2024-38 RIB Bijlage Programmaplan 2024 -2028 'Een 10 voor de jeugd'
Tekst van het document
Programmaplan ‘Een 10 voor de Jeugd’ 2024 - 2028 Datum: juni 2024
24 manier van het inzetten van producten een lokale overweging en het inzetten van expertise in het toegangsteam ligt lokaal. We willen onderzoeken of we vanuit de regio hierin meer kunnen ondersteunen. Vanuit het gezamenlijk leren en ontwikkelen willen we als regio samenwerken met de gemeenten en toegangen. Dit sluit ook aan bij de Hervormingsagenda over Stevige lokale teams. Hierin staat onder andere dat er gewerkt moet worden naar het vergroten van de kennis en expertise van medewerkers van stevige lokale teams, toegangsmedewerkers en de overige verwijzers naar jeugdhulp. Jeugdhulp kan ook ingezet worden via wettelijke verwijzers: medisch verwijzers (huisartsen, kinder- en jeugdartsen) en de gecertificeerde instellingen en de raad voor de kinderbescherming. We zien dat hier beschikkingen uit komen waar we vragen over hebben. We willen investeren op een goede verbinding met het regionale en lokale beleid en uitvoering. We betrekken nu bijvoorbeeld de GI’s al bij de doorontwikkeling op segment 2, en de regionale huisartsenverenigingen bij de grote tekorten voor medicatie controles. Dit willen we gaan intensiveren.
Programmaplan ‘Een 10 voor de Jeugd’ 2024 - 2028 Datum: juni 2024
25
7. Processen Binnen het opgavegericht werken zijn er ook processen te benoemen, die randvoorwaardelijk zijn aan het behalen van de doelen gesteld in het opgave gericht werken. Dit hoofdstuk beschrijft deze processen. Contractmanagement Contractmanagement heeft de rol om op een professionele manier, als een ‘spin-in-hetweb’, de contractuele afspraken en processen te bewaken. Ons regionaal contractmanagement voegt waarde toe door samen met de jeugdhulpaanbieders en de (lokale) gemeenten kansen, bedreigingen, ontwikkelingen en trends te signaleren, oplossingen voor problemen of knelpunten te bedenken en prestaties te verbeteren. Dit met als doel maatschappelijke waarde toe te voegen zodat de jeugdige en zijn/haar gezin gepaste jeugdhulp ontvangt binnen een duurzaam zorglandschap en binnen de gemeentelijke budgetten. Vanaf 2022 wordt contractmanagement vanuit het regionale karakter van een 10 voor de Jeugd uitgevoerd. Dit vormt ook de basis voor 2024-2028. Waar er vóór 2022 overwegend reactief werd geacteerd, is één van de doelstellingen van contractmanagement om voor 2024 en verder, de ingeslagen weg vanaf 2023 overwegend proactief in te zetten en verder te verstevigen. Dit betekent o.a. dat met meer gecontracteerde zorgaanbieders een proactieve contractrelatie wordt opgebouwd.
Hierbij investeren we blijvend in een duurzame, professionele en gelijkwaardige samenwerkingsrelatie met zorgaanbieders. Dit zodat de lokale gemeenten passende zorg en kwalitatief goede ondersteuning kunnen bieden aan hun inwoners, waarbij zij grip hebben en houden op de kosten van deze zorg en ondersteuning. Contractmanagement is een strategische functie en een belangrijk instrument om strategische doelstellingen te bereiken. Onze contractmanagers staan of handelen nooit op zichzelf maar komen tot recht in samenhang met andere experts. Effectief contractmanagement is binnen 10vdJ dan ook teamwork. Ook gedurende 2024-2028 blijven we een naadloze aansluiting en optimale samenwerking tussen contractmanagement- en beheer, beleid, kwaliteit, toegang, monitoring & financiën en toezicht borgen. Toezicht Toezicht is het verzamelen van informatie over de vraag of gedeclareerde jeugdhulp voldoet aan de daaraan gestelde eisen, het daarna vormen van een oordeel daarover en het eventueel naar aanleiding daarvan interveniëren. Binnen de Jeugdwet kennen we drie vormen van toezicht: 1) rechtmatigheidstoezicht, 2) kwaliteitstoezicht, en 3) toezicht op calamiteiten en incidenten, dat wordt uitgevoerd door twee toezichthoudende partijen. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd is verantwoordelijk voor kwaliteitstoezicht en toezicht op calamiteiten en incidenten.
Sinds 2023 is er ook een gemeentelijke toezichthouder aangesteld, verantwoordelijk voor rechtmatigheidstoezicht voor de gemeenten die deel uitmaken van de samenwerking binnen 10vdJ. Rechtmatigheidstoezicht is geen doel op zich. Net als contractmanagement, voegt ook toezicht maatschappelijke waarde toe zodat de jeugdige en zijn/haar gezin gepaste jeugdhulp van goede kwaliteit ontvangt, binnen een duurzaam zorglandschap en binnen de gemeentelijke budgetten.
Programmaplan ‘Een 10 voor de Jeugd’ 2024 - 2028 Datum: juni 2024
26 Om dit te bereiken, is er sprake van grote afhankelijkheid tussen betrokkenen die een rol hebben op gebied van toezien. Denk daarbij aan contractmanagers, beleidsmedewerkers, kwaliteitsmedewerkers, toegangsmedewerkers financieel adviseurs, data-analisten, klachtenfunctionarissen en aanverwante functies. Het grote verschil tussen toezicht en toezien, is dat toezicht gebruik kan maken van specifieke onderzoeksbevoegdheden op grond van de Algemene wet bestuursrecht. Hierdoor kan meer informatie verkregen worden over de vraag of gedeclareerde jeugdhulp voldoet aan de daaraan gestelde eisen. Iemand die toeziet heeft algemene onderzoeksbevoegdheden. Ondanks dat toezicht vaak wordt gezien als ‘slot op de deur’, loont het als toezicht juist inzet op preventieve interventies aan de voorkant en onderweg. Onrechtmatigheden kunnen voorkomen worden bijvoorbeeld met goede voorlichting, duidelijke afspraken, goede afstemming tussen interne rollen en duidelijke communicatie. Hierdoor zorgen we voor een steeds sterker stelsel, dat weerbaar is tegen onrechtmatigheden en zorg en ondersteuning van onvoldoende kwaliteit. Voorkomen is immers beter dan genezen. De wetgever laat gemeenten vrij in hoe zij invulling geven aan rechtmatigheidstoezicht. In 2024 zal gestart worden met het uitvoeren van onderzoeksinterventies. Toezicht moet hierin lerend ontwikkelen.
De toezichthouder zal gefaseerd te werk gaan. Gestart zal worden met onderzoeken naar aanleiding van (reeds ontvangen) interne signalen. Zodra er ook een extern meldpunt is ingericht, zal dit worden uitgebreid met externe signalen. Nadat er ervaring is opgedaan met het doen van signaalgestuurde onderzoeken, zal ook gestart worden met risicogestuurde onderzoeken. Dit is een vorm van toezicht op basis van een algemene risicoanalyse. Tijdens deze risicoanalyse worden risico's binnen het stelsel in kaart gebracht, beoordeeld op de kans dat het zich voordoet, en de impact als het zich voordoet. Op basis daarvan kunnen gerichte onderzoeksinterventies uitgezet worden. Hierdoor kunnen onderbouwde keuzes gemaakt worden in toezichtsobjecten, doelen, methoden en de inzet van capaciteit. Hiermee kan toezicht doelmatiger worden ingevuld. Werkgroep PDC De werkgroep PDC houdt zich bezig met de inhoudelijke vragen en toepassing van de producten binnen onze Producten Diensten Catalogus (PDC). Daarnaast beoordelen zij nieuwe toetreders (aanbieders) op o.a. kwaliteit. De werkgroep PDC draagt bij aan (door)ontwikkeling van (nieuwe) productkaarten. Ook spelen ze een rol bij vragen rond een dekkend zorglandschap. Jongerenparticipatie Ook werken we mét de jongeren en halen we input bij hen op. We werken hierbij samen met de adviesvangers.
De Adviesvangers zijn een groep betrokken jongeren in de leeftijd 14-22 jaar die onder begeleiding van stichting Zorgbelang Brabant I Zeeland gevraagd en ongevraagd advies geven aan de regio’s Samen voor Jeugd en Een 10 voor de Jeugd. Vanuit de regio kunnen er vragen neergelegd worden bij de Adviesvangers en zij zullen vervolgens input ophalen uit hun eigen omgeving. Twee tot drie keer per jaar wordt er door de adviesvangers een Speak & Eat georganiseerd, waarbij wethouders, beleidsadviseurs en jongeren in gesprek met elkaar gaan over verschillende thema's. Monitoring en financiën Monitoring Bij de doorontwikkeling van de verschillende segmenten willen we zoveel mogelijk ook vanuit de feiten kunnen spreken. Daarom hebben we een monitor 10 voor de Jeugd gebouwd waarin maandelijks de data van de 11 gemeenten worden ingelezen. De monitor wordt nu gebruikt door contractmanagement ter voorbereiding op leveranciersgesprekken. Door het Programmaplan ‘Een 10 voor de Jeugd’ 2024 - 2028 Datum: juni 2024
27 procesteam wordt de monitor tot heden met name ad hoc gebruikt ten behoeve van analyses voor de inhoudelijke doorontwikkeling van de segmenten. De komende jaren willen we meer richting een proactieve rol. Samen met interne stakeholders (beleid, management en bestuurders) willen we de speerpunten zoals ook benoemd in dit programmaplan proactief gaan monitoren en analyseren. De komende jaren willen we deze monitor verder door ontwikkelen en uitrollen naar de 11 gemeenten, zodat ook de lokale beleidscollega’s en managers inzichtelijk hebben hoe de zorginzet in de eigen gemeente zich verhoudt tot de ontwikkelingen in de andere gemeenten. Ook moet door middel van onderlinge benchmarking de basis gelegd worden voor het goede gesprek tussen gemeente in het kader van “leren van elkaar”. Voor deze doorontwikkeling willen we de segmentindeling en de ambities per segment als basis nemen. Naast het zorggebruik is de kwaliteit van zorg van wezenlijk belang. Voor alle gemeenten geldt dat we momenteel onvoldoende zicht hebben op de batenkant. Wat levert alle geleverde inzet daadwerkelijk op voor de betreffende cliënt. De registratie van de baten gebeurt nu veelal op rapportageniveau per cliënt en is daarmee niet inzichtelijk te maken in de monitor. Dit is een opgave die de komende jaren inzet vraagt van aanbieders én gemeenten.
Daarbij is een uniforme registratie van belang om ook de batenkant te kunnen monitoren. Dit vraagt dus om nadere afstemming inzake het registreren van de effecten van alle jeugdhulp-inzet. Per segment worden er met de aanbieders afspraken gemaakt over de kwaliteit van zorg en hoe we deze kunnen monitoren. Het perspectief van de jeugdigen en gezinnen is daar een belangrijk onderdeel van. Om op een effectieve wijze onze taken rondom inkoop in te vullen is het van belang dat we inzicht hebben. Dit inzicht kunnen we krijgen door kwalitatieve (ervaringen van jeugdigen en gezinnen) en kwantitatieve (zorggebruik) gegevens met elkaar te combineren. De cijfers alleen spreken niet voor zich: die worden geduid in gesprek met jeugdigen en gezinnen, de aanbieders en onze gemeentelijke toegangen. Dit sluit ook aan bij de Hervormingsagenda: Verbeteren inzicht in het functioneren van het jeugdstelsel met data en monitoring. Financiën De komende jaren willen we de samenwerking met contractmanagement en beleid versterken. Vanuit het procesteam monitoring en financiën worden financiële risicoanalyses op aanbiederniveau voorbereid en doorgesproken met contractmanager en beleid. Daar waar nodig wordt op basis van de uitgevoerde risicoanalyse proactief het gesprek gevoerd met de betreffende aanbieder. Op deze manier geven we invulling aan de financiële kwaliteitseisen die we aan aanbieders stellen.
Daarnaast willen we het kostenverloop van de ingezette jeugdhulp proactief gaan monitoren en waar nodig verdiepende analyses uitvoeren daar waar we opvallendheden constateren (zowel in het totaalbeeld, als ook in verschillen tussen gemeenten). Administratie We hebben een regionaal administratieprotocol opgesteld met de 11 gemeenten. Dit is waar mogelijk afgestemd op het standaardadministratieprotocol dat de landelijke norm is. De 11 gemeenten hebben ieder voor zich of in samenwerking met andere gemeenten een backoffice voor de administratieve afhandeling ingericht en maken gebruik van verschillende systemen. Vanuit een gezamenlijke inkoop is het daarbij van belang om structureel met elkaar te overleggen over de wijze waarop iets in administratieve zin geïmplementeerd moet Programmaplan ‘Een 10 voor de Jeugd’ 2024 - 2028 Datum: juni 2024
28 worden. Ook bij aanpassingen en wijzigingen is het van belang tijdig deze werkgroep te betrekken om de administratieve haalbaarheid te controleren. In de Hervormingsagenda wordt ook gewerkt naar een verregaande standaardisatie van de administratie van gemeenten. Beschikbaarheidswijzer De beschikbaarheidswijzer is sinds de ingang van de nieuwe contracten actief. De Beschikbaarheidswijzer (BSW) geeft inzicht in wachttijden bij aanbieders. De verwijzers, zowel gemeentelijke toegangsteams, artsen als Gecertificeerde Instellingen kunnen in de BSW gecontracteerde aanbieders zoeken op kenmerken. Zij zien dan ook wat de wachttijd is. Het helpt verwijzers in het snel vinden van passend aanbod. De BSW genereert daarnaast inzicht in de wachttijden voor de verschillende producten. Deze input gebruiken we in de verdere doorontwikkeling in de opgaven.
Programmaplan ‘Een 10 voor de Jeugd’ 2024 - 2028 Datum: juni 2024
29
8. Tot slot In dit programmaplan hebben wij weergegeven waar wij de focus leggen de komende jaren en hoe we dit willen gaan doen. Er zijn enkele stevige ambities benoemd die wij hopen te behalen aan het einde van dit programmaplan (2028). Dit is alleen mogelijk in samenwerking met alle partijen zoals eerder benoemd. Samen met gemeenten gaan we in gesprek over verwijzingen vanuit de toegangen, beleidsimpact en verdere vraagstukken die opkomen om deze opgaven op te pakken. Samen met aanbieders gaan we in gesprek over de specialistische zorg, de financiële impact van sommige maatregelen en de verdere transformatie gevraagd vanuit de landelijke kaders en de regionale en lokale wensen. Samen met de wettelijke verwijzers (Gecertificeerde Instellingen en medisch verwijzers) gaan we in gesprek over de opgaven zoals benoemd, de mogelijke valkuilen vanuit hun expertise en de kansen die er nog liggen. Samen met de omliggende gemeenten en regio’s gaan we in gesprek over de uitdagingen van de komende tijd en de schaalvoordelen van samen werken en samen optrekken. Wij kunnen deze opgaven, deze ambitie niet als organisatie zelf bereiken. We doen dit samen. Daarom hopen wij te kunnen blijven zeggen: Samen maken wij het verschil voor jeugdigen en gezinnen zodat zij mee kunnen blijven doen in de maatschappij.
Programmaplan ‘Een 10 voor de Jeugd’ 2024 - 2028 Datum: juni 2024
Bijlage 1 – Governance structuur
Voor dit programmaplan is een governance opgericht. Hieronder wordt kort per ‘orgaan’ weergegeven wat de doel en status is.
30
31
Orgaan
Doel & Status
Deelnemers en frequentie
Bestuurlijk Platform (BPF)
Visie- en strategievorming
Bestuurlijk Regieteam (BRT)
Wethouders Jeugd en PM, twee tot drie Wethouder Helmond is voorzitter. keer per jaar Gemeente Helmond heeft drie stemmen en overige deelnemers hebben één stem. Drie bestuurlijke vertegenwoordigers Wethouder Helmond is voorzitter. vanuit BPF en PM, acht keer per jaar Iedere bestuurder heeft één stem.
Regievoering en bestuurlijke monitoring van programmaplan. Onderlinge portefeuilleverdeling. Ambtelijk eindverantwoordelijk voor n.v.t. n.v.t. uitvoering van programmaplan en eerste adviseur van BRT en BPF. Klankbord en adviesplatform voor Directeur Helmond, GR PM is voorzitter. PM. Peelgemeenten, Dommelvallei+ en PM, Niet besluitvormend. Afwijkende maandelijks overleg adviezen van MO worden ingebracht bij BRT. Integraliteit in de aanpak en PM, programmasecretaris, strategisch PM is voorzitter. uitvoering van diverse projecten en adviseur, regievoerders van de processen. werkgroepen. Projectleiders van de projecten o.b.v. noodzakelijkheid. Programmateam komt eenmaal in de twee weken bij elkaar. Accounthoudende rol contracten voor Projectleider segment, inhoudelijk Projectleider is voorzitter. deze segmenten en het oppakken en beleidsmedewerker, eventueel volgen van (inhoudelijke) aangevuld met financial. doorontwikkeling overeenkomsten Afstemmen van en sturing geven aan Projectleider proces, inhoudelijk Projectleider is voorzitter reguliere processen. betrokken medewerkers in een afspiegeling van de 11 gemeenten. Oppakken en uitwerken van de Nader te bepalen. opgaven in inspanningen en acties.
Programmamanager (PM) Managementoverleg (MO)
Programmateam (PT)
Projectteams Segment 1 - 5
Procesteams Opgaveteams
Voorzitterschap en Besluitvorming
Programmaplan ‘Een 10 voor de Jeugd’ 2024 - 2028 Datum: juni 2024
32
Bijlage 2. De 0-meting Het jaar 2023 wordt als 0-meting beschouwd. Om het eerste effect alvast in beeld te brengen is het jaar 2022 5 voor nu toegevoegd. Onderstaand overzicht geeft weer welke data al gemeten is en gaat worden de komende jaren om de impact van de interventies te kunnen zien. Ook het mogelijk gebrekkige effect van interventies hopen we hiermee in beeld te kunnen krijgen. Als afwijkende data worden gezien, wordt hier verder op ingezoomd met de betrokken gemeente of projectleider. De 0-meting wordt aangevuld met beschikbare informatie waar deze komt. Er zijn enkele onderwerpen waar momenteel nog geen goede data van beschikbaar zijn. De ambitie is deze inzichtelijk te krijgen en toe te voegen aan de 0-meting. Aantal jeugdigen in zorg per gemeente
5
Het jaar 2022 is niet geschikt als nulmeting omdat in dat jaar de effecten van het woonplaatsbeginsel, invoering van de nieuwe PDC en corona de cijfers vertroebelen.
Programmaplan ‘Een 10 voor de Jeugd’ 2024 - 2028 Datum: juni 2024
33
Asten
Deurne
GeldropMierlo
GemertBakel
Helmond
Laarbeek
Nuenen
Someren
Son en Breugel
Veldhoven
Waalre
Totaal Een10vdJ
2022
363
654
1.264
541
2.602
523
497
381
499
1.226
464
9.014
2023
372
637
1.224
607
2.635
515
547
367
519
1.299
479
9.201
2,5%
-2,6%
-3,2%
12,2%
1,3%
-1,5%
10,1%
-3,7%
4,0%
6,0%
3,2%
2,1%
2024 2025 2026 2027 2028 Ontwikkeling
Programmaplan ‘Een 10 voor de Jeugd’ 2024 - 2028 Datum: juni 2024
34
Aantal unieke cliënten in verblijf
2022
2023
Segment 1 - verblijf
168
170
Segment 2 - wonen Totaal unieke clienten verblijf*
351
328
492
473
2024
2025
2026
2027
2028
*indien het totaal aantal unieke cliënten verblijf lager is dan de optelsom van het aantal unieke cliënten van beide segmenten dan is de verklaring dat 1 of meerdere cliënten in dat jaar in verblijf zijn geweest binnen segment 1 én segment 2.
Programmaplan ‘Een 10 voor de Jeugd’ 2024 - 2028 Datum: juni 2024
35
Verblijf per gemeente, segment 2 nader gespecificeerd naar wonen en gezinsnabij 6 S1-verblijf 2022
6
S2-gezinsnabij
2023
2022
S2-wonen
2023
2022
2023
Asten
11
9
16
9
2
3
Deurne
15
13
19
15
1
3
Geldrop-Mierlo
12
20
33
31
4
Gemert-Bakel
10
13
18
17
Helmond
58
54
138
136
9
11
Laarbeek
6
11
18
17
2
3
Nuenen
6
4
15
10
Someren
2
3
7
7
1
2
1
Son en Breugel
8
8
10
9
1
Veldhoven
31
28
44
44
9
Waalre
9
7
8
7
Eindtotaal
168
170
326
302
9 1
29
33
Pleegzorg en gezinshuizen vallen onder gezinsnabij
Programmaplan ‘Een 10 voor de Jeugd’ 2024 - 2028 Datum: juni 2024
Bijlage 3 – Actieplan 2024 – 2025 Onderstaand zijn de verschillende acties zoals momenteel bekend die in 2024 en 2025 worden opgepakt. Het actieplan segment 2 bevat aanvullende acties voor specifiek het Segment 2. Het actieplan wordt verder uitgewerkt en geprioriteerd na vaststelling van het programmaplan. Het Bestuurlijk Regieteam (BRT) ontvangt periodiek terugkoppeling hierover. In de jaarlijkse verantwoording wordt het actieplan meegenomen.
Voorkomen / verminderen van uithuisplaatsingen
Zo thuis en nabij mogelijk We scholen alle gedragswetenschappers van de 11 toegangsteams in de Verklarende Analyse We onderzoeken in hoeverre we de Verklarende Analyse kunnen verplichten vóór de inzet van een verblijfsproduct We gaan in gesprek met de wettelijk verwijzers (jeugdartsen en GI’s) die ook naar verblijf verwijzen over het gebruik van de Verklarende Analyse We leggen contact met opleidingsinstanties voor ervaringsdeskundigen wat zij kunnen betekenen voor de regio We gaan in gesprek met de aanbieders die verblijf bieden over het inzetten van ervaringsdeskundigen. We vragen Yes we Can haar ervaringen met ervaringsdeskundigen breder te delen. De contractering van jeugdzorgplus wordt samen met de regio 21 opgepakt.
Al het verblijf is waar passend kleinschalig
We evalueren de lopende pilot kleinschalig verblijf met Combinatie Jeugdzorg We onderzoeken of we een visie op verblijf voor segment 1 en 2 willen opstellen. Kleinschalig verblijf wordt als regulier product opgenomen in de overeenkomst We zijn in gesprek met onze aanbieders over ambulante alternatieven voor verblijf (zoals de vliegende brigade). We gaan in gesprek over aanbieders om kleinschalig verblijf in de wijken te organiseren en een goede spreiding in de regio te hebben.
Efficienter en effectiever omgaan met schaarste
Inzetten op ‘nazorg’: wat is er nodig om weer terug naar huis te kunnen
36
Alternatieven zoals JIM worden onderzocht.
Integraal zorgaanbod
Zicht op zorglandschap
Passende producten bij mogelijke doorontwikkelingen
Eigen regie, normaliseren en demedicaliseren
Leer en verbetercyclus
Tijdige, passende en betaalbare zorg In de doorontwikkeling van het RMT is proces begeleiding vorm gegeven voor complexe casuïstiek. Het RMT wordt doorontwikkeld zodat nieuw aanbod wordt gebouwd voor de casussen waarbij dit nodig is. Er wordt regelmatig onderzocht of de aanbieders tijdig de beschikbaarheidswijzer invullen. Hier wordt achteraan gebeld indien nodig. Er wordt elk kwartaal een uitvraag gedaan bij de verschillende verwijzers wat er ontbreekt in het zorglandschap Het ingezette maatwerk wordt geanalyseerd en besproken met de toegangen. Op basis hiervan kan de vervolg actie bepaald worden. Er wordt aangesloten bij de regionale werkgroep IZA om een verbinding proberen te maken met het brede sociale domein Drie keer per jaar organiseren we een fysieke overlegtafel met elk segment om signalen en ontwikkelingen te bespreken. Het product medicatie controle wordt onderzocht. Er worden gesprekken gevoerd met de regionale huisartsenverenigingen, specialistische GGZ, en jeugdartsen van de GGD. Ook organiseren we een bijeenkomst over (de)medicaliseren. We onderzoeken of en hoe we een consultatieproduct zouden kunnen inkopen. We gaan in gesprek met aanbieders, toegangen en andere regio’s over het inrichten van het product vervoer. Verkorten trajectduur door: Inzet toekomstplan / perspectiefplan.
Dit is een verplichting in de contractering echter horen we dat het nu nog onvoldoende wordt ingezet. Contractmanagement gesprekken als instrument inzetten. Data analyse inrichten en beschikbaar stellen voor toegangen en aanbieders. In gesprek met aanbieders en scholen over dagbehandeling / dagbesteding en de mogelijkheden om onderwijs beter te borgen bij jeugdigen die dit momenteel niet volgen. Momenteel hebben we evaluaties als verplicht punt in de overeenkomst staan echter is dit vorm vrij en vragen wij deze niet op. Hier kunnen we keuzes in maken zodat wij beter kunnen ophalen hoe jeugdigen en hun ouders zorg ervaren. Dit is een vraag uit de Hervormingsagenda.
De lerende regio We rapporteren jaarlijks op de ontwikkelingen van de gestelde doelen in het meerjaren programma We verbeteren het huidige data systeem van 10vdJ We maken het data systeem voor alle 11 gemeenten beschikbaar.
37
Kennis en expertise ontwikkeling in de regio
We gaan in gesprek met de 11 gemeenten op welke onderwerpen wij als regio een toegevoegde waarde kunnen zijn Dit gaat over onderwerpen als de verklarende analyse, schaarse expertise en bijvoorbeeld scholing. Er wordt een regulier overleg moment verzorgd met de verschillende GI’s om hen te betrekken bij de ontwikkelingen in de 11 gemeenten. Er wordt regulier contact gezocht met de regionale huisartsenverenigingen om hen te betrekken bij de ontwikkelingen in de 11 gemeenten. De verschillende maatwerkovereenkomsten tussen gemeenten worden door de regio onderzocht en er wordt gekeken of er regionaal een richtlijn kan komen over maatwerkovereenkomsten Er wordt gewerkt aan een regionaal overzicht van het convenant lokale teams en handleiding voor een werkwijze.
38
Bijlage 4 – Acties Hervormingsagenda Hervormingsagenda jeugd – regionale en lokale acties voor ‘Een 10 voor de Jeugd’ De Hervormingsagenda Jeugd heeft 2 doelen: 1. Betere en tijdige zorg en ondersteuning, op de juiste plek en wanneer dit nodig is. 2. Een beheersbaar en daarmee duurzaam financieel houdbaar stelsel. Verschillende partijen dragen grote verantwoordelijkheid om het doel van de hervormingsagenda te bereiken.
De hervormingsagenda bevat in totaal acht opgaven: 1. Reikwijdte: jeugdhulpplicht voor de meest kwetsbare jeugdigen en gezinnen. 2. Jeugdhulp steviger verbinden aan aanpalende domeinen zoals het onderwijs, volwassen-ggz en bestaanszekerheid. 3. Stevige lokale teams en toegang. 4. Terugdringen residentiële jeugdhulp: zo thuis mogelijk. 5. Kwaliteitsverbetering en blijvend leren. 6. Verbeteren van de organisatie en inkoop van specialistische jeugdzorg. 7. Eenvoudigere uitvoering en inkoop, minder administratieve lasten en aanpak negatieve effecten marktwerking. 8. Verbeteren inzicht in het functioneren van het jeugdstelsel met data en monitoring. In onderstaande tabellen wordt kort samengevat welke acties direct (of binnenkort) impact gaan hebben voor gemeenten of waar actief actie op moet worden ondernomen. Hierdoor is dit niet een volledig overzicht van alle acties in de Hervormingsagenda Jeugd maar eerder een doorvertaling van de acties die lokaal / regionaal opgepakt moeten worden. Waar staat ‘wanneer mogelijk’ wordt bedoeld dat er geen termijn is meegegeven en per direct zou kunnen worden opgepakt. De verschillende kleuren zijn uitgesplitst op drie stromingen:
-
Lokaal: dit zijn acties die alleen lokaal opgepakt worden
-
Een 10 voor de Jeugd: dit zijn acties die alleen regionaal opgepakt worden
Lokaal en 10vdJ: dit zijn acties om te onderzoeken of we hier gezamenlijk iets in willen oppakken of acties waarbij er een verantwoordelijkheid lokaal én regionaal kan liggen. Bij deze acties is het goed om te bespreken of en hoe we gezamenlijk kunnen leren van elkaar.
39
Hoofdstuk 1 Reikwijdte Nr Actie uit Hervormingsagenda 1 In 2024 komt er een wetsvoorstel waarin uitgewerkt wordt wat in een gemeente werkzame vrij toegankelijke voorzieningen in wijken, buurten, scholen en kinderopvang moeten zijn, waar ouders/opvoeders terecht kunnen met vragen over de opvoeding en jongeren laagdrempelig naartoe kunnen. Het NJI heeft in 2022 een publicatie hierover uitgebracht met een handreiking hiervoor (Link) 2
3
4
De niet-vrijblijvende afspraken uit het GALA worden benut: een kansrijke start in de eerste duizend dagen van een kind, een gezonde leefstijl en mentale gezondheid, de aanpak Opgroeien in een Kansrijke Omgeving (OKO) en versterking van de sociale basis zijn belangrijke onderdelen van preventiebeleid voor de jeugd. Het Rijk past de Jeugdwet aan zodat de jeugdhulpplicht toeziet op jeugdigen en gezinnen in de meest kwetsbare situaties, namelijk: jeugdigen in onveilige situaties en/of jeugdigen met ernstige7 gedragsproblematiek, een aandoening, stoornis of (chronische) beperking, waarbij de inzet van jeugdhulp noodzakelijk is gezien de aard en ernst van de hulpvraag. Wetsvoorstel volgt in 2024. Er wordt gewerkt aan een afwegingskader brede analyse (triage / verklarende analyse).
Uitvoering Gemeenten
Toelichting Zodra dit wetsvoorstel bekend is moet in gemeenten getoetst worden wat er al is en nog nodig is om deze vrij toegankelijke voorzieningen te kunnen bieden. Dit document kan gezien worden als eerste inzicht in wat in het wetsvoorstel komt te staan. Hiermee kan al getoetst worden wat de huidige stand van zaken is. Het borgen van deze afspraken in het gemeentelijke preventiebeleid.
Planning Ná wetsvoorstel 2024
10vdJ
Bij duidelijkheid over de afbakening van de Jeugdwet moet de contractering hierop worden aangepast.
Na wetsvoorstel 2024
Gemeenten en 10vdJ
Regionaal wordt gewerkt aan het breder implementeren van de Verklarende Analyse (bij onder andere uithuisplaatsingen). Lokaal kan er verder worden geïnvesteerd op het breder inzetten van een brede analyse. Vanuit 10vdJ werken we naar in elk toegangsteam de gedragswetenschapper(s)
Wanneer mogelijk
Gemeenten
Wanneer mogelijk
Er is sprake van ernstige problematiek wanneer de draaglast zwaarder weegt dan de draagkracht van ouders/opvoeders, waardoor zij onvoldoende in staat zijn adequaat in te spelen op de ontwikkelingsbehoeften van het betreffende kind. Dit is te beoordelen door een deskundige professional 7
40
5
Er wordt nader uitgewerkt hoe de uitvoerders van de JGZ worden ingezet bij preventieve interventies en signaleringen (met gemeenten en GGD-GHOR)
Gemeenten
6
Een beroep op een niet-vrij toegankelijke voorziening is niet mogelijk wanneer een passende vrij toegankelijke voorziening op grond van de Jeugdwet is niet mogelijk wanneer een passende vrij toegankelijke voorziening (bijvoorbeeld collectieve ondersteuning op school, (individuele) ondersteuning door stevig lokaal team etc.) of een overige voorziening (op het gebied van zorg, onderwijs, sport, cultuur, welzijn, basistakenpakket jeugdgezondheidszorg, maatschappelijke ondersteuning of werk en inkomen) beschikbaar is. Dit wordt in 2024 met wetgeving vastgelegd. Veel voorkomende (lichte) ambulante hulp en ondersteuning wordt als mogelijk vrij toegankelijk aangeboden. Inzet van dit type ondersteuning is mogelijk op basis van een lichte toets maar er is geen beschikking voor nodig. Deze zorg is zoveel mogelijk groepsgericht. Vaak wordt dit ingevuld door hulp en ondersteuning te bieden door het lokale team.
Gemeenten en 10vdJ
7
Gemeenten en 10vdJ
te scholen om de Verklarende Analyse uit te kunnen voeren. Hierna willen we de VA verplicht maken vóór het inzetten van elke uithuisplaatsing. De implementatie vanuit Gecertificeerde Instellingen moet nog worden onderzocht. Het gesprek moet worden gevoerd met de GGD over preventieve interventies en signaleringen. Dit wordt op de schaal van het Rijk gedaan maar kan ook in lokale overleggen met de JGZ gedaan worden. Gemeenten zijn verantwoordelijk om bepaalde vrij toegankelijke voorzieningen te hebben (zie ook actie 1 van hoofdstuk 1). De regio is verantwoordelijk dit te borgen in de inkoop. Dit kan gebeuren zodra dit vanuit de wetgeving duidelijk is vastgelegd.
Er moet onderzocht worden hoe dit momenteel wordt gedaan en of er een aanpassing nodig is.
Wanneer mogelijk en na gesprekken Rijk
Na wetsvoorstel 2024
Wanneer mogelijk en ná 2024
41
8
Gemeenten voeren periodiek overleg met samenwerkingspartners over de visie en opdracht aan de pedagogische basis, gerichte preventie en de inrichting van de vrij toegankelijke voorzieningen (waaronder een deel van de hulp geboden door stevige lokale teams). 9 Er wordt in 2023 een zogenaamde ‘niet doen’-lijst opgesteld door het veld. Professionals, aanbieders en gemeenten passen de voortschrijdende kennis over kwaliteit en effectiviteit – waar mogelijk: direct – toe in de praktijk. 10 Een behandeling dient niet langer te duren dan effectief is. Bewezen niet-effectieve hulp moet worden gestopt en niet meer worden betaald.
Gemeenten
11 Gemeenten en aanbieders maken bij de contractering afspraken hoe zij tijdens de looptijd van een contract de gemiddelde trajectduur monitoren en maken afspraken over sturing. Dit vraagt van gemeenten dat ze meer inzicht krijgen in de gemiddelde (geaggregeerde) trajectduur per aanbieder. En een gezamenlijke duiding van de oorzaken van de verschillen.
Gemeenten en 10vdJ
Gemeenten en 10vdJ
Gemeenten en 10vdJ
Veelal is dit al geborgd in lokale afspraken. Echter zodra duidelijk is wat wordt verstaan onder vrij toegankelijke voorzieningen moet worden onderzocht of dit voldoende gedaan wordt. De ‘niet-doen lijst’ is nog onbekend. Zodra hier meer duidelijkheid over is moet dit direct duidelijk worden bij de toegangen en toegepast worden. Dit moet dan ook door vertaald worden in de inkoop. Gemeenten moeten kort na het afgeven van beschikkingen evaluaties hebben met aanbieders waar jeugdhulp bij wordt ingezet. Naar aanleiding van deze evaluaties moeten keuzes gemaakt worden over het doorzetten of stoppen van hulp. De regio moet zo goed mogelijk in de Producten Diensten Catalogus een realistische doorlooptijd hanteren van beschikkingen, die niet langer dan noodzakelijk zijn. Ook moeten bewezen niet-effectieve hulp niet meer worden ingekocht. De regio zorgt dat ze inzicht heeft in trajectduur en dit ook kan bieden aan de gemeenten. Dit wordt regelmatig onderzocht en in contractmanagement gesprekken besproken. Dit inzicht wordt besproken en gedeeld met toegangen.
Na wetsvoorstel 2024
Na bekendheid niet-doen lijst
Wanneer mogelijk en na bekendheid niet-doen lijst.
Wanneer mogelijk
42
Hoofdstuk 2 Jeugdhulp steviger verbinden aan aanpalende domeinen zoals het onderwijs, volwassen-ggz en bestaanszekerheid. 1 Waar sprake is van gelijktijdige inzet van hulp uit andere Gemeenten Waar dit niet al de huidige werkwijze is moet er domeinen in geval van ernstige meervoudige problematiek in bij multi-problem casussen een coördinator de context van het kind en gezin wijst de gemeente in worden aangewezen door de gemeenten. Dit dergelijke gevallen een coördinator aan. moet geborgd worden in het lokale team en de werkafspraken. In het kader van de Lerende Regio wordt het gesprek aangegaan om een en ander rondom de organisatie van de toegang gezamenlijk op te pakken. In hoofdstuk 3 wordt hier verder op ingegaan. 2 Zeker in wijken of op scholen waar meer kinderen met Gemeenten Waar dit al niet gebeurd moet onderzocht intensieve of complexe zorgvragen zijn, biedt een collectieve worden hoe er lokaal ingezet gaat worden op inzet – een jongerenwerker, jeugdgezondheidszorgmedewerker meer aanwezigheid op school door voorliggend of jeugdhulpmedewerker die beschikbaar is voor een groep te investeren. Vanuit specialistische jeugdhulp kinderen die dit nodig hebben – veel voordelen. Juist op school wordt er door de regio ingezet op een kan ondersteuning eraan bijdragen dat kleine problemen klein projectleider collectieve zorg in onderwijstijd.
blijven, door vroeg te signaleren en lichte hulp dichtbij te hebben. Dit kan zijn in de vorm van schoolmaatschappelijk werk, welzijnswerk, jeugdhulp (bv. schoolpsychologen), of bredere ondersteuning op sociaal gebied. Dit ondersteunt tevens leraren en bijvoorbeeld intern begeleiders, en versterkt het contact tussen school en wijk 3 Ook in de kinderopvang is er steeds meer collectief aanbod in Gemeenten Waar dit nog niet gebeurd in gemeenten moet de vorm van plusopvang. Dit is extra ondersteuning op de onderzocht worden of dit wenselijk is om in te reguliere kinderopvang, vaak gefinancierd door gemeenten richten. vanuit de Jeugdwet. Met een collectieve aanpak wordt zowel het onderwijs als de reguliere opvang inclusiever en kunnen
Wanneer mogelijk
Wanneer mogelijk
Wanneer mogelijk
43
4
5
6
meer kinderen met ondersteuningsbehoefte samen met andere kinderen in de buurt naar dezelfde opvang. Er wordt ingezet op collectief aanbod van zorg en onderwijs. De collectieve ondersteuning is hierbij voorliggend. Groepsgerichte voorzieningen hebben bovendien de voorkeur boven een individueel gerichte aanpak. Er komt een landelijke norm die aangeeft welke onderwijsondersteuning elke school minimaal moet kunnen bieden aan de leerling. Dit geeft meer duidelijkheid aan leerlingen, ouders, leraren en scholen over welke ondersteuning minimaal op school aanwezig moet zijn en wat daarvoor moet worden gedaan. Rijk, VNG en betrokken partijen operationaliseren daarnaast de mogelijkheden die het IZA creëert. In het IZA is afgesproken: Er komt een werkgroep ‘Domeinoverstijgende bekostiging’. Deze werkgroep werkt in ieder geval oplossingen uit voor: i. Financieren van zowel betalingen als investeringen alsook het verdelen van baten die in een ander domein vallen in het algemeen; ii. Consultatie, multidisciplinair overleg, verkennend gesprek, coördinatie en medicatieadvies ggz; iii. Projectleiders samenwerkingsorganisaties en andere indirecte kosten; iv. Indirecte tijd door medewerkers van zorgaanbieders en welzijnsorganisaties in het bijzonder.
Per 2024 verhogen we het maximumaantal uren poh-ggz (+4 uur) per normpraktijk in segment 1 van de beleidsregel huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg ten behoeve van netwerkzorg en het inzetten van e-health modules, beide in het kader van huisartsgeneeskundige zorg; - Gemeenten en de ggz vinden het van belang de thema’s voor de komende periode te benoemen
Gemeenten Regionaal (21vdJ) is er een projectleider en 10vdJ jeugdhulp-onderwijs die met dit specifieke onderwerp aan de slag gaat. Er zijn ook veel lokale initiatieven bij scholen. 10vdJ Zodra deze landelijke norm bekend is moet dit vertaald worden in de inkoop. Als duidelijk wordt dat dyslexie (bijvoorbeeld) een verantwoordelijkheid is van school moet deze uit de contractering van de jeugdhulp worden gehaald. Gemeenten De borging van de werkagenda IZA zal moeten en 10vdJ landen in gemeenten (en waar nodig in de inkoop). Gemeenten pakken de uitwerking van de IZA lokaal (of sub regionaal) op. Waar nodig moet de verbinding met inkoop gemaakt worden.
Wanneer mogelijk
Zodra landelijke norm bekend is.
Wanneer mogelijk en na bekendheid werkagenda IZA
44
7
8
en vast te leggen in een voorlopige werkagenda. Hiervoor wordt op korte termijn, maar uiterlijk in 2023, een werkagenda opgesteld, waarbij wordt aangesloten op de reeds bestaande ontwikkelagenda toegankelijkheid en wachttijden ggz. Ook in deze agenda is er aandacht voor rollen en verantwoordelijkheden; - In het IZA is € 160 mln. als specifieke investering geoormerkt voor transformaties in de volwassenenggz. Gemeenten leggen betere verbindingen in de uitvoering van maatregelen in het brede sociaal domein, zodat deze ook maximaal effect sorteren in gezinnen. Dit wordt verwerkt in het convenant ‘Stevige lokale teams’. Bij de inrichting hiervan wordt gebruik gemaakt van c.q. aangesloten op de doorbraakmethode en andere succesvolle voorbeelden van domeinoverstijgend werken. Jeugdhulpaanbieders en gemeenten committeren zich om voor en met deze jongeren tijdig een toekomstperspectief te formuleren, voordat zij de jeugdhulp op hun 18e verlaten. Concreet betekent dit dat elke jongere die jeugdhulp ontvangt een persoonlijk ontwikkel- of toekomstplan heeft met nietvrijblijvende afspraken waarin de ‘Big 5’ (wonen, werk/school, inkomen, welzijn en support) leidend is. (link naar NJI handreiking)
Hoofdstuk 3 Stevige lokale teams en toegang 1 Onderdeel van een kwaliteitskader is een criteria voor het doen van een brede analyse, waar triage, een verklarende analyse en verwijzing een onderdeel van zijn.
Gemeenten Dit wordt later uitgewerkt bij het hoofdstuk Sociale Teams. En is benoemd bij actie 1 van dit hoofdstuk (het aanstellen van een coördinator bij multi-problem gezinnen)
Wanneer mogelijk en ná vaststelling convenant Stevige Sociale Teams
Gemeenten In de huidige overeenkomst is opgenomen dat en 10vdJ aanbieders verplicht zijn om te werken met een toekomstperspectief plan. Echter horen wij in de praktijk dat dit te weinig gebeurt. Hier moet verder actie op worden uitgezet voor zowel het gebruik van de toegang en van aanbieders.
Wanneer mogelijk
Gemeenten De regio is al bezig om de Verklarende Analyse en 10vdJ een vast onderdeel te laten zijn van uithuisplaatsingen. De bredere inzet hiervan moet worden onderzocht. Gemeenten kunnen
Wanneer mogelijk en ná duidelijkheid kwaliteitskader 45
2
Gemeenten en jeugdhulpaanbieders vullen hun opdrachtgeveren opdrachtnemerschap zo in dat specialistische expertise en die van de JGZ dicht bij de lokale teams is gepositioneerd. Onderdeel hiervan vormen heldere afspraken over de financiering van deze consultatiefunctie.
3
Er wordt ingezet op de aanwezigheid van vaste contactpersonen voor huisartsen bij lokale teams en vice versa. Er wordt meer bekendheid verspreid over de bredere inzet van jeugdconsulenten bij huisartsen. In de hoop dat dit meer wordt ingezet. Veel gemeenten en huisartsenpraktijken hebben er inmiddels gezamenlijk voor gekozen om een jeugdconsulent of ondersteuner jeugd in te zetten in de huisartsenpraktijk, zodat deze direct lichte hulp kan bieden en een apart traject in veel gevallen niet meer nodig is. Andere huisartsenpraktijken werken samen met een poh-ggz (met aandachtsgebied jeugd). Het maken van afspraken over het alleen inzetten van gecontracteerd aanbod vraagt zowel het initiatief van de gemeenten als de medewerking van huisartsen, de medische specialisten, de jeugdartsen en de GI’s.
4
5
6
Het vergroten van de kennis en expertise van medewerkers van stevige lokale teams, toegangsmedewerkers en de overige
de brede analyse verder implementeren. Zie ook hoofdstuk 1, actie 4. Gemeenten De regio onderzoekt de mogelijkheden om de en 10vdJ consultatie functie regionaal in te kopen. Verder moet met gemeenten besproken worden of expertise die toegevoegd moet worden aan de lokale teams mogelijk regionaal ingekocht kan worden. Waar niet nodig / wenselijk wordt dit lokaal ingericht. Gemeenten Waar niet al ingericht moet dit in samenwerking met de huisartsen worden georganiseerd. Gemeenten De ervaringen worden door VNG en VWS en verspreid. De gemeenten zijn verantwoordelijk huisartsen voor het positioneren van een jeugdconsulent bij huisartsen of een poh-ggz jeugd te organiseren.
Gemeenten De regio is verantwoordelijk voor het en 10vdJ contracteren van voldoende en passend aanbod. De verwijzers leveren hiervoor ook informatie aan. De afspraken met GI’s en huisartsenverenigingen kunnen ook regionaal worden gevoerd. Hier worden lokaal ook gesprekken gevoerd. Gemeenten Er moet worden opgehaald waar de behoefte (optie ligt aan kennis en expertise. Als hier een 10vdJ)
Wanneer mogelijk
Wanneer mogelijk Wanneer mogelijk
Wanneer mogelijk
Wanneer mogelijk
46
7
8 9
verwijzers naar jeugdhulp over de doelgroep en hun specifieke behoeften. Het vergroten van de regie van de jeugdige en het gezin en de samenwerking tussen professionals, de jeugdige en het gezin. Onderdeel van deze regie is de keuzevrijheid in zorgverleners en financieringsvorm (zorg in natura en persoonsgebonden budget); Het mogelijk maken van meer passende beschikkingen (duur, aard en omvang) Het realiseren en implementeren van een toekomstgericht perspectiefplan dat meegroeit met de jeugdige en het gezin;
10 Het realiseren en daadwerkelijk beschikbaar maken van logeeropvang en respijtzorg. Hoofdstuk 4 Terugdringen residentiele jeugdhulp: zo thuis mogelijk 1 Gemeenten en instellingen werken aan afspraken over passende tarieven voor de kleinschalige voorzieningen. 2
Er wordt meer gewerkt met (in)formele steunfiguren om het aantal uithuisplaatsingen (naar residentiele jeugdhulp) substantieel terug te dringen.
gezamenlijke wens ligt zou dit ook regionaal kunnen worden opgepakt. Gemeenten Dit wordt momenteel al aangeboden
Gebeurt al.
Gemeenten Wordt momenteel al gedaan
Gebeurt al.
Gemeenten Een toekomstgericht perspectiefplan is verplicht en 10vdJ bij aanbieders. Echter wordt hier nog niet voldoende mee gewerkt. Zie ook hoofdstuk 2, actie 8. Gemeenten Onduidelijk of onze gemeenten dit onvoldoende doen?
Wanneer mogelijk
10vdJ
Wanneer mogelijk
We zijn al gestart met de pilot kleinschalig verblijf met Combinatie Jeugdzorg. Dit breiden we uit naar breder kleinschalig verblijf. Gemeenten De uitwerking hiervan moet nog verder en 10vdJ duidelijk worden. Er wordt onder andere gedacht aan de JIM methodiek. Indien blijkt dat het inzetten van (in)formele steunfiguren werkt voor het terugdringen van uithuisplaatsingen willen we onderzoeken of we dit regionaal kunnen inrichten.
Wanneer mogelijk
Bij duidelijkheid over informele steunfiguren
47
Hoofdstuk 5 Kwaliteitsverbetering en blijvend leren 1 Jeugdigen en ouders vormen een toetssteen voor kwaliteit: wanneer voegt de hulp waarde toe in hun leefwereld?
2
3
Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het bieden van een kwalitatief en kwantitatief toereikend aanbod van jeugdhulp en waarborgen de kwaliteit van de uitvoering van de jeugdhulp onder andere door hierover passende afspraken te maken bij inkoop, inclusief de benodigde randvoorwaarden; De optimale behandelduur is een onderdeel van effectiviteit.
Gemeenten Momenteel hebben we evaluaties als verplicht en 10vdJ punt in de overeenkomst staan echter is dit vorm vrij en vragen wij deze niet op. Hier kunnen we keuzes in maken zodat wij beter kunnen ophalen hoe jeugdigen en hun ouders zorg ervaren. Regionaal onderzoeken we hoe we kwaliteit blijven toetsen. Lokaal gebeurt dit in evaluatie gesprekken en bij signalen van ouders / jeugdigen. 10vdJ In de inkoop wordt geborgd welke kwaliteitseisen er worden gevraagd voor welke zorg.
Wanneer mogelijk
Gemeenten Zie ook actie 9 van hoofdstuk 1 Reikwijdte. en 10vdJ
Wanneer mogelijk
Hoofdstuk 6 Verbeteren van de organisatie en inkoop van specialistische jeugdzorg 1 Nadat het wetsvoorstel in werking is getreden stelt iedere 10vdJ Zodra de regio indeling duidelijk is moet de gemeente (in overleg met de andere gemeenten in de huidige regio visie bijgewerkt worden of betreffende regio) een regiovisie vast, waarin zij opneemt hoe vernieuwd worden. zij met andere gemeenten samenwerkt teneinde te bewerkstellingen dat (hoog)specialistische jeugdhulp voldoende beschikbaar is. 2 Nadat het wetsvoorstel in werking is getreden treffen 10vdJ Zodra de regio indeling duidelijk wordt moet er gemeenten voor de organisatie van specialistische jeugdhulp gewerkt worden naar een organisatie conform een gemeenschappelijke regeling als bedoeld in de Wet
Wanneer mogelijk
Januari 2024
Gedurende 2024
48
3
4
5
6
gemeenschappelijke regelingen (Wgr). Op grond van die gemeenschappelijke regeling richten gemeenten een bedrijfsvoeringsorganisatie of een openbaar lichaam op of wijzen een centrumgemeente aan die wordt belast met de regionale inkoop. Deze regionale entiteit wordt ‘Jeugdregio’ genoemd; Bij amvb worden inclusiecriteria (d.w.z. kenmerken van een regionaal in te kopen functie) vastgelegd op basis waarvan bepaald wordt welke zorgvormen regionaal worden ingekocht. De zorgvormen worden opgenomen in een ministeriële regeling. Bij de uitwerking daarvan wordt onder andere gekeken naar zorg met een acuut karakter (7x24 uur crisisdienst), onvrijwillige zorg, (hoog) complexe zorg, zorg voor kinderen met meervoudige problematiek, waarvan het volume laag is of waarvoor multidisciplinaire en vaak schaarse expertise nodig is. Het gaat daarbij niet per definitie om intramurale zorg, maar het kan bijvoorbeeld ook specialistische ambulante behandeling betreffen. Alle administratieve processen in de regio voor tenminste regionaal in te kopen zorgvormen worden geharmoniseerd en door de Jeugdregio ten behoeve van de gemeenten in de regio afgehandeld worden Er vind een toets plaats omtrent robuustheidseisen waarna er een regio-indeling wordt vastgesteld in een ministeriele regeling.
Regionale inkoop wordt door gemeenten en jeugdhulpaanbieders voorzien van een passende bekostigingssystematiek, waarbij zij tenminste voor een aantal afgebakende zorgvormen een vorm van
de Wgr. Dit zal in de betrokken gemeenteraden uiteindelijk besloten moeten worden.
10vdJ
Nadat de amvb zorgvormen lijst is vastgesteld moet de regio deze vertalen in de (nieuwe) Jeugdregio.
Gemeenten Er wordt al gezamenlijk gewerkt met een en 10vdJ regionale administratieprotocol. Dit wordt verder onderzocht en geharmoniseerd.
Na Amvb zorgvormen lijst.
10vdJ
De toets heeft al plaatsgevonden. In januari wordt het resultaat duidelijk.
Grotendeels al afgerond. Wanneer mogelijk. Afgerond in december 2023
10vdJ
Wij hebben de afgelopen jaren geïnvesteerd in de afbouw van beschikbaarheidsbekostiging en hebben toegewerkt naar PxQ. Zodra duidelijk is welke vormen opnieuw naar een
Zodra bekend is welke zorgvormen op deze manier 49
7
beschikbaarheidsbekostiging hanteren. Dit geld ook voor enkele zorgvormen binnen de landelijke inkoop. Gemeenten nemen het initiatief voor het uitvoeren van een onderzoek of het nuttig of nodig is vormen van verevening toe te passen bij cliënten met uitzonderlijk hoge kosten. Dit onderzoek zal uiterlijk in 2025 zijn afgerond en hangt samen met ontwikkelingen op het gebied van de financiering van jeugdzorg.
beschikbaarheidsbekostiging moeten gaat dit geïmplementeerd moeten worden. Gemeenten Er moet onderzoek gedaan worden naar de en 10vdJ impact van deze beperkt aantal cliënten en de manieren waarop dit onderling verevend zou kunnen worden. De regio neemt hiertoe het initiatief. Dit doet zij samen met de werkgroep monitoring en financiën (waarin een afspiegeling van de gemeenten aanwezig is). Hierdoor hopen we goed inzicht te krijgen op de cliënten met hoge kosten de afgelopen jaren en een voorstel voor de verevening.
Hoofdstuk 7 Eenvoudigere uitvoering en inkoop, minder administratieve lasten en aanpak negatieve effecten marktwerking. 1 In een ministeriële regeling wordt een uniforme product- en 10vdJ Zodra dit overzicht bekend is moet dit vertaald dienstomschrijvingen vastgelegd voor de zorgvormen die op worden in de inkoop (na afloop van regionaal en landelijk niveau zullen moeten worden ingekocht contractering, of met goedkeuring van alle partijen, als aanpassing van de huidige contractering). 2 Er worden landelijk geldende uniforme en standaardwijze van 10vdJ Zodra dit overzicht bekend is moet dit vertaald inkoop, contractering, administratieve afhandeling en worden in de inkoop (na afloop van verantwoordingseisen gemaakt ten aanzien van de producten contractering, of met goedkeuring van alle en diensten die op grond van de ministeriële regeling met partijen, als aanpassing van de huidige zorgvormen op regionaal of landelijk niveau zullen moeten contractering). Ook moet dit verwerkt worden worden ingekocht. in procesafspraken en administratieprotocol.
bekostigd moeten worden. Wanneer mogelijk
Na bekendheid landelijke PDC
Zie <
50
3
4
5
6
Er worden minimale kwaliteitscriteria voor de zorg opgesteld. Deze kwaliteitscriteria zijn van toepassing op de zorgvormen die in de ministeriële regeling zijn opgenomen. Het organisatieonderdeel van de aanbieder dat de betreffende zorg biedt moet voldoen aan deze kwaliteitscriteria. In het verlengde hiervan onderzoeken VNG, jeugdhulpaanbieders en het Rijk of het in de rede ligt om waar mogelijk aan te sluiten bij het systeem dat geldt voor de aanbieders van Zvw- en Wlz-zorg. Landelijke tarieven worden uitgewerkt voor de eerder genoemde PDC. Aanbieders kunnen inschrijven voor welk tarief zij de zorg kunnen leveren, met het landelijke tarief als maximum. Daarop vooruitlopend zal de amvb ‘Reële prijzen Jeugdwet’ stimuleren dat gemeenten en aanbieders hun prijzen opbouwen met gebruik van de in de amvb bepaalde kostprijselementen en zodoende bijdragen aan tariefdifferentiatie. Gemeenten en jeugdzorgaanbieders spreken af dat de tarieven worden geïndexeerd zoals afgesproken in de contractstandaarden Jeugd. Er worden triage- en verwijscriteria ontwikkeld voor de regionale PDC. Op grond van deze criteria kunnen verwijzers bepalen in welke situatie zij een zorgvorm inzetten.
Voor de zogeheten niet-kernbedingen in contracten, zoals geschiktheids- en certificeringseisen en bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering, zijn landelijke standaarden in ontwikkeling en door de VNG in haar ALV van 2 december 2022 vastgesteld. Gemeenten en aanbieders committeren zich aan het gebruik van deze standaarden, zowel voor het jeugddomein als voor maatschappelijke ondersteuning.
10vdJ
Zodra dit overzicht bekend is moet dit vertaald worden in de inkoop (na afloop van contractering, of met goedkeuring van alle partijen, als aanpassing van de huidige contractering).
<
10vdJ
Zodra dit overzicht bekend is moet dit vertaald worden in de inkoop (na afloop van contractering, of met goedkeuring van alle partijen, als aanpassing van de huidige contractering). Dit kan resulteren in aanbieder specifieke tarieven. De indexatie is al aangepast conform de contractstandaarden.
<
Gemeenten Zodra deze criteria ontwikkeld zijn moet dit en 10vdJ regionaal vertaald worden en lokaal geïmplementeerd. 10vdJ Dit moet vertaald worden in de inkoop. Ook moet hierbij Wmo inkoop betrokken worden.
Zodra criteria ontwikkeld zijn <
51
7
8
9
Landelijk standaardiseren van de zogeheten kernbedingen in contracten. Prioriteit is het harmoniseren van verantwoordingseisen waarbij er tevens op wordt ingezet dat deze van afdoende abstractieniveau zijn (geen microsturing op casusniveau) om de administratieve lasten maximaal te verminderen. Zowel gemeenten als aanbieders onderschrijven het belang microsturing ten algemene te vermijden. Zeker waar het gaat op casusniveau: de beschikking dient de rechtspositie van de cliënt te beschermen en is geen financieel sturingsinstrument Het Rijk wil dat gemeenten en aanbieders prijzen transparanter maken door het werken met kostprijselementen voor te schrijven.
10vdJ
Zodra dit overzicht bekend is moet dit vertaald worden in de inkoop (na afloop van contractering, of met goedkeuring van alle partijen, als aanpassing van de huidige contractering).
Gemeenten Wij zien momenteel dat de beschikking wel als sturingsinstrument wordt gezien. Dit is een andere houding naar de inzet van beschikkingen. 10vdJ Zodra dit bekend is moet dit vertaald worden in de inkoop (na afloop van contractering, of met goedkeuring van alle partijen, als aanpassing van de huidige contractering).
Hoofdstuk 8 Verbeteren inzicht in het functioneren van het jeugdstelsel met data en monitoring 1 Een eerste stap in het verbeteren van het inzicht in het Gemeenten Het stelsel wordt ingevuld door gemeenten. Er functioneren van het stelsel is de aanpassing van de indeling is alleen actieve actie nodig als het stelsel niet van de financiële informatie van gemeenten (Iv3), waaronder werkt, door feedback te geven aan VWS en de uitgaven aan jeugdzorg, die onlangs is doorgevoerd. Met VNG. deze aanpassing is vanaf 2023 voor de jeugdzorg inzicht in twaalf categorieën (taakvelden) in plaats van twee (zie box 1). VWS en BZK zijn in 2022 gestart met het bieden van een structuur om gemeenten te ondersteunen in de overgang naar de nieuwe taakvelden
<
Wanneer mogelijk
<
Wanneer mogelijk en na stelsel verandering.
52
Bijlage 5 -Actieplan Segment 2 wonen Door Esther Bouten
0
Actieplan Segment 2 Wonen 2024-2025 [datum]
Inhoud Inleiding ...................................................................................... 2 1.1
Wat is Segment 2?.............................................................................2
1.2
Waarom dit actieplan? .......................................................................2
1.3
Wat is er vanaf het voorjaar 2023 gebeurd op segment 2? .............................2
De actualisatie .............................................................................. 2 2.1
De cijfers (kwantitatief) ....................................................................2
2.2
De verhalen achter de cijfers (kwalitatief) ...............................................3
2.2.1 Zorgpaden .......................................................................................3 2.2.2
Toegangen (lokale- en toegangen van gecertificeerde instellingen) ...............5
2.2.3 Aanbieders ......................................................................................6 2.2.4 Jeugdige cliënten en pleegouders ...........................................................6 Conclusies ..............................................................................................7 Acties ......................................................................................... 8 3.1 Hoe bepalen we de juiste acties: relevante gemeentelijke doelen en uitgangspunten8 3.2 De concrete acties ...............................................................................9 3.2.1
Segment-brede acties ................................................................... 11
3.2.2.
Acties per product ....................................................................... 13
3.3
Geprioriteerde acties door betrokkenen ................................................ 17
Financiën:...................................................................................17 4.1 Wat mag het kosten en hoe gaan we dat betalen ......................................... 17 Bijlage 1. Overzicht aanpak acties uit Ambitieakkoord Wonen ....................20 Bijlage 2. Factsheet Segment 2 (september 2023) ..................................21 Bijlage 3. Toelichting operationele doelen Een 10 voor de Jeugd (bron: Programmaplan) 29
1
Actieplan Segment 2 Wonen 2024-2025 [datum]
Inleiding 1.1
Wat is Segment 2?
Segment 2 gaat over het woonaanbod voor jeugdigen die niet thuis kunnen wonen, omdat de thuissituatie geen passende woonomgeving is voor de jeugdige. In dat geval moet er een alternatieve woonvorm gevonden worden in de vorm van één van de producten: • pleegzorg (43A09); • gezinshuizen (43A10); • woongroepen (43A14); • begeleiding naar zelfstandig wonen (43B99). Wonen is een vorm van verblijf, maar verschilt van het verblijf in segment 1 (hoog specialistische, weinig voorkomende jeugdhulp). In segment 1 is verblijf een voorwaarde om te kunnen behandelen. Bij de woonvormen in segment 2 gaat het er juist om dat er een veilige omgeving, zo dicht mogelijk bij de leefomgeving, zo lang als nodig, voor de jeugdige beschikbaar is.
1.2
Waarom dit actieplan?
In 2021 is het Ambitieakkoord Wonen opgesteld. Dit akkoord is opgesteld met en ondertekend door een aantal grote(re) aanbieders binnen dit segment en vastgesteld in 11 colleges. Daarnaast zijn in 2022 nieuwe overeenkomsten opgesteld binnen 10vdJ. Na de ondertekening van de nieuwe overeenkomsten heeft segment 2 en daarmee ook het Ambitieakkoord binnen 10vdJ door personele krapte en andere prioriteiten minder aandacht gekregen. Inmiddels is er vanaf het voorjaar van 2023 binnen 10vdJ weer voldoende ruimte om ook segment 2 de aandacht te geven die het verdient.
1.3
Wat is er vanaf het voorjaar 2023 gebeurd op segment 2?
Het Ambitieakkoord is allereerst getoetst op actualiteit: een aantal actiepunten is al gerealiseerd, andere punten moesten nog worden opgepakt. Deze nemen we mee in dit actieplan (zie bijlage 1). Daarna heeft de interne 10vdJ-werkgroep een cijfermatig en kwalitatief beeld geschetst op de 4 producten. Vervolgens hebben er gesprekken plaatsgevonden met de toegangen (gemeenten en Gecertificeerde Instellingen), jeugdigen en pleegouders en aanbieders. Alle bevindingen zijn vertaald in dit actieplan.
De actualisatie Om een goed en actueel beeld te krijgen van wat er speelt op segment 2, zijn cijfers en het verhaal achter de cijfers in beeld gebracht. Deze geven mede vorm aan noodzakelijke acties. In deze paragraaf allereerst een weergave van dit beeld.
2.1
De cijfers (kwantitatief)
Uit beschikbare data is een factsheet opgesteld. Deze is te vinden in bijlage 2. Een korte samenvatting en opvallende zaken binnen dit segment: •
Verreweg de meeste jeugdigen binnen dit segment maken gebruik van pleegzorg (ca. 215 jeugdigen), op enige afstand gevolgd door gezinshuizen (ca. 45 jeugdigen).
2
Actieplan Segment 2 Wonen 2024-2025 [datum] • • • • •
•
•
Het product woongroep kent ca. 15 jeugdigen, op de begeleiding naar zelfstandig wonen verblijft maar 1 jeugdige; We hebben 5 aanbieders gecontracteerd voor pleegzorg, het merendeel van de jeugdigen verblijft bij één van deze aanbieders; Het beeld voor gezinshuizen is anders: er zijn 8 aanbieders gecontracteerd, hier is 2/3 e van onze jeugdige cliënten geplaatst. De laatste 1/3 e van de cliënten is geplaatst bij 10 verschillende, niet-gecontracteerde aanbieders; Het product begeleiding naar zelfstandig wonen bevat opvallend maar 1 cliënt, terwijl dit product met name is ontwikkeld om in de overgang 18-/18+ te kunnen voorzien; De gemiddelde kosten voor een jeugdige in segment 2 bedragen ca. € 21.000 per jaar en is daarmee vele malen goedkoper dan een verblijf in segment 1 (ca. € 57.000 per jaar), maar wel duurder dan de gemiddelde kosten van een jeugdige die ambulant kan worden geholpen (ca. € 6.600 per jaar); Er zijn wachtlijsten, maar inzicht in de lengte ervan is niet altijd duidelijk. Wanneer er immers onvoldoende plekken zijn en een UHP (uithuisplaatsing) aan de orde is, blijft een jongere vaak niet ‘eeuwig’ op de wachtlijst, maar wordt er naar alternatieven gezocht, omdat de situatie daarom vraagt; De wachttijden lopen fors op tot ruim 2 jaar voor een gezinshuis.
Welke conclusies brengt dit mee? • Pleegzorg wordt algemeen gezien als de meest ‘lichte’ vorm van een UHP en verdient hierdoor alsmede door de grootte van de doelgroep aandacht; • Het zicht op gezinshuizen en daarmee geboden kwaliteit ontbreekt onder ander door een groot versnipperd aanbod, met name omdat een relatief groot deel van onze jeugdigen bij een eveneens groot aantal niet-gecontracteerde gezinshuizen is geplaatst; • Het geringe gebruik van het product ‘begeleiding naar zelfstandig wonen’ roept de vraag op of dit product dat ontstaan is uit de veel gehoorde vraag naar inzetten op een soepele overgang 18-/18+ voldoet aan de behoefte. Deze vraag wordt versterkt doordat ook pleegzorg en gezinshuishuizen langer dan 18 jaar voor de jeugdigen kan worden ingezet. M.a.w. in welke behoefte en voor welke doelgroep jeugdigen zou dit product moeten of kunnen voorzien.