2024-09 Raadsinformatiebrief monitoring Leefbaarheid - Bijlage 2 rapport AiREAS
Tekst van het document
Het geeft tevens de basis weer van proactieve multidisciplinaire samenwerking waarin elk van de deelnemers in eigen kracht komt te staan door de eigen bijdrage aan de uitdaging vorm te geven. Hiermee hebben we via AiREAS geëxperimenteerd en samen ervaringen opgebouwd. Het is aan te bevelen het leerproces te omarmen en samen door te pakken in de transitie. 7. Vanuit bovenstaand perspectief nodigt AiREAS uit om partners zoals de GGD, de Omgevingsdienst, TNO, provincie en anderen mee te nemen in het proactieve partner proces. Zij kunnen meekijken naar de verslaglegging en hun voorstellen op tafel leggen om naar een volgende fase te komen. Het gaat dan niet om de beoordeling van een afgerond proces maar juist het gebruik maken ervan om tot relevante nieuwe stappen te komen. Via de verspreiding van de verslagen nodigen we de partijen uit om samen te komen voor proactief overleg. We beperken de uitnodiging niet alleen tot de overheid maar ook burgers en bedrijfsleven. Jean-Paul Close Verbinder
Nuenen
42 Hoofdstuk 4 Wettelijke normen Op verzoek van verschillende deelnemende partijen geef ik hier weer wat op internet te vinden is aan formele wettelijke normen rond geluid, fijnstof en stikstofdioxide. AiREAS wil niet over normen gaan maar over integrale en positieve gezondheid. Wettelijke normen zijn geen enkele reden om de verantwoordelijkheid voor gezondheid of een gezonde leefomgeving te minderen of weg te nemen. Wetenschappelijke onderbouwing van zowel onze ongezonde levenswijze als de consequenties ervan nopen ons tot deze samenwerking. Ons duurzame welzijn, de maatschappelijke lasten en ons voortbestaan (antropoceen) zijn structureel beschadigd en verdienen de aandacht en het urgentiebesef van het nemen van onze verantwoordelijkheden, elk voor zich én samen. Wereld Gezondheid Organisatie N.B. In 2021 heeft de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) nieuwe advieswaarden gepubliceerd die veel scherper zijn dan voorheen. Het GGD verslag van 2022 (zie links in het verslag) neemt deze nieuwe advieswaarden ter harte.
Geluid2 Wat geluid betreft gelden de volgende wettelijke normen in Nederland. De geluidsgrenzen voor particulieren woningen, gemeten aan de gevel, zijn als volgt: gemiddeld piekbelasting
●
overdag (07.00 - 18.00) gemiddeld 50 dB(A) piek 70 dB(A)
●
's avonds (18.00 - 23.00) gemiddeld 45 dB(A) piek 65 dB(A)
●
's nachts (23.00 - 07.00) gemiddeld 40 dB(A) piek 60 dB(A)
Deze normen gelden niet voor bijzondere situaties.
De geluidsmetingen van AiREAS zijn niet altijd “aan de gevel” gerealiseerd omdat we direct aan de verkeersaders hebben gemeten. Uitzondering vormen de metingen aan de Refelingse Erven bij een inwoner thuis. Daar vonden de metingen wel plaats aan de gevel. Akoestisch gezien is meten “aan de gevel” verwarrend omdat gevels geluid weerkaatsen. De keuzes voor de meetlocaties in deze fase zijn in breed overleg gemaakt, met name vanuit het wensenpakket van de gemeentelijke overheid op dat moment.
2
https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/geluidsoverlast/geluidsoverlast-in-de-wet
Nuenen
43 Luchtvervuiling3
Regelgeving voor fijn stof (PM10) ● Een grenswaarde voor het jaargemiddelde: 40 µg/m3 als jaargemiddelde mag niet worden overschreden. Deze grenswaarde beoogt vooral bescherming te bieden tegen de langetermijneffecten van fijn stof. ● Een grenswaarde voor het daggemiddelde: 50 µg/m3 als daggemiddelde mag op niet meer dan 35 dagen per jaar worden overschreden. Deze grenswaarde is vooral bedoeld om bescherming te bieden tegen de kortetermijneffecten van fijn stof.
Regelgeving voor de fijnere fractie van fijn stof (PM2,5) Voor het jaargemiddelde geldt voor het hele land: ● een streefwaarde van 25 µg/m3 die geldt vanaf 2010; ● een grenswaarde van 25 µg/m3 die geldt vanaf 1 januari 2015; ● een indicatieve grenswaarde van 20 µg/m3 die geldt vanaf 2020. Voor het jaargemiddelde geldt voor de stedelijke omgeving: ● een grenswaarde van 20 µg/m3 op basis van metingen op stedelijke achtergrondlocaties die geldt vanaf 2015; ● een blootstellingsverminderingsdoelstelling van 15-20% tussen 2010 en 2020; voor 2010 gaat hierbij om het gemiddelde van de jaren 2009, 2010 en 2011.
Bijdragen van natuurlijke bronnen De Europese luchtkwaliteitsrichtlijn bepaalt dat de bijdragen van natuurlijke bronnen aan de concentraties van fijn stof, waaronder zeezout, bij eventuele overschrijdingen van grenswaarden buiten beschouwing mogen worden gelaten. Afhankelijk van de locatie kan het om een correctie van 3 tot 7 µg/m3 gaan.
Regelgeving en gezondheid De grenswaarden voor fijn stof zijn niet op te vatten als absolute grenzen als het gaat om de effecten voor de volksgezondheid. In feite is er geen drempelwaarde voor de effecten van fijn stof aan te geven. NO2 - Stikstofdioxide4
3 4
https://www.rivm.nl/fijn-stof/regelgeving https://www.atlasleefomgeving.nl/thema/schone-lucht/stikstofdioxide-NO2
Nuenen
44
Nuenen
45 Hoofdstuk 5 Nuenen 1.0 meetproject Afrondende rapportage van afsluitende fase 2, project 1 November 2022
Inleiding Toen we in 2018 begonnen met het eerste Nuenense meetproject dachten we nog niet in de fasen die uiteindelijk zijn ontstaan. Het project was gericht op het in gebruik nemen van (low cost) meetinstrumenten voor het meten van luchtkwaliteit. De gemeenteraad wilde haast maken in het `onzichtbare zichtbaar maken` op dit gebied in aanloop naar het aangekondigde regionale meetnetwerk waar Nuenen zich bij aan wilde sluiten. De low cost sensoren waren pas net op de markt (2018-2019). De gemeenteraad stond voor moeilijke infrastructuur keuzes en verkoos om niet af te wachten maar alvast ervaring op te doen met deze instrumenten. Nadat ruim een jaar was geëxperimenteerd en samen een leerproces werd opgebouwd rond de complexiteit van meten, waarbij burgerparticipatie zeer sterk betrokken is geraakt, werd gekozen om een tweede fase in te richten. Dit op uitdrukkelijk verzoek van de gemeente waarbij gevraagd werd de metingen te concentreren op de drukke verkeersaders die door de gemeente lopen en de impact ervan op het leefmilieu. Dit wegens de bundelroute discussie die volop gaande was. Met de meetresultaten zou de gemeente willen werken aan een nulmeting die gebruikt kan worden voor het volgen en mogelijk voorspellen van de berekende impact van beleidskeuzes. Deze tweede nulmeting zou gerelateerd worden aan de intense verkeersaders.
Fase 1 had een eerste nulmeting opgeleverd voor heel Nuenen als een gemiddelde waarde. Deze eerste nulmeting gaf een gemiddelde fijnstof waarde die zich rondom de geldende normering van Nederland bevond. Gedurende fase 2 werd tevens het regionale meetnetwerk (ook AiREAS) operationeel. Hier werden hoge verwachtingen aan verbonden door de gemeente Nuenen wegens de betrokkenheid van erkende instanties zoals TNO en de GGD. Om deze tweede fase inhoudelijk vorm te geven is intensief samengewerkt met alle mogelijke partijen. Zij hebben geholpen om de definitieve meetlocaties en methodes te kiezen. Betrokken zijn, naast de Gemeente Nuenen, ook RIVM, TNO, Intemo, bureau Blauw, verschillende inwoners van Nuenen, GGD, ODZOB, de regiegroep Regionaal Meetnetwerk en Hanenberg BV (lantaarnpalen). Doorslaggevend was steeds de inbreng van de gemeente.
Samenvatting
Nuenen
46 Meet-aanpak fase 2: Er zijn 3 verschillende meetsystemen toegepast om tot inzichten en vergelijkingen te komen. Voor de gemeente was het belangrijk dat meetinstrumenten uit de flexibele schil van het regionale meetnetwerk meegenomen werden in de plannen. Deze wens, als ook corona beperkingen, heeft tot vertraging geleid. Uiteindelijk werd begin 2022 de knoop doorgehakt en op suggestie van TNO de aanpak verbeterd met de toevoeging van het gebruik van palmesbuisjes. Te meten: ● ● ●
Fijnstof - PM 1, PM 2.5, PM 10 Gassen - NO2 (stikstofdioxide) Geluid
Meetsystemen ● ● ●
Intemo (lokaal meetnet): Fijnstof, NO2 en geluid TNO (regionaal meetnet): Fijnstof, NO2 Palmesbuisjes: NO2
4 locaties 2 locaties 5 locaties
Meetlocaties op de kaart van Nuenen
Meetlocaties: ●
A270 - Smits van Oyenlaan - einde oprit vanuit Helmond op het viaduct
Nuenen
47 ● ● ● ●
Geldropsedijk - nabij het viaduct naar Eeneind Europalaan - nabij de verbinding met de Geldropsedijk Refelingse Erven - in de wijk, de tuin kijken naar de Smits van Oyenlaan Zandschel - in dezelfde wijk nabij de A270 en de Smits van Oyenlaan
Daarnaast is een extra Palmesbuisje geplaatst op de Smits van Oyenlaan. De 3 verschillende meetwijzen zijn zoveel mogelijk dichtbij elkaar op dezelfde locaties ingezet zodat er vergelijkende meetdata verzameld kon worden voor interpretatie (zie kaart). Vooral NO2 en Geluid zijn relevant omdat deze een directe relatie hebben met de verkeersstromen en aders. Fijnstof heeft dat ook maar deze verdwijnt al snel in een grotere fijnstof (PM2.5 en PM10) deken van vervuiling die over de gehele regio ligt. NB 1: In 2022 heeft de GGD een verslag uitgebracht over de blootstelling aan luchtvervuiling en de consequenties daarvan. Het rapport versterkt de nadruk op onze gemeenschappelijke verantwoordelijkheid voor gezonde lucht voor onze integrale gezondheid. https://www.ggdhvb.nl/milieu-en-veiligheid/luchtkwaliteit-en-gezondheid/ https://www.ggdbzo.nl/ggd-onderzoek/luchtvervuiling-in-brabant-leidt-tot-gezondheidsschade /
Resultaten samengevat
WHO advies 2021:
Fijnstof (*)
NO2 (**)
Geluid (***)
15 µg/m3 (PM 10)
10 µg/m3
> 65 dB hoog 50 - 65 medium 50 aangenaam
5 µg/m3 (PM 2.5)
(volgens geldende geluidsnormen)
Validatie correctie Intemo / RIVM = x 2
Meetlocatie
Intemo meting
A270
PM 10: 4.9 9.8 PM 2.5: 4.3 8.6
24 uur gem. (16 uur gem) TNO Meting
Intemo
30 (45)
Intemo tussen 50 en 90 Db
Nuenen
48 PM
1: 3.0 6.0
Geldropsedijk
PM 10: 7.1 14.2 PM 2.5: 6.1 12.2 PM 1: 4.7 9.4
Europalaan
Hoog 15.9 12.5 11.2
17 (25)
tussen 50 en 70 DB medium
PM 10: 7.3 14.6 PM 2.5: 6.5 13.0 PM 1: 5.2 10.4
19 (29)
tussen 50 en 70 DB medium
Refelingse Erven/
PM 10: 5.9 11.8 PM 2.5: 5.3 10.6 PM 1: 4.1 8.2
13 (20)
50 DB aangenaam
Zandschel
PM 10: PM 2.5: PM 1:
9.5 5.1 4.0
n.v.t.
(*) Fijnstof: Dit zijn kleine stof deeltjes in verschillende groottes. PM 1 is het kleinst gemeten, PM 10 het grootst. Voor PM1 zijn geen advieswaarden. Hoe kleiner de deeltjes, hoe schadelijker voor de gezondheid. De verhouding PM 1 is minstens 50% ten opzichte van de grotere deeltjes zoals PM 2.5 en PM 10. PM1 komt het dichtst in de buurt van de erg schadelijke UFP (ultrafijnstof). (**) NO2 is een gas dat voortkomt uit de verbrandingsprocessen van motoren in voertuigen. NO2 is schadelijk voor mens én natuur. Voor NO2 geven we twee gemiddelde cijfers. Het algemene cijfer is het maandgemiddelde per locatie. Dit cijfer is echter een middeling van zowel de dag als nachtsituatie. Hoge NO2 pieken doen zich gedurende de dag voor waardoor gemiddelde blootstelling meer in relatie dient te worden gebracht met de NO2 pieken overdag dan de dagelijkse 24 uur of maandelijkse gemiddelden. Tussen de haakjes wordt geprobeerd dat weer te geven door de gemiddelden te verhogen ter weergave van het blootstelling potentieel indien men steeds op of nabij (fietsers, wandelaars) de betreffende weg vertoeft. Naarmate men verder weg beweegt van het verkeer ontstaan variaties in de blootstelling aan de vervuiling. De in de tabel weergegeven NO2 cijfers zijn direct gerelateerd aan de verkeersader.
Deze zijn daarom beduidend hoger dan het blootstelling cijfer dat de GGD presenteert voor de gemiddelde Nuenenaar die zich overal in Nuenen kan bevinden. Ter vergelijking: Het GGD verslag geeft voor Nuenen de volgende gemiddelde jaarwaarden (blootstelling) voor 2019.
NO 2
Nuenen 18,2
WHO advies 10
Huidige EU Grenswaarden 40
Nuenen
49 PM 10 PM 2.5
18,35 11.08
15 5
40 25
De berekende en geverifieerde berekening van de GGD komen in relatieve zin overeen met de metingen. Als gezegd: de GGD cijfers geven een regionaal gemiddelde, niet de verhoogde belasting nabij de verkeersaders zoals de fase 2 metingen van AiREAS. (***) Geluidbelasting, gemeten langs de verkeersaders, vindt vooral tussen 06.00 en 21.00 plaats wanneer er veel verkeer rijdt over de wegen. In de nachtelijke uren is de belasting veel minder. Jean-Paul Close, AiREAS. November 2022
Nuenen 1.0 meetproject Afrondende rapportage van afsluitende fase 2, project 1 November 2022
Details De rol van AiREAS AiREAS is sinds 2010 vanuit de Stad van Morgen (Stichting STIR) formeel actief als multidisciplinaire, doelgerichte samenwerking gericht op onze gezondheid en een gezonde leefomgeving. In de Stad van Morgen zijn vijf essenties gedefinieerd voor het voortbestaan van de mens in zijn algemeenheid. De onvervuilde kwaliteit van de lucht die inademen is niet alleen essentieel voor onze gezondheid. Het heeft ook impact op het klimaat, de natuur en onze genetische weerbaarheid via onze kinderen. Niemand kan die verantwoordelijkheid eenzijdig alleen dragen, ook de overheid niet. Daarom is AiREAS ontstaan. AiREAS is een verbindende partnerorganisatie, geen apart instituut. Iedereen draagt een steentje bij aan de verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van onze leefomgeving via `zorg voor en met elkaar voor ons duurzame voortbestaan`, niet alleen de overheid via haar beleidskeuzes maar ook burgers, ondernemers, kennisinstellingen, onderwijs, enz. In AiREAS zijn op deze manier allerlei partijen gemeenten, provincie, bedrijven, scholen, universiteiten, jongeren, enz) verbonden aan de gemeenschappelijke gezondheid opgave. Via het regionale meetnetwerk is dit alleen maar gegroeid. AiREAS is door de aanpak uniek in de wereld. Het heeft geen eigen personeel, noch gebouwen, of financiële middelen, uitsluitend gecommitteerde partners.
AiREAS wordt gepositioneerd op niveau 4 (Harvard universiteit definitie), de bewustzijns gedreven cocreatie laag rond natuurlijke essentiële menselijke waarden (zoals gezondheid en gezonde lucht). Dat is 1 niveau hoger dan de technologische SMART gebiedsontwikkeling benadering.
Nuenen
50 Op deze manier is AiREAS in 2018 de relatie aangegaan met Nuenen en begonnen met een meetcampagne om het `onzichtbare zichtbaar te maken` van de lucht om ons heen. De eerste fase was gericht op het opdoen met ervaring in meten en burgerparticipatie in Nuenen en het uitproberen van verschillende meet opties die zich in prille kinderschoenen bevonden. Dit in afwachting van het aangekondigde regionale meetsysteem (ook AiREAS). De tweede fase bouwde voort op de ervaringen uit de eerste fase. Concreet rees de vraag vanuit de gemeente om ons te concentreren op de impact van het verkeer en intense verkeersaders in en door Nuenen. Hieruit zou een nulmeting kunnen ontstaan waar resultaatgericht beleid op gevoerd zou kunnen worden. Nuenen wil ook weten of de daadwerkelijke metingen overeenkomen met berekeningen die men als gemeente uitvoert rondom dezelfde problematiek van luchtvervuiling. Burgerparticipatie AiREAS is constant in contact geweest met de verschillende burgergroepen die op hun eigen manier bezig zijn met de lucht en geluidsproblematiek in Nuenen. De groepen hebben allen een graad van politiek activisme richting de overheid en het Nuenense beleid.
Men wenst de meetresultaten dan ook vooral te gebruiken als drukmiddel op de overheid en stelt hierdoor meer wetenschappelijke eisen aan de metingen dan die van bewustwording en beeldvorming rondom het “onzichtbare zichtbaar maken”. Voor AiREAS is onafhankelijkheid van de politieke belangen discussies belangrijk. Luchtkwaliteit en gezondheid wordt gezien als een levensessentie en daarom een verantwoordelijkheid waar we allemaal op aangesproken mogen worden. Hoe de politiek daarmee omgaat is aan de politiek. Voor de inwoners wil dat zeggen dat naast druk op de overheid men ook naar zichzelf mag kijken (gedrag, mobiliteitskeuzes, energiegebruik, houtstook, roken, enz). Voor een proactieve benadering, zoals betrokkenheid van het onderwijs, de ondernemersverenigingen en andere partijen die een duit in een zakje kunnen doen hebben uitnodigende gesprekken plaatsgevonden. Er is echter geen draagvlak gevonden voor samenwerking omdat men vaak andere belangen voorop stelde (zoals bereikbaarheid). Bepaalde inwoner groepen zijn zelf aan het meten geslagen, al dan niet met betrokkenheid van AiREAS. Daarbij wordt vooral gekeken of er meetgegevens uitgewisseld kunnen worden en de data van de een die van de ander bevestigen. Meetinstrumenten Het inzetten van meetinstrumenten wordt vaak door onervaren betrokkenen gebagatelliseerd.
Men denkt dat het meten van luchtvervuiling of geluid een eenvoudige zaak is, net als het opnemen van koorts met een thermometer bijvoorbeeld. Helaas is de werkelijkheid anders waardoor alle betrokkenen in een soort leerproces terecht komen over
Nuenen
51 de complexiteit van meten, interpreteren en maatregelen nemen. Iedereen gaat op een geheel eigen manier om met dit leerproces. Wij noemen dit `het onzichtbare zichtbaar maken´. Dit gaat veel verder dan alleen de variaties meten in luchtvervuiling patronen. Het raakt ook de onzichtbaarheid van weer en klimaat fenomenen, ons eigen gedrag en het spanningsveld tussen verschillende werelden van belangen. Meetinstrumenten bestaan uit een samengestelde, technologische meetkast. Daarin worden elektronische componenten gestopt die de verschillende metingen moeten verrichten, verzamelen en weergeven. Deze componenten kennen een geheel eigen technologische oorsprong, ontwerp, toegepaste techniek met bijbehorende complicaties. Afhankelijk van de toegepaste techniek kunnen de meetresultaten variëren. Onderling vergelijk tussen verschillende sensortechnieken wordt hierdoor erg moeilijk en krijgt vaak kritiek van mensen die meekijken met bepaalde bedoelingen. Door middel van kalibratie en validatie kan een deel van deze onzekerheid opgelost worden. Toch zijn er altijd delen die niet eenvoudig verklaarbaar zijn zonder diep inhoudelijk in de meettechnieken en omgevingsfactoren te duiken. Als de data eenmaal beschikbaar is dan volgt de interpretatie ervan. Ook hierin zit een grote complexiteit.
We dienen rekening te houden met lokale omstandigheden die bij hebben gedragen aan de lucht of omgevingsvervuiling. Vervuiling die vanuit andere regio´s en bronnen komt speelt daarbij een rol. Daarnaast zijn het weer en klimaatomstandigheden op elk moment van de dag een belangrijke sleutel in de analyse. Luchtdruk, luchtvochtigheid, windrichting, samenstelling van de vele componenten in de lucht, temperatuur, zonne intensiteit of jaargetijde, willen de metingen beïnvloeden, vooral die van fijnstof. Vaak gebeurt dit zonder aanwijsbare vervuiling oorzaak maar is de verhoging of verlaging te wijten aan chemische reacties in de atmosfeer of samenpersing dan wel uiteenzetting van luchtlagen. Meten en interpretatie van luchtvervuiling of overlast dient derhalve te gebeuren met inachtname van lokale omstandigheden rondom het meetinstrument en de variabelen die de resultaten hebben beïnvloed op elk moment van de dag. Ondanks het feit dat we zo veel leren over vele factoren van onszelf en onze leefomgeving is de belangrijkste opgave: stoppen met ons eigen nest en dat van anderen te vervuilen! Lokaal, regionaal en wereldwijd aandachtsgebied Aandacht voor onze gezondheid en een gezonde leefomgeving wordt aantoonbaar gezien als een essentiële voorwaarde voor ons voortbestaan als mens.
Een vervuilde, ongezonde leefomgeving weerspiegelt zich in de ziektebeelden en het gedrag van de mens, ons algehele welzijn, onze productiviteit en participatie, de druk op de gezondheidszorg, de maatschappelijke lasten en ons duurzame voortbestaan als mens en gemeenschap.
Nuenen
52 Gezondheid en een gezonde leefomgeving gaan derhalve hand in hand en verdienen onze proactieve, preventieve en collectieve aandacht. Dankzij deze verplichte aandacht veranderen vele aspecten van onze samenleving waar we allemaal een bijdrage aan leveren. Hierin zitten nieuwe kansen voor ondernemers, vernieuwende projecten en innovaties. Maar ook vele hindernissen uit ons heden en verleden waarin gezondheid en onze leefomgeving meer reactief reparerend dan proactief sturend is benaderd wegens het najagen van andere belangen. Die belangen wereld staat nu ter discussie als we deze toetsen aan gezondheid als basis verantwoordelijkheid en sturing. Ook onze aangeleerde comforts staan ter discussie en zijn onderwerp van (gedrag en cultuur) aanpassingen en innovaties. Vandaar dat duidelijk onderbouwde inzichten belangrijk zijn voor iedereen maar ook de bereidheid uit gezondheid belang om de veranderingen vorm te geven, zelf en samen. Fase 2 Nuenen Met bovenstaande in ogenschouw heeft AiREAS middels de toepassing van drie verschillende meetsystemen alles uit de kast getrokken om tot de best mogelijke inzichten te komen ten behoeve van de gemeenteraad van Nuenen, betrokken ambtenaren, burgers en belangstellenden. 1. Meetinstrumenten van Intemo (Helmond).
Deze meetkasten zijn uitgerust met sensoren voor het meten van luchtvervuiling deeltjes (PM), gassen (NO2), geluid en omgevingsfactoren (luchtvochtigheid en temperatuur). De meetkasten en sensoren zijn getest bij de RIVM meetstations in de regio. Ook heeft het RIVM specifiek gekeken naar de mogelijke kwaliteit van de NO2 sensoren omdat daarin vaak de nodige onzekerheden schuilen. Tevens heeft Intemo, op basis van kritische terugkoppelingen uit fase 1 in Nuenen, haar meetunits aangepast en uitgerust met eenduidige sensoren. 2. Regionale meetnetwerk, uitgevoerd met TNO. Twee flexibele meetunits vanuit het regionale meetnetwerk zijn toegevoegd aan de Nuenense meetcampagne. Dit ter ondersteuning van de meetinstrumenten van Intemo. Ze meten PM en NO2. De instrumenten van TNO zijn ook gevalideerd met behulp van RIVM. Toch is TNO zelf ontevreden over de kwaliteit van hun eigen NO2 metingen die vooral in de zomermaanden onnauwkeurigheden laten zien. Dit tracht men op te lossen. 3. Palmesbuisjes van bureau Blauw. Doordat NO2 zo belangrijk is voor de opgave van Nuenen, mede omdat het afkomstig is van verkeer, hebben we de metingen aangevuld met deze uiterst betrouwbare meetvorm. De palmesbuisjes gebruiken een chemische meettechniek voor NO2. Dit levert een maandelijks, door een laboratorium uitgewerkt, gemiddelde.
Dat gemiddelde kunnen we gebruiken als betrouwbare bron om de elektronisch testresultaten te vergelijken. De palmesbuisjes tonen echter geen pieken of detail informatie. Dat doet de elektronica wel.
Nuenen
53 Als vierde bron van inzichten kunnen we de low cost meetinstrumenten beschouwen die enkele lokale Nuenense burgers vanuit het Duitse “Sensor community” initiatief in gebruik hebben genomen om zelfstandig kennis te vergaren. Deze sensoren zijn ook te zien op het samen meten platform van het RIVM. AiREAS heeft ook veel ervaring met deze sensoren (in Eindhoven, Best, Meierijstad en als oorspronkelijk eerste uurse deelnemer aan Samen Meten). Deze sensoren zijn echter in gebruik genomen voor andere doelstellingen dan deze fase 2 campagne van AiREAS. Dat neemt niet weg dat de betrokken partijen zelf de nodige vergelijkingen doen en bespreekbaar maken. De installaties Om de drie meetmethodes onderling optimaal te kunnen vergelijken en elkaar aan te laten vullen, zijn de methodes dicht bij elkaar geplaatst op eenzelfde locatie. Er zijn een totaal van 4 meetlocaties op die manier gekozen: ● ●
●
Alle vier hebben Intemo en palmesbuisjes. Twee aanvullende installaties, gerelateerd aan de Nuenense vraagstukken en prioriteiten, hebben daar, op speciaal verzoek van de gemeente, de TNO methode erbij gekregen. Drie van de Intemo locaties bevinden zich op of nabij drukke verkeersaders. Deze hangen op ongeveer 3,5 m hoogte, aangevuld met Palmesbuisjes op straathoogte: ❖ A270 - Smits van Oyenlaan ❖ Geldropsedijk / nabij A270 viaduct ❖ Europalaan / Geldropsedijk
●
●
●
De vierde installatie is in de woonwijk, aan de Refelingse Erven nabij de Smits van Oyenlaan. Deze Intemo meeteenheid hangt op 2 meter hoogte (mens hoogte) in de tuin van een inwoner, gericht op de Smits van Oyenlaan. Deze installatie in de wijk stond eerst op een adres van de Witte Put maar daar bleek steeds elektriciteitsuitval te zijn waardoor er grote gaten vielen in de metingen. In Juni 2022 is de unit verplaatst naar een ander adres van een betrokken inwoner. Aan de Smits van Oyenlaan ter hoogte van de eerste rotonde is een vijfde palmesbuisje geplaatst om NO2 te meten.
Nuenen
54
De kaart met de aanduiding van alle meeteenheden en locaties Nieuwe WHO advieswaarden (2021) De huidige grenswaarden die in Nederland worden gehanteerd stammen nog uit een ver verleden. Deze komen niet overeen met de advieswaarden die sinds 2005 gelden vanuit de wereldgezondheidsorganisatie5 en al helemaal niet met dat wat sinds 2021 van kracht is. Deze laatste grenswaarden van de WHO zijn door de drie GGD's van Brabant samen overgenomen in hun recente analyse over de blootstelling aan luchtvervuiling en bijbehorende gezondheidsrisico's per gemeente in onze regio. Dit verslag is beschikbaar voor iedereen die belangstelling heeft. https://www.ggdhvb.nl/milieu-en-veiligheid/luchtkwaliteit-en-gezondheid/ Wetgeving in Nederland loopt op dit moment achter op de feitelijke nieuwe inzichten en aanbevelingen. De vraag is echter of wetgeving in deze doorslaggevend moet zijn? Voor omgevingsfactoren van grote verkeersaders kan wetgeving een richtlijn bieden maar de
5
Schone Lucht Akkoord https://www.schoneluchtakkoord.nl/actueel/nieuws-schone-lucht-akkoord/algemeen/nieuwe-who-advie swaarden-luchtkwaliteit/
Nuenen
55 variabelen bij toegang en doorgangswegen zijn zo groot dat wetgeving alleen maar discussie en verwarring kan opleveren. Tijdens de regionale bijeenkomst van het meetnetwerk (13 oktober, 2022) werd de overheid gekenmerkt op drie gebieden: ●
● ●
als “mogelijkmaker” van veranderingen die noodzakelijk zijn voor de gezondheid en een gezonde leefomgeving. Bijvoorbeeld door belemmerende regelgeving op te heffen of subsidies te verstrekken aan doelgerichte pioniers. toetsing eigen beleidskeuzes en uitvoering aan gezondheid en een gezonde leefomgeving. stimuleren en bewaken van gezondheid gedreven gedrag en mentaliteit in het eigen gebied (bijv via het uitdragen van 4 x WIN ondernemersmodel)
Benodigde ingrijpende veranderingen zijn misschien weinig populair en daarom beter waar te maken en motiveren vanuit het brede AiREAS consortium dan de lokale overheid alleen. Veranderingen die nodig zijn in relatie tot de impactvolle verkeersaders op de omgevingskwaliteit liggen op niveau van: ● ● ● ●
minder vervuilend verkeer minder geluid bij verkeer andersoortig verkeer afstanden tussen bestemming inkorten
De volgende normen worden vaak gehanteerd voor de verschillende vervuilende elementen. Deze waarden geven maand of jaar gemiddelden weer. Dit staat niet in relatie tot individuele of collectieve blootstellingsniveaus van vervuiling onder specifieke lokale omstandigheden. De normering geeft geen gezondheidsgarantie. Stof
Officiële Europese Grenswaarde
Advieswaarde WHO 2005
Nieuwe WHO advieswaarde 2021
NO2
40 µg/m3
40 µg/m3
10 µg/m3
PM10
40 µg/m3
20 µg/m3
15 µg/m3
PM2.5
25 µg/m3
10 µg/m3
5 µg/m3
(Zie ook “wettelijke normen”, Hoofdstuk 4)
Nuenen
56 ●
●
●
●
6
Fijnstof compositie: dit bestaat uit deeltjes die variëren van uiterst klein (ultrafijnstof, PM1) tot grovere varianten (PM 2.5, PM 10, roet, pollen, zeezout). Daarnaast is de materiële of chemische samenstelling van de deeltjes uiterst verschillend. Het mogelijke effect op de gezondheid en het gedrag van de mens varieert hierdoor sterk. Fijnstof deken: Door de vele verschillende bronnen van fijnstof zien we een deken van deeltjes over heel Brabant hangen. Een deken die varieert van intensiteit in bepaalde gebieden, zoals in onze eigen regio. Dat komt door de combinatie van vele logistieke processen, agrarische activiteiten, de nabijheid van de zee, veel riviertransport, industrie en een grote bevolkingsdichtheid met veel woon werk verkeer en houtstook. De lokale vervuilingspieken voegen fijnstof toe aan die deken. Fijnstof blootstelling: Ondanks de deken, die wij achtergrondvervuiling noemen, hebben we door onderzoek (AiREAS, pop en rugzak-onderzoek, 2015)6 geconstateerd dat ruim 50% van onze individuele blootstelling aan luchtvervuiling komt door onze eigen dagelijkse activiteiten en gewoontes. We denken daarbij aan roken, koken zonder ventileren, klussen, activiteiten binnenshuis, bbq en open haarden, houtstook en mobiliteitskeuzes. Belangrijke gezondheidswinst is derhalve te behalen door bewustwording, leerprocessen via scholen en aandacht voor elkaar.
Hoe dichter mensen bij elkaar wonen en leven, hoe meer men elkaar beïnvloedt met gedrag. Hoe verder men woont van een werkomgeving des te meer men actief is in het verkeer. Gassen: Gassen zoals NO2, CO2 en Ozon hebben een ander gedrag dan fijnstof. Onze atmosfeer bestaat voor ongeveer 78% uit stikstof (N). NO2 (stikstofdioxide) wordt daaraan toegevoegd door lokale verbrandingsprocessen van fossiele brandstoffen. We zien hierdoor veel lokale pieken ontstaan dichtbij verkeersaders. Deze pieken worden pas na verloop van tijd in de namiddag zichtbaar omdat NO2 een reactief resultaat is van NOx met zuurstof onder lokale temperatuur omstandigheden. NO2 is schadelijk voor mens en natuur. Ozon (O3) is een vluchtig gas dat we vooral in de zomer tegenkomen door de warmte van dit jaargetijde. Het heeft een tijdelijk effect op mensen die al aandoeningen hebben aan hun luchtwegen. Een andere bekende stikstof combinatie is Ammoniak, afkomstig van veehouderij. CO2 wordt door ons als mens uitgeademd. Het is een gas dat door planten wordt gebruikt voor hun energievoorziening waarna ze ons O2 (zuurstof) terug geven. Ammoniak is ook een aandachtspunt in AiREAS, met name in en rondom intensieve veehouderij maar dat speelt in deze meetfase voor Nuenen geen rol.
https://link.springer.com/chapter/10.1007/978-3-319-45620-1_3
Nuenen
57 Meetresultaten Nuenen Gedurende fase 2 concentreren we de analyse van meetresultaten op de grote verkeersaders. NO2 en Geluid leveren de belangrijkste overlast die direct gerelateerd kan worden aan het lokale verkeer. Fijnstof is een veel algemener probleem.
NO2 (stikstofdioxide) De gemiddeld gemeten NO2 waarden per maand zijn, volgens de Intemo meetkasten: Refelingse Erven
A270/Smits v. O
Geldropsedijk (nabij A270)
Europalaan
Mei 2022
30
Juni 2022
28
23
19
Juli 2022
21
29
22
19
Aug 2022
21
29
21
18
Sept 2022
25
31
24
20
Vergelijking met de WHO 2021 norm (10) is hooguit indicatief. De norm verwijst naar een regionaal gemiddelde terwijl de metingen juist de intensieve bron van het verkeer weergeven. De meetresultaten van de meetkasten van Intemo zijn gemiddeld hoger dan die van de Palmesbuisjes, zoals gerapporteerd door Bureau Blauw. Dat komt door de hogere onnauwkeurigheid van elektronische meetinstrumenten ten opzichte van de chemische metingen (40% ten opzichte van 3% respectievelijk). De resultaten zijn berekend over dezelfde periodes. Hieronder geven we een laboratorium rapport weer van een enkele maandmeting met Palmesbuisjes. Alle rapporten liggen bij de gemeente Nuenen.
Nuenen
58
Palmes buisjes in de maand Mei Zo constateren wij dat de metingen het volgende laten zien volgens de Palmesbuisjes (maand Mei): NO2 1. Smits van Oyenlaan 29 2. Oprit A270 Smits van Oyenlaan 21 3. Europalaan 18 4. Geldropsedijk (nabij A270) 16 5. Refelingse Erven/Witte Put 13 Met TNO meetinstrumenten vanuit het regionale meetnet hebben we gemeten op twee locaties: NO2
Witte Put/Zandschel
Geldropsedijk
Augustus
21,5
38.2
Juli
16,8
39.2
Juni
17.0
39.4
Mei
12.6
31.4
April
22.5 (v.a. 12/4)
Nuenen
59 Omdat deze resultaten in de zomermaanden zijn verkregen en TNO zelf aangeeft dat de metingen vanuit het regionale meetnetwerk voor NO2 geen betrouwbare score hebben, beschouwen we deze metingen uitsluitend in relatieve zin, niet als absolute waarden. Dat de metingen van de Geldropsedijk hoger zijn dan die van de Witte Put/Zandschel is te verklaren doordat deze laatste locatie verder van intens verkeer af ligt. Tevens ligt deze weg in de wijk achter een wal. Het probleem met gemiddelde maandcijfers is dat ze geen enkel beeld geven van de piekbelasting waar mensen dagelijks mee geconfronteerd worden. Dat doet de elektronica wel, ook al dienen we voorzichtig te zijn met de absolute waarden.
De 4 Intemo sensoren in één plaatje Als we dit NO2 verloop bekijken dan constateren we hoge dagelijkse pieken (overdag) en diepe dalen (nacht). Dit patroon herhaalt zich dagelijks en elke week. In de onderstaande grafiek zien we een uitvergroot stukje van één van de week metingen van NO2. De drie Intemo sensoren die hier weergegeven zijn vertonen een vergelijkbaar patroon maar verschil van intensiteit. Die verschillen zijn verklaarbaar middels de verkeersintensiteit op elke locatie en de afstand van de meetkast ten opzichte van het verkeer (Refelingse Erven, de groene lijn):
Nuenen
60
Hier zien we drie sensoren met elkaar vergeleken. De hoogste piek is die van de Smits van Oyenlaan (blauwe lijn), de laagste van de Refelingse Erven (Groen). De pieken vertonen een duidelijke relatie met verkeersdrukte. We zien gerelateerde NO2 pieken overdag. De pieken vertonen een vertraging naar de latere avonduren wegens de chemische reacties die leiden tot NO2 vorming onder de atmosferische omstandigheden. ´s Nachts dalen de pieken, soms tot bijna het nulpunt. Wij mensen leven actief in de openbare ruimte overdag. Hierdoor kunnen we veronderstellen dat de blootstelling tijdens ons actieve dagelijkse leven hoger is dan de weergegeven maandgemiddelden, die dag (hoog) en nacht (laag) samenvoegen, doen vermoeden. Daarentegen zien we dat de pieken het hoogst zijn nabij de verkeersaders en in de latere avonduren. Naarmate we verder van een verkeersader af gaan staan vermindert de intensiteit. Een andere factor die de hoogte van de pieken beïnvloedt is de doorstroom of stagnatie van verkeer. Conclusies NO2 Uit de metingen kunnen we het volgende concluderen: ● ●
Elke gemeten verkeersader in Nuenen geeft maandgemiddelden die ver boven de WHO adviesnorm van 2021 liggen. De maandgemiddelden geven geen beeld van de eventuele menselijke blootstelling aan NO2. ○ de hoogste pieken zien we gedurende de late avond door de chemische reacties in de lucht die leiden tot NO2 ○ in de vroege ochtend is de NO2 het laagst ook al wordt er veel NOx uitgestoten door verkeer. NOx is nog niet zo schadelijk voor de mens en natuur als NO2.
Nuenen
61 ●
De Smits van Oyenlaan is de verkeersader met de hoogste gemiddelde waarden. De Witte Put/Zandschel en Refelingse Erven de laagste. Dit laatste is in de wijk gemeten binnen de invloedsfeer van de A270 en Smits van Oyenlaan. Dieper in de wijk zal de intensiteit van NO2 verder afnemen.
In tegenstelling tot fijnstof is NO2 een direct meetbaar resultaat van lokale (verkeers) omstandigheden, en niet afhankelijk van luchtdrukvariaties en dergelijke zoals fijnstof metingen. Het dagelijks leven van een mens vindt niet de hele tijd plaats op eenzelfde locatie. De dynamiek van een persoon tijdens het dagelijkse bestaan brengt hem of haar in aanraking met vervuiling volgens verschillende niveaus van intensiteit. Het is moeilijk daar een gemiddelde in te vinden. Sommige personen zijn erg actief in de buitenlucht, anderen meer passief en binnenshuis. Sommige mensen zijn veel op straat anderen meer in de natuur. Ten behoeve van berekeningen zou de gemeente een nulmeting van NO2 anno 2022 kunnen vaststellen als uitgangspunt voor beleid en samenwerking (WHO advieswaarde = 10). Voor blootstelling op wegniveau overdag dient hier een marge bij opgeteld te worden. Wanneer de afstand tot de weg groter wordt en er eventuele obstakels (planten, wallen, schermen) de verspreiding van vervuiling beïnvloeden, dan daalt de blootstelling aan NO2 vervuiling aanzienlijk. Het is derhalve aannemelijk dat als de waarden op de verkeersaders daalt alle blootstellingswaarden dalen overal in de omgeving. Dit zowel voor de mens (blootstelling) als de natuur (depositie, of neerslag van de vervuiling).
Gemiddeld en piek per maand: Nulmeting Smits van Oyenlaan: Nulmeting Geldropsedijk: Nulmeting Europalaan: Nulmeting wijk nabij drukke weg:
24 uur gemiddeld 30 gemiddeld 17 gemiddeld 19 gemiddeld 13
overdag (16 uur) aangepast: 45 aangepast: 25 aangepast: 29 aangepast: 20
Geluid De Intemo meeteenheden meten geluid op twee manieren: ● Geluidstype ofwel frequenties, bijvoorbeeld lage bromtoon tot hoge scherpe geluiden. Dit gebeurt via een 20 tal Hertz registers. ● Geluidsvolume, hard of zacht, via Decibel gradaties. Dit geeft enorm veel analysemogelijkheden. Elke 10 seconden worden alle registers gevuld met een meting. Dit geeft ruim 1,2 Miljoen data registers per week, per meeteenheid. Voor dit verslag dienen derhalve keuzes gemaakt te worden. Omdat het gaat om overlast richten we ons in eerste instantie op het aantal piek belevingen van geluid, in percentages
Nuenen
62 uitgedrukt van het geheel. Die kunnen we vergelijken met de gemiddelde waarden van de dag of periode van een dag. Intemo geeft een verzamel kolom waarin de maximum gemeten Decibel waarden per 10s worden weergegeven. Een ander kolom geeft de gemiddelde waarden weer. Aangezien de omgeving vooral last heeft van het lawaai van verkeer wordt de piek informatie gezien als een eerste indicatie van de geluidsimpact op de omgeving, nog los van het type geluid. Dit zijn dan ruim 60.000 data registers per week die gesorteerd worden van heel hard (98 Decibel is het maximum dat is waargenomen) naar zacht (de ondergrens van de metingen is ongeveer 49 Decibel). Zo ontstaat een beeld van het aantal keren dat bijvoorbeeld de 90 Db grens wordt bereikt of overschreden in een week tijd op de diverse meetlocaties. 90 Db is de hoogste geluidsdruk voordat het gevaar van gehoorschade kan ontstaan. In een rustige leefomgeving (rond 50 Db) veroorzaken geluidsmomenten van meer dan 70 Db veel overlast. Zelfs geluid vanaf 65 Db wordt als onaangenaam ervaren. Het probleem van geluid is dat het ver draagt over afstanden waardoor mensen op 500m afstand van de verkeersader er nog steeds last van kunnen hebben.
Weergave van een geluidsmeting Geluidoverlast7 wordt verschillend door mensen ervaren. Waar de één gewend raakt aan het constante geruis van verkeer, is het voor een ander een constante bron van stress en 7
Geluidoverlast die subjectief wordt ervaren en de wettelijke bepalingen rondom geluidshinder kunnen verschillen. De psychologie van stress is erg afhankelijk van de persoon in kwestie. Geluidshinder via wettelijke maatregelen generaliseren meer voor de gehele bevolking. https://wetten.overheid.nl/BWBR0003227/2017-05-01
Nuenen
63 slapeloze nachten. Geluidspieken, zoals sirenes, toeters of racende motoren, kunnen velen flink op de zenuwen werken. Vooral als men de rust opzoekt in de tuin, alleen of met familie en kennissen. Of als men in de zomer ´s nachts met de raam open tracht te slapen. Voor deze mensen is geluidoverlast een basis voor negatieve stress en zich ontwikkelende ziektepatronen. Bij metingen van geluid dienen we rekening te houden met vele factoren. Geluidspieken worden niet alleen veroorzaakt door verkeer. Ook zingende vogels, vliegtuigen, spelende kinderen, zware regen, storm en onweer, dragen bij aan de pieken. In het geval van de metingen in Nuenen kunnen we dit voor een groot en belangrijk deel uitsluiten door de gekozen meetlocaties. De gemeten resultaten vallen grotendeels samen met de zomerperiode (juni - oktober 2022) die vooral droog en zonnig is geweest. In de omgeving van de wegen waren veel planten aanwezig met blad, hetgeen een dempend effect heeft voor achterliggende woningen. Resultaten geluidsmetingen: Over het algemeen zien we per meetlocatie dezelfde geluidspatronen wekelijks terugkeren. Dit is logisch gezien de impact van verkeer op de metingen. De patronen zijn redelijk uniek per meetlocatie (60.000 meetmomenten per week, 1 x per 10 seconden) zoals we kunnen zien in onderstaande tabel Locatie
A270/Smits v. Oyen
Refelingse Erven
Geldropsedijk
Europalaan
> 90 Db
0,2%
0%
0%
> 80 Db
3%
0,3%
1%
> 70 Db
33%
2%
10%
10%
> 60 Db
74%
5%
53%
58%
> 50 Db
100%
100%
100%
100%
De ondergrens van de geluidsmetingen is 49/50 dB. Alle metingen liggen daar dus op (100%) of boven (steeds luidruchtiger). In het geval van de metingen bij de A270/Smits van Oyenlaan ligt 74% van de tijd die geluidsdruk boven de 60 dB. De geluidsbelasting wordt vooral overdag veroorzaakt, vanaf ongeveer 06.00 uur in de ochtend tot na 21.00 in de avond. Dit suggereert dat de gehele dag het geluid structureel boven de 60 dB is. Een derde van de (24 uur) tijd zelfs boven de 70 dB hetgeen wellicht 50% van de tijd overdag betekent. Deze tabel geeft duidelijk weer dat de A270/Smits van Oyenlaan een hoge en constante geluidsdruk achterlaat op de omgeving. De 0,2% gemeten pieken boven de 90 dB lijken weinig maar ze geven op 60.000 metingen per week toch meer dan 100 incidenten die deze
Nuenen
64 hoogte overschrijden. Ook op de andere locaties worden momenten van 90 dB geregistreerd maar gemiddeld zo weinig dat ze in de verhoudingen niet zichtbaar zijn. In de volgende tabel zien we de gemiddeldes per locatie. Hierbij is tevens gekeken naar drie unieke (Nuenense) periodes gedurende de dag: 1. tussen middernacht en 06.00 in de ochtend, 2. tussen 06.00 en 21.00 (grootste verkeersdrukte) 3. tussen 21.00 en middernacht A270
Europalaan
Geldropsedijk
Ref. Erven
00.00 - 06.00
54
50
51
50
06.00 - 21.00
61
56
57
51
21.00 - 23.59
53
51
51
50
Totaal Gemiddeld
58
54
56
50
In deze tabel zien we dat de impact van de drukke wegen op de omgeving belangrijk is. Het verschil tussen 50 dB en 60 dB is een verdubbeling van het geluid. Zo zien we dat begroeiing en afstand tot de weg in het geval van de Refelingse Erven een structurele verbetering oplevert. Natuurlijk zijn pieken van geluid een nare beleving in een over het algemeen rustige omgeving, afhankelijk ook van het type geluid van de piek. De verhoudingen in het weekeinde zijn hetzelfde, met slechts enkele (2 a 3) decibellen minder. Behalve bij de Refelingse Erven waar de gemiddelden nagenoeg gelijk blijven. In de week van 12 tot en met 16 september werd op de A270/Smits van Oyenlaan een ongekende hoeveelheid overschrijdingen van de 80 dB gemeten: 4262 (10%) tegen een gangbare wekelijkse belasting van 1300 (3%) keer. Wat deze verhoging heeft veroorzaakt is niet bekend. Ook in de gemiddelden zien we daar een verhoging van 4 dB in de nacht van 14 en 15 september in de nachtelijke uren, tussen 21 uur en 06.00. Bij het middelen van geluid worden de piekgeluiden weg gemiddeld. Juist de pieken leiden tot stress, niet de gemiddelden. Daarom heb ik beide indrukken weergegeven. Decibel is geen lineaire eenheid. We kunnen gemakshalve stellen dat elke 10 Decibel verhoging een verdubbeling van de geluidssterkte vertegenwoordigt8.
Terwijl 50 dB door ons als mens als aangenaam wordt ervaren is 60 dB al een verdubbeling van het waargenomen geluid. 70 dB is een verdubbeling van 60 dB. Geluidswaarnemingen zijn veelal subjectief en 8
https://www.lapperre.be/nl/blog/gehoorbescherming/geluidssterkte-en-decibel/
Nuenen
65 erg afhankelijk van omstandigheden. Geluid van de kermis kan soms boven de 80 dB uitkomen. Dat vinden die kermisgangers prima, maar omwonenden vaak veel minder. Nuenense inwoners, zoals zij die in de buurt van de A270 en Geldropsedijk wonen, melden veel geluid overlast. Ook mensen die in de wijken wonen, zoals de Refelingse Erven of langs de Smits van Oyenlaan melden overlast. Anderen melden de irritatie van constant gebrom van verkeer, zelfs als men op grotere afstand van het verkeer of de A270 woont richting het centrum van Nuenen. Ook zijn er gevallen bekend bij AiREAS van mensen die uit Nuenen zijn vertrokken wegens overlast problemen.
Fijnstof Fijnstof kent vele bronnen, waarbinnen verkeer een van de hoofdoorzaken is, zeker als het gaat om het meest gevaarlijke component, de Ultrafijnstof (UFP). Ultrafijnstof is echter erg moeilijk en kostbaar om te meten. We kunnen alleen verwijzen naar een verslag van het Instituut voor Risico Analyse van gezondheid, IRAS van de Universiteit van Utrecht. De impact van verkeer op de luchtkwaliteit van UFP is daarbij op een kaartje vermeld.
De metingen die we in Nuenen hebben verricht komen via PM 1 het dichtst in de buurt van UFP. De grotere deeltjes, zoals PM 2,5 en PM 10 vinden hun oorsprong in houtstook, agrarische activiteiten, bouw en wegwerkzaamheden, industriële processen, enz. Zodoende ligt er een grote deken van vervuiling over ons heen die overal nagenoeg dezelfde
Nuenen
66 meetresultaten vertoont. Lokale bijdragen aan luchtvervuiling worden al snel opgeslokt door deze achtergrond deken. Hieronder treft u wat plaatjes uit het verslag van de GGD. Nuenen is daarin goed te onderscheiden door de weergave van gemeentelijke begrenzingen.
In bovenstaand plaatje wordt een verwijzing gemaakt naar de bijdrage van luchtvervuiling aan longkanker bij 50 plussers. We zien in het plaatje geen directe relatie met het verkeer maar vooral de samenloop van verschillende bronnen. De metingen van fijnstof varieren per dag en minuut door de constante veranderingen in de samenstelling van de lucht en de stofjes die erin voorkomen. Hieronder is een tabel weergegeven van de metingen van de TNO installaties vanuit het regionale meetnet. We zien hier het gewicht van de deeltjes in microgram per m3. I53 - Refelingse Erven/Zandschel
I57 - Geldropsedijk
Maand gemiddeld
I57
I53 PM1
PM2.5
PM10
PM1
PM2.5
PM10
Augustus 2022
4600
5500
9700
13100
14100
17100
Juli 2022
3000
3900
8300
10300
11200
14400
Juni 2022
3700
4800
9100
9500
10600
14200
Mei 2022
4700
6200
10900
10400
12100
16000
Nuenen
67 April 2022
12700
14300
17700
We zien in de tabel dat naar verhouding (rond de 70% bij de Geldropsedijk, 50% in de wijk de Refelingse Erven) de grootste fijnstof bijdrage in de kleinste deeltjes (PM 1) te vinden is. Dit is in nagenoeg elke meting van toepassing. De kalibratie methode met RIVM heeft aangetoond dat Intemo een waarde aangeeft die constant ongeveer 50% is van die van het RIVM. Daarom hanteren we de TNO waarden hier die een betere correlatie vertonen met de RIVM kalibratie stations. In relatieve zin vertonen alle drie de meetsystemen dezelfde patronen. Een enkele piek uitschieter heeft te maken met een lokale, kortstondige gebeurtenis, zoals een brommer, een rokende voorbijganger, enz.
Nuenen
68
In bovenstaande weergave zien we dat het verloop van de verschillende meetstations onderling overeenkomt. De absolute waarde is bij Intemo onderling eender maar verschilt ongeveer 50% (lager) met die van TNO. In verschillende interpretaties houden we daar rekening mee. In de toekomst is het mogelijk deze verschillen middels algoritmes te verkleinen. Daar zit echter een risico aan vast. De techniek die TNO toepast droogt eerst de lucht voordat de deeltjes geteld worden. Dat doet Intemo niet waardoor er een correctie plaats moet vinden voor luchtvochtigheid wanneer deze plaatsvindt. Daarom kijken we liever naar de meetgegevens zoals die door de leverancier worden aangeboden, rekening houdend met de variaties die zich voordoen. De TNO tabel van fijnstof metingen toont dat de waarden langs de wegen, zoals de Geldropsedijk (nabij de A270), ruim drie keer zo hoog zijn gemiddeld als in de woonwijk. Dit is uitzonderlijk en niet gemakkelijk verklaarbaar. Vergelijking met soortgelijke situaties in Eindhoven (in de wijk en langs een drukke weg) in Augustus levert over het algemeen een verhoging van ongeveer 20% voor de drukke weg. In andere maanden zijn de verhoudingen rond de 10%. Dat wil zeggen dat de achtergrond deken voor allen nagenoeg hetzelfde is. Drukke wegen dragen voor 10 tot 20% lokaal bij aan de fijnstofdeken.
Van de hele fijnstof situatie is ruim de helft van de kleinste soort (PM1). Voor fijnstof is geen nulmeting voor Nuenen mogelijk. Daarvoor zijn de variaties te groot, afhankelijk van weersituaties, klimaat, lokale gebeurtenissen, samenstelling van de lucht, enz. Over het algemeen kunnen we stellen dat de fijnstof situatie in Nuenen overeenkomt met de rest van Brabant zoals beschreven in het verslag van de GGD. Dat is relatief ongezond. Het verdient aandacht maar op een breder gebied dan alleen verkeer.
Nuenen
69
In dit kaartje zien we de hoeveelheid PM 2.5 luchtvervuiling waar we als inwoner gemiddeld mee in aanraking komen per jaar. In het geval van Nuenen is dat volgens het GGD rapport 11 tot 11,5 micron per m3. De adviesnorm van het WHO uit 2021 is 5 micron per m3. Er is dus werk aan de winkel.
Nuenen
70 Uit dit plaatje blijkt dat gestructureerd beleid op uitstoot, in combinatie met innovatieve ontwikkeling in de verschillende sectoren, de situatie aanzienlijk heeft verbeterd in de loop van de decennia. Wetenschappelijke inzichten hebben in diezelfde tijd veel nauwkeuriger de effecten op de mens in kaart weten te brengen. In dezelfde periode is de bevolkingsgroei nagenoeg verdubbeld wereldwijd en ook in Nederland. We zien tevens dat sommige sectoren achter zijn gebleven, waaronder het gedrag van de mens als consument. En dit terwijl inzichten laten zien dat wij zelf de oorzaak zijn van 50% van onze blootstelling aan luchtvervuiling en dus ook onze gezondheidsrisico´s. Het is een open deur dat verbetering van de omgevingskwaliteit met name wordt gerealiseerd door de vervuiling door ons als mens aan banden te leggen. Dat is echter enorm moeilijk (maar niet onmogelijk) gezien de vervuilende cultuur waarin we leven en de (financiële en andere) belangen die eraan verbonden zijn. Verandering impliceert een noodzakelijke, integrale transformatie van onze maatschappij die we alleen samen waar kunnen maken. Dat is een verantwoordelijkheid die we niet van de overheid moeten verlangen maar juist vanuit de vervuiler (onszelf en ondernemers) zelf dient te komen. Naar de overheid wordt tot op heden vooral gekeken voor maatregelen om de effecten van ons vervuilende gedrag aan te pakken.
Dit is kostbaar, onnodig en voorkombaar. Opgedane inzichten Het verslag van Nuenen fase 1 geeft weer dat de Nuenen in zijn algemeenheid op het randje balanceert van het toelaatbare volgens de normen uit 2005. Als we deze nu vergelijken met de WHO normen van 2021 dan is een gezonde leefomgeving een belangrijk aandachtspunt, niet alleen voor de gemeentelijke overheid maar alle stakeholders van en in de maatschappij. Uit de fase 2 metingen blijkt dat de impact van de grote verkeersaders door Nuenen, zoals de A270, de Smits van Oyenlaan, de Geldropsedijk en de Europalaan, erg groot is. Dit zowel in de bijdrage aan fijnstof als NO2 en geluidsoverlast. Dat is vooral problematisch voor degenen die gebruik maken van die infrastructuur en voor hen die er het dichtst bij wonen of werken. Bij de aanwezigheid van geluidswallen en/of een natuurlijk afscheiding met bomen en struiken is de belasting op woningen in de wijken beduidend minder (zie Refelingse Erven). Luchtvervuiling is een algemeen probleem, zowel bij en door de burgers zelf vanuit gedrag en gewoontes, als de maatschappelijke organisatie. Dit kan alleen aangepakt worden door ons integraal te committeren aan gezondheid en een gezonde leefomgeving ambitie. Dat is wat AiREAS beoogd door multidisciplinair en interregionaal samen te werken.
De daarvoor bestemde multidisciplinaire overleg tafels, masterclasses, het Schone Lucht Akkoord en samenwerkingsprojecten zijn ook toegankelijk voor alle partijen in Nuenen. Helaas lukt het in Nuenen niet om de handen op elkaar te krijgen hiervoor. Inwoners die last hebben van de problemen voelen zich niet gehoord door de lokale overheid, zien dat
Nuenen
71 beloftes (volgens hen) niet worden nagekomen, dat er `ouderwets klein dorps politiek gevoerd wordt door enkele beïnvloeders die vanuit eigenbelang aan de touwtjes lijken te trekken` (woorden van betrokken inwoners). De A270 wordt (volgens de inwoners) door de politiek afgewimpeld als verantwoordelijkheid van de provincie. Men wil via AiREAS argumenten om de druk op de overheid op te voeren. Als AiREAS zich daarentegen te algemeen opstelt voor gezondheid dan verkiezen de betrokken inwoners ervoor om zelf te meten om hun argumenten te verzamelen. Ook de bundelroute discussie heeft men ervaren als een voorgekauwde agenda waar de inwoner over mee mag praten maar waar de opties die aangedragen worden door de inwoners geen ruimte krijgen. De irritaties komen dan bij AiREAS terecht. AiREAS tracht alle partijen te verbinden maar krijgt geen commitment voor het gemeenschappelijk hoger doel van gezondheid. Verwijzen naar de wettelijke normen voor jaargemiddelden wordt ervaren als irreëel als er zoveel piek-overlast wordt ervaren op concrete plekken in Nuenen. De stress en negatieve gezondheid die daardoor wordt ervaren levert spanningen op richting het gemeentebestuur. Nulmeting: De gemeente heeft aangegeven een nulmeting te wensen om beleid te toetsen aan gemeten of berekende impact. Uit dit verslag zou de gemeente voor zichzelf een of meerdere nulmetingen kunnen bepalen.
Dat doet AiREAS niet. AiREAS is geen voorstander van nulmetingen omdat het een beperkende, eenzijdige en gefragmenteerde kijk geeft binnen een complexiteit met vele variabelen. Daarnaast kan het argumenten opleveren die de urgentie en noodzaak bagatelliseren doordat men zich richt op gemiddelden en oude normen. De ongezondheid van onze samenleving is reeds lang bevestigd door de wetenschap en recent nogmaals door het GGD verslag. Dit verlangt een integrale en proactieve commitment aan gezondheid en een gezonde leefomgeving. In AiREAS zijn de gemeenten van Zuidoost Brabant, kennisinstellingen, burgerinitiatieven, de GGD, de provincie, TNO, technologische bedrijven, enz verbonden aan deze uitdaging via o.a. het regionale meetnetwerk. Het zou zeker aan te bevelen zijn dat de lokale Nuenense partijen zich daaraan verbinden zoals in 2018/19 als intentie was neergelegd. De onderlinge tegenstellingen lijken, voor het AiREAS gevoel ondertussen alleen maar te zijn gegroeid tussen de gemeente en de inwoners. Toch is men bereid aan tafel te komen in de multidisciplinaire samenstelling. Daartoe is ook bestuurlijk Nuenen uitgenodigd. AiREAS nodigt uit tot een vervolg na afsluiting van deze eerste ervaring van de afgelopen drie jaar.
Maar dan is het belangrijk dat alle lokale `poten aan de tafel van verantwoordelijkheid` zich verbinden aan de opgave van gezondheid en een gezonde leefomgeving. Of dat we minstens afspraken maken om daar naartoe te werken middels het goede voorbeeld en een open uitnodigende communicatievorm.
Nuenen
72
Verkeersintensiteit met bijbehorende uitstoot lossen we niet op met alleen infrastructuurbeleid en aanpassingen. Dan verleggen we vaak problemen in plaats van ze in de bron aan te pakken, speciale, korte termijn maatregelen voor omwonenden daargelaten. Vermindering van verkeersintensiteit of vervuiling verlangt een integrale kijk op lokale mobiliteit bewegingen, de motivatie ervan en het werken aan integrale veranderingen samen met betrokken bedrijven, burgers en veroorzakers van de bewegingen. Dat verlangt tevens het kijken naar het gebruik van bepaalde vervoersopties, zoals OV, fiets, deelvervoer, en ruimte scheppen voor de implementatie van innovaties. Dat hoeft de gemeente niet allemaal zelf te doen. Maar de gemeente moet wél bestuurlijk actief open staan om dit te faciliteren en samen vorm te geven. Dat is de basis van de
Nuenen
73 samenwerking met AIREAS. In onderstaande plaatje wordt de permanente cyclus (in het Engels) weergegeven. Deze begint niet bij meten maar bij het gewenste gezondheid resultaat. Daarop wordt het meten, de interpretatie en interactie contextueel afgestemd. Niet in een andere volgorde.
AiREAS: Samen onze verantwoordelijkheid nemen, resultaatgedreven
Nuenen
74 Eind overwegingen AiREAS rond dit project Hoe verder? Er is veel gebeurd in de vier jaar van samenwerking aan de meetcampagne Nuenen vanuit de AiREAS context van samenwerken aan een Gezond Nuenen. In de verschillende delen van dit samengestelde rapport zien we dat AiREAS zichzelf telkens weer moet uitleggen. AiREAS bestaat louter uit partners en een gemeenschappelijk integraal gezondheid doel. Het is een leerproces geworden dat iedereen heeft verrijkt maar ook de complexiteit zichtbaar heeft gemaakt waar we tegenaan lopen. Dan gaat het niet alleen over de toepassingen van technologieën en interpretatie van meetgegevens, die bij sommige mensen twijfels oproepen of niet aan verwachtingen voldoen. Dan gaat het ook over de omgangsvormen in een oude werkelijkheid van gefragmenteerde belangen en afhankelijkheden. Als we samen aan tafel zitten dan gaat het er niet om dat we bepalen wat `de ander` zou moeten doen. We vertellen wat we zelf van plan zijn te doen en vragen de anderen om steun, hulp of versterking. Dat geldt voor ons als burgers en ook voor instellingen zoals overheden, bedrijven of kennisorganisaties. Het gesprek gaat er dan over `wat we samen kunnen bereiken`, niet hoe we elkaar kritisch willen beïnvloeden.
Nu metingen allerlei inzichten hebben opgeleverd legt AiREAS de uitnodiging wederom voor om multidisciplinair aan tafel wil komen en samen te bepalen welke vervolgstappen er gemaakt kunnen worden, in aanvulling of ter versterking wat een ieder al in petto heeft in dit verband. Een aantal thema´s zijn al geopperd, individueel door partners: ● Een meetfase 3 afspreken voor meer detail metingen, specialisatie of ophalen van andere inzichten. ● Samenwerken aan een multifunctioneel geluidscherm langs de A270. ● Het deel van de A270 dat door Nuenen loopt kenmerken als experimentele ontwikkelruimte. ● Een communicatieprogramma met mogelijke apps ontwikkelen om mensen (jongeren) te stimuleren anders om te gaan met mobiliteit. ● De stille, passieve meerderheid van Nuenen motiveren om mee te denken en handelen in de thema´s gezondheid en een gezonde leefomgeving en hun eigen gedrag daarin.
Nuenen
75 ● Het centrum betrekken bij het overleg en de uitdaging daar er mensen zijn vertrokken uit Nuenen wegens de overlast die ze hebben ervaren. ● Het AiREAS leerprogramma voor scholen introduceren en ouders via de kinderen motiveren mee te denken. ● Houtstook, ventilatie en andere energie gerelateerde problemen bespreekbaar maken. Zo zijn er allerlei opties om samen op te trekken. Het beste is om dit in gezamenlijk verband bespreekbaar te maken en te kijken welke keuzes we samen maken, wie wat doet en wat van elkaar verwacht wordt.
Jean-Paul Close AiREAS verbinder Stad van Morgen initiatiefnemer