CConstaterende datNuenen
Koppel je AI →
Document · PDF

2026-35 RIB Bijlage 1 - Jeugdregio Een 10 voor de Jeugd

Gemeenteraad 4 juni 2026, gemeente NuenenBij agendapunt: Raadsinformatiebrieven10.943 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

JAARVERSLAG 2025 JEUGDREGIO EEN 10 VOOR DE JEUGD

Samen maken wij het verschil voor jeugdigen en gezinnen zodat ze mee kunnen blijven doen in de maatschappij

1

2

Inhoudsopgave Voorwoord ................................................................................... 3 Inleiding ...................................................................................... 4 1.

Zo thuis en nabij mogelijk ........................................................... 5 A.

Voorkomen en verminderen van uithuisplaatsingen door: ............................... 6

B.

Al het verblijf is, waar passend, kleinschalig ............................................. 10

C.

Efficiënter en effectiever omgaan met schaarste ........................................ 12

2.

Tijdige, passende en betaalbare zorg ............................................ 13 A.

Integraal zorgaanbod ......................................................................... 14

B.

Zicht op zorglandschap ....................................................................... 14

C.

Passende producten bij mogelijke ontwikkelingen....................................... 19

D.

Eigen regie, normaliseren en demedicaliseren ........................................... 20

De lerende regio .......................................................................... 21 A.

Leer en verbetercyclus ....................................................................... 22

B.

Kennis en expertise ontwikkeling in de regio ............................................. 22

Data, monitoring en bijstelling ......................................................... 23 Verbinding met onderwijs ............................................................... 24 Processen .................................................................................. 25 Inkoop ................................................................................................. 25 Contractmanagement .................................................................... 26 Toezicht .................................................................................... 29 Werkgroep PDC ............................................................................ 29 Jongerenparticipatie ..................................................................... 30 Monitoring en financiën .................................................................. 30 Administratie .............................................................................. 31 Bovenregionale samenwerkingen ....................................................... 32 GR-vorming als mijlpaal: Jeugdregio Een 10 voor de Jeugd klaar voor 2026..... 32 Bijlage 1. Monitoring Jeugdhulp 10vdJ ................................................ 34

Jaarverslag ‘Jeugdregio Een 10 voor de Jeugd’ 2025 Datum: maart 2026

3

Samen maken wij het verschil voor jeugdigen en gezinnen zodat ze mee kunnen blijven doen in de maatschappij Het traject van opgroeien en opvoeden gaat met ups en downs. Elke nieuwe ontwikkelingsfase brengt voor zowel kinderen als ouders nieuwe uitdagingen met zich mee. Soms verloopt dit proces vanzelf en harmonieus, op andere momenten is het lastiger en vraagt het om extra inspanning. Ieder kind verdient het om zo zorgeloos mogelijk op te groeien. Maar soms is er extra ondersteuning nodig, in de vorm van advies, begeleiding, hulp of opvang, om het kind en het gezin verder te helpen. Ons belangrijkste doel is altijd: jeugdigen en gezinnen ondersteunen zodat ze weer zelfstandig verder kunnen en volwaardig kunnen deelnemen aan de samenleving. De kern van ons werk is samenwerken aan een kansrijke en duurzame toekomst voor jeugdigen en gezinnen. Een zorgvuldige inkoop van jeugdhulp en een goed georganiseerde uitvoering spelen daarin een cruciale rol.

Voorwoord In dit jaarverslag blikken we terug op alle activiteiten van Jeugdregio Een 10 voor de Jeugd in 2025 (10vdJ). Het jaarverslag vloeit nog voort uit de voormalige samenwerkingsovereenkomst welke inmiddels per 01-01-2026 is omgezet naar een Gemeenschappelijke Regeling. Hoewel we hadden gehoopt op een beknopt document, hebben we gekozen voor een vollediger overzicht. Dit verslag laat zien hoe intensief er is gewerkt aan goede jeugdzorg, en hoeveel onderdelen van de Hervormingsagenda Jeugd 2023-2028 (Hervormingsagenda) al zijn opgepakt. Als relatief kleine organisatie, gevormd door betrokken professionals uit 11 gemeenten, zijn we trots op wat we samen hebben bereikt. Met datzelfde enthousiasme en toewijding kijken we uit naar de komende jaren, waarin we samen het verschil blijven maken.

Jaarverslag ‘Jeugdregio Een 10 voor de Jeugd’ 2025 Datum: maart 2026

4

Inleiding In het programmaplan werken we aan drie opgaven. Bij deze opgaven zijn enkele ambities geconcretiseerd. In dit jaarverslag rapporteren wij op deze kritische prestatie indicatoren middels een data-analyse, en rapporteren wij inhoudelijk op de verschillende gestelde doelen. In de komende hoofdstukken wordt gerapporteerd over de verschillende opgaves. Onderstaande infographic vat het geheel aan ambities van 10vdJ samen:

Jaarverslag ‘Jeugdregio Een 10 voor de Jeugd’ 2025 Datum: maart 2026

5

1. Zo thuis en nabij mogelijk Wij willen dat elk kind zo thuis en nabij mogelijk zorg kan ontvangen. Hiervoor moeten verwijzers en specialistische jeugdhulp ingericht en toegerust zijn om dit te realiseren. Dit is ook een opgave in de Hervormingsagenda: Terugdringen residentiele jeugdhulp: zo thuis mogelijk. Waar de prioriteit in de Hervormingsagenda vooralsnog ligt op het sluiten van gesloten jeugdhulp, wordt deze opgave in 10vdJ ook breder uitgewerkt.

Onze ambitie is dat in 2028: a. Er een 20% vermindering is te zien in uithuisplaatsingen b. 95% van de verblijfsplekken kleinschalig zijn ingericht c. 90% van de jeugdigen met een verblijfsindicatie onderwijs volgt d. 60% van de jeugdigen in verblijf, thuis en nabij in verblijf zijn, maximaal 15 kilometer van hun woonplaats. e. Bij 100% van de uithuisplaatsingen voorafgaand een Verklarende Analyse is uitgevoerd; indien dit niet het geval is dan is een motivatie hiervoor aanwezig. 1 Ad a. Het aantal jeugdigen dat (eventueel tijdelijk) niet thuis woonde is sinds 2023 afgenomen. Er is sprake van een dalende trendlijn (zie volgende pagina). In 2025 waren er 539 jeugdigen die op enig moment in dat jaar niet thuis woonden, maar via een uithuisplaatsing elders een verblijf hadden. In 2024 waren dit 565 jeugdigen. Er is dus sprake van lichte afname (-4,6%).

Voor de laatste drie punten kan nog geen 0-meting worden gedaan. De ambitie is om dit in te richten en zodra beschikbaar deze ook te verwerken in de verantwoordingen en 0-metingen. 1

Jaarverslag ‘Jeugdregio Een 10 voor de Jeugd’ 2025 Datum: maart 2026

6

Trendlijn: aantal uit huis geplaatste jeugdigen (UHP) tijdvak 2023 t/m 2025 (totaal van: gesloten jeugdzorg, verblijf S1, wonen S2, verblijf maatwerk, LTA-verblijf, crisis-verblijf)

A. Voorkomen en verminderen van uithuisplaatsingen door: Ambulante alternatieven Onze regio koopt een aantal alternatieven (verblijfsvoorkomende en –verkortende producten) in voor verblijfsproducten uit segment 1. Alle segment 1 aanbieders zetten in op verblijfsvoorkomende en –verkortende producten zoals MST, MDFT, IGT, IAG etc. Hiermee wordt geprobeerd om de intramurale opname te voorkomen of de behandelduur te verkorten. We spreken over verblijfsvoorkomend als deze producten ingezet worden als de jeugdige nog thuis woont en over verblijf verkortend als deze producten worden ingezet terwijl de jeugdige in verblijf is (samenloop met verblijf). De inzet van deze producten is nog beperkt. Veelal gaat het hierbij om bewezen effectieve instrumenten. Dat betekent dat we een toename van de inzet van deze producten willen zien en daaraan verbonden een afname van het verblijfsproduct uit segment 1. We zien we in de data dat het effect van verblijfsvoorkomende inzet is dat in ruim 80% van de casussen geen uithuisplaatsing volgt. Trendlijn: inzet van verblijfsvoorkomende/verkortende voorzieningen (2023 t/m 2025)

Jaarverslag ‘Jeugdregio Een 10 voor de Jeugd’ 2025 Datum: maart 2026

7

Betere triage (gedeelde verklarende analyse) De Hervormingsagenda benadrukt dat een gedeelde verklarende analyse (GVA) voorwaarde is om een goede inschatting te maken van passende zorg, dit is vooral van toepassing voor de meest complexe casuïstiek (waar vaak ook een uithuisplaatsing aan de orde is of dreigt), omdat hier regelmatig wordt gereageerd op de laatste escalatie en een uithuisplaatsing dan nog het enige middel blijkt. In de praktijk moet de GVA een nieuwe blik geven op de aan de complexiteit ten grondslag liggende problematiek waarbij samen met het gezin naar onder andere kansen wordt gekeken. Dit maakt wel dat medewerkers bekwaam moeten zijn in het uitvoeren van deze analyse. Resultaat: -

Eind 2025 zijn ca. 100 mensen van lokale toegangen geschoold in het uitvoeren van de GVA. Er is een concreet werkproces opgesteld om deze medewerkers te ondersteunen in de uitvoering en de GVA daarmee ook te kunnen implementeren; Er is een eenvoudige monitor opgesteld om de voortgang van de implementatie en effecten van de GVA te kunnen bewaken.

Vooruitblik 2026: -

In 2026 ligt de focus vooral op het daadwerkelijk uitvoeren van de GVA in de praktijk en het monitoren van de effecten daarvan. Hiervoor is vanaf het najaar van 2025 extra ondersteuning voor de lokale teams vanuit 10vdJ beschikbaar.

Verkenning met ervaringsdeskundigen inzet In 2024 hebben we als regio contact gelegd met Fontys Hogeschool om te onderzoeken of we kunnen samenwerken op het thema ervaringsdeskundigheid. De positieve effecten van ervaringsdeskundigheid zijn al bewezen in verschillende aanpakken, en we willen graag onderzoeken hoe we binnen de regio 10vdJ hier meer mee kunnen werken. Samen met Fontys hebben we eind 2024 vier thema’s vastgesteld die we in 2025 verder hebben onderzocht: 1. Ervaringsdeskundigen koppelen aan de pilot kleinschalige verblijfsvoorzieningen: Binnen 10vdJ zijn we gestart met een pilot kleinschalige verblijfsvoorzieningen. In samenwerking met Fontys is onderzocht of ervaringsdeskundigen gekoppeld kunnen worden aan deze kleinschalige groepen en of dit een positief effect heeft op jongeren. In 2025 bleek het niet mogelijk om dit thema te integreren in (afstudeer)projecten. Wel hebben Fontys en Combinatie Jeugdzorg (een van de jeugdzorgaanbieders die kleinschalig verblijf biedt) in 2025 gezamenlijk een workshop over ervaringsdeskundigheid georganiseerd voor studenten van de professionele werkplaats van Fontys.

Daarnaast hebben Fontys en Combinatie Jeugdzorg een voorstel uitgewerkt om in 2026 studenten van de AD Ervaringsdeskundigheid2 onderzoek te laten doen naar de toegevoegde waarde van de inzet van ervaringsdeskundigen voor jongeren, in relatie tot de specialistische jeugdzorg die zij ontvangen. Het doel is dat dit onderzoek leidt tot een concreet product.

De Associate degree (AD) Ervaringsdeskundigheid van Fontys is een tweejarige hbo-opleiding waarin studenten leren hun eigen ervaringskennis professioneel en methodisch in te zetten binnen zorg en het sociaal domein. 2

Jaarverslag ‘Jeugdregio Een 10 voor de Jeugd’ 2025 Datum: maart 2026

8

2. Training 'Ik deel mijn ervaring' uitbreiden: Fontys biedt een training aan, speciaal gericht op de LVB-doelgroep. Fontys wil deze training ook uitbreiden voor andere doelgroepen. Vanuit 10vdJ is het idee gekomen om een soortgelijke training te ontwikkelen voor jongeren uit de jeugdhulp. In 2025 heeft hierover afstemming plaatsgevonden met Fontys. Daarbij is geconcludeerd dat de kosten van een dergelijk traject voor jongeren momenteel te hoog zijn. Fontys onderzoekt of een verkort traject Ervaringsdeskundigheid voor jongeren kan worden ontwikkeld, met een beter passend en toegankelijker tarief. 3. Structureel in gesprek met jongeren in gezinshuizen: Vanuit de regio 10vdJ willen we graag structureel in gesprek met jongeren in gezinshuizen. In verband met prioriteren is besloten om in 2025 te focussen op de eerste twee thema’s en dit onderwerp mogelijk op een later moment op te pakken. 4.

Ervaringsdeskundigen inzetten bij de toegangen: In 2025 is verkend of ervaringsdeskundigen kunnen worden ingezet bij de toegangen. In verband met prioriteren is besloten om in 2025 te focussen op de eerste twee thema’s en dit onderwerp mogelijk op een later moment op te pakken.

Verbinding met bovenregionaal plan Jeugdzorg plus In 2025 hebben we dit onderwerp langs 2 sporen opgepakt: 1. Bovenregionaal plan We hebben als regio een belangrijke stap gezet in de transformatie van JeugdzorgPlus. Het Bovenregionaal Plan Transformatie JeugdzorgPlus is afgerond en er is verbinding gemaakt met de plannen bij 10vdJ. Dit plan is essentieel voor de afbouw van JeugdzorgPlus in 2030, zoals landelijk is afgesproken. JeugdzorgPlus betreft gesloten jeugdzorg, ingekocht en aangestuurd op niveau van landsdeel Zuidoost, waar 74 gemeenten samenwerken binnen 6 regio’s3. Voor de transformatie is een SPUKfrictiekosten JeugdzorgPlus beschikbaar gesteld van €182 miljoen (2024-2028), waarvan €14,5 miljoen voor landsdeel Zuidoost inclusief Zuid-Limburg. Samenwerking is essentieel om schaarse voorzieningen te behouden en alternatieven te ontwikkelen. In het bovenregionaal plan zijn de landelijke ambities voor JeugdzorgPlus vertaald naar concrete doelstellingen, namelijk: • • • • • •

Zo snel als kan, zo dicht mogelijk bij 0 gesloten plaatsingen in 2030 Nieuwe zorgvormen met expertise uit bestaande en nieuwe partijen Nabijheid van zorg Transformatie samen met jongeren, ouders, ervaringsdeskundigen en professionals Gezamenlijke cultuurverandering Inclusieve samenleving en samen dragen/accepteren van risico’s

Onze toekomstvisie richt zich op het versterken van netwerken rondom jongeren, zodat zij thuis kunnen blijven wonen of in alternatieve woonvoorzieningen zoals pleeggezinnen of gezinshuizen. Landsdeel Zuidoost bestaat uit de volgende regio’s: Hart van Brabant, Noordoost-Brabant, Zuidoost-Brabant, Noord-Limburg, Midden-Limburg West en Midden-Limburg Oost. 3

Jaarverslag ‘Jeugdregio Een 10 voor de Jeugd’ 2025 Datum: maart 2026

9

Voor jongeren die langdurige of herhaalde zorg nodig hebben, ontwikkelen we zorgonderwijsknooppunten waar gespecialiseerde integrale behandeling en tijdelijke verblijfsvoorzieningen op maat worden aangeboden. De af- en ombouw van gesloten jeugdzorg kan alleen gerealiseerd worden door goede bovenregionale samenwerking. Dit vereist een goed georganiseerd en toereikend regionaal zorglandschap. Regio’s en gemeenten spelen een cruciale rol in de verbetering van instroom, plaatsing en uitstroom. Als regio zullen we een plan van aanpak maken dat beschrijft welke plannen we hebben met JeugdzorgPlus in de regio, tegen welke landelijke en regionale ontwikkelingen we dat doen en hoe we dat willen doen. Daarbij is afgesproken om de alternatieven voor JeugdzorgPlus mee te nemen in de inkoop. Dit is een belangrijke stap om de transformatie van JeugdzorgPlus succesvol te realiseren. 2. Een regionaal plan Terug naar (een t)huis Hierin spreken we onze ambitie uit; ‘eerst naar mogelijkheden thuis, dan pas kijken naar zo thuis mogelijk'. Dit plan biedt een praktische aanpak waarin 2 doelgroepen van jeugdigen uit de regio 10vdJ, via een versterkt Regionaal Matchingsteam (RMT) worden opgepakt en waarin, mede op basis van een GVA wordt gezocht naar: -

Uitstroom uit Jeugdzorg Plus (doelgroep 1) Het bouwen van passend aanbod / een passende plek, liefst thuis voor jeugdigen die nu ‘uitbehandeld’ zijn in segment 1 (traject is afgerond), maar de rugzak te zwaar is voor een aanbieder in segment 2, zoals pleegzorg of gezinshuis (doelgroep 2)

Resultaat: We hebben inzichten opgedaan d.m.v. negen interviews met gezins- en jongerencoaches en jeugdbeschermers. Deze interviews waren tweeledig. Enerzijds willen we leren van de aanleiding, het effect en de uitstroom uit JeugdzorgPlus en op basis daarvan rode draden en patronen herkennen. Anderzijds wegen we per casus af of er nog ondersteuning nodig is voor de betrokken professionals en jongeren, b.v. door de casus in te brengen bij het RMT (RET vanaf 2026) of door te kijken of een GVA van toegevoegde waarde kan zijn. Als we kijken naar de rode draden en patronen dan zijn vroegtijdige ondersteuning, vaste begeleiding, goede samenwerking en perspectief cruciaal. Er is behoeften aan kleinschalige alternatieven met focus op kwaliteiten, zingeving en kleine succesmomenten. Het aansluiten bij de jongeren bepaalt voor een groot gedeelte het succes van een traject. En er liggen kansen bij de inzet van de GVA en intensieve ambulante ondersteuning.

Jaarverslag ‘Jeugdregio Een 10 voor de Jeugd’ 2025 Datum: maart 2026

10

Vooruitblik 2026: De inzichten en rode draden worden begin2026 besproken met betrokken JeugdzorgPlus aanbieders. Daarna gaan we in gesprek met de GI's en de toegangsteams. Het idee is om een gesprek te organiseren tussen onze segment 1 aanbieders en JeugdzorgPlus aanbieders over hoe we de uitstroom uit de JeugdzorgPlus gezamelijk kunnen gaan vormgeven. Ook zullen de interviews worden voortgezet in 2026.

B. Al het verblijf is, waar passend, kleinschalig Werken naar kleinschalige en gezinsgerichte behandel - en/of verblijfsvoorzieningen. Op 1 april 2023 is de start gemaakt met een pilot kleinschalig verblijf. De eerste pilot zijn we gestart in samenwerking met Combinatie Jeugdzorg en de inkoopregio Samen voor Jeugd. Het verblijf wordt in behandelgroepen van maximaal 6 jeugdigen georganiseerd, in plaats van de tot nu gebruikelijke maximaal 8 tot 10 jeugdigen. Jeugdigen die door hun eigen problemen of problemen in het gezin (tijdelijk) niet thuis, in een pleeggezin of gezinshuis kunnen wonen en behandeling nodig hebben, krijgen een veilige, gezinsgerichte plek met persoonlijke aandacht en een aanpak op maat. Voor het inzetten van kleinschalig verblijf is een hoger tarief nodig. Dit staat op zeer gespannen voet met de nu al grote tekorten op de gemeentelijke budgetten voor de uitvoering van de jeugdwet. Echter, de (extra) kosten voor kleinschalige verblijfvoorzieningen lopen vooruit op de baten. De omvorming van de behandelgroepen naar kleinschaligheid, zorgt voor een beter resultaat van de behandeling waardoor jeugdigen sneller kunnen uitstromen, minder vaak doorgeplaatst worden en de behandeling aan effectiviteit wint, waardoor jeugdigen beter in staat zijn om een zo zelfstandig mogelijk verder te kunnen.

Dit is een breed gedeelde overtuiging en is inmiddels vanuit zowel wetenschappelijk onderzoek als praktijkervaringen te onderbouwen. Het doel van de pilot is het opdoen van ervaringen met kleinschalig verblijf om dit uiteindelijk als een product in de PDC (producten diensten catalogus) van beide inkoopregio’s op te nemen. De ontwikkeling van KPI’s (kritieke prestatie indicatoren) is daarom ook een opdracht in de pilot. Zo kunnen we deze transformatieopgave goed monitoren en bijsturen op basis van inhoud én met oog voor de betaalbaarheid van de jeugdhulp. In 2024 zijn de KPI’s definitief vastgesteld en is besloten om de pilot met nog tenminste 1 jaar te verlengen en waar mogelijk uit te breiden. Vanwege de financiële risico’s zijn gemeenten zeer terughoudend geweest in de besluitvorming over het voorstel. Beoogd werd om rond de zomer bij alle 11 gemeenten een besluit op te halen, maar dit heeft uiteindelijk een doorloop tot en met december 2024 gehad. Uitkomst is dat 8 van de 11 gemeenten ingestemd hebben met uitbreiding van de pilot met Koraal. Tegelijkertijd was de afspraak om in Q1 2025 de (eind)evaluatie van de pilot op te starten en in de loop van 2025 tot afronding en vervolgens definitieve contractering van kleinschalig verblijf te komen.

Jaarverslag ‘Jeugdregio Een 10 voor de Jeugd’ 2025 Datum: maart 2026

11

Resultaat 2025: In Q1 is met Combinatie Jeugdzorg op basis van de vastgestelde KPI’s gewerkt aan een tweede evaluatierapportage. Deze is in Q2 2025 opgeleverd. Doordat besluitvorming over de uitbreiding naar Koraal pas in december 2024 definitief geworden is, werd met Koraal het implementatieproces nog doorlopen, terwijl de evaluatierapportage al opgeleverd moest worden. In de evaluatierapportage zijn daarom alleen de ervaringen met Combinatie Jeugdzorg opgenomen. Ook uit de tweede evaluatierapportage zijn positieve resultaten van kleinschalig verblijf naar voren gekomen. Daarnaast blijkt uit de evaluatierapportage dat de KPI’s, de concept productkaart en de bekostigingssystematiek een goede basis bieden om kleinschalig verblijf duurzaam op te nemen in de reguliere inkoopovereenkomsten. Dat is dan ook het voorstel geweest dat in juli 2025 opgeleverd is. Door de politiek-bestuurlijke gevoeligheid rondom de financiële impact van de omvorming van behandelgroepen naar een kleinschalige setting, is besluitvorming tot januari 2026 aangehouden. Daarbij is wel een principe besluit genomen om vanaf januari 2026 tot een definitieve vaststelling te komen en kleinschalig verblijf incl. de rapportage en monitoringsafspraken op basis van de ontwikkelde KPI’s in de overeenkomsten met Combinatie Jeugdzorg, Koraal en Pactum te gaan implementeren.

Vooruitblik 2026: In afwachting van een definitief bestuurlijk akkoord, wordt in het eerste kwartaal van 2026 kleinschalig verblijf in de reguliere inkoopovereenkomsten opgenomen en geïmplementeerd bij tenminste Combinatie Jeugdzorg, Pactum en Koraal. Samen met de jeugdregio Samen voor Jeugd en de betreffende aanbieders wordt tot en met het tweede kwartaal 2026 gewerkt aan de implementatie en borging van het proces van monitoring en rapportage op basis van de vastgestelde KPI’s. Eind 2026 hopen we een eerste regio brede rapportage over kleinschalig verblijf op te kunnen leveren. Verblijf in de wijken realiseren Dit thema zien we als een volgende stap in opdracht binnen de Hervormingsagenda rondom de omvorming van de regionale residentiële verblijfvoorzieningen naar kleinschalig verblijf. In 2025 zijn hier dan ook geen andere inspanningen op geleverd, dan beschreven bij het toewerken naar kleinschalige en gezinsgerichte behandel- en/of verblijfsvoorzieningen. De huidige inkoopovereenkomsten voor segment 1 en segment 2, waarin alle verblijfsvormen met uitzondering van JeugdzorgPlus ondergebracht zijn kennen een looptijd tot 2028. In 2025 zijn de eerste stappen gezet in het ontwikkelen en uitwerken van nieuwe inkoopafspraken, waarvan we beogen om deze middels een nieuwe aanbesteding in 2027 in nieuwe inkoopovereenkomsten vanaf 2028 vast te kunnen leggen.

Jaarverslag ‘Jeugdregio Een 10 voor de Jeugd’ 2025 Datum: maart 2026

12

C. Efficiënter en effectiever omgaan met schaarste Doorstroming (zo snel als mogelijk naar huis) De ambitie is ‘Eerst thuis, dan pas zo thuis mogelijk’. Wat is er nodig om naar huis te kunnen of thuis te kunnen blijven? Dichtbij het gezin en op maat. In 2025 hebben we aandacht besteed aan: -

De implementatie van het plan Terug naar (een t)huis: we verwijzen hiervoor naar de korte beschrijving onder de opgave 'voorkomen en verminderen uithuisplaatsingen’; De voorbereiding op de invoering van de JIM (Jouw Ingebrachte Mentor). Een JIM is een steunfiguur die een jongere zelf kiest uit de eigen omgeving zoals een buurtgenoot, tante, sportcoach of opa. Een vertrouwenspersoon die de jongere inspireert, energie geeft, dingen leert en die indien nodig ook een keer de waarheid kan zeggen. Een JIM treedt als vertegenwoordiger op richting het gezin en professionals. Jongeren worden niet uit hun omgeving gehaald, maar het bieden en stimuleren van een stabielere groei is uitgangspunt. De hulpverleners wisselen, maar de JIM blijft. Om de werkwijze van de JIM te kunnen implementeren is in 2024 een plan van aanpak opgesteld, hebben zich een aantal pilotgemeenten in onze regio gemeld en zijn gesprekken gevoerd met de aanbieders die we willen enthousiasmeren mee te doen. We zetten de JIM in om uithuisplaatsingen te voorkomen, maar deze JIM kan natuurlijk (later) ook ingezet worden bij schaarste van andere vormen van gespecialiseerde jeugdhulp. De JIM staat ook als middel in de Hervormingsagenda benoemd.

In 2025 heeft implementatie door randvoorwaardelijke vraagstukken van aanbieders vertraging opgelopen. Vooruitblik 2026: We starten met de pilot JIM en hopen aan het eind van het jaar ook al eerste resultaten te kunnen zien.

Jaarverslag ‘Jeugdregio Een 10 voor de Jeugd’ 2025 Datum: maart 2026

13

2. Tijdige, passende en betaalbare zorg Waar één gezin – één plan – één regisseur een van de doelen van de decentralisatie is, willen wij dit doortrekken naar de specialistische jeugdhulp. Geen ‘geshop’ met gezinnen bij aanbieders maar direct, passende zorg. Ook betaalbaarheid is hierbij een groot aandachtspunt voor zowel aanbieders als gemeenten waar de stijgende kosten en onvoldoende tegemoetkomende baten een probleem vormen. In essentie betekent dit dat zorg wordt geleverd wanneer het nodig is, op de manier waarop het nodig is, binnen de beschikbare budgetten.

Onze ambitie is dat in 2028: - Er een daling is van 25% in maatwerkovereenkomsten ten opzichte van 2023. - 90% van casussen die bij het RMT komen hebben binnen 3 maanden passend aanbod. - 80% van casussen die bij het RMT komen vinden aanbod bij de gecontracteerd aanbieders. - 90% van aanbieders werkt de wachttijden van de beschikbaarheidswijzer maandelijks bij - In 2028 willen we bij de top 3 behoren van aantal unieke verwijzers in het gebruik van de beschikbaarheidswijzer. - Trajectduur inzichtelijk is en is afgenomen ten opzichte van het eerst mogelijke meetmoment In het kader van normaliseren en reikwijdte is er inzichtelijk gemaakt of en welke jeugdhulp mogelijk niet meer specialistisch hoeft worden ingekocht.

Jaarverslag ‘Jeugdregio Een 10 voor de Jeugd’ 2025 Datum: maart 2026

14

A. Integraal zorgaanbod Regionaal Matchingsteam (RMT) Het RMT is een knooppunt waar vastgelopen en complexe jeugdhulpcasuïstiek uit de regio 10vdJ voorbijkomt. Daarmee is het RMT er niet alleen om deze casuïstiek vlot te trekken, maar heeft het ook een belangrijke signalerende en adviserende functie binnen de jeugdhulpregio. Enkele concrete zaken die doorontwikkeld zijn: - Procesbegeleiding is structureel ingebed. - Nieuw aanmeldformulier (aangesloten bij het Landelijk aanmeldformulier Jeugdhulp, onderdeel van de Landelijke Aanmelding en Registratieroute LARR);Afspraken over een escalatieladder; - Vragenlijst voor ouders en verwijzers ontwikkeld; - Er is een praatplaat ontwikkelt voor ouders (en verwijzers) om duidelijk aan te geven wat het RMT (RET) is en doet; - Er is geëxperimenteerd met het op toerbeurt aansluiten van GGZ partijen; - Doorontwikkeling van RMT naar Regionaal ExpertTeam (RET) Ook in 2026 pakken we een aantal doorontwikkelingen op. Thema's die dan opgepakt zullen worden zijn: -

Het betrekken van jongeren bij het RMT/RET; Het RMT/RET zal de inzet van een GVA blijven stimuleren; Het RMT/RET blijft een belangrijke rol spelen bij het terugdringen van uithuisplaatsingen en de om- en afbouw van JeugdzorgPlus; Het RMT is vanaf 1 januari 2026 RET en de laatste puntjes moeten hiervoor nog op de i gezet worden (convenant, privacy, aandacht voor gegevensuitwisseling).

B. Zicht op zorglandschap Wachttijden bij beschikbaarheidswijzer Op de Beschikbaarheidswijzer zijn alle gecontracteerde zorgaanbieders vindbaar voor verwijzers. Zowel wettelijk verwijzers als toegangsmedewerkers kunnen gebruik maken van de Beschikbaarheidswijzer. Zorgaanbieders kunnen zelf hun wachttijden invullen en het hiermee up to date houden. Vier keer per jaar heeft 10vdJ een reviewmeeting met de Beschikbaarheidswijzer om trends en ontwikkelingen door te spreken. Hierin wordt ook altijd gekeken of de wachttijden door aanbieders up to date worden gehouden.

Jaarverslag ‘Jeugdregio Een 10 voor de Jeugd’ 2025 Datum: maart 2026

15

In 2025 is een nieuwe release van de Beschikbaarheidswijzer gelanceerd. Hierin zijn voor verwijzers verschillende nieuwe functionaliteiten beschikbaar gesteld na inloggen: • • • • • •

Verwijzers kunnen op één pagina producten en kenmerken selecteren. Zoekresultaten tonen direct de wachttijd, contactgegevens, en een korte omschrijving van de aanbieder. Nieuwe sorteeropties: wachttijd, laatste update, afstand tot de jeugdige, en alfabetische volgorde. Aanbieders selecteren en deze informatie downloaden als pdf. Mogelijkheid om snel feedback te geven bij foutieve wachttijden. Instellen van een wachttijd-alert.

Aanbieders die hun wachttijden niet tijdig bijwerken, zijn in 2025 actief benaderd. Daarnaast wordt er in elk contractgesprek aandacht besteed aan het juist invullen van de informatie op de Beschikbaarheidswijzer. Hierdoor wordt er gezien dat er afgelopen jaar richting de 80% van de aanbieders de beschikbaarheidswijzer tijdig bijwerkt. Dit is ten opzichte van vorig jaar een verhoging van 5%. Hiermee willen we het doel van 90% accurate wachttijd in 2028 realiseren. In 2026 zal eens per kwartaal een uitdraai gemaakt worden van aanbieders die de wachttijden niet tijdig bijwerken. Actief zal met hen contact worden opgenomen om de noodzaak van tijdig bijwerken aan te kaarten. Een aanbieder is beter vindbaar en ontvangt geen onnodige vragen over aanbod of wachttijd wanneer dit goed op de Beschikbaarheidswijzer is ingevuld. Daarnaast willen we data kunnen genereren over de betreffende wachttijd per segment en product om hier nog betere sturing op te kunnen geven.

Uitvraag en inzicht ontbrekend zorgaanbod Er wordt bij de 11 toegangen uitvraag gedaan naar het ontbrekend zorgaanbod. De afgelopen 2 jaar is het landschap weinig veranderd en wordt er nog altijd vanuit de toegangen ontbrekend aanbod gezien op de onderstaande doelgroepen en producten. -

Weer terug naar school Inzet op hoogbegaafdheid Genderzorg Echtscheidingshulpverlening, begeleide omgang Gezinshuizen Moeder-kindhuizen Vervoer Vaktherapie /PMT Verslavingszorg Woonplekken Behandelplekken met verblijf

Jaarverslag ‘Jeugdregio Een 10 voor de Jeugd’ 2025 Datum: maart 2026

16

Ook zien we duidelijke signalen van ontbrekend zorgaanbod binnen het RMT/ RET, specifiek voor verblijfsaanbod. Een aantal problematieken/ doelgroepen vinden maar lastig een plek bij de aanbieders van de segmenten 1 en 2. Doelgroepen en type zorgvragen die momenteel geen aanbod vinden in het gecontracteerde aanbod zijn onder andere: -

Psychische stoornis en gedragsproblemen (Orthopsychiatrie); LVB-aanpak nodig maar geen LVB IQ; Jongeren die drugs gebruiken (met gedragsproblemen); Agressie; Kinderen die komen uit de jeugdzorgplus; 12- jongeren; 17+ jongeren; Gebrek aan motivatie; Kinderen die tussen segment 1 en 2 vallen (behandeling nodig maar op een woonlocatie).

Maatwerk niet-gecontracteerde zorg: analyse en acties De inzet van niet-gecontracteerde zorg (NGZ) is ingebouwd in onze regionale monitor voor de producten die we als regio 10vdJ zelf inkopen. Onderstaand een tabel uit de monitor met betrekking tot de inzet van niet-gecontracteerde zorg in de jaren 2023 t/m 2025.

We zien dat het aantal cliënten waarvoor een maatwerkcontract is afgesloten is afgenomen. Ten opzichte van 2023 (jaar nulmeting) is sprake van een daling van 14%. Het aantal voorzieningen (waaronder ook verlengingen) is gedaald ten opzichte van 2023, maar gelijk aan het aantal in 2024. De kosten voor NGZ zijn echter fors gestegen (+44%). We zien een toename van complexe casuïstiek waarbij NGZ wordt ingezet. Dit is een ongewenste ontwikkeling. Als we de kosten van NGZ afzetten tegen de kosten van de gecontracteerde zorg voor dezelfde producten dan zien we dat in 2025 ruim 13% van de kosten naar NGZ gaat. In onderstaande tabel zien we de verdeling van het aantal ingezette voorzieningen zonder contract per segment. Opvallend is de hoge inzet van niet-gecontracteerde zorg binnen segment 4. Daarbij is het wel van belang om te vermelden dat in deze aantallen ook de inzet van 1 specifieke aanbieder is opgenomen waarvoor lokaal aparte financieringsafspraken waren gemaakt. Deze inzet wordt in onze monitor als NGZ aangemerkt (2023: 117 voorzieningen, 2024: 93 voorzieningen, 2025: 85 voorzieningen). Eind 2025 zijn deze afspraken komen te vervallen. Met ingang van 2026 zal dat een significante daling in het aantal NGZ-voorzieningen veroorzaken.

Verder wordt in 2026 de organisatie van regionale maatwerkovereenkomsten (op basis van de Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg) opgepakt met het vooruitzicht dat de implementatie per 1 januari 2027 plaatsvindt. Jaarverslag ‘Jeugdregio Een 10 voor de Jeugd’ 2025 Datum: maart 2026

17

Brede sociaal domein (verbinding IZA en toekomstscenario) Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming (Veilig Voor Elkaar): In 2025 heeft 10vdJ (als onderdeel van de bredere regio Zuidoost‑Brabant) actief bijgedragen aan de regionale uitwerking van het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming onder de werktitel “Veilig Voor Elkaar”. Het programma richt zich op het verder terugdringen van huiselijk geweld en kindermishandeling door effectievere, integrale samenwerking rondom huishoudens (0‑100). In maart 2025 is het regionale programmaplan vastgesteld. Dit plan beschrijft de projectfase tot en met 31 december 2025, met een programmatische aanpak langs zeven projecten (o.a. veiligheidsplannen, veiligheid bij volwassenen, meldcode/voorlichting en de beoogde ontwikkeling van een Regionaal Veiligheidsteam). Ook is een aangepaste governance ingericht met bestuurlijke en management‑“ambassadeurs” en een indeling in subregio’s om besluitvorming en uitvoering te versnellen. Binnen 10vdJ is Geldrop‑Mierlo intensief betrokken via ambtelijke capaciteit (projectleiderschap). Daarnaast is wethouder Spoor (gemeente Asten) namens 10vdJ en de GR Peelgemeenten bestuurlijk trekker en deelnemer aan het bestuurlijk en managementoverleg van ambassadeurs voor het Toekomstscenario. Opbrengsten 2025: Na de start van de projectfase is in 2025 breed geïnvesteerd in bekendheid, leren en samenwerking.

Zo is gewerkt met “Gluren bij de Buren” als lerende werkvorm, is een regionale community gegroeid en zijn er talrijke presentaties en bijeenkomsten georganiseerd om de cultuurverandering en integraliteit (zorg/veiligheid; jeugd/Wmo) te versterken. Na vaststelling van het programmaplan werd duidelijk dat er geen (extra) Rijksmiddelen beschikbaar komen en dat de vorming van regionale veiligheidsteams (RVT) on hold gezet moest worden. In reactie daarop is de programmamanager aan de slag gegaan met een uitvoeringsplan en begroting 2026, waarin ambitie, doelen en beoogde resultaten zijn bijgesteld. Het uitvoeringsplan en de begroting 2026 zijn in november 2025 gepresenteerd en vastgesteld.

Jaarverslag ‘Jeugdregio Een 10 voor de Jeugd’ 2025 Datum: maart 2026

18

Vooruitblik 2026: Vanaf 2026 wordt pragmatisch gefocust op drie concrete projecten: (1) werken met veiligheidsplannen, (2) veiligheid in volwassen casuïstiek en (3) meldcode. Projecten die sterk leunen op extra middelen (zoals intensivering via aparte projectstructuren en “sterke lokale teams” als doorlopend project) worden afgerond of beperkt doorgezet, waarbij begin 2026 nog zoveel mogelijk wordt opgeleverd van de in 2025 gestarte projectresultaten. De begroting in 2026 blijft bovendien binnen bestaande middelen: het programma wordt (net als eerdere jaren) gefinancierd uit POK‑middelen van Eindhoven en Helmond, zonder beroep op extra lokale middelen. Met de bijgestelde koers blijft Zuidoost‑Brabant in 2026 gericht doorwerken aan concrete, toepasbare verbeteringen in samenwerking en werkwijzen, passend bij de beschikbare middelen en de behoefte in de praktijk.

Coördinatiepunt gezinshuizen In 2025 hebben we als regio de pilot coördinatiepunt gezinshuizen vervolgd. Dit punt beschikt over actuele kennis van gezinsprofielen en beschikbaarheid, beoordeelt of een gezinshuis passend is of dat alternatieven beter aansluiten en neemt daarmee een groot deel van het plaatsingsproces over van lokale toegangen en GI’s. Het wordt uitgevoerd door de onafhankelijke organisatie ‘Gezinshuis Gezocht’, die ook actief is in andere regio’s. Hierdoor is zicht op zowel regionaal als bovenregionaal aanbod, met als uitgangspunt ‘dichtbij huis’ waar mogelijk. Het coördinatiepunt is in de loop van het jaar veelvuldig benaderd door verwijzers. Van de 103 contacten zijn 30 aanmeldingen opgepakt; in de overige gevallen bleek een gezinshuis niet passend, bijvoorbeeld vanwege het woonplaatsbeginsel of omdat een andere woon- of ondersteuningsvorm beter aansloot. Deze gerichte triage heeft bijgedragen aan een aanzienlijke vermindering van de druk op gezinshuizen en aan een doelmatige inzet van de beschikbare capaciteit. In 2025 zijn via het coördinatiepunt 6 jeugdigen geplaatst (17% van de opgepakte aanmeldingen). Voor 20% liep het zoek- of matchingsproces door en 60% van de casussen is afgesloten omdat gezinshuiszorg gaandeweg niet langer passend bleek.

Zo draagt het coördinatiepunt zowel bij aan passende plaatsingen als aan het voorkomen van onnodige inzet van gezinshuiszorg. Naast het ondersteunen van het plaatsingsproces had het coördinatiepunt ook een adviserende rol. Het nam deel aan RMT-overleggen waarin gezinshuisplaatsing werd overwogen, dacht mee over complexe casuïstiek en kwam met creatieve oplossingen. Daarnaast adviseerde het over het versoepelen van de kwaliteitseis rondom het maximaal aantal kinderen per gezinshuis; deze aanpassing is doorgevoerd.

Jaarverslag ‘Jeugdregio Een 10 voor de Jeugd’ 2025 Datum: maart 2026

19

C. Passende producten bij mogelijke ontwikkelingen Mockingbird Sinds september 2024 voeren de regio’s 10vdJ en Samen voor Jeugd gezamenlijk, in samenwerking met Combinatie Jeugdzorg, de pilot Mockingbird uit. Deze werkwijze verbindt pleeggezinnen in een lokaal netwerk (een zogeheten constellatie), waarin een ervaren pleeggezin als hubhome tijdelijke opvang en ondersteuning biedt aan andere pleeggezinnen in de buurt. Door deze onderlinge steun krijgen pleeggezinnen meer rust en ruimte en ervaren zij dat zij er niet alleen voor staan. In 2025 is op basis van de eerste ervaringen en de landelijke maatschappelijke kosten-batenanalyse besloten de pilot Mockingbird te verlengen tot september 2026 en uit te breiden met twee extra constellaties. Daarnaast is een eerste verkenning gestart naar de structurele inbedding van de Mockingbird-werkwijze na afloop van de pilot, waarbij wordt aangesloten bij de landelijke werkgroep die onderzoek doet naar de bekostiging van Mockingbird.

Deeltijd pleegzorg In 2023 is de landelijke handreiking Tarifering en Inkoop Pleegzorg gepubliceerd. In deze handreiking wordt inhoudelijk beargumenteerd dat deeltijdpleegzorg een passende aanvulling is op pleegzorg, omdat hiermee niet alleen de pleegzorgcapaciteit mogelijk kan worden vergroot (pleegouders die wellicht niet fulltime beschikbaar (kunnen) zijn), maar hiermee ook meer passend kan worden aangeboden op de behoefte van de jeugdige en het gezin. In 2024 is in overleg met pleegzorgaanbieders besproken of er ook behoefte is naar deeltijdpleegzorg in onze regio. Dat blijkt het geval. De grootse pleegzorgaanbieder heeft op basis van casusonderzoek kunnen inschatten dat voor 50-60 cliënten in Zuidoost-Brabant deeltijdpleegzorg van (grote) toegevoegde waarde kan zijn (dit is ongeveer 10% van de totale doelgroep). Zeker omdat breakdowncijfers in pleegzorg nog altijd vrij hoog zijn (ongeplande afbreking van een pleegzorgplaatsing), willen we de mogelijkheden van het product deeltijdpleegzorg verder onderzoeken. In 2025 zijn productkaarten verder uitgewerkt en is een financiële vertaalslag gemaakt op basis van te verwachten gebruik. Vooruitblik 2026: In het eerste kwartaal van 2026 wordt besluitvorming over dit product verwacht.

Daarnaast wordt er op de volgende producten een doorontwikkeling gemaakt; Vervoer Ondanks dat de werkinstructie over vervoer voor de toegangen is aangescherpt en er vanuit contractmanagement regelmatig gesprekken met aanbieders worden gevoerd over de verplichting met betrekking tot vervoer, blijven hier veel problemen in naar voren komen. Aanbieders worden bij inschrijving voor 10vdJ herhaaldelijk geattendeerd op de verplichting voor vervoer. Echter zijn er geregeld discussies met de toegangen over het realiseren hiervan.

Jaarverslag ‘Jeugdregio Een 10 voor de Jeugd’ 2025 Datum: maart 2026

20

Het komende jaar zal hier opnieuw aandacht voor zijn: •

Huidig tarief maar verplichting om te brengen en halen?

•

Helft van tarief en alleen brengen of halen?

•

Gebruik maken van (eigen) vrijwilligers?

•

Meer maatwerk?

•

Kunnen we ouders tegemoetkomen in vervoerskosten wanneer dit (aantoonbaar) een probleem is?

Dyslexie Het product dyslexie kent een onderzoeks- en behandelcomponent. Deze twee producten worden zonder inmenging van de gemeentelijke toegang ingezet door basisscholen in samenwerking met de zorgaanbieder. Om hier meer zicht en vat op te krijgen worden in verschillende inkoopregio's poortwachters ingezet. 10vdJ wil in 2026 gaan onderzoeken of een dergelijke poortwachtersfunctie ook in deze regio toepasbaar is.

D. Eigen regie, normaliseren en demedicaliseren Specialistische Naschoolse Opvang (SNO) In 2025 is er een definitief besluit genomen dat SNO niet verder doorontwikkeld wordt en eind 2026 uit het productenboek zal verdwijnen. Dit besluit is genomen, omdat er wordt gezien dat in het kader van reikwijdte, opvang van kinderen van werkende ouders geen jeugdhulptaak is. Hiervoor is uiteraard een zorgvuldige overgangsperiode in acht genomen. Vanaf oktober 2025 was het niet meer mogelijk om nieuwe jeugdigen aan te melden. De huidige jeugdigen kunnen nog een verlenging krijgen tot uiterlijk 31-12-2026. Daarna zal het product niet meer beschikbaar zijn en niet meer onder gespecialiseerde jeugdhulp worden ingekocht.

Reikwijdte In 2024 is onderzocht in hoeverre er ‘meer’ specialistische jeugdhulp wordt ingekocht dan volgens de wet noodzakelijk zou zijn. In 2025 zijn hierover de eerste gesprekken gevoerd met gemeenten en aanbieders over wat wij als gemeenten mogelijk niet meer als ‘specialistische jeugdhulp’ willen inzetten bij gezinnen. Ook zijn gemeenteraden over dit proces geïnformeerd. Dit gesprek heeft grote maatschappelijke impact en heeft in 2025 al meerdere malen ‘de pers gehaald’. Vooruitblik 2026: In 2026 wordt dit gesprek verder opgepakt met onder andere cliënten, lokale adviesraden en medisch verwijzers.

Jaarverslag ‘Jeugdregio Een 10 voor de Jeugd’ 2025 Datum: maart 2026

21

De lerende regio Gezien de landelijke en lokale ontwikkelingen is het belangrijk om als regio van elkaar te leren. De regionale organisatie 10vdJ kan hierin een belangrijke taak vervullen zodat we de grote opgaven waar we voor staan de komende jaren samen kunnen oppakken. Op deze manier kunnen we voordeel behalen van de schaalgrootte waar dit toegevoegde waarde heeft, of kunnen we leren van onze buurgemeenten waar we lokaal willen acteren.

Onze ambitie is dat in 2028: - De 0-meting (in bijlage 2) is aangevuld met 4 jaar aan ontwikkelingen, waarbij inzicht wordt gegeven op de impact van de ingezette acties en diepere analyses worden gedaan bij de afwijkende gemeenten of producten; - Alle gemeenten gebruik kunnen maken van het datasysteem waardoor zij lokaal het inzicht kunnen hebben op het gebruik in de jeugdhulp; - Er een netwerk staat van 11 toegangen die gezamenlijk enkele zaken oppakken (bijvoorbeeld de scholing van de Gedeelde Verklarende Analyse); - De wettelijk verwijzers op eenzelfde manier betrokken worden bij 10vdJ als de toegangen (zoals genoemd in hoofdstuk 3).

Jaarverslag ‘Jeugdregio Een 10 voor de Jeugd’ 2025 Datum: maart 2026

22

A. Leer en verbetercyclus Monitoring van resultaten Vooruitblik 2026 m.b.t. samenwerking/ leren: Nu 10vdJ vanaf 2026 met de GR-vorming ook meer eigen verantwoordelijkheden en taken kent, zal er ook worden ingezet op het oppakken van dossiers die voorheen onder de samenwerking van 10vdJ en Samen voor Jeugd (SvJ) onder de noemer 21 voor de Jeugd werden opgepakt. Eén van de aandachtspunten hierin is de samenwerking met en sturing op de Gecertificeerde Instellingen. Omdat zij binnen het gedwongen kader ook belangrijk verwijzer zijn bij uithuisplaatsingen, is het van belang deze samenwerking te versterken. Dit geldt met name, omdat de GI's zelf ook aangeven hard te werken aan datagedreven werken, maar het inzicht in data zoals 10vdJ dat heeft, ook voor cases binnen het gedwongen kader, deels mist. In 2026 zal nog moeten worden bepaald welke extra capaciteit dit mogelijk van 10vdJ zou kunnen vragen. In steeds meer inkooptrajecten wordt gewerkt met KPI’s waarmee we de inzet kunnen monitoren op het nakomen van contractafspraken en kwaliteit van de inzet. De KPI’s worden samen met de aanbieders opgesteld, waardoor deze breed gedragen worden. We deden dit al in de pilot voor kleinschalig verblijf en dit wordt nu verbreed naar alle kleinschalig verblijf. Ook bij in de inkoop van Zorg in Onderwijstijd (ZiO) en de inkoop van segment 5-crisis werkt men met KPI’s.

Bij al deze trajecten trekken we samen op met de jeugdregio Samen voor Jeugd. Ook over de wijze van monitoring van de KPI’s wordt nauw samengewerkt.

Monitor doorontwikkelen en naar 11 gemeenten uitdragen In 2025 hebben we de monitor verder doorontwikkeld. De monitor is medio 2025 uitgerold naar alle lokale beleidscollega’s jeugd. Tijdens het A11 overleg staan we maandelijks stil bij een data-thema waarbij de gegevens voor onze jeugdregio 10vdJ én per gemeente inzichtelijk worden gemaakt. Dit leidt tot extra verdieping. Gezamenlijk proberen we de context rondom de data te duiden en zoomen we in op eventuele verschillen. Door duiding van de lokale context ontstaat inzicht in lokale initiatieven en keuzes, waardoor een lerend effect voor de regio ontstaat.

B. Kennis en expertise ontwikkeling in de regio Doorontwikkelen werkwijzen toegangen We gaan de toegangen ondersteunen bij de aanpak van uithuisplaatsingen (Aanpak terug naar (t)huis). Hierbij speelt het Regionaal Matchingsteam een belangrijk rol, maar ook de toegang. Door nieuwe instrumenten als de Gedeelde Verklarende Analyse (GVA) en JIM (Jouw Ingebrachte Mentor) proberen we de toegang te versterken.

Jaarverslag ‘Jeugdregio Een 10 voor de Jeugd’ 2025 Datum: maart 2026

23

Data, monitoring en bijstelling Datagedreven werken betekent voor ons dat we aandacht besteden aan en sturen op: •

Kwantitatieve data: we kennen onze cijfers en sturen hierop. Hiertoe blijven we de tools als de Monitor 10vdJ doorontwikkelen.

•

Kwalitatieve data: we besteden ook aandacht aan het verhaal achter en bij de cijfers en plaatsen deze in de juiste context door het gesprek te voeren met de gemeentelijke toegang, aanbieders én cliënten. Bijv. door de verhalen van cliënten (o.a. adviesvangers) mee te wegen.

•

Benchmarken van data: via de Monitor 10vdJ kunnen we gemeenten onderling met elkaar vergelijken. We signaleren en analyseren onderlinge verschillen en gaan daarover het gesprek aan.

•

We organiseren datasessies met lokale gemeenten waarin we samen met lokale collega’s de data gaan duiden aan de hand van de lokale context. We delen onze successen en tegenvallers en leren van elkaar. Gezamenlijk werken we aan acties omtrent sturing.

We focussen daarnaast ook op het benoemen en meetbaar maken van te bereiken resultaten en monitoren ook of we die resultaten behalen. Wij zien veel voordelen in het werken met data en het leren van de gegevens die er beschikbaar zijn. Daarom nemen we het uitgangspunt data, monitoring en bijstelling integraal bij alle opgaven mee.

Jaarverslag ‘Jeugdregio Een 10 voor de Jeugd’ 2025 Datum: maart 2026

24

Verbinding met onderwijs Onderwijs mogen volgen is een recht en plicht waar iedere jeugdige gebruik van moet kunnen maken. In samenwerking met de regio Samen voor jeugd wordt gewerkt aan het project Zorg in Onderwijstijd. Dit project is erop gericht om kinderen met een hulpvraag die onderwijs volgen zo weinig mogelijk verschillende gezichten te laten zien en het zo efficiënt mogelijk in te richten. Dit sluit aan bij de Hervormingsagenda waarbij de opdracht is om in te zetten op collectief aanbod van zorg en onderwijs. De collectieve ondersteuning is hierbij voorliggend. Groepsgerichte voorzieningen hebben bovendien de voorkeur boven een individueel gerichte aanpak. Daarnaast besteden we hier ook aandacht aan de knelpunten die we zien in het uitstromen van jeugdhulp naar onderwijs: meerdere aanbieders geven een signaal af dat de afronding van een jeugdhulptraject en ‘klaar zijn’ om in of terug te stromen naar onderwijs, niet vanzelfsprekend is. Dit kan mede zorgen voor extra ‘opstopping’ in de instroom in jeugdhulp en langere wachtlijsten, omdat plekken in de jeugdhulp bezet worden gehouden door jeugdigen die wellicht hadden moeten uitstromen naar onderwijs. Dit werkt ook de andere kant op. Jeugdigen worden te lang in het regulier onderwijs ‘gehouden’ waardoor uitstroom naar speciaal onderwijs of behandeling bemoeilijkt wordt.

Dit betekent dat we aandacht willen/ moeten besteden aan de keten van zorg en onderwijs. Ook sluiten wij aan bij de verschillende regionale en lokale ontwikkelingen rondom zorg bij onderwijs en andersom bijv. de OZA-experimenteerregeling. Onderwijs moet een integraal onderdeel zijn van het leven van een jeugdige en moet dus ook een integraal onderdeel zijn van de jeugdhulp. Daarom is dit een uitgangspunt dat overkoepelend over de opgaven wordt meegenomen. In het kader van monitoring proberen we in onze zorgsystemen de naam van de school te vullen, waardoor monitoring op het gebruik van jeugdhulp per school mogelijk is. In de praktijk blijkt dit lastig. Een koppeling leggen met het registratiesysteem van leerplicht (JVS), waarin voor alle leerlingen de naam van de school geregistreerd staat, heeft daarbij de voorkeur omdat dit de minste administratieve last met zich meebrengt. In het kader van de ontwikkeling van ZiO (Zorg in onderwijstijd) en de monitoring van deze inzet wordt momenteel verkend of het mogelijk is om de gegevens vanuit JVS te koppelen. Een dergelijke monitoring op aantallen en aard van jeugdhulp per school zou kunnen leiden tot een gerichte ontwikkeling van voorliggend preventief (groeps)aanbod.

Jaarverslag ‘Jeugdregio Een 10 voor de Jeugd’ 2025 Datum: maart 2026

25

Processen Binnen het opgavegericht werken zijn er ook processen te benoemen, die randvoorwaardelijk zijn aan het behalen van de doelen gesteld in het opgavegericht werken. Dit hoofdstuk beschrijft deze processen.

Inkoop Inkoop Integrale crisishulp 2027: In 2024 is gestart met de voorbereiding van een nieuwe aanbesteding voor de integrale crisishulp. In dat jaar is, in samenwerking met de regio Samen voor Jeugd, besloten om deze aanbesteding gezamenlijk vorm te geven. De bestaande contracten binnen het crisisdomein waren tot dat moment versnipperd ondergebracht bij 21voor de Jeugd, 10vdJ en Samen voor Jeugd, waarbij de gemeente Eindhoven verantwoordelijk was voor het contractmanagement. Met de nieuwe aanbesteding positioneren wij ons als gelijkwaardige partner van Samen voor Jeugd, terwijl Bizob optreedt als aanbestedende dienst. In 2025 zijn marktconsultaties uitgevoerd en is de inkoopstrategie vastgesteld. Deze strategie richt zich op het behouden van de onderdelen die in de huidige uitvoeringspraktijk effectief zijn, en op het aanpakken van de belangrijkste knelpunten binnen het crisisdomein. De centrale opgave is het realiseren van integrale crisiszorg, zodat ook zeer complexe crisissituaties tijdig en op passende wijze binnen de regio kunnen worden opgevangen. Ter ondersteuning van deze doelstelling is gestart met het opstellen van een samenwerkingsovereenkomst. Deze overeenkomst zal de gezamenlijke uitgangspunten en concrete afspraken bevatten die nodig zijn om de ambities in de inkoopstrategie te realiseren.

Specialistische Jeugdhulp 2028 en verder De overeenkomst 10vdJ biedt vanaf 2028 de eerste verlengingsmogelijkheid. In 2025 zijn daarom de inhoudelijke ambities geïnventariseerd en geconstateerd. In 2026 wordt de vertaalslag gemaakt naar een bijpassend traject waarbij de verlengingsmogelijkheid wordt overwogen.

Jaarverslag ‘Jeugdregio Een 10 voor de Jeugd’ 2025 Datum: maart 2026

26

Contractmanagement Wat is contractmanagement? Contractmanagement heeft de rol om op een professionele manier, als een ‘spin-in-het-web’, de contractuele afspraken en processen te bewaken. Ons regionaal contractmanagement voegt waarde toe door samen met de jeugdhulpaanbieders en de (lokale) gemeenten kansen, bedreigingen, ontwikkelingen en trends te signaleren, oplossingen voor problemen of knelpunten te bedenken en prestaties te verbeteren. Dit met als doel maatschappelijke waarde toe te voegen zodat de jeugdige en zijn/haar gezin gepaste jeugdhulp ontvangt binnen een duurzaam zorglandschap en binnen de gemeentelijke budgetten. Vanaf 2022 wordt contractmanagement vanuit het regionale karakter van een 10vdJ uitgevoerd. Waar er vóór 2022 overwegend reactief werd geacteerd, was één van de doelstellingen van contractmanagement om overwegend proactief in te zetten en deze werkwijze verder te verstevigen. Dit betekent o.a. dat met meer gecontracteerde zorgaanbieders een proactieve contractrelatie wordt opgebouwd. Hierbij investeren we blijvend in een duurzame, professionele en gelijkwaardige samenwerkingsrelatie met zorgaanbieders. Dit zorgt ervoor dat de lokale gemeenten passende zorg en kwalitatief goede ondersteuning kunnen bieden aan hun inwoners, waarbij zij grip hebben en houden op de kosten van deze zorg en ondersteuning.

Contractmanagement en contractbeheer dragen zorg dat aanbieders enkel kunnen toetreden tot de overeenkomst op het moment dat voldaan is aan alle gestelde geschiktheidseisen en sluit alle aanbieders op basis van de uitsluitingsgronden uit. Contractmanagement is een strategische functie en een belangrijk instrument om strategische doelstellingen te bereiken. Onze contractmanagers staan of handelen nooit op zichzelf maar komen tot recht in samenhang met andere experts. Effectief contractmanagement is binnen 10vdJ dan ook teamwork waarbij we tot een naadloze aansluiting en optimale samenwerking tussen contractmanagementbeheer, contractbeheer, beleid, kwaliteit, toegang, monitoring & financiën en toezicht borgen. Wat heeft contractmanagement het afgelopen jaar gedaan? Contractmanagent 10vdJ is sinds de ingangsdatum van de overeenkomst in januari 2022 gestart, heeft het 4e operationele jaar erop zitten en een contractwaarde van ruim 103 miljoen. Contractmanagement heeft dit jaar extra kracht bij kunnen zetten door de inmiddels stevige samenwerking met accounthouders van de verschillende segmenten, de programmamanager, beleidsmedewerkers, kwaliteitsmedewerkers, toegang, monitoring en financiën, administraties, toezicht en contractbeheer.

Gezien het belang om processen, werkinstructies en werkafspraken te structureren en op een centrale manier te borgen heeft contractmanagement een handboek ontwikkelt, ook dit jaar zijn processen weer verder uitgewerkt en geborgd in dit handboek. Monitoring irt contractmanagement Contractmanagement monitort op verschillende manieren. Team contractmanagement maakt veelvuldig gebruik van de Regionale Monitor Een 10 voor de Jeugd. De gegevens uit deze monitor worden besproken tijdens contractmanagement gesprekken, op deze manier krijgt contractmanagement een goed beeld van de afname en uitnutting van verschillende producten, zijn trends zichtbaar en kan hierover het gesprek gevoerd worden met de jeugdhulpaanbieders.

Jaarverslag ‘Jeugdregio Een 10 voor de Jeugd’ 2025 Datum: maart 2026

27

Door deze data is contractsturing mogelijk. Daarnaast worden contractrisico's, de omzet en de productie in kaart gebracht waardoor breed bepaald kan worden welke gecontracteerde zorgaanbieders in aanmerking komen voor ‘proactief contractmanagement’. Het inzicht in de financiële situatie van aanbieders is gegroeid door het gebruik van het dashboard Ainsights. Met dit dashboard wordt gemonitord op rechtmatigheid en continuïteitrisico's van aanbieders. Daarbij ontstaat er een groeiend inzicht in beloningen, solvabiliteit en personele aangelegenheden van gecontracteerde zorgaanbieders. Leveranciersmanagement, proactief contractmanagement en reactief contractmanagement Afgelopen jaar zijn er met 54 zorgaanbieders proactieve contractmanagement gesprekken gevoerd. Van deze 54 zorgaanbieders zijn er 10 aanbieders waarop ‘intensief leveranciers management’ wordt toegepast. Deze 10 zorgaanbieders zijn de strategische partners waarbij de contractmanager, in combinatie met de accounthouder van segment 1, een aantal keer per jaar contractmanagement gesprekken voeren. De frequentie hiervan is 3 tot 4 maal per jaar. Gezien ontwikkelingen bij een aantal van deze segment 1 aanbieders is de frequentie hoger.

Bij de overige 44 zorgaanbieders wordt proactief contractmanagement gevoerd; dit houdt in dat, zo nodig in combinatie met de desbetreffende segmenthouder, er contractmanagement gesprekken worden ingepland. De frequentie van deze gesprekken zijn afhankelijk van de situatie, meestal is dit 2 maal per jaar, als de situatie het toelaat dan wordt het tot 1 gesprek beperkt, zo nodig vinden er 3 gesprekken per jaar plaats. Tijdens deze gesprekken wordt er, vaak op locatie van de zorgaanbieder, gesproken over de geleverde productie, financiën, jaarrekeningen, de samenwerking met de verschillende toegangsteams of wettelijk verwijzers, de ambities en doelen, en wordt er gemonitord op concrete acties die volgen vanuit deze gesprekken. Er is een forse toename zichtbaar van een veranderd zorglandschap, faillissementen, aanbieders die de regio verlaten of in financieel zwaar weer verkeren. Naast de proactieve contractmanagement gesprekken spreekt het team contractmanagement gecontracteerde zorgaanbieders op basis van reactief contractmanagement, waarbij aanbieders van reactief contractmanagement naar proactief contractmanagement kunnen gaan. Bij ad hoc situaties, zoals faillissement volgen er acties vanuit contractmanagement.

Signaleringsproces contractmangement Van het signaleringsproces wordt inmiddels goed gebruik gemaakt, waarbij er steeds meer meldingen vanuit de deelnemende gemeenten contractmanagement (en toezicht) bereiken. Dit heeft geleid tot 94 signalen die over de 11 gemeenten zijn gemeld en waarop is geacteerd. In 2024 waren dit nog 61 signalen. Contractmanagement ziet een significante toename van signalen, waardoor nog beter regionaal gemonitord kan worden op kwaliteit en onrechtmatigheid. Afgelopen jaar is ingezet om een nadere aansluiting met ‘toezicht’ te bewerkstelligen. Het resultaat daarvan is dat er korte lijnen zijn en er snel geschakeld kan worden tussen toezicht en contractmanagement. Er is een nieuwe toezichthouder aangesteld, wat vraagt om intensievere afstemming en nieuwe kansen met zich mee brengt.

Jaarverslag ‘Jeugdregio Een 10 voor de Jeugd’ 2025 Datum: maart 2026

28

Contractstandaarden Jeugd De algemene ledenvergadering van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) heeft de contractstandaarden vastgesteld. Gemeenten hebben op deze manier zichzelf via zelfbinding verplicht deze te hanteren. Dit is bedoeld om het inkoopproces efficiënter, transparanter en eenvoudiger te maken voor zowel gemeenten als zorgaanbieders. Conform dit besluit is de 10vdJ de nieuwe contractstandaarden per 1 januari 2026 gaan hanteren. Samen met een jurist heeft contractmanagement de omklap richting de contractstandaarden gerealiseerd waarin zo weinig mogelijke inhoudelijke wijzigingen zijn gedaan. Overig Contractbeheer vervult een belangrijke functie tijdens het inschrijfproces van nieuwe zorgaanbieders en/ of nieuwe producten bij bestaande zorgaanbieders. Daarbij vervullen zij een cruciale rol in de productieverantwoording. In 2025 zijn er 10 nieuwe zorgaanbieders die de inschrijving volledig doorlopen hebben en zijn toegetreden tot ons gecontracteerde zorgaanbod; daarbij zijn er bij 19 gecontracteerde zorgaanbieders nieuwe producten beoordeeld en/of toegevoegd. Er zijn 13 aanbieders waarvan de overeenkomst, al dan niet door faillissement, is opgezegd.

Doorkijk richting 2026 Komend jaar zal in het teken staan van het versterken van de core business van contractmanagement en de overeenkomsten ZiO (Zorg in Onderwijstijd) en Crisis zullen van start gaan waarbij contractmanagement een bijdrage zal leveren.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16911070/1