CConstaterende datNuenen
Koppel je AI →
Document · PDF

2022-18 RV Bijlage Afsprakenkader SGE

Commissie Ruimte 1 februari 2022, gemeente NuenenBij agendapunt: SGE actualisatie afsprakenkader wonen9.633 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

BEST - EINDHOVEN - GELDROP-MIERLO - HELMOND - NUENEN - OIRSCHOT - SON EN BREUGEL - VELDHOVEN - WAALRE

STEDELIJK GEBIED! BOUWEN AAN DE TOEKOMST AFSPRAKENKADER WONEN SGE 2022

conceptversie 30-09-2021 1

VOORWOORD 2

WAT HEBBEN WE IN 2020 GEDAAN? Belangrijke mijlpalen in 2020 zijn het Bidbook aan het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) met daarin projecten uit diverse SGE gemeenten die we voorgedragen hebben voor de woningbouwimpuls. Hier ligt een regionale afweging aan ten grondslag. Dit heeft al geresulteerd in een investering van 19 miljoen in drie projecten (2500 woningen) in het stedelijk gebied. Verder is een regionaal woningbehoeftevinden, is belangrijk. werknemers zich genaar de ­periode tot 2040; de periode waarover in de De economische ontwikkeling in de Brainport-regio onderzoek uitgevoerd, mede op basis van nieuwe provinciale prognoses. OokWanneer zijn we met marktpartijen en makkelijker kunnen vestigen en prettig wonen in onze Woondeal, het MIRT en het Verstedelijkingsakkoord zorgde de laatste jaren voor veel extra werkgelegencorporaties gekomen tot concreteHoewel maatregelen die de woningbouw kunnen geven. regio, is dateen ook essentiële goed voor versnelling ondernemers. Zo bevordeafspraken zijn en worden gemaakt. heid en een positief migratiesaldo. de lange ren we hetgezet hele vestigingsklimaat.

Onze woningensociale en termijneffecten van de zijn coronacrisis nog moeilijk te stevige Meer in het bijzonder met corporaties in 2020 stappen om te komen tot een standaard woongebieden moeten de kwaliteit bieden die past bij Dit Afsprakenkader Wonen biedt houvast en duidelijke voorspellen zijn, gaan we ervan uit dat deze trend ook huurwoning zodat er dankzij de samenwerking meer betaalbare woningen in onze regio komen. Daarnaast hebonze Brainport en het DNA van dit gebied. kaders. We leggen vast hoe we invulling geven aan de komende jaren zal doorzetten. Ook de prognose­ ben wevan eendeAfsprakenkader Huisvesting vastgesteld als basis voor initiatieven in onze regio. onze gezamenlijke opgaven als gemeenten en procijfers provincie laten dat zien. VeelArbeidsmigranten mensen Dit Afsprakenkader SGE 2022 is een herijking ­w illen zich dus in met het Stedelijk Gebied Eindhoven Hierin is samen het Portefeuillehoudersoverleg Economie opgetrokken.Wonen De focus ligt daarin zoveel moge- vincie. Corona heeft ons nog eens extra laten zien dat van het in 2017 vastgestelde Afsprakenkader Wonen. een prettige woonomgeving een vereiste is voor een (SGE) vestigen. Dit betekent huishoudensgroei en lijk op op hetde flexwonen (meerdere doelgroepen). Met daarbij hetvan besef dat ook op een aantal plekken in de te regio kwalitatief goed woon- en leefklimaat.

Deze woningDoel dit afsprakenkader is nieuwe afspraken krapte woningmarkt. Een belangrijke opgave makenalleen voor het regionaal met woningbouwvoor de SGE-gemeenten is huisvesting dan ook om voor de woninggrootschalige geclusterde arbeidsmigranten nodig is. Ookomgaan is een tweetal versnellingsta- bouwafspraken hebben daarmee nog aan urgentie bouw te versnellen en zorgen voor (betaalbare) plannen binnen de bestaande regionale Visie op wogewonnen. We vullen elkaar aan en werken als ‘ware fels georganiseerd met diverse organisaties, om te komen totInversnelling van de behouden woningbouw. Verder werken woningen in verschillende segmenten en voor diverse nen. deze actualisatie we het goede van wewe één gemeente’ aan de woningbouwopgaven van nu en van de toekomst. doelgroepen. het ontwikkelen rond van aantrekkelijke het vorige afsprakenkader. Daarnaast doen we, een aan regionaleOok kennisuitwisseling tijdelijke woonvormen. woonmilieus, waarmee de woningzoekenden van binaanvulling naar aanleiding van huidige en nieuwe ontnen en buiten het SGE hier een passende plek kunnen wikkelingen. We kijken met dit Afsprakenkader vooruit

LEDEN VAN HET PORTEFEUILLEHOUDERSOVERLEG WONEN

Marc van Schuppen

Gaby vd Waardenburg

Marc Jeucken,

Caroline van Brakel,

Piet Machielsen,

(voorzitter), Best

(vice voorzitter), Helmond

Geldrop-Mierlo

Nuenen

Oirschot

Jan van Burgsteden,

Yasin Torunoglu,

John Frenken,

Hans van de Looij,

Erik Ronnes,

Waalre

Eindhoven

Son en Breugel

Veldhoven

17 Gedeputeerde provincie Noord-Brabant 3

SAMENVATTING 4

In de samenwerking binnen het Stedelijk Gebied Eindhoven (SGE) hebben we op gebied van woningbouw afgesproken te handelen ‘als ware we één gemeente’. In 2017 hebben we kwantitatieve en kwalitatieve afspraken over vastgelegd in het Afsprakenkader Wonen SGE. Met als doel onderscheidende en kwalitatieve woningbouwplannen zonder onderlinge concurrentie. In 2019 maakten we gezamenlijk een regionale Visie op Wonen. Samen werken we aan een goed functionerende regionale woningmarkt. Dit komt de kwaliteit van de regio ten goede.

De winst van samenwerken

Proces

De afgelopen jaren zijn we erin geslaagd om van concurreren op kwantiteit te gaan samenwerken en sturen op kwaliteit. We zien een kwaliteitsverbetering ontstaan en bewegen samen naar een completer en diverser woningaanbod. Samen maken we ons sterk voor woningbouwprojecten die bijdragen aan de ‘gezonde, slimme en duurzame stad’.

Urgentie: meer bouwen

De resultaten van het SGE Woningbehoefteonderzoek laten zien dat we tot 2040 ca. 62.000 nieuwe woningen moeten bouwen om aan de dringende vraag te voldoen. Met het Actieplan versnelling woningbouw SGE liggen we goed op koers om dit te halen. Om daadwerkelijk op dat niveau te komen, zetten wij in op 120% plancapaciteit (74.000 woningen). Want planvorming kan soms vertragen of uitvallen, en gezien de grote behoefte moeten we de geprognotiseerde behoefte realiseren. Monitoring blijft nodig om adaptief beleid te kunnen ontwikkelen om flexibel te kunnen inspelen op de veranderende kwalitatieve woningbehoefte.

De individuele gemeenten leggen hun woningbouwplannen voor aan het onafhankelijke Coördinatieteam (CT) Wonen SGE. Het CT adviseert en toetst de ontwikkelingen op deze elf locaties als mede andere projecten van enige omvang op basis van de Brainport Principes en de onderlinge regionale afspraken. Het CT brengt advies uit aan het Portefeuillehoudersoverleg Wonen. Zij neemt vervolgens een besluit. Bij een positief besluit kunnen plannen dan worden uitgewerkt en gerealiseerd volgens de gebruikelijke procedures. Het CT monitort de voortgang en evalueert de afspraken.

In de afgelopen periode is de situatie op de woningmarkt enorm veranderd. Vanwege de enorme vraag willen en moeten we daar op anticiperen door snel veel nieuwe woningen te bouwen. Met deze nieuwe realiteit willen we tempo maken en volop inzetten op nieuwe woon- en leefkwaliteiten als mede behoud en versterking van leefmilieus met een gevarieerd woningaanbod voor alle doelgroepen. Dat is de belangrijke doelstelling van het Afsprakenkader Wonen SGE 2022.

Kwaliteit: Brainport Principes Binnen het SGE leggen we de lat hoog. Alle woningbouwontwikkelingen van enige omvang worden getoetst aan de zeven Brainport Principes: identiteit, innovatie, invloed van bewoners, vraaggerichte ontwikkeling, gezonde verstedelijking, gevarieerde woonmilieus en benutting van de regiokracht.

120% inspanning voor 100% resultaat

Negen majeure én twee nieuwe locaties Er wordt hard gewerkt aan het realiseren van de negen majeure locaties Aarlesche Erven, Brandevoort, Blixembosch, Ekenrooi-Zuid, Nuenen-West, Meerhoven Bosrijk en Meerrijk, Tongelresche Akkers, Waalre-Noord en Zilverackers. Daarnaast zijn twee nieuwe uitbreidingslocaties Castiliëlaan Eindhoven (2020) en De Kemmer Oirschot (2021) toegevoegd. Op deze 11 locaties kunnen we voldoende woningen bouwen om aan de behoefte te voldoen.

SGE-woningmarkt aquarel In de SGE-woningmarkt aquarel is zichtbaar gemaakt welke onderscheidende kwaliteiten en diversiteit aan woonmilieus in de verschillende deelgebieden in het SGE aanwezig zijn. De SGE-regio is verdeeld in acht woningmarktgebieden: Centrum Eindhoven en het Centraal stedelijk gebied Helmond vormen samen met Planmatig Woensel de meer stedelijke karakters. De landelijke/dorpse Noordrand, het Middengebied tussen Dommel en Goorloop, Helmond Oostflank, Westrand en Rustieke groene Zuidrand bieden uiteenlopende woonmilieus: van ‘buitenwijk’ tot platteland. De aquarel maakt zichtbaar wat elk deelgebied te bieden heeft, voor wie ze aantrekkelijk zijn en wat de mogelijkheden zijn. De aquarel is bedoeld om ons te inspireren door het karakter en de unieke kwaliteiten van het gebied te tonen. Zo helpt het ons om te (laten) zien hoe een woningbouwproject zich kan positioneren en profileren binnen onze regio.

5

INHOUDSOPGAVE 6

1

2

Inleiding

3

Inhoudelijke afspraken

Samenwerking in het SGE Doel Afsprakenkader Wonen Gewijzigde situatie sinds 2017

P.8

4 Brainport Principes

P.20

9 10 10

Kwaliteit Inbreiding versus uitbreiding Kwantiteit Woningbehoefteonderzoek SGE Ladder van duurzame verstedelijking De negen majeure locaties

Procesafspraken 13 13 14 14 15 15

Werkwijze toetsing Monitoring woningbouwplannen Evaluatie

P.12

P.16

5 SGE-woningmarkt aquarel

P.26

18 18 18

6

Bijlagen 1. Monitoringsoverzicht 39 2. Negen majeure locaties 48 3. Toelichting woningbehoefteonderzoek Stec 52

P.38 7

1. INLEIDING 8

Samenwerking in het SGE We hebben binnen de samenwerking in het Stedelijk gebied Eindhoven (SGE) afgesproken dat we op het gebied van de woningmarkt “handelen als ware we één gemeente”. Uit ervaring blijkt dat het werkt om samen als gemeenten (en provincie) afspraken te hebben en gezamenlijk bepaalde doelen na te streven. De afgelopen jaren is gebleken dat we elkaar binnen de regio gemakkelijk kunnen vinden. Afstemming verhoogt de kwaliteit van plannen, zonder het planvormingsproces negatief te beïnvloeden. De gezamenlijke monitoring van woningbouwplannen geeft inzicht in het speelveld van wonen in de regio. Daarnaast werken we ook samen in een aantal andere trajecten binnen het thema ­‘wonen’, ­zoals WoonST, Woondeal, Woningbouwimpuls, ­aanvraag flexpool en transparant woningaanbod. Met de samenwerking voldoen we ook aan de ­verplichtingen vanuit het rijksbeleid en de provinciale omgevingsverordening om met buurgemeenten af te stemmen. Het gaat dan om; ▪ de Ladder voor duurzame verstedelijking: vraagt inzicht in woningbehoefte, zowel kwalitatief en kwantitatief. Bij ontwikkeling van uitbreidingslocaties moet worden aangetoond dat geen ruimte beschikbaar is in bestaand stedelijk gebied. ▪ het Provinciaal beleid: in de (Interim)Omgevingsverordening is de verplichting opgenomen dat (woningbouw)plannen moeten passen binnen de regionale afspraken.

TIJDLIJN ▪ 2017 Afsprakenkader Wonen SGE Gezamenlijke kwantitatieve en kwalitatieve afspraken over de woningbouwplannen in de regio. ▪ 2019 Visie op Wonen SGE als ‘City of Villages’ met focus op versnelling, inbreiding en verstedelijking. ▪ 2019 Woondeal Focus op versnellen en aantallen (regionaal 62.000 en voor Eindhoven 40.000). ▪ 2020 MIRT Ruimtelijke focus op verstedelijking langs HOV: 62.000 woningen. ▪ 2020 Nieuwe provinciale prognosecijfers Met grotere behoefte aan woningen, focus op meer bouwen voor ouderen (nultredenwoningen) en één- en tweepersoonshuishoudens. ▪ 2020 - Actieprogramma nieuwe woonvormen en zelfbouw van de provincie Aandacht voor tijdelijk en flexibel bouwen en andere woonvormen. ▪ 2021 - Woningbehoefteonderzoek Met daarin de wens voor grondgebonden woningen (rand-stedelijk, suburbaan, dorps), de programmering is (vooral in de steden) meer gericht op stedelijke woonvormen. ▪ 2021 - Actieplan versnelling woningbouw SGE We programmeren als SGE op 120% planvoorraad om daadwerkelijk realisatie van de opgave te kunnen halen, zachte plannen willen we hard maken en ambities vertalen we in plannen.

▪ 2019/2021 - Provinciale (interim) omgevings­verordening De juridische grondslag voor regionale afstemming over omgevingsplannen en regionale afspraken over duurzame verstedelijking, bevat de randvoorwaarden vanuit het provinciaal beleid voor (de onderbouwing van) omgevingsplannen.

De afspraken in dit afsprakenkader maken daarmee een verplicht onderdeel uit van het planologisch proces en de bestemmingsplanprocedure.

9

Doel Afsprakenkader Wonen Het afsprakenkader geeft aan hoe de negen SGE gemeenten omgaan met de afstemming van woningbouwplannen. Het biedt kwantitatieve en kwalitatieve kaders voor de komende jaren. Onze gezamenlijke opgave is om veel en snel nieuwe woningen te bouwen en deze groei in goede banen te leiden vanuit een scherp kwaliteitsbesef. We maken dus in het Stedelijk Gebied Eindhoven een schaalsprong in de woningbouwopgave. Met dit afsprakenkader waarborgen we daarbij de kwaliteit, betaalbaarheid, innovatie, diversiteit en ­duurzaamheid. En behouden we onze ­specifieke woon- en leefkwaliteit in deze regio, de unieke ­schakering van woonmilieus variërend van hoog­ stedelijk tot landelijk, tussen prachtige natuurlijke en recreatieve ­groen-blauwe landschappen oftewel onze ‘City of Villages’.

Wat is er veranderd sinds 2017? Sinds de vaststelling van het afsprakenkader in 2017 is de druk op de woningmarkt verder toegenomen. Er is sprake van een overspannen woningmarkt met flinke woningtekorten. Recent eigen onderzoek naar de ­woningbehoefte in het SGE bevestigt dit (Stec 2021). Om te komen tot uitbreiding en vooral versnelling van de woningbouwplannen in onze SGE-regio sloten

10

wij in maart 2019 de Woondeal met het Rijk en de ­Provincie. Ook stelden alle gemeenteraden in 2019 de regionale Visie op Wonen vast. In datzelfde jaar startte het ­MIRT-Onderzoek ‘Verstedelijking en ­Mobiliteit Brainportregio’. Tijdens het BO-MIRT (Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport) van november 2020, gaf het Rijk opdracht aan de regio om te komen tot een Verstedelijkingsakkoord. Verder zijn de provinciale prognosecijfers in september 2020 geactualiseerd. In 2021 wordt de provinciale Interim Omgevingsverordening omgezet naar de Omgevingsverordening om klaar te zijn voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Kwalitatieve richting Het Stedelijk Gebied Eindhoven zet in op twee lijnen: hoogstedelijk verdichten in de steden Helmond en Eindhoven en het versterken van de groenstedelijke woonkwaliteit in de andere gemeenten. Deze schaalsprong in verstedelijking is ingezet vanuit de Woondeal en het MIRT. Het MIRT-Onderzoek ‘Verstedelijking en Mobiliteit Brainportregio’ schetst hiervoor de hoofdlijn. Het MIRT stuurt op samenhang tussen verstedelijking en mobiliteit, behoud van groen en landschap zowel buiten als binnen de stad en verstedelijking gericht op inbreiding en transformatie.

Naast het hoogstedelijk verdichten binnen de centrumgebieden van Eindhoven en Helmond en verdichting aan (H)OV-assen, nabij treinstations en centrumvoorzieningen, zetten we ook in op complementaire groene

woonmilieus (suburbaan, dorps, landelijk). Deze twee verschillende ontwikkelrichtingen komen ook uit het woningmarktonderzoek naar voren. Het ontwikkelen van de majeure locaties en het verdichten in de kleinere kernen, met behoud van eigen identiteit en karakter, komen aan deze vraag tegemoet. Onze inspanningen om kwantiteit én kwaliteit op een passend niveau te brengen, leiden tot een goed functio­nerende en gevarieerde woningmarkt in de regio.

11

2. INHOUDELIJKE AFSPRAKEN 12

KWALITEIT Inbreiding versus uitbreiding We richten ons bij de woningbouwopgave op inbreiding en transformatie. Dit is in lijn met het Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT). Uit de inventarisatie van plancapaciteit en woning­ behoefte blijkt dat er, op de eerder afgesproken negen majeure locaties en de twee recent aangewezen locaties De Kemmer (Oirschot) en Castiliëlaan (Eindhoven) na, geen noodzaak is voor en geen behoefte is aan nieuwe grootschalige uitbreidingslocaties. Voor nieuwe uitbreidingslocaties geldt daarom nog steeds het uitgangspunt: ‘Nee, tenzij…’. Uitbreiden kan alleen onder de volgende voorwaarden: ▪ Er is sprake van een ontwikkeling die qua aard en schaal past op de locatie; ▪ De ontwikkeling zorgt voor een duurzame afronding van het stedelijk gebied; ▪ Hierbij is kwalitatieve landschappelijke aansluiting/ inpassing leidend. We monitoren de woningmarkt voortdurend. Als ­veranderende prognoses erop wijzen dat wel grootschalige uitbreidingslocaties nodig zijn om te voorzien in de regionale kwalitatieve of kwantitatieve woning­ behoefte (Laddertoets), zal herijking van dit afsprakenkader nodig zijn. Er dient dan sprake te zijn van (maatschappelijke) ­regionale meerwaarde, met als uitgangspunt de ­gedachte: ‘handelen als ware we één gemeente’.

1 2

Een en ander onderbouwd met de ‘diep-rond-breed’-aanpak, zoals aangeduid in de ­provinciale Omgevingsvisie1. 1. We toetsen aan de Brainport Principes De Brainport Principes (toelichting in hfd 4) zijn leidend voor alle woningbouwplannen (inbreiding en ­uitbreiding) in het SGE. De zeven Brainport Principes gaan over belangrijke thema’s zoals betaalbaarheid, programmering sociale huur en middenhuur, duurzaamheid en innovatie. In de bestemmingsplannen wordt onderbouwd hoe invulling wordt gegeven aan de Brainport Principes. ­Iedere gemeente toetst dit allereerst zelf. Boven een bepaald aantal woningen leggen gemeenten plannen ook voor aan het onafhankelijk Coördinatieteam ­Wonen.

2. We laten ons inspireren door de SGE-woningmarkt aquarel De SGE-woningmarkt aquarel (toelichting in hfd 5) ­inspireert ons bij het ontwikkelen van planconcepten. De aquarel (voorheen ‘kwadrantenbenadering’) in­spireert ons om met woningbouwprojecten aan te sluiten bij het karakter en de unieke kwaliteiten van het gebied. Zo creëren we diversiteit en kwalitatieve samenhang in woonmilieus in plaats van eenheidsworst. De aquarel helpt ons dus ook om te (laten) zien hoe een woningbouwproject zich kan positioneren en profileren binnen onze regio. De aquarel is geen toetsingskader.

Dit doen we bij: ▪ Plannen voor nieuwe uitbreidingslocaties vanaf 12 woningen (stedelijke ontwikkeling2) ▪ Plannen voor inbreidingslocaties vanaf 75 woningen in de grotere kernen (Eindhoven, Helmond, Veldhoven, Best, Geldrop en Mierlo, Nuenen, Son en Breugel, Oirschot, Aalst en Waalre). ▪ Plannen voor inbreidingslocaties vanaf 25 woningen in de kleine kernen (Gerwen, Nederwetten, ­Oost-West- en Middelbeers en Spoordonk).

https://www.omgevingswetinbrabant.nl/hoofdopgaven/diep-rond-en-breed-kijken/ Jurisprudentie bepaalt dat bij woningbouwlocaties vanaf 12 woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling en de Ladder van duurzame verstedelijking van toepassing is op het bouwplan.

13

KWANTITEIT Voor de kwantitatieve regionale afstemming vormen de provinciale prognosecijfers 2020 de ondergrens (zie bijlage 1 op pagina 37). In het BO Wonen van 26 november 2020 is tussen het Rijk en de provincie afgesproken dat de gemeenten in de stedelijke regio’s de komende 10 jaar gaan programmeren op 130% ten opzichte van de provinciale prognose. Deze plan­ capaciteit betreft vooral binnenstedelijke locaties. De focus ligt op de uitvoering en versnelling van de plannen. In het ‘Actieplan versnelling woningbouw SGE’ is de noodzaak om op korte termijn meer plannen op voorraad te hebben om planuitval en vertraging te kunnen opvangen nogmaals bevestigd. In de Woondeal spraken we af met Rijk en Provincie om binnen het SGE de komende 20 jaar (tot 2040) 62.000 woningen te bouwen. Op dit moment zitten we met de bestaande plannen en ambities aan een planvoorraad van 74.000 woningen voor de gehele periode tot 2040. Deze planvoorraad van 120% ten opzichte van de Woondeal en MIRT-ambitie geeft voldoende zekerheid op het daadwerkelijk realiseren van de afgesproken woningbouwopgave. Nieuwe planlocaties zijn daarom (met de kennis van vandaag) niet nodig. Dit betekent niet dat we nieuwe capaciteit op een onvoorziene inbreidingslocatie zullen tegenhouden. Maar we gaan niet actief op zoek naar nieuwe locaties.

De focus ligt op het daadwerkelijk realiseren van de plannen die nu in voorbereiding zijn (“van ambities naar zachte plannen en zachte capaciteit hard maken”). Om continuïteit te behouden in de bouwproductie sturen we op anticyclisch bouwen: het stimuleren van bouwen in laagconjunctuur en niet overprogrammeren

14

boven 130% in tijden van hoogconjunctuur. Dit onderstreept het belang van monitoring. Vanuit het Actieplan versnelling woningbouw SGE Voor de gemeente Eindhoven richten we ons op ­realisatie van 3.000 woningen per jaar. Voor de o ­ verige gemeenten samen streven we naar realisatie van 2.400 woningen per jaar.

Woningbehoefteonderzoek SGE Het regionale woningbehoefteonderzoek geeft inzicht in de kwantitatieve en kwalitatieve woonbehoefte (zie bijlage 3). Het onderzoek is uitgewerkt in twee scenario’s: scenario 1 gaat uit van een goede doorstroming op de woningmarkt en scenario 2 gaat uit van een verstoorde doorstroming. Oorzaak voor een verstoorde doorstroming is bijvoorbeeld de krapte op de markt. De realiteit ligt momenteel dichter bij scenario 2 dan 1. Beide scenario’s zijn ook over elkaar heen gelegd en laten de ‘robuuste behoefte’ zien; wat in beide scenario’s nodig is. Wat buiten de scenario’s valt, is minder goed voorspelbaar. Monitoring is daarom nodig, om te zien hoe de woningmarkt zich ontwikkelt en of bijsturen noodzakelijk is. Op dit moment bouwen we in alle woningbouwcategorieën. Er is immers over de volle breedte behoefte aan extra woningen. Zodra de doorstroming aantoonbaar op gang is gekomen, kan bijsturing van de programmering nodig zijn, zodat de woningbouw goed blijft aansluiten bij de ­woningbehoefte.

Het Coördinatieteam Wonen blijft de planvoorraad monitoren. Het coördinatieteam monitort zowel kwanti­ tatief als kwalitatief, mede op basis van een nader uit te werken verdieping op de verschillende woonmilieus. Zo blijven vraag en aanbod ook kwalitatief op elkaar aansluiten.

Ladder van duurzame verstedelijking De Ladder voor duurzame verstedelijking (ook kortweg Ladder genoemd) is een instrument op basis van het Besluit ruimtelijke ordening voor efficiënt ruimtegebruik. Het instrument biedt inzicht in de toekomstige ruimtebehoefte en ontwikkelingen in de omgeving. Het doel van de Ladder is het voorkomen van ongewenste leegstand en het stimuleren van zorgvuldig en duurzaam ruimtegebruik. De gemeente toetst nieuwe stedelijke ontwikkelingen aan de Ladder. Voor ontwikkelingen buiten bestaand stedelijk gebied geldt een uitgebreide motiveringsplicht. Binnen het SGE hebben we afgesproken deze onderbouwing regionaal te benaderen. Zo beschermen we het buitengebied en kunnen we toch voldoende woningen bouwen voor onze inwoners. De behoefte moet niet alleen kwantitatief, maar ook kwalitatief onderbouwd worden. Zoals eerder aangegeven moeten we tot 2040 62.000 woningen bouwen. Qua zachte en harde plannen samen zitten we nu op 130% plancapaciteit (74.000 woningen), om vertraging en uitval te kunnen opvangen. Ongeveer 26% van deze planvoorraad valt momenteel in de categorie harde plancapaciteit (capaciteit die al is vastgelegd in bestemmingplannen). Niet alle plannen

hoeven nu al hard te zijn. Om flexibel te kunnen blijven inspelen op de veranderende kwalitatieve woningbehoefte is adaptief programmeren noodzakelijk. Dit betekent dat we de harde plancapaciteit steeds voor een periode van 5-10 jaar vooruit, op peil moeten houden. Dit vereist goede monitoring. Kwalitatief hebben we een variatie in woonmilieus nodig. We zetten in de regio in op woonmilieus variërend van hoogstedelijk tot landelijk; onze ‘City of Villages’. In de komende periode verwerven we nog meer inzicht in aanbod en behoefte van de verschillende woon­ milieus in de regio. Ook de behoeften in de segmenten sociale huur, sociale koop en middenhuur brengen we beter in kaart.

TOTALE PLANVOORRAAD Best Eindhoven Geldrop-Mierlo Helmond Nuenen Oirschot Son en Breugel Veldhoven Waalre Totaal

MATRIX EN AMBITIE

De negen majeure locaties

4.100 38.300 2.700 15.800 2.900 1.600 900 6.100 1.900

In april 2018 is de ‘Bestuursopdracht negen majeure locaties’ vastgesteld. Deze negen locaties zijn aangewezen als de uitbreidingslocaties waar de regionale behoefte aan groenstedelijk wonen ingevuld kan worden, in uitzondering op het principe ”geen nieuwe uitbreidingslocaties”. Het ging daarbij vooral om een nadere positionering en profilering van de locatie in de regio, de daarop afgestemde programmering en de fasering in tijd.

74.300

Over de volgende negen majeure locaties zijn afspraken gemaakt met betrekking tot kwantiteit, kwaliteit en fasering: Aarlesche Erven, Brandevoort, Blixembosch, Ekenrooi Zuid, Nuenen-West, Meerhoven Bosrijk en Meerrijk, Tongelresche Akkers, Waalre Noord en Zilverackers. De voortgang van deze locaties wordt gemonitord door het Coördinatieteam Wonen. De portefeuillehouders Wonen worden hiervan op de hoogte gehouden. Bij de start van de bestemmingsplanprocedure wordt een inhoudelijk advies vanuit het Coördinatieteam Wonen voorgelegd aan het Portefeuillehoudersoverleg Wonen om de regionale afstemming te bekrachtigen. De afspraken die in 2018 zijn vastgesteld met betrekking tot de fasering en aantallen worden nu losgelaten, om zo meer versnelling mogelijk te maken binnen de majeure locaties. Het Coördinatieteam Wonen blijft de majeure locaties monitoren. De actuele stand van zaken is opgenomen in bijlage 2. Aanvullend op de majeure locaties is ingestemd met twee nieuwe grote uitbreidingslocaties: Castiliëlaan Eindhoven (2020) en De Kemmer Oirschot (2021).

15

3. PROCESAFSPRAKEN 16

Het Coördinatieteam Wonen is een interdisciplinair team. Het bestaat uit een ambtelijke afvaardiging uit de SGE gemeenten. De disciplines binnen het Coördinatieteam Wonen zijn: De disciplines binnen het Coördinatieteam Wonen zijn: ▪ Planologie, voor goede ruimtelijke ordening (toetsing) ▪ Stedebouw, voor goede vormgeving en ruimtelijke kwaliteit (toetsing); ▪ Planeconomie, voor betaalbaarheid en haalbaarheid (toetsing); ▪ Wonen, voor goede programmering en analyse, monitoring van cijfers en de versnellingsopgave (toetsing en monitoring); ▪ Vertegenwoordiging vanuit de provincie, voor goede samenwerking en afstemming (toetsing en monitoring); ▪ Secretaris; ▪ Voorzitter. Het Coördinatieteam Wonen toetst woningbouw­ plannen aan de gemaakte afspraken. Ook monitort het team voortdurend de voortgang van projecten en de woningmarkt. Het proces rondom de toetsing is zichtbaar in het stroomschema op de volgende ­pagina. Op de pagina daarna staan de afspraken rondom ­monitoring.­

17

Werkwijze toetsing Leg projecten in een zo vroeg mogelijk stadium voor aan het Coördinatieteam Wonen. Het plan moet bij het coördinatieteam en het Portefeuillehoudersoverleg Wonen zijn geweest voordat het ontwerpbestemmingsplan ter inzage wordt gelegd (het resultaat dient in de plantoelichting te zijn verwerkt). Zo niet, dan volgt op dit punt een zienswijze van de provincie. Het plan eerder voorleggen, in of nog voor de vooroverlegfase mag natuurlijk ook, dat is zelfs ­wenselijk. Als een plan in de vooroverlegfase nog niet in ­Coördinatieteam Wonen behandeld is, komt er in de vooroverlegreactie van de provincie hierover een opmerking. Een vroege beoordeling voorkomt dat later in het ­proces vertraging optreedt. Bijvoorbeeld omdat plannen aangepast moeten worden als gevolg van op­merkingen of een negatief advies of door besluitvorming in het Portefeuillehoudersoverleg. Het Coördinatieteam Wonen geeft een schriftelijk advies aan het Portefeuillehoudersoverleg Wonen. Het Portefeuillehoudersoverleg neemt hierover een besluit. Het advies wordt overgenomen in het betreffende bestemmingsplan. Samen met de Ruimtelijke ordening juristen is hiervoor al een standaard bestemmingsplantekst opgesteld. De provincie zal hierop toetsen. Voorleggen van bouwplannen aan het Coördinatieteam Wonen Het Coördinatieteam Wonen komt elke 14 dagen samen op maandagmiddag.

Projectleiders plannen in afstemming met de secretaris een moment in om het plan te komen toelichten. Eventueel kan dit samen met de architect/ontwikkelaar. De presentatie (bij voorkeur vooraf aan te leveren) bevat het bouwplan, de ligging

18

en een toelichting hoe het plan invulling geeft aan de zeven Brainport Principes. De presentatie in het Coördinatieteam Wonen is een open dialoog. Waar nodig stelt het Coördinatieteam vragen ter verduidelijking. Daarna stelt het Coördinatieteam binnen 14 dagen een schriftelijk advies op. Na de bespreking en afstemming hiervan in het daarop volgende overleg wordt het advies teruggekoppeld aan de projectleider met eventuele vragen en om ruimte te bieden voor een reactie. Daarna wordt het advies aan het Portefeuillehoudersoverleg Wonen voorgelegd ter besluitvorming. Dit kan via het reguliere Portefeuillehoudersoverleg Wonen of via een schriftelijke afstemronde met alle portefeuillehouders. Waar snelheid nodig is, kan dit schriftelijke advies van het Coördinatieteam Wonen aan het Portefeuille­ houdersoverleg Wonen al gebruikt worden voor het overleg met de provincie.

Monitoring woningbouwplannen Het Coördinatieteam Wonen monitort de woningbouwcapaciteit/voorraad. Tweemaal per jaar rapporteert het hierover aan het Portefeuillehoudersoverleg Wonen. In bijlage 1 Monitoringsoverzicht vindt u het eerste overzicht van 2021. Om goed te kunnen monitoren is een regionaal monitoringsysteem nodig. Dit dient nog aangeschaft te worden. Indien dit systeem goed wordt bijgehouden hebben we een continu actueel overzicht. Een regionaal monitoringssysteem maakt het veel eenvoudiger om het Portefeuillehoudersoverleg Wonen halfjaarlijks te informeren over de stand van zaken.

Het halfjaarlijkse overzicht wordt nog uitgebreid met specifieke informatie over woonmilieus en een beter gedefinieerde, periode van oplevering. Met behulp van een regionaal monitoringsysteem kan, naast het monitoren van de woningbouwcapaciteit, ook de versnellingsopgave gemonitord worden (overeenkomstig actiepunt 8 uit het Actieplan versnelling woningbouw SGE). Het Coördinatieteam Wonen heeft hierbij een signaleringsfunctie richting het Portefeuillehoudersoverleg Wonen.

Evaluatie Het afsprakenkader moet minimaal elke vier jaar geëvalueerd worden. Na vier jaar zijn de provinciale prognoses weer bijgesteld, kan de woningmarkt weer veranderd zijn en kan een eventuele actualisatie van het woningbehoefteonderzoek nodig zijn.

PLAN

Binnen stedelijk gebied

grote kern

≥ 75 woningen

kleine kern

≥ 25 woningen

Buiten stedelijk gebied

< 12 woningen

≤ 75 woningen

≥ 12 woningen

PLAN NAAR CT

Aanmelden

≤ 25 woningen

Toelichting Nee, tenzij...

PLAN AANPASSEN

Advies CT negatief

positief

Besluit Poho GEMEENTE TOETST ZELF

positief

negatief

PLAN IN PROCEDURE

19

4. BRAINPORT PRINCIPES 20

AMBITIEROOS 7 BRAINPORT PRINCIPES Alle nieuwe woningbouwontwikkelingen dienen te worden ontwikkeld aan de hand van zeven Brainport Principes. De basis voor deze principes is vastgelegd in het regionale Afsprakenkader. Deze gelden voor alle gemeenten die deel uitmaken van het Stedelijk Gebied Eindhoven.

IDENTITEIT

IN

GEZ ON DE

E TI VA NO

AAL SCH REGIONALE

WA UWFACTOR

1. Koesteren van Identiteit; 2. Ruimte voor Innovatie; 3. Invloed voor bewoners; 4. Vraaggericht ontwikkelen; 5. Aantrekkelijke en gevarieerde woonmilieus: de wauw-factor; 6. Benutting regionaal schaalniveau; 7. Gezonde verstedelijking.

VE RS T

De Brainport Principes zijn

G IN JK I EL ED

A VR

AG GE RI CH T

?

ON TW IKKE LEN

ED LO V SIN NER BEWO

21

Doelen die moeten worden behaald zijn: • Van concurreren op kwantiteit naar samenwerken op kwaliteit; • Kwaliteitsverbetering (nieuwbouw-)woningaanbod in het gehele SGE; • De principes gelden overal, maar het resultaat kan verschillend zijn; • Stap naar een completer en diverser woningaanbod in het SGE; Doelen die moeten worden behaald zijn Hoe gaan weaan datdedoen? • Woningbouwprojecten meer nadrukkelijk een bijdrage laten leveren ‘gezonde, slimme en duurzame stad’ ▪ Van concurreren op kwantiteit naar samenwerken op ▪ Gezamenlijk de lat hoog leggen – gezamenlijke kwaliteit; ambitie met zo hoog mogelijk kwaliteitsniveau voor Hoe gaan we dat doen? ▪ Kwaliteitsverbetering (nieuwbouw-)woningaanbod in nieuwbouwwoningen; Gezamenlijk met zo mogelijk kwaliteitsniveau voor het• gehele SGE; de lat hoog leggen – gezamenlijke ambitie ▪ Elkaar èn hoog bouwers/ontwikkelaars prikkelen: “we doen nieuwbouwwoningen; ▪ De principes gelden overal, maar het resultaat kan niet meer wat we deden, vanaf vandaag gaan we het verschillend zijn; doen”; • Elkaar èn bouwers/ontwikkelaars prikkelen: “we doenanders niet meer wat we deden, vanaf vandaag gaan we ▪ Stap naar een completer en diverser woningaanbod De 7 Brainport Principes zijn verbeeld in de ambitiehet anders doen”; in het SGE; roos.

Deze ambitieroos is een hulpmiddel om de ▪ Woningbouwprojecten meer nadrukkelijk een bijdrage ambities van de Brainport Principes te visualiseren. De leveren 7 Brainport zijn verbeeld in duurzame de ambitieroos. Deze ambitieroos is een hulpmiddel om de laten aan Principes de ‘gezonde, slimme en Daarbij geldt: ambities van de Brainport Principes te visualiseren. Daarbij geldt: stad’ ▪ Dat geen enkel thema ‘onvoldoende’ mag scoren. • Dat geen enkel thema ‘onvoldoende’ mag scoren. ▪ Hoe groter het web (voorbeeld zie afbeelding 2) hoe hogerde descore. score. • Hoe groter het web (voorbeeld zie afbeelding 2) hoe hoger ▪ Een plan mag/kan op meerdere principes uitblinken. • Een plan mag/kan op meerdere principes uitblinken.

Afbeelding 1: Lege ambitieroos

1 2

22

Afbeelding 2: fictief voorbeeld van ingevulde ambitieroos.

Brainport Principes

Afsprakenkader Wonen – Stedelijk Gebied Eindhoven (oktober 2017). Regionale Visie op Wonen (april 2019)+ thematafel ‘Ruimte’.

1

2

Koesteren van identiteit

Ruimte voor innovatie

Veel nieuwbouwplannen zijn anoniem. Ze missen een identiteit, een ziel. Vaak zijn bewoners trots op elementen uit de wijk die van ‘vroeger’ zijn, van voor dat de wijk werd ontwikkeld. We willen dat de nieuwe bewoners, of zelfs alle inwoners van onze Brainport-regio, trots zijn op de nieuwe wijken. Daarom kiezen we als vertrekpunt het uitbouwen van de kwaliteit die je aantreft vanuit een besef van de (bijzondere) plek waar je woont. Dit kunnen fysieke elementen zijn, maar ook bestaande sociale structuren. Dit versterkt de identiteit en de binding met een gebied.

Gelet op de ambities van Brainport en de verworven mainportstatus ‘past het ons’ om voorop te lopen als regio, zeker als het gaat om thema’s als innovatie, duurzaamheid, gezondheid en klimaatadaptatie en dienen we klaar te zijn voor de techniek van morgen. De uitdaging zit hem daarbij niet alleen in de harde kant (het bouwen) maar ook in het enthousiasmeren van de toekomstige bewoners. Alle bewoners verdienen een comfortabele, slimme en toekomstbestendige woning en woonomgeving. De focus moet worden gericht op het inzetten van technieken met duurzame energiebronnen. Daarbij is zowel energiebesparing, efficiënter gebruik als duurzame energieopwekking essentieel.

Hulpvragen ▪ Wat is het DNA van de plek (lagenbenadering, waarom hier en niet elders)? ▪W  at is de dichtheid: wonen vs. landschap (beleving)? ▪ Individueel vs. collectief (wonen, parkeren, tuin, openbare ruimte)? ▪W  at is de sociaal-maatschappelijke bijdrage (meer dan wonen)? ▪H  oe is kwaliteit gedefinieerd/ gegarandeerd (keurmerk/ professionaliteit/vakmanschap)? ▪W  at is de beeldkwaliteit (architectuur en materiaalgebruik in relatie tot stedenbouw en landschap)? ▪… 

Hulpvragen ▪ Hoe wordt omgegaan met duurzaamheid (energieverbruik, installatie-­ concept, CO2-bijdrage, klimaatadaptie, circulariteit, gebruik hemelwater, waterverbruik)? ▪ Welke resultaten worden behaald met GPR-gebouw en GPR-stedenbouw, Natural Step, Breeam (keuze voor systematiek om duurzaamheid te ­objectiveren)? ▪ Hoe wordt met Smart Mobility in het ontwerp van woning en omgeving omgegaan? (deelauto, all-electric, oplaad-faciliteiten, parkeeroplossingen, etc.? ▪ Hoe worden slimme en hightech toepassingen in woningen en/of woon­ omgevingen (hard-/software, domotica, ...) op comfort, veiligheid, ­duurzaamheid, etc. toegepast? ▪ Welke technieken en innovaties dragen bij aan de energieprestatie van een woning? ▪ … 23

3 Invloed voor bewoners

Vraaggericht ontwikkelen

We geven (toekomstige) bewoners invloed op het plan. We handelen vanuit het principe ‘vraag het aan de gebruiker’. Dit kan zijn door mee te laten ontwerpen, maar ook door ze fysiek of financieel ruimte te bieden voor eigen (deel)projecten. Er moet ruimte zijn om te experimenteren. We moeten de kanteling van de bouw faciliteren, daardoor ontstaan aansprekende kleinschalige bouwinitiatieven, die een woonomgeving karakter geven. Daarbij gaat het ook om de sociale aspecten zoals: saamhorigheid, gemeenschapszin, thuis voelen, veiligheid, meedoen en erbij horen. Op het niveau van de wijk is er ruimte voor functiemenging, bijv. wonen-werken. Dat vraagt om het niet vooraf exact bepalen waar alles komt. Bestem een deel van de wijk nog niet. Creëer ruimte voor de uitzondering die we nog niet kennen.

De woning moet passen bij de vraag. Het gaat dan o.a. over de omvang van de woning, woningtypologieën, flexibiliteit, doelgroepen en de betaalbaarheid van de woning. De gebruiker stellen we centraal. Er is ruimte voor variatie en diversiteit binnen een plan.

Hulpvragen ▪ Op welke wijze is de nieuwe bewoner ­betrokken? ▪ Op welke wijze kan de nieuwe bewoner en/of de bestaande omwonende invloed uitoefenen op het plan? ▪ …

24

4

Hulpvragen ▪ Doelgroep/prijsniveau (betaalbaarheid)? ▪ Aanvullend/extra programma (zorg, werkgelegenheid, ontmoeten, voedsel, …)? ▪ Toekomstgericht (levensloopbestendig, aanpasbaar/flexibel (voor meerdere generaties), geschikt voor bijzondere doelgroepen)? ▪ In hoeverre is voor de doelgroep in de bestaande woningmarkt ruimte? Wordt voorzien in een woning die complementair is aan de bestaande voorraad? ▪ Relatie woonvisie lokaal/regionaal, draagt de woning bij aan doorstroming op de woningmarkt (roltrapprincipes)? ▪ Brengt de nieuwe kwaliteit doorstroming in de woningmarkt op gang? Sluit het aanbod aan bij de gewenste kwaliteit van de doelgroep (bijv. ouderen). ▪ Er is een grote behoefte aan grondgebonden wonen in de regio, hoe kan deze behoefte worden vormgegeven in de meer stedelijke woonvormen (appartementen)? ▪ Is project kansrijk voor gestandaardiseerde sociale woningbouw WoonST? ▪ …

5 Aantrekkelijke en gevarieerde woonmilieus: de wauw-factor De woonomgeving heeft een publieke/ openbare ruimte die faciliteert, adaptief is en maat heeft. De publieke ruimte stimuleert of maakt eigenaarschap/ ondernemerschap mogelijk, biedt ruimte voor ontmoeting, rust en ruimte. De woonomgeving moet een sfeer hebben die aanspreekt en moet identiteit en gevoel uitstralen. Dit vraagt om een samenhangende beeldkwaliteit, aantrekkelijke woonmilieus, bij de doelgroep of bewoners passende voorzieningen; goed bereikbaar en ontsloten. Projecten bieden ruimte voor wonen met de wauw-factor. Dat houdt in dat (soms) ‘meer dan een gemiddelde’ kwaliteit wordt verlangd, of een verbijzondering op een markante plek. En dat houdt wellicht ook in dat niet elke individuele woning ‘wauw’ hoeft te zijn, maar wel de nieuwe (gebouwde) woonomgeving als geheel.

Hulpvragen ▪ Op welke wijze is de nieuwe woonomgeving c.q. nieuwbouw onderscheidend t.o.v. de bestaande/omliggende woonomgeving (USP)? ▪ Welke factoren maken de nieuwe woon­ omgeving aantrekkelijk? ▪ Welke factoren geven de nieuwe woon­ omgeving ‘karakter’? ▪ Hoe zijn lifestyle-kenmerken van bewoners vertaald in de woning en woonomgeving? ▪ …

6

7

Benutting regionaal schaalniveau

Gezonde verstedelijking

Wonen in het SGE betekent het combineren van de functies stad en dorp. In de zin dat sprake is van ‘best of both worlds’. Daarom beginnen we bijvoorbeeld met denken over voorzieningen op niveau van de stad en de regio en niet op het niveau van de wijk. Vanuit bestaand aanbod kijken we kritisch wat aanvullend nodig en passend is op project-niveau. Daarbij is de bereikbaarheid van locaties en de ontwikkelingen op het gebied van mobiliteit een belangrijke randvoorwaarde.

Een gezonde leefomgeving is voorwaardelijk om fijn te kunnen wonen. Woongebieden worden duurzaam ingericht met een omgeving waarin gezondheid wordt beschermd, wordt bevorderd, en waarvoor gezondheid en welzijn duurzame uitgangswaarden zijn. Een gezonde omgeving levert namelijk niet alleen gezondere inwoners op, maar kan ook op sociaaleconomisch gebied concurrerend zijn.

Hulpvragen Hulpvragen ▪ Wat voor plek/functie heeft/krijgt het plan binnen het SGE? ▪ Hoe sluit de woning aan op de directe omgeving? ▪ Zijn relaties (bereikbaarheid) naar voorzieningen gegarandeerd op verschillende niveaus? ▪ …

▪ Op welke wijze draagt het plan bij aan de gezondheid van de bewoners? ▪ Welke omgevingswaarden, ontwerpprincipes, ruimtelijke inrichting, verdien-modellen en planprocessen worden ingezet om een bijdrage te leveren aan een gezonde verstedelijking? ▪ Welke (stedenbouwkundige) omstandigheden worden gecreëerd waardoor mensen met elkaar om kunnen gaan? ▪ Hoe worden verbindingen gestimuleerd? ▪ …

25

5. SGE - WONINGMARKT AQUAREL 26

CITY OF VILLAGES 27

Landelijke / dorpse noordrand

Planmatig Woensel

Middengebied tussen Dommel en Goorloop

Centraal stedelijk gebied Helmond

Westrand Dorpen tussen de stad

Helmond oostflank

Centrum Eindhoven

Rustieke groene zuidrand 28

TOELICHTING SGE - WONINGMARKT AQUAREL

Binnen de regio zijn gebieden te onderscheiden die elk hun eigen specifieke woonmilieus ­kennen. Deze woonmilieus zijn complementair aan elkaar. Deze manier van kijken naar de regio helpt bij de positionering en profilering van woningbouw­ontwikkelingen in de regio. Deze manier van denken ondersteunt de roltrapregio die wij gezamenlijk vormen. Dit houdt in dat met name de stad Eindhoven jongeren, starters op de woningmarkt aantrekt, deze groep start alleen, gaat samenwonen, denkt aan gezinsuitbreiding en wil groter wonen, met meer groen en andere soort voorzieningen in de nabijheid en trekt de regio in.

De SGE-woningmarkt aquarel is bedoeld als inspiratiekader. Met het idee dat we niet overal in de regio hetzelfde gaan bouwen, maar dat je je laat inspireren door het karakter, de unieke kwaliteiten van het gebied en het woningbouwproject zo positioneert en profileert binnen de regio. We streven met de regio naar een schaalsprong in de woningbouwopgave met behoud van de woon- en leefkwaliteit. De unieke schakering van woonmilieus variëren van hoogstedelijk tot landelijk tussen prachtige natuurlijke en recreatieve groen-blauwe landschappen, ‘City of Villages’ genoemd.

Hieronder volgt van elk gebied een korte beschrijving van het profiel en karakter van het gebied.

HET BELANGRIJKSTE DOEL VAN DE SGE - WONINGMARKT AQUAREL ▪ Diversiteit bij nieuwe woningbouwprojecten te bevorderen ▪ Inzetten op de eigenheid en kwaliteiten van alle afzonderlijke plekken binnen het SGE ▪ Met complementaire woonmilieus

29

LANDELIJKE/DORPSE NOORDRAND Dorps, groen en bosrijk, woonmilieus variëren van zeer landelijk in de kleine kernen tot kleinstedelijk in Best. Karakteristieke en unieke centra; historisch Oirschot, verstedelijkt dorp Best, bosrijk Son en Breugel en groen stedelijke rand van Woensel Noord. ­Onderlinge ­oriëntatie qua voorzieningen, bedrijventerreinen met meer grootschalig karakter, rust en rustiek naast verstede­lijkingskansen met stedelijke allure bij stations­ gebied Best en aan het kanaal in Son en Breugel. Landschappe­lijke kwaliteit vanwege directe verbinding met het ­omliggend landschap; Kempenlandschap, Groene Woud/Van Gogh nationaal park.

BIJZONDERE ­L OCATIES ▪ Sint-Petrusbaseliek ▪ Markt Oirschot ▪ Woonboulevard Ekkersrijt ▪ Station Best ▪ Philips Healthcare Campus ▪ Dorpsplein Best ▪ Aquabest ▪ Philips VB-gebouw ▪ Science Park Ekkersrijt ▪ Markt Son en Breugel UNIEK WONEN ▪ Landelijk wonen Wonen in het bos en wonen aan het water/kanaal ▪ Batadorp Historisch arbeidersdorp bij de Bata-fabrieken, platte daken ▪ Nazareth Appartementen in een honderd-jaar oud klooster

30

Bereikbaarheid vooral gericht op autogebruik, veel forenzen vanwege goede aansluiting op hoofdwegennet richting het noorden.

CENTRUM EINDHOVEN Hart van Brainport, hoogstedelijk centrum met inter­ nationale allure, actieve binnenstad met gemengd milieu qua cultuur, voorzieningen en bedrijvigheid, internationaal vestigingsmilieu, magneetfunctie, visite­kaartje voor techniek en design, goede bereikbaarheid met OV voorzieningen, aan de randen ­centrumstedelijke ­woonmilieus die de overgang vormen naar de ­suburbane gebieden. Centrum van de verstedelijkingsopgave in de regio.

BIJZONDERE ­L OCATIES ▪ Strijp-S ▪ Demer ▪ Eindhovens Kanaal ▪ TU-terrein ▪ Dommelplantsoen ▪ 18 Septemberplein ▪ NRE-terrein ▪ Wilhelminaplein ▪ Philipsstadion ▪ Sint-Catharinakerk UNIEK WONEN ▪ De Admirant Wonen in beeldbepalend ­gebouw, hoogste in het SGE. ▪ Strijp-S Multifunctioneel woon-werkgebied en culturele broedplaats in de voormalige Philipsfabrieken. ▪ Witte Dorp Traditioneel tuindorp met nieuw-zakelijke architectuur.

31

PLANMATIG WOENSEL Groene en ruime stedelijke woonmilieus, planmatig opgezette uitbreidingswijken met geclusterde buurtvoorzieningen, uit de jaren ‘60-’70, hoge dynamiek qua verdichting en verstedelijking, ligging aan/tussen grote stedelijke groenstructuren, bereikbaarheid gericht op OV en auto.

BIJZONDERE ­L OCATIES ▪ Winkelcentrum Woensel ▪ ‘t Hool UNIEK WONEN ▪ Het Plateau - Blixembosch Buiten Huizen op kunstmatige heuvels, oplopend naar hoge geluidswal. ▪ Porthos Porthos woontoren markeert winkelcentrum Woensel XL. ▪ Castiliëlaan Tijdelijke woningen, bestaande uit zelfbouw, ­Livinglab040 en sociale woningbouw.

32

CENTRAAL STEDELIJK GEBIED HELMOND Stedelijk centrum, actieve binnenstad met gemengde functies, bedrijvigheid, voorzieningen, cultuur en wonen. Hoge dynamiek met verstedelijken en versterken voorzieningenniveau, centrumstedelijke woonmilieu en bereikbaarheid met OV voorzieningen.

BIJZONDERE ­L OCATIES ▪ Oude Zuid-Willemsvaart ▪ Kasteel van Helmond ▪ Theater het speelhuis ▪ Piet Blomplein ▪ Veestraatbrug ▪ De Cacaofabriek ▪ Boscotondo ▪ Warande ▪ Sportboulevard De Braak ▪ Natuurgebied Groot Goor + Goorloop en de ­Bundertjes ▪ Burgemeester Geukerspark + Weverspark UNIEK WONEN ▪ ‘t Cour Binnenstedelijk, ruim wonen aan een binnenplaats. ▪ Suytkade Waterburchten in het kanaal. ▪ Kubuswoningen Spraakmakende paalwoningen die als bomen in een bos staan waaronder het openbaar gebied door loopt. ▪ Binnenstad (Helmond) Centrumstedelijk wonen. ▪ Kasteel Noord Appartementen in de vorm van een chique kasteel met gracht en binnenplaats.

33

HELMOND OOSTFLANK Groenstedelijk woonmilieu, compacte en g­­roene ­woonwijken, nabij natuur, bossen en Peel. De drie uitbreidingswijken hebben ieder een heel ­eigen ­karakteristiek. Brouwhuis heeft nog een oude dorpskern. R ­ ijpelberg is een bloemkoolwijk. Dierdonk is een ruime en groene vinexwijk met vrije sector woningen in een jaren ‘30 stijl. Het gebied kenmerkt zich aan de zuidzijde door gemengde ­­grootschalige/­logistieke ­bedrijvigheid.OV bereikbaarheid Brouwhuis en ­Rijpelberg is goed, Dierdonk meer gericht op ­autogebruik.

BIJZONDERE ­L OCATIES ▪ Bakelse Bos ▪ Broederbos ▪ Brouwhuispark ▪ Brouwhuissche Heide ▪ ’t Paviljoen ▪ Brouwhorst UNIEK WONEN ▪ Dierdonk Ruime groene wijk met dorps karakter en op jaren ’30 geïnspireerde woningen. ▪ Rijpelplein Royale, compacte maisoinettes aan autoluwe binnenstraat, beste van wijkgevoel en compact wonen. ▪ Brouwhuis Dorp in een stad met wonen aan een middeleeuwse visvijver of langs lanen en altijd dichtbij het NS station Brouwhuis.

34

WESTRAND - DORPEN TUSSEN DE STAD Compact wonen met stedelijke accenten en stedelijke voorzieningen, combinatie oude dorpskernen en nieuwbouw (ingepakte dorpen); Gestel, Strijp, Veldhoven Dorp, Meerveldhoven, Zeelst en Oerle, geeft verscheiden­heid binnen de bebouwde kern, twee gezichten; hoogbouw en laagbouw, hoog dynamisch en stedelijk qua functiemening en dichtheid, gemengde werkmilieus/campussen met bovenregionale functie, aandeel werk/bedrijvigheid is 40%, hart van de Brainport, landschappelijke kwaliteiten binnen handbereik, ligging tegen het Kempenlandschap aan met ruime stedelijke groenzones in de woongebieden.

BIJZONDERE ­L OCATIES ▪ Evoluon ▪ Strijp R+T ▪ Landgoed de Wielewaal ▪ ASML-campus + MMC ▪ Eindhoven Airport ▪ Drents Dorp ▪ Flight Forum + BIC ▪ Citycenter Veldhoven ▪ Park Meerland ▪ Kempenlandschap UNIEK WONEN ▪ Meerrijk Hoogbouw op klein oppervlakte uitkijkend over groot stadspark. ▪ Zilverackers Onthaast samen wonen met het groen tot aan de voordeur. ▪ Strijp R Relieken van industrieel erfgoed op een gemengd wonen- en bedrijventerrein. ▪ Bosrijk Wonen vormgegeven als ‘beelden in een beeldentuin’; woningen worden ingepast in het bestaande landschap. Experimenteerruimte voor eerste 3D beton geprinte woning. 35

RUSTIEKE GROENE ZUIDRAND Nostalgisch en aantrekkelijk wonen in en nabij het groen, lagere dichtheden, laagbouw milieus met onder meer hoger segment wonen, landgoederen, tegen landschapspark de Groote Heide, regionale sport en recreatieve voorzieningen, Topsport Centrum, Genneper Parken, Dommeldal en Tongelreep, High Tech Campus, veel internationale kenniswerkers en forenzen, voorzieningen op (elektrische) fietsafstand. Stabiele woonomgeving met lage dynamiek.

BIJZONDERE ­L OCATIES ▪ Genneper Park ▪ High Tech Campus ▪ Dorpsbrinken ‘t Loon, Heikant, Timmereind ▪ Tongelreep ▪ Leenderheide ▪ De Meerberg ▪ Dorpskern Waalre ▪ Philips Sports Forest UNIEK WONEN ▪ Heistraat (Waalre) Weids wonen in hoogwaardig, open landschap. ▪ Animali Park Geborgen in bosrijke omgeving op voormalig ­dierenpark. ▪ Philipsdorp (Waalre) Klassiek en historisch tuindorp met vooroorlogse ­sociale woningbouw. ▪ ‘t Loon Beschermde Brabantse dorpsbrink.

36

MIDDENGEBIED TUSSEN DOMMEL EN GOORLOOP Groenstedelijk en landelijk wonen in buitengebied, met dorpse kwaliteiten, kleinschalig met grotere kavels en kleine centra, geen grootschalige woningbouw maar laagbouwmilieus met lage dichtheid, organisch gegroeid, elke kern een eigen identiteit en sociaal leven, kleinschalige lokale voorzieningenstructuur, overwegend woonfunctie, weinig bedrijventerreinen, Automotive campus met regionale aantrekkingskracht. Landschappelijke kwaliteiten, (historisch) landschap en aan groen en natuur gerelateerde recreatie, rust en ruimte, op fietsafstand van het centrum van Eindhoven en Helmond, wegennet lokaal georiënteerd, bereikbaarheid meer gericht op auto dan op OV. BIJZONDERE ­L OCATIES ▪ Kasteel Geldrop ▪ Sint-Brigidakerk ▪ Molen van Mierlo ▪’t Hofke ▪ Geeneindsche Heide ▪ De Plaetse ▪ Opwettense watermolen ▪ Dierenrijk ▪ Het Park (Nuenen) ▪ De Roosdonckmolen ▪ Lieropse Heide ▪ Heuvel (Geldrop) ▪ (Kleine)Dommel, Goorloop, Eindhovensch kanaal ▪ Geldropse Watermolen / weverijmuseum ▪ Gijzenrooise en Urkhovense zegge, Van Gogh fietspad ▪ Luchense Heide en Molenheide ▪ Bos tussen Nuenen en Stiphout ▪ Sang & Goorkes (natte natuurparel) ▪ Dak van Brabant/ landgoed Gulbergen UNIEK WONEN ▪ Brainport Smart District Duurzame slimme woon- en werkwijk in ontwikkeling, co-creatie met bewoners , start-up’s en bedrijven.

▪ Twekaterrein Lofts op voormalige industrielocatie (gereed). ▪ Nuenen West Nieuwe woonwijk aan de rand van het Dommeldal ▪ Brandevoort: De Veste, Brand en Stepekolk Uitbreidingswijken met elk hun eigen thema. ▪ Luchen Dorpse sfeer en kwaliteiten, dicht bij groen. 37

6. BIJLAGEN 38

BIJLAGE 1 MONITORINGSOVERZICHT GEREALISEERD

2019+2020

WONINGBEHOEFTE Provinciale prognose (2020)

2021-2030

WOONDEAL

2021-2040

Best Eindhoven Geldrop-Mierlo Helmond Nuenen Oirschot Son en Breugel Veldhoven Waalre

402 4.130 304 1.031 266 170 207 334 187

1.495 17.525 1.265 5.025 665 645 555 1.560 550

2.280 32.770 1.920 8.665 855 725 675 2.295 880

Totaal

7.031

29.275

51.065*

2019-2040

62.000

WOONDEAL / MIRT +20%

74.400

PLANMATRIX Plannen in matrix

2021-2030

2021-2040

AMBITIE Bovenop matrix

TOT 2040

3.466 17.530 2.592 8.858 1.816 1.165 561 5.150 1.163

4.031 17.730 2.592 10.757 2.593 1.165 857 5.150 1.196

100 20.570 125 5.000 310 445 0 900 650

42.301

46.071

28.100

TOTALE planvoorraad

MATRIX EN AMBITIE

4.131 38.300 2.717 15.757 2.903 1.610 857 6.050 1.846

74.171

* komt overeen met aantallen uit Woningbehoefteonderzoek Stec (2021)

Conclusie Er is de komende jaren voldoende plancapaciteit (en ambitie). Er hoeft dus niet actief gezocht te worden naar grote aanvullende plannen tot 2040. De opgave zit wel in het waarmaken van de binnenstedelijke ambities (m.n. Eindhoven en Helmond). Binnenstedelijk bouwen is lastiger en kent een langer bouwproces. Een aandachtspunt is de planning en fasering van de woningbouwplannen tot 2030 versus erna, aangezien de meeste plancapaciteit in de planning zit tot 2030. Spreiding over de gehele periode is van belang.

39

GEREALISEERD 2019

TOTAAL OPGELEVERD 2020 VANAF 2019

Best Eindhoven Geldrop-Mierlo Helmond Nuenen Oirschot Son en Breugel Veldhoven Waalre

202 2.562 123 557 100 77 97 175 83

200 1.568 181 474 166 93 110 159 104

402 4.130 304 1.031 266 170 207 334 187

Best Eindhoven Geldrop-Mierlo Helmond Nuenen Oirschot Son en Breugel Veldhoven Waalre

4.031 17.730 2.592 10.757 2.593 1.165 857 5.150 1.196

2021

HARD

HARD %

ZACHT

ZACHT %

Totaal

3.976

3.055

7.031

Totaal

46.071

19.028

41%

27.043

59%

De Woondeal ambitie is 62.000 woningen tot 2040. Met 7.031 gerealiseerde woningen (11%) na twee jaar zitten we als SGE gemiddeld redelijk op schema.

40

PLANVOORRAAD / CAPACITEIT 1.279 6.954 986 7.613 219 153 141 1.464 219

32% 39% 38% 71% 8% 13% 16% 28% 18%

2.752 10.776 1.606 3.144 2.374 1.012 716 3.686 977

68% 61% 62% 29% 92% 87% 84% 72% 82%

PLANVOORRAAD / CAPACITEIT % UITBREIDING

%

2021

INBREIDING

Best Eindhoven Geldrop-Mierlo Helmond Nuenen Oirschot Son en Breugel Veldhoven Waalre

4.031 17.730 2.592 10.757 2.593 1.165 857 5.150 1.196

2.518 15.881 1.877 7.323 2.472 559 776 3.765 551

62% 90% 72% 68% 95% 48% 91% 73% 46%

1.513 1.849 715 3.434 121 606 81 1.385 645

38% 10% 28% 32% 5% 52% 9% 27% 54%

Totaal

46.071

35.702

77%

10.369

23%

FACTSHEET MONITORINGSOVERZICHT SGE

woningbouwcapaciteit naar eigendom 2020 (bron: matrix - prov. NB)

41

FACTSHEET MONITORINGSOVERZICHT SGE

2025 TOTALE woningbouwcapaciteit in SGE (bron: matrix - prov. NB)

woningbouwcapaciteit naar zorg en welzijn

woningbouwcapaciteit naar eigendom 2021-2025 (bron: matrix - prov. NB)

woningbouwcapaciteit naar type 2021-2025 (bron: matrix - prov. NB)

2021-2030 (bron: matrix - prov. NB)

563

42

175

554

FACTSHEET MONITORINGSOVERZICHT SGE

TOTALE woningbouwcapaciteit in SGE (bron: matrix - prov. NB)

woningbouwcapaciteit naar zorg en welzijn

woningbouwcapaciteit naar eigendom 2021-2030 (bron: matrix - prov. NB)

2021-2030 (bron: matrix - prov. NB)

837

328

808

43

FACTSHEET MONITORINGSOVERZICHT SGE

woningbouwcapaciteit in SGE 2021-2025

woningbouwcapaciteit HUUR per gemeente (bron: matrix - prov. NB)

(bron: matrix - prov. NB)

175

563

128

44

285

150

175

FACTSHEET MONITORINGSOVERZICHT SGE

woningbouwcapaciteit in SGE 2021-2025

woningbouwcapaciteit HUUR per gemeente (bron: matrix - prov. NB)

(bron: matrix - prov. NB)

563

482

175

72

45

FACTSHEET MONITORINGSOVERZICHT SGE

46

47

BIJLAGE 2 NEGEN MAJEURE LOCATIES In afstemming met het Actieplan versnelling woningbouw SGE wordt de in 2018 vastgelegde fasering losgelaten. Ook is voor een aantal locaties het aantal woningen verhoogd. De nieuwe stand van zaken per ­majeure ­locatie (momentopname juli 2021) is hiernaast te ­vinden.

Stand van zaken 2021 Aarlesche Erven

Stand van zaken 2021 Blixembosch/plateau

Het bestemmingsplan voor Aarlesche Erven is onherroepelijk vastgesteld.

Het bestemmingsplan voor Blixembosch/plateau is onherroepelijk vastgesteld.

PLANNING

PLANNING

2021 2022 2023-2040

88 woningen 183 woningen ... woningen

conceptfase conceptfase conceptfase

Het plan gaat uit van 880 woningen, waarvan 310 woningen op basis van de uitwerkingsbevoegdheid. De eerste fases zijn bouwrijp gemaakt. Eind 2021 worden de eerste woningen in aanbouw genomen. In het kader van de Versnellingsopgave wordt de planning versneld, onder meer door fase 2 en 3 te combineren en in 2022 te realiseren (183 woningen). In de ambitie voor het Verstedelijkingsakkoord zijn nog 100 woningen extra opgevoerd. Deze zijn bedoeld voor de goede landschappelijk-stedebouwkundige afronding van het bebouwd gebied.

48

2021 2022

71 woningen 110 woningen

vergunning verleend conceptfase

Blixembosch/plateau wordt verder gerealiseerd binnen de gemaakte afspraken. Totale plancapaciteit was 406 Gereed: 225 Nog te ontwikkelen: 181

Stand van zaken 2021 Brandevoort/BSD

Onderdeel Brandevoort Zuid

Het plan is aangepast en in 2021 is het nieuwe stedenbouwkundig Masterplan Brainport Smart District vastgesteld. De kaders voor het plan zijn vastgelegd in het stedebouwkundig raamwerk, Q-book en beeldkwaliteitsplan. Het bestemmingsplan is in ontwikkeling. Ook is in 2021 het aantal woningen opgehoogd naar 2.100. Eind 2021 zullen er 500 tijdelijke woningen worden gebouwd. Er is nog geen specifieke fasering.

Het bestemmingsplan voor Brandevoort II is voor alle plandelen onherroepelijk vastgesteld.

Momenteel zitten er ca. 25 projecten in portefeuille met ca. 900 woningen.

PLANNING 2021

235 woningen

2022

262 woningen

2023 2024-2025

170 woningen 128 woningen

in aanbouw en/of voorbereiding in voorbereiding / ontwikkeling in voorbereiding in voorbereiding

Wat is er gewijzigd sinds 2017? Brandevoort had in 2017 nog circa 600 woningen in de planning, 175 in de Veste en 425 in de Buitens. Het plan heeft vertraging in de realisatieplanning met ongeveer 4 jaar. De laatste woningen worden naar verwachting in 2025 opgeleverd.

Stedenbouwkundig Masterplan Brainport Smart District

Totale plancapaciteit was 2500 (1.500 vanaf 2017) Gereed: 777 1) 2072 woningen, 25% sociale huur en 10% vrije Nog te(CPO). ontwikkelen: circa 800 kavels 2) Ruimte voor toepassing sociale koop (koopprijs tot <

In€ 250.000,-) het Afsprakenkader Wonen 2017 wordt gesproken als aanvulling op sociale huur. over mogelijk verdunnen. Er heeft juist verdichting 3) 4 ha bedrijventerrein 40.000 m2vraag woon/werken plaatsgevonden i.v.m.+de grote naar beleggershuur crisistijd en betaalbare koop in de huidige 4) Flexibel in parkeersysteem, ruimte voor compensatie markt. Natuur en veel groen rondom bebouwingsring. Lieverdonk en Hazenwinkel, de laatste twee deelplan5) Centraal Park voor ontmoeting en recreatie. nen, zijn al in voorbereiding en uitvoering. 6) Goede basis voor innovatieve systemen op vlak van Water, Mobiliteit en Infrastructuur

7) Een gedifferentieerd woningbouwprogramma als ruggengraat voor bouwen aan inclusieve wijk + ruimte voor bedrijven en maatschappelijke voorzieningen. 8) Inclusiviteit → partnerschip met collectief helmondse woningcorporaties. Zij steunen dit programma en plan.

49

Stand van zaken 2021 Ekenrooi Zuid

Stand van zaken 2021 Nuenen-West

Plan voor ca. 200 woningen. Planontwikkeling start pas na afronding Waalre Noord. Er is geen fasering aangebracht in het plan.

Het bestemmingsplan voor Nuenen-West is on­ herroepelijk vastgesteld, waarbij er sprake is van een herijking met een op 29 april 2021 door de gemeenteraad vastgesteld bestemmingsplan met exploitatieplan Ten Brinke CoHof B.V. Ten Brinke CoHof B.V., Burgemeester van der Zandestraat 21, 7051 CS Varsseveld op basis van de Crisis- en herstelwet. OnherroepeBurgemeester van der Zandestraat 21 7051 CS Varsseveld Stand van zaken 2021 Meerrijk lijk worden van het bestemmingsplan is afhankelijk infotbvo@tenbrinke.com www.tenbrinke.com NOTITIE van de behandeling bij de RvS. Het bestemmingsK.v.K. Arnhem 66507332 Tel. +31 88 3741300 Het bestemmingsplan voor Meerrijk is onherroepelijk plan voorziet voor fase 1 en 2 in een directe woon­ Aan: Michel van Hout, gemeente Eindhoven vastgesteld. bestemming (directe bouwtitel). Voor fase 3 geldt een Aan: Ingeborg van Rooij, gemeente Eindhoven ­uitwerkingsplicht. Datum: 04-12-2018 PLANNING

Uw referentie

2021

Update woonprogramma Meerrijk 2022

2023 In uitvoering B7 (Meerzicht), 202388 appartementen

33 woningen 1 woningen 138 woningen 17 woningen 40 woningen Referentie

in aanbouw genomen Projectnr vergunning verleend in aanbouw genomen vergunning verleend conceptfase

PLANNING

Datum

2021 2022 2023 2024

2024 In ontwikkeling C3, 33 appartementen. Planning: vergunningaanvraag maart 2019, start bouw: augustus 2019.

43 woningen 150 woningen 150 woningen 150 woningen

in aanbouw genomen conceptfase conceptfase conceptfase

De afronding van fase C is inmiddels gestart, de ontwikkeling van de resterende blokken van fase Meerrijk wordt verder gerealiseerd binnen de gemaakTotale plancapaciteit was 1575 (1615 sinds 2021) C worden opgepakt als één integrale ontwikkeling. Onderdeel hiervan is het voltooien van de te afspraken. Gereed: 331 (231 sinds 2017) privéparkeergarage inclusief de afronding van de zuid-entree. De afronding van fase C bestaat uit de volgende gebouwen:

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11055326/1