CConstaterende datNuenen
Koppel je AI →
Document · PDF

2022-16 RV Bijlage 1a - Toelichting bestemmingsplan

Gemeenteraad 17 februari 2022, gemeente NuenenBij agendapunt: Woningbouw inbreiding Hoekstraat-Eikelkampen24.873 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Bestemmingsplan ‘Nederwetten, herziening Hoekstraat – Eikelkampen’ | toelichting

28

bebouwingslocatie. In de Structuurvisie Nederwetten wordt ingezet op behoud en versterking van de aardkundige, archeologische en cultuurhistorische waarden van de bolle akker en op behoud van de openheid en het reliëf. De Structuurvisie geeft ook een terugblik op eerdere woningbouwafspraken en toetst de feitelijke situatie. In de Woonvisie van 2005 werd voor Nederwetten uitgegaan van groei van 760 naar 1.200 inwoners. Dit komt overeen met een groeiambitie van 190 woningen. Van dit aantal waren er in 2014 slechts 77 gerealiseerd (ca. 1/3e). Bij de actualisatie van de regionale woonvisie (2013) was voor Nederwetten een aantal van 135 woningen opgenomen. In de Structuurvisie wordt het aantal van 135 nieuwe woningen als maximum beschouwd voor de afronding van Nederwetten. Het plangebied Hoekstraat – Eikelkampen is opgenomen in de matrix potentiële woningbouwlocaties. Voor dit gebied wordt uitgegaan van minimaal 25 en maximaal 35 woningen. Ontwikkeling van het gebied werd in de visie van december 2014 verwacht binnen 1 – 3 jaar. Voor de realisatie is een planologische procedure noodzakelijk. De ontwikkeling van het woongebied Hoekstraat – Eikelkampen voor 30 grondgebonden woningen levert een belangrijke bijdrage aan het bereiken van de ambities uit de Structuurvisie.

Zoals duidelijk wordt uit hoofdstuk 4 van deze toelichting is rekening gehouden met de verschillende milieuaspecten en bestaan er voor de beoogde ontwikkeling geen milieukundige belemmeringen meer. 3.4.3.

Programma Wonen 2020 – 2030

Het Programma Wonen 2020 – 2030 is op 9 juli 2020 vastgesteld door de gemeenteraad. Het programma vertolkt de visie van de gemeente over de toekomstige woonopgaven. Nuenen is gelegen in een economische topregio, waar de woningvraag afgelopen jaren sterk is toegenomen. De gemeente werkt met 8 andere gemeenten in de regio samen om te komen tot een goede verdeling van de regionale woningvraag. Voor de gemeente Nuenen is en blijft de insteek een dorps woonmilieu met veel groen, aantrekkelijke woningen en een sterke sociale samenhang. De gemeente profileert zich als een plek bij uitstek voor gezinnen, maar ook de gewijzigde woonvraag in verband met het toenemend aantal ouderen krijgt aandacht. Het verduurzamen van de woningvoorraad, levensloopbestendig maken en mogelijk maken van doorstroming zijn onderwerpen die de gemeente niet primair zelf kan uitvoeren, maar waar zij wel een nadrukkelijke faciliterende rol kan en wil spelen. In voorbereiding op het Programma Wonen is een woningmarktonderzoek uitgevoerd. Hieruit is gebleken dat de meeste vraag op de woningmarkt uit gaat naar eengezinswoningen in de koopsector. Voor de toekomst wordt een toename van het aantal eenpersoonshuishoudens en aantal oudere huishoudens verwacht. Deels is hier sprake van overlap.

Door de gemeente wordt ingezet op differentiatie van het woningaanbod om de doelgroepen te bedienen en doorstroming op gang te brengen, zowel in bestaande bouw als in nieuwbouw. De belangrijkste 6 uitgangspunten zijn:

Bestemmingsplan ‘Nederwetten, herziening Hoekstraat – Eikelkampen’ | toelichting

29

• • •

•

•

•

Kleiner, betaalbaarder, levensloopgeschikter Accent op het toevoegen van woningen die nog onvoldoende aanwezig zijn Nieuwbouw zorgt voor doorstroming Doorstroming zorgt voor verjonging en een meer evenwichtige bevolkingsopbouw Kwaliteit boven aantallen, wel versnellen Kwaliteit van nieuwbouw staat voorop en aantallen zijn niet langer leidend. Er is veel plancapaciteit, waarvoor het doel is dit zo snel mogelijk te realiseren Nieuwbouw is levensloopgeschikt en energieneutraal Nieuwe woningen voldoen aan de landelijke eisen op het gebied van duurzaamheid en hebben alle basisfuncties zonder traplopen bereikbaar of zijn eenvoudig zodanig aan te passen. De kwaliteitseis ‘levensloopgeschikt’ geldt met name in de buurt van (centrum-)voorzieningen Accenten per dorp Voor alle drie de kernen geldt als hoofdlijn dat er meer behoefte is aan woningen voor starters en ouderen. De gemeente blijft in gesprek met de dorpsraden om te zien hoe voorzien kan worden in de woningbehoefte in de kleine kernen. Nieuwbouw kan een bijdrage leveren aan het vitaal houden van de kleine kernen (bv. beschikbaarheid basisonderwijs en verenigingsleven) Uitvoering van de visie Waar mogelijk wordt bij nieuwbouw in het goedkoop koopsegment een antispeculatiebeding en zelfbewoningsplicht opgenomen. Kleinere starterswoningen dienen beschikbaar te blijven voor het starterssegment.

Daarnaast zijn nieuwe woningen energieneutraal en is er ruimte voor mantelzorg.

In het Programma is een hoofdstuk gewijd aan de bestaande woningvoorraad en een hoofdstuk aan de doelgroepen van het gemeentelijk woonbeleid. Voorliggend plan heeft tot doel om nieuwe woningen te realiseren. Op het beleid voor de bestaande woningvoorraad wordt hier verder dan ook niet ingegaan. Opgaven voor nieuwbouw zijn gelegen in het realiseren van meer woningen voor jongeren die minder te besteden hebben en het creëren van meer woningen voor ouderen. Voor nieuwbouw is in het Programma Wonen vastgelegd dat 30% van de te realiseren woningen tot het sociale segment dient te horen. Ruimte om woningen toe te voegen is met name gelegen in het benutten van bestaand vastgoed (te denken valt aan splitsing en functiewijziging) en inbreiding binnen de kern. Uitbreiding is alleen aan de orde als het niet anders kan. Door te kiezen voor inbreiding wordt gezorgd dat dorpen niet aan elkaar groeien en dat het groene buitengebied als kwaliteit behouden blijft. Voor inbreiding wordt gekeken naar de juiste woning op de juiste plek, waarbij de afweging op gebieds- en projectniveau plaatsvindt. Initiatieven dienen te passen binnen het ‘dorps wonen’, passend bij het karakter van de verschillende dorpen in Nuenen. In het Programma zijn een aantal randvoorwaarden voor ouderenhuisvesting benoemd. Hierbij is de locatiekeuze van groot belang.

Nieuwbouw voor ouderen moet een aantal voorzieningen en faciliteiten in de (directe) omgeving hebben. In het beleidsdocument is een (indicatief) woningbouwprogramma per kern opgenomen (peildatum voorjaar 2020). Voor de kern Nederwetten ziet de tabel er als volgt uit:

Bestemmingsplan ‘Nederwetten, herziening Hoekstraat – Eikelkampen’ | toelichting

30

Afbeelding 23. Indicatie woningbouwprogramma – kern Nederwetten (bron: gemeente Nuenen c.a.)

Binnen het woningbouwprogramma voor de kern Nederwetten zijn 29 woningen opgenomen ten behoeve van ‘Hoekstraat – Eikelkampen fase 1 en 2’. De status van deze plannen was op het moment van het vaststellen van het Programma Wonen nog ‘zacht’. Met het in procedure brengen van voorliggend bestemmingsplan wordt daarin verandering aangebracht. Het initiatief in de inbreidingslocatie Hoekstraat - Eikelkampen ziet op de realisatie van 30 grondgebonden eengezinswoning van verschillende typen. De ontwikkeling van het woongebied vindt plaats overeenkomstig landelijke wetgeving en zoveel mogelijk in lijn met gemeentelijke uitgangspunten. Met het plan wordt voorzien in een divers programma, uitgaande van woningtypen waaraan behoefte is en die passen op deze plek. Met de grondgebonden woningen van diverse omvang, wordt een positieve bijdrage geleverd aan de woningvoorraad in Nederwetten. Het biedt kansen direct in het plangebied en door doorstroming. Door de realisatie van 30 woningen in plaats van 29 kan een optimale ontwikkeling van het plangebied plaatsvinden voor verschillende doelgroepen met oog voor de omgeving. Er is sprake van een ruimtelijk en stedenbouwkundig aanvaardbare invulling van het plangebied. Gezorgd is voor een kwalitatief hoogwaardige invulling van het gebied, zoals getoetst door het gemeentelijk Team Ruimtelijke Kwaliteit (TRK) en regionale Coördinatieteam Wonen.

De woningen voldoen aan de landelijke BENG-normen voor Bijna Energie Neutrale Gebouwen. Er wordt in de contracten met toekomstige kopers een zelfbewoningsplicht opgenomen, waardoor met de woningen niet gespeculeerd kan worden. Na afronding van de planprocedure wordt de daadwerkelijke ontwikkeling op korte termijn opgestart, waardoor de woonruimte binnen de kern aangevuld wordt.

3.4.4.

Welstand Nuenen CA

Het welstandsbeleid van de gemeente Nuenen is vastgelegd in de nota ‘Welstand Nuenen CA’ van september 2010. In de nota wordt het doel van de welstandstoets en het welstandsbeleid als volgt omschreven: “Doel van de welstandstoets is het behartigen van het publieke belang door de lokale overheid, waarbij de individuele vrijheid van de burger of ondernemer wordt afgewogen tegen het aanzien van hun omgeving als algemene waarde. Met de verschijningsvorm van een bouwwerk wordt iedere voorbijganger geconfronteerd. Het beleid is opgesteld vanuit de gedachte, dat welstand een bijdrage levert aan de totstandkoming en het beheer van een aantrekkelijke bebouwde omgeving. Doel van het welstandsbeleid is het welstandstoezicht helder onder woorden te brengen en op een effectieve en controleerbare wijze in te richten. Daarbij is het van belang aanvragers door middel van de welstandsnota van tevoren op de hoogte te stellen van de aspecten die een rol spelen bij de welstandsbeoordeling. Het welstandsbeleid geeft de gemeente de mogelijkheid om

Bestemmingsplan ‘Nederwetten, herziening Hoekstraat – Eikelkampen’ | toelichting

31

cultuurhistorische, stedenbouwkundige en architectonische waarden een rol te geven bij de ontwikkeling en beoordeling van bouwplannen.” Bouwplannen moeten voldoen aan redelijke eisen van welstand, waarvoor een aantal beoordelingskaders zijn vastgelegd. Deze zijn onder meer afhankelijk van de invloed van een plan op het straatbeeld en de verdere omgeving. De kern Nederwetten, met daarbinnen het plangebied, valt binnen het welstandsniveau ‘Gewoon’. Hier heeft de gemeente gekozen voor het handhaven van een goede basiskwaliteit met daarbij voldoende vrijheid voor de burger of ondernemer om invulling te geven aan eigen initiatieven. Bouwplannen in deze gebieden mogen in principe geen afbreuk doen aan de basiskwaliteit van de omgeving. Voor Hoekstraat – Eikelkampen geldt de gebiedsindeling ‘Nederwetten wonen’. De volledige gebiedsbeschrijving en welstandscriteria voor dit gebied zijn opgenomen als bijlage 1 bij deze toelichting. De elementen die voor het plangebied en de woningbouwontwikkeling het meest van belang zijn, zijn als volgt: •

•

•

• • • • • •

Traditionele baksteenarchitectuur met bescheiden raamopeningen bepaalt de sfeer. De baksteen is veelal rood of lichtbruin, de dakpannen zijn donker gesmoord. Hoewel de architectuur meestal vrij sober is, is er vaak aandacht besteed aan enkele details die het gebouw een gezicht geven. Het woongebied van Nederwetten bestaat voornamelijk uit individuele en seriematige woningen in een deels eenvoudige maar deels ook rijke architectuur. De waarde is gelegen in het landelijk wonen en het groene straatbeeld. De welstandscommissie zal bij de advisering onder meer aandacht schenken aan het behoud van het straatbeeld met verzorgde panden in baksteenarchitectuur, zonder wijzigingen onmogelijk te maken. Het dorpse karakter van het gebied behouden met voortuinen en ruimte tussen de gebouwen. De bouwmassa is evenwichtig en in beginsel eenvoudig. Gebouwen hebben een onderbouw tot twee lagen met een zadeldak of mansardekap met de nok parallel aan de straat. De architectonische uitwerking en detaillering zijn eenvoudig en evenwichtig. Bij geschakelde woningen de herhaling in de gevel behouden. Gevels in hoofdzaak uitvoeren in baksteen.

In de welstandsnota is een hoofdstuk opgenomen over criteria voor projecten. Hierin wordt gesteld dat bij ingrepen die de bestaande structuur van het gebied doorbreken en waarvoor geen passende criteria voorhanden zijn, wordt gewerkt met een beeldkwaliteitsplan dat het gewenste bebouwingsbeeld beschrijft en waarin de toetsingscriteria voor welstand worden opgenomen. De ontwikkeling binnen het plangebied voegt zich in de structuur van het gebied. De criteria uit de welstandsnota zijn dan ook van toepassing. De uitwerking van de ontwerpen wordt in het kader van de vergunningaanvraag getoetst door de dorpsbouwmeester.

Bestemmingsplan ‘Nederwetten, herziening Hoekstraat – Eikelkampen’ | toelichting

32

4.

Toetsing milieugevolgen

4.1.

Inleiding

Bij de toekenning van een nieuwe functie aan een bepaald gebied dient rekening gehouden te worden met mogelijke (milieu-)effecten op de omgeving en vanuit de omgeving. Het onderzoek naar de milieuaspecten zoals bedrijven en milieuzonering, geluid, luchtkwaliteit, bodem, geur en externe veiligheid wordt in de volgende paragrafen beschreven. Ook is een paragraaf 'vormvrije m.e.r.-beoordeling' opgenomen. Eveneens is gekeken naar planologische aspecten, zoals kabels en leidingen, water, archeologie en cultuurhistorie, natuur, verkeer en parkeren en duurzaamheid. Ook de hieruit voortkomende bevindingen worden in dit hoofdstuk toegelicht.

4.2.

Vormvrije m.e.r.-beoordeling

In de voorbereiding van de planprocedure is een aanmeldingsnotitie ten behoeve van een vormvrije m.e.r.-beoordeling ingediend bij de gemeente Nuenen (Aanmeldingsnotitie Woningbouwontwikkeling Hoekstraat – Eikelkampen, Nederwetten. Bu-RO Ester, 17 december 2020. Bijlage 11). Het college van Burgemeester en wethouders heeft naar aanleiding hiervan besloten dat er geen sprake is van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Er is dan ook geen aanleiding voor het doorlopen van een m.e.r.-procedure.

4.3.

Bedrijven en milieuzonering

Goede ruimtelijke ordening voorziet in het voorkómen van hinder en gevaar. Door bij nieuwe ontwikkelingen voldoende afstand in acht te nemen tussen milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) en gevoelige functies (zoals woningen) kan goede ruimtelijke ordening gerealiseerd worden. Het is aan de ene kant zaak om te voorkomen dat er hinder en gevaar voor gevoelige bestemmingen ontstaat en aan de andere kant dient aan bedrijven voldoende zekerheid te worden geboden dat zij niet in hun activiteiten worden beperkt door nieuwe gevoelige functies. Om te bepalen of tussen de milieubelastende activiteiten en de gevoelige functies voldoende afstand in acht wordt genomen, wordt veelal gebruik gemaakt van de VNG-publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ uit 2009. In deze publicatie zijn richtafstanden opgenomen voor de vier ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De richtafstand geldt tussen enerzijds de grens van de bestemming die bedrijven (of andere milieubelastende functies) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een woning (of andere milieugevoelige functie) die volgens het bestemmingsplan of via vergunningvrij bouwen mogelijk is. De gegeven afstanden zijn in het algemeen richtafstanden en geen harde afstandseisen. (Geringe) Afwijkingen in de lokale situatie zijn mogelijk, mits voldoende gemotiveerd.

Bestemmingsplan ‘Nederwetten, herziening Hoekstraat – Eikelkampen’ | toelichting

33

Bij het bepalen van de richtafstanden zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: • • • •

•

Het betreft ‘gemiddeld’ moderne bedrijfsactiviteiten met gebruikelijke productieprocessen en voorzieningen; De richtafstanden hebben betrekking op de omgevingstypen ‘rustige woonwijk’. Wanneer sprake is van ‘gemengd gebied’ kan de richtafstand met één trede worden verlaagd; De richtafstanden bieden in beginsel ruimte voor normale groei van de bedrijfsactiviteiten; Bij activiteiten met ruimtelijk duidelijk te onderscheiden deelactiviteiten (zoals productie, opslag, kantoren, parkeerterreinen) kunnen deze deelactiviteiten desgewenst als afzonderlijk te zoneren activiteiten worden beschouwd, bijvoorbeeld bij ligging van de activiteit binnen zones met een verschillende milieucategorie; De richtafstand geldt tussen enerzijds de grens van de bestemming die bedrijven (of andere milieubelastende functies) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een woning die volgens het bestemmingsplan of via vergunningvrij bouwen mogelijk is. De gegeven afstanden zijn in het algemeen richtafstanden en geen harde afstandseisen. Dit betekent dat gemotiveerd afwijkingen in de lokale situatie mogelijk zijn.

De richtafstanden zijn weergegeven in afstandsklassen. De richtafstanden voor de te onderscheiden bedrijfstypen zijn afgeleid van: • • •

in Nederland aanvaarde normen voor de emissies door milieubelastende activiteiten; in Nederland voorgeschreven of aanvaarde grens- en richtwaarden voor de immissies bij woningen en andere milieugevoelige bestemmingen; ervaringen en waarnemingen met betrekking tot de omvang en schadelijkheid van emissies door activiteiten.

De grootste afstand voor geur, stof, geluid en gevaar is bepalend voor de indeling in de milieucategorie. De volgende tabel geeft inzicht in het verband tussen de afstand en de milieucategorie. Milieucategorie Richtafstand 1

10 m

2

30 m

3.1

50 m

3.2

100 m

4.1

200 m

4.2

300 m

5.1

500 m

5.2

700 m

5.3

1.000 m

6

1.500 m

Bestemmingsplan ‘Nederwetten, herziening Hoekstraat – Eikelkampen’ | toelichting

34

De beoogde woningbouwontwikkeling met bijbehorende voorzieningen vormt volgens de VNG brochure ‘Bedrijven en milieuzonering’, uitgegeven door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) 2009, geen milieubelastende functie. Wel vormen de woningen gevoelige functies. Getoetst dient dan ook te worden of de nieuwe functie (milieutechnisch) aanvaardbaar is op de beoogde plek. Daarnaast mogen omliggende inrichtingen niet onevenredig belemmerd worden in hun functioneren door de ontwikkeling. Aanvaardbaarheid nieuwe functie De omgeving van het plangebied kan worden gekarakteriseerd als woonkern. Op grotere afstand van het plangebied liggen enkele agrarische en niet-agrarische bedrijven. In navolgende afbeeldingen (uitsnede bestemmingsplan kern en uitsnede bestemmingsplan buitengebied) zijn de omliggende bedrijven aangeduid, waarna in een tabel de nadere toetsing is opgenomen.

2

1 3 4

Afbeelding 24. Uitsnede bestemmingsplan ‘Nederwetten’ met toegestane bedrijvigheid

Bestemmingsplan ‘Nederwetten, herziening Hoekstraat – Eikelkampen’ | toelichting

35

5

6 8 7

10

9

Afbeelding 25. Uitsnede bestemmingsplan ‘Buitengebied Nuenen’ met toegestane bedrijvigheid

Toegestane bedrijvigheid o.g.v. bestemmingsplan

Milieucategorie Minimale VNG-lijst aanbevolen afstand VNG-lijst in rustige woonwijk (meter)

Daadwerkelijke afstand (meter)

Voldoet ja/ nee

1.

Gemengd – detailhandel, dienstverlening, kleine ambachtelijke bedrijven categorie 1 en 2

2

30

140 ja

2.

Bedrijfsdoeleinden – bedrijven categorie 1 en 2

2

30

85 ja

3.

Horeca – categorie 2 (restaurants, hotels, pensions)

1

10

87 ja

Bestemmingsplan ‘Nederwetten, herziening Hoekstraat – Eikelkampen’ | toelichting

36

Toegestane bedrijvigheid o.g.v. bestemmingsplan

Milieucategorie Minimale VNG-lijst aanbevolen afstand VNG-lijst in rustige woonwijk (meter)

Daadwerkelijke afstand (meter)

Voldoet ja/ nee

4.

Gemengd – detailhandel, dienstverlening, kleine ambachtelijke bedrijven categorie 1 en 2

2

30

114 ja

5.

Maatschappelijk gildeterrein

5.1

500

110 nee

6.

Bedrijf tuincentrum

2

30

70 ja

7.

Agrarisch – veehouderij (rundvee en varkens)

3.2/ 4.1

100/ 200

8.

Agrarisch – veehouderij (nertsen)

4.1

200

9.

Agrarisch – paardenhouderij

10. Agrarisch paardenhouderij

145 nee

247 ja

24 september 2020 herbestemd als Wonen Nvt. [NL.IMRO.0820.BPBGZandstraat29-D001] 3.1

50

186 ja

Zoals blijkt uit bovenstaande tabel wordt voor de maximale planologische mogelijkheden van vrijwel alle inrichtingen in de omgeving voldaan aan de richtafstand. Gebruik makend van de informatie van het bevoegd gezag (gemeente en ODZOB) en openbaar beschikbare gegevens is tevens een toets uitgevoerd voor de feitelijk aanwezige activiteiten. De resultaten daarvan zijn opgenomen in onderstaande tabel:

Bestemmingsplan ‘Nederwetten, herziening Hoekstraat – Eikelkampen’ | toelichting

37

Feitelijke activiteiten

Milieucat -egorie VNG-lijst

Minimale aanbevolen afstand VNG-lijst in rustige woonwijk (meter)

Daadwerke -lijke afstand (meter)

Voldoet ja/ nee

1.

Autogarage. Type B inrichting

2

30

140 ja

2.

Autogarage, gericht op in- en verkoop. Type B inrichting

2

30

85 ja

3.

Fysiotherapie

1

10

87 ja

4.

Administratie en opslag, kantoorwerkzaamheden. Type A inrichting

1/ 2

10/ 30

114 ja

5.

Gildehuis en -terrein – www.nederwetten.org

5.1

500

110 nee

6.

Meubelmakerij van (steiger)hout

3.1

50

70 ja

7.

Rundveehouderij. Varkenstak per 1 januari 2020 beëindigd

3.2

100

145 ja

8.

Nertsenhouderij

4.1

200

247 ja

9. 24 september 2020 herbestemd als Wonen [NL.IMRO.0820.BPBGZandstraat29D001] 10.

Paardenhouderij

3.1

50

Nvt.

186 ja

Op basis van de feitelijke activiteiten wordt de aanbevolen afstand voor de inrichting, genoemd onder 7., niet meer overschreden. In paragraaf 4.6 is de invloed van deze inrichting nader getoetst, rekening houdend met de geldende rechten (inclusief het houden van varkens). Op het gildeterrein, inrichting genoemd onder 5., is het gildehuis en buitenterrein met schietbomen aanwezig. Uit de publicatie ‘Nederwetten uitgebreid besproken’ (2012) blijkt dat de activiteiten van het St. Anna Gilde Nederwetten bestaan uit het ongeveer één keer per twee weken samenkomen in het Gildehuis. Er wordt in competitieverband geschoten; in de winter binnen met de luchtbuks en ’s zomers buiten op de schutsbomen. Het gilde maakt zijn opwachting bij bijzondere evenementen en organiseert op jaarbasis enkele bijzondere activiteiten. De activiteit ‘schieten op schietbomen in de buitenlucht’ is maatgevend. Voor dit type activiteiten zijn in de VNG-lijst de afstanden 300 meter voor geluid en 500 meter voor gevaar opgenomen. Aan beide aspecten wordt in het vervolg van dit hoofdstuk nog getoetst.

Bestemmingsplan ‘Nederwetten, herziening Hoekstraat – Eikelkampen’ | toelichting

38

Voor het aspect ‘bedrijven en milieuzonering’ kan op grond van de VNG-brochure geconcludeerd worden dat de realisatie van de nieuwe woningen door het merendeel van de omliggende bedrijvigheid niet belemmerd wordt. Voor het gildeterrein en de veehouderij Hoekstraat 7 is verderop in dit hoofdstuk een nadere afweging opgenomen. Invloed ontwikkeling op bestaande inrichtingen Daarnaast geldt voor alle inrichtingen in de omgeving, dat op kortere afstand dan het plangebied reeds milieugevoelige functies aanwezig zijn. Voor deze inrichtingen kan dan ook geconcludeerd worden dat de ontwikkeling van de woningen geen belemmering zal vormen voor de bedrijfsvoering of eventuele toekomstige bedrijfsontwikkeling (binnen de huidige planologische mogelijkheden). Conclusie Uit deze analyse op grond van de VNG-lijst Bedrijven en milieuzonering blijkt dat de bedrijfsactiviteiten 1. t/m 4., 6. en 8. t/m 10. in de directe omgeving van het plangebied in Nederwetten, geen onevenredige belemmering vormen voor de ontwikkeling. Hiervoor kan op basis van het voorgaande redelijkerwijs worden gesteld dat een acceptabel woon- en leefklimaat zal worden geboden in het plangebied. De inrichtingen 5. en 7. worden in het vervolg van dit hoofdstuk nader beschouwd.

De ontwikkeling zorgt niet voor een belemmering van de bedrijfsactiviteiten in de omgeving, omdat in alle gevallen reeds bestaande woningen op kortere afstand van de inrichtingen zijn gelegen. Tenslotte hebben de nieuw te realiseren woningen geen negatieve invloed op de milieuhygiënische kwaliteit van de directe omgeving en de aldaar aanwezige functies.

4.4.

Geluid

Geluidhinder kan ontstaan door verschillende activiteiten. Hierbij kan gedacht worden aan weg- en railverkeer, maar ook aan industriële activiteiten. De Wet geluidhinder, de Wet milieubeheer en het Bouwbesluit geven normen weer voor de hoogst acceptabele geluidbelasting en minimale geluidwering bij geluidgevoelige functies, zoals woningen. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen bestaande en nieuwe situaties. Wegverkeerslawaai Op grond van de Wet geluidhinder dient voor nieuwe geluidgevoelige objecten getoetst te worden aan de geluidbelasting vanaf omliggende zoneplichtige wegen. Er is dan ook een akoestisch onderzoek uitgevoerd (Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai woningbouwplan Driesterrendreef Nederwetten. Kragten, 18 augustus 2021). De onderzoeksrapportage is opgenomen als bijlage 2 bij deze toelichting. Uit het onderzoek blijkt dat het plangebied is gelegen binnen de wettelijk vastgestelde onderzoekszone van de wegen Eikelkampen en Hoekstraat. De omliggende 30km/u wegen Nieuw Ervensestraat, Willem Sengershof en Hoekstraat (gedeeltelijk) zijn in het kader van een goede ruimtelijke ordening tevens meegenomen in het onderzoek. Ook is de invloed van de nieuwe

Bestemmingsplan ‘Nederwetten, herziening Hoekstraat – Eikelkampen’ | toelichting

39

verkeerssituatie, waarbij de Willem Sengershof wordt verboden aan de Hoekstraat en daarmee een nieuwe doorlopende 30 km/u straat ontstaat, meegenomen in het onderzoek. Vanuit de Wet geluidhinder geldt een voorkeursgrenswaarde voor nieuwe woningen van 48 dB. Uit de berekening volgt dat de geluidbelasting op de grenzen van de bouwvlakken als gevolg van het verkeer op de Eikelkampen maximaal 46 dB bedraagt en ten gevolge van de Hoekstraat maximaal 35 dB. Er wordt dan ook voldaan aan de voorkeursgrenswaarde en er is geen sprake van cumulatie in de zin van de Wet geluidhinder. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is de gecumuleerde geluidbelasting van alle relevante omliggende wegen berekend. Deze bedraagt maximaal 54 dB ter plaatse van het plan en 53 dB ter plaatse van bestaande woningen rond het plangebied. De gecumuleerde geluidbelasting is daarmee volgens de ‘methode Miedema’ te classificeren als ‘redelijk’. Er is dan ook sprake van een aanvaardbaar akoestisch klimaat. Voor de berekening van de geluidwering van de gevel in het kader van de bouwaanvraag wordt geadviseerd uit te gaan van bovenstaande gecumuleerde ongecorrigeerde geluidbelasting van alle wegen. Vanuit het aspect ‘wegverkeerslawaai’ gelden er geen beperkingen voor de ontwikkeling van woningen in het plangebied.

Industrielawaai Uit paragraaf 4.3 blijkt dat voor vrijwel alle omliggende inrichtingen voldaan wordt aan de aan te houden afstand voor het aspect ‘geluid’. Voor deze inrichtingen is dan ook geen nadere analyse noodzakelijk. Voor het gildeterrein, aan de noordzijde van de doorgaande Eikelkampen, geldt voor geluid een aanbevolen richtafstand van 300 meter. De afstand tussen de rand van het bestemmingsvlak ‘Maatschappelijk’ en de grens van het plangebied bedraagt 112 meter. De afstand van het schootsterrein tot de beoogde meest nabijgelegen woningen in het plangebied bedraagt circa 150 meter. Het gildeterrein met het Gildehuis aan de noordzijde van de Eikelkampen biedt ruimte aan de diverse activiteiten van de vereniging. Het terrein wordt gebruikt voor binnen- en buitenactiviteiten, die gemiddeld één maal in de twee weken worden beoefend. In de winterperiode betreft het voornamelijk binnenactiviteiten, in de zomer wordt ook het buitenterrein met de schietbomen gebruikt. De frequentie van de activiteiten is dan ook zeer beperkt, zeker wanneer specifiek naar het buitenterrein wordt gekeken. Door de ligging ten noorden van de Eikelkampen is er sprake van een sterke ruimtelijke scheiding van de bebouwde kom van Nederwetten. De meest nabijgelegen bestaande burgerwoningen zijn gelegen aan de Spoorenberghof, op een afstand van ca. 55 meter van het terrein.

Naast de scheiding door de weg, wordt een sterke (visuele en akoestische) afscheiding gevormd door de geluidwal, die aan de zuidzijde langs de Eikelkampen loopt. Bij de uitoefening van inrichtingen dient rekening gehouden te worden met gevoelige functies in de omgeving. Het Activiteitenbesluit milieubeheer is van toepassing voor gilde- en schutsterreinen. Bestemmingsplan ‘Nederwetten, herziening Hoekstraat – Eikelkampen’ | toelichting

40

In voorliggende situatie is het woongebied Willem Sengershof – Spoorenberghof gelegen tussen het gildeterrein en het plangebied. De aanwezige, bestaande woningen zijn maatgevend en worden beschermd tegen geluidhinder van het gildeterrein. Aangezien deze woningen op een veel kortere afstand van het gildeterrein zijn gelegen dan de beoogde nieuwe woningen in het plangebied, is voldoende aannemelijk dat geen sprake is van een onevenredige geluidbelasting vanuit het gildeterrein op de woningen in het inbreidingsgebied Hoekstraat – Eikelkampen. Binnen het plangebied worden enkele ‘parkeerkoffers’ gerealiseerd. Op deze plekken vindt een concentratie van het parkeren plaats, hetgeen kan zorgen voor geluiduitstraling in de vorm van bijvoorbeeld dichtslaande portieren. De eventuele geluidhinder van dit aspect is beschouwd op de omliggende woningen. De resultaten zijn vastgelegd in de rapportage ‘Akoestisch onderzoek industrielawaai woningbouwplan Driesterrendreef Nederwetten’ (Kragten, 18 augustus 2021), die is opgenomen als bijlage 16 bij deze toelichting. Uit het onderzoek blijkt dat het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau ter plaatse van de omliggende woningen niet meer dan 45 dB(A) bedraagt, waarmee de richtwaarden voor een rustige woonwijk worden gerespecteerd. Het berekende maximale geluidniveau bedraagt ten hoogste 65 dB(A) in de dag-, avond- en nachtperiode.

Voor de dag- en avondperiode wordt voldaan. Voor de nachtperiode wordt een hoger geluidniveau acceptabel geacht, onder meer omdat het een omgevingseigen geluidbron betreft en het aantal parkeerbewegingen in een woongebied in de nachtperiode beperkt zal zijn. Conclusie De ontwikkeling van de woningen in het gebied Hoekstraat – Eikelkampen wordt niet belemmerd door geluiduitstraling van verkeer of inrichtingen uit de omgeving. Ook leidt het gebruik van de parkeerplaatsen binnen het plangebied niet tot onevenredige verkeershinder voor de omgeving.

4.5.

Luchtkwaliteit

Wet Luchtkwaliteit Sinds 15 november 2007 is de Wet luchtkwaliteit in werking en staan de hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen beschreven in de Wet milieubeheer (Wm, hoofdstuk 5). Artikel 5.16 Wm (lid 1) geeft weer onder welke voorwaarden bestuursorganen bepaalde bevoegdheden (uit lid 2) mogen uitoefenen. Als aan minimaal één van de volgende voorwaarden wordt voldaan, vormen luchtkwaliteitseisen in beginsel geen belemmering voor het uitoefenen van de bevoegdheid: • • • •

Er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde. Een project leidt - al dan niet per saldo - niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit. Een project draagt ‘niet in betekende mate’ (NIBM) bij aan de luchtverontreiniging. Een project past binnen het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) of binnen een regionaal programma van maatregelen.

Hierna wordt ingegaan op het feit dat het initiatief ‘niet in betekende mate’ (NIBM) bijdraagt aan de luchtverontreiniging, waardoor luchtkwaliteitseisen in beginsel geen belemmering vormen.

Bestemmingsplan ‘Nederwetten, herziening Hoekstraat – Eikelkampen’ | toelichting

41

‘Niet in betekenende mate (NIBM)’ In het Besluit NIBM is vastgelegd wanneer een project niet in betekenende mate bijdraagt aan de concentratie van een bepaalde stof. Een project is NIBM als aannemelijk is dat het project een toename van de concentratie veroorzaakt van maximaal 3%. De 3% grens wordt gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van fijn stof (PM10) of stikstofdioxide (NO2). Er zijn twee mogelijkheden om aannemelijk te maken dat een project binnen de NIBM-grens blijft: • •

Aantonen dat een project binnen de grenzen van een categorie uit de Regeling NIBM valt. Er is dan geen verdere toetsing nodig, het project is in ieder geval NIBM. Op een andere manier aannemelijk maken dat een project voldoet aan het 3% criterium. Ook als een project niet kan voldoen aan de grenzen van de Regeling NIBM, is het mogelijk om alsnog via berekeningen aan te tonen, dat de 3% grens niet wordt overschreden.

Als de 3% grens voor PM10 of NO2 niet wordt overschreden, dan hoeft geen verdere toetsing aan grenswaarden plaats te vinden. De Regeling NIBM geeft voor een aantal soorten van projecten een (getalsmatige) invulling aan de NIBM-grens. Het gaat daarbij om woningbouwprojecten, kantoorprojecten en enkele inrichtingen (bijvoorbeeld landbouwinrichtingen). Als een project binnen de begrenzing van de Regeling NIBM valt, dan is geen verdere toetsing aan de grenswaarden nodig. Het project geldt dan als een NIBMproject en kan doorgaan zonder dat extra maatregelen worden genomen. Tevens is er dan geen luchtkwaliteitsonderzoek nodig. De 3% is als volgt gekwantificeerd: •

•

Voor woningbouw geldt dat de 3% grens is vastgesteld op 1.500 woningen (bij 1 ontsluitingsweg) en op 3.000 woningen in het geval van 2 ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling. Voor kantoren geldt dat de 1% grens is vastgesteld op 100.000 m2 bruto vloeroppervlakte kantoorgebouwen (bij 1 ontsluitingsweg) en op 200.000 m2 bruto vloeroppervlakte kantoorgebouwen in het geval van 2 ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling.

De ontwikkeling van 30 nieuwe woningen in het binnengebied tussen de Hoekstraat en Eikelkampen valt ruimschoots binnen de NIBM-grens voor woningbouwlocaties. Voor de volledigheid is de bijdrage tevens berekend met de NIBM-rekentool. Hierbij is uitgegaan van de toename van het aantal voertuigbewegingen, zoals gemotiveerd in het akoestisch onderzoek (zie bijlage 2) en een percentage vrachtverkeer van 5%. Aangezien het een woongebied zonder doorgaande wegen betreft, zal het vrachtverkeer in praktijk naar verwachting een nog geringer deel van de verkeersbewegingen betreffen.

Bestemmingsplan ‘Nederwetten, herziening Hoekstraat – Eikelkampen’ | toelichting

42

Afbeelding 26. Berekening bijdrage luchtkwaliteit als gevolg van planontwikkeling (rekenmodel: NIBM-tool 2021, Ministerie IenW, Rijkswaterstaat, Infomil)

Ook uit deze worstcase berekening blijkt dat de bijdrage ver beneden de gestelde grens blijft. Het plan geldt dan ook als een NIBM-project. Een nader onderzoek naar de luchtkwaliteit ten gevolge van de ontwikkeling is niet nodig. Huidige achtergrondconcentratie Naast het effect dat het plan heeft op de luchtkwaliteit dient ook gekeken te worden naar de luchtkwaliteit in het plangebied zelf. In de nieuwe situatie is immers sprake van nieuwe gevoelige objecten in het plangebied. Het woon- en leefklimaat ter plaatse wordt deels bepaald door de luchtkwaliteit. Op grond van de Wet zijn grenswaarden opgenomen voor de jaargemiddelde concentraties voor onder andere fijnstof (PM10). De grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie bedraagt 40 μg/m3. Vanaf 1 januari 2015 geldt tevens een grenswaarde voor PM2,5 waaraan door het bevoegd gezag bij vergunningverlening moet worden getoetst. Deze grenswaarde is opgenomen in de Wet milieubeheer en bedraagt 25 μg/m3 voor de jaargemiddelde concentratie. Voor de kortdurende blootstelling van de mens aan piekconcentraties van NO2 geldt een grenswaarde van 200 μg/m3 voor het uurgemiddelde van NO2, die niet vaker dan 18 maal per kalenderjaar mag worden overschreden. De norm voor langdurende blootstelling van de bevolking is de grenswaarde van 40 μg/m3 voor de jaargemiddelde NO2-concentratie.

Sinds een aantal jaren wordt de achtergrondconcentratie van de luchtkwaliteit gemonitord door de (landelijke) overheid. Zowel de totale situatie, als de invloed van verschillende stoffen en componenten, worden hierbij in de gaten gehouden. Woningen zijn gevoelige functies voor het aspect luchtkwaliteit. De situatie is dan ook getoetst aan de hand van de beschikbare gegevens uit de verspreidingskaarten (Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten Nederland, Rijksdienst voor Volksgezondheid en Milieu). Ter hoogte van het plangebied is sprake van de volgende waarden: Bestemmingsplan ‘Nederwetten, herziening Hoekstraat – Eikelkampen’ | toelichting

43

Waarde plangebied (μg/m3) - 2020 (gegevens 2020) 18 11 15

PM10 PM2,5 NO2

Grenswaarde (μg/m3) 40 25 40

Zoals blijkt uit bovenstaande tabel wordt voor de belangrijkste luchtkwaliteitscomponenten binnen het plangebied voldaan aan de grenswaarden. De luchtkwaliteit ter plaatse legt dan ook geen belemmeringen op aan de beoogde ontwikkeling. Conclusie Door het feit dat de ontwikkeling ‘NIBM’ is, kan geconcludeerd worden dat er geen negatieve gevolgen zullen zijn voor het aspect luchtkwaliteit. Daarnaast wordt er ruim voldaan aan de grenswaarden van de achtergrondconcentraties. Hierdoor is te concluderen dat er ook sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Geconcludeerd wordt dan ook dat het aspect luchtkwaliteit geen belemmering vormt voor de realisatie van de nieuwe woningen met bijbehorende voorzieningen in het gebied Hoekstraat – Eikelkampen.

4.6.

Geur

In de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) zijn normen opgenomen die moeten worden gehanteerd bij de verlening van een milieuvergunning aan een agrarisch bedrijf waarin vee wordt gehouden. Echter ook in de omgekeerde situatie, wanneer in de omgeving van agrarische bedrijven een nieuw geurgevoelig object wordt gesitueerd of uitgebreid, dient aan de wet te worden getoetst (de zogenoemde 'omgekeerde werking'). Op enige afstand van het plangebied zijn enkele agrarische bedrijven gelegen, waar vee wordt gehouden. Ten behoeve van de beoogde ontwikkeling is onderzocht hoe deze agrarische bedrijven en de beoogde woningbouw zich tot elkaar verhouden (‘Onderzoek veehouderijen en milieuzonering Woningbouwontwikkeling Hoekstraat – Eikelkampen, Nederwetten’. LS Plan & Advies, 17 februari 2021. Bijlage 12). Uit het onderzoek blijkt dat de planontwikkeling niet bepalend is voor de ontwikkelingsmogelijkheden van veehouderijen in de directe omgeving. De ontwikkelingsmogelijkheden voor veehouderijen blijven ongewijzigd behouden. Voor de toetsing van het woon- en leefklimaat in het plangebied blijkt, voor het aspect geur, de voorgrondbelasting bepalend. Op grond van het berekende percentage geurgehinderden wordt het woon- en leefklimaat gekarakteriseerd als goed tot redelijk goed. Er is dan ook sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

Conclusie De ontwikkeling van de woningen in het gebied Hoekstraat – Eikelkampen wordt niet belemmerd door geuremissies van agrarische bedrijven uit de omgeving. Voor het aspect ‘geur’ is sprake van een goed tot redelijk goed woon- en leefklimaat in het plangebied. Ook zorgt de ontwikkeling van de woningen niet voor beperkingen van omliggende veehouderijen.

Bestemmingsplan ‘Nederwetten, herziening Hoekstraat – Eikelkampen’ | toelichting

44

4.7.

Bodem

Bij een ruimtelijke ontwikkeling dient gemotiveerd te worden dat de in het plan toegelaten bestemming/ functie passend is in relatie tot de bodemkwaliteit. De (milieuhygiënische) bodemkwaliteit moet geschikt zijn voor de volgens de bestemming toegestane functie(s). In het kader van voorliggende bestemmingswijziging is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van het plangebied. Het onderzoek is uitgevoerd op basis van de richtlijnen zoals deze zijn vastgelegd in de norm NEN5740. De resultaten van het onderzoek zijn vastgelegd in de rapportage ‘Verkennend bodemonderzoek Hoekstraat te Nederwetten’ (Aeres Milieu, 3 december 2020. Bijlage 3). In augustus 2016 is reeds een bodemonderzoek uitgevoerd in het westelijk deel van het plangebied (kadastrale perceelnummers 3697 en 4355). Op basis van de resultaten van dit onderzoek is de grond onverdacht op het voorkomen van bodemverontreiniging. Het freatisch grondwater is verdacht op het voorkomen van licht verhoogde gehalten aan zware metalen. In het onderzoek van 2020 wordt geconcludeerd dat, gelet op het ongewijzigde gebruik van de locatie (paardenweide en verwilderde tuin) in de periode augustus 2016 tot heden geen additionele bodemverontreiniging wordt verwacht. De onderzoeksresultaten uit 2016 geven een voldoende actueel beeld van de milieuhygiënische bodemkwaliteit ter plaatse.

De milieuhygiënische conditie van de bodem vormt geen belemmering voor het voorgenomen nieuwbouwplan in dit deel van het plangebied. Het oostelijk deel van het plangebied (kadastraal perceelnummer 4194) is toegevoegd ten opzicht van het onderzoek uit 2016. Voor dit perceel is een verkennend onderzoek uitgevoerd. Tijdens de veldinspectie zijn op de locatie geen waarnemingen gedaan die wijzen op de aanwezigheid van bodemverontreiniging of bronnen van verontreiniging. In het opgeboorde bodemmateriaal van de bovengrond en ondergrond zijn zintuiglijk geen bijzonderheden waargenomen. Uit de analyseresultaten blijkt dat in de bovengrond en de ondergrond geen verhoogde gehalten gemeten zijn ten opzichte van de achtergrondwaarden. Het freatisch grondwater is sterk verhoogd met barium, koper en molybdeen en licht verhoogd met cadmium en nikkel. De licht tot sterk verhoogde gehalten met zware metalen worden waarschijnlijk van buiten de onderzoekslocatie aangevoerd aangezien in de grondmonsters geen verhoogde concentraties gemeten zijn. Op de locatie zijn ook geen verontreinigingsbronnen aan te wijzen die in relatie zouden kunnen staan met de verhoogd aangetroffen gehalten aan zware metalen. De aangetroffen zware metalen maken dan ook mogelijk deel uit van de diffuse verontreiniging van het grondwater met zware metalen in het gebied “de Kempen” (zuidoostelijk Noord Brabant).

Het grondwater in deze regio is in lichte tot sterke mate diffuus verontreinigd met zware metalen. De concentraties van zware metalen kunnen sterk fluctueren met de tijd. De resultaten van het bodemonderzoek geven geen aanleiding tot het uitvoeren van een nader bodemonderzoek. De milieuhygiënische conditie van de bodem vormt geen belemmering voor de voorgenomen nieuwbouwplan. Indien er werkzaamheden plaatsvinden, waarbij grond vrijkomt, kan de grond mogelijk niet zonder

Bestemmingsplan ‘Nederwetten, herziening Hoekstraat – Eikelkampen’ | toelichting

45

meer worden afgevoerd of elders worden toegepast. Ten aanzien van hergebruik van grond elders is het Besluit Bodemkwaliteit en het tijdelijke handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie van toepassing. Het freatisch grondwater ter plaatse van de onderzoekslocatie is niet multifunctioneel toepasbaar. Het wordt daarom afgeraden het freatisch grondwater te gebruiken voor consumptie, besproeiing of proceswater. Conclusie Op basis van het uitgevoerd bodemonderzoek wordt geconcludeerd dat de bodem- en grondwaterkwaliteit geen belemmering vormt voor de realisatie van de nieuwe woningen met bijbehorende voorzieningen in het gebied Hoekstraat – Eikelkampen.

4.8.

Gezondheid en endotoxinen

Endotoxinen Intensieve veehouderij-bedrijven, met name pluimveebedrijven, dragen bij aan de emissies van fijn stof PM10 in Nederland. Endotoxinen kunnen onderdeel uitmaken van dit uitgestoten fijn stof. De uitstoot van fijnstof en endotoxinen kan negatieve effecten hebben op de gezondheid van omwonenden van veehouderijen. Bij ruimtelijke ontwikkelingen met gevoelige functies, zoals burgerwoningen, dient het aspect ‘endotoxinen’ dan ook beoordeeld te worden. Voorlopige resultaten van landelijke onderzoeken zijn voor de Gezondheidsraad in 2012 aanleiding geweest om voor de algemene bevolking een gezondheidskundige advieswaarde voor endotoxine van 30 EU/m³ aan het Rijk te adviseren. Deze advieswaarde wordt tevens gehanteerd in de notitie ‘Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0; een stappenplan om te beoordelen of nadere advisering vanuit de GGD wenselijk is’ (2018). Uitgangspunt voor ruimtelijke plannen waarin de ontwikkeling van nieuwe gevoelige functies mogelijk wordt gemaakt, is dat sprake moet zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en dat de advieswaarde van 30 EU/m³ niet wordt overschreden. Op 7 juli 2016 is het rapport ‘Emissies van endotoxinen uit de Veehouderij: emissiemetingen en verspreidingsmodelering’ (Wageningen UR Livestock Research, juni 2016, rapport 949) verschenen.

Uit dit rapport blijkt dat rondom varkens- en pluimveehouderijen mogelijk een overschrijding van de advieswaarde van 30 EU/m3 (vastgesteld door de Gezondheidsraad) plaatsvindt. De Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant (ODZOB) heeft voor onder andere de gemeente Nuenen een indicatieve berekening van de endotoxinen-contouren rond veehouderijen uitgevoerd. De resultaten hiervan zijn vastgelegd in een kaartbeeld.

Bestemmingsplan ‘Nederwetten, herziening Hoekstraat – Eikelkampen’ | toelichting

46

Afbeelding 27. Uitsnede kaartbeeld ‘Veehouderij en gezondheid’ met agrarische bouwvlakken, endotoxinencontouren en, ter plaatse niet aanwezige, twee kilometer zones rond geitenhouderijen. Plangebied indicatief rood omkaderd (bron: Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant)

De beoogde ontwikkeling is ruim buiten de berekende contouren gelegen. Op grond van de beschikbare kennis en onderzoeksresultaten kan dan ook worden geconcludeerd dat het aspect endotoxinen geen belemmeringen oplevert voor de beoogde ontwikkeling in het plangebied. Geitenhouderij Uit VGO-onderzoeken is gebleken dat tot twee kilometer rond geitenhouderijen een verhoogde kans op longontsteking bestaat. Naar aanleiding daarvan hebben Provinciale Staten van NoordBrabant besloten tot een moratorium op de geitenhouderij (‘de geitenstop’), om uitbreiden van dierenverblijven en omschakelen naar geitenhouderij tegen te gaan. Binnen een afstand van twee kilometer van het plangebied zijn geen geitenhouderijen gelegen. De ontwikkeling van woningen in het plangebied wordt dan ook niet belemmerd door de aanwezigheid van geiten in deze zone. Er is gezien de afstand geen sprake van risico’s voor de volksgezondheid. Spuitzones Het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in de land- en tuinbouw kan een negatieve invloed hebben op de volksgezondheid. In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient dan ook getoetst te worden of deze middelen gebruikt worden in de nabijheid van nieuwe gevoelige functies. Er is geen wettelijke regeling voor de minimaal aan te houden afstand.

Jurisprudentie maakt duidelijk dat de Raad van State een afstand van 50 meter tussen gevoelige functies en agrarische bedrijvigheid waarbij gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt, in het algemeen niet onredelijk vindt. Binnen een afstand van 50 meter van het plangebied en de beoogde woningen vindt geen agrarische bedrijvigheid plaats waarbij gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt. In het plangebied zijn dan ook geen negatieve gezondheidseffecten te verwachten als gevolg van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen.

Bestemmingsplan ‘Nederwetten, herziening Hoekstraat – Eikelkampen’ | toelichting

47

Conclusie Enkele typen agrarische bedrijvigheid kunnen invloed hebben op de volksgezondheid. In het plangebied worden nieuwe gevoelige functies, woningen, mogelijk gemaakt. De ontwikkeling in het plangebied is getoetst aan de huidige wetenschap en geldende beleidslijnen op het gebied van endotoxinen, geitenhouderij en spuitzones bij onder meer akkerbouw en fruitteelt. Uit deze toetsing blijkt dat de ontwikkeling van de woningen in het gebied Hoekstraat – Eikelkampen niet wordt belemmerd door één van deze aspecten.

4.9.

Externe veiligheid

Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het beperken en beheersen van risico’s voor de omgeving vanwege: • • • •

het gebruik, de opslag en de productie van gevaarlijke stoffen door bedrijven (inrichtingen); het transport van gevaarlijke stoffen (openbare wegen, waterwegen, spoorwegen en buisleidingen); het gebruik van luchthavens; het gebruik van windturbines.

Voor inrichtingen is het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) het belangrijkste toetsingskader. Hierin zijn bijvoorbeeld grenswaarden, richtwaarden en oriënterende waarden opgenomen voor het zogenaamde plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Daarnaast is er specifieke wetgeving voor de opslag van vuurwerk en munitie. Voor transport van gevaarlijke stoffen is met name de Wet vervoer gevaarlijke stoffen relevant. Op 1 april 2015 is het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) in werking getreden, waarmee het verplicht is geworden transportroutes waarlangs gevaarlijke stoffen worden vervoerd, vast te leggen in het bestemmingsplan. Verder is het Besluit externe veiligheid buisleidingen van belang (Bevb). Voor luchthavens geldt specifiek beleid, dat deels nog in ontwikkeling is. De regels over externe veiligheid en windturbines zijn opgenomen in het Activiteitenbesluit. Bij elke ruimtelijke ontwikkeling moet getoetst worden aan het externe veiligheidsbeleid. In ruimtelijke plannen moet worden ingegaan op de risico’s in het projectgebied ten gevolge van handelingen met gevaarlijke stoffen. De risico’s dienen te worden beoordeeld op twee maatstaven, te weten het plaatsgebonden risico en het groepsrisico.

Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico beschrijft de kans per jaar dat een onbeschermd individu komt te overlijden door een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het plaatsgebonden risico wordt uitgedrukt in risicocontouren rondom de risicobron (bedrijf, weg, spoorlijn etc.), waarbij de 10-6 contour (kans van 1 op 1 miljoen op overlijden) de maatgevende grenswaarde is. Groepsrisico Het groepsrisico beschrijft de kans dat een groep van 10 of meer personen gelijktijdig komt te overlijden ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico geeft een indicatie van de maatschappelijke ontwrichting in geval van een ramp. Het groepsrisico wordt uitgedrukt in

Bestemmingsplan ‘Nederwetten, herziening Hoekstraat – Eikelkampen’ | toelichting

48

een grafiek, waarin de kans op overlijden van een bepaalde groep (bijvoorbeeld 10, 100 of 1000 personen) wordt afgezet tegen de kans daarop. Voor het groepsrisico geldt de oriëntatiewaarde als ijkpunt in de verantwoording (géén norm). Voor elke verandering van het groepsrisico (af- of toename) in het invloedsgebied moet verantwoording worden afgelegd over de wijze waarop de toelaatbaarheid van deze verandering in de besluitvorming is betrokken. Samen met de hoogte van het groepsrisico moeten andere kwalitatieve aspecten worden meegewogen in de beoordeling van het groepsrisico. (Beperkt) kwetsbare objecten Er moet getoetst worden aan het Bevi en de richtlijnen voor vervoer gevaarlijke stoffen wanneer bij een ontwikkeling (beperkt) kwetsbare objecten worden toegestaan. (Beperkt) kwetsbare objecten zijn o.a. woningen, scholen, ziekenhuizen, hotels, restaurants, zoals bedoeld in artikel 1 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen. Risicovolle activiteiten In het kader van het plan moet bekeken worden of er in of in de nabijheid van het plan sprake is van risicovolle activiteiten (zoals Bevi-bedrijven, BRZO-bedrijven en transportroutes) of dat risicovolle activiteiten worden toegestaan. Plangebied Uit de Risicokaart (thema Veiligheidsafstanden) blijkt dat het meest nabijgelegen potentieel risicoveroorzakend object op ca. 1.6 km te noorden van het plangebied is gelegen.

Het betreft een buisleiding in beheer bij DPO (Defensie Pijpleiding Organsiatie). De 10-6 risicocontour van de leiding bedraagt 0 meter. Een afstand ‘verantwoording groepsrisico’ is niet opgenomen. Gezien de beperkte impact van de leiding en afstand tussen de leiding en het plangebied in Nederwetten is er geen sprake van een verhoogd risico op het gebied van externe veiligheid.

Afbeelding 28. Uitsnede risicokaart met plangebied en meest nabijgelegen risicovol object (bron: risicokaart.nl)

Bestemmingsplan ‘Nederwetten, herziening Hoekstraat – Eikelkampen’ | toelichting

49

Uit de risicokaart blijkt dat overige risicobronnen op nog grotere afstand van het plangebied zijn gelegen en slechts een kleine gevaar-afstand hebben, waardoor deze geen invloed hebben op de beoogde woningbouwontwikkeling. Het gildterrein is niet benoemd op de risicokaart. De VNG-publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ (zie ook paragraaf 4.3) geeft voor schietinrichtingen (buitenbanen met voorzieningen: schietbomen) een richtafstand voor gevaar van 500 meter. De dichtstbijzijnde nieuwe woning is gelegen op een afstand van circa 150 meter van het gildeterrein. Bestaande woningen liggen op een afstand van ca. 55 meter. Ondanks dat er bestaande woningen op kortere afstand van het schutsterrein aan de Eikelkampen gelegen zijn, is vanwege de afstand volledigheidshalve een nadere afweging gemaakt voor het plangebied, die hieronder wordt omschreven: De VNG-publicatie vormt een eerste toetsinstrument voor inrichtingen ten opzichte van gevoelige functies. Gemotiveerd kan van de richtafstanden worden afgeweken, bijvoorbeeld wanneer sprake is van specifieke wetgeving. Voor het aspect ‘gevaar’, verband houdende met een gildeterrein, is specifieke regelgeving vastgelegd in het Activiteitenbesluit Milieubeheer. Gilden moeten voldoen aan de voorschriften die staan omschreven in het Activiteitenbesluit en de daaraan gelieerde Activiteitenregeling.

Er geldt voor dergelijke activiteiten geen vergunningplicht. Voor ‘gevaar’ / ‘veiligheid’ geeft hoofdstuk 4 artikel 111 lid 4 tot en met 7 Activiteitenbesluit de volgende voorschriften: Lid 1. Ten behoeve van het voorkomen van risico’s voor de omgeving en ongewone voorvallen, dan wel voor zover dat niet mogelijk is het zoveel mogelijk beperken van de risico’s voor de omgeving en de kans dat ongewone voorvallen zich voordoen en de gevolgen hiervan, wordt bij het traditioneel schieten ten minste voldaan aan het vierde tot en met het zevende lid. Lid 4. Het schieten vindt op zodanige wijze plaats dat alle afgeschoten kogels worden opgevangen in een voorziening. De voorziening is opgesteld boven een bodem beschermende voorziening. Lid 5. Gedurende de periode dat wordt geschoten bevinden zich geen personen of veediersoorten in de onveilige zone, uitgezonderd de schutter, de baancommandant en één of meerdere door de baancommandant aangewezen personen. De onveilige zone omvat de oppervlakte van een rechthoek van 2 meter aan weerszijde van de voorziening waarin de afgeschoten kogels worden opgevangen, bedoeld in het vierde lid, bij 8 meter. De zone bevindt zich aan de zijde waar op het doel wordt geschoten. Lid 6.

In afwijking van het vijfde lid omvat de onveilige zone bij het schieten op een houten blok of knoest met kogels van kalibernummer 16 of kleiner de oppervlakte van een halve cirkel met een straal van 25 meter met het doel waarop wordt geschoten als middelpunt. De zone bevindt zich aan de zijde waar op het doel wordt geschoten. Lid 7. In afwijking van het vierde tot en met het zesde lid kan het bevoegd gezag bij de viering van festiviteiten maatwerkvoorschriften stellen ten behoeve van het voorkomen dan wel voor zover dat

Bestemmingsplan ‘Nederwetten, herziening Hoekstraat – Eikelkampen’ | toelichting

50

niet mogelijk is het zoveel mogelijk beperken van de belasting van de bodem en met betrekking tot de onveilige zone. Daarnaast stelt het Activiteitenbesluit regels voor het opslaan van ontplofbare stoffen. Afhankelijk van de aard en omvang wordt een effectafstand en/of brandcompartimentering voorgeschreven. Het gilde is op grond van de regels uit het Activiteitenbesluit gehouden maatregelen te treffen, waarmee gevaarlijke situaties worden voorkomen. Hiertoe zijn achter de schutsbomen kogelvangers aanwezig, waarmee voldaan wordt aan het gestelde in bovenbeschreven lid 4. Wanneer op de schutsbomen wordt geschoten worden, afhankelijk van het doel, de voorwaarden uit lid 5 of lid 6 nageleefd. Het stellen van maatwerkvoorschriften voor specifieke activiteiten is voor het St. Anna Gilde niet aan de orde. Ook vindt geen opslag van ontplofbare stoffen plaats op het gildeterrein. Met deze algemene regels is gewaarborgd dat voor de toekomstige woningen in het plangebied geen risico’s ontstaan op het gebied van externe veiligheid als gevolg van de activiteiten van het gilde. Gezien de maatregelen en voorwaarden zorgen de activiteiten op het gildeterrein niet voor een verhoogd externe veiligheidsrisico in het plangebied. Conclusie Dit bestemmingsplan maakt de ontwikkeling van (beperkt) kwetsbare objecten in het plangebied mogelijk.

In de omgeving liggen enkele inrichtingen die een negatieve invloed kunnen hebben op het aspect ‘externe veiligheid’. De invloedssfeer van deze inrichtingen reikt echter niet tot het plangebied, waardoor de ontwikkeling van de woningen in het gebied Hoekstraat – Eikelkampen niet wordt belemmerd. Het aspect ‘externe veiligheid’ legt dan ook geen beperkingen op aan de ontwikkeling.

4.10.

Kabels en leidingen

In het geldend bestemmingsplan ‘Nederwetten’ en op de risicokaart zijn in of in de omgeving van het plangebied geen kabels of leidingen opgenomen die planologische bescherming behoeven. In het buitengebied, ruim 300 meter ten oosten van het plangebied, loopt een hoogspanningsleiding (150 kV-verbinding Eerde – Eindhoven). Voor deze leiding geldt een beschermingszone (vastgelegd in het bestemmingsplan) van 2 x 25 meter en een indicatieve magneetveldzone van 2 x 100 meter. Het plangebied is ruimschoots buiten deze afstand gelegen.

Bestemmingsplan ‘Nederwetten, herziening Hoekstraat – Eikelkampen’ | toelichting

51

Afbeelding 29. Ligging plangebied ten opzicht van bovengrondse hoogspanningsverbinding (bron: Atlas Leefomgeving)

Conclusie Voor de ontwikkeling van de woningen in het gebied Hoekstraat – Eikelkampen gelden dan ook geen belemmeringen vanuit het aspect ‘kabels en leidingen’.

4.11.

Water

Bij het opstellen van ruimtelijke plannen dienen waterhuishoudkundige belangen meegewogen te worden. De ‘watertoets’ is hiervoor het toetsinstrument. Het doel van de watertoets is het voorkomen van waterproblemen, zoals wateroverlast en verdroging. Nieuwe plannen dienen te voldoen aan het principe van Hydrologisch Neutraal Ontwikkelen, waarbij de hydrologische situatie minimaal gelijk moet blijven aan de oorspronkelijke situatie. Dit betekent dat voldoende compenserende maatregelen genomen moeten worden, zodat het oppervlaktewatersysteem na realisatie van de verharding niet zwaarder wordt belast dan voordien. Hiermee wordt het functioneren van het watersysteem als geheel gediend (grondwater en oppervlaktewater). Als basis voor de watertoets is een waterparagraaf opgesteld, gericht op de voorgenomen ontwikkeling. Inleiding Doel van de waterparagraaf is de component water in een zo vroeg mogelijk stadium te adresseren in het besluitvormingsproces van ruimtelijke plannen. De paragraaf beschrijft de huidige watersituatie in het plangebied. Daarnaast legt het vast aan welke watereisen ontwikkelingen, binnen de gestelde randvoorwaarden van het bestemmingsplan, moeten voldoen. Het doet dit door ruimtelijke plannen onder meer te toetsen aan " hydrologisch neutraal" conform landelijk en lokaal waterbeleid.

Met deze waterparagraaf wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 3.1.6, lid 1, onder c, van het Besluit ruimtelijke ordening.

Bestemmingsplan ‘Nederwetten, herziening Hoekstraat – Eikelkampen’ | toelichting

52

Beleid Nationaal waterbeleid In de afgelopen decennia heeft Nederland meerdere keren te kampen gehad met wateroverlast. Dit heeft geresulteerd in een omslag in het waterbeleid en het denken over water. Het kabinet heeft in december 2000 voor het Waterbeleid 21e eeuw drie uitgangspunten opgesteld, te weten anticiperen in plaats van reageren, niet afwentelen van waterproblemen op het volgende stroomgebied, maar handelen volgens de drietrapsstrategie van vasthouden-bergen-afvoeren en meer ruimtelijke maatregelen naast technische ingrepen. Belangrijk onderdeel in het waterbeleid is de watertoets. Nieuwe plannen en projecten moeten worden getoetst aan de effecten op veiligheid, wateroverlast en verdroging. Ruimte die nu beschikbaar is voor de bescherming tegen overstromingen en wateroverlast mag niet sluipenderwijs verloren gaan bij de uitvoering van nieuwe projecten voor infrastructuur, woningbouw, landbouw of bedrijventerreinen. Het Waterbeleid 21e eeuw richt zich derhalve primair op het voorkomen van wateroverlast door overstroming vanwege veel neerslag in een korte tijd. Hieruit volgen richtlijnen voor de ruimtelijke inrichting van het gebied om wateroverlast tegen te gaan en de mogelijke technische maatregelen die kunnen worden ingezet, ingedeeld in de voorkeursvolgorde van vasthouden, bergen en afvoeren.

De doelstelling van deze maatregelen is een afvoer te krijgen die niet groter is dan de landbouwkundige afvoer. Op 22 december 2009 is de Waterwet in werking getreden. De Waterwet regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater, en verbetert ook de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. Een belangrijke verandering na het in werking treden van de Waterwet is de onderverdeling in het bevoegde gezag met betrekking tot directe en indirecte lozingen. Alle indirecte lozingen vallen onder het Wabo bevoegde gezag (gemeente en provincie). Alle directe lozingen vallen onder het bevoegde gezag voor de Waterwet (waterschappen voor de regionale wateren en Rijkswaterstaat voor de Rijkswateren). De directe lozingen vallen onder de Waterwet (Wtw). De indirecte lozingen zijn opgegaan in de Wet milieubeheer (Wm) en vallen inmiddels onder de omgevingsvergunning (Wabo). Provinciaal beleid Het provinciaal beleid is onder andere verwoord in het ‘Provinciaal Milieu- en Waterplan 20162021’ (verder: PMWP). Het PMWP staat voor samenwerken aan Brabant waar iedereen prettig woont, werkt en leeft in een veilige en gezonde leefomgeving. Het plan vormt de strategische basis voor het Brabantse waterbeleid en waterbeheer, voor de korte en lange termijn. Het Waterplan houdt rekening met duurzaamheid en klimaatveranderingen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11109631/1