2022-25 RIB Bijlage 1 Verstedelijkingsakkoord SGE - visie
Tekst van het document
Verstedelijkingsakkoord Stedelijk Gebied Eindhoven: Visie Een integraal narratief voor een toekomstbestendige verstedelijking van het Stedelijk Gebied Eindhoven Versie – 25 november 2021
Het Rijk
De Provincie
De Regio
2 / 50
Introductie Voor u ligt het Verstedelijkingsakkoord Stedelijk Gebied Eindhoven dat op [datum] gesloten zal
worden tussen de negen gemeenten die samenwerken in het Stedelijk Gebied Eindhoven (SGE), de Provincie Noord Brabant, [de Waterschappen], de ministeries van Binnenlandse Zaken (BZK), Infrastructuur en Waterstaat (I&W), Economische Zaken (EZK) en Landbouw, Natuur en
Voedselkwaliteit (LNV), hierna te noemen Het Rijk. Dit akkoord is gestoeld op een inhoudelijke
visie op de regio en beoogt de afspraken ten aanzien van verstedelijking vanuit een gezamenlijk
beeld op de toekomst van het SGE samen te vatten. Het Verstedelijkingsakkoord bestaat uit een visie-deel (voorliggende document) en een afspraken-deel welke in een apart document zijn beschreven (zie Deel 2 – Afspraken). Verstedelijkingsakkoord en MIRT
Dit verstedelijkingsakkoord is een uitwerking van het MIRT onderzoek Verstedelijking en
Bereikbaarheid Brainport Eindhoven zoals vastgesteld in het BO MIRT1 van november 2020 en
geeft daarbij invulling aan de gemaakte MIRT afspraken. Het verstedelijkingsakkoord bouwt voort op het MIRT onderzoek en kijkt waar mogelijk op een integrale manier naar verstedelijking. Dit akkoord is aangevuld vanuit de ambities en (beleids)documenten die er voor de regio liggen vanuit de negen gemeenten, de provincie, de waterschappen en het Rijk. Voortbouwen op bestaand beleid en afspraken
Er is een nationale omgevingsvisie en op diverse schaalniveaus wordt gewerkt aan
ontwikkelperspectieven, agenda’s en strategieën: gemeenten en provincie hebben hun
omgevingsvisies (in voorbereiding), voor Zuidoost-Brabant is er de Omgevingsagenda, voor de subregio’s van Zuidoost Brabant (bijvoorbeeld De Peel, Kempen en A2-gemeenten) worden
ontwikkelperspectieven opgesteld, en op het niveau van de Brabantse Steden wordt gewerkt aan een verstedelijkingsstrategie.
Dit akkoord vervangt geen bestaand beleid, visies of strategieën, maar is een set van afspraken
tussen SGE, Provincie, [waterschappen] en Rijk ten behoeve van de uitvoering ervan. Op diverse schaalniveaus zijn samenwerkingsafspraken en deals gemaakt. Voorbeelden hiervan zijn de
Brainport Nationale Actieagenda (BNA), de samenwerkingsovereenkomst EIK-XL en de Woondeal
SGE. Deze afspraken worden niet overruled door dit akkoord en blijven onverkort van kracht. Waar inhoudelijke raakvlakken zijn wordt met de Brainport Nationale Actieagenda (BNA) afstemming gezocht. De scope en governance van de BNA blijft ongewijzigd.
De afgelopen jaren zijn voor de regio, een aantal ruimtelijk strategische uitgangspunten
geformuleerd. Het gaat om de coherente optelsom van strategische richtingen uit de volgende visies, onderzoeken en rapporten, die met elkaar het fundament vormen onder dit verstedelijkingsakkoord: -
Nationale Omgevingsvisie, NOVI
Provinciale Omgevingsvisie, POVI
MIRT onderzoek Verstedelijking en Bereikbaarheid Brainport regio, SmartwayzNL, 2020 Integrale Strategie Ruimte Metropoolregio Eindhoven, 2017
1 Bestuurlijk Overleg Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport
3 / 50
-
Visie op Wonen SGE, 2019, uitgewerkt in het afsprakenkader wonen, 2021 Verrijking Gebiedsvisie Brainport City 2020
Programmering Nieuwe Werklocaties, SGE 2021 Programmering Bedrijventerreinen, SGE 2020 Ruimtelijk Programma SGE, 2020
Masterplan Van Gogh Nationaal Park, 2020
Streefbeeld Transitie landelijk gebied Metropoolregio Eindhoven, 2020 Ontwikkelperspectief 2040 Centrum Eindhoven, 2020 Brainportlijn Eindhoven, propositie 2020 Woondeal SGE, 2018
Brainport Nationale Actieagenda
Herijking Centrumperspectief Helmond Brabantse Health Deal
Groots! Een hoogstaand en toegankelijk voorzieningenaanbod in het SGE, 2021
Scope Verstedelijkingsakkoord
Dit akkoord heeft betrekking op het Stedelijk Gebied Eindhoven, bestaande uit gemeenten
Eindhoven, Helmond, Best, Son & Breugel, Oirschot, Waalre, Veldhoven, Nuenen en Geldrop-
Mierlo. De planhorizon is 2040. De inhoud van het akkoord wordt periodiek voor het BO MIRT (of BO Leefomgeving) herijkt en afspraken worden op basis hiervan waar nodig verder uitgewerkt.
Wanneer ‘het Rijk’ wordt genoemd heeft dit betrekking op de Ministeries van BZK, EZK, I&M en LNV. De gemeenteraden van het Stedelijk Gebied Eindhoven, Provinciale Staten en de Tweede Kamer worden jaarlijks over de voortgang van het Verstedelijkingsakkoord geïnformeerd.
De eerstvolgende stap is nu het sluiten van dit Verstedelijkingsakkoord tussen Regio, het Rijk,
[waterschappen] en Provincie. Het doel is om dit akkoord tijdens het BO-MIRT van [datum] vast te stellen door de minister van Binnenlandse Zaken en Koningkrijkrelaties, de minister van
Infrastructuur en Waterstaat namens het Rijk, de gedeputeerde Ruimte en Wonen namens de Provincie Noord Brabant en de Wethouder Ruimtelijke Ordening van de gemeente Eindhoven
namens de gemeenten in het SGE en de [functies namens de waterschappen]. Om tot dit akkoord te komen, is de integrale ruimtelijke strategie van de regio bondig samengevat en is per
onderwerp aangegeven welke afspraken tussen rijk, provincie en stedelijke regio hierbij horen.
4 / 50
Figuur 1: Het Stedelijk Gebied Eindhoven
Met bekrachtiging van voorliggend verstedelijkingsakkoord delen Rijk, Provincie en SGE een
gezamenlijk gedeelde ambitie voor de toekomst van de regio en maken derhalve afspraken over wat ervoor nodig is om deze ambitie te kunnen verwezenlijken. Partijen ondersteunen dus de inhoudelijke verhaallijn en committeren zich aan de afspraken zoals beschreven in ‘Deel 2 – Afspraken’.
1. Visie Stedelijk Gebied Eindhoven 2040: Naar één slim, gezond en inclusief stedelijk gebied Leven in een slimme, gezonde en inclusieve stedelijke regio, dat is de unieke kwaliteit van het Stedelijk Gebied Eindhoven (SGE). In een overweldigend afwisselend beekdalenlandschap met heidevelden, bossen, zandverstuivingen en oude cultuurlandschappen, ligt de prachtige
samenhangende City of Villages, het Stedelijk Gebied Eindhoven. Metropolitane stedelijkheid wordt afgewisseld met dorpen en kernen met een sterke eigen identiteit. Niets van dit geheel staat op zichzelf, grenzen vervagen omdat juist de synergie tussen stad, dorp en landschap dat het dagelijks stedelijke systeem hier zo uniek maakt. De onderscheidende kwaliteiten binnen de regio liggen op fietsafstand van elkaar.
En het gaat goed met de regio! Ze groeit als kool. De afgelopen jaren zijn er vele duizenden banen bijgekomen. Met de toewijzing van de mainport-status aan Brainport Eindhoven is de regio sinds 2016 erkend als één van de drie economische kerngebieden van Nederland. Met de groeiende werkgelegenheid trekt het SGE mensen uit heel Nederland en uit andere delen van de wereld om met ‘handen’ of ‘hoofd’ bij te dragen aan één van de top
6 / 50
innovatieve bedrijven die deze regio rijk is. Het SGE biedt banen op alle niveaus, voor huidige én nieuwe regiobewoners. Door de groei van het aantal inwoners neemt ook de stads- en regioverzorgende bedrijvigheid en werkgelegenheid in onder andere horeca, cultuur, detailhandel en leisure toe. Als regio staan we voor inclusiviteit en willen we ervoor zorgen dat iedereen profiteert van deze groei.
Bewust groeien in kwaliteit
De aantrekkelijkheid van de regio leidt tot groei en deze groei brengt kansen en uitdagingen met zich mee. Dat het SGE groeit is een gegeven. Hoe deze groei eruitziet is een keuze. Vanuit het economisch perspectief van Brainport Eindhoven willen we doorontwikkelen naar één slim, gezond en inclusief stedelijk gebied voor al haar inwoners. De connectiviteit van de regio moet daarom vergroot worden, door een systeemsprong in het ov-systeem en een transitie van automobiliteit naar lopen, fietsen en OV. De regio zit ook in een transitie rond groen, water en landschap, waarbij ruimte moet wijn voor klimaatadaptatie, de wateropgave en de energietransitie. Landschappelijke wiggen moeten verbeterd worden en de overgangen en toegankelijkheid van stad naar landschap vraagt om een kwaliteitsimpuls. Juist in de verdichtende steden is ruimte voor groen en water extra van belang.
7 / 50
Quality of life als magneet voor talent Bedrijven in het SGE zijn voor hun succes afhankelijk van bestaand en nieuw arbeidspotentieel, waaronder talent dat zij wereldwijd aantrekken en vast dienen te houden. De kennisintensieve maakindustrie en de sterke positie in sleutel technologieën zijn van grote waarde voor de nationale economische positie. De technologische bedrijvigheid in de regio is zo specifiek en groeit zo snel, dat het noodzakelijk is om buitenlands talent aan te trekken en te behouden. De regio concurreert daarin op internationaal niveau met andere regio’s zoals Helsinki, Stockholm, München, Tokio, Taiwan en Silicon Valley.
Om de aantrekkingskracht van de regio te behouden en te versterken is het nodig om op bestaande kwaliteiten en potenties een substantiële verbeterstap te maken, een schaalsprong. De metropolitane- en hoogstedelijke kwaliteit moet vergroot worden door veel meer en betere stedelijke en culturele voorzieningen aan te kunnen bieden, door meer nieuwe en unieke stedelijke woonmilieus aan te kunnen bieden waarin groen en water een hoofdrol spelen en door nieuwe interactiemilieus met een mix van werken, wonen en voorzieningen te maken vlakbij de OV-knopen. Hier loopt de regio nog achter op zijn internationale evenknieën.
8 / 50
Van economie naar brede welvaart Uitdaging is daarom om door te groeien op een manier die zo slim is als de regio zelf. Het onderscheidende vermogen en de kracht van de economie is in het afgelopen decennium steeds meer erkend. Eindhoven heeft haar plek aan de
G5 tafel (vijf grootste gemeenten) verdiend. De opgave is om nu het profiel van de Brainport te versterken en verbreden en klaar te maken voor de toekomst. Hoe zetten we de innovatiekracht van de regio in voor de uitdagingen van nu en straks: groen, klimaatadaptief, met ruimte voor iedereen en internationaal verbonden.
De trek van velen naar Brainport Eindhoven zet druk op de systemen die de regio heeft: het zet druk op de woningmarkt, het mobiliteitssysteem, het ecosysteem, het watersysteem, de energievoorziening en op de ruimte voor passende werklocaties. Daarnaast zet het ook druk op ons sociale systeem en op sommige plekken druk op de leefbaarheid. Er is aandacht nodig voor de uitdagingen van vandaag zoals het versneld inlopen van het woningtekort, verbetering van leefbaarheid, gezondheid, sociaal maatschappelijke binding en inclusiviteit in de bestaande stad, meer en betere stedelijke voorzieningen en versneld betere bereikbaarheid. De verstedelijkingsopvave van de toekomst moet een vliegwiel vormen voor het omgaan en antwoord bieden op de sociaalruimtelijke vraagstukken van het SGE van vandaag de dag.
9 / 50
2. De opgaven: Samenhangende groei en transitie tot duurzame regio Om de groei van de regio te accommoderen en dat ook in samenhang tussen groen, water, wonen, werken, mobiliteit, energie te doen op een duurzame manier, zullen meerdere
deelopgaven gezamenlijk opgepakt moeten worden. Ze kunnen niet los van elkaar worden gezien. Hieronder worden de deelopgaven waar de regio voor staat benoemd: 2.1 Woningmarkt
•
Het Stedelijk Gebied Eindhoven telt momenteel ruim 520.000 inwoners. De verwachting is dat dit tot 2050 zal doorgroeien naar ruim 620.000 inwoners. Om deze groei te accommoderen zijn in onder andere de ‘Woondeal’ en in het in 2020 uitgevoerde MIRT onderzoek naar Verstedelijking en Mobiliteit tussen Rijk, Provincie en gemeente Eindhoven afspraken gemaakt over de realisatie van in totaal 62.000 woningen in het SGE tot 2040.
•
Om dit te bereiken dient stevig maar duurzaam verdicht te worden in bestaand stedelijk gebied en nabij openbaar vervoersknopen. Dit zal moeten gebeuren op een groene, gezonde en inclusieve manier. Dit is kostbaar en complex en vraagt forse onrendabele investeringen maar versterkt daarmee de bestaande stad, houdt het buitengebied vrij van uitwaaierende woningbouw en houdt de kleinere kernen dorps.
•
De woningtekorten lopen op en er is dus versnelling nodig. In het Afsprakenkader Wonen 2021 en het Actieplan Versnelling zijn in de regio afspraken gemaakt over de afstemming en versnelling van woningbouwlocaties. Met behulp van de woningbouwimpuls wordt de bouw van een aantal binnenstedelijke woonlocaties al versneld.
•
Belangrijke opgaven hierbij zijn het betaalbaarheid houden van de woningmarkt, het bevorderen van een gezonde en groene leefomgeving, het sociaal en fysiek verduurzamen
van bestaande wijken, het klimaatadaptief maken van bestaande en nieuwe wijken en het doorvoeren van de energietransitie (zie ook de Woondeal, 2019). In de centra van Eindhoven en Helmond zullen nieuwe hoogstedelijke gemengde woonmilieus gerealiseerd moeten worden. Om dat op een gezonde wijze te kunnen doen, is een mobiliteitstransitie
randvoorwaardelijk en moet er voldoende ruimte zijn voor groen en water. In de dorpen zullen meer onderscheidende dorpse woonmilieus gemaakt worden, waarbij zal worden bijgedragen vanuit de eigen, unieke kwaliteiten van de verschillende landelijke kernen (City of Villages). In de regio worden woningbouwplannen inhoudelijk getoetst aan de Brainport Principes en wordt de kwadrantenbenadering gebruikt. Dit zijn bestaande afspraken in de regio om te komen tot passende en onderscheidende woonmilieus.
10 / 50
Kader 2.1 Bekostiging van woningbouwprojecten: onrendabele toppen
Een belangrijke opgave voor de regio ligt in het bekostigen van gebiedsontwikkeling. Er is een
grote mate van samenhang tussen investeringen in mobiliteit en de groei van de regio. Daarom worden in het MIRT afspraken gemaakt over mobiliteitsinvesteringen voor de hele regio. Maar
naast deze mobiliteitsingrepen is er binnen de gebiedsontwikkeling meer nodig om te komen tot de gewenste binnenstedelijke woningbouw. Onrendabele toppen moeten gedekt worden.
Er wordt onderscheid gemaakt tussen bekostiging van binnenstedelijke woningbouwontwikkeling, woningbouw rondom OV-knooppunten en -assen en buitenstedelijke woningbouwontwikkeling. Ieder type ontwikkeling vraagt om andere afspraken ten aanzien van bekostiging. De
onrendabele top bij deze projecten wordt zoveel mogelijk per woning uitgedrukt. Om een indruk te geven met welke investeringen rekening dient te worden gehouden zijn deze in onderstaand overzicht weergegeven. Binnenstedelijk
HOV-knopen en -assen
Buitenstedelijk
Vergroening,
Vergroening,
Bovenwijkse voorzieningen
Gebiedsinfrastructuur klimaatadaptatie en openbare ruimte
Collectief gebouwd parkeren (auto, fiets)
Energievoorziening Sloop/sanering
Uitplaatsen bedrijvigheid
Ondergrondse infrastructuur
Gebiedsinfrastructuur klimaatadaptatie en openbare ruimte
Collectief gebouwd parkeren (auto, fiets)
Energievoorziening
Gebiedsinfrastructuur Stikstofsanering Sloop / sanering
Wegnemen hindercirkels Klimaatadaptatie
Sloop/sanering Hindercirkels
Deelmobiliteit
2.2 Werken en voorzieningen
•
Met het Rijk en de Provincie is op basis van het MIRT-onderzoek afgesproken om het aantal arbeidsplaatsen te laten groeien met 72.000 arbeidsplaatsen. Het is belangrijk om hiervoor voldoende ruimte op werklocaties te creëren.
•
In kwalitatieve zin gaat het vooral om het bestendigen en uitbouwen van de sleutelpositie van de regio in kennisintensieve maakindustrie en sleuteltechnologieën.
•
Stedelijke werklocaties van de toekomst zijn meer en meer gemengd en kennen prettige ontmoetingsplekken voor deze zogenaamde ‘interactie economie’. Maar niet alle huidige bedrijfslocaties kunnen zulke gemengde gebieden worden. Er blijft ook ruimte nodig voor stadsverzorgdende bedrijvigheid en bedrijven met hogere milieu categorieën, die zich moeilijk verhouden tot meer stedelijke functies op het gebied van bijvoorbeeld (tijdelijk)
wonen, onderwjjs, sport en verblijf. Ook voor deze bedrijventerreinen is voldoende ruimte nodig. •
De internationale vestigingsfactoren voor talent vragen om meer internationaal aansprekende hoogstedelijke- en culturele voorzieningen, aantrekkelijke parken en landschappen en mogelijkheden tot sporten en ontspanning. Werklocaties dienen gezonde en menselijke
leefomgevingen te zijn, groen en duurzaam, kimaatadaptief, waar je graag verblijft en anderen kunt ontmoeten. Daarnaast gaat het ook om het creëren van hybride en innovatieve
11 / 50
leeromgevingen waar bedrijven en onderwijs samenkomen en vorm kan worden gegeven aan het Leven Lang Ontwikkelen. 2.3 Mobiliteit
•
Om als regio de groei te kunnen accommoderen en aantrekkelijk en leefbaar en gezond te blijven is een stevig en samenhangend pakket aan mobiliteitsmaatregelen nodig. In het MIRT onderzoek Verstedelijking en Mobiliteit uit 2020 zijn hier afspraken over gemaakt. Deze worden uitgewerkt langs drie lijnen -
Schaalsprong OV
-
Mobiliteitstransitie
-
Hoofdwegennet en onderliggend wegennet
Onderdelen daarvan zijn: •
Een succesvolle ontwikkeling van de multimodale Internationale knoop XL als draaischijf voor Zuid-Nederland kan alleen als knelpunten op en rond het spoor worden opgelost ten behoeve van reizigersgroei en hogere frequenties: capaciteit van spoort en perrons in en rond Eindhoven Centraal, capaciteit van het busstation en directe internationale treinverbindingen zoals met Düsseldorf en in de toekomst mogelijk uitgebreid met steden als Aken en Brussel.
•
De schaalsprong OV vraagt om doorontwikkeling van het HOV netwerk. We hebben hierbij een eindbeeld voor ogen zoals uitgewerkt in de regionale uitwerking van het toekomstbeeld OV 2040 en zoals geschetst in het ontwikkelpad Hoogwaardig Openbaar Vervoer van het MIRT onderzoek. Dit vraagt om het versterken van de radiale verbindingen vanaf station Eindhoven Centraal. De eerste logische stappen in relatie tot de verstedelijking is de realisatie van de HOV-radiaal naar Veldhoven (HOV4) en het vernieuwen van het busstation Neckerspoel. Op middellange en langere termijn zullen ook radiale verbindingen naar Woensel, Best. Valkenswaard en Geldrop moeten worden versterkt. Om de bereikbaarheid van de toplocaties met name aan de Westzijde en Eindhoven Airport te verbeteren zou ook de fiets infrastructuur moeten worden uitgebreid doormiddel van een snelfietsnetwerk en goede fietsvoorzieningen. Op termijn willen we de toplocaties onderling goed met elkaar en met de regio verbinden middels een HOV tangent verbinding (conform het concept van de Brainportlijn).
•
Zelfs bij een geslaagde mobiliteitstransitie blijven er forse opgaven over op het wegennet. Dit vraagt om samenhangende oplossingen op het hoofdwegennet en onderliggende wegennet. Op korte termijn wordt er onderzocht wat de mogelijkheden zijn om doorgaand en stedelijk verkeer nog verder te ontvlechten middels verbeteringen van de ring (in Eindhoven), capaciteit Noordoostelijke Ring, zuidelijke ontsluiting Helmond, het ontlasten van de Kasteeltraverse in Helmond, verbeteren doorstroming op de A2N2, A50, A58, A67 en robuuste randen als N612 en N279. Om maximaal effect te hebben is het belangrijk de mobiliteitstransitie te blijven stimuleren en te komen tot een goed functionerend (regionaal) HUB-netwerk waarmee autovervoersbewegingen worden afgevangen. Reizigers kunnen dan verder reizen met besloten vervoer, stadsregionaal concurrerend (H)OV, innovatieve mobiliteitsconcepten en de fiets.
•
Verdichting rondom OV knooppunten helpt om voor zoveel mogelijk mensen duurzame vormen van vervoer zo makkelijk mogelijk te maken: van de auto naar lopen, fiets, deelmobiliteit, innovatieve vervoersconcepten en OV. Deze verdichtingsopgave is complex en kostbaar en vergt forse onrendabele investeringen.
12 / 50 •
Ontwikkeling en versterking van het fietsnetwerk op hoofdstructuren, snelfietsroutes en ‘feeders’, o.a. toeleidend naar mobiliteithubs
•
Slimme verduurzaming van de mobiliteitsbehoefte, door middel van schone energie, nieuwe technologie (emissieloze en zelfrijdende voertuigen, zero-emissie) en deelmobiliteit een onderdeel van de mobiliteitsopgave.
•
Het optimaal benutten en faciliteren van hybride vormen van werk en onderwijs, waardoor de mobiliteitsdruk minder groot en minder geconcentreerd kan worden.
2.4 Groen/blauwe landschap, klimaatadaptatie, energietransitie en gezondheid
•
Een aantrekkelijke, leefbare en klimaatadaptieve regio die uitnodigt tot een gezonde leefstijl. Dat betekent een netwerk van groen en blauw op alle schaalniveaus: van woning (bijv. koeltevraag, groen daken) wijk, stad, ommeland tot NNB en Natura2000-gebieden.
•
De basis voor de regio is het bestaande bodem- en watersysteem waarop de landschappelijke en stedelijke structuren zijn gebouwd. Door toepassing van de lagenbenadering worden ondergrond/water, netwerken (o.a. verkeer, energie) en de daarop gebouwde structuren (gebouwde omgeving, landschappelijke inrichting) met elkaar in verband gebracht. In het MIRT worden verstedelijking en mobiliteit het meest expliciet aan elkaar gekoppeld, maar ook met de onderliggende laag van bodem en water moet rekening gehouden worden en waar nodig extra maatregelen worden getroffen.
•
De regionale opgave is om in 2050 volledig klimaatbestendig (conform uitgangspunten Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie) te zijn. De transitie naar meer klimaatadaptief grondgebruik heeft hierbij hoge prioriteit en dit heeft consequenties voor de ruimtelijke planning en (her)ontwikkeling van bestaand en nieuwe gebieden. Het Deltaplan Hoge Zandgronden en de strategie rondom de Klimaat Actieve Stad geven handvatten om hieraan een bijdrage te leveren. De Deltabeslissing Ruimtelijke Adaptatie heeft als doel dat Nederland in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust ingericht is.
•
De opgave voor groen en landschap binnen de regio is in het Masterplan Van Gogh Nationaal Park beschreven. Daarin wordt gewerkt vanuit de gedachte (het kompas) dat bij ruimtelijke ingrepen altijd de versterking van de ruimtelijke landschappelijke kwaliteit voorop staat. Binnen het Van Gogh Nationaal Park wordt gewerkt aan een viertal ontwikkellijnen: 1. Natuur, landschap en erfgoed als kans. 2. Perspectief voor boeren en duurzame (voedsel)productie. 3. Natuur en landschap tot in het hart van de stad. 4. Ontwikkeling van duurzaam (cultuur)toerisme.
•
Voor de verstedelijking is het derde punt van groot belang als randvoorwaarde van een gezonde groei van de regio. Daarom wordt o.a. een aantal groene wiggen beschreven die de landschappelijke opgaven koppelen aan de opgave voor stedelijke verdichting. Binnenstedelijk ligt er voor Eindhoven een opgave voor het robuust verbinden van de drie groene wiggen in het centrum van de stad: klimaatadaptief, met meer aantrekkelijke groene openbare leefruimte inrichten voor de vele inwoners die erbij komen (voor actief verplaatsen (lopen/fietsen), chillen, sporten, ontmoeten): -
Brainport wig (Noord-Westwig, o.a. Groene Corridor, Brainport Industries Campus): hier gaat het om het ‘heruitvinden’ van het landschap aan de hand van de (tech)industriële bedrijven.
13 / 50 -
-
Genneper Parken: hierbij gaat het om het (be)leefbaarder maken van het landschap, de landschapskwaliteiten ‘dramatiseren’ (versterken) en het betrekken van de High Tech Campus bij de Genneper Parken. Dommelpark (wig de Karpen): er wordt gewerkt aan de ‘noord-oostwig’ waarin water het leidende thema is. De beleefbaarheid van landschapstypen, de (historische) kwaliteit en het zoeken naar mogelijkheden tussen energielandschap, productielandschap en cultuurlijk-natuurlandschap zijn hier de grootste opgaven. Ook in Helmond ligt een opgave voor het versterken van de groene wiggen. Er wordt momenteel hard gewerkt de Stads Aa, deze wordt weer zichtbaar gemaakt in en rond het centrum. De Goorloop doorsnijdt Helmond van noord naar zuid en deze is de laatste jaren flink versterkt. De Goorloop en het Groot Goor bieden kansen om de groen-blauwe stedelijke kwaliteit verder te versterken en de klimaatrobuustheid te vergroten.
•
Er ligt ook een aantal concrete binnenstedelijke opgaven op het gebied van ruimtelijke kwaliteit, groen en water bij de doorontwikkeling van de Health Innovation Campus, Ekkersrijt (Science Park), de uitbreiding van ASML, Brainport Industries Campus, transformatie van De Run, Flight Forum, het centrum van Eindhoven, Brainport Smart District, de gebiedsontwikkeling Dommeldal-De Hogt en de ontwikkelingen in het Centrum van Helmond. Hierbij is het van belang om de ontwikkelingen samen te laten gaan met een versterking van de groen/blauwe structuur.
•
De transitie van het landelijk gebied voor een nieuw economisch perspectief. Hierbij zal deels sprake zijn van doorontwikkeling van agrarische gebieden tot voedselproductielandschappen en voor andere delen gelden uitdagingen gericht op het verbeteren van de kwaliteit van het landschap ten behoeve van wonen, recreatie, ontspanning, natuurdoelstellingen (NNB 2en NNN3) en water.
•
De gemeenten van het stedelijk gebied Eindhoven werken hard aan de energietransitie, met als einddoel om in 2050 klimaatneutraal te zijn. Landelijk is de doelstelling in 2030 49% minder CO2 uit te stoten dan 1990. In de regio willen we de CO2 uitstoot sneller reduceren. Met de Provincie, de waterschappen, netbeheerders en de 21 gemeenten van de Metropoolregio Eindhoven werken we samen aan de Regionale Energie Strategie waarin maximaal ingezet wordt op besparing. Uitgangspunt voor opwek van duurzame elektriciteit is dat we vanuit de draagkracht van ons landschap bepalen waar en hoeveel opwek mogelijk is. Daarvoor hebben we als eerste RES-regio een PlanMER onderzoek gedaan. We gaan uit van @TWh duurzame opwek in 2030.
•
Naast het terugbrengen van het energieconsumptie en verduurzaming van de energieopwekking is een wellicht nog grotere opgave het toekomstbestendig maken van het energienet. De overstap van aardgas naar niet-fossiele energiebronnen en het in toenemende mate aansluiten van woningen en bedrijven op warmtenet vraagt om uitbreiding van netcapaciteit en aanleg van nieuwe netwerken. De toenemende elektrificatie van huishoudens, bedrijven en mobiliteit brengt een steeds groter wordende vraag naar elektriciteit met zich mee dat de huidige netwerken nog niet aankunnen.
2 Natuurnetwerk Brabant 3 Natuurnetwerk Nederland
3. De visie: Zes principes voor verstedelijking Het Verstedelijkingsakkoord is opgebouwd langs zes principes voor verstedelijking, die in dit hoofdstuk verder worden toegelicht. Vanuit de overkoepelende visie (hoofdstuk 1) en
hoofdopgave (hoofdstuk 2) zijn de belangrijkste opgaven, projecten en benodigde ingrepen voor het desbetreffende principe benoemd. Voorafgaand aan de 6 principes wordt aantal
overkoepelende uitgangspunten benoemd. De zes principes zijn onlosmakelijk met elkaar
verbonden, vormen een samenhangend pakket van opgaven en een kader voor afspraken die
daaruit voortkomen. Het Verstedelijkingsakkoord neemt nadrukkelijk de integraliteit tussen deze zes principes als uitgangspunt voor verdere uitwerking in afspraken en vormgeving van de samenwerking tussen Rijk, Provincie en SGE. De zes principes voor verstedelijking zijn: 1. Stad maken: Sprong in verstedelijking Eindhoven en Helmond 2. Hart maken: Verdichten rond OV-knopen en assen 3. Vitale kernen en afronding uitleglocaties
4. Brainport Eindhoven als slimme economische topregio 5. Mobiliteitstransitie is nodig om in beweging te blijven 6. Gezond leven in het landschap van de toekomst
In de verbeelding hieronder zijn de 6 principes schematisch vertaald naar de kaart.
Schematische verbeelding 6 principes (SITE)
15 /
>0 De grote lijn: algemene afspraken over verstedelijking •
De regio accommodeert de groei door de realisatie van 62.000 woningen en 72.000 nieuwe arbeidsplaatsen tussen 2018 en 2040. De regio zorgt voor voldoende planvoorraad. In de Woondeal zijn afspraken gemaakt om daarbij uit te gaan van 130% (overprogrammering). In het afsprakenkader wonen zijn hierover verdere regionale afspraken gemaakt tussen gemeenten.
•
Er wordt daarbij vervolg gegeven aan de afspraken over betaalbaarheid zoals opgenomen in de Woondeal.
•
Ruimtelijk wordt voor de groei gekozen om dit zoveel mogelijk binnenstedelijk te accommoderen, met een sterke samenhang met duurzame vormen van vervoer (OV, fiets, lopen). Binnenstedelijk bouwen zorgt ook voor een hogere mate van nabijheid van functies en kortere reisafstanden voor meer mensen. De wederkerigheid tussen verstedelijking en mobiliteit wordt in dit akkoord en in de MIRT afspraken verder uitgewerkt.
•
De keuze voor zoveel mogelijk binnenstedelijk bouwen zorgt ook voor het zoveel mogelijk versterken van de bestaande kwaliteiten van de regio. Onder meer het beschermen van groen/blauwe structuren en het inzetten van cultuurhistorie en lokale identiteit als kans bij ontwikkeling. Voor binnenstedelijke verdichting is het voorwaardelijk dat dit gebeurt op een manier die meer ruimte geeft aan binnenstedelijk groen en water ten behoeve van zowel natuur, mens als een klimaatrobuust watersysteem.
•
Verstedelijking zal in de toekomst op een andere manier moeten dan we gewend waren. Partijen maken in dit verstedelijkingsakkoord afspraken over wat er nodig is om deze groei te realiseren op een duurzame manier. Zonder schaalsprong OV, mobiliteitstransitie, verbetering van het hoofdwegennet en versterking van de groen- en landschapstructuren met ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie kan deze verstedelijkingsopgave niet op duurzame wijze plaatsvinden: o
o
o
Principe 1: Het centrum van Eindhoven en het centrum van Helmond worden sterk verdicht en vergroend, waarbij wordt ingezet op het maken van een internationaal metropolitaan milieu voor Eindhoven en het maken van een stedelijk centrumgebied in Helmond. Principe 2: De verstedelijking in de regio zal daarnaast plaatsvinden langs de bestaande en nog nieuw te realiseren OV-assen, zoals de HOV 4 as van Eindhoven centrum richting de ASML-campus en De Run in Veldhoven. Naast de assen wordt ook ingezet op bestaande regionale centra nabij hoogwaardige openbaar vervoer knopen, zoals Best, Veldhoven, Geldrop, Helmond BSD en Woensel. Ook deze opgaven zijn integraal van aard, inclusief een groen/blauwe opgave. Principe 3: Vitale kernen en majeure uitleglocaties maken het palet aan woonmilieus compleet. Na afronding van de majeure locaties is er in de regio geen ruimte meer voor grootschalige uitleglocaties.
50
16 / 50
o
o
o
Principe 4: Voor het werken wordt ingezet op een aantal plekken mengen van werken en wonen, het versterken van een aantal toplocaties voor werken en het zorgen voor voldoende ruimte op bedrijventerreinen, waarbij regionale afstemming het uitgangspunt. Ook bij werklocaties gaat het om integrale opgaven inclusief mobiliteit, groen/blauw en energie. Principe 5: In dit akkoord wordt de samenhang bewaakt tussen verstedelijkingsgroei (wonen en werken) en mobiliteit. Aangesloten wordt bij concrete afspraken over mobiliteit uit het MIRT-onderzoek welke gaan over: § Schaalsprong OV en spoor § De mobiliteitstransitie § De toekomst van het hoofdwegennet en onderliggend wegennet Principe 6: Naast mobiliteit wordt de groei in dit akkoord ook een voorwaardelijke relatie gelegd tot het landschap van de toekomst. Dit landschap heeft ook betrekking op binnenstedelijk groen en water en alles wat er nodig is om de regio toekomstproof te maken (transities in energieopwekking, klimaatadaptatie, agrarische functies, recreatiefuncties, etc.). Per woning wordt ten minste 8 m2 groen/blauwe ruimte toegevoegd. In totaal gaat het in de regio dus om ca. 50 ha nieuw groen, bij voorkeur in de directe woonomgeving.
17 / 50
>1 Stad maken: Sprong in verstedelijking Eindhoven en Helmond Versterken van de stedelijke structuren én het stedelijk groen
De bedrijven in Eindhoven zijn de magneet die talent naar de regio trekt en vormt het startpunt
voor de regionale ‘roltrap’, de metafoor die wordt gebruikt voor de wooncarrière die bewoners in
de regio kunnen maken. Bij deze eerste stap op de roltrap hoort een leefmilieu dat aantrekkelijk is voor zowel jong en internationaal talent, maar ook voor de stedeling in de regio die houdt van de
levendigheid van de stad. De stad is gemengd en biedt volop plaats aan diverse doelgroepen en huisvesting in alle prijssegmenten. Uitstekende culturele voorzieningen, horeca, een
mobiliteitssysteem waarmee je geen auto meer nodig hebt, onderwijs, een bruisende economie
met banen voor iedereen, een groene en klimaatrobuuste leefomgeving. De steden trekken deze dynamiek aan. Eindhoven en Helmond hebben de afgelopen jaren een stap gemaakt in
stedelijkheid, en zullen de komende jaren hun stedelijke karakter nog een stap versterken. Dit is nadrukkelijk niet alleen een opgave voor wonen, maar een integrale opgave waar groen, water, economie, voorzieningen, energie, mobiliteit en cultuurhistorie onderdeel van zijn.
Belangrijkste locaties in dit principe worden gedragen door de nabijheid van IC-stations en ondersteunend OV: Eindhoven binnen de ring, met speciale aandacht voor Eindhoven
Internationale Knoop XL (EIK-XL) en Helmond Centrum+ als Nationale Knoop en centrumstad voor De Peelregio.
Eindhoven binnen de ring
Het Ontwikkelperspectief Centrum (OPC) is het overkoepelende perspectief voor de verstedelijking van Eindhoven binnen de ring: •
Het centrum van Eindhoven staat voor een fors en samenhangende opgave om hoogstedelijker van aard te worden, met meer voorzieningen, met 21.000 extra woningen binnen de ring tot 2040, meer groen, meer water, en met een mobiliteitstransitie waarbij de voetganger en de fietser op plek 1 komen te staan, het HOV sterk verbeterde verbindingen heeft met de omliggende steden en dorpen en economische toplocaties.
•
Eindhoven is in 2040 een gezonde, inclusieve economisch vitale en groene stad, waar een diverse groep Eindhovenaren hun thuis vindt.
•
Het hart van de stad is autoluw, groen en toch goed bereikbaar. Het bestemmingsverkeer wordt via de Ring naar aantrekkelijk ingerichte parkeervoorzieningen geleid. Via verschillende mobiliteithubs kan ook worden overgestapt van de auto naar het openbaar vervoer of gebruik gemaakt worden van deelfietsen. In het centrum zelf is lopen of het gebruik van de fiets aantrekkelijk. Doorgaand autoverkeer wordt omgeleid en er geldt een aangescherpt parkeerbeleid.
•
De economie van de binnenstad bruist, en wordt daarin perfect aangevuld met de hoogstedelijke woon- en werkomgeving rond het station conform ontwikkelvisie Eindhoven Internationale Knoop XL. Daar is de ‘Eindhovense werkvloer’ direct zichtbaar: hoogstedelijk
18 / 50 wonen in het groen wordt afgewisseld met high-tech maakindustrie, kennisuitwisseling in de plint (de onderste verdiepingen) en nieuwe voorzieningen, zoals de Eindhoven Engine, Innovation Space en The Gate. Net zo levendig als de binnenstad, groen en duurzaam, perfect om te ontmoeten en te verblijven. Waar de nalatenschap van Philips samenkomt met een hoogstedelijk woon, werk en voorzieningenmilieu. •
Een robuust raamwerk van groen en water verbindt de binnenstad via groene wiggen met de omliggende landschappen en de regio op een ontspannen manier die uitnodigt tot ontmoeting en beweging.
Eindhoven Internationale Knoop XL
•
•
Rondom het centraal station van Eindhoven wordt ca. 55 hectare (her)ontwikkelgebied getransformeerd naar gemixte woon-, leef- en werkwijk met ca. 8.500 woningen, waar tussen nu en 2040 bijna 15.000 nieuwe inwoners een nieuw thuis gaan vinden. Dit gebeurt rond vijf ontwikkelprincipes: EIK-XL: internationaal én sociaal Interactiemilieus voor de nieuwe economie Landschap als vestigingsplaatsfactor Hoogstedelijke leefomgeving Knooppunt van duurzame mobiliteit Een internationale OV-knoop met als inzet directe treinverbindingen naar Düsseldorf en mogelijk Aachen en Belgische steden, verbonden met Schiphol en met Eindhoven Airport, verbonden met regionale economische topmilieus en innovatie campussen, verbonden met groene en dorpse woonmilieus in de regio en landschap en met recreatiegebieden van wereldklasse.
•
Ook binnen het project stevig vergroenen, ruimte voor de Dommel, klimaatadaptatie en duurzame innovatie en opwaarderen van de kwaliteit en gebruik van de openbare ruimte. Het gebied ligt in een laagte in het landschap en er is daarom extra aandacht nodig om de wateropgave in het gebied goed op te lossen.
•
De Brainport Nationale Actieagenda die door Rijk en regio in 2018 is opgesteld, beoogt meerjarige en verregaande samenwerking op het gebied van Talent, Kennis, innovatie en ondernemen, Digitalisering, Maatschappelijke innovaties en Vestigingsklimaat. Internationale Knoop XL is daarbinnen aangewezen als één van de 10 prioriteiten die met voorrang opgepakt moet worden, waarin verstedelijking, connectiviteit en een internationaal aantrekkelijk programma samen komen.
•
Rijk en regio hebben in de Regio Deal van 2018 € 370 mln. bij elkaar gebracht om op korte termijn een impuls te geven aan onder meer een onderscheidend voorzieningenaanbod van Brainport Eindhoven. Dit omvat onder andere investeringsmiddelen voor een congresvoorziening, de opschaling van Eindhoven Museum, een nieuw ‘Future Lab’ en de Eindhoven Engine. Deze voorzieningen landen hoofdzakelijk in het centrumgebied van Eindhoven.
•
Internationale Knoop XL is het brandpunt in de ontwikkeling van Brainport Eindhoven, met de daarin centraal gelegen Technische Universiteit Eindhoven, en vormt het centrum van waaruit de diverse campussen en Brainport-toplocaties verbonden zijn. Naast deze high tech maakindustrie en dit kenniscluster bevat Eindhoven een sterk designcluster met creatieve industrie en de internationaal erkende Design Academy. Internationale Knoop XL is de plek waar de verschillende krachten van Eindhoven samen komen, gestoeld op een onderscheidend woonmileu. Deze combinatie van techniek, design en kennis (hand-harthoofd) is uniek in Nederland. Wereldwijd zien we dit eigenlijk alleen in San Francisco en Helsinki. Dit is de kracht van Brainport Eindhoven. Een gebied waar technologie en creativiteit op een unieke manier samenkomen. Hét visitekaartje van de Brainport en daarmee van groot
19 / 50 belang voor de stad, de regio en Nederland. Een gebied met hoge verblijfskwaliteit dat internationaal de toon zet als dé plek om elkaar te ontmoeten, te studeren, te wonen, te werken en te recreëren. Helmond Centrum+
•
Binnen het bredere centrumgebied worden in Helmond 10.000 woningen gerealiseerd in gemengd centrumstedelijk milieu. Deze schaalsprong is voor Helmond geen doel op zich, maar een middel om meer kwaliteit en draagkracht te realiseren. De schaalsprong is een ruimtelijk ingreep die van grote betekenis moet zijn voor het tegengaan van een sociale tweedeling, het verbeteren van de leefbaarheid, het versterken van de economische structuur en het realiseren van klimaatneutraliteit. Dit draagt op zijn beurt weer sterk bij aan de aantrekkelijkheid van de Brainportregio.
•
Om de maatschappelijke opgaven goed te adresseren, en te sturen op kwaliteit, zijn 6 ordeningsprincipes gedefinieerd om van de schaalsprong in Helmond ook een sprong in kwaliteit te maken: -
DNA: omarm en versterk de stedelijke identiteit en oorsprong van Helmond als industriestad Werkgelegenheid: Versterken werkgelegenheidsfunctie in Helmond (centrum) Mobiliteit: In Helmond-centrum hebben lopen, fietsen en slimme mobiliteit voorrang Energie: Verstedelijking draagt bij aan energieneutraal maken van Helmond Sociaal: De schaalsprong van het centrum+ zorgt voor een sterkere verbinding met, en creëert een meerwaarde voor, de omliggende kwetsbare wijken en inwoners. Draagvlak: Klein beginnen met grote daden vergroot draagvlak voor ruimtelijke ambities
•
Helmond is als tweede stad van de regio in het verleden vooral gegroeid als groeikern, met steeds nieuwe uitleglocaties, waarvan Brainport Smart District de meest recente. Steeds uitstekende toevoegingen op het palet van woonmilieus in de Brainport regio.
•
Tegelijkertijd is Helmond ook Centrumstad van De Peel. Dit vergt bovenregionale voorzieningen en structuur. Het historische centrum draagt de sporen van doorsnijdingen van infrastructuur, waardoor het niet altijd de aandacht heeft gekregen die het verdient. Als
nationale knoop is het nu tijd om volop in te zetten op het versterken van het centrum van Helmond en hier leefmilieus te creëren die net als in Eindhoven – hetzij minder metropolitaan gemengd en stedelijk van aard zijn. Wonen en werken in het hart van de stad. Jongeren, senioren, •
In Helmond wordt gewerkt aan plannen die voortbouwen op het centrumperspectief, maar die nadrukkelijk een bredere scope hebben. Ook hier zal de opgave integraal benaderd moeten worden en speelt groen en water een net zo grote rol als drager dan wonen en voorzieningen.
Er wordt al volop gewerkt aan de toekomst van het Helmondse Centrum, onder andere ondersteund door een woningbouwimpuls waarmee op korte termijn nieuwe stedelijke woonmilieus kunnen worden toegevoegd. Het bredere centrumperspectief (Centrum+) wordt nog uitgewerkt, waarbij de ambitie is om in totaal ca. 10.000 woningen toe te voegen. Bij deze bouwopgave is echter de kwaliteit leidend, niet het aantal woningen.
20 / 50
> Stad maken: Sprong in verstedelijking Eindhoven en Helmond
Beeld uit verdichtingsvisie binnenstad Eindhoven
Visie centrum Helmond
Verbeelding Eindhoven Internationale Knoop XL
>2 Hart maken: Verdichten rond OV-knopen en assen Regionale OV knopen bieden het beste van twee werelden
•
Naast de grote OV knopen Eindhoven en Helmond zijn er in de regio ook andere harten waar functies samenkomen en waar de OV bediening uitstekend is. In een paar minuten sta je vanaf stations als Geldrop of Best op Eindhoven Centraal en van daaruit ligt het stedelijk leven aan je voeten. Deze regionale OV en voorzieningenhubs bieden kansen om verder versterkt te worden, waarbij OV-knopen en OV-assen de dragers zijn voor verdere verstedelijking.
•
Het gaat om regionale harten die een grote rol spelen in het dagelijks leven van bewoners en waar ruimte is voor nieuwe woningen binnen bestaand stedelijk gebied.
•
Voor deze locaties gelden ook de principes die voor de grootstedelijke knopen gelden en die bijdragen aan een duurzame groei (functiemenging, duurzame mobiliteit, inpassing van groen en water en verbinding met groenstructuren), maar in een setting die past bij de lokale identiteit en stedenbouwkundige structuur. Per plek kan de uitwerking daarom verschillen. Ook op deze locaties is een expliciete koppeling tussen OV en verstedelijking van belang.
•
Samen dragen deze gebieden stevig bij aan de regionale woningbouwopgave en het versterken van de stedelijkheid van de regio. In Geldrop, Veldhoven, Helmond-BSD (Brainport Smart District) en Best gaat het opgeteld om duizenden woningen, bovenop de ca. 19.000 woningen die in Eindhoven buiten de ring erbij zullen komen.
Locaties die onderdeel zijn van dit principe zijn: •
As Eindhoven Centrum – Veldhoven De Run (HOV4)
Langs de HOV4-As naar Veldhoven - De Run liggen in Eindhoven en Veldhoven verschillende locaties waar verdichting en/of transformatie mogelijk is. In Eindhoven gaat het om verschillende locaties langs de Karel de Grotelaan waar ruimte is. In Veldhoven gaat het om transformatie en menging op bedrijventerrein De Run, waarbij een koppeling met het hoofdkantoor van ASML en het ziekenhuis als grote werkgevers van de regio belangrijke aspecten zijn. Wonen, werken, groen en blauw moeten hier hand in hand gaan en ook de energieopgave is van belang. De HOV4-as verbindt het metropolitane hart van de regio met de grootste aanjager van de regionale economie. Deze verbinding kent op dit moment echter een veel te lange reistijd tussen station Eindhoven Centraal en De Run. Dit knelt – gelet op het sterk groeiend aantal banen op De Run – steeds meer. De doorontwikkeling van de bestaande OV-radiaal van de Kempen via Veldhoven/De Run naar Eindhoven is daarom van belang voor de groei van de economie van de regio en daarmee van het land. Het koppelt OV en verstedelijking en is een as waar een grote potentie zit in het verbeteren van de stedelijke kwaliteit van het stedelijke werkmilieu van De Run/ASML en woonmilieus langs de as.
Om een toekomstbestendige werklocatie te worden is meer nodig dan alleen het accommoderen van de groei van ASML – het gebied heeft de potentie van een innovatiedistrict waar in een ecosysteem van vernieuwende bedrijven wordt gewerkt in de internationale voorhoede van technologische ontwikkelingen. De HOV4-as kan op termijn
22 / 50 functioneren in het systeem van de Brainportlijn (Wateropgave De Run). •
Stationsgebied Best
•
Centrum Geldrop
Op een paar treinminuten van Eindhoven Centraal wordt gewerkt aan plannen om het centrum van Best te versterken. Sinds 2002 liggen het spoor en het treinstation van Best onder de grond. Dit station heeft de potentie om in het regionale netwerk van openbaar vervoer en hubs een belangrijke rol te spelen. Bij de ombouw van de rijksweg A2 was het een tijdelijk intercitystation. Daarvoor moet de bereikbaarheid van het gebied echter wel verbeterd worden. De ruimte die is ontstaan door het station onder de grond te brengen, biedt kansen voor verdichting en veraangenaming. Tussen het station en het centrum ligt een aantrekkelijke locatie voor het ontwikkelen van een leefmilieu dat het beste van twee werelden combineert. Zoals verwoord in de Omgevingsvisie is en blijft Best een ‘dorp van formaat’ binnen de dynamiek van de stedelijke regio en de rustiek van de natuur en het coulissenlandschap van Het Groene Woud. Met dit uitgangspunt is een passende opwaardering van het stationsgebied als vervoersknoop, verblijfsgebied en ontwikkellocatie voor appartementen ook in regionaal perspectief bezien kansrijk én gewenst. Een locatie met grote uitdagingen en kansen op het gebied van groen, parkeren, klimaatadaptie, cultuurhistorie en bereikbaarheid.
Op een paar treinminuten van Eindhoven Centraal wordt gewerkt aan plannen om het centrum van Geldrop te versterken. Dit station kan in belang winnen door het te beter te ontsluiten met HOV. Enerzijds wordt daarmee de mobiliteitstransitie bevorderd en anderzijds wordt het te verdichten gebied daarmee beter ontsloten. Op dit moment is het stationsgebied met het trein goed bereikbaar, maar is het station niet aangesloten op de de HOV-verbindingen naar Eindhoven en naar Mierlo/Helmond. Voor de verdichtingsopgave heeft Geldrop reeds een
woningbouwimpuls toegekend gekregen voor de bouw van ca. 800 netto toe te voegen woningen. De opgave gaat verder dan alleen verdichten. Het gaat ook om het veraangenamen van de openbare ruimte, het verbeteren van de bereikbaarheid, het vinden van goede parkeeroplossingen en klimaatadaptie. Het centrum van Geldrop heeft met het verleden vanuit de textielindustrie een divers karakter. Het vormt een aantrekkelijk milieu voor doorstromers en starters uit Geldrop en voor mensen in de regio die zich hier thuis voelen. •
As Eindhoven Centraal - Eindhoven WoensXL
•
Eindhoven “buiten de ring” Naast WoensXL en de HOV4 as zijn in Eindhoven verschillende andere plekken in beeld voor het mengen en verdichten met nieuwe woonmilieus. Het gaat bijvoorbeeld om voorzieningenclusters die een impuls kunnen gebruiken of andere locaties waar ruimte ontstaat voor woningbouw. Hierbij is steeds de relatie met duurzame mobiliteit en het versterken van de bestaande stedelijke structuur het uitgangspunt.
•
Veldhoven CityCentrum Het voorzieningenhart van Veldhoven zal de komende jaren veranderen. Door veranderingen
Hart van Woensel en Eindhoven Noord biedt ruimte om zich te ontwikkelen van winkelcentrum naar gemengd stedelijk hart. Er is letterlijk veel ruimte rond het centrum, nu vooral gevuld met parkeren en infrastructuur. De plek wordt door verschillende HOV lijnen bediend en is dus uitstekend bereikbaar vanuit het Centrum, vanuit EHV Airport en vanuit de regio. De kansen voor verdichting kunnen ook een vliegwiel vormen voor de sociale- en verduurzamingsopgave die stadsdeel Woensel Zuid kent als één van de 16 stedelijke vernieuwingsgebieden in de NOVI.
23 / 50 in het detailhandelslandschap, vrijkomende ruimte door bijvoorbeeld het recent verplaatste zwembad, en door het koppelen met ontwikkellocaties in de directe omgeving ontstaat er kritische massa om ook hier het hart van de stad te versterken, waarbij deze centrumfunctie steeds minder afhankelijk moet worden van detailhandel. Een verdere menging van functies en een wat meer stedelijk woonmilieu liggen voor de hand, maar de precieze plannen zijn nog in een pril stadium van voorbereiding. Aandachtpunt in het Citycentrum is de matige verblijfskwaliteit door veel maaiveldparkeren, onduidelijke verkeersstructuur en weinig groen. •
Helmond Brandevoort / Brainport Smart District
Station Helmond Brandevoort ontwikkelt zich de komende tijd door tot een belangrijke ovhub voor zowel Brandevoort en de nationale proeftuin voor woningbouwinnovatie Brainport Smart District (BSD), waarin wordt samengewerkt met BTIC (Bouw Techniek Innovatie Centrum), BSD is de innovatieve Brainport proeftuin waarin samen met inwoners en vele innovatieve maatschappelijke en private partners, gebouwd wordt voor de maatschappij van morgen. Rond het station is ruimte voor een gemengd stedelijk gebied dat past in het rijtje van regionale ov-hubs. .
De regionale OV-knopen en assen zijn plekken waar concentraties van functies kansrijk zijn. Ze zijn daarmee bij uitstek ook plekken die om een integrale benadering vragen voor de verdere
ontwikkeling. Programma, mobiliteit, groen, water en duurzaamheid moeten hand in hand gaan.
Daarbij is het nodig goed in beeld te hebben wat er nodig is om de OV-hubs zodanig te bedienen dat het OV aantrekkelijk en frequent is. Daarbij is het streven om tenminste elke 10 minuten een
goede trein of HOV verbinding te hebben. Ze kunnen ook een rol spelen in de OV-bereikbaarheid
van kernen die dichtbij liggen, zoals bijvoorbeeld de betekenis van Station Best voor Oirschot (15 min fietsen of 9 min met de bus).
> Hart maken: Verdichten rond OV-knopen en assen
Verbeelding toekomst stationsgebied BSD
Woningbouwimpuls voor Centrum Geldrop
Luchtfoto van WoensXL, waar ruimte voor ontwikkeling zichtbaar is
Best zet stappen in voorbereiding planvorming rond station
25 /
>3 Wonen in vitale kernen en uitleglocaties Dorpen blijven vitaal en voor iedereen
De regio kenmerkt zicht als City of Villages. Er is een groot aantal dorpse woonmilieus met
historische kernen en een aantal kwalitatief hoogwaardige uitbreidingslocaties. Een aantal kernen groeien met het afronden van deze bestaande uitleglocaties de komende jaren stevig door en
dragen bij aan de regionale woningbouwopgave, terwijl daarvoor in andere dorpen geen ruimte is. In de regio komen er na afronding van de zogenoemde “majeure uitleglocaties” geen grote
uitleglocaties meer bij, waardoor de verdere ontwikkeling van de dorpen dus vooral ingestoken
wordt vanuit het realiseren van kwalitatieve impulsen. Het karakter van de ontwikkelingen dienen goed aan te sluiten bij de huidige kwaliteiten van kernen, waaronder ook de inzet cultureel erfgoed als kans.
Ontwikkeling blijft nodig voor vitaliteit en veerkracht
•
Dorpen moeten zich kunnen blijven ontwikkelen en onderscheiden. Door demografische ontwikkeling ligt op termijn vergrijzing, krimp en de verschraling van het voorzieningenaanbod op de loer. Daarom is het belangrijk om voor dorpen in de toekomst specifieke leefmilieus te ontwikkelen die passen bij de lokale behoefte. Veelal gaat het om ruimte voor doorstroming van ouderen of om betaalbare woningen voor starters. Maar in de toekomst zullen deze behoeften mogelijk veranderen.
•
In verschillende dorpen vertaalt zich dit in een opgave om de dorpscentra te versterken. Door het veranderende voorzieningenlandschap of het wegtrekken van bedrijven ontstaat op verschillende plekken ruimte voor nieuwbouw in dorpskernen. Deze opgave is belangrijk voor de dorpen, maar tegelijkertijd erg lokaal en gevoelig. Het karakter van de ontwikkelingen moet goed aansluiten bij de dorpen.
•
Naast de dorpskernen is er vaak ook in de dorpsranden ruimte voor kwalitatieve impulsen. Het zal niet meer gaan om uitleg op de schaal van de majeure locaties, maar vooral om kleinschalige ontwikkelingen die zowel landschap als de dorpsgemeenschap een impuls geven.
•
Deze ontwikkelingen dragen niet significant bij aan de grote woningaantallen die behaald moeten worden, maar zijn voor de kwaliteit en de vitaliteit van de regio als City of Villages van belang. Kwalitatief hoogwaardige plannen en lokaal maatwerk zijn hierin belangrijk.
50
Afronden uitleglocaties die kwaliteit toevoegen aan palet woonmilieus
Naast de opgave om de stedelijke structuur te versterken en steviger aan de OV-structuur op te hangen wordt in de regio ook al volop gewerkt aan woonmilieus aan de randen van steden en dorpen. Deze zijn majeure uitleglocaties genoemd en voorzien in een behoefte aan
onderscheidende en kwalitatief hoogwaardige woonmilieus in een groene suburbane setting. Waar mogelijk wordt ook op deze locaties ontwikkeld met de principes die in het MIRT zijn
afgesproken, zoals in Nuenen-West, wat ontwikkeld wordt langs de HOV-lijn tussen Nuenen en Eindhoven, of in Best Aarlesche Erven dat op vijf fietsminuten van het station ligt.
In het Afsprakenkader Wonen zijn afspraken gemaakt over het afronden van de majeure
uitleglocaties en is benoemd hoe met nieuwe mogelijke bouwlocaties wordt omgegaan die een specifieke kwaliteit aan de regio toevoegt. In dat kader wordt onder meer gewerkt aan de
regionale woningbouwlocaties Castiliëlaan (buurtschap Te Veld; tijdelijke woningbouw) en
Eindhovensedijk/De Kemmer (als onderdeel van de groene gebiedsontwikkeling aan de Groene Corridor).
Deze locaties zijn volop in ontwikkeling. Het afmaken van deze majeure uitleglocaties is van
belang om balans en snelheid in de woningbouw te krijgen en te houden. Na het afronden van de majeure locaties en tot ten minste 2040 geen uitleglocaties meer nodig.
Voor nieuwe woningbouwinitiatieven met meer dan 12 woningen buiten bestaand stedelijk gebied geldt het principe “Nee, tenzij…”- waarbij het Coördinatieteam Wonen adviseert aan het POHO
wonen. Toekomstige nieuwbouw buiten de bebouwde kom kan dus alleen ten dienste staan van specifieke kwalitatieve doelen.
27 / 50
> Vitale kernen: Kwaliteitsimpulsen voor een sterke regio
Appartementen centrum Oirschot
Multifunctionele voorziening centrum Son en Breugel
Appartementen centrum Nuenen
> Afronden bestaande uitleglocaties in groen stedelijk milieu
Toekomstbeeld Veldhoven Zilverackers
Toekomstbeeld Helmond-BSD
Toekomstbeeld Best Aarlesche Erven
>4 Brainport Eindhoven als slimme economische topregio Introductie
Brainport Eindhoven, met het Stedelijk Gebied Eindhoven als het stedelijk hart ervan, neemt binnen Nederland een bijzondere positie in. De regio heeft een mainporstatus, die zij te danken heeft aan haar internationale koppositie in de kennisintensieve maakindustrie. Vanuit technologische vooruitgang wordt al decennia gewerkt aan een de oplossingen voor morgen. De kennisintensieve
maakindustrie zal ook in de toekomst de kurk zijn waar de regio op drijft. Deze industrie levert een
belangrijke bijdrage aan het verdien- en innovatievermogen van Nederland. Dankzij deze industrie is het regionale innovatie-ecosysteem van Brainport Eindhoven bij uitstek de plek om innovatieve
oplossingen voor wereldwijde maatschappelijke vraagstukken te ontwikkelen en realiseren, op het gebied van bijvoorbeeld gezondheid, energie en mobiliteit. De goed georganiseerde regionale triple helix, waarin bedrijven, kennisinstellingen en overheden intensief samenwerken, versterkt dit. Werklocaties
Het verdien- en innovatievermogen komt vooral tot stand op werklocaties, verspreid in de gehele
Brainportregio, meer in het bijzonder op de ‘corporate’- en innovatiecampussen binnen het Stedelijk Gebied en -steeds meer in gemengd stedelijk gebied - op daar gelegen innovatiedistricten, stedelijke broedplaatsen of innovatie-hotspots. Met name de campussen, zoals de TU/e-Campus, de High Tech Campus Eindhoven, de Brainport Industries Campus, de Automotive Campus, maar
ook de meer corporate locaties zoals ASML/De Run, Philips Health, Scienscepark Ekkersrijt- en de
nieuwe centrumlocaties rondom Eindhoven Centraal, Brainport Smart District en Helmond Centrum + vormen het kristallisatiepunt van innovatie en waardecreatie dan wel hebben deze ambitie. Op deze plekken wordt samengewerkt en investeren publieke en private partijen sámen in o.a.
ontmoetingen, nieuwe consortia, fieldlabs, incubators, goedkope huisvesting voor startups, die essentieel
zijn
voor
een
succesvol
innovatie
ecosysteem. Dit
betekent
dat
iedere
verstedelijkingsopgave dus ook een opgave voor de economie en werkgelegenheid in zich heeft. Concentratie van verstedelijking en economie rond OV-knopen zorgt voor gemengde gebieden waar wonen, werken en mobiliteit zoveel mogelijk hand in hand gaan.
Programmeringsafspraken
Om het bedrijfsleven zo optimaal -lees: duurzaam en efficiënt- mogelijk in hun vraag naar goede huisvesting te bedienen, hebben de samenwerkende gemeenten in het Stedelijk Gebied Eindhoven zogeheten programmeringafspraken gemaakt voor hun werklocaties, als ware zij ‘één gemeente’.
Zo beconcurreren de samenwerkende gemeenten elkaar niet en faciliteren zij het regionaal
innovatie-ecosysteem. De programmeringsafspraken, die alweer dateren uit 2016, zijn onlangs door alle gemeenteraden van het Stedelijk Gebied Eindhoven herijkt (op basis van onderzoek uit 2018/19), waarbij:
30 / 50 • • •
• • • • • •
de uitgangspunten van de programmering uit 20164 worden herbevestigd; een deel van de behoefte naar stedelijke werkmilieus op bestaande bedrijventerreinen wordt opgevangen; grootschalige logistiek wordt geprogrammeerd als apart werkmilieu. Afspraak is dat geen extra ruimte wordt gereserveerd voor grootschalige logistiek. Dat is alleen anders als het aantoonbare toegevoegde waarde heeft voor het Brainport-ecosysteem op specifieke locaties; kleine restkavels op bestaande bedrijventerreinen, kleiner dan 1 hectare, buiten de programmering zijn gelaten; er is gekozen voor een extra licht in het stoplichtenmodel, te weten lichtgroen. De lichtgroene gronden zijn regionaal akkoord, maar nog niet direct uitgeefbaar; rekening is gehouden met kwalitatieve schuifruimte voor de lokale vraag; voor ‘groene’ terreinen waar na 4 jaar nauwelijks grond is uitgegeven het toekomstperspectief wordt besproken; er afspraken gemaakt zijn over kwaliteit van bestaande en nieuwe terreinen met de zogenaamde Brainport principles voor werklocaties; er een jaarlijkse monitoring naar aanbod en vraag van terreinen is afgesproken.
Deze herijkte programmeringsafspraken worden nu al ingehaald door de werkelijkheid. De
kennisintensieve maakindustrie, vooral het semiconductor-cluster, groeit zo hard - o.a. door de trend van toenemende digitalisering en mondiale vraag naar chips en de daaruit komende vraag naar complexe machines - dat de huidige programmeringsafspraken herijkt dienen te worden.
Omdat sprake is van een laag aanbod van bestaande bedrijfsruimten, resulteert de groei in een toenemende vraag naar nieuwbouwterreinen. En die vraag blijft -mede ten gevolge van - naar verwachting aanhouden.
Verdiepend onderzoek naar toplocaties
Relevant bij de aanhoudende groei en vraag naar top-werklocaties is wat deze werklocaties nodig
hebben in hun transitie naar een duurzame economie en hoe zij zich daarin kunnen onderscheiden. Denk daarbij aan integrale vraagstukken zoals de mate van menging van functies, de manier waarop
werklocaties duurzaam en klimaat adaptief zijn, de mobiliteitsopgave van werklocaties en de mate waarin toekomstige werklocaties ook vooral fijne plekken zijn om te verblijven, ontmoeten en ontspannen met goede openbare ruimtes en juiste ondersteunende voorzieningen.
Om die vraag te beantwoorden en vandaaruit tot een strategie en aanpak te komen is medio 2021
een verdiepend onderzoek naar toplocaties opgestart, die -bij schrijven van dit akkoord- nog niet
is afgerond. Het doel van de verdiepende studie is om kansen te identificeren om de werkfuncties
op deze campus-/toplocaties te versterken en vast te stellen in hoeverre additionele functies, zoals woningbouw, een toegevoegde waarde hebben enerzijds voor de versterking van de werklocaties
en anderzijds een bijdrage aan de verstedelijkingsopgave. Het beoogde resultaat is een realistische-ambitieuze kansenkaart en toekomststrategie op campus/werklocatie- én regioniveau voor de middellange en lange termijn en de daaraan gerelateerde voorwaarden, o.a.