CConstaterende datNuenen
Koppel je AI →
Document · PDF

2023-03 Raadsinformatiebrief Kantorenbrief SGE - Bijlage 3 - STEC-rapport Behoefteraming kantoren Noord-Brabant

Gemeenteraad 2 februari 2023, gemeente NuenenBij agendapunt: Raadsinformatiebrieven21.788 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

samenleving.

35 36

Bron: Rabobank, juli 2020. Kantorenmarkt in gevaar door opkomst thuiswerken? Bron: Colliers, juli 2020. De toekomst van flexkantoren.

40

Behoefteraming kantoren Noord-Brabant 21.308

Tweekoppigheid op de kantorenmarkt: locatiepatronen

Geconcentreerde verstedelijking

37 38

spreekt veel kleine en grote bedrijven aan. Daarnaast kunnen flexkantoren als buffer fungeren voor traditionele kantoren bij pieken in de bezetting (bijvoorbeeld door de anderhalvemetersamenleving of veranderende inrichting met een focus op ontmoeten). Bedrijven hebben vooral vraag naar mixed-use gebouwen waar werken en andere kwalitatief hoge voorzieningen, zoals horeca, in één gebouw samenkomen. In 2021 zagen we dat maar weinig flexaanbieders daadwerkelijk failliet zijn gegaan, steunpakketten van de overheid hebben hier mogelijk aan bijgedragen. De tweekoppigheid op de kantorenmarkt neemt toe. Kantoorlocaties bewegen zich meer en meer naar twee uitersten op het spectrum. Aan de ene kant zijn er de toplocaties: centraal gelegen, goed bereikbaar met het OV en met de juiste mix van kantoren, voorzieningen en wonen. Denk hierbij aan de intercitylocaties van de G4 en enkele regionale kantorensteden, zoals Zwolle, Den Bosch, Arnhem en Groningen. We verwachten dat deze locaties in trek zullen blijven. Met name partijen die de tophuren willen en kunnen betalen verlangen daarvoor een excellente kantooromgeving. Aan de andere kant van het spectrum zien we de minder toekomstbestendige kantoorlocaties.

Kenmerkend aan deze secundaire kantoorlocaties is het monofunctionele karakter, de ligging aan de snelweg en veel leegstand in incourante panden die onttrokken moeten worden aan de voorraad.

De Nederlandse bevolking groeit de aankomende jaren, vooral in de Randstad. 37 Ook in andere steden uit het Stedelijk Netwerk Nederland (SNN) groeit het inwonertal flink. Denk aan Groningen, Arnhem/Nijmegen, Zwolle en de Brabantse stedenrij. Buiten het SNN, vooral in grens- en krimpregio's, kan er sprake zijn van krimp. In heel Nederland is er sprake van dubbele vergrijzing: het aandeel ouderen neemt toe en de oudste ouderen worden steeds ouder. Deze structurele veranderingen hebben invloed op de dienstensector en de spreiding van het BBP. In kerngebieden wordt het steeds aantrekkelijker om te wonen en werken (de G4). Hier concentreert zich het BBP. Redenen zijn de magneet – en roltrapwerking van wonen en werken binnen metropolitane regio’s en de agglomeratievoordelen die hier te behalen zijn. Tegelijkertijd nemen de kosten van grond of ruimte als productiefactor toe. Geconcentreerde verstedelijking is belangrijk om de ruimte zo efficiënt mogelijk te gebruiken 38. Gebouwen worden groter en hoger en (nieuwe) ontwikkelingen voor wonen en werken worden gestimuleerd op binnenstedelijke locaties rondom OV-knooppunten. Tegelijk zien we in met name de stedelijke gebieden steeds meer strijd om ruimte ontstaan. Wonen is daarbij in het maatschappelijk debat het meest dominant. Op verschillende plekken concurreren wonen en kantoren met elkaar.

Deze conflicterende ruimteclaims zien we onder andere op OV-knopen in de veertien grootschalige verstedelijkingsgebieden. OVlocaties zijn aantrekkelijk voor zowel wonen als werken.Traditioneel zagen we dat kantoren de financiële drager van gebiedsontwikkeling waren. Op veel plaatsen is een omslagpunt ontstaan waarbij wonen een hogere opbrengst kent per vierkante meter dan kantoren. In de G4 is daar nog geen sprake van. Daarnaast hebben stedelijke gebieden vaak ook te maken met een ruimtevraag vanuit bedrijventerreinen. Arnhem-Nijmegen is zo’n verstedelijkingsgebied waar vooral aandacht is geschonken aan wonen in de verstedelijkingsstrategie. Een Daily Urban System is het gebied waarbinnen de meeste dagelijkse verplaatsingen zich afspelen. Woon-werkverkeer is hierin uiteraard een belangrijke factor. Binnen de G4 is het aandeel verplaatsingen met OV het hoogst (en zijn OV-knooppunten dus belangrijk als vestigingslocatie voor kantoren), daarbuiten neemt dit snel af en winnen locaties met een uitstekende

Bron: PBL/CBS, 2019. Regionale bevolkings- en huishoudensprognose. Bron: NOVI. Achtergronddocument.

aantrekt. Dit zowel bij zzp’ers als bij grote kantoorgebruikers die flexibeler willen zijn.

Transitie: Trend: Locatiepatronen van kantoren bewegen zich naar twee uitersten: goede en slechte locaties. COVID-19 als katalysator? COVID-19 heeft geen versterkend effect op deze trend binnen de G4 en het brede midden. Daarbuiten mogelijk wel een licht versterkend effect op middellange termijn. Transitie: Sturing op binnenstedelijke ontwikkelingen van woon- en werkgebieden nabij OV-knooppunten. Strijd om de beschikbare schaarse ruimte. Trend: Woon-werkgebieden concentreren zich in verstedelijkte gebieden. COVID-19 als katalysator? Transitie vastgesteld in de NOVI. COVID-19 heeft hier beperkt invloed op.

Transitie: Trend:

41

Behoefteraming kantoren Noord-Brabant 21.308

Veranderende Daily Urban Systems

autobereikbaarheid en nabij OV-knooppunten aan belang. Tussen 2010 en 2018 is het aantal reiskilometers met het OV significant gegroeid. 39 Tegelijkertijd zien we dat de de grenzen vervagen tussen werken en wonen. Deze trend werkt twee kanten op. Enerzijds moeten kantoorgebieden aantrekkelijk zijn voor verschillende functies: multifunctioneel met een mix van wonen, werken/leren en verblijven. Anderzijds hebben werknemers door tijdens de COVID-19-pandemie structureel thuis te werken een groeiende behoefte aan afstand tussen het wonen en werken. Door de verminderde mogelijkheden voor bijvoorbeeld winkelen en uitgaan als gevolg van de COVID-19-maatregelen zouden voor een verschuiving van de woonwensen kunnen zorgen. Wooncomfort (huis en omgeving) en lagere huizenprijzen zijn redenen om buiten verstedelijkte regio’s te wonen. Vooral gebieden rondom het brede midden van het SNN krijgen hierdoor meer aandacht. Deze trend is al in gang gezet door het woningtekort en zet zich door tijdens COVID-19. Thuiswerken vergroot namelijk voor ongeveer 40 tot 50% van de werknemers de elasticiteit in de geografische zoekregio. In potentie kunnen deze mensen verder van hun werk wonen. Vooral het buitengebied met goede (OV)bereikbaarheid in nabijheid van stedelijke kernen worden hierdoor populairder.

Het landelijk gebied gekenmerkt door rust en ruimte en lijkt zich voor een verhoogd wooncomfort te lenen. Toch blijkt uit onderzoek dat deze trek naar het buitengebied geen grote verschuivingen op de woningmarkt teweeg brengt. Het aandeel huishoudens met een voorkeur voor landelijk wonen is circa 10%. Hieruit volgt dat circa 2 tot 3% van alle stedelijke huishoudens in potentie landelijk kan wonen 40. Deze percentages voor landelijk wonen zullen een beperkt effect op de woningmarkt hebben. Zo schrijft ook Carola de Groot, senior-econoom huizenmarkt, in haar publicatie waarin ze onderscheid maakt tussen de wens voor verhuizen naar het platteland en de daadwerkelijke verhuisbeweging. 41 Een compleet beeld over hoe de trek van en naar de stad zich heeft ontwikkeld en gaat ontwikkelen is vooralsnog onbekend. 42 Wel blijven steden hun aantrekkingskracht behouden, voornamelijk onder jongeren en expats. 43 Structureel enige dagen in de week thuiswerken kan er wel voor zorgen dat er minder verplaatsingen zijn binnen een gelijkblijvend Daily Urban System. Sommige stromen worden minder ‘dik’, waardoor knooppunten aan belang kunnen inboeten. 44 Duurzaamheid is een meervoudig vraagstuk (het gaat voor de gebouwde omgeving bijvoorbeeld, maar niet uitputtend, om zaken als energie, biodiversiteit, circulariteit, klimaatadaptatie, et cetera).

Bij kantoorgebouwen speelt vooral de energietransitie en ‘Paris Proof 2050’ komt steeds dichterbij. In het Bouwbesluit 2012 is verplicht gesteld dat elk kantoorgebouw energielabel C moet hebben per 1 januari 2023. Is dit niet het geval, dan mag het gebouw niet meer gebruikt worden als kantoor. De energielabels van kantoren op toplocaties zijn vaak al goed (energielabel C of hoger). Een opgave ligt vooral op de secundaire, slechtere locaties. Dit zijn veelal de monofunctionele snelweglocaties buiten de centra van stedelijke regio’s. Juist op deze plekken met incourante panden en leegstand was het al lastig om te investeren in nieuwe duurzaamheidseisen. Door COVID-19 kan de leegstand oplopen en dit zet investeringen door gebouweigenaren verder onder druk. Hiermee beïnvloedt COVID-19 de trend negatief op secundaire kantorenlocaties.

Energie en klimaat

Veranderende woonwerk stromen: mensen willen dicht bij hun werk wonen. Vooral verstedelijkte regio’s zijn in trek door de goede bereikbaarheid en mix van wonen, werken en verblijven. COVID-19 als katalysator? COVID-19 heeft beperkt effect op deze trend. De populariteit van wonen en werken in verstedelijkte regio’s houdt aan. Wel zien we dat 50% van de werkenden in potentie verder van hun werk kan wonen. De G4 en regio’s rondom de Randstad waren hiervoor al populair. COVID-19 versterkt deze trend door het toenemend belang van wooncomfort. Hiervan verwachten we dat een klein deel echt landelijk gaat wonen (maar 2 tot 3%). Transitie: Duurzaamheidstransitie (energietransitie). Trend: Rekening houden met duurzaamheidseisen bij nieuwbouw en herstructureren van panden die niet aan de eisen voldoen. COVID-19 als katalysator? Pre-COVID-19 was deze trend al aanwezig. COVID-19 versterkt het achterop raken van kantoorpanden op secundaire locaties in de energietransitie.

Bron: CLO, 2020. Vervoersprestatie openbaar vervoer, 2000-2018. Bron: Stec Groep, 2021. Woningmarktkrapte onverminderd groot tijdens coronacrisis. 41 Bron: De Groot, 2020. Rabobank. Massale toestroom stedelingen naar platteland is een illusie. 42 Bron: PBL, 2021. Trek van en naar de stad. 43 Bron: De Groot en Smit, 2021. Rabobank. De stad lijkt ondanks de coronacrisis nog niet op zijn retour. 44 Bron: Zie bijvoorbeeld het onderzoek van KiM, 2020. Kerncijfers Mobiliteit 2020 ‘Bijlagen Toekomstbeeld – Kerncijfers Mobiliteit 39 40

2020’.

42

Behoefteraming kantoren Noord-Brabant 21.308

Welzijn en Quality of Living

Denken over een gezonde leefomgeving en kwaliteit van leven is voor werknemers en werkgevers van toenemend belang. Dit beïnvloedt de inrichting van het kantoor, de manier waarop het kantoor gebruikt wordt en de omgeving waarin het kantoor staat. Een gezonde leefomgeving wordt gedefinieerd als “een leefomgeving die als prettig wordt ervaren, die uitnodigt tot gezond gedrag en waar de druk op de gezondheid zo laag mogelijk is.” 45 Dit betekent een schone en veilige omgeving die uitnodigt tot bewegen en die te voet of per fiets en OV goed bereikbaar is. Het betekent ook een aantrekkelijke en gevarieerde openbare ruimte waar je anderen kunt ontmoeten met voldoende en goed bereikbare voorzieningen en ruimte voor groen en recreatie. Deze ruimtelijke, fysieke en sociale omgevingsfactoren zijn ook van toepassing op de werkomgeving. Werknemers zoeken vaker naar een goede balans tussen wonen en werken vanuit persoonlijke overwegingen. Dit wordt steeds vaker gestimuleerd door werkgevers, bijvoorbeeld door het geven van korting op een sportschoolabbonement of door gezonde voeding aan te bieden in de bedrijfskantine. Toch blijkt dat het merendeel van de werkgevers gezond en veilig werken nog niet stimuleert. 46 Terwijl dit voor werknemers juist aantrekkelijk is om te doen, zo toont onderzoek van TNO uit 2006 aan.

47 Werknemers die sporten met in-company fitnessprogramma’s en adviesop-maat verzuimen minder vaak (en vooral korter), zitten beter in hun vel en zijn productiever en creatiever. Ook de verschuiving naar hybride werkmodellen moet aandacht krijgen vanuit deze trend. Thuiswerken is namelijk van invloed op het welbevinden, de creativiteit en de productiviteit van werknemers. Deze effecten zijn door de COVID-19-pandemie duidelijk in beeld en door PricewaterhouseCoopers (PwC) gekwantificeerd. Wanneer werknemers meer thuiswerken: • Vermindert het welzijnsniveau van werknemers door een toename in isolatie, stress en burn-out • Neemt de betrokkenheid bij werknemers onder elkaar en met het bedrijf af waardoor werknemers minder productief zijn, vaker verzuimen en is er een hoog personeelsverloop. • Er minder contact onder collega’s is wat van invloed is op de samenwerking en spontane contacten die normaliter zorgen voor innovatie en een verbreding van perspectieven. 48 PwC raadt daarom aan om werknemers maximaal drie dagen per week thuis te laten werken om de nadelen niet op te laten wegen tegen de voordelen ervan (zoals verminderde (reis)kosten en toenemende flexibiliteit). Verder benadrukt sociologe Tanja van der Lippe dat specifiek twintigers en dertigers (starters) op de arbeidsmarkt zwaarder lijden onder het langdurig thuiswerken dan ervaren werknemers.

Zo vertelt ze in de Volkskrant: “Zij [de

Transitie: Trend: Stimuleren gezond en veilig werken door werkgevers en bij werknemers zelf. COVID als katalysator? Pre-COVID-19 was deze trend al ingezet maar nog niet alomvertegenwoordigd bij werkgevers. Door COVID-19 is deze trend belangrijker geworden als gevolg van de negatieve mentale/fysieke effecten van COVID-19 zoals die ervaren worden bij werknemers. En het belang van ventilatie van gebouwen. We verwachten daarom dat welzijnsmaatregelen zwaarder mee gaan wegen in de inrichting en het gebruik van kantoorruimtes.

twintigers en dertigers] moeten nog carrière maken, en dat is veel moeilijker als je niet zichtbaar bent voor leidinggevenden en collega’s. Ze zijn professioneel geïsoleerd”. Naast welzijnaspecten kan het ook gevolgen hebben voor de carrière: deze groep kan mogelijk minder snel de carrièreladder beklimmen of een vast contract krijgen. 49 Tot slot: zie voor alle plus- en minpunten van thuiswerken voor het welbevinden van werknemers het rapport van het Sociaal Cultureel Planbureau. 50

Bijlage B: Plancapaciteit kantoren 1-1-2022 Regio

Gemeente

Locatie

West West West West

Bergen Op Zoom Breda Breda Breda

Locatie aan de Wattweg Cl. Prinsenlaan (D'laudius) Coulissen De Hoven

Plancapaciteit (m² bvo) 18.000 6.500 18.600 17.600

Locatietype

Planstatus

Snelweg en uitvalsweg Snelweg en uitvalsweg Hoogstedelijk centrummilieu/OV-knoop Hoogstedelijk centrummilieu/OV-knoop

hard hard hard hard

Bron: RIVM, 2011. Wat verstaan we onder een gezonde leefomgeving? Bron: Nationale Vacaturebank. Persbericht: 79 procent werknemers productiever door sporten. 47 Bron: TNO, 2006. Meer bewegen op het werk. Preventie en Zorg. 48 Bron: PwC, 2020. The Costs and Benefits of Working from Home. 49 Bron: Narinx e.a., 2020. De Volkskrant. Wat betekent langdurig thuiswerken voor de BV Nederland? 50 Josten & Merens (2021). Sociaal en Cultureel Planbureau. Thuis of terug naar kantoor. Plus- en minpunten van thuiswerken voor het 45 46

welbevinden van werknemers.

43

Behoefteraming kantoren Noord-Brabant 21.308

West

Breda

West

Breda

West West West

Breda Breda Breda

West West West West West

Breda Breda Breda Breda Breda

West West West West Zuidoost

Breda Breda Breda Breda Eindhoven

Zuidoost Zuidoost Zuidoost Zuidoost Zuidoost Zuidoost Zuidoost Zuidoost Zuidoost Zuidoost Zuidoost Zuidoost Zuidoost Zuidoost Zuidoost West Zuidoost Zuidoost West West West West Noordoost Noordoost Noordoost Noordoost Noordoost Midden Midden Midden

Eindhoven Eindhoven Eindhoven Eindhoven Eindhoven Eindhoven Eindhoven Eindhoven Eindhoven Eindhoven Eindhoven Eindhoven Eindhoven Eindhoven Eindhoven Etten-Leur Helmond Nuenen Roosendaal Roosendaal Roosendaal Rucphen s-Hertogenbosch s-Hertogenbosch s-Hertogenbosch s-Hertogenbosch s-Hertogenbosch Tilburg Tilburg Tilburg

Midden Zuidoost

Tilburg Veldhoven

De Lunet (vml winkelcentrum) Drie Hoefijzers zuid (Via Breda) Ettensebaan/Cosunpark Stationsweg Kantorenpark CL Prinsenlaan Koraalstraat (Westenburg) Meulenspie Nac Stadion Overig CLP Stadskantoor C, (Parkeerterrein) Steenakker-noord Werkdonken/Kapittelweg Hoge Mosten (vml HSL) Rithmeesterpark High Tech Campus Eindhoven Knoop XL (overig) Flight Forum TU/e Campus Dorgelolaan (gebouw 1) Lichthoven Fase 2 VDMA Holiday Inn Strijp-S Strijp-T The Dutch Mountains Lichthoven Fase 1 District E (vh. VVV-locatie) Dorgelolaan (gebouw 2) Gebouw Vierlander Bouvigne (gebouw Volt) Oostpoort/Trivium Suytkade Smits van Oyenlaan Stationsgebied Stadsoevers Borchwerf Kantorenzone Gasthuiskwartier Innovatiekwartier Station Oost Bossche Stadsdelta Rosmalense Plas Spoorzone Reeshof de Knoop Berkel Enschot Bedrijvenpark Kempenbaan West De Run 1000 51

2.000

Snelweg en uitvalsweg

hard

8.500

Hoogstedelijk centrummilieu/OV-knoop

hard

6.000 8.600 46.500

Snelweg en uitvalsweg Hoogstedelijk centrummilieu/OV-knoop Snelweg en uitvalsweg

hard hard hard

2.000 9.000 18.000 35.000 3.000

Snelweg en uitvalsweg Snelweg en uitvalsweg Snelweg en uitvalsweg Snelweg en uitvalsweg Hoogstedelijk centrummilieu/OV-knoop

hard hard hard hard hard

40.000 7.780 4.000 6.000 115.000

Snelweg en uitvalsweg Bedrijventerrein Snelweg en uitvalsweg Snelweg en uitvalsweg Innovatie/campus

hard hard hard hard hard

100.000 50.000 40.000 30.000 28.000 16.500 15.000 15.000 n.n.b. 14.500 14.000 12.500 10.000 5.000 4.000 1.200 8.000 4.750 12.500 15.000 5.000 22.100 3.700 55.000 3.000 500 28.000 28.000 2.000 1.500

Hoogstedelijk centrummilieu/OV-knoop Snelweg en uitvalsweg Innovatie/campus Hoogstedelijk centrummilieu/OV-knoop Hoogstedelijk centrummilieu/OV-knoop Hoogstedelijk centrummilieu/OV-knoop Hoogstedelijk centrummilieu/OV-knoop Hoogstedelijk centrummilieu/OV-knoop Innovatie/campus Hoogstedelijk centrummilieu/OV-knoop Hoogstedelijk centrummilieu/OV-knoop Hoogstedelijk centrummilieu/OV-knoop Hoogstedelijk centrummilieu/OV-knoop Hoogstedelijk centrummilieu/OV-knoop Snelweg en uitvalsweg Snelweg en uitvalsweg Overig centrummilieu Overig centrummilieu Overig OV-knooppunt Overig centrummilieu Snelweg en uitvalsweg Bedrijventerrein Hoogstedelijk centrummilieu/OV-knoop Hoogstedelijk centrummilieu/OV-knoop Overig OV-knooppunt Hoogstedelijk centrummilieu/OV-knoop Snelweg en uitvalsweg Hoogstedelijk centrummilieu/OV-knoop Overig OV-knooppunt Bedrijventerrein

zacht hard hard zacht zacht hard zacht hard zacht zacht zacht hard zacht zacht hard hard hard hard hard hard hard hard zacht zacht zacht zacht hard hard hard hard

10.000 50.000

Snelweg en uitvalsweg Bedrijventerrein

hard zacht

Bron: Input gemeenten (2022)

Exclusief gelabeld voor ontwikkeling ASML. Concurrentie met andere locaties is daarom naar verwachting zeer laag. De bouw van dit project is inmiddels gestart en wordt naar verwachting in 2024 opgeleverd.

51

44

Behoefteraming kantoren Noord-Brabant 21.308

Bijlage C: Recente transacties op de kantorenmarkt Regio

Gemeente

Bedrijf

West Noordoost Noordoost Noordoost Zuidoost Zuidoost Zuidoost Zuidoost West Zuidoost Midden

Breda s-Hertogenbosch s-Hertogenbosch s-Hertogenbosch Eindhoven Eindhoven Eindhoven Eindhoven Oosterhout Son en Breugel Tilburg

BreedSaam BDO Otherside Software (vml Empirion) Ricoh Sendcloud BDO AKD KPMG Pharma Partners HumanTotalCare BDO

Datum contract/ bekendmaking jul-22 nov-20 nov-21 jul-22 sep-20 nov-20 apr-21 feb-22 dec-20 dec-21 nov-20

Vierkante meters oud

Vierkante meters nieuw

Ontwikkeling meters

741 3.407 610 8.169 1.708 3.368 3.281 7.000 2.875 6.308 3.778

1.414 1.240 2.250 3.000 5.000 6.396 2.500 3.885 2.239 5.004 1.667

91% -64% 269% -63% 193% 90% -24% -45% -22% -21% -56%

Gebaseerd op verschillende bronnen. Onder andere Vastgoeddata.nl, PropertyNL, CBRE, Vastgoedjournaal.

Behoefteraming kantoren Noord-Brabant 21.308

45

Bijlage D: Definities In deze bijlage is een overzicht van begrippen en definities opgenomen die in het rapport worden gebruikt. Belangrijk te noemen is dat alleen kantoorpanden met een oppervlakte groter dan 500 m² meegenomen worden in de analyse. Voor onderstaande definities zijn de NVM Business rapporten ‘Kantoren in cijfers’ als uitgangspunt genomen, opgesteld door de heer Bak (Bron: NVM Business, 2021 p. 9). • Kantoor: “Onder een kantoor wordt verstaan een ruimtelijk zelfstandige eenheid die grotendeels in gebruik is of te gebruiken is voor bureaugebonden werkzaamheden of ondersteunende activiteiten. De definitie van het begrip kantoor als een ruimtelijk zelfstandige eenheid betekent dat kantoren in fabrieken, bedrijfsgebouwen, ziekenhuizen en universiteiten buiten de statistiek worden gelaten.” • Verhuurbaar vloeroppervlak: “Dit is het bruto vloeroppervlak minus het constructieoppervlak, de verticale verkeersruimten en de installatieruimten. De omschrijving van het verhuurbaar vloeroppervlak is vastgelegd in de NEN 2580. Als vuistregel kan gelden dat van het bruto vloeroppervlak ongeveer 86 procent verhuurbaar is.” • Voorraad: “Met voorraad wordt bedoeld het totaal van leegstaande en in gebruik zijnde kantoren.

Ook kantoren die op het moment van registratie nog in aanbouw zijn, worden tot de voorraad gerekend.” Andere definities die in deze bijlagen en het hoofdrapport naar voren komen zijn (Bron: Stec Groep): • Totale kantorenvoorraad is de totale omvang van kantoorruimtes (in m2 vvo). Het gaat hier om alle in gebruik zijnde en leegstaande kantoren. • Kantorenvoorraad in gebruik is de totale omvang in m2 vvo van de kantoren in gebruik. De kantorenvoorraad in gebruik wordt als volgt berekend: totale kantorenvoorraad minus leegstaande kantoorruimtes (in m2 vvo). • Het aanbod vormt het totaal aantal kantoormeters dat aangeboden wordt op de markt op een specifiek moment in de tijd of over een bepaalde periode. Let op: in deze bijlagen en het hoofdrapport worden de verborgen leegstand en de plancapaciteit op nog onbebouwde kavels niet meegenomen in de analyse van het aanbod. • Opnamevolume is het totaal aantal vierkante meter kantoorruimte dat in specifieke periode op de markt komt. • Uitbreidingsvraag is de vraag naar kantoorruimte die ontstaat door ontwikkeling van de werkgelegenheid (uitbreiding/inkrimping van activiteiten van bestaande bedrijven, oprichting/opheffing van bedrijven en vestiging/vertrek van bedrijven in/uit de regio/gemeente). Verder geldt dat cijfers over de kantorenmarkt (met name voorraad, aanbod en leegstand) sterk van elkaar kunnen verschillen.

Dit kan liggen aan een verschil in gehanteerde definities of gebruik van andere databases.

Behoefteraming kantoren Noord-Brabant 21.308

Bijlage E: Samenstelling begeleidingscommissie Projectleider vanuit de provincie Noord-Brabant: Mark Spanjers Betrokken vanuit de provincie Noord-Brabant: Pieternel Ritsema De volgende personen maakten onderdeel uit van de begeleidingscommissie: Regio Hart van Brabant Hart van Brabant Noordoost-Brabant West-Brabant West-Brabant West-Brabant Zuidoost-Brabant Zuidoost-Brabant

Lid begeleidingscommissie Jan van Roessel (Gemeente Waalwijk) Maaike de Wijk (Gemeente Tilburg) Marty van Esch (Gemeente Land van Cuijk) Jody Broeders (Gemeente Breda) Peet Willemse (Gemeente Roosendaal) Jenny Verheijen (Gemeente Breda) Ingrid Leermakers (Gemeente Eindhoven) Jeroen Ijff (Gemeeente Veldhoven)

46

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13037333/1