2022-16 RIB Bijlage - Rapport na Verscherpt Toezicht Jeugdverschermingsregio Brabant
Tekst van het document
Verduidelijking aanmeldvraag Enkele voorzitters van RET’s geven aan de vraag van de jeugdbeschermer aan de jeugdhulpaanbieders onvoldoende duidelijk te vinden. De zorgaanbieder heeft daardoor geen aanbod kunnen doen, terwijl er wel een mogelijkheid was. Ook valt hen op dat er geen aandacht is voor wat te doen als de optie die besproken is, niet lukt (‘wat als dat niet goed gaat, wat is volgend plan’). Gezamenlijk leren Binnen de jeugdhulpregio’s WBW en WBO benoemden de aanbieders behoeften te hebben aan een brede casusevaluatie om met elkaar naar de knelpunten te kijken en vooral ook naar de oplossingen. De leerbijeenkomst naar aanleiding van casuïstiek van BEN werden in de verschillende gesprekken als positief en helpend geduid. De inspecties staan positief tegenover initiatieven met als doel gezamenlijk te leren en lessen te trekken voor de verbetering van de processen. Zij moedigen dit soort iniatieven daarnaast aan omdat zij weten dat dit de samenwerking tussen professionals bevordert. Overgang na crisis hulp (VOTS -> OTS) In het onderzoek zijn jeugdbeschermers betrokken die werken in het team spoedeisende zorg van JBB. Het betreft de uitvoering van de voorlopig onder toezichtstellingen of voorlopige voogdijmaatregelen. Spoedeisende zorg maakt veelal gebruik van crisisplekken en ambulante crisis hulp.
Jeugdbeschermers ervaren het afgelopen jaar dat het steeds lastiger is een beschikbare passende plek te vinden. De jeugdhulpaanbieders hebben over het algemeen geen crisisplaatsen beschikbaar (de plekken zijn bezet) of hooguit voor een korte periode beschikbaarheid. Het gevolg voor de kinderen is dat er tijdens de crisis overplaatsingen plaatsvinden. Ook worden kinderen (ver) buiten de regio geplaatst of worden broers en zussen uit elkaar gehaald. De jeugdhulpaanbieders verzorgen crisisopvang voor maximaal vier weken in overeenstemming met de afspraken met de jeugdhulpregio’s. De jeugdbeschermers doen vaak een beroep op de jeugdhulpaanbieder om voor een specifiek kind de crisiszorg te verlengen om de ideale vervolgplek te vinden en daar te starten. De jeugdhulpaanbieder ervaart dit als druk omdat ook andere kinderen wachten op een plek binnen de crisisopvang. De jeugdbeschermers van de spoedeisende zorg hebben de ruimte om vaker en langere tijd bij het gezin te zijn, soms tijdens de crisis, vaak de dagen erna. Daardoor kunnen de jeugdbeschermers direct bijsturen. Deze ruimte is er niet bij de uitvoering van een ‘reguliere’ jeugdbeschermingsmaatregel. Een aantal jeugdbeschermers van spoedeisende zorg gaven aan een casus soms langer bij zich te houden, omdat er (nog) geen ‘reguliere’ jeugdbeschermer beschikbaar is, na de uitspraak van een onder toezichtstelling.
4.3 Optelsom van wachttijden De jeugdbeschermers gaven in de gesprekken tijdens de onderzoeken in juli 2021, november 2021 en januari 2022 aan dat de periode van het moment dat er besloten is de casus voor te dragen aan de beschermingstafel en de start van de jeugdbeschermer vaak al zes maanden zijn verstreken, los van de eventuele wachttijden bij één van de partners in dit proces. Zo neemt het raadsonderzoek zelf gemiddeld drie maanden in beslag. De lange periode van wachten voordat de jeugdbeschermers starten bij het gezin is belemmerend. Een jeugdbeschermer gaf het pakkend weer: “Je staat al met 2-0 achter voordat je met een gezin begint”. De jeugdbeschermingsregio Brabant is zich zeer bewust van de optelsom van de wachttijden bij de lokale teams, veilig thuis, de beschermtafel, de Raad voor de Kinderbescherming, de Rechtbank, de GI’s en de jeugdhulpaanbieders. Zij heeft de opnamestops van de twee GI’s gezien als een kans om ook naar de ketenbrede wachtlijstproblematiek te kijken. Om inzicht te krijgen in de brede keten is een monitoring, opgezet waarbij de gegevens van de Raad voor de Kinderbescherming en de GI’s zijn opgenomen.
20 | Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en Inspectie Justitie en Veiligheid
Uit de keten brede monitoring blijkt dat bij de Raad voor Kinderbescherming in de jeugdbeschermingsregio Brabant op 1 februari 2022 ongeveer 240 kinderbeschermingszaken wachten op de start van het onderzoek. Er wordt bij de Raad voor de Kinderbescherming hard gewerkt om de wachtlijst te verkorten. Dit kan zorgen voor een extra instroom bij de GI’s. De jeugdbeschermingsregio Brabant wilde in de monitoring ook de gegevens van de Rechtbank opnemen. De Rechtbank vond het niet passend om hieraan mee te werken, gezien hun onafhankelijke rol. Bij de GI’s zijn naast de gegevens van instroom en uitstroom van jeugdbeschermingsmaatregelen ook enkele personeel gerelateerde gegevens opgenomen.
4.4 Aanbevelingen van de inspecties uit juli 2021: stand van zaken Naast de aanbevelingen van de inspecties is de jeugdbeschermingsregio geconfronteerd met de opnamestops bij JBB en WSS van 21 juni 2021 tot en met 15 december 2021. De verbetermaatregelen voor de opnamestops en de aanbevelingen vanuit de inspecties zijn opgenomen in ‘het plan van aanpak Brabantse jeugdbeschermingsregio’s’ uit oktober 2021. De urgentie van het mogelijk maken dat alle uitgesproken jeugdbeschermingsmaatregelen werden uitgevoerd heeft veel energie en tijd van alle betrokken partijen gevraagd. Daarnaast was bekend dat bij veel van de verbetermaatregelen rond het inzetten van tijdig passende hulp de resultaten pas in een later stadium verwacht werden. De inspecties gaan kort in op de verbetermaatregelen die zijn genomen naar aanleiding van de aanbevelingen in het rapport ‘Regiorapport vervolgtoezicht kwetsbare kinderen onvoldoende beschermd, jeugdbeschermingsregio Brabant’ van juli 2021. Aanscherping doorbraakaanpak Aanbeveling: ‘De inspecties hebben in juli 2021 de aanbeveling gedaan dat de jeugdhulpregio’s, de GI’s, de jeugdhulp aanbieders en de lokale teams gezamenlijk in de periode van het verscherpt toezicht de doorbraakaanpak aanscherpen op basis van de analyse van de inspecties en deze in te zetten voor kinderen met een maatregel die nu wachten op passende hulp’.
In beeld brengen van kinderen met een maatregel die wachten op passende hulp De jeugdbeschermingsregio heeft zich samen met de GI’s ingespannen om zicht te krijgen en houden op de kinderen met een jeugdbeschermingsmaatregelen die wachten op passende hulp. Elke jeugdhulpregio heeft een vast aanspreekpunt waar de kinderen voor de doorbraakaanpak gemeld worden. De GI’s spelen een cruciale rol in het aanmelden van de kinderen voor de doorbraakaanpak. De GI’s hebben de doorbraakaanpak meerdere malen onder de aandacht gebracht bij de jeugdbeschermers. Specifiek binnen JBB wordt door de plaatsingscoördinatoren regelmatig navraag gedaan bij de jeugdbeschermers of er aanmeldingen zijn. Ondanks deze inspanningen geven de meeste jeugdbeschermers van alle GI’s in de gesprekken aan, onbekend te zijn met de doorbraakaanpak en/of de opschalingsroute. Een nadere duiding hiervan staat onder het kopje ‘Overleg jeugdhulpregio’s – GI(’s)’. Aanscherping doorbraakaanpak De belangrijkste aanscherpingen van de doorbraakaanpak zijn op bovenregionaal niveau. • Monitoringsafspraak vanuit BEN. • Taskforce inkoop met als doel om elkaar (bovenregionaal) te kunnen helpen op casusniveau en informatie op te halen over de hiaten in het zorglandschap.
Structureel tekort jeugdhulpaanbod Aanbeveling: ‘De inspecties hebben in juli 2021 de aanbeveling gedaan dat (betrokken partijen in) de jeugdhulpregio’s in de periode van het verscherpt toezicht tot een gezamenlijke aanpak komen, waarvan zij aannemelijk kunnen maken dat dit op de korte termijn leidt tot een kwantitatief en kwalitatief toereikend passend specialistisch hulpaanbod voor kinderen met een jeugdbeschermingsmaatregel’.
21 | Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en Inspectie Justitie en Veiligheid
De inspecties hebben in juli 2021 geconstateerd dat een aantal specifieke vormen van hulp onvoldoende beschikbaar zijn (zie 4.2.1). Hierdoor kan het voorkomen dat de passende hulp niet, of niet tijdig kan worden ingezet. BEN heeft samen met de taskforce inkoop de, in januari 2021 gemaakte, inventarisatie over de lacunes van het zorglandschap in de jeugdbeschermingsregio Brabant een nadere verdieping per jeugdhulpregio gemaakt voor kleinschalig wonen en specialistisch ambulante hulp. Hierdoor is per jeugdhulpregio in beeld waar de Specialistisch ambulant Kleinschalig wonen hiaten in het zorglandschap zijn. Er wordt binnen de Complexe scheidingen Gezinshuizen Complexe GGZ: diagnostiek en Wonen met perspectief jeugdbeschermingsregio Brabant niet gewerkt met behandeling naar 18+ een bovenregionaal inkoopplan voor alle vormen van Jeugdpsychiaters Verblijf SGGZ hulp. Elke jeugdhulpregio verzorgt zijn eigen inkoop. Ambulante GGZ Pleegzorg De opgehaalde hiaten in het zorglandschap wordt Multidisciplinaire Crisisbedden door de taskforce inkoop met acties zoals een samenwerking: J&O, WLZ, LVB, Wonen met nadruk op maatwerk aanpak opgevolgd. Daarnaast worden de GGZ begeleiding lacunes meegenomen in de inkooprondes bij de vijf Moeder-kind-verblijven jeugdhulpregio’s. Het is positief dat er bovenregionaal en op jeugdhulpregio zicht is op de hiaten in het zorglandschap.
Daarmee is nog niet voldoende aanbod gecreëerd. Een complicerende factor hierbij is dat in de hele jeugdhulpketen een tekort is aan personeel. Ook jeugdhulpaanbieders hebben niet altijd voldoende personeel om de gevraagde hulp te leveren. Enkele beleidsmedewerkers gaven aan dat er meer samenwerking is tussen de gemeenten binnen de jeugdhulpregio dan na kort de transitie (2015/2016). Het spanningsveld om samen te werken in de jeugdhulpregio versus de lokale beweegruimte voor de individuele gemeente blijft echter bestaan. De inspecties benadrukken het belang van nauwe samenwerking voor een toereikend specialistisch aanbod zoals zij dit in eerdere rapporten ook hebben gedaan. Wachtlijsten en wachttijden Aanbeveling: ‘De inspecties hebben in juli 2021 aangegeven dat het ontbreekt aan mogelijkheden om tijdig verschillende vormen van specialistische jeugdhulp in te zetten als gevolg van wachtlijsten bij jeugdhulpaanbieders. Tevens bestaat er een houding ten opzichte van wachtlijsten, als iets wat erbij hoort. Dit belemmert het urgentiegevoel voor de oplossingen en het ‘out-of-thebox-denken’. Jeugdhulpregio’s Binnen de vijf jeugdhulpregio’s bestaan initiatieven om de wachtlijsten en wachttijden terug te dringen. Een voorbeeld is dat de GGZ-aanbieders in NOB aan de voorkant gezamenlijk meekijken door welke aanbieder de zorgvraag van het gezin het best opgepakt kan worden.
Dit om te voorkomen dat gewacht wordt op een intake en pas daarna duidelijk is dat de zorgvraag bij een ander GGZ-aanbieder gesteld moet worden. Tevens geeft dit de mogelijkheid te sturen, waarbij ambulante hulp en lichtere zorgvragen naar Youz en Bureau 3O gaan, waardoor complexe zorgvragen bij Reinier van Arkel, Karakter, GGZ Oost Brabant komen. Hierdoor hebben specialisten ook ruimte voor deze complexe zorgvragen. Het is onbekend wat de resultaten zijn van deze en andere initiatieven om de wachtlijsten te verkorten. Jeugdhulpaanbieders Enkele jeugdhulpaanbieders geven in de gesprekken aan dat zij het als een gemiste kans zien dat zij niet structureel worden betrokken bij het meedenken over oplossingen voor de wachtlijsten. Het beeld van de aanbieders is dat er ambulant meer mogelijk is dan nu wordt ingezet. De aanbieders geven aan dat ze expertise bezitten die benut kan worden om tijdig passende hulp te bieden. Omvang wachtlijsten De coördinatie op de wachtlijsten en wachttijden ontbreekt binnen de jeugdhulpregio’s. De jeugdhulpregio’s hebben niet concreet in beeld wat de aantallen wachtenden zijn, hoe lang de wachtlijsten zijn en hoeveel plekken nodig zijn om de wachtlijsten op te lossen voor bijvoorbeeld
22 | Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en Inspectie Justitie en Veiligheid
verblijf. Tijdens de gesprekken binnen de jeugdhulpregio’s verwees inkoop naar beleid, beleid naar de voorzitter van het RET, de voorzitter van het RET naar inkoop, etc. De gesprekken zijn gevoerd vlak voor de start van de taskforce inkoop. De inspecties gaan er dan ook vanuit dat deze taskforce niet alleen de hiaten in het zorglandschap in beeld heeft, maar ook de omvang van deze hiaten. Tijdens de gesprekken met de aanbieders in de jeugdhulpregio’s benoemen de aanbieders dat zij niet voldoende op de hoogte zijn van de hiaten in de jeugdhulpregio’s. Zij geven aan dat wel te willen zijn en mee te willen denken hoe dat aanbod gecreëerd wordt. Ouders Ouders gaven in de gesprekken aan dat de wachttijden voor de hulp zeer stressvolle periodes zijn. Eén ouder gaf het als volgt weer: ‘dat wachten belemmert alles’. Toen de hulp eenmaal begon gaf het voor de meeste gezinnen een verlichting. Een van de gesproken ouders wilde hulp van een al bekende hulpaanbieder van het gezin. De jeugdbeschermer heeft dit ook onderzocht, maar dat bleek niet mogelijk doordat de gemeenten geen contract (meer) had met de betreffende aanbieder. De ouder gaf aan dat hierdoor tijd verloren is gegaan en er opnieuw gezocht moest worden, waardoor er weer tijd verloren ging.
Voorbeelden van innovaties vanuit de projectorganisatie Eén van de opdrachten van de projectorganisatie is nadenken over ‘out of the box’ oplossingen. Enkele van deze oplossingen betreffen het terugdringen van de instroom bij de jeugdbescherming, juist om de wachttijden in de keten te verlichten. • In de projectorganisatie is een traject uitgedacht met gezinsadvocaten en in de jeugdhulpregio HvB draait een pilot. Het doel is de instroom binnen de jeugdbescherming te voorkomen door het inzetten van het mediationteam bij complexe scheidingen. Het gaat om gezinnen die op de wachtlijst van de Raad voor de Kinderbescherming staan, en om gezinnen die hulp vanuit de lokale teams krijgen. • Aan het begin van de opnamestops is de jeugdbeschermingstafel uitgebreid met extra expertise vanuit de projectorganisatie. Hierdoor is er een betere triage en kwamen minder kinderen in het gedwongen kader. • Binnen de jeugdbeschermingsregio is bij JBB een project gestart om te gaan werken met een de verklarende analyse. Dit project voorziet in een gezamenlijk gedeelde weergave van getoetste hypotheses over ontstaan, in stand houden, versterken én verminderen van het probleem in een gezin. Gedragswetenschappers vanuit de jeugdhulpaanbieders uit de regio zijn betrokken.
De inspecties staan positief tegenover initiatieven die als doel hebben kinderen/ gezinnen in het vrijwillig kader de juiste hulp te bieden, waardoor een jeugdbeschermingsmaatregel niet nodig is. Hoe groot het effect van deze (boven)regionale initiatieven is, is (nog) niet in beeld. Inhoudelijke bemoeienis gemeenten jeugdhulpbepaling GI /administratieve processen/ financiën Aanbeveling: ‘De inspecties hebben in juli 2021 de aanbeveling gedaan dat de GI de noodzakelijk geachte hulp zonder vertraging kan inzetten. Dat wil zeggen dat de inzet van hulp onverwijld plaatsvindt en dat de noodzakelijk geachte hulp niet wordt heroverwogen. Specifiek werd hierbij benoemd: o Stel een jeugdhulpbepaling van een GI niet ter discussie. o Neem bureaucratische belemmeringen weg’. Verbeteragenda In het plan van aanpak, uit oktober 2021, van de jeugdbeschermingsregio Brabant wordt gesteld dat de inhoudelijke bemoeienis van gemeenten over de jeugdhulpbepaling van de GI, de bureaucratie en/of het sturen van inzet op basis van financiën, niet helpend is om tijdig passende hulp in te zetten voor de kinderen en /of hun gezinnen met een jeugdbeschermingsmaatregel. Ook is het uitgangspunt opgenomen dat de gemeenten handelen vanuit het perspectief van wat het beste is voor het kind.
23 | Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en Inspectie Justitie en Veiligheid
Onderdeel van het plan van aanpak is een verbeteragenda. De jeugdhulpregio’s en de GI’s hebben zich gecommitteerd aan deze verbeteragenda. Deze heeft onder meer tot doel een akkoord te bereiken over de gewenste kwaliteit van de GI’s en de bijbehorende tarieven ‘22/’24. Daarnaast is een doel van de verbeteragenda het uniformeren van werkprocessen en het verbeteren van de samenwerking tussen de lokale teams en de GI’s. De inspecties gaan ervan uit dat de uitgesproken uitgangspunten het uniformeren van het proces tussen de GI’s, de gemeenten en de lokale teams bespoedigen. De inspecties vinden het van belang dat niet alleen naar de administratieve processen van de gemeenten wordt gekeken maar ook naar de processen tussen en bij alle partijen (de GI’s, de lokale teams, de jeugdhulpaanbieders). Makel-schakel functie Om verwijzers te helpen om de weg te vinden in het zorglandschap binnen de jeugdhulpregio’s is in het plan van aanpak van de jeugdbeschermingsregio Brabant opgenomen dat makel-schakel functie wordt ingezet. De makel-schakel functie voorziet in inzicht in de lokale zorgkaart, kennis over de processen en een beter beeld van vraag en aanbod. Hierdoor worden de verwijzers geholpen in het aanbod af te stemmen op de vraag. De jeugdhulpregio HvB heeft hier eerder mee gewerkt en dit werd als positief ervaren.
De implementatie van deze makel-schakel functie wordt in elke jeugdhulpregio anders vormgegeven. Coördinatie gezinshuizen In de jeugdhulpregio NOB is een coördinatie ontwikkeld voor het aanbod van (een deel van) de gezinshuizen. Binnen de jeugdbeschermingsregio Brabant wordt onderzocht of dit Brabant breed en voor alle gezinshuizen opgezet kan worden. Dit scheelt de jeugdbeschermers en andere verwijzers het afbellen van een lange lijst van gezinshuizen en kan voor een betere matching zorgen. Dit geeft de gezinshuizen ook meer rust en duidelijkheid. Overleg jeugdhulpregio’s – GI(’s) Aanbeveling: ‘De inspecties hebben in juli 2021 de aanbeveling gedaan dat de GI’s indien nodig tijdig met de daartoe aangewezen inhoudelijk deskundige van de gemeente dienden te overleggen over de beschikbaarheid en de mogelijkheden om de noodzakelijke hulp in te zetten. Tijdig wil zeggen: gedurende of direct na het uitzetten van de koers met de kinderen, ouders en intern (en eventueel extern) betrokken disciplines’. Vaker niet dan wel Tijdens de gesprekken met jeugdbeschermers en met de jeugdhulpregio’s werd aangegeven dat er tijdig en laagdrempelig overleg plaatsvindt tussen de jeugdbeschermer en de lokale teams, om vroegtijdig na te gaan welke hulp er nodig is.
Tegelijkertijd spraken de inspecties ook jeugdbeschermers en professionals van de lokale teams die aangaven dat dit nog vaker niet dan wel gebeurt. Of dit gebeurt, hangt sterk af van de eerdere ervaring met de samenwerking en of deze al dan niet positief is geweest. De medewerkers van de lokale teams gaven aan dat LJ&R en WSS sneller het overleg opzoeken dan JBB en JVV.
In alle vijf de jeugdhulpregio’s is het overleg tussen het lokale team en de jeugdbeschermer de eerste stap in de doorbraakaanpak. De genoemde punten in de samenwerking zijn daarmee ook van toepassing op de doorbraakaanpak.
De genoemde belemmeringen zijn: • onbekendheid over en weer tussen de medewerkers van de lokale teams en de jeugdbeschermers, • jeugdbeschermers krijgen na een vraag vooral advies, geen oplossing of hulp, • slechte bereikbaarheid van de lokale teams, • slechte bereikbaarheid van de jeugdbeschermers, • expertise van aanbieders onbenut, • jeugdbeschermers schalen (te) laat in het proces op. Door de vele personeelswisselingen die plaatsvinden bij zowel de GI’s als bij de lokale teams is het lastig om de positieve ervaringen in de samenwerking uit te breiden en te bestendigen.
24 | Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en Inspectie Justitie en Veiligheid
Daar waar het wel gelukt was om te komen tot een samenwerking in het vinden van tijdig passende hulp, waren belangrijke succesfactoren: • gezamenlijke verantwoordelijkheid, • beide partijen nemen actie, • bekendheid met het gezin, • gezamenlijk herkennen van patronen, • in een vroeg stadium betrokken. Jeugdbeschermer start overleg te laat Net als in juli 2021 werken de jeugdbeschermers solistisch in het zoeken naar passende hulp. De lokale teams en de voorzitters van de RET’s ervaren dat het overleg pas gezocht wordt als de jeugdbeschermer ‘echt’ vastloopt, als ‘het water boven de lippen staat’. De lokale teams in de jeugdhulpregio’s geven aan dat er meer mogelijk is binnen het gecontracteerde aanbod dan de jeugdbeschermers denken. Doordat de jeugdbeschermers vaak in een laat stadium de gemeente inschakelen is de bereidheid om te kijken naar een alternatief bij de jeugdbeschermer, maar ook het gezin sterk afgenomen. Ook de jeugdhulpaanbieders geven in de gesprekken aan meer mogelijkheden te zien, met name over de inzet van ambulant aanbod. Het valt enkele jeugdhulpaanbieders op dat bij de aanvraag voor verblijf, vaak geen ambulante hulp is ingezet. De aanbieders zien dit als een gemiste kans. Zij gaven aan eerder betrokken te willen worden en dan met elkaar in gesprek te komen over wat er mogelijk is.
Zij ervaren dat de jeugdbeschermers vaak gericht zijn op verblijf en niet altijd open te staan voor andere mogelijkheden. Aanbeveling: ‘De inspecties hebben in juli 2021 de aanbeveling gedaan dat de GI’s tijdig dienden op te schalen naar het expertteam indien de passende hulp niet tijdig beschikbaar blijkt’. Zoals eerder aangegeven is binnen de doorbraakaanpak/escalatieroute de eerste stap het contact tussen het lokale team en de jeugdbeschermer. Als hier geen inzet van tijdig passende hulp wordt gevonden, wordt opgeschaald naar het RET. De RET’s vormen de toegang tot de laatste stap in de doorbraakaanpak, te weten BEN. Naast de gesprekken in de jeugdhulpregio’s hebben de inspecties ook twee casuïstiek bijeenkomsten van het RET bijgewoond in HvB en ZOB. In beide RET bijeenkomsten werden mogelijkheden voor passende hulp in de casus met elkaar besproken. De inspecties constateerden dat de bijeenkomsten bij droegen aan de inzet van passende hulp. Daarnaast viel het de inspecties op dat de discussie met respect voor elkaars expertise werd gevoerd. Ook werd zeer zorgvuldig en respectvol omgegaan met het netwerk (de aangesloten ouders, tante) en het kind. De jeugdhulpregio’s zijn momenteel alle vier beoogde functies van het RET (consultatie & advies, procesregie, signaleren en leren) aan het inrichten. Dit is naar verwachting in het tweede kwartaal van 2022 gereed.
BEN ondersteunt hierbij. Verschillende partijen geven aan dat expertise overleggen nuttig zijn, maar dat het mandaat niet geregeld is. Tijdens de gesprekken met de jeugdbeschermers bleek dat het RET nog vrijwel onbekend is en er niet vaak aan deze opschaling gedacht wordt bij casuïstiek. Ook tijdens de gesprekken met BEN kwam naar voren dat de RET’s en BEN nog meer bekendheid moeten krijgen bij alle professionals binnen de regio. De jeugdhulpaanbieders geven aan dat aansluiten bij alle overlegtafels ook tijd kost en niet (altijd) rendabel is. De kleinere aanbieders vinden het juist jammer dat zij niet worden uitgenodigd. Juist bij de kleinere aanbieders zit wat hen betreft flexibiliteit en meer mogelijkheden om vraaggericht mee te denken. In drie jeugdhulpregio’s is het RET operationeel. In de jeugdhulpregio’s NOB en WBW zijn de RET’s nog in ontwikkeling. Beide jeugdhulpregio’s hebben een bestaande overlegstructuur waar passende hulp besproken werd.
25 | Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en Inspectie Justitie en Veiligheid
•
•
Binnen NOB is een overleg passende hulp (hierna; OPH). Er zijn drie OPH’s voor elk een andere geografische sub regio. Deze OPH’s dienen benaderd te worden als er sprake was van de inzet van niet gecontracteerde hulp. De OPH’s hebben als doel te bekijken of dit aanbod dan alsnog binnen het gecontracteerde aanbod ingezet kon worden. Ook had het OPH de rol om mee te zoeken naar passende hulp als een verwijzer hierin vastliep. Een lange wachtlijst was geen reden tot aanmelding bij het OPH. Het OPH en het RET gaan binnen NOB naast elkaar een rol krijgen vanaf 2022. Hoe de opschaling vanuit de GI’s wordt belegd binnen NOB is nog onbekend. De inspecties vragen NOB bij het beleggen van deze taak te voorkomen dat er een route wordt ingericht die nodeloos vertragend is. 9 Binnen WBW verzorgt Stichting Spring de lokale teams voor de gemeenten. Binnen WBW vormen de gedragswetenschappers van deze stichting een expertise team. De rol van het te ontwikkelen RET wordt anders. Binnen WBW krijgen beide expertise teams naast elkaar een rol. De opschaling vanuit de GI’s wordt belegd bij het RET van WBW.
4.5 Conclusie tijdig passende hulp en vervolg toezicht De jeugdbeschermingsregio Brabant slaagt er nog niet in om tijdig passende hulp te bieden aan elk kind met een jeugdbeschermingsmaatregel. De inspecties realiseren zich dat de opnamestops bij JBB en WSS van 21 juni 2021 tot en met 15 december 2021 veel aandacht heeft gevraagd om het mogelijk te maken dat alle uitgesproken jeugdbeschermingsmaatregelen werden uitgevoerd. Ook hebben de eerdergenoemde gesprekken rond financiën de nodige tijd en aandacht gevraagd van alle betrokkenen. Opschaling De inspecties beoogden met het verscherpt toezicht dat de regio een effectieve opschaling zou realiseren voor kinderen met een maatregel die te lang wachten op passende hulp. De inspecties zien dat de regio in het afgelopen half jaar inspanningen heeft verricht om uitvoering te geven aan de effectieve opschaling. Echter, de inspanningen in de jeugdbeschermingsregio Brabant hebben vooralsnog onvoldoende tot het gewenste resultaat geleid. Zo is nog geen volledig beeld van alle kinderen die geen of niet tijdig passende hulp ontvangen. Het is nog onvoldoende geborgd dat er een functionerend systeem is om deze kinderen goed in beeld te krijgen. De escalatieroute (doorbraakaanpak) is niet bij alle betrokken partijen in de regio bekend en wordt ook nog onvoldoende gebruikt.
De eerste stap in de escalatieroute, het contact tussen de jeugdbeschermer en het lokale team, is niet systematische en structureel geborgd. Het is afhankelijk van de betrokken jeugdbeschermer en de betrokken professional bij het lokale team of dit contact ontstaat. De implementatie van de RET’s vraagt nog aandacht. Structurele belemmeringen De inspecties beoogden met het verscherpt toezicht dat de regio een effectieve aanpak zou realiseren voor het opheffen voor de structurele belemmeringen voor kinderen met een maatregel die te lang wachten op passende hulp. De jeugdbeschermingsregio heeft een plan van aanpak gerealiseerd en is daarnaast aan de slag gegaan met de uitvoering van de verbetermaatregelen voor het opheffen van de knelpunten door om zo te komen tot tijdig passende hulp. Echter, de inspanningen in de jeugdbeschermingsregio Brabant hebben vooralsnog onvoldoende tot het gewenste resultaat geleid. Zo hebben de inspecties geconstateerd dat de belemmerende factoren die in juli 2021 zijn geconstateerd (hiaten in het zorglandschap, wachtlijsten, inhoudelijke bemoeienis van gemeenten met de jeugdhulpbepaling GI en de administratieve processen) nog steeds een belemmering bij het inzetten van tijdig passende hulp voor kinderen met een jeugdbeschermingsmaatregel. De daarvoor ingezette verbetermaatregelen hebben nog onvoldoende geleid tot verbetering.
Daarnaast is een tweetal andere belemmerende factoren geconstateerd door de inspecties waar zij aandacht voor vragen. Dit zijn: ‘Knelpunten in de samenwerking tussen jeugdbeschermers en jeugdhulpaanbieders’ en ‘de overgang na crisishulp’. Tot slot is er sprake van een optelsom van 9
Bij de reactie op feitelijke onjuistheden is aangegeven dat het OPH en het RET één orgaan worden.
26 | Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en Inspectie Justitie en Veiligheid
wachttijden. De lange periode van wachten voordat de jeugdbeschermers starten bij het gezin is belemmerend. Daarom verlengen de inspecties de periode van de uitvoering van het verscherpte toezicht in de jeugdbeschermingsregio Brabant met zes maanden.
27 | Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en Inspectie Justitie en Veiligheid
Bijlage 1: Beeld van de jeugdhulpregio’s
WBW Route: GI-> lokale team-> expertteam (GW van lokale team) -> RET-> BEN + Gespreksmodel maakt gesprek over rollen en verwachtingen mogelijk + Datamonitoring: input voor gesprek met Zorgaanbieders. + Sterke verbinding tussen visie, beleid en wijze van uitvoering - Samenwerking tussen lokaal team en Jeugdbeschermer kan verbeterd worden - In de contracten van zorgaanbieders zijn verplichtingen opgenomen voor nazorg en zorg tijdens eventuele wachttijden. Hier wordt nog niet altijd op gestuurd. Pilot: Werken met veiligheidsteam bij afschaling.
WBO Route: GI -> lokale team-> RET-> BEN + Korte lijnen + Aanbieders ervaren WBO als een fijne samenwerkingspartner + Casussen waarbij het niet goed loopt, worden niet losgelaten; elkaar helpen en samenwerking blijven zoeken. Processen tussen gemeenten binnen WBO zijn heel verschillend. Behoefte om met elkaar in gesprek te komen, bijv. casus evaluatie. Oproep aan gemeenten: coördinatie Investeer op samenwerking toegang en GI.
HvB Route: GI -> lokale team-> RET -> plaatsingstafel (met managers + gem. Tilburg*) -> Tafel Bestuurders en wethouders*) -> BEN + Mensen vinden elkaar beter + Route is voor alle gemeenten hetzelfde in HvB. + Werkt al langere tijd met experttafel Bij de overlegtafels zijn de kleine aanbieders niet betrokken terwijl hier wel creativiteit en wendbaarheid zit Veel tafels, geen oplossingsgericht overleg Contact tussen JB en lokaal team niet structureel * tafel met managers, gemeente en bestuurders, wethouders casus afhankelijk.
NOB Route: GI -> lokale team -> zorgbemiddeling -> opschaling naar OPH/RET overleg -> BEN. + Rol plaatsingscoördinator JBB, erg actief + Wachtlijst werkgroepen actieve concrete acties + Partnership tussen de aanbieders in de regio Veel verschillende tafels voor overleg Contact tussen jeugdbeschermers en het lokale team is casus en persoonsafhankelijk OPH behandelt geen wachtlijst problematiek.
ZOB Route: GI -> lokale team -> RET -> BEN + Zorgmakelaar, bij de toegang/ servicebureau + Door middel van contracteren op weg naar passende hulp (Multi) + Regio: positief over positie RET in de doorbraakaanpak Hulpvraag richting aanbieder vanuit GI’s onduidelijk geformuleerd, waardoor aanbieder nee zegt terwijl er wel aanbod is. Geen aandacht voor wat te doen als de optie die besproken is niet lukt (‘wat als dat niet goed gaat, wat is volgend plan’). Jeugdbeschermer en lokale team ervaren geen gezamenlijke verantwoordelijkheid
Duidelijk. Onafhankelijk. Eerlijk. www.igj.nl
4 | Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en Inspectie Justitie en Veiligheid