CConstaterende datNuenen
Koppel je AI →
Document · PDF

2022-39 RV Bijlage 3 - Gewijzigd Chw-bestemmingsplan Herijking Nuenen-West - Toelichting Bijlagen toelichting ex artikel 6.10 Awb, 2

Gemeenteraad 2 juni 2022, gemeente NuenenBij agendapunt: Herstel bestemmingsplan Nuenen-West19.421 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Ontheffingsgronden

1 2

3

Er bestaat geen andere bevredigende oplossing Leiden niet tot verslechtering van de staat van instandhouding Opsomming van: volksgezondheid en openbare veiligheid veiligheid van luchtverkeer ter voorkoming van schade aan gewassen, vee, bossen, visserij ter bescherming van Flora en Fauna voor onderzoek, onderwijs, uitzetten en herinvoeren van soorten / teelt dwingende reden van groot openbaar belang, met inbegrip van sociale of economische aard en met inbegrip van voor milieuwezenlijke gunstige effecten ruimtelijke inrichting of ontwikkeling schade en overlast, ter beperking omvang populatie, ter bestrijding van lijden en ziekte, bestendig beheer en onderhoud, algemeen belang

Artikel 3.1

Artikel 3.5

Artikel 3.10

Soorten van de Vogelrichtlijn

Soorten van de Habitatrichtlijn, Bonn & Bern

Andere soorten

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

Nee

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

Nee

X

X

Nee

Nee

X

Nee

Nee

3.10 2a-g

Procedure ontheffingsaanvraag Voor Nationale soorten (‘andere soorten’) welke zijn opgenomen in de provinciale vrijstellingen geldt een vrijstelling. Dit betekent dat u geen ontheffing van de Wet natuurbescherming hoeft aan te vragen, maar u wel de zorgplicht moet nakomen. Voor Nationale soorten die niet zijn vrijgesteld, dient u een ontheffing beschermde soorten aan te vragen of te werken conform een gedragscode.

Natuurtoets Nuenen West projectnummer 411948 26 september 2019 revisie 00 Nuenen West B.V.

Voor soorten van de Vogel- en Habitatrichtlijn, Conventie van Bern en Conventie van Bonn geldt dat als u kunt werken volgens een goedgekeurde gedragscode er een vrijstelling geldt. U hoeft geen ontheffing beschermde soorten aan te vragen, maar u moet uw activiteiten aantoonbaar uitvoeren zoals in de gedragscode staat. Tevens blijft de zorgplicht gelden. Indien u niet kunt werken volgens een gedragscode, maar u kunt maatregelen nemen om de functionaliteit van de voortplantings- en/of vaste rust- en verblijfplaats te garanderen (zogenoemde mitigerende maatregelen), dan hoeft u ook geen ontheffing beschermde soorten aan te vragen. Wilt u zeker weten of uw mitigerende maatregelen voldoende zijn, en er inderdaad geen ontheffing nodig is? Vraag dan een ontheffing aan om uw maatregelen goed te keuren. Indien u geen mitigerende maatregelen kunt nemen, dan dient een ontheffing te worden aangevraagd bij het bevoegd gezag. Voor de ontheffingsaanvraag is het noodzakelijk te weten welke soorten aanwezig zijn, zodat gerichte mitigerende maatregelen kunnen worden getroffen. Het bevoegd gezag zal, indien het akkoord is met het aangeleverde stappenplan waarin de aanpak voor mitigatie beschreven wordt, een zogenoemde ‘verklaring van geen bedenkingen’ (vvgb) afgeven.

Daarmee zegt zij in feite dat een ontheffing niet noodzakelijk is wanneer men zich bij de uitvoering houdt aan het opgestelde stappenplan.

Overgangsrecht In het Besluit natuurbescherming is opgenomen dat de ontheffingen afgegeven onder het oude recht, gelden als ontheffingen onder de Wet natuurbescherming. Daarbij blijven dezelfde voorschriften, beperkingen en voorwaarden gelden. Dit geldt eveneens voor omgevingsvergunningen en vvgb’s. Op het tijdstip van inwerkingtreding van de Wnb zullen de onafgeronde ontheffing aanvragen, ingediend vóór inwerkingtreding, conform de nieuwe wet worden behandeld. Ontheffing aanvragen van voor de inwerkingtreding zullen worden afgehandeld door RVO. Aanvragen die later ingediend worden zullen afgehandeld worden door de provincies (of het Rijk). De gedragscodes worden verlengd tot het moment van in werking treden van de Wet natuurbescherming en de nieuwe gedragscodes definitief zijn goedgekeurd.

Natuurtoets Nuenen West projectnummer 411948 26 september 2019 revisie 00 Nuenen West B.V.

Natuurnetwerk Nederland (NNN) De nieuwe naam voor de ecologische hoofdstructuur (EHS), het natuurnetwerk Nederland (NNN). De term EHS werd in 1990 geïntroduceerd in het Natuurbeleidsplan (NBP) van het toenmalige ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV). In 2013 is het natuurbeleid gedecentraliseerd naar de provincies. In hetzelfde jaar hebben de twaalf provincies met de staatssecretaris van het ministerie van EZ definitieve afspraken gemaakt in het Natuurpact. In 2014 werd de term ‘EHS’ vervangen door ‘NNN’. Dit beleid blijkt noodzakelijk te zijn doordat de Nederlandse natuur steeds meer onder druk staat, bijvoorbeeld door huizenbouw, aanleg van wegen en industrie. Toch leeft bij veel Nederlanders de wens om natuurgebieden in de buurt te hebben. Natuur geeft rust en biedt ruimte voor recreatie. De overheid heeft daarom extra geld uitgetrokken om de Nederlandse natuur te beschermen en verder te ontwikkelen. Door nieuwe natuur te ontwikkelen, kunnen natuurgebieden met elkaar worden verbonden. Zo kunnen planten zich over verschillende natuurgebieden verspreiden en dieren van het ene naar het andere gebied gaan. Het totaal van al deze gebieden en de verbindingen ertussen vormt het natuurnetwerk Nederland (NNN). Het NNN is een netwerk van gebieden in Nederland waar de natuur voorrang heeft.

Het netwerk helpt voorkomen dat planten en dieren in geïsoleerde gebieden uitsterven en dat natuurgebieden hun waarde verliezen. Het NNN kan worden gezien als de ruggengraat van de Nederlandse natuur. Het NNN bestaat uit: bestaande natuurgebieden, reservaten, natuurontwikkelingsgebieden en zogenaamde robuuste verbindingen; landbouwgebieden met mogelijkheden voor agrarisch natuurbeheer (beheergebieden); grote wateren (zoals de kustzone van de Noordzee, het IJsselmeer en de Waddenzee). Het NNN is een plan in uitvoering. De doelstelling van het Natuurpact is om 80.000 hectare nieuwe natuur in te richten vóór 2027.

Natura 2000-gebieden In de Wnb zijn bepalingen vanuit de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn verwerkt. De Europese richtlijnen verplichten de lidstaten gebieden aan te wijzen met speciale beschermingszones (de Natura 2000-gebieden). Het doel hiervan is om de aangewezen habitattypes en habitats van soorten in een gunstige staat van instandhouding te behouden of te herstellen. De lidstaten moeten maatregelen treffen om de kwaliteit van deze habitats en habitats van soorten niet te laten verslechteren of te voorkomen dat er geen storende factoren optreden voor de soorten waarvoor de zones zijn aangewezen. Voor activiteiten of projecten die schadelijk zijn voor de beschermde natuur, geldt een vergunningplicht. Hierdoor is in Nederland een zorgvuldige afweging gegarandeerd bij projecten die gevolgen kunnen hebben voor natuurgebieden. Meestal verlenen de provincies de vergunningen, maar soms doet het Ministerie van Economische Zaken dit.

Bestaand gebruik Voor handelingen die op 31 maart 2010 bekend waren bij het gevoegd gezag en die sinds deze datum niet meer in betekenende mate zijn gewijzigd is het niet meer noodzakelijk om een vergunning aan te vragen. Deze datum kan van een later tijdstip zijn indien een Natura 2000-gebied na 31 maart 2010 is aangewezen als beschermd gebied. Zie ook artikel 2.9 lid 2.

Natuurtoets Nuenen West projectnummer 411948 26 september 2019 revisie 00 Nuenen West B.V.

Overgangsrecht In de Wnb (artikel 9.4) is opgenomen dat de vergunningen afgegeven onder het oude recht, gelden als vergunningen onder de Wet natuurbescherming. Daarbij blijven dezelfde voorschriften gelden. Dit geldt eveneens voor omgevingsvergunningen en vvgb’s. Beschermde Natuurmonumenten hebben vanaf inwerkingtreding van de Wnb niet langer een beschermde status. Daardoor zijn deze gebieden alleen nog ruimtelijk beschermd (Barro, bestemmingsplannen).

Stroomschema vergunningsprocedure Het volgende schema toont de vergunningprocedure in het kader van de Natuurbeschermingswet. Deze is ook van kracht onder de huidige Wet natuurbescherming. Een Voortoets geeft aan of er wel of geen negatieve effecten zijn te verwachten. Zijn er geen negatieve effecten te verwachten, dan hoeft er geen vergunning beschermde gebieden aangevraagd te worden. Indien er kans is op negatieve effecten, kan een habitattoets een verdiepingsslag geven om aan te tonen hoe groot deze negatieve effecten zijn. Mocht er kans zijn op significant negatieve effecten, is het mogelijk om een ADC-toets uit te voeren. Wordt er voldaan aan de eisen, dan kan er een vergunning worden afgegeven met voorschriften en beperkingen.

Natuurtoets Nuenen West projectnummer 411948 26 september 2019 revisie 00 Nuenen West B.V.

Over Antea Group Van stad tot land, van water tot lucht; de adviseurs en ingenieurs van Antea Group dragen in Nederland sinds jaar en dag bij aan onze leefomgeving. We ontwerpen bruggen en wegen, realiseren woonwijken en waterwerken. Maar we zijn ook betrokken bij thema’s zoals milieu, veiligheid, assetmanagement en energie. Onder de naam Oranjewoud groeiden we uit tot een allround en onafhankelijk partner voor bedrijfsleven en overheden. Als Antea Group zetten we deze expertise ook mondiaal in. Door hoogwaardige kennis te combineren met een pragmatische aanpak maken we oplossingen haalbaar én uitvoerbaar. Doelgericht, met oog voor duurzaamheid. Op deze manier anticiperen we op de vragen van vandaag en de oplossingen van de toekomst. Al meer dan 60 jaar.

Contactgegevens Beneluxweg 125 4904 SJ OOSTERHOUT Postbus 40 4900 AA OOSTERHOUT T. +31 6 20606920 E. guido.larose@anteagroup.com

www.anteagroup.nl

bestemmingsplan Herijking Nuenen West

Bijlage 19 Nader onderzoek ecologie 2020

1052

Bijlagen bij de toelichting (vastgesteld)

Nader onderzoek beschermde soorten 2019 - 2020 Nuenen West

projectnummer 411948 definitief 22 december 2020

Nader onderzoek beschermde soorten 2019 2020 Nuenen West

projectnummer 411948 definitief 22 december 2020

Auteurs S.C.H.J. van Eijk H. Hovens (Faunaconsult)

Opdrachtgever BPD Ontwikkeling BV Kronehoefstraat 72 5622 AC EINDHOVEN

datum vrijgave

beschrijving revisie definitief

goedkeuring L.J.G. Koks

vrijgave G. La Rose

Inhoudsopgave

Blz.

1

Inleiding

1

1.1

Aanleiding

1

2

Wettelijk kader

3

2.1 2.2

Algemeen Soortbescherming

3 3

3

Methode

5

3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8 3.9

Aanpak onderzoek eekhoorn Teunisbloempijlstaart Steenuil Kerkuil Buizerd / overige jaarrond beschermde nesten Amfibieën Steenmarter Vleermuizen Terreinbezoeken

5 5 5 5 5 5 6 6 7

4

Resultaten

9

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9

Eekhoorn Teunisbloempijlstaart Kerkuil Steenuil Buizerd en overige jaarrond beschermde nesten Amfibieën Steenmarter Vleermuizen Overige waarnemingen

9 10 12 12 13 15 16 17 18

5

Toetsing Wet natuurbescherming

20

5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9

Eekhoorn Teunisbloempijlstaart Kerkuil Steenuil Buizerd en overige jaarrond beschermde nesten Amfibieën Steenmarter Vleermuizen Wezel

20 20 20 20 21 21 21 22 22

6

Bronnen

23

Bijlage I. Notitie check vleermuizen Opwettenseweg 102 (2 september 2019)

Globale ligging van het onderzoeksgebied (rood omlijnd) Bron: Globespotter, 2020.

Nader onderzoek beschermde soorten 2019 - 2020 Nuenen West projectnummer 411948 22 december 2020 BPD Ontwikkeling BV

1

Inleiding

1.1

Aanleiding Nuenen West BV is voornemens om tussen Nuenen en Eindhoven woningen te realiseren. Voor de woningbouwlocatie Nuenen-West is gezien de ontwikkelingen in de woningmarkt een herijkt stedenbouwkundig plan opgesteld. Dit plan is vastgelegd in het bestemmingsplan “Chw Nuenen West, ontwerp, 13-02-2019”. De ligging van het plangebied is weergeven op Figuur 1.1. Het plan kan worden uitgevoerd als duidelijk is dat het plan niet in strijd is met de Wet natuurbescherming en het beleid van het Natuurnetwerk Nederland. Daarom is inzicht gewenst in de aanwezigheid van beschermde soorten en beschermde gebieden binnen de invloedsfeer van het onderzoeksgebied en de effecten hierop. Om inzicht te krijgen in het voor komen van beschermde soorten in het gebied is een natuurtoets uitgevoerd (Antea group, 2019). In deze natuurtoets wordt geadviseerd om nader onderzoek naar een aantal soorten uit te voeren. Voorliggende rapportage beschrijft de resultaten van deze onderzoeken. Het gaat dan om nader onderzoek naar: • • • • • • • • •

Eekhoorn Teunisbloempijlstaart Steenuil Kerkuil Steenuil Buizerd / overige jaarrond beschermde nesten Amfibieën Steenmarter Vleermuizen

Blad 1 van 27

Nader onderzoek beschermde soorten 2019 - 2020 Nuenen West projectnummer 411948 22 december 2020 BPD Ontwikkeling BV

Figuur 1.1. Ligging plangebied nader onderzoek.

Blad 2 van 27

Nader onderzoek beschermde soorten 2019 - 2020 Nuenen West projectnummer 411948 22 december 2020 BPD Ontwikkeling BV

2

Wettelijk kader Dit hoofdstuk beschrijft het wettelijk kader van de soortenbescherming (paragraaf 2.2) en de gebiedsbescherming (paragraaf 2.3) relevant voor voorliggend nader onderzoek.

2.1

Algemeen De Wet natuurbescherming (hierna Wnb) heeft per 1 januari 2017 de Boswet, Flora- en faunawet en de Natuurbeschermingswet 1998 vervangen. De Wnb regelt de bescherming van Natura 2000gebieden, bescherming van soorten en de bescherming van houtopstanden. In het voorliggende nader onderzoek wordt enkel ingegaan op de soortbescherming.

2.2

Soortbescherming In de Wnb is soortbescherming opgedeeld in drie categorieën. Voor elke categorie gelden verschillende verbodsbepalingen die zijn vermeld in artikel 3.1, 3.5 en 3.10 van de Wnb. Het gaat om de volgende drie categorieën: 1. soorten van de Vogelrichtlijn; 2. soorten van de Habitatrichtlijn, inclusief bijlage I en II uit Verdrag van Bern en bijlage I uit Verdrag van Bonn; 3. ‘andere soorten’ (onderdeel A ‘fauna’ en onderdeel B ‘flora’). “Kleine marterachtigen behoren tot de categorie ‘Andere soorten’ en staan vermeld in artikel 3.10 van de Wnb en zijn in de provincie Overijssel niet vrijgesteld. Hieronder worden de verbodsbepalingen uit de Wnb behorende bij dit artikel uiteengezet.” Soorten van de Vogelrichtlijn Voor Vogelrichtlijnsoorten is het verboden om in het wild levende vogels te doden of te vangen, opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen, te beschadigen, te rapen of nesten van vogels weg te nemen. Daarnaast is het verboden vogels opzettelijk te storen. Dit laatste verbod geldt niet voor een aantal vogelsoorten, indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding en het nest zelf zijn functionaliteit behoudt (zie artikel 3.1 in tekstkader in de bijlage).

Indien bij het voornemen het overtreden van verbodsbepalingen in artikel 3.1 niet kan worden uitgesloten, kan onder bepaalde voorwaarden gewerkt worden conform een door het ministerie goedgekeurde gedragscode. Biedt een gedragscode geen oplossing, dan is het aanvragen van een ontheffing bij de provincie, waarin het voornemen plaatsvindt, noodzakelijk. De grond waarop een ontheffing kan worden verleend, verschilt per categorie. Soorten van de Habitatrichtlijn Voor soorten van artikel 3.5 (Habitatrichtlijn, Bern en Bonn) is het eveneens verboden om in het wild levende dieren en planten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen, opzettelijk eieren van dieren te vernielen of te rapen. Voortplantings- of rustplaatsen mogen niet beschadigd of vernield worden. Daarnaast geldt er een verbod op om planten behorend bij artikel 3.5 te plukken, verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Dieren behorend bij artikel 3.5 mogen niet opzettelijk verstoord worden, ook niet als er geen wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding.

Blad 3 van 27

Nader onderzoek beschermde soorten 2019 - 2020 Nuenen West projectnummer 411948 22 december 2020 BPD Ontwikkeling BV

Artikel 3.5 Wet natuurbescherming Europees beschermde soorten 1.

2. 3. 4. 5.

Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, Bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren. Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen. Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

Blad 4 van 27

Nader onderzoek beschermde soorten 2019 - 2020 Nuenen West projectnummer 411948 22 december 2020 BPD Ontwikkeling BV

3 3.1

Methode Aanpak onderzoek eekhoorn In december 2019 wordt geïnventariseerd waar nesten van eekhoorns aanwezig zijn zonder dat er bladeren aan de bomen zitten.

3.2

Teunisbloempijlstaart In de periode juni – september wordt tijdens twee bezoeken gezocht naar rupsen van de soort. Hierbij wordt gezocht naar rupsen op de waardplanten zijnde: de teunisbloem, kattenstaart, wilgenroosje en basterdwederik.

3.3

Steenuil Voor de steenuil geldt dat de beste periode om een territorium van steenuilen aan te tonen 1 februari tot en met 30 april is. Gedurende drie bezoeken kan de aan- of afwezigheid aangetoond worden (BIJ12, 2017). Hierbij moet tussen het eerste en het laatste bezoek minimaal één maand zitten. Tegelijkertijd met de overige onderzoeken wordt gelet op bedelende jongen, geluiden van de steenuil en sporen (zoals braakballen, mestsporen en veren) in het plangebied.

3.4

Kerkuil Tijdens drie gerichte veldbezoeken verspreid in de periode van begin februari tot en met half oktober wordt door middel van avondbezoeken gezocht naar kerkuilen. Daarnaast wordt overdag gezocht zijn naar sporen die de aanwezigheid van een nestplek aannemelijk maken zoals braakballen of krijtstrepen. Ook doen wij navraag bij bewoners en bij de lokale uilenwerkgroep. Deze aanpak is gebaseerd op de richtlijnen uit het kennisdocument kerkuil (BIJ12, 2017).Ja

3.5

Buizerd / overige jaarrond beschermde nesten Tijdens vier gerichte veldbezoeken in de periode maart tot half mei wordt gezocht naar nesten van de buizerd en andere soorten met een jaarrond beschermd nest. De inventarisatie vindt bij voorkeur tijdens goede omstandigheden (zoals weersomstandigheden, moment op de dag) plaatsvinden met een tussenperiode van minimaal 10 dagen. Tevens moet bij voorkeur in de periode dat er nog geen blad aan de boom zit, minimaal éénmaal gericht naar nestlocaties zijn gezocht.

3.6

Amfibieën Het onderzoek naar de amfibieën richt zich op inventariseren van geschikte wateren met behulp van een RAVON schepnet in combinatie met het zoeken naar eitjes. In totaal worden drie veldbezoeken uitgevoerd in de periode april – augustus. Deze aanpak is gebaseerd op de

Blad 5 van 27

Nader onderzoek beschermde soorten 2019 - 2020 Nuenen West projectnummer 411948 22 december 2020 BPD Ontwikkeling BV

richtlijnen uit het kennisdocument kamsalamander (BIJ12, 2017) en de soortinventarisatieprotocollen van het Netwerk Groene Bureau’s.

3.7

Steenmarter In de schuren die mogelijk geschikt zijn voor de soort, en die gesloopt worden, wordt gezocht naar sporen van steenmarter. Het gaat om de schuren aan Wettenseind 1 en Vorsterdijk 12. Hierbij wordt specifiek aandacht besteed aan de ruimte tussen het dak en het plafond. Daarbij wordt gebruik gemaakt van een endoscoop. Bij de Vorsterdijk 12 zijn grote oppervlaktes naast de loods bedekt met kaal los zand; dit vormt een ideaal sporenbed waar gezocht wordt naar sporen van de steenmarter.

3.8

Vleermuizen In het plangebied zijn drie gebouwen aanwezig, die gesloopt worden, waarbij mogelijk vleermuisverblijven aanwezig zijn. Het betreft de gebouwen aan de Vorsterdijk 12, Wettenseind 1 en Opwettenseweg 102. Om inzicht te krijgen in het gebruik van deze gebouwen door vleermuizen wordt een onderzoek uitgevoerd conform het vleermuisprotocol 2017 (Netwerk groene bureau’s, 2017). Het inventariseren van vleermuizen is te verdelen in het inventariseren van zomer- en kraamverblijven, paarverblijven en zwermplaatsen, winterverblijven en vliegroutes en foerageergebied van vleermuizen. Onderstaand wordt aangegeven op welke wijze het onderzoek uitgevoerd zal worden. Zomer- en kraamverblijven van vleermuizen In de periode 15 mei – 15 juli zal het onderzoekgebied worden onderzocht op de aanwezigheid van zomer- en kraamverblijven van vleermuizen. Deze inventarisatie zal bestaan uit drie ronden, waarvan er één in de vroege ochtend van circa twee uur voor zonsopkomst wordt uitgevoerd. Twee ronden zullen ’s avonds plaatsvinden vanaf zonsondergang. Paarverblijven en zwermplaatsen van vleermuizen In de periode 15 augustus – 15 september zullen twee inventarisaties van twee uur worden uitgevoerd, teneinde paarverblijven en zwermplaatsen vast te stellen dan wel uit te sluiten. Eén van deze inventarisaties zal ’s ochtends worden uitgevoerd en de andere ’s avonds.

Vliegroutes en foerageergebied Het inventariseren van vliegroutes en foerageergebied zal simultaan met de overige vleermuisinventarisaties worden uitgevoerd. Vliegroutes en foerageergebieden zullen op kaart worden ingetekend. Winterverblijven De inschatting is dat de gebouwen die onderzocht gaan worden niet gebruikt worden als winterverblijf. De gebouwen zijn laag en onverwarmd. Daarom is niet specifiek gekeken naar het middernachtzwermen. De inventarisatie met betrekking tot vleermuizen worden met behulp van een zogenaamde batdetector uitgevoerd. Dit apparaat vangt de ultrasone geluiden van vleermuizen op en maakt

Blad 6 van 27

Nader onderzoek beschermde soorten 2019 - 2020 Nuenen West projectnummer 411948 22 december 2020 BPD Ontwikkeling BV

deze hoorbaar voor het menselijke gehoor. Tevens kunnen de geluiden worden opgenomen voor analyse achteraf. Enkele soorten zijn namelijk zeer moeilijk te determineren in het veld.

3.9

Terreinbezoeken Ten behoeve van de soortonderzoeken zijn de volgende terreinbezoeken uitgevoerd. Tabel 3.1. Overzicht onderzoeksperiodes en het aantal terreinbezoeken (2019-2020). Februari

Maart

April

Eekhoorn Kerkuil (3x) Steenuil (3x) Buizerd en overige JRBN (4x) Teunisbloempijlstaart (2x) Amfibieën (3x) Steenmarter (3x) Vleermuizen (4x)

Blad 7 van 27

Mei

Juni-juliaugustus

Sept

Okt

dec

Nader onderzoek beschermde soorten 2019 - 2020 Nuenen West projectnummer 411948 22 december 2020 BPD Ontwikkeling BV

Tabel 3.2. Overzicht terreinbezoeken en omstandigheden.

Datum 12-12-2019

Tijd 8:30 – 12:00

10-03-2020

17:30 – 20:00

31-03-2020

18:30 – 21:15

6-04-2020

12:45 – 15:15

16-04-2020

19:45 – 21:45

23-04-2020

10:00 – 12:15

18-05-2020

21:15 – 23:30

27-05-2020

21:45 – 23:45

10-06-2020

11:00 – 13:00

8-07-2020

20:00 – 23:30

23-07-2020

21-45 – 23:45

1-09-2020

20:30 – 22:30

16-09-2020

19:45 – 21:45

Weer Licht bewolkt, 4 graden Celsius, windkracht 2 Bewolkt, 12 graden Celsius, windkracht 3/4 Zonnig, 7 graden Celsius, windkracht 1 Zonnig, 20 graden Celsius, windkracht 1 Zonnig, 19 graden Celsius, windkracht 1 Zonnig, 19 graden Celsius, windkracht 1 Helder, 17 graden Celsius, windkracht 1 Licht bewolkt, 16 graden Celsius, windkracht 0 Bewolkt, 17 graden, windkracht 1 Bewolkt, 17 graden, windkracht 1 Licht bewolkt, 21 graden Celsius, windkracht 0 Licht bewolkt, 10 graden Celsius, windkracht 0 Licht bewolkt, 18 graden Celsius, windkracht 3

Blad 8 van 27

Soort Eekhoorn JRBN Steenuil, kerkuil, JRBN Steenuil, kerkuil, JRBN JRBN, amfibieën Steenuil, kerkuil, JRBN JRBN, amfibieën Vleermuizen (Opwettenseweg 102). Kerkuil Vleermuizen (Wettenseind 1, Vorsterdijk 12) Amfibieën, teunisbloempijlstaart. Vleermuizen (Opwettenseweg 102), kerkuil. teunisbloempijlstaart. Vleermuizen (Wettenseind 1, Vorsterdijk 12) Vleermuizen (Wettenseind 1, Vorsterdijk 12) Vleermuizen (Wettenseind 1, Vorsterdijk 12)

Nader onderzoek beschermde soorten 2019 - 2020 Nuenen West projectnummer 411948 22 december 2020 BPD Ontwikkeling BV

4 4.1

Resultaten Eekhoorn In het plangebied zijn verschillende nesten van eekhoorns aanwezig. Het gaat hier om zowel slaapnesten als speelnesten. In totaal zijn negen nesten aangetroffen. Op Figuur 4.1. zijn twee foto’s van nesten weergegeven. Op Figuur 4.2. is een overzicht weergegeven van de locaties waar de nesten aanwezig zijn.

Figuur4.1. Eekhoornnesten in het plangebied.

Blad 9 van 27

Nader onderzoek beschermde soorten 2019 - 2020 Nuenen West projectnummer 411948 22 december 2020 BPD Ontwikkeling BV

Figuur 4.2. Locaties eekhoornnesten in het plangebied (geel en rood).

Op 12-03-2020 waren twee nesten (rood) niet meer aanwezig. Mogelijk zijn deze door een recente storm verdwenen.

4.2

Teunisbloempijlstaart Tijdens de terreinbezoeken van 10-06-2020 en 8-07-2020 zijn geen rupsen van de teunisbloempijlstaart waargenomen. In het plangebied zijn veel minder teunisbloemen en kattenstaarten (waardplanten) aanwezig dan in 2019. Waarschijnlijk komt het beperkte aantal planten van deze soorten door de droogte. Een impressie van juli 2020 van de locatie waar vorig jaar de rups van de soort is waargenomen is opgenomen in Figuur 4.3. In 2019 stond deze locatie vol met teunisbloemen.

Blad 10 van 27

Nader onderzoek beschermde soorten 2019 - 2020 Nuenen West projectnummer 411948 22 december 2020 BPD Ontwikkeling BV

Figuur4.3. Impressie vegetatie vindplaats rups teunisbloempijlstaart in 2019 (opname juli 2020).

Figuur 4.4. Teunisbloem in het plangebied.

Blad 11 van 27

Nader onderzoek beschermde soorten 2019 - 2020 Nuenen West projectnummer 411948 22 december 2020 BPD Ontwikkeling BV

4.3

Kerkuil Bij de verschillende potentiele nestlocaties zijn geen krijtsporen aangetroffen op 12-03-2020. Wel zijn kauwtjes met nestmateriaal aan het slepen bij het uilengat in Vorsterdijk 14. Volgens bewoonster is er sprake geweest van een poging van de bosuil om te broeden, maar het nest is gekraakt door de kauwtjes. Bij de nestlocatie van de kerkuil van vorige jaren aan de Dubbestraat 45 (zie Figuur 4.5) zitten twee kauwtjes op het dak. Bij navraag bij de bewoners van het adres blijkt dat er wel kerkuilen in het nest zitten. Op zowel 18-05-2020 als 8-07-2020 is geen geluid van jongen bij het nest waargenomen. Het is onduidelijk of er in 2020 jonge kerkuilen zijn groot geworden in het nest. Het nest is in ieder geval wel gebruikt.

Figuur 4.5. Ingang nestlocatie kerkuil Dubbestraat 45.

4.4

Steenuil Tijdens verschillende terreinbezoeken in de vroege avond is de lokroep van de steenuil afgespeeld. Op 12-03-2020 is nergens een reactie van een steenuil gehoord. Op 31-03-2020 is gereageerd op de lokroep door een steenuil bij de Dubbestraat aan de noordzijde van de Europalaan. Vermoedelijk is in de directe omgeving van deze steenuil een nestlocatie aanwezig. De locatie van deze steenuil is weergegeven op Figuur 4.6. Een gesprek met een bewoonster van Wettenseind leert dat er wel eens een steenuil wordt gehoord in de omgeving van het Wettenseind. Zij gaf aan dat waarschijnlijk bij Vorsterdijk 3 net buiten het plangebied een steenuil woont. Bij de Vorsterdijk 3 werd echter niet op de lokroep van de steenuil gereageerd.

Blad 12 van 27

Nader onderzoek beschermde soorten 2019 - 2020 Nuenen West projectnummer 411948 22 december 2020 BPD Ontwikkeling BV

Een nestlocatie in het plangebied is niet bekend. Op 16-04-2020 is ook op verschillende locaties de lokroep van de steenuil afgespeeld. Opnieuw werd nergens door een steenuil gereageerd.

Roepende steenuil 31-03-2020, met vermoedelijk een nestlocatie in de directe omgeving. Vermoedelijke nestlocatie (mondelinge mededeling bewoner Wetteneind). Figuur 4.6. (Waarnemingen) steenuil in en rond het plangebied van Nuenen West.

4.5

Buizerd en overige jaarrond beschermde nesten Tijdens verschillende terreinbezoeken is gezocht naar vogelsoorten waarvan het nest jaarrond beschermd is, en eventuele bijbehorende nesten. In het vroege voorjaar is, terwijl er nog geen bladeren aan de bomen zaten, geïnventariseerd waar potentieel jaarrond beschermde nesten zouden kunnen zitten. Op 12-02-2020 is een buizerd waargenomen in de directe omgeving van een groot nest net ten zuiden van het plangebied. Tijdens volgende bezoeken was geen activiteit meer te zien rond het nest. Ook zijn op andere plekken in het plangebied geen nesten van de buizerd waargenomen. Op 6-04-2020 en 23-04-2020 was duidelijk zichtbaar dat huismussen met nesten in de nieuwe woonwijk een aantal dichte struiken gebruiken als vergaderlocatie. Deze locatie ligt in het

Blad 13 van 27

Nader onderzoek beschermde soorten 2019 - 2020 Nuenen West projectnummer 411948 22 december 2020 BPD Ontwikkeling BV

toekomstige landschapspark in de nieuwe wijk. Ook is in een bestaande tuin van de nieuwe woonwijk een vergaderlocatie aanwezig. Een vergaderlocatie is een locatie waar huismussen samenkomen. Aanwezigheid van deze plekken is essentieel voor het functioneren van nestlocaties. De locaties van de vergaderlocaties zijn weergegeven op Figuur 4.8. Een impressie van de vergaderlocatie in het landschapspark is weergegeven op Figuur 4.7.

Figuur 4.7. “Vergaderlocatie” huismussen.

Andere jaarrond beschermde nesten zijn niet waargenomen in het plangebied.

Blad 14 van 27

Nader onderzoek beschermde soorten 2019 - 2020 Nuenen West projectnummer 411948 22 december 2020 BPD Ontwikkeling BV

Vergaderplek huismussen Nestlocaties huismus Figuur 4.8. Beschermde waarden huismus.

4.6

Amfibieën Op verschillende momenten is gezocht naar, eitjes, larven en volwassen exemplaren van amfibieën in het plangebied. Op 6-04-2020 zijn geen zwaarder beschermde amfibieën waargenomen. In de poel aan de Bakertdreef zijn kikkervisjes van gewone pad en bruine kikker waargenomen. Op 23-04-2020 zijn geen zwaarder beschermde amfibieën waargenomen. Wel zijn opnieuw kikkervisjes van gewone pad en bruine kikker wargenomen. Daarnaast is een subadult exemplaar van de groene kikker gevonden. In het zwembad van de Opwettenseweg 102 zijn kleine watersalamanders waargenomen (mondelinge mededeling bewoner).

Blad 15 van 27

Nader onderzoek beschermde soorten 2019 - 2020 Nuenen West projectnummer 411948 22 december 2020 BPD Ontwikkeling BV

Op 10-06-2020 was het volledige plasdrasgebied aan de Bakertdreef, waar tijdens eerdere terreinbezoeken larven van amfibieën zijn aangetroffen, volledig opgedroogd (zie Figuur 4.9). Er zijn tijdens het terreinbezoek geen amfibieën waargenomen.

Figuur 4.9. Waargenomen amfibieën in het plangebied(boven) en het opgedroogde voortplantingsbiotoop (onder).

4.7

Steenmarter Het onderzoek naar verblijfplaatsen heeft zich gericht op de te slopen gebouwen aan de Wettenseind 1 en Vorsterdijk 12. Steenmarteruitwerpselen (of andere marteruitwerpselen) en/of steenmarterprenten werden tijdens de inspecties niet aangetroffen. Bij het gebouw aan de Vorsterdijk 12 was een groot “sporenbed” aanwezig waar prenten bij aanwezigheid zichtbaar

Blad 16 van 27

Nader onderzoek beschermde soorten 2019 - 2020 Nuenen West projectnummer 411948 22 december 2020 BPD Ontwikkeling BV

hadden moeten zijn. In de te slopen gebouwen zijn geen (verblijfplaatsen van) steenmarter aangetroffen (Zie Figuur 4.10). Dit is bekeken met behulp van een endoscoop.

Figuur 4.10. (L) Sporenbed bij Vorsterdijk 12 en (R) inspectie gebouw met endoscoop.

4.8

Vleermuizen Dit onderzoek heeft zich gericht zich op de te slopen opstallen aan de Opwettenseweg 102, Wettenseind 1 en Vorsterdijk 12. Opwettenseweg 102 Een deel van de onderzoeksrondes voor deze locatie heeft plaatsgevonden in 2019. De resultaten van deze onderzoeksrondes zijn opgenomen in Bijlage 1. Op 18-05-2020 zijn bij de Opwettenseweg 102 geen uitvliegers waargenomen. Wel is een vleermuiskeutel tegen de gevel waargenomen. Rond de bebouwing foerageren enkele gewone dwergvleermuizen aan het begin van de avond. Er zijn geen andere vleermuissoorten waargenomen.

Figuur 4.11. Impressie locatie Opwettenseweg 102 tijdens terreinbezoek 18-05-2020.

Op 08-07-2020 zijn bij de Opwettenseweg 102 geen uitvliegers waargenomen. Wel is met een zaklamp één gewone dwergvleermuis onder gevelbetimmering waargenomen. Op deze locatie is sprake van een zomerverblijfplaats van deze soort. Rond de bebouwing foerageren vroeg in de avond enkele gewone dwergvleermuizen. Er zijn geen andere vleermuissoorten waargenomen.

Blad 17 van 27

Nader onderzoek beschermde soorten 2019 - 2020 Nuenen West projectnummer 411948 22 december 2020 BPD Ontwikkeling BV

Wettenseind 1 en Vorsterdijk 12 Bij Wettenseind 1 en Vorsterdijk 12 werden geen vleermuisverblijven aangetroffen. Wel werden op 23 juni twee uitvliegende gewone dwergvleermuizen waargenomen in het midden van een rij gevelpannen uit de boerderij naast de te slopen koeienstal aan Wettenseind 1. Hier bevindt zich een zomerverblijf van twee gewone dwergvleermuizen. De locatie is weergegeven op Figuur 4.12. Gedurende de eerste drie onderzoeksronden vloog een aantal (2 – 10 dieren) gewone dwergvleermuizen langs de laanbomen aan de Wettenseind. Hieruit valt op te maken dat er in de directe omgeving rond het te slopen gebouw meerdere verblijven van de gewone dwergvleermuis aanwezig zijn. Overige vleermuissoorten werden niet waargenomen.

Figuur 4.12. Zomerverblijf gewone dwergvleermuizen (gele stip) met te slopen gebouw (rode kader) aan Wettenseind 1.

4.9

Overige waarnemingen Op 1-09-2020 werd een de weg overstekende wezel waargenomen nabij Wettenseind 1. Dit dier kwam vanaf de zuidoostzijde van de weg (bij de houthandel) en dook de greppel in naast het weilandje ten noordwesten van Wettenseind 1. De locatie van de waarneming is weergegeven op Figuur 4.13.

Blad 18 van 27

Nader onderzoek beschermde soorten 2019 - 2020 Nuenen West projectnummer 411948 22 december 2020 BPD Ontwikkeling BV

Figuur 4.13. Locatie waarneming wezel.

Blad 19 van 27

Nader onderzoek beschermde soorten 2019 - 2020 Nuenen West projectnummer 411948 22 december 2020 BPD Ontwikkeling BV

5

Toetsing Wet natuurbescherming

5.1

Eekhoorn In het plangebied zijn negen nesten van de eekhoorn aanwezig. Deze nesten zijn beschermd middels Artikel 3.10 van de Wet natuurbescherming. Het is niet toegestaan om deze nesten te verwijderen zonder ontheffing. Door de voorgenomen realisatie van de woonwijk verdwijnt een aantal nesten. Daarnaast verdwijnt een groot deel van het leefgebied in de directe omgeving van deze nesten. Daarom is voor het uitvoeren van de plannen een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming nodig.

5.2

Teunisbloempijlstaart In 2019 is één rups van de teunisbloempijlstaart waargenomen in het plangebied. De teunisbloempijlstaart is beschermd middels Artikel 3.5 uit de Wet natuurbescherming. Uit onderzoek in 2020 blijkt dat de soort niet is aangetroffen in het plangebied. De waardplanten van de vlinder komen met name voor in pioniersvegetaties. Deze vegetaties komen wisselend op verschillende plekken voor binnen, maar ook zeker buiten het plangebied. Door het ontbreken van rupsen van de vlinder in het plangebied in 2020 en het feit dat er in 2019 slechts sprake was van één waarneming kan gesteld worden dat in plangebied geen sprake is van een op zich staande populatie van de soort. De komende jaren blijft het plangebied in ontwikkeling waardoor pioniersvegetaties met waardplanten van de vlinder beschikbaar blijven binnen, maar zeker ook buiten het plangebied. Daarmee heeft het voornemen geen effect op de soort.

5.3

Kerkuil In het plangebied is een nestlocatie van een kerkuil aanwezig. Dit nest is beschermd middels Artikel 3.1 van de Wet natuurbescherming. Het gebouw waar de nestlocatie is blijft fysiek behouden. De locatie wordt echter volledig ingebouwd met woningen. Mogelijk wordt de nestlocatie daarmee ongeschikt. Het is niet toegestaan om dit nest ongeschikt te maken of te verstoren zonder ontheffing. Daarom is voor het uitvoeren van het voornemen een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming nodig.

5.4

Steenuil In het plangebied is een nestlocatie van een steenuil aanwezig. Dit nest is beschermd middels Artikel 3.1 van de Wet natuurbescherming. Het nest is gelegen in de laatste fase van de toekomstige woonwijk. De geplande realisatie van deze fase is gepland vanaf 2030. Vooralsnog heeft het voornemen dan ook geen invloed op de nestlocatie. Op het moment dat concrete ontwikkeling van het gebied rond het nest aan de orde is moet bekeken worden hoe met de steenuil omgegaan kan en moet worden. Geadviseerd wordt om de komende jaren de nestlocatie te monitoren.

Blad 20 van 27

Nader onderzoek beschermde soorten 2019 - 2020 Nuenen West projectnummer 411948 22 december 2020 BPD Ontwikkeling BV

5.5

Overige jaarrond beschermde nesten In het plangebied zijn nestlocaties van de huismus waargenomen. Deze nesten zijn beschermd middels Artikel 3.1 van de Wet natuurbescherming. Andere nesten (los van de steenuil en kerkuil) zijn niet aangetroffen. De gebouwen waar de nestlocaties van de huismus in het plangebied aanwezig is blijven in de huidige staat behouden. Ook worden in de directe omgeving van dit nest geen activiteiten voorzien die voor verstoring van de locatie kunnen zorgen. Daarmee blijft de functionaliteit van de nestlocaties in het plangebied behouden. In het plangebied zijn twee locaties aanwezig die door de populatie huismussen rond het plangebied wordt gebruikt als vergaderlocatie. Door de voorgenomen planontwikkeling verdwijnt een van deze plekken mogelijk. Een vergaderlocatie wordt als essentieel gezien voor het functioneren van een populatie huismussen. Net ten noorden is in de achtertuinen ook veel wintergroen aanwezig dat veelvuldig door huismussen wordt gebruikt als vergaderlocatie. Het groen in het plangebied is daarmee niet essentieel voor de lokale populatie. Zeker niet als mee wordt gewogen dat bij de toekomstige invulling van het plangebied, middels een landschapspark, heel veel groene leefruimte komt voor de huismus.

Wel wordt geadviseerd om bij de aanleg van het toekomstige park wintergroene beplanting op te nemen (bijvoorbeeld in de vorm van hagen) om als schuilplaats voor de huismus te laten dienen. Daarmee heeft het planvoornemen geen invloed op beschermde delen (nesten, essentiële vergaderlocaties) van het leefgebied van huismussen.

5.6

Amfibieën In het plangebied zijn geen beschermde amfibieën waargenomen. Daarmee heeft het voornemen geen effect op beschermde amfibieën.

5.7

Steenmarter In het plangebied is de steenmarter waargenomen. De steenmarter is beschermd middels Artikel 3.10 uit de Wet natuurbescherming. Het plangebied maakt deel uit van het leefgebied van de soort. Mogelijk zijn hier ook verblijfplaatsen aanwezig. De soort heeft zijn verblijfplaats meestal in (oude) gebouwen. In principe blijft alle aanwezige bebouwing in het plangebied behouden. Op dit moment is duidelijk dat slechts twee schuren gesloopt gaan worden. Deze schuren aan de Vorsterdijk 12 en Wettenseind 1 zijn onderzocht op de aanwezigheid van een verblijfplaats van steenmarters. Hieruit blijkt dat in deze gebouwen geen verblijfplaatsen aanwezig zijn. Daarmee heeft de sloop van deze gebouwen een effect op verblijfplaatsen van steenmarters. Indien nog andere gebouwen gesloopt gaan worden bij de planontwikkeling van Nuenen west dan moet een aanvullende check worden uitgevoerd of mogelijk een verblijfplaats van steenmarters aanwezig is. Overige bebouwing in het plangebied blijft vooralsnog bestaan. Daarmee heeft het plan geen effect op het beschermde onderdeel van het leefgebied (verblijfplaats) van steenmarters.

Blad 21 van 27

Nader onderzoek beschermde soorten 2019 - 2020 Nuenen West projectnummer 411948 22 december 2020 BPD Ontwikkeling BV

5.8

Vleermuizen Een aantal te slopen opstallen aan Wettenseind 1, Vorsterdijk 12 en Opwettenseweg 102 is onderzocht op het voor komen van vleermuisverblijven. Vleermuizen en hun essentiële1 onderdelen van het leefgebied zijn beschermd middels Artikel 3.5 van de Wet natuurbescherming. In het schuurtje aan de Opwettenseweg 102 is een zomerverblijf van één of enkele gewone dwergvleermuis waargenomen. Door de voorngenomen sloop van deze schuur verdwijnt deze verblijfplaats. Dit is niet toegestaan zonder een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming. Op de andere locaties zijn geen verblijfplaatsen waargenomen. Naast de verblijfplaatsen is langs het Wettenseind een vliegroute van gewone dwergvleermuizen vastgesteld. Mogelijk is deze vliegroute essentieel voor het functioneren van verblijfplaatsen in de directe omgeving. Het is nog onbekend hoe de toekomstige woonwijk rond deze weg wordt vormgegeven. OP het moment dat hier meer duidelijk over is moet bepaald worden wat het effect van het voornemen op deze route is en of de route een wettelijk beschermde essentiële functie heeft. Om de schuur aan de Opwettenseweg 102 te kunnen slopen is een ontheffing voor het vernietigen van een zomerverblijf van gewone dwergvleermuizen nodig. In de schuren aan het Wettenseind 1 en de Vorsterdijk 12 komen geen vleermuisverblijven voor.

Ook maken de gebouwen geen onderdeel uit van essentieel foerageergebied of essentiële vliegroute. Daarmee vormen vleermuizen geen belemmeringen voor het slopen van de panden.

5.9

Wezel In het plangebied van Nuenen West is een wezel waargenomen. Deze soort is in de provincie Noord Brabant beschermd middels Artikel 3.10. De locatie van de waarneming is gelegen in de fase (fase 2) van de toekomstige woonwijk die wordt ontwikkeld vanaf ongeveer 2025. Vooralsnog heeft het voornemen dan ook geen invloed op het leefgebied van de wezel. Op het moment dat concrete ontwikkeling van het gebied rond de plek van de waarneming aan de orde is moet bekeken worden hoe met de wezel omgegaan kan en moet worden. Geadviseerd wordt om de komende jaren de omgeving van de vindplaats te monitoren..

1

“Essentieel moet worden gelezen als “essentieel voor het voor het functioneren van een verblijfplaats”.

Blad 22 van 27

Nader onderzoek beschermde soorten 2019 - 2020 Nuenen West projectnummer 411948 22 december 2020 BPD Ontwikkeling BV

6

Bronnen Antea group, 2019. Natuurtoets. Nuenen West. Toetsing Wet natuurbescherming en NNN. Anteagroup, 2019. Soortmanagementplan. Ontwikkeling van Nuenen West in relatie tot soortenbescherming. BIJ12, 2017. Kennisdocument steenuil. BIJ12, 2017. Kennisdocument kerkuil. BIJ12, 2017. Kennisdocument huismus. BIJ12, 2017. Kennisdocument buizerd. BIJ12, 2017. Kennisdocument gewone dwergvleermuis. Netwerk groene bureau’s, 2017. Vleermuisprotocol 2017. Provincie Noord Brabant, 2017. Handreiking kleine marters in relatie tot soortenbescherming. NDFF

Blad 23 van 27

Nader onderzoek beschermde soorten 2019 - 2020 Nuenen West projectnummer 411948 22 december 2020 BPD Ontwikkeling BV

Bijlage I. Notitie check vleermuizen Opwettenseweg 102 (2 september 2019)

Blad 24 van 27

Nader onderzoek beschermde soorten 2019 - 2020 Nuenen West projectnummer 411948 22 december 2020 BPD Ontwikkeling BV

Blad 25 van 27

Nader onderzoek beschermde soorten 2019 - 2020 Nuenen West projectnummer 411948 22 december 2020 BPD Ontwikkeling BV

Blad 26 van 27

Nader onderzoek beschermde soorten 2019 - 2020 Nuenen West projectnummer 411948 22 december 2020 BPD Ontwikkeling BV

Blad 27 van 27

Over Antea Group Van stad tot land, van water tot lucht; de adviseurs en ingenieurs van Antea Group dragen in Nederland sinds jaar en dag bij aan onze leefomgeving. We ontwerpen bruggen en wegen, realiseren woonwijken en waterwerken. Maar we zijn ook betrokken bij thema’s zoals milieu, veiligheid, assetmanagement en energie. Onder de naam Oranjewoud groeiden we uit tot een allround en onafhankelijk partner voor bedrijfsleven en overheden. Als Antea Group zetten we deze expertise ook mondiaal in. Door hoogwaardige kennis te combineren met een pragmatische aanpak maken we oplossingen haalbaar én uitvoerbaar. Doelgericht, met oog voor duurzaamheid. Op deze manier anticiperen we op de vragen van vandaag en de oplossingen van de toekomst. Al meer dan 60 jaar.

Contactgegevens Beneluxweg 125 4904 SJ OOSTERHOUT Postbus 40 4900 AA OOSTERHOUT T. 06 205 44 939 E. luc.koks@anteagroup.com

www.anteagroup.nl

Copyright © 2020 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, elektronisch of op welke wijze dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de auteurs.

bestemmingsplan Herijking Nuenen West

Bijlage 20 M emo onderzoek steenuil

1086

Bijlagen bij de toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Herijking Nuenen West

Bijlage 21 Soortenmanagementplan

Bijlagen bij de toelichting (vastgesteld)

1091

Soortmanagementplan Ontwikkeling van Nuenen West in relatie tot soortenbescherming

projectnummer 411948 definitief 8 februari 2019

Inhoudsopgave

Blz.

1

Inleiding

1

2

Aangetroffen soorten

3

3

Strategie per soort

6

3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8 3.9

Algemeen Kerkuil Steenuil Buizerd Huismus Hermelijn Steenmarter Vleermuizen Eekhoorn

6 6 8 9 10 11 12 13 16

4

Fases in de ontwikkeling van Nuenen West

17

5

Integratie informatie: concrete acties per fase

18

5.1 5.2 5.3 5.4 5.5

Compensatie biotopen beschermde soorten Fase 1: uitvoering 2015-2024 Fase 2: uitvoering 2025-2029 Fase 3: uitvoering 2030-2035 Algemene maatregelen

18 19 22 24 24

6

Monitoring

25

6.1 6.2 6.3 6.4 6.5 6.6 6.7 6.8 6.9

Kerkuil Steenuil Buizerd Huismus Hermelijn Steenmarter Vleermuizen Eekhoorn Overige soorten

25 25 26 26 26 27 27 27 28

7

Bronnen

28

Soortmanagementplan Ontwikkeling van Nuenen West in relatie tot soortenbescherming projectnummer 411948 8 februari 2019 Nuenen West B.V.

1

Inleiding In het kader van de ontwikkeling van Nuenen West zijn de afgelopen jaren verschillende natuuronderzoeken uitgevoerd. Uit deze onderzoeken blijkt dat verschillende beschermde soorten in het plangebied voor komen. De ontwikkeling van Nuenen West loopt tot omstreeks 2035. Op om op een proactieve efficiënte manier om te gaan met huidige en (mogelijk) toekomstige natuurwaarden versus de gefaseerde ruimtelijke ontwikkeling is een soortmanagementplan opgesteld. Het doel van het Soortenmanagementplan is om het proces van gefaseerde ontwikkeling van het bestemmingsplan ecologisch te begeleiden en op het juiste moment de nodige ecologische maatregelen (compenserende voorzieningen en leefgebied) voor soorten, procedurele-/ juridische maatregelen (monitoring, ontheffingsaanvragen) te nemen. Dit voorliggende plan moet er voor zorgen dat door middel van een integrale benadering soorten ook in de toekomst kunnen blijven voortbestaan in Nuenen West en de directe omgeving. In het plan wordt achtereenvolgens ingegaan op (schematisch verbeeld in Figuur 1.1): 1. Beschermde natuurwaarden, zoals die uit de reeds uitgevoerde onderzoeken komen. 2. Strategie per soort, gebaseerd op de daarvoor geldende richtlijnen en handreikingen. 3. Een beschrijving van de geplande gefaseerde ontwikkeling van Nuenen West. 4.

Waarna vervolgens deze informatie geïntegreerd wordt en per ontwikkelingsfase concrete acties worden benoemd. 5. Tot slot wordt beschreven welke monitoringsopgave gekoppeld is aan het actueel houden van het plan.

Blad 1 van 26

Soortmanagementplan Ontwikkeling van Nuenen West in relatie tot soortenbescherming projectnummer 411948 8 februari 2019 Nuenen West B.V.

Figuur 1.1. Schematische weergave inhoud soortenmanagementplan.

Blad 2 van 26

Soortmanagementplan Ontwikkeling van Nuenen West in relatie tot soortenbescherming projectnummer 411948 8 februari 2019 Nuenen West B.V.

2

Aangetroffen soorten In het kader van de ontwikkeling van Nuenen West is in 2016, 2017 en 2018 onderzoek uitgevoerd naar het voor komen van soorten die beschermd zijn middels de Wet natuurbescherming. Deze onderzoeken zijn beschreven in:  Antea Group, 2016. Natuurtoets. Nuenen West Bouwvlak C en D.  Antea Group, 2017. Natuurtoets. Nuenen West. Toetsing soortenbescherming Wet natuurbescherming.  Antea Group, 2017. Natuurtoets. Basisschool de Mijlpaal Nuenen West. Toetsing Wet natuurbescherming en NNN t.b.v. een uitwerkingsplan.  Antea Group, 2018. Natuurtoets. Nuenen West Bouwveld E. Toetsing Wet natuurbescherming en NNN t.b.v. een uitwerkingsplan. Uit deze onderzoeken blijkt dat in het totale plangebied van Nuenen West de volgende beschermde soorten zijn aangetroffen:  kerkuil;  steenuil;  buizerd;  huismus;  hermelijn;  steenmarter;  vleermuizen;  eekhoorn. De locaties waar (nesten van) deze soorten zijn aangetroffen zijn weergegeven op Figuur 2.1. Op Figuur 2.2 zijn de locaties waar vliegroutes en foerageergebieden van vleermuizen zijn aangetroffen weergegeven. Deze vliegroutes zijn en foerageergebieden zijn als niet-essentieel aangeduid, waarmee ze strikt genomen niet beschermd zijn door de Wet natuurbescherming.

Blad 3 van 26

Soortmanagementplan Ontwikkeling van Nuenen West in relatie tot soortenbescherming projectnummer 411948 8 februari 2019 Nuenen West B.V.

Nest eekhoorn Waarneming huismus Nest kerkuil Verblijfplaats kerkuil Nest steenuil Nest buizerd Hermelijn Steenmarter (doodgereden, bron NDFF) Kleine marterachtige (vermoedelijk hermelijn) Figuur 2.1. Beschermde natuurwaarden in Nuenen West.

Blad 4 van 26

Soortmanagementplan Ontwikkeling van Nuenen West in relatie tot soortenbescherming projectnummer 411948 8 februari 2019 Nuenen West B.V.

2-3 foeragerende dieren vaste vliegroute 2-3 dieren vaste vliegroute 15-30 dieren en 3-5 foeragerende dieren Figuur 2.2. Vliegroutes en foeragerende vleermuizen in Nuenen West.

Blad 5 van 26

Soortmanagementplan Ontwikkeling van Nuenen West in relatie tot soortenbescherming projectnummer 411948 8 februari 2019 Nuenen West B.V.

3

Strategie per soort Dit hoofdstuk beschrijft de manier waar op volgens de daarvoor beschikbare handreikingen omgegaan moet worden met een aanwezige beschermde soort in relatie tot een ruimtelijke ontwikkeling. Onderstaand wordt een samenvatting gegeven per soort. De uitgebreide beschrijving van de richtlijnen is te vinden in de brondocumenten. De beschreven werkzaamheden moeten worden voorgelegd aan bevoegd gezag middels een ontheffingsaanvraag in het kader van de Wet natuurbescherming (verder te noemen: Wnb) tenzij anders vermeld.

3.1

Algemeen De geconstateerde beschermde soorten in het plangebied van Nuenen West hebben binnen dat plangebied diverse functies, in hoofdzaak bestaande uit beschermde verblijfplaatsen, foerageergebied en verbindende biotopen tussen verblijfplaats en foerageergebied. Uit de inventarisaties en jaarlijkse monitoring blijkt waar genoemde gebiedsfuncties per soort aanwezig zijn, en waar sprake is van de onderlinge samenhang tussen de functies. In de onderstaande beschrijvingen per soort (par. 3.2 t/m 3.9) is de kenmerkende relevante informatie per soort beschreven. In hoofdstuk 4 is de voortschrijdende ontwikkeling van de verschillende planfasen van Nuenen West beschreven. In hoofdstuk 5 is de interactie tussen de ontwikkelingsfasen en de kenmerken per soort vertaald naar een soortspecifieke aanpak per fase.

3.2

Kerkuil Basisdocument: Kennisdocument kerkuil. (BIJ12, 2017). Bescherming: artikel 3.1 Wnb: jaarrond beschermd nest. 

Werken 1buiten de kwetsbare periode, zijnde de voortplantingsperiode (februari – augustus).  Voor elke verblijfplaats die aangetast of verwijderd worden minimaal twee, maar bij voorkeur meer nieuwe verblijfplaatsen aangeboden (bijvoorbeeld kerkuilkasten en toegangen in gebouwen). Voor de vervangende verblijfplaatsen is het van belang dat: Ze bij voorkeur in de directe omgeving (in de regel binnen 500 meter van de oorspronkelijke verblijfplaats, in het oorspronkelijke territorium) worden geplaatst, en buiten de invloedssfeer van de werkzaamheden staan. Ze op een voor de kerkuil geschikte wijze en plek worden opgehangen. Ze bij voorkeur minimaal drie maanden voor de start van de werkzaamheden, en bij voorkeur al in de periode september tot december, aanwezig zijn. Als de nieuwe verblijfplaats in dezelfde schuur wordt geplaatst als de verblijfplaats die aangetast

1

Onder ‘werken’ wordt verstaan: het uitvoeren van de werkzaamheden die in de specifieke situatie kunnen leiden tot verstoring (geldt voor het gehele document)

Blad 6 van 26

Soortmanagementplan Ontwikkeling van Nuenen West in relatie tot soortenbescherming projectnummer 411948 8 februari 2019 Nuenen West B.V.

wordt, dan is geen wenperiode nodig als de vervangende verblijfplaats vóór het broedseizoen aanwezig is. De aangeboden vervangende nestgelegenheid voldoende veiligheid biedt tegen predatoren. De aangeboden vervangende nestgelegenheid van voldoende duurzaam materiaal is Nieuwe roestplaatsen moeten bij voorkeur op een andere plek worden gerealiseerd dan de nieuwe nesten. Ze kunnen de vorm hebben van een houten balk in een gebouw waardoor een rustige, donkere plek wordt gerealiseerd. Mogelijk dat deze plekken al aanwezig zijn, maar dat een gebouw voor kerkuilen toegankelijk gemaakt moet worden zodat ze die plekken kunnen bereiken. Het bouwen van een uilentoren is een mogelijk effectieve maar vooralsnog experimentele maatregel. Nader onderzoek naar de effectiviteit ter plekke is nodig. De uilentoren is voorzien in een gebied dat niet bebouwd mag worden en bestaat uit een afwisseling van houtwallen, ruige terreinen met kruidenrijke vegetatie, heggen en bosschages. Dit gebied is gelet op het bovengenoemde kennisdocument geschikt als habitat. Afgeraden wordt om de vervangende kerkuilkasten te plaatsen: binnen 250 meter van een snelweg, aan de buitenkant van de schuur of in bomen, in schuren of andere gebouwen die ook door zwaluwen worden gebruikt als broedgelegenheid.

Verblijfplaatsen die door de werkzaamheden worden aangetast, kunnen tijdig voor het broedseizoen ongeschikt gemaakt worden door licht tot de verblijfplaatsen door te laten dringen, bijvoorbeeld door het verwijderen van het dak van de kerkuilenkast.  Verbeteren habitat in bestaand of nieuw leefgebied. Mogelijke maatregelen zijn: Zorgen voor behoud en zo mogelijk voor verbetering van de voedselmogelijkheden door beheer en inrichting gericht op het duurzaam aantrekkelijk maken van het gebied voor veel muizen (bijvoorbeeld door ruigtes en takkenhopen) Het nemen van maatregelen om verkeersslachtoffers onder kerkuilen, te voorkomen (bijv. opgaande begroeiing langs de weg). Het beveiligen van drinkwaterplekken.  Het nieuwe leefgebied moet tijdig gerealiseerd zijn om als zodanig te kunnen functioneren.

Blad 7 van 26

Soortmanagementplan Ontwikkeling van Nuenen West in relatie tot soortenbescherming projectnummer 411948 8 februari 2019 Nuenen West B.V.

3.3

Steenuil Basisdocument: Kennisdocument steenuil. (BIJ12, 2017). Bescherming: artikel 3.1 Wnb: jaarrond beschermd nest. 

Werken 2buiten de kwetsbare periode, zijnde de voortplantingsperiode (februari – augustus).  Voor elke verblijfplaats die aangetast of verwijderd worden minimaal twee nieuwe verblijfplaatsen aangeboden (bijvoorbeeld steenuilkasten, steenuiltorens, toegangen in schuurtjes e.d.). Voor de vervangende verblijfplaatsen is het van belang dat: Ze bij voorkeur liggen in het bestaande territorium, buiten de invloedssfeer van de werkzaamheden /planontwikkeling. Indien ze buiten het bestaand territorium worden geplaatst, dan in een ‘leeg gebied’ waar nu geen steenuilen een territorium hebben. De nieuwe verblijfplaats, inclusief verbeterd leef- / foerageergebied, moet bij voorkeur binnen 300m van de bestaande verblijfplaats af liggen. Ze op een voor de steenuil geschikte wijze en plek worden opgehangen. Ze bij voorkeur minimaal drie maanden voor de start van de werkzaamheden, en bij voorkeur al in de periode september tot december, aanwezig zijn De aangeboden vervangende nestgelegenheid voldoende veiligheid biedt tegen predatoren. De aangeboden vervangende nestgelegenheid van voldoende duurzaam materiaal is.  Verbeteren habitat in bestaand of nieuw leefgebied.

Mogelijke maatregelen zijn: Creëren van nieuwe biotopen in de vorm van overhoeken, kruidenzomen, struwelen, takkenrillen en composthopen, vruchtdragende bomen en struiken, poelen / vijvers, moestuin, graan in de winter laten overstaan.  Het nieuwe leefgebied moet tijdig gerealiseerd zijn om als zodanig te kunnen functioneren.

2

Onder ‘werken’ wordt verstaan: het uitvoeren van de werkzaamheden die in de specifieke situatie kunnen leiden tot verstoring (geldt voor het gehele document)

Blad 8 van 26

Soortmanagementplan Ontwikkeling van Nuenen West in relatie tot soortenbescherming projectnummer 411948 8 februari 2019 Nuenen West B.V.

3.4

Buizerd Basisdocument: Kennisdocument buizerd. (BIJ,12). Bescherming: artikel 3.1 Wnb: jaarrond beschermd nest.  

Werken buiten de kwetsbare periode. Het verbeteren van de kwaliteit van bestaand of het realiseren van nieuw geschikt habitat voor buizerds. Het is van belang dit tijdig en buiten de invloedsfeer van de activiteiten te realiseren. Maatregelen moeten gericht zijn op het in samenhang in stand houden van voldoende nestgelegenheid en foerageergebied, bijvoorbeeld door: Behoud of verkrijgen van voldoende beplantingen waar genesteld kan worden. Zoneringsmaatregelen te treffen waardoor rustige delen ontstaan waar de buizerd ongestoord kan broeden en foerageren, bijvoorbeeld verleggen wandelroutes of fietsroutes. Aanplant van (snelgroeiende) bomen (maatregel is pas op lange termijn effectief). Behoud of ontwikkeling van voldoende plekken waar gefoerageerd kan worden, door bijvoorbeeld het aanbieden van palen en dergelijke als nieuwe zitposten, het inrichten van braakakkers en / of faunaranden. Daarbij is blijvende aanwezigheid van de nieuwe gebieden van belang.

Blad 9 van 26

Soortmanagementplan Ontwikkeling van Nuenen West in relatie tot soortenbescherming projectnummer 411948 8 februari 2019 Nuenen West B.V.

3.5

Huismus Basisdocument: Kennisdocument huismus. (BIJ,12). Bescherming: artikel 3.1 Wnb: jaarrond beschermd nest.  

Werken buiten de kwetsbare periode. Voor elke nestplaats die aangetast of verwijderd wordt, worden minimaal twee nieuwe nestplaatsen aangeboden. Dit in de vorm van bijvoorbeeld vogeldakpannen, nestkasten, of het verwijderen van aanwezig vogelschroot. Voor de vervangende nestplaatsen geldt: Dat er meerdere nestplekken bij elkaar aangeboden moeten worden. Zorg dat de openingen minimaal 50 centimeter uit elkaar liggen; dit kan dichter bijeen, maar zorg er dan voor dat de nestingang niet zichtbaar is voor de huismus die in de andere nestingang zit. Zo dicht mogelijk bij de locatie van de oorspronkelijke verblijfplaats worden geplaatst en als dat niet mogelijk is, dan in de directe omgeving (in de regel binnen 200 meter, bij uitzondering 500 meter) van de oorspronkelijke nestplaats en buiten de invloedsfeer van de werkzaamheden liggen. Nestkasten: o op minimaal 3 meter hoogte plaatsen; o een minimale broedruimte van 15 x 8 centimeter; o in de directe omgeving van de nieuwe nestplaats continu voldoende dekking aanwezig is. Minimaal 3 à 4 meter hoog opgaand groen, en dat er altijd (binnen 100 à 200 meter, bij voorkeur binnen 50 meter) voldoende geschikt voedsel en potentiële slaapplaatsen beschikbaar zijn. Dat er voldoende veiligheid is tegen predatoren. Dat ze minimaal drie maanden voor de start van de werkzaamheden aanwezig zijn.

Onderstaande maatregelen zijn gericht op het in samenhang in stand houden van voldoende dekking, voedsel en slaapplaatsen: Aanplant van doornige struiken als vuurdoorn en meidoorn, groenblijvende heesters, klimplanten als klimop of wingerd, beukenhagen, en dergelijke binnen 5 à 10 meter (bij voorkeur binnen 2,5 meter) van plekken waar gefoerageerd wordt. Bladverliezende soorten zijn in de winterperiode minder effectief. Aanplant van inheemse soorten bomen en ander opgaand groen binnen 5 à 10 meter (bij voorkeur binnen 2,5 meter) van de plekken waar gebroed wordt. Behoud of ontwikkeling van voldoende plekken waar gefoerageerd kan worden, door bijvoorbeeld creëren van ruigte grasland en de aanleg van vijvers. Behoud van voldoende mogelijkheden voor nemen van stofbaden door zandige plekken te realiseren of te handhaven. Maatregelen moeten bij voorkeur jaarrond beschikbaar is en zo mogelijk binnen 100 meter van de nestplaats.

Blad 10 van 26

Soortmanagementplan Ontwikkeling van Nuenen West in relatie tot soortenbescherming projectnummer 411948 8 februari 2019 Nuenen West B.V.

3.6

Hermelijn Basisdocument: Handreiking kleine marters in relatie tot soortenbescherming (Provincie Noord Brabant, 2017). Bescherming: artikel 3.10 Wnb. In Noord-Brabant niet vrijgesteld (  

Werken buiten de kwetsbare periode, zijnde de voortplantingsperiode (februari – juli). Verbeteren habitat in bestaande gebieden, bijvoorbeeld door het creeren van ruigtes en takkenrillen. Realiseren nieuw leefgebied Realiseren nieuwe rust en verblijfplaatsen. Bijvoorbeeld marterhopen en nestkasten. Opheffen barrières, zodat verschillende leefgebieden met geschikt habitat met elkaar verbonden blijven of worden.

  

3.7

Steenmarter Basisdocument: Geen richtlijnen beschikbaar. Wel een gedragscode die gold onder de Flora en Faunawet (bijvoorbeeld die van de gemeente Raalte, 2013). Geldig tot 30-08-2018. Bescherming: artikel 3.10.  

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11443848/1