2025-40 RIB Een 10 voor de jeugd - Bijlage Jaarverslag 2024
Tekst van het document
JAARVERSLAG EEN 10 VOOR DE JEUGD 2024 Samen maken wij het verschil voor jeugdigen en gezinnen zodat ze mee kunnen blijven doen in de maatschappij
1
2
Inhoudsopgave Voorwoord ................................................................................... 3 Bestuurlijke samenvatting ................................................................. 4 Inleiding ...................................................................................... 8 1.
Zo thuis en nabij mogelijk ......................................................... 10 A.
Voorkomen en verminderen van uithuisplaatsingen door: .............................. 11
B.
Al het verblijf is, waar passend, kleinschalig ............................................. 14
C.
Efficiënter en effectiever omgaan met schaarste ........................................ 15
2.
Tijdige, passende en betaalbare zorg ............................................ 17 A.
Integraal zorgaanbod ......................................................................... 18
B.
Zicht op zorglandschap ....................................................................... 18
C.
Passende producten bij mogelijke ontwikkelingen....................................... 21
D.
Eigen regie, normaliseren en demedicaliseren ........................................... 23
3.
De lerende regio ..................................................................... 25 A.
Leer en verbetercyclus ....................................................................... 26
B.
Kennis en expertise ontwikkeling in de regio ............................................. 27
Verbinding met onderwijs ............................................................... 29 Processen .................................................................................. 30 Contractmanagement............................................................................... 30 Toezicht .............................................................................................. 31 Werkgroep PDC ...................................................................................... 32 Jongerenparticipatie................................................................................ 33 Monitoring en financiën ............................................................................ 34 Administratie ........................................................................................ 34 Bijlage 1. Monitoring Jeugdhulp een 10 vd Jeugd .................................... 35 Bijlage 2 – Jaarverslag Toezicht ........................................................ 39
Programmaplan ‘Een 10 voor de Jeugd’ 2024 - 2028 Datum: juni 2024
3
Samen maken wij het verschil voor jeugdigen en gezinnen zodat ze mee kunnen blijven doen in de maatschappij Het traject van opgroeien en opvoeden gaat met ups en downs. Elke nieuwe ontwikkelingsfase brengt voor zowel kinderen als ouders nieuwe uitdagingen met zich mee. Soms verloopt dit proces vanzelf en harmonieus, op andere momenten is het lastiger en vraagt het om extra inspanning. Ieder kind verdient het om zo zorgeloos mogelijk op te groeien. Maar soms is er extra ondersteuning nodig, in de vorm van advies, begeleiding, hulp of opvang, om het kind en het gezin verder te helpen. Ons belangrijkste doel is altijd: jeugdigen en gezinnen ondersteunen zodat ze weer zelfstandig verder kunnen en voorwaardig kunnen deelnemen aan de samenleving. De kern van ons werk is samenwerken aan een kansrijke en duurzame toekomst voor jeugdigen en gezinnen. Een zorgvuldige inkoop van jeugdhulp en een goed georganiseerde uitvoering spelen daarin een cruciale rol.
Voorwoord In dit jaarverslag blikken we terug op alle activiteiten van Een 10 voor de Jeugd in 2024. Hoewel we hadden gehoopt op een beknopt document, hebben we gekozen voor een vollediger overzicht. Dit verslag laat zien hoe intensief er is gewerkt aan goede jeugdzorg, en hoeveel onderdelen van de Hervormingsagenda al zijn opgepakt. Als relatief kleine organisatie, gevormd door betrokken professionals uit 11 gemeenten , zijn we trots op wat we samen hebben bereikt. Met datzelfde enthousiasme en toewijding kijken we uit naar de komende jaren, waarin we samen het verschil blijven maken.
Programmaplan ‘Een 10 voor de Jeugd’ 2024 - 2028 Datum: juni 2024
4
Bestuurlijke samenvatting Een 10 voor de Jeugd is de regionale inkooporganisatie voor specialistische jeugdhulp. Samen met de elf deelnemende gemeenten worden afspraken gemaakt en overeenkomsten gesloten met jeugdhulp aanbieders. De daadwerkelijke inzet van jeugdhulp en het afgeven van beschikkingen gebeurt door de gemeenten zelf of via hun lokale toegangsteams. Het jaarverslag van Een 10 voor de Jeugd richt zich op de regionale samenwerking rondom de inkoop van specialistische jeugdhulp. Lokale acties of besluiten over de inzet van jeugdhulp zijn daarom niet in dit jaarverslag opgenomen. In 2024 is er aanzienlijke vooruitgang geboekt in de uitvoering van de Hervormingsagenda Jeugdhulp en de acties uit het meerjarig programmaplan. De nadruk lag op het verminderen van uithuisplaatsingen, het bevorderen van kleinschalige en gezinsgerichte zorg, en het doelmatiger of efficiënter inzetten van beschikbare middelen. Voor 2025 zetten we deze lijn voort. De focus ligt op het verder uitrollen van prioritaire acties uit de Hervormingsagenda en het opschalen van bewezen effectieve pilots. Behaalde resultaten In 2024 hebben wij (samengevat) de volgende resultaten behaald. Deze zijn per opgave en proces weergegeven. Behaalde resultaten per opgave Opgave 1: Zo thuis en nabij mogelijk Wij willen dat elk kind zo thuis en nabij mogelijk zorg kan ontvangen.
Hiervoor moeten verwijzers en specialistische jeugdhulp ingericht en toegerust zijn om dit te realiseren. Dit is ook een opgave in de Hervormingsagenda (HA): Terugdringen residentiele jeugdhulp: zo thuis mogelijk. Waar de prioriteit in de HA vooralsnog ligt op het sluiten van gesloten jeugdhulp, wordt deze opgave in Een 10 voor de Jeugd ook breder uitgewerkt. •
Vermindering uithuisplaatsingen: Vanaf januari 2024 is er een dalende trendlijn zichtbaar in het aantal uithuisplaatsingen. Het absolute aantal jeugdigen in verblijf is echter nog iets hoger dan in 2023 (529 versus 524).
•
Ambulante alternatieven: Onze regio heeft een aantal verblijfsvoorkomende en verkortende producten ingekocht, zoals MST, MDFT, IGT en IAG, met als doel intramurale opname te voorkomen of de behandelduur te verkorten.
•
Kleinschalige verblijfsvoorzieningen: De pilot kleinschalig verblijf, gestart in samenwerking met Combinatie Jeugdzorg, heeft positieve resultaten opgeleverd. Acht van de elf gemeenten hebben ingestemd met uitbreiding van de pilot naar aanbieder Koraal.
•
Gedeelde Verklarende Analyse (GVA): In 2024 zijn 40 medewerkers van lokale toegangen geschoold in het uitvoeren van de GVA. Voor 2025 staat de scholing van nog eens 30 medewerkers gepland.
Programmaplan ‘Een 10 voor de Jeugd’ 2024 - 2028 Datum: juni 2024
5 •
Ervaringsdeskundigheid: De samenwerking met Fontys Hogeschool heeft geleid tot vier thema's die in 2025 verder worden onderzocht en opgepakt, waaronder de inzet van ervaringsdeskundigen bij kleinschalige verblijfsvoorzieningen.
•
Regionaal plan 'Terug naar (een t)huis': Dit plan is uitgewerkt en intern draagvlak is gecreëerd. De implementatie van dit plan staat centraal in 2025.
Opgave 2: Tijdige, passende en betaalbare zorg Waar één gezin – één plan – één regisseur een van de doelen van de decentralisatie is, willen wij dit doortrekken naar de specialistische jeugdhulp. Geen ‘geshop’ met gezinnen bij aanbieders maar direct, passende zorg. Ook betaalbaarheid is hierbij een groot aandachtspunt voor zowel aanbieders als gemeenten waar de stijgende kosten en onvoldoende tegemoetkomende baten een probleem vormen. In essentie betekent dit dat zorg wordt geleverd wanneer het nodig is, op de manier waarop het nodig is, binnen de beschikbare budgetten. •
Integraal zorgaanbod: Het Regionaal Matchingsteam (RMT) heeft een ontwikkeltraject doorlopen waarbij aandacht is besteed aan doelen, ambities, samenwerking, werkprocessen en randvoorwaarden.
•
Wachttijden bij beschikbaarheidswijzer: Er is actieve communicatie naar aanbieders om wachttijden up-to-date te houden. Het doel is om in 2028 een nauwkeurigheid van 90% in de wachttijden te realiseren.
•
Uitvraag en inzicht ontbrekend zorgaanbod: Twee keer per jaar wordt er een uitvraag gedaan naar het ontbrekend zorglandschap bij de 11 toegangen. Thema's zoals hoogbegaafdheid, echtscheiding, gezinshuizen, moeder-kindhuizen, genderzorg en orthopsychiatrie worden gemist.
•
Maatwerk niet-gecontracteerde zorg: Er is een handreiking en uniform format voor maatwerkovereenkomsten niet-gecontracteerde zorg opgesteld en gedeeld met de 11 gemeenten. Vanaf 2025 wordt bovendien ook gewerkt met uniforme maatwerkcodes om meer inzicht te genereren.
•
Specialistische Naschoolse Opvang (SNO): De nieuwe SNO-producten worden definitief ingevoerd in oktober 2025. De communicatie richting toegangen en ouders speelt hierbij een centrale rol. Meer informatie vindt u in de raadsinformatiebrief (RIB) over SNO.
Opgave 3: De lerende regio Gezien de landelijke en lokale ontwikkelingen is het belangrijk om als regio van elkaar te leren. De regionale organisatie ‘Een 10 voor de Jeugd’ kan hierin een belangrijke taak vervullen zodat we de grote opgaven waar we voor staan de komende jaren samen kunnen oppakken. Op deze manier kunnen we voordeel behalen van de schaalgrootte waar dit toegevoegde waarde heeft, of kunnen we leren van onze buurgemeenten waar we lokaal willen acteren. •
Monitoring van resultaten: Er zijn sessies georganiseerd met de sub regio’s en Gecertificeerde Instellingen om samen de data te duiden en gerichte acties te formuleren. Dit gebeurt themagewijs en heeft geleid tot aanvullende maatregelen vanuit Een 10 voor de
Programmaplan ‘Een 10 voor de Jeugd’ 2024 - 2028 Datum: juni 2024
6
Jeugd, waaronder extra ondersteuning aan de lokale toegangen. Denk daarbij aan de ontwikkeling van een handreiking en een format voor de inzet van maatwerk. •
Doorontwikkelen werkwijzen toegangen: De toegangen worden ondersteund bij de aanpak van uithuisplaatsingen met instrumenten zoals de Gedeelde Verklarende Analyse (GVA) en JIM (Jouw Ingebrachte Mentor).
•
Wettelijke verwijzers betrekken: Er zijn inhoudelijke gesprekken gevoerd met Gecertificeerde Instellingen over samenwerking, vermindering van maatwerkvoorzieningen en terugdringen van uithuisplaatsingen. Er wordt onderzocht of samenwerking met 'Zorgdomein' kan bijdragen aan het versterken van de samenwerking met medische verwijzers.
Processen Binnen het opgavegericht werken zijn er ook processen te benoemen, die randvoorwaardelijk zijn aan het behalen van de doelen gesteld in het opgavegericht werken. Hieronder staat een beschrijving van deze processen. Contractmanagement •
Proactief contractmanagement: Er zijn gesprekken gevoerd met 42 zorgaanbieders, waarvan 10 onder intensief leveranciersmanagement vallen. Er wordt gemonitord op productie, financiën en samenwerking.
•
Toezicht en signaleringsproces: Er zijn 61 signalen ontvangen en hierop is geacteerd. Er zijn korte lijnen tussen toezicht en contractmanagement.
•
Advies verordeningen: Er is een advies opgesteld voor verordeningen, zodat deze in lijn zijn met de ingekochte producten en de geldende overeenkomst.
Toezicht •
Preventief onderzoek: Er is advies gegeven en preventief onderzoek uitgevoerd om onrechtmatigheden en zorg van onvoldoende kwaliteit te voorkomen.
•
Signalenlijst toezicht: Er staan 63 signalen op de signalenlijst, waarvan 11 zijn afgehandeld, 2 aanbieders onder verhoogd toezicht staan, 3 signalen in onderzoek zijn, 11 signalen bij een andere partij in onderzoek zijn en 17 signalen op de werkvoorraad staan.
Werkgroep PDC •
Productendienstencatalogus: Er is een productkaart voor FACT ontwikkeld en er zijn tekstuele wijzigingen doorgevoerd. Er wordt regelmatig een uitvraag gedaan naar ontbrekend zorglandschap.
Jongerenparticipatie •
Speak & Eat-sessies: Er zijn drie sessies georganiseerd met de Adviesvangers over thema's zoals onderwijs, discriminatie, sociaal netwerk en verblijf op de groep.
Programmaplan ‘Een 10 voor de Jeugd’ 2024 - 2028 Datum: juni 2024
7
Monitoring en financiën •
Kostprijsopbouw en indexeringen: Er is een financiële beoordeling van aanbieders bij toetreding en in het kader van contractmanagement uitgevoerd.
Administratie •
Gezamenlijke maatwerkcodesystematiek: Er wordt gebruik gemaakt van gestandaardiseerde maatwerkcodes voor niet-gecontracteerd hulpaanbod.
Concluderend In 2024 hebben wij stevige stappen gezet in de uitvoering van de Hervormingsagenda Jeugdhulp. In 2025 bouwen we daarop voort met de implementatie van prioritaire acties. Daarbij richten we ons op het terugdringen van uithuisplaatsingen en gesloten plaatsingen, het beheersen van de uitgaven, het versterken van normaliseren binnen de jeugdhulp en een nauwere samenwerking met ervaringsdeskundigen. Met deze aanpak werken we toe naar een toekomst waarin jeugdigen en gezinnen in onze regio duurzaam en vol vertrouwen kunnen groeien en bloeien.
Programmaplan ‘Een 10 voor de Jeugd’ 2024 - 2028 Datum: juni 2024
8
Inleiding In het programmaplan werken we aan 3 opgaven. Bij deze opgaven zijn enkele ambities geconcretiseerd. In dit jaarverslag rapporteren wij op deze kritische prestatie indicatoren middels een data-analyse, en rapporteren wij inhoudelijk op de verschillende gestelde doelen. Het programmaplan is halverwege 2024 vastgesteld waardoor de resultaten ook een beeld geven van een half jaar (terwijl ambities vaak een doelstelling voor een jaar kennen). Onder het Meerjarenprogramma plan ligt een actielijst. Deze is geprioriteerd op basis van lopende afspraken met externen en acties die kosten besparen voor gemeenten gezien de financiële situatie van meeste van de 11 gemeenten. Prioriteit 1 wordt direct opgepakt, prioriteit 2 in overleg met het team en prioriteit 3 alleen indien we signalen van aanbieders of gemeenten krijgen dat er noodzaak is om direct op te pakken. Echter gezien het programmaplan gedurende de tweede helft van het jaar is ingegaan is de prioritering beïnvloed door lopende afspraken en verplichtingen. In 2025 wordt stevig ingestoken op de acties met prioriteit 1 (kosten besparend of acuut noodzakelijk vanuit gemeenten of aanbieders). Daarnaast worden er in 2025 ook nieuwe acties toegevoegd om de ambities en doelen onder de opgaven nog beter te kunnen realiseren.
Er is sprake van een leer- en ontwikkelcyclus waarbij we ‘al werkende’ steeds meer in staat zijn om te focussen op de opgaven. Hierbij kan gedacht worden aan: -
-
-
Wachtlijstmanagement: welke wachtlijsten zijn problematisch, welke minder, etc; Het in kaart brengen van het verblijfslandschap: er is druk op verblijfsvoorzieningen, maar met onze ambitie om minder uit huis te plaatsen willen we goed zicht hebben op zowel de kwaliteit en kwantiteit van het verblijfslandschap om naar een meer duurzaam landschap, passend bij de ambities, te kunnen streven; We werken samen in een bovenregionaal plan aan de af- en ombouw van Jeugdzorg Plus, maar koppelen hieraan ook onze eigen regionale ambities om jeugdigen waar mogelijk nu al te laten uitstromen; Het ontwikkelen van producten die beter passen bij deze ambities: als we jeugdigen niet meer uit huis willen plaatsen, moet er voldoende en passend ambulant aanbod zijn; Het steeds meer gezinsgericht werken, waarbij er niet alleen zorg voor de jeugdige is maar voor het hele gezin.
Van de acties prioriteit 1 is 38% voltooid. 30% is 50%> afgerond, 26% is <50% afgerond en 4% is nog niet gestart. Hieronder is dit schematisch weergegeven.
Prioriteit 1 Prioriteit 2 Prioriteit 3
Aantal acties 26 22 11
Voltooid 10 3 3
50% of meer gereed 8 9 2
<50% gereed 7 3 3
Nog niet gestart 1 7 3
Op prioriteit 1 is te zien dat bijna driekwart van de acties voltooid of bijna voltooid is (zie ook de afbeelding hieronder).
Programmaplan ‘Een 10 voor de Jeugd’ 2024 - 2028 Datum: juni 2024
9
Prioriteit 1 Voltooid
50% of meer gereed
<50% gereed
Nog niet gestart
Afbeelding 1: grafiek van acties prioriteit 1 In de komende hoofdstukken wordt gerapporteerd op de verschillende opgaves
Programmaplan ‘Een 10 voor de Jeugd’ 2024 - 2028 Datum: juni 2024
10
1. Zo thuis en nabij mogelijk Wij willen dat elk kind zo thuis en nabij mogelijk zorg kan ontvangen. Hiervoor moeten verwijzers en specialistische jeugdhulp ingericht en toegerust zijn om dit te realiseren. Dit is ook een opgave in de Hervormingsagenda (HA): Terugdringen residentiele jeugdhulp: zo thuis mogelijk. Waar de prioriteit in de HA vooralsnog ligt op het sluiten van gesloten jeugdhulp, wordt deze opgave in Een 10 voor de Jeugd ook breder uitgewerkt.
Onze ambitie is dat in 2028: a. Er een 20% vermindering is te zien in uithuisplaatsingen b. 95% van de verblijfsplekken kleinschalig zijn ingericht c. 90% van de jeugdigen met een verblijfsindicatie onderwijs volgt d. 60% van de jeugdigen in verblijf, thuis en nabij in verblijf zijn, maximaal 15 kilometer van hun woonplaats. e. Bij 100% van de uithuisplaatsingen voorafgaand een Verklarende Analyse is uitgevoerd; indien dit niet het geval is dan is een motivatie hiervoor aanwezig. 1
1
Voor de laatste drie punten kan nog geen 0-meting worden gedaan. De ambitie is om dit in te richten en
zodra beschikbaar deze ook te verwerken in de verantwoordingen en 0-metingen.
Programmaplan ‘Een 10 voor de Jeugd’ 2024 - 2028 Datum: juni 2024
11
Ad a. Het aantal uithuisplaatsingen is in 2023 toegenomen. In 2024 is vanaf januari sprake van een dalende trendlijn (zie volgende pagina). Het absolute aantal jeugdigen dat in 2024 op enig moment in verblijf is geweest is in 2024 echter nog iets hoger dan in 2023 (529 versus 524 (+1%). De overige factoren kunnen we (nog) niet meten. Trendlijn: aantal uit huis geplaatste jeugdigen 2023-2024 (totaal van: gesloten jeugdzorg, verblijf S1, wonen S2, verblijf maatwerk, LTA-verblijf voor zover bekend)
A. Voorkomen en verminderen van uithuisplaatsingen door: Ambulante alternatieven Onze regio koopt een aantal alternatieven (verblijfsvoorkomende en –verkortende producten) in voor verblijfsproducten uit segment 1. Alle segment 1 aanbieders zetten in op verblijfsvoorkomende en –verkortende producten zoals MST, MDFT, IGT, IAG etc. Hiermee wordt geprobeerd om de intramurale opname te voorkomen of de behandelduur te verkorten. Veelal gaat het hierbij om bewezen effectieve instrumenten. Dat betekent dat we een toename van de inzet van deze producten willen zien en daaraan verbonden een afname van het verblijfsproduct uit segment 1. Op dit moment kunnen we onvoldoende conclusies uit de cijfers trekken. Hier zal dan ook nadrukkelijk naar gekeken worden. Ook zal dit besproken worden met de lokale gebiedsteams. Trendlijn: inzet van verblijfsvoorkomende/verkortende voorzieningen (2023-2024)
Programmaplan ‘Een 10 voor de Jeugd’ 2024 - 2028 Datum: juni 2024
12
De verblijfsvoorkomende inzet door strategisch partner “de Viersprong” is naar landelijk gecontracteerd aanbod gegaan op een algemene behandelcode, maar wordt nog steeds ingezet. Deze inzet kunnen we niet meer herkennen in de data. Dit verklaart grotendeels de daling van de trendlijn. Betere triage (gedeelde verklarende analyse) De Hervormingsagenda benadrukt dat een gedeelde verklarende analyse (GVA) voorwaarde is om een goede inschatting te maken van passende zorg, dit is vooral van toepassing voor de meest complexe casuïstiek (waar vaak ook een uithuisplaatsing aan de orde is of dreigt), omdat hier regelmatig wordt gereageerd op de laatste escalatie en een uithuisplaatsing dan nog het enige middel blijkt. In de praktijk moet de GVA een nieuwe blik geven op de aan de complexiteit ten grondslag liggende problematiek waarbij samen met het gezin naar onder andere kansen wordt gekeken. Dit maakt wel dat medewerkers bekwaam moeten zijn in het uitvoeren van deze analyse. Resultaat: -
In 2024 zijn 40 mensen van lokale toegangen geschoold in het uitvoeren van de GVA. Er is een concreet werkproces opgesteld om deze medewerkers te ondersteunen in de uitvoering en de GVA daarmee ook te kunnen implementeren; Er is een eenvoudige monitor opgesteld om de voortgang van de implementatie van de GVA te kunnen bewaken.
Vooruitblik 2025: -
In 2025 zullen nog eens 30 lokale toegangsmedewerkers worden geschoold.
Verkenning met ervaringsdeskundigen inzet In 2024 hebben we als regio contact gelegd met Fontys Hogeschool om te onderzoeken of we kunnen samenwerken op het thema ervaringsdeskundigheid. De positieve effecten van ervaringsdeskundigheid zijn al bewezen in verschillende aanpakken, en we willen graag onderzoeken hoe we binnen de regio 10vdJ hier meer mee kunnen werken. Samen met Fontys hebben we eind 2024 vier thema’s vastgesteld die we in 2025 verder willen onderzoeken en oppakken: 1. Ervaringsdeskundigen koppelen aan de pilot kleinschalige verblijfsvoorzieningen: Binnen 10vdJ zijn we gestart met een pilot kleinschalige verblijfsvoorzieningen. We onderzoeken samen met Fontys of we ervaringsdeskundigen kunnen koppelen aan deze kleinschalige groepen en monitoren of dit een positief effect heeft. 2. Training 'Ik deel mijn ervaring' uitbreiden: Fontys biedt een training aan, speciaal gericht op de LVB-doelgroep. Fontys wil deze training ook uitbreiden voor andere doelgroepen. Vanuit 10vdJ is het idee gekomen om een soortgelijke training te ontwikkelen voor jongeren uit de jeugdhulp. Wij denken graag mee over wat belangrijk is om hierin mee te nemen. 3. Structureel in gesprek met jongeren in gezinshuizen: Vanuit de regio 10vdJ willen we graag structureel in gesprek met jongeren in gezinshuizen. Fontys denkt mee over mogelijke vormen.
Programmaplan ‘Een 10 voor de Jeugd’ 2024 - 2028 Datum: juni 2024
13 4.
Ervaringsdeskundigen inzetten bij de toegangen: We onderzoeken of we ervaringsdeskundigen kunnen inzetten bij de toegangen.
Verbinding met bovenregionaal plan Jeugdzorg plus
In 2024 hebben we dit onderwerp langs 2 sporen opgepakt: 1. Bovenregionaal plan In 2024 hebben we als regio een belangrijke stap gezet in de transformatie van JeugdzorgPlus. Het concept van het Bovenregionaal Plan Transformatie JeugdzorgPlus is afgerond en er is verbinding gemaakt met de plannen bij 10vdJ. Dit plan is essentieel voor de afbouw van JeugdzorgPlus tegen 2030, zoals landelijk is afgesproken. JeugdzorgPlus betreft gesloten jeugdzorg, ingekocht en aangestuurd op landsdeel Zuidoost, waar 74 gemeenten samenwerken binnen 7 regio’s. Voor de transformatie is een SPUK-frictiekosten JeugdzorgPlus beschikbaar gesteld van €182 miljoen (2024-2028), waarvan €14,5 miljoen voor landsdeel Zuidoost. Samenwerking is essentieel om schaarse voorzieningen te behouden en alternatieven te ontwikkelen. In het bovenregionaal plan zijn de landelijke ambities voor JeugdzorgPlus vertaald naar concrete doelstellingen, namelijk: • • • • • •
Zo snel als kan, zo dicht mogelijk bij 0 gesloten plaatsingen in 2030 Nieuwe zorgvormen met expertise uit bestaande en nieuwe partijen Nabijheid van zorg Transformatie samen met jongeren, ouders, ervaringsdeskundigen en professionals Gezamenlijke cultuurverandering Inclusieve samenleving en samen dragen/accepteren van risico’s
Onze toekomstvisie richt zich op het versterken van netwerken rondom jongeren, zodat zij thuis kunnen blijven wonen of in alternatieve woonvoorzieningen zoals pleeggezinnen of gezinshuizen. Voor jongeren die langdurige of herhaalde zorg nodig hebben, ontwikkelen we zorgonderwijsknooppunten waar gespecialiseerde behandeling en tijdelijke verblijfsvoorzieningen op maat worden aangeboden. De af- en ombouw van gesloten jeugdzorg kan alleen gerealiseerd worden door goede bovenregionale samenwerking. Dit vereist een goed georganiseerd en toereikend regionaal zorglandschap. Regio’s en gemeenten spelen een cruciale rol in de verbetering van instroom, plaatsing en uitstroom. Als regio zullen we een plan van aanpak maken dat beschrijft welke plannen we hebben met JeugdzorgPlus in de regio, tegen welke landelijke en regionale ontwikkelingen we dat doen en hoe we dat willen doen. Dit is een belangrijke stap om de transformatie van JeugdzorgPlus succesvol te realiseren.
Programmaplan ‘Een 10 voor de Jeugd’ 2024 - 2028 Datum: juni 2024
14
2. Een regionaal plan Terug naar (een t)huis Hierin spreken we onze ambitie uit; ‘eerst naar mogelijkheden thuis, dan pas kijken naar zo thuis mogelijk'. Dit plan biedt een praktische aanpak waarin 2 doelgroepen van jeugdigen uit de regio Een 10 voor de Jeugd, via een versterkt Regionaal Matchingsteam (RMT) worden opgepakt en waarin, mede op basis van een GVA wordt gezocht naar: -
Uitstroom uit Jeugdzorg Plus (doelgroep 1) Het bouwen van passend aanbod / een passende plek, liefst thuis voor jeugdigen die nu ‘uitbehandeld’ zijn in segment 1 (traject is afgerond), maar de rugzak te zwaar is voor een aanbieder in segment 2, zoals pleegzorg of gezinshuis (doelgroep 2)
Resultaat: Het plan van aanpak ‘Terug naar (een t)huis’ is uitgewerkt en draagvlak intern bij 10vdJ gecreëerd. Vooruitblik 2025: De implementatie van het plan staat centraal, waarbij voor de jeugdigen die het betreft actief gezocht wordt naar een alternatief voor JeugdzorgPlus.
B. Al het verblijf is, waar passend, kleinschalig Werken naar kleinschalige en gezinsgerichte behandel - en/of verblijfsvoorzieningen. Op 1 april 2023 is de start gemaakt met een pilot kleinschalig verblijf. De eerste pilot zijn we gestart in samenwerking met Combinatie Jeugdzorg en de inkoopregio Samen voor Jeugd. Het verblijf wordt in behandelgroepen van maximaal 6 jeugdigen georganiseerd, in plaats van de tot nu gebruikelijke maximaal 8 tot 10 jeugdigen. Jeugdigen die door hun eigen problemen of problemen in het gezin (tijdelijk) niet thuis, in een pleeggezin of gezinshuis kunnen wonen en behandeling nodig hebben, krijgen een veilige, gezinsgerichte plek met persoonlijke aandacht en een aanpak op maat. Het doel van de pilot is het opdoen van ervaringen met kleinschalig verblijf om dit uiteindelijk als een product in de PDC (producten diensten catalogus) van beide inkoopregio’s op te nemen. De ontwikkeling van KPI’s (kritieke prestatie indicatoren) is daarom ook een opdracht in de pilot. Zo kunnen we deze transformatieopgave goed monitoren en bijsturen op basis van inhoud én met oog voor de betaalbaarheid van de jeugdhulp. In de eerste helft van 2024 zijn gesprekken gevoerd met andere jeugdhulpaanbieders om de mogelijkheden voor uitbreiding van de pilot te onderzoeken. Ook is op basis van de uitgewerkte KPI’s een eerste evaluatierapportage opgeleverd.
We zien dat kleinschalig verblijf inhoudelijk een goede zorgvorm blijkt te zijn, die zorgt voor meer tevredenheid en comfort bij het personeel. Na kleinschalig verblijf kunnen de jeugdigen en hun gezinnen duurzaam verder in een zo thuis als mogelijke setting. Daarnaast zien we een verbeterde triage aan de voorkant, waarbij alleen de jeugdigen die dat echt nodig hebben in kleinschalig verblijf Programmaplan ‘Een 10 voor de Jeugd’ 2024 - 2028 Datum: juni 2024
15
geplaatst worden. We zien ook dat de pilot een positief effect heeft op de samenwerking tussen de aanbieder (Combinatie Jeugdzorg) en de gemeenten, zowel met de toegangsteams, als met de inkooporganisaties. Op basis van deze bevindingen is aan de 11 gemeenten een voorstel gedaan om de pilot uit te breiden met andere aanbieders. Voor het inzetten van kleinschalig verblijf is een hoger tarief nodig. Dit staat op zeer gespannen voet met de nu al grote tekorten op de gemeentelijke budgetten voor de uitvoering van de jeugdwet. Echter, de (extra) kosten voor kleinschalige verblijfvoorzieningen lopen vooruit op de baten. De omvorming van de behandelgroepen naar kleinschaligheid, zorgt voor een beter resultaat van de behandeling waardoor jeugdigen sneller kunnen uitstromen. Dit is een breed gedeelde overtuiging en is inmiddels vanuit zowel wetenschappelijk onderzoek als praktijkervaringen te onderbouwen. Resultaat 2024:
Vanwege de financiële risico’s zijn gemeenten zeer terughoudend geweest in de besluitvorming over het voorstel. Beoogd werd om rond de zomer bij alle 11 gemeenten een besluit op te halen, maar dit heeft uiteindelijk een doorloop tot en met december gehad. Uitkomst is dat 8 van de 11 gemeenten ingestemd hebben met uitbreiding van de pilot met Koraal. De pilot met Combinatie Jeugdzorg is voor alle gemeenten in heel 2024 gecontinueerd. Vooruitblik 2025: In het tweede kwartaal 2025 volgt een tweede evaluatierapportage over de omvorming naar kleinschalig verblijf. Daarbij doen we een voorstel om het product kleinschalig verblijf en de monitoring op basis van de ontwikkelde KPI’s, op te nemen in de inkoopovereenkomsten en met de in segment 1 gecontracteerde aanbieders tot voorlopige inkoopafspraken te komen. Dit vraagt nog het nodige overleg en uitwerking tot eind 2025. Beoogd wordt om per 1 januari 2026 deze zorgvorm in de inkoop geborgd te hebben. Verblijf in de wijken realiseren Dit thema zien we als een volgende stap in de omvorming van de regionale residentiële verblijfvoorzieningen naar kleinschalig verblijf. In 2024 zijn hier dan ook geen andere inspanningen op geleverd, dan beschreven bij het toewerken naar kleinschalige en gezinsgerichte behandel- en/of verblijfsvoorzieningen.
De huidige inkoopovereenkomsten voor segment 1 en segment 2, waarin alle verblijfsvormen met uitzondering van JeugdzorgPlus ondergebracht zijn kennen een looptijd tot 2028. In 2025 gaan we de eerste stappen zetten in het ontwikkelen en uitwerken van nieuwe inkoopafspraken, waarvan we beogen om deze middels een nieuwe aanbesteding in 2027 in nieuwe inkoopovereenkomsten vanaf 2028 vast te kunnen leggen.
C. Efficiënter en effectiever omgaan met schaarste Doorstroming (zo snel als mogelijk naar huis) De ambitie is ‘Eerst thuis, dan pas zo thuis mogelijk’. Wat is er nodig om naar huis te kunnen of thuis te kunnen blijven? Dichtbij het gezin en op maat. Programmaplan ‘Een 10 voor de Jeugd’ 2024 - 2028 Datum: juni 2024
16
In 2024 hebben we aandacht besteed aan: -
Het opstellen van het plan Terug naar (een t)huis: we verwijzen hiervoor naar de korte beschrijving onder de opgave 'voorkomen en verminderen uithuisplaatsingen’; De voorbereiding op de invoering van de JIM (Jouw Ingebrachte Mentor). Een JIM is een steunfiguur die een jongere zelf kiest uit de eigen omgeving zoals een buurtgenoot, tante, sportcoach of opa. Een vertrouwenspersoon die de jongere inspireert, energie geeft, dingen leert en die indien nodig ook een keer de waarheid kan zeggen. Een JIM treedt als vertegenwoordiger op richting het gezin en professionals. Jongeren worden niet uit hun omgeving gehaald, maar het bieden en stimuleren van een stabielere groei is uitgangspunt. De hulpverleners wisselen, maar de JIM blijft. Om de werkwijze van de JIM te kunnen implementeren is in 2024 een plan van aanpak opgesteld, hebben zich een aantal pilotgemeenten in onze regio gemeld en zijn gesprekken gevoerd met de aanbieders die we willen enthousiasmeren mee te doen. We zetten de JIM in om uithuisplaatsingen te voorkomen, maar deze JIM kan natuurlijk (later) ook ingezet worden bij schaarste van andere vormen van gespecialiseerde jeugdhulp. De JIM staat ook als middel in de Hervormingsagenda benoemd.
Vooruitblik 2025: We starten met de pilot JIM en hopen aan het eind van het jaar ook al eerste resultaten te kunnen zien.
Programmaplan ‘Een 10 voor de Jeugd’ 2024 - 2028 Datum: juni 2024
17
2. Tijdige, passende en betaalbare zorg Waar één gezin – één plan – één regisseur een van de doelen van de decentralisatie is, willen wij dit doortrekken naar de specialistische jeugdhulp. Geen ‘geshop’ met gezinnen bij aanbieders maar direct, passende zorg. Ook betaalbaarheid is hierbij een groot aandachtspunt voor zowel aanbieders als gemeenten waar de stijgende kosten en onvoldoende tegemoetkomende baten een probleem vormen. In essentie betekent dit dat zorg wordt geleverd wanneer het nodig is, op de manier waarop het nodig is, binnen de beschikbare budgetten.
Onze ambitie is dat in 2028: - Er een daling is van 25% in maatwerkovereenkomsten ten opzichte van 2023 - 90% van casussen die bij het RMT komen hebben binnen 3 maanden passend aanbod - 80% van casussen die bij het RMT komen vinden aanbod bij de gecontracteerd aanbieders - 90% van aanbieders werkt de wachttijden van de beschikbaarheidswijzer maandelijks bij - Trajectduur inzichtelijk is en is afgenomen ten opzichte van het eerst mogelijke meetmoment - In het kader van normaliseren en reikwijdte is er inzichtelijk gemaakt of en welke jeugdhulp mogelijk niet meer specialistisch hoeft worden ingekocht.
Programmaplan ‘Een 10 voor de Jeugd’ 2024 - 2028 Datum: juni 2024
18
A. Integraal zorgaanbod Doorontwikkeling Regionaal Matchingsteam (RMT) Van november 2023 t/m december 2024 heeft het RMT een ontwikkeltraject doorlopen. Hierbij is aandacht geweest voor de doelen, ambities, samenwerking, werkprocessen en randvoorwaarden. Enkele concrete zaken die doorontwikkeld zijn: -
-
Aanwezigheid van ouders bij het RMT; Procesbegeleiding. Met de optie voor inzet van procesbegeleiding wil het RMT ervoor zorgen dat de gegeven adviezen ook daadwerkelijk gerealiseerd worden en de verwijzers hierin ondersteunen; Aandacht voor gegevensuitwisseling en privacy; Afspraken over een escalatieladder; RMT monitor; Handboek omtrent werkwijze RMT.
Ook in 2025 pakken we een aantal doorontwikkelingen op. Thema's die dan opgepakt zullen worden zijn: -
Het betrekken van jongeren bij het RMT; De aansluiting van de GGZ partijen; Evaluatiecyclus: binnen het RMT wordt via een vaste evaluatiecyclus geëvalueerd (cijfermatige analyse, interne en externe evaluaties); Doorontwikkeling van RMT naar RET (Regionaal Expert Team).
B. Zicht op zorglandschap Wachttijden bij beschikbaarheidswijzer Op de Beschikbaarheidswijzer zijn alle gecontracteerde zorgaanbieders vindbaar voor verwijzers. Zowel wettelijk verwijzers als toegangsmedewerkers kunnen gebruik maken van de Beschikbaarheidswijzer. Zorgaanbieders kunnen zelf hun wachttijden invullen en het hiermee up to date houden. Vier keer per jaar heeft Een 10 voor de Jeugd een reviewmeeting met de Beschikbaarheidswijzer om trends en ontwikkelingen door te spreken. Hierin wordt ook altijd gekeken of de wachttijden door aanbieders up to date worden gehouden. Er wordt contact opgenomen met Contractbeheer wanneer wordt gezien dat een aanbieder langere tijd zijn wachttijden niet heeft bijgewerkt. Contractbeheer neemt dan contact op met de aanbieder zodat hier actie op kan komen. In 2025 zal een nieuwe release van de Beschikbaarheidswijzer beschikbaar komen. Hierin zitten een aantal nieuwe faciliteiten zoals het slimmer zoeken en vanuit de verwijzer een aanbieder zelf op de hoogte brengen van een verkeerde wachttijd. Momenteel wordt gezien dat zo'n 75% van de aanbieders hun wachttijd gemiddeld korter dan een maand voor de peildatum heeft bijgewerkt. Hierin wordt gezien dat er dus 70% van de aanbieders regelmatig de wachttijden bijwerkt.
20% van de aanbieders werkt de wachttijden langer dan 30 dagen voor de peildatum bij en 5 procent heeft de wachttijd nog geheel niet bijgewerkt. Aanbieders die hun wachttijden niet tijdig bijwerken, worden in 2025 actief benaderd. Daarnaast wordt er in contractgesprekken aandacht besteed aan het juist invullen van de informatie op de Programmaplan ‘Een 10 voor de Jeugd’ 2024 - 2028 Datum: juni 2024
19
Beschikbaarheidswijzer. Een aanbieder is hierdoor beter vindbaar en ontvangt ook geen onnodige vragen over aanbod of wachttijd wanneer dit goed binnen de Beschikbaarheidswijzer geraadpleegd kan worden. Hiermee willen we het doel van 90% accurate wachttijd realiseren. Uitvraag en inzicht ontbrekend zorgaanbod Twee maal per jaar wordt er bij de 11 toegangen een uitvraag gedaan naar het ontbrekend zorglandschap. In de afgelopen twee jaar is er weinig nieuw ontbrekend zorgaanbod toegevoegd en zijn er ook geen nieuwe aanbieders voor dit aanbod gecontracteerd. Naast de uitvraag vanuit de leden van de PDC werkgroep is er in 2024 ook aandacht besteed aan het ontbrekend zorglandschap tijdens de subregiosessies2. Onderstaand aanbod wordt nog altijd gemist: -
Inzet op hoogbegaafdheid Inzet op echtscheiding Gezinshuizen Moeder-kindhuizen Inzet op genderzorg Inzet op ortho-psychiatrie
Maatwerk niet-gecontracteerde zorg: analyse en acties Er is een start gemaakt met het analyseren van de maatwerkovereenkomsten niet-gecontracteerde zorg. In het eerste half jaar van 2024 zijn ongeveer 300 maatwerkovereenkomsten gesloten ter waarde van circa € 3,8 miljoen. Het thema is besproken tijdens sessies per subregio met de gemeenten (zie ook voetnoot 2). Het is belangrijk om te weten wat redenen zijn om niet-gecontracteerd zorgaanbod in te zetten, zodat we tot meer of beter dekkend regionaal ingekocht zorgaanbod kunnen komen. Redenen kunnen bijvoorbeeld zijn dat een jeugdige buiten de regio geplaatst is in bijvoorbeeld een pleeggezin en aanvullende jeugdhulp (begeleiding of behandeling) nodig heeft. Op basis van het woonplaatsbeginsel kan een gemeente uit de regio Een 10 voor de jeugd voor deze jeugdige nog steeds een zorgplicht hebben, maar geen zorgaanbod in de regio gecontracteerd hebben waar deze jeugdige verblijft. Ook zien we soms dat er een niet-gecontracteerde zorgaanbieder ingezet wordt omdat de hulpvraag of de geboden zorgvorm heel specifiek van aard is en niet in de reguliere inkoopovereenkomsten opgenomen is. Daarnaast kunnen wachttijden bij gecontracteerde zorgaanbieders ook redenen zijn dat er naar niet-gecontracteerd zorgaanbod verwezen wordt.
Door een beter beeld te krijgen van de redenen waarom er niet-gecontracteerd zorgaanbod ingezet wordt, weten we welke aanpassingen er in de regionale inkoop, voor zover dat mogelijk is, doorgevoerd moeten worden. Het sluiten van maatwerkovereenkomsten niet-gecontracteerde zorg is geen taak van de inkoopregio en ligt bij de individuele gemeenten zelf. Er zijn echter wel risico’s verbonden aan het sluiten van maatwerkovereenkomsten niet-gecontracteerde zorg. Er is bijvoorbeeld niet altijd (actief) contractmanagement ingericht en er is vaak een minder zorgvuldig proces doorlopen voor de
2
Bijeenkomsten met de toegangen, beleidsmedewerkers, kwaliteit en betrokkenen op schaal van de ‘sub’ regio
(Helmond, Veldhoven, de 5 Peelgemeenten, de Dommelvallei+ gemeenten)
Programmaplan ‘Een 10 voor de Jeugd’ 2024 - 2028 Datum: juni 2024
20
kwaliteitstoets en/of de onderhandelingen op het tarief. Ook zien we dat iedere gemeente of subregio zo zijn eigen proces hiervoor ingericht heeft en een in meer of mindere mate zorgvuldig uitgewerkte overeenkomst hanteert. Resultaat 2024: -
-
Een 10 voor de Jeugd heeft daarom een handreiking opgesteld met richtlijnen voor het proces richting een maatwerkovereenkomst voor niet-gecontracteerde zorg én een (meer uniform) sjabloon voor de overeenkomst. Het is aan de 11 gemeenten om hier al dan niet gebruik van te maken. Daarnaast wordt met ingang van 2025 gewerkt met uniforme maatwerkcodes waardoor we niet-gecontracteerde inzet goed kunnen monitoren én inzichtelijk hebben wat de aard van deze niet-gecontracteerde inzet is.
Brede sociaal domein (verbinding IZA en toekomstscenario) -
Toekomstscenario
De twee kwartiermakers die in 2023 zijn gestart met het Toekomstscenario Jeugd- en Gezinsbescherming, hebben in 2024 de door de regio Zuidoost-Brabant geprioriteerde thema's verder uitgewerkt. Hun opdracht liep tot september 2024 en resulteerde in een rapport met concrete acties en aanbevelingen voor de volgende fase. Gedurende dit proces heeft de regio 10vdJ de ontwikkelingen nauwgezet gevolgd, zodat we konden zorgen voor een goede verbinding tussen de voortgang van het project en de regionale behoeften. Vanaf september 2024 ging de kwartiermakersfase over in de projectfase. Voor deze nieuwe fase is een programmamanager aangesteld, die samen met de regio Zuidoost-Brabant aan de slag gaat met de verdere uitwerking en implementatie van het Toekomstscenario. In de periode van februari t/m december 2025 gaat de regio gefaseerd aan de slag met geprioriteerde thema's in de vorm van projecten, bijvoorbeeld: bekendheid en omgang met de meldcode, samenwerking tussen betrokken instanties zowel in het veiligheids- als zorgdomein en het versterken van de lokale teams. Er wordt gebruikgemaakt van wat al goed werkt in de regio, met verbindingen naar onder andere het regionale expertteam Huiselijk Geweld en Kindermishandeling en de Hervormingsagenda Jeugd. Volwassen GGZ
De link met volwassen GGZ betreft 2 sporen: 1. Daar waar ouders GGZ problematiek hebben waardoor ook jeugdhulp-problematiek ontstaat (onveilige situatie, opvoedproblematiek etc.). Dit spoor betreft dus met name de integrale gezinsaanpak; 2. 18-/18+ problematiek. Op het moment dat jeugdigen 18 jaar worden valt de behandeling van GGZ problematiek niet meer onder de jeugdwet maar onder de zorgverzekeringswet. Het borgen van continuïteit van zorg en een warme overdracht (perspectiefplan) is essentieel. Binnen de volwassen GGZ bestaan forse wachtlijsten. Deze wachtlijsten kunnen een negatief effect hebben op jeugdhulp als daardoor een integrale gezinsaanpak wordt bemoeilijkt of niet mogelijk is (spoor 1) of als de overgang van jeugdwet naar volwassen GGZ niet mogelijk is. In die situaties moet verlengde jeugdwet ingezet worden om te zorgen dat de zorgcontinuïteit richting de jongvolwassene Programmaplan ‘Een 10 voor de Jeugd’ 2024 - 2028 Datum: juni 2024
21
niet geborgd kan worden. Met de zorgverzekeraars moet het gesprek gevoerd worden om te bespreken wat de effecten van wachtlijsten in de volwassen GGZ zijn op de samenleving, maar concreet ook op het gemeentelijke Sociaal Domein (Wmo en Jeugdwet). Gemeenten en zorgverzekeraars zijn gesprekspartners in het kader van IZA/GALA. Voor beide sporen is het noodzakelijk dat het lijntje vanuit de uitvoering jeugdwet (gemeentelijke toegang) naar volwassen GGZ kort en effectief is. Een goede afstemming en korte lijnen is bij beide sporen noodzakelijk. Coördinatiepunt gezinshuizen In 2024 hebben we als regio aandacht besteed aan verbeterkansen op segment 2 – wonen. Van dit segment maakt ook gezinshuiszorg deel uit. Een van de verbeterkansen is het instellen van een coördinatiepunt voor gezinshuizen. Dit punt beschikt over uitgebreide kennis van beschikbare gezinsprofielen en plekken en kan beoordelen of een gezinshuis de juiste optie is voor een jeugdige of dat er alternatieven beter passen. Hierdoor wordt een groot deel van het plaatsingsproces overgenomen van lokale toegangen en GI’s, wat leidt tot een efficiëntere en gerichtere doorverwijzing. Het coördinatiepunt wordt uitgevoerd door de onafhankelijke organisatie ‘Gezinshuis Gezocht’, die ook actief is in andere regio’s. Hierdoor komen ook gezinshuisprofielen buiten de regio in beeld.
Hoewel de voorkeur uitgaat naar een gezinshuis ‘dichtbij huis’, biedt het coördinatiepunt ook perspectief op een breder aanbod. De eerste maanden van het coördinatiepunt, van juni tot september 2024, waren succesvol. Het werd 33 keer benaderd door verwijzers en 35% van de aanvragen werd verder opgepakt. Hoewel er nog geen jeugdigen zijn geplaatst, is 27% in een matchingsfase en staat 55% op een aanmeldlijst. De gerichte doorverwijzing en screening hebben de druk op regionale gezinshuizen verminderd.
C. Passende producten bij mogelijke ontwikkelingen Mockingbird In 2024 is de eerste Mockingbirdconstellatie tot stand gekomen. Hierbij ondersteunen pleeggezinnen elkaar via maandelijkse bijeenkomsten, over allerlei onderwerpen. Ze leren elkaar kennen, vormen een band en kunnen elkaar met raad en daad bijstaan. De kern van de constellatie is het hubhome: een ervaren pleeggezin dat niet alleen extra ondersteuning biedt op basis van zijn ervaring, maar ook kinderen uit andere pleeggezinnen tijdelijk kan opvangen ter ontlasting. Vooruitblik 2025: De eerste constellatie wordt geëvalueerd en op basis hiervan wordt een structurele inbedding overwogen.
Programmaplan ‘Een 10 voor de Jeugd’ 2024 - 2028 Datum: juni 2024
22
Deeltijd pleegzorg
In 2023 is de landelijke handreiking Tarifering en Inkoop Pleegzorg gepubliceerd. In deze handreiking wordt inhoudelijk beargumenteerd dat deeltijdpleegzorg een passende aanvulling is op pleegzorg, omdat hiermee niet alleen de pleegzorgcapaciteit mogelijk kan worden vergroot (pleegouders die wellicht niet fulltime beschikbaar (kunnen) zijn), maar hiermee ook meer passend kan worden aangeboden op de behoefte van de jeugdige en het gezin. In 2024 is in overleg met pleegzorgaanbieders besproken of er ook behoefte is naar deeltijdpleegzorg in onze regio. Dat blijkt het geval. De grootse pleegzorgaanbieder heeft op basis van casusonderzoek kunnen inschatten dat voor 50-60 cliënten in Zuidoost-Brabant deeltijdpleegzorg van (grote) toegevoegde waarde kan zijn (dit is ongeveer 10% van de totale doelgroep). Zeker omdat breakdowncijfers in pleegzorg nog altijd vrij hoog zijn (ongeplande afbreking van een pleegzorgplaatsing), willen we de mogelijkheden van het product deeltijdpleegzorg verder onderzoeken. Vooruitblik 2025: Onderzoeken naar de mogelijkheden om product deeltijdpleegzorg te ontwikkelen, waarbij ook (financiële) kansen en risico's in kaart worden gebracht.
Acties rondom medicatie inzet (huisartsen, GGD, bijeenkomsten) In 2024 zijn verschillende gesprekken met huisartsenverenigingen gevoerd over het probleem rondom het tekort van psychiaters bij zorgaanbieders en de verschuiving van medicatiecontrole van ziekenhuizen naar huisartsenpraktijken. Verschillende praktijken binnen Een 10 voor de Jeugd geven aan geen medicatiecontrole voor jeugdigen te willen oppakken. Ook na gesprekken te hebben gevoerd met de overkoepelende huisartsenvereniging, is hier geen verandering in gekomen. Sommige huisartsen kiezen er voor om wel controles uit te voeren, andere huisartsen vinden dit niet bij hun werkzaamheden horen. In 2025 willen we verder gaan kijken hoe we lokaal een ingang kunnen krijgen bij de praktijken om de samenwerking tussen gemeentelijke toegangen en huisartsenpraktijken te versterken. Niet alleen medicatiecontrole zal dan onderwerp van gesprek zijn, maar ook de verwijzingen richting de Jeugdwet en samenwerking met onderwijs. Vervoer Aanbieders hebben het afgelopen jaar verschillende keren aangegeven dat zij een probleem zien in het product vervoer (waar jongeren worden vervoerd naar de jeugdhulp locatie waar ouders hier niet toe in staat zijn). In 2024 zijn verschillende oplossingen onderzocht, zoals de combinatie met leerlingenvervoer. De conclusie was dat dit praktisch niet haalbaar is.
Daarnaast is er bekeken wat de mogelijkheid om het vervoer bij de toegangen te beleggen, zou betekenen. Ook dit is momenteel een te forse verandering wat niet haalbaar is gezien hier een nieuw aanbestedingstraject voor 11 gemeenten voor georganiseerd moet worden. Er is gekeken wat het tarief voor vervoer binnen andere inkoopregio's is. Er zit een verschil tussen de verschillende regio's en Een 10 voor de Jeugd zit daarin gemiddeld.
Programmaplan ‘Een 10 voor de Jeugd’ 2024 - 2028 Datum: juni 2024
23
We zien dat toegangen wisselend omgaan met de richtlijnen binnen de PDC. De beslisboom voor vervoer is daarom verder bekeken en aangepast zodat de toegangen hier meer houvast aan hebben om te beoordelen of een jeugdige een beschikking voor vervoer nodig heeft. Hiermee lossen we het probleem helaas niet volledig op maar er is momenteel geen alternatief. In 2025 willen we verder met aanbieders in gesprek om mogelijkheden rondom vervoer verder uit te werken zoals: -
Huidig tarief maar verplichting om te brengen en halen? Helft van tarief en alleen brengen of halen? Gebruik maken van (eigen) vrijwilligers? Meer maatwerk? Kunnen we ouders tegemoetkomen in vervoerskosten wanneer dit (aantoonbaar) een probleem is?
Consultatie Er is een start gemaakt om te onderzoeken of een consultatieproduct passend is voor onze regio. In andere regio's wordt dit product ingezet voor bijvoorbeeld het verduidelijken van de hulpvraag van de client. Verschillende toegangsmedewerkers geven aan dat zij dit momenteel nog niet nodig hebben. Het product wordt in de andere inkoopregio's ook niet veelvuldig ingezet. Een 10 voor de Jeugd wil onderzoeken of dit product mogelijk te koppelen valt aan het onderdeel van de Hervormingsagenda 'Versterken van de Toegangsteams'. Bekeken moet worden hoe de toegangsteams dit willen realiseren, wat zij hierin missen en of dit met een consultatieproduct op te vangen is, of dat er op een andere manier expertise aan de teams kan worden toegevoegd.
D. Eigen regie, normaliseren en demedicaliseren Verkorten van trajectduur In de Hervormingsagenda is het verkorten van de trajectduur van jeugdhulp genoemd als doel. Dit heeft te maken ook met het onderwerp ‘normaliseren’. Wanneer vinden we het ‘goed genoeg’ voor een jongere om zonder specialistische hulp op te kunnen groeien. Hierover wordt op verschillende plakken het gesprek gevoerd, onder andere met toegangsmedewerkers en aanbieders. Het vraagt een andere houding van de hulpverleners om niet tot een 10 te willen gaan, maar genoegen te nemen met ‘een 6’je’. Verschillende acties uit het programmaplan rondom normaliseren helpen om de trajectduur te verkorten. Tegelijkertijd vraagt dit punt nog om extra aandacht. Dagbehandeling / dagbesteding De druk op deze vormen van jeugdhulp neemt (financieel) toe. In 2024 is er uitgebreid gesproken met partijen om de oorzaken hiervan te achterhalen. De oorzaak ligt niet zozeer in een grotere vraag, maar bijvoorbeeld in een zwaardere zorgbehoefte van de doelgroep en in knelpunten bij de overstap naar onderwijs. Daardoor ontstaat ‘verstopping’ in de dagbesteding en uiteindelijk ook wachtlijsten. Daarnaast spelen ook andere factoren mee, zoals toenemende knelpunten bij anderstaligen door taal- en cultuurverschillen. Na de eerste kostenstijging van 2022 naar 2023, zien we ook in 2024 opnieuw een toename.
Zo stijgen de regionale kosten voor het groepsproduct ‘opgroeiproblematiek Programmaplan ‘Een 10 voor de Jeugd’ 2024 - 2028 Datum: juni 2024
24
jonge kind’ (41A03) van € 8,2 miljoen in 2023 naar € 9,6 miljoen in 2024 – een stijging van ongeveer 17%. Vooruitblik 2025: Maken van plan van aanpak, waarbij de grote uitdaging is dat de factoren die deze kosten in grote mate beïnvloeden niet of nauwelijks gelegen zijn in de jeugdhulp of door jeugdhulp te beïnvloeden zijn (denk aan onderwijs). Specialistische Naschoolse Opvang (SNO) In 2024 is er een definitief besluit genomen over de nieuwe producten SNO (voor de doelgroepen basisschoolleeftijd en voortgezet onderwijsleeftijd) en is de voorbereiding op de implementatie uitgevoerd. Kern van de doorontwikkeling is dat, net als bij reguliere kinderopvang, ouders ook bij gespecialiseerde kinderopvang een eigen bijdrage gaan betalen voor het feit dat hun kinderen worden opgevangen (en ouders kunnen werken). Het jeugdhulpdeel wordt nog steeds door gemeenten bekostigd, zodat kinderen nog steeds passende ondersteuning kunnen krijgen tijdens de opvang. Omdat de verwachting is dat door de aanvullende eisen aan kinderopvang, minder aanbieders zullen inschrijven (en dus minder aanbod beschikbaar), is er een plan van aanpak opgesteld om de implementatie zorgvuldig te laten plaatsvinden. De kern hiervan is dat met iedere ouder zorgvuldig wordt gekeken naar de consequenties van het nieuwe product en dat er een gesprek wordt gevoerd over alternatieven, indien van toepassing.
Vooruitblik 2025: In oktober 2025 worden beide nieuwe producten definitief ingevoerd. Tot die tijd staat de communicatie met toegangen over de implementatie en hiermee de communicatie naar ouders centraal. Reikwijdte In 2024 is onderzocht in hoeverre er ‘meer’ specialistische jeugdhulp wordt ingekocht dan volgens de wet noodzakelijk zou zijn. Dit wordt in 2025 verder uitgewerkt om mogelijk de inkoop aan te passen, of in de nieuwe contracten van 2028 niet meer op te nemen. Ook worden de eerste gesprekken gevoerd over wat wij als gemeenten mogelijk niet meer als ‘specialistische jeugdhulp’ willen inzetten bij gezinnen. Wat kunnen gemeenten in het voorliggend veld organiseren, met hun toegangsteams, of mogelijk helemaal niet. Dit gesprek heeft ook maatschappelijke impact en zal de komende periode met de gemeenten, aanbieders en inwoners besproken worden.
Programmaplan ‘Een 10 voor de Jeugd’ 2024 - 2028 Datum: juni 2024
25
3. De lerende regio Gezien de landelijke en lokale ontwikkelingen is het belangrijk om als regio van elkaar te leren. De regionale organisatie ‘Een 10 voor de Jeugd’ kan hierin een belangrijke taak vervullen zodat we de grote opgaven waar we voor staan de komende jaren samen kunnen oppakken. Op deze manier kunnen we voordeel behalen van de schaalgrootte waar dit toegevoegde waarde heeft, of kunnen we leren van onze buurgemeenten waar we lokaal willen acteren.
Onze ambitie is dat in 2028:
-
-
De 0-meting (in bijlage 2) is aangevuld met 4 jaar aan ontwikkelingen, waarbij inzicht wordt gegeven op de impact van de ingezette acties en diepere analyses worden gedaan bij de afwijkende gemeenten of producten; Alle gemeenten gebruik kunnen maken van het datasysteem waardoor zij lokaal het inzicht kunnen hebben op het gebruik in de jeugdhulp; Er een netwerk staat van 11 toegangen die gezamenlijk enkele zaken oppakken (bijvoorbeeld de scholing van de Gedeelde Verklarende Analyse); De wettelijk verwijzers op eenzelfde manier betrokken worden bij Een 10 voor de Jeugd als de toegangen (zoals genoemd in hoofdstuk 3).
Programmaplan ‘Een 10 voor de Jeugd’ 2024 - 2028 Datum: juni 2024
26
A. Leer en verbetercyclus Monitoring van resultaten In sessies met de 4 subregio's en een aparte sessie met de Gecertificeerde Instellingen hebben we aan de hand van onze data, de cijfers laten zien ten aanzien van de inzet van maatwerk en aantal uithuisplaatsingen. Beide zijn thema's die niet alleen inhoudelijk van belang zijn, maar ook een grote financiële impact kunnen hebben. Niet alle organisaties hebben op dezelfde manier inzicht in de cijfers. Soms worden ze daardoor zelfs verrast door gegevens over hun eigen uitvoering. Juist de gesprekken hierover – zoals: zien we gewenste of ongewenste ontwikkelingen, hoe verklaren we die, en willen we hierop actie ondernemen – zijn van grote waarde. Ze zorgen voor meer bewustwording. Een aantal van deze leerinzichten zijn: -
Aantal uithuisplaatsingen kunnen per subregio verschillen en bijv. afhankelijk zijn van een andere aanpak in de toegang; Zorginzet via maatwerkovereenkomsten (buiten het gecontracteerde aanbod) verschilt sterk per subregio; Inzicht in maatwerkovereenkomsten leidt tot kennis over mogelijk gemist aanbod, wachtlijstproblematiek, etc.
Vooruitblik 2025 m.b.t. maatwerk: -
We ondersteunen de lokale toegangen met een handreiking inzet maatwerk (tips waarop te letten voorafgaand aan de keuze voor maatwerk) en een format maatwerkcontract; We onderzoeken de mogelijkheden van wachtlijstmanagement.
Data omtrent plotselinge kostenstijgingen maken inzichtelijk dat er nieuwe zorgvormen ontstaan of substitutie van zorg optreedt (voorbeeld: 1 op 1 begeleiding). Dat zijn niet altijd de gewenste ontwikkelingen. Het is dus belangrijk om die tijdig te onderkennen en waar mogelijk bij te sturen. Op het moment dat deze effecten zichtbaar worden in de data is het essentieel om gezamenlijk de data te duiden, bij voorkeur met betrokken professionals uit toegang, beleidscollega’s en evt. aanbieders. Het is van belang om de context goed te kennen, te bezien of het een ontwikkeling is die breder speelt, oorzaak en gevolg goed te onderscheiden en te bespreken wat mogelijke acties kunnen zijn. Belangrijkste punt: niet te snel conclusies trekken en een brede invalshoek nemen. Het ene effect van kostenstijging kan op een andere plek mogelijk tot een kostenbesparing leiden. Vooruitblik 2025 m.b.t. data: We willen frequenter datasessies organiseren met gemeenten en andere partijen (bijvoorbeeld verwijzers/aanbieders etc.) om ontwikkelingen goed te kunnen duiden aan de hand van data én de daarbij behorende context. Dit doen we bij voorkeur in multidisciplinaire sessies (mix van beleid en financiën). Monitor doorontwikkelen en naar 11 gemeenten uitdragen In 2024 is de regionale monitor van een 10 voor de Jeugd opnieuw opgezet en ingericht.
Met name de kostenfactor is daardoor beter inzichtelijk waardoor kostenstijgers en kostendalers goed herkend kunnen worden.
Programmaplan ‘Een 10 voor de Jeugd’ 2024 - 2028 Datum: juni 2024
27
Vooruitblik 2025: -
-
-
We ontwikkelen de regionale monitor verder en breiden deze uit naar de lokale gemeenten. Zo kunnen gemeenten zelf volgen hoe de jeugdhulp zich in hun eigen gemeente ontwikkelt in vergelijking met de rest van de regio. We gaan de kosten en aantallen op een uniforme wijze inzichtelijk maken, waarbij gemeentegrootte niet meer relevant is (bijvoorbeeld naar rato van het aantal jeugdige inwoners), waardoor de data beter vergelijkbaar worden. Hierdoor kan beter gebenchmarkt worden. Bij het uitrollen van de monitor naar lokale gemeenten zorgen we voor instructie en uitleg. In de monitor gaan we gecontracteerde inzet onderscheiden van niet-gecontracteerde inzet (maatwerkcontracten).
B. Kennis en expertise ontwikkeling in de regio Doorontwikkelen werkwijzen toegangen We gaan de toegangen ondersteunen bij de aanpak van uithuisplaatsingen (Aanpak terug naar (t)huis). Hierbij speelt het Regionaal Matchingsteam een belangrijk rol, maar ook de toegang. Door nieuwe instrumenten als de Gedeelde Verklarende Analyse (GVA) en JIM (Jouw Ingebrachte Mentor) proberen we de toegang te versterken. Wettelijke verwijzers betrekken Eindhoven voert contractgesprekken met de Gecertificeerde Instellingen voor zowel de inkoopregio Samen voor Jeugd als Een 10 voor de Jeugd. In 2024 zijn we gestart met inhoudelijke gesprekken met de GI's waardoor we de samenwerking willen versterken. Tijdens de eerste gesprekken is er onder andere ingegaan op uithuisplaatsingen en maatwerkovereenkomsten. Aan de opgave ‘Zo thuis en nabij mogelijk’ moet gezamenlijk gewerkt worden; GI met gemeenten en regio. De afspraak is gemaakt om in 2025 iets gezamenlijks te organiseren, zoals een inspiratiebijeenkomst voor GI en lokale gemeenten, met betrekking tot het doel om 20% minder uithuisplaatsingen te realiseren in 2028. Er wordt relatief veel maatwerk op Segment 4 ingezet door de GI's. Onduidelijk is wat de reden hiervoor is. Met meer dan 180 aanbieders hebben we een breed zorglandschap gerealiseerd waarin producten uit Segment 4 door een verscheidenheid aan aanbieders geboden kan worden.
Vanwege de verschillende risico's op kwaliteit en een gebrek aan sturing vanuit contractmanagement, willen we maatwerkvoorzieningen verminderen. Zowel vanuit gemeentelijke toegangen, als de GI. Dit zal in 2025 verder gemonitord worden. Om ook voor de GI duidelijk te hebben welke aanbieders toetreden en welke aanbieders hun contract beëindigen binnen Een 10 voor de Jeugd, zijn concrete afspraken gemaakt. De GI kan gebruikmaken van de Beschikbaarheidswijzer. Het is daarnaast wenselijk wanneer zij, evenals de gemeentelijke toegangen, na elk toetredingsmoment een update ontvangen van de wijzigingen met betrekking tot aanbieders. Hierdoor wordt nog beter gebruik gemaakt van gecontracteerd aanbod.
Programmaplan ‘Een 10 voor de Jeugd’ 2024 - 2028 Datum: juni 2024
28
Een 10 voor de Jeugd ziet in een aantal gemeenten een daling in verwijzingen vanuit de medische verwijsroute. Hierin wordt opgemerkt dat er in verschillende gemeenten een intensievere samenwerking tussen (huis)artsen(praktijken) is gerealiseerd. Een aantal gemeenten zijn aangesloten op 'Zorgdomein’. Dit is het verwijsportaal wat veel huisartsenpraktijken gebruiken voor het doorverwijzen van hun patiënten. In 2025 zal onderzocht worden of 'Zorgdomein’ bij zou kunnen dragen aan het versterken van de samenwerking tussen gemeenten en het medisch domein. In 2025 wordt verder in gesprek gegaan met de gemeenten en medische verwijzers die al een nauwe samenwerking hebben, om de voordelen hiervan ook met andere gemeenten te delen. Overkoepelend zijn er enkele uitgangspunten bij de opgaven:
Data, monitoring en bijstelling Datagedreven werken betekent voor ons dat we aandacht besteden aan en sturen op: •