CConstaterende datNuenen
Koppel je AI →
Document · PDF

2023-14 Raadsinformatiebrief Woondeal Zuidoost-Brabant - Bijlage 2 - Regionale Woondeal Zuidoost-Brabant

Gemeenteraad 16 maart 2023, gemeente NuenenBij agendapunt: Raadsinformatiebrieven14.044 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Regionale Woondeal Zuidoost-Brabant

9 maart 2023

De Regionale Woondeal Zuidoost-Brabant is op 9 maart 2023 ondertekend door: de 21 gemeenten in Zuidoost-Brabant Asten – Bergeijk – Best – Bladel – Cranendonck – Deurne – Eersel – Eindhoven Geldrop-Mierlo – Gemert-Bakel – Heeze-Leende – Helmond – Laarbeek Nuenen, Gerwen en Nederwetten – Oirschot - Reusel-De Mierden – Someren Son en Breugel – Valkenswaard – Veldhoven – Waalre de 13 woningcorporaties in Zuidoost-Brabant Bergopwaarts – Compaen – Goed Wonen – Helpt Elkander – Sint Trudo – ‘thuis Volksbelang – Wocom Woningbelang – WSZ – Woonbedrijf Wooninc. – Woonpartners Provincie Noord-Brabant en de Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening met een steunverklaring van de waterschappen Aa en Maas – De Dommel

Woord vooraf In de regio Zuidoost-Brabant staan we voor een schaalsprong. De Brainport Eindhoven heeft zich de voorbije jaren ontwikkeld tot een van de krachtigste motoren van de Nederlandse economie. Daardoor groeit de regio hard. Dit vertaalt zich onder andere in een grote woningbouwopgave. De komende jaren staat onze regio voor een enorme opgave: het faciliteren van een schaalsprong en bijkomende vraagstukken. Dit vraagt op korte termijn om investeringen in extra woningen, extra werklocaties en belangrijke randvoorwaarden zoals een duurzaam mobiliteits- en energiesysteem. Leefbaarheid is hierbij een belangrijke doelstelling. Leefbaarheid van oude en nieuwe stadswijken, maar ook leefbaarheid van dorpen. In de steden hebben we aandacht voor diverse wijken met verschillende typen woningen en woonvormen. In de dorpen zijn nieuwe bouwprojecten onmisbaar om voldoende inwoners te houden om het voorzieningenniveau op peil te houden. Gezamenlijk zetten wij ons in voor de realisatie van minimaal 45.000 woningen in onze regio in de periode 2022-2030. Voor deze opgave staan wij gezamenlijk aan de lat. Wij hebben elkaar keihard nodig om dit voor elkaar te krijgen. De ondertekenende partijen committeren zich allen aan deze Woondeal, die een startpunt voor partnerschap is, geen eindproduct.

Dit partnerschap betekent dat we elkaar niet afrekenen op factoren die buiten iemands macht of mogelijkheden liggen. Wel spreken we elkaar aan wanneer we zien dat iemand extra stappen kan zetten. Door samen te werken, leren we beter en concreter wat er nodig is om de woningbouw te versnellen en problemen op te lossen zodat ieder vanuit de eigen rol, positie en mogelijkheden de juiste acties kan ondernemen. Met de woondeals versterken we onze samenwerking rond de volkshuisvesting. De woningbouwprogrammering per regio en gemeente klikken we vast. Iedereen weet dan hoeveel, voor wie en waar er gebouwd kan worden. Corporaties en marktpartijen weten wat ze kunnen bouwen. We spreken in de woondeals een samenwerkingsstructuur af. Lijnen met het Rijk worden korter. We zullen vaker contact hebben om die knelpunten op te lossen en om de woningbouw te versnellen. Alle partijen, Rijk, provincie, gemeente, corporaties, maar zeker ook de marktpartijen leveren hun aandeel. Met de woondeals nemen we samen de regie op de volkshuisvesting. Deze Woondeal is een start van een langjarige samenwerking om de woningbouwproductie in onze regio te vergroten. Na de ondertekening gaan we starten met de uitvoering van de woondeals. In het nader uit te werken ‘uitvoeringsprogramma’ maken we concreet wat ieders bijdrage hieraan is.

Woondeal Zuidoost-Brabant, 9 maart 2023

-1-

Overwegingen •

Om het woningtekort terug te dringen tot een gezond evenwicht, wordt met het programma Woningbouw nationaal ingezet in op de realisatie van 900.000 woningen tot en met 2030. Om dit te realiseren wordt gestreefd naar de groei tot 100.000 nieuwbouwwoningen per jaar vanaf 2024. Daarbij is het streven dat ten minste twee derde van de nieuwbouwwoningen betaalbaar zijn. Daarom is nationaal de bouw van 250.000 sociale corporatiewoningen en 350.000 woningen in het middensegment (middenhuurwoningen, waarvan 50.000 door corporaties, en betaalbare koopwoningen) nodig. Met gemeenten, provincies en Rijk maken we afspraken over ieders aandeel in het behalen van deze doelstellingen.

•

Het Rijk en de provincie Noord-Brabant hebben in oktober 2022 afspraken gemaakt over het provinciale aandeel in de Nationale opgaven (bruto nieuwbouwopgave 130.600 woningen). Deze opgave is in bijlage 1 bijgevoegd. In deze woondeal wordt een regionale doorvertaling naar gemeenten gemaakt van deze afspraken tussen Rijk en provincie.

•

Met deze woondeal worden de krachten van de verschillende overheidslagen gebundeld met als doel het versnellen van de woningbouw in de regio. Hiertoe leggen het Rijk, de provincie, corporaties en de regio (gemeenten) hun wederzijdse verantwoordelijkheden en inspanningen vast en erkennen zij wederzijds de in deze woondeal opgenomen kwantitatieve en kwalitatieve opgaven. De woondeal is het startpunt van een langjarig (tot en met 2030) partnerschap tussen gemeenten, provincie, corporaties en Rijk, in nauwe samenwerking met marktpartijen en maatschappelijke partners.

•

De langere horizon van deze afspraken (tot en met 2030) vereist ook realisme en aanpassingsvermogen als de omstandigheden wijzigen. De bouw van woningen kan complex zijn, lang duren en kost geld. Daarnaast is het een uitdaging voor de overheid en bouwsector om aan de benodigde mensen te komen voor de uitvoering van de gemaakte plannen. We moeten er dan ook samen alles aan doen om de opgave te realiseren. We bespreken frequent de voortgang van de realisatie van de woningbouw en ondernemen in een vroegtijdig stadium actie als de voortgang daarvoor aanleiding geeft.

•

In 2019 is een Woondeal gesloten tussen rijk, Stedelijk Gebied Eindhoven (SGE) en de provincie Noord-Brabant. De aanleiding en uitgangspunten voor deze Woondeal zijn onverkort van toepassing. De afspraken uit de Woondeal SGE gaan op in deze woondeal, zoals onder andere in paragraaf 9.4 verwoord.

•

De ambitie van de regio Zuidoost-Brabant is om meer woningen te realiseren (70.000 tot 90.000 tot 2040), zodat het woningtekort sneller wordt ingelopen en de Brainportregio de noodzakelijke schaal- en kwaliteitssprong kan maken, zoals vastgelegd in de Nationale Actieagenda Brainport. Deze grotere opgaven en grotere ambities die in de regio en bij de gemeenten aanwezig zijn worden afgewogen en afgestemd via de uitwerking van de Regionale Ontwikkelstrategie Zuidoost-Brabant en in overleg met partners zoals de corporaties (wat is haalbaar) verwerkt in een actualisatie van de Woondeal.

•

De schaalsprong is geen toekomst, maar feitelijk al ingezet. Door de groei van de hightechindustrie groeien ook andere sectoren mee, wat naar verwachting ca. 70.000 extra banen oplevert in de gehele regio. Deze extra werkgelegenheid resulteert naast de huidige opgave in een forse extra woningbouwopgave, een toename van de mobiliteit en een toenemende druk op de leefbaarheid, het voorzieningenniveau en op de leefkwaliteit (brede welvaart). De aan de banengroei gekoppelde behoefte aan woonruimte is nu al, en zal nog verder, zichtbaar worden in de gehele regio en in alle woonmilieus. Deze (forse) extra woningbouwopgave wordt uitgewerkt in de Regionale ontwikkelstrategie Zuidoost-Brabant. Deze woondeal beperkt zich tot de minimale opgave tot en met 2030.

Woondeal Zuidoost-Brabant, 9 maart 2023

-2-

•

Voldoende, passende woningbouw op goede locaties is noodzakelijk om te voorzien in de woningbehoeften, maar ook voor het behoud en versterken van de economische kracht van de regio en het behoud van de vitaliteit van onze steden en dorpen. Brainport Eindhoven laat al meer dan 10 jaar bovengemiddelde economische groeicijfers zien en dat is goed voor Zuidoost-Brabant, maar ook voor de ontwikkeling van Nederland. Deze groei willen we blijvend faciliteren, met behoud van kwaliteit en eigenheid van de regio.

•

De hele regio Zuidoost-Brabant ervaart de gevolgen van het huidige woningtekort en de druk op de betaalbaarheid van het wonen. Dit vraagt om een versnelling van de woningbouwproductie en het wegnemen van belemmeringen. Het hebben van voldoende beschikbare en betaalbare woningen om het (internationaal) talent naar deze regio te kunnen trekken en vervolgens vast te kunnen houden is een urgente opgave. Ook ligt er een opgave op het gebied van sociale huur; in een regio waarin groei en inclusiviteit centraal staan moet er ook daarvoor voldoende plek zijn. Met de economische ontwikkeling en aantrekkingskracht komen er niet alleen hoogopgeleiden en hogere inkomens naar de regio, ook mensen met een lager inkomen moeten aan een betaalbare en passende woning kunnen komen. Daarnaast hebben veel inwoners in de regio een (veranderende) woningbehoefte zoals senioren en starters op de woningmarkt. Tot slot zijn er de studenten en bijzondere doelgroepen die dringend behoefte hebben aan passende woonruimte.

• In Zuidoost-Brabant wordt gestreefd naar evenwichtige groei, die past bij de huidige en de toekomstige ontwikkelingen (zie ook de uitwerking van de Ontwikkelstrategie ZuidoostBrabant, in voorbereiding). Rollen en verantwoordelijkheden • Eén overheid: Gemeenten, provincies, waterschappen en Rijk zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor de versterking van de regie op de woningbouw en het realiseren van de woningbouwopgave. Alle overheidslagen dragen bij aan de woningbouwopgave vanuit hun specifieke rol in aansluiting op het huis van Thorbecke, en wet- en regelgeving zoals de Woningwet, de Huisvestingswet, de Wet Ruimtelijke Ordening en de Omgevingswet. In aansluiting daarop herbevestigen we het volgende: o

De Colleges van B&W zijn als eerste bestuursorgaan verantwoordelijk voor de zorg voor de fysieke leefomgeving. In aansluiting daarop zetten de gemeenten zich in voor voldoende bouwlocaties in ruimtelijke plannen voor de realisatie van de woningbouwafspraken uit de regionale woondeals. Met inzet van de wettelijke instrumenten zorgen gemeenten voor de benodigde (harde) plancapaciteit in de verschillende prijssegmenten (sociale huur, middenhuur en betaalbare koop) en voor verlening van omgevingsvergunningen.

o

De Dagelijks Besturen van de waterschappen zijn verantwoordelijk voor een doelmatig waterbeheer. In de Omgevingsplannen houden de gemeenteraden rekening met het waterbelang met het oog op behoud van waterkwaliteit en het voorkomen van wateroverlast, droogte en overstromingen om te komen tot een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, onder meer woningbouwlocaties. Daarbij geldt onder meer het uitgangspunt van “water en bodem sturend’’. De concrete uitwerking daarvan vindt plaats in het rijksprogramma water en bodem sturend.

o

De Provinciale Omgevingsvisie, (interim) omgevingsverordening en programma1 vormen het bovenliggende beleidskader en bevat de regels en voorwaarden voor de regionale woonvisies en regionale woningbouwprogramma's. Vanuit deze wettelijke bevoegdheid is het college van Gedeputeerde Staten van de provincie verantwoordelijk voor de

Omgevingsvisie Noord-Brabant, (Interim) Omgevingsverordening, (Ontwerp) Beleidskader Leefomgeving, (Ontwerp) Beleidskader Wonen en Werken 1

Woondeal Zuidoost-Brabant, 9 maart 2023

-3-

gebiedsgerichte coördinatie van de (ruimtelijke) doorvertaling van de provinciale woningbouwopgave in regionaal verband met de gemeenten. Het college van Gedeputeerde Staten van de provincie stuurt actief op de kwantitatieve en kwalitatieve woningbouwprogrammering, waarbij het kwalitatieve in deze afspraken voor nu vooral de betaalbaarheid betreft. Doel is het toewerken naar meer balans in de woningvoorraad, met een streven naar 30% sociale huurwoningen in de bestaande voorraad op provinciaal niveau, regionaal niveau en lokaal niveau. Daarbij kunnen provincies rekening houden met specifieke situaties in regio’s waarbij het toegroeien naar 30% evident niet logisch of haalbaar is. Provincies bevorderen door actieve sturing deze evenwichtige verdeling tussen en in de woondealregio’s. Eventueel extra noodzakelijk juridisch instrumentarium zal onderdeel uitmaken van de wet regie volkshuisvesting. o

•

De minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening is verantwoordelijk voor de realisatie van de nationale opgave en stelselverantwoordelijk voor de versterking van het wettelijk instrumentarium voor de medeoverheden om de woningbouwopgave te realiseren en voor ondersteuning van de uitvoering via inzet van (financiële) middelen. De minister stuurt actief op de realisatie van de nationale opgave door intensief en periodiek overleg met medeoverheden en monitoring van de woningbouw. Daarnaast coördineert de minister de opgaven die samenhangen met de woningbouw met de medeoverheden en andere departementen. Zo nodig hakt de minister voor VRO samen met collegabewindspersonen knopen door.

De woningcorporaties zetten zich vol in op de volkshuisvestelijke opgave uit de Nationale Prestatieafspraken op de prestatievelden beschikbaarheid, duurzaamheid, betaalbaarheid en leefbaarheid. Daarmee leveren zij een belangrijke bijdrage aan het volkshuisvestelijke beleid in de regio Zuidoost-Brabant. Ten aanzien van de woningbouwopgave nemen zij de verantwoordelijkheid voor de realisatie van de volledige opgave in de sociale huur, zoals opgenomen in deze woondeal, en dragen zij bij aan de realisatie van middenhuurwoningen, flexwoningen en geclusterde woonvormen voor ouderen.

Woondeal Zuidoost-Brabant, 9 maart 2023

-4-

1. Woningbouwopgave: van provinciale naar regionale opgave 1.1 We hebben een gezamenlijke opgave. Om het huidige woningtekort aan te pakken is het noodzakelijk om de komende jaren het bouwtempo flink te verhogen en sneller en meer woningen bij te bouwen. In heel Nederland zijn tot en met 2030 in totaal 900.000 woningen nodig. 130.600 van deze woningen moeten worden gerealiseerd in provincie Noord-Brabant. In de Bestuurlijke afspraken woningbouw Rijk-provincie 2022-2030 hebben de provincie Noord-Brabant en het Rijk hier afspraken over gemaakt. De regio zet zich, in samenwerking met corporaties en marktpartijen, in voor de realisatie van minimaal 45.135 woningen in de periode 2022 tot en met 2030. 1.2 Elke gemeente neemt een fair share van de regionale opgave. We maken daarom afspraken over de minimale opgave per gemeente (zie bijlage 2). Meer realiseren mag, dan wordt het woningtekort sneller ingelopen. Uiteraard wel op goede, ruimtelijk afgewogen en regionaal afgestemde locaties.

Tabel 1a:

Fair share woningbouwopgave Zuidoost-Brabant 2022 t/m 2030 Provinciaal bod aan BZK uitgesplitst naar (sub)regio en gemeente Bruto Netto toe te nieuwbouwopgave voegen aan de voorraad

Regio Zuidoost-Brabant

45.130

41.985

Stedelijk Gebied Eindhoven Best Eindhoven Geldrop-Mierlo Helmond Nuenen c.a. Oirschot Son en Breugel Veldhoven Waalre

35.920 1.765 21.375 1.575 6.450 815 695 655 1.880 710

33.415 1.640 19.885 1.465 6.000 760 645 610 1.750 660

A2-gemeenten Cranendonck Heeze-Leende Valkenswaard

1.955 555 315 1.085

1.820 515 295 1.010

De Kempen Bergeijk Bladel Eersel Reusel-De Mierden

2.600 645 820 545 590

2.420 600 765 505 550

De Peel Asten Deurne Gemert-Bakel Laarbeek Someren

4.655 690 1.080 1.270 735 880

4.330 640 1.005 1.180 685 820

NB: Peildatum 1-10-2022. Genoemde aantallen zijn afgerond op 5-tallen. Daardoor kunnen in de totalen afrondingsverschillen ontstaan.

Tabel 1a: Verdeling van de bruto nieuwbouwopgave en de minimaal netto toe te voegen woningen van het aandeel van de regio in het provinciaal bod aan BZK naar de gemeenten en subregio’s. In bijlage 2 is verdere een specificatie opgenomen.

Woondeal Zuidoost-Brabant, 9 maart 2023

-5-

1.3 De gemeenten dragen zorg voor voldoende plancapaciteit voor de realisatie van de met de provincie afgesproken woningbouwopgave in de regio. Gemeenten zorgen voor 130% plancapaciteit (t.o.v. de minimale woningbouwopgave) tot en met 2030 en streven ernaar dat deze op tijd ‘hard’ is (steeds 3 jaar vooruit 100% harde plancapaciteit), d.w.z. gelijk aan de minimale woningbouwopgave. 1.4 De gemeenten dragen zorg voor het tijdig afgeven van aangevraagde vergunningen voor de realisatie van de afgesproken woningbouwopgave in de regio. 1.5 Om de woningbouwopgave uit tabel 1 te realiseren, is het noodzakelijk de plancapaciteit op te harden. Gemeenten spannen zich in om ‘zachte’ woningbouwplannen tijdig om te zetten in ‘harde’ plannen met daarbij specifieke aandacht voor het zo snel mogelijk opharden van de plannen voor de eerstkomende 3 jaar. Indien nodig jaagt de provincie de gemeenten aan. Het regionale aandeel in de provinciale opgave De regio realiseert in de periode 2022-2030 minimaal 45.130 woningen. De woningbouwrealisatie bestaat uit minimaal 30% sociale huur, minimaal 16% middenhuur en minimaal 20% betaalbare koopwoningen. Het minimum van 30% sociale huur en twee derde betaalbaar in de nieuwbouwopgave geldt voor elke gemeente, de verdeling tussen middenhuur en betaalbare koop kan per gemeente verschillend zijn.

Tabel 1b: Regionale opgave per jaar Jaartal

Bruto nieuwbouw opgave

2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 Totaal

4.230 3.515 5.430 5.435 5.380 5.220 5.145 4.980 4.970 45.130

Netto toe te Beschikbare Aantal voegen aan de plancapaciteit woningen in woning(aantal harde voorraad woningen) plancapaciteit 3.875 3.160 5.190 5.190 5.135 4.985 4.915 4.750 4.785 41.985

8.360 8.360 8.360 8.360 8.360 4.015 4.015 4.015 4.015 57.870

4.635 4.635 4.635 4.635 4.635 625 625 620 620 25.660

Opgave betaalbaarheid (netto) Sociale huur 30%

Middenhuur 16%

1.165 950 1.555 1.555 1.540 1.495 1.475 1.425 1.435 12.595

645 525 865 865 855 830 820 790 800 6.995

Betaalbare koop 20% 775 630 1.040 1.040 1.025 995 985 950 955 8.395

NB: De aantallen zijn afgerond op vijftallen. Daardoor kunnen afrondingsverschillen ontstaan.

Tabel 1b: Bovenstaande tabel geeft een overzicht van de aantallen op regioniveau. In bijlage 2 is een verdere uitsplitsing per gemeente toegevoegd. 1.6 Flexibele of tijdelijke woningen kunnen snel worden gerealiseerd en ook worden geplaatst op locaties die slechts tijdelijk beschikbaar zijn om te wonen. Daarmee helpt dit type woningen om de acute woningnood te verkleinen. Daarom wordt landelijk gestreefd te versnellen naar de realisatie van 15.000 flexwoningen per jaar. Hierbij wordt ingezet op kwalitatief hoogwaardige woningen. De regio zet zich in om hieraan een bijdrage van 738 flexwoningen per jaar te leveren. Dit aantal is onderdeel van de totale opgave opgenomen in tabel 1a. In de provinciale woondeal hebben het Rijk en de provincie Noord-Brabant afgesproken dat er wordt gewerkt aan de verdere uitrol van de provinciale ‘vloot van flexwoningen’. Met de inzet op

Woondeal Zuidoost-Brabant, 9 maart 2023

-6-

de realisatie van (indicatief) zo’n 2.500 tot 3.000 flexwoningen de komende 3 tot 5 jaar, draagt de provincie bij aan zowel kwantitatieve (versnelling) als kwalitatieve opgaven (veranderende vraag). Hierbij heeft de provincie oog voor vernieuwende en betaalbare woonconcepten. Daarbij wordt wel in het oog gehouden dat tijdelijke woningen geen belemmering mogen zijn voor het realiseren van permanente woningbouw. Omdat het woningen betreft op tijdelijke locaties stelt het Rijk een herplaatsingsgarantie beschikbaar. Onderdeel van de herplaatsingsgarantie is dat gemeenten, regio en provincie ervoor zorgen dat er na de tijdelijke exploitatie in de betreffende gemeente, regio of provincie een volgende locatie beschikbaar komt voor de flexwoningen. In het uitvoeringsprogramma wordt bepaald hoe invulling kan worden gegeven aan een locatiebank, waarin de gemeenten locaties verzamelen die gedurende een bepaalde periode beschikbaar zijn voor tijdelijke woningen. Begin Q4 2023 wordt het aandeel flexwoningen per gemeente opgenomen in de actualisatie van de woondeal. Projecten voor flexwoningen die in 2022 en 2023 al in voorbereiding of uitvoering zijn tellen mee in de opgave en worden meegenomen in de actualisatie. 1.7 Met het transformeren van vastgoed worden extra woningen gecreëerd. Daarnaast kan het bijdragen aan de vitaliteit van steden, dorpen en gebieden.

Daarom wordt landelijk gestreefd naar de realisatie van 15.000 woningen per jaar door middel van transformatie. De regio zet zich in om hieraan een bijdrage te leveren. De gemeenten hebben nog niet in beeld of er te transformeren vastgoed in de huidige plannen is opgenomen. Met de actualisering van de gemeentelijke woningbouwmatrices komt deze informatie in Q2 van 2023 beschikbaar. Kansrijke locaties voor transformatie worden daarbij ook in beeld gebracht. In de eerstvolgende actualisatie van de woondeal (begin Q4 2023) worden de aantallen per gemeente opgenomen. 1.8 Ondertekenende partijen maken in 2023 afspraken over de wijze waarop gezamenlijk de voortgang van de uitvoering van de afspraken uit de woondeal wordt gemonitord en besproken. 1.9 Regionale partijen zorgen voor een gezamenlijk monitoringssysteem voor 21 gemeenten, gebruikmakend van wat er al aanwezig is in de SGE-regio, en regulier ambtelijk en bestuurlijk woonoverleg op niveau van 21 gemeenten.

Woondeal Zuidoost-Brabant, 9 maart 2023

-7-

2. Bouwlocaties 2.1 De bouwlocaties in onderstaande tabel en kaart zijn aangewezen als sleutelprojecten in de regio en noodzakelijk voor realisatie van de regionale opgave. Deze lijst is dynamisch. Ook andere woningbouwlocaties houden we in het vizier. Eventuele knelpunten voor de realisatie van deze locaties worden voor de herijking van de woondeal eind 2023 in kaart gebracht. We blijven via de woondeal- en versnellingstafel met elkaar het continue gesprek voeren om gesignaleerde knelpunten ten behoeve van de realisatie aan te pakken. Sleutelprojecten zijn locaties die een wezenlijke bijdrage leveren aan de lokale en regionale woningbouwopgave, zowel kwantitatief als kwalitatief. Op deze locaties wordt ca. 85% van de opgave gerealiseerd. Deze projecten zijn ruimtelijk akkoord bevonden en regionaal afgestemd. Daardoor is er een grote mate van zekerheid dat ze ook gerealiseerd gaan worden. Deels zijn deze sleutelprojecten al in uitvoering. Voor onderstaande lijst is een ondergrens van ca. 200 woningen gekozen voor de regionaal significante locaties, om de lijst overzichtelijk te houden. Omdat de bijdrage van elke gemeente essentieel is voor de realisatie van de woningbouwopgave zijn voor die gemeenten waar geen projecten van 200 woningen of meer aanwezig zijn, de twee belangrijkste projecten opgenomen.

Alle woningbouwlocaties klein en groot zijn van belang voor de realisatie van de regionale opgave, vanuit kwantiteit, maar vooral ook vanuit kwaliteit en diversiteit. Deze locaties worden niet allemaal specifiek benoemd in deze Woondeal, maar maken hier wel integraal onderdeel van uit. De totale voortgang wordt gemonitord, waarbij ook het gesprek wordt gevoerd over eventuele knelpunten op deze locaties. Het afwegingskader van de regionale ontwikkelstrategie Zuidoost-Brabant (oplevering juli 2023) en het Ontwikkelperspectief voor NOVEX-gebied Stedelijk Brabant (oplevering BO Leefomgeving juni 2023) zijn leidend voor het toevoegen van nieuwe locaties. BZK en regio hebben op het BO-MIRT 2022 afspraken gemaakt over investeringen in de HOV4 (rijksbijdrage €132 mln) en Multimodale Knoop (rijksbijdrage € 469 mln), De investeringen in de Multimodale Knoop maken het mogelijk de verwachte reizigersgroei van het Openbaar Vervoer in de regio te accommoderen en dragen bij aan de bouw van bijna 5.000 woningen tot en met 2030 en nog eens bijna 5.000 woningen na 2030. De investering in de HOV4 draagt direct bij aan de realisatie van circa 11.400 nieuwe woningen, waarvan ruim 6.500 woningen tot en met 2030 (en bijna 5.000 woningen in de periode daarna) en versterkt de verbinding van centrum met de economische toplocaties.

Woondeal Zuidoost-Brabant, 9 maart 2023

-8-

Tabel 2:

Sleutelprojecten woningbouw Zuidoost-Brabant 2022 t/m 2030 Categorieën:

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15

16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43 44 45 46 47 48 49 50 51 52 53

A B C

Grote locaties die een bijdrage hebben gekregen van Rijk en/of provincie Regionaal significante locaties, vanaf ca. 200 woningen Belangrijkste locaties van lokale betekenis, voor zover niet eerder genoemd

Aantal woningen 180 67 58 220 600 880 90 90 94 99 316 250 250 175 6.000

In- of uitbreiding, tijdelijk uitbreiding uitbreiding uitbreiding uitbreiding inbreiding uitbreiding inbreiding uitbreiding uitbreiding uitbreiding inbreiding uitbreiding inbreiding uitbreiding inbreiding

Eindhoven Emmasingelkwadrant Eindhoven Castiliëlaan Eindhoven Strijp-S fase 4 Eindhoven Binnen de Ring, overig Eindhoven Blixembosch Eindhoven Tongelresche Akkers Eindhoven/Veldhoven Ontwikkelas HOV 4 (Eindhoven buiten de Ring en Veldhoven) Geldrop-Mierlo Centrumimpuls Geldrop Geldrop-Mierlo Luchen, Mierlo Gemert-Bakel Hooghland Gemert-Bakel Doonheide II en III Heeze-Leende De Bulders Heeze-Leende Diverse inbreidingsprojecten Helmond Centrum-noord Helmond Brainport Smart District (tijdelijke woningen) Helmond Brandevoort (Brainport Smart District) Helmond Centrum Plus (excl. Transformatie Stationskwartier en Houtsdonk) Helmond Transformatie Stationskwartier en Houtsdonk Laarbeek Heuvelsche Velden, Beek en Donk Laarbeek Klokkengieterij, Aarle-Rixtel Nuenen c.a. Nuenen-West Nuenen c.a. Luistruik Oirschot De Kemmer Oirschot Ekerschot Someren Groote Hoeven Someren Goede Vaart Son en Breugel Planetenlaan/Eind Son en Breugel Ruysdaalstraat Reusel-De Mierden Rogse Wieken, Hooge Mierde Reusel-De Mierden Centrumplan Reusel Valkenswaard Wilde Wingerd Valkenswaard Parallelweg noord Veldhoven City Centrum Veldhoven Zilverackers Veldhoven Djept Veldhoven Genderkwartier Waalre Ekenrooi-zuid Waalre Waalre-noord

900 700 1.382 6.218 181 447 3.500

inbreiding tijdelijk inbreiding inbreiding uitbreiding uitbreiding inbreiding

800 500 100 500 350 250 900 500

inbreiding uitbreiding uitbreiding uitbreiding uitbreiding inbreiding inbreiding tijdelijk

A B C B B C A A

2.100 2.500

uitbreiding inbreiding

B B

1.500

inbreiding

A

65 63 1.284 112 400 148 97 68 46 43 90 40 58 62 750 1.200 302 196 229 610

uitbreiding inbreiding uitbreiding inbreiding uitbreiding uitbreiding uitbreiding uitbreiding inbreiding inbreiding uitbreiding inbreiding inbreiding inbreiding inbreiding uitbreiding inbreiding inbreiding uitbreiding uitbreiding

C C B C B C C C C C C C C C B B B B B B

Totaal aantal woningen in sleutelprojecten Percentage van totale bruto nieuwbouwopgave 2022 t/m 2030

38.560 85%

Gemeente Asten Asten Bergeijk Bergeijk Best Best Bladel Bladel Cranendonck Cranendonck Deurne Deurne Eersel Eersel Eindhoven

Naam project Loverbosch fase 3a Heusden Oost Kapelledries fase III Hoge Berkt II Stationsgebied Aerlesche Erven Kempenland 1e fase Lange Trekken Neerlanden II Boschakkers Boerenbondterrein Binderendreef-Grote Bottel STG-terrein Veldhoek Eersel Internationale Knoop XL (incl. Fellenoord en District-E)

Woondeal Zuidoost-Brabant, 9 maart 2023

Ontvangen Categorie bijdrage Van C C C B B B C C C C A € 1.604.732 BZK - WBI 3 B B C A € 75.000.000 BOL 2022; en € 469.000.000 Multimodale Knoop; en € 13.000.000 BV Ontwikkelmaatschappij Fellenoord (PNB); en € 1.500.000 BZK - WBI 2 € 23.311.954 BZK - WBI 3 A € 4.500.000 BZK - WBI 1 A € 5.006.430 BZK - WBI 1 A € 6.043.704 BZK - WBI 3 B B B A € 132.000.000 BO MIRT 2022 €

7.814.927 BZK - WBI 2

€ €

8.500.000 BZK - WBI 1 3.195.540 BZK - WBI 2

€ €

100.000 PNB + ambt. capaciteit 16.123.250 BO MIRT 2022

-9-

Kaart met de regionale woningbouwopgave en sleutelprojecten in Zuidoost-Brabant. De nummers verwijzen naar de projecten in tabel 2.

Woondeal Zuidoost-Brabant, 9 maart 2023

-10-

3. Versnellingsafspraken Vanwege de grote urgentie van de opgave is het nodig dat woningen sneller worden gerealiseerd; sneller dan de gemiddeld 10 jaar die nu landelijk gebruikelijk is. Het is daarom cruciaal dat er wordt gewerkt aan het sneller, slimmer en efficiënter inrichten van de processen en procedures die bij de realisatie van woningbouw van toepassing zijn. Hierbij bezien we het gehele ontwikkelproces tot en met de bezwaarprocedure. Ook is het van belang samen een goed participatieproces in te richten, informeel en formeel. Door BZK is in overleg met medeoverheden en marktpartijen een Plan van aanpak Versnellen Processen en Procedures opgesteld. De volgende aanbevelingen –voor zover nodig– worden (regionaal) gezamenlijk opgepakt: • Bij de initiatieffase, bij het organiseren van het plan- en realisatieproces, zorgen voor heldere beslismomenten en benodigde mandaten. Dit zorgt voor het efficiënt en binnen termijnen doorlopen van procedures. • Versterking van de samenwerking tussen provincie en gemeenten bij het zo efficiënt mogelijk inzetten van de beschikbare ambtelijke capaciteit en expertise. Bijvoorbeeld door het opzetten van een regionale flexpool waarmee op regionaal niveau experts ingehuurd worden, waar meerdere gemeenten gebruik van kunnen maken en samenwerking met onderwijsinstellingen.

• Actueel houden van ruimtelijke beleidskaders en beleid rondom participatie en ruimtelijke plannen ten behoeve van een transparant en zorgvuldig proces. • Actueel houden van eenduidige kaders, zoals de regionale begrippenlijst, maar ook afspraken over extra eisen, zoals de Brainport Principes kunnen processen versnellen. Dit zorgt voor eenduidigheid richting de marktpartijen 3.1 Om de woningbouwproductie te versnellen en de regionale woningbouwopgave te realiseren, is samenwerking met alle partijen in de woningbouwketen essentieel, met besef van ieders rol en verantwoordelijkheid. Dit vraagt om een nauwe betrokkenheid van corporaties en marktpartijen bij de uitvoering van de regionale woondeal. 3.2 De realisatie- en uitvoeringskracht is een belangrijke randvoorwaarde voor de realisatie van de woningbouwopgave. De regio borgt de uitvoeringskracht voor de woningbouwopgave binnen de 21 gemeenten van de MRE, door bijvoorbeeld de aanstelling van een commissionair. In de regio wordt daarvoor gewerkt aan een heldere structuur van versnellingstafels en bestuurlijke en ambtelijk gremia om voor de nodige afstemming te zorgen. 3.3 In 2021 is in het SGE een versnellingsonderzoek (Actieplan versnelling Woningbouw) uitgevoerd. Dat heeft geleid tot de aanstelling van woningbouwversnellers die met concrete acties om woningbouwplannen te versnellen aan de slag zijn.

Ook zijn in Veldhoven, Eindhoven en Helmond lokale woningbouwregisseurs in dienst genomen. Partijen onderzoeken daarnaast de mogelijkheden voor een versnellingsteam/flexpool op MRE-niveau, waarbij lessen van de huidige versnellingsteams worden meegenomen. 3.4 Partijen richten een regionale versnellingstafel in Q2 2023 waar afspraken gemaakt kunnen worden om specifieke woningbouwprojecten te versnellen en thematische knelpunten op te lossen. Hierbij maken gemeenten gebruik van de versnellers en woningbouwregisseurs die al in de regio aanwezig zijn op lokaal, subregionaal en regionaal niveau en de middelen die BZK en de provincie via de Flexpool Versnelling Woningbouw beschikbaar stellen. Naast de provincie, de gemeente(n) en het Rijk, sluiten ook marktpartijen en corporaties, en afhankelijk van het vraagstuk sluiten waterschappen, kennisinstellingen en bewonersorganisaties aan. Partners aan deze tafel prioriteren met elkaar de te bespreken gebiedsspecifieke thema’s.

Woondeal Zuidoost-Brabant, 9 maart 2023

-11-

Indien er sprake is van landelijke thema’s kunnen deze worden doorgezet naar de landelijke versnellingstafel. Het is van belang bij vertraging samen naar oplossingen te zoeken. 3.5 In de realisatie van de regionale woningbouwopgave geven partijen prioriteit aan projecten binnen bestaand stedelijk gebied die snel en relatief gemakkelijk te realiseren zijn. Projecten op uitbreidingslocaties zijn aanvullend op de mogelijkheden binnen de kernen. Ook wordt bekeken welke projecten versneld gerealiseerd kunnen worden of naar voren kunnen worden gehaald. In Hoofdstuk 9 worden de ruimtelijke ordeningsaspecten verder uitgewerkt. 3.6 Om ervoor te zorgen dat bij planuitval reserveplannen beschikbaar zijn, maken partijen afspraken over voldoende plancapaciteit en harde plancapaciteit. Partijen zetten in op voldoende harde plancapaciteit voor de realisatie van de woningbouwproductie de komende vijf jaren. Partijen continueren daarbij de afspraak om in de gebieden met een groot tekort in te zetten op 130% plancapaciteit (afspraak 1.3). 3.7 Ook wordt ingezet op innovatie, standaardisatie en industrialisatie om de bouwproductie te versnellen (zie afspraken 1.6, 1.7 en 8.1), waaronder bijvoorbeeld het innovatief en projectoverstijgend inkopen van woningen via bouwstromen. Hierin vervult de regio ZuidoostBrabant een voortrekkersrol.

In het najaar van 2020 hebben de 9 SGE gemeenten en de 13 MRE corporaties al een gezamenlijke tender op de markt gezet voor de bouw van 1000 gestandaardiseerde sociale huurwoningen, een conceptueel bouwen project genaamd WoonST. De afgelopen jaren is gewerkt aan diverse WoonST projecten in verschillende gemeenten en de eerste woningen worden inmiddels gerealiseerd en vermoedelijk dit jaar ook opgeleverd. Het succes van dit project leidt tot een vervolg, in 2023 wordt gezamenlijk gewerkt aan een nieuwe tender die 2024 in moet gaan. Er wordt naar gestreefd dat alle 21 MRE-gemeenten deelnemen aan de tender, evenals alle MRE-corporaties. WoonST 2.0 zal wederom als een zogenaamd conceptueel bouwen project worden getenderd, maar innovatiever en duurzamer worden.

Woondeal Zuidoost-Brabant, 9 maart 2023

-12-

4. Betaalbare woningen Er is een grote behoefte aan betaalbare woningen in Nederland. Om aan te sluiten bij die grote behoefte streven we ernaar dat twee derde van de nieuwe woningen betaalbaar zijn: op landelijk, provinciaal en regionaal niveau. Onder het betaalbare segment vallen de sociale huurwoningen, huurwoningen vanaf de sociale huurgrens tot de middenhuurgrens en betaalbare koopwoningen. Om te zorgen dat er voldoende woningen zijn voor starters en mensen met een middeninkomen zijn tot en met 2030 nationaal 350.000 betaalbare koop- en middenhuurwoningen nodig. In provincie Noord-Brabant wordt gestreefd naar 106.550 betaalbare huur- en koopwoningen. 4.1 De regio Zuidoost-Brabant zet zich tot en met 2030 in voor de realisatie van 30.100 betaalbare huur- en koopwoningen (bruto, netto zijn dat er 28.035). Hiermee wordt 67% van de opgave in de regio gerealiseerd in het betaalbare segment. Om dit te realiseren, wordt deze opgave van minimaal twee derde betaalbare woningen in de nieuwbouw door elke gemeente (op gemeenteniveau) nagestreefd. Onderdeel hiervan is een minimum van 30% sociale huur van de nieuwbouw in de gemeente. Gemeenten passen hun woonbeleid en programmering hierop aan. Het resterende deel betaalbare woningen wordt op regioniveau onderverdeeld in 16% middeldure huur en 20% betaalbare koop (voor prijsgrenzen zie begrippenlijst).

In bijlage 2 staat de netto opgave per gemeente. Begin Q4 2023 wordt de plancapaciteit per gemeente opgenomen in de woondeal, zodat duidelijk is welke gemeenten nog plancapaciteit moeten toevoegen of aanpassen om aan het minimum van 30% sociale huur en 2/3e betaalbaar in de nieuwbouwopgave te voldoen. Ook wordt het nieuwbouwprogramma per gemeente nader uitgewerkt en opgenomen. 4.2 In de Nationale prestatieafspraken met de corporatiesector is opgenomen dat corporaties verantwoordelijk zijn voor de bouw van nationaal 250.000 sociale huurwoningen en 50.000 middenhuurwoningen. Voor de sociale huursector is het belangrijk dat de totale voorraad hierdoor weer groeit om de wachtlijsten af te kunnen laten nemen. De regionale opgave voor sociale huurwoningen betreft 13.540 woningen (bruto). De corporaties in de regio Zuidoost-Brabant zetten zich in voor de realisatie van de gehele opgave van deze 13.540 woningen in de regio, met een ambitie tot circa 14.750 sociale huurwoningen. Daarnaast hebben zij plannen voor de realisatie van 1.350 middenhuurwoningen. Deze aantallen worden, wat betreft de nieuwbouwopgave, leidend voor de lokale prestatieafspraken die gemeenten, corporaties en huurders maken.

Tabel 3: Opgave betaalbaarheid en plannen corporaties Periode

Opgave betaalbaarheid (netto)

Sociale huur- Middenwoningen huur

Betaalbare koop

Plancapaciteit bij gemeenten

Sociale huur- Middenwoningen huur

Betaalbare koop

Plancapaciteit bij corporaties Sociale huurwoningen Middenhuurwoningen alleen alleen middelen middelen locatie én beschikbaar, locatie én beschikbaar, middelen nog geen middelen nog geen beschikbaar locatie beschikbaar locatie

2022 t/m 2026

7.000

3.900

4.675

9.990

9.450

10.010

6.876

2.475

817

20

2027 t/m 2030

5.600

3.120

3.740

4.010

3.960

3.320

1.414

3.971

338

181

Totaal

12.600

7.020

8.415

14.000

13.410

13.330

8.290

6.446

1.155

201

Tabel 3: De opgave aan betaalbare woningen op korte en middellange termijn, vergeleken met de beschikbare plancapaciteit en de potentiële capaciteit van de corporaties.

Woondeal Zuidoost-Brabant, 9 maart 2023

-13-

Gemeenten zien in de corporaties hun eerste partner als het gaat om realisatie van sociale huurwoningen. Zij gaan samen met de corporaties een aanpak vormgeven om corporaties beter in positie in te brengen bij gebiedsontwikkelingen, en daarbij concreet invulling te geven aan een efficiënte en effectieve samenwerking en procedures. Provincie, gemeenten en corporaties constateren gezamenlijk dat corporaties pas voor een deel van de geplande sociale huurwoningen een locatie in beeld hebben (tabel 2). Er zijn middelen gereserveerd voor de gehele opgave. Alle partijen vinden het niet acceptabel, wanneer de middelen van de corporaties niet besteed kunnen worden aan de bouw van sociale huurwoningen. Daarom zetten zij zich ervoor in dat corporaties in positie worden gebracht om deze woningen te realiseren (zelf ontwikkeld of in turnkey afgenomen door corporatie). Gemeenten en corporaties gaan in Q2 2023 actief op zoek naar nieuwe locaties ten behoeve van de nieuwbouw voor sociale huurwoningen. Zij onderzoeken de mogelijkheid om hiervoor een acquisiteur in te zetten. Om voldoende sociale huurwoningen te kunnen realiseren, wordt waar nodig ook naar herziening van bestaande afspraken gekeken. Dit mag niet ten koste gaan van de snelheid van realisatie van het totale plan.

Provincie, gemeenten en corporaties spreken af dat uiterlijk in Q2 van 2023 de plannen van de gemeenten voor sociale huurwoningen worden vergeleken met de plannen van de corporaties. Dit is een match op projectniveau en omvat alle projecten van gemeenten zoals aangegeven in deze woondeal en de plannen en ambities van de corporaties. Over de verschillen en de mogelijkheden om tot versnelling, verdichting of anderszins verhoging van de aantallen te komen gaan gemeenten en corporaties in overleg met als doel om de middelen die de corporaties hebben gereserveerd voor de realisatie van de gehele opgave te kunnen inzetten ten behoeve van de realisatie van sociale huur. 4.3 In de nationale prestatieafspraken is het volgende opgenomen over grondprijzen: “Op basis van de regionale woondeals mogen corporaties verwachten dat gemeenten zorgen voor voldoende steun en locaties om de afgesproken aantallen sociale huurwoningen daadwerkelijk te realiseren. De grond voor de sociale huurwoningen wordt door gemeenten tegen een passende sociale grondprijs aangeboden. Daarnaast moet de regie die gevoerd wordt op de woningbouw ervoor zorgen dat de grond voor de sociale huurwoningen door andere grondeigenaren eveneens tegen een passende grondprijs beschikbaar wordt gesteld.” Partijen bekijken in Q2 2023 hoe hieraan in de MRE-regio invulling gegeven gaat worden.

4.4 Ook is in de Nationale Prestatieafspraken opgenomen dat het aantal woningen met een huurprijs tot 550 euro (prijspeil 2020) in de totale corporatievoorraad niet afneemt. In de regio heeft 52% van de corporatiewoningen in de voorraad een huurprijs van 550 euro of minder. Tevens is afgesproken dat huurders van corporaties in gereguleerde woningen met én een inkomen op of onder 120% sociaal minimum én een huur hoger dan € 550 (prijspeil 2020) een wettelijk verplichte eenmalige huurverlaging krijgen tot dat bedrag. Onder voorbehoud van het doorgaan van deze wet, kunnen corporaties het niveau van 52% onder de 550 euro tot tenminste 2025 gelijk houden. 4.5 Gemeenten en corporaties zien de realisatie van voldoende sociale huurwoningen als een gezamenlijke verantwoordelijkheid. Gemeenten zorgen, in lijn met de Nationale prestatieafspraken, voor voldoende steun en locaties om de afgesproken aantallen sociale huurwoningen daadwerkelijk te realiseren. Hierbij ligt ook een verantwoordelijkheid bij de corporaties. Gemeenten brengen corporaties in een vroeg stadium in positie bij potentiële bouwlocaties en – plannen voor sociale huurwoningen. Daarbij onderzoeken partijen met elkaar op welke manier hierbij samengewerkt kan worden.

Woondeal Zuidoost-Brabant, 9 maart 2023

-14-

4.6 Om provincies, gemeenten en corporaties te ondersteunen bij het realiseren van versnelling van de nieuwbouw van sociale woningen, kunnen de expertteams, de Taskforce Nieuwbouw Woningcorporaties en de Taskforce versnellen tijdelijke huisvesting worden ingezet. De Taskforce Nieuwbouw Woningcorporaties, die bestaat uit leden namens alle betrokken partijen, kan bestuurlijk hulp bieden wanneer er belemmeringen worden geconstateerd bij het realiseren van de gemeentelijke bouwopgave voor sociale huurwoningen, waaronder verplaatsbare woningen (flexwoningen). 4.7 In het beleidsprogramma ‘een thuis voor iedereen’ is opgenomen dat via de regionale woningbouwprogrammering de nieuwbouw van sociale huurwoningen zo wordt ingepland dat wordt toegewerkt naar een meer evenwichtige verdeling van de woningvoorraad met een streven naar 30% sociale huurwoningen in de woonvoorraad. Dit betekent dat de gemeenten met minder dan 30% sociale huur in de bestaande woningvoorraad moeten bijdragen aan dit streven door in de programmering een hoger percentage sociale huurwoningen op te nemen dan zij nu in de voorraad hebben. Zo wordt regionaal gekomen tot een betere balans in de woningvoorraad waarbij tevens het uitgangspunt is dat het aantal sociale huurwoningen in de regio voldoet aan de totale behoefte naar deze woningen.

Dat het aandeel sociale huur in de woningvoorraad waar deze nog (ver) onder de 30% zit, een stevige impuls nodig heeft wordt onderschreven. Een eerste stap in deze richting is het opnemen van minimaal 30% sociale huur in de nieuwbouwopgave. We spreken af dat corporaties en gemeenten dit in de gemeentelijke prestatieafspraken verder uitwerken en elkaar ondersteunen bij het behalen van het doel, zoals via afspraken over beperking van sloop, verkoop en liberalisatie van sociale huurwoningen. 4.8 De huisvesting van studenten is een regionale opgave. Het aantal studenten zal de komende jaren fors groeien. Voor de Brainport Eindhoven is het aantrekken, binden en vasthouden van talent een belangrijke voorwaarde voor de economische groei van deze regio. De vraag is zodanig groot dat de steden Eindhoven en Helmond de volledige huisvesting niet zullen kunnen opvangen. Ouderejaarsstudenten, promovendi en internationale studenten moeten ook in de regiogemeenten een betaalbare plek kunnen vinden. Hierover worden, onder regie van de provincie, nadere afspraken gemaakt volgens een vergelijkbare systematiek als voor de aandachtsgroepen, zoals genoemd in bovenstaand artikel. In het uitvoeringsprogramma worden deze afspraken opgenomen.

Woondeal Zuidoost-Brabant, 9 maart 2023

-15-

5. Woningbouw voor ouderen en verpleegzorgplekken 5.1 Specifieke aandacht is nodig voor de ondersteuning van de woonbehoeften van ouderen. Door de vergrijzing zijn er over twintig jaar naar schatting in heel Nederland 1,6 miljoen 80+ers. Dat is twee keer zoveel als op dit moment. Er is een toenemende behoefte aan woningen die aansluiten bij de wensen van ouderen. In het beleidsprogramma ‘wonen en zorg’ is aangekondigd dat er nationaal behoefte is aan 290.000 woningen geschikt voor ouderen. Het betreft 40.000 woningen geschikt voor verpleegzorg, 170.000 nultredenwoningen en 80.000 geclusterde woonvormen die ook geschikt zijn voor ouderen. Het regionale aandeel in deze opgave is 6.730 nultredenwoningen en 2.810 geclusterde woonvormen. Deze woningen zijn onderdeel van de 45.135 woningen opgenomen in tabel 1. 5.2 Van de woningen die geschikt zijn voor ouderen is er een landelijke opgave voor ca. 40.000 woningen met verpleegzorg op basis van scheiden wonen en zorg (VPT). Dit aantal is onderdeel van de landelijke 900.000 te bouwen woningen. Het regionale aandeel in deze nationale opgave voor verpleegzorgplekken is 1.530 woningen geschikt voor Volledig Pakket Thuis (VPT). Dit wordt in de uitvoeringsagenda, in samenspraak met de zorgkantoren, vertaald naar een opgave per gemeente. Het Rijk vraagt de regio dit voor 1 juli 2023 te doen.

5.3 In lijn met het beleidsprogramma ‘Een thuis voor iedereen’ stellen alle gemeenten in een woondealregio in 2023 lokaal een integrale woonzorgvisie op die aansluit bij de regionale woningbouwprogrammering. Hiervoor maken gemeenten een analyse van zowel de woon-, de zorg- als ondersteuningsbehoefte van de aandachtsgroepen in de eigen gemeente (hoeveel mensen, welke aandachtsgroepen, wat is de woonbehoefte en wat is de eventueel langdurige ondersteuningsbehoefte). Naar aanleiding hiervan worden de doelstellingen in de paragrafen 5.1 en 5.2 geactualiseerd. Op regionaal niveau vindt de afstemming over de woonopgave plaats. Voor de invulling van de bouwopgave die voortvloeit uit de woonbehoefte van ouderen met een Wlzindicatie worden het Zorgkantoor en de zorgaanbieders betrokken. De woonzorgvisies binnen een regio vormen dus een invulling van de regionale afspraken over de verdeling van woningen, mensen uit diverse aandachtsgroepen en middelen. De provincie vervult een coördinerende rol in het afstemmingsproces en ziet erop toe dat de woonzorgvisies van de gemeenten congruent zijn met de afspraken gemaakt in deze woondeal.

Woondeal Zuidoost-Brabant, 9 maart 2023

-16-

6. Herstructurering 6.1 In het Nationaal programma leefbaarheid en veiligheid is aangekondigd dat er naast afspraken over woningbouw, ook afspraken over herstructurering worden gemaakt. Het betreft zeer slecht onderhouden woningen in een onaantrekkelijke woonomgeving waardoor de leefbaarheid onder druk staat. Deze woningen sluiten niet aan op de lokale behoefte. In deze herstructureringsopgave onderscheiden we drie categorieën: vervangende nieuwbouw, sloop en grootschalige renovatie. 6.2 Het regionale aandeel van herstructureringsopgave, brengen we in beeld en nemen we in Q4 2023 op in de actualisatie van de woondeal. 6.3 De partijen in de woondeal spannen zich in om de herstructureringsopgave beter in beeld te brengen, en minimaal eens per jaar te bespreken op de Woondealtafel. Het Rijk stelt ondersteuningsmiddelen ter beschikking voor de aanpak van deze opgaven, zoals het Volkshuisvestingsfonds.

Woondeal Zuidoost-Brabant, 9 maart 2023

-17-

7. Vakantieparken 7.1 Er is een inventarisatie van de 600 parken in Brabant geweest. Slechts enkele hiervan komen misschien in aanmerking voor omzetting naar woonwijk. Bovendien worden die parken al grotendeels permanent bewoond, dus levert dit geen extra woningen op. Het initiatief voor een eventuele functiewijziging ligt bij de betreffende gemeenten. Bij een eventuele transformatie wordt ook gekeken naar mogelijkheden voor verdichting.

Woondeal Zuidoost-Brabant, 9 maart 2023

-18-

8. Duurzame en toekomstbestendige woningbouw Als Brainportregio willen we vooroplopen in technologische vernieuwingen. Dit passen we toe in de woningbouwopgave. Innovatief, industrieel, biobased en circulair bouwen en ontwikkelen, met aandacht voor sociale innovatie én voor meervoudig watergebruik, komt nog prominenter op de agenda. Het Rijk heeft verschillende middelen/subsidiemogelijkheden en kijkt daarnaast naar regelgeving (i.c. aanpassing Bouwbesluit per 01-01-2025) om innovatief en biobased en circulair bouwen te stimuleren. Innovatie in bouwen en wonen gaat verder dan ontwikkelen en toepassen van technologische oplossingen, het gaat ook om compact wonen, collectiviteit, deelvoorzieningen, e.d. Deze hebben ook impact op verduurzaming (kleinere footprint) of sociale duurzaamheid. Als pilotregio geven we hier invulling aan. In de gebiedsontwikkeling Fellenoord zetten gemeente Eindhoven en provincie Het Nieuwe Normaal (zie begrippenlijst) in als handleiding voor circulariteit. Het Rijk heeft op 23 december 2022 de beleidsagenda circulair bouwen naar buiten gebracht. In deze agenda wordt ingezet op drie hoofdlijnen: 1. het aanscherpen en verbreden van de milieuprestatie-eis voor nieuwe gebouwen; 2. het introduceren van normering voor de CO2-emissie van het materiaalgebruik in gebouwen; 3. het stimuleren van bouwen met biobased grondstoffen.

De regio heeft al ruime ervaring met ontwikkelen en realiseren van innovatieve bouwconcepten en innovatieve fieldlabs, zoals Living Lab 040 en Brainport Smart District. En ook de ervaringen die opgedaan worden vanuit Cirkelstad Eindhoven, de City Deal Circulair en Conceptueel Bouwen worden breed gedeeld. Onderstaande ambities worden ondersteund door alle partijen. Projectspecifiek wordt er een afweging gemaakt of het haalbaar is om alle genoemde ambities te realiseren, zonder dat dit leidt tot substantiële vertraging of kostenverhoging. 8.1 De partners van de City Deal Circulair en Conceptueel bouwen worden ondersteund in de realisatie van projecten gericht op circulair en biobased bouwen. Tijdens het intervisietraject 2.0 dat door de City Deal wordt opgezet, zullen vragen, plannen, casussen en toetsingscriteria gebundeld worden om gemeenten te ondersteunen in hun kennis- en informatiebehoefte. Ook biedt het Expertteam woningbouw (RVO) de mogelijkheid om expertise op maat voor de gemeenten in te zetten. De gemeente Eindhoven is partner van de City Deal Circulair en Conceptueel Bouwen en wordt uitgenodigd om kosteloos mee te doen aan het intervisietraject 2.0 en een concreet vraagstuk en/of project in te brengen. Deze ervaringen worden breed gedeeld in de regio. 8.2 Met het programma Building Balance wil de Rijksoverheid het verbouwen van biobased bouwmaterialen (m.n.

isolatiemateriaal o.a. vlas en hennep) via doorbraakprojecten stimuleren. Samen met de gemeente Eindhoven, en eventueel meerdere gemeenten die willen aanhaken, verkent BZK de mogelijkheden om een doorbraakproject te starten, waarbij de gemeente(n) materialen uit de regio kan halen; een win-win-win voor de bouw, landbouw en circulaire economie. Het programma Building Balance is op zoek naar Field Labs waarin de hele keten van biobased materialen opgezet en ondersteund wordt. De gemeente kan zorgen voor een afzetmarkt. 8.3 Het versneld bouwen van voldoende duurzame en betaalbare woningen vraagt – versterkt door de beperkte capaciteit in de bouwsector en de stikstofproblematiek – om vormen van innovatie, standaardisatie en industrialisatie zodat de gewenste bouwproductie slimmer kan worden gerealiseerd. Daarbij is aandacht voor zowel duurzaamheidsprestaties in gebruik (energie) als

Woondeal Zuidoost-Brabant, 9 maart 2023

-19-

duurzaamheidsprestaties in de realisatie (milieu-impact & stikstof) en het verlagen van de milieuimpact van groot belang. 8.4 De regio spant zich in om in 2030 minimaal de helft van het aantal woningen circulair en industrieel te laten bouwen, zoals ook benoemd in het Programma Woningbouw van BZK. Deze verschuiving leidt onder meer tot een kortere bouwtijd, minder stikstofuitstoot op de bouwplaats en een betere milieuprestatie. Rijk ondersteunt met expertise (expertteam) om na te gaan waar versnelling mogelijk is onder huidige wetgeving. Met de invoering van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (hierna: Wkb) hoeft niet langer een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen te worden aangevraagd voor bouwwerken benoemd in gevolgklasse 1 in het Besluit bouwwerken leefomgeving (hierna: Bbl). Hiervoor geldt een beoordeling door een onafhankelijke kwaliteitsborger die meekijkt of het gebouw aan de technische regels voldoet. Met de komst van de Wkb wordt het landelijk goedkeuren van fabriekswoningen grotendeels mogelijk. 8.5 Woningbouw met een lage milieu-impact (uitgedrukt in de Milieuprestatie Gebouwen, MPG) is technisch mogelijk. Betrokken partijen zetten binnen aanbestedingen in op het verbeteren van de milieuprestatie tot minimaal een MPG van 0,5, vooruitlopend op de voorgenomen aanscherping van nationale wetgeving.

Woningcorporaties nemen dit mee in opdrachtverlening; gemeenten nemen dit mee bij eventuele grondverkoop. 8.6 Toepassing van biobased materialen levert een grote bijdrage aan het verbeteren van de milieuprestatie en slaat bovendien CO2 op. Deze toepassing wordt actief gestimuleerd in nieuw te realiseren projecten, waarbij partijen zich inspannen om het gebruik van hernieuwbare (biobased) bouwmaterialen en/of het hergebruik van bouwmaterialen te verhogen naar 25% in 2025 en 50% in 2030. Innovatieve projecten kennen (vooralsnog) hogere bouwkosten dan traditionele bouw. De regio benadrukt dat om een gelijke kans te krijgen in de woningbouwopgave van de regio andere, tot nu toe op het milieu afgewentelde kosten, meeberekend worden in de totale kosten. 8.7 We hanteren Het Nieuwe Normaal als eenduidige taal voor circulair bouwen, en vragen bij al onze projecten naar de circulaire prestaties op basis van het HNN-raamwerk. Daarmee dragen we bij aan de nationale transitie naar een circulaire bouweconomie. 8.8 Gemeente en woningcorporaties gebruiken Het Nieuwe Normaal als methodiek bij aanbestedingen en uitvragen. Daarmee geven zij de markt brede kaders om uitvoering te geven aan circulariteit, en ontstaan tevens inzichten uit goed vergelijkbare projecten.

8.9 Het Rijk neemt obstakels voor toepassing van het Nieuwe Normaal weg, door te ondersteunen bij het komen tot een businesscase gebaseerd op waardecreatie (in brede zin) en de regio vraagt het Rijk partijen te ondersteunen met experimenteerruimte bij het implementeren, onderzoeken en door ontwikkelen hiervan. Over eventuele concrete obstakels gaan partijen in gesprek om te kijken hoe deze overwonnen kunnen worden. 8.10 Om te zorgen voor een toekomstbestendige woningvoorraad besteden we aandacht aan de aanpasbaarheid en flexibiliteit van woningen én woonomgevingen, om in te kunnen spelen op toekomstige behoeften. De regio benadrukt hierbij het belang van aangepaste rekenmethoden, wet- en regelgeving en (voor-)financiering en de rol van het Rijk hierin.

Woondeal Zuidoost-Brabant, 9 maart 2023

-20-

8.11 Woningen die nu gebouwd worden moeten ook in het toekomstige klimaat veilig, aantrekkelijk en betaalbaar zijn. Partijen in deze woondeal spannen zich dan ook in om klimaatadaptief en natuurinclusief te (ver)bouwen en in te richten. Ze passen hiertoe - vooruitlopend op mogelijke wettelijke borging - de ‘landelijke maatlat voor een groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving’ toe. 8.12 Voor een aantal locaties per provincie financiert het Rijk projectevaluaties op basis van Het Nieuwe Normaal (in totaal max. 400 evaluaties verspreid over het land). Voor uitvoering van een evaluatie dient het project zich minimaal in definitieve ontwerpfase te bevinden en de realisatie voor 1 januari 2025 hebben plaatsgevonden. Een evaluatie geeft inzicht in de prestaties van het project op de thema’s van Het Nieuwe Normaal en de lessen uit alle evaluaties worden landelijk gedeeld.

Woondeal Zuidoost-Brabant, 9 maart 2023

-21-

9. Ruimtelijke ordeningsaspecten Het realiseren van de in deze woondeal opgenomen woningen moet samengaan met verschillende andere grote ruimtelijke opgaven als klimaat, landbouw, natuur en energie. 9.1 De ambitie van de regio Zuidoost-Brabant is om meer woningen te realiseren (70.000 tot 90.000 tot 2040), zodat het woningtekort sneller wordt ingelopen en de Brainportregio de noodzakelijke schaal- en kwaliteitssprong kan maken. We werken hierin samen met Rijks- en regionale partners zoals onder andere vastgelegd in de Nationale Actieagenda Brainport. Op verschillende thema’s maken we afspraken zoals over de verstedelijkingsopgave en bijbehorende randvoorwaardelijke ingrepen. Voorbeelden hiervan zijn de afspraken gemaakt op regionaal niveau in de “Ruimtelijke schaalsprong; actieagenda Brainport” en de afspraken die op landelijk niveau in het BO-MIRT 2022 gemaakt zijn op het gebied van verstedelijking en de noodzakelijke eerste tranche gezamenlijke investeringen in mobiliteit. Voor aanvullende investeringen in, energie, groen, mobiliteit etc. gebruiken we de daarvoor ingerichte tafels (o.a. regionale mobiliteitstafel, MIEK, verstedelijkingsakkoord en verstedelijkingsstrategieën, BO MIRT en BO Leefomgeving).

Deze grotere opgaven en grotere ambities die in de regio en bij de gemeenten aanwezig zijn worden afgewogen en afgestemd via de uitwerking van de Regionale Ontwikkelstrategie ZuidoostBrabant en in overleg met partners zoals de corporaties (wat is haalbaar) verwerkt in een actualisatie van de Woondeal. De afweging van nieuwe woningbouwlocaties vindt plaats op basis van de ruimtelijke kaders die in de regio aanwezig en in ontwikkeling zijn (zoals Afsprakenkader Wonen SGE en andere (sub)regionale woningbouwafspraken, Verstedelijkingsakkoord SGE, Verstedelijkingsstrategie Brabant, Regionale ontwikkelstrategie Zuidoost-Brabant, NOVEX Stedelijk Brabant). De kwaliteit binnen de kernen, met voldoende ruimte voor groen, water, klimaatadaptatie, is een belangrijke afweging. Gemeenten krijgen bij concrete en zorgvuldige planvorming, passend binnen de behoefte, ook buiten bestaand stedelijk gebied mogelijkheden. 9.2 De schaalsprong is geen toekomst, maar feitelijk al ingezet. Door de groei van de hightechindustrie (waaronder de verdubbeling van ASML van 18.000 naar 35.000 arbeidsplaatsen), groeien ook andere sectoren mee, wat naar verwachting ca. 70.000 extra banen oplevert in de gehele regio.

Deze extra werkgelegenheid resulteert naast de huidige opgave in een forse extra woningbouwopgave, een toename van de mobiliteit en een toenemende druk op de leefbaarheid, het voorzieningenniveau en op de leefkwaliteit (brede welvaart). De aan de banengroei gekoppelde behoefte aan woonruimte is nu al, en zal nog verder, zichtbaar worden in de gehele regio en in alle woonmilieus. Deze (forse) extra woningbouwopgave wordt uitgewerkt in de Regionale ontwikkelstrategie Zuidoost-Brabant. De banengroei concentreert zich niet alleen in het stedelijk gebied maar geldt voor de gehele keten (o.a. toeleverende bedrijven) die ook verweven is in de landelijke gebieden. Woonruimte wordt niet alleen gezocht in het stedelijk gebied, maar geeft druk op de gehele regio. Er is niet alleen een behoefte aan stedelijk wonen, maar ook aan wonen in landelijk gebied. De implicaties die dit heeft voor de woningbouwopgave worden uitgewerkt in de Regionale ontwikkelstrategie Zuidoost-Brabant. 9.3 Partijen in deze woondeal spannen zich in om het water- en bodemsysteem sturend te laten zijn bij gebiedsontwikkeling en locatiekeuze. Hiertoe worden waterschappen vroegtijdig in het planvormingsproces betrokken en wordt de signaleringskaart uit de Brabantse Verstedelijkingsstrategie toegepast.

Het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat werkt verdere richtinggevende uitspraken en randvoorwaarden uit in het programma ‘Water en Bodem Sturend’.

Woondeal Zuidoost-Brabant, 9 maart 2023

-22-

9.4 Verstedelijkingsakkoord 2022 en woondeal SGE 2019 In het Verstedelijkingsakkoord SGE zijn afspraken gemaakt hoe om te gaan met de grootschalige locaties en randvoorwaardelijke ingrepen die nodig zijn om deze te realiseren. In de Ontwikkelstrategie Zuidoost-Brabant wordt dit nu ook uitgewerkt voor de overige subregio’s. Waar nodig worden investeringsafspraken over bijvoorbeeld mobiliteit besproken via de daarvoor bestemde tafels, zoals het BO MIRT of het BO Leefomgeving. Onderstaande afspraken uit de Woondeal SGE blijven van belang en zetten we door in deze Woondeal. Goederenvervoer per spoor Gebiedsontwikkelingen rond het spoor kunnen worden beïnvloed door (intensivering van) goederenvervoer over het spoor. De regio vraagt met name aandacht voor goederenvervoer van gevaarlijke stoffen in relatie tot woningbouw in de spoorzone. In het BO MIRT van november 2022 zijn de navolgende afspraken gemaakt: • Rijk, provincies en stedelijke regio’s erkennen de spanning tussen de opgave van binnenstedelijk bouwen en wonen in de spoorzones en het gebruik van het spoor voor goederenvervoer en specifiek voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. • Rijk en regio constateren dat het van gezamenlijk belang is om met elkaar in gesprek te blijven over een robuust Basisnet en verstedelijking langs het spoor.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13037611/1