2023-61 Raadsindormatiebrief - Bijlage Gemeente Nuenen - Woonzorganalyse - Rapportage
Tekst van het document
Woonzorganalyse Gemeente Nuenen
Gemeente Nuenen 15 september 2023
DATUM
15 september 2023
TITEL
Woonzorganalyse
OPDRACHTGEVER
Gemeente Nuenen
AUTEUR(S)
Martin Bleijenburg Wouter de Vries Harrie Wilhelm
PROJECTNUMMER
820.105
STATUS
Definitieve rapportage
Tivolilaan 205 6824 BV Arnhem Postbus 1174 6801 BD Arnhem www.companen.nl info@companen.nl 026 351 25 32 KvK-nummer: 09035291 BTW-nummer: NL001826517B01
Inhoud 1 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
Inleiding Onderzoeksvragen Verantwoording Doelgroepen Proces Leeswijzer
5 5 6 6 6 6
2 2.1 2.2
Managementsamenvatting De huisvestingsopgave Kernpunten voor de woonzorgvisie
7 7 10
3 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7
Ouderen Doelgroep en context Woonwensen en woonvormen Zorgvraag in beeld Vraaganalyse Vraag naar woonconcepten binnen geclusterd wonen Voorraadinventarisatie woningen voor ouderen De huisvestingsopgave: match vraag en voorraad
13 13 14 16 18 21 23 25
4 4.1 4.2 4.3 4.4
Mensen met een lichamelijke beperking Woonwensen en woonvormen Vraaganalyse Geschikt woningaanbod Huisvestingsopgave geschikt wonen
27 27 27 29 33
5 5.1 5.2
Mensen met een verstandelijke beperking Doelgroep en context Woonwensen en woonvormen
34 34 34
5.3 5.4 5.5
Woonvraag van mensen met een verstandelijke beperking Aanbodanalyse VG De huisvestingsopgave: match tussen vraag en aanbod
35 36 36
6 6.1 6.2 6.3 6.4
Mensen met (ernstige) psychische problematiek Doelgroep en context Woonwensen en woonvormen Vraaganalyse Aanbodanalyse BW en match tussen vraag en aanbod
38 38 38 39 40
7 7.1 7.2
Kwetsbare jongeren Doelgroep en context Vraaganalyse
41 41 41
8 8.1 8.2
Uitstromers Behoefte aan woonruimte voor uitstromers Woningaanbod voor uitstromers
44 44 44
9 9.1 9.2 9.3 9.4 9.5 9.6
Aandachtspunten voor de visie Passende woonvormen voor verschillende groepen Voldoende beschikbaarheid van zorg Ondersteunen van ‘omzien naar elkaar’ Een geschikte woonomgeving Realiseerbaarheid van de opgave Oppakken “laaghangend fruit”
46 46 48 50 51 51 52
Bijlage 1: Aanbodoverzicht
53
Bijlage 2: De Doorzonscan
54
Bijlage 3: Afkortingen en begrippen
55
Bijlage 4:
Organisatie en bekostiging van langdurige zorg
58
Bijlage 5: Aannames voor de prognoses
60
Bijlage 6: Woonstijlen
61
820.105 | Woonzorganalyse
4
1 Inleiding We staan aan de vooravond van een flinke vergrijzing: Nederland kent steeds meer ouderen, en ook steeds meer ‘oudere ouderen’. Steeds meer ouderen blijven tot op hoge leeftijd zelfstandig wonen. Ook andere groepen met een zorg- of ondersteuningsvraag, zoals mensen met een verstandelijke en/of lichamelijke beperking en mensen met psychische problemen, blijven langer zelfstandig wonen of gaan sneller weer thuis wonen na een verblijf in een instelling. Dat zorgt voor grote veranderingen in de wereld van wonen, zorg en welzijn. Als gevolg van de beweging naar ‘langer en weer thuis wonen’, neemt het aantal mensen met een zorgvraag op de reguliere woningmarkt toe. Dit leidt tot veranderingen in de vraag naar woonruimte en vergroot de noodzaak tot samenwerking tussen de gemeente, zorg- en welzijnsaanbieders en corporaties: zij moeten er immers samen voor zorgen dat de woonomgeving en de sociale- en zorginfrastructuur zodanig op elkaar worden afgestemd dat mensen met een zorgvraag prettig kunnen wonen en leven. Op dit moment is de Wet Versterking Regie Volkshuisvesting in voorbereiding. Als de behandeling van het wetsvoorstel volgens de huidige planning verloopt, zijn gemeenten vanaf 2026 verplicht om een volkshuisvestingsprogramma op te stellen als uitwerking van de Omgevingsvisie. De Woonvisie, gebaseerd op de Woningwet vervalt dan.
Het volkshuisvestingsprogramma heeft een breed karakter. Ook de relatie tussen wonen en zorg zal daarin opgenomen moeten worden. Gemeenten moeten daarin aangeven hoe ze invulling willen geven aan de vraag naar woonruimte vanuit ouderen en verschillende ‘aandachtsgroepen’ en aan de zorg en ondersteuning die daarvoor nodig is. Omdat het in de bedoeling ligt in het verlengde van de voorliggende woonzorganalyse een
820.105 | Woonzorganalyse
woonzorgvisie voor Nuenen op te stellen, is de gemeente dus tijdig gereed om aan de voorwaarden van de nieuwe wet te voldoen. Maar in de eerste plaats gaat het natuurlijk om het beleid van de gemeente zelf. Gezien vooral de toename van het aantal ouderen leeft in Nuenen al veel langer de wens om te komen tot een woonzorgvisie. De voorliggende rapportage vormt de onderlegger voor de woonzorgvisie en bevat de analyse van een groot aantal gegevens, die tezamen de huidige en toekomstige opgaven in beeld brengen waar de gemeente voor staat.
1.1 Onderzoeksvragen De kernvraag van het onderzoek is: Wat is de huisvestingsopgave voor de diverse doelgroepen en welke aanvullende maatregelen zijn nodig om mensen met een (toekomstige) zorgvraag/hulpvraag passend te huisvesten? Deze vraag valt uiteen in de volgende onderzoeksvragen: • Wat is de verwachte ontwikkeling van de vraag naar verschillende vormen van wonen met zorg in de gemeente, rekening houdend met de demografische ontwikkeling in de gemeente Nuenen en (maatschappelijke) trends en ontwikkelingen (tijdhorizon 2022 - 2025 - 2030 - 2040)? • Hoe ziet het huidige aanbod aan wonen met zorg voor de verschillende doelgroepen in de gemeente eruit? • Wat is, op basis van een vergelijking tussen (toekomstige) vraag en het huidige aanbod, de huisvestingsopgave voor de verschillende doelgroepen? • Wat is er naast woningen en woonvormen nog meer nodig om langer en weer thuis wonen mogelijk te maken?
5
1.2 Verantwoording Bij het inschatten van de toekomstige behoefte hebben wij gebruik gemaakt van de Woonzorgweter van Companen. Met dit model maken wij prognoses van de toekomstige vraag naar woonvormen voor mensen met een zorgvraag op basis van gegevens over het huidig zorggebruik en demografische ontwikkelingen.
1.3 Doelgroepen In het onderzoek worden de volgende doelgroepen onderscheiden: • Ouderen (65+) • Inwoners met een lichamelijke beperking (o.a. LG) • Inwoners met een verstandelijke beperking (VG) • Cliënten en uitstromers uit beschermd en begeleid wonen (BW) en maatschappelijke opvangvoorzieningen (MO) • Kwetsbare jongeren (jeugdzorg), die in beginsel vanaf hun 18e jaar naar een (meer) zelfstandige woonvorm moeten verhuizen.
1.4 Proces
besproken in het College van B&W en in een Beeldvormende Raad op 18 en 20 april 2023.
1.5 Leeswijzer Dit rapport begint met een samenvatting van de belangrijkste bevindingen. In de daaropvolgende hoofdstukken (3 tot en met 8) behandelen we steeds de huisvestingsopgave van één doelgroep. In hoofdstuk 9 geven we een aantal aandachtspunten voor de visie mee, die gelden voor één of meerdere doelgroepen. In de bijlagen is een overzicht van het huidige aanbod aan woon(zorg)plekken voor de verschillende doelgroepen opgenomen (bijlage 1), uitleg over de geschiktheidsanalyse (bijlage 2), een overzicht van gebruikte afkortingen en definities in dit onderzoek (bijlage 3), uitleg en overzicht over de organisatie en bekostiging van de langdurige zorg (bijlage 4), overzicht van de aannames die zijn gebruikt (bijlage 5) en een toelichting op de woonstijlen (bijlage 6). Als aanvulling op dit rapport heeft Companen ook een interactieve kaart ontwikkeld waarop relevante voorzieningen en woonzorglocaties te zien zijn, evenals het aandeel 65-plussers op wijkniveau. Deze kaart is te vinden via de volgende link: https://www.companen.nl/arcgis/woonzorganalyseNuenen
Bij de totstandkoming van het onderzoek is Companen ondersteund door diverse medewerkers van de gemeente. De vraaganalyse is tussentijds voorgelegd aan een klankbordgroep1 met professionals die werkzaam zijn de in de gemeente. De uitkomsten van de totale analyse zijn gepresenteerd en
1
De leden van de klankbordgroep zijn: De woningcorporaties Helpt Elkander en Wooninc, Huurdersplatform van Helpt Elkander, PVGE, Senergiek, Oud is in, doelgroep Kwetsbare kinderen, Adviesgroep Sociaal Domein, zorgaanbieder Archipel, LEV groep en een cliëntondersteuner.
820.105 | Woonzorganalyse
6
2 Managementsamenvatting
Prognose huishoudens naar leeftijd 2022 - 2040 18%
In de voorliggende woonzorganalyse brengen we in beeld hoe de (verwachte) vraag naar wonen met zorg in Nuenen zich verhoudt tot het huidige aanbod voor verschillende doelgroepen. De managementsamenvatting vat de resultaten kort samen en op grond daarvan geven we de belangrijkste opgaven en aandachtspunten voor de op te stellen woonzorgvisie. In de afzonderlijke hoofdstukken gaan we hier dieper op in.
19%
15%
2040 2022
2.1 De huisvestingsopgave
18%
5% Onze analyse laat de verwachte ontwikkeling zien van de vraag naar verschillende vormen van wonen met zorg. Voor de meeste doelgroepen zijn hierbij verschillende prognosevarianten uitgewerkt: een beleidsvrije “basisprognose” die alleen rekening houdt met de demografische ontwikkeling in de gemeente en een “trendprognose” waarin rekening is gehouden met maatschappelijke trends die zorgen voor verschuivingen in de vraag. Een toelichting op de in dit rapport gebruikte afkortingen en begrippen is te vinden in bijlage 3.
Ouderen en mensen met een lichamelijke beperking De groep ouderen in de gemeente Nuenen zal in de komende jaren sterk gaan groeien: in 2022 zijn er circa 4.000 65-plushuishoudens, in 2040 zal dit aantal zijn opgelopen tot bijna 5.000.
820.105 | Woonzorganalyse
10%
65-74 jaar
75-84 jaar
85+ jaar
Huishoudens < 65 jaar
Groeiende vraag naar geclusterde woonvormen onder ouderen • De vergrijzing zorgt in beide scenario’s voor een stijgende vraag naar geclusterd wonen voor ouderen. Hiermee bedoelen we een cluster van zelfstandige woningen waar mensen ook zonder zorgindicatie mogen wonen. De verschijningsvorm is divers: van traditionele seniorencomplexen of aanleunwoningen tot hofjeswoningen of luxe appartementencomplexen. • De cijfers geven de indruk dat er thans nog geen tekorten zijn aan geclusterde woningen. Dat is echter gezichtsbedrog. We houden er rekening mee dat niet al het huidige geclusterde woningaanbod aan de woonwensen van ouderen voldoet (onvoldoende bij de tijd, ongunstige ligging). Daarom is de vraag naar eigentijds geclusterd wonen voor ouderen
7
nu al hoger dan het aanwezige aanbod. In de trendprognose loopt het tekort zelfs op tot 740 geclusterde woningen in 2040. • We verwachten dat in de praktijk beide prognoses de bandbreedte aangeven waarbinnen de feitelijke ontwikkeling zich zal (moeten) voltrekken.
toekomst ontstaan hier tekorten, vooral voor mensen met dementie. In het basisscenario lopen de tekorten sneller op dan in het trendscenario; in dat laatste scenario gaan we er immers vanuit dat een groter deel van de groep met een intensieve zorgvraag in ‘geclusterd wonen voor ouderen’ blijft.
Vraag-aanbod woonzorgcentrum Vraag-aanbod geclusterd wonen ouderen 1.500 1.300 1.100 900 700 500 300 100 -100
200 150 100 50 0
2022
2025
Vraag basisscenario
2030
2035
2040
Vraag trendscenario
Aanbod
Groeiende vraag naar plekken in een woonzorgcentrum • De vergrijzing zorgt ook voor een groeiende vraag naar plekken in een woonzorgcentrum. Hiermee bedoelen we een woonvorm die bedoeld is voor mensen met een indicatie vanuit de Wet Langdurige Zorg (Wlz); de zorg kan intramuraal of extramuraal worden geleverd. • Het totale huidige aanbod aan plekken in een woonzorgcentrum is op dit moment in balans met de vraag naar dergelijke plekken; richting de
2022
2025
Vraag basisscenario
2030
2035
2040
Vraag trendscenario
Aanbod
Groot deel van de woningvoorraad nog niet geschikt voor mensen met een mobiliteitsbeperking • Van de totale woningvoorraad in Nuenen is 15% geschikt voor mensen met een mobiliteitsbeperking2; nog eens 61% is relatief eenvoudig geschikt te maken. Van de sociale huurwoningen in de gemeente is een hoger aandeel geschikt of eenvoudig geschikt te maken (56%)3; in de sociale huur geldt echter ook dat een relatief groot aandeel (45%) niet-levensloopgeschikt is
2
Een woning geldt als ‘levensloopgeschikt’ wanneer alle primaire voorzieningen (slaapkamer, woonkamer, toilet, badkamer en keuken) gelijkvloers liggen of zonder traplopen bereikbaar zijn. 3 Betreft huidige situatie; plannen voor aanpassing of sloop/nieuwbouw niet verwerkt.
820.105 | Woonzorganalyse
8
en ook niet eenvoudig geschikt te maken. Koopwoningen zijn juist relatief vaak geschikt te maken. 1.500
Vraagprognose geschikte woningen
1.000
500
0
1.045
1.125
170 150 130 55 50 40 2025 2030 2035 Rolstoelgeschikte woningen Rolstoeltoegankelijke woningen Rollatorgeschikte woningen
185 60 2040
780
725 115 35 2022
935
• Er ligt dus een opgave om meer woningen geschikt te maken. Dat geldt des te meer omdat ook veel wél geschikte woningen worden bewoond door mensen zonder een mobiliteitsbeperking. Er liggen taken zowel op het vlak van de fysieke aanpassing als op dat van woonruimteverdeling.
• Het aandeel mensen met een Wlz-indicatie vanwege een verstandelijke beperking ligt in Nuenen lager dan het landelijk gemiddelde (2,6 versus 6,7 per 1.000 inwoners). Daarom is een tweede vraagscenario uitgewerkt, waarin we ervan uitgaan dat de vraag meer evenwichtig over het land zal worden verdeeld. In dat scenario zal de vraag in Nuenen, en daarmee ook het tekort aan plekken in de gemeente zeker naar een vijftigtal plaatsen toenemen.
Vraag-aanbod woonvormen verstandelijk beperkten 100 80 60 40 20 0 2022
2025
2030
Vraag basisscenario
Mensen met een verstandelijke beperking • Een vergelijking van het huidige aanbod met de huidige vraag naar woonplekken voor mensen met een Wlz-indicatie vanwege een verstandelijke beperking in de gemeente laat een tekort zien van 53 plekken. Bij een constant aanbod zal dit tekort stabiel blijven op 53 plekken in 2040 in het basisscenario. Door nieuwbouw door LunetZorg van 23 woningen zal het daadwerkelijke tekort aan plekken vanaf 2025 dalen naar 30 plekken4.
4
2035
2040
Vraag trendscenario
Aanbod geclusterd wonen
Mensen met (ernstige) psychische problematiek • Mensen met een psychische kwetsbaarheid wonen steeds vaker zelfstandig in de wijk. Een deel woont in woonvormen binnen Beschermd Wonen. Op 1 januari 2022 hadden 5 mensen in Nuenen een indicatie voor Beschermd Wonen: 5 vanuit de Wmo en 5 vanuit de Wlz (GGZ-W).
In deze berekening is het mogelijk bestaande particuliere aanbod niet opgenomen. Dit is niet geregistreerd.
820.105 | Woonzorganalyse
9
•
•
Onze inventarisatie van het aanbod levert op dat er thans geen aanbod voor Beschermd Wonen is in de gemeente. Vermoedelijk wonen de 5 personen met een indicatie in een reguliere woning met ondersteuning. Er is dus een tekort in het BW-aanbod in Nuenen van 10 plaatsen. In de toekomst gaat dit vermoedelijk veranderen. De plekken voor Beschermd Wonen gaat vanuit de huidige centrumstad Eindhoven per 1.1.2025 gedecentraliseerd worden naar de regiogemeenten.
Kwetsbare jongeren • Uitgaande van de huidige situatie is de verwachting dat er op jaarbasis in Nuenen 4 jongeren/jongvolwassenen uitstromen vanuit een vorm van jeugdzorg met verblijf. Als indicatie kunnen hiervan per jaar 1 à 2 personen zelfstandig in een woning of een tussenvorm met begeleiding gaan wonen. De overige stromen door naar een zorginstelling voor (jong)volwassenen (Wlz, (L)VG, GGZ-W, BW)
Belangrijkste opgaven op grond van de analyse 1. Maken van keuzen binnen de bandbreedte van de onderzochte scenario’s in termen van: a. Bouwmogelijkheden b. Woningtoewijzing c. Welzijnsvoorzieningen d. Arbeidsmarkt in de zorg 2. Voorzien in grote, groeiende behoefte aan geclusterd wonen voor ouderen 3. Geschikt maken bestaande woningen voor minder mobiele mensen 4. Opvang toenemend aantal mensen met dementie 5. Hoe om te gaan met gespikkeld wonen 6. Opvang effecten doordecentralisatie Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang 7. Beschikbaar krijgen voldoende goedkope huurwoningen voor uitstroom uit instellingen
Uitstroom richting de reguliere woningmarkt De jaarlijkse uitstroom vanuit Beschermd Wonen (en Maatschappelijke opvang) en vanuit de Jeugdzorg met verblijf is in Nuenen zeer beperkt. Er zijn daarbij echter wel knelpunten: • De uitstromers zijn voor 100% aangewezen op de vrijkomende sociale woningen in het goedkoopste segment (tot de kwaliteitskortingsgrens). Dat zijn er jaarlijks slechts enkele (1 tot 3). • De uitstromers zijn niet de enigen die aangewezen zijn op het goedkopere segment: naast reguliere woningzoekenden gaat het dan om groepen als statushouders, bepaalde urgenten en spoedzoekers.
820.105 | Woonzorganalyse
2.2 Kernpunten voor de woonzorgvisie Voldoende passende huisvesting is niet genoeg om inwoners met een zorgvraag goed te kunnen laten wonen in Nuenen. De komende jaren zullen personeelstekorten in de zorg groeien. Ook de woonomgeving vraag aandacht: deze moet goed toegankelijk zijn voor mensen met een beperking, en bij voorkeur ook uitnodigen tot ontmoeten en bewegen. Hieronder benoemen we een aantal aandachtspunten voor de visie op wonen, welzijn en zorg die de gemeente Nuenen samen met haar partners wil opstellen. Hieronder zetten we de belangrijkste punten op een rij. Voor een volledig overzicht verwijzen we naar hoofdstuk 9.
10
Passende woonvormen voor verschillende groepen • • • • • • • •
• •
Voldoende en vernieuwend aanbod aan geclusterd wonen en andere ‘tussenvormen’. Voldoende diversiteit aan woonconcepten die aansluiten bij de vraag. Woningen realiseren die ook op langere termijn in behoefte voorzien. Voldoende betaalbare woningen voor aandachtsgroepen. Goede voorlichting over de mogelijkheden voor woningaanpassingen. Stimuleren van doorstroming naar een geschikte, al dan niet geclusterde woning. Gerichte woningtoewijzing van geschikte en aangepaste woningen. Inzet op gebruikmaken van de bestaande woningvoorraad en te transformeren gebouwen, mede vanwege de beperkte grond voor nieuwbouw. Heldere eisen voor nieuwbouw (toegankelijkheid en voorzieningen). Versterking samenwerking met partijen die ten nauwste bij de realisering van de opgave zijn betrokken, zoals grondeigenaren, projectontwikkelaars, woningcorporaties en zorgaanbieders.
Voldoende beschikbaarheid van zorg voor wie dat nodig heeft • • •
•
Zorgen dat ouderen met een zorgvraag dichter bij elkaar wonen (clustering) ten behoeve van efficiënte zorgverlening. Zorgtechnologie inzetten om zorgverleners te ontlasten en de zelfredzaamheid van mensen met een zorgvraag te vergroten. Samenwerking tussen zorgaanbieders versterken om expertise te bundelen en personeel efficiënter in te kunnen zetten (bijvoorbeeld door zorg in de nachtelijke uren te bundelen). Zorgen voor een goed aanbod aan plekken waar mensen ‘tijdelijke zorg’ kunnen ontvangen - bijvoorbeeld als zij na een ziekenhuisopname niet
820.105 | Woonzorganalyse
•
•
meteen terug naar huis kunnen of om de mantelzorger op adem te laten komen (respijtzorg). Zorgen voor een goed aanbod aan ambulante begeleiding voor mensen met een psychische kwetsbaarheid of verstandelijke beperking, met aandacht voor het vinden van werk of dagbesteding, het leggen van contacten in de buurt en het op orde brengen van de financiën. Aandacht voor oplossingen om de effecten van scheiding van paren te verzachten bij verpleegzorg van één van de partners.
Ondersteunen van ‘omzien naar elkaar’ •
•
•
• •
•
‘Omzien naar elkaar’ begint ermee dat inwoners elkaar kennen, elkaar ontmoeten en weten waar ze een ander mee kunnen helpen. Belangrijk hierbij zijn mogelijkheden voor ontmoeten nabij de woning en gerichte inzet op gemeenschapsvorming. De mate waarin inwoners voor elkaar willen en kunnen klaar staan, verschilt per dorp en wijk. De vraag hoe het ‘omzien naar elkaar’ het beste kan worden ondersteund vanuit de gemeente en professionele partijen, is daarmee een kwestie van maatwerk. Dit past in het door de gemeente voorgestane wijkgericht werken. Projecten voor ‘gemengd wonen’, waarbij mensen met en zonder zorgvraag bij elkaar wonen, bieden kansen om het omzien naar elkaar te versterken. Dat kan ook gaan om “oud” en “jong(er)”. Ruimte bieden aan burgerinitiatieven voor zorgzame buurten Zorgen dat mantelzorgers niet overbelast raken: dit vraagt een goed aanbod aan mantelzorgondersteuning (advies, lotgenotencontact, respijtzorg, logeerzorg). Ruimte maken voor woonvormen die mantelzorg mogelijk maken (onder andere mantelzorgwoningen en pre-mantelzorgwoningen).
11
Een geschikte woonomgeving •
• •
Een goede inrichting van de openbare ruimte, die toegankelijk is voor mensen met een mobiliteitsbeperking en uitnodigt tot bewegen en ontmoeten. Een goede spreiding van voorzieningen en aandacht voor ‘mobiliteit’ voor inwoners die verder van voorzieningen wonen. De juiste woning op de juiste plek: nieuwbouw voor mensen met een zorgvraag bij voorkeur dicht bij voorzieningen zoals winkels en openbaar vervoer. De interactieve voorzieningenkaart die is gemaakt in het kader van dit onderzoek biedt hiervoor een praktisch handvat.
Realiseerbaarheid van de opgave De visie zal moeten uitmonden in een uitvoeringsprogramma dat haalbaar is. Daarom dient reeds in de visie aandacht te worden besteed aan zaken als: • Grondposities • Gemeentelijke financiën • Mogelijke inzet relevante samenwerkingspartijen • Communicatie met en betrokkenheid bij de burgers • Arbeidsmarkt zowel in de zorg als bij andere betrokken partijen (inclusief de gemeente) • Regionale samenwerking
820.105 | Woonzorganalyse
12
3 Ouderen In dit hoofdstuk gaan we in op de vraag naar specifieke huisvesting voor ouderen. Lang niet alle ouderen (65-plussers) hebben een zorgvraag, en lang niet alle ouderen hebben behoefte aan een specifiek soort woning vanwege die zorgvraag. Verreweg de meeste ouderen wonen zelfstandig en zijn vitaal. Ook van de ouderen met een zorgvraag woont een groot deel zelfstandig, al dan niet met ondersteuning vanuit de wijkverpleging.
3.1 Doelgroep en context In dit hoofdstuk gaan wij in op de woonvraag van drie groepen ouderen: • Ouderen die vanwege hun gezondheidssituatie een beroep doen op Wlzzorg. Dat betekent dat zij ‘levenslang en levensbreed’ ondersteuning nodig hebben, thuis of in een zorginstelling. Het gaat om mensen die permanent toezicht of 24 uur per dag zorg in de nabijheid nodig hebben. De meeste van deze mensen wonen in een verpleeghuis of woonzorgcentrum, een deel in een geclusterde woonvorm zoals een serviceappartement en een deel in een reguliere woning. • Daarnaast gaan wij in op de woonvraag van ouderen met een lichtere zorgvraag: welk deel van hen doet een beroep op een geclusterde woonvorm en welk deel zal in de toekomst wonen in een (aangepaste) reguliere woning? De zorg voor deze groep wordt gefinancierd uit de Wmo (huishoudelijke hulp en hulpmiddelen) en/of de Zorgverzekeringswet (Zvw) (medische zorg). • Ook hebben we aandacht voor de groep ouderen zonder zorgvraag; een deel van hen anticipeert op een mogelijke zorg- of ondersteuningsvraag in de toekomst en wenst daarom ook een specifiek soort woning.
820.105 | Woonzorganalyse
De leeftijd waarop mensen zich ‘oud’ voelen verschilt van persoon tot persoon. Wij kiezen er in dit onderzoek voor om de totale groep 65-plussers te betrekken in de analyses, omdat dan ook de groep vitale ouderen in beeld komt die vaak nog een belangrijke rol (kunnen) spelen in zorg en huisvesting. In de gebruikte methodiek wordt wel een onderscheid gemaakt naar leeftijdsgroepen binnen die totale groep, op basis van de zorg- en ondersteuningsbehoefte per leeftijdsgroep en de woonbehoefte die daarmee samenhangt.
Demografie In januari 2022 woonden er circa 23.500 mensen in de gemeente Nuenen. Volgens de bevolkingsprognose van de gemeente zal Nuenen in 2040 uit circa 24.500 inwoners bestaan (+4%). Het aantal ouderen in de gemeente neemt in de komende jaren sterk toe - en daarmee ook het aandeel op de totale bevolking. In onderstaand figuur zien we dat het aandeel 65-plussers op de totale bevolking groeit van 27% nu, naar 30% in 2040.
13
Figuur 3.1: Bevolkingssamenstelling gemeente Nuenen, 2022 - 2040
Figuur 3.2: Huishoudenssamenstelling gemeente Nuenen, 2022 - 2040
12%
18% 19%
14%
12%
10%
3%
15%18%
2040 2022
6%
5%
20402022
10%
65-74 jaar
75-84 jaar
85+ jaar
Bevolking < 65 jaar
Bron: Bevolkingsprognose Nuenen.
65-74 jaar
75-84 jaar
85+ jaar
Huishoudens < 65 jaar
Bron: Huishoudensprognose Nuenen.
Wanneer we kijken naar het aandeel 65-plushuishoudens ten opzichte van het totaal aantal huishoudens in de gemeente, zien we dat het aandeel nu 39% is en in 2040 46%. Er is met name een sterke groei te zien in de oudste groep (75-plus en 85-plus); we noemen dit ‘dubbele vergrijzing’.
3.2 Woonwensen en woonvormen Wensbeelden ouderen De woonvraag onder ouderen valt uiteen in de groep die een beroep doet op regulier wonen, een groep die woont in (kleinschalig) geclusterd wonen en een groep die woont in woonzorgcentrum waar intensieve zorg geboden wordt. Op basis van literatuuronderzoek en gesprekken met wij met een klantenpanel van Nuenense ouderen hebben gevoerd, geven we hieronder een beschrijving van de belangrijkste woonwensen van (toekomstige) ouderen.
820.105 | Woonzorganalyse
14
Verhuisgeneigdheid • De verhuisgeneigdheid onder ouderen is over het algemeen laag, vooral onder ouderen met een koopwoning. Met woningaanpassingen, ondersteuning uit het eigen netwerk en scootmobielen is langer thuis wonen immers in beginsel mogelijk Echter, als veel ouderen hun woning willen aanpassen en hiervoor een beroep doen op de Wmo, dan kan dit tot hoge kosten leiden voor de gemeente. De verstrekking van middelen voor scootmobielen en andere regulier verkrijgbare mobiliteitsvoorzieningen is aangescherpt. Dit valt meer en meer onder eigen verantwoordelijkheid (en niet onder Wmo). • Daarom geldt in de Wmo het primaat van het verhuizen. In de praktijk blijkt dit echter niet goed uitvoerbaar vanwege de vastgelopen huizenmarkt. Het buiten de regio verhuizen is defacto geen oplossing omdat het netwerk vervolgens niet ingezet kan worden om de client te ondersteunen (dit is een voorwaarde vanuit de Wmo). Dus los van de geringe verhuisgeneigdheid is er ook een praktisch probleem. • De eigen gezondheid en de gezondheid van de partner is een belangrijke reden om wel of niet te verhuizen. • Een veel genoemde reden om niet te willen verhuizen, is de angst voor hogere woonlasten na een verhuizing.
Woning • Ouderen geven aan dat zij graag willen wonen in een levensloopgeschikte woning die voldoet aan de volgende uitgangspunten: de woning moet gelijkvloers zijn, zonder drempels, met één of twee slaapkamers en een verhoogd toilet. • Voor ouderen zonder zorgvraag of met een lichte zorgvraag zijn hofjes een aantrekkelijke woonvorm vanwege de mogelijkheid van sociaal contact. Met een ‘hofje’ bedoelen we hier overigens niet alleen grondgebonden woningen rondom een binnentuin; het belangrijkste is dat het ontwerp
820.105 | Woonzorganalyse
uitnodigt tot onderling contact en betrokkenheid. Dat kan bijvoorbeeld ook in een appartementencomplex met een gezamenlijk atrium en restaurant. Woonomgeving • Vanwege een afnemende mobiliteit is het voor veel ouderen prettig om dicht bij voorzieningen te wonen. De belangrijkste voorzieningen zijn daarbij de huisarts en ontmoetingsplekken. Een supermarkt of apotheek worden ook vaak genoemd, maar voor boodschappen en medicijnen is een bezorgdienst ook een alternatief. Zorg en ondersteuning • In de afgelopen jaren zijn veel technologische hulpmiddelen ontwikkeld die het langer thuis wonen van senioren makkelijker maken. Bij de inzet van technologie/domotica kan gedacht worden aan valdetectie, beeldbellen, de inzet van zorgrobots en automatische medicijndispensers. Voor de huidige generatie 75-plussers zijn technologische oplossingen in zorg en ondersteuning in sommige gevallen te ingewikkeld en te duur. Enkelen geven aan hier moeilijk mee om te kunnen gaan en mensen met dementie kunnen het veelal niet meer aanleren. Ook zijn sommige mantelzorgers onvoldoende bekend met de werking. Voorlichting over de inzet van domotica aan zorgverleners en ouderen zelf is belangrijk. Over het algemeen zullen toekomstige ouderen echter adaptief genoeg zijn om met het gros van de technologische vernieuwingen overweg te kunnen.
De inzet van technologie is dan een waardevol instrument dat kan bijdragen aan zelfstandig wonen.
Woonvormen voor ouderen Wij maken in dit rapport een onderscheid tussen ‘regulier wonen’, ‘geclusterd wonen’ en ‘woonzorgcentrum’.
15
• Reguliere woningen zijn niet-geclusterde woningen die niet gelabeld of bestemd zijn voor een bepaalde doelgroep. Het gaat hierbij om zowel grondgebonden gezinswoningen als om appartementen of studio’s. • Geclusterd wonen is een woonvorm voor ouderen met of zonder zorg die zelfstandig willen wonen in een complex met andere ouderen, waar zij de mogelijkheid hebben voor laagdrempelig contact met buren. De woningen zijn levensloopgeschikt en er is een mogelijkheid voor ontmoeten inpandig of in de directe woonomgeving. Eventuele zorg aan bewoners wordt betaald vanuit de Zvw, Wmo of Wlz (vanuit een VPT of MPT). Intramurale voorzieningen vallen niet in deze categorie. Een Wlz-zorgindicatie is geen voorwaarde om hier te komen wonen. Onder geclusterde woonvormen valt een uiteenlopend palet aan woonvormen: van klassieke seniorencomplexen en aanleunwoningen tot hofjes. Overigens kan in geclusterde woonvormen ook een zekere mix van doelgroepen gehuisvest zijn (bijvoorbeeld ook jongeren) en behoeft het niet uitsluitend om ouderenhuisvesting te gaan. De wensen van ouderen zijn daarin verschillend. • Woonzorgcentrum is een woonvorm die alleen toegankelijk is voor ouderen met een Wlz-zorgvraag (eventueel plus partner5). De Wlz-zorg kan intramuraal of extramuraal (vanuit een VPT of MPT) gefinancierd worden.
Er zijn verschillende verschijningsvormen: binnen deze categorie vallen zowel verpleeghuizen en grootschalige woonzorgcentra als kleinschalige woonvormen, bijvoorbeeld voor mensen met dementie.
comfort of sociale contacten - voor kiezen om in een geclusterde woonvorm te gaan wonen. Wij maken in dit rapport geen onderscheid tussen ‘intramuraal’ en ‘extramuraal’. Het komt steeds meer voor dat mensen met een Wlz-indicatie gebruik maken van ‘extramurale woonvormen’ waarbij zij zelf huur betalen voor hun woning en zorg en ondersteuning ontvangen vanuit de Wet langdurige zorg. Er bestaan ook hybride vormen: woon-zorgcomplexen waar een deel van de bewoners zowel de zorg als het verblijf betalen vanuit een Wlz-indicatie en andere bewoners die daar wonen op basis van scheiden wonen en zorg. Het verschil tussen ‘intramuraal’ en ‘extramuraal’ is in die gevallen zuiver financieel. De verwachting van zorgaanbieders is dat er in de toekomst steeds meer van dit soort hybride concepten zullen komen.
Van de ouderen met een zware zorgvraag woont een groot deel in een woonzorgcentrum of in geclusterd wonen voor ouderen. Daarnaast zijn er ook ouderen zonder zorgvraag die er - uit voorzorg, of vanwege een behoefte aan
Het vitaliteitstredemodel van Companen6 geeft nader inzicht in de woonbehoefte van ouderen, op basis van de zorgvraag van betrokkenen. Het model
5
6
Het is doorgaans zeer gewenst dat huisvesting in een woonzorgcentrum van één partner niet leidt tot gescheiden wonen van partners, maar dat een (zij het soms wat aangepaste) mogelijkheid tot samenleven behouden blijft.
820.105 | Woonzorganalyse
3.3 Zorgvraag in beeld De groep ouderen in de gemeente Nuenen zal in de komende jaren sterk gaan groeien: in 2022 zijn er circa 4.000 65-plushuishoudens, in 2040 zal dit aantal zijn opgelopen tot bijna 5.000 huishoudens. De meerderheid van de 65-plussers in Nuenen is vitaal en kan nog prima uit de voeten in een reguliere woning. Ook ouderen die beperkingen beginnen te krijgen, kunnen nog heel veel wél. Tegelijkertijd weten we dat met het afnemen van de vitaliteit de woonwensen van ouderen veranderen.
Een vereenvoudigde versie van het zorgtredemodel van de Nza.
16
bevat vier treden. In de eerste trede zitten de meest vitale ouderen, die niet of nauwelijks gebruik maken van zorg; in de vierde trede vallen ouderen met een zware zorgvraag. In het model worden ouderen (65-plus) ingedeeld op basis van de ‘zwaarste’ zorgvorm die zij het afgelopen jaar ontvingen. Als voorbeeld: ouderen die zowel huishoudelijke hulp vanuit de Wmo krijgen als wijkverpleging vanuit de Zvw, tellen we mee in vitaliteitstrede 3.
•
•
•
•
Toelichting Vitaliteitstredenmodel De meest vitale ouderen zitten in vitaliteitstrede 1. Zij hebben geen zorgindicatie, maar maken hooguit gebruik van eerstelijns huisartsenzorg of zorg van de specialist (vanwege een acute zorgvraag, chronische ziekte of specialistische geestelijke gezondheidszorg). Als ouderen gebruik maken van Wmo-ondersteuning, dan vallen ze in vitaliteitstrede 2. Het gaat hier ook om relatief vitale ouderen. De ondersteuning die zij krijgen bestaat uit hulpmiddelen, voorzieningen, huishoudelijke hulp of andere ondersteuning waarvoor een eigen bijdrage verschuldigd is. In vitaliteitstrede 3 vallen ouderen die wijkverpleging ontvangen vanuit de Zvw. Een deel van deze mensen ontvangt ook ondersteuning vanuit de Wmo. In vitaliteitstrede 4 vallen ouderen die een Wlz-indicatie hebben. Ouderen met een Wlz-indicatie kunnen terecht in een verpleeghuis, maar zij kiezen er tegenwoordig vaker voor om zelfstandig te blijven wonen met intensieve zorg (vanuit een Volledig Pakket Thuis). Op die manier kunnen zij zo lang mogelijk zelf regie houden over hun woon(zorg)situatie.
820.105 | Woonzorganalyse
Figuur 3.3: Vitaliteitstredenmodel
De indeling in treden geeft inzicht in de zorgvraag en vitaliteit van ouderen, en is daarmee een goede voorspeller van de woonvraag. Uit woonwensenonderzoeken blijkt dat ouderen naarmate ze minder vitaal worden, vaker een voorkeur hebben voor een geclusterd woonconcept voor ouderen. Dit is ook terug te zien in het feitelijk woongedrag van ouderen. Dat betekent niet dat in geclusterde woonvormen alleen ouderen met een (zware) zorgvraag wonen: er zijn ook ouderen die al voordat ze een zorgvraag ontwikkelen graag willen verhuizen naar geclusterd wonen: niet vanwege hun actuele zorgvraag, maar uit voorzorg of vanwege een behoefte aan sociaal contact of comfort. In vitaliteitstrede 4 woont een aanzienlijk deel van de ouderen in een geclusterd woonconcept waar intensieve zorg geboden wordt (zoals een verpleeghuis); ook voor deze groep geldt echter dat een deel nog in een reguliere woning woont.
17
Het volgende figuur laat zien wat de huidige verdeling is van ouderen in de gemeente Nuenen naar de verschillende vitaliteitstreden. In paragraaf 3.5 gaan wij in op de huidige woonsituatie van ouderen in Nuenen. Figuur 3.4 laat zien hoeveel mensen in de komende jaren zullen vallen in de verschillende vitaliteitstreden, uitgaande van het huidige zorggebruik per leeftijdscategorie en de demografische prognose. De percentuele groei is met name fors in vitaliteitstrede 4. Basisprognose: demografische doorrekening. Trendprognose: zowel ouderen met als zonder (zware) zorgvraag zullen vaker een beroep doen op geclusterd wonen. Ouderen met een psychogeriatrische zorgvraag zullen vaker een beroep doen op woonzorgcentrum dan ouderen met een somatische zorgvraag. Figuur 3.4: Prognose vitaliteit ouderen in Nuenen, naar vitaliteitstrede (in personen)
330
360
800 230
880 270
920 290
290 250
210
700 180
620 160
5.230
5.500
5.840
5.970
5.920
2022
2025
2030
2035
2040
Vitaliteitstrede 1
Vitaliteitstrede 2
Vitaliteitstrede 3
Vitaliteitstrede 4
Bron: Woonzorgweter Companen, bevolkingsprognose gemeente Nuenen, CBSMicrodata, 2022.
820.105 | Woonzorganalyse
3.4 Vraaganalyse Wanneer we de cijfers uit figuur 3.4 combineren met informatie over de woonwensen per vitaliteitstrede (bijlage 5), dan volgt daar een beleidsvrije vraagprognose voor woonvormen uit. Deze prognose noemen we de basisprognose. Tabel 3.1 toont het resultaat. In de tabel is te zien dat ook in de toekomst het grootste deel van de 65-plussers zal wonen in een reguliere woning. De toename in de vraag naar regulier wonen zal zich niet in zijn geheel vertalen in een nieuwbouwopgave; veel toekomstige ouderen wonen per slot van rekening al in een woning en zullen in deze zelfde woning blijven wonen als ze ouder worden. Doordat er steeds meer ‘oudere ouderen’ in de gemeente Nuenen wonen, zal onder de totale groep 65-plussers de behoefte aan geclusterd wonen en woonzorgcentrum in verhouding meer gaan toenemen dan de behoefte aan regulier wonen. Tabel 3.1: Prognose vraag naar woonvormen voor ouderen gemeente Nuenen, basisprognose (2022 - 2040, huishoudens, afgerond op 10-tal) 2022 2025 2030 2035 2040 3.400 3.620 3.900 4.090 4.140 Regulier wonen 470 510 560 600 610 Geclusterd wonen 30 30 40 40 50 Woonzorgcentrum SOM 90 110 130 150 170 Woonzorgcentrum PG 3.990 4.270 4.630 4.880 4.970 Totaal Bron: Bevolkingsprognose Nuenen 2022, indicatiegegevens CIZ.
Trendvariant In de trendprognose zullen zowel ouderen met als zonder (zware) zorgvraag zullen vaker een beroep doen op geclusterd wonen. Ouderen met een psychogeriatrische zorgvraag zullen vaker een beroep doen op woonzorgcentrum dan
18
ouderen met een somatische zorgvraag. Daarnaast houdt de trendprognose rekening met de volgende punten: • Een steeds groter deel van de mensen met een Wlz-indicatie zal buiten een woonzorgcentrum wonen. Dat sluit aan bij de wens van veel ouderen om eigen regie te houden over het leven. Daarnaast geven zorgaanbieders aan dat het dankzij zorgtechnologie ook mogelijk is om langer zelfstandig te wonen, ook met een intensieve zorgvraag. • We voorzien geen stijging in het aanbod van het aantal intramurale plekken in woonzorgcentra; de stijging van het aantal ouderen met een Wlzindicatie (vitaliteitstrede 4) zal opgevangen moeten worden in zowel woonzorgcentrum extramuraal (VPT/MPT) als in geclusterde woonvormen. Het gaat hier onder meer om geclusterde woonvormen op basis van scheiden wonen/zorg, waarbij geldt dat als mensen een zeer zware zorgvraag ontwikkelen, ze toch moeten verhuizen naar een verpleeghuis. • Op basis van gesprekken elders in het land verwachten we dat ook in Nuenen geldt dat ouderen met een psychogeriatrische zorgvraag relatief vaker een beroep zullen doen op een woonzorgcentrum dan ouderen met een somatische zorgvraag. • We verwachten dat richting toekomst relatief meer mensen in vitaliteitstrede 1 tot en met 3 zullen verhuizen naar een geclusterde woonvorm, uit voorzorg of vanwege een behoefte aan sociaal contact of comfort.
De nieuwe generatie ouderen is zich meer bewust van de noodzaak om tijdig te anticiperen op hun toekomstige zorgvraag en zal daardoor eerder deze stap zetten - mits er uiteraard voldoende aantrekkelijk en divers aanbod van geclusterde woningen is. Bijlage 5 toont de aannames die we hebben gehanteerd voor het jaar 2040. In de trendprognose beweegt de vraag naar bepaalde woonvormen in elk van de vitaliteitstreden zich geleidelijk aan van de huidige verdeling naar deze verdeling.
820.105 | Woonzorganalyse
Tabel 3.2 Prognose vraag naar woonvormen in gemeente Nuenen, trendprognose (2022 - 2040, huishoudens, afgerond op 10-tal) 2022 2025 2030 2035 2040 3.400 3.530 3.640 3.650 3.520 Regulier wonen 470 610 860 1.100 1.320 Geclusterd wonen 30 30 30 30 30 Woonzorgcentrum SOM 90 100 100 100 90 Woonzorgcentrum PG 3.990 4.270 4.630 4.880 4.970 Totaal Bron: Woonzorgweter, bevolkingsprognose Nuenen, indicatiegegevens CIZ en CBS-Microdata.
In tabel 3.5 is de behoefteprognose per dorp (en voor Nuenen per wijk) weergegeven.
Inschatting uitsplitsing naar marktsegment Op basis van het WoON2021 en CBS-Microdata is achterhaald waar de groep 65-plussers nu wonen en hoe zij graag willen wonen. Dat maakt het mogelijk om de prognose voor geclusterd wonen voor ouderen schattenderwijze verder uit te splitsen naar marktsegment. Ongeveer 17% van het geclusterd wonen voor ouderen valt binnen de sociale huur, 9% binnen de vrije sector huur en 77% binnen de koopsector. Naar de toekomst toe zien we grote verschillen tussen beide scenario’s. In het basisscenario zien we geen spectaculaire veranderingen ten opzichte van de huidige behoefte. In het trendscenario daarentegen is het de sociale huur en het koopsegment waar de vraag sterk groeit. Dat laat zich verklaren door het uitgangspunt in het trendscenario, dat het aanbod zorg met verblijf niet toeneemt en door de vergrijzing een sterke groei in het aanbod van geclusterde (huur) woningen nodig is. De groei van de koopsector laat zich verklaren uit het hoge eigen woningbezit in Nuenen en het relatief hoge welvaartsniveau, waarbij de vrije sector huur (onder andere vanwege het prijsniveau) niet erg aantrekkelijk wordt gevonden. Dat is ook gebleken in de Klankbordgroep en in het panelgesprek met senioren.
19
Tabel 3.3: Behoefteprognose geclusterd wonen gemeente Nuenen, uitgesplitst naar marktsegment, basisprognose (2022 - 2040); huishoudens; afgerond op 10-tal) 2022 2025 2030 2035 2040 80 80 90 100 100 Sociale huur 40 40 40 40 40 Vrije sector huur 360 390 430 460 460 Koop 470 510 560 600 610 Totaal Bron: Woonzorgweter, WoON2021, bevolkingsprognose Nuenen en CBS-Microdata.
Tabel 3.4: Behoefteprognose geclusterd wonen gemeente Nuenen, uitgesplitst naar marktsegment, trendprognose (2022 - 2040); huishoudens; afgerond op 10-tal) 2022 2025 2030 2035 2040 80 100 140 180 220 Sociale huur 40 50 60 80 100 Vrije sector huur 360 470 660 850 1.010 Koop 470 610 860 1.100 1.320 Totaal Bron: Woonzorgweter, WoON2021, bevolkingsprognose Nuenen en CBS-Microdata.
Tabel 3.5: Behoefteprognose woonvormen per kern, trendprognose (2022 - 2040; huishoudens; afgerond op 5-tal) Wijken Boord en Opwetten Eeneind Gerwen Nederwetten Nuenen-Noord Nuenen-Oost Nuenen-Zuid Totaal
2022 75 100 270 100 1.035 695 1.125 3.400
Regulier wonen 2030 2035 85 95 110 120 300 330 110 130 990 930 800 930 1.135 1.105 3.535 3.640
2040 105 125 340 145 870 1.005 1.055 3.645
Geclusterd wonen voor ouderen 2022 2030 2035 2040 10 15 20 30 15 20 30 35 35 50 75 100 15 20 30 40 160 185 235 270 90 130 205 290 155 195 270 335 475 615 860 1.105
Woonzorgcentrum (SOM) 2022 2030 2035 2040 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 5 0 0 0 0 10 10 10 10 5 5 5 5 10 10 10 10 30 30 30 30
Woonzorgcentrum (PG) 2022 2030 2035 2040 0 0 0 0 0 0 5 5 5 5 10 10 0 5 5 5 40 35 30 25 15 15 20 25 25 30 35 35 90 100 100 100
Bron: Woonzorgweter, bevolkingsprognose Nuenen, indicatiegegevens CIZ en CBS-Microdata.
820.105 | Woonzorganalyse
20
De vraag naar geclusterd wonen gaat in absolute zin het sterkste stijgen in Nuenen-Oost, Nuenen-Zuid en Nuenen-Noord. In relatieve zin stijgt de vraag naar geclusterd wonen het sterkste in Nuenen-Oost, Boord en Opwetten en Gerwen. (in al deze gebieden zien we tenminste een verdubbeling van de vraag tussen 2022 en 2040). De vraag naar een plek in een woonzorgcentrum stijgt in absolute zin het sterkst in Gerwen en Nuenen-Oost. Het spreekt vanzelf dat de kern waar de vraag ontstaat niet altijd de kern kan zijn waar het aanbod gecreëerd kan of zou moeten worden.
3.5 Vraag naar woonconcepten binnen geclusterd wonen Verschillende groepen ouderen zoeken verschillende typen geclusterde woonvormen. Welke keuzes groepen ouderen hierin maken is onder meer afhankelijk van hun waardenprofiel en financiële mogelijkheden, die wij samenbrengen in zogeheten ‘woonstijlen’. Tabel 3.5: Indeling voor woonstijlen naar generatie (geboortejaar) en financiële positie
Stille Generatie (1940 e.o.) Protestgeneratie (1940 - 1955) Generatie X (1955 - 1970)
Lagere financiële positie Kwetsbare ouderen Traditionele buurtbewoners Actieve buurtbewoners
Middel financiële positie Oudere comfortzoekers Vitale comfortzoekers Moderne hofjesbewoners
Hoge financiële positie Welgestelde cultuurminnaars Welgestelde levensgenieters Ondernemende levensgenieters
ouderen zijn. Op dit moment hebben zij nog een beperkte vraag naar geschikte en geclusterde woonvormen. Naarmate de leeftijd vordert zal de vraag toenemen naar seniorenwoningen. De indeling naar woonstijlen is gebaseerd op analyses van feitelijke en subjectieve informatie (CBS-Microdata, het WoON en sociologisch onderzoek naar generaties en waardepatronen) ten aanzien van het inkomen, leeftijd, huishoudenssamenstelling, stedelijkheid, opleiding en vermogen. In welke groep iemand is ingedeeld, is onder meer afhankelijk van het geboortejaar (generatie) en de financiële positie. Wij maken een inschatting van de keuze die mensen gaan maken op het moment dat zij verhuizen naar een geclusterde woonvorm voor ouderen. Dit leidt tot een ‘woonmix’ per woonstijl (zie bijlage 6). In de woonmix maken wij primair het onderscheid tussen de voorkeur voor appartementen (afkorting app: weinig onderhoud, overzichtelijk en gezamenlijke voorzieningen) en grondgebonden woningen (afkorting ggb: groter woonoppervlak, buitenruimte en meer zelfstandigheid). Secundair geven we aan welke woonconcepten goed passen bij de waarden en de financiële positie van de woonstijlen.
Generatiewissel De ideale woonmix van de totale groep ouderen zal van jaar op jaar veranderen, omdat generaties elkaar opvolgen en de verhouding tussen de woonstijlen dus ook verandert. Figuur 3.5 geeft een beeld van deze generatiewissel: in deze grafiek is te zien hoe de totale groep 65-plushuishoudens op enig moment is samengesteld, uitgedrukt in woonstijlen. We zien dat de ‘stille generatie’ geleidelijk aan uit beeld verdwijnt en Generatie X zijn opwachting maakt. Vanaf 2040 zien we dat een nieuwe generatie in beeld komt: de ‘Pragmatische generatie’ (nu 37 tot en met 52 jaar).
Wij zien negen dominante woonstijlen onder huidige en toekomstige generaties ouderen (50+) (bijlage 6). In de woonstijlen worden 50-65-jarigen meegenomen, omdat deze groep in de toekomst de ‘nieuwe’ generatie
820.105 | Woonzorganalyse
21
Woningtype en woonconcept Op basis van de woonwensen per woonstijl (bijlage 6) en de prognose van woonstijlen (figuur 3.5) is het mogelijk om een prognose op te stellen van gewenste woningtypes en woonconcepten binnen het geclusterd wonen. Figuur 3.6 geeft weer hoe de behoefte aan diverse woonconcepten binnen het geclusterd wonen zich door de tijd naar verwachting zal ontwikkelen (in aandelen). De relatieve behoefte aan traditionele vormen van geclusterd wonen, zoals seniorencomplexen en grondgebonden seniorenwoningen, zal met de komst van nieuwe generaties, geleidelijk gaan afnemen. Het hofjeswonen en luxe levensloopbestendige appartementen zullen relatief gezien aan populariteit winnen.
Figuur 3.5: Verdeling 65-plushuishoudens naar (2022 - 2040; afgerond op 10-tal) 100%
250 200 150
90% 80%
1.630
70%
gemeente
690 1.120 540
1.590
420
Nuenen
230 180 140
1.270 880
60% 50%
610
1.440
670 30% 20% 10% 0%
680
1.000
600
40%
1.160 650
540
470
590
440
120 240
230 60 120
470
610 160 310
2022 2025 Pragmatische Generatie 1970 - 1985 Generatie X 1955 - 1970 Protestgeneratie 1940 - 1955 Stille Generatie
820.105 | Woonzorganalyse
woonstijl
770
770 290 310
2030 2035 2040 Pragmatische gen. - Hoog Pragmatische gen. - Midden Pragmatische gen. - Laag Ondernemende levensgenieters Moderne hofjesbewoners Actieve buurtbewoners Welgestelde levensgenieters Vitale comfortzoekers Traditionele buurtbewoners Welgestelde cultuurminnaars Oudere comfortzoekers Kwetsbare ouderen
22
Figuur 3.6: Gewenste verdeling binnen geclusterd wonen, naar woonconcept
3.6 Voorraadinventarisatie woningen voor ouderen
2022
24%
21%
12%
11%
11%
7%
2025
22%
21%
12%
13%
13%
7% 10%
2030
20%
21%
11%
15%
15%
7%
9%
2035
19%
21%
10%
17%
16%
6%
9%
2040
19%
20%
10%
18%
17%
6% 8%
Uit een inventarisatie onder zorgaanbieders en corporaties komt naar voren dat de gemeente Nuenen momenteel beschikt over 386 sociale huurwoningen7 in geclusterde woonvormen voor ouderen. Het gaat hier om woningen in complexen die hoofdzakelijk door ouderen worden bewoond én toegankelijk zijn zonder Wlz-indicatie. Verder zien we 100 plaatsen voor woonzorgcentrum. Deze plekken worden bewoond door mensen met somatische (20 plekken) of psychogeriatrische (80 plekken) klachten. De praktijk leert dat een (groot) deel van deze plekken wisselend inzetbaar is: hetzij voor mensen met somatische of psychogeriatrische problematiek, hetzij soms ook voor thuiszorg (Zvw) en tijdelijke zorg.
0%
20%
40%
60%
80%
10%
100%
Seniorencomplex (app)
Serviceflat (app)
Verzorgd wonen (app)
Hofjeswonen (app)
Hofjeswonen (ggb)
Grondgebonden woningen (ggb)
Zorgvilla (app)
Luxe appartementen (app)
De tabel toont het aanbod aan woonvormen voor ouderen zoals dat in de inventarisatie naar voren is gekomen. Het aanbod in de vrije sector huur en koopsector komt voornamelijk vanuit CBS-Microdata; mogelijk hebben we niet al het aanbod in deze sectoren compleet in beeld.
Bron: Woonzorgweter, huishoudensprognose Nuenen en CBS-Microdata.
Figuur 3.6 laat zien dat de behoefte aan traditionele vormen van geclusterd wonen, zoals seniorencomplexen en levensloopbestendige woningen, met de komst van nieuwe generaties geleidelijk zal gaan afnemen. Een deel van de oudere bevolking zal hier echter wel behoefte aan houden. Het hofjeswonen zal aan populariteit winnen.
7
Wettelijk is vastgelegd dat huishoudens met een inkomen tot € 44.035 voor éénpersoonshuishoudens en € 48.035 voor meerpersoonshuishoudens (peiljaar 2023) tot de doelgroep van
820.105 | Woonzorganalyse
de woningcorporaties behoren. Zij kunnen een beroep doen op woningen tot de liberalisatiegrens van € 808,06 (prijspeil 2023).
23
Tabel 3.6: Voorraad geclusterd woningaanbod naar aanbieder (situatie 2022)
Zorgaanbieders Archipel Zorggroep Savant
Woonzorgcentrum PG
Woonzorgcentrum SOM
50 30
20
7%
Tot € 452
18%
237 100 49
€ 648 - € 693
31 4 1
€ 694 - € 808 > € 808 66%
Schatting op basis van microdata 80
20 100
386
65
100
101
100 587
Bron: Aanbodinventarisatie Companen en CBS-Microdata.
Kenmerken geclusterde woningen in het corporatiebezit In de aanbodinventarisatie is aan corporaties gevraagd naar de kenmerken van hun huidige aanbod in geclusterde woonvormen voor ouderen. In totaal hebben de corporaties 422 woningen (sociale huur: 386; vrije sector huur: 36) in geclusterde woonvormen. Het grootste deel hiervan heeft een huurprijs tussen de eerste en tweede aftoppingsgrens (68%). Er is geen geclusterd aanbod voor ouderen met een huurprijs tot de kwaliteitskortingsgrens. Corporaties hebben 9% aanbod geclusterd wonen boven de liberalisatiegrens. In onderstaand figuur is de verdeling te zien over de verschillende huurprijsklassen (prijspeil 2022).
820.105 | Woonzorganalyse
9%
€ 452 - € 647
Helpt Elkander Wooninc. Woonzorg Nederland
Totaal
Figuur 3.7: Verdeling geclusterd wonen corporatiebezit naar huurprijsklasse
Geclusterd wonen Vrije Sociale sector huur huur Koop
Bron: Aanbodinventarisatie Companen.
Voor de 422 corporatiewoningen hebben we ook informatie van de verhuurders ontvangen over de toegankelijkheid. We weten dat van deze woningen 100% levensloopgeschikt is. 12% is rolstoelgeschikt. Naast de huurprijs en toegankelijkheid van de geclusterde woningen van de corporaties in Nuenen is in de aanbodinventarisatie ook gevraagd naar andere kenmerken. Ongeveer 32% heeft een ontmoetingsruimte binnen het complex. Voor 4% van de geclusterde woningen voor ouderen is er geen sprake van een inpandige ontmoetingsruimte, maar is er wel een ontmoetingsruimte in de nabijheid van de woningen (max 250 meter). 10% van de geclusterde corporatiewoningen voor ouderen heeft geen ontmoetingsruimte inpandig of in de nabijheid, maar wel een gezamenlijke buitenruimte. Bij 39% van de geclusterde woningen voor ouderen is er geen ontmoetingsruimte inpandig of in de buurt, en is er ook geen gezamenlijke buitenruimte.
24
Van de 422 corporatiewoningen geldt voor 86 woningen (20%) dat ze gelegen zijn in een complex waar een (gezamenlijke) scootmobielberging aanwezig is. Het veelgebruikte keurmerk voor woningen Woonkeur schrijft voor dat er in complexen die gericht zijn op mensen met een zorgvraag ten minste één scootmobielstalling per twee woningen is; voor complexen waar zowel mensen met als zonder zorgvraag wonen, stelt Woonkeur geen harde eis aan het minimaal aantal aanwezige stallingsplaatsen. Indien bewoners een zorgvraag hebben, kan in alle 422 corporatiewoningen Wlz-zorg via VPT of MPT geleverd worden. In zo’n 75% van deze woningen is er een goedwerkende Wifi verbinding aanwezig (ten behoeve van alarmering of zorg op afstand). Populariteit van het aanbod niet meegewogen Bij de inventarisatie van het woningaanbod is niet ingecalculeerd in hoeverre dit bij verhuisgeneigde ouderen gewild is. Daarin kan bijvoorbeeld een rol spelen hoe upto-date of verouderd de woningen zijn of in hoeverre zij in gewilde wijken of buurten of zelfs straten liggen. Daarmee moet rekening gehouden worden bij de interpretatie van de volgende match van vraag en aanbod.
3.7 De huisvestingsopgave: match vraag en voorraad In onderstaande tabellen is te zien wat de balans is van vraag en voorraad in de basisprognose en de trendprognose, uitgaande van het huidige aanbod en de verschillende vraagprognoses. Negatieve getallen betekenen kwantitatieve tekorten. Positieve getallen geven aan dat er – kwantitatief - meer aanbod is dan vraag, ook al hoeft dat kwalitatief niet het geval te zijn.
820.105 | Woonzorganalyse
Tabel 3.7: Vraag-aanbodbalans geclusterde woonvormen voor ouderen, basisprognose (2022 - 2040; huishoudens, afgerond op 10-tal) 2022 2025 2030 2035 2040 Geclusterd wonen 110 70 20 -15 -25 Woonzorgcentrum SOM -10 -15 -20 -25 -35 Woonzorgcentrum PG -15 -30 -50 -70 -90 Totaal 85 25 -50 -110 -150 Bron: Woonzorgweter, bevolkingsprognose Nuenen 2022, aanbodinventarisatie, CIZ zorggegevens en CBS-Microdata. Tabel 3.9: Vraag-aanbodbalans geclusterde woonvormen voor ouderen, trendprognose (2022 - 2040; huishoudens, afgerond op 10-tal) 2022 2025 2030 2035 2040 110 -30 -275 -520 -740 Geclusterd wonen -10 -10 -15 -15 -10 Woonzorgcentrum SOM -15 -20 -25 -20 -15 Woonzorgcentrum PG 85 -60 -315 -555 -765 Totaal Bron: Woonzorgweter, bevolkingsprognose Nuenen 2022, aanbodinventarisatie, CIZzorggegevens en CBS-Microdata.
Een vergelijking van de vraagprognoses met het huidige aanbod aan woonvormen voor ouderen, laat zien dat het huidige woningaanbod voor ouderen niet voldoende is om aan de toekomstige vraag te voldoen: • Het lijkt erop dat de huidige vraag naar geclusterd wonen voor ouderen meer dan voldoende gedekt wordt door het aanbod. Dit kan gezichtsbedrog zijn, omdat alle aanbod is meegeteld en niet alleen het `bij ouderen gewilde aanbod. In de toekomst ontstaan er met name in het trendscenario al snel flink oplopende tekorten, veel meer dan in het basisscenario. Dat verschil ís zo groot, omdat in de trendprognose is verwerkt dat de vraag naar geclusterd wonen van twee kanten uit groeit: meer mensen verhuizen vanuit hun reguliere woning naar geclusterd wonen en aan de andere kant gaan of moeten meer mensen met een zwaardere zorgbehoefte naar geclusterd aanbod omdat zij niet (meer) in woonzorg-
25
•
centra terecht kunnen omdat de capaciteit daarvan niet of nauwelijks meer groeit cq mag groeien. Het huidige totale aanbod aan plekken in een woonzorgcentrum is lager dan de vraag naar woonzorgcentrum-plekken. We zien een tekort van 15 PG-plekken en 10 SOM-plekken. In de basisprognose loopt het tekort aan PG-plekken op tot 90 plekken en in de trendprognose blijft het tekort in 2040 gelijk aan 15 plekken. Dit laatste is het gevolg van de rem die in het rijksbeleid op de capaciteitsuitbreiding is gezet.
Spreiding van voorzieningen In kernen en wijken waar veel ouderen wonen, is het belangrijk dat er voorzieningen aanwezig zijn. Op de interactieve kaart is te zien dat in Nuenen-Noord en Nuenen-Zuid een groot aandeel ouderen woont; in deze wijken zijn ook veel voorzieningen aanwezig. In Gerwen en Eeneind is het aandeel ouderen ook relatief hoog, maar zijn er nauwelijks voorzieningen aanwezig. Verder verwijzen wij naar de te genereren kaartbeelden: https://www.companen.nl/arcgis/woonzorganalyseNuenen
820.105 | Woonzorganalyse
26
4 Mensen met een lichamelijke beperking De doelgroep “mensen met een lichamelijke beperking” bestaat in Nuenen voor het overgrote deel uit ouderen, soms met een indicatie maar vaak ook niet. Veel mensen wonen in een reguliere woning (al of niet met aanpassingen). Is er sprake van ernstiger lichamelijke beperkingen (ook op jongere leeftijd), dan kan deze doelgroep een Wlz-indicatie krijgen (LG-groep). In het algemeen wonen deze mensen in kleinschalige, geclusterde woonvormen. Een deel woont in een groepswoning met gedeelde voorzieningen.
4.1 Woonwensen en woonvormen Mensen met een lichamelijke beperking hebben in beginsel behoefte aan een goed toegankelijke woning. De mate waarin een woning moet zijn aangepast, is natuurlijk afhankelijk van de aard en zwaarte van de beperking. Het is niet belangrijk of een woning grondgebonden is, mits een lift en elektrische toegangsdeuren aanwezig zijn. De woning zelf moet het liefst gelijkvloers zijn en genoeg ruimte bieden in de badkamer voor diverse hulpmiddelen. De woonomgeving moet toegankelijk zijn en de woning moet gelegen zijn in de buurt van voorzieningen zoals een huisarts, winkels en ontmoetingsplekken. Daarnaast moet er ook voldoende parkeergelegenheid zijn in de directe omgeving, bij voorkeur voor de deur.
8
4.2 Vraaganalyse Vraag naar woonzorgplekken voor LG-doelgroep Om een inschatting te maken van de omvang van de groep met een Wlzindicatie vanwege een lichamelijke beperking is gebruik gemaakt van de CIZdatabank. In januari 2022 hadden in Nuenen 5 mensen een LG-indicatie. Dit zijn met name mensen tussen de 18 en 65 jaar. Op basis van de demografische ontwikkeling verwachten we dat de vraag naar woonplekken voor deze groep de komende jaren gelijk blijft; een vraag van 5 woonplekken. We hebben geen aanbod in beeld voor mensen met een lichamelijke beperking. Volgens het aanbod dat wij in beeld hebben zou er dus een tekort aan 5 plekken zijn.
Vraag naar ‘geschikte’ woningen onderen ouderen en LG-doelgroep Om de vraag naar geschikte woningen te bepalen, maken we gebruik van onze ervaringen uit het werkveld, woonwensenonderzoeken onder ouderen en cijfers van onderzoeksbureau ABF Research. Er zijn ongeveer 875 huishoudens met een ADL-beperking8 in de gemeente Nuenen. Richting de toekomst spiegelen wij de behoefte aan geschikte woningen aan de ontwikkeling van de groep ouderen in vitaliteitstrede 2 tot en met 4, om daarmee rekening te houden met de effecten van de vergrijzing op de vraag naar geschikte woningen. We zien dat het aantal huishoudens met een ADL-beperking en daarmee ook de vraag naar geschikte woningen groeit met 495 woningen in de periode tot 2040.
Beperkingen bij Algemene Dagelijkse Levensverrichtingen zoals traplopen, zich wassen of aankleden. Bron: CBS-Microdata Gezondheidsenquête 55-plus en aanname 55-min.
820.105 | Woonzorganalyse
27
Figuur 4.2: Vraagprognose ‘geschikte’ woningen (2022 - 2040; huishoudens, afgerond op 5-tal) 1.600 1.400 1.200 1.000 800 600 400
875
950
2022
2025
1.135
1.270
1.370
2035
2040
200 0 2030
Bron: Woonzorgweter Companen.
Uitsplitsing rollator- en rolstoelgeschikte woningen Een deel van de mensen met een mobiliteitsbeperking maakt gebruik van een rolstoel; een veel groter deel heeft een lichtere beperking en kan ook uit de voeten met een rollator of stok. Dit verschil heeft ook consequenties voor het type woning dat zij nodig hebben. In deze paragraaf besteden we aandacht aan de uitsplitsing van de totale vraag naar toegankelijke woningen in ‘rolstoelgeschikte’ woningen, ‘rolstoeltoegankelijke’ woningen en ‘rollatorgeschikte’ woningen. In de praktijk blijkt namelijk dat een deel van de mensen die gebruik maakt van een rolstoel de rolstoel alleen buitenshuis gebruikt; zij kunnen daarom toe met een ‘rolstoeltoegankelijke’ woning.
geschikt is voor een rollator. Mensen die gebruik maken van een rolstoel hebben aanvullende eisen ten aanzien van toegankelijkheid in de woning, om zich vrij te kunnen bewegen door het huis. Een deel heeft behoefte aan een rolstoeltoegankelijke woning, een deel aan een rolstoelgeschikte woning. Er is geen betrouwbaar landelijk onderzoek dat aangeeft welk deel van de mensen met een mobiliteitsbeperking gebruik maakt van een rolstoel. Uit onderzoek dat Companen recent heeft uitgevoerd onder 55-plussers in de provincie Flevoland is wel een beeld af te leiden. In een enquête is gevraagd of iemand in het huishouden gebruik maakt van een hulpmiddel waaronder een rollator of rolstoel. Daarop hebben we doorgevraagd of de rolstoel binnenshuis, buitenshuis of binnen- én buitenshuis wordt gebruikt. Uit het onderzoek komt het volgende beeld naar voren: Tabel 4.1: Aandeel mensen met een mobiliteitsbeperking naar benodigd woningtype Geschiktheidstype Aandeel mensen met een mobiliteitsbeperking Rolstoelgeschikt 5% Rolstoeltoegankelijk 11% Rollatorgeschikt 84% Totaal 100% Bron: Resultaten enquête onder 55-plussers in de provincie Flevoland, 2022.