financieel tekort zien. Ook moeten we de kazernes meer duurzaam maken en zijn er aanvullende eisen voor een veilige werkplek. We hebben nog geen beeld van de kosten van het duurzaam maken. Daar maken we met de gemeenten, als eigenaren van de kazernes, afspraken over. In 2023 willen we onderzoeken hoe onze huisvesting er in de toekomst uit moet zien. In 2024 maken we keuzes en laten we die vastleggen door het bestuur. Op lange termijn verwachten we een tekort voor het onderhoud van de kazernes. Daarom beschouwen we eventuele tussentijdse voordelen als incidenteel.
Arbeidsmarktcommunicatie professionaliseren We willen arbeidsmarktcommunicatie professioneler maken, zodat (nieuwe) medewerkers zien dat VRBZO een aantrekkelijke werkgever is om te komen én blijven werken. We willen dat een bredere doelgroep graag bij VRBZO wil werken en er zich thuis voelt. We willen een inclusieve organisatie en diversiteit.
Versie: 1.0 Pagina: 28
Ontwerpbegroting 2024
5.4.2
Wat mag het kosten?
De kosten voor ondersteuning van de organisatie komen in 2024 uit op €10,3 miljoen. De stijging ten opzichte van 2023 wordt veroorzaakt door indexering. De realisatie van 2022 komt door incidentele detacheringen die niet begroot waren.
Versie: 1.0 Pagina: 29
Ontwerpbegroting 2024
6
Financiële overzichten
6.1
Schatkistbankieren
Bij schatkistbankieren dienen de decentrale overheden, alsook VRBZO, hun tegoeden aan te houden bij het Ministerie van Financiën. Bij verplicht schatkistbankieren is het niet meer mogelijk beleggingen en deposito’s zelfstandig aan te gaan buiten het drempelbedrag. Het drempelbedrag is gelijk aan 2% van het begrotingstotaal van de decentrale overheid, met een minimum van €1.000.000. Voor VRBZO geldt dat het drempelbedrag in 2024 net iets meer dan €1.000.000 groot is. In de jaarrekening zal gerapporteerd worden over in hoeverre aan dit drempelbedrag is voldaan.
6.2
Investeringsbegroting
We besteden het grootste deel van ons budget aan loonkosten. Maar we doen ook investeringen, zeker binnen het onderdeel Brandweerzorg. Voor de begroting van 204 zijn geen grote aanpassingen voor investeringen nodig. Wel voegen we het jaar 2027 toe aan de begroting. De investeringen die we in dat jaar toevoegen zijn steeds vervangingsinvesteringen. Denk aan: •
Warmtebeeldcamera’s
•
Een tankautospuit en bepakking
•
Twee hoogwerkers en bepakking
•
Dienstbussen
De geplande investeringen die zijn toegevoegd in de jaarschijf 2027 betreffen vervangingsinvesteringen in onder meer vier tankautospuiten, 2 hulpverleningsvoertuigen, een verzorgingsunit, een voertuig voor het oppervlaktereddingsteam, bluskleding, mobilofoons en ICT middelen.
6.3
Overzicht incidentele baten en lasten
Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost heeft slechts beperkt incidentele baten. De meeste baten zijn in hun aard structureel, zoals de gemeentelijke bijdragen en uitkering van het Rijk. Ook voor in omvang meer wisselende baten, zoals de deelname van externen aan trainingen en detachering van medewerkers is in de meerjarenbegroting een vast basisniveau opgenomen. De schommeling in deze baten kan de organisatie voldoende opvangen. Voor de begroting 2024 geldt de uitzondering dat er voor de jaarschijf 2024 een incidentele gemeentelijke bijdrage is opgenomen van €200.000. We gaan voor deze incidentele bijdrage alleen incidentele verplichtingen aan.
6.4
Overzicht financiële taakstellingen en eerdere bezuinigingen
De veiligheidsregio had in de periode 2014 tot en met 2017 en in 2019 een bezuinigingstaakstelling opgenomen in haar begroting. In die periode is er voor een bedrag van €5,1 miljoen aan bezuinigingen gerealiseerd. In 2020 zijn daarnaast de structurele kosten voor Arbeidshygiëne (€0,4 miljoen per jaar) afgedekt met structurele middelen. De middelen in de bestemmingsreserve Arbeidshygiëne (€3,5 miljoen) zijn hierdoor beschikbaar voor dekking van een deel van de kosten van de overgangsregeling FLO.
Versie: 1.0 Pagina: 30
Ontwerpbegroting 2024
In de begroting 2022 hebben we onder meer de gestegen kosten voor onderhoud van onze grote brandweervoertuigen (€0,2 mln per jaar) opgevangen binnen de exploitatie. Voor de begroting 2023 en 2024 is geen taakstelling opgenomen.
Versie: 1.0 Pagina: 31
Ontwerpbegroting 2024
7
Verplichte paragrafen
7.1
Risicomanagement en weerstandsvermogen
In de paragraaf ‘Weerstandsvermogen en risicobeheersing’ worden de risico’s in beeld gebracht en gerelateerd aan de weerstandscapaciteit. Het gaat bij risico’s om gebeurtenissen die zich mogelijk kunnen voordoen en die het realiseren van de doelstelling(en) van de organisatie kunnen verstoren. De belangrijkste beleidsuitgangspunten voor VRBZO op gebied van risicomanagement zijn: •
Risico’s in een cyclisch proces inventariseren, beoordelen en monitoren via een continuïteitsplan;
•
De instelling van een weerstandsvermogen heeft als doel om een stabiele (trendmatige) ontwikkeling van de gemeenschappelijke bijdrage te waarborgen.
•
Streven naar een ratio weerstandsvermogen van 1 of hoger. De hoogte van de algemene reserve is vastgesteld op € 2,0 miljoen. De algemene reserve dient als primair weerstandsvermogen.
7.1.1
Risico-inventarisatie en monitoring
Het risico-overzicht in het continuïteitsplan gaat uit de factoren kans en impact. Met kans bedoelen we welke mate van waarschijnlijkheid er bestaat dat een risico zich manifesteert. Bij ieder risico schatten we in hoe waarschijnlijk het is dat dit risico zich in de nabije toekomst zal voordoen. Met impact bedoelen we de negatieve financiële invloed die een risico mogelijk heeft op de continuïteit van de dienstverlening: wat zijn de geschatte kosten? Door het bepalen van kans en (financiële) impact vindt een inschatting van risico’s plaats. Om het benodigd weerstandsvermogen te berekenen vermenigvuldigen we de geschatte impact met een percentage volgens onderstaande tabel. Daarnaast Kans Zeer waarschijnlijk Waarschijnlijk Reëel (50/50) Onwaarschijnlijk Zeer onwaarschijnlijk
90% 70% 50% 30% 10%
Over het algemeen zien we door toenemende druk van wet- en regelgeving en risico’s in de bedrijfsvoering (bijvoorbeeld informatieveiligheid) dat de mate van risico is toegenomen. In onderstaand schema staan de belangrijkste risico’s inclusief de risico-inschatting kans en impact. Tijdens de reguliere planning en control gesprekken worden de risico’s besproken en bijgesteld. De risico’s, en eventueel genomen beheersmaatregelen om de impact te dempen, worden gemonitord en periodiek gewogen door het managementteam.
Versie: 1.0 Pagina: 32
Ontwerpbegroting 2024
Kans
Impact
Bedrag tbv weerstandsvermogen
Brandweerzorg 1 Wijzigingen in beleid FLO-regeling beroepsbrandweer 2 Loonkosten irt vrijwilligers en WNRA 3 2e loopbaanbeleid 4 Vakbekwaamheid 5 Aansprakelijkheid brand Hapert boven verzekerd bedrag 6 Omgevingswet
Reëel (50/50) Waarschijnlijk Reëel (50/50) Waarschijnlijk Zeer onwaarschijnlijk Onwaarschijnlijk
pm € 500.000 € 750.000 € 550.000 € 20.000.000 pm
pm € 350.000 € 375.000 € 385.000 € 2.000.000 pm
s i s i s
Crisisbeheersing 1 Kosten grootschalige crisis of incident
Waarschijnlijk
€
500.000
€
350.000
i
Zeer waarschijnlijk Zeer waarschijnlijk
€ pm
500.000
€ pm
450.000
s
Reëel (50/50)
€
500.000
€
250.000
i
Zeer onwaarschijnlijk Reëel Zeer waarschijnlijk Waarschijnlijk Onwaarschijnlijk Reëel (50/50)
€ € € € pm €
500.000 300.000 100.000 75.000
50.000 150.000 90.000 52.500
200.000
€ € € € pm €
100.000
s s s i i s
Reëel (50/50)
€
250.000
€
125.000
i
Risico-inventarisatie
Ondersteuning organisatie (bedrijfsvoering) 1 Huisvesting onderhoud 2 Huisvesting duurzaamheid Informatieveiligheid (cybersecurity) i.v.m. data- en/of 3 beveiligingslek 4 Investering in informatieveiligheid (middelen/mensen ICT) 5 Inflatie energiekosten (gas, elektra, brandstof) 6 Wet open overheid 7 Eigen risicodrager WW 9 Bedrijfscontinuït bij calamiteit 10 Stijgende rentekosten voor leningen Kosten die voortvloeien t.b.v. bedrijfskritische continuïteit (bijvoorbeeld kostbare opleidingen of inhuur op gebied van 11 brand- en omgevingsveiligheid, business intelligence, HRM, ICT, kosten juridische ondersteuning etc.);
€ 4.717.500
TOTAAL
In hoofdstuk 3.3.2 Algemene inhoudelijke onzekerheden is meer duiding opgenomen over de items 1 t/m 4 van brandweerzorg en 1 t/m 6 van bedrijfsvoering. Op basis van de gekwantificeerde actuele risico’s is de benodigde weerstandscapaciteit bepaald op € 4.717.500. De benodigde weerstandscapaciteit ligt boven het weerstandsvermogen van € 2.000.000. Het is niet reëel dat bovengenoemde risico’s zich gelijktijdig voordoen. Tevens zijn kans en impact van enkele risico lastig in te schatten. In het uiterste geval, indien risico’s zich daadwerkelijk voordoen en het beschikbare vermogen overschrijden, zal VRBZO terugvallen op de gemeenten in de gemeenschappelijke regeling om de kosten te dekken.
7.1.2
Financiële kengetallen VRBZO
Het BBV schrijft voor dat we een aantal financiële kengetallen standaard opnemen in de verplichte paragraaf Risicomanagement en Weerstandsvermogen. Het overzicht van deze financiële kengetallen is opgenomen in Bijlage 7: Meerjarenbalans en weerstandsvermogen.
7.1.3
Weerstandsvermogen en –capaciteit
Het weerstandsvermogen is het vermogen van de organisatie om (financiële) risico’s op te vangen. Het vormt als beheersmaatregel het sluitstuk van risicomanagement. Het weerstandsvermogen geeft de financiële robuustheid aan van
Versie: 1.0 Pagina: 33
i/s
Ontwerpbegroting 2024
de begroting, de jaarrekening en de financiële positie. De ratio weerstandsvermogen is de verhouding tussen de beschikbare
weerstandscapaciteit
en
de
benodigde
weerstandscapaciteit
(gekwantificeerde
risico’s).
De
weerstandscapaciteit wordt gevormd door de gemeenschappelijke middelen (reserves) en is bedoeld om niet begrote kosten te dekken. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen de incidentele en structurele weerstandscapaciteit. Incidentele weerstandscapaciteit De incidentele weerstandscapaciteit is het vermogen dat ingezet kan worden om eenmalige tegenvallers op te vangen. De middelen die dat vermogen bepalen zijn: •
de algemene reserve en de reserves waaraan het Algemeen Bestuur een bestemming heeft gegeven die kan worden gewijzigd (bestemmingsreserves);
•
de in de begroting opgenomen ramingen voor onvoorziene uitgaven voor zover hier nog geen bestemming aan is gegeven;
•
de stille reserves, voor zover deze op korte termijn materieel te maken zijn (reserves waarvan de omvang en/of het bestaan niet uit de balans blijkt, voortkomend uit de onderwaardering van activa of overwaardering van schulden bij het volgen van normale waarderingsmethoden).
Behalve de algemene reserve heeft VRBZO geen andere (stille) reserves of risicoposten in de begroting die kunnen dienen als incidentele weerstandscapaciteit. De hoogte van de algemene reserve is op verzoek van de diverse besturen met de andere grote gemeenschappelijke regelingen vastgesteld. Hierbij is een bandbreedte voor de omvang van de algemene reserve bepaald op basis van de omvang van de begroting. In het geval van VRBZO is deze bandbreedte € 2,0 – 2,4 miljoen. Structurele weerstandscapaciteit De structurele weerstandscapaciteit heeft betrekking op het vermogen om onverwachte tegenvallers structureel in de lopende begroting op te vangen, zonder dat dit ten koste gaat van de uitvoering van bestaande taken. De middelen die dat vermogen bepalen zijn: •
bezuinigingsmogelijkheden (voor zover nog niet meegenomen in de begroting en meerjarenramingen);
•
cumulatief geraamde onvoorziene uitgaven;
•
de resterende (onbenutte) belastingcapaciteit (niet van toepassing voor VRBZO).
Het overzicht van weerstandscapaciteit op basis van de jaarrekening 2022 is opgenomen in Bijlage 7: Meerjarenbalans en weerstandsvermogen.
Versie: 1.0 Pagina: 34
Ontwerpbegroting 2024
7.2
Staat van reserves en voorzieningen
7.2.1
Overzicht staat van reserves en voorzieningen
Bestemmingsreserves Investeringen
2022 Primaire begroting 2023 Eindstand Toevoeging Onttrekking Eindstand € 1.777.183 € 390.316 € 2.167.499 €0 €0 €0 €0 €0 €0
Totaal
€ 2.217.806
€ 2.217.806
€ 2.167.499
Voorzieningen Onderhoud Gebouw ROC Voorziening FLO
2022 Primaire begroting 2023 Eindstand Toevoeging Onttrekking Eindstand € 70.000 -€ 286.588 € 590.400 € 373.812 € 1.666.246 € 1.411.407 -€ 1.963.412 € 1.114.241
Primaire begroting 2024 Toevoeging Onttrekking Eindstand € 72.000 -€ 4.272 € 441.540 € 1.439.635 -€ 2.259.829 € 294.047
Totaal
€ 2.385.746
€ 1.511.635 -€ 2.264.101
Reserves Algemene reserve
7.2.2
€ 1.481.407 -€ 2.250.000
€ 1.488.053
Primaire begroting 2024 Toevoeging Onttrekking Eindstand € 2.167.499
Toelichting staat van reserves en voorzieningen
Voorziening groot onderhoud Regionaal Opleidingscentrum In 2022 is groot onderhoud aan het Regionaal Opleidingscentrum uitgevoerd. Er is daarom ook een nieuw onderhoudsplan opgesteld. In het plan worden vanuit 2023 voor tien jaar vooruit de verwachte onderhoudskosten in beeld gebracht. Op basis van dit plan is nog steeds een jaarlijkse toevoeging aan de voorziening nodig van €70.000. Ook op basis van het oude plan bedroeg de jaarlijkse toevoeging €70.000. Voorziening FLO Deze voorziening eind 2020 ingesteld. We voegen jaarlijks een bedrag toe aan deze voorziening en brengen de werkelijke lasten van de FLO regeling ten laste van deze voorziening. Algemene reserve Deze reserve is bestemd voor het opvangen van financiële risico’s en van schommelingen in de exploitatiesfeer. In de vergadering van het Algemeen Bestuur van januari 2018 is het Nota algemene reserve vastgesteld. Daarmee is tevens besloten dat de hoogte van de algemene reserve niet is gebaseerd op de risico’s waar de organisatie mee te maken heeft, maar gekoppeld is aan de totale baten van de organisatie. In 2024 komt de omvang van de begroting voor het eerst boven de €60.000.000, waarmee we naar een hogere staffel gaan voor de gewenste omvang van de algemene reserve. Op basis van die notitie is voor VRBZO een gewenste omvang van de algemene reserve vastgesteld tussen de €2.400.000 en €3.200.000.
Op basis van het jaarlijks op te stellen continuïteitsplan, zoals benoemd in het rapport over risicomanagement en dat onderdeel uitmaakt van de P&C-cyclus, worden de risico’s wel nog steeds gemonitord. Daarbij kunnen ook risico’s worden toegevoegd of komen te vervallen.
Versie: 1.0 Pagina: 35
€ 735.587
Ontwerpbegroting 2024
7.3
Onderhoud kapitaalgoederen
Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost heeft geen kapitaalsgoederen zoals bedoeld in het Besluit Begroting en Verantwoording (wegen, riolering, water, groen en openbare gebouwen). Voor het onderhoud van de brandweerkazernes, in eigendom van Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost, zijn specifieke afspraken gemaakt. Deze kazernes zijn in 2014 gekocht, met het doel deze na uiterlijk tien jaar weer terug te verkopen aan de betreffende gemeente. De veiligheidsregio doet om die reden een storting in een door de betreffende gemeente beheerd onderhoudsfonds. De omvang van de storing is gebaseerd op een Meerjarenonderhoudsplan voor het eigenaarsonderhoud. Dit onderhoud van deze brandweerkazernes sluit daarmee aan bij de gemeentelijke gebruiken. Het onderhoud van alle overige kapitaalgoederen is er op gericht de kapitaalsgoederen steeds in voldoende conditie te hebben om de operationele inzet te waarborgen. In de begroting zijn hier structurele budgetten voor gereserveerd.
7.4
Financiering
7.4.1
Hoofdcomponenten
De financiering van Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost kent 2 hoofdcomponenten: 1.
Gemeentelijke bijdragen;
2.
Bijdrage van het ministerie van Veiligheid en Justitie
Daarnaast ontvangt Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost nog diverse kleinere bijdragen. In totaal ontvangt Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost de volgende bijdragen: Onderwerp Bijdrage gemeenten BDuR uitkering Overig
€ 51.303.014 € 9.035.671 € 684.069
Bijdrage totaal
€ 61.022.754
7.4.2
Bedrag
Rentelasten
Het overzicht van de rentelasten is opgenomen als bijlage.
7.4.3
Renterisiconorm
VRBZO loopt renterisico op het moment dat nieuwe leningen moeten worden aangetrokken (herfinanciering) of als een renteherziening van toepassing is. Om het renterisico te beheersen is in de Wet FIDO de renterisiconorm geformuleerd. Het doel van deze norm is om overmatige afhankelijkheid van het renteniveau in één bepaald jaar te voorkomen, dit ter bescherming van de financiële positie. Met deze norm bevordert de Wet FIDO een solide financieringswijze bij openbare lichamen.
Versie: 1.0 Pagina: 36
Ontwerpbegroting 2024
Conform voorschrift van de geactualiseerde Wet FIDO wordt het renterisico in onderstaande tabel voor de komende vier jaren bepaald, terwijl de renterisiconorm alleen betrekking heeft op het totaal van de rekening van het komende jaar. De norm schrijft voor dat maximaal 20% van het begrotingstotaal in een bepaald jaar gebruik mag worden voor aflossing of herfinanciering van een lening. In 2024 komt de som van aflossing en herfinanciering boven de norm uit, de herfinanciering zelf blijft wel onder de norm. We zullen de daadwerkelijke herfinanciering zo uitvoeren dat we binnen de norm blijven. 2024
2025
2026
2027
Omvang begroting
€ 61,0 mln
€ 60,8 mln
€ 60,8 mln
€ 60,8 mln
20% norm
€ 12,2 mln
€ 12,2 mln
€ 12,2 mln
€ 12,2 mln
Aflossing
€ 2,7 mln
€ 2,1 mln € 5,0 mln
€ 1,7 mln €0
€ 7,1 mln
€ 1,7 mln
Herfinanciering of renteverandering
€ 10,0 mln
€ 2,7 mln €0
Totaal
€ 12,7 mln
€ 2,7 mln
Daarnaast is voorgeschreven dat gemeenschappelijke regelingen maximaal 8,2% van het begrotingstotaal mogen financieren met leningen met een looptijd korter dan 1 jaar. Voor onze organisatie bedraagt deze norm daarmee ongeveer €5.000.000. Deze norm ligt in de regel boven onze behoefte aan financiering met een korte looptijd.
7.5
Bedrijfsvoering
De ontwikkelingen rondom bedrijfsvoering zijn in de begroting opgenomen in hoofdstuk 5.4. Beleidsindicatoren Besluit Begroting en Verantwoording Het Besluit Begroting en Verantwoording schrijft een set met verplichte beleidsindicatoren voor. In totaal beschrijft het Besluit Begroting en Verantwoording 39 indicatoren. Deze indicatoren hebben betrekking op de taakvelden van Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost. Het betreft de zes indicatoren uit het taakveld Bestuur en ondersteuning. Omdat er nog geen besluit is genomen over de aanvullende indexering en over de aanwending van de extra BDuR bijdrage hebben we die beide bedragen zowel bij de lasten als de baten buiten beschouwing gelaten. Het zou anders niet goed mogelijk zijn om de kengetallen te berekenen. Indicator
Waarde 2024
Formatie per 1000 inwoners
0,44
Bezetting per 1000 inwoners Apparaatskosten per inwoner
0,44 € 70
Externe inhuur % van loonsom
0,57%
Externe inhuur totaal Overhead als % van totale lasten
€ 200.406 18%
Versie: 1.0 Pagina: 37
Ontwerpbegroting 2024
7.6
Wet open overheid (WOO)
Ieder jaar krijgt VRBZO tientallen verzoeken om documenten openbaar te maken. Hierbij wordt bijvoorbeeld vaak gevraagd om incidentrapporten, foto’s, opnamen, adviezen, e-mails, brieven, besluiten enzovoorts. Het juridische kader werd voorheen gevormd door de Wob (Wet openbaarheid bestuur). Vanaf 1 mei 2022 is de Wob vervangen door de Woo: de Wet open overheid. Het uitgangspunt is dat publieke informatie voor iedereen toegankelijk moet zijn. Het doel van de Woo is dan ook om informatie van de overheid zo toegankelijk en transparant mogelijk te maken. Informatie moet dus ook makkelijk te vinden zijn. Niet alleen journalisten, maar iedereen kan een verzoek om informatie indienen. Het uitgangspunt is dat informatie voor iedereen openbaar is tenzij de Woo een wettelijke grondslag biedt om specifieke informatie niet openbaar te maken. Naast de verplichting om informatie op verzoek openbaar te maken, schrijft de Woo voor dat bepaalde informatie actief openbaar gemaakt moet worden via een landelijk platform. Deze verplichting is nieuw ingevoerd bij de inwerkingtreding van de Woo. De komende jaren wordt deze verplichting stap voor stap per categorie documenten ingevoerd. De planning is nog onbekend en wordt later landelijk bepaald.
Mogelijk gaat deze verplichting eerst gelden voor organisatiegegevens (taken, bevoegdheden, bereikbaarheid, enzovoorts), vergaderstukken van het bestuur, convenanten en Woo verzoeken. Pas later volgen gefaseerd andere categorieën documenten, zoals bijvoorbeeld jaarplannen, jaarverslagen en klachten. VRBZO conformeert zich aan de landelijke planning en past de Woo toe bij de afhandeling van verzoeken om documenten openbaar te maken. Er is een projectgroep opgericht die de organisatie brede invoering van de actieve openbaarmakingsplicht voorbereidt. Hierbij nemen de afdelingen Informatiemanagement en Automatisering, Communicatie en Bestuur- en Managementondersteuning het voortouw.
7.7
Verbonden partijen
Een organisatie wordt gezien als een ‘verbonden partij’ als VRBZO belanghebbende is bij de organisatie, zowel vanuit bestuurlijk als financieel oogpunt. VRBZO is een samenwerkingsverband op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen, waaraan 21 gemeenten deelnemen. VRBZO is voor gemeenten een verbonden partij. Zelf heeft VRBZO geen verbonden partijen.
7.8
Lokale heffingen en grondbeleid
Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost kent geen lokale heffingen. Het onderdeel grondbeleid is voor Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost niet relevant.
Versie: 1.0 Pagina: 38
Ontwerpbegroting 2024
Bijlagen
Versie: 1.0 Pagina: 39
Ontwerpbegroting 2024
Bijlage 1: Staat met gemeentelijke bijdragen Aandeel in bijdrage Gemeente 2023 Asten 2,09% Bergeijk 2,90% Best 3,16% Bladel 2,89% Cranendonck 2,76% Deurne 3,98% Eersel 2,73% Eindhoven 34,41% Geldrop-Mierlo 4,27% Gemert-Bakel 3,70% Heeze-Leende 2,00% Helmond 10,63% Laarbeek 2,74% Nuenen c.a. 2,53% Oirschot 2,30% Reusel-De Mierden 1,87% Someren 2,44% Son en Breugel 1,90% Valkenswaard 3,67% Veldhoven 5,38% Waalre 1,65% Totaal 100,0% Gemeente Asten Bergeijk Best Bladel Cranendonck Deurne Eersel Eindhoven Geldrop-Mierlo Gemert-Bakel Heeze-Leende Helmond Laarbeek Nuenen c.a. Oirschot Reusel-De Mierden Someren Son en Breugel Valkenswaard Veldhoven Waalre Totaal
Aandeel in bijdrage 2024 2,03% 2,68% 3,39% 2,73% 2,59% 3,75% 2,55% 34,79% 4,57% 3,59% 1,90% 10,82% 2,72% 2,79% 2,19% 1,73% 2,39% 1,85% 3,78% 5,23% 1,94% 100,0%
2023, regulier € 970.032 € 1.344.871 € 1.464.843 € 1.340.370 € 1.276.552 € 1.846.133 € 1.266.285 € 15.934.883 € 1.979.179 € 1.718.842 € 927.951 € 4.930.188 € 1.270.140 € 1.171.908 € 1.063.924 € 866.222 € 1.129.583 € 879.247 € 1.697.864 € 2.493.920 € 766.438 € 46.339.376
Totale bijdrage 2024 € 1.045.414 € 1.377.127 € 1.740.037 € 1.406.284 € 1.330.341 € 1.923.211 € 1.310.501 € 17.799.351 € 2.344.275 € 1.842.299 € 979.614 € 5.541.548 € 1.396.598 € 1.436.990 € 1.129.801 € 893.131 € 1.230.298 € 951.570 € 1.941.036 € 2.684.223 € 999.363 € 51.303.014
€600.000 incidenteel -€ 12.548 -€ 17.424 -€ 18.956 -€ 17.360 -€ 16.531 -€ 23.883 -€ 16.403 -€ 206.472 -€ 25.606 -€ 22.224 -€ 12.012 -€ 63.786 -€ 16.441 -€ 15.165 -€ 13.773 -€ 11.220 -€ 14.616 -€ 11.374 -€ 21.994 -€ 32.295 -€ 9.918 -€ 600.000
Aanvullende indexering 2023 € 65.147 € 90.463 € 98.416 € 90.132 € 85.824 € 123.997 € 85.161 € 1.071.968 € 132.944 € 115.382 € 62.363 € 331.167 € 85.360 € 78.733 € 71.509 € 58.254 € 75.883 € 59.049 € 114.189 € 167.671 € 51.494 € 3.115.104
2025 € 1.040.078 € 1.370.084 € 1.731.129 € 1.399.092 € 1.323.540 € 1.913.360 € 1.303.801 € 17.707.857 € 2.332.259 € 1.832.864 € 974.615 € 5.513.090 € 1.389.456 € 1.429.639 € 1.124.031 € 888.577 € 1.224.011 € 946.716 € 1.931.093 € 2.670.459 € 994.263 € 51.040.014
Subtotaal 2023, sleutel 2023 € 1.022.631 € 1.417.909 € 1.544.303 € 1.413.141 € 1.345.846 € 1.946.247 € 1.335.043 € 16.800.379 € 2.086.517 € 1.812.000 € 978.303 € 5.197.569 € 1.339.059 € 1.235.476 € 1.121.660 € 913.256 € 1.190.850 € 926.923 € 1.790.059 € 2.629.296 € 808.014 € 48.854.480
2026 € 1.040.078 € 1.370.084 € 1.731.129 € 1.399.092 € 1.323.540 € 1.913.360 € 1.303.801 € 17.707.857 € 2.332.259 € 1.832.864 € 974.615 € 5.513.090 € 1.389.456 € 1.429.639 € 1.124.031 € 888.577 € 1.224.011 € 946.716 € 1.931.093 € 2.670.459 € 994.263 € 51.040.014
Subtotaal 2023, sleutel 2024 Indexering € 991.356 € 42.381 € 1.308.225 € 55.927 € 1.654.897 € 70.747 € 1.336.078 € 57.117 € 1.263.533 € 54.016 € 1.829.874 € 78.227 € 1.244.581 € 53.206 € 16.995.594 € 726.562 € 2.232.096 € 95.422 € 1.752.582 € 74.923 € 928.500 € 39.693 € 5.286.298 € 225.989 € 1.326.826 € 56.722 € 1.365.410 € 58.371 € 1.071.967 € 45.827 € 845.887 € 36.162 € 1.167.967 € 49.931 € 901.711 € 38.548 € 1.846.901 € 78.955 € 2.556.832 € 109.305 € 947.366 € 40.500 € 48.854.480 € 2.088.529
Tijdelijke verhoging 2023 2024 € 4.058 € 5.356 € 6.775 € 5.470 € 5.173 € 7.491 € 5.095 € 69.576 € 9.138 € 7.175 € 3.801 € 21.641 € 5.432 € 5.590 € 4.388 € 3.463 € 4.781 € 3.691 € 7.561 € 10.467 € 3.878 € 200.000
Basisbijdrage 2024, regulier € 1.037.795 € 1.369.507 € 1.732.418 € 1.398.665 € 1.322.722 € 1.915.592 € 1.302.881 € 17.791.732 € 2.336.656 € 1.834.680 € 971.994 € 5.533.929 € 1.388.979 € 1.429.371 € 1.122.182 € 885.512 € 1.222.679 € 943.951 € 1.933.417 € 2.676.604 € 991.744 € 51.143.009
Piket bevolkingszorg 2023 Indexering € 7.307 € 312 € 7.307 € 312 € 7.307 € 312 € 7.307 € 312 € 7.307 € 312 € 7.307 € 312 € 7.307 € 312 € 7.307 € 312 € 7.307 € 312 € 7.307 € 312 € 7.307 € 312 € 7.307 € 312 € 7.307 € 312 € 7.307 € 312 € 7.307 € 312 € 7.307 € 312 € 7.307 € 312 € 7.307 € 312 € 7.307 € 312 € 7.307 € 312 € 7.307 € 312 € 153.445 € 6.560
Piket bevolkingszorg Totale 2024 bijdrage 2024 € 7.619 € 1.045.414 € 7.619 € 1.377.127 € 7.619 € 1.740.037 € 7.619 € 1.406.284 € 7.619 € 1.330.341 € 7.619 € 1.923.211 € 7.619 € 1.310.501 € 7.619 € 17.799.351 € 7.619 € 2.344.275 € 7.619 € 1.842.299 € 7.619 € 979.614 € 7.619 € 5.541.548 € 7.619 € 1.396.598 € 7.619 € 1.436.990 € 7.619 € 1.129.801 € 7.619 € 893.131 € 7.619 € 1.230.298 € 7.619 € 951.570 € 7.619 € 1.941.036 € 7.619 € 2.684.223 € 7.619 € 999.363 € 160.005 € 51.303.014
2027 € 1.040.078 € 1.370.084 € 1.731.129 € 1.399.092 € 1.323.540 € 1.913.360 € 1.303.801 € 17.707.857 € 2.332.259 € 1.832.864 € 974.615 € 5.513.090 € 1.389.456 € 1.429.639 € 1.124.031 € 888.577 € 1.224.011 € 946.716 € 1.931.093 € 2.670.459 € 994.263 € 51.040.014
Versie: 1.0 Pagina: 40
Ontwerpbegroting 2024
Bijlage 4: overzicht van baten en lasten Programma Brandweerzorg Crisisbeheersing Ondersteuning organisatie Financiering BDUR uitkering Rijk Bijdrage gemeenten Financiering & Alg Dekkingsmiddelen Stelpost extra BDUR Stelpost extra indexering gemeenten Toevoeging/Onttrekking Reserves Ink/Uitg alg res Toevoeging/Onttrekking bestemmingsreserve Eindtotaal
2022 realisatie € 38.999.163 € 11.025.945 € 9.771.744 € 1.084.437
2023 begroting primair € 40.409.847 € 3.799.747 € 9.900.890 -€ 33.593
2024 € 42.616.077 € 3.579.709 € 10.311.864 € 4.515.104
€ 1.084.437
-€ 33.593
€0 € 1.400.000 € 3.115.104
2022 realisatie -€ 814.203 -€ 8.017.285 -€ 166.775 -€ 52.012.163 -€ 6.905.241 -€ 44.430.228 -€ 676.694
2023 begroting primair -€ 652.069 -€ 32.000
2024 -€ 652.069 -€ 32.000
-€ 53.392.822 -€ 6.900.000 -€ 46.492.822
-€ 60.338.685 -€ 7.635.671 -€ 48.187.910 -€ 1.400.000 -€ 3.115.104
-€ 367.807 -€ 367.807 € 60.881.288
€ 54.076.891
€ 61.022.754
-€ 61.378.232
-€ 54.076.891
-€ 61.022.754
Versie: 1.0 Pagina: 41
Ontwerpbegroting 2024
Bijlage 3: Meerjarenraming 2024 – 2027 Onderstaande tabel toont de meerjarenraming 2024 – 2027. In de raming is te zien dat de gemeentelijke bijdrage vanaf 2025 € 263.000 lager uitkomt. Deze daling wordt veroorzaakt doordat de incidentele verhoging van €200.000 alleen
in 2024 wordt toegepast. Ook is vanaf dat jaar de verhoging ter compensatie van de IOV subsidie niet meer van toepassing. Lasten Programma Brandweerzorg Crisisbeheersing Ondersteuning organisatie Financiering Bdur uitkering Rijk Bijdrage gemeenten Financiering & Alg Dekkingsmiddelen Stelpost exta BDUR Stelpost extra indexering gemeenten Toevoeging/Onttrekking Reserves Ink/Uitg alg res Toevoeging/Onttrekking bestemmingsreserve Eindtotaal
Baten
2024 € 42.616.077 € 3.579.709 € 10.311.864 € 4.515.104
2025 € 42.553.077 € 3.479.709 € 10.211.864 € 4.515.104
2026 € 42.553.077 € 3.479.709 € 10.211.864 € 4.515.104
2027 € 42.553.077 € 3.479.709 € 10.211.864 € 4.515.104 €0
€0 € 1.400.000 € 3.115.104
€0 € 1.400.000 € 3.115.104
€0 € 1.400.000 € 3.115.104
€0 € 1.400.000 € 3.115.104 €0
€ 61.022.754
€ 60.759.754
€ 60.759.754
€0 € 60.759.754
2024 -€ 652.069 -€ 32.000
2025 -€ 652.069 -€ 32.000
2026 -€ 652.069 -€ 32.000
-€ 60.338.685 -€ 7.635.671 -€ 48.187.910
-€ 60.075.685 -€ 7.635.671 -€ 47.924.910
-€ 60.075.685 -€ 7.635.671 -€ 47.924.910
-€ 1.400.000 -€ 3.115.104
-€ 1.400.000 -€ 3.115.104
-€ 1.400.000 -€ 3.115.104
-€ 61.022.754
-€ 60.759.754
-€ 60.759.754
2027 -€ 652.069 -€ 32.000 €0 -€ 60.075.685 -€ 7.635.671 -€ 47.924.910 €0 -€ 1.400.000 -€ 3.115.104 €0 €0 €0 -€ 60.759.754
Versie: 1.0 Pagina: 42
Bijlage 4: Begroting ingedeeld naar taakvelden Taak Bestuur en ondersteuning
Veiligheid VHROSV Eindtotaal
Taaknummer 0.4 0.7 1.1 8.3
Taakveld Ondersteuning organisatie Algemene uitkeringen en overige uitkeringen gemeentefonds Crisisbeheersing en brandweer Wonen en bouwen
Lasten € 10.261.864 € 4.515.104 € 45.228.284 € 1.017.502 € 61.022.754
43
Bijlage 5: Renteschema Renteschema conform BBV richtlijn 2024 Externe rentelasten over de korte en lange financiering
€ 391.998
Externe rentebaten Saldo rentelasten en rentebaten
Rente grondexploitatie Rente projectfinanciering Rentebaten van doorverstrekte leningen Subtotaal
Aan taakvelden toe te rekenen externe rente
€ 391.998
€0 €0 € 0Gemee €0
€ 391.998
Rente over eigen vermogen
€0
Rente over voorzieningen
€0
Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente
€0
De aan de taakvelden toegerekende rente
€ 391.998
Renteresultaat op het taakveld Treasury
€0
44
Bijlage 6: EMU saldo Omschrijving Exploitatiesaldo voor onttrekking reserves Afschrijvingen ten laste van de exploitatie Dotaties aan de post voorzieningen Investeringen die worden geactiveerd Baten uit bijdragen andere overheden Desinvesteringen in (im)materiële vaste activa Aankoop van grond en de uitgaven aan bouw-, Baten bouwgrondexploitatie Lasten op de balanspost voorzieningen voor zover deze transacties met derden betreffen Lasten ivm transacties met derden, die niet via de onder post 1 genoemde exploitatie lopen Verkoop van effecten: Berekend EMU saldo
45
Bijlage 7: Meerjarenbalans en weerstandsvermogen Balans
2024
2025
2026
2027
Totaal Materiele Vaste Activa Totaal Uitzettingen Totaal Overlopende Activa Totaal Liquide Middelen Totaal Activa
32.239.178 9.629.620 1.223.709 1.077 43.093.584
34.841.090 1.701.185 1.223.709 1.077 37.767.061
34.032.542 3.125.963 1.223.709 1.077 38.383.291
32.098.994 350.436 1.223.709 1.077 33.674.216
Totaal Eigen Vermogen
(2.167.498)
(2.167.498)
(2.167.498)
(2.167.497)
Totaal Vaste Schulden
(22.464.161)
(17.740.827)
(18.684.164)
(13.957.492)
Totaal Voorzieningen
(624.605)
(21.416)
305.691
288.093
Totaal Vlottende Schuld
(7.906.329)
(7.906.329)
(7.906.329)
(7.906.329)
Totaal Overlopende Passiva
(9.930.990)
(9.930.990)
(9.930.990)
(9.930.990)
Totaal Passiva
(43.093.582)
(37.767.059)
(38.383.290)
(33.674.214)
46
2024
2025
2026
2027
Totaal Vaste Schulden
(22.464.161)
(17.740.827)
(18.684.164)
(13.957.492)
Totaal Vlottende Schuld
(7.906.329)
(7.906.329)
(7.906.329)
(7.906.329)
Totaal Overlopende Passiva Totaal Uitzettingen Totaal Overlopende Activa Totaal Liquide Middelen
(9.930.990) 9.629.620 1.223.709 1.077
(9.930.990) 1.701.185 1.223.709 1.077
(9.930.990) 3.125.963 1.223.709 1.077
(9.930.990) 350.436 1.223.709 1.077
Subtotaal Netto-schuld
(29.447.074)
(32.652.175)
(32.170.734)
(30.219.589)
Baten excl. mutaties reserves Netto-schuldquote
(54.076.891) 54%
(53.413.891) 61%
(53.413.891) 60%
(53.413.891) 57%
Totaal Eigen Vermogen
(2.167.498)
(2.167.498)
(2.167.498)
(2.167.497)
Totaal Passiva Solvabiliteitsratio
(43.093.582) 5%
(37.767.059) 6%
(38.383.290) 6%
(33.674.214) 6%
2.167.499 (1) 2.167.498
2.167.499 (1) 2.167.498
2.167.499 (1) 2.167.498
2.167.499 (1) (1) 2.167.497
2.167.498 2.000.000
2.167.498 2.000.000
2.167.498 2.000.000
1 2.167.498 2.000.001
1,1
1,1
1,1
1,1
Netto-schuldquote
Solvabiliteitsratio
Weerstandsvermogen en -capaciteit Algemene reserve Resultaat boekjaar Bestemmingsreserve Incidentele weerstandscapaciteit Structurele weerstandscapaciteit Totale weerstandscapaciteit Totale weerstandsvermogen Ratio weerstandsvermogen/capaciteit
47
Bijlage 8: Investeringsbegroting
Balanscategorie
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
1.700.414
0
41.000
0
Machines Apparaten Installaties
898.920
175.200
307.000
13.000
Overige materiele vaste activa
794.000
3.773.000
270.000
501.000
Vervoermiddelen
4.404.800
3.688.260
3.608.000
2.587.000
Geheel - Totaal
7.798.134
7.636.460
4.226.000
3.101.000
Bedrijfsgebouwen
48
Bijlage 9: Inflatie Betreft notitie zoals voorgelegd aan AFB en DB om effecten van inflatie op ontwerpbegroting 2024 inzichtelijk te maken Onderwerp Inflatie 2023 Probleemstelling De inflatie is hoog de afgelopen periode. We hebben daarom in het najaar van 2022 afgesproken om inzichtelijk te maken wat de omvang van de extra inflatie is en om op basis daarvan een voorstel voor aanvulde gemeentelijke bijdrage op te stellen. In deze notitie is dit voorstel opgenomen. Opbouw voorstel In dit voorstel maken we onderscheid in vijf verschillende soorten kosten: loonkosten, gas- en elektrakosten, motorbrandstof, overige exploitatiekosten en kapitaalslasten. Dit doen we omdat de inflatie op elk van deze onderdelen een ander effect heeft. Per kostensoort onderbouwen we het effect van de inflatie. Op het einde van de notitie voegen we deze samen en komen we tot een advies over bijstelling van de gemeentelijke bijdrage. 1)
Loonkosten
De loonkosten van onze organisatie worden bepaald in de CAR-UWO Veiligheidsregio’s. We volgen dus niet de CAO Gemeenten of de daaraan gelieerde CAO SGO. Er is inmiddels een onderhandelaarsakkoord wat bruikbaar is als basis voor deze analyse (zie bijlage 7). Voor 2023 komen de kosten uit op €2.395.800 en structureel op €2.855.240. Dit verschil wordt veroorzaakt doordat de loonstijging pas in 2024 pensioengevend is. 2)
Gas- en elektrakosten
Onze gas- en stroomlevering heeft een langlopend contract waarvan de prijzen vlak voor de grote prijsstijgingen zijn vastgezet tot en met eind 2023. Op dit moment hebben we daardoor geen last van de hoge gas- en elektraprijzen. Het perspectief voor 2024 is nog onzeker. Op dit moment loopt de aanbesteding van een nieuw contract. We zijn hierbij aangesloten bij de aanbesteding die door BIZOB wordt geleid. Voor nu gaan we er van uit dat de reguliere indexering volstaat om de energiekosten van het nieuwe contract in 2024 op te vangen. We houden daarom geen rekening met een stijging van gas- en stroomkosten. 3)
Motorbrandstof
Onze organisatie gaf de afgelopen jaren steeds ongeveer €320.000 uit aan motorbrandstof. De prijzen van diesel, de brandstof waar bijna al onze voertuigen op rijden, zijn in 2 jaar tijd landelijk met 60% tot 70% gestegen3 (zie bijlage 2). Inmiddels geven we €480.000 uit aan motorbrandstof. Dit komt overeen met een prijsstijging van 50% of €160.000. Voorgesteld wordt de werkelijke prijsstijging van 50% aan te houden voor deze notitie. 4)
Overige exploitatiekosten
Het merendeel van de grote contracten worden eenmaal per jaar geïndexeerd op basis van de CBS prijsindexstatistieken. Het inflatiecijfer van eind 2022 vormt daarmee voor veel grote contracten de basis voor de
3 Bron: Pompprijzen motorbrandstoffen; brandstofsoort, per kwartaal (cbs.nl), geraadpleegd op 27 februari 2023.
49
nieuwe tarieven voor 2023. Een kleinere groep contacten wordt ook jaarlijks geïndexeerd, maar op andere momenten. Tot slot zijn er ook enkelen waarvoor actuele marktprijzen leidend zijn, denk aan de inhuur van tijdelijk personeel. Bij de contracten die op basis van een vaste aankondiging worden geïndexeerd komen we uit op een gemiddelde prijsstijging van 7,9% (zie bijlage 1 voor de onderbouwing). Dit percentage ligt net wat hoger dan consumenten prijsinflatie, exclusief energie en brandstof van eind 2022, maar ligt onder de stijging van industriële prijzen. Een deel van onze inkoop sluit aan bij wat consumenten inkopen, denk aan kantinebenodigdheden. Een ander deel van onze inkopen zijn industrieel, denk aan onderhoudsmiddelen en gebruiksartikelen voor brandbestrijding en hulpverlening. Gezien ons inkooppatroon is het daarmee logisch dat we een prijsstijging ervaren die tussen de beide inflatiecijfers ligt. We stellen daarom voor om voor deze categorie 7,9% inflatie aan te houden. 5)
Kapitaalslasten
Het effect van de inflatie op kapitaalslasten is minder direct dan die op de overige categorieën kosten. Afschrijvingen gaan immers pas toenemen op het moment dat nieuwe investeringen worden uitgevoerd. Ook proberen we onze leningen aan te laten sluiten op de afschrijftermijn van de investeringen waardoor de rentestijging vooral merkbaar wordt zodra we een nieuwe lening nodig hebben. Ter illustratie, als we onze lopende leningen tegen de actuele rentes zouden oversluiten stijgt de rente met een factor 2,5 tot 3. We betalen dan ongeveer €325.000 meer rente dan nu. Naar verwachting hoeven we dit jaar nog geen grote nieuwe leningen af te sluiten. In 2024 verwachten we wel een nieuwe grote lening nodig te hebben. Het is nog onbekend hoe de rente zich zal ontwikkelen. We laten de renteontwikkeling daarom voor nu buiten beschouwing. Wel ervaren we al problemen met de hoogte van onze investeringskredieten. De ontwikkeling van de industriële prijzen zijn veel harder gestegen dan die van consumentenprijzen. In de afgelopen vier jaren zijn die prijzen toegenomen met 35,8% (zie bijlage 3 en 4). Tot nu toe zijn we uitgegaan van een inflatie van 6,24% op prijzen in dezelfde periode (zie bijlage 5). Op basis van deze gemiddelde prijsstijging zou je verwachten dat we 29,56% “tekort” komen bij onze investeringsbudgetten. Dit sluit aan op ons eigen beeld.
Zo hebben we het krediet voor de aanbesteding van schuimblusvoertuigen recent met 24% moeten verhogen. Ook is deze situatie te herkennen bij bijvoorbeeld Veiligheidsregio Limburg Noord, waar alle kredieten vorig jaar met 30% zijn verhoogd. We stellen daarom voor onze kredieten met 29,56% te verhogen. Ook de kapitaalslasten zullen (op termijn) met eenzelfde percentage stijgen en bijna €1,5 mln hoger uitkomen. Lastig daarbij is dat de kapitaalslasten pas stijgen zodra de bestaande activa vervangen worden. Om de gemeentelijke bijdrage niet nu al onnodig te verhogen zullen de komende jaren nog geregeld een bijstelling moeten doen vanwege de gestegen kapitaalslasten. Voor de jaren 2024 tot en met 2027 is het effect: Jaar
Extra bijdrage
2023
€0
2024
€ 360.000
2025
€ 552.000
2026
€ 653.000
2027
€ 739.000
50
Op advies van de Adviescommissie Financiën verhogen we alleen de kredieten voor 2023 en daarmee de kapitaalslasten voor 2024. De afschrijvingen starten namelijk het jaar na ingebruikname van de kredieten. Voor de kredieten voor de jaren na 2023 monitoren we de prijsontwikkeling en komen we later met een aanvullend voorstel.
6)
Samenvoeging
In de onderstaande tabel zijn de prijsstijgingen per kostensoort opgenomen. Alle bedragen prijspeil 2023
Soort kosten
2023 structureel beeld % 2023
Lonen € 33.970.000 € 528.000 Gas en stroom
% 2024
2023
2024
2025
2026
2027
7,1%
8,4%
€ 2.395.800
€ 2.855.240
€ 2.855.240
€ 2.855.240
€ 2.855.240
0,0%
0%
€0
€0
€0
€0
€0
€ 320.000
50%
50%
€ 160.000
€ 160.000
€ 160.000
€ 160.000
€ 160.000
Exploitatie € 14.050.000 Afschrijving € 5.030.000
7,90%
7,90%
€ 1.109.950
€ 1.109.950
€ 1.109.950
€ 1.109.950
€ 1.109.950
0,00%
7,16%
€ 0,00
€ 360.000
€ 360.000
€ 360.000
€ 360.000
€ 180.000
0%
0%
€ 0,00
€0
€0
€0
€0
€ 54.078.000
6,78%
8,29%
€ 3.665.750
€ 4.485.190
€ 4.485.190
€ 4.485.190
€ 4.485.190
Motorbrandstof
Rente
7)
Bijdrage uit andere inkomsten en reeds ontvangen indexering
VRBZO stelt voor om de stijging van de kosten op te vangen met een verhoging van de gemeentelijke bijdrage. Niet de gehele stijging hoeft te worden opgevangen met een extra gemeentelijke bijdrage. Er is immers al indexering toegekend voor 2023. Die brengen we uiteraard eerst in mindering op de kostenstijging. Ook ontvangen we de Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR) van het Rijk. Deze wordt ook jaarlijks geïndexeerd. Helaas wordt de omvang van deze indexering altijd pas in de loop van het jaar bekend gemaakt. Voor nu kunnen we aannamen dat de stijging overeenkomt met de door ons ervaren stijging van de kosten voor 2023, dus 6,78%. Ook op de overige inkomsten passen we indexering toe. Echter, ook hier was een deel van de indexering wel al opgenomen in de begroting. Uit beide inkomstenstromen verwachten we een extra indexering van €352.298. Vanuit gemeenten hebben we eerder al €905.266 indexering ontvangen voor 2023. In totaal hoeven daarmee €1.257.564 niet via de aanvullende indexering te verrekenen (zie bijlage 6). Voor 2024 gaan we uit van een extra toe te passen indexering op overige inkomsten van €464.820, ten opzichte van de begroting 2022. Dit bedrag komt dus in de plaats van de €352.298 en er niet bovenop.
51
8)
Voorstel aanpassen gemeentelijke bijdrage
Op basis van de analyse in deze notitie stellen we voor de gemeentelijke bijdrage te verhogen met €2.408.186 in 2023, oplopend tot €3.115.104 in 2027, alle bedragen prijspeil 2023. Onderdeel
2023
2024
2025
2026
2027
Totale kostenstijging
€ 3.665.750
€ 4.485.190
€ 4.485.190
€ 4.485.190
€ 4.485.190
Al ontvangen van gemeenten
-€ 905.266
-€ 905.266
-€ 905.266
-€ 905.266
-€ 905.266
Uit andere inkomsten
-€ 352.298
-€ 464.820
-€ 464.820
-€ 464.820
-€ 464.820
Aanvullend te verhogen
€ 2.408.186
€ 3.115.104
€ 3.115.104
€ 3.115.104
€ 3.115.104
Voorstel Het Dagelijks Bestuur te adviseren om 1.
In te stemmen met een verhoging van de gemeentelijke bijdrage van €2.408.186 in 2023, oplopend tot €3.115.104 in 2027, prijspeil 2023
2.
In te stemmen met een verhoging van de geplande investeringen voor 2023 van 29,56%
Aantal bijlagen: 7
52
Bijlage 9a: overzicht prijsstijgingen exploitatie Omschrijving
Bedrag basis
Percentage stijging
Bedrag stijging
Software generiek Onderhoud specifieke grote voertuigen Voertuigverzekering Ongevallenverzekering Telefonie Onderhoud specifieke grote voertuigen Advisering specifiek onderwerp Software specifiek Opleiding specifiek Onderhoud apparatuur Onderhoud installaties Onderhoud specifiek
€ 701.239 € 420.436 € 346.786 € 136.691 € 134.903 € 100.095 € 91.986 € 87.721 € 72.405 € 57.235 € 48.445 € 31.548
6,9% 9,9% 1,0% 3,2% 9,9% 14,3% 14,3% 12,0% 17,0% 14,3% 7,8% 10,0%
€ 48.035 € 41.623 € 3.468 € 4.309 € 13.370 € 14.314 € 13.154 € 10.527 € 12.309 € 8.185 € 3.755 € 3.155
Totaal
€ 2.229.490
7,9%
€ 176.202
In deze tabel hebben we bewust geen leveranciersnamen opgenomen. Deze informatie is uiteraard wel beschikbaar en op verzoek op te vragen bij erikgrummels@vrbzo.nl .
53
Bijlage 9b: Ontwikkeling dieselprijzen
Perioden 2020 1e kwartaal 2020 2e kwartaal 2020 3e kwartaal 2020 4e kwartaal 2021 1e kwartaal 2021 2e kwartaal 2021 3e kwartaal 2021 4e kwartaal 2022 1e kwartaal 2022 2e kwartaal 2022 3e kwartaal 2022 4e kwartaal*
Diesel euro/liter % tov 4 kwartalen geleden % tov 8 kwartalen geleden € 1,35 € 1,21 € 1,20 € 1,20 € 1,35 € 1,41 € 1,47 € 1,62 € 1,84 € 2,05 € 2,01 € 1,92
100% 117% 123% 135% 137% 145% 137% 119%
137% 170% 168% 160%
Bron: StatLine - Pompprijzen motorbrandstoffen; brandstofsoort, per kwartaal (cbs.nl)
54
Bijlage 9c: consumenten en industriële prijzen, jaar op jaar verandering, per maand Bron: Inflatie daalt naar 7,6 procent in januari (cbs.nl) en Stijging afzetprijzen industrie zwakt verder af (cbs.nl) % verandering Consumentenprijsindex (CPI) Jaar Maand industriële prijzen Consumentenprijsindex (CPI) exclusief energie en motorbrandstof 2019 februari 2,1% 2,6% 2,0% maart 2,6% 2,8% 2,2% april 3,3% 2,9% 2,2% mei 2,0% 2,4% 1,8% juni 0,4% 2,7% 2,2% juli 0,1% 2,5% 2,3% augustus -0,8% 2,8% 2,7% september -0,7% 2,6% 2,5% oktober -1,5% 2,7% 2,6% november 0,2% 2,6% 2,3% december 2,9% 2,7% 2,3% 2020 januari 2,2% 1,8% 2,1% februari 0,9% 1,6% 2,0% maart -3,8% 1,4% 2,2% april -8,0% 1,2% 2,3% mei -7,8% 1,2% 2,4% juni -5,5% 1,6% 2,6% juli -4,8% 1,7% 2,6% augustus -4,2% 0,7% 1,5% september -5,3% 1,1% 1,9% oktober -5,0% 1,2% 2,1% november -4,6% 0,8% 1,7% december -4,1% 1,0% 1,8% 2021 januari -1,8% 1,6% 2,1% februari 0,9% 1,8% 2,0% maart 7,1% 1,9% 1,7% april 12,3% 1,9% 1,3% mei 13,1% 2,1% 1,5% juni 12,6% 2,0% 1,4% juli 14,1% 1,4% 0,5% augustus 15,2% 2,4% 1,5% september 17,1% 2,7% 1,5% oktober 20,5% 3,4% 1,6% november 20,9% 5,2% 2,3% december 19,8% 5,7% 2,4% 2022 januari 21,7% 6,4% 2,7% februari 22,0% 6,2% 2,9% maart 26,1% 9,7% 3,1% april 29,1% 9,6% 4,1% mei 29,0% 8,8% 4,4% juni 30,5% 8,6% 4,7% juli 28,3% 10,3% 5,7% augustus 25,2% 12,0% 6,0% september 23,1% 14,5% 6,5% oktober 20,8% 14,3% 6,9%
november 17,1% 9,9% 6,8% december 14,2% 9,6% 7,5% 2023 januari 11,0% 7,6% 7,7%
55
Bijlage 9d: consumenten en industriële prijzen, jaar op jaar verandering, per maand De tabel uit bijlage 3 toont steeds per maand de verandering in prijs of index ten opzichte van het vorige jaar. Voorbeeld: de industriële prijzen in maart 2020 waren 3,8% lager dan in maart 2019. Voor het doel van deze notitie hebben we de prijsontwikkeling over vier jaar samengevat. Daarbij is de maand januari buiten beschouwing gelaten, omdat die van 2019 niet meer beschikbaar is. Afhankelijk van de maand waar je vanuit gaat, komen de prijsstijgingen uit tussen de 26,8% en 39,5%. Gemiddeld bedraagt de prijsstijging over vier jaar 35,8% Februari Maart April Mei Juni Juli Augustus September Oktober November December Gemiddeld
126,8% 133,3% 137,8% 137,2% 139,4% 139,5% 137,1% 135,6% 136,2% 135,3% 135,0% 135,8%
Het totaal is geen optelling, maar berekend als “rente op rente” .
56
Bijlage 9e: indexering afgelopen jaren Jaar 2019 2020 2021 2022 Totaal
Lonen % 102,7% 103,4% 102,8% 101,8% 111,1%
Prijzen % 101,4% 101,6% 101,6% 101,5% 106,2%
Het totaal is geen optelling, maar berekend als “rente op rente” .
57
Bijlage 9f: indexering uit overige inkomsten
2023
Waarvan al opgenomen indexering
Inkomsten - Rijk
€ 6.900.000
€ 137.946
€ 6.762.054
Inkomsten - overig
€ 684.069
€ 13.676
€ 670.393
Onderdeel
Exclusief Nieuw indexering % indexering 2023
Nieuwe indexering € 2023
Stijging 2023
Nieuwe indexering % 2024
Nieuwe indexering € 2024
Stijging 2024
6,78%
€ 458.467,27
€ 320.521
8,29%
€ 560.839,85
€ 422.894
6,78%
€ 45.452,64
€ 31.777
8,29%
€ 55.601,91
€ 41.926
Subtotaal
€ 352.298
€ 464.820
Al ontvangen indexering gemeenten
€ 905.266
€ 905.266
Totaal al ontvangen en vanuit andere inkomstenstromen te ontvangen
€ 1.257.564
€ 1.370.086
58
Bijlage 9g: Onderbouwing nieuwe CAO Het onderhandelaarsakkoord kent een vaste verhoging van €100 per maand, een stijging van 5,5%, een verhoging van de IKB van 1,58%, een verhoging van de thuiswerkvergoeding tot €3 per dag, invoering van een reiskostenvergoeding woon-werk verkeer van €0,11 per km en loonsverhoging van 9,3% voor vrijwilligers. Tegelijk heeft het ABP een verlaging van de pensioenpremies doorgevoerd van ongeveer 1,8%. In totaal stijgen onze loonkosten daardoor naar verwachting met 8,4%. In 2023 zal de stijging net wat lager uitkomen omdat de loonstijgingen ingaan per 2 januari en daardoor pas in 2024 pensioengevend zijn. Hierdoor komen de kosten ongeveer 1,25% lager uit in 2023.
Versie: 1.0 Pagina: 59