CConstaterende datNuenen
Koppel je AI →
Document · PDF

5a. VRBZO - Ontwerpbegroting 2024

Gemeenteraad 6 april 2023, gemeente NuenenBij agendapunt: Ingekomen stukken ter kennisname raad17.459 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Ontwerpbegroting 2024

Datum

15 maart 2023 Status

Voor zienswijze Versie

1.0 Ons Kenmerk

P09-00002

Ontwerpbegroting 2024

Colofon Opdrachtgever Petra de Kam Auteur(s) Ruud Ceelen Erik Grummels Eindredactie Erik Grummels

Versie: 1.0

Ontwerpbegroting 2024

Inhoudsopgave Voorwoord ..........................................................................................................................................................................5

2

Inleiding ......................................................................................................................................................................6

3

Algemene ontwikkelingen ........................................................................................................................................7 3.1

Ongekende crisis ....................................................................................................................................................7

3.2

Contourennota ‘Versterking crisisbeheersing en brandweerzorg’ ...........................................................................7

3.3

Financiële onzekerheid ...........................................................................................................................................7

4

Opbouw gemeentelijke bijdrage en investeringsbegroting .................................................................................11 4.1

Indexering ............................................................................................................................................................. 11

4.2

Loonontwikkeling...................................................................................................................................................11

4.3

Bijstelling incidentele gemeentelijke bijdrage van €600.000 .................................................................................12

4.4

Samenvatting: Gemeentelijke bijdrage 2024 .........................................................................................................13 Programma’s............................................................................................................................................................ 14

5 5.1

Inleiding .................................................................................................................................................................14

5.2

Programma Brandweerzorg ..................................................................................................................................16

5.3

Programma Crisisbeheersing ................................................................................................................................ 21

5.4

Ondersteuning organisatie ....................................................................................................................................26

6

Financiële overzichten ............................................................................................................................................30 6.1

Schatkistbankieren ................................................................................................................................................30

6.2

Investeringsbegroting ............................................................................................................................................30

6.3

Overzicht incidentele baten en lasten ...................................................................................................................30

6.4

Overzicht financiële taakstellingen en eerdere bezuinigingen ...............................................................................30

7

Verplichte paragrafen..............................................................................................................................................32 7.1

Risicomanagement en weerstandsvermogen .......................................................................................................32

7.2

Staat van reserves en voorzieningen ....................................................................................................................35

7.3

Onderhoud kapitaalgoederen ................................................................................................................................ 36

7.4

Financiering .......................................................................................................................................................... 36

7.5

Bedrijfsvoering ......................................................................................................................................................37

7.6

Wet open overheid (WOO) ....................................................................................................................................38

7.7

Verbonden partijen ................................................................................................................................................38

7.8

Lokale heffingen en grondbeleid ........................................................................................................................... 38

Bijlagen .............................................................................................................................................................................39

Bijlage 1: Staat met gemeentelijke bijdragen ................................................................................................................40

Versie: 1.0 Pagina: 3

Ontwerpbegroting 2024

Bijlage 4: overzicht van baten en lasten ........................................................................................................................41 Bijlage 3: Meerjarenraming 2024 – 2027......................................................................................................................... 42

Bijlage 4: Begroting ingedeeld naar taakvelden ............................................................................................................43

Bijlage 5: Renteschema ...................................................................................................................................................44

Bijlage 6: EMU saldo ........................................................................................................................................................45

Bijlage 7: Meerjarenbalans en weerstandsvermogen ...................................................................................................46

Bijlage 8: Investeringsbegroting .....................................................................................................................................48

Bijlage 9: Inflatie ............................................................................................................................................................... 49

Versie: 1.0 Pagina: 4

Ontwerpbegroting 2024

Voorwoord Het zijn spannende en onrustige jaren voor de 25 veiligheidsregio’s in Nederland. Het crisislandschap verandert snel. Hierover spraken we al in onze ‘visie 2025’. We hebben inmiddels ook zelf ‘ongekende’ crises ervaren. Met de coronacrisis, de opvang van de vluchtelingen uit Oekraïne en de noodopvang voor asielzoekers, kregen we in 3 jaar tijd met 3 van deze crises te maken. Ze hadden veel impact op de maatschappij en op Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost (VRBZO). Daarnaast zien we dat ook de ‘traditionele’ grote incidenten blijven plaatsvinden. Denk aan een natuurbrand zoals die in de Peel. We hebben hierop geanticipeerd door al in de Kadernota 2023 extra geld te vragen voor crisisbeheersing en informatievoorziening. En een bijdrage om de doorontwikkeling van de organisatie stap voor stap vorm te geven. Zodat we in 2025 klaar zijn om de ongekende crises beter aan te kunnen. Ook het Rijk ziet dat het nodig is om meer te investeren in crisisbeheersing en stelt structureel geld beschikbaar aan veiligheidsregio’s. Een bedrag dat oploopt tot 83 miljoen euro in 2026. Voor VRBZO betekent dit 1,4 miljoen euro extra in 2023, met verdere verhoging in de komende jaren. Met ons bestuur overleggen we begin 2023 hoe we deze middelen het beste kunnen inzetten.

Zowel binnen de domeinen crisisbeheersing en informatievoorziening in de regio, als in een bijdrage aan landelijke informatievoorziening. Daarnaast besloten gemeenten eerder al een incidenteel bedrag beschikbaar te stellen voor de doorontwikkeling van de organisatie. Naast deze accenten omdat het crisislandschap verandert, zien we dat we extra aandacht moeten besteden aan het toekomstbestendig maken van brandweerzorg. De afgelopen jaren creëerden we 1 efficiënte en doelmatige regionale (brandweer)organisatie. De komende jaren zal de focus vooral liggen op vrijwilligheid, duurzaamheid, huisvesting, vakbekwaamheid en 2e loopbaanbeleid. Onderwerpen waarbij nieuwe (landelijke) inzichten vragen om een toekomstperspectief. We gaan ze structureel oppakken en de gevolgen uitwerken. Het kabinet stelde na de evaluatie van de Wet veiligheidsregio’s de contourennota ‘Versterking Crisisbeheersing en Brandweerzorg’ op. Daarin staat toekomstig beleid. We herkennen de onderwerpen die we hierboven noemen, in de contourennota. Deze nota wordt later in 2023 in de Tweede Kamer besproken. In de begroting voor 2024 werken we de accenten in de programma’s crisisbeheersing en brandweerzorg overzichtelijk uit. We denken dat we hiermee ook in 2024 de juiste stappen zetten om te zorgen voor veiligheid in onze regio, samen met partners en inwoners. Wij doen dat met volle overgave!

Petra de Kam Directeur

Versie: 1.0 Pagina: 5

Ontwerpbegroting 2024

Inleiding

2

Een pandemie, de oorlog in Oekraïne, een asielcrisis, de energietransitie, klimaatverandering met effect op onze basistaken en duurzaamheidsvraagstukken: onze wereld verandert snel. Ontwikkelingen en uitdagingen op allerlei terreinen volgen elkaar snel op. Kenmerken van die veranderingen zijn de snelheid, de impact, de grote dynamiek en soms ook de onvoorspelbaarheid. Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost (VRBZO) moet vooruitkijken en vooruitlopen op die ontwikkelingen, zodat we voorbereid zijn om het effect van mogelijke risico’s op de fysieke veiligheid van onze inwoners te verkleinen. In 2021 stelden we onze visie 2025 vast, waarin we aangeven dat we ons moeten voorbereiden op de toekomst. Die is onzeker en vraagt van VRBZO dat we onze kennis en vaardigheden aanpassen, zodat we kunnen omgaan met de ‘ongekende crisis’. Dat betekent leren meeveranderen met de samenleving; als professional, als organisatie en als mens. Maar ook: blijven doen waar we al goed in zijn en behouden waar onze kracht ligt. De veranderingen in de maatschappij brengen andere vragen over veiligheid met zich mee. Ze leiden tot andere verwachtingen bij gemeenten, partners en onze inwoners en bedrijven.

Kunnen we omgaan met deze vragen, zoals we nu werken? Kunnen we de verwachtingen waarmaken met onze huidige producten en diensten? En met onze huidige kennis en expertise? Na het vaststellen van de visie in 2021, bouwen we in 2024 verder aan VRBZO. De ontwikkelingen die we oppakken, zien we ook landelijk terug. In deze begroting lichten we toe wat we bij iedere ontwikkeling willen bereiken en wat we daarvoor gaan doen. Naast de algemene inhoudelijke ontwikkelingen, zijn er 3 financiële ontwikkelingen belangrijk: 1.

het effect van de inflatie op onze organisatie;

2.

extra budget voor crisisbeheersing;

3.

het effect van de herijking van het gemeentefonds op de verdeelsleutel.

Samen met de algemene ontwikkelingen bespreken we die in deze begroting. Daarnaast zien we dat op het domein van brandweerzorg (financiële) uitdagingen ontstaan komende jaren. Dit komt onder andere door de landelijke opgave om het stelsel van de brandweer toekomstbestendig te maken en regionale uitdagingen op het gebied van vakbekwaamheid, huisvesting en voldoende robuuste brandweer. De begroting van 2024 bestaat uit meer onzekerheden dan andere jaren, door alle gebeurtenissen. De bestrijding van grote crises heeft gevolgen voor de activiteiten van onze organisatie. Daarnaast hebben we te maken met hoge en schommelende inflatie en grillige cao-besprekingen. Dat maakt het lastig om een betrouwbare inhoudelijke (financiële) vooruitblik op te stellen.

Versie: 1.0 Pagina: 6

Ontwerpbegroting 2024

3

Algemene ontwikkelingen

3.1

Ongekende crisis

In onze visie is veel aandacht voor de ‘ongekende crisis’. De afgelopen periode hebben we zelf een aantal van deze crises ervaren. Met de coronacrisis, de opvang van vluchtelingen uit Oekraïne en crisisnoodopvang zijn er in 3 jaar tijd 3 crises geweest. Die hadden veel impact op de maatschappij en op onze organisatie. In dezelfde periode vonden ook traditionele, grote incidenten plaats, zoals natuurbranden in de Peel. We weten nog niet hoe lang we de impact van deze crises merken in onze organisatie. Wel zien we dat de rijksoverheid vaker de veiligheidsregio’s inzet bij crises. In 2024 (en de jaren daarna) moeten we flexibel zijn om de inzet bij crises op te vangen. Ook al weten we nog niet hoe die crises eruitzien. Maar we weten zeker dat ze impact gaan hebben op de organisatie.

3.2

Contourennota ‘Versterking crisisbeheersing en brandweerzorg’

Het Ministerie van Justitie en Veiligheid (JenV) werkt aan de contourennota ‘Versterking crisisbeheersing en brandweerzorg’. Aanleiding van deze nota was de evaluatie van de Wet Veiligheidsregio’s door de commissie Muller. In de contourennota staan acties om verschillende aandachtsgebieden binnen crisisbeheersing en brandweerzorg te vernieuwen en veranderen. De inhoud van de contourennota sluit aan bij onze visie. De Tweede Kamer bespreekt de inhoud van de contourennota in 2023. Voordat de Kamer de inhoud bespreekt, krijgen veiligheidsregio’s al een extra structurele rijksbijdrage van JenV. Ze kunnen hiermee het domein crisisbeheersing en informatiemanagement versterken. Met een brede doeluitkering (BDUR) stelt het Rijk dit (landelijk) extra budget beschikbaar. Het bedrag loopt op van €46 miljoen in 2023 tot €83 miljoen in 2026. We weten welk deel van de extra middelen voor VRBZO is bestemd in 2023. We verwachten een structurele stijging van ongeveer €1,4 miljoen. De jaren daarna zal het bedrag stapsgewijs toenemen, maar we weten nog niet met hoeveel. Als de verhouding ten opzichte van de totale verhoging gelijk blijft, komen we in 2024 op een extra bijdrage van ongeveer €1,7 miljoen. Dit loopt op tot een structurele bijdrage van ongeveer €2,5 miljoen voor crisisbeheersing in 2026.

Wanneer wij de besteding van de budgetten begroten, houden we rekening met de beoogde besteding van het ministerie.

3.3

Financiële onzekerheid

3.3.1

Macro-economische situatie

In 2022 en 2023 is de inflatie hoger dan gemeenten vooraf compenseerden met de indexering van de gemeentelijke bijdrage. In het najaar van 2022 bespraken we met het Dagelijks Bestuur hoe we hier het beste mee om kunnen gaan. Besloten is toen om zodra de nieuwe cao in 2023 is vastgesteld, een begrotingswijziging voor 2023 van de gemeentelijke bijdrage op te stellen. In die wijziging nemen we alle onderdelen van de structurele kostenstijging mee. Inmiddels is dit voorstel gereed en verwerkt tot een begrotingswijziging. Deze wijziging leggen we gelijktijdig met deze Begroting 2024 voor aan de gemeenteraden met een zienswijzeprocedure. De inhoud van de wijziging is ook als bijlage aan deze Begroting 2024 toegevoegd, zie bijlage 9.

Versie: 1.0 Pagina: 7

Ontwerpbegroting 2024

Kaders besluitvorming indexering In het bestuur is aanvullend gesproken over de mate waarin we binnen de afgesproken kaders handelen met het voorstel over aanvullende indexering. Wat betreft dit voorstel zijn twee kaders relevant: 1.

Hoe komen we tot een voorstel over indexering?

2.

Hoe besluiten we over een voorstel over indexering?

Ad.1: Wat betreft de manier waarop we komen tot een voorstel over indexering zijn de afspraken in de notitie Actualisatie Beleidsnotitie kaders P&C-documenten 4GR relevant. Deze notitie is in december 2022 vastgesteld in het Algemeen Bestuur. Samengevat beschrijft de notitie dat we jaarlijks bij de kadernota een voorstel voor indexering maken, gebaseerd op indexeringspercentages van het Centraal Planbureau. Deze methode passen we ook steeds toe. Er wordt daarnaast in het beleid ook ruimte geboden voor aanvullende indexering. Hierover staat in de notitie: “Indien blijkt dat de 4GR als gevolg van deze methodiek met structureel nadelige effecten worden geconfronteerd, dan kan de GR aan het eigen bestuur een voorstel doen ter compensatie van deze nadelige effecten.” Het past daarmee binnen de kaders om een voorstel te doen voor aanvullende verhoging van de gemeentelijke bijdrage. Ook eerder hebben we van deze mogelijkheid gebruik gemaakt, bijvoorbeeld toen pensioenkosten hard stegen. Ad. 2: Wat betreft de manier waarop we besluiten over een voorstel tot indexering beschrijft onze Gemeenschappelijke Regeling dat begrotingswijzigingen die tot een aanpassing van de gemeentelijke bijdrage leiden, voor zienswijze moeten worden voorgelegd aan de gemeenteraden. Die procedure stellen we voor te volgen. Aan beide kaders wordt daarmee voldaan.

3.3.2

Algemene inhoudelijke onzekerheden

Er zijn ontwikkelingen binnen VRBZO, die te onzeker zijn om daar nu al op te anticiperen in de begroting. We benoemen ze wel in de paragraaf risicomanagement en weerstandsvermogen, want het gaat om inhoudelijk en financieel grote onderwerpen. En ze zullen meerdere jaren invloed hebben op de organisatie. Verloop vrijwilligers De afgelopen jaren hebben we veel verloop van vrijwilligers gehad. Dat leidde tot een hogere instroom van nieuwe vrijwilligers. Dat betekende voor ons hogere kosten, onder andere bij vakbekwaamheid om de mensen op te leiden. De landelijke trend is dat deze ontwikkeling zich doorzet en zelfs erger wordt. De periode dat een brandweervrijwilliger actief is, daalt. We moeten sneller nieuwe vrijwilligers zoeken, om paraat te kunnen blijven. Wij zien in onze regio een afvlakking van de uitstroom. Het is onzeker hoe dit zich in de toekomst ontwikkelt. We proberen actief onze vrijwilligers te boeien en aan ons te binden, onder andere met hulp van de posthoofden. Vakbekwaamheid Veel verloop van brandweerpersoneel en omgaan met nieuwe technieken zorgen voor druk op het opleidingsbudget. Denk bij nieuwe technieken aan (nieuwe) specifieke vaardigheden om natuurbranden te bestrijden en bestrijden van incidenten waarbij oude technieken niet voldoen (bijvoorbeeld hulpverlening bij elektrische auto’s, brand in installaties voor zonnepanelen, etc.).

Maar ook omgaan met wetgeving die verandert, zoals de Omgevingswet, vraagt om opleiding en training van medewerkers die adviseren over (brand)veiligheid.

Versie: 1.0 Pagina: 8

Ontwerpbegroting 2024

2e loopbaanbeleid beroepsbrandweer Medewerkers die vanaf 2006 in dienst kwamen bij de beroepsbrandweer, werken in principe maximaal 20 jaar in een repressieve functie. De eerste medewerkers begonnen daarom in 2021 met de voorbereidingen voor hun 2 e loopbaan. De kosten voor deze medewerkers zijn nog beperkt. We deden toezeggingen, die vooral waardevol waren voor de medewerker. Bijvoorbeeld de mogelijkheid om een jaar parttime te werken of een terugkeergarantie voor een jaar. Oplossingen, waardoor een medewerker relatief veilig een eigen bedrijf kan starten of ergens anders ervaring op kan doen. Maar ze kostten de organisatie weinig. We verwachten wel extra kosten te moeten maken, maar we hebben nog geen uitgebreide ervaringscijfers om die te onderbouwen. We zien andere regio’s bedragen opnemen in hun begroting tot €70.000 per medewerker of een bedrag van €750.000 reserveren. Als we kijken naar de cijfers van nu, denken we dat dit voor VRBZO nog niet nodig is. We bekijken dit periodiek en stellen ons beleid bij als er aanleiding voor is. We dachten dat de daling van de FLO-kosten groter zou zijn dan de kosten voor het 2e loopbaanbeleid. Zodat de kosten van het nieuwe beleid, die van het oude beleid konden vervangen. Inmiddels weten we dat de FLO-kosten nog tot ten minste 2028 op het huidige niveau blijven. In elk geval tot dat jaar stijgen de kosten per saldo.

Op verzoek van de sector en sociale partners doet de Universiteit van Maastricht onderzoek naar de regeling en naar mogelijkheden om de regeling aan te passen. Het onderzoek startte in 2022 en duurt 4 jaar. Tijdens het onderzoek moeten de medewerkers wel een plan voor een 2e loopbaan maken, maar ze hoeven de organisatie nog niet te verlaten. Ook in de begroting van 2024 gaan we nog uit van beperkte meerkosten voor omscholing.

Versie: 1.0 Pagina: 9

Ontwerpbegroting 2024

Huisvesting en onderhoud kazernes VRBZO huurt de kazernes van de gemeenten in de regio. Met gemeenten maakten we afspraken over onderhoud. Het onderhoudsniveau van de kazernes op het juiste niveau krijgen en houden is al een grote uitdaging. Daarnaast moeten de kazernes voldoen aan de eisen voor arbeidsveiligheid. Eerste schattingen voor 2027 en daarna, laten een tekort zien. Ook moeten we de kazernes meer duurzaam maken, om te voldoen aan de normen voor duurzaamheid van overheidsgebouwen. We hebben nog geen beeld van de kosten hiervan. Daar moeten we afspraken over maken met de gemeenten, als eigenaren van de kazernes. Omdat we op lange termijn een tekort verwachten voor het onderhoud van de kazernes, zien we eventuele tussentijdse voordelen als incidenteel. Energieprijzen Sinds de herfst van 2021 stijgen de energieprijzen hard. Als deze prijzen (of een deel daarvan) blijven stijgen, heeft dat gevolgen voor onze begroting. We hebben in totaal €800.000 begroot voor energie, waarvan €500.000 voor gas en stroom. Onze prijzen staan vast tot en met eind 2023. Begin 2023 daalden de energieprijzen weer, maar het is onzeker hoe dit zich ontwikkelt. Ook houden we er rekening mee, dat we vanaf 2024 geen langlopend energiecontract met vaste prijzen meer kunnen afsluiten. Dan krijgen we meer wisselde prijzen. We blijven de prijsontwikkeling van energie daarom volgen.

Voor de begroting van 2024 nemen we aan dat de standaard indexering, en eventuele aanvullende indexering in 2023, voldoen. Loonkosten vrijwilligers De Wet normalisering rechtpositie ambtenaren (WNRA) is uitgesteld voor medewerkers van veiligheidsregio’s. Door te kijken naar landelijke gemiddelden, namen we aan dat de kosten konden oplopen tot €1.500.000 per jaar. Inmiddels weten we dat onze regio minder nadeel heeft dan andere regio’s. Het financiële nadeel zal daarmee ook lager uitkomen. Er wordt landelijk nog onderzoek gedaan naar het effect van de invoering en naar manieren om daar invloed op uit te oefenen. Daarom zijn de ontwikkelingen rondom de invoering van de WNRA voor vrijwilligers nog onzeker. We kunnen ze dan ook nog niet noemen in de begroting van 2024. Informatiebeveiliging (cybersecurity) De afgelopen jaren stegen de risico’s en kosten bij een data- of beveiligingslek flink. De kosten bestaan bijvoorbeeld uit boetes en herstel na een lek of uit kosten voor de uitval en herstart van de operatie. Dit zijn vooral incidentele kosten. Naast deze risico’s zien we rondom informatiebeveiliging een sterke stijging van de structurele kosten op ons afkomen. De minister besluit binnenkort of en vanaf wanneer veiligheidsregio’s tot de vitale infrastructuur gaan behoren. Onze informatieveiligheid moet dan een hoger volwassenheidsniveau hebben.

Het niveau van volwassenheid geeft aan hoe veilig informatie is, waarbij 0 het laagste en 5 het hoogste niveau is. Op dit moment scoren wij meestal niveau 2. Wanneer we horen tot de vitale infrastructuur, moeten alle onderdelen van onze organisatie volwassenheidsniveau 4 hebben. We verwachten dat de financiële gevolgen tussen de € 0,1 miljoen en € 0,5 miljoen liggen. Dat zou betekenen dat ook de structurele kosten stijgen. Maar dat is nog onzeker, want het niveau van informatiebeveiliging is nog onderwerp van landelijke discussie. We weten ook nog niet of we dit samen met andere veiligheidsregio’s kunnen organiseren. En of het Rijk hieraan extra zal bijdragen. Naast de onderwerpen die we hierboven noemen, gaat ook de Wet open overheid in combinatie met het besluit digitale toegankelijkheid tot structurele meerkosten leiden. We berekenen nog hoeveel meerkosten. Gemeenschappelijke regelingen krijgen hier niet zelf een extra bijdrage voor van het Rijk. Deze kosten zijn onderdeel van de vergoeding die gemeenten extra ontvangen vanuit het gemeentefonds.

Versie: 1.0 Pagina: 10

Ontwerpbegroting 2024

4

Opbouw gemeentelijke bijdrage en investeringsbegroting

4.1

Indexering

VRBZO stelt voor de gemeentelijke bijdrage voor 2024 met 4,28% te indexeren. We baseren dit voorstel op de index voor de loonvoet voor de sector overheid en de index voor de prijs voor overheidsconsumptie, zoals opgenomen in de Macro Economische Verkenning 2023 van het Centraal Planbureau1. Kentgetal jaarschijf 2024 Loonvoet sector overheid Prijs materiële overheidsconsumptie (IMOC) Gewogen indexpercentage

Wegingsfactor

Indexeringspercentage

62,50% 37,50%

3,30% 5,90% 4,28%

Indexering rijksuitkering De afgelopen jaren heeft het Rijk elk jaar haar uitkering geïndexeerd. De omvang van deze indexering wordt altijd pas tijdens het begrotingsjaar bekend. In de begroting nemen we daarom steeds aan dat de indexering van de rijksuitkering gelijk is aan die van de gemeentelijke bijdrage. Indexering overige inkomsten We hebben niet veel overige inkomsten. Vaak zijn er specifieke afspraken over indexering voor gemaakt, of de inkomsten zijn precies kostendekkend. We indexeren ze daarom niet in de begroting, maar verwerken de indexering zodra de omvang bekend is. Indexering loonkosten De ontwikkeling van de loonkosten voor 2024 is nog onbekend. De huidige cao is in 2024 niet meer geldig. VRBZO gaat daarom voor de begroting van 2024 uit van een gelijke verhoging van de loonkosten, als er via indexering beschikbaar komt. Indexering overige kosten Voor de overige kosten reserveren we een budget in de begroting. Waar nodig passen we daarmee indexeringen toe. We reserveren een bedrag per programma, waardoor we de echte verhoging van individuele budgetten als administratieve wijziging kunnen uitvoeren. We hoeven dan niet steeds goedkeuring te vragen aan het bestuur. In de begroting indexeren we voor overige kosten hetzelfde percentage als de indexering van de gemeentelijke bijdrage.

4.2

Loonontwikkeling

Loonkosten vormen het grootste deel van onze kosten. Vooral door medewerkers die we zelf in dienst hebben en voor de exploitatie van de meldkamer brandweer, samen met Veiligheidsregio Brabant-Noord (VRBN). Inclusief deze kosten voor het personeel van de meldkamer, zijn 62,5% van onze kosten loonkosten. Deze kosten beïnvloedt VRBZO deels zelf. 1 Macro Economische Verkenning (MEV) 2023 | CPB.nl

Versie: 1.0 Pagina: 11

Ontwerpbegroting 2024

Bijvoorbeeld door de hoeveelheid medewerkers die we inzetten, het functieniveau waarop we medewerkers inzetten en specifieke afspraken over de beloning van medewerkers. De basis van onze lonen wordt bepaald door de hoogte van de cao-lonen en de ontwikkeling van sociale premies. Hierop heeft onze organisatie geen invloed. Vanuit gemeenten ontvangen we elk jaar een indexering voor stijging van prijs- en loonkosten. Deze indexering is gebaseerd op een prognose van het Centraal Planbureau en wordt ongeveer 1,5 jaar voor de start van het begrotingsjaar bepaald. De echte kostenstijging wijkt daarmee altijd af van de indexering die we van gemeenten ontvangen. Op zich is dat geen probleem; een tegenvaller in het ene jaar wordt vaak gecompenseerd door een meevaller in een ander jaar. Daarnaast spraken we met gemeenten af dat we een aanvullende verhoging voorstellen, als we structureel nadelige effecten verwachten. Afgelopen jaren werkte de methode goed. In 2018 en 2019 constateerden we dat de stijging van de pensioenpremies onvoldoende werd gecompenseerd via indexering. Gemeenten gaven daar toen een aanvullende bijdrage voor. Ook in 2023 gaan we een aanvullende verhoging voorstellen. Dat komt door de ongebruikelijk hoge inflatie en cao-loonkostenstijging.

In de kadernota en de begroting gaan we ervan uit dat de ontwikkeling van de loonkosten gelijk opgaat met de indexering die we ervoor ontvangen. Ook voor 2024 hanteren we dat uitgangspunt. Maar de macro-economische omstandigheden zijn veel onzekerder dan andere jaren. Als het nodig is, komen we daarom in 2023 of 2024 met een voorstel om de indexering aan te passen.

4.3

Bijstelling incidentele gemeentelijke bijdrage van €600.000

In de begroting van 2023 staat een incidentele gemeentelijke bijdrage van €600.000 voor 2024. Met dit bedrag wilden we de vertraging inhalen, die tijdens de coronacrisis ontstond bij het realiseren van de visie 2025. Zoals we schreven in hoofdstuk 3.2, krijgen we een extra structurele bijdrage van het Rijk om het domein crisisbeheersing en informatiemanagement te versterken. We zijn hier ook al mee gestart. €400.000 van de extra incidentele middelen voor 2024 hebben we daarom niet meer nodig. We vragen dat bedrag niet meer aan in de begroting van 2024. Het deel van de middelen dat bedoeld was voor Fieldlab en de doorontwikkeling van de organisatie vragen we nog wel aan, samen €200.000. De doorontwikkeling is nog belangrijker geworden. Klaar zijn voor de toekomst vraagt iets van alle collega’s van VRBZO. Ze moeten zichzelf verder ontwikkelen, competenties en vaardigheden aanleren, flexibel zijn en loslaten wat altijd zo gewoon was (of wat ze altijd al deden), maar niet langer werkt. Daarom gaan we verder ontwikkelen, wat we al op diverse plekken hebben opgestart. Waarbij we als eerste vooral kijken naar onze producten en diensten: wat leveren wij aan de samenleving? Die producten gaan we vervolgens analyseren. Denk bijvoorbeeld aan ‘zorgen voor een gezonde, duurzame en veilige leefomgeving’.

Welke processen horen daarbij? Hoe lopen die processen? Wie zijn er allemaal mee bezig? Is dat versnipperd? Kan het effectiever? Zo groeien we toe naar stevige dienstverlening vanuit crisisbeheersing en brandweerzorg. Onze sector bedrijfsvoering ondersteunt die dienstverlening. Met als belangrijkste fundament het ‘zicht op risico’s’. Als we die slag kunnen maken, zijn we in 2025 een organisatie die op een juiste manier reageert op wat er in de samenleving gebeurt. En een organisatie die blijft investeren in medewerkers, zodat zij met plezier en trots bijdragen aan ‘zorg voor veiligheid’. We brengen partners bij elkaar, starten netwerken op en onderhouden die netwerken. En natuurlijk blijven we de organisatie die noodsituaties voorkomt en bestrijdt.

Versie: 1.0 Pagina: 12

Ontwerpbegroting 2024

4.4

Samenvatting: Gemeentelijke bijdrage 2024

De gemeentelijke bijdrage voor 2024 is in de basis gelijk aan die van 2023, met de volgende aanpassingen: 1.

We stellen een indexering van 4,28% voor.

2.

We stellen een incidentele verhoging voor het jaar 2024 voor van €200.000.

Gelijktijdig met deze Begroting 2024 is ook een begrotingswijziging voor de 2023 opgesteld waarin de gemeentelijke bijdrage wordt verhoogd met €3.115.104. Van 2021 tot 2024 ontvangen gemeenten vanuit het Rijk een bedrag voor externe veiligheid, direct in het gemeentefonds. In de begroting voor 2022 stemde het bestuur daarom in met een verhoging van de bijdrage voor omgevingsveiligheid. Die verhoging is gekoppeld aan de termijn van 4 jaar waarvoor gemeenten de uitkering ontvangen. We gaan daarom voor nu uit van een bijdrage die doorloopt tot en met 2024. In totaal komt de gemeentelijke bijdrage voor 2024 daarmee uit op € 51.303.014. Onderwerp Gemeentelijke bijdrage 2023 primair, Waarvan incidenteel Aanvullende indexering Subtotaal 2023 Indexering 4,28% Tijdelijke verhoging 2023 - 2024 Gemeentelijke bijdrage 2024

Uitsplitsing indexering Waarvan loonkosten uit indexering Waarvan prijzen Totaal

Bijdrage regulier € 46.339.376 -€ 600.000 € 3.115.104 € 48.854.480

Piket bevolkingszorg € 153.445

€ 2.088.529 € 200.000 € 51.143.009

€ 6.560

€ 153.445

Totaal € 46.492.821 -€ 600.000 € 3.115.104 € 49.007.925

€ 160.005

€ 2.095.089 € 200.000 € 51.303.014

Wegingsfactor Indexeringspercentage 62,50% 3,30% 37,50% 5,90% 4,28%

Totaal € 1.010.788 € 1.084.300 € 2.095.088

Versie: 1.0 Pagina: 13

Ontwerpbegroting 2024

5

Programma’s

5.1

Inleiding

Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost maakt de samenleving veiliger. Ons doel is om mensen en bedrijven bewust te maken van risico’s in hun omgeving. Zodat ze beseffen dat ze incidenten en rampen vaak zelf kunnen voorkomen. Om dat te bereiken kijken we verder dan vandaag. We bereiden ons voor op de toekomst. We leren van het verleden, werken nu aan veiligheid en willen meer weten over de risico’s van morgen. Iedereen krijgt voor de eigen situatie een antwoord op de vraag: ‘Wat kan IK doen voor mijn veiligheid en die van mijn omgeving?’. Ons doel bereiken we door iedereen die over veiligheid gaat met elkaar te verbinden. Veiligheid is namelijk een gezamenlijke verantwoordelijkheid: van ons, onze netwerkpartners, gemeenten, bedrijven, instellingen en burgers. Door het netwerk rondom veiligheid sterker te maken, de samenwerking op te zoeken en kennis met elkaar uit te wisselen, zorgen we samen voor een veilige regio. En gaat het toch mis? Dan bestrijden we snel en efficiënt het incident, waardoor we schade en leed zoveel mogelijk beperken. Incidentenbestrijding en crisisbeheersing zijn pure noodzaak voor de continuïteit van de samenleving. We kunnen niet alles voorkomen, maar zorgen er bij incidenten wel voor dat het dagelijkse leven weer zo snel mogelijk opgepakt kan worden. Dit vraagt van VRBZO dat we alert zijn: wat vandaag veilig is, kan morgen ineens anders zijn.

Een brand of een ongeval lijken vaak onschuldig, maar kunnen soms verstrekkende gevolgen hebben voor de omgeving en de infrastructuur. We zijn een deskundige partner die veiligheid bevordert, risico- en informatiegericht werkt, kansen grijpt om te innoveren en vragen beantwoordt, die mensen over veiligheid hebben. Laagdrempelig en oplossingsgericht. We willen mensen enthousiast maken en overtuigen om tot actie over te gaan. We zijn daarom niet belerend, maar motiveren en verbinden met onze adviezen. Door samen te werken met onze (nieuwe) partners ervaren we de kracht van het collectief: samen zorgen we voor veiligheid in Zuidoost-Brabant. We clusteren onze activiteiten in 2 programma’s: brandweerzorg en crisisbeheersing. Brandweerzorg Brandweerzorg is in omvang het grootste programma, met verschillende taken. Allereerst zetten we volop in op risicobeheersing via preventie. Daarvoor geven we voorlichting en adviseren (en controleren) we gebouwen en evenementen op (brand)veiligheid. Ook adviseren we gemeenten over de inrichting van de ruimtelijke omgeving, vanuit een breed veiligheidsperspectief. En gebeurt er toch iets, dan bestrijden we het incident. We blussen branden en redden mens en dier uit onveilige situaties, bijvoorbeeld na een ongeval of extreem weer. Hiervoor hebben we diverse specialistische voertuigen en leiden we ons brandweerpersoneel op.

Zodat ze vakbekwaam zijn en op ieder moment van de dag paraat en beschikbaar om een incident te bestrijden. Crisisbeheersing Het programma crisisbeheersing bestaat uit activiteiten van Bevolkingszorg, de GHOR (= de Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio) en Crisisbeheersing. Bevolkingszorg ondersteunt de gemeenten bij hun belangrijke rol in de gemeentelijke crisisbeheersing. Bijvoorbeeld om te communiceren over het incident of de crisis en om betrokkenen op te vangen. Ook zorgt Bevolkingszorg voor een overdracht van taken na de bestrijding van het incident. Als de hulpdiensten klaar zijn met hun inzet, moeten gemeenten vaak nog veel doen. Bijvoorbeeld interne en/of externe onderzoeken begeleiden of schade inventariseren en afwikkelen.

Versie: 1.0 Pagina: 14

Ontwerpbegroting 2024

De GHOR coördineert de samenwerking tussen de verschillende geneeskundige diensten (GGD, meldkamer ambulancezorg, ambulancedienst, ziekenhuizen, huisartsen en het Rode Kruis), tijdens grote ongevallen en rampen. Samen vormen ze dan één hulpverleningsketen. Dreigt er gevaar voor mens en/of milieu tijdens een ramp of crisis? Dan is de GHOR het aanspreekpunt van de geneeskundige zorgketen voor het openbaar bestuur en voor de andere hulpverleningsketens zoals brandweer, politie en bevolkingszorg. Tot slot is de GHOR verantwoordelijk voor de coördinatie en regie van de hele acute en niet-acute zorgketen. Crisisbeheersing leidt en coördineert de bestrijding van complexe incidenten. Vaak zijn daar meerdere hulpdiensten en de gemeente bij betrokken. Soms, vooral bij grote incidenten, gebeurt dit vanuit de GRIP-structuur (Gecoördineerde Regionale Incidentbestrijdingsprocedure). Samen zorgen we ervoor dat de situatie zo snel mogelijk stabiel en veilig is, zodat we terug kunnen naar de dagelijkse gang van zaken. Het domein crisisbeheersing is de afgelopen jaren flink in ontwikkeling. Dat komt onder andere door verschillende crises en de evaluatie van de Wet veiligheidsregio’s. Ook VRBZO gaat mee in deze ontwikkeling. We willen weten welke risico’s op ons afkomen en ons hier beter op voorbereiden.

Daarvoor richtten we een ‘planningsstaf’ in: een groep medewerkers, die dreigingen identificeert, beoordeelt en hierop anticipeert. Dat doen ze samen met andere hulpdiensten en partners. Alles om te voorkomen dat de maatschappij ontwricht raakt door een groot incident, een ramp of een crisis.

Versie: 1.0 Pagina: 15

Ontwerpbegroting 2024 5.2

Programma Brandweerzorg

Versie: 1.0 Pagina: 16

Ontwerpbegroting 2024

5.2.1

Ontwikkelingen Brandweerzorg

Robuust en paraat 2e loopbaan / duurzame inzet repressieve beroepsbrandweer2 Medewerkers die vanaf 2006 in dienst kwamen bij de beroepsbrandweer, werken in principe maximaal 20 jaar in een repressieve functie. Deze groep medewerkers moet op tijd een 2 e loopbaan voorbereiden. De eerste medewerkers begonnen daar in 2021 mee. We ondersteunen en begeleiden repressieve beroepsmedewerkers ondersteunen in en begeleiden bij het traject naar een 2e loopbaan. Tegelijk moeten we de capaciteit van de beroepsdienst op peil houden om de paraatheid te borgen. Momenteel is de uitstroom van de repressieve beroepsdienst nog beperkt, maar mede door het 2 e loopbaanbeleid, de FLO-regeling en de aantrekkelijke arbeidsmarkt zien we dat het steeds lastiger wordt om nieuwe reeds opgeleide beroepsbrandweermensen aan te trekken. Dit betekent dat we onder andere zelf nieuwe medewerkers op moeten gaan leiden. Functioneel leeftijdsontslag (FLO) Medewerkers die voor 2006 in dienst kwamen bij de beroepsbrandweer, hebben recht op een vorm van vroegpensioen. Deze regeling noemen we de FLO-regeling, waarbij FLO staat voor Functioneel Leeftijdsontslag. Om de kosten van deze regeling te dekken, vormden we een voorziening. De werkelijke kosten van de regeling komen ten laste van die voorziening. Lastig hierbij is dat de FLO-regeling gebruik maakt van en beïnvloed wordt door verschillende fiscale regelingen.

De afgelopen jaren waren er meerdere keren grote schommelingen in de verwachte kosten van de FLOregeling. We volgen die ontwikkeling goed en laten ons door externe specialisten adviseren. Als het kan werken we samen met andere veiligheidsregio’s. Vrijwilligheid (verloop vrijwilligers) 2 Het blijft een uitdaging om voldoende vrijwilligers te vinden voor onze posten, vooral in de kleine kernen. Daarom blijven we samen met gemeenten actief nieuwe vrijwilligers werven. Deze aanpak was afgelopen jaren een succes, er kwamen bijna 100 nieuwe vrijwilligers bij. In Nederland zien we tegelijk dat vrijwilligers korter bij de brandweer blijven. Binnen onze regio valt het nog mee. Maar we blijven zoeken naar nieuwe vrijwilligers voor diverse posten. De komende jaren houden we goed in de gaten hoeveel mensen we nodig hebben. En we blijven proberen om onze vrijwilligers te binden en boeien en zo onze paraatheid te borgen. Herijking beroepsbrandweer In 2022 startten we met het toekomstbestendig maken van onze repressieve beroepsdienst. De repressieve beroepsdienst is belangrijk in de stedelijke gebieden Helmond en Eindhoven. En ze zorgen in de rest van de regio voor paraatheid, vakbekwaamheid en spreiding van de eenheden. We zien onder andere door de krappe arbeidsmarkt dat het steeds lastiger is om vakbekwame mensen te houden en nieuwe medewerkers aan te trekken.

Naast deze inhoudelijke thema’s, investeren we in leiderschap bij de beroepsdienst en kijken we naar de formatie, organisatie en structuur. Daarnaast zijn er veel ontwikkelingen in de stedelijke gebieden. De regio Zuidoost-Brabant is een groeiregio in Nederland. Vooral in de steden neemt de drukte toe en groeit de bevolking en bedrijvigheid. Er wordt volop gewerkt aan (her)ontwikkeling van wijken, hoogbouw en bedrijventerreinen, om alle mensen en bedrijven te kunnen huisvesten. Dat betekent ook meer druk op de brandweer in het stedelijk gebied. We onderzoeken in hoeverre de omvang van de huidige beroepsbrandweer past bij de uitdagingen van die groei.

2 Zie ook paragraaf 3.3

Versie: 1.0 Pagina: 17

Ontwerpbegroting 2024

Toekomstbestendig Brandweerstelsel Het huidige brandweerstelsel bestaat uit een mix van vrijwilligers en beroepsbrandweer. Alle brandweermensen hebben in principe dezelfde taken en opleidingseisen. Door Europese en internationale regels en jurisprudentie moet deze situatie veranderen. Een landelijke stuurgroep gaat het brandweerstelsel toekomstbestendig maken en werkt daarvoor verschillende thema’s uit. Bijvoorbeeld de beschikbaarheid van de vrijwilliger, slagkracht en paraatheid.

Snel en flexibel Risicoprofiel en visie op de kerntaken We gaan een nieuw risicoprofiel voor brandweerzorg opstellen. Dat moet een integraal en dynamisch profiel worden. Het risicoprofiel vormt de basis voor het maken van samenhangende en afgewogen keuzes in maatregelen die risico’s verkleinen. Daarover adviseren we bijvoorbeeld de gemeenten. Omdat dit traject langere tijd in beslag zal nemen gaan we op korte termijn eerst een grofmazig ‘basisrisicoprofiel’ opstellen. We kunnen dan de visie op de repressieve kerntaken uitwerken. Dit risicoprofiel is daarnaast ook nodig om op termijn de juiste keuzes te kunnen maken voor (vervangings)investeringen. Dekkingsplan en gebiedsgerichte opkomsttijden De brandweer moet volgens de Wet veiligheidsregio’s elke 4 jaar een dekkingsplan vast laten stellen. Hiermee leggen we verantwoording af over de opkomsttijden van de 1 e tankautospuiten. De looptijd van het huidige dekkingsplan is 2019 tot 2023. Een nieuw dekkingsplan gaan we opstellen op basis van de nieuwe landelijke methodiek van gebiedsgerichte opkomsttijden. Dat dekkingsplan is dan weer de basis voor incidentbestrijding, en de kosten en investeringen die daarbij horen. Heeft het aangepaste dekkingsplan financiële effecten? Dan verwerken we die in de begroting voor 2025, of we bieden het bestuur een begrotingswijziging aan.

Behapbare basis Brandweer Brabant-Zuidoost vertaalde de visie van VRBZO naar de eigen taken: welke taken kunnen brandweermannen- en vrouwen in de toekomst nog doen? Incidenten worden complexer en vragen soms meer specialistische kennis en vaardigheden. Onder andere de energietransitie en klimaatverandering zorgen voor andere soorten incidenten. Daar zijn vaak specifieke kennis, vaardigheden en middelen voor nodig. Bijvoorbeeld voor de beheersing van natuurbranden. Door flexibel op te treden, zorgen we dat al onze eenheden de klussen kunnen overzien. Als het nodig is zetten we extra specialismen in, verdelen we specialismen over de regio of werken we samen met andere regio’s. Professioneel (vakkundig en goed) Bij ons advies over de Omgevingswet en veilige energietransitie, rekening houden met de risico’s We kijken naar het risico, en minder naar de regel. Met de Omgevingswet kunnen gemeenten en provincie meer ruimte bieden aan ontwikkeling en beheer van de leefomgeving. Ook VRBZO bereidt zich daarop voor, samen met gemeenten en andere partners. Aan de Omgevingstafel proberen we al te zorgen voor veiligheid, zodat belanghebbenden in vroeg stadium weten waar ze aan toe zijn. Het gaat vaak om ingewikkelde adviesaanvragen, waarbij we alle onderdelen van risico- en crisisbeheersing moeten meenemen. Daarom investeren we in de kennis en vaardigheden van onze mensen.

Daarnaast brengen we processen en ICT-systemen op orde, zodat het adviesproces goed loopt. De energietransitie is nodig in de strijd tegen klimaatverandering. De afgelopen jaren zagen we steeds meer nieuwe innovatieve manieren van energieopwekking en -opslag. Deze relatief nieuwe technieken zorgen ook voor nieuwe vragen

Versie: 1.0 Pagina: 18

Ontwerpbegroting 2024

over veiligheid. We verwachten dat we meer adviesaanvragen krijgen, die met de energietransitie te maken hebben en impact hebben op (brand)veiligheid. Denk daarbij aan grootschalige opslag van batterijen, buurtbatterijen, zonnevelden, windmolens en gebruik van waterstof. Dit zijn relatief nieuwe energiedragers die nieuwe risico’s in de (bebouwde) omgeving brengen en specifiek advies nodig hebben. Vakbekwaamheid We zetten onze repressieve brandweermedewerkers pas in als ze voldoen aan de landelijke opleidingseisen. Daarnaast moeten ze hun kennis en vaardigheden onderhouden. Zodat ze bijblijven op hun vakgebied en veilig en effectief kunnen werken. We zien dat de druk op het opleidingsstelsel van de brandweer stijgt. Aan de ene kant moeten we door verloop vaker en meer nieuwe brandweermedewerkers opleiden om de paraatheid te kunnen blijven borgen. Dat zorgt voor druk op het opleidingsprogramma en -budget. Aan de andere kant hebben we steeds hogere verwachtingen van de kennis en vaardigheden van onze brandweermensen. Nieuwe type incidenten vragen om extra opleiding en training, ook van het personeel dat al in dienst is. Denk hierbij aan het bestrijden van brand bij batterijen en zonnepanelen, bestrijden van grote natuurbranden, bestrijden van brand in hoogbouw of verlenen van hulp bij ongevallen met elektrische voertuigen.

Dit zijn voorbeelden van incidenten die relatief nieuw zijn voor onze regio. We moeten ervoor investeren in kennis en vaardigheden van alle repressieve medewerkers. We willen aantonen of medewerkers vakbekwaam zijn, waardoor we weten of iemand blijvend voldoet aan het vereiste niveau. Informatie-gestuurde brandweerzorg Incidenten worden steeds complexer. Dit komt door nieuwe ontwikkelingen, zoals alternatief aangedreven voertuigen of een mix van wonen, werken en transport in één groot complex. Brandweermensen kunnen niet altijd alle kennis paraat hebben, die nodig is. Bovendien leert onderzoek dat mensen hun beperkingen hebben wanneer ze moeten functioneren in stressvolle situaties. Gelukkig ontstaan nieuwe kansen als we (real time) informatie tijdens een incident bereikbaar maken, zoals een crash recovery systeem om data van voertuigen uit te lezen na een ongeval. De ontwikkeling van ‘informatiegestuurde incidentbestrijding - Brandweer’ (IGIB-B) werd een paar jaar geleden in gang gezet en zal komende jaren doorzetten. We gaan systemen koppelen, om informatie direct beschikbaar te maken in de applicaties bij de eenheden op straat. Daarmee willen we real time informatie bereikbaar maken én omzetten naar een handelingsperspectief voor de brandweermensen bij het incident.

Duurzaam investeren in voertuigen, materialen en middelen Tijdens een inzet moeten onze brandweermensen op straat kunnen vertrouwen op de voertuigen en hulpmiddelen die ze gebruiken. Het materieel en materiaal moet ondersteunend zijn aan de taak waar ze voor komen te staan. Ze moeten er veilig en effectief mee kunnen werken. Daarbij worden de eisen over duurzaamheid steeds belangrijker. We gaan afwegen wat voor ons de beste keuze is voor vervangingsinvesteringen. De huidige risico’s, trends en landelijke richtlijnen zijn daarvoor de basis. Het gaat niet alleen om materieel (de voertuigen zelf) maar ook om materiaal (de spullen op de voertuigen). De komende jaren maken we business cases voor vervanging van diverse voertuigen en materialen, waarbij we ook kijken naar duurzaamheid.

Versie: 1.0 Pagina: 19

Ontwerpbegroting 2024

Toekomst brandweerzorg in Nederland Brandweerzorg in Nederland is van hoge kwaliteit, en vormt een belangrijke spil in het stelsel van incidentbestrijding, rampenbestrijding en crisisbeheersing. Brandweervrijwilligers zijn een belangrijk onderdeel van de Nederlandse brandweer. De afgelopen jaren heeft de brandweer laten zien goed uitgerust te zijn voor haar repressieve taak. Tegelijk kunnen er zaken verbeterd worden, zo blijkt ook uit de evaluatie van de Wet veiligheidsregio’s. Het wetgevend kader kan hierbij ondersteunen. De brandweer van de toekomst moet zijn voorbereid op nieuwe (grote) incidenten met impact buiten de eigen veiligheidsregio. De overstromingen in Limburg en de ervaringen met recente natuurbranden laten het belang zien van een brandweer die over grenzen heen opereert. Een belangrijk deel van de hulpverlening en incidentbestrijding vindt lokaal of regionaal plaats. Dat zal altijd zo blijven. Maar we krijgen te maken met nieuwe (brand)risico's, die om een andere benadering en risico-inschatting voor hulpverleners en burgers vragen. In Nederland werken we aan een toekomstbestendige brandweer. Die voldoende capaciteit en slagkracht heeft om niet alleen lokaal en regionaal basisbrandweerzorg van hoge kwaliteit te leveren. We moeten ook grootschalige en nieuwe incidenttypen aankunnen, lokaal, regionaal en landelijk.

Bijvoorbeeld als gevolg van klimaatverandering of de energietransitie. Daarbij moeten we blijven samenwerken met de andere (operationele) crisispartners, zoals politie. VRBZO volgt deze landelijke ontwikkelingen en we nemen deel aan werkgroepen om het stelsel te verbeteren.

5.2.2

Wat mag het kosten?

De kosten voor brandweerzorg bedragen in 2024 €42,6 miljoen. De stijging van de lasten ten opzichte van 2023 komt door indexering van budgetten. We verwachten in 2024 €0,7 miljoen inkomsten. Dit sluit aan bij de begroting van 2022. Wel is het wat lager dan de realisatie van 2022. Dit verschil wordt veroorzaakt doordat we in 2022 enkele medewerkers gedetacheerd hebben. Omdat deze detacheringen incidenteel zijn, begroten we deze inkomsten niet volledig.

Versie: 1.0 Pagina: 20

Ontwerpbegroting 2024 5.3

Programma Crisisbeheersing

Versie: 1.0 Pagina: 21

Ontwerpbegroting 2024

5.3.1

Ontwikkelingen crisisbeheersing

Belangrijk onderdeel van onze visie 2025 is het versterken van crisisbeheersing en informatiemanagement. Het Rijk herkent deze noodzaak en stelt (landelijk) extra budget beschikbaar via een brede doeluitkering (BDUR). Het bedrag loopt landelijk ten opzichte van 2022 op van €46 miljoen in 2023 tot €83 miljoen in 2026. Voor 2023 verwachten we een stijging van ongeveer €1,4 miljoen voor VRBZO. De jaren daarna zal het bedrag stapsgewijs toenemen, maar het is nog niet bekend met hoeveel. Als de verhouding ten opzichte van de totale verhoging gelijk blijft, komen we in 2024 op een extra bijdrage van ongeveer €1,7 miljoen. Dit loopt op tot een structurele bijdrage van ongeveer €2,5 miljoen in 2026 voor crisisbeheersing in onze regio. Bij de besteding van de budgetten volgen we de beoogde besteding van het ministerie. De landelijke werkgroep werkt aan een meerjaren agenda versterking crisisbeheersing en informatiemanagement. Zicht op risico’s We leven in een tijd waarin een goede informatiepositie en -analyse van vitaal belang is. Afgelopen jaren hebben dataen informatiemanagement in het domein crisisbeheersing zich enorm ontwikkeld. Dat biedt ons kansen om beter zicht te krijgen op veiligheidsrisico’s en ons hierop in een vroeg stadium voor te bereiden. Dat betekent wel dat we moeten investeren in deze vorm van informatiegestuurde veiligheid.

Informatiegestuurde veiligheid / Fieldlab In de voorbereiding op crises maken we al veel gebruik van data, business intelligence, impactanalyses en scenarioontwikkeling. De 6 veiligheidsregio’s in het zuiden van Nederland verenigden zich in Fieldlab Zuid-6. We maken al een operationeel veiligheidsbeeld en ontwikkelen informatiegestuurde veiligheid. Samen bedenken we bijvoorbeeld hoe we data van partners bereikbaar kunnen maken voor elkaar en maken we afspraken over data-uitwisseling en verrijking, technische standaarden en informatieveiligheid. VRBZO moet aansluiten bij deze ontwikkelingen, ontwikkelingen in de rest van het land en op informatie-uitwisseling met het Rijk. Naast een jaarlijkse bijdrage om deel te nemen aan Fieldlab Zuid-6 (€ 100.000 in 2024), moet er capaciteit worden gegenereerd om mee te kunnen groeien in de ontwikkeling van informatiegestuurde veiligheid. Veiligheidsradar We moeten op tijd weten welke kwetsbaarheden, dreigingen en (sluimerende) crisissituaties op ons afkomen, op verschillende niveaus. En vervolgens deze risico’s analyseren en beoordelen of we ze kunnen beïnvloeden. Van een statisch beeld (zoals dat nu in het regionaal risicoprofiel staat) moeten we naar een actueel en dynamisch ‘zicht op risico’s’. Daarvoor maken we een veiligheidsradar.

We kunnen ons hiermee beter voorbereiden op risico’s en de juiste beslissingen nemen op het juiste moment. Zorgrisicoprofiel Het zorgrisicoprofiel is onderdeel van de veiligheidsradar. De GHOR beschrijft daarin de risico’s voor de spoedeisende medische hulpverlening en publieke geneeskundige zorg. We leggen uit welke gevolgen die risico’s kunnen hebben. Het gaat echt specifiek om risico’s in de zorgsector. Dit helpt bestuurders en ketenpartners om besluiten te nemen, wanneer tijdens rampen en crises vraag en aanbod naar geneeskundige zorg niet in balans zijn.

Versie: 1.0 Pagina: 22

Ontwerpbegroting 2024

Aansluiten bij landelijk crisismanagement platform Het Knooppunt Coördinatie Regio’s – Rijk (KCR2) is een landelijk platform dat crises aanpakt, die verder gaan dan de grenzen van de veiligheidsregio. Onder andere de coronacrisis leerde ons dat we in Nederland moeten samenwerken, om een grote crisis te bestrijden. Rampen en crises gaan vaak over de grenzen van een regio heen en duren langer dan we aankunnen. Het platform moet meer regie en coördinatie realiseren tussen de regio’s onderling en met het Rijk. Vooral informatievoorziening en -uitwisseling tijdens een ramp of crisis. Hoe kunnen 25 regio’s en naar verwachting 6 interregionale veiligheidsinformatiecentra (zoals Fieldlab Zuid-6) dit platform faciliteren, vormgeven en gebruiken? Daar denken de veiligheidsregio’s samen over na. We gaan extra capaciteit investeren om de regio goed te verbinden met KCR2. En we dragen bij aan de gezamenlijke aanpak van bovenregionale en landelijke crises (die lang duren). Daarvoor organiseren we informatiemanagement, informatieprocessen en leiding en coördinatie in 4 fasen (risicomonitoring, preparatie, respons en preparatie van de nafase/overdracht). Beinvloeden van risico’s We willen niet alleen weten welke risico’s op ons afkomen. We proberen ook goed advies te geven en af te stemmen met ons netwerk, om te voorkomen dat een risico echt een crisis wordt. Dat is niets nieuws.

We werken al jaren samen met onze partners, om de voorkant van de veiligheidsketen te versterken. Het beïnvloeden van risico’s doen we vanuit een breed perspectief. Natuurlijk zetten we onze brandweer expertise in, maar samen met onze partners kijken we verder. Omgevingswet Met de Omgevingswet kunnen gemeenten en provincie meer ruimte bieden aan ontwikkeling en beheer van de leefomgeving. We kijken naar het risico, en minder naar de regel. Ook VRBZO bereidt zich daarop voor, samen met gemeenten en andere partners. Aan de Omgevingstafel proberen we al te zorgen voor veiligheid, zodat belanghebbenden snel weten waar ze aan toe zijn. Het gaat vaak om ingewikkelde adviesaanvragen, waarbij we alle onderdelen van risico- en crisisbeheersing moeten meenemen. Daarom investeren we in de kennis en vaardigheden van onze mensen. Daarnaast brengen we processen en ICT-systemen op orde, zodat het adviesproces goed loopt. Veilige energietransitie De energietransitie is nodig in de strijd tegen klimaatverandering. De afgelopen jaren zagen we steeds meer nieuwe innovatieve manieren van energieopwekking en -opslag. Deze relatief nieuwe technieken zorgen ook voor nieuwe vragen over veiligheid. We verwachten dat we meer adviesaanvragen krijgen, die met de energietransitie te maken hebben.

Denk daarbij aan grootschalige opslag van batterijen, buurtbatterijen, zonnevelden, windmolens en gebruik van waterstof. Dit zijn relatief nieuwe energiedragers die nieuwe risico’s in de (bebouwde) omgeving brengen en specifiek advies nodig hebben. Weerbare samenleving en risicocommunicatie We willen onze inwoners weerbaarder maken. Zodat ze ook anderen kunnen helpen (samenredzaamheid). Dat betekent dat inwoners moeten weten welke risico’s er zijn en wat ze moeten doen als er toch iets gebeurt (we geven een handelingsperspectief). In 2023 ontwikkelen we een strategie om gedrag te beïnvloeden, en de middelen daarvoor. In 2024 zetten we die middelen voor risicocommunicatie in. Het gaat dan eerst om communicatie over risico’s van natuurbranden, storm en windhozen, aantasting cybersecurity en cyberdreigingen, extreem geweld en terrorisme en verstoring telecommunicatie en ICT.

Versie: 1.0 Pagina: 23

Ontwerpbegroting 2024

Crisismanagement De ontwikkelingen die we hierboven noemen, staan voor proactief crisismanagement. Het doel is om te weten welke risico’s op ons afkomen en ons daarop voor te bereiden. Dit betekent dat onze werkwijze tijdens een crisis moet veranderen. En dat we de nieuwe werkwijze goed moeten afstemmen met onze crisisfunctionarissen en -partners. Crisisplan De crisisorganisatie moet beter aansluiten bij de crises van de toekomst. Dit zijn niet meer alleen de plotselinge crises, binnen gemeente- of regiogrenzen. Maar ook crises die zich langzaam ontwikkelen, sluimeren en die over grenzen gaan. Bij een echte inzet richten we de crisisprocessen zo in, dat we de crisis in een flexibele structuur kunnen bestrijden. Dat betekent met wisselende partners en in wisselende grootte. Dit is nodig om zowel bekende als onbekende risico’s aan te kunnen. Kortom, een inzet op maat. Hiervoor stellen we - samen met Veiligheidsregio Brabant-Noord - een nieuw crisisplan op. Dat bieden we in 2023 aan het bestuur aan, zodat zij het kunnen goedkeuren en vaststellen. Daarna implementeren we het in de crisisorganisatie. Betrokkenen van alle disciplines - waaronder gemeenten en bestuurders – laten we meegroeien met deze ontwikkeling van risico naar dreiging en (mogelijke) crisis. Hierdoor houden we kennis, die nodig is om crises te bestrijden.

De implementatie ronden we af in 2024 en dan stellen we ook bij, als dat nodig is. In 2023 stellen we een oefenbeleidsplan op om de functionarissen voor te bereiden en te trainen op de wijzigingen in het crisisplan. In 2024 implementeren we dat plan. Daarnaast richten we een planningsstaf in: een groep van 6 medewerkers die op elk moment de risico’s bewaakt en beoordeelt (‘lauwe fase’). Door op tijd in te grijpen of af te stemmen met partners, kunnen we voorkomen dat een dreiging een crisis wordt. Dit werk in de lauwe fase, kan onderdeel worden van het takenpakket van specialisten en adviseurs crisisbeheersing van VRBZO. Doorontwikkeling dynamische preparatie De medewerkers die we nu inzetten voor planvormging, stellen vooral wettelijke rampbestrijdingsplannen en crisisbeheerplannen op voor de meest risicovolle bedrijven en luchthavens. En ze onderhouden deze plannen. Ze maken ook al jaren afspraken met de vertrouwde vitale partners, om in crisissituaties goed met elkaar samen te werken. Want dat wordt de komende jaren steeds belangrijker. Om ons goed voor te bereiden op nieuwe crisistypen, gekend en ongekend, maakt dat versterking van capaciteit nodig is. Alleen dan kunnen we aansluiten bij landelijke en regionale netwerken en werkgroepen, zoals we nu al doen.

En daarnaast kunnen we netwerken opzetten over thema’s als maatschappelijke continuïteit, veiligheid op luchthavens, cyber, klimaatadaptatie, hoog water, energievoorziening. Die zijn belangrijk om kennis te vertalen naar de praktijk, bij actuele dreigingen. De manier waarop we informatie delen, moeten we moderniseren en laten meegroeien met digitale mogelijkheden. Met meer mensen kunnen we al deze taken (blijven) uitvoeren. Vakbekwaamheid door evalueren en leren VRBZO wil een lerende organisatie zijn. Want leren en ontwikkelen zijn belangrijk om in te spelen op en aan te sluiten bij een maatschappij die steeds verandert. Crises worden steeds ingewikkelder en ingrijpender. VRBZO wil hierop anticiperen. We willen inwoners, bedrijven en (keten)partners in onze regio, kunnen beschermen tegen risico’s en calamiteiten. Dat lukt als we ze bewust maken van de risico’s, zodat ze zich kunnen voorbereiden. Onze medewerkers moeten mee met de ontwikkeling van de organisatie. Daarom gaan we structureel investeren in het evalueren van crisissituaties en oefeningen en de opgedane inzichten effectief toepassen. Zo kan crisisbeheersing verder professionaliseren.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12529269/1