2022-12 RV Bijlage 1 Nota accommodatiebeleid 2021-2025 gemeente Nuenen c.a.
Tekst van het document
ACCOMMODATIEBELEID 2021-2025
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleiding ......................................................................................................................................2 1.1 Proces en participatie............................................................................................................................2 1.2 Huidige situatie .....................................................................................................................................3 1.3 Achtergrondinformatie .........................................................................................................................3 1.4 Begrippenlijst ........................................................................................................................................4 1.5 Leeswijzer..............................................................................................................................................4 Hoofdstuk 2 Urgentie en doelstelling .............................................................................................................5 Hoofdstuk 3 Scope van het accommodatiebeleid...........................................................................................6 Hoofdstuk 4 Kaders en uitgangspunten ..........................................................................................................7 4.1 Kader 1:
Accommodaties zijn een middel om beleidsinhoudelijke doelstellingen te realiseren ..........7 4.2 Kader 2: Een transparante houding en scheiding van geldstromen......................................................9 Hoofdstuk 5 Uitwerking per cluster accommodaties....................................................................................12 5.1 Scholen ................................................................................................................................................12 5.2 Sportaccommodaties ..........................................................................................................................14 5.3 Accommodaties voor sociaal-culturele activiteiten ............................................................................20 5.4 Overige accommodaties......................................................................................................................22 Bijlagen..........................................................................................................................................................24 1.
Overzichtskaart van alle accommodaties .........................................................................................24
2.
Uitwerking per accommodatie .........................................................................................................24
3.
Rapportage participatie ....................................................................................................................24
1
Hoofdstuk 1 Inleiding Deze nota accommodatiebeleid komt voort uit een afspraak uit het huidige coalitieakkoord. De coalitie vraagt het college om nieuw accommodatiebeleid te ontwikkelen dat aansluit bij de veranderende samenleving en rekening houdt met de grondslagen van het vigerende subsidiebeleid. Subsidiering is een instrument voor de gemeente om gewenste effecten op maatschappelijk gebied te realiseren. De kaders voor de subsidiëring bestaan uit inhoudelijke beleidsdoelstellingen: 1. De gemeente Nuenen wil de gezondheid, de zelfredzaamheid en de maatschappelijke betrokkenheid van haar inwoners stimuleren, ook daar waar de reguliere financiële middelen tekortschieten. De gemeente Nuenen wil bovendien voor haar inwoners een gezonde leefomgeving (milieu), onderwijs, cultuur, sport en recreatie stimuleren en in stand houden. 2. Speerpunt daarbij is stimulering van de doelgroep jeugd in haar ontwikkeling in brede zin, door stimulering van deelname aan verenigingen e.d. 3. Ouderen in kwetsbare posities worden extra gestimuleerd en ondersteund volgens, in overeenstemming met eerdergenoemde beleidsdoelstellingen. De laatste nota accommodatiebeleid is in 2015 vastgesteld en was opgesteld voor de periode 2016-2019. Het nu voorliggende accommodatiebeleid vormt de komende jaren het kader voor de afweging en uitvoering van accommodatievraagstukken.
Ook vormt het de basis voor toekomstige uitvoeringsplannen, die vervolgens in concrete projecten kunnen resulteren waarvoor aan de gemeenteraad een besluit gevraagd wordt.
1.1 Proces en participatie
Om tot een goed gedragen beleidsstuk te komen is er een verkennend proces doorlopen, enerzijds met de raad, anderzijds met de betrokken beheerders en gebruikers. Op 9 oktober 2019 is tijdens een bijeenkomst van de raadscommissie Samenleving een eerste verkenning naar mogelijke kaders van het accommodatiebeleid gedaan. Door de uitbraak van Covid-19 vond het vervolg hierop plaats op 28 september 2020. Tijdens deze bijeenkomst zijn de concrete uitgangspunten verkend en de scope bediscussieerd. Er was een eerste beeld van de gemene deler voor dit accommodatiebeleid, die is beschreven in een commissienotitie, welke op 25 november 2020 is behandeld door de commissie samenleving. In deze commissienotitie is het gemeenschappelijke beeld beschreven, maar zijn ook discussiepunten opgenomen. De raad heeft daarbij uitgesproken dat de voorgenomen kaders en uitgangspunten eerst besproken dienen te worden met de beheerders en gebruikers van accommodaties voordat zij deze vaststelt. Hiervoor zijn twee digitale participatieavonden georganiseerd. Op 9 maart 2021 sprak de gemeente met verschillende beheerders en exploitanten en op 11 maart 2021 sprak de gemeente met verschillende gebruikers over de belangrijkste uitgangspunten voor het accommodatiebeleid. De informatie die naar voren is gekomen in deze bijeenkomsten is opgenomen in het verslag, bijgevoegd als bijlage 3.
De participatieavonden hebben tot aanpassingen geleid die in de voorliggende beleidsnota zijn verwerkt. Op 3 juni 2021 heeft de gemeenteraad het eerste deel van dit accommodatiebeleid vastgesteld, te weten de kadernotitie Accommodatiebeleid 2021-2024. Hiermee heeft de gemeenteraad de eerste kaders en uitgangspunten uitgetekend. Dit vormt de paraplu voor het vervolg. Deze kaders en uitgangspunten zijn in dit document opgenomen onder hoofdstuk 2 t/m 4. In hoofdstuk 5 is vervolg gegeven aan de kadernotitie door de uitwerking van eerder opgestelde kaders in concrete beleidsuitgangspunten. Per cluster, zoals vastgesteld in hoofdstuk 3, worden beleidsuitgangspunten opgesteld over eigendom en verhuur, beheer en onderhoud, activiteiten en gebruik, capaciteit, en evaluatie en verantwoording. Hiermee krijgen de eerder vastgestelde kaders een concretiseringsslag. Daarnaast is er een duidelijk overzicht gemaakt van alle accommodaties in de gemeente. En wordt er per accommodatie een praktische vertaalslag gemaakt van de concrete beleidsuitgangspunten uit hoofdstuk 5 naar de gewenste toekomstsituatie voor de 2
desbetreffende accommodatie. In bijlage 2 van dit document zijn alle accommodaties opgenomen en wordt aangegeven wat de huidige situatie van deze accommodatie is en naar welke gewenste toekomstsituatie we voor deze accommodatie streven. In bijlage 1 is een overzichtskaart opgenomen van alle accommodaties.
1.2 Huidige situatie
Op dit moment is er een groot verschil in exploitatie, subsidiëring en eigendom van de Nuenense accommodaties voor onderwijs, cultuur, welzijn en sport. Huidige afspraken verschillen per multifunctionele accommodatie (MFA), sportaccommodatie of zelfs per gebruiker. Ook variëren deze afspraken van volledig verzelfstandigd tot volledig in gemeentelijk beheer. Er is meestal geen sprake van kostendekkende huur. In veel gevallen is er sprake van indirecte subsidiering door de gemeente, van inzet van gemeentelijk personeel of van het verzorgen van onderhoud en/of het financieren van investeringen in (groot) onderhoud. Er zijn vele soorten accommodaties, waarin een grote diversiteit aan activiteiten wordt uitgevoerd. De accommodaties vormen een belangrijke structuur voor de identiteit en cultuur van Nuenen. De activiteiten in deze accommodaties worden van, voor en door Nuenenaren georganiseerd. Een aantal van deze activiteiten is ook voor de uitvoering van het gemeentelijk beleid belangrijk. Wanneer er een ruimte nodig is voor een activiteit verwacht de gemeente in eerste instantie dat organisatoren van deze activiteiten zelf initiatief nemen om een passende locatie/accommodatie voor hun activiteiten te vinden. Mocht dit niet lukken en de gemeente vindt de activiteiten passend in het gemeentelijke beleid, kan de gemeente een geschikte accommodatie hiervoor vinden.
1.3 Achtergrondinformatie
Bij het ontwikkelen van accommodatiebeleid is de gemeente gehouden aan een aantal wetten: • • • •
Wet markt en overheid; Drank- en horecawet; Wet op de paracommercie; Onderwijswetgeving.
Wat in deze wetten als is geregeld, wordt daarom niet benoemd in dit accommodatiebeleid. Zo voorkomt de Wet markt en overheid oneerlijke concurrentie door de overheid als zij economische activiteiten uitvoert. Ook zijn gemeenten op basis van de Drank- en horecawet verplicht om de horeca-activiteiten van sociaal-culturele en/of sportieve verenigingen aan banden te leggen in para-commerciële verordeningen, zodat reguliere horeca geen oneerlijke concurrentie ondervindt. Dit soort activiteiten wordt daarom niet bedoeld in deze beleidsnota. Soms wordt er wel naar verwezen, het is immers met elkaar verweven, maar concrete uitwerking zal altijd buiten de kaders van dit accommodatiebeleid afgewogen worden. Daarnaast dienen de accommodaties te passen binnen het bestemmingsplan dat voor elk van de accommodaties geldt. Bestemmingsplannen vallen onder de eigen regelgeving van de gemeente. Af te stoten accommodaties kunnen een andere functie en/of bestemming krijgen, al dan niet met aanpassing van het bestemmingsplan. In het kader van de nieuwe Omgevingswet dient de gemeenteraad vóór 2024 een Omgevingsvisie vast te stellen waarin ook aangegeven wordt hoe met accommodaties in relatie tot het omgevingsbeleid om te gaan. Het accommodatiebeleid is nauw verwant aan andere beleidsterreinen en ontwikkelingen, waaronder vooral: • • • •
Subsidiebeleid; Beleid ten aanzien dorpsontwikkelingsplannen; Vrijwilligersbeleid; Wmo; 3
• •
Omgevingsvisie, waarin verschillende beleidsvisies geïntegreerd worden; Demografische ontwikkelingen.
Er zijn verschillende instrumenten om zaken rondom vastgoed te regelen: • • •
Bestemmingsplan: regelt het gebruik van de locatie; Huurcontract: regelt waarvoor het gebouw gebruikt mag worden en kan bijv. ook regelen dat er een andere huurprijs wordt gerekend voor ander gebruik; Meer-jaren onderhoudsplan (MJOP): regelt demarcatie en vervanging van vastgoed.
1.4 Begrippenlijst
In deze nota wordt gesproken over onderhoud en beheer . In de overeenkomsten met beheerders wordt op basis van de meer jaren onderhoudsplanning (MJOP) een demarcatie aangebracht wie voor welk onderdeel verantwoordelijk is: Dagelijks beheer (bijvoorbeeld sleutelbeheer), Klein onderhoud (bijvoorbeeld het repareren van een deurklink) en Groot onderhoud en vervangingsinvestering (bijvoorbeeld het buitenschilderwerk).
1.5 Leeswijzer
De urgentie, het doel en de basisuitgangspunten van deze beleidsnota zijn in hoofdstuk 2 uitgewerkt. In hoofdstuk 3 staat vervolgens beschreven welke zaken wel onder dit accommodatiebeleid vallen en welke niet (de scope). Er wordt onderscheid gemaakt in 3 clusters van verschillende soorten accommodaties. Daarna worden in hoofdstuk 4 de twee beleidskaders benoemd waar het accommodatiebeleid op steunt. Elk van deze kaders heeft een aantal uitgangspunten, die in deze nota verder toegelicht worden. Deze kaders en uitgangspunten zijn algemeen en gelden voor alle accommodaties. Wel wordt onderscheid gemaakt tussen de verschillende soorten accommodaties (zoals vermeld onder hoofdstuk 3 scope). Uiteindelijk worden deze kaders en uitgangspunten vertaald naar concrete beleidsuitgangspunten. Deze zijn opgesteld per cluster en staan beschreven in hoofdstuk 5. Tot slot wordt er per accommodatie een weergave gegeven van de huidige situatie en de gewenste toekomstsituatie. Dit overzicht is in een apart document bijgevoegd als bijlage 2. Ook is een kaart met alle accommodaties (bijlage 1) en het participatieverslag toegevoegd (bijlage 3).
4
Hoofdstuk 2 Urgentie en doelstelling Zoals hierboven beschreven zijn er onder het huidige beleid nog veel verschillende aanpakken voor de verschillende accommodaties in de gemeente. Dit leidt tot ongelijke behandeling van beheerders en gebruikers, waarmee de urgentie voor deze vernieuwde beleidsnota wordt onderschreven. De gemeente Nuenen wil huidige en toekomstige verenigingen, sportclubs en vrijwilligers blijven ondersteunen. Deze vormen de basis van de Nuenense samenleving. Om dat te kunnen doen is er wel verandering nodig. Het is nodig dat er een transparante (her)verdeling van budgetten, verantwoordelijkheden en afspraken wordt gemaakt. Dit zal leiden tot betere gemeentelijke ondersteuning en gelijke behandeling van accommodaties. Tegelijkertijd moet ook de noodzaak voor een zorgvuldig en aandachtig proces benadrukt worden. Juist, omdat de verenigingen, sportclubs en vrijwilligers de basis zijn van de Nuenense samenleving. Een onzorgvuldig proces, waarin te snel besluiten worden genomen en te snel tot concretisering wordt overgegaan, zonder de huidige situatie grondig te onderzoeken, zal juist leiden tot onvolledige of niet goede ondersteuning van de gemeente aan verenigingen. Dit beleidsdocument is daarom niet het eindpunt, maar de eerste stap in een gezamenlijk proces tot een gedragen resultaat.
Met dit nieuwe accommodatiebeleid en daaropvolgende uitvoeringsplannen, wil de gemeente Nuenen meer transparantie bieden en duidelijke afspraken maken over de verschillende accommodaties. Hierdoor is het voor betrokkenen en inwoners duidelijker welke aanpak de gemeente hanteert, wat zij van de gemeente Nuenen kunnen verwachten en wat de gemeente van hen verwacht. Ook kunnen betrokkenen en inwoners de gemeente wijzen op de afspraken in dit beleid. Hierdoor ontstaat er meer transparantie over de accommodaties in onze gemeente.
Doelstelling: De doelstelling van dit beleid is om een afwegingskader beschikbaar te hebben voor de ontwikkeling, het gebruik, het beheer en de exploitatie van diverse accommodaties binnen de gemeente. Daarbij geeft dit beleid ook richting aan de rolverdeling tussen gemeente, gebruikers, beheerders en derden. Dit ten einde een gelijke en voorspelbare behandeling van iedereen te bewerkstelligen, leidend tot een geleidelijke (her)verdeling van de gemeentelijke ondersteuning voor accommodatie onder de huidige verenigingen. Voordat de scope, de kaders en de uitgangspunten van het nieuwe beleid worden beschreven, is het goed om eerst nog even stil te staan bij de volgende twee punten: Accommodatiebeleid is faciliterend beleid. Dat wil zeggen dat de gemeente met dit beleid stuurt op de invulling van de strategie die bepaald is in andere beleidsdocumenten, zoals van het sociaal domein. Het hebben en beheren van accommodaties is daarmee geen doel op zichzelf, maar een hulpmiddel voor de uitvoering van ander beleid. Verderop in deze nota wordt dit verder toegelicht. Huidige accommodaties zijn de basis voor het beleid. Hiermee wordt bedoeld dat we niet opnieuw beginnen. Er bestaat al een structuur van accommodaties, dat wordt niet zomaar omgegooid. De huidige situatie, met alle accommodaties die er nu al zijn, is de basis voor dit beleid.
Dit vraagt tijd en oog voor de context van elke accommodatie.
5
Hoofdstuk 3 Scope van het accommodatiebeleid Voor een helder en transparant accommodatiebeleid is het van belang om van tevoren duidelijk aan te geven voor welke accommodaties het beleid bedoeld is. Met andere woorden: we formuleren de scope van het accommodatiebeleid. Onder het accommodatiebeleid valt allereerst alleen maatschappelijk vastgoed. Dit betekent dat al het commercieel vastgoed per definitie is uitgesloten van het beleid. Daarnaast zijn niet alle accommodaties in eigendom van de gemeente. Soms huurt de gemeente een locatie van derden of is een locatie in eigendom van een vereniging of organisatie, zoals de meeste scholen in onze gemeente. Ook zijn er met sommige verenigingen erfpachtconstructies. In dit beleid onderscheiden we vier clusters van accommodaties: 1. Scholen • Deze locaties hebben 1 hoofddoel: onderwijs. Vaak is er ook kinderopvang aanwezig; • Meerjarenplan onderwijshuisvesting is de basis; • Scope voor dit accommodatiebeleid: kunnen de locaties gebruikt worden voor andere, maatschappelijke doeleinden. 2. Sportaccommodaties • Deze locaties zijn ingericht voor een specifieke sportfunctie, dat is het hoofddoel van de locatie; • Voor deze locaties heeft de gemeente verschillende afspraken rondom huur en/of onderhoud. Dit valt onder de scope van dit beleid; • Deze locaties kunnen ook gebruikt worden voor andere doeleinden.
Dit valt ook onder de scope van dit accommodatiebeleid. 3. Accommodaties voor sociaal-culturele activiteiten • Deze locaties zijn ingericht om veel verschillende functies en activiteiten te faciliteren. Meervoudig gebruik is het vaak doel van deze accommodaties; • Voor deze locaties heeft de gemeente verschillende afspraken met huurders, beheerders en gebruikers over huur en onderhoudskwesties. Dit valt onder de scope van dit beleid; • Deze accommodaties worden gebruikt voor maatschappelijke en sociaal-culturele activiteiten. Ook dit valt onder de scope van dit beleid. 4. Overige accommodaties • Deze accommodaties zijn niet te plaatsen onder een van bovenstaande clusters, omdat het gebruik of de staat van de accommodatie hiervan te veel afwijkt; • Deze accommodaties zijn wel in eigendom van de gemeente en/of worden gebruikt voor maatschappelijke doeleinden en vallen daarom wel onder het maatschappelijk vastgoed. Deze clusters helpen om de volgende kaders en uitgangspunten beter te laten aansluiten op de praktijk van de accommodaties. Kort samengevat vallen (waar van toepassing) afspraken over eigendom, verhuur, onderhoud, beheer en gebruik van de locaties onder de scope van dit accommodatiebeleid.
Commented [JP1]: Kan hier toegevoegd worden wat buiten de scope valt zoals Commented [AB2R2]: Qua onderwerpen kan ik niet bedenken wat niet onder de scope valt. Qua gebouwen is dat bovenaan en in hoofdstuk 1 al beschreven.
6
Hoofdstuk 4 Kaders en uitgangspunten 4.1 Kader 1: Accommodaties zijn een middel om beleidsinhoudelijke doelstellingen te realiseren
Dit kader spreekt uit dat het hebben en onderhouden van accommodaties geen doel op zichzelf is. De accommodaties worden gebruikt om andere doelstellingen te realiseren. Dit zijn gemeente brede doelstellingen zoals gezondheid, iedereen doet mee, ontwikkeling van kinderen, maar ook meer specifieke beleidsdoelstellingen zoals sport, cultuur, ontmoeten, jeugd en sociale cohesie. Daarmee is het in het accommodatiebeleid van belang om steeds balans te houden tussen moeten, willen, kunnen. Dat wil zeggen, tussen wat wettelijk gevraagd wordt (moeten), de te realiseren ambities en beleidsdoelen (willen), binnen de financiële en organisatorische grenzen (kunnen). Onder kader 1 vallen de volgende thema’s:
1. Identiteit en cultuur
De sociale structuren en het verenigingsleven zijn bepalend voor de identiteit van en de cultuur binnen de gemeente Nuenen. Dit wordt gekoesterd en moet zo goed mogelijk ondersteund worden. Het accommodatiebeleid is daarom ondersteunend aan onze beleidsdoelen en aan deze sociale structuren. De accommodaties faciliteren verenigingen, stichtingen en clubs die onze gemeente mooier maken. Bovenstaande betekent ook dat de accommodaties maatschappelijke waarde hebben. Of beter gezegd, dat de activiteiten die in de accommodaties plaatsvinden van maatschappelijke waarde zijn. Activiteiten met lokale maatschappelijke waarde gaan altijd voor ander gebruik van accommodaties. Het is wel mogelijk om ook andere (commerciële) activiteiten of regionale activiteiten te huisvesten in onze accommodaties, maar alleen als dat niet ten koste gaat van onze maatschappelijke activiteiten. Voor activiteiten in accommodaties die eigendom zijn van de gemeente of in accommodaties die de gemeente huurt van derden geldt dat deze activiteiten verbonden moeten zijn aan inhoudelijke beleidsdoelstellingen. De gemeente wil meer regie houden op activiteiten die plaatsvinden in deze accommodaties, zonder daarmee flexibiliteit en vrijheid te verliezen. Samengevat leidt dit tot de volgende uitgangspunten: Uitgangspunten identiteit en cultuur: • • •
De gemeente faciliteert accommodaties die verenigingen in staat tellen hun activiteiten te verrichten die onze gemeente mooier maken; Activiteiten van lokale maatschappelijke waarde gaan altijd voor ander (commercieel) en regionaal gebruik van accommodaties; De gemeente houdt regie op de activiteiten die plaatsvinden in haar accommodaties, zonder flexibiliteit te verliezen.
2. Spreiding
Het is belangrijk dat de accommodaties binnen de gemeente verspreid zijn over de verschillende kernen. Dat betekent minstens één ontmoetingsplek per kern (Nuenen (noord en centrum), Nuenen-Zuid(oost), Nuenen-West, Gerwen, Nederwetten, Eeneind) voor sociale activiteiten en dorpsactiviteiten. Het is belangrijk dat deze activiteiten voor iedereen toegankelijk zijn en dicht bij de deur. Daarnaast zijn er ook activiteiten die meer centraal georganiseerd worden. Er is binnen de gemeentegrenzen een voldoende, gevarieerd en gespreid aanbod van sport en culturele activiteiten. Bovenregionale activiteiten, zoals topsportvoorzieningen, kunnen nu niet binnen de gemeente gefaciliteerd worden. 7
Onze accommodaties zijn voor activiteiten van, voor en door Nuenenaren. Dit betekent dat de gemeente terughoudend is met het faciliteren van voorzieningen voor activiteiten van buiten de gemeente, ook met het oog op betaalbaarheid (zie verderop). Dit kan natuurlijk plaatsvinden als de mogelijkheden er zijn, maar niet ten koste van andere lokale activiteiten. Ook betekent dit dat we geen regionale aantrekkingskracht willen creëren. De gemeente faciliteert daarom geen accommodaties voor regio brede activiteiten, zoals schaatsen. Wel kijken we binnen het SGE-verband waar we samenwerken voor passende voorzieningen. Voor sport geldt dat wij ons in Nuenen richten op het faciliteren van breedte sport en niet op topsport. Ondanks goede spreiding kan het voorkomen dat activiteiten tijdelijk niet op de gewenste locatie plaats kunnen vinden. Het moet dan mogelijk zijn om uit te wijken naar een andere kern of de regio indien nodig. Belangrijk is hierbij om daar vooraf duidelijke afspraken over te maken met alle gebruikers. Samengevat leidt dit tot de volgende uitgangspunten: Uitgangspunten spreiding: •
• • •
Er is minstens één ontmoetingsplek per kern (Nuenen (noord en centrum), NuenenZuid(oost), Nuenen-West, Gerwen, Nederwetten, Eeneind) voor sociale activiteiten en dorpsactiviteiten; Er is binnen de gemeentegrenzen een voldoende, gevarieerd en gespreid aanbod van sport en culturele activiteiten; De gemeente is terughoudend met het faciliteren van een voorziening voor beoefening van activiteiten van buiten de gemeente; Het moet dan mogelijk zijn om uit te wijken naar een andere kern of de regio indien nodig.
3. Toekomstbestendig en duurzaam
Ook al zijn accommodaties een middel, ons doel is wel dat ze in de toekomst nog relevant zijn. Het is belangrijk om in te kunnen spelen op trends die nog komen. Ook is er ruimte nodig om nieuwe beleidsplannen via het accommodatiebeleid uitvoering te geven. Dit betekent dat onze accommodaties makkelijk inzetbaar zijn voor andere functies mocht dat in de toekomst nodig of wenselijk zijn. Het vraagt flexibiliteit en maatwerk. Duurzaamheid is een belangrijk onderdeel van het gemeentelijk beleid. Alle accommodaties moeten voldoen aan de BENG-normen (bijna energie neutrale gebouwen), gesteld door het Rijk. We verduurzamen onze accommodaties en moedigen onze beheerders en gebruikers aan tot duurzaam gebruik en beheer hiervan. In het kader van het klimaatakkoord wordt van gemeenten verwacht een routekaart verduurzaming maatschappelijk vastgoed op te stellen en dus deze gebouwen te verduurzamen. Samengevat leidt dit tot de volgende uitgangspunten: Uitgangspunten toekomstbestendig en duurzaam: • •
Accommodaties moeten kunnen inspelen op trends die nog komen; Alle accommodaties moeten voldoen aan de BENG-normen (bijna energie neutrale gebouwen), gesteld door het Rijk.
4. Zelfstandig
De gemeente wenst een faciliterende rol in het beheer van de accommodaties. Dit betekent dat beheerders en gebruikers zelf verantwoordelijk zijn voor het dagelijks beheer, klein onderhoud en waar mogelijk groot onderhoud. Hierover worden per accommodatie duidelijke afspraken gemaakt in het uitvoeringsplan. De gemeente blijft verantwoordelijk voor de vervangingsinvesteringen van de accommodatie in haar eigendom. 8
Dit uitgangspunt krijgt een verschillende invulling voor de 4 clusters beschreven in de scope. Voor elke vorm van eigendom gelden namelijk andere afspraken en verwachtingen. In het uitvoeringsplan zal dit verder uitgewerkt worden. Samengevat leidt dit tot de volgende uitgangspunten: Uitgangspunten zelfstandig: •
•
De gemeente heeft een faciliterende rol in het beheer van de accommodaties, beheerders en gebruikers zijn zelf verantwoordelijk voor dagelijks beheer, klein onderhoud en waar mogelijk groot onderhoud; De gemeente blijft verantwoordelijk voor de vervangingsinvesteringen van de accommodaties in haar eigendom.
4.2 Kader 2: Een transparante houding en scheiding van geldstromen
Dit tweede kader is belangrijk om de doelstelling (het scheppen van meer duidelijkheid) te realiseren. Het moet duidelijk zijn hoe de financiële stromen achter de accommodaties lopen. Het is belangrijk dat dit goed uit te leggen en te controleren is. Concreet betekent dit kader dat er onderscheid is tussen de vastgoedcomponent en de kosten van de activiteiten (en daarmee het realiseren van beleidsdoelstellingen). Het is duidelijk wat een accommodatie kost en wat van gebruikers en huurders wordt gevraagd. Onder kader 2 vallen de volgende thema’s:
1. Transparant en betaalbaar
Inzichtelijk moet gemaakt worden wat de daadwerkelijke kosten van elke accommodatie zijn. Deze kosten moeten betaald worden. Er is wel een balans nodig tussen betaalbaarheid voor gebruikers en voor de gemeente. Allereerst is het belangrijk dat onze accommodaties betaalbaar zijn en blijven voor gebruikers. De hoogte van de huur mag geen drempel zijn voor het organiseren van of deelnemen aan activiteiten. Financiële ondersteuning hiervan is belegd in het subsidiebeleid. Het betekent ook dat clubs en verenigingen in alle redelijkheid levensvatbaar blijven. Ook mogen clubs of activiteiten niet worden uitgesloten van accommodaties (bijvoorbeeld omdat ze geen subsidie ontvangen). Flexibiliteit is nodig om ook spontane activiteiten of bijeenkomsten faciliteren. Tegelijkertijd zitten er grenzen aan de financiële bijdrage die de gemeente per accommodatie kan doen. Per accommodatie zijn er duidelijke afspraken nodig over welke kosten uit de huur gedekt moeten worden en voor welke kosten de gemeente bijdraagt. Een uniforme aanpak is het doel, maar er is wel onderscheid tussen de verschillende clusters uit de scope. Voor multifunctionele accommodaties geldt dat meer gebruik zal leiden tot gedeelde overhead en lagere kosten per gebruiker.
De gemeente stimuleert daarom een zo hoog mogelijke bezettingsgraad en medegebruik van accommodaties, en vragen de beheerders en huurders om hieraan bij te dragen. Ook hier geldt dat overgangsbeleid nodig is om deze veranderingen zo goed mogelijk te begeleiden en realiseren. Afspraken hierover worden vastgelegd in het uitvoeringsplan en uiteindelijk in een nog op te stellen overeenkomst met gebruikers van een accommodatie. Het kan voorkomen dat accommodaties al langere tijd leeg staan en er geen perspectief is op verbetering van de bezettingsgraad. Dan zal de gemeente deze accommodaties afstoten, dat wil zeggen verkopen of slopen. Gebruikers op dat moment zullen ergens anders een nieuwe locatie kunnen vinden. De gemeente ondersteunt daarbij. Tot slot is het, binnen de kaders van de wet, mogelijk om commerciële activiteiten te huisvesten in accommodaties. Zoals eerder genoemd mag dit nooit ten koste gaan van andere activiteiten en moeten 9
onze accommodaties allereerst een maatschappelijke functie hebben. Commerciële activiteiten kunnen bijdragen aan het betaalbaar houden van accommodaties. Commerciële verhuur gaat altijd tegen een marktconforme prijs, zodat er geen verkapte overheidssteun is waardoor een oneerlijke concurrentie op de markt ontstaat. Hiervoor zijn daarom duidelijke en strikte vervolgafspraken nodig. Samengevat leidt dit tot de volgende uitgangspunten: Uitgangspunten transparant en betaalbaar: • • • • • • •
Het is inzichtelijk wat de daadwerkelijke kosten per accommodatie zijn; Per accommodatie zijn er duidelijke afspraken over welke kosten uit de huur gedekt moeten worden en welke kosten de gemeente bijdraagt; De hoogte van de huur mag geen drempel zijn voor het organiseren van of deelnemen aan activiteiten; Clubs en verenigingen moeten in alle redelijkheid levensvatbaar blijven; Maatschappelijke waardevolle, maar niet gesubsidieerde activiteiten moeten ook geaccommodeerd kunnen worden; Als accommodaties langere tijd leeg staan en er is geen perspectief op verbetering, kan de gemeente besluiten de accommodatie te sluiten; Binnen de kaders van de wet is het mogelijk om commerciële activiteiten te huisvesten in accommodaties, wanneer dit niet ten koste gaat van andere maatschappelijke activiteiten.
2. Multifunctioneel
Zoveel mogelijk multifunctioneel gebruik van accommodaties is het uitgangspunt. Voor MFA’s is dit logisch, maar ook een buitenschoolse opvang op een sportlocatie of een vereniging die in de avonden een schoolgebouw gebruikt zijn hier goede voorbeelden van. De gemeente stimuleert dit soort gebruik. Dit betekent ook dat bij accommodatie verzoeken eerst wordt gekeken naar de huidige mogelijkheden. Dit pleit voor een goed overzicht van de accommodaties, met het liefst een soort digitale makelaarsfunctie. Waar staan nog ruimtes leeg en kunnen die eerst gebruikt worden. Dit vraagt goede onderlinge afstemming en een open houding. Het vraagt een participatieve houding van onze huurders en beheerders. De gemeente ontvangt graag hun input en nieuwe ideeën. Meer gebruik vraagt over het algemeen om een strakkere roostering en meer onderlinge afspraken. Gezien positieve voorbeelden uit de gemeente, ligt deze verantwoordelijkheid bij de beheerders en gebruikers zelf. Samengevat leidt dit tot de volgende uitgangspunten: Uitgangspunten multifunctioneel: • • •
De gemeente stimuleert zo veel mogelijk multifunctioneel gebruik van accommodaties; Bij accommodatie verzoeken wordt eerst gekeken naar de huidige mogelijkheden; Roostering en onderlinge afspraken valt onder de verantwoordelijkheid van de exploitanten.
3. Uniform
Transparantie vraagt ook om duidelijke afspraken tussen gemeente, beheerders en gebruikers. Voor elke accommodatie zijn gelijk(soortig)e afspraken met beheerders en gebruikers over huur en gebruik. Dit betekent niet dat er geen maatwerk mogelijk is, maar wel dat elke gebruiker gelijk behandeld wordt. Het
10
kan niet zo zijn dat de ene gebruiker meer of minder hoeft te betalen voor hetzelfde gebruik in dezelfde accommodatie dan een andere gebruiker. Daarnaast is er een gelijke behandeling tussen gelijksoortige accommodaties. Dus afspraken per cluster uit de scope. Dit wil niet zeggen dat alle tarieven altijd gelijk zijn. Faciliteiten en ligging van een accommodatie kan het gebruik daarvan wel duurder maken. Sommige accommodaties hebben een specifieke functionaliteit die maar enkele gebruikers nodig hebben. Voor andere gebruikers kan het dan aantrekkelijk zijn om van andere accommodaties gebruik te maken. Afspraken hierover worden per accommodatie uitgewerkt in een uitvoeringsplan. Dit kan leiden tot veranderingen in tarieven, gebruik en betalingsafspraken. Om dit goed te begeleiden zal het nodig zijn om overgangsbeleid op te stellen. Dit vraagt tijd en oog voor de situatie van de gebruikers. Bovenstaande impliceert dat de gemeente, meer dan voorheen, zeggenschap neemt over de tarievenstructuur. Juist vanuit het oogpunt van het gelijkheidsbeginsel. Samengevat leidt dit tot de volgende uitgangspunten: Uitgangspunten uniform: • • • •
Binnen een accommodatie gelden voor alle gebruikers dezelfde tarieven en regels; Er is een gelijke behandeling tussen gelijksoortige accommodaties; De gemeente neemt meer zeggenschap over de tarievenstructuur van accommodaties; Om dit goed te begeleiden zal het nodig zijn om overgangsbeleid op te stellen.
4. Duidelijke afspraken
Een transparante houding vraagt om duidelijkheid. Afspraken worden helder met elkaar vastgelegd, zodat deze voor iedereen duidelijk zijn. Ook toekomstige gebruikers en leden weten hierdoor waar ze aan toe zijn. Daarnaast zijn er duidelijke afspraken over de rolverdeling. Wat mogen beheerders en gebruikers verwachten van de gemeente en welke zaken zijn de verantwoordelijkheid van beheerder en gebruikers zelf. Dit wordt verder uitgewerkt in het uitvoeringsplan. Ook hiervoor geldt dat er onderscheid gemaakt zal worden in de 3 clusters uit de scope, passend bij de situatie. Duidelijkheid vraagt ook om goed inzicht van de situatie. De gemeente vraagt een verantwoording van gebruik en financiën, om zo inzicht te houden op de accommodatie. Ook is er tijd en ruimte voor evaluatie. Als dingen niet blijken te werken of als er met nieuwe inzichten andere afspraken gemaakt moeten worden, gebeurt dat in overleg. Samengevat leidt dit tot de volgende uitgangspunten: Uitgangspunten duidelijke afspraken: • • •
Afspraken worden helder met elkaar vastgelegd, zodat deze voor iedereen duidelijk zijn; Er worden duidelijke afspraken gemaakt over de rolverdeling van gemeente, beheerder en gebruikers; Beheerders en exploitanten van gemeentelijke accommodaties leggen jaarlijks aan de gemeente verantwoording af over de exploitatie.
11
Hoofdstuk 5 Uitwerking per cluster accommodaties Dit hoofdstuk beschrijft de uitwerking van de kaders uit hoofdstuk 4. De algemene kaders worden toegepast op de concrete situatie. We hanteren de clusters accommodaties zoals die benoemd zijn in hoofdstuk 3. We gaan uit van algemene spelregels die voor alle accommodaties in het betreffende cluster (met uitzondering van cluster 4 Overige) gelijk zijn. Daarnaast zal er ook gekeken worden naar iedere situatie van de accommodaties individueel. In de bijlages wordt een overzicht gegeven van alle accommodaties en de gewenste toekomstsituatie per accommodatie.
5.1 Scholen
Onder dit cluster vallen alle onderwijsgebouwen voor het basis- en voortgezet onderwijs in de gemeente. De gemeente heeft een wettelijke taak om onderwijsactiviteiten te huisvesten. Hieronder vallen ook accommodaties voor bewegingsonderwijs. Deze worden echter opgenomen in cluster 2 sportaccommodaties.
Eigendomssituatie en verhuur
De eigendomssituaties van de scholen verschilt. Van de in totaal 9 schoolgebouwen zijn: • • • •
5 schoolgebouwen in juridisch eigendom van het schoolbestuur1; 2 schoolgebouwen in eigendom van Helpt Elkander; 1 schoolgebouw in eigendom van de gemeente; 1 schoolgebouw in gesplitst eigendom tussen de gemeente en het schoolbestuur.
Juridisch eigendom betekent hier dat de schoolbesturen zelf verantwoordelijk zijn voor de gebouwen en het beheer en onderhoud daarvan. Zij zijn verantwoordelijk voor het organiseren van de onderwijstaken in deze gebouwen. Het belangrijkste beleidsuitgangspunt is: Schoolgebouwen zijn in volledig juridisch eigendom van schoolbesturen Dit betekent dat de gemeente Nuenen het wenselijk acht dat scholen zo veel waar mogelijk zelf verantwoordelijk zijn voor de gebouwen en het bijbehorende beheer en onderhoud. Dit is ook het uitgangspunt van de Onderwijswetgeving. Op dit moment voldoen 5 scholen aan dit beleidsuitgangspunt. Voor de andere 4 scholen zijn gemeente en schoolbestuur anders overeengekomen. Dit blijft voorlopig van kracht. Naast dat de schoolbesturen verantwoordelijk zijn voor hun eigen beheer en onderhoud, mogen zijn hun gebouwen, na toestemming van de gemeente, ook verhuren aan derden, zolang de ruimtes niet nodig zijn voor onderwijs van eigen of andere scholen. Soms worden er leegstaande schoolruimtes verhuurd aan kinderdagverblijven. Een mooie combinatie met de onderwijsfunctie van de school. De scholen organiseren dit zelf en sluiten zelf een huurcontract af met de kinderdagverblijven. De inkomsten van de huren mogen schoolbesturen zelf houden ter dekking van bijvoorbeeld energielasten. De kapitaallasten van een gebouw zijn voor rekening van de gemeente.
De gemeente ontvangt geen vergoeding vanuit de huurinkomsten. Het beleidsuitgangspunt is: De gemeente investeert niet in kinderopvangruimtes; Dat wil zeggen dat de gemeente alleen verantwoordelijk is voor voldoende onderwijsgebouwen en niet voor locaties voor kinderopvang. De gemeente stelt dus geen extra ruimte beschikbaar bij scholen voor deze activiteiten. De verhuur kan alleen plaatsvinden als er ruimtes leegstaan en deze niet voor
1 Voor een van deze scholen geldt: er wordt naar deze situatie gehandeld, maar dit moet nog geformaliseerd worden.
12
onderwijsactiviteiten gebruikt kunnen worden. Dit betekent ook dat de gemeente bij nieuw te bouwen scholen geen extra ruimte voor kinderdagverblijven faciliteert.
Beheer en onderhoud
Wanneer een schoolgebouw in juridisch eigendom is van het schoolbestuur, is de school zelf verantwoordelijk voor al het beheer en onderhoud aan de gebouwen, ook het groot onderhoud. Scholen ontvangen hiervoor ook middelen van het Rijk. Daarom is het beleidsuitgangspunt: Schoolbesturen zijn zelf verantwoordelijk voor al het beheer en onderhoud aan de gebouwen De gemeente blijft verantwoordelijk voor nieuwbouw (uitbreiding of vervanging) en (deels voor) renovatie. Scholen kunnen hiervoor een verzoek doen, maar daar zijn wel voorwaarden aan verbonden, waaronder het onderhoud van het gebouw, wat in het Meerjarenplan Onderwijshuisvesting is vastgelegd. Voor schoolgebouwen die eigendom zijn van woningbouwverenigingen betalen de schoolbesturen een onderhoudsbijdrage aan de gemeente. De gemeente betaalt namelijk de huur, waarbij het onderhoud is inbegrepen.
Gebruik en activiteiten
De schoolgebouwen zijn primair bedoeld voor onderwijsactiviteiten. Het is ook mogelijk dat er andere activiteiten in de scholen plaatsvinden, zoals de verhuur van leegstaande lokalen aan kinderdagverblijven. Dit is verder toegelicht onder eigendomssituatie en verhuur. De gemeente stimuleert dat schoolgebouwen buiten schooltijden worden benut voor sociaal-culturele activiteiten, zoals beschreven in de uitgangspunten in hoofdstuk 4. Er is zo minder capaciteit nodig in andere accommodaties. Het besluit tot en de organisatie van de verhuur buiten schooltijden voor andere activiteiten, is aan de scholen zelf. Andere activiteiten vragen meer inzet (er moet iemand aanwezig zijn en er zijn extra energie- en schoonmaakkosten). De school mag hiervoor een vergoeding vragen. De gemeente wil scholen hierin faciliteren en richt daarom een makelaarsfunctie in. Hierdoor komen scholen makkelijker in contact met vrijwilligersorganisaties of MFA’s. Deze functie wordt verder uitgewerkt in Kader 1. Onderwijstaken blijven het primaire doel van deze gebouwen. De gemeente mag daarom altijd de ruimtes terugvorderen, mochten deze weer nodig zijn voor onderwijs of andere sociaal culturele bestemmingen (zoals vastgelegd in de Onderwijswetgeving).
Capaciteit
Met de verwachte bevolkingsgroei komen er ook steeds meer kinderen in Nuenen. De verwachting is dat er in de komende 20 jaar ruim 800 basisschoolleerlingen bijkomen. Dit betekent dat er 2 of 3 extra schoolgebouwen en in totaal 7 zaaldelen voor bewegingsonderwijs in Nuenen dorp nodig zijn2. In samenspraak met de schoolbesturen moet een meerjarig Integraal Huisvestingsplan (IHP) worden opgesteld. Hierin wordt voor een langere periode de huisvestingsbehoefte geschetst en is een fasering opgenomen. De uitbreiding van locaties voor bewegingsonderwijs hangt samen met deze leerling prognoses. Er kan echter spanning ontstaan tussen de belangen van scholen en belangen van sportverenigingen. Enerzijds is het
Kader 1 Makelaarsfunctie Om alle ruimtes zo efficiënt mogelijk te benutten is het goed om te weten: 1. Welke accommodatiemogelijkheden er zijn in de gemeente en; 2. Welke vraag naar ruimte er is. Het is logisch om bij een vraag naar accommodatie eerst te kijken naar welke ruimtes nog leeg staan. Hier ligt ook een verantwoordelijkheid voor de eigenaar of beheerder. Toch is het een grote taak om alles in beeld te houden. De gemeente faciliteert dit door een makelaarsfunctie in te richten, zodat er overzicht ontstaat over capaciteit en bezetting. Daarnaast kan deze makelaar verschillende beheerder, eigenaren en gebruikers aan elkaar koppelen en zo het netwerk ondersteunen. In de toekomst wil de gemeente graag een digitaal boekingssysteem realiseren.
2 Leerlingenprognose en ruimtebehoefte basisonderwijs 2021, Pronexus, 2021
13
voor bewegingsonderwijs wenselijk om zo dicht mogelijk bij de school een binnensportruimte te hebben. Anderzijds is voor veel sportverenigingen een grote binnensportlocatie, met meerdere mogelijkheden en faciliteiten, vaak wenselijker. Het faciliteren van bewegingsonderwijs is een primaire verantwoordelijkheid van de gemeente, omdat dit een wettelijke taak is3. De Verordening onderwijshuisvesting is hierin leidend. Hierin zijn normen opgenomen voor de afstand tussen school en sportlocatie. Dat zou er voor pleiten om de 7 benodigde zaaldelen te verspreiden over de gemeente, zo dicht mogelijk bij de schoolgebouwen. Aan de andere kant heeft het faciliteren van een grote binnensport locatie, zoals nu de Hongerman, ook voordelen. Denk bijvoorbeeld aan minder kosten, eenvoudiger, centraal beheer en de mogelijkheid om meer faciliteiten te bieden. Het beleidsuitgangspunt hierover is: Nieuwe binnensportlocaties worden zoveel mogelijk centraal gebouwd Uiteraard moeten deze locaties wel geschikt zijn voor bewegingsonderwijs en willen we de locaties zo goed mogelijk positioneren voor de scholen. De Verordening onderwijshuisvesting is hierbij de leidraad. Wanneer nodig zullen eventuele aanpassingen verwerkt worden in de verordening.
Evaluatie en verantwoording
De schoolbesturen functioneren zelfstandig en zijn zelf verantwoordelijk voor het beheer van hun gebouwen. Eventuele extra afspraken, zoals rondom de makelaarsfunctie worden nader uitgewerkt. Belangrijkste beleidsuitgangspunten: • • • • • •
Schoolgebouwen zijn in volledig juridisch eigendom van schoolbesturen; De gemeente investeert geen geld in kinderopvangruimtes; Schoolbesturen zijn zelf verantwoordelijk voor beheer en onderhoud; Gebruik van schoolgebouwen voor andere maatschappelijke activiteiten is toegestaan, zolang de primaire onderwijsfunctie niet in het geding komt; De gemeente faciliteert multifunctioneel gebruik door een makelaarsfunctie in te richten; Nieuwe binnensportlocaties worden zoveel mogelijk centraal gebouwd.
5.2 Sportaccommodaties
In de gemeente Nuenen zijn er veel verschillende sportaccommodaties, zowel voor buitensport als voor binnensport. Sommige binnensportlocaties huisvesten ook ruimtes voor sociaal-culturele activiteiten. Deze laatsten vallen niet onder dit cluster, maar worden toegelicht in hoofdstuk 5.3. In dit hoofdstuk wordt er allen toegespitst op de binnensportlocaties.
Eigendomssituatie en verhuur
Voor sportlocaties geldt geen wettelijke verplichting (zoals wel geldt voor bewegingsonderwijs), maar deze zijn wel heel wenselijk in de gemeente. In het kader van gezondheid is het faciliteren van bewegen en sport een belangrijk onderdeel. Daarnaast levert het onderdeel zijn van een sportvereniging ook sociale contacten op. Het brengt een gemeenschapsgevoel en helpt bij de ontwikkeling van sociale vaardigheden. Al deze factoren dragen bij aan een positieve gezondheid. Daarnaast heeft de gemeente Nuenen uitgesproken dat zij binnen haar gemeente breedtesport wil faciliteren. Dat wil zeggen, een breed en divers aanbod van sportmogelijkheden. Het is daarom dat de sportaccommodaties een belangrijk onderdeel zijn van de Nuenense gemeenschap.
3 Voor het bewegingsonderwijs in het Voortgezet onderwijs zijn andere afspraken gemaakt. Zij mogen 3 zaaldelen van de Hongerman
gebruiken tegen een overeengekomen geldbedrag, dat gebruikt wordt voor de bouw van nieuwe zaaldelen. Met de ontwikkeling van nieuwe locaties voor bewegingsonderwijs wordt er rekening gehouden met deze overeenkomst.
14
Buitensportlocaties (velden) De eigendomssituatie van deze buitensportlocaties is zeer verschillend. Wat betreft sportvelden heeft de gemeente Nuenen in 2001 een privatiseringsslag gemaakt voor sommige verenigingen, terwijl andere verenigingen hun velden om niet mogen gebruiken van de gemeente. Samengevat zijn er 3 soorten eigendomssituaties voor de buitensportvelden: • • •
De velden zijn (via erfpacht) in eigendom van de sportvereniging of beheerstichting; De velden zijn in eigendom van de gemeente en worden in gebruik gegeven aan de sportvereniging; De velden zijn in eigendom van de kerk en worden in gebruik gegeven aan de sportvereniging
De eigendomssituatie van de velden zijn dus divers, maar ook de kosten die een vereniging aan de velden heeft verschillen sterk. Sommige verenigingen hebben de volledige kosten, omdat zij de velden in eigendom hebben, terwijl andere verenigingen de velden om niet in gebruik kunnen nemen. Meer uniformiteit en transparantie daarin is gewenst. Beleidsuitgangspunt voor buitensportvelden is daarom: Buitensportvelden zijn in eigendom van de gemeente en worden verhuurd aan de gebruikers tegen een kostprijsdekkende huur De verhuur van de velden gebeurt via het principe van een kostprijsdekkende huur, zoals uitgewerkt in Kader 2. Echter, in tegenstelling tot de aanpak van andere accommodaties, wordt voor verschillende velden (zoals grasveld, kunstgrasveld en waterveld) een vaste prijs gehanteerd op basis van de gemiddelde kosten. Dat wil zeggen, elke vereniging betaald hetzelfde bedrag huur voor een gelijksoortig veld. Dit is om redenen dat ook andere kosten, zoals verlichting worden meegenomen. Deze kosten verschillen nog sterk per veld. In de toekomst, na een verduurzamingsslag, zullen deze kosten steeds dichter bij elkaar komen. Om goed uitvoering te geven aan dit beleidsuitgangspunt moeten er overeenkomsten gesloten worden met alle sportverenigingen die velden van de gemeente in gebruik hebben. Hierin worden de afspraken voor verhuur vastgelegd.
Voor sommige verenigingen betekent dit een flinke financiële verandering. Om deze overgang zo goed mogelijk te begeleiden zal de gemeente hen ondersteunen met een exploitatiesubsidie. Deze nieuwe vorm van subsidie wordt verder toegelicht in Kader 3. De exploitatiesubsidie is echter tijdelijk en in onderling overleg zal gekeken worden op welke wijze de subsidie in de loop van de jaren afgebouwd kan worden. Mochten er financiële problemen blijven bestaan, dan is het de vraag of deze vereniging nog zelfstandig kan blijven voortbestaan. Tegelijkertijd erkennen we dat de gemeente 20 jaar geleden een andere koers heeft ingezet.
Kader 2 Kostprijsdekkende huur Het vragen van kostprijsdekkende huur is een manier om transparantie te geven over de werkelijke kosten van vastgoed. Een huurprijsmethodiek op basis van kostprijsdekkende huur betekent dat alle kosten die zich bij de verhuur van de accommodatie aandienen worden doorberekend. De huurprijs is echter wel altijd marktconform. Het kan niet zo zijn dat het huren van een maatschappelijke accommodatie in de gemeente Nuenen veel duurder is dan in een andere gemeente. In het opstellen van de kostprijsdekkende huur worden de volgende elementen meegenomen: • WOZ-waarde • Aantal m2 • De staat van het pand • Daadwerkelijke kosten (kapitaallasten, g/w/l etc) Wanneer de gemeente een accommodaties huurt van derden, zal zij ook een kostprijsdekkende huur doorberekenen aan de gebruikers. Ook hierin worden de daadwerkelijke kosten voor de gemeente doorgerekend, zoals huur en gas, water, licht. In deze systematiek zal er diversiteit in prijzen van accommodaties in ruimtes ontstaan. Dat is goed, daarmee kan er ook onderscheid gemaakt worden in locaties en kunnen er redenen zijn voor gebruikers om een bepaalde ruimte wel of niet te huren. Belangrijk uitgangspunt is dat er een uniforme, transparante systematiek wordt gebruikt om de huurprijs te berekenen. 15
Wanneer sportvelden nu in eigendom zijn van verenigingen, beheerstichtingen of de kerk, blijft dat zo. Het kan zijn dat er financiële problemen ontstaan met investeringen bij verenigingen die (via een beheerstichting) de velden in eigendom hebben als de inkomsten van de vereniging teruglopen door terugloop van het aantal leden. Ook hier geldt dan de vraag of deze vereniging nog zelfstandig kan blijven voortbestaan. Ondanks de tegemoetkoming van de exploitatiesubsidie is het belangrijk dat verenigingen in de toekomst levensvatbaar blijven. De levensvatbaarheid van een vereniging meten we aan de volgende criteria: 1. De vraag naar en behoefte aan dergelijke activiteit in de gemeente; 2. De financiële draagkracht van de vereniging (de activiteit en accommodatie moeten niet volledig door de gemeente betaald worden, er wordt ook financiële inbreng vanuit de vereniging verwacht). Wanneer verenigingen de kosten niet meer kunnen dragen door bijvoorbeeld de terugloop van het aantal leden, kan de vereniging op den duur fuseren met een andere vereniging. Het kan dan zijn dat niet in alle kernen hetzelfde sportaanbod blijft. Dat past binnen de kaders uit hoofdstuk 4. De gemeente spreekt uit dat zij een pluriform aanbod van sporten belangrijk vindt.
Mocht het daarom zo zijn dat een vereniging in financiële problemen komt en dat zonder deze vereniging een specifieke sporttak zou wegvallen, dan kan de gemeente daarin een andere afweging maken door bijvoorbeeld de exploitatiesubsidie te verlengen of verhogen. Deze afweging wordt per situatie afzonderlijk gemaakt. Buitensportlocaties (gebouwen) Voor de gebouwen die horen bij de sportvelden, zoals kantines en kleedkamers, gelden andere eigendomsconstructies. De gebouwen worden nu meestal verpacht en zijn overgedragen aan de verenigingen. Dit vindt de gemeente Nuenen een wenselijke ontwikkeling. Het beleidsuitgangspunt voor de gebouwen is: Gebouwen behorende bij een buitensportlocatie, zoals kleedkamers en kantines, zijn in eigendom van de desbetreffende sportverenigingen. Binnensportlocaties Er zijn twee soorten eigendomssituaties voor de binnensportlocaties: • •
De gebouwen zijn in eigendom van de gemeente De gebouwen zijn in eigendom van derden en worden gehuurd door de gemeente.
Op dit moment is er 1 binnensportlocatie in de gemeente die niet in eigendom is van de gemeente, maar die de gemeente huurt van Helpt Elkander. Dit is de gymzaal in Nederwetten, die onderdeel is van het gemeenschapshuis (MFA). De locaties in Gerwen is onderdeel van een schoollocatie. Beleidsuitgangspunt voor binnensportaccommodaties is: Zelfstandige binnensportaccommodaties zijn in eigendom van de gemeente en de gemeente vraagt hiervoor een kostprijsdekkende huur. In tegenstelling tot buitensportlocaties, waar vaak maar 1 (soort) vereniging gebruik van maakt zijn de gebruikers van de binnensportlocaties zeer divers. Het vragen van huur is daarom complexer. Belangrijke doelstelling van de gemeente is daarom: Alle accommodaties met als hoofdfunctie binnensport, hebben een centrale beheerder die de huren en roostering in het gebouw regelt. Dit betekent dat de beheerder zelf niet het pand huurt, maar er wel zorg voor draagt dat de benodigde huur wordt geïnd en daarover in gesprek treedt met de gemeente. Het is daarom ook van belang dat de 16
beheerder ook de bezetting en roostering van het pand organiseert. Zo is er een centraal punt waar overzicht bestaat over de financiële situatie van het pand. Vanuit dit oogpunt is het ook wenselijk als deze binnensportlocaties worden beheerd door dezelfde beheerder. Binnensportlocaties die onderdeel zijn van een multifunctionele accommodatie, zoals in Gerwen en Nederwetten vallen niet onder dit beleidsuitgangspunt. Doordat sport niet de hoofdfunctie is van dit gebouw vindt de gemeente het wenselijk dat deze locaties worden beheerd door beheerders, die dicht bij de gemeenschap staan. Ook voor deze locaties geldt echter dat het centraal regelen van de bezetting en roostering voordelen oplevert. Ook deze locaties zullen op termijn gebruik maken van een centraal roosteringssysteem. Hoe het pand wordt doorverhuurd is echter niet alleen aan de beheerder. We willen geen willekeur in tarieven of voorkeursbehandelingen voor gebruikers. Daarom zal de gemeente uitgangspunten voor de onderverhuur verder uitwerken. We streven niet naar uniforme bedragen, sommige locaties zullen duurder zijn dan anderen, maar hanteren wel een uniforme methode om tot deze bedragen te komen. Dit zal later
Kader 3 Exploitatiesubsidie De exploitatiesubsidie is een nieuwe vorm van subsidie. Het doel van deze subsidie is om een eventueel exploitatietekort dat ontstaat door beleidsveranderingen aan te vullen. Deze subsidie wordt echter niet uitbetaald aan de beheerders/verenigingen, om deze weer terug te betalen in de vorm van huur, maar wordt opgenomen op de balans. Hiermee wordt het geld niet letterlijk uitgekeerd, maar het exploitatietekort wel op een transparante manier vergoed. Zo zijn zowel de kosten als de gemeentelijke bijdrage transparant. Deze exploitatiesubsidie is een overgangsmaatregel. Zo kunnen de beheerders en verenigingen toewerken naar de beleidsveranderingen, zonder dat er direct financiële problemen ontstaan. Het doel is dat verenigingen in de toekomst financieel zelfstandig en levensvatbaar blijven. Er zal daarom in onderling overleg worden gekeken op welke wijze de subsidie kan worden afgebouwd. Elk jaar zal er opnieuw geëvalueerd worden welk bedrag er nodig is en hoe beheerders en verenigingen hun inkomsten kunnen verhogen door bijvoorbeeld multifunctioneel gebruik. Afspraken hierover worden vastgelegd in de huurovereenkomsten. Het kan voorkomen dat het niet lukt om de exploitatiesubsidie volledig af te bouwen. Dit kan verschillende redenen hebben. De vraag is of het rendabel is om deze accommodatie te blijven handhaven.
Er kan gekeken worden naar eventueel afstoten van (gedeeltes van) accommodaties of samengaan van activiteiten en verenigingen. Een andere mogelijkheid is dat de gemeente besluit dat er een basis exploitatiesubsidie beschikbaar zal blijven. Dit zal per situatie, in overleg, worden afgewogen. De exploitatiesubsidie is een nieuwe vorm van subsidie en is niet opgenomen in het huidige subsidiebeleid. Daarom wordt het vigerende subsidiebeleid uitgebreid met een addendum. Voor het ontvangen van deze exploitatiesubsidie gelden daarmee dezelfde voorwaarden en verantwoording als voor activiteitensubsidies. worden uitgewerkt.
Beheer en onderhoud
Voor buitensportlocaties geldt dat het onderhoud en vervangingsinvesteringen van de velden in eigendom van de gemeente, de verantwoordelijkheid zijn van de gemeente. Dagelijks beheer wordt door de verenigingen zelf gedaan. De huidige werkwijze van sportverenigingen is dat dit aan een Stichting Beheer Onderhoud Sportaccommodaties Nuenen (BOSN) of Sport Voor Allen wordt uitbesteed. De gemeente heeft geen directe relatie meer met deze stichtingen. Onderhoud en beheer van de gebouwen zijn de verantwoordelijkheid van de verenigingen zelf, gezien het uitgangspunt om deze, daar waar nog niet van toepassing, ook in eigendom te geven aan de verenigingen. Voor binnensportlocaties geldt dat het groot onderhoud de verantwoordelijkheid is van de gemeente. Dagelijks beheer en klein onderhoud wordt uitgevoerd door de aangestelde beheerder. Op basis van de Meer-jaren onderhoudsplanning zal door 17
middel van een demarcatielijst het dagelijks- en klein onderhoud, en groot onderhoud en vervangingsinvesteringen worden verdeeld. Deze wordt jaarlijks geëvalueerd. Ook zal de gemeente regelmatig toetsen of het onderhoud goed uitgevoerd wordt. Alleen als verenigingen en beheerders structureel, goed onderhoud uitvoeren, zal de gemeente garant staan voor de vervangingsinvesteringen.
Gebruik en activiteiten
Voor buitensportlocaties geldt dat de activiteit behorende bij de desbetreffende vereniging de hoofdactiviteit van de accommodatie is. De faciliteiten die de accommodatie biedt zijn daarop aangepast. De gemeente Nuenen hanteert de uitgangspunten van de NOC*NSF en sportbonden over welke velden en faciliteiten nodig zijn Ander gebruik van de velden en gebouwen is toegestaan, mits het een maatschappelijk nut dient zoals activiteiten van onderwijsinstellingen of maatschappelijke organisaties. Deze activiteiten kunnen alleen plaatsvinden als de hoofdactiviteit niet in het gedrang komt. Er wordt bijvoorbeeld rekening gehouden met de rusttijd van sportvelden. Para-commerciële activiteiten zijn alleen toegestaan op buitensportaccommodaties wanneer uitgevoerd zoals vastgelegd in de Algemene Plaatselijke Verordening Nuenen (APV Artikel 2:34b). Commerciële verhuur is toegestaan onder strikte voorwaarden: • • • • •
Maatschappelijke activiteiten gaan altijd voor elke vorm van commerciële verhuur; Er mag geen oneerlijke concurrentie ontstaan met (horeca)ondernemers in Nuenen; Commerciële verhuur is ook kostendekkend en volgens marktconforme, commerciële prijzen; Commerciële verhuur is alleen mogelijk binnen de kaders van de wet en de lokale kaders, zoals de bestemmingsplannen (of het Omgevingsplan); Voor commerciële verhuur moet vooraf toestemming worden gevraagd aan de gemeente. Per aanvraag zal dan een passende afweging gemaakt worden.
Voor binnensportaccommodaties geldt dat het wenselijk is dat de bezettingsgraad zo hoog mogelijk is. Hoe meer de locaties gebruikt worden, hoe beter de kosten verdeeld kunnen worden. Hierdoor blijft de huur van de locatie acceptabel voor alle gebruikers. Dat betekent ook dat een goede verdeling over de verschillende locaties binnen de gemeente van belang is. Soms zullen clubs moeten uitwijken naar een andere kern om daar van de sportfaciliteiten gebruik te maken. Hierover is vooraf duidelijkheid, zodat sporters zich hierop kunnen voorbereiden en hierover afspraken kunnen maken. Om deze verdeling zo goed mogelijk in te plannen is er overzicht en overleg nodig tussen de verschillende beheerder van de locaties. Ook hierin faciliteert de gemeente door middel van de eerdergenoemde makelaarsfunctie. Hierdoor komen de verschillende beheerders en gebruikers makkelijk met elkaar in contact en kunnen goede afspraken gemaakt worden over de locaties. In de toekomst wil de gemeente toewerken naar het gebruik van een digitaal boekingssysteem. Uiteraard blijft elke vereniging vrij om zich te vestigen waar die wil en daarin zelfstandig beslissingen te nemen. Ook voor binnensportlocaties geldt dat para-commerciële activiteiten alleen zijn toegestaan binnen de kaders van de APV Nuenen. Voor commerciële verhuur gelden bovenstaande voorwaarden.
Capaciteit
Zoals vermeld onder het cluster onderwijs (hoofdstuk 5.1) is de verwachting dat er meer locaties voor bewegingsonderwijs nodig zullen zijn in de komende 20 jaar. Voor binnensportlocaties geldt dat de gemeente op dit moment voldoet aan de minimale behoefte, alhoewel de druk op de bezetting van de Hongerman erg hoog is. Toch blijkt uit de vraag-aanbodanalyse4 van het Mulier Instituut dat de bevolkingsgroei maar beperkte gevolgen zal hebben voor de behoefte aan ruimte voor zaalsport. In de landelijke trend zien we dat de deelname aan veel zaalsporten terugloopt. De gemeente zal dus wel gaan investeren in meer binnensportlocaties gezien de behoefte aan ruimte voor bewegingsonderwijs. 4 Ruimte voor sport in Nuenen, een vraag-aanbodanalyse van binnen- en buitensportaccommodatie (2020-2040), Mulier Instituut, 2021.