CConstaterende datNuenen
Koppel je AI →
Document · PDF

2023-61 Raadsindormatiebrief - Bijlage Gemeente Nuenen - Woonzorganalyse - Rapportage

Gemeenteraad 16 november 2023, gemeente NuenenBij agendapunt: Raadsinformatiebrieven24.678 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Door de gegevens over het gebruik van hulpmiddelen te combineren met de eerder in beeld gebrachte prognose van het totaal aantal huishoudens met een mobiliteitsbeperking, kunnen wij een inschatting maken van de behoefte aan rolstoelgeschikte-, rolstoeltoegankelijke- en rollatorgeschikte woningen. In onderstaande tabel wordt de uitgesplitste vraagprognose weergegeven.

Bij het bepalen van de vraag naar geschikte woningen maken wij onderscheid tussen mensen met een mobiliteitsbeperking die een kruk, stok of rollator gebruiken: wij gaan ervan uit dat zij behoefte hebben aan een woning die

820.105 | Woonzorganalyse

28

Tabel 4.2: Vraagprognose uitgesplitst naar geschiktheidstype, afgeronde getallen Geschiktheidstype 2022 2025 2030 2035 2040 Rolstoelgeschikte woningen 35 40 50 55 60 Rolstoeltoegankelijke woningen 115 130 150 170 185 Rollatorgeschikte woningen 725 780 935 1.045 1.125 Totaal 875 950 1.135 1.270 1.370 Bron: Woonzorgweter.

Bovenstaande tabel laat zien dat in de huidige situatie ongeveer 35 huishoudens in Nuenen behoefte hebben aan een rolstoelgeschikte woning, circa 115 huishoudens aan een rolstoeltoegankelijke woning en circa 725 huishoudens aan een rollatorgeschikte woning. In 2040 is de behoefte aan rolstoelgeschikte woningen met 25 woningen toegenomen, rolstoeltoegankelijke woningen met 70 woningen toegenomen en rollatorgeschikte woningen met 400 woningen.

Eengezinswoningen wijzen wij als ‘potentieel geschikt’ aan als zij voldoen aan één van deze kenmerken: • eengezinswoning, gebouwd na 1998; • inhoud bij koopwoning is groter dan 350 m3 en gebouwd na 1965; • inhoud bij huurwoning is groter dan 300 m3 en gebouwd na 1980; • geschakelde woning. De analyse is gebaseerd op het huidige WOZ-bestand van de gemeente. Plannen voor woningaanpassing of sloop en vervangende (levensloopgeschikte) nieuwbouw zijn hier dus niet in opgenomen. Dat zal overigens de percentages in onderstaande figuur niet of nauwelijks veranderen. Een verdere toelichting op de werkwijze is terug te vinden in bijlage 2. Figuur 4.1: Gemeente Nuenen. Aanbod ‘levensloopgeschikte’ woningen volgens ‘doorzonscan’ (2023)

4.3 Geschikt woningaanbod In onze analyse van de geschiktheid van de woningvoorraad zijn wij uitgegaan van de volgende meetgraad voor ‘geschiktheid’: alle primaire voorzieningen (slaapkamer, woonkamer, toilet, badkamer en keuken) liggen gelijkvloers of zijn zonder traplopen bereikbaar. De woning is geschikt voor bewoners met geringe beperkingen bij het lopen, die eventueel een wandelstok of kruk(ken) gebruiken. Alle appartementen of (galerij)flats gelden als ‘geschikt’, zolang deze over een lift beschikken. In de analyse wordt geen rekening gehouden met de ‘buitenkant’ van de woningen. Als woningen geschikt zijn, moeten die ook extern toegankelijk zijn. Dit betekent geen opstapjes en drempels naar de voordeur en bij appartementen moeten de deuren van het complex elektrisch bediend kunnen worden.

820.105 | Woonzorganalyse

Bron: WOZ-registratie gemeente Nuenen, bewerkt door Companen (2023).

We hebben de geschiktheid geanalyseerd van in totaal circa 10.330 woningen, die opgenomen zijn als zelfstandige woningen in de WOZ-registratie van de gemeente. Volgens deze analyse is een klein gedeelte (15%, bijna 1.600 woningen) geschikt voor mensen met een mobiliteitsbeperking. Ruim de helft van de woningvoorraad (61%, ongeveer 6.300 woningen) is levensloopgeschikt

29

te maken. Ongeveer een kwart de woningen (24%, ongeveer 2.500 woningen) is niet geschikt voor mensen met een mobiliteitsbeperking. Uitsplitsing naar leeftijdsklasse Niet iedere geschikte woning wordt bewoond door een oudere met een mobiliteitsbeperking. We zien dat van de geschikte woningvoorraad 41% wordt bewoond door huishoudens onder de 65 jaar. Deze woningen zijn dus niet beschikbaar voor ouderen. Van de bijna 1.600 geschikte woningen blijft in praktijk een aanbod over van circa 930 woningen. Figuur 4.2: Geschiktheid woningvoorraad volgens ‘doorzonscan’, naar leeftijd bewoner (2023) Tot 50 jaar

11%

63%

26%

50-64 jaar

9%

65%

26%

65-75 jaar

15%

75-85 jaar

62%

24%

85+ jaar

40% 0%

23% 59%

20%

Levensloopgeschikt

17%

37% 40%

60%

23% 80%

100%

Levensloopgeschikt te maken

Niet levensloopgeschikt Bron: WOZ-registratie gemeente Nuenen, bewerkt door Companen (2023).

De uitsplitsing van de woningvoorraad in Nuenen naar leeftijdsgroepen laat het volgende zien: naarmate de leeftijd oploopt, wonen mensen vaker in een levensloopgeschikte woning. Van de 85-plussers woont ongeveer vier op de tien in een levensloopgeschikte woning. Daarentegen woont bijna een kwart van de 85-plussers in een niet-levensloopgeschikte woning. Hier ligt de opgave om doorstroming naar een geschikte woning te bevorderen.

820.105 | Woonzorganalyse

Uitsplitsing naar eigendomssituatie De geschiktheidsopgave binnen Nuenen is onevenredig verdeeld naar de eigendomssituatie: • Het aandeel levensloopgeschikte woningen is het hoogste in de corporatiesector: 45% (ruim 700 woningen) is geschikt voor mensen met een mobiliteitsbeperking. Ruim één op de tien corporatiewoningen (11% en circa 170 woningen) is met een kleine ingreep geschikt te maken. De overige corporatiewoningen zijn niet geschikt te maken voor mensen met een mobiliteitsbeperking (44% van de voorraad; ruim 700 woningen). • Ook in de particuliere huurvoorraad is een groot gedeelte niet geschikt. Dit hangt veelal samen met de afwezigheid van een lift of een nauwe trapopgang, waardoor er geen ruimte is voor een traplift. Het aandeel nietlevensloopgeschikte woningen is met 26% (ruim 250 woningen) lager dan in de corporatiesector. In de particuliere huursector is ook een groter gedeelte levensloopgeschikt te maken; 55% (ruim 500 woningen). Twee op de tien woningen (19% en circa 180 woningen) van de particuliere huurwoningen is geschikt voor mensen met een mobiliteitsbeperking. • De grootste kansen liggen in de koopsector; het aandeel ‘levensloopgeschikte woningen’ is hier klein (9%, ongeveer 660 woningen), terwijl maar liefst 72% (ruim 5.500 woningen) met een kleine ingreep levensloopgeschikt te krijgen is.

Dit komt doordat koopwoningen vaak een rijwoning of een grote eengezinswoning zijn. Dit kan wel betekenen dat alleen de begane grond wordt gebruikt (als men slaapkamer en badkamer op de begane grond heeft). Dit vraagt om een nieuwe blik op de gebruiksmogelijkheden van de woning, waarbij zo mogelijk ook naar woningsplitsing kan worden gekeken.

30

Figuur 4.3: Geschiktheid woningvoorraad naar eigendom volgens ‘doorzonscan’ (2023) Huur corporatie

45%

Huur particulier Koop

19%

45%

55%

9% 0%

11%

26%

72% 20%

Levensloopgeschikt

40%

20% 60%

80%

100%

Levensloopgeschikt te maken

Niet levensloopgeschikt Bron: WOZ-registratie gemeente Nuenen, bewerkt door Companen (2023).

Uitsplitsing naar kernen Ook op kernniveau is de geschiktheid van de woningvoorraad onevenredig verdeeld. De interactieve kaart en de figuren hieronder laten het aandeel 65-plussers dat woont in een geschikte, potentieel geschikte of niet-geschikte woning zien. https://www.companen.nl/arcgis/woonzorganalyseNuenen In veel kernen in Nuenen woont een groot gedeelte van de ouderen in een geschikt te maken woning. In Eeneind, Nederwetten, Nuenen-Oost en NuenenZuid woont meer dan 60% van de ouderen in een geschikt te maken woning. In Nuenen-Noord wonen relatief de meeste ouderen in een geschikte woning.

820.105 | Woonzorganalyse

31

ILLUSTRATIE VAN TE PRODUCEREN KAARTEN Aandeel levensloopgeschikt te maken woningen

820.105 | Woonzorganalyse

Aandeel 65-plussers in levensloop geschikt te maken woningen

32

4.4 Huisvestingsopgave geschikt wonen De huidige vraag naar reguliere geschikte woningen voor mensen met een mobiliteitsbeperking (ouderen en mensen met een lichamelijke beperking) bedraagt circa 875 woningen. In 2040 zal deze behoefte oplopen tot circa 1.370 woningen. De vraag op dit moment is lager dan het huidige geschikte woningaanbod: circa 1.600 geschikte woningen. Er lijkt dus sprake van een zekere overmaat, maar dat is gezichtsbedrog: • Bijna de helft van de geschikte woningen worden bewoond door huishoudens van jongere en middelbare leeftijd zonder een beperking. • Een deel van de geschikte woningen is niet in trek bij ouderen. Denk aan de vaak verouderde seniorenwoningen, die daarom worden toegewezen aan starters of spoedzoekers. Gedeeltelijk kan het feitelijke tekort verminderd worden door labeling en gerichte toewijzing. Voor de kwalitatieve aspecten van het geschikte aanbod biedt dit echter geen soelaas. Daarvoor zal nieuw aanbod moeten komen.

820.105 | Woonzorganalyse

33

5 Mensen met een verstandelijke beperking De groep mensen met een verstandelijke beperking kent een diverse samenstelling. Zij kunnen onder andere behoefte hebben aan verpleging of verzorging, huishoudelijke hulp of begeleiding bij gedragsproblematiek. Een groot deel van de mensen woont in een instelling; dit kan ook kleinschalig in de wijk zijn. Een klein aandeel woont zelfstandig(er) in de wijk met ambulante begeleiding.

5.1 Doelgroep en context In de afgelopen jaren is de toegang tot de Wlz voor mensen met een verstandelijke beperking iets minder gemakkelijk geworden. Er worden geen nieuwe indicaties meer afgegeven voor langdurige zorg aan mensen met een lichte zorgvraag (VG 1 en 2). Deze mensen zijn voor ondersteuning tegenwoordig aangewezen op de Wmo. Mensen met een bestaande VG1- of VG2indicatie en die al in een instelling wonen, mogen hier wel blijven. Ondanks de beperking van de toegang tot de Wlz, zien wij een landelijke trend waarin er steeds meer mensen een indicatie voor VG hebben. Deze groei gaat sneller dan de algehele bevolkingsgroei; het gaat dus om een stijgend aandeel. Deels wordt deze groei verklaard doordat de doelgroep met een verstandelijke beperking ouder wordt dan voorheen; daarnaast wordt vaak gewezen naar de steeds ingewikkelder samenleving, die beperkingen meer aan het licht brengen.

820.105 | Woonzorganalyse

5.2 Woonwensen en woonvormen Soort woning Een groot deel van de mensen met een verstandelijke beperking woont in een zorginstelling. Een deel woont zelfstandig. Zelfstandig wonende mensen met een verstandelijke beperking zijn over het algemeen aangewezen op een sociale huurwoning. Soms huren zij deze van een zorgorganisatie, soms bij een woningcorporatie. Hierbij is betaalbaarheid het belangrijkste criterium bij de keuze van een woning. Voor de groep die woont bij een zorgaanbieder geldt dat de meesten de voorkeur geven aan een wooneenheid met eigen sanitair; of een eigen kookgelegenheid gewenst is, hangt af van de mate van zelfstandigheid. Fysieke woonomgeving In de fysieke woonomgeving is nabijheid en bereikbaarheid van voorzieningen en openbaar vervoer gewenst. Mensen met een verstandelijke beperking zijn gevoeliger voor de leefbaarheid van een buurt en voelen zich in het algemeen eerder onveilig. Een gevoel van veiligheid op straat is daarom belangrijk. Daarom zijn drukke buurten over het algemeen minder geschikte woonlocaties voor mensen met een verstandelijke beperking. Deze omgeving zorgt voor te veel prikkels. Zorg en ondersteuning Mensen met een (licht) verstandelijke beperking hebben vaak behoefte aan begeleiding en structuur.

Voor de mensen die zelfstandig wonen is het belangrijk dat de hulp (bij het huishouden, financiën of structuur in het dagelijks leven) op afroep aanwezig is. Mede omdat contact met familie niet altijd vanzelfsprekend is bij deze groep.

34

5.3 Woonvraag van mensen met een verstandelijke beperking Het aantal Wlz-indicaties in Nuenen voor zorg aan mensen met een verstandelijke beperking (VG) is over de jaren 2015 tot en met 2022 gestegen van 40 naar 60. Op het moment telt de gemeente Nuenen dus 60 mensen met een Wlz-indicatie VG. Daarnaast zijn er mensen met een (licht) verstandelijke beperking die ondersteuning ontvangen vanuit de Wmo. Omdat dit niet apart wordt bijgehouden welk deel van de Wmo-groep een verstandelijke beperking heeft, is de precieze omvang van de VG-Wmo groep niet bekend.

De groep mensen met een Wmo-indicatie is in onderstaande grafiek niet meegenomen. Zij wonen in principe zelfstandig, maar een deel van hen kan ook baat hebben bij gespikkeld of geclusterd wonen. Uitgangspunten van de van de prognoses: • Basisprognose: beleidsvrije, demografische doorrekening. • Trendprognose: verschuiving van geclusterd wonen naar gespikkeld wonen (VG3 en VG6). Een aandeel mensen met een VG-indicatie tendeert geleidelijk aan richting het landelijk gemiddelde, wat een toename betekent in Nuenen in het aandeel mensen met een VG-indicatie. Figuur 5.1: Gemeente Nuenen. Basisprognose VG (2022 - 2040)

80 Wanneer we ons richten op de groep met een Wlz-indicatie, dan zien we sinds 2017 een (landelijke) trend waarin het aantal Wlz-indicaties voor deze groep met circa 2% tot 2,5% per jaar stijgt. Dit is onder meer te verklaren vanuit het ouder worden van de doelgroep. Aan de hand van de Wlz-indicatiegegevens en de bevolkingsprognose van de gemeente Nuenen hebben wij een inschatting opgesteld van de omvang van de groep mensen met een Wlz-indicatie vanwege een verstandelijke beperking voor de periode tot en met 2040. Hierbij hebben wij rekening gehouden met een stijging van het zorggebruik van 2% per jaar, aansluitend bij de landelijke trend die sinds 2017 zichtbaar is. Figuur 5.1 toont de verwachte omvang van de groep mensen met een verstandelijke beperking met een Wlz-indicatie, waarbij de woonvraag is uitgesplitst naar twee woonvormen: geclusterd wonen en gespikkeld wonen. Gespikkeld wonen houdt in dat iemand zelfstandig woont, in de nabijheid van een zorgpunt waarvandaan zorg/ondersteuning kan worden geleverd.

820.105 | Woonzorganalyse

70

10

10

10

10

60

60

60

60

60

2022

2025

2030

2035

2040

60 50 40 30 20 10 0

Geclusterd wonen

Gespikkeld wonen

Bron: CIZ, bevolkingsprognose gemeente Nuenen, bewerking Companen.

35

Figuur 5.2: Gemeente Nuenen. Trendprognose VG (2022 - 2040)

90 80 70 60 50 40 30 20 10 0

60

2022

10

10

60

60

2025

Geclusterd wonen

2030

10

10

70

70

2035

2040

Gespikkeld wonen

Bron: CIZ, bevolkingsprognose gemeente Nuenen, bewerking Companen.

5.4 Aanbodanalyse VG Aan zorgaanbieders in de gemeente Nuenen die zich richten op zorg voor mensen met een verstandelijke beperking is gevraagd hoeveel woonzorgplekken zij hebben voor deze doelgroep. In de onderstaande tabel wordt het geïnventariseerde aanbod per zorgaanbieder weergegeven. In bijlage 1 staat een uitgebreider overzicht.

Zorgaanbieders hebben geen aanbod opgegeven van ‘gespikkeld wonen’ in Nuenen. Aan zorgaanbieders is gevraagd of zij plannen hebben voor nieuwbouw of herbestemming. Lunetzorg heeft aangegeven dat het samen met woningcorporatie Helpt Elkander 23 plaatsen Wlz en VPT aan de Wederikdreef in Nuenen aan het realiseren is. De verwachte oplevering is eind 2024.

5.5 De huisvestingsopgave: match tussen vraag en aanbod Kwantitatieve balans Het aantal mensen met een Wlz-indicatie vanwege een verstandelijke beperking in Nuenen ligt hoger dan het huidige aanbod aan woonplekken dat zorgaanbieders bieden voor deze doelgroep: Tabel 5.2: Vraag-aanbodbalans woonvormen mensen met een verstandelijke beperking, basisscenario, afgerond op 5-tal VraagVraagVraagVraagVraagaanbod aanbod aanbod aanbod aanbod 2022 2025 2030 2035 2040 Geclusterd wonen Wlz -55 -30 -30 -30 -30 Gespikkeld wonen Wlz 0 -10 -10 -10 -10 Totaal -55 -40 -40 -40 -40 Bron: Woonzorgweter, bevolkingsprognose Nuenen 2022, aanbodinventarisatie, CIZ zorggegevens en CBS-Microdata.

Tabel 5.1: Aanbod woonvormen voor mensen met een verstandelijke beperking (2023) Zorgaanbieders Geclusterd wonen Lunetzorg 7 Totaal 7 Bron: Aanbodinventarisatie zorgaanbieders gemeente Nuenen.

820.105 | Woonzorganalyse

36

Figuur 5.3: Gemeente Nuenen. Vraag-aanbod balans verstandelijk beperkten 90 80 70 60 50 40 30 20 10 0

•

2022

2025

2030

Vraag basisscenario

2035

2040

Vraag trendscenario

Aanbod geclusterd wonen Tabel 5.3: Vraag-aanbodbalans woonvormen mensen met een verstandelijke beperking, trendscenario, afgerond op 5-tal VraagVraagVraagVraagVraagaanbod aanbod aanbod aanbod aanbod 2022 2025 2030 2035 2040 Geclusterd wonen Wlz -55 -30 -30 -40 -40 Gespikkeld wonen Wlz 0 -10 -10 -10 -10 Totaal -55 -40 -40 -50 -50 Bron: Woonzorgweter, bevolkingsprognose Nuenen 2022, aanbodinventarisatie, CIZ zorg-gegevens en CBS-Microdata.

•

met een VG-indicatie in Nuenen toenemen richting het landelijk gemiddelde - waardoor er een groter tekort aan plekken zal ontstaan. Voor zover wij weten, is er geen aanbod aan gespikkeld wonen in Nuenen. Op basis van de vraaganalyse lijkt zal hier aan een tekort ontstaan van 10 plekken.

Duiding Het is de vraag in hoeverre sprake is van werkelijke tekorten in de orde van grootte zoals berekend: • Kinderen met een verstandelijke beperking wonen vaak bij hun ouders, vaak tot ver in de volwassen leeftijd. Dat is in die gevallen ook de wens van de ouders, die daarbij uiteraard wel ondersteuning nodig hebben. • Afhankelijk van de aard van de beperking kunnen (in de prognose opgenomen) verstandelijk beperkten ook zijn aangewezen op zorginstellingen buiten de gemeente, die toch goed bereikbaar zijn (bijvoorbeeld in Eindhoven).

Uit de vraag-aanbodbalans blijkt een tekort van circa 55 plekken in geclusterd wonen. Door de nieuwbouw van Lunetzorg zal dit tekort vanaf 2025 afnemen tot 30 plekken in 2040 in het basisscenario. Wanneer meer wordt ingezet op spreiding van de VG-doelgroep, zal het aandeel mensen

820.105 | Woonzorganalyse

37

6 Mensen met (ernstige) psychische problematiek In dit hoofdstuk brengen we de huisvestingsopgave in beeld voor mensen met een (ernstige) psychische kwetsbaarheid. Een deel van hen woont zelfstandig, een deel woont in woonvormen binnen Beschermd Wonen. De meeste mensen wonen hier tijdelijk, waarna ze uitstromen naar een vorm van zelfstandig wonen.

6.1 Doelgroep en context In dit hoofdstuk brengen we de huisvestingsopgave in beeld voor mensen met een (ernstige) psychische kwetsbaarheid. Wij richten ons voornamelijk op de groep die verblijft in Beschermd Wonen (GGZ-W). Per definitie is Beschermd Wonen (BW) bedoeld voor mensen die niet zelfstandig kunnen wonen vanwege psychische en/of psychosociale problematiek. Beschermd Wonen wordt grotendeels gefinancierd en georganiseerd vanuit de Wmo, maar sinds 2021 ook vanuit de Wlz. Beschermd wonen Wmo wordt op dit moment nog regionaal georganiseerd, via een centrumgemeente. Nuenen valt binnen de BW-regio Eindhoven. Vanaf 2025 ontvangen alle gemeenten de middelen voor BW, in plaats van dat dit via de centrumgemeente loopt. Met deze zogenoemde “doordecentralisatie” wil het rijk stimuleren dat mensen met een psychische kwetsbaarheid meer in hun eigen omgeving worden geholpen. De verandering in financiering kan gevolgen hebben voor de spreiding van het BW-aanbod in de regio. Op dit moment heeft Nuenen geen BW-aanbod.

820.105 | Woonzorganalyse

Wmo Binnen de Wmo is Beschermd Wonen bedoeld voor volwassenen die vanwege psychische problematiek tijdelijk niet zelfstandig kunnen wonen zonder de directe nabijheid van toezicht en ondersteuning (16-24 uur per dag). De begeleiding van de zorginstelling is gericht op verschillende primaire leefgebieden zoals huisvesting, financiën, geestelijke en lichamelijke gezondheid en verzorging, dagbesteding, sociaal netwerk, huiselijke relaties en maatschappelijke participatie.

Wlz GGZ-Wonen Vanaf 1 januari 2021 maken sommige mensen met psychische problematiek aanspraak op financiering van zorg en verblijf vanuit de Wlz, omdat zij blijvend permanent toezicht nodig hebben of 24 uur zorg in de nabijheid nodig hebben. Landelijk was het de bedoeling dat ongeveer 35% van de mensen in Beschermd Wonen ‘verschoven’ naar de Wlz. De praktijk wijst uit dat er een groter beroep op de Wlz wordt gedaan dan was voorzien. Ook in de gemeente Nuenen zien we dat 50% van de BW-cliënten een Wlz-indicatie heeft (par 6.3).

6.2 Woonwensen en woonvormen Woonwensen Woning • De meeste mensen in Beschermd Wonen geven de voorkeur aan een eigen appartement met een aparte slaapkamer en eigen sanitaire voorzieningen, vanwege privacy en autonomie. Een klein gedeelte van de mensen met een BW-indicatie heeft juist behoefte aan een woonvorm waarin ze voorzieningen met anderen delen, vanwege de sociale interactie die dat met zich meebrengt.

38

Zorg en ondersteuning • Een stabiele omgeving, dagelijkse regelmaat en een zinvolle dagbesteding zijn belangrijk. Afhankelijk van de behoefte kan er ook begeleiding zijn bij het huishouden en het maken van sociale contacten; soms is ook sprake van verzorging en verpleging. • De doelgroep is zeer divers. Een deel kan na een verblijf van een aantal jaar weer zelfstandig wonen. Voor een ander deel is de verwachting dat zij ook op langere termijn niet in staat zullen zijn om zelfstandig te gaan wonen. • Continuïteit in de persoonlijke begeleiding (ook na uitstroom) wordt als zeer prettig en noodzakelijk ervaren. De mensen zijn gebaat bij het creëren van een vertrouwensband.

Figuur 6.1: Ontwikkeling BW-indicaties 12 10 8

5

6 4

7

5

2 2

6.3 Vraaganalyse In de gemeente Nuenen hadden op 1 januari 2022 10 mensen een indicatie voor Beschermd Wonen: 5 mensen hadden een Wmo-indicatie BW, 5 een Wlz (GGZ-W) indicatie. Terugkijkend zien we een afname van Beschermd Wonen (Wmo) vanaf 2021. Dit wordt veroorzaakt door toen ingezette de verschuiving van Wmo naar GGZW. Het aantal GGZ-W indicaties (+5) in 2022 is echter hoger dan de daling vanuit de Wmo (-2). Dat kan een toevallige fluctuatie zijn, maar een mogelijke verklaring kan ook zijn dat er meer jongeren na jeugdzorg met verblijf instromen in Beschermd Wonen, doordat er weinig indicaties worden afgegeven voor verlengde jeugdzorg. We weten niet of dit in Nuenen het geval is. De aantallen zijn daarvoor te beperkt. Het sluit wel aan bij het landelijke beeld dat er een groter beroep op GGZ-W wordt gedaan dan was voorzien.

820.105 | Woonzorganalyse

7

3

0 2018

2019

Beschermd Wonen (Wmo)

2020

2021

2022

Beschermd Wonen (GGZ-W)

Bron: Gemeente Nuenen en CIZ-databank.

Alle mensen met een Wmo-indicatie hebben een jonge leeftijd. Van de mensen met een Wlz (GGZ-W) indicatie is de leeftijd meer gespreid.

39

6.4 Aanbodanalyse BW en match tussen vraag en aanbod

Figuur 6.2: Leeftijdsopbouw BW (Wmo en Wlz) 100% 32%

80%

Companen heeft onder aanbieders een inventarisatie gedaan naar het aanbod aan Beschermd Wonen. Zover bekend is er geen aanbod Beschermd Wonen in de gemeente Nuenen. Er is dus een tekort van ongeveer 10 plekken in geclusterd wonen. In werkelijkheid is het tekort vermoedelijk kleiner; een deel van de mensen met een indicatie voor Beschermd Wonen ontvangt de begeleiding immers in een reguliere woning en woont dus niet bij een zorgaanbieder. Uit de beschikbare data is niet af te leiden in hoeveel gevallen dit zo is. In de toekomst zal de vraag op basis van de demografische ontwikkeling (het beleidsvrije basisscenario) van Nuenen op hetzelfde niveau blijven.

60% 100% 40%

59%

20% 9%

0%

BW Wmo 18-34 jaar

BW Wlz (GGZ-W) 35-64 jaar

65+ jaar

Bron: Indicaties BW Nuenen en Woonzorgweter Companen.

Bij het opstellen van een prognose van de vraag naar BW binnen de gemeente Nuenen zijn wij uitgegaan van het totale aantal actieve BW-indicaties (Wmo en Wlz) per leeftijdsgroep op dit moment. In de onderstaande tabel staat de vraagontwikkeling van de doelgroep BW weergegeven als alleen wordt uitgegaan van demografische ontwikkelingen in de gemeente Nuenen. De vraag blijft in dat geval naar de toekomst toe min of meer stabiel. Tabel 6.1: Basisprognose vraag naar BW, 2022 - 2040 (afgerond op 5-tallen) 2022 2025 2030 2035 BW – Wmo: intramuraal 5 5 5 5 BW – Wlz 5 5 5 5 Totaal 10 10 10 10 Bron: Indicaties BW Nuenen, bevolkingsprognose en bewerking Companen.

820.105 | Woonzorganalyse

2040 5 5 10

Tabel 6.4: Balans tussen vraag en aanbod aan woonvormen voor BW (afgerond op 10-tallen) 2022 2025 2030 2035 2040 Basisprognose -10 -10 -10 -10 -10 Bron: Woonzorgweter, bewerking Companen.

Vanzelfsprekend komen deze cijfers vermoedelijk anders te liggen zodra vanaf 2025 de doordecentralisatie vanuit de centrumstad Eindhoven plaatsvindt. Het is mogelijk en waarschijnlijk dat er dan een extra huisvestingsopgave naar Nuenen komt. Niet alleen voor de opvang van deze doelgroep, maar ook voor de uitstroom naar (deels) reguliere woningen. Hierover is in omvang en samenstelling nog niets bekend.

40

7 Kwetsbare jongeren In dit hoofdstuk gaan we in op de vraag naar plekken voor jeugdzorg met verblijf en woonruimte voor jongvolwassenen (18+) die na een verblijf in een jeugdzorginstelling of pleeggezin kunnen uitstromen naar vervolghuisvesting. Een deel van hen heeft behoefte aan een tussenstap voordat zij helemaal op eigen benen kunnen staan. Maar ook voor wie direct zelfstandig kan wonen is deze stap niet eenvoudig - in een krappe woningmarkt valt het voor deze groep immers niet mee om huisvesting te vinden.

7.1 Doelgroep en context Jeugdzorg met verblijf kent verschillende varianten: een deel van de jongeren verblijft in een pleeggezin, een ander deel in een gezinshuis of in een ‘residentiële setting’ zoals een behandelgroep. Begeleiding vanuit de jeugdwet stopt in principe na het 18e jaar; jongeren in pleeggezinnen kunnen tot 21 jaar in jeugdhulp verblijven. Een deel van de jongeren die uitstromen uit een verblijfssetting heeft na die tijd nog behoefte aan een (ambulante) ondersteuning, anderen niet. Over het algemeen geldt dat jongeren die uitstromen uit een pleeggezin minder vaak een (intensieve) begeleidingsvraag hebben dan jongeren die uitstromen uit een residentiële setting. Jongeren met een ondersteuningsbehoefte geven aan dat meer zelfstandigheid en vrijheid om hun eigen leven te leiden voor hen de belangrijkste redenen vormen om op zichzelf te willen wonen. Daarin verschillen zij niet van hun leeftijdsgenoten. Om deze stap in hun wooncarrière te kunnen zetten zijn er (extra) inspanningen nodig. Met name financiën en vaardigheden (vaak huishoudelijk van aard) zijn belangrijke ‘struikelblokken’ op weg naar zelfstandig wonen.

820.105 | Woonzorganalyse

Het inkomen van deze jongvolwassenen is te laag voor de huurprijzen die gevraagd worden voor een kamer of woning. Ze komen meestal niet in aanmerking voor een Wajong-uitkering, maar komen ook niet makkelijk aan het werk. Jongeren die nog een opleiding volgen, moeten rondkomen van een stagevergoeding (BBL), een tegemoetkoming in de studiekosten (bijvoorbeeld HAVO), studiefinanciering (MBO/HBO/WO), Individuele Studietoeslag) en een eventuele bijbaan. Naast de beperkte financiële mogelijkheden is een knelpunt dat het woningaanbod voor jongeren beperkt is. De wachtlijsten voor sociale huurwoningen zijn lang en de inschrijftijd van jongeren is per definitie erg kort, aangezien zij zich pas vanaf 18 jaar kunnen inschrijven voor een corporatiewoning. Daar bovenop komt het relatief beperkte goedkopere aantal sociale huurwoningen in Nuenen en de huidige krapte op de woningmarkt. Hierdoor kunnen jongeren vanuit jeugdzorg met verblijf moeilijk uitstromen naar een reguliere woning. Dit is één van de oorzaken waardoor deze jongeren nu in het (dure) Beschermd Wonen terechtkomen. Een goedkopere oplossing zou zijn om met specifieke, eventueel tijdelijke woonoplossingen te voorzien in woonruimte voor deze groep en met ambulante begeleiding te werken richting een stabiele woon-werksituatie (bijvoorbeeld Kamers met Kansen).

7.2 Vraaganalyse Jeugdzorgplekken Om een inschatting te kunnen maken van de vraag naar plekken voor jeugdzorg met verblijf is gekeken naar de beschikkingen Jeugdzorg per 1 april 2022, uitgesplitst naar de woonvormen gesloten plaatsing, gezinsgericht, pleegzorg en residentieel. Op die peildatum maakten 23 jongeren uit Nuenen gebruik van een vorm van jeugdhulp met verblijf.

41

Tabel 7.1: Jongeren in vormen van jeugdhulp met verblijf, naar leeftijdsklasse (peildatum 1 januari 2022) 0-4 5 - 9 10 - 14 15 - 16 17+ Woonvorm jaar jaar jaar jaar jaar Totaal Jeugdzorg met 0 0 2 2 0 4 verblijf Gesloten jeugdhulp 0 0 0 0 0 0 Tijdelijk verblijf 0 3 3 2 1 9 Pleegzorg 2 2 3 0 3 10 Totaal 2 5 8 4 4 23 Bron: Registratie Jeugdwet gemeente Nuenen (2022).

Op basis van demografische ontwikkelingen verwachten we dat de totale vraag naar jeugdzorgvoorzieningen in de komende jaren ongeveer op hetzelfde niveau zal blijven. Tabel 7.2: Prognose jongeren in vormen van jeugdhulp met verblijf, 2022 - 2040 Woonvorm 2022 2025 2030 2035 2040 Jeugdzorg met 4 4 4 4 5 verblijf Gesloten jeugdhulp 0 0 0 0 0 Tijdelijk verblijf 9 9 9 10 10 Pleegzorg 10 10 10 11 11 Totaal 23 23 23 25 26 * Uitsplitsing naar woonvorm gebaseerd op aantallen per 1 januari 2022. Bron: Registratie Jeugdwet gemeente Nuenen (2022).

9

Uitstroom vanuit Jeugdzorg Voor het grootste deel gaat het binnen de jeugdhulp met verblijf om zorg aan relatief jonge kinderen. Voor hen is een vraag naar eigen woonruimte voorlopig niet aan de orde. Om een inschatting te kunnen maken van het aantal jongeren dat op jaarbasis uitstroomt vanuit jeugdzorg met verblijf, richten we ons op de jongeren van 17 jaar en ouder in jeugdhulp met verblijf. Begin 2022 gaat dit voor Nuenen om 4 jongeren. Omdat uitstroomgegevens onbekend zijn, schatten we in dat jaarlijks alle 17-plussers gaan uitstromen. Dit betekent een jaarlijkse uitstroom van 4 jongeren. Een deel van de jongeren die uitstromen uit jeugdzorg kan direct zelfstandig gaan wonen, anderen hebben eerst behoefte aan een ‘tussenvorm’ in de vorm van geclusterd wonen met begeleiding of gespikkeld wonen (bijvoorbeeld in de vorm van een “tiny house” in de nabijheid van het gezinshuis waar de jongere eerst woonde). Er zijn er ook met een intensievere zorgvraag, die doorstromen naar Beschermd Wonen GGZ (Wmo of Wlz). We gaan uit van de volgende aannames voor de uitstroomrichting: 20% naar zelfstandig wonen, 45% naar een tussenvorm, 0% naar Wlz, 10% naar Beschermd Wonen, 20% onbekend en 5% naar de thuissituatie 9. Bij het huidige aantal jongeren in jeugdzorg met verblijf is een jaarlijkse uitstroom te verwachten van 4 personen.

Een indicatieve verdeling naar uitstroomrichting zou dan het volgende betekenen:

Omdat het om zulke kleine aantallen gaat, is een percentuele verdeling niet verantwoord. Daarom staan in tabel 7.1 slechts indicaties.

820.105 | Woonzorganalyse

42

Tabel 7.1 Indicatieve verdeling jaarlijkse uitstroom vanuit jeugdzorg met verblijf Uitstroom naar Zelfstandig wonen Tussenvorm Wlz Beschermd Wonen Onbekend Thuissituatie Totaal Bron: Woonzorgweter, bewerking Companen.

820.105 | Woonzorganalyse

1 2 0 0 1 0 4

43

8 Uitstromers Het landelijk Programma Een Thuis voor iedereen10 is gewijd aan groepen die het extra moeilijk hebben op de woningmarkt, waaronder uitstromers uit instellingen. Een deel van de mensen in Beschermd Wonen, Maatschappelijke Opvang of Jeugdzorg zal na verloop van tijd (weer) zelfstandig gaan wonen, al dan niet met ambulante begeleiding.

8.1 Behoefte aan woonruimte voor uitstromers Uitstroom vanuit Jeugdzorg In hoofdstuk 7 lieten we zien dat bij het huidige aantal jongeren in jeugdzorg met verblijf, een jaarlijkse uitstroom te verwachten is van 4 personen, waarvan circa 1 jongere/jongvolwassene uitstroomt naar zelfstandig wonen en ongeveer 2 jongeren behoefte hebben aan een ‘tussenvorm’.

Uitstroom vanuit Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang We gaan ervan uit dat mensen met een Wlz-indicatie voor Beschermd Wonen (GGZ-W) niet (meer) in staat zijn een zelfstandige woning te bewonen. Dat levert dus hoogstens bij uitzondering een uitstroom op. Dat ligt anders bij de mensen met een Wmo-indicatie voor Beschermd Wonen. Deze doelgroep woont – gelet op het ontbreken van Beschermd Wonen voorzieningen in de gemeente – nu al in een zelfstandige woning of een tussenvorm (met begeleiding) of een BW-voorziening in de centrumgemeente Eindhoven. Hier

komt dus geen uitstroom uit voort. Na doordecentralisatie van Beschermd Wonen kan dit wel een nader te bepalen behoefte aan zelfstandige woningen vragen. Dat is nu nog niet aan te geven. Vooralsnog hoeft Nuenen dus met name rekening te houden met de uitstroom uit de Jeugdzorg en die is zeer beperkt in termen van zelfstandige woningen (wellicht gemiddeld 1 à 2 per jaar). Omdat het aantal uitstromers vanwege de doordecentralisatie van Beschermd Wonen vermoedelijk zal toenemen is het nuttig om gelet op de krappe sociale woningmarkt in Nuenen aandacht te besteden aan de vrijkomende goedkope sociale huurwoningen.

8.2 Woningaanbod voor uitstromers Mutaties in de sociale huur Uitstromers vanuit instellingen hebben behoefte aan goedkope woonruimte. In de gemeente Nuenen zijn er 123 goedkope sociale huurwoningen in 2022 met een huur onder de kwaliteitskortingsgrens (tot € 442) en nog eens 224 woningen met een betaalbare huur (€ 422 tot € 633). In onderstaande tabel wordt het aantal goedkope en betaalbare corporatiewoningen per kern weergegeven.

10 https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2022/05/11/programma-een-thuis-voor-

iedereen

820.105 | Woonzorganalyse

44

Tabel 8.1: Sociale voorraad van corporaties uitgesplitst naar huurprijsklassen* Kern Tot € 442 € 442 tot € 633 Totaal Nuenen-Noord 36 97 133 Nuenen-Oost 3 43 46 Nuenen-Zuid 84 84 168 Totaal 123 224 347 * In de kernen Boord en Opwetten, Eeneind, Gerwen en Nederwetten is geen aanbod. Bron: Gegevens Helpt Elkander, Wooninc. en Woonzorg Nederland. Figuur 8.1: Sociale voorraad van corporaties naar huurprijsklassen 2022 Nuenen-Noord

36

Nuenen-Oost

97

1 woning is vrijgekomen onder de kwaliteitskortingsgrens en gemiddeld 2 in het segment tussen de kwaliteitskortingsgrens en de aftoppingsgrens. Eenzelfde aantal komt bij Helpt Elkander ter beschikking. En dit zijn de huurniveaus waar de uitstromers het van moeten hebben. Dit aantal is dus nauwelijks voldoende voor de uitstroom uit de jeugdzorg. Dit betekent: a. bij doordecentralisatie van Beschermd Wonen is er nauwelijks enige ruimte voor uitstromers op de reguliere woningmarkt; b. er zijn nog tal van andere woningzoekenden die tevens van het aanbod van goedkopere huurwoningen afhankelijk zijn, zoals spoedzoekers, bepaalde urgenten, statushouders11 etc. Deze concurreren dus in aanzienlijke mate met elkaar.

43

Nuenen-Zuid

84 0

84 50

100

Tot € 452

€ 452 tot € 647

150

200

Bron: Gegevens Helpt Elkander, Wooninc. en Woonzorg Nederland.

Om zicht te krijgen op eventuele tekorten volstaat het niet om alleen te kijken naar het aantal aanwezige woningen in een bepaalde prijsklasse; minstens zo belangrijk is het aantal woningen dat op jaarbasis beschikbaar komt voor een nieuwe huurder. Daarmee kunnen we een beeld vormen van de druk op de huursegmenten. Op grond van gegevens van het Woonbedrijf (de voorganger van Wooninc in Nuenen) constateren we dat van 2019 tot en met 2022 jaarlijks gemiddeld

11 Taakstelling Nuenen statushouders 1e helft 2023: 29 (personen).

820.105 | Woonzorganalyse

45

9 Aandachtspunten voor de visie De gemeente Nuenen wil samen met ketenpartners een visie op wonen, welzijn en zorg opstellen. Dit hoofdstuk doet een voorzet voor die visie, gebaseerd op de resultaten van de woonzorganalyse, de input van de Klankbordgroep, het College van B&W, de Beeldvormende Raad en de projectgroep van medewerkers van de gemeente. Tevens voegen we onze ervaring met vergelijkbare trajecten elders in het land in. Naast voldoende passende huisvesting is er meer nodig om mensen met een zorgvraag goed te kunnen laten wonen in de gemeente. Voor de komende jaren liggen er ook grote uitdagingen op het gebied van het organiseren van zorg en ondersteuning, tegen het licht van groeiende personeelstekorten. Ook de woonomgeving vraagt aandacht. Hieronder benoemen we een aantal aandachtspunten voor de visie op wonen, welzijn en zorg die de gemeente samen met haar partners wil opstellen. Een aantal betreft een specifieke doelgroep (bijvoorbeeld ouderen), andere zijn meer algemeen van aard.

9.1 Passende woonvormen voor verschillende groepen Voldoende aanbod aan geclusterd wonen en andere ‘tussenvormen’ De komende jaren zal het aantal mensen met een zorgvraag dat woont in een reguliere woning toenemen. Daarnaast groeit de vraag naar ‘tussenvormen’. Voor ouderen gaat het dan om geclusterde woonvormen, waar mensen zonder zorg kunnen wonen maar waar zij, indien nodig, een beroep kunnen doen op zorg vanuit de zorgverzekeringswet of een Volledig Pakket Thuis (Wlz). Ook een deel van de mensen die kunnen uitstromen uit Beschermd Wonen of Jeugdzorg heeft baat bij een ‘tussenvorm’, bijvoorbeeld in de vorm van geclusterd wonen met begeleiding of een tiny house in de buurt van de zorgaanbieder, waar zij kunnen werken aan zelfstandigheid. Een goed aanbod aan ‘tussenwoonvormen’ kan uitstroom uit instellingszorg bevorderen en instroom bij instellingszorg (BW en MO) voorkomen. Een aandachtspunt bij dergelijke woonvormen is een juiste groepssamenstelling, om overlast te voorkomen. Daarnaast moet de begeleiding en het toezicht voldoende zijn om draagvlak in de wijk te krijgen en te behouden. Voor uitstromers uit BW en MO geldt dat een eigen plek – of dit nu in een tussenvorm is of in een reguliere woning – een belangrijke basis is om stappen te kunnen zetten richting herstel van een stabiele leefsituatie. Een eigen plek zorgt voor stabiliteit, autonomie en privacy.

Voldoende betaalbare woningen, onder meer voor uitstromers In het landelijk Programma “Een Thuis voor Iedereen” kondigt de minister voor Volkshuisvesting aan te willen streven naar een hoger aantal sociale huurwoningen in heel Nederland en een ‘eerlijker’ verdeling van die voorraad over alle gemeenten in Nederland; hierbij wordt een streefgetal genoemd van 30%

820.105 | Woonzorganalyse

46

sociale huurwoningen in iedere gemeente. Op landelijk niveau is dit nodig om in de woonvraag van verschillende aandachtsgroepen te kunnen voorzien. In de gemeente Nuenen is het aandeel sociale huur veel lager, namelijk circa 16%. Om de in dit onderzoek genoemde groepen en anderen (spoedzoekers, statushouders En dergelijke) én ook de regulier woningzoekenden te kunnen huisvesten, is het nodig om het aandeel sociale huurwoningen in de gemeente op te hogen. Flexwoningen en de transformatie van gebouwen/kantoren kunnen een deel van de vraag opvangen. Door het gebrek aan zelfstandige wooneenheden en tussenwoonvormen kunnen jongeren vanuit jeugdzorg met verblijf nu vaak niet doorstromen naar zelfstandige woonruimte met ambulante begeleiding. In plaats daarvan stromen ze uit naar Beschermd Wonen. Soms zien we ook dat dit leidt tot dakloosheid. Om dit te voorkomen is het essentieel dat er voldoende mogelijkheden voor jongeren zijn om na een verblijf in jeugdzorg woonruimte te vinden. Woningen aanpassen Een relatief groot deel van de woningvoorraad in Nuenen is nog niet geschikt voor mensen met een mobiliteitsbeperking, maar wel relatief eenvoudig geschikt te maken - bijvoorbeeld met een traplift. Nuenen heeft waar het ouderen betreft hiervoor al een stimuleringsregeling.

Goede informatievoorziening over de mogelijkheden van woningaanpassing kan inwoners stimuleren om hun woning tijdig aan te passen aan een situatie waarin zij te maken krijgen met mobiliteitsbeperkingen. Als inwoners voor de kosten hiervan een beroep doen op de Wmo, kunnen de kosten voor de gemeente wel oplopen. Veel gemeenten kiezen er mede daarom voor om met inwoners het gesprek aan te gaan over de vraag of het niet verstandiger is om te verhuizen naar een woning die al geschikt is.

820.105 | Woonzorganalyse

Doorstroom stimuleren Veel ouderen stellen de beslissing om te verhuizen naar een levensloopgeschikte (al dan niet geclusterde woning) lang uit. Soms ontstaan hierdoor schrijnende situaties. Het is daarom verstandig om in te zetten op bewustwording onder ouderen dat zij zelf tijdig moeten nadenken over hoe zij willen wonen als zij minder mobiel en wellicht zorgbehoevend worden. De inzet van een verhuiscoach of seniorenmakelaar kan hier bij helpen. Ook financiële instrumenten zoals een huurgewenningsbijdrage kunnen bijdragen aan de doorstroming van ouderen. Meer doorstroming op de woningmarkt komt ook andere woningzoekenden ten goede. Voldoende diversiteit aan woonconcepten Om doorstroming te stimuleren is voldoende aanbod aan levensloopgeschikte en geclusterde woningen een eerste voorwaarde. Daarnaast is het van belang dat er voldoende variëteit is (in prijsklassen, locatie en woonconcept) om aan te kunnen sluiten bij de diverse vraag van ouderen. Onder de nieuwe generatie ouderen spreken woonvormen als ‘hofjeswonen’ (waar ouderen of juist een mix van leeftijdsgroepen samen wonen en elkaar ondersteunen wanneer dat nodig is) vaak meer aan dan een traditioneel seniorencomplex. Om de gewenste diversiteit te bereiken is het te overwegen om meer ruimte te bieden aan burgerinitiatieven/CPO-projecten.

Houd ook rekening met de langere termijn Woningen bouw je niet alleen voor de kortere termijn. Zij staan er vaak meer dan 50 jaar. Het is daarom van belang om ook rekening te houden met de ontwikkeling van de woonzorgvraag op de langere termijn. En dus ook met de toekomstige bruikbaarheid van woningen, die voor de vraag van heden worden neergezet.

47

Woningtoewijzing Bijna de helft van de ‘geschikte’ woningen in Nuenen wordt op dit moment bewoond door relatief jonge mensen, waarvan verreweg de meesten geen mobiliteitsbeperkingen hebben. Als een groter deel van deze woningen zou worden toegewezen aan ouderen en mensen met een mobiliteitsbeperking, hoeven in de toekomst minder woningen te worden aangepast. Dit geldt nog sterker voor huurwoningen die zijn aangepast voor mensen die afhankelijk zijn van een rolstoel: als het niet lukt om deze bij mutatie weer toe te wijzen aan een rolstoelgebruiker, dan bestaat de kans dat de woning naar een regulier woningzoekende gaat en daardoor langdurig niet meer beschikbaar is voor de doelgroep. Zorgvuldig wachtlijstbeheer en een zorgvuldige procedure voor matching en woningtoewijzing kan dit voorkomen. Een gerichte toewijzing betekent anderzijds natuurlijk wel dat andere woningen beschikbaar moeten komen voor de relatief jongere huishoudens. Een andere kwestie is waar het gaat om woningen die weliswaar “geschikt” zijn, maar verder kwalitatief niet voldoen aan de woonwensen. Dat komt bijvoorbeeld voor bij gedateerde seniorenwoningen. Door deze juist aan jongere starters (één-en-twee-persoonshuishoudens) toe te wijzen, kunnen deze woningen in een behoefte voorzien. Bij sloop-nieuwbouw van deze verouderde woningen ontstaat er uiteraard weer een extra huisvestingsvraagstuk voor de starters.

Uitbreiding geschikte woningen en gebrek aan bouwgrond In de gemeente Nuenen is geen overmaat aan bouwgrond aanwezig, terwijl de gemeente zelf nauwelijks over bouwgrond beschikt. Daarom is het van groot belang te bezien in welke mate gebruik gemaakt kan worden van de bestaande woningvoorraad om de behoefte aan wonen en zorg te accommoderen. Hiernaast is ook de verbouw van gebouwen met voorheen een andere

bestemming tot geschikte woningen is belangrijk om in de behoefte te kunnen voorzien. Heldere eisen voor nieuwbouw Om te voorkomen dat er een groot beroep wordt gedaan op de Wmo voor woningaanpassingen is het verstandig om bij álle nieuwbouw in de gemeente eisen te stellen ten aanzien van de toegankelijkheid van de woning (en de directe woonomgeving). Een levensloopbestendige woning heeft een gelijkvloerse plattegrond van woonkamer, keuken, badkamer en slaapkamer. Bij de realisatie van deze woningen wordt al rekening gehouden met bijvoorbeeld draaicirkels van een rollator en het achterwege laten van drempels en trapjes. Ouderen die verhuizen naar een vorm van geclusterd wonen, doen dat vaak omdat zij hopen daar gemakkelijker contact te kunnen maken met medebewoners. Het is dus belangrijk om in deze complexen te zorgen voor mogelijkheden om andere bewoners te ontmoeten. Dat kan inpandig zijn, maar dat hoeft niet per definitie.

9.2 Voldoende beschikbaarheid van zorg Op dit moment werkt 1 op de 7 mensen in Nederland in de zorg. Als de inrichting van de zorg zo blijft als nu dan moet dat in 2040 - vanwege de vergrijzing - zijn toegenomen tot 1 op de 4. Dat is niet realistisch; op dit moment is er al een groot tekort aan personeel in de zorg. In het Programma Wonen en Zorg voor Ouderen (WOZO) roept minister Helder daarom op tot een andere blik op de zorg voor ouderen: ‘zelf als het kan, thuis als het kan en digitaal als het kan’12. Daarmee bouwt ze voort op een ontwikkeling die al

12 https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2022/07/04/wozo-programma-wonen-

ondersteuning-en-zorg-voor-ouderen

820.105 | Woonzorganalyse

48

langer gaande is, waarbij ouderen steeds langer zelfstandig blijven wonen en alleen als de zorgvraag dat echt noodzakelijk maakt, naar een woonzorgcentrum of verpleeghuis gaan. ‘Omzien naar elkaar’ wordt steeds belangrijker aangezien niet elke ondersteuningsvraag meer door professionele zorgverleners kan worden ingevuld. Verder is het Integraal Zorg Akkoord (IZA) van belang dat in september 2022 tot stand is gekomen. Dit heeft tot doel de zorg in de toekomst goed, toegankelijk en betaalbaar te houden. Om dit te bereiken zijn afspraken gemaakt tussen het ministerie van VWS en een groot aantal partijen in de zorg.

zorgvraag. Stakeholders benoemen wel dat er een grens zit aan de inzet van technologie: als personen niet meer in staat zijn om zelf op een alarmknop te drukken, dan is het tijd om te verhuizen. Technologische ontwikkelingen zoals de mogelijkheid van beeldbellen kunnen er ook in de gehandicaptenzorg voor zorgen dat meer mensen zelfstandig(er) kunnen wonen, doordat zij minder persoonlijke begeleiding (face-to-face) nodig hebben. Daarbij blijft het essentieel dat bewoners kunnen terugvallen op zorgverleners als zij dat nodig hebben.

Clustering Clustering van zorgvragers helpt om de zorg efficiënt te kunnen leveren. Als ouderen met een zorgvraag dichter bij elkaar wonen (bijvoorbeeld in geclusterde woonvormen), dan is zorgpersoneel minder tijd kwijt aan reizen. Geclusterd wonen helpt ook tegen eenzaamheid bij ouderen en kan het ‘omzien naar elkaar’ bevorderen - waardoor het beroep op professionele zorg wordt verminderd. Door verpleeghuiszorg en woongelegenheid voor mensen met een lichtere zorgbehoefte in geclusterde vorm fysiek dichterbij elkaar te brengen, kan ook de scheiding van paren als er één verpleeghuiszorg nodig heeft, verzachten.

Samenwerking tussen zorgaanbieders Op dit moment zijn vaak verschillende zorgaanbieders voor thuiszorg en wijkverpleging actief in dezelfde buurt of hetzelfde complex. Dit is (vanwege de reistijd) niet efficiënt en daarmee voor de toekomst wellicht niet houdbaar. Een betere afstemming tussen zorgorganisaties kan helpen om goede én betaalbare zorg aan mensen te kunnen blijven bieden. Ook mensen met een verstandelijke beperking worden steeds ouder. Om goede zorg te kunnen bieden aan ouder wordende VG-inwoners is samenwerking tussen VG-zorgaanbieders en zorgaanbieders voor ouderenzorg wenselijk. Dit vraagt om een flexibele, domein-overstijgende inzet van financiële middelen.

Zorgtechnologie Ook technologie kan helpen om het werk van zorgpersoneel te verlichten. Daarnaast kan zorgtechnologie ervoor zorgen dat ouderen comfortabeler en veiliger kunnen wonen, en daarmee ook een verhuizing kunnen uitstellen. Via een tablet kunnen ouderen hun boodschappen bestellen, maar ook videobellen met een zorgverlener. GPS-trackers maken het mogelijk om mensen met dementie een deel van hun vrijheid te laten behouden. Hoewel technologie soms als ‘koud’ wordt ervaren, kunnen goede toepassingen een grote bijdrage leveren aan de kwaliteit van leven van ouderen en andere mensen met een

Flexibele en tijdelijke zorg Doordat mensen steeds langer thuis wonen, is er landelijk een groeiende behoefte aan plekken waar mensen ‘tijdelijke zorg’ kunnen ontvangen bijvoorbeeld als zij na een ziekenhuisopname niet meteen terug naar huis kunnen. Dit kan bijvoorbeeld in een zorghotel worden geboden, maar ook in plekken in een woonzorgcentrum die voor dit doel worden vrijgehouden. Zorgaanbieders zien ook een groeiende behoefte aan plekken waar ouderen met een zorgvraag tijdelijk kunnen verblijven, om zo hun mantelzorgers op adem te laten komen (respijtzorg).

820.105 | Woonzorganalyse

49

Een goed aanbod aan ambulante begeleiding In Nuenen (en de regio Eindhoven) wordt gewerkt aan de ontwikkeling van Beschermd Wonen naar Beschermd Thuis. Kern van de verandering is dat zowel maatschappelijke opvang als beschermd wonen veel meer lokaal ‘in de wijk’ of de kern wordt georganiseerd. Kwetsbare inwoners kunnen zo zelfstandig wonen en onderdeel zijn van de samenleving. Voor hen die dit nodig hebben, blijven Beschermd Wonen en opvang als vangnet bestaan. Het succes van de verandering is voor een belangrijk deel afhankelijk van de randvoorwaarde dat er voldoende woningen beschikbaar moeten zijn. Goede ambulante begeleiding is een andere belangrijke succesfactor. Het gaat dan bijvoorbeeld om het vinden van werk of dagbesteding, het leggen van contacten in de buurt en het op orde brengen van de financiën. Maar juist met het oog op aandachtsgroepen is er ook aandacht nodig voor het bevorderen van de ‘samenredzaamheid’ in buurten, het voorkomen van stigmatisering en het bevorderen van onderling begrip. Contact met medebewoners is voor deze uitstromers vanuit BW minstens zo belangrijk als voor andere inwoners, maar het leggen van die contacten gaat niet altijd vanzelf - ook daar is dus vaak hulp bij nodig.

9.3 Ondersteunen van ‘omzien naar elkaar’ Het is belangrijk om oog te hebben voor het welzijn, zingevingsvraagstukken en het voorkomen van eenzaamheid onder ouderen en andere zorgvragers. ‘Omzien naar elkaar’ wordt steeds belangrijker, aangezien niet elke ondersteuningsvraag meer door professionele zorgverleners kan worden ingevuld. Dit gaat niet overal en altijd vanzelf. Het begint ermee dat inwoners elkaar kennen, elkaar ontmoeten en weten waar ze een ander mee kunnen helpen. Belangrijk hierbij zijn mogelijkheden voor ontmoeten nabij de woning. Opbouwwerk kan bijdragen aan gemeenschapsvorming. Projecten voor ‘gemengd wonen’, waarbij mensen met en zonder zorgvraag bij elkaar wonen,

820.105 | Woonzorganalyse

bieden kansen om het omzien naar elkaar te versterken. Wederkerigheid is hierin het fundament. Dat kan ook gaan om een menging van “oud” en “jong(er)”. Gebiedsgerichte aanpak met oog voor verschillen De saamhorigheid en sociale cohesie, en daarmee ook de mate waarin inwoners voor elkaar willen en kunnen klaar staan, verschilt per dorp en wijk. Als de bereidheid om elkaar te helpen er minder is of als de sociale banden minder sterk zijn, dan zal het beroep op professionele zorg groter zijn. In sommige kernen in Nuenen wonen relatief veel (oudere) mensen van buiten de gemeente. Deze mensen hebben vaak een beperkt sociaal netwerk in het dorp en hun familie woont vaak niet in de buurt, waardoor ze ook minder terug kunnen vallen op hun omgeving. Het is belangrijk om aandacht te hebben voor de verschillen tussen kernen en hoe dit de vraag naar professionele zorg beïnvloedt. Daarmee is ook de vraag hoe het ‘omzien naar elkaar’ het beste kan worden ondersteund vanuit de gemeente en professionele partijen, een kwestie van maatwerk. Onlangs werd het manifest ‘Gezond ouder worden doe je samen in de buurt’ gelanceerd. De opstellers geven aan dat er veel energie is in de samenleving om zorgzame gemeenschappen in te richten, maar dat het systeem initiatieven in de weg zit. Het manifest bepleit daarom meer ruimte voor buurtinitiatieven in de zorg.

Succesfactoren zijn inzet van vrijwilligers, sociale cohesie, het mengen van groepen, het combineren van sociale en culturele activiteiten met ondersteuning voor kwetsbare burgers, gemengde woonvormen, regelluwheid en onderling vertrouwen. Aandacht voor preventie jonge generatie Kort geleden (3 februari 2023) is het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) ondertekend. Dit bevat afspraken tussen de VNG, GGD GHOR Nederland,

50

Zorgverzekeraars Nederland en het ministerie van VWS. Doel hiervan is het bevorderen en behouden van de fysieke en mentale gezondheid vanaf het prille begin, de eerste 1.000 dagen, waarbij speciale aandacht uitgaat naar mensen in kwetsbare situaties. Het GALA is mede een uitwerking van het Nationaal Preventieakkoord en beoogt als stip op de horizon een gezonde generatie in 2040 met weerbare en gezonde mensen die opgroeien , leven, werken en wonen in een gezonde leefomgeving met een sterke sociale basis 13. Mantelzorg mogelijk maken In de toekomst zal een steeds groter beroep worden gedaan op mantelzorgers. Tegelijkertijd zien we dat het aantal potentiële mantelzorgers daalt, terwijl het aantal mensen met een zorgvraag stijgt. Om mantelzorgers in staat te stellen deze rol vol te houden, is een goed en goed vindbaar aanbod aan mantelzorgondersteuning essentieel (advies, respijtzorg, logeerzorg). Sommige mantelzorgers willen graag dicht bij degene wonen voor wie ze zorgen. Een mantelzorgwoning kan dan uitkomst bieden. Mantelzorgwoningen kunnen nu al vergunningsvrij worden geplaatst in Nuenen als de mantelzorgbehoefte kan worden aangetoond met een zorgindicatie. Sommige oudere inwoners willen graag al voordat er sprake is van een (intensieve) zorgrelatie, dichter bij hun kinderen wonen.

Een mogelijkheid is dan om een preventieve mantelzorgwoning te plaatsen op het eigen erf, of de woning zodanig te verbouwen dat er een tweede huishouden kan komen wonen. Het is te overwegen om de regels voor ‘preventieve mantelzorgwoningen’ te verruimen, zodat deze kunnen geplaatst worden voordat daadwerkelijk sprake is van een zorgvraag.

9.4 Een geschikte woonomgeving De groei van het aantal mensen met een zorgvraag dat zelfstandig woont stelt eisen aan de woonomgeving in termen van toegankelijkheid en de spreiding van voorzieningen. Een omgeving die uitnodigt tot bewegen en ontmoeten draagt bij aan een samenleving waarin mensen elkaar kennen en naar elkaar omzien. Ook ‘mobiliteit’ is hierbij een belangrijk aandachtspunt: als voorzieningen niet dicht bij de woning zijn, kan een inwoner hier dan toch komen? Voor nieuwbouw die is gericht op mensen met een zorgvraag verdienen locaties dicht bij voorzieningen zoals winkels en openbaar vervoer de voorkeur, vanuit het oogpunt van ‘meedoen’ en het versterken van zelfredzaamheid. De interactieve voorzieningenkaart die is gemaakt in het kader van dit onderzoek biedt hiervoor een praktisch handvat. Belangrijk aandachtspunt bij de locatiekeuze voor een nieuwe woonvorm voor mensen met een zorgvraag is dat niet voor iedere persoon een plek op een centrumlocatie de meest geschikte plek is; sommige mensen hebben juist baat bij een rustiger omgeving. Het blijft dus een kwestie van maatwerk. Ook is het belangrijk om rekening te houden met de draagkracht van de wijk of buurt.

9.5 Realiseerbaarheid van de opgave De woonzorgvisie visie zal moeten uitmonden in een uitvoeringsprogramma dat haalbaar is. Daarom dient reeds in de visie aandacht te worden besteed aan zaken als: •

13 Zie brief Minister van VWS en Staatssecretarissen van 6 februari 2023 bij de aanbieding van het

GALA aan de Tweede Kamer.

820.105 | Woonzorganalyse

51

•

• •

•

• •

Op welke wijze wil de gemeente omgaan met de grondposities van de gemeente zelf en andere eigenaren teneinde de toekomstige vraag naar woningen voor de diverse doelgroepen zo goed mogelijk te accommoderen? In hoeverre zet de gemeente in op nieuwbouw en in hoeverre op transformatie? In hoeverre en voor welke doeleinden zet de gemeente gemeentelijke financiën in en waar gaat zij uit van cofinanciering? Welke samenwerkingsstructuur met de relevante partijen staat de gemeente voor? Daarbij gaat het met name om vertegenwoordigers van de doelgroepen, woningaanbieders, ontwikkelaars en zorgpartijen. Op welke wijze geeft de gemeente vorm aan de communicatie met en de betrokkenheid van de burgers rond de visie en het daarna komende uitvoeringsplan? In hoeverre speelt de gemeente in op de krappe arbeidsmarkt zowel in de zorg als bij andere betrokken partijen (inclusief de gemeente)? Hoe ziet de gemeente de samenwerking in de regio, onder andere bij het bereiken van een “fair share”?

-

Het realiseren van levensloopbestendige woningen voor de doelgroep ouderen. Het stimuleren van doorstroming van ouderen van een grotere woning naar een passende, levensloopbestendige woning. Het realiseren van de uit deze analyse geconcludeerde opgave voor de doelgroep Beschermd Wonen en Maatschappelijke opvang.

Bedankt voor de nieuwe versie. Ik denk eigenlijk dat Patrick het anders bedoelde. Namelijk ik zou na de paragraaf ‘9.6 realiseerbaarheid van de opgave’ nog een paragraaf opnemen: ‘9.7 Oppakken laaghangend fruit’.

9.6 Oppakken “laaghangend fruit” Op basis van dit rapport is er een aantal zaken die de gemeente in relatie met de woningcorporatie op korte termijn kan oppakken (het zogenoemde laaghangend fruit). Deze zaken maken onderdeel uit van de gesprekken die worden gevoerd voor de prestatieafspraken. Voorbeelden hiervan zijn:

820.105 | Woonzorganalyse

52

Bijlage 1: Aanbodoverzicht Ouderen Aantal plekken en wooneenheden in woonzorgcentra en geclusterd wonen voor ouderen

(Zorg)aanbieder Archipel Savant Helpt Elkander Wooninc. Woonzorg Nederland Schatting op basis van CBS-microdata Totaal

Locatie Akkers Van Lenthof Verschillende locaties Lange Akker Pieter Dekkersstraat

Plaats Nuenen Nuenen Nuenen Nuenen Nuenen

Woonzorgcentrum somatiek (SOM) 20

20

Woonzorgcentrum psychogeriatrie (PG) 50 30

80

Geclusterd wonen voor ouderen

268 104 50 165 587

Mensen met een verstandelijke beperking Zorgaanbieder Lunetzorg Lunetzorg Lunetzorg Lunetzorg Lunetzorg Lunetzorg Lunetzorg Totaal

820.105 | Woonzorganalyse

Locatie Sint Annagildelaan 9 Jonker Florislaan 1 Jonker Florislaan 3 Jonker Florislaan 56 Zuster Celinehof 3 Hondsdrafstraat 3 Tomakker 18

Plaats Nuenen Nuenen Nuenen Nuenen Nuenen Nuenen Nuenen

Groepswonen/Geclusterd wonen 1 1 1 1 1 1 1 7

53

Bijlage 2: De Doorzonscan

• •

De Doorzonsscan is een beproefd meetinstrument waarmee gemeenten en woningcorporaties op een snelle manier kunnen achterhalen welk deel van de woningvoorraad al geschikt is voor mensen met een functiebeperking en welke woningen met een kleine ingreep geschikt te maken zijn. Iedere woning wordt op basis van een aantal kenmerken van de woningen (bouwjaar, oppervlakte en woningtype) ingedeeld in één van de categoriën. Hieronder staan de kenmerken waaraan woningen moeten voldoen om een specifieke kwalificatie te krijgen.

Niet-geschikte woning De overige woningen zijn als niet-geschikt aangemerkt; deze woningen zijn vermoedelijk ook niet (eenvoudig) geschikt te maken.

Geschikte woning Alle primaire voorzieningen (slaapkamer, woonkamer, toilet, badkamer en keuken) liggen gelijkvloers of zijn zonder traplopen bereikbaar. De woning is geschikt voor bewoners met geringe beperkingen bij het lopen, die als hulpmiddelen eventueel wandelstok of kruk(ken) gebruiken. De woningen voldoen aan tenminste één van de volgende kenmerken: • woning is aangemerkt als seniorenwoning of nultredenwoning; • appartementen/(galerij)flats (als deze over een lift beschikken); • (semi)bungalows, woonboerderijen.

inhoud bij huurwoning is groter dan 300 m3 en gebouwd na 1980; geschakelde woning.

De beoordeling van de woningvoorraad op geschiktheid op basis van wozgegevens is een inschatting. Bezoek aan een woning zelf moet uitwijzen of de inschatting ook juist is. Daarnaast geeft de analyse uitsluitend inzicht in de kenmerken van de woning. Het is denkbaar dat ouderen de woning niet meer geschikt vinden omdat bijvoorbeeld het onderhoud van de woning of de tuin teveel wordt, of dat men dichter bij voorzieningen wil wonen; een woning die volgens de analyse ‘geschikt’ is kan in de beleving van de bewoners dan minder geschikt zijn. Andersom kan het zo zijn dat in een woning die volgens de analyse ‘potentieel geschikt’ is inmiddels al aanpassingen zijn gedaan (zoals de installatie van een traplift, of de drempels verwijderd). Hier kom je echter alleen achter door de woning daadwerkelijk te bezoeken. Daar wordt in deze analyse geen rekening mee gehouden.

Potentieel geschikte woning Potentieel geschikte woningen zijn woningen die met relatief beperkte middelen geschikt te maken zijn. Hierbij is te denken aan het installeren van een traplift, of het verlagen of weghalen van drempels. Deze woningen voldoen aan de volgende criteria: • eengezinswoning, is gebouwd na 1998; • inhoud bij koopwoning is groter dan 350 m3 en gebouwd na 1965;

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13390526/1