CConstaterende datNuenen
Koppel je AI →
Document · PDF

2022-16 RIB Bijlage - Rapport na Verscherpt Toezicht Jeugdverschermingsregio Brabant

Gemeenteraad 28 april 2022, gemeente NuenenBij agendapunt: Raadsinformatiebrieven13.118 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Jeugdbeschermingsregio Brabant Jeugdhulpregio’s: Noordoost-Brabant, Zuidoost-Brabant, Hart van Brabant, West-Brabant Oost, West-Brabant West

Regiorapport verscherpt toezicht kwetsbare kinderen onvoldoende beschermd

Utrecht, maart 2022

De accounthoudende wethouder aan het woord De provincie Noord-Brabant bestaat sinds 2014 uit vijf jeugdzorgregio’s. De jeugdzorgregio’s kennen hun eigen besluitvormingsprocessen en zijn gelegitimeerd door de gemeenteraden van de betreffende gemeenten. De indeling in jeugdzorgregio’s is door het Rijk opgelegd. De jeugdzorgregio’s hebben een eigen verantwoordelijkheid en werken soms samen, bijvoorbeeld op het terrein van jeugdbescherming en jeugdreclassering. Deze contextbeschrijving is noodzakelijk om ons ongenoegen te beschrijven over de wijze waarop de inspectie rapporteert. We vinden het echt jammer dat de verschillende jeugdzorgregio’s niet uitvoeriger apart zijn beschreven. Door te rapporteren per jeugdzorgregio wordt het lerend vermogen van de regio’s vergroot. We begrijpen niet dat de rapportage van de inspectie zich voornamelijk beperkt tot uitspraken over de hele provincie. Het rapport wijst ons op tekortkomingen in de jeugdzorg. Die nemen we ter harte. Zo is het nog steeds noodzakelijk dat het jeugdhulpaanbod beter aansluit op de behoeften. Dit hopen we met de inkoop te regelen. Verder blijkt bijvoorbeeld uit het rapport tot onze spijt dat jeugdbeschermers te lang wachten/niet escaleren volgens de doorbraakaanpak, waardoor regio’s ten onrechte aannemen dat “slechts” 20 kinderen wachten op passende hulp.

Door een automatiseringsoplossing is het vanaf maart 2022 gemakkelijker voor jeugdzorgwerkers om te escaleren. De inspectie heeft in iedere regio in de jeugdbeschermingsketen interviews gehouden en/of casustafels bijgewoond, helaas ontbreekt de gedetailleerde adequate beloofde schriftelijke terugkoppeling per regio. We hadden verwacht dat de inspectie een belangrijk deel van het rapport zou besteden aan best practices en ontwikkelpunten per regio om van elkaar te kunnen leren. Het perspectief van de rapportage is vrij eenzijdig vanuit het perspectief van de Gecertificeerde Instellingen, en dan met name van Jeugdbescherming Brabant. We hadden in het rapport graag meer de input van gesprekken met kinderen en ouders, (gemeentelijke) professionele hulpaanbieders en andere Gecertificeerde Instellingen terug gezien. Dit had belangrijke aanknopingspunten kunnen geven voor de Brabantse verbeteragenda en voor de uitwerking van het toekomstscenario kind- en gezinsbescherming. De verbeterpunten die specifiek voor JBB zijn, pakken we samen op in de uitwerking van de bestuurlijke opdracht. Het generaliserend niveau van rapporteren geeft weinig méér aanknopingspunten voor verbetering dan waar we als samenwerkende jeugdzorgregio’s in Brabant al enige tijd mee bezig zijn. Het lijkt of er in dit rapport wordt voorgesorteerd op een andere regio-indeling.

Doordat de rapportage niet meer inzoomt op de verschillende regio’s is de bruikbaarheid helaas beperkt. Dat doet geen recht aan de grote impact die het zou moeten hebben vanwege de ernst van de zaak. Wij zijn verheugd dat de huidige samenwerking met de Gecertificeerde Instellingen sterk is verbeterd. Het collectieve geheugen bij zowel gemeenten als Gecertificeerde Instellingen bevat ook nog veel oud zeer. De instroomstop van Jeugdbescherming Brabant en de William Schrikker Stichting heeft gezorgd voor vertraging in de vernieuwing. Nu de instroomstop weer is opgeheven ligt er een kans om het plezier om in de jeugdbescherming te werken te vergroten en samen met de Gecertificeerde Instellingen en andere zorgprofessionals te zorgen voor een goede toekomst voor kinderen en gezinnen in Noord-Brabant. Namens de vijf jeugdzorgregio’s M.T.M. Hendrickx Wethouder Jeugd gemeente Tilburg

Samenvatting In juli 2021 hebben de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en de Inspectie Justitie en Veiligheid (hierna: inspecties) aangekondigd verscherpt toezicht uit te voeren in de jeugdbeschermingsregio 1 Brabant en indringende gesprekken te voeren met de regio en de gemeenten. De reden hiervoor was dat in jeugdbeschermingsregio Brabant niet elk kind met een jeugdbeschermingsmaatregel 2 tijdig een vaste jeugdbeschermer, tijdig een gedragen koers en tijdig passende hulp kreeg. In voorliggend rapport doen de inspecties verslag van dit verscherpt toezicht en de indringende gesprekken met de regio en de gemeenten in de jeugdbeschermingsregio Brabant. De jeugdbeschermingsregio Brabant is verdeeld in vijf jeugdhulpregio’s; Noordoost-Brabant, ZuidoostBrabant, Hart van Brabant, West-Brabant Oost, West-Brabant West. In de jeugdbeschermingsregio Brabant zijn ten tijde van het verscherpt toezicht vier GI’s actief namelijk: de stichting jeugdbescherming Brabant (hierna; JBB), William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering (hierna; WSS), Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering (hierna; LJ&R) en Jeugd Veilig Verder (hierna; JVV). De inspecties zien dat er in Brabant door partijen hard wordt gewerkt en stellen ten aanzien van de normen het volgende vast.

Norm ‘tijdig een vaste jeugdbeschermer’ en ‘tijdig gedragen koers’ De inspecties stellen op basis van de periode van het verscherpt toezicht vast dat de jeugdbeschermingsregio Brabant voor wat betreft de kinderen met een jeugdbeschermingsmaatregel die wordt uitgevoerd door LJ&R, JVV en WSS grotendeels voldoen aan de norm: ‘tijdig een vaste jeugdbeschermer’ en ‘tijdig gedragen koers’. De inspecties stellen vast dat de jeugdbeschermingsregio Brabant voor wat betreft de kinderen met een jeugdbeschermingsmaatregel die wordt uitgevoerd door JBB niet voldoet aan de norm: ‘tijdig een vaste jeugdbeschermer’ en ‘tijdig gedragen koers’. JB Brabant en de WSS slaagden als gevolg van stijging van het ziekteverzuim, hoog verloop onder medewerkers en krapte op de arbeidsmarkt er niet in hun wettelijke taken te vervullen voor alle kinderen die aan hen werden toegewezen. Dit heeft bij beide instellingen geleid tot een opnamestop in de periode juni – december 2021. Om te zorgen voor een toereikend aanbod van jeugdbescherming en jeugdreclassering heeft de accounthoudende gemeente voor de jeugdbeschermingsregio een tijdelijke crisisorganisatie ingericht.

Het gegeven dat er niet tijdig een vaste jeugdbeschermer is en dat er daardoor wordt gewerkt met wachtlijstbeheer, zorgt ervoor dat bij een groot deel van de gezinnen niet tijdig een gedragen koers wordt opgesteld binnen de jeugdbeschermingsregio Brabant. Om na te gaan of de jeugdbeschermingsregio Brabant binnen een half jaar kan voldoen aan de normen, continueren de inspecties het geïntensiveerde toezicht bij JBB. Norm ‘tijdig passende hulp’ De jeugdbeschermingsregio Brabant slaagt er nog niet in om tijdig passende hulp te bieden aan elk kind met een jeugdbeschermingsmaatregel. De inspecties beoogden met het verscherpt toezicht dat de jeugdbeschermingsregio Brabant een effectieve opschaling zou realiseren voor kinderen met een maatregel die te lang wachten op passende hulp. De inspecties zien dat de jeugdbeschermingsregio Brabant in het afgelopen half jaar veel inspanningen heeft verricht om uitvoering te geven aan de effectieve opschaling. Echter, de inspanningen in de jeugdbeschermingsregio Brabant hebben vooralsnog onvoldoende tot het gewenste resultaat geleid. 1

2

De inspecties zijn bij het toezicht in de regio’s uitgegaan van de gebieden waarbinnen een regionale gecertificeerde instelling werkzaam is en benoemen deze gebieden in het rapport als ‘jeugdbeschermingsregio’. Voor de meeste jeugdbeschermingsregio’s komen deze grenzen overeen met de provinciegrenzen van één of twee provincies. Hiermee worden zowel de jeugdbeschermings- als ook de jeugdreclasseringsketen bedoeld.

Zo is nog geen volledig beeld van alle kinderen die geen of niet tijdig passende hulp ontvangen. Het is nog onvoldoende geborgd dat er een functionerend systeem is om deze kinderen goed in beeld te krijgen. De escalatieroute (doorbraakaanpak) is niet bij alle betrokken partijen in de regio bekend en wordt ook nog onvoldoende gebruikt. De eerste stap in de escalatieroute, het contact tussen de jeugdbeschermer en het lokale team, is niet systematische en structureel geborgd. Het is afhankelijk van de betrokken jeugdbeschermer en de betrokken professional bij het lokale team of dit contact ontstaat. De implementatie van de Regionale Expertise Teams vraagt nog aandacht. De inspecties beoogden met het verscherpt toezicht dat de regio een effectieve aanpak zou realiseren voor het opheffen voor de structurele belemmeringen voor kinderen met een maatregel die te lang wachten op passende hulp. De jeugdbeschermingsregio heeft een plan van aanpak gerealiseerd en is aan de slag gegaan met de uitvoering van de verbetermaatregelen voor het opheffen van de knelpunten door om zo te komen tot tijdig passende hulp. Echter, de inspanningen in de jeugdbeschermingsregio Brabant hebben vooralsnog onvoldoende tot het gewenste resultaat geleid.

De inspecties constateerden dat de belemmerende factoren die in juli 2021 zijn gerapporteerd (zijn de hiaten in het zorglandschap, wachtlijsten, inhoudelijke bemoeienis van gemeenten met de jeugdhulpbepaling GI en de administratieve processen) nog steeds een belemmering vormen bij het inzetten van tijdig passende hulp voor kinderen met een jeugdbeschermingsmaatregel. De daarvoor ingezette verbetermaatregelen hebben nog onvoldoende geleid tot verbetering. Daarnaast is een tweetal andere belemmerende factoren geconstateerd. Dit betreft de samenwerking tussen jeugdbeschermers en jeugdhulpaanbieders en de overgang na crisishulp. Tot slot is er sprake van een optelsom van wachttijden. De lange periode van wachten voordat de jeugdbeschermers starten bij het gezin is belemmerend voor een goede start van de uitvoering van de jeugdbeschermingsmaatregel. Conclusie Hoewel er zeker stappen gezet zijn in Brabant om te voldoen aan de normen, stellen de inspecties om de hiervoor genoemde redenen vast dat de regio nog onvoldoende in control is voor wat betreft het gezamenlijk oplossen van de genoemde problemen. De inspecties verlengen daarom de periode van de uitvoering van het verscherpte toezicht in de jeugdbeschermingsregio Brabant met zes maanden.

4 | Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en Inspectie Justitie en Veiligheid

Inhoudsopgave 1 Inleiding.............................................................................................................................6 1.1 Kwetsbare kinderen onvoldoende beschermd..................................................................6 1.2 Doorbraak nodig voor kinderen met een maatregel..........................................................6 1.3 Conclusies inspecties doorbraakaanpak juli 2021.............................................................7 1.4 Opnamestop in jeugdbeschermingsregio Brabant ............................................................7 1.5 Activiteiten gedurende het verscherpte toezicht ..............................................................8 2 De jeugdbeschermingsregio Brabant ................................................................................... 10 2.1 Beschrijving jeugdbeschermingsregio ........................................................................... 10 2.2 Beschrijving betrokken Gecertificeerde Instellingen ....................................................... 11 3 Tijdig een vaste jeugdbeschermer en tijdig een gedragen koers ............................................. 12 3.1 Verbeteringen............................................................................................................

12 3.2 Zorgpunten ............................................................................................................... 14 3.3 Resultaat: tijdig een vaste jeugdbeschermer en tijdig een gedragen koers ....................... 16 3.4 Conclusie en vervolg toezicht ...................................................................................... 16 4 Tijdig passende hulp.......................................................................................................... 17 4.1 Resultaat tijdig passende hulp ..................................................................................... 17 4.2 Belemmerende factoren voor tijdig passende hulp ......................................................... 18 4.2.1 Belemmerende factoren: nog steeds aanwezig....................................................... 18 4.2.2 Andere belemmerende factoren............................................................................ 19 4.3 Optelsom van wachttijden........................................................................................... 20 4.4 Aanbevelingen van de inspecties uit juli 2021: stand van zaken...................................... 21 4.5 Conclusie tijdig passende hulp en vervolg toezicht......................................................... 26 Bijlage 1: Beeld van de jeugdhulpregio’s

5 | Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en Inspectie Justitie en Veiligheid

1 Inleiding In juli 2021 hebben de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en de Inspectie Justitie en Veiligheid (hierna: inspecties) aangekondigd verscherpt toezicht uit te voeren in de jeugdbeschermingsregio Brabant 3, en indringende gesprekken te voeren met de regio en de gemeenten. De reden hiervoor was dat in jeugdbeschermingsregio Brabant niet elk kind met een jeugdbeschermingsmaatregel 4 tijdig een vaste jeugdbeschermer, tijdig een gedragen koers en tijdig passende hulp krijgt. In dit rapport doen de inspecties verslag van dit verscherpt toezicht en de indringende gesprekken met de regio en de gemeenten in de jeugdbeschermingsregio Brabant.

1.1 Kwetsbare kinderen onvoldoende beschermd In het najaar van 2019 hebben de inspecties in het rapport en signalement met de titel Kwetsbare kinderen onvoldoende beschermd respectievelijk Jeugdbeschermingsketen in gevaar geoordeeld dat de wijze waarop jeugdbescherming en jeugdreclassering op dat moment werd uitgevoerd niet acceptabel was. De inspecties oordeelden dat de overheid onvoldoende haar verantwoordelijkheid nam om kinderen te beschermen die ernstig in hun ontwikkeling werden bedreigd. Daarnaast constateerden zij structurele problemen die ertoe leidden dat de jeugdbeschermingsketen maximaal onder druk stond. De inspecties vonden dat er direct stappen moesten worden gezet die ertoe leidden dat kwetsbare kinderen zonder vertraging hulp zouden krijgen. Hierop hebben de inspecties een intensief toezicht traject ingezet.

Signalement In het signalement ‘De jeugdbeschermingsketen in gevaar’ uit 2019 hebben de inspecties de wenselijkheid benoemd van een andere schaalgrootte voor de jeugdbeschermingsketen (inclusief de noodzakelijke specialistische hulp). De inspecties vinden dit belangrijk om de tijdige inzet van passende hulp voor een kind niet afhankelijk te maken van de lokale of regionale context. Het landelijk rapport uit 2021 laat successen zien van effectieve bovenregionale aanpak. Ook in het vervolgtoezicht zien de inspecties in jeugdbeschermingsregio’s waar jeugdhulpregio’s elkaar kritisch bevragen, van elkaar leren en gezamenlijk hulp organiseren voor de kinderen en ouders met de meest complexe hulpvragen.

De bescherming van kwetsbare kinderen: een overheidstaak Ieder kind heeft recht op bescherming tegen mishandeling. Hieronder vallen alle vormen van lichamelijke en geestelijke mishandeling, verwaarlozing en (seksueel) misbruik. Zowel in het gezin als daarbuiten. De overheid is verplicht maatregelen te nemen om kindermishandeling te voorkomen. Ook moet de overheid zorgen voor opvang en behandeling van kinderen die hiervan slachtoffer zijn (artikel 19 IVRK).

1.2 Doorbraak nodig voor kinderen met een maatregel In 2020 en 2021 volgden de inspecties de activiteiten die moeten leiden tot een directe verbetering op de korte termijn en structurele verbetering op de langere termijn. In de voortgangsrapportage van oktober 2020 deden de inspecties verslag van de eerste bevindingen. De inspecties zagen dat voor de langere termijn een positieve beweging in gang is gezet, maar stelden tegelijkertijd vast dat de jeugdbescherming en jeugdreclassering nog niet op orde waren. Om die reden hebben de inspecties gevraagd om een doorbraak te forceren voor alle kinderen met een jeugdbescherming of -reclassering maatregel door middel van een onorthodoxe actiegerichte aanpak. De inspecties zijn bij het toezicht in de regio’s uitgegaan van de gebieden waarbinnen een regionale gecertificeerde instelling werkzaam is en benoemen deze gebieden in het rapport als ‘jeugdbeschermingsregio’. Voor de meeste jeugdbeschermingsregio’s komen deze grenzen overeen met de provinciegrenzen van één of twee provincies. 4 Hiermee worden zowel de jeugdbeschermings- als ook de jeugdreclasseringsketen bedoeld. 3

6 | Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en Inspectie Justitie en Veiligheid

De doorbraakaanpak moest ertoe leiden dat voor elk kind met een jeugdbeschermings- en/of jeugdreclasseringsmaatregel tijdig een vaste jeugdbeschermer wordt toegewezen, tijdig een gedragen koers is uitgezet en dat tijdig passende hulp wordt ingezet die leidt tot het opheffen van de ontwikkelingsbedreiging, respectievelijk het verminderen van het recidive risico. En dat daarmee de uitspraak van de rechter tijdig wordt uitgevoerd.

1.3 Conclusies inspecties doorbraakaanpak juli 2021 In juli 2021 hebben de inspecties gerapporteerd over de resultaten van de doorbraakaanpak in de rapportage ‘Regiorapport vervolgtoezicht kwetsbare kinderen onvoldoende beschermd, jeugdbeschermingsregio Brabant’. De inspecties stelden in deze rapportage vast dat de jeugdbeschermingsregio voor wat betreft de kinderen met een maatregel die wordt uitgevoerd door: Jeugd Veilig Verder (hierna; JVV) en de William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering (hierna; WSS) grotendeels voldeed en de stichting jeugdbescherming Brabant (hierna; JBB) en Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering (hierna; LJ&R) niet voldeed aan de normen ‘tijdig een vaste jeugdbeschermer’ en ‘tijdig een gedragen koers’. De inspecties constateerden daarnaast dat de jeugdbeschermingsregio Brabant er niet in was geslaagd om elk kind met een jeugdbeschermingsmaatregel tijdig van passende hulp te voorzien. De inspecties hadden niet voldoende aanwijzingen dat de betrokken partijen, onder regie van de accounthoudende regio, er op korte termijn in zouden slagen om elk kind met een jeugdbeschermingsmaatregel tijdig passende hulp te bieden.

Hiertoe heeft de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd mede namens de Inspectie Justitie en Veiligheid, verscherpt toezicht uitgevoerd voor een periode van een half jaar en hierover indringende gesprekken gevoerd met de regio, gemeenten en andere stakeholders. Dit intensieve toezicht en nauw contact met de regio moest ertoe bijdragen dat op korte termijn, alsnog elk kind met een beschermingsmaatregel tijdig passende hulp zou krijgen.

1.4 Opnamestop in jeugdbeschermingsregio Brabant Op 15 en 16 juni 2021 zijn de inspecties geïnformeerd over de opnamestop van JBB voor de gehele jeugdbeschermingsregio Brabant en over de opnamestop van WSS voor het oostelijk deel. Dit betekende dat beide GI’s geen nieuwe cliënten aannamen. De achterliggende reden voor deze opnamestop was voor beide organisaties een combinatie van een stijging van het ziekteverzuim, een hoog verloop van medewerkers en krapte op de arbeidsmarkt. De opnamestops zijn van toepassing geweest van 21 juni tot 15 december 2021. De opnamestops waren niet van toepassing op: jeugdreclasseringsmaatregelen, spoedeisende zorg, verlengingen van jeugdbeschermingsmaatregelen en onder toezichtstellingen die werden uitgesproken over broertjes of zusjes (al bekende gezinnen). De opnamestops kwamen voor de ketenpartners onverwachts. Daardoor konden de ketenpartners hier niet op anticiperen. Na bekendmaking van de opnamestop, heeft de gemeente Tilburg als accounthouder onder grote druk voor de gehele jeugdbeschermingsregio Brabant een project (crisis)organisatie opgericht, onder regie van een externe projectleider. Deze projectorganisatie is gestart met twee opdrachten: • Uitvoering van nieuwe jeugdbeschermingsmaatregelen door een instroomteam. • Uitwerken structurele oplossingen, aansluitend bij het toekomstscenario kind- en gezinsbescherming.

Het hierboven genoemde instroomteam is onderdeel van de projectorganisatie, maar organisatorisch is het instroomteam ondergebracht bij WSS. Na het opheffen van de opnamestops, medio december, is dit team ondergebracht bij JBB en heeft daar inmiddels de naam provinciaal instroomteam (hierna; PIT) binnen JBB.

7 | Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en Inspectie Justitie en Veiligheid

1.5 Activiteiten gedurende het verscherpte toezicht De inspecties hebben in het kader van het verscherpte toezicht in jeugdbeschermingsregio Brabant verschillende toezichtactiviteiten uitgevoerd. De inspecties hebben zich daarbij binnen de jeugdbeschermingsregio Brabant gericht op: • JBB, vanwege noodzakelijke verbetering op de normen ‘tijdig een vaste jeugdbeschermer’ en ‘tijdig een gedragen koers’. • De jeugdbeschermingsregio Brabant en de GI’s in het kader van de opnamestops en de gevolgen hiervan op de normen ‘tijdig een vaste jeugdbeschermer’, ‘tijdig een gedragen koers’ en ‘tijdig passende hulp’. • De jeugdbeschermingsregio Brabant, vanwege noodzakelijke verbetering op de norm ‘tijdig passende hulp voor kinderen met een jeugdbeschermingsmaatregel’. Voor de landelijk werkende instelling LJ&R, werd in het rapport ‘Kwetsbare kinderen onvoldoende beschermd, Landelijk rapport 2021, vervolgtoezicht’ geconcludeerd dat verbetering nodig was op de normen ‘tijdig een vaste jeugdbeschermer’ en ‘tijdig een gedragen koers’. Ook hier hebben de inspecties toezichtactiviteiten uitgevoerd. Hierover rapporteren de inspecties in een landelijke publicatie aangezien dit de jeugdbeschermingsregio Brabant overstijgt. JBB Na een gesprek met de bestuurder van JBB op 5 juli, hebben de inspecties het toezicht bij JBB geïntensiveerd.

De reden hiervoor waren de vele ontwikkelingen op inhoudelijk en organisatorisch vlak. Dit intensieve toezicht bestond uit: • Onderzoek naar de kwaliteit van de uitvoering van jeugdbeschermingsmaatregelen die gekoppeld waren aan een vaste jeugdbeschermer (19 en 20 juli 2021). Tijdens dit onderzoek zijn naast de bestuurder, de kwaliteitsmanager en de directeur jeugdbescherming gesprekken gevoerd met 16 jeugdbeschermers, vier gedragswetenschappers en een gebiedsmanager. Er zijn in totaal 12 dossiers beoordeeld. • Toezicht naar de voortgang van de doorbraakaanpak (21 september 2021). Tijdens dit onderzoek zijn naast de bestuurder, de kwaliteitsmanager en de directeur jeugdbescherming gesprekken gevoerd met twee plaatsingscoördinatoren en een gebiedsmanager. • Opvragen monitorgegevens en relevante documenten. • Voortgangsgesprekken. Toezicht in relatie tot opnamestops De inspecties zijn bij de start van de projectorganisatie op de hoogte gebracht van de opdracht. De volgende activiteiten hebben plaatsgevonden: • Kennismaking met de projectleider en voortgangsgesprekken. • Onderzoek naar de kwaliteit van de uitvoering van de jeugdbeschermingsmaatregelen (3 en 15 november). Tijdens dit onderzoek is naast de bestuurder, de gebiedsmanager en de gedragswetenschapper gesproken met vier jeugdbeschermers en twee ondersteuners. Er zijn in totaal negen dossiers beoordeeld.

• Naar aanleiding van de opnamestops is vanuit de regio en de projectorganisatie een tweewekelijks bestuurlijk overleg georganiseerd rond de jeugdbeschermingsketen. Naast de wethouders van de jeugdhulpregio’s en de bestuurders van de GI’s, sloten de Rechtbank, de Raad voor de Kinderbescherming en de ministeries van JenV en VWS aan. De inspecties en de Jeugdautoriteit sloten bij deze bestuurlijke overleggen aan als toehoorder. Gesprekken jeugdhulpregio’s De volgende activiteiten hebben plaatsgevonden: • Maandelijks overstijgend monitoringsgesprekken met de contactpersonen van de jeugdbeschermingsregio. • Vier gesprekken met de voorzitter van het Bovenregionale Expertise Netwerk (hierna; BEN) • Tweemaal een informatiebijeenkomst over BEN bijgewoond. • De inspecties hebben daarnaast met betrokkenen uit de vijf jeugdhulpregio’s gesproken over de doorbraakaanpak en de (tijdige) inzet van passende hulp.

8 | Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en Inspectie Justitie en Veiligheid

16 september: regio ZOB, gesproken met inkoop, beleid en drie jeugdhulp aanbieders. Ook is een casuïstiek bijeenkomst bijgewoond van het Regionaal Expertise Team. o 29 september: regio NOB, gesproken met inkoop, beleid, voorzitter van het Overleg Passende Hulp (OPH), werkgroepen wachtlijsten, zorgbemiddeling, toegang en drie jeugdhulp aanbieders. o 25 oktober: regio HvB, gesproken met inkoop, beleid, toegang, werkgroepen wachtlijsten, Veilig Thuis, Jeugdbeschermingstafel en vier aanbieders. Ook is een casuïstiek bijeenkomst bijgewoond van het Regionaal Expertise Team. o 6, 14, 16 december: regio WBW, gesproken met inkoop, beleid, Regionaal Expertise Team, toegang, veiligheidsteam, QenA-team en vijf aanbieders. o 20 december: regio WBO, gesproken met inkoop, beleid, Regionaal Expertise Team, toegang en zes aanbieders. In de bijlage is een korte weergave van de aandachtspunten per jeugdhulpregio die tijdens deze gesprekken naar voren kwamen. o

Onderzoek januari 2022 (tijdig) passende hulp Voor het onderzoek uitgevoerd in januari 2022 is gesproken met 32 jeugdbeschermers van de vier betrokken GI’s. In deze gesprekken zijn 43 casussen besproken en uitgediept. Van deze 43 casussen zijn ook de dossiers bekeken. Daarnaast is gesproken met negen ouders en één jongere. Tot slot zijn er acht vervolggesprekken gevoerd met professionals van de gemeenten.

9 | Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en Inspectie Justitie en Veiligheid

2 De jeugdbeschermingsregio Brabant 2.1 Beschrijving jeugdbeschermingsregio De jeugdbeschermingsregio Brabant 5 wonen ongeveer 2,5 miljoen inwoners in 56 gemeenten die verdeeld zijn in vijf jeugdhulpregio’s; Noordoost-Brabant, Zuidoost-Brabant, Hart van Brabant, West-Brabant Oost, West-Brabant West (hierna respectievelijk NOB, ZOB, HvB, WBO en WBW). Inkoop jeugdbescherming en jeugdreclassering Binnen de jeugdbeschermingsregio is een accounthoudende jeugdhulpregio aangewezen die naar andere jeugdhulpregio’s acteert bij risico’s van discontinuïteit van een Gecertificeerde Instelling (hierna; GI). De accounthoudende gemeenten voor jeugdbescherming en jeugdreclassering zijn Tilburg (JBB) en Eindhoven (JVV). Zij coördineren de inkoop voor alle vijf jeugdhulpregio’s in Brabant. WSS en LJ&R hebben geen accounthoudende regio binnen de jeugdbeschermingsregio Brabant. Iedere jeugdhulpregio sluit haar eigen contracten af met de GI’s. De vijf jeugdhulpregio’s zijn verantwoordelijk voor hun eigen contracten. Elke jeugdhulpregio hanteert zijn eigen werkwijzen en verantwoordingswijzen voor de GI’s. Er kan ook een verschil zijn tussen de gemeenten binnen een jeugdhulpregio. Per 1 januari 2020 werken vier jeugdhulpregio’s met hetzelfde tarief voor jeugdbescherming en jeugdreclassering via de productiegerichte financiering (p*q). ZOB is vanaf 1 januari 2021 hierbij aangesloten.

Sindsdien hanteren alle vijf jeugdhulpregio’s hetzelfde tarief. Inkoop (specialistische) jeugdhulp De visie voor jeugdhulp in Brabant is ‘Wonen doe je thuis’: kinderen wonen zo veel mogelijk thuis of groeien op in een zoveel mogelijk op thuis lijkende situatie. Als dit niet mogelijk is, wordt het kind elders geholpen, waarmee de nadruk komt te liggen bij ambulante jeugdhulp en begeleiding en minder inzet van residentiele hulp. Deze visie wordt ook gehanteerd voor de inkoop. De vijf jeugdhulpregio’s hanteren een eigen inkoopprocedure en er is diversiteit aan beleid per jeugdhulpregio en/of gemeente. Zo kopen de jeugdhulpregio’s HvB en WBW resultaatgericht in, waar andere regio’s een vast tarief per geleverd traject hanteren of productiegericht financieren. De consequentie is onder andere dat iedere jeugdhulpregio andere procedures hanteert voor het opstellen van de jeugdhulpbepalingen. Ook is de toegang lokaal verschillend ingericht. Ook voor de route niet-ingekochte zorg is per jeugdhulpregio (of per gemeente) een andere werkwijze. De jeugdhulpregio's hanteren geen budgetplafonds. Enkele gemeenten geven aan dat er geen hulp gestapeld mag worden, dat wil zeggen dat er niet meerdere jeugdhulpbepalingen tegelijk mogen worden afgegeven voor een kind in verband met de lumpsum of resultaatgerichte bekostiging. De gemeenten stimuleren aanbieders voldoende aanbod te leveren.

Een belemmerende factor voor het inkopen van voldoende passend aanbod is volgens veel gemeenten het gebrek aan deskundig en gespecialiseerd personeel. Dit geldt voor alle typen zorg. De jeugdhulpregio’s WBO en WBW kopen de gesloten jeugdhulp samen in met Zeeland. De samenwerkingspartner hierbij is de (gesloten) jeugdhulpaanbieder Almata. De andere jeugdhulpregio’s kopen de gesloten Jeugdzorg samen met Limburg in.

5

De inspecties zijn bij het toezicht in de regio’s uitgegaan van de gebieden waarbinnen een regionale gecertificeerde instelling werkzaam is en benoemen deze gebieden in het rapport als ‘jeugdbeschermingsregio’. Voor de meeste jeugdbeschermingsregio’s komen deze grenzen overeen met de provinciegrenzen van één of twee provincies.

10 | Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en Inspectie Justitie en Veiligheid

Aanpak verbetermaatregelen Voor de aanpak van de verbetermaatregelen heeft de jeugdbeschermingsregio samen met de GI’s een plan van aanpak geschreven. Hierin zijn ook de verbetermaatregelen voor het opheffen van de opnamestops opgenomen. In dit plan spreken de vijf coördinerende wethouders samen met de bestuurders van de GI’s de ambitie uit te komen tot een betere duurzame jeugdbescherming in Brabant, zodat structurele verbeteringen voor kinderen die jeugdhulp nodig hebben tot stand komen.

2.2 Beschrijving betrokken Gecertificeerde Instellingen In de jeugdbeschermingsregio Brabant zijn ten tijde van het toezicht vier GI’s actief namelijk: JBB, WSS, LJ&R en JVV (onderdeel van Jeugdbescherming Regio Amsterdam). JBB is werkzaam in alle jeugdhulpregio’s. JVV is werkzaam in ZOB en in Gelderland. Beide GI’s bieden jeugdbescherming en jeugdreclassering. LJ&R en de WSS zijn werkzaam in heel Nederland. Beide GI’s richten zich op een specifieke doelgroep. LJ&R heeft als doelgroep multi-probleem gezinnen die zorgen voor overlast en maatschappelijke onrust, gezinnen waar er sprake is van drugs- of alcoholverslaafde ouders, gezinnen met geringe sociale redzaamheid, met zwervende ouders en ouders vanuit de Roma en Sinti gezinnen. WSS biedt ondersteuning en hulp aan kinderen met een (verstandelijke) beperking of chronische ziekte, en/of aan kinderen van ouders met een beperking.

11 | Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en Inspectie Justitie en Veiligheid

3 Tijdig een vaste jeugdbeschermer en tijdig een gedragen koers Norm 1

Tijdig een vaste jeugdbeschermer voor elke jeugdige met een jeugdbeschermings- en of jeugdreclasseringsmaatregel Vast: De jeugdbeschermer blijft gedurende de uitvoering van de OTS verbonden aan het gezin, of de wisseling van jeugdbeschermer vindt voorspelbaar/op vaste momenten plaats (bijv. na de afronding van het plan van aanpak). Er is hooguit één wisseling wegens verloop of ziekte. Bij wisseling komt het gezin niet bij bureaudienst/ wachtlijstbeheer terecht. Tijdig: Binnen vijf werkdagen nadat de GI in kennis is gesteld is een jeugdbeschermer aan het kind/ gezin gekoppeld.

Norm 2

Voor elk kind met een jeugdbeschermings- en of jeugdreclasseringsmaatregel tijdig een gedragen koers Tijdig: De koers is tijdig wanneer deze binnen zes weken is bepaald, of zoveel eerder als de jeugdbeschermer en betrokkenen noodzakelijk achten gezien de onveiligheid/ ontwikkelingsbedreiging/recidive risico van het kind. De inspecties hanteren wat betreft de termijn hierbij het principe ‘comply or explain’. Gedragen: De koers is gedragen als deze is uitgezet in samenspraak met het gezin, netwerk en met betrokken professionals. Wensen, behoeften, mogelijkheden van jeugdigen, ouders en netwerk zijn bekend bij hulpverleners. De jeugdige en ouders bepalen, binnen hun mogelijkheden, in samenspraak met de hulpverlener de hulpvraag en de doelen van de geboden hulp.

Koers: Er is sprake van een koers bij een jeugdbeschermingsmaat-regel als de doelen en de noodzakelijke hulp zijn bepaald, die leiden tot het afwenden van de ontwikkelingsbedreiging/het recidiverisico. De inspecties spreken van een koers en niet van een ‘plan’. In de praktijk wordt de koers vastgelegd in een plan, maar het plan is het middel, niet het doel. Het moet voor hulpverleners, jeugdigen en hun ouders duidelijk zijn wat de doelen van de hulp zijn en hoe hieraan gewerkt wordt. De doelen en afspraken zijn haalbaar, concreet en ontwikkelingsgericht.

3.1 Verbeteringen Opvolging aanbeveling rapport juli 2021: Financiën ‘De inspecties hebben in hun rapport van juli 2021 aangegeven dat de gemeenten het mogelijk moesten maken dat de GI’s aan de norm ‘tijdig een vaste jeugdbeschermer’ konden voldoen door de belemmeringen weg te nemen. • Door binnen een maand over te gaan tot betaling van een kostendekkend tarief voor de GI’s in Brabant. • Neem hierin de kosten van een flexibele schil bij de inkoop van jeugdbescherming en jeugdreclassering mee zodat uitval kan worden opgevangen’.

12 | Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en Inspectie Justitie en Veiligheid

Binnen de jeugdbeschermingsregio Brabant is sinds 2019 een discussie tussen de vijf jeugdhulpregio’s en de GI’s over de tarieven voor jeugdbescherming en jeugdreclassering. De GI’s gaven aan dat het tarief niet kostendekkend was. Hoewel dit alle betrokken GI’s betreft, is de consequentie voor JBB het grootst doordat zij als regionale GI alleen een contract hebben met deze vijf jeugdhulpregio’s. Op 29 juni 2021 is een principeakkoord bereikt tussen de betrokken GI’s (JBB, WSS, JVV en LJ&R) en de jeugdhulpregio’s over de tarieven. Dit principeakkoord is in de periode juli-september bekrachtigd door alle jeugdhulpregio’s en/of gemeenten. De tarieven zijn verhoogd tot boven het landelijk gemiddelde. Dit betekent dat de tarieven met gemiddeld 9% zijn gestegen, met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2020. Na het vaststellen van een verhoogd tarief, waren de financiën nog meerdere malen onderwerp van gesprek tussen de jeugdhulpregio’s en JBB 6. Het ging onder andere over het tarief voor 2022 en verder, de huisvestingskosten van JBB en het herstelplan JBB. Ook over deze financiële zaken is overeenstemming bereikt. Alle betrokkenen vonden dat de gesprekken sinds 2019 tussen de jeugdhulpregio’s en de GI’s niet meer over de inhoud, innovatie of de kwaliteit van zorg gingen, maar voornamelijk over geld en de tarieven.

Dit belemmerde de voortgang van de transformatie binnen de jeugdhulpregio’s. Nu de financiële discussiepunten zijn beslecht zijn de betrokkenen hoopvol het gesprek weer te kunnen voeren over de inhoud. Veranderopdracht specifiek voor JBB In januari 2022 zijn JBB en de jeugdhulpregio’s met elkaar overeengekomen hoe de regionale GI, JBB, zich verder kan ontwikkelen naar een organisatie die zijn professionals maximaal ondersteunt, een aantrekkelijke werkgever is en klaar is voor het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming. Gezamenlijk is hiervoor een veranderopdracht opgesteld. JBB en de gemeenten zijn gezamenlijk opdrachtgever voor het veranderprogramma waar een externe programmamanager aan verbonden is. Ten tijde van het schrijven van dit rapport is de veranderopdracht in een vergevorderd stadium van besluitvorming. Innovatie/inzet ondersteuning voor jeugdbeschermers Bij de start van de opnamestops is de projectorganisatie door de gemeenten gevraagd te zoeken naar innovatieve werkwijzen binnen de jeugdbescherming. Een deel van de innovatieve werkwijzen zijn gelijk binnen het instroomteam toegepast, zodat daarmee ook ervaringen in de praktijk konden worden opgedaan. Het concrete voorbeeld van deze innovaties is het werken met ondersteuners die (nog) geen SKJregistratie hebben.

Het instroomteam heeft gewerkt met high-potential medewerkers; starters die net hun HBO- of WO-opleiding hebben behaald. Deze ondersteuners zijn gekoppeld aan de jeugdbeschermers (één ondersteuner per twee jeugdbeschermers). Zij zijn onder andere verantwoordelijk voor de administratieve ondersteuning van de jeugdbeschermer (verslagen uitwerken, dossier bijhouden, vooronderzoek uitvoeren voor de inzet van tijdig passende hulp, planning van gesprekken, etc.). Tijdens de gesprekken in januari 2022 gaven de jeugdbeschermers aan dat de inzet van de ondersteuners als zeer helpend werd ervaren. Ook JBB is tijdens de periode van het verscherpt toezicht gaan werken met ondersteunende jeugdbeschermers. Uit het onderzoek van juli 2021 bij JBB bleek dat een ondersteuningsteam is gestart. Dit team had mede als doel de jeugdbeschermers te ondersteunen in het proces de dossiers op orde te krijgen en te houden, zodat collega’s bij een eventuele overdracht direct de uitvoering van de maatregel konden overnemen en er sprake was van continuïteit door actuele dossiers.

6 JBB voert, als regionale GI, de meeste jeugdbeschermingsmaatregelen

uit binnen de jeugdbeschermingsregio Brabant. Daarom wordt in deze rapportage specifieker gerapporteerd over JBB dan over de andere GI’s.

13 | Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en Inspectie Justitie en Veiligheid

Om het verzuim tegen te gaan is bij JBB gestart met een nieuwe aanpak: ‘Van verzuim naar inzetbaarheid’. Er is een contract afgesloten met een andere arbodienst om JBB te helpen deze aanpak vorm te geven. Deze arbodienst is per januari 2022 van start gegaan. Arbeidsmarktstrategie Bij de start van de opnamestops is de projectorganisatie door de gemeenten gevraagd een arbeidsmarktstrategie te ontwikkelen voor de brede jeugdhulp in Noord-Brabant. Het doel is om professionals voor zowel de jeugdbescherming, de jeugdhulpaanbieders en de lokale teams te werven. Het voordeel hiervan is dat de professionals breed geworven worden en gekeken wordt waar de sollicitanten het best passen met hun kennis en ervaring en op deze wijze bewaard blijven voor de Noord-Brabantse jeugdhulp. Daarnaast zijn de vier GI’s, continu personeel aan het werven. JBB heeft in oktober 2021 een recruiter aangetrokken om de wervingscampagne te intensiveren. Casussen met een vaste jeugdbeschermer Tijdens de onderzoeken in juli 2021 bij JBB, in november 2021 bij het instroomteam en tijdens het onderzoek in januari 2022 zien de inspecties een wezenlijk verschil tussen casussen met een vaste jeugdbeschermer en casussen bij wachtlijstbeheer. Uit de onderzoeken blijkt dat op het moment dat er een vaste jeugdbeschermer is toegewezen, deze actief aan de slag gaat met het kind en het gezin.

Daarbij voert de jeugdbeschermer (indien nodig), meerdere gesprekken met (de) kind(eren) en ouders, worden hulpverlening, school of andere netwerkpartners actief betrokken, worden risicotaxaties afgenomen en wordt gewerkt aan een gedragen koers. Net zoals tijdens eerdere onderzoeken hebben de inspecties tijdens hun onderzoek in januari 2022 bevlogen jeugdbeschermers gesproken, die ondanks alle werkdruk en knelpunten zich volledig inzetten voor de kinderen en ouders waarover een jeugdbeschermingsmaatregel is uitgesproken. Jeugdbeschermers geven daarbij voorbeelden hoe zij inzicht verkrijgen in eventuele weerstand bij ouders en kinderen en deze weerstand weten om te vormen tot een positieve, coöperatieve houding. En het gezin zo te motiveren tot het bereiken van een doel, al dan niet met de inzet van hulpverlening.

3.2 Zorgpunten Stabiel personeelsbestand De GI’s hebben een hoog verloop. Uit gesprekken en uit het onderzoek van januari 2022 blijkt dat er meerdere oorzaken zijn voor het hoge verloop. Enerzijds heeft dit te maken met de landelijke arbeidsmarktproblematiek. De GI’s en jeugdhulpaanbieders hebben moeite om SKJ-geregistreerde medewerkers te werven en te behouden. Ook de bemensing van het instroomteam, waar wat betreft de wijze van contract meer mogelijk was, zoals de inzet van ZZP’ers en detacheringconstructies, heeft bij de start van dit team veel aandacht en energie gevraagd. Deze arbeidsmarktproblematiek wordt ook door andere jeugdhulpaanbieders en GI’s in het land ervaren. Anderzijds heeft dit verloop te maken met regio specifieke knelpunten, en organisatorische knelpunten bij de regionale GI, JBB, die gedurende het verscherpt toezicht nog niet zijn weggenomen. Jeugdbeschermers voelen zich afhankelijk van gemeenten. Ze moeten zoeken naar passende hulp in verband met wachtlijsten en tekort aan plekken. Jeugdbeschermers ervaren een verzwaring van hun verantwoordelijkheid om het kind veilig te laten opgroeien als hij of zij hier vervolgens niet naar kan handelen omdat de passende hulp niet of later kan worden ingezet.

Wanneer een jeugdbeschermer vertrekt, moet deze caseload verdeeld worden onder blijvende collega’s die al een volle caseload hebben, hetgeen de werkdruk verhoogd. De jeugdhulpaanbieders gaven tijdens de gesprekken aan dat het tekort aan goede jeugdbeschermers merkbaar is. Dat niet direct iemand beschikbaar is frustreert de ouders en in veel gevallen ook de hulpverleners. De behandeling of begeleiding kan vertragen (bv wachten op opvoedbeslissingen, kinderen bij wie geen bezoekregelingen wordt opgestart, aanbieders moeten meer in nazorg doen).

14 | Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en Inspectie Justitie en Veiligheid

Wachtlijstbeheer Uit het onderzoek in januari 2022 blijkt dat alle GI’s in de jeugdbeschermingsregio Brabant werken met wachtlijstbeheer. Als er sprake is van wachtlijstbeheer zien de inspecties dat het langere tijd duurt (één tot vier maanden) voordat een vaste jeugdbeschermer wordt toegewezen. Wachtlijstbeheer doet geen recht aan de urgentie van een jeugdbeschermingsmaatregel. De inspecties beoordelen het werken met wachtlijstbeheer als niet wenselijk, maar wel als voldoende, als de jeugdbeschermer daadwerkelijk met het gezin en het systeem om het kind aan de slag gaat, in contact is met het gezin en samen met hen werkt aan een gedragen koers. Wachtlijstbeheer JBB Binnen JBB werd sinds 2019 gewerkt met het zogenaamde ‘beperkt hulpaanbod’ als vorm van wachtlijstbeheer. Een tijdelijk toegewezen jeugdbeschermer onderhield de contacten met het gezin en werkte toe naar een gedragen koers, maar deed dit in een minimale variant, vooral steunend op het raadsrapport. JBB wilde stoppen met de aanpak ‘beperkt hulpaanbod’ als wachtlijstbeheer. Na de opnamestops was duidelijk dat er opnieuw sprake was van een wachtlijst. Bij het instroomteam, dat ondergebracht werd bij JBB was ook sprake van een wachtlijst. Er is door JBB samen met het instroomteam een nieuw instroomproces ontwikkeld. Dit is voorgelegd aan de inspecties.

De inspecties hebben vastgesteld dit in de praktijk niet voorziet in tijdig een vaste jeugdbeschermer. Gezien de krapte op de arbeidsmarkt ziet JBB geen andere mogelijkheid, ten tijde van het schrijven van dit rapport, om het instroomproces toch op deze wijze vorm te geven. De huidige werkwijze is dat jeugdbeschermers van het voormalige instroomteam (nu PIT als onderdeel van JBB) een rol krijgen bij de uitvoering van de jeugdbeschermingsmaatregelen waar niet direct een jeugdbeschermer aan gekoppeld wordt vanuit JBB. Het ingerichte proces voorziet in een triage (o.a. op veiligheidsrisico’s) waaruit een prioritering ontstaat voor het uitdelen/oppakken van casuïstiek. Ook wordt driewekelijks contact met het gezin opgenomen. Start instroomteam De periode van onderzoek waar de inspecties naar keken (1 juni 2021-25 oktober 2021), betrof de periode dat er sprake was van de opnamestops. Deze opnamestops kwamen voor ketenpartners onverwachts. De uitgesproken jeugdbeschermingsmaatregelen voor JBB en WSS werden toegekend aan het instroomteam, onderdeel van de crisisorganisatie. De inspecties hebben in het onderzoek in november 2021 bij het instroomteam geconstateerd dat het lang heeft geduurd voordat een jeugdbeschermer werd gekoppeld aan een gezin, gerekend vanaf de datum van de eerste beschikking van de Rechtbank.

Dit kwam mede doordat tijdens het begin van de opnamestops er ruim 60 jeugdbeschermingsmaatregelen waren uitgesproken en beschikkingen afgegeven aan JBB. Deze maatregelen moesten worden omgezet naar WSS, voordat het instroomteam aan de slag kon. Alleen met dat mandaat kon het instroomteam acties ondernemen. Het overzetten van een jeugdbeschermingsmaatregel van de ene GI naar de andere, kan alleen met een verzoek wijziging GI via de Rechtbank. Het betreft per individuele wijziging gemiddeld zeven tot acht weken. Dit komt mede door de zorgvuldigheid van het rechtbankproces en de rechtspositie van de ouders en kinderen. Om de caseload binnen het instroomteam werkbaar te houden, werd ingeschat welke zaken het meest urgent zijn om op te pakken. Keerzijde hiervan was dat bij zaken met lage urgentie het lang (maanden) duurde voordat een jeugdbeschermer gekoppeld werd. Ten tijde van het onderzoek van november 2021 waren al deze zaken gekoppeld aan een jeugdbeschermer en is door de betrokken jeugdbeschermers geïnvesteerd in het ontwikkelen van een samenwerkingsrelatie om te komen tot een gedragen koers en de inzet van passende hulp. Gedragen koers De jeugdbeschermers gaven tijdens de onderzoeken in juli 2021 bij JBB aan dat met de huidige caseload het contact met de kinderen en ouders vaak in het gedrang komt.

De jeugdbeschermers wilden meer tijd voor gesprekken met ouders en kinderen om te komen tot een gedragen koers. Uit hetzelfde onderzoek en het onderzoek van november 2021 bij het instroomteam bleek ook dat casussen voornamelijk worden toebedeeld aan jeugdbeschermers op basis van beschikbaarheid. Jeugdbeschermers gaven aan dat de matching meer moet plaatsvinden op basis van (inhoudelijke)

15 | Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en Inspectie Justitie en Veiligheid

gronden zoals de kennis van de problematiek, de klik tussen het gezin, het kind en de jeugdbeschermer, de regio waar de jeugdbeschermer bekend is en het gezin woont en de interesse/voorkeur van jeugdbeschermers. Tijdens het onderzoek in januari 2022 hebben de inspecties nog geen verbetering op de bovenstaande punten geconstateerd.

3.3 Resultaat: tijdig een vaste jeugdbeschermer en tijdig een gedragen koers Een onderdeel van de projectorganisatie, ingesteld na de aankondigingen van de opnamestops, is het opzetten van een keten breed monitoringsysteem. Hieruit blijkt dat per 1 februari 2022 bij JBB, LJ&R en JVV gezamenlijk 84 kinderen wachten op vaste jeugdbeschermer bij de GI’s. Bij WSS en binnen het PIT zijn 29 Brabantse kinderen die wachten op een vaste jeugdbeschermer per medio januari 2022. Op basis van deze informatie is duidelijk dat in de jeugdbeschermingsregio Brabant niet aan de norm wordt voldaan ‘elk kind tijdig een vaste jeugdbeschermer’. Ook aan de norm ‘tijdig een gedragen koers’ kan niet worden voldaan, als de jeugdbeschermer niet tijdig start, wordt er ook niet tijdig aan de gedragen koers gewerkt.

3.4 Conclusie en vervolg toezicht De inspecties stellen op basis van de periode van het verscherpt toezicht vast dat de jeugdbeschermingsregio Brabant voor wat betreft de kinderen met een jeugdbeschermingsmaatregel die wordt uitgevoerd door LJ&R, JVV en WSS grotendeels voldoen aan de norm: ‘tijdig een vaste jeugdbeschermer’ en ‘tijdig gedragen koers’. De inspecties stellen vast dat de jeugdbeschermingsregio Brabant voor wat betreft de kinderen met een jeugdbeschermingsmaatregel die wordt uitgevoerd door JBB niet voldoet aan de norm: ‘tijdig een vaste jeugdbeschermer’ en ‘tijdig gedragen koers’. Als gevolg van stijging van het ziekteverzuim, hoog verloop onder medewerkers en krapte op de arbeidsmarkt slaagden JB Brabant en de WSS er niet in hun wettelijke taken te vervullen voor alle kinderen die aan hen werden toegewezen. Dit heeft bij beide instellingen geleid tot een opnamestop in de periode juni – december 2021. Om te zorgen voor een toereikend aanbod van jeugdbescherming en jeugdreclassering heeft de accounthoudende gemeente voor de jeugdbeschermingsregio een tijdelijke crisisorganisatie ingericht. Als oorzaak hiervoor hebben de inspecties in juli 2021 onder andere het ontbreken aan een kostendekkend tarief benoemd. Met de vaststelling van het tarief voor 2021, waarin een compensatie is opgenomen voor innovatie is een goede basis gelegd.

De krapte op de arbeidsmarkt maakt het vinden van nieuwe medewerkers moeilijk. Het gegeven dat er niet tijdig een vaste jeugdbeschermer is en dat er daardoor wordt gewerkt met wachtlijstbeheer, zorgt ervoor dat bij een groot deel van de gezinnen niet tijdig een gedragen koers wordt opgesteld binnen de jeugdbeschermingsregio Brabant. Om na te gaan of de jeugdbeschermingsregio Brabant binnen een half jaar kan voldoen aan de normen, continueren de inspecties het geïntensiveerde toezicht bij JBB.

16 | Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en Inspectie Justitie en Veiligheid

4 Tijdig passende hulp Norm 3

Tijdige inzet van passende hulp die leidt tot het opheffen van de ontwikkelingsbedreiging, respectievelijk het verminderen van het recidive risico.

Passende hulp: Hulpverleners bieden hulp die aansluit bij de problematiek, ontwikkelingsbehoefte en mogelijkheden van jeugdigen en hun ouders. Daarnaast is de hulp bij een jeugdbeschermingsmaat-regel passend wanneer professional(s) kunnen toelichten en ouders/jeugdige ervaren dat de hulp bijdraagt aan het opheffen van de onveiligheid/ontwikkelingsbedreiging, respectievelijk verminderen van het recidiverisico. De hulp is passend als deze overeenkomt met het plan, dat een gedragen koers bevat. De hulp is ook passend als blijkt dat professional en gezin het ingezette alternatief passend vinden. Tijdig: De hulp is tijdig wanneer binnen drie maanden na het uitspreken van de maatregel passende hulp is ingezet, of zoveel eerder als de jeugdbeschermer en betrokkenen noodzakelijk achten gezien de onveiligheid/ontwikkelingsbedreiging/ recidive risico van het kind. De inspecties hanteren wat betreft de termijn hierbij het principe ‘comply or explain’. De hulp is niet gestart als na de intake het kind/gezin op een wachtlijst terecht komt. Indien het kind/ gezin heeft moeten wachten op passende hulp, maar deze is in de doorbraakaanpak tot stand gekomen, dan beoordelen de inspecties dit positief.

4.1 Resultaat tijdig passende hulp Aantallen onderzoek januari 2022 De hierna genoemde aantallen zijn niet geschikt om een inschatting van het totaal aantal te maken. Dit heeft te maken met het aantal besproken en bekeken dossiers uit een specifieke periode. Tussen 1 juni 2021 en 25 oktober 2021 zijn in totaal 400 jeugdbeschermingsmaatregelen uitgesproken binnen de jeugdbeschermingsregio. De inspecties hebben een steekproef van in totaal 43 casussen met een maatregel beoordeeld of passende hulp is ingezet. Dit was voor 26 kinderen van de 43 het geval. De inspecties hebben in totaal voor 43 kinderen met een maatregel gestart tussen 1 juni 2021 en 25 oktober 2021 beoordeeld of de hulp tijdig is ingezet. Dit was voor 18 kinderen van de 43 het geval. In 13 van de 43 onderzochte casussen is een relatie met het startmoment van de jeugdbeschermer bij het niet of niet tijdig inzetten van de passende hulp. Bij deze 13 jeugdbeschermingsmaatregelen kon niet direct een jeugdbeschermer starten. Tijdens het onderzoek bleek dat dit doorwerkt in het niet of niet tijdig starten van de passend hulp. Caseload De hierna genoemde aantallen zijn niet geschikt om te extrapoleren. Dit heeft te maken met het feit dat gevraagd is naar een inschatting en het beeld van de jeugdbeschermer. De gegevens zijn niet aan de hand van dossiers geverifieerd en er is geen onderzoek verricht naar de gehele caseload.

De jeugdbeschermers is gevraagd of er naast bovengenoemde casussen nog andere kinderen met een jeugdbeschermingsmaatregel zijn die nog geen passende hulp hebben dan wel wachten op passende hulp. De 32 geïnterviewde jeugdbeschermers hebben gezamenlijk een caseload van

17 | Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en Inspectie Justitie en Veiligheid

ongeveer 370 kinderen. De inschatting van de jeugdbeschermers was dat er binnen hun caseload minimaal nog 60 kinderen geen passende hulp ontvangen dan wel wachten op passende hulp. Doorbraakaanpak De doorbraakaanpak is ingezet bij vier van de 43 casussen. Bij drie casussen bleek de aanmelding niet te zijn ontvangen door de coördinator van de doorbraakaanpak van de betreffende jeugdhulpregio. Bij één casus had de jeugdbeschermer inmiddels zelf hulp gevonden waardoor de inzet van de doorbraakaanpak niet meer noodzakelijk was. De GI’s hebben een rol in het aanleveren van de data voor de ketenmonitoring. Het is een handmatige uitvraag bij de jeugdbeschermers, wat tijdrovend is. Specifiek voor JBB 7 geldt dat het registratiesysteem WIJZ in het eerste kwartaal 2022 wordt aangepast zodat deze data makkelijker aan te leveren is. JBB hoopt dat daarmee ook meer alertheid bij de individuele jeugdbeschermers is op het aanmelden van de kinderen voor de doorbraakaanpak 8. Volgens de ketenmonitoring wachten op 1 februari 2022 minimaal 20 kinderen met een jeugdbeschermingsmaatregel op tijdig passende hulp. Op basis van de gesprekken met verschillende ketenpartners gedurende de periode van verscherpt toezicht verwachtten de inspecties dat het aantal kinderen met een jeugdbeschermings- en of jeugdreclasseringsmaatregel in Brabant, die in aanmerking komen voor de doorbraakaanpak, hoger ligt.

Uit bovenstaande aantallen blijkt dat deze verwachting is bevestigd. Verderop in dit hoofdstuk wordt nader ingegaan op een duiding hiervan. Verschillen per jeugdhulpregio Bij de norm tijdige inzet van passende hulp zijn verschillen per jeugdhulpregio zichtbaar. Op basis van het aantal casussen die per jeugdhulpregio zijn getoetst, kunnen de inspecties geen representatief kwantitatief beeld geven van de verschillen. In de bijlage is een korte weergave van de aandachtspunten per jeugdhulpregio opgenomen. Deze zijn gebaseerd op de gesprekken in de jeugdhulpregio’s. De inspecties hebben kwalitatief onderzoek uitgevoerd en naast het uitdiepen van de 43 casussen hebben zij in algemene zin met jeugdbeschermers en jeugdhulpregio’s gesproken over tijdig passende hulp. Hierdoor kunnen zij een duiding en een richting geven van de belemmerende factoren bij de inzet van tijdige passende jeugdhulp aan kinderen met een jeugdbeschermingsmaatregel.

4.2 Belemmerende factoren voor tijdig passende hulp 4.2.1 Belemmerende factoren: nog steeds aanwezig In het onderzoek van januari 2022 zijn dezelfde belemmerende factoren als die in het rapport van juli 2021 zijn benoemd naar voren gekomen. Hiaten in het zorglandschap en wachtlijsten De jeugdbeschermers geven de hiaten in het zorglandschap en de wachttijden bij jeugdhulpaanbieders aan als belangrijke belemmerende factor waarom er geen passende en tijdige hulp is ingezet. Hierbij worden dezelfde vormen van hulp als in juli 2021 genoemd als hiaten in het zorgaanbod of met wachtlijsten. Hulp bij complexe scheidingen, Omgangsbegeleiding, Gezinshuizen, Jeugd GGZ (diagnostiek, behandeling en verblijf), Wonen met perspectief naar 18+, Pleegzorg, Jeugdpsychiaters, Pleegzorg Plus, Hulp in een andere taal, Verblijf na gesloten jeugdzorg, Multidisciplinaire samenwerking: J&O, WLZ, LVB, GGZ

JBB voert, als regionale GI, de meeste jeugdbeschermingsmaatregelen uit binnen de jeugdbeschermingsregio Brabant. Daarom wordt in deze rapportage specifieker gerapporteerd over JBB dan over de andere GI’s. 8 Bij de reactie op feitelijke onjuistheden is aangegeven dat dit per 1 maart 2022 is gerealiseerd. 7

18 | Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en Inspectie Justitie en Veiligheid

De inspecties vinden het opvallend dat de jeugdbeschermers aangaven dat er ook in de gesloten jeugdzorg sprake is van wachttijden. Inhoudelijke bemoeienis gemeenten jeugdhulpbepaling GI In het contact met de gemeenten ervaren jeugdbeschermers dat de jeugdhulpbepaling niet altijd wordt overgenomen. De jeugdbeschermers geven, anders dan in juli 2021, aan dat het vooral jeugdhulp betreft die niet gecontracteerd is. In veel gevallen wil de gemeente dan toch eerst (opnieuw) onderzoeken of er hulp ingezet kan worden binnen het gecontracteerde aanbod. Als dat niet kan, is de wens van de gemeente dat de niet gecontracteerde zorg geregeld wordt via onderaannemerschap met een hoofdaanbieder die wel is gecontracteerd. Het is dan aan de jeugdbeschermer om met de eventuele hoofdaanbieder (vaak een aanbieder die zelf geen aanbod had), het onderaannemerschap te organiseren. Dit is een tijdrovend (administratief) proces voor de jeugdbeschermer waarbij sprake is van verschillende belangen. Jeugdbeschermers ervaren dat hierbij niet altijd de belangen van de kinderen voorop staan. 4.2.2 Andere belemmerende factoren In het onderzoek in januari 2022 zijn ook andere belemmerende factoren die niet eerder in een rapport zijn benoemd gevonden.

Knelpunten in de samenwerking tussen GI en jeugdhulpaanbieders Aanmeldproces aanbieders Nadrukkelijker dan tijdens het onderzoek in 2021 werd het aanmeldproces bij jeugdhulpaanbieders benoemd als een belemmerende factor. Dit varieerde van de administratieve last (elke jeugdhulpaanbieder heeft zijn eigen intakeproces met eigen aanmeldformulieren met eigen wensen over de informatie) tot de lange tijd dat de aanbieder neemt voor het nemen van beslissingen. Als een jeugdbeschermer een kind aanmeldt bij een jeugdhulpaanbieder dient veel informatie aangeleverd te worden. Bij veel aanbieders wordt door de jeugdbeschermers ervaren dat er dan een aantal weken geen contact is tot het interne beraad bij de aanbieder tot een uitkomst is gekomen. In een aantal gevallen wordt vervolgens aangegeven dat de hulp niet ingezet kan worden om een reden die vooraf duidelijk en bekend was (bijvoorbeeld de hoogte van IQ, het al dan niet aanwezig zijn van psychologisch onderzoek). Er zijn voorbeelden genoemd dat deze periode van stilte kort was (enkele dagen) maar ook voorbeelden dat dit proces soms wel vijf tot zes weken in beslag nam. De langst genoemde periode was drie en een halve maand.

Als werkende factor noemde een jeugdbeschermer de positieve ervaring die was opgedaan bij een jeugdhulpaanbieder waar er sprake was van een mondelinge intakebespreking. Achteraf hoefde alleen de informatie op papier te worden aangeleverd wat aanvullend nodig was. Dit was minimaal. Doordat de casus doorgesproken was, had de jeugdhulpaanbieder de mogelijkheid om direct vragen te stellen en de jeugdbeschermer kon deze direct beantwoorden. Een dag later was er bij de jeugdhulpaanbieder al duidelijkheid over het al dan niet kunnen aanbieden van hulp in deze casus.

Jeugdbeschermers geven aan dat met elke aanmelding voor jeugdhulp zij denken een stapje dichterbij te zijn bij de inzet van passende hulp. Dit is vaak ook een reden om (nog) niet aan te melden voor de doorbraakaanpak. Als er dan afgemeld wordt om een reden die van tevoren bekend was, ervaren de jeugdbeschermers dit als frustrerend en verloren tijd. Enkele jeugdhulpaanbieders geven tijdens de gesprekken aan dat zij de verantwoordelijkheid voor zowel het kind dat wordt aangemeld ervaren als voor de kinderen die al in zorg zijn, met name bij verblijf. Een goede matching is een belangrijk element in het slagen van de hulp. De jeugdhulpaanbieders geven aan druk te ervaren vanuit de GI’s en/of de lokale teams om dit matchingsproces voor de aangemelde kinderen te versnellen of om iets te creëren. Opstelling Jeugdbeschermers De jeugdhulpaanbieders geven in de gesprekken aan dat jeugdbeschermers zich zeer sturende en weinig samenwerkingsgericht kunnen opstellen (met de beschikking van de rechtbank in de hand). De jeugdhulpaanbieders geeft aan dat deze benadering niet past bij de methodiek of werkwijze van de jeugdhulpaanbieders, waarbij de bereidheid van de ouders en/of de kinderen van belang is.

19 | Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en Inspectie Justitie en Veiligheid

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11438658/1