CConstaterende datNuenen
Koppel je AI →
Document · PDF

2024-05 Raadsinformatiebrief oversteek Collse Hoefdijk - Bijlage 1 Risicoanalyse overwegen snelfietspad Helmond-Eindhoven

Gemeenteraad 21 maart 2024, gemeente NuenenBij agendapunt: Raadsinformatiebrieven22.774 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Snelfietsroute Eindhoven - Helmond Risicoanalyse overwegveiligheid

8 maart 2022 - Versie 2.0

Autorisatieblad

Snelfietsroute Eindhoven - Helmond Risicoanalyse overwegveiligheid

Naam

Akkoord

Datum

Opgesteld door

Hobelman, FH

8-03-2022

Gecontroleerd door

Lokhorst, SJ

8-03-2022

Vrijgegeven door

Bastiaansen, IPFM

8-03-2022

Op dit autorisatieblad ontbreken de handtekeningen wegens de digitale verwerking van ons vrijgaveproces. Versies waarvan het versienummer eindigt op .0 zijn aantoonbaar vrijgegeven. Versie historie

Versie

Naam

Datum

Korte toelichting

0.1 0.2 0.3

Hobelman, FH Hobelman, FH Hobelman, FH

24-11-2020 07-12-2020 07-12-2020

0.5

Hobelman, FH

17-12-2020

1.0 1.3

Hobelman, FH Hobelman, FH

19-2-2021 1-3-2022

1.4

Hobelman, FH

7-3-2022

2.0

Hobelman, FH

Zie voettekst

Eerste initiële versie hoofdrapport Eerste volledige versie met Bijlage I Opmerkingen mevr. C. Koolen (gem. Helmond) verwerkt. Nieuwe versie na bespreking van V0.3 met gemeente. Eerste vrijgegeven versie Verwerken haalbare maatregelen aangedragen door wegbeheerders Aanpassingen na overleg ProRail (H. van Lieshout en gemeente (M. van den Elzen) Tweede vrijgegeven versie

E60-FHO-KA-2000712 / Proj.nr. MN000241 / Vrijgegeven / Versie 2.0 / 8 maart 2022

Inhoudsopgave Inleiding

4

Referentiedocumenten

6

1

Situatiebeschrijving en veranderingen 1.1 Betrokken overwegen 1.2 Overige overwegen in het traject 1.3 Wegkenmerken en omgeving 1.4 Spoor en treinen 1.5 Veranderingen

7 7 7 7 8 8

2

Toetskader en toetsingsmethodiek 2.1 Beleidsagenda 2.2 Beleid ProRail (PRC00200) 2.3 Methodiek risicoanalyse 2.4 Overwegenregister 2.5 Verkeerskundige richtlijnen (RLN20420-1)

9 9 10 10 11 11

3

Risicoanalyse 3.1 Toetsing algemene aspecten 3.2 Specifieke risico’s

12 12 13

4

Toetsing aan beleidsregels en richtlijnen 4.1 Beleidsregels PRC00200 4.2 Richtlijn RLN20420-1

14 14 14

5

Indeling maatregelen en wijze van beoordeling 5.1 Soorten van maatregelen 5.1.1. Maatregelen voorwaardelijk voor beheersen risico 5.1.2. Maatregelen nodig voor compensatie risicotoename 5.1.3. Alternatieve maatregelen 5.2 Trajectgewijze beoordeling

16 16 16 16 16 16

6

Overzicht maatregelen en conclusie 6.1 Maatregelen voorwaardelijk voor beheersen risico 6.2 Maatregelen nodig voor compensatie risicotoename 6.3 Alternatieve maatregelen 6.4 Conclusie

17 17 18 19 20

Colofon

E60-FHO-KA-2000712 / Proj.nr. MN000241 / Vrijgegeven / Versie 2.0 / 8 maart 2022

21

2/21

Bijlage I: Analyse per overweg Bijlage II: Beleidsregels van ProRail Bijlage III: Afweging maatregelen door gemeente Helmond Bijlage IV: Toelichting op aspecten risicoprofiel overwegen

E60-FHO-KA-2000712 / Proj.nr. MN000241 / Vrijgegeven / Versie 2.0 / 8 maart 2022

3/21

Inleiding De gemeenten Eindhoven, “Nuenen, Gerwen en Nederwetten” en Helmond realiseren een snelfietsroute tussen station Helmond en station Eindhoven. Vanaf station Helmond tot aan de Loostraat in Eindhoven loopt de snelfietsroute langs de spoorbaan tussen Helmond en Eindhoven. Dit heeft consequenties voor de veiligheid van de overwegen die door deze route worden gepasseerd. Het landelijke beleid, vastgelegd in de “Beleidsagenda Spoorwegveiligheid 2020-2025, en het beleid van ProRail vereisen dat er een risicoanalyse overwegveiligheid wordt gemaakt voor deze plannen. De gemeente Helmond heeft Movares gevraagd deze risicoanalyse te maken. In 2017 is door Movares een eerste risicoanalyse opgesteld [Ref 6] ten behoeve van ambtelijke en bestuurlijke afwegingen. Deze risicoanalyse is het uitgangspunt voor die nu gemaakte risicoanalyse. Op verzoek van de gemeenten heeft Movares in 2019 een quick-scan [Ref 5] uitgevoerd waarin een overzicht is gemaakt van maatregelen die getroffen kunnen worden om de veiligheidsrisico’s te beheersen. De daarin genoemde maatregelen zijn door betrokken gemeenten onderzocht op haalbaarheid, en daaruit is een keuze gevolgd. In de periode na 2017 heeft ProRail gespecificeerd aan welke voorwaarden een risicoanalyse overwegveiligheid moet voldoen.

Nu de keuze voor de belangrijkste maatregelen is gemaakt, kon de nu voorliggende risicoanalyse conform de voorwaarden van ProRail gemaakt worden. Bij het maken van de risicoanalyse overwegveiligheid is de procedure “Risicoanalyse en risicocompensatie overwegveiligheid bij wijzigingen” (bij ProRail bekend als PRC00200) als kader gehanteerd. Door deze procedure toe te passen is gegarandeerd dat de analyse qua structuur, inhoud en diepgang overeenkomt met de eisen die ProRail stelt aan een risicoanalyse overwegveiligheid. Voor elke overweg in het traject is een risicoanalyse gemaakt volgens een vast formaat. Daarbij is in eerste instantie informatie gebruikt uit de eerder gemaakte analyse [Ref 6]. De risicoanalyses zijn vervolgens actueel gemaakt op basis van genomen besluiten en autonome ontwikkelingen sinds 2017. De detailanalyses per overweg zijn samengevoegd in Bijlage I. In versie 1.0 van dit rapport werden maatregelen voorgesteld die nog niet met de wegbeheerder waren besproken. De wegbeheerder heeft een studie gedaan naar verkeerskundige, maatschappelijke en bestuurlijke haalbaarheid van de voorgestelde maatregelen. Dit is vastgelegd in Bijlage III. De haalbaarheid heeft geleid tot wijzigingen in het maatregelenpakket. Deze wijzigingen zijn op 7 maart 2022 besproken met de functioneel beheerder overwegen van ProRail.

E60-FHO-KA-2000712 / Proj.nr. MN000241 / Vrijgegeven / Versie 2.0 / 8 maart 2022

4/21

In hoofdstuk 1 staat een beschrijving van de huidige situatie en de voorgenomen wijziging. Hoofdstuk 2 gaat in op het beleid met betrekking tot overwegveiligheid en het gehanteerde toetskader. Een generieke risicoanalyse geldig voor alle betrokken overwegen is opgenomen in hoofdstuk 3. Hoofdstuk 4 bevat een toetsing van de nieuwe situatie aan de richtlijnen en beleidsregels van ProRail. Daarna volgt in Hoofdstuk 5 een beschrijving van categorieën maatregelen. Hoofdstuk 6 bevat de conclusies over de overwegrisico’s en de benodigde beheersmaatregelen.

E60-FHO-KA-2000712 / Proj.nr. MN000241 / Vrijgegeven / Versie 2.0 / 8 maart 2022

5/21

Referentiedocumenten [Ref 1] Beleidsagenda Spoorwegveiligheid 2020-2025. Ministerie van I&W, januari 2020 [Ref 2] Risicoanalyse en risicocompensatie overwegveiligheid bij wijzigingen ProRail, PRC00200, versie 002, 01-11-2019 [Ref 3] Overwegbeveiliging, Verkeerskundige richtlijnen en normen ProRail, RLN20420-1, versie 005, 01-10-2018 [Ref 4] Verbeterd risicoprofiel en risicoranking van overwegen ProRail, Arcadis, Goudappel Coffeng, RND114/Abf/0002.03, 5-20-2018 [Ref 5] Quickscan Inventarisatie overwegmaatregelen Movares, E60-FHO-KA-1900161, d.d. 5 juni 2019 [Ref 6] Risicoanalyse en Compensatievoorstellen Overwegen Snelfietsroute Helmond – Eindhoven Movares, RT-JWG-1BD09HF001, versie 2.1 [Ref 7] Ontwikkeling spoorgoederenverkeer in Nederland 2019 vergeleken met 2018 ProRail, Februari 2020

E60-FHO-KA-2000712 / Proj.nr. MN000241 / Vrijgegeven / Versie 2.0 / 8 maart 2022

6/21

1

Situatiebeschrijving en veranderingen

Dit eerste hoofdstuk bevat algemene informatie over de overwegen en het spoortraject waar deze analyse over gaat, en beschrijft de verandering waarvan de veiligheid wordt beoordeeld. 1.1 Betrokken overwegen

In deze analyse wordt de overwegveiligheid van de volgende overwegen beoordeeld. Geocode/km 055 / 038.758 055 / 038.974 055 / 040.357 055 / 041.082 055 / 043.676

055 / 045.659 055 / 046.503 055 / 046.847 055 / 047.838

Plaatsnaam Helmond Helmond Helmond Helmond Geldrop – Mierlo en Helmond Nuenen Nuenen Nuenen Eindhoven

Straatnaam Verlengde Stationsstraat Kanaaldijk Noord West Hoofdstraat / Mierloseweg Slegerstraat / Burg. Krollaan Vaarleseweg

type overweg AHOB AHOB AHOB AHOB AHOB

Schoutse Vennen Collse Hoefdijk Eeneind Loostraat

Mini AHOB AHOB AHOB AHOB

Uit het overzicht blijkt dat er in het traject geen NABO’s1 voorkomen en geen stationsoverpaden zijn. Deze constatering is van belang omdat voor NABO’s en stationsoverpaden enkele afwijkende beoordelingscriteria gelden vanwege hun specifieke karakter. Die zijn in deze analyse dus niet relevant. 1.2 Overige overwegen in het traject

Er zijn nog twee overwegen in het spoortraject Eindhoven – Helmond. Geocode/km 055 / 048.693 055 / 049.090

Plaatsnaam Eindhoven Eindhoven

Straatnaam Broekakkerstraat Tongelresestraat

type overweg AHOB AHOB

Bij deze overwegen wordt geen snelfietsroute aangelegd. Die loopt op deze locaties op grotere afstand van de spoorbaan. In de quick-scan [Ref 5] met een overzicht van maatregelen die getroffen kunnen worden op de veiligheidsrisico’s te beheersen, komen deze twee overwegen wel voor. Dat is toen gedaan omdat maatregelen op deze overwegen ingezet kunnen worden om risicotoename op andere overwegen (waar wel een snelfietsroute komt) te compenseren. Zie paragaaf 5.2 voor een uitleg over deze zogenoemde “Trajectsgewijze beoordeling”. Voor deze twee overwegen wordt geen risicoanalyse gemaakt. De mogelijke maatregelen bij deze overwegen worden vermeld op de laatste pagina van Bijlage I. 1.3 Wegkenmerken en omgeving

Dit verschilt per overweg, en wordt in de individuele analyses in Bijlage I beschreven.

1

NABO = Niet Actief Beveiligde Overweg. In de volksmond “Onbewaakte overweg”. Een overweg zonder bellen, lampen en bewegende overwegbomen.

E60-FHO-KA-2000712 / Proj.nr. MN000241 / Vrijgegeven / Versie 2.0 / 8 maart 2022

7/21

1.4 Spoor en treinen

Deze informatie is gelijk bij alle betrokken overwegen. Het spoortracé is een baanvak met twee sporen. Het is voorzien van bovenleiding en de meest gangbare elektronische systemen voor treinbeveiliging en treinbeheersing (ATB-EG). Figuur 1 laat de zogenoemde ‘treinseries’ van NS zien, van reizigerstreinen die volgens de dienstregeling 2021 op dit traject rijden.

Figuur 1: Treinseries NS 

Treinserie 3500/3700 is de Intercity tussen Eindhoven en Venlo. Deze intercity rijdt twee maal per uur per richting.

Treinserie 4400 is de Sprinter tussen Eindhoven en Deurne. Deze sprinter rijdt twee maal per uur per richting.

Het aantal passerende reizigerstreinen op de overweg komt daarmee op:  8 passages (totaal van beide richtingen) per uur Daarnaast moet rekening worden gehouden met goederentreinen. Goederenverkeer tussen Nederland en Duitsland maakt veelvuldig gebruik van de route via Venlo. Volgens de rapportage “Ontwikkeling spoorgoederenverkeer in Nederland” [Ref 7] bedroeg het jaartotaal over 2019 voor beide richtingen samen 18.100 goederentreinen. Aangenomen dat het aantal goederentreinen gelijk verdeeld is over 365 dagen en 24 uur (goederentreinen rijden ook ’s nachts), rijden er gemiddeld 2 goederentreinen per uur op dit traject. In de dagelijkse praktijk zal de spreiding niet zo gelijkmatig zijn, en kunnen pieken en dalen voorkomen waardoor regelmatige overweggebruikers de ervaring kunnen hebben dat er veel meer goederentreinen dan twee per uur passeren. 1.5 Veranderingen

De beoordeelde verandering is de aanleg van het snelfietspad. De inpassing van het snelfietspad verschilt per overweg. Daarom wordt dit beschreven in de individuele analyses (Bijlage I).

E60-FHO-KA-2000712 / Proj.nr. MN000241 / Vrijgegeven / Versie 2.0 / 8 maart 2022

8/21

2

Toetskader en toetsingsmethodiek

Op landelijk niveau is het beleid rondom overwegveiligheid beschreven in de Beleidsagenda Spoorwegveiligheid 2020-2025. ProRail heeft op basis van de Beleidsagenda haar beleid uitgewerkt. Bij elkaar vormt dit het toetskader voor overwegveiligheid. Dat toetskader, en de toegepaste methodiek, worden in dit hoofdstuk beschreven. 2.1 Beleidsagenda

Het overheidsbeleid ten aanzien van overwegen is beschreven in de “Beleidsagenda Spoorwegveiligheid 2020-2025.”[Ref 1] (hierna “Beleidsagenda”). Het beleid kenmerkt zich door het ‘Nee, tenzij’-principe. De Beleidsagenda noemt de volgende uitgangpunten als basis voor overwegveiligheid: 

 

Overwegveiligheid is de verantwoordelijkheid van spoor- en wegbeheerder samen. Bij het beheersen van de risico’s op overwegen en het realiseren van een goede doorstroming is de samenwerking tussen beide partijen steeds belangrijker. Bij het veiliger maken van overwegen geldt een risicogestuurde aanpak. Investeringen en capaciteitsinzet vinden plaats waar de risico’s het grootst zijn. Nieuwe overwegen zijn in principe niet toegestaan. De veiligheid op bestaande overwegen mag niet afnemen door bijvoorbeeld ontwikkelingen op het spoor (bv. frequentieverhoging) of wijzigingen in de omgeving die leiden tot toename of wijziging van het weggebruik op de overweg: het ‘Nee, tenzij’principe uit de Derde Kadernota Railveiligheid blijft onverminderd van kracht. Dit houdt in dat de veroorzaker van toenemende onveiligheid op overwegen er voor verantwoordelijk is dat de veiligheid wordt beheerst. Dit is bijvoorbeeld het geval bij het realiseren van nieuwe bebouwing of het wijzigen van de verkeersfunctie van een overweg. In de praktijk heeft het ‘nee, tenzij’-principe ertoe geleid dat er geen nieuwe overwegen bijkomen en dat overwegen in veel gevallen zijn gesaneerd. ’De veroorzaker betaalt’: de initiatiefnemer van ontwikkelingen die een negatief effect hebben op overwegveiligheid, is verantwoordelijk voor het treffen van maatregelen om de afgenomen veiligheid te compenseren.

De Beleidsagenda geeft, in tegenstelling tot de Derde Kadernota Railveiligheid2, geen procesbeschrijving met betrekking tot het maken van risicoanalyses en de toetsing daarvan door ILT. ProRail en ILT hebben afgesproken het proces uit de Derde Kadernota Railveiligheid te blijven volgen. Dit betekent dat de Initiatiefnemer voor een wijziging een risicoanalyse op moet stellen en met ProRail moet afstemmen. Na akkoord van ProRail wordt de risicoanalyse via ProRail ter toetsing aangeboden aan ILT.

2

Derde Kadernota Railveiligheid, Ministerie van I&M, juni 2010. Thans vervallen voorganger van de Beleidsagenda.

E60-FHO-KA-2000712 / Proj.nr. MN000241 / Vrijgegeven / Versie 2.0 / 8 maart 2022

9/21

2.2 Beleid ProRail (PRC00200)

Als uitwerking van de Beleidsagenda, en passend binnen haar generieke veiligheidsbeleid, heeft ProRail beleid geformuleerd met betrekking tot overwegveiligheid. Dit beleid is vastgelegd in de procedure “Risicoanalyse en risicocompensatie overwegveiligheid bij wijzigingen”. [Ref 1]3. (hierna te noemen “PRC00200”). In PRC00200 heeft ProRail haar beleid vastgelegd voor: 1. Wijziging van spoorgebruik of spoorweginfrastructuur (o.a. verhoging treinfrequentie). 2. Wijziging van het weggebruik, weginfrastructuur of omgeving. 3. Wijziging die leidt tot een beperking van het (recreatieve) gebruik. 4. Aanvraag voor een nieuwe overweg. De Beleidsregels voor deze drie categorieën staan in Bijlage II. Voor dit project zijn de Beleidsregels relevant met betrekking tot “Wijziging van het weggebruik, weginfrastructuur of omgeving.”

2.3 Methodiek risicoanalyse

Er is geen kwantitatieve methodiek waarmee in getallen kan worden berekend hoeveel het risico toeneemt bij een verandering van de overweg en hoeveel het afneemt bij het toepassen van een bepaalde maatregel. Maar er is wel overeenstemming tussen overwegdeskundigen over de aspecten die invloed hebben op het risiconiveau van overwegen. Deze aspecten zijn vastgelegd in de rapportage “Verbeterd risicoprofiel en risicoranking van overwegen” [Ref 4]. In deze risicoanalyse wordt aan de hand van deze aspecten een beoordeling gemaakt van het risiconiveau van de overweg. Die aspecten zijn onder te verdelen in vier hoofdgroepen: 1. de fysieke uitrusting van de overweg (‘spoorweginfrastructuur’); 2. het gebruik van de overweg (‘spoorgebruik’); 3. de fysieke uitrusting van de kruisende weg en de omgeving (‘weginfrastructuur en fysieke omgeving’); 4. het gebruik van de kruisende weg en de omgeving (‘weggebruik en gebruik omgeving’). De meeste aspecten zijn van toepassing voor zowel actief beveiligde overwegen4 als niet actief beveiligde overwegen. Sommige aspecten zijn alleen van toepassing op één van beide typen overwegen. In Bijlage IV worden deze aspecten één voor één in detail beschreven. Sommige aspecten hebben invloed op de kans van een incident, andere aspecten op het gevolg daarvan. In deze risicoanalyse overwegveiligheid worden kans en gevolg beide beoordeeld.

3

De huidige versie van PRC00200 verwijst nog naar de Derde Kadernota. ProRail werkt aan een update. Een actief beveiligde overweg heeft een installatie met elementen die actief worden bij nadering van een trein, zoals overwegbomen, bellen en knipperlichten. 4

E60-FHO-KA-2000712 / Proj.nr. MN000241 / Vrijgegeven / Versie 2.0 / 8 maart 2022

10/21

2.4 Overwegenregister

Het document “Verbeterd risicoprofiel en risicoranking van overwegen” [Ref 4] is de basis voor het Overwegenregister van ProRail. Het Overwegenregister geeft een semikwantitatieve waardering van het risicoprofiel. Een belangrijk doel van het Overwegenregister is het kunnen maken van een ranking van de overwegen onderling. De systematiek van het Overwegenregister kan echter niet worden gebruikt om aan te tonen dat een bepaald veiligheidsniveau wordt gehandhaafd of dat risico’s worden beheerst. Bij verandering op een overweg blijft een kwalitatieve beschouwing van de lokale situatie van belang. Het Overwegenregister is ondersteunend in een risicoanalyse, maar zeker niet bepalend.

2.5 Verkeerskundige richtlijnen (RLN204201)

De inrichting van de overwegbeveiliging is onder meer afhankelijk van de verkeerskundige situatie. ProRail heeft een specifieke richtlijn [Ref 3] opgesteld die wordt gebruikt bij wegverkeerskundig (her)ontwerpen van overwegen. Deze richtlijn geeft onder meer de criteria die gelden wanneer welk type overwegbeveiliging moet worden toegepast. Het kan worden gebruikt om voor nieuwe overwegen de overwegbeveiliging te bepalen, en om te toetsen of een overwegbeveiliging nog voldoet na veranderende verkeerskundige omstandigheden.

E60-FHO-KA-2000712 / Proj.nr. MN000241 / Vrijgegeven / Versie 2.0 / 8 maart 2022

11/21

3

Risicoanalyse

Een risicoanalyse van een overweg bestaat uit twee onderdelen: 1. Toetsing aan algemene aspecten die het risicoprofiel van de overweg bepalen. Hiermee wordt een algemene indruk gekregen van het risicoprofiel. 2. Benoemen van specifieke risico’s voor elke overweg. Dit kan gaan om een gedetailleerde uitwerking van een algemeen aspect, of om een locatiespecifiek risico dat nog niet bij de algemene aspecten aan de orde is gekomen. 3.1 Toetsing algemene aspecten

Er is een aantal algemene aspecten dat het risicoprofiel van een overweg met actieve beveiliging bepaalt. Die aspecten worden uitgelegd in Bijlage IV. De volgende tabel toetst de aanleg van de snelfietsroute aan deze aspecten. Per aspect wordt aangegeven of de aanleg van de snelfietsroute leidt tot een wijziging van dat aspect. Als het aspect niet wijzigt, wordt het in de risicoanalyse van de individuele overwegen (Bijlage I) niet beoordeelt. Aspect

Beoordeling

Aantal sporen

Verandert niet door aanleg snelfietsroute. Geen verdere beoordeling.

Aansluiting station

Verandert niet door aanleg snelfietsroute. Geen verdere beoordeling.

Schuine overwegen

Verandert niet door aanleg snelfietsroute. Geen verdere beoordeling.

Zichtbaarheid overweg

Verandert niet door aanleg snelfietsroute. Geen verdere beoordeling.

Dieplader-gevoeligheid

Verandert niet door aanleg snelfietsroute. Geen verdere beoordeling.

Treinfrequentie

Verandert niet door aanleg snelfietsroute. Geen verdere beoordeling.

Spreiding sluitingsduur

Verandert niet door aanleg snelfietsroute. Geen verdere beoordeling.

Ongewenste/onbegrepen dichtligtijd.

Verandert niet door aanleg snelfietsroute. Geen verdere beoordeling.

Beveiliging i.c.m. gebruik

Verandert niet door aanleg snelfietsroute. Geen verdere beoordeling.

Ontruiming

Dit aspect wijzigt door aanleg snelfietsroute en wordt beoordeeld.

Aantal rijstroken

Verandert niet door aanleg snelfietsroute. Geen verdere beoordeling.

Voorzieningen fietsverkeer

Dit betreft spoorkruisende voorzieningen voor fietsers. Het aspect verandert niet door een nieuwe fietspad parallel aan het spoor. Geen verdere beoordeling.

Omgeving die de aandacht afleidt

Dit zou kunnen veranderen door aanleg snelfietsroute en wordt beoordeeld.

Hinderlijke profielovergang

Dit zou kunnen veranderen door aanleg snelfietsroute en wordt beoordeeld.

Aanwezigheid effectieve middengeleider

Verandert niet door aanleg snelfietsroute. Geen verdere beoordeling

Intensiteit fietsverkeer

Dit zou kunnen veranderen door aanleg snelfietsroute en wordt beoordeeld.

Gebruik overweg: particulier of openbaar

Verandert niet door aanleg snelfietsroute. Geen verdere beoordeling

Verhoogde kans op onveilig gedrag AHOB

Dit zou kunnen veranderen door aanleg snelfietsroute en wordt beoordeeld.

Snelheid treinverkeer [Gevolg]

Verandert niet door aanleg snelfietsroute. Geen verdere beoordeling

Ligging in boog

Verandert niet door aanleg snelfietsroute. Geen verdere beoordeling

E60-FHO-KA-2000712 / Proj.nr. MN000241 / Vrijgegeven / Versie 2.0 / 8 maart 2022

12/21

Aspect

Beoordeling

[Gevolg]

3.2 Specifieke risico’s

Aantal sporen [Gevolg]

Verandert niet door aanleg snelfietsroute. Geen verdere beoordeling

Frequentie treinverkeer [Gevolg]

Verandert niet door aanleg snelfietsroute. Geen verdere beoordeling

Specifieke risico’s per overweg worden genoemd in de individuele analyses per overweg in Bijlage I.

E60-FHO-KA-2000712 / Proj.nr. MN000241 / Vrijgegeven / Versie 2.0 / 8 maart 2022

13/21

4

Toetsing aan beleidsregels en richtlijnen

Dit hoofdstuk bevat een toetsing van de nieuwe situatie aan de beleidsregels en richtlijnen van ProRail. Deze toetsing is geldig voor alle betrokken overwegen. 4.1 Beleidsregels PRC00200

ProRail heeft haar beleid vastgelegd in de al genoemde PRC00200 (zie par. 2.2 en Bijlage II). Voor dit project zijn de Beleidsregels relevant met betrekking tot wijziging van weggebruik, weginfrastructuur of omgeving. De PRC00200 zegt hierover: ProRail beoordeelt de (potentiële toename van) overwegrisico’s van de volgende wijzigingen als onbeheerst en maakt daarom bezwaar tegen deze wijzigingen:  Een wijziging in de wegsituatie waardoor de ontruiming van een overweg niet meer geborgd is (bijvoorbeeld door de aanleg van een nieuwe aansluitende weg, in- en/of afrit, een rotonde, een parkeerplaats);  Een wijziging waardoor het overwegrisico op een niet actief beveiligde overweg op het reizigersnet toeneemt (bijvoorbeeld een nieuwe recreatieve route over de overweg, een ruimtelijke ontwikkeling die leidt tot een toename van gebruik van de overweg). Dit geldt zowel voor openbare overwegen, particuliere overwegen als voor stationsoverpaden;  Het openstellen van een particuliere overweg voor openbaar gebruik;  Een wijziging in de omgeving waardoor een stationsoverpad een interwijkfunctie krijgt;  Het verhogen van een Gebiedsontsluitingsweg danwel Erftoegangsweg naar een Stroomweg. De aanleg van de snelfietsroute parallel aan het spoor heeft alleen invloed op het als eerste genoemde punt.

Doordat fietsers op de snelfietsroute bij alle overwegen voorrang moeten verlenen aan het spoorkruisend wegverkeer leidt de formele voorrangssituatie niet tot een wegsituatie waardoor de ontruiming van de overweg niet meer is geborgd. Wat er qua ontruiming echter wel kan gebeuren is het zogenoemde “beleefdheidsvoorrang”. Hiermee wordt bedoeld dat een automobilist, na kruising van het spoor, stil gaat staan om een overstekende fietser over te laten steken, terwijl dat volgens de aangegeven voorrangsregeling niet nodig is. Als dit gebeurt kan het voorkomen dat er auto’s tot stilstand komen op het spoor. In de individuele analyses van de afzonderlijke overwegen wordt in meer detail ingegaan op de ontruimingssituatie.

4.2 Richtlijn RLN20420-1

ProRail heeft een specifieke richtlijn [Ref 3] opgesteld die wordt gebruikt bij wegverkeerskundig (her)ontwerpen van overwegen. In deze Richtlijn wordt ook ingegaan op de gewenste ontruiming van de overweg. Daarbij wordt de term ‘valstriksituatie’ gebruikt. Van een valsstriksituatie is sprake als het wegverkeer na de overweg voorrang of doorgang moet verlenen aan het overige verkeer en daardoor niet in staat is om de overweg veilig en vlot te ontruimen. Het verkeer komt dan onbedoeld op de overweg tot stilstand. Indien op dat moment de overweg gaat sluiten kan het wegverkeer geen kant meer op: Het zit dan in een valstrik. E60-FHO-KA-2000712 / Proj.nr. MN000241 / Vrijgegeven / Versie 2.0 / 8 maart 2022

14/21

In die gevallen moet er gekozen worden voor een oplossing. Dit kan bijvoorbeeld door middel van een verkeersmaatregel (afslagverbod, regeling voorrang of doorgang) of door een regeling met ontruimingslichten/verkeerslichten die een veilige ontruiming wel mogelijk maken. De oplossing kan zo nodig ondersteund worden door een filewaarschuwingsbord of een filewaarschuwingsinstallatie. Als maat voor het zich niet mogen voordoen van een valstrik geldt een minimale afstand van 25 meter tussen het Profiel van vrije ruimte (PVR) van het spoor en de voorrangssituatie. Bij een route voor LZV5 voertuigen is deze afstand tenminste 31 meter6. Formeel voldoet de situatie met aanleg snelfietspad aan deze richtlijn. Spoorkruisend wegverkeer heeft immers altijd voorrang op de fietsers op het snelfietspad. Maar door het hierboven al beschreven ‘beleefdheidsvoorrang’ kan er toch een valstriksituatie ontstaan.

5

LZV´s zijn vrachtautocombinaties die langer en/of zwaarder zijn dan de wettelijke eisen in Nederland normaal gesproken toestaan 6 De maat van 25, resp. 31m uit het PVR is opgebouwd uit de maximale lengte van een eerste voertuig van (18,75m resp. 25,25) met kort daarachter (1m) een personenauto (volgvoertuig) van 5m. Dit volgvoertuig volgt het 1e voertuig blindelings en is zich daardoor niet bewust van de overwegsignalen

E60-FHO-KA-2000712 / Proj.nr. MN000241 / Vrijgegeven / Versie 2.0 / 8 maart 2022

15/21

5

Indeling maatregelen en wijze van beoordeling

Bij de analyses van de individuele overwegen worden maatregelen genoemd om het risico te verlagen. In dit hoofdstuk wordt beschreven welk soort maatregelen er zijn, en wordt uitgelegd hoe toename van risico’s op het totale traject gecompenseerd kan worden. 5.1 Soorten van maatregelen

De geadviseerde maatregelen die per overweg zijn gedefinieerd, kunnen worden onderverdeeld in een aantal hoofdgroepen. Die worden in deze paragraaf beschreven.

5.1.1. Maatregelen

Dit zijn maatregelen die zeker getroffen moeten worden om de risico's op een overweg te beheersen. De maatregelen moeten gerealiseerd zijn voordat de snelfietsroute in gebruik wordt genomen. Ze kunnen niet worden vervangen door alternatieve maatregelen.

voorwaardelijk voor beheersen risico

5.1.2. Maatregelen nodig

Dit zijn maatregelen die nodig zijn om de risicotoename te compenseren.

voor compensatie risicotoename

5.1.3. Alternatieve maatregelen

5.2 Trajectgewijze beoordeling

Dit zijn maatregelen die getroffen kunnen worden als het niet lukt om alle genoemde maatregelen nodig voor compensatie van de risicotoename te realiseren. Als dat niet lukt zal (met toepassing van de trajectsgewijze benadering) één van de alternatieve maatregelen nodig zijn voor het compenseren van de risicotoename. Volgens de Beleidsagenda mag de veiligheid op bestaande overwegen niet afnemen door bijvoorbeeld ontwikkelingen op het spoor (bv. frequentieverhoging) of wijzigingen in de omgeving die leiden tot toename of wijziging van het weggebruik op de overweg. De veroorzaker van toenemende onveiligheid op overwegen is er voor verantwoordelijk dat de veiligheid wordt beheerst. Er zijn compenserende maatregelen nodig om te voorkomen dat de veiligheid op bestaande overwegen afneemt. Compenserende maatregelen moeten in de eerste plaats worden getroffen op elke overweg waar het risico toeneemt. In de individuele analyses is per overweg aangegeven of er compenserende maatregelen nodig en/of mogelijk zijn. Wanneer het risico toeneemt langs een heel baanvak (zoals nu Eindhoven – Helmond) is het vaak niet mogelijk om op elke overweg afdoende maatregelen te treffen. Daarom wordt er in die situaties een trajectgewijze benadering gehanteerd. Dit is een gangbare en geaccepteerde aanpak voor analyses waarbij een wijziging langs een langer baanvak, met meerdere overwegen, beoordeeld wordt.

De trajectgewijze benadering betekent dat er maatregelen worden benoemd waardoor de overwegveiligheid op het totaal beoordeelde traject niet toeneemt. Dat kan betekenen dat er op sommige overwegen helemaal geen maatregelen worden getroffen en dat er bij andere overwegen zeer ingrijpende maatregelen (denk aan overwegsanering) nodig zijn die dienen als compensatie voor de risicotoename op overwegen elders. Eventuele keuzes hierin zullen met stakeholders moeten worden besproken.

E60-FHO-KA-2000712 / Proj.nr. MN000241 / Vrijgegeven / Versie 2.0 / 8 maart 2022

16/21

6

Overzicht maatregelen en conclusie

In het vorige hoofdstuk is een hoofdindeling van maatregelen beschreven. Dit hoofdstuk bevat de conclusies en aanbevelingen waarbij wordt teruggegrepen op de hoofdindeling. 6.1 Maatregelen voorwaardelijk voor beheersen risico

Dit zijn maatregelen die zeker getroffen moeten worden om de risico's op een overweg te beheersen. De maatregelen moeten gerealiseerd zijn voordat de snelfietsroute in gebruik wordt genomen. Ze kunnen niet worden vervangen door alternatieve maatregelen. Verlengde Stationsstraat:  Het verkeer op het snelfietspad moet voorrang verlenen aan het verkeer op de Verlengde Stationsstraat (al gerealiseerd).  De opstel- en passeerruimte voor fietsers aan de noordoostkant van de overweg voor de kruising met het snelfietspad moet zijn afgestemd op de verwachte fietsintensiteit op de Verlengde Stationsstraat (al gerealiseerd).  De oversteek van het snelfietspad met de Verlengde Stationsstraat moet worden opgenomen in de beveiliging van de bestaande VRI (al gerealiseerd). Kanaaldijk Noord West:  Het verkeer op het snelfietspad moet voorrang verlenen aan het verkeer op de Kanaaldijk Noord West (al gerealiseerd).  De oversteek van het snelfietspad met de Kanaaldijk Noord West moet worden opgenomen in de beveiliging van de bestaande VRI (al gerealiseerd).  De opstelruimte voor fietsers aan de noordwestkant van de overweg voor de kruising met het snelfietspad moet zijn afgestemd op de verwachte fietsintensiteit op de Kanaaldijk Noord West (al gerealiseerd).

 Plaatsen van fysieke afscherming aan de zuidoostzijde van de overweg om sluipverkeer van voetgangers en fietsers tegen te gaan (al verwerkt in het ontwerp). Hoofdstraat / Mierloseweg:  Het verkeer op het snelfietspad moet voorrang verlenen aan het verkeer op de Mierloseweg (al gerealiseerd).  De oversteek van het snelfietspad met de Mierloseweg moet worden opgenomen in de beveiliging van de bestaande VRI (al gerealiseerd).  De opstel- en passeerruimte voor fietsers aan de noordoostkant van de overweg voor de kruising met het snelfietspad moet zijn afgestemd op de verwachte fietsintensiteit op de Mierloseweg (al gerealiseerd). Slegerstraat / Burg. Krollaan:  Het verkeer op het snelfietspad moet voorrang verlenen aan het verkeer op de Burg. Krollaan (al gerealiseerd);  Wegprofiel aan zuidzijde overweg over een lengte van 4 tot 7 meter verbreden, zodanig dat voor afstromend verkeer altijd minimaal één vrachtwagenlengte beschikbaar is voor het verkeer het smallere wegprofiel betreedt. Daarnaast

E60-FHO-KA-2000712 / Proj.nr. MN000241 / Vrijgegeven / Versie 2.0 / 8 maart 2022

17/21

een wijziging van de (as)markering zodat een betere rijrichting-scheiding ontstaat. Wegprofiel aan noordzijde van overweg verbreden over enige lengte. Nu is er een 'vernauwing' op korte afstand van de overweg. Aan noordzijde bestaat de inpasbare verbreding uit een klein stukje bermverharding en een betere rijrichting-scheiding door de (as)markering aan te passen.

Vaarleseweg:  Het verkeer op het snelfietspad moet voorrang verlenen aan het verkeer op de Vaarleseweg (al opgenomen in het ontwerp)  Het bestaande verbod voor doorgaand vrachtverkeer op de fietsstraat in rijrichting zuid naar noord kenbaar maken op een locatie waar een vrachtwagen een keuzemogelijkheid heeft of kan keren. Schoutse Vennen:  Het verkeer op het snelfietspad moet voorrang verlenen aan het verkeer op de Schoutse Vennen (al opgenomen in het ontwerp).  Het plaatsen van afsluiters (bijv. verzinkbare of kantelende palen) in de Schoutse Vennen die gebruik van Schoutse Vennen door motorvoertuigen onmogelijk maken. Collse Hoefdijk:  Het verkeer op het snelfietspad moet voorrang verlenen aan het verkeer op de Collse Hoefdijk (al verwerkt in het ontwerp).  Het aanbrengen van een VRI ter beveiliging van de kruisende rijwegen tussen snelfietspad en Collse Hoefdijk. De VRI moet een koppeling krijgen met de overweginstallatie (al verwerkt in het ontwerp).  De opstel- en passeerruimte voor fietsers aan de noordoostkant van de overweg voor de kruising met het snelfietspad moet zijn afgestemd op de verwachte fietsintensiteit op de Collse Hoefdijk (al verwerkt in het ontwerp). Eeneind:  Het verkeer op het snelfietspad moet voorrang verlenen aan het verkeer op Eeneind (al verwerkt in het ontwerp).

Loostraat:  Het verkeer op het snelfietspad moet voorrang verlenen aan het verkeer op de Loostraat (al verwerkt in het ontwerp).  De aansluiting van het fietspad op de Loostraat ligt op 25 m afstand van de rand van de overweg (al verwerkt in het ontwerp)

6.2 Maatregelen nodig voor compensatie risicotoename

Dit zijn maatregelen die nodig zijn om de risicotoename te compenseren. Verlengde Stationsstraat:  Op deze locatie geen maatregel met bestuurlijk en maatschappelijk draagvlak. Compensatie moet elders langs het traject gerealiseerd worden. Kanaaldijk Noord West: E60-FHO-KA-2000712 / Proj.nr. MN000241 / Vrijgegeven / Versie 2.0 / 8 maart 2022

18/21

De breedte van het fietspad langs de Kanaaldijk tussen het snelfietspad en de Engelseweg wordt afgestemd op de verwachte fietsintensiteit op de Kanaaldijk Noord West (in beide rijrichtingen). Deze maatregel is gerealiseerd.

Hoofdstraat / Mierloseweg:  Maak het snelfietspad voorrangplichtig aan de fietspaden op de Mierloseweg. Daarmee wordt voorrang gelijk aan die van het snelfietspad ten opzichte van de Mierloseweg zelf. Dit zorgt voor een duidelijkere verkeerssituatie en bevordert het afrijden van fietsers op de spoorwegovergang. Slegerstraat / Burg. Krollaan:  Eénrichtingsverkeer op Sint Agathastraat - Lievevrouwestraat. Bij overweg alleen uitrijden. Dan mag autoverkeer na passage van de overweg (van noord naar zuid) niet meer linksaf slaan Sint Agathastraat in. Vaarleseweg:  Aansluiting van het snelfietspad op de Vaarleseweg op een grotere afstand van het spoor realiseren. Conform richtlijn van ProRail 25 meter tussen het Profiel van vrije ruimte (PVR) van het spoor en de voorrangssituatie, maar omdat er geen vrachtverkeer is, is een afstand van 10 meter (ruimte voor twee personenauto’s) ook verdedigbaar. Schoutse Vennen:  Afwaarderen van deze overweg tot een overweg voor verkeer met een lage snelheid. Dit betreft uitsluitend verkeer dat in Nederland is toegestaan op een fietspad (zoals voetgangers, fietsers, bromfietsers en invaliden met hun vervoermiddelen) en ruiters. Daarbij wordt de overweginstallatie gewijzigd in een overweginstallatie die de weg volledig afsluit. Incidenteel gebruik van overweg door onderhoudsvoertuigen wordt toegestaan.

Alleen bestuurders van onderhoudsvoertuigen beschikken over een sleutel om de afsluiters te openen. Collse Hoefdijk:  Op deze locatie geen maatregel met bestuurlijk en maatschappelijk draagvlak. Compensatie moet elders langs het traject gerealiseerd worden. Eeneind:  Op deze locatie geen maatregel met bestuurlijk en maatschappelijk draagvlak. Compensatie moet elders langs het traject gerealiseerd worden. Loostraat:  Inrichten van Loostraat als fietsstraat (Risicotoename betreft alleen mogelijk hogere intensiteit spoorkruisend fietsverkeer). 6.3 Alternatieve maatregelen

Dit zijn maatregelen die getroffen kunnen worden als het niet lukt om alle genoemde maatregelen nodig voor compensatie van de risicotoename te realiseren. Als dat niet lukt zal (met toepassing van de trajectsgewijze benadering) één van de alternatieve maatregelen nodig zijn voor het compenseren van de risicotoename.

E60-FHO-KA-2000712 / Proj.nr. MN000241 / Vrijgegeven / Versie 2.0 / 8 maart 2022

19/21

Deze maatregelen zijn bepaald door te kijken welke risicoverlagende maatregelen op een overweg mogelijk zijn. Maar de maatregelen zijn niet voorwaardelijk voor risicobeheersing of risicocompensatie. Het compenserend effect van een alternatieve maatregel is niet altijd gelijk aan dat van de maatregelen genoemd in par. 6.2. Het kan voorkomen dat er meer dan één alternatieve maatregel nodig is indien één van de maatregelen uit par. 6.2 niet haalbaar blijkt. Ter wille van de leesbaarheid van dit rapport worden de alternatieve maatregelen voor de geanalyseerde overwegen hier niet allemaal opgesomd. Ze zijn te vinden Bijlage I. 6.4 Conclusie

Het landelijk beleid vastgelegd in de Beleidsagenda [Ref 1] stelt dat de veiligheid op bestaande overwegen niet mag afnemen door bijvoorbeeld ontwikkelingen op het spoor of wijzigingen in de omgeving die leiden tot toename of wijziging van het weggebruik op de overweg. De Beleidsagenda stelt dat de veroorzaker van toenemende onveiligheid op overwegen er voor verantwoordelijk is dat de veiligheid wordt beheerst. De aanleg van het snelfietspad langs het spoor is een wijziging in de omgeving van de betrokken overwegen. In deze analyse worden maatregelen genoemd waarmee de risico’s op elke overweg kunnen worden beheerst. Deze maatregelen zijn of worden gerealiseerd. Voor beoordeling van de compensatie van risicotoename wordt de trajectsgewijze aanpak (zie par. 5.2) toegepast. Het blijkt niet mogelijk te zijn om op elke overweg compenserende maatregelen te treffen. Daar staat tegenover dat de afwaardering van de Schoutse Vennen van overweg voor alle verkeer naar overweg uitsluitend voor langzaam verkeer een maatregel met groot compenserend effect is. Daarmee wordt per saldo over het gehele traject voldaan aan de eis voor compensatie van toegenomen risico. Door het realiseren van maatregelen kan aan de eisen uit het landelijk overwegenbeleid worden voldaan.

E60-FHO-KA-2000712 / Proj.nr. MN000241 / Vrijgegeven / Versie 2.0 / 8 maart 2022

20/21

Colofon Opdrachtgever

Uitgave

Gemeente Helmond

Movares Nederland B.V. Kennislijn Omgeving en Processen groep Systemen en Processen:Systemen en Processen

Utrecht Telefoon Ondertekenaar

Hobelman, FH

Projectnummer

MN000241

Kenmerk

E60-FHO-KA-2000712

 2022, Movares Nederland B.V. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Movares Nederland B.V.

E60-FHO-KA-2000712 / Proj.nr. MN000241 / Vrijgegeven / Versie 2.0 / 8 maart 2022

21/21

Bijlage I: Analyse per overweg

Toevoegen bij genereren PDF-bestand.

E60-FHO-KA-2000712 / Proj.nr. MN000241 / Vrijgegeven / Versie 2.0 / 8 maart 2022

i

Overweg Verlengde Stationsstraat Benaming bij ProRail Straatnaam (Plaats) Geocode / Kilometrering Traject

Overweg 38.7 Verlengde Stationsstraat Verlengde Stationsstraat (Helmond) 055 / 038.758 Blerick - Eindhoven

Figuren

Figuur 1: Locatie spoorkruising

Figuur 2: Bovenaanzicht

1/46

Figuur 3: Vooraanzicht (foto genomen vanaf de zuidzijde van de overweg)

Kenmerken overweg Beveiliging Aantal sporen Ligging bij station Snelheid trein (km/uur) Snelheid weg (km/uur) Frequentie trein nu totaal

AHOB-installatie 2 Ja, station Helmond 130 km/u; lagere snelheid voor treinen die halteren in Helmond 50 km/u Gem. 10 treinen per uur

Omschrijving omgeving De Verlengde Stationsstraat geeft toegang tot een gebied dat omsloten is door de Engelseweg, een kanaal en de kasteeltraverse (N270). In dit gebied liggen hoofdzakelijk bedrijfsgebouwen en daarnaast het Stadskantoor en het politiebureau van Helmond en treinstation Helmond. Voor fietsers is er via de overweg een verbindingsroute met station Helmond. Op het kruispunt Verlengde Stationsstraat – Engelseweg wordt het verkeer geregeld met een VRI. De VRI is gekoppeld aan de overweginstallatie. Er zijn vrijliggende fiets- en voetpaden aan twee kanten van de weg. Verkeer op de Engelseweg heeft voorrang op het verkeer van de Verlengde Stationsstraat.

Omschrijving verandering De onderstaande figuur laat zien dat het snelfietspad aan de noordzijde van de spoorlijn komt te liggen. Het snelfietspad maakt hier geen gebruik van het tracé van bestaande wegen. Aan de oostkant sluit het snelfietspad (na de bocht naar het noorden) aan op de Binnen Parallelweg richting het station. Het kruisingsvlak bestaat uit 4 delen; er worden 2 vrijliggende fiets- en voetpaden en 2 fysiek gescheiden rijbanen gekruist. Het verkeer op het snelfietspad moet voorrang verlenen aan het verkeer op de Verlengde Stationsstraat. De zuidrand van het snelfietspad ligt circa 8 m van de

2/46

rand van de overweg. Op de kruising wordt het verkeer op het snelfietspad met verkeerslichten geregeld. Door het nieuwe snelfietspad, hoeven fietsers die tussen Station Helmond en Station Helmond ’t Hout rijden, de overweg verlengde Stationsstraat en overweg kanaaldijk niet meer over te steken. De intensiteit van het fietsverkeer op de overweg neemt daardoor af. Het snelfietspad eindigt bij station Helmond. Het is aannemelijk dat snelfietsers met een bestemming of herkomst in het zuiden van Helmond bij de Verlengde Stationsstraat het snelfietspad betreden of verlaten en de overweg passeren. Aan de noordkant van de overweg zullen fietsers die uit het zuiden komen het snelfietspad nemen als zij naar station Helmond willen. De verwachting is dat daardoor het aantal fietsers op de kruising met de Binnen Parallelweg zal afnemen.

Figuur 4: Detail uit ontwerptekening met de kruising van het snelfietspad met de Verlengde Stationsstraat

Toetsing algemene aspecten Er is een aantal algemene aspecten die het risiconiveau van een overweg met een overweg bepalen. In het hoofdrapport van de risicoanalyse is aangegeven welke aspecten wijzigen als gevolg van de aanleg van het snelfietspad. Alleen de aspecten die wijzigen worden hieronder beoordeeld.

3/46

Aspect Ontruiming

Toelichting en beoordeling Door de vrijliggende fietspaden op de Verlengde Stationsstraat zal het autoverkeer blijven doorstromen als fietsers vanuit het zuiden linksaf het snelfietspad op willen. Deze fietsers maken gebruik van de oversteek (met verkeerslichten) van het snelfietspad. Er is daarom formeel geen ontruimingsprobleem bij links afslaan van fietsers. Fietsers die moet wachten om over te steken kunnen de fietsers die verdergaan op de verlengde stationsstraat wel hinderen (zie aspect intensiteit fietsverkeer). Door de regeling van het verkeer met VRI wordt geen ontruimingsprobleem verwacht vanwege beleefdheidsvoorrang.

Omgeving die de aandacht afleidt Hinderlijke profielovergang Intensiteit fietsverkeer

Geen verandering in het risicoprofiel door dit aspect. Niet van toepassing. Geen verandering in het risicoprofiel door dit aspect. Er is geen hinderlijke profielovergang. Geen verandering in het risicoprofiel door dit aspect. Door het snelfietspad zal de intensiteit van het fietsverkeer op de overweg veranderen. Fietsers tussen station Helmond en station Helmond ’t Hout hoeven de overweg niet meer over te steken. Dit leidt tot een afname van de intensiteit. De overweg biedt een goede aansluiting op het snelfietspad voor fietsers met een bestemming of herkomst in het zuiden van Helmond. Daardoor kan de intensiteit toenemen. De gemeente verwacht dat beide effecten tot een netto daling van de intensiteit van het fietsverkeer leiden. De breedte van het fietspad op de overweg moet passen bij de verwachte intensiteit en er moet opstelruimte zijn bij de verkeerslichten zodat de (kruisende) fietsstromen elkaar niet hinderen. Aan de noordoostkant van de overweg moet deze opstel- en passeerruimte voorbij de overwegbomen liggen.

Gebruik overweg: particulier of openbaar Verhoogde kans op onveilig gedrag AHOB

Afname van het risicoprofiel door dit aspect. De overweg is voor openbaar gebruik. Geen verandering in het risicoprofiel door dit aspect Er zijn geen scholen of sportvoorzieningen e.d. in de nabije omgeving van de overweg die aanleiding geven tot een verhoogde kans op onveilig gedrag. Snelfietsers in rijrichting Eindhoven die hier het snelfietspad verlaten, kunnen de gesloten overweg slalommend passeren. Zij moeten dan wel van de rijweg gebruik maken omdat het vrijliggende fietspad aan deze zijde met overwegbomen is afgesloten. Een lange sluiting van de overweg (i.v.m. het halteren van treinen op het station Helmond) kan bijdragen aan dit gedrag. Toename van het risicoprofiel door dit aspect.

Locatiespecifieke risico’s Er is bij deze overweg één locatiespecifiek risico om te beoordelen: Bij uitval van de VRI ontstaat een ontruimingsprobleem. Aan de noordzijde van de overweg wordt dit risico beheerst door de gekozen voorrangssituatie (het verkeer op het snelfietspad moet voorrang verlenen) en door voldoende opstel- en passeerruimte voor fietsverkeer aan de noordoostzijde van de overweg. Aan de zuidzijde van de overweg is er een bestaand ontruimingsprobleem bij uitval van de VRI. Autoverkeer op de Verlengde Stationsstraat moet voorrang verlenen aan langzaamverkeer op de Engelseweg, en ook aan het autoverkeer op de Engelseweg.

4/46

Toetsing aan beleidsregels Voor deze overweg volstaat de algemene toetsing die in het hoofdrapport is gemaakt.

Maatregelenpakket bij deze overweg Maatregelen voorwaardelijk voor de beheersing van de risico’s:  Het verkeer op het snelfietspad moet voorrang verlenen aan het verkeer op de Verlengde Stationsstraat (al gerealiseerd).  De opstel- en passeerruimte voor fietsers aan de noordoostkant van de overweg voor de kruising met het snelfietspad moet zijn afgestemd op de verwachte fietsintensiteit op de Verlengde Stationsstraat (al gerealiseerd).  De oversteek van het snelfietspad met de Verlengde Stationsstraat moet worden opgenomen in de beveiliging van de bestaande VRI (al gerealiseerd). Maatregelen nodig voor compensatie van de risicotoename:  Op deze locatie geen maatregel met bestuurlijk en maatschappelijk draagvlak. De toename van risico wordt elders op het traject gecompenseerd. Alternatieve maatregelen voor compensatie van de risicotoename:  Aanpassen van de voorrangsregeling van het fietspad t.o.v. autoverkeer op kruising van fietspad en Verlengde Stationsstraat aan zuidzijde spoor. Zodanig dat fietsers op de Engelseweg voorrang moeten verlenen aan autoverkeer (als VRI is uitgevallen).  Aanpassing van de voorrangsregeling voor alle verkeer, zodanig dat verkeer op Verlengde Stationsstraat voorrang krijgt op de Engelseweg (als VRI is uitgevallen).

 Toegangen tot het gebied tussen Engelseweg en Kasteeltraverse vanaf de Kasteeltraverse en de Stationsstraat opwaarderen zodat autoverkeer het gebied beter vanaf de noord- en oostzijde in en uit kan rijden. De overweg afwaarderen en ombouwen tot een overweg voor verkeer met een lage snelheid, zoals voetgangers, ruiters, fietsers, bromfietsers en invaliden met hun vervoermiddelen in beide richtingen.

Conclusie Door de aanleg van het snelfietspad op korte afstand van het spoor is er een toename van de risico’s voor het aspect verhoogde kans op onveilig gedrag. De risico’s kunnen worden beheerst door de hierboven genoemde maatregelen die voorwaardelijk zijn voor beheersing van risico’s. De risicotoename voor overweg Verlengde Stationsstraat zal elders op het traject gecompenseerd worden.

5/46

Overweg Kanaaldijk Noord West Benaming bij ProRail Straatnaam (Plaats) Geocode / Kilometrering Traject

Overweg 38.9 Kanaaldijk Kanaaldijk Noord West (Helmond) 055 / 038.974 Blerick – Eindhoven

Figuren

Figuur 5: Locatie spoorkruising

Figuur 6: Bovenaanzicht

6/46

Figuur 7: Vooraanzicht (foto genomen vanaf de noordkant van de overweg)

Kenmerken overweg Beveiliging Aantal sporen Ligging bij station Snelheid trein (km/uur) Snelheid weg (km/uur) Frequentie trein nu totaal

AHOB-installatie 2 Ja, station Helmond 130 km/u; lagere snelheid voor treinen die halteren in Helmond 50 km/u Gem. 10 treinen per uur

Omschrijving omgeving De Kanaaldijk Noord West is een toegangsweg tot het centrum van Helmond, Helmond West en het ziekenhuis. In zuidelijke rijrichting biedt de weg verbindingen naar Mierlo, Den Bosch, Weert en Venlo. Op het kruispunt Kanaaldijk Noord West – Engelseweg / Heeklaan wordt het verkeer geregeld met een VRI. De VRI is gekoppeld aan de overweginstallatie. Er is één vrijliggend fiets- en voetpad langs de Kanaaldijk. Verkeer op de Kanaaldijk heeft voorrang op het verkeer van de Engelseweg.

Omschrijving verandering Voor het snelfietspad wordt een nieuwe brug aangelegd over het kanaal aan de noordzijde van het spoor. Het snelfietspad maakt een scheve kruising met de rijbanen van de Kanaaldijk noord west, kruist het bestaande tweerichtingenfietspad en sluit vervolgens (in de richting van Eindhoven aan op de Deken van Hagenstraat. Het bestaande fietspad in de deken van Hagenstraat wordt daarvoor aangepast. Het kruisingsvlak bestaat uit 3 delen; er worden 1 vrijliggend fiets- en voetpad en 2 fysiek gescheiden rijbanen gekruist. Het verkeer op het snelfietspad moet voorrang verlenen aan het verkeer op de Kanaaldijk. Op de kruising wordt het verkeer op het snelfietspad met verkeerslichten geregeld. Door het nieuwe snelfietspad, hoeven fietsers die tussen Station Helmond en Station Helmond ’t Hout rijden, de overweg Kanaaldijk en de overweg Verlengde Stationsstraat niet meer over te steken. De intensiteit van het fietsverkeer op de overweg neemt daardoor af.

7/46

Het snelfietspad eindigt bij station Helmond. Het is aannemelijk dat snelfietsers met een bestemming of herkomst in het zuiden van Helmond bij de Kanaaldijk Noord West het snelfietspad betreden of verlaten en de overweg passeren.

Figuur 8: Detail uit ontwerptekening met de kruising van het snelfietspad met de Kanaaldijk Noord West

Toetsing algemene aspecten Er is een aantal algemene aspecten die het risiconiveau van een overweg met een overweg bepalen. In het hoofdrapport van de risicoanalyse is aangegeven welke aspecten wijzigen als gevolg van de aanleg van het snelfietspad. Alleen de aspecten die wijzigen worden hieronder beoordeeld. Aspect Ontruiming

Toelichting en beoordeling Door regeling van het verkeer (ook op het snelfietspad) met VRI is er formeel geen ontruimingsprobleem voor het autoverkeer. Door de aard van het verkeer en het gebruik van VRI wordt geen ontruimingsprobleem verwacht vanwege beleefdheidsvoorrang. Bij grote drukte op het fietspad op de Kanaaldijk kan een wachtrij ontstaan voor het kruisingsvlak met het snelfietspad. De opstelruimte tussen de overweg en het kruisingsvlak moet afgestemd zijn op de verkeersintensiteit van dit fietspad (zie aspect intensiteit fietsverkeer)

Omgeving die de aandacht afleidt Hinderlijke profielovergang Intensiteit fietsverkeer

Toename van het risicoprofiel door dit aspect. Niet van toepassing. Geen verandering in het risicoprofiel door dit aspect. Er is / ontstaat geen hinderlijke profielovergang in het bestaande fietspad. Geen verandering in het risicoprofiel door dit aspect. Door het snelfietspad zal de intensiteit van het fietsverkeer op de overweg veranderen Fietsers tussen station Helmond en station Helmond ’t Hout hoeven

8/46

Aspect

Toelichting en beoordeling de overweg niet meer over te steken. Dit leidt tot een afname van de intensiteit. De overweg biedt een goede aansluiting op het snelfietspad voor fietsers met een bestemming of herkomst in het zuiden van Helmond. Daardoor kan de intensiteit toenemen. De gemeente verwacht dat beide effecten tot een netto daling van de intensiteit van het fietsverkeer leiden. De breedte van het fietspad op de overweg moet passen bij de verwachte intensiteit en er moet voldoende opstelruimte aanwezig zijn tussen de overwegbomen en het kruisingsvlak met het snelfietspad.

Gebruik overweg: particulier of openbaar Verhoogde kans op onveilig gedrag AHOB

Afname van het risicoprofiel door dit aspect. De overweg is voor openbaar gebruik. Geen verandering in het risicoprofiel door dit aspect Op foto’s is een voetspoor zichtbaar aan de zuidoostkant van de overweg. De weginrichting is zodanig dat alleen autoverkeer hier het spoor kruist. Blijkbaar kiezen voetgangers en/of fietsers hier voor een sluiproute van/naar het woongebied Helmond West. De aanleg van het snelfietspad kan dit onveilige gebruik versterken of juist verminderen (vanwege een alternatieve looproute langs het snelfietspad). Snelfietsers in rijrichting Eindhoven die hier het snelfietspad verlaten, kunnen de gesloten overweg slalommend passeren. Zij moeten dan wel van de rijweg gebruik maken. Slalommen wordt echter door de boog in het alignement van het snelfietspad belemmerd. Geringe toename van het risicoprofiel door dit aspect.

Locatiespecifieke risico’s Er is bij deze overweg één locatiespecifiek risico om te beoordelen: Bij uitval van de VRI ontstaat een ontruimingsprobleem. Aan de noordzijde van de overweg wordt dit risico beheerst door de gekozen voorrangssituatie (het verkeer op het snelfietspad moet voorrang verlenen). Aan de zuidzijde van de overweg wordt dit risico beheerst door de bestaande voorrangsituatie (het verkeer op de Engelseweg / Heeklaan moet voorrang verlenen.

Toetsing aan beleidsregels Voor deze overweg volstaat de algemene toetsing die in het hoofdrapport is gemaakt.

Maatregelenpakket bij deze overweg Maatregelen voorwaardelijk voor de beheersing van de risico’s:  Het verkeer op het snelfietspad moet voorrang verlenen aan het verkeer op de Kanaaldijk Noord West (al gerealiseerd).  De oversteek van het snelfietspad met de Kanaaldijk Noord West moet worden opgenomen in de beveiliging van de bestaande VRI (al gerealiseerd).  De opstelruimte voor fietsers aan de noordwestkant van de overweg voor de kruising met het snelfietspad moet zijn afgestemd op de verwachte fietsintensiteit op de Kanaaldijk Noord West (al gerealiseerd).  Plaatsen van fysieke afscherming aan de zuidoostzijde van de overweg om sluipverkeer van voetgangers en fietsers tegen te gaan (al verwerkt in het ontwerp).

9/46

Maatregelen nodig voor de compensatie van de risicotoename:  De breedte van het fietspad langs de Kanaaldijk tussen het snelfietspad en de Engelseweg wordt afgestemd op de verwachte fietsintensiteit op de Kanaaldijk Noord West (in beide rijrichtingen). Deze maatregel is gerealiseerd. Alternatieve maatregelen voor compensatie van de risicotoename:  Vermindering aantal rijstroken (nu drie) in rijrichting van noord naar zuid.  Het spoorkruisend fietspad verwijderen.

Conclusie Door de aanleg van het snelfietspad op korte afstand van het spoor is er een toename van de risico’s voor de aspecten ontruiming, verkeersintensiteit fietsverkeer en verhoogde kans op onveilig gedrag. De risico’s kunnen worden beheerst door de hierboven genoemde maatregelen die voorwaardelijk zijn voor beheersing van risico’s. De risicotoename voor overweg Kanaaldijk Noord West kan met de maatregelen bij deze overweg gecompenseerd worden.

10/46

Overweg Mierloseweg – Hoofdstraat Benaming bij ProRail Straatnaam (Plaats) Geocode / Kilometrering Traject

Overweg 40.3 Mierloseweg / Hoofdstaat Mierloseweg – Hoofdstraat (Helmond) 055 / 040.357 Blerick – Eindhoven

Figuren

Figuur 9: Locatie spoorkruising

Figuur 10: Bovenaanzicht

11/46

Figuur 11: Vooraanzicht (foto genomen van de noordkant van de overweg); het snelfietspad is hier al aanwezig

Kenmerken overweg Beveiliging Aantal sporen Ligging bij station Snelheid trein (km/uur) Snelheid weg (km/uur) Frequentie trein nu totaal

AHOB-installatie 2 Ja, Helmond ’t Hout 130 km/u (lagere snelheid voor treinen die halteren in Helmond ’t Hout) 50 km/u Gem. 10 treinen per uur

Omschrijving omgeving Overweg Mierloseweg ligt in een woongebied in het westen van Helmond. De Mierloseweg is een belangrijke verbinding tussen de woonwijken ten noorden en ten zuiden van de spoorlijn. De Mierloseweg heeft daarnaast ook een regionale verbindingsfunctie. De overweg ligt circa 300 m van station Helmond ’t Hout. Aan beide zijden van de overweg liggen wegen langs het spoor: de Noord Parallelweg en de Houtse Parallelweg. Het verkeer op de kruisingen van deze wegen met de Mierloseweg is geregeld met een VRI. Er zijn vrijliggende fiets- en voetpaden aan twee kanten van de weg. Verkeer op de Mierloseweg heeft voorrang op het verkeer op kruisende wegen.

Omschrijving verandering Op onderstaande foto is zichtbaar dat het snelfietspad al aanwezig is. Deze situatie bestaat al sinds 2012. De verandering beperkt zich daarom tot de toekomstige ingebruikname van het gehele snelfietspad en de mogelijke toename van de verkeersintensiteit op het snelfietspad.

12/46

Het snelfietspad ligt in de Noorder parallelweg. Ten oosten van de Mierloseweg is het snelfietspad een vrijliggend fietspad direct langs de spoorlijn. Ten westen is de Noorder Parallelweg ingericht als fietsstraat. Het fietsverkeer wordt met verkeerslichten geregeld. Het kruisingsvlak bestaat uit 3 delen; er worden 2 vrijliggende fiets- en voetpaden en 1 rijbaan gekruist. Het verkeer op het snelfietspad moet voorrang verlenen aan het verkeer op de Mierloseweg. De zuidrand van het snelfietspad ligt op circa 5 m van de rand van de overweg. De overweg Mierloseweg biedt hier een goede aansluiting op het snelfietspad voor fietser met bestemming / herkomst van de wijk Helmond Het Hout.

Figuur 12: Bovenaanzicht van het kruisingsvlak Mierloseweg met het snelfietspad (bestaande situatie)

Toetsing algemene aspecten Er is een aantal algemene aspecten die het risiconiveau van een overweg met een overweg bepalen. In het hoofdrapport van de risicoanalyse is aangegeven welke aspecten wijzigen als gevolg van de aanleg van het snelfietspad. Alleen de aspecten die wijzigen worden hieronder beoordeeld.

13/46

Aspect Ontruiming

Toelichting en beoordeling Er is een bestaand ontruimingsprobleem aan beide zijden van de overweg vanwege de ligging van zijstraten op korte afstand van de overweg. Door de regeling van het verkeer met VRI wordt geen versterking van het ontruimingsprobleem verwacht vanwege beleefdheidsvoorrang aan verkeer op het snelfietspad. De ontruiming van fietsers die de overweg van zuid naar noord oversteken is formeel niet goed geregeld. Deze fietsers moeten voorrang verlenen aan snelfietsers. Dit blijkt uit de ‘haaientanden’ maar vooral door de daar geplaatste VRI. Er is nauwelijks opstelruimte tussen spoor en voorrangssituatie met snelfietspad.

De voorrangssituatie is ook onduidelijk want snelfietsers moeten wel voorrang verlenen aan autoverkeer op Mierloseweg maar niet aan de fietsers op de Mierloseweg. Zie Figuur 13. Door de vrijliggende fietspaden op de Verlengde Stationsstraat zal het autoverkeer blijven doorstromen als fietsers vanuit het zuiden linksaf het snelfietspad op willen. Deze fietsers maken gebruik van de oversteek (met verkeerslichten) van het snelfietspad. Er is daarom formeel geen ontruimingsprobleem bij links afslaan van fietsers. Fietsers die moet wachten om over te steken kunnen de fietsers die verdergaan op de Mierloseweg wel hinderen (zie aspect intensiteit fietsverkeer).

Omgeving die de aandacht afleidt Hinderlijke profielovergang

Toename van het risicoprofiel door dit aspect. Niet van toepassing. Geen verandering in het risicoprofiel door dit aspect. Er is geen hinderlijke profielovergang. Geen verandering in het risicoprofiel door dit aspect.

14/46

Aspect Intensiteit fietsverkeer

Gebruik overweg: particulier of openbaar Verhoogde kans op onveilig gedrag AHOB

Toelichting en beoordeling Door het snelfietspad zal de intensiteit van het fietsverkeer op de overweg toenemen. De overweg biedt een goede aansluiting op het snelfietspad voor fietsers met een bestemming of herkomst in de wijk het Hout. Dat betekent dat de breedte van het fietspad moet passen bij de verwachte intensiteit en er opstelruimte benodigd is bij de verkeerslichten zodat de (kruisende) fietsstromen elkaar niet hinderen. Aan de noordoostkant van de overweg moet deze opstel- en passeerruimte voorbij de overwegbomen liggen. Toename van het risicoprofiel door dit aspect. De overweg is voor openbaar gebruik. Geen verandering in het risicoprofiel door dit aspect Er zijn geen scholen of sportvoorzieningen e.d. in de nabije omgeving van de overweg die aanleiding geven tot een verhoogde kans op onveilig gedrag. Snelfietsers in rijrichting Eindhoven die hier het snelfietspad verlaten, kunnen de gesloten overweg slalommend passeren. Zij moeten dan wel van de rijweg gebruik maken omdat het vrijliggende fietspad aan deze zijde met overwegbomen is afgesloten. Een lange sluiting van de overweg (i.v.m. het halteren van treinen op het station ’t Hout) kan bijdragen aan dit gedrag. Toename van het risicoprofiel door dit aspect.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13786542/1