2024-38 RIB Bijlage Programmaplan 2024 -2028 'Een 10 voor de jeugd'
Tekst van het document
2.2
De verhalen achter de cijfers (kwalitatief)
Cijfers zijn belangrijk, maar vertellen niet het hele verhaal. Vandaar dat er is geïnvesteerd in het ontdekken van het verhaal achter de cijfers door met betrokkenen te spreken over hun perspectief op (het werken in en met de jeugdigen) dit segment. In deze paragraaf een korte weergave van de belangrijkste opbrengsten.
2.2.1 Zorgpaden Met een zorgpad (ook wel cliëntreis) genoemd, brengen we op casusniveau in beeld welke ‘weg’ een jeugdige in een bepaalde tijdsbestek door de jeugdhulp heeft gelopen. 3
Actieplan Segment 2 Wonen 2024-2025 [datum] En dan niet alleen op het product uit segment 2, maar ook de stapelingen met andere vormen van jeugdhulp. Hiervoor hebben we een steekproef getrokken uit de producten pleegzorg en gezinshuizen, de aantallen van de beide andere producten waren te gering om op basis van een steekproef te kunnen generaliseren. Fig. 1.
Voorbeeld steekproef zorgpad gezinshuis (ook toegepast op ‘pleegzorg’)
Wat zien we in de zorgpaden? Binnen pleegzorg… • Er wordt niet vaak gestapeld bij pleegzorg (met uitzondering van de LVB 8-doelgroep waar dit iets vaker plaatsvindt). Het zorgpad lijkt te zijn dat óf pleegzorg kan voortduren óf er een breakdown plaatsvindt, maar in alle gevallen zonder extra inzet van andere vormen van jeugdhulp. De vraag is of met name de breakdowns 9 voorkomen had kunnen worden als er extra ondersteuning was geweest10; •
Als er uitstroom uit pleegzorg plaatsvindt, dan is dat zelden naar huis. We zien regelmatig uitstroom naar een gezinshuis of een verblijfsvorm in segment 1. Wat betekent dat? Kan pleegzorg geen opstap zijn naar huis? En als pleegzorg niet meer de oplossing is, kan het dan alleen maar ‘intensiever’?
Binnen gezinshuizen… • Jeugdigen verblijven vaak langdurig in een gezinshuis. Er lijkt te gelden (tenzij het ‘mis gaat, zie volgend punt) dat de plaatsing over het algemeen wordt ‘volgemaakt’ tot 18 jaar (of 21 jaar met verlenging). Het gezinshuis lijkt daarmee in nagenoeg alle situaties de perspectiefbiedende plek;
8
LVB = licht verstandelijke beperking
Breakdown = een ongeplande en ongewenste beëindiging van de pleegzorgplaatsing, beoordeeld vanuit het belang van het kind (NJI) 9
De cijfers van het aantal breakdowns van de grootste pleegzorgaanbieder in onze regio laten een wat grillig beeld zien: van 19 breakdowns in 2021, naar 28 in 2022 en naar een verwachte daling voor 2023. Juist omdat een breakdown veel impact heeft op alle betrokkenen (uiteraard voor de jeugdige en de betrokken pleegouders, maar ook voor de pleegzorgorganisatie en begeleiding), dient het voorkomen ervan aandacht. 10
4
Actieplan Segment 2 Wonen 2024-2025 [datum] •
•
Net als in pleegzorg, stromen jeugdigen vanuit een gezinshuis zelden uit naar huis. Als een plaatsing wordt afgebroken, lijkt dat meestal met de inzet van ‘zwaardere’ zorg gepaard te gaan, m.a.w. een crisisplaatsing of een plaatsing binnen de intramurale setting van segment 1; Als er stapeling van producten plaatsvindt, wat weinig voorkomt, dan zien we hierin zelden een product dat er op gericht lijkt ondersteuning aan het gezinssysteem (thuis) te bieden.
De conclusies uit of vragen naar aanleiding van zowel de cijfers als de zorgpaden zijn vervolgens voorgelegd in de gespreken met de gemeentelijke toegangen en Gecertificeerde Instellingen, aanbieders en jeugdigen zelf.
2.2.2 Toegangen (lokale- en toegangen van gecertificeerde instellingen) Toegangen herkennen veel van genoemde bevindingen. Het beeld wordt nog verder ingekleurd: De druk op het segment wordt als groot gevoeld Er zijn altijd te weinig plekken en veel dringend wachtende cliënten. En waar bij pleegzorg de aanbieder zelf een groot deel van de zoektocht naar een passende plek (screening) etc. verzorgt, wordt dit bij het zoeken van een gezinshuis door toegangen vaak als ‘moeten leuren met de cliënt’ ervaren. Hiervan wordt de jeugdige de dupe, deze ontvangt niet tijdig passende hulp. De meest kwetsbare jeugdigen vinden het moeilijkst een passende plek Helaas blijkt deze last voor niet alle jeugdigen gelijk: jeugdigen in de puberleeftijd, met LVB (licht verstandelijke beperking) en met sterk externaliserend (bijv. agressie) en internaliserend (bijv. automutilatie) gedrag, blijken minder makkelijk een plek te vinden. Hoewel hiervoor goede redenen zijn (zo moet er altijd rekening gehouden worden met de match met andere kinderen in het pleeggezin of gezinshuis), lijkt hiermee de meest kwetsbare jeugdige het hardst getroffen.
Vraag naar perspectief krijgt wel aandacht, maar onvoldoende Toegangen herkennen dat wanneer het goed gaat met de UHP, de jeugdige soms wat van het netvlies raakt en de begeleiding het karakter van ‘onderhoud’ krijgt. De UHP krijgt juist dan het karakter van een langdurige plaatsing en dus een perspectief-biedende plek. Toegangen (h)erkennen ook dat dit niet voor alle plaatsingen gelijk hoeft te zijn. Sommige plaatsingen zouden een meer kortdurend karakter kunnen krijgen, mits er voldoende aan het gezin van de jeugdige wordt gewerkt. Dit hangt samen met het volgende signaal. Gemist aanbod, gemiste signalen en gemiste kansen Een UHP wordt vaak als laatste redmiddel. En op het moment dat deze aan de orde komt, lijken betrokkenen zich regelmatig of te vragen of er niet té lang thuis en ambulant wordt geholpen. Waren er niet eerder signalen dat het ‘niet ging’? Hierbij speelt het idee dat passend aanbod in deze situaties wordt gemist: zo wordt aangegeven dat wanneer er meer in de thuissituatie op moeilijke momenten (buiten kantoortijd en op ‘spitsuren’ waar conflicten makkelijker ontstaan, zoals etenstijd) wordt begeleid, niet alleen de begeleiding effectiever is, maar er ook eerder gesignaleerd kan worden hoe functioneel of veilig deze thuissituatie nog is. M.a.w. wordt het
5
Actieplan Segment 2 Wonen 2024-2025 [datum] ambulante aanbod anders vormgegeven, echt dichterbij het gezin, dan kan de UHP misschien worden voorkomen. Of eerder gesignaleerd dat ambulante ondersteuning niet de oplossing is. Met eenzelfde redenering draagt deze gemiste aansluiting bij het gezin ook een rol bij de vraag of een jeugdige weer naar huis kan. Wanneer er niet in de tussentijd ingezet is op de thuissituatie, komt de jeugdige terug in dezelfde dynamiek en lijkt terug naar huis minder kans van slagen. Wanneer er daarnaast ook weinig bij het gezin passende ondersteuning voorhanden is, zou deze terugplaatsing zelfs schadelijk of onveilig kunnen zijn.
2.2.3 Aanbieders Aanbieders herkennen de bovengenoemde signalen. Tegelijk komt er een extra dimensie bij: bij pleegzorg en gezinshuizen maken jeugdigen echt deel uit van een (professioneel zorg) gezin. Jeugdigen worden in huis én hart toegelaten. Dat lijkt het dilemma ‘terug naar huis of niet’ des te groter te maken: willen we kinderen naar hun thuissituatie laten terugkeren? En het oordeel over deze thuissituatie (is het veilig en voldoende of toch echt niet verantwoord) lijkt door betrokkenen bovendien anders ingeschat. Gezinshuizen vragen in een manifest in het bijzonder aandacht voor hun bijzondere (rechts)positie: met name in de relatie tot jeugdbescherming voelen zij zich niet serieus genomen. “Aandacht is dringend nodig voor de rol en positie van gezinshuisouders als mens met family life, die als professional met verstand van zaken kinderen in de eigen privésituatie opvangt en begeleidt. In de jeugdwet uit 2015 zijn gezinshuizen ‘vergeten’ en het gebrek aan een positie maakt ze momenteel een speelbal van belangen, zo blijkt uit het onderzoek” (bron: Manifest Gezinshuizen | Nieuws (hsleiden.nl)). Tegelijk horen we ook het geluid: ‘wij willen als aanbieder géén perspectief-biedende plek meer zijn’. Dat klinkt scherp, maar is gedreven door een ambitie die ook landelijk in bijv. de beweging van 0 wordt onderschreven: geen kind uit huis.
Naast de beweging van 0 zijn ook andere bewegingen van invloed op de behoefte aan en kenmerken van het aanbod.
We streven naar het afbouwen van residentiële jeugdhulp en zetten meer in op kleinschalig wonen. Waar deze ontwikkelingen welllicht het eerst worden ervaren in Segment 1 (waar verblijf een voorwaarde is voor behandeling), zal dit gedachtegoed en de praktische invulling ervan ook van invloed zijn op het woonsegment, zoals het waar nodig kleinschaliger inrichten van woonproducten.
2.2.4 Jeugdige cliënten en pleegouders De jeugdigen… En niet in de laatste plaats: het verhaal achter de cijfers is niet compleet zonder de stem van de jeugdigen zelf. Een aantal kinderen uit gezinshuizen en pleegkinderen bevestigt in hun (rakende) verhalen dat er lang thuis is ‘aangemodderd’ met niet effectieve inzet (zie ook laatste punt onder 2.2.2). Hoewel de UHP vraagstukken rond loyaliteit richting eigen ouders met zich meebrengt, geven jeugdigen aan dat erg wel erg lang thuis (ambulant) is geprobeerd (wisselende hulpverleners en behandelingen) en dat deze wisselingen ook tot een (gevoel van) onveiligheid en machteloosheid leiden. Stabiliteit, duidelijkheid en perspectief is heel belangrijk voor jeugdigen. Allemaal geven ze aan het idee te hebben dat ze in de wisselingen binnen de hokjes van ‘de plek’ te moeten passen. 6
Actieplan Segment 2 Wonen 2024-2025 [datum] Pas je (net) niet, gedraag je je niet oké, dan moet je weg. Breakdowns en overplaatsingen zijn aan de orde van de dag. Als er uiteindelijk een goede match is met een pleeggezin, woongroep of gezinshuis, lijkt de impact van onvoorwaardelijk thuis kunnen/ mogen zijn, enorm van belang. En de pleegouders Net als de roep van de jeugdigen om serieus te worden genomen, is dit ook een belangrijk punt voor pleegouders. Het gebrek aan gezag (dat óf bij de biologische ouders ligt óf bij een gecertificeerde instelling), maakt dat pleegouders juridisch maar weinig stem hebben. Dit leidt tot regelmatig conflict of discussie met de gezaghebber over wat nu het belang van het kind is. Dit conflict wordt ook bij gezinshuizen sterk herkend. Hoewel de vraag is wat er binnen de juridische kaders kan worden veranderd, is aandacht voor dit conflict gewenst en zou het concept burgervoogd kunnen worden onderzocht. Een burgervoogd is een natuurlijk persoon, die de voogdij heeft over een minderjarige die niet bij hem of haar woont. Het gaat dan om een kinderen en jongeren in leefgroepen, gezinshuizen of pleeggezinnen, van wie de ouders geen ouderlijk gezag meer hebben of zijn overleden. Ook gezinshuisouders die de voogdij op zich nemen, duiden we aan met de term burgervoogd.
Het kind woont immers niet ‘particulier’ bij hen, maar in hun gezinshuis, waar het woont op basis van een indicatie voor intensieve zorg 11. Ook het NJI besteedt aandacht aan deze wat ‘vergeten’ vorm van voogdij: Wat is een burgervoogd? | Nederlands Jeugdinstituut (nji.nl)). Tot slot geven pleegouders aan dat onderlinge steun (structureel georganiseerd) van groot belang is. Dit is de kern van het project Mockingbird, maar voor dit thema zou zeker meer aandacht mogen zijn. Op dit moment is deze onderlinge steun vaak afhankelijk van een eventueel initiatief van een betrokken pleegouder (en deze heeft al veel op zijn/ haar bordje).
Conclusies Er is een tekort aan plekken. Alle producten, met uitzondering van de begeleiding naar zelfstandig wonen, binnen het segment hebben wachttijden. Alle producten hebben wachtlijsten. De lengte van de wachtlijsten is echter niet altijd duidelijk, omdat er wordt overgestapt naar het minder passende ‘plan B’ of misschien zelfs wel ‘plan C, D of E’ overgestapt). Ook de wachttijd is zelden inzichtelijk, aangezien deze niet voor alle doelgroepen gelijk is. De grootte van het tekort is dus lastig in kaart te brengen. Segment 2 moet groeien… of toch niet? Het tekort aan plekken roept automatisch de conclusie op dat het segment moet groeien, er moet meer aanbod komen. Segment 2 kan ook een oplossing zijn voor jeugdigen die nog niet naar huis kunnen na uitstroom uit segment 1. De sturing van gemeenten op groei is Burgervoogdij is geen wettelijke term. Het is een term die jaren geleden bedacht is voor deze specifieke groep voogden, om hen te onderscheiden van voogden bij wie de kinderen wel in huis wonen. 11
Bijvoorbeeld bij familie (na het overlijden van de ouders) of bij pleegoudervoogden (die na verloop van tijd de voogdij hebben gekregen over hun pleegkind). Er worden dus ook geen bijzondere wettelijke eisen gesteld aan burgervoogden. Voor hen gelden dezelfde rechten en plichten als voor andere voogden (www.burgervoogd.nl)
7
Actieplan Segment 2 Wonen 2024-2025 [datum] uiteraard beperkt: aanbieders besluiten zelf of zij willen aanbieden en wat. Voor gemeenten zijn er wel kansen om aanbieders te verleiden om aan te bieden, om dit aantrekkelijker te maken. Tegelijk is de ambitie om dit segment te laten groeien een dilemma in het licht van de beweging van 0 en het algemene beeld dat kinderen thuis zouden moeten kunnen opgroeien. Regelmatig wordt landelijk de ambitie uitgesproken ‘geen enkel kind uit huis’. We kiezen op dit moment voor ‘het één doen en het ander niet laten’. Dat wil zeggen: waar we aanbod kunnen uitbreiden en meer passend kunnen maken, doen we dat. Maar tegelijk streven we ook naar de versterking van factoren die kunnen voorkomen dat een UHP überhaupt nodig gaat zijn. Daarnaast kunnen we ook concluderen dat we ons moeten bezinnen op het anders omgaan met de schaarste die er nu eenmaal is. Dat de meest kwetsbare jeugdigen een grotere kans hebben achter het net van een passend aanbod te vissen, vinden we niet acceptabel. Hierin ligt een nauwe verbinding met het volgende: Kansen in de in-, door- en uitstroomketen van een uithuisplaatsing Een UHP staat niet op zichzelf. Er wordt door alle betrokken partijen hard gewerkt om deze te voorkomen, maar tegelijk geven betrokken aan dat kansen om deze te voorkomen onvoldoende worden benut, bijv.
door het ontbreken van ondersteunend en passend aanbod in de thuissituatie. Het product ‘begeleiding naar zelfstandig wonen’ sluit niet aan Waar er op de overige producten tekorten, knelpunten en verbeterkansen worden genoemd, wordt de begeleiding naar zelfstandig wonen niet of zelden ingezet, terwijl de overgang binnen wonen van 18- naar 18+ wel door alle betrokkenen als een ‘spannend’ en cruciaal moment voor jeugdigen wordt genoemd. Dit product vraagt heroverweging, met name ook voor welke doelgroep dit een oplossing kan bieden.
Acties 3.1 Hoe bepalen we de juiste acties: relevante gemeentelijke doelen en uitgangspunten
8
Actieplan Segment 2 Wonen 2024-2025 [datum] De actualisatie uit hoofdstuk 2 heeft veel concrete input voor actie geleverd: zowel de data als de concrete uitvoeringspraktijk heeft waardevolle informatie opgeleverd. Echter, er ontbreekt nog één partner, de gemeenten zélf. Gemeenten hebben met het vaststellen van een Programmaplan Een 10 voor de Jeugd ook eigen kaders in de vorm van uitgangspunten en operationele doelen gesteld. Deze dienen uiteraard als uitgangspunt voor de actiepunten. Onze uitgangspunten hierbij zijn: • We vinden dat iedereen gelijkwaardig is en we willen iedereen gelijke kansen bieden; • We werken aan de tijdigheid van jeugdhulp. Wanneer intensieve zorg nodig is, moet dit direct ingezet worden. Zodat de hulp, naast tijdig, ook passend is; • Om dit te doen staan wij voor een kwalitatief goede en effectieve organisatie; • Wij beheersen de kosten, handelen kostenbewust en leggen hier publieke en politieke verantwoording over af; • Wij nemen onze verantwoordelijkheid. Daarnaast bieden wij de successen (groot en klein) een podium; • Wij maken een goede verbinding met andere domeinen, zoals het onderwijs en schuldhulpverlening en helpen ze in de voorbereiding op de toekomst.
Operationele doelen: Bovenstaande leidt tot 4 concrete operationele doelen, namelijk: 1. passende hulp; 2. tijdigheid; 3. kwaliteit en 4. betaalbaarheid. In bijlage 3 worden deze toegelicht.
3.2 De concrete acties De acties splitsen wij op in segment-brede acties enerzijds, acties die relevant zijn voor het hele segment en/ of voor alle producten binnen het segment en specifieke acties per product anderzijds. Voor alle acties geldt dat deze een uitvoeringstermijn voor de jaren 2024-2025 hebben (uitvoeringstermijn van het actieplan). Twee maal per jaar zal over de voortgang van de acties in het BRT worden gerapporteerd. Het BPF zal via de jaarverslag van een 10vdJ worden geïnformeerd. Per actie zullen hiertoe passende meetindicatoren (KPI’s) worden opgesteld. De geprioriteerde acties (zie ook paragraaf 3.3) zijn in deze overzichten gekleurd.
9
Actieplan Segment 2 Wonen 2024-2025 [datum]
10
Actieplan Segment 2 Wonen 2024-2025 [datum]
3.2.1 Segment-brede acties
1
Actie
Wat willen we bereiken (doel)? Aan welk operationeel doel draagt dit bij?
Toelichting
Pilot Verklarende Analyse
Versterken afweging noodzaak UHP, voorkomen UHP waar mogelijk Operationeel doel: passende hulp, tijdigheid (en betaalbaarheid)
De Verklarende Analyse leidt tot een verklaring van de problematiek, en waardoor deze is ontstaan, voortduurt, versterkt of vermindert. (bron: Hoe beslis je zorgvuldig over uithuisplaatsing? | Nederlands Jeugdinstituut (nji.nl)). Een methodiek die terug wil naar het ‘echte’ probleem. Om te voorkomen dat we blijven stapelen en reageren op het meest actuele probleem dat vaak een symptoom van het oorspronkelijke probleem vormt. De Verklarende Analyse wordt in de Hervormingsagenda Jeugd opgevoerd als deel van een concrete opgave. De VA wordt in samenwerking met het RMT (Regionaal Matchingsteam) opgepakt, zodat de afweging voor een UHP voor béide segmenten en daarmee de best passende plek nog beter kan worden gemaakt.
2
Pilot Jouw Ingebrachte Mentor (JIM)
Voorkomen UHP waar mogelijk Operationeel doel: passende hulp, tijdigheid (en betaalbaarheid)
Een JIM is een steunfiguur die een jongere zelf kiest uit de eigen omgeving. Een vertrouwenspersoon die de jongere inspireert, energie geeft, dingen leert en als nodig ook een keer de waarheid kan zeggen. Zo’n JIM treedt als vertegenwoordiger op richting het gezin en professionals. Zo halen we jongeren niet uit hun habitat, maar bieden en
11
Actieplan Segment 2 Wonen 2024-2025 [datum]
Actie
Wat willen we bereiken (doel)? Aan welk operationeel doel draagt dit bij?
Toelichting
stimuleren we een stabielere groei. De hulpverleners wisselen, maar de JIM blijft (bron: Wat is JIM? - jimwerkt.nl) 3
Doorontwikkeling bestaande ambulante producten
Voorkomen UHP waar mogelijk, door- en uitstroom UHP vergroten Operationeel doel: passende hulp, tijdigheid, kwaliteit (en betaalbaarheid)
Onderzoeken of begeleidingsproducten beter kunnen worden afgestemd bij de behoefte aan begeleiding thuis (bijv. buiten kantoortijden) om de thuissituatie te versterken
4
Versterken signalering en samenwerking onderwijs
Voorkomen van escalatie van problematiek en daarmee mogelijk UHP Operationeel doel: passende hulp, tijdigheid
Versterking van de vindplaats van eerste signalen én de ondersteuning van het onderwijs bij een passende aanpak bij signalering.
5
Structureel overleg met jeugdigen
Input voor beleid Operationeel doel: passende hulp, tijdigheid, kwaliteit (en betaalbaarheid)
Aansluiting bij bestaande overlegstructuren zoals de PJOR (pleegjongerenraad) ende adviesvangers of nieuw te ontwikkelen gremia of planning van momenten waarin jeugdigen hun stem kunnen laten horen.
6
Versterken samenwerking GI pleegouders/ gezinshuisouders en onderzoek burgervoogdij
Samenwerking versterken ten behoeve van effectiviteit van ondersteuning aangezien en versterken stem van pleegouders en gezinshuizen Operationeel doel: kwaliteit
12
Actieplan Segment 2 Wonen 2024-2025 [datum]
3.2.2. Acties per product Actie
Wat willen we bereiken (doel)? Aan welk operationeel doel draagt dit bij?
Toelichting
PLEEGZORG (43A09) (1) 7
Project Mockingbird
Uitbreiding van pleegzorgaanbod door vernieuwende vormen van pleegzorgondersteuning Operationeel doel: passende hulp, tijdigheid, kwaliteit (en betaalbaarheid)
Mockingbird is een pleegzorgmodel dat al in verschillende landen wordt toegepast. In het model vormen zes tot tien pleeggezinnen samen een netwerk, gekoppeld aan een hubpleeggezin: een ervaren (voormalig) pleeggezin dat de andere pleeggezinnen ondersteunt. De onderlinge samenwerking versterkt pleeggezinnen.
8
Opstellen antibreakdownplan met aanbieders
Behoud van pleeggezinnen en behoud van passende zorg voor jeugdigen Operationeel doel: passende hulp, kwaliteit (en betaalbaarheid)
Het voorkomen van breakdowns biedt continuïteit van zorg en stabiliteit voor jeugdigen. In dit anti-breakdownplan zowel aandacht voor instroom (juiste verwachtingen van partijen), continuïteit waar nodig en uitstroom waar mogelijk
9
Werving nieuwe pleeggezinnen
Vergroten van het aantal pleegouders Operationeel doel: passende hulp, tijdigheid
En zijn meer pleegouders nodig. Echter, hierin ook het antibreakdownplan mee te nemen. Zonder dit plan is het afbreukrisico bij werving te groot.
10
Ontwikkeling product deeltijdpleegzorg
Uitbreiding van het pleegzorgpotentieel Operationeel doel: passende hulp, tijdigheid, kwaliteit
Door de variatie in vormen van pleegzorg en het mogelijk maken van combinaties met andere vormen van ondersteuning, kan pleegzorg meer kans van slagen hebben.
11
Meer aandacht voor onderlinge steun pleegouders
Voorkomen van breakdowns Operationeel doel: passende hulp, kwaliteit (en betaalbaarheid)
(Nieuwe) pleegouders kunnen leren van elkaars dilemma’s en oplossingen. Senior pleegouders kunnen een waardevolle steun zijn om het ‘vol te houden’.
GEZINSHUIZEN (43A10) (2) 13
Actieplan Segment 2 Wonen 2024-2025 [datum]
Actie
Wat willen we bereiken (doel)? Aan welk operationeel doel draagt dit bij?
Toelichting
12
Doorontwikkeling product eisen gezinshuizen en doorontwikkeling product met oog voor landelijke standaarden
Meer gezinshuisaanbod, verlagen van wachtlijsten en wachttijden. Operationeel doel: passende hulp, tijdigheid, kwaliteit
De eisen aan gezinshuizen liggen in onze regio wat hoger dan in de landelijke richtlijnen benoemd. Hierbij kan gedacht worden aan het aantal jeugdigen dat pet gezinshuis is toegestaan. Versoepeling van de eisen (maar nog steeds passend bij de landelijke eisen) kan de aantrekkelijkheid voor het worden van een gezinshuis mogelijk vergroten.
13
Invoeren coördinatiepunt gezinshuizen
Overzicht beschikbare plekken en ondersteuning van toegang ten behoeve van maken van de beste match tussen jeugdige en gezinshuis. Opleveren van sturingsinformatie voor 10vdJ. Operationeel doel: passende hulp, tijdigheid, kwaliteit (en betaalbaarheid)
Deze actie is niet alleen bedoeld om de uitvoeringspraktijk direct te verbeteren. Dit punt levert ook belangrijke sturingsinformatie die op dit moment door gebrek aan inzicht en overzicht ontbreekt. Hiermee investeren we ook in de samenwerkingsrelatie met gezinshuizen als voorwaarde voor draagvlak voor verdere acties.
14
Plan ‘gezinshuis voor de meeste kwetsbare jeugdigen’
Specifiek voor de meest kwetsbare jeugdigen, die nu een lagere kans hebben om een plek in een gezinshuis te vinden, aanbod ontwikkelen of aanpassen, zodat ook voor deze doelgroep de wachtlijsten en wachttijden verlagen. Hierbij ook rekening houdend met de schaarste aan gezinshuizen en eventuele (nog te ontwikkelen) uitstroommogelijkheden (ander aanbod of naar huis). Operationeel doel: passende hulp, tijdigheid, kwaliteit (en betaalbaarheid)
De wachtlijsten en wachttijden zijn niet voor alle jeugdigen evenredig gelijk. De meest kwetsbare jeugdigen met wellicht de grootste behoefte aan een plek, wachten vaak het langst. Dit vraagt om nog nader te bedenken acties. Hierbij kan gedacht worden aan zaken als ‘specialistische’ gezinshuizen, specifieke ondersteuning voor een gezinshuis op de zwaardere problematiek. Deze uitwerking zal in overleg met gezinshuizen moeten plaatsvinden.
15
Versterking positionering gezinshuizen
Verbetering van de ondersteuning aan jeugdigen binnen gezinshuizen binnen het proces van door- en uitstroom door verduidelijking van de positie en ‘waarde’ van de stem van gezinshuizen.
Zie manifest paragraaf 2.2.3.
14
Actieplan Segment 2 Wonen 2024-2025 [datum]
Actie
Wat willen we bereiken (doel)? Aan welk operationeel doel draagt dit bij?
Toelichting
Operationeel doel: kwaliteit WOONGROEPEN (43A14) 16
Zie paragraaf 3.2.1 ‘segment-brede acties’
Het aantal kinderen op woongroepen is momenteel gering. Het aantal aanbieders dat hierover is gesproken, ook. In het algemeen zijn de verbeterpunten uit de segment-brede acties herkenbaar en zullen deze sowieso worden opgepakt.
BEGELEIDING NAAR ZELFSTANDIG WONEN (43B99) 17
Doorontwikkeling product begeleiding naar zelfstandig wonen
Dit product lijkt niet in de behoefte te voorzien. Dit terwijl de vraag naar de overgang 18-/18+ ook voor wonen van jeugdigen impact heeft. Nader onderzoek naar de vermoedelijke mismatch tussen vraag en aanbod is noodzakelijk.
(1) Pleegzorg wordt opgepakt in de regionale werkgroep pleegzorg op de schaal van 21 voor de Jeugd (2) Waar mogelijk worden de acties voor gezinshuizen opgepakt op de schaal van 21 voor de Jeugd
Samenwerking op acties met Samen voor Jeugd
15
Actieplan Segment 2 Wonen 2024-2025 [datum] Bij iedere actie wordt overwogen welke samenwerkingspartijen passend zijn. Denk hierbij aan de samenwerking met Samen voor Jeugd. We hebben vaak met dezelfde aanbieders te maken ‘onze’ cliënten maken regelmatig gebruik van (locaties) aanbod in deze regio. Zo wordt er op het vlak van pleegzorg al nauw samengewerkt met deze regio.
16
Actieplan Segment 2 Wonen 2024-2025 [datum]
3.3
Geprioriteerde acties door betrokkenen
De grootste slagingskans voor de acties is gelegen in het draagvlak ervoor en het samen de handen de mouwen willen steken. Op 1 februari 2024 zijn alle betrokkenen bij de totstandkoming van dit plan dan ook samen gekomen: de opgehaalde resultaten zijn gedeeld en de voorgestelde acties gepresenteerd. Vervolgens is de vraag gesteld welke acties er prioriteit hebben en waarom, niet alles kan tegelijk. Voor de segment-brede acties geldt dat betrokkenen met name kiezen voor acties die het voorkomen van een UHP mogelijk maken: ontwikkelen van alternatieve vormen van ambulante hulp staat hoog op de agenda. De acties zoals JIM en Verklarende Analyse zijn niet expliciet als prioriteit benoemd, maar zijn hierin wel een belangrijk hulpmiddel en worden ook als zodanig in de Hervormingsagenda genoemd. Voor pleegzorg is duidelijk te zien dat een warm hart wordt toegedragen aan het kunnen delen van zorg, zowel Mockingbird als deeltijdpleegzorg worden gezien als mooie kansen om het netwerk in de zorg voor een pleegkind te versterken en de onderlinge steun van pleegouders onderling te vergroten. Voor gezinshuizen is de prioritering wat minder eenduidig, mogelijk doordat de knelpunten voor de betrokkenen niet voor iedere ‘speler’ gelijk is.
De gezinshuizen prioriteren met name het punt rond hun eigen positionering, toegangen hebben meer last van tekorten aan plekken en prioriteren dan ook eerder acties op dit terrein. Een extra zorg: jeugdigen die tussen wal en schip van segment 1 en segment 2 vallen Het geluid van ontbrekend zorgaanbod voor jeugdigen die vaak al van behandelplek naar behandelplek zijn verhuisd (segment 1) en als ‘uitbehandeld’, maar niet ‘opgelost’ worden benoemd, wordt steeds sterker. Jeugdigen die een woonplek zoeken, maar wel met een (grote) plus. De vraag of de producten woongroepen en begeleiding naar zelfstandig wonen in samenwerking met segment 1 (behandelcomponent) niet beter kunnen aansluiten bij deze vraag en daarmee zinvol(ler) ingezet zal hier zeker aan de orde komen.
Financiën: 4.1 Wat mag het kosten en hoe gaan we dat betalen Voor wat betreft de kosten en dekking zijn er 3 opties die in de volgende tabel per actie is opgesomd: • De actie is inventariserend opgepakt en een inschatting van de kosten en dekking al te maken; • De actie gaat niet gepaard met extra kosten (€ 0); • De actie is nog niet opgepakt en de kosten zijn nog niet bekend (PM).
17
Actieplan Segment 2 Wonen 2024-2025 [datum] 1
Actie Pilot Verklarende Analyse
Kosten (begroot) PM
2
Pilot Jouw Ingebrachte Mentor (JIM)
PM
3
Doorontwikkeling bestaande ambulante producten Versterken signalering en samenwerking onderwijs Structureel overleg met jeugdigen Versterken samenwerking GI pleegouders / gezinshuisouders en onderzoek burgervoogdij Project Mockingbird Opstellen anti-breakdownplan met aanbieders Werving nieuwe pleeggezinnen
€ 0 / PM
4 5 6 7 8 9 10 11
12 13 14 15 16 17
Ontwikkeling deeltijdpleegzorg Doorontwikkeling product eisen gezinshuizen in doorontwikkeling product met oog voor landelijke standaarden Meer aandacht voor onderlinge steun pleegouders Invoeren coördinatiepunt gezinshuizen Plan ‘gezinshuis voor de meeste kwetsbare jeugdigen’ Versterking positionering gezinshuizen Zie paragraaf 3.2.1 ‘segment-brede acties’ Doorontwikkeling product begeleiding naar zelfstandig wonen
Dekking Mogelijk (deels) via BEN (1) / Transformatiemiddelen Mogelijk (deels) via Transformatiemiddelen
€0 €0 €0 € 200.000 (2) €0 PM PM €0
Transformatiemiddelen
Reguliere zorginkoop
€0 € 200.000 (3) €0
Tansformatiemiddelen
€0 Zie acties 1 t/m 6
Idem
PM
Reguliere zorginkoop
(1) Bovenregionaal Expertisecentrum (2) Voor 2 jaren, voor de regio 21vdJ (3) Het eerste jaar bedragen de kosten ca. € 117.000. Er is een bedrag voor 2 jaren opgenomen, zodat er ruimte is om de pilot te verlengen indien dat op basis van de evaluatie van het eerste jaar wenselijk wordt geacht.
18
Actieplan Segment 2 Wonen 2024-2025 [datum]
19
Actieplan Segment 2 Wonen 2024-2025 [datum]
Bijlage 1. Overzicht aanpak acties uit Ambitieakkoord Wonen Acties
Oppakken
1. Voldoende aanbod
Nulmeting, datagedreven, gericht op aanbod én vraag Nulmeting, datagedreven, gericht op aanbod én vraag
2. Flexibele zorg
Meenemen in randvoorwaarden of na opstellen actieplan
3. Doorstroom 18/18+
Reeds in contracten, mogelijk later, indien knelpunt nog steeds blijkt Hervormingsagenda afwachten Niet financiering centraal, eerste gezinsgerichte aanpak centraal. Financiering volgt daarop. Breder dan Zvw. Verantwoordelijkheid aanbieder
4. Doorstroom Wlz 5. Mogelijke financiering, Zvw, gezinsgerichte aanpak
6. Waarborgen continuïteit zorgpersoneel 7. Borgen voortgang/ periodiek overleg
8. Onderzoek
Nu terzijde
Meenemen: betrekken andere aanbieders die AW nog niet hebben ondertekend, na inzicht en conclusies stappen 1, 2, 5 Opstellen SMART KPI’s
20
Actieplan Segment 2 Wonen 2024-2025 [datum]
Bijlage 2. Factsheet Segment 2 (september 2023) Context van deze factsheet - Visie ‘Een 10 voor de Jeugd’ (10vdJ) Segment 2 maakt deel uit van de opdracht zoals geformuleerd in het Programmaplan ‘Een 10 voor de Jeugd, wij maken het verschil voor jeugdigen en gezinnen’. De doelen in dit plan, staan ook centraal voor segment 2 en betreffen: 1. Passende hulp Bij passende jeugdhulp is de cliënt het uitgangspunt en is de hulp zo licht en gewoon mogelijk, maar ook direct intensief waar nodig. De hulp moet vanuit de verschillende specialismen en sectoren beter benut worden en in samenhang worden aangeboden. 2. Tijdigheid De jeugdhulp moet tijdig zijn. Nog te vaak hebben we met schadelijke wachtlijsten te maken of met de verkeerde inzet van jeugdhulp, waardoor niet tijdig de passende jeugdhulp wordt geboden. Wanneer intensieve zorg nodig is, moet dit direct ingezet worden. 3. Kwaliteit De kwaliteit van de jeugdhulp is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van gemeenten, aanbieders en andere partners. Als opdrachtgever is het aan de gemeenten om de kwaliteit te monitoren. Kwaliteit van zorg betekent voor ons: objectief vastgestelde kwaliteitseisen voor de verschillende typen zorg en ondersteuning die wordt ingezet; de juiste zorg in de juiste hoeveelheid met het juiste specialisme tegen de juiste prijs (‘best passende zorg’); datgene wat cliënten ervaren en waarderen.
De cliënt is een belangrijke bron voor het beoordelen van de kwaliteit van zorgaanbieders; dat de zorg zo dichtbij mogelijk georganiseerd wordt, verder weg als het nodig is; integraal werken, waaronder het principe één gezin-één plan-één regisseur; innovatie die bijdraagt aan de transformatiegedachte. De hierbij horende operationele doelen zijn: Alle jeugdigen krijgen een behandeling passend bij hun doelstelling(en); Alle jeugdigen binnen dit segment krijgen tijdig passende hulp; Alle jeugdigen binnen dit segment krijgen de hulp integraal aangeboden; Voor alle jeugdigen binnen dit segment is de aansluiting en doorstroom naar onderwijs georganiseerd; Alle jeugdigen binnen dit segment hebben geen last meer van ‘schadelijke’ wachttijden. 4. Betaalbaarheid Jeugdhulp is een schaars goed. Tegelijkertijd hebben onze 10 gemeenten daarbij ook een problematisch tekort op het jeugdhulpbudget.
21
Actieplan Segment 2 Wonen 2024-2025 [datum]
Bij het verbeteren van de jeugdhulp voor jeugdigen en gezinnen, moeten we rekening houden met de realiteit van deze schaarste en deze financiële tekorten. Het is daarom van belang om naast de inhoudelijke doelstellingen, ook de betaalbaarheid van het systeem in ogenschouw te nemen. Daaronder scharen wij ook de administratieve lasten.
De hierbij horende operationele doelen zijn: Binnen dit segment wordt het huidig en toekomstig financieel kader vastgesteld; Substitutie van klinische voorzieningen onderzoeken en stimuleren; Binnen dit segment contracteren we alleen kwalitatieve, transparante en verantwoorde aanbieders. Context van deze factsheet – relatie tussen segment en segment 2 De inzet binnen S2 betreft uitsluitend wonen. S2 kent 4 producten, namelijk pleegzorg, gezinshuis, woongroep, begeleiding naar zelfstandig wonen. Het handelt dus uitsluitend om jeugdigen die niet thuis kunnen wonen. S2 schuurt daarmee tegen segment 1 aan. Ook segment 1 kent namelijk verblijfsproducten, maar hier is het verblijf noodzakelijk om de behandeling te laten slagen. Om de cijfers van S2 goed te kunnen duiden komen de cijfers van segment 1 die betrekking hebben op verblijf (in deze factsheet aangeduid als “Segment 1-verblijf”) ook op enkele plekken terug in deze factsheet. Doel factsheet: We weten waar we het ‘over hebben’: voor alle partijen hebben we basisinformatie paraat; We hebben inzicht in en context bij (de producten uit) Segment 2 (S2); De factsheet geeft aanleiding tot gesprek: verdieping op knelpunten en mogelijke oplossingen/ acties. De factsheet vertelt niet: De hele en enige ‘waarheid’: er hoort een verhaal achter de cijfers, uitleg, interpretatie en de praktijk.
Hert is niet de bedoeling om te snel conclusies te trekken zonder de context te weten. Welke data hebben we gebruikt? De data zijn afkomstig uit de Monitor “Een 10 voor de Jeugd”. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de aanlevering van de juiste data. De data voor deze monitor worden 1x per maand aangeleverd. De dataset waarop deze factsheet is gebaseerd is door de gemeenten aangeleverd op 10 augustus 2023. In de dataset zijn de indicatiegegevens voor de jaren 2021 – 2022 en 2023 (t/m maand juni) opgenomen. Ook de financiële gegevens inzake beschikte waarde en betaalde declaraties zijn opgenomen in de dataset. Met name in de betalingen is er altijd een na-ijl effect, aangezien aanbieders pas na afsluiting van de zorgmaand hun declaraties op kunnen stellen en indienen bij gemeenten. Gemeenten hebben vervolgens tijd nodig om deze te controleren en te betalen. In de dataset van 10 augustus 2023 zijn dus zeker niet alle betalingen t/m juni opgenomen. Ook kunnen er nog indicaties met terugwerkende kracht aangevraagd/verwerkt worden.
22
Actieplan Segment 2 Wonen 2024-2025 [datum] DE CIJFERS Aantallen Segment 2 – wonen (totaal) -
In het eerste half jaar 2023 zijn er in totaal 301 unieke cliënten die in deze periode op enig moment een S2-indicatie hebben/hadden. Dit is circa 10% minder dan in de vergelijkbare periode in de afgelopen jaren (2021: 331 en 2022: 338).
-
Het aantal unieke cliënten dat in het eerste half jaar van 2023 gebruik maakt van zorginzet in S2 versus het totaal aantal cliënten jeugdhulp verschilt sterk per gemeente/subregio, waarbij het hoogste gebruik in Helmond is (6,1%) en het laagste in de Dommelvallei+ (2,7%); Indien we het afzetten tegen het aantal jeugdige inwoners (t/m 18 jaar) dan zien we wederom het hoogste gebruik in Helmond (0,65%), maar het laagste in Peelgemeenten (0,28%) 12 Unieke cliënten 1e halfjaar 2023 S2 versus Jeugdige Jeugdhulp Jeugdhulp inwoners* Segment 2 totaal totaal (t/m 18 jaar) 61 2.239 2,7% 20.299 126 2.065 6,1% 19.325 69 2.045 3,4% 24.502 45 1.032 4,4% 9.012 301 7.381 4,1% 73.138
Dommelvallei+ Helmond Peelgemeenten Veldhoven Totaal *bron CBS: aan jeugdige inwoners t/m 18 jaar op 1 januari 2023
S2 versus jeugdige inwoners 0,30% 0,65% 0,28% 0,50% 0,41%
-
Ook in de trendlijn 2022 tot en met juni 2023 waarin instroom en uitstroom maandelijks met elkaar wordt verdisconteerd zien we die daling van het aantal unieke cliënten terug. Deze trend is nu niet te verklaren, dit vraagt om een vrij omvangrijke bestudering van in-, uit- en doorstroomfactoren.
-
Van de cliënten die niet meer thuis kunnen wonen maakt ongeveer 1/3 gebruik van verblijf in segment 1 en 2/3 maakt gebruik van wonen in segment 2 (gebaseerd op cijfers 2022);
-
Wanneer we het aantal cliënten afzetten tegen het aantal inwoners, zien we een relatief gezien gelijk beeld, namelijk Dommelvallei+ 0,06%, Helmond 0,13%, Peelgemeenten 0,06% en Veldhoven 0,10%. 12
23
Actieplan Segment 2 Wonen 2024-2025 [datum] -
In onderstaand taartdiagram is het aantal cliënten in het jaar 2022 in verblijf/wonen afgezet tegen het aantal cliënten met overige jeugdhulp (begeleiding, behandeling, JBJR etc).
De kosten In onderstaand overzicht zijn de kosten van verblijf/wonen versus de overige jeugdhulp in beeld gebracht. In 2022 ging 23% van de totale kosten naar verblijf/wonen. De kosten van verblijf/wonen zijn vervolgens nog uitgesplitst naar segment 1 (uitsluitend de verblijf) en segment 2 wonen.
24
Actieplan Segment 2 Wonen 2024-2025 [datum]
-
De gemiddelde kosten per cliënt in jeugdhulp zijn in 2022 ca € 8.100 per jaar • De gemiddelde kosten per cliënt voor verblijf in segment 1 zijn in 2022 ca € 57.000 per jaar; • De gemiddelde kosten per cliënt voor wonen in segment 2 zijn in 2022 ca € 21.000 per jaar; • De gemiddelde kosten per cliënt overige jeugdhulp zijn in 2022 ca € 6.600 per jaar;
-
Verblijf (S1)/ woonzorg (S2) is duur vanwege de wooncomponent (dus 24 uurs verblijf). Cliënten uit S2 ‘consumeren’ een relatief hoog aandeel van de kosten voor jeugdhulp: met 4% van het aantal cliënten in S2 op het totale aantal cliënten, bedragen de uitgaven voor S2 circa 10% van de totale uitgaven voor jeugdhulp;
-
Het merendeel van de inzet binnen S2 betreft pleegzorg. Dit is veruit het goedkoopste product binnen S2.
25
Actieplan Segment 2 Wonen 2024-2025 [datum] Cijfers per product binnen Segment 2 Tabel:
Overzicht kerngegevens per product binnen 10vdJ (peilmaand april 2023)
Aantal cliënten (absoluut) in april 2023 Aantal gecontracteerde aanbieders (bron beschikbaarheidswijzer)
aantal cliënten (a) in zorg bij aantal gecontracteerde aanbieders (b)
Pleegzorg (43A09)
Gezinshuis (43A10)
Woongroep (43A14)
Begeleiding naar zelfstandig wonen (43B99)
212
44
17
1
5
10
6
5
a. 198 cliënten b. bij 4 contractaanbieders
aantal clienten (a) in zorg bij aantal niet- a. 14 cliënten gecontracteerde aanbieders (b) b. 3 niet-gecontracteerd Trend vanaf 2021
aantallen zijn in 2023 t.o.v. 2021 en 2022 met circa 10% gedaald
a. 30 cliënten b. bij 8 contractaanbieders
a. 9 cliënten b. bij 5 contractaanbieders
a. 1 cliënt b. bij 1 contractaanbieder
a. 14 cliënten b. 10 niet-gecontracteeerd
a. 8 cliënten b. bij 6 niet-gecontracteerd
a. 0 cliënten b. bij niet-gecontracteerd
woongroep is een nieuw aantallen zijn licht gestegen tov 2021, product per 1-1-2022. De maar wel iets lager dan in 2022 aantallen stijgen.
is gedaald (lag in 2021 op circa 4 a 5 clienten per mnd)
Verzilvering gebaseerd op verzilveringspercentage 2022
100%
95,79%
96,10%
96,90%
Beschikt maandbedrag (april 2023) (1)
266.652
196.462
78.584
2.580
Gemiddelde kosten per cliënt per maand (o.b.v. beschikt bedrag)
1.258
4.465
4.623
2.580
2-12 weken
1-110 weken
0-40 weken
1-40 weken
Onbekend: 41% GI: 30,2% Gemeente: 28,8% RvdK: 0,5%
GI: 45,5% Gemeente: 27,3% Onbekend: 27,3%
Onbekend: 52,9% Gemeente: 35,3% GI: 11,8%
marge wachttijden bij gecontracteerde aanbieders voor levering hulp (2)
Verwijzers
Onbekend: 100%
26
Actieplan Segment 2 Wonen 2024-2025 [datum] (1)
Er wordt uitgegaan van het beschikt bedrag, omdat dit de zorg is die door toegang als noodzakelijk wordt geacht. Dat het gerealiseerde bedrag lager uitvalt, kan meerdere oorzaken hebben. Het beschikte bedrag zegt dus meer over welke kosten er voor deze cliënt ‘passend’ zijn.
(2)
Bron = Beschikbaarheidswijzer. Cijfers roepen vragen op en lijken niet te ‘kloppen’ met de praktijk. Bijv. 0 weken wachttijd is niet het geluid uit de praktijk. De toets met de praktijk zal in het gesprek plaats moeten vinden of aangevuld/ gecontroleerd door aanbieders.
Trendlijn: Totaal S1-verblijf + S2 Wonen, periode 1-1-2022 t/m 30-6-2023 In onderstaande trendlijn zien we sinds 2022 een daling van het aantal jeugdigen in een verblijf/woonsetting. Deze daling zien we vervolgens terug in zowel Segment 1 als Segment 2. Per saldo zijn dus minder kinderen uit huis geplaatst. Dit is een gewenste ontwikkeling die aansluit bij de ambitie van “Een 10 voor de Jeugd”
27
Actieplan Segment 2 Wonen 2024-2025 [datum]
Segment 1- Verblijf Wonen
Segment 2 –
28
Actieplan Segment 2 Wonen 2024-2025 [datum]
Bijlage 3. Toelichting operationele doelen Een 10 voor de Jeugd (bron: Programmaplan) Passende hulp Bij passende jeugdhulp is de cliënt het uitgangspunt en is de hulp zo licht en gewoon mogelijk, maar ook direct intensief waar nodig. De hulp moet vanuit de verschillende specialismen en sectoren beter benut worden en in samenhang worden aangeboden. Tijdigheid De jeugdhulp moet tijdig zijn. Nog te vaak hebben we met schadelijke wachtlijsten te maken of met de verkeerde inzet van jeugdhulp, waardoor niet tijdig de passende jeugdhulp wordt geboden. Wanneer intensieve zorg nodig is, moet dit direct ingezet worden. Kwaliteit De kwaliteit van de jeugdhulp is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van gemeenten, aanbieders en andere partners. Als opdrachtgever is het aan de gemeenten om de kwaliteit te monitoren. Kwaliteit van zorg betekent voor ons: • objectief vastgestelde kwaliteitseisen voor de verschillende typen zorg en ondersteuning die wordt ingezet; • de juiste zorg in de juiste hoeveelheid met het juiste specialisme tegen de juiste prijs (‘best passende zorg’); • datgene wat cliënten ervaren en waarderen.
De cliënt is een belangrijke bron voor het beoordelen van de kwaliteit van zorgaanbieders; • dat de zorg zo dichtbij mogelijk georganiseerd wordt, verder weg als het nodig is; • integraal werken, waaronder het principe één gezin-één plan-één regisseur; • innovatie die bijdraagt aan de transformatiegedachte. Betaalbaarheid Jeugdhulp is een schaars goed. Tegelijkertijd hebben onze 10 gemeenten daarbij ook een problematisch tekort op het jeugdhulpbudget. Bij het verbeteren van de jeugdhulp voor jeugdigen en gezinnen, moeten we rekening houden met de realiteit van deze schaarste en deze financiële tekorten. Het is daarom van belang om naast de inhoudelijke doelstellingen, ook de betaalbaarheid van het systeem in ogenschouw te nemen. Daaronder scharen wij ook de administratieve lasten.
29
Actieplan Segment 2 Wonen 2024-2025 [datum]
30