CConstaterende datNuenen
Koppel je AI →
Document · PDF

2022-54 RV Bijlage 04 - Toelichting vaststelling bestemmingsplan

Gemeenteraad 7 juli 2022, gemeente NuenenBij agendapunt: Bestemmingsplan Soeterbeekseweg / Blekerdijk (RvR)23.059 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

35

Bestemmingsplan ‘Buitengebied, herziening Soeterbeekseweg kruising Blekerdijk Ruimte voor Ruimte’ - Toelichting

3.3.5 Natuurinclusief bouwen De overheid wil het natuurinclusief realiseren van nieuwe gebouwen stimuleren. Natuurinclusief bouwen betekent dat in een nieuw gebouw bijvoorbeeld verblijfplaatsen voor gierzwaluwen, huismussen en vleermuizen worden geïntegreerd. Dit kan in de vorm van neststenen/nestkasten en vleermuisverblijven die zodanig in het ontwerp zijn verwerkt, dat deze vrijwel niet zichtbaar zijn. De natuurinclusieve realisatie van nieuwbouw is in het kader van de Wet natuurbescherming vereist ter compensatie van het verlies van verblijfplaatsen als er ten behoeve van de nieuwbouw is gesloopt. Daarnaast draagt het bij aan de duurzame instandhouding van verblijfsruimte voor gebouw bewonende beschermde soorten. Verder wordt doormiddel van de landschappelijke inpassing binnen het plangebied vogel-, vlinderen bij-vriendelijke bloemen en struiken aangeplant.

3.3.6 Ontsluiting en parkeren In de toekomstige situatie zal ten behoeve van de Ruimte voor Ruimte woningen één nieuwe inrit gerealiseerd worden naar Soeterbeekseweg. Deze ontwikkeling leidt gezien de kleinschaligheid niet tot een substantiële toename van de verkeersdruk aan de Soeterbeekseweg. Vanaf de locatie gaan verkeersbewegingen direct op in het heersende verkeersbeeld. De parkeernorm bedraagt 3 parkeerplaatsen per woning exclusief garage. Binnen het plangebied is voldoende ruimte om drie parkeergelegenheden per woning op eigen terrein te realiseren.

3.4 Beeldkwaliteit De nieuwe bebouwing zal worden geclusterd rondom een centraal erf dat landschappelijk wordt ingepast middels groen. De beoogde uitstraling van het nieuwe erf vraagt om een gerichte inzet om de beoogde (beeld)kwaliteit van de woningen en de groene inpassing ook daadwerkelijk te realiseren. De twee nieuwe woningen vormen met de twee haaks daarop gepositioneerde bijgebouwen een ensemble rondom een centraal erf. De nieuwe woningen op de projectlocatie dienen zich enerzijds te voegen naar de directe omgeving en anderzijds de woonwensen van de toekomstige bewoners zo maximaal mogelijk te accommoderen. Vanuit de gekozen opzet en referentie van een boerenerf, dienen de twee hoofdgebouwen nadrukkelijk anders uitgewerkt te worden. Het heeft ook de voorkeur de twee aan het erf gelegen bijgebouwen elk een zekere eigenheid te geven. Zo ontstaat een architectonisch totaalbeeld dat dat gekozen ruimtelijk opzet versterkt. Voor nadere uitwerking van de beeldkwaliteit wordt verwezen naar het beeldkwaliteitplan dat bij dit bestemmingsplan behoort.

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

36

Bestemmingsplan ‘Buitengebied, herziening Soeterbeekseweg kruising Blekerdijk Ruimte voor Ruimte’ - Toelichting

4. BELEIDSKADER 4.1 Rijksbeleid 4.1.1 Nationale Omgevingsvisie Het Rijk heeft de Nationale Omgevingsvisie opgesteld voor de fysieke leefomgeving. De fysieke leefomgeving is een gedeelde verantwoordelijkheid van gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk. Sommige belangen en opgaven overstijgen het lokale, regionale en provinciale niveau en vragen om nationale politiek-bestuurlijke aandacht. De nationale belangen zijn in veel gevallen sectoraal. De opgaven die voortkomen uit de nationale belangen van het Rijk zijn vertaald in vier integrale prioriteiten. Deze vier integrale prioriteiten betreffen: -

Klimaat & Energie; ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie;

-

Duurzame economie; duurzaam economisch groeipotentieel;

-

Stad & Regio; sterke en gezonde steden en regio’s;

-

Landelijk gebied; toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

In deze vier prioriteiten komen complexe, omvangrijke en dringende opgaven samen, die voortkomen uit of samenhangen met grote transities. Politieke en maatschappelijke keuzes zijn vooral daar nodig, om op deze prioriteiten voortgang te boeken op een manier die draagvlak heeft en bijdraagt aan de kwaliteit van de leefomgeving. Centraal in te maken afwegingen tussen belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving in zijn volledige omvang (boven- en ondergrond). Het belangrijkste spanningsveld in die afwegingen is dat tussen beschermen en ontwikkelen. Om aan dit afwegingsproces richting te geven worden drie afwegingsprincipes gehanteerd. Deze zijn: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Dit bestemmingsplan heeft door omvang en aard van de ontwikkeling geen betrekking op de geformuleerde nationale belangen.

4.1.2 Ladder duurzame verstedelijking Op grond van artikel 3.1.6, tweede lid, Bro, is het verplicht om in het geval dat een bestemmingsplan een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, in de toelichting een toets aan de ladder voor duurzame verstedelijking op te nemen. In de ‘Handreiking Ladder voor duurzame verstedelijking’ wordt opgemerkt dat bij de regeling ‘Ruimte voor Ruimte’ geen sprake is van een stedelijke ontwikkeling, omdat aan de oprichting van een Ruimte voor Ruimte woning sloop van bebouwing is voorafgegaan (een rood voor groen regeling). Toepassing van de ladder is derhalve voor onderhavige ontwikkeling niet aan de orde. Er is daarbij bij de ontwikkeling van slechts twee woningen, in het kader van de ladder voor duurzame verstedelijking, geen sprake van een stedelijke ontwikkeling.

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

37

Bestemmingsplan ‘Buitengebied, herziening Soeterbeekseweg kruising Blekerdijk Ruimte voor Ruimte’ - Toelichting

4.2 Provinciaal beleid 4.2.1 Structuurvisie Ruimtelijke Ordening Provinciale Staten hebben op 7 februari 2014 de partiële herziening 2014 van de Structuurvisie Ruimtelijke Ordening 2010 vastgesteld. De kwaliteiten binnen de provincie Noord-Brabant zijn sturend bij de te maken ruimtelijke keuzes. Deze ruimtelijke keuzes zijn van provinciaal belang en zijn geformuleerd als:

-

het versterken van regionale contrasten tussen klei-, zand- en veenontginningen; ontwikkeling van een vitaal en divers platteland; het creëren en behouden van een robuust water- en natuursysteem; het realiseren van een betere waterveiligheid door preventie; de koppeling van waterberging en droogtebestrijding; het geven van ruimte voor duurzame energie; de concentratie van verstedelijking; het ontwikkelen van een sterk stedelijk netwerk: Brabantstad; het creëren van groene geledingszones tussen steden; het ontwikkelen van goed bereikbare recreatieve voorzieningen; het ontwikkelen van economische kennisclusters; internationale bereikbaarheid; de beleefbaarheid van stad en land vanaf de hoofdinfrastructuur.

De Structuurvisie Ruimtelijke Ordening wordt nader uitgewerkt in de Verordening ruimte NoordBrabant. De Verordening ruimte Noord-Brabant wordt in subparagraaf 4.2.3 besproken.

4.2.2 Brabantse Omgevingsvisie Op 14 december 2018 is de Brabantse Omgevingsvisie vastgesteld. De Brabantse Omgevingsvisie is een samenhangende visie op de fysieke leefomgeving. De Omgevingsvisie bevat de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving voor de periode tot 2050. Dat gaat om ambities op gebied van de energietransitie, een klimaatproof Brabant, Brabant als slimme netwerkstad en een concurrerende, duurzame economie. De Brabantse Omgevingsvisie vervangt als gevolg van de aankomende Omgevingswet tenminste de vier provinciale beleidsplannen over milieu en water (PMWP), verkeer en vervoer (PVVP), ruimtelijke ordening (Structuurvisie Ruimtelijke Ordening) en natuur (BrUG). De Brabantse Omgevingsvisie geeft aan hoe de Brabantse leefomgeving er in 2050 uit zou moeten zien. En waar we in 2030 tenminste moeten staan om die lange termijndoelen te halen. De visie noemt een vijftal hoofdopgaven: 1. De basis op orde: veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit zijn van essentieel belang om goed te kunnen wonen, werken en leven in Brabant. 2. Brabantse energietransitie: om Brabant op termijn energieneutraal te maken moeten we minder energie gebruiken en meer duurzame energie op gaan wekken. 3. Slimme netwerkstad: de manier waarop we ons verplaatsen verandert en we stellen andere eisen aan steden. Dit heeft gevolgen voor het netwerk van steden en dorpen.

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

38

Bestemmingsplan ‘Buitengebied, herziening Soeterbeekseweg kruising Blekerdijk Ruimte voor Ruimte’ - Toelichting

4. Klimaatproof Brabant: als gevolg van klimaatverandering krijgen we meer extremen in temperatuur en neerslag. Hoe gaan we deze gevolgen aanpakken? 5. Concurrerende, duurzame economie: Brabant wil top kennis- en innovatieregio blijven, waarbij de omslag naar een circulaire economie nodig is en digitalisering steeds belangrijker wordt. De Brabantse Omgevingsvisie wordt uitgewerkt in de Interim omgevingsverordening NoordBrabant.

4.2.3 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant 4.2.3.1 Inleiding De Interim omgevingsverordening geeft bindende regels die bij ruimtelijke ontwikkelingen in acht genomen moeten worden. De provincie Noord-Brabant wil met haar regels aansluiten op de werkwijze van de Omgevingsvisie en de Omgevingswet. Daarom is ervoor gekozen om de verschillende provinciale verordeningen voor de fysieke leefomgeving samen te voegen tot een Interim omgevingsverordening. De Interim omgevingsverordening is beleidsneutraal van karakter. Dat betekent dat er alleen inhoudelijke wijzigingen zijn doorgevoerd als die rechtstreeks voortvloeien uit vastgesteld beleid, zoals bijvoorbeeld het diep, rond en breed kijken van de omgevingsvisie. De regels voor ruimtelijke ontwikkelingen zijn ontleend aan de Verordening ruimte Noord-Brabant.

4.2.3.2 Aanduidingen plangebied in Interim omgevingsverordening Navolgende figuur geven de ligging van het plangebied in de Interim omgevingsverordening weer. Het plangebied is aangeduid met een zwarte bolletjeslijn.

Figuur 23: Aanwijzing plangebied in de Interim omgevingsverordening

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

39

Bestemmingsplan ‘Buitengebied, herziening Soeterbeekseweg kruising Blekerdijk Ruimte voor Ruimte’ - Toelichting

Het plangebied is aangewezen als gelegen binnen het ‘Landelijk gebied’ en kent de aanduiding ‘Groenblauwe mantel’. Specifieke regels voor wonen binnen het ‘Landelijk gebied’ worden verderop in deze paragraaf toegelicht. Het

plangebied

kent

in

de

Interim

omgevingsverordening

tevens

de

aanduidingen

‘Stalderingsgebied’, ‘Beperkingen veehouderij’ en ‘Cultuurhistorisch waardevol gebied’. Het gaat om de cultuurhistorische vlakken in de cultuurhistorische landschappen. De cultuurhistorische vlakken verdienen specifieke aandacht vanwege de onvervangbaarheid ervan. De provincie wil de onvervangbare waarden beschermen. Binnen het plangebied wordt nieuwe bebouwing geclusterd in een erfmodel. In de oksel van de Soeterbeekseweg en de Blekerdijk zal de bestaande veestal worden afgebroken. Deze zal worden vervangen door twee nieuwe woningen, die op subtiele wijze in dit historisch bepaalde landschap dienen te worden ingepast. De gevolgde ruimtelijke strategie zet in op het versterken van het eigen karakter van het gebied en het verbinden van al bestaande groenstructuren met nieuwe landschappelijke elementen. Hierdoor vindt geen aantasting plaats van het gebied. Tegelijkertijd voorziet het saneren van het agrarisch bouwvlak en de stal wel in een meerwaarde in ruimtelijke kwaliteit. Voor de gebieden met de aanduidingen ‘Stalderingsgebied’ en ‘Beperkingen veehouderij’ gelden restricties voor het uitbreiden van een veehouderij. Deze aanduidingen zijn voor de beoogde ontwikkeling niet van toepassing. De bestaande veehouderijstal wordt gesaneerd. In deze stal worden geen dieren meer gehouden en er is geen vergunning Wet Milieubeheer vigerend.

Het plangebied kent tevens de aanduiding ‘Attentiezone waterhuishouding. In een attentiegebied geldt dat voor activiteiten die een negatief effect op de (grond)waterstand in een natte natuurparel kunnen hebben, een vergunning nodig is.

4.2.3.3 Artikel 3.6 Zorgvuldig ruimtegebruik Het doel van de provincie is om bestaand bebouwd gebied zo goed mogelijk te benutten. Het optimaal benutten van de bestaande bebouwde omgeving draagt bij aan het behoud van de openheid en kwaliteit van het buitengebied en aan hergebruik van leegkomende- of bebouwingslocaties in zowel stedelijk als landelijk gebied. Binnen het plangebied is sprake van een VAB-locatie. Het voorkomen van onnodig nieuw ruimtebeslag in het landelijk gebied door nieuwvestiging is hierbij een belangrijk uitgangspunt. Het voorkomen van onnodig nieuw ruimtebeslag krijgt ook vorm door eerst de mogelijkheden binnen bestaande bebouwde omgeving optimaal te benutten. Dat betekent niet dat alle fysieke ruimte benut moet worden voordat nieuw ruimtebeslag mogelijk is. Binnen stedelijk gebied is vanuit kwaliteitsoverwegingen bijvoorbeeld ook ruimte nodig voor groenvoorzieningen en voldoende opvang van water. Een ander aspect van zorgvuldig ruimtegebruik is het uitgangspunt dat gebouwen, bouwwerken en andere permanente voorzieningen worden geconcentreerd binnen het bouwperceel. Met de sloop van de stal is sprake van zorgvuldig ruimtegebruik. Bovendien wordt een toekomstige agrarische uitbreiding gestuit, wat indirect leidt tot een afname van het ruimtebeslag en borging van de open structuur ten zuiden van de beoogde nieuwe woningen.

De realisatie van Ruimte voor Ruimte woningen wordt gezien als ‘nieuwvestiging’ maar behoort conform artikel 3.80 van de Interim

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

40

Bestemmingsplan ‘Buitengebied, herziening Soeterbeekseweg kruising Blekerdijk Ruimte voor Ruimte’ - Toelichting

omgevingsverordening tot de mogelijkheden, in afwijking van artikel 3.6, dat gebruik gemaakt moet worden van een bestaand bouwperceel.

4.2.3.4 Artikel 3.9 Kwaliteitsverbetering landschap Vanuit het bereiken van een goede omgevingskwaliteit geldt in Brabant sinds 2014 de regeling Kwaliteitsverbetering landschap. Artikel 3.9 van de Interim omgevingsverordening stelt dat een ruimtelijke ontwikkeling binnen het Landelijk gebied gepaard dient te gaan met een fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit van het gebied of de omgeving. Een verbetering van de landschappelijke kwaliteit kan mede de volgende aspecten omvatten: de op grond van deze verordening verplichte landschappelijke inpassing, het toevoegen, versterken of herstellen van landschapselementen die een bijdrage leveren aan de versterking van de landschapsstructuur of de relatie stad-land, het behoud of herstel van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing of terreinen, het wegnemen van verharding, het slopen van bebouwing, de realisering van het Natuur Netwerk Brabant en ecologische verbindingszones en het aanleggen van extensieve recreatieve mogelijkheden. In de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant is uitdrukkelijk bepaald dat bij Ruimte voor Ruimte ontwikkelingen geen toepassing gegeven behoeft te worden aan het principe van kwaliteitsverbetering van het landschap zoals bedoeld in artikel 3.9. Desalniettemin is binnen het plangebied sprake van een aanzienlijke kwaliteitsverbetering.

Een agrarisch bouwvlak wordt gesaneerd en verouderde bebouwing wordt gesaneerd. Hiermee komen ook binnenplanse uitbreidingsmogelijkheden te vervallen. Nieuwe bebouwing past vanuit landschappelijk en cultuurhistorisch oogpunt in de structuur van het gebied. Hiertoe is een zorgvuldige afweging gemaakt, een nadere omschrijving en uitwerking is opgenomen in het beeldkwaliteitplan dat als bijlage bij de regels van dit bestemmingsplan is opgenomen.

4.2.3.5 Artikel 3.80 Ruimte voor Ruimte binnen Landelijk gebied Artikel 3.80, eerste lid van de Interim omgevingsverordening stelt dat kan worden voorzien in één of meerdere ruimte-voor-ruimtekavels, ieder ten behoeve van de bouw van één woning, indien: a. er sprake is van een aanzienlijke winst van de omgevingskwaliteit; b. de ruimte-voor-ruimtekavel is op een planologisch aanvaardbare locatie in een bebouwingsconcentratie ligt; c. een goede landschappelijke inpassing van de te bouwen woning is verzekerd; d. er geen sprake is van (een aanzet voor) een stedelijke ontwikkeling behoudens in geval de locatie ligt binnen Verstedelijk afweegbaar. Artikel 3.80 stelt tevens het navolgende: 2. Er is sprake van een aanzienlijke winst van de omgevingskwaliteit als per ruimtevoor-ruimtekavel is aangetoond dat is voldaan aan de volgende voorwaarden: a. een of meer veehouderijen gericht op het houden van varkens of pluimvee zijn in het geheel beëindigd waarbij alle bedrijfsgebouwen ten dienste van de veehouderij, niet zijnde de bedrijfswoning, zijn gesloopt; b. de onder a. bedoelde veehouderijen zijn voorafgaand aan de beëindiging gedurende een periode van drie jaar onafgebroken in bedrijf geweest;

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

41

Bestemmingsplan ‘Buitengebied, herziening Soeterbeekseweg kruising Blekerdijk Ruimte voor Ruimte’ - Toelichting

c. de onder a. bedoelde veehouderijen zijn gevestigd binnen Beperkingen veehouderij of op een locatie die vanwege omliggende waarden en functies niet geschikt is voor de uitoefening van een veehouderij; d. er tenminste 1.000 m² bedrijfsgebouwen ten dienste van de onder a. bedoelde veehouderij, niet zijnde de bedrijfswoning, zijn gesloopt met een minimum van 200 m² op iedere beëindigingslocatie veehouderij; e. de ten behoeve van de onder a. bedoelde veehouderijen geregistreerde rechten betreffende de fosfaatproductie in een gezamenlijk omvang van tenminste 3.500 kg uit de markt zijn genomen door doorhaling van de bij de Dienst Regelingen geregistreerde rechten, waarbij per beëindigingslocatie een minimum van 700 kg aan rechten betreffende de productie va fosfaat aanwezig is; f.

de rechten, bedoeld onder e. moeten vanaf het moment van beëindiging van de bedrijfsvoering tot aan het moment van uit de markt nemen geregistreerd staan op naam van de veehouderij die is beëindigd;

g. de omgevingsvergunning milieu voor de onder a. bedoelde veehouderij op iedere beëindigingslocatie veehouderij is ingetrokken; h. een passende herbestemming is gelegd op de locatie als onder a. bedoeld die in ieder geval het houden van vee en het bouwen van nieuwe bedrijfsgebouwen uitsluit; i.

in redelijkheid niet op andere wijze is voorzien in de beëindiging van de onder a. bedoelde veehouderij.

3. In afwijking van het tweede lid kan een bestemmingsplan voorzien in een ruimte-voorruimtekavel als deze wordt ontwikkeld door of vanwege de Ontwikkelingsmaatschappij ruimte voor ruimte gelet op de in het verleden behaalde aanzienlijke winst van omgevingskwaliteit door toepassing van de Regeling beëindiging veehouderijtakken. 4. Het derde lid vervalt indien uit door Gedeputeerde Staten bijgehouden gegevens blijkt dat er

in

totaal

3.500

ruimte

voor

ruimte

kavels

door

of

vanwege

de

Ontwikkelingsmaatschappij ruimte voor ruimte zijn ontwikkeld. Navolgend zijn de voorwaarden uit artikel 3.80 van de Interim omgevingsverordening punt voor punt besproken en toegelicht. 1. Een bestemmingsplan van toepassing op Landelijk gebied kan voorzien in één of meerdere ruimte-voor-ruimtekavels, ieder ten behoeve van de bouw van één woning, indien: a. sprake is van een aanzienlijke winst van de omgevingskwaliteit; Door aankoop van bouwtitels Ruimte voor Ruimte is zeker gesteld dat er sprake is van ruimtelijke milieu- en kwaliteitswinst. Per Ruimte voor Ruimte woning is 1.000 m² aan stallen gesloopt en is een omvang van 3.500 kg aan fosfaatrechten uit de markt gehaald. Voor de ontwikkeling worden twee bouwtitels ruimte voor ruimte aangekocht. b. de ruimte-voor-ruimtekavel op een planologisch aanvaardbare locatie in een bebouwingsconcentratie ligt;

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

42

Bestemmingsplan ‘Buitengebied, herziening Soeterbeekseweg kruising Blekerdijk Ruimte voor Ruimte’ - Toelichting

Het plangebied is gelegen binnen de bebouwingsconcentratie ‘Soeterbeekseweg’. Ter plaatse is sprake van een bebouwingsconcentratie in de vorm van een bebouwingscluster. Middels onderhavige toelichting is aangetoond dat de ontwikkeling gerealiseerd wordt op een planologisch aanvaardbare locatie binnen dit bebouwingscluster. Een zorgvuldige motivering is opgenomen in hoofdstuk 2 en 3 alsmede het bijgesloten beeldkwaliteitplan. c. een goede landschappelijke inpassing van de te bouwen woning is verzekerd; De beoogde Ruimte voor Ruimte woningen zullen landschappelijk worden ingepast. De landschappelijke inpassing is bovenstaand beschreven en verankerd in de planregels. d. er geen sprake is van (een aanzet voor) een stedelijke ontwikkeling behoudens in geval de locatie ligt binnen Verstedelijk afweegbaar. Met de oprichting van twee Ruimte voor Ruimte woningen in samenhang met de sanering van een stal, vindt geen aanzet tot stedelijke ontwikkeling plaats. 2. Er is sprake van een aanzienlijke winst van de omgevingskwaliteit als per ruimtevoor-ruimtekavel is aangetoond dat is voldaan aan de volgende voorwaarden: a. een of meer veehouderijen gericht op het houden van varkens of pluimvee zijn in het geheel beëindigd waarbij alle bedrijfsgebouwen ten dienste van de veehouderij, niet zijnde de bedrijfswoning, zijn gesloopt; b. de onder a.

bedoelde veehouderijen zijn voorafgaand aan de beëindiging gedurende een periode van drie jaar onafgebroken in bedrijf geweest; c. de onder a. bedoelde veehouderijen zijn gevestigd binnen Beperkingen veehouderij of op een locatie die vanwege omliggende waarden en functies niet geschikt is voor de uitoefening van een veehouderij; d. er tenminste 1.000 m² bedrijfsgebouwen ten dienste van de onder a. bedoelde veehouderij, niet zijnde de bedrijfswoning, zijn gesloopt met een minimum van 200 m² op iedere beëindigingslocatie veehouderij; e. de ten behoeve van de onder a. bedoelde veehouderijen geregistreerde rechten betreffende de fosfaatproductie in een gezamenlijk omvang van tenminste 3.500 kg uit de markt zijn genomen door doorhaling van de bij de Dienst Regelingen geregistreerde rechten, waarbij per beëindigingslocatie een minimum van 700 kg aan rechten betreffende de productie va fosfaat aanwezig is; f.

de rechten, bedoeld onder e. moeten vanaf het moment van beëindiging van de bedrijfsvoering tot aan het moment van uit de markt nemen geregistreerd staan op naam van de veehouderij die is beëindigd;

g. de omgevingsvergunning milieu voor de onder a. bedoelde veehouderij op iedere beëindigingslocatie veehouderij is ingetrokken; h. een passende herbestemming is gelegd op de locatie als onder a. bedoeld die in ieder geval het houden van vee en het bouwen van nieuwe bedrijfsgebouwen uitsluit;

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

43

Bestemmingsplan ‘Buitengebied, herziening Soeterbeekseweg kruising Blekerdijk Ruimte voor Ruimte’ - Toelichting

i.

in redelijkheid niet op andere wijze is voorzien in de beëindiging van de onder a. bedoelde veehouderij.

Door aankoop van twee bouwtitels Ruimte voor Ruimte is zeker gesteld dat wordt voldaan aan de voorwaarden zoals hier benoemd. De provincie Noord-Brabant houdt hier toezicht op. 3. In afwijking van het tweede lid kan een bestemmingsplan voorzien in een ruimtevoor-ruimtekavel

als

deze

wordt

ontwikkeld

door

of

vanwege

de

Ontwikkelingsmaatschappij ruimte voor ruimte gelet op de in het verleden behaalde aanzienlijke winst van omgevingskwaliteit door toepassing van de Regeling beëindiging veehouderijtakken. Niet van toepassing. 4. Het derde lid vervalt indien uit door Gedeputeerde Staten bijgehouden gegevens blijkt dat er in totaal 3.500 ruimte voor ruimte kavels door of vanwege de Ontwikkelingsmaatschappij ruimte voor ruimte zijn ontwikkeld. Niet van toepassing.

4.2.3.6 Artikel 3.29 Cultuurhistorische waarden Het gehele plangebied is aangeduid als ‘cultuurhistorisch waardevol gebied’. Het plangebied is gelegen in een gebied dat is aangeduid als ‘cultuurhistorisch waardevol gebied’’ vanwege haar ligging in het Broekgebied tussen Breugel en Nuenen. Artikel 3.29 van de Interim omgevingsverordening bevat regels ten aanzien van cultuurhistorisch waardevolle gebieden. De cultuurhistorisch waardevolle gebieden binnen de provincie verdienen specifieke aandacht vanwege de onvervangbaarheid ervan. De provincie wil de onvervangbare waarden beschermen in de Verordening. Het gaat om de cultuurhistorische vlakken in de cultuurhistorische landschappen zoals aangegeven op de Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW). Plannen, projecten of handelingen zijn niet toegestaan indien zij de wezenlijke kenmerken en waarden van het gebied aantasten. Dit betekent dat het bestemmingsplan moet voorzien in een beschermende regeling zoals een vergunningstelsel en waar nodig verbodsbepalingen. De beoogde ontwikkeling tast de kenmerken en waarden van het gebied niet aan. Aan de ontwikkeling van de twee kavels is een ruimtelijke studie vooraf gegaan waarbij uitgebreid aandacht is besteed aan de ontstaansgeschiedenis van het gebied en de structuur van het landschap. Een nadere uitwerking hiervan is opgenomen in het beeldkwaliteitplan.

Daarnaast is het Team Ruimtelijke Kwaliteit betrokken geweest bij de totstandkoming van onderhavig plan. De nieuw toe te voegen woningen worden met respect voor het bestaande landschap vormgegeven in een bijpassend erfensemble. Een nader onderbouwing hiervan is opgenomen in paragraaf 3.3. Bovendien voorziet het planvoornemen niet enkel in het toevoegen van twee woningen, tegelijkertijd wordt een agrarisch bouwvlak gesaneerd. Daarmee komen de bouw- en gebruiksmogelijkheden hiervoor te vervallen. Volumineuze agrarische bebouwing, welke tevens

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

44

Bestemmingsplan ‘Buitengebied, herziening Soeterbeekseweg kruising Blekerdijk Ruimte voor Ruimte’ - Toelichting

verouderd is, maakt plaats voor een zorgvuldige maatwerk inpassing. Indirect komen hiermee ook de binnenplanse uitbreidingsmogelijkheden behorende bij het agrarisch bouwvlak te vervallen. De twee woningen worden zorgvuldig ingepast in het landschap doormiddel van streekeigen beplanting. Het onderhoud en beheer hiervan is tevens duurzaam geborgd. De twee woningen vormen de zuidelijke begrenzing van het bebouwingscluster rond de Soeterbeekseweg-Blekerdijk. Het aangrenzende deel van het kadastrale perceel blijft duurzaam agrarisch onbebouwde grond waarmee de openheid behouden blijft. Gelet op de zorgvuldige afwegingen die omtrent de planvorming gemaakt zijn en de (beperkte) korrelgrootte van deze specifieke ontwikkeling in het cultuurhistorische landschap maakt dat de landschappelijke- en cultuurhistorische waarden niet worden verstoord. De ontwikkeling voldoet dan ook aan de regels van artikel 3.29.

4.3 Gemeentelijk beleid 4.3.1 Structuurvisie Nuenen c.a. In de ‘Structuurvisie Nuenen c.a.’, door de gemeenteraad vastgesteld op 5 november 2009, wordt uiteengezet wat de visie en ambities voor de toekomst van de gemeente Nuenen is. Bij de structuurvisie is een visiekaart opgenomen. Hierin wordt per gebied aangegeven wat de doelen zijn voor dat gebied. Navolgende figuur betreft een uitsnede uit deze kaart voor de omgeving van het plangebied.

Figuur 17: Uitsnede kaart bij ‘Structuurvisie Nuenen c.a.’ waarop de ligging van de het plangebied indicatief is aangeduid met rode cirkel

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

45

Bestemmingsplan ‘Buitengebied, herziening Soeterbeekseweg kruising Blekerdijk Ruimte voor Ruimte’ - Toelichting

Ter plaatse van het plangebied is de bebouwingsconcentratie ‘Soeterbeekseweg’ aangeduid als ‘Bebouwingslinten behouden en versterken’ en de directe omgeving is aangeduid als ‘Versterken kleinschalig landschap’. Het bebouwingslint en het kleinschalige landschap zal met de bouw van twee Ruimte voor Ruimte woningen door stedenbouwkundige en landschappelijke inpassing versterkt worden. In de structuurvisie wordt over de bebouwingslinten geschreven: “De bebouwing aan de dorpslinten heeft aan de voorzijde een bijzonder welstandsniveau en de veldlinten een regulier niveau. (Historisch) groen, zoals leilinden en haagrestanten, spelen een belangrijke rol in de herkenbaarheid van deze linten. Het welstandsbeleid in de dorpslinten is erop gericht de oorspronkelijke diversiteit in de bebouwing te handhaven met de mogelijkheid om binnen de bestaande context (in relatie met de omgeving) gericht nieuwe elementen toe te voegen, rekening houdend met mogelijke accenten op stedenbouwkundig geëigende locaties. Een versnipperd beeld dient daarbij vermeden te worden door: het versterken van de rooilijn, het vergroten van de samenhang door rustig en evenwichtig materiaal- en kleurgebruik, en door vermijding van felle contrasten. Het schaalverschil tussen het wijde open land en het relatief knusse kleinschalige wegprofiel wordt bij de veldlinten zeer gewaardeerd.

De kenmerkende en (historisch) waardevolle bebouwing bevindt zich bijna uitsluitend daar. Daarbij komt het gevarieerde karakter van de bebouwing zelf en de variatie in openheid en in beplanting. Het veldlint Soeterbeek is beschermd door aanwijzing tot gemeentelijk dorpsgezicht. Voor dit dorpslint geldt dat nieuwbouw uitsluitend mag in de eigen stijl in overeenstemming met de landelijke omgeving. Afwijken van de aspecten die juist de samenhang in deze gebieden uitmaken, dit met name aan de wegzijde, vormen de leidraad. Het versterken van het landelijk kader wordt vooral gezocht in het in stand houden c.q. restaureren van karakteristieke panden, alsmede in de inrichting van erven, straatprofielen en beplantingen.” Met de beoogde ontwikkeling worden twee Ruimte voor Ruimte woningen toegevoegd binnen de zuidelijke entrée van het veldlint Soeterbeek. Deze zullen qua situering, vormgeving en materialisering aansluiten bij de belendende woningen. Met de ontwikkeling van deze woningen wordt ook een voormalig agrarisch bedrijfsgebouw gesloopt, waarmee een dissonant wordt weggenomen en de versnippering van het lint wordt tegengegaan. Het realiseren van twee woningen op de betreffende locatie is passend binnen de gemeentelijke structuurvisie.

4.3.2 Intergemeentelijke structuurvisie Rijk van Dommel en Aa De Intergemeentelijke structuurvisie (ISV) Rijk van Dommel en Aa is vastgesteld op 29 september 2011 door de raad van Nuenen. Doel van de ISV is om het Rijk van Dommel en Aa te ontwikkelen tot een regionaal landschapspark met een aantrekkelijke landschappelijke inrichting waarin natuur en recreatie de belangrijkste functies zullen zijn. Voor de ontwikkeling van de regio zijn 4 beleidsscenario's opgesteld die elk uitgaan van een specifieke groenblauwe invalshoek:

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

46

Bestemmingsplan ‘Buitengebied, herziening Soeterbeekseweg kruising Blekerdijk Ruimte voor Ruimte’ - Toelichting

1. versterking cultuurlandschap; 2. herstellen van de milieukwaliteit; 3. ontwikkeling robuuste natuur 4. versterking verbindingen. Op basis van de beoordeling van de scenario's is een integratiescenario uitgewerkt. Het gebied is daartoe

opgedeeld

in

deelgebieden,

grotendeels

gebaseerd

op

de

aanwezige

landschapstypen. Het plangebied is gesitueerd in het ‘Landelijk gebied’. De visie op hoofdlijnen voor het landelijk gebied is: 1.

Het agrarisch cultuurlandschap in stand houden dan wel herstellen;

2.

De landbouw omvormen (o.a. verbrede landbouw, stadslandbouw);

3.

Stimuleren van multifunctioneel gebruik (bestaand gebruik, mogelijkheden in vrijkomende

4.

Aanleg van ecologische en recreatieve verbindingen;

5.

Inzet van instrumenten ruimte-voor-ruimte, nieuwe landgoederen.

agrarische bebouwing);

Navolgende figuur geeft een uitsnede van de plankaart waarop het plangebied is aangeduid.

Plangebied

Figuur 18: Uitsnede plankaart ISV Rijk van Dommel en Aa

De beoogde ontwikkeling voorziet in de ontwikkeling van twee Ruimte voor Ruimte woningen en draagt bij aan een gevarieerd woningaanbod en versterking van het woonklimaat in de regio. De beoogde ontwikkeling is derhalve passend binnen de Intergemeentelijke structuurvisie.

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

47

Bestemmingsplan ‘Buitengebied, herziening Soeterbeekseweg kruising Blekerdijk Ruimte voor Ruimte’ - Toelichting

4.3.3 Programma wonen 2020-2030 De gemeenteraad van Nuenen heeft op 9 juli 2020 het Programma Wonen 2020-2030 vastgesteld. Hierin heeft de gemeente de gemeentelijke opgaven en ambities voor de woningmarkt voor de komende jaren verwoord. De huidige woningmarkt is zeer dynamisch. Woonwensen veranderen snel en mensen zoeken naar alternatieven om in een krappe markt toch een geschikte woonoplossing te vinden. Er ontstaan nieuwe, vaak meer flexibele woonvormen. Daarnaast constateert de gemeente dat woonbeleid een steeds integraler karakter krijgt. Om tot een aantrekkelijke woonomgeving te komen, zijn niet alleen de juiste woningen nodig, maar bijvoorbeeld ook een goede bereikbaarheid, goede voorzieningen, aantrekkelijke natuur en voldoende werkgelegenheid. Het woonbeleid moet daarom goed afgestemd zijn op de totale ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente Nuenen. In het Programma Wonen wordt aangegeven welke doelgroepen de gemeente de komende jaren voornamelijk wil voorzien van passende woningen en hoe de gemeente de bestaande voorraad beter kan afstemmen op hun wensen. Daarnaast wordt op hoofdlijnen aangegeven welke aandachtspunten van belang zijn om tot een woonomgeving te komen die aantrekkelijk is voor de inwoners en voldoende is toegerust op belangrijke ontwikkelingen zoals het langer zelfstandig wonen en de energietransitie.

Voor wat betreft de bestaande woningvoorraad stelt de gemeente in te willen zetten op het energiezuiniger

en

levensloopbestendiger

krijgen

van

deze

voorraad,

waarbij

de

vastgoedeigenaar verantwoordelijk is en de gemeente een informerende en faciliterende rol heeft. Bij verduurzaming van de bestaande woningvoorraad zet de gemeente primair in op het beter informeren en faciliteren van particuliere woningeigenaren. De bouw van nieuwe Ruimte voor Ruimte woningen valt niet onder het gemeentelijke woningbouwprogramma en levert daarmee geen belemmeringen op in het kader van het Programma Wonen 2020-2030. Bij de realisatie van de nieuwe woningen wordt voldaan aan alle op dat moment geldende eisen voor wat betreft duurzaamheid. Het betreft een particulier initiatief, waarmee niet nader wordt ingespeeld op andere ambities van de gemeente Nuenen zoals gesteld in het Programma Wonen 2020-2030.

4.3.4 Landschapsstudie Buitengebied Nuenen 2020 Tussen Eindhoven en Helmond ligt de gemeente Nuenen in een landschap dat op een groot aantal plekken het gevoel geeft ver weg te zijn van stedelijk gebied en de daarbij behorende ruimtelijke claims en vragen. Een gevoel dat niet altijd meer past bij de dagelijkse realiteit waar de Gemeente Nuenen zich gesteld ziet voor een toenemend aantal verzoeken voor ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied. Deze ontwikkelingen zijn verschillend van aard en variëren daarbij sterk in schaal, maat en karakter. Belangrijke vraagpunten zijn o.a. de situering van zogenoemde zonneweides, windturbines, bouwprojecten binnen de ‘Ruimte voor ruimte regeling’ en diverse projecten en initiatieven van recreatieve aard. De situering in het landschap van al deze projecten vraagt om een inpassing die recht doet aan het karakter en de sfeer van de desbetreffende locatie.

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

48

Bestemmingsplan ‘Buitengebied, herziening Soeterbeekseweg kruising Blekerdijk Ruimte voor Ruimte’ - Toelichting

Om op al deze inpassingsvraagstukken een goed antwoord te formuleren heeft de gemeente Nuenen in de afgelopen jaren inmiddels al een groot aantal plannen opgesteld dan wel op laten stellen waaronder de ‘Structuurvisie Nuenen’ (2009, bijgesteld 2015), de intergemeentelijke structuurvisie ‘Rijk van Dommel en Aa’ (2011) en het ‘Bestemmingsplan Buitengebied Nuenen’(2018). In de Landschapsstudie Buitengebied Nuenen 2020 wordt een gedetailleerde kwalitatieve beschrijving van het landschap gegeven. Deze kwalitatieve analyse vormt de basis voor een ‘toolbox’. Deze gereedschapskist vol landschappelijke inrichtingselementen, die in vorm variëren per landschappelijke enheid, is een inspiratiebron om met verschillende inrichtingselementen te bouwen aan een nieuw en eigentijds ruimtelijk frame. Op basis van de geomorfologie, bodem en ontwikkelingsgeschiedenis zijn er op dit moment vier eenheden in het Nuenens landschap te herkennen. Deze

eenheden

zijn:

het

beekdallandschap

van

Kleine

Dommel

en

Dommel,

het

broekontginningslandschap van Hooidonksche Beek en Prinsche Wetering, het kampen- en hoevenlandschap (oude ontginningen) en het heideontginningslandschap (jonge ontginningen). Het plangebied aan de Soeterbeekseweg is gelegen in een markant cultuurlandschap (kampenen hoevelandschap) oostelijk van het Dommeldal. Voor dit landschapsbeeld is toolbox 3 van toepassing.

Plangebied

Figuur 24: Landschapsbeelden

Een belangrijk doel van de landschapsvisie is om aanvullend aan eerder opgestelde beleidsstukken een adequaat antwoord te kunnen geven op actuele inpassingsvragen. Deze vragen kunnen op basis van de karakteristiek van de ingreep en de te verwachten impact op de omgeving ingedeeld worden in drie categorieën: relatief kleinschalig met ruraal karakter, relatief

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

49

Bestemmingsplan ‘Buitengebied, herziening Soeterbeekseweg kruising Blekerdijk Ruimte voor Ruimte’ - Toelichting

grootschalig met overwegend ruraal karakter en relatief grootschalig met industrieel karakter. Onderhavige ontwikkeling betreft een categorie 1 ontwikkeling. In het beeldkwaliteit dat tot dit bestemmingsplan

behoort

is

nader

uitgewerkt hoe

invulling

wordt gegeven aan de

landschappelijke inpassing van het plangebied.

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

50

Bestemmingsplan ‘Buitengebied, herziening Soeterbeekseweg kruising Blekerdijk Ruimte voor Ruimte’ - Toelichting

5. MILIEUHYGIËNISCHE EN PLANOLOGISCHE ASPECTEN 5.1 M.e.r.-beoordeling 5.1.1 Inleiding De Nederlandse regelgeving voor de milieueffectrapportage (“m.e.r.“) is opgenomen in de Wet milieubeheer en het Besluit milieueffectrapportage. Bij nieuwe ontwikkelingen moet worden beoordeeld of een milieueffectrapport (MER) moet worden opgesteld. Er dient in ieder geval een MER te worden opgesteld indien een passende beoordeling op basis van artikel 2.8 lid 1 Wet natuurbescherming nodig is. Daarnaast zijn in de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage drempelwaarden opgenomen voor ontwikkelingen. Wanneer een ontwikkeling groter is dan de genoemde drempelwaarde dient een MER te worden opgesteld. Op grond van een uitspraak van het Europese Hof en het daarop aangepaste Besluit milieueffectrapportage geldt dat de omvang van het project niet het enige criterium mag zijn om te bepalen of een MER nodig is. Ook als een project onder de drempelwaarde uit lijst C en D zoals opgenomen in de bijlage behorende bij het Besluit milieueffectrapportage zit, kan een project immers nadelige gevolgen voor het milieu hebben. Wanneer een project beneden de drempelwaarde ligt zoals opgenomen in het Besluit m.e.r. dient een vormvrije m.e.r.-beoordeling plaats te vinden (vergewisplicht). In het Besluit m.e.r.

staan alle activiteiten opgenomen waarvoor een milieueffectrapportage (MER), aanmeldingsnotitie of vormvrije-mer noodzakelijk is. In deze mer-beoordeling worden de milieugevolgen van het plan in beeld gebracht. Als gevolg van de herziening van de m.e.r. richtlijn is nu wettelijk verankerd dat verzachtende maatregelen mogen worden meegenomen in de (vormvrije) m.e.r.-beoordeling. Er is namelijk vastgelegd dat het bevoegd gezag deze nadrukkelijk dient te beschouwen in de beslissing. Dit biedt dus de kans om reeds in een vroeg stadium maatregelen, die effecten kunnen wegnemen, te betrekken in de effectbeoordeling.

5.1.2 Toets initiatief De beoogde ontwikkeling ziet toe op de ontwikkeling van twee Ruimte voor Ruimte woningen binnen het plangebied. De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft (ABRS 12 juni 2019, no. 201807060/1/R1) overwogen “dat het antwoord op de vraag of sprake is van een wijziging van een stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van het Besluit milieueffectrapportage, afhangt van de concrete omstandigheden van het geval, waarbij onder meer aspecten als de aard en de omvang van de voorziene wijziging van de stedelijke ontwikkeling een rol spelen.” Daarbij heeft de Afdeling afgewogen dat “hetgeen in het plan is voorzien, gelet op de aard en de omvang, niet [kan] worden aangemerkt als een stedelijk ontwikkelingsproject. Weliswaar verandert het gebruik van het perceel door onder andere de realisatie van twee eengezinswoningen, maar dat betekent niet dat hetgeen waarin het plan voorziet moet worden aangemerkt als een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in kolom 1, categorie 11.2 van onderdeel D van de bijlage van het Besluit milieueffectrapportage. Daarbij is van belang dat het ruimtebeslag van de voorziene

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

51

Bestemmingsplan ‘Buitengebied, herziening Soeterbeekseweg kruising Blekerdijk Ruimte voor Ruimte’ - Toelichting

bebouwing beperkt is en dat de voorziene ontwikkeling gepaard gaat met een beperkte bebouwing op het perceel.” De Afdeling heeft uiteindelijk geoordeeld “dat nu de voorziene ontwikkeling geen stedelijk ontwikkelingsproject vormt, geen reguliere of vormvrije m.e.r.-beoordeling behoefde te worden uitgevoerd.” Bovenstaande leidt ertoe dat de beoogde ontwikkeling niet valt aan te merken als ‘aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen met een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied met 2000 of meer woningen dan wel de realisatie van een bedrijfsvloeroppervlakte met een omvang van meer dan 200.000 m². De Afdeling heeft uiteindelijk geoordeeld wanneer dat de voorziene ontwikkeling geen stedelijk ontwikkelingsproject vormt, geen reguliere of vormvrije m.e.r.-beoordeling hoeft te worden uitgevoerd. De beoogde herbestemming van het plangebied valt wegens aard en omvang van het project niet aan te merken als een stedelijke ontwikkeling waarop de drempelwaarden genoemd in de D-lijst. Omdat de beoogde ontwikkeling geen stedelijke ontwikkeling is, als bedoeld in het Besluit milieueffectrapportage, is het uitvoeren van een m.e.r.-beoordeling niet noodzakelijk.

In de ‘Handreiking Ladder voor duurzame verstedelijking’ wordt eveneens opgemerkt dat bij de regeling ‘Ruimte voor Ruimte’ geen sprake is van een stedelijke ontwikkeling, omdat aan de oprichting van een Ruimte voor Ruimte woning sloop van bebouwing is voorafgegaan (een rood voor groen regeling).

5.2 Water 5.2.1 Inleiding Het doel van de watertoets is te waarborgen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing worden genomen bij alle waterhuishoudkundig relevante plannen en besluiten. Een watertoets maakt de mogelijke negatieve invloeden van het initiatief op het plangebied inzichtelijk. Tevens geeft de watertoets oplossingsrichtingen aan waarmee mogelijke optredende negatieve invloeden beperkt of ongedaan gemaakt kunnen worden. Het waterschap heeft een aantal principes gedestilleerd, die van belang zijn als vertrekpunt van het overleg tussen initiatiefnemer en waterbeheerder. Het plangebied valt onder het beheer van waterschap De Dommel.

5.2.2 Relevant beleid 5.2.2.1 Waterbeheerplan 4 De Dommel ‘Waardevol Water’ Het waterschap heeft het Waterbeheerplan 4 ‘Waardevol Water’ vastgesteld. Het plan is afgestemd op de ontwikkeling van het Stroomgebiedsbeheer Maas, het Nationaal Waterplan en het Provinciaal waterplan. Het nieuwe waterbeheerplan geeft vier uitgangspunten weer die de

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

52

Bestemmingsplan ‘Buitengebied, herziening Soeterbeekseweg kruising Blekerdijk Ruimte voor Ruimte’ - Toelichting

richting aangeven van de plannen en oplossingen van het waterschap voor de periode 2016 – 2021. Deze vier uitgangspunten luiden als volgt: 1. De beekdalbenadering: Door het beekdal als groter geheel steeds voor ogen te houden, kan het waterschap integraler en effectiever werken. Wel is samenwerking met andere overheden, andere waterpartners en inwoners daarbij essentieel. Water verbindt de stad met het ommeland. Water verbindt mensen. 2. De gebruiker centraal: De omgeving wordt op heel veel verschillende manieren gebruikt. Ook veranderen de behoeften en belangen van gebruikers. De waarde van water verandert met de maatschappij mee. Daar heeft het waterschap oog voor en speelt daarop in. 3. Samen sterker: Door de handen ineen te slaan met andere overheden en waterpartners, boeren en bedrijven, bereikt het waterschap meer dan op eigen houtje. Zij aan zij zoekt het waterschap naar de beste oplossingen en maakt daar werk van. Het waterschap wil inspireren en ruimte geven. Door flexibel te zijn in de samenwerking met ideeën van derden versterkt het waterschap de uitvoeringskracht. 4. Gezonde toekomst: Ook toekomstige generaties wil het waterschap voldoende, veilig en schoon water kunnen bieden. Overal in de maatschappij streeft het waterschap naar duurzaamheid. Het denken in kringlopen is daarbij de basis. Het waterschap sluit hierbij aan en ziet het als een inspirerende uitdaging.

Mensen bewust maken van de waarde van water om zo tot duurzaam gebruik te komen zal de komende jaren in het werk van het waterschap verweven zijn.

5.2.2.2 Keur 2015 Waterschap De Dommel beheert het grond- en oppervlaktewater (zoals rivieren en beken) en waterkeringen met bijbehorende kunstwerken (bijvoorbeeld stuwen en gemalen). Om het gronden oppervlaktewater en de waterkeringen goed te kunnen beheren en beschermen zijn er regels nodig, vastgelegd in een verordening, de ‘Keur Waterschap De Dommel 2015’. In de Keur staan algemeen geformuleerde geboden en verboden. Naast deze geboden en verboden is er een groot aantal algemene regels opgesteld. Daarnaast zijn in veel gevallen activiteiten in en rondom kleine waterlopen helemaal vrijgesteld van regels.

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

53

Bestemmingsplan ‘Buitengebied, herziening Soeterbeekseweg kruising Blekerdijk Ruimte voor Ruimte’ - Toelichting

Uitsnede Keur 2015 beschermde gebieden met het plangebied aangeduid

Het plangebied is gelegen in een attentiegebied en is alsmede aanduid als beekdal. Ten oosten van het plangebied ligt een A-watergang. Wanneer er beplanting wordt aangeplant binnen 5 meter van deze watergang dient hiervoor een watervergunning te worden aangevraagd.

5.2.2.3 Beleidsregel Hydrologische uitgangspunten bij de Keurregels voor afvoeren van hemelwater, Brabantse waterschappen Op basis van de Keur en de ‘Beleidsregel Hydrologische uitgangspunten bij de Keurregels voor afvoeren van hemelwater, Brabantse waterschappen’ wordt geen compensatie vereist voor plannen met een toename van verhard oppervlak van minder dan 500 m². Het hemelwater afkomstig van het toegenomen verhard oppervlak mag naar bestaand oppervlaktewater worden afgevoerd. Op vrijwillige basis is de aanleg van een infiltratievoorziening toegestaan, mits daarbij in voldoende mate met de omgeving rekening gehouden wordt en geen wateroverlast op eigen terrein of bij derden ontstaat. De voorkeur gaat echter uit naar de trits ‘vasthouden, bergen, afvoeren’. De beoogde ontwikkeling voorziet in de toevoeging van twee vrijstaande woningen ter plaatse van het plangebied. Ter plaatse wordt derhalve voorzien in circa 800 m² nieuw verhard oppervlak, bestaande uit hoofdgebouw, bijgebouwen en erfverharding. In samenhang wordt een oppervlakte van 300 m² verharding gesaneerd door de sloop van de veestal en de erfverharding. Per saldo neemt het verhard oppervlak toe met circa 500 m². Bij een toename vanaf 500 m² verhard oppervlak zijn de Algemene regels Waterschap De Dommel van toepassing en geldt een regenwaterbergingsplicht.

De benodigde compensatie in m³ wordt berekend met de formule: toename verhard oppervlak (in m²) x gevoeligheidsfactor x 0,06 (in mm). De bodem van de voorziening dient boven de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) te worden geplaatst. VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

54

Bestemmingsplan ‘Buitengebied, herziening Soeterbeekseweg kruising Blekerdijk Ruimte voor Ruimte’ - Toelichting

5.2.2.4 Gemeentelijk Rioleringsplan Nuenen 2019-2023 De Wet milieubeheer (Wm) verplicht gemeenten een verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan (vGRP) op te stellen. Het vGRP 2019–2023 is een beleidsplan dat op hoofdlijnen de invulling van de gemeentelijke watertaken weergeeft, met daarop volgend een doorkijk (visie) voor de langere termijn. Naast beleidsdoelstellingen en -kaders legt de gemeente in dit document vast hoe zij zorg draag voor behoud en verbetering van de riolering in brede zin. Verder zijn in het vGRP kosten en risico’s weergegeven. Gestreefd dient te worden naar duurzame oplossingen en technieken wat betreft hemelwaterinfiltratie binnen het plangebied. De trits ‘vasthouden - bergen – afvoeren’ heeft hierbij de voorkeur. Het hemelwater en het afvalwater van de woningen dient in elk geval gescheiden te worden ingezameld. De toename van het verhard oppervlak bedraagt circa 500 m². Op basis van de bergingsnorm van de gemeente Nuenen dient bij de bouwaanvraag voldoende bergingscapaciteit gerealiseerd te worden.

5.2.3 Waterparagraaf 5.2.3.1 Bodemgebruik en grondwaterstand De bodem ter plaatse van het plangebied betreft grotendeels hoge zwarte enkeerdgronden en bestaat uit leemarm en zwak lemig fijn zand (bodemtype zEZ21). Een gedeelte van het plangebied bestaat uit Laarpodzolgronden, lemig fijn zand (bodemtype cHn23). Ter plaatse vindt geen grondwateronttrekking plaats. De gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) ter plaatse van de woningen en tuinen bedraagt tussen de 40 en 60 centimeter beneden maaiveld.

Figuur 25: GHG ter plaatse van het plangebied

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

55

Bestemmingsplan ‘Buitengebied, herziening Soeterbeekseweg kruising Blekerdijk Ruimte voor Ruimte’ - Toelichting

5.2.3.2 Hydrologisch neutraal bouwen Het waterschap streeft naar een robuust watersysteem. Voor ontwikkelingen die dit negatief kunnen beïnvloeden, wordt daarom uitgegaan van de trits “vasthouden-bergen-afvoeren”. Dat wil zeggen dat water zoveel mogelijk in een gebied wordt vastgehouden door infiltratie en waar dit niet mogelijk is water tijdelijk wordt geborgen (retentie). Door water lokaal te infiltreren of te bergen in een voorziening wordt het versneld afvoeren van overtollig hemelwater naar het bestaande oppervlaktewatersysteem zoveel mogelijk voorkomen. Ter plaatse van het plangebied kan gebruik worden gemaakt van het afvoeren van het hemelwater naar een laagte op het eigen perceel (wadi). Andere mogelijkheden voor infiltreren van hemelwater zijn het opvangen in infiltratiekratten of grindkoffers. Voorbeelden van manieren van infiltreren zijn weergeven in navolgende figuur.

Figuur 20: Voorbeelden van infiltratiemogelijkheden

Infiltratievoorzieningen dienen altijd plaats

te vinden boven de Gemiddelde Hoogste

Grondwaterstand (GHG).

5.2.4 Kwaliteit van te lozen en infiltreren hemelwater Om de kwaliteit van het hemelwater te garanderen dienen onderdelen welke met regenwater in aanraking kunnen komen, te worden

vervaardigd of

te bestaan uit

niet-uitloogbare

bouwmaterialen zoals kunststoffen of gecoat staal of aluminium (in plaats van lood of asfalt etc.). Door het gebruik van niet-uitlogende materialen komen geen verhoogde concentraties verontreinigende stoffen (DuBo-maatregelen) voor in het te infiltreren water. Infiltratie van afgekoppelde verhardingen zoals opritten, parkeerplaatsen en terrassen mag niet verontreinigd zijn met chemische bestrijdingsmiddelen, olie, agressieve reinigingsmiddelen of andere verontreinigende stoffen.

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

56

Bestemmingsplan ‘Buitengebied, herziening Soeterbeekseweg kruising Blekerdijk Ruimte voor Ruimte’ - Toelichting

5.3 Flora en fauna 5.3.1 Inleiding Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) van kracht geworden. Deze wet vervangt drie wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet. Zowel in de voorgaande als nieuwe wetgeving zijn de nationale natuurwetgeving en internationale richtlijnen en verdragen verankerd, zoals Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn, Wetland-Conventie, Conventie van Bern, Cites en Verdrag van Ramsar. De wet is opgesplitst in de bescherming van gebieden (gebiedsbescherming) en de bescherming van soorten (soortenbescherming).

5.3.2 Gebiedsbescherming De Wnb voorziet in specifieke kaders voor gebieden die op grond van internationale verplichtingen moeten worden beschermd, te wetende Natura 2000-gebieden, bedoeld in de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Ten aanzien van de gebiedsbescherming is het de bedoeling dat plannen en projecten eenduidig en integraal worden getoetst op hun invloed op de te beschermen natuurwaarden in de Vogel- en Habitatrichtlijngebieden. Het Natuur Netwerk Brabant is onderdeel van het Natuur Netwerk Nederland. Het is een netwerk van deels bestaande en deels nieuwe natuurgebieden die door ecologische verbindingszones met elkaar verbonden zijn. Hierdoor kunnen dieren zich gemakkelijker verplaatsen tussen verschillende natuurgebieden. Zo wordt de biodiversiteit (het totaal aantal planten en dieren) bevorderd. Het meest dicht bij het plangebied gelegen vogel- en Habitatrichtlijngebied betreft ‘Strabrechtse Heide & Beuven’ en is gelegen op een afstand van ruim 7 kilometer tot het plangebied. Door de ligging op dermate grote afstand, kan de beoogde herontwikkeling ter plaatse van de planlocatie geen invloed hebben op de aanwezige Natura 2000-gebieden in de omgeving. Het Programma Aanpak Stikstof (PAS) regelt sinds 2015 de ruimte voor economische ontwikkelingen die gepaard gaan met de uitstoot van stikstof nabij Natura 2000-gebieden.

Enerzijds heeft het PAS tot doel het behoud en herstel van de Natura 2000-gebieden. Anderzijds creëert het PAS door de reductie van stikstof ruimte voor nieuwe economische ontwikkelingen, zoals de verbreding van een snelweg, woningbouw of de uitbreiding van een veehouderij. Op 29 mei 2019 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State einduitspraken gewezen in enkele procedures tegen het Programma Aanpak Stikstof. De Afdeling komt tot de conclusie dat de passende beoordeling die aan het PAS ten grondslag ligt niet voldoet aan de eisen die het Hof van Justitie van de Europese Unie (het Hof) daaraan stelt. De Afdeling heeft bepaald dat de PAS niet meer gehanteerd kan worden als toetsingskader voor projecten. Het Hof oordeelt dat zeker gesteld moet zijn dat een ontwikkeling geen nadelige gevolgen heeft voor een Natura 2000-gebied. In samenhang met de oprichting van de beide woningen wordt een agrarisch bouwvlak met een agrarisch bedrijfsgebouw gesaneerd. Deze sanering draagt bij aan een extensivering van het grondgebruik ter plaatse. Het intensieve agrarische gebruik waaronder de vervoersbewegingen

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

57

Bestemmingsplan ‘Buitengebied, herziening Soeterbeekseweg kruising Blekerdijk Ruimte voor Ruimte’ - Toelichting

van zware landbouwvoertuigen en de bemesting van de gronden wordt beëindigd. Per saldo heeft deze herontwikkeling een positief effect in het kader van de stikstofdepositie. Met Aerius – Calculator 2019 is de consequentie van de ontwikkeling op Natura 2000 gebieden in beeld gebracht. Binnen een afstand van 8 kilometer tot het plangebied zijn geen Natura 2000 gebieden gelegen. De ontwikkeling leidt (worst-case) tot een toename van autoverkeer van 8 verkeersbewegingen per dag per woning. Realisatie van het plan leidt niet tot een toename van stikstof van meer dan 0,0 mol/ha/jaar. Een Aeriusberekening is als bijlage bij deze toelichting opgenomen.

5.3.3 Soortenbescherming 5.3.3.1 Inleiding In de Wet natuurbescherming geldt een aantal verbodsbepalingen ter bescherming van plantenen diersoorten. Er is sprake van 2 beschermingsniveaus, te weten: Europees beschermde soorten volgens de Habitat- en Vogelrichtlijn en Nationaal beschermde soorten. Voor alle inheemse diersoorten, beschermd of onbeschermd, geldt de zorgplicht. De zorgplicht wil zeggen dat men deze niet onnodig mag doden, verwonden of beschadigen. Voor onbeschermde soorten geldt geen ontheffingsplicht maar alleen de zorgplicht. Naast soorten beschermt de Wet natuurbescherming ook verblijfplaatsen die als ‘vast’ kunnen worden aangemerkt. Een vaste verblijfplek betreft een verblijfplek waarnaar een dier regelmatig terugkeert en niet slechts eenmalig voor een specifieke functie gebruikt wordt, zoals de nesten van de meeste vogels. Voor beschermde soorten dienen de effecten op populatieniveau te worden getoetst. In tegenstelling tot de voorgaande Flora en faunawet is de bescherming in mindere mate individueel en dient de staat van de instandhouding van de gehele populatie in aanmerking te worden genomen.

5.3.3.2 Beoordeling plangebied Ten behoeve van de beoogde herontwikkeling is door Maassen Ecologisch Advies en Onderzoek een ecologische Quickscan uitgevoerd. Navolgend wordt de conclusie van dit rapport weergegeven. Het volledige rapport is als bijlage 5 bij deze toelichting gevoegd. “Samenvatting effectenbeoordeling Natura 2000-gebied Wnb Gelet op de kleinschaligheid en aard van de voorgenomen ontwikkeling en ligging op voldoende geruime afstand tot Natura 2000-gebied kunnen negatieve effecten op Natura 2000 gebied als een kwaliteitsverlies of overschrijding van de gestelde drempelwaarden geheel uitgesloten worden. Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen EHS) Vr NB art.5 Er worden geen effecten verwacht die de wezenlijke waarden en kenmerken van de NNN/EHS aantasten gelet op de aard en schaal van de voorgenomen ingrepen en ontwikkeling en de ligging op voldoende afstand. Een toetsing aan het NNN/EHS-beleid wordt niet noodzakelijk geacht.

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

58

Bestemmingsplan ‘Buitengebied, herziening Soeterbeekseweg kruising Blekerdijk Ruimte voor Ruimte’ - Toelichting

Groenblauwe mantel en Attentiegebied NNB Vr NB art.6 en 12 Op basis van de beschikbare gegevens en de aard van de planontwikkeling worden geen overtredingen verwacht met betrekking tot Artikel 6 en 12 van de Verordening ruimte NoordBrabant. Soorten Habitatrichtlijn Wnb De enige soort die onder strikte beschermingsregiem van de Habitatrichtlijn (Wnb §3.2) vallen en met enige waarschijnlijkheid binnen het plangebied verwacht kunnen worden zijn vleermuizen en in het bijzonder de gewone dwergvleermuis. Binnen het plangebied en de directe invloedsfeer daarvan ontbreken geschikt verblijfsmogelijkheden voor vleermuizen en andere soorten waarvoor een strikte bescherming geldt. Negatieve effecten op verblijfplekken en functioneel leefgebied voor soorten waarvoor een strikt beschermingsregime geldt kunnen uitgesloten worden. Soorten nationaal beschermd (geen vrijstelling) Wnb Negatieve effecten van jaarrond beschermde verblijfplekken van soorten die beschermd zijn middels Wbn § 3.3, het middelzware beschermingsregime van ‘andere soorten’, kunnen binnen het plangebied en invloedsfeer daarvan uitgesloten worden.

Jaarrond beschermde verblijfplekken van zoogdieren en vogels Wnb Binnen het plangebied en de invloedssfeer daarvan kunnen verblijfplaatsen die als jaarrond beschermde vaste verblijfplaatsen van vogels en zoogdieren kunnen worden aangemerkt en beschermd zijn middels Wnb § 3.1, §3.2 en §3.3 uitgesloten worden. Als gevolg van de ontwikkeling worden ook geen negatieve effecten verwacht op elementen die van essentieel belang kunnen zijn voor de instandhouding van het functioneel leefgebied van soorten waarvoor een strikte bescherming geldt. Beschermde houtopstanden Wnb Binnen het plangebied ontbreken houtopstanden die beschermd zijn via de Wet natuurbescherming of kapvergunning plichtig zijn. Vervolgonderzoek Als de voorzorgsmaatregelen met betrekking van tot het broedseizoen (zie hoofdstuk 6) in acht worden genomen is geen vervolgonderzoek nodig. Ontheffingsaanvraag Als de voorzorgsmaatregelen met betrekking tot het broedseizoen (zie hoofdstuk 6) in acht worden genomen is geen ontheffingsaanvraag nodig.

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

59

Bestemmingsplan ‘Buitengebied, herziening Soeterbeekseweg kruising Blekerdijk Ruimte voor Ruimte’ - Toelichting

Samenvatting Als de voorzorgsmaatregelen en mitigatiemaatregelen die het volgende hoofdstuk (6) vermelden in acht worden genomen, wordt geen overtreding van de Wet natuurbescherming verwacht. De beoogde ontwikkeling is geen bezwaar in het kader van de Wet natuurbescherming.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11652349/1