2022-06 RV Bijlage 2 Nota van zienswijzen bestemmingsplan 'Eeneind 2018, versie 2021'
Tekst van het document
Djuma zaaknr. 181599 / documentnr. 1004042
Nota van zienswijzen Bestemmingsplan Eeneind 2018 Versie 2021
Gemeente Nuenen Geanonimiseerd
Behoort bij het raadsbesluit van 17 februari 2022
Inhoudsopgave 1.
2.
3.
3
Inleiding 1.1
Status zienswijzennota
3
1.2
Procedure bestemmingsplan
3
1.3
Ingekomen zienswijzen
3
1.4
Wijzigingen in het bestemmingsplan
4 5
Zienswijzen: samenvatting, beoordeling en conclusie Zienswijzen 1 t/m 10: Ruil bouwmogelijkheden kavel Kleine Heiakker met speelterrein de Hoge Mikkert
5
Zienswijze 11: Milieucategorie Collseweg 10
7
Zienswijze 12: Gebruik Eeneind 32
8
Zienswijze 13: Ontsluiting snelfietspad Helmond-Eindhoven – Eeneind 32
10
Zienswijze 14: Verkeersbestemming en eigendommen Eeneind 32
11
Zienswijze 15: Milieucategorie en bouwhoogten Gulberg 18
12
Zienswijze 16: Bewoning Kruisakker 6
13
Zienswijze 17: Divers Kruisakker 8
16
Zienswijze 18: Autohandel Gulberg 43A
22
Zienswijze 19: Autohandel De Huufkes 98
23
Zienswijze 20: Bedrijfswoning en loods Eeneind 53
24
Zienswijze 21: Bedrijfswoning Den Binnen 28
25
Wijzigingen in het bestemmingsplan
27
Wijzigingen naar aanleiding van zienswijzen
27
Ambtshalve wijzigingen
31
Pagina 2 van 39 Zaaknr. 181599 / Documentnr. 1004042
1. Inleiding 1.1 Status zienswijzennota Deze zienswijzennota behoort bij het besluit van de gemeenteraad het bestemmingsplan ‘Eeneind 2018’ vast te stellen. De nota bestaat uit drie hoofdstukken. Hoofdstuk 1 bevat de doorlopen procedure van het bestemmingsplan en een overzicht van de ingekomen zienswijzen. In hoofdstuk 2 is de essentie van de zienswijzen weergegeven, zijn zij van een antwoord voorzien en is aangegeven of de zienswijzen aanleiding geven tot aanpassing van het bestemmingsplan ‘Eeneind 2018’. Bij de beantwoording is uiteraard rekening gehouden met de volledige inhoud van de zienswijzen. Hoofdstuk 3, tot slot, bevat een overzicht van de wijzigingen naar aanleiding van de zienswijzen en ambtshalve wijzigingen. 1.2 Procedure bestemmingsplan De procedure voor de vaststelling van een bestemmingsplan is geregeld in artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening. Bovendien is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing verklaard (zienswijzenprocedure). Zienswijzenronde Het ontwerp bestemmingsplan Eeneind 2018 heeft van 1 oktober tot en met 11 november 2021 ter inzage gelegen. Gedurende deze periode kon iedereen schriftelijk of mondeling bij de gemeenteraad een zienswijze indienen. Vaststelling Nadat het ontwerp bestemmingsplan ter inzage heeft gelegen, beslist de gemeenteraad over de vaststelling van het bestemmingsplan.
Daarbij worden de ingediende zienswijzen meegewogen. Na vaststelling ligt het bestemmingsplan gedurende 6 weken ter inzage voor beroep. Hierna heeft het bestemmingsplan rechtskracht. Beroep Tegen het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan kan beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Ook kan bij de Voorzitter van die Afdeling om een voorlopige voorziening worden gevraagd. 1.3 Ingekomen zienswijzen Schriftelijke zienswijzen Er zijn in totaal 20 schriftelijke zienswijzen ontvangen en een reactie van de Provincie Noord Brabant. Alle zienswijzen zijn tijdig ingediend en daarmee ontvankelijk. Nummer
Indiener
Ingekomen
Registratie
1
Actie Comité "Behoud van de Speelplek aan de Hoge Mikkert" Hoge Mikkert 7 De Hofstad 10 Hoge Mikkert 5 Hoge Mikkert 10 Dilis Ariens Camp 22
11 november 2021
1006171
4 november 2021 4 november 2021 1 november 2021 8 november 2021 9 november 2021
999351 999395 995290 1003662 1002991
2 3 4 5 6
Pagina 3 van 39 Zaaknr. 181599 / Documentnr. 1004042
7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21
Wijkraad Eeneind Dilis Ariens Camp 26 De Spijkert 12 De Spijkert 4 Collseweg 10 Eeneind 34 Dilis Ariens Camp 10 Eeneind 32 Gulberg 18 Kruisakker 6 Kruisakker 8 Gulberg 43A De Huufkes 98 Eeneind 53 Den Binnen 28
9 november 2021 9 november 2021 9 november 2021 9 november 2021 18 oktober 2021 10 november 2021 8 november 2021 5 november 2021 9 november 2021 9 november 2021 11 november 2021 10 november 2021 10 november 2021 11 november 2021 12 november 2021
1003059 1007174 1007185 1008512 984128 1004411 1002830 1000194 1005580 1002969 1005562 1005311 1004420 1006424 1006818
Mondelinge zienswijzen Er zijn geen mondelinge zienswijzen ingediend. 1.4 Wijzigingen in het bestemmingsplan Enkele zienswijzen hebben geleid tot aanpassing van het bestemmingsplan. Deze wijzigingen zijn opgesomd zodat overzichtelijk is wat er nu uiteindelijk gewijzigd is. Ook de ambtshalve wijzigingen zijn weergegeven.
Pagina 4 van 39 Zaaknr. 181599 / Documentnr. 1004042
2. Zienswijzen: samenvatting, beoordeling en conclusie In dit hoofdstuk zijn de ingekomen zienswijzen samengevat en van een beoordeling voorzien. Bij de behandeling is gebruik gemaakt van de integrale, originele zienswijzen. De antwoorden zijn gebaseerd op de meest recent beschikbare informatie. Zienswijzen 1 t/m 10: Ruil bouwmogelijkheden kavel Kleine Heiakker met speelterrein de Hoge Mikkert In totaal hebben bewoners van 96 adressen aangegeven tegen het voornemen tot bebouwing van een groot deel van de huidige speelplek aan de Hoge Mikkert te zijn. Deze speeltuin wordt zeer uitgebreid en intensief gebruikt door de gehele jeugd van het Eeneind. Verzocht wordt deze mogelijkheid te heroverwegen om de volgende redenen (mede gebaseerd op het ‘Handboek gemeentelijk speelruimtebeleid; Spelen met ruimte’ een gezamenlijke uitgave van Jantje Beton, de VNG, NUSO en het ministerie van VROM in het kader van het Netwerk Child Friendly Cities en onderzoek naar de kosten en baten van speeltuinen in Nederland (MKBA Speeltuinen)): •
•
•
• • • •
•
Spelen en bewegen is goed en gezond voor kinderen: “Een bespeelbare buitenruimte die voor kinderen en jongeren veilig en prettig is, is goed voor iedereen. Ook voor de ouders. En ook voor andere kwetsbare groepen, zoals ouderen. Het maakt een buurt sterk en betrokken, en daardoor aantrekkelijk en waardevol.” Het is belangrijk om te beschikken over voldoende informele en formele speelruimte. Gezien de huidige situatie met zeer beperkte keuzemogelijkheden, beperkte omvang en onveilige openbare ruimte is het onbegrijpelijk en onacceptabel dat de beschikbare speelgelegenheid nog meer beperkt zou worden door het opnemen van een bouwmogelijkheid. In de Omgevingsvisie wordt gesproken over de kernkwaliteiten die de lat vormen waarlangs alle initiatieven worden gelegd. Daarbij wordt gesteld dat de gemeente gaat voor een vitale samenleving waar mensen gezond kunnen leven en meedoen. Daarbij wordt onder ander gekozen voor het inzetten van openbare ruimte voor spelen, bewegen en ontmoeten. In de Omgevingsvisie is opgenomen dat er met name vraag is naar woningen voor jongeren/starters en ouderen. De voorgenomen bouwkavel is gezien de grootte en de totale prijs voor beide doelgroepen ongeschikt. De huidige speelplek aan de Hoge Mikkert is centraal gelegen en de sociale controle is er groot. Het nodigt uit om elkaar (in alle leeftijden) te ontmoeten. Ideaal om te behouden.
Het huidige trapveldje aan de Kleine Heiakker is niet geschikt voor kinderen in de basisschoolleeftijd onder andere vanwege de ligging aan het spoor en een 80 km/uur weg en buiten het zicht van omwonenden. Het kost ongeveer evenveel om de speelruimte aan de Hoge Mikkert te laten zoals het is, als om een deel ervan te verkopen als bouwkavel voor één woning. (Verwezen wordt naar de memo van het college aan de raad d.d. 28 januari 2021 met een overzicht van de financiële gevolgen van de kavelruil, uitgezet in vijf scenario’s.) De onrust en polarisatie die de kavelruil op het Eeneind teweegbrengt, wegen niet op tegen het voordeel van één extra woning (die niet aansluit bij de behoefte aan goedkopere woningen).
Pagina 5 van 39 Zaaknr. 181599 / Documentnr. 1004042
Men wil benadrukken ontzettend blij te zijn met de huidige grootte en mogelijkheden van deze speelruimte aan de Hoge Mikkert en verzocht wordt dan ook niets te veranderen aan de huidige grootte. Men vraagt om met de bewoners mee te denken over de herinrichtingsmogelijkheden van de volledige huidige speelruimte door middel van het programma ‘Spelen en bewegen’ van de gemeente en de bouwmogelijkheid te laten vervallen. Het trapveldje aan de Kleine Heiakker zou daarnaast een zeer welkome aanvulling kunnen zijn voor de wat oudere jeugd. Reactie gemeente De bouwmogelijkheid past binnen een goede ruimtelijke ordening. Voor een toelichting op de inpasbaarheid wordt verwezen naar de toelichting bij het bestemmingsplan. De woning biedt niet direct een oplossing voor de woningbehoefte van jongeren/staters en ouderen, maar past wel binnen de gemeentelijke woningbouwplanning en kan ervoor zorgen dat doorstroming plaatsvindt. Door de bouwmogelijkheid wordt de huidige speelplaats aan de Hoge Mikkert kleiner, maar daar staat tegenover dat bij de Kleine Heiakker eerder gereserveerde ruimte voor woningbouw nu officieel beschikbaar komt voor openbaar groen. Per saldo is van een afname van het openbaar groen geen sprake. Ter plaatse van de Hoge Mikkert verdwijnt er groen, maar het groen wat overblijft kan in het kader van het beleidsplan ‘Spelen en bewegen’ wel kwalitatief worden verbeterd.
In vervolg op het op 6 juli 2017 door de raad vastgestelde beleidsplan ‘Spelen en bewegen in de openbare ruimte’ gaat de gemeente samen met de inwoners bepalen wat de mogelijkheden zijn voor de invulling van de speelplekken zoals die er zijn na toekenning van de bouwmogelijkheid. Eeneind staat gepland voor 2022, nadat het bestemmingsplan onherroepelijk is geworden.
Pagina 6 van 39 Zaaknr. 181599 / Documentnr. 1004042
Zienswijze 11: Milieucategorie Collseweg 10 a. Milieucategorie Het ter plaatse aanwezige bedrijf geeft aan op dit moment te vallen onder milieucategorie 4.2. In het ontwerpbestemmingsplan is een deel van het bedrijf aangemerkt als milieucategorie 4.2 en een deel als 3.2. Dit betekent dat de showroom binnen de zwaarste categorie ligt en de werkplaats in de lichtste categorie. Dit betekent dat diverse werkzaamheden niet meer naar behoren kunnen worden uitgevoerd. Reactie gemeente Het bedrijf valt volgens bestemmingsplan ‘Eeneind’ van 2008 binnen de bestemming Bedrijventerrein met de toegestane bedrijfscategorieën II en III. Deze bedrijfscategorieën zijn gelijk te stellen met de huidige (milieu)categorieën 2, 3.1 en 3.2. Van milieucategorie 4.2 is dus geen sprake. De bestemming van het gedeelte van het perceel dat aan Den Binnen ligt, is in het ontwerpbestemmingsplan gewijzigd van Bedrijventerrein naar Gemengd. Deze wijziging is doorgevoerd op basis van de Visie bedrijventerreinen dat op 21 november 2017 is vastgesteld door het college. Binnen de bestemming Gemengd zijn dezelfde milieucategorieën toegestaan als binnen de bestemming Bedrijventerrein op dit gedeelte van het bedrijventerrein. Ook de overige regels zijn voor wat betref bedrijvigheid gelijk. De bestemming Gemengd biedt iets meer gebruiksmogelijkheden als het gaat om andere functies dan bedrijven.
De werkplaatswerkzaamheden die vallen onder de milieucategorie 3.2 kunnen dus nog steeds worden uitgevoerd.
Uitsnede Visie Bedrijventerreinen, mede basis voor het bestemmingsplan
b. Waardevermindering Verwacht wordt dat de waarde van het bedrijf minder zal zijn met de nieuwe lagere milieucategorie. Reactie gemeente Zoals onder punt a aangegeven, is er geen sprake van een lagere milieucategorie en daarmee geen planologische verslechtering. Er is daarmee geen sprake van planschade. Mocht men toch van mening zijn dat dit wel het geval is, dan kan men nadat het bestemmingsplan onherroepelijk is, een verzoek tot planschade indienen. Planaanpassing Geen aanpassing. Pagina 7 van 39 Zaaknr. 181599 / Documentnr. 1004042
Pagina 8 van 39 Zaaknr. 181599 / Documentnr. 1004042
Zienswijze 12: Gebruik Eeneind 32 a. Aanvraag omgevingsvergunning kwekerij 1. Indiener van de zienswijze geeft aan verrast te zijn dat er tijdens het ter inzage liggen van ontwerpbestemmingsplan ‘Eeneind 2018’ een aanvraag is gekomen voor een omgevingsvergunning met een projectomschrijving welke in strijd is met het huidige bestemmingsplan en het nieuwe bestemmingsplan. 2. Indiener van de zienswijze geeft aan verbaasd te zijn dat de hiervoor genoemde omgevingsvergunning op 30 september 2021 is ingediend, terwijl het handhavingsverzoek van indiener van de zienswijze is ingediend op 7 juli 2021 en waarvan de behandeling is uitgesteld tot 27 oktober 2021. 3. Indiener van de zienswijze vraagt zich af of op de percelen 3971 en 4341 een kwekerij is toegestaan. Het is volgens indiener van de zienswijze overduidelijk dat het hier niet gaat over een kleinschalig hobby kwekerijtje. Hierbij wordt verwezen naar de onderbouwing voor wat betreft het parkeren met de vele benodigde parkeerplaatsen in de openbare ruimte. 4. Indiener van de zienswijze benoemd de problematiek rondom het parkeren in de openbare ruimte op onder andere groenstroken. Dat er in de aanvraag omgevingsvergunning voorzien is in 30 parkeerplaatsen, waarvan 5 direct voor de woning van indiener en 4 plaatsen naast de oprit, wat het uitzicht bij het uitrijden verhinderd. Reactie gemeente 1.
Er is een aanvraag ingediend voor een omgevingsvergunning voor internetverkoop (met een beperkte publieksaantrekkende werking). De overige activiteiten passen binnen het bestemmingsplan. Een aanvrager heeft een eigen keuze of hij een aanvraag indient, ook al ligt een ontwerpbestemmingsplan ter inzage. 2. Naar aanleiding van een handhavingsverzoek moet worden bekeken of de activiteiten in het bestemmingsplan passen en zo nee, of deze gelegaliseerd kunnen worden. Als legalisatie tot de mogelijkheden behoort, wordt overtreder in de gelegenheid gesteld om een aanvraag hiervoor in te dienen. Indien geen aanvraag wordt ingediend of als de aanvraag niet tot een vergunning leidt, wordt de handhaving verder voortgezet. Mocht de aanvraag leiden tot verlening van een omgevingsvergunning is er de mogelijkheid bezwaar daartegen in te dienen. Naar aanleiding van de in januari 2022 verleende omgevingsvergunning voor een webwinkel met publieksaantrekkende werking is in het bestemmingsplan op een deel van het bijgebouw bij de woning op het perceel 3985 een functieaanduiding voor een webwinkel gelegd. In de regels zijn hieraan voorwaarden gekoppeld. 3. Perceel 4341 valt binnen het bestemmingsplan Buitengebied Nuenen. Hierin heeft het perceel de bestemming Agrarisch met waarden – Groenblauwe mantel.
De voor Agrarisch met waarden – Groenblauwe mantel aangewezen gronden zijn onder andere bestemd voor (vollegronds)teeltbedrijven en agrarisch grondgebruik. Een kwekerij is hier dan ook mogelijk. Op perceel 3971 is geen kwekerij toegestaan. In het geldende bestemmingsplan is dit perceel bestemd tot Verkeer. Omdat dit perceel niet nodig is voor de ontsluiting van aangrenzende percelen, is dit perceel nu bestemd tot Wonen. Ook bij deze nieuwe bestemming is geen kwekerij toegestaan. 4. De functie van internetverkoop (met een beperkte publieksaantrekkende werking) heeft geen 30 parkeerplaatsen nodig. Op basis van de CROWrichtlijnen voor verkeer en parkeren komt het aantal benodigde parkeerplaatsen op 8 stuks. De voorwaarde is dat deze allen worden Pagina 9 van 39 Zaaknr. 181599 / Documentnr. 1004042
aangelegd op eigen terrein. Daar is ook de ruimte voor. Er zullen dus geen nadelige effecten van het parkeren zijn op de openbare ruimte. De aanvraag omgevingsvergunning is hierop aangepast. b. Poort Indiener van de zienswijze geeft aan dat de eigenaar van het adres Eeneind 32 ter compensatie van de te verwachten hinder van het snelfietspad Helmond – Eindhoven een poort wil tussen het adres Eeneind 32 en het fietspad. Waarvoor is deze poort nodig? Voor een tweede mogelijkheid voor laden en lossen? Om de fietsers gemakkelijk in de webwinkel en kwekerij te ontvangen? Het enige terras van indiener van de zienswijze ligt direct aan het fietspad. Zij heeft geen behoefte aan meer overlast aan die zijde. Bovendien denkt indiener van de zienswijze dat een poort op die plek tot gevaarlijke situaties kan leiden, omdat er nagenoeg geen ruimte is om veilig te stoppen. Mag er (incidenteel) gemotoriseerd verkeer over het fietspad tot aan de poort ten behoeve van laden/lossen/bezoeken van de kwekerij? Reactie gemeente Het proces rondom het snelfietspad is nog niet afgerond. Het bestemmingsplan Eeneind 2018 voorziet dan ook niet in de planologische mogelijkheden voor het snelfietspad. Dat volgt later in een nieuw bestemmingsplan. Hierop is ook inspraak mogelijk.
De zorgen van indiener van de zienswijzen worden voor zover mogelijk en wenselijk meegenomen in de voorbereiding van het snelfietspad. c. Grondeigendom Indiener van de zienswijze is ter ore gekomen dat eigenaar van het adres Eeneind 32 de openbare weg tussen het adres Eeneind 32 en het ‘weiland/park’ in bezit wil krijgen en bereid is hiervoor een ander stuk grond te ruilen. Heeft de grondruil in het kader van het fietspad al plaatsgevonden? Reactie gemeente Perceel 3971 behoort vanaf 17 maart 2006 bij het adres Eeneind 32 als erf/tuin. De smalle strook grond tussen de percelen 3971 en 4341 is ter sprake gekomen tijdens gesprekken over het snelfietspad. Verkoop/ruil heeft niet plaatsgevonden. d. Overige punten Recent is op het adres Eeneind 32 een zwembad aangelegd die de gehele tuin in beslag neemt. Indiener van de zienswijze vraagt zich af of dit kan ? Had deze grond niet beter gebruikt kunnen worden voor het parkeren ten behoeve van de kwekerij? Indiener van de zienswijzen heeft geconstateerd dat er meerdere bedrijven op dit adres zijn ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. Kan dit? Reactie gemeente Een zwembad op de aangegeven plaats voldoet aan de regels en is vergunningsvrij. Het parkeren ten behoeve van de kwekerij is voorzien op eigen terrein aan de zijde van de ontsluiting van het perceel. Meerdere inschrijvingen bij de Kamer van Koophandel op één adres is mogelijk.
Het gaat bij een bestemmingsplan om het toegestane gebruik en bijbehorende maatvoering. Planaanpassing Pagina 10 van 39 Zaaknr. 181599 / Documentnr. 1004042
Geen aanpassing.
Pagina 11 van 39 Zaaknr. 181599 / Documentnr. 1004042
Zienswijze 13: Ontsluiting snelfietspad Helmond-Eindhoven – Eeneind 32 a. Ontsluiting snelfietspad via openbare weg naast adres Eeneind 32 Indiener van zienswijze oppert het idee om de openbare weg naast het adres Eeneind 32 te gaan gebruiken als aansluiting op het toekomstige snelfietspad Helmond – Eindhoven. Dit als veiliger alternatief van de nu bekende ontsluiting ter hoogte van de spoorwegovergang. Reactie gemeente In het verleden is deze optie bekeken, maar niet wenselijk gebleken omdat dit de directheid van de fietsroute niet ten goede komt. Het bestemmingsplan Eeneind 2018 voorziet niet in de planologische mogelijkheden voor het snelfietspad. Dat volgt in een nieuw bestemmingsplan wanneer het proces rondom het snelfietspad zover is. Hierop is ook inspraak mogelijk. b. Oneigenlijk gebruik gemeentegrond Indiener van de zienswijze stelt dat eigenaar van het adres Eeneind 32 zich een deel van de openbare ruimte heeft toegeëigend en heeft ingericht als showtuin. Reactie gemeente Perceel 3971 behoort vanaf 17 maart 2006 bij het adres Eeneind 32 als erf/tuin. De smalle strook grond tussen de percelen 3971 en 4341 is ter sprake gekomen tijdens gesprekken over het snelfietspad. Planaanpassing Geen aanpassing.
Pagina 12 van 39 Zaaknr. 181599 / Documentnr. 1004042
Zienswijze 14: Verkeersbestemming en eigendommen Eeneind 32 Eigendom percelen C 3971 en C 3972 en verkeersbestemming De eigenaar is van mening dat deze percelen onterecht zijn bestemd als ‘Verkeer’. Perceel C 3972 ligt aan de zijde van de straat Eeneind. Hierop ligt een deel van de woning, het overige is in gebruik als tuin. Een verkeersbestemming is hier niet logisch. Perceel C 3971 ligt aan de zijde van de Oude Dijk welke hier doodlopend is. Dit perceel is (in eigendom) bij het woonperceel getrokken en doet dienst als erf. Reactie gemeente Beide percelen hebben geen openbare bestemming meer. In het bestemmingsplan hebben ze de bestemming Wonen gekregen. Planaanpassing De bestemmingen van de percelen C 3972 en C 3971 zijn gewijzigd van Verkeer naar Wonen, zonder bouwmogelijkheid. .
Pagina 13 van 39 Zaaknr. 181599 / Documentnr. 1004042
Zienswijze 15: Milieucategorie en bouwhoogten Gulberg 18 a. Milieucategorie 4.2 In het ontwerpbestemmingsplan is in artikel 6 Bedrijventerrein opgenomen dat categorie 4.2 bedrijven enkel zijn toegestaan op een afstand van 200 meter van een (bedrijfs)woning. Met de voorgenomen productiestijging zal het ter plaatse aanwezige bedrijf aangewezen worden als een categorie 4.2 bedrijf. De dichtstbijzijnde bedrijfswoning (Gulberg 15) ligt op 100 meter. Er is een mogelijkheid in het ontwerpbestemmingsplan opgenomen om door middel van een binnenplanse afwijking onderbouwd een categorie 4.2 bedrijf op een kortere afstand van een (bedrijfs)woning toe te staan. Ter voorkoming van het steeds opnieuw aanvragen van een binnenplanse afwijking wordt verzocht artikel 6.1.1 onder a sub 2 van de planregels aan te passen naar 100 meter. Reactie gemeente In het bestemmingsplan kan een toekomstige bedrijfsvoering met een milieusituatie van categorie 4.2 niet vooraf positief worden bestemd. Vooraf kan niet worden ingeschat en voldoende aangetoond dat het betreffende bedrijf in de toekomstige situatie door aanpassingen in de bedrijfsvoering of het treffen van maatregelen qua aard, omvang en invloed op het milieu en de omgeving gelijk is te stellen met een bedrijf van categorie 3.2 of lager.
Iedere wijziging in de bedrijfsvoering zal dus op basis van de op dat moment bekende gegevens en maatregelen moeten worden getoetst. Dit ter bescherming van de omgeving. b. Bouwhoogten Het ter plaatse aanwezige bedrijf ervaart de maximaal toegestane bouwhoogten voor gebouwen en bouwwerken geen gebouw zijnde binnen en buiten het bouwvlak als beperkend voor het gewenste nieuwe processingsgedeelte van het gebouw en nieuwe tankopslag. Zij ziet graag een verhoging tot 15 meter. Reactie gemeente De gewenste silo is positief opgenomen in het bestemmingsplan. Ook de al aanwezige silo’s ter plaatse zijn daarin meegenomen. Die bleken namelijk ook niet mogelijk volgens de bestaande regels. Op de verbeelding is een aanduiding opgenomen met in de regels de voorwaarde van een maximale hoogte van 15 meter. Voor de overige aangegeven zones kan geen medewerking worden verleend aan een hogere maat dan de algemeen geldende 12 meter. Voor iedere wijziging ten opzichte van de standaardregels moet ruimtelijk, planologisch worden aangetoond dat er geen hinder ontstaat voor de omgeving. Voorzien wordt dat een hogere maat dan 12 meter voor gebouwen een inbreuk geeft op het beeld vanuit de omgeving. Planaanpassing Voor de gewenste silo en de ter plaatse al aanwezige silo’s is op de verbeelding een bouwaanduiding opgenomen.
In de regels is een verwijzing opgenomen naar de aanduiding met de maximaal toegestane hoogte van 15,00 meter.
Pagina 14 van 39 Zaaknr. 181599 / Documentnr. 1004042
Zienswijze 16: Bewoning Kruisakker 6 a. Burgerbewoning bedrijfswoning Sinds 2014 wordt de bedrijfswoning Kruisakkers 6 particulier bewoond als gevolg van bedrijfsbeëindiging. Bewoners verzoeken de burgerbewoning onder eenzelfde overgangsrecht te laten vallen als die van Collse Hoefdijk 21-23. Reactie gemeente De Collse Hoefdijk betreft een andere situatie. De betreffende woningen waren bij de bouw bestemd als burgerwoning. Dat is niet het geval voor de woning op het adres Kruisakker 6. Deze is altijd al bestemd geweest als bedrijfswoning. Aan de Kruisakker zijn bedrijven tot en met milieucategorie 3.2 toegestaan. De aan te houden afstand tot een bedrijfswoning is hiermee minimaal 30 meter. De afstand tot reguliere woningen (in een gemengd gebied) moet zeker 50 meter bedragen. De afstand tot het dichtstbij gelegen bedrijfsperceel van derden betreft minder dan 20 meter (gemeten van zijgevel woning tot aan perceelsgrens). Gezien de zeer beperkte afstand van de bedrijfswoning tot de omliggende bedrijfspercelen kan ‘reguliere’ bewoning niet positief worden bestemd. b. Mantelzorg 1. Artikel 8.5.2 onder d en artikel 8.6.1 van de planregels van het ontwerpbestemmingsplan lijken in tegenspraak met elkaar. 2.
Artikel 8.6.1 van de planregels van het ontwerpbestemmingsplan is in strijd met de landelijke regelgeving met betrekking tot vergunningsvrij bouwen ten behoeve van mantelzorg, welke aangeeft dat het plaatsen van een mantelzorgwoning op eigen terrein vergunningsvrij kan gebeuren en vergelijkbaar is met het plaatsen van bijvoorbeeld een tuinhuis. Verzocht wordt om artikel 8.6.1 te laten vervallen dan wel in overeenstemming te brengen met de landelijke richtlijnen. Artikel 8.5.2 onder d valt hiermee samen. 3. Op het terrein van Kruisakker 6 is sinds 2009 een chalet/stacaravan als mantelzorgwoning in gebruik. In 2014 is door de gemeente aangegeven dat deze binnen de bestaande regelgeving paste. Dit op basis van onderdeel 3 van artikel 2 en onderdeel 1 van artikel 3 van Bijlage II Besluit omgevingsrecht. Er is geen termijn aan verbonden. Op grond van het rechtszekerheids- en vertrouwensbeginsel wordt verzocht om de huidige situatie (op basis van het overgangsrecht) vrij te stellen van het gestelde in artikel 8.6.1 en artikel 8.5.2 onder d van de planregels van het ontwerpbestemmingsplan zodat bewoning onveranderd voort kan blijven bestaan. Dit zolang de noodzaak tot mantelzorg daartoe aanleiding geeft dan wel tot dit gebruiksrecht vervalt als gevolg van verkoop bedrijfswoning/verhuizing van huidige bewoner(s). Reactie gemeente 1.
Artikel 8.5.2 onder d en artikel 8.6.1 zijn niet in tegenspraak met elkaar. Artikel 8.5.2 is in beginsel het verbod. Door middel van artikel 8.6.1 kan hiervan onder voorwaarden worden afgeweken. 2. Er is nogmaals gekeken naar artikel 8.6.1 in het ontwerpbestemmingsplan en vanwege het feit dat mantelzorg vergunningsvrij is, is besloten om dit artikel te laten vervallen. Artikel 8.5.2 onder d is niet verwijderd, maar aangepast. De zinsnede “en afhankelijke woonruimte” is verwijderd. Het blijft verboden (vrijstaande) bijgebouwen te gebruiken voor zelfstandige bewoning. 3. Met het vervallen van het verbod op afhankelijke woonruimte in artikel 8.5.2 onder d en de afwijking in artikel 8.6.1 valt de mantelzorg onder de landelijke regels voor mantelzorg. Pagina 15 van 39 Zaaknr. 181599 / Documentnr. 1004042
c. Mogelijkheden tot (tijdelijke) bewoning van (leegstaande) bedrijfsruimtes 1. De woningnood is actueler dan ooit. De urgentie hiervan wordt weliswaar onderkend maar wordt landelijk nauwelijks opgevolgd door alternatieven binnen bestaande bouw te onderzoeken welke een (bescheiden) bijdrage zouden kunnen leveren aan de verlichting ervan. Als gevolg van de massale particuliere bewoning van bedrijfswoningen op Eeneind I staan veel bedrijfsruimtes leeg. Althans, zij zijn niet in overeenstemming met de bestemming in gebruik hetgeen functionele leegstand impliceert. Artikel 15 eerste lid onderdeel a van de Leegstandswet biedt de mogelijkheid tot gebruik ter (tijdelijke) bewoning van bepaalde leegstaande bedrijfs- of bijgebouwen, niet zijnde woningen. Hieronder vallen onder andere kantoren. Verzocht wordt om artikel 8.5.2 onder d van de planregels van het ontwerpbestemmingsplan te laten vervallen of zodanig te herzien dat gebruik van functioneel leegstaande bedrijfsruimtes zoals beschreven in artikel 15 eerste lid onderdeel a van de Leegstandswet als (tijdelijke) woonruimte op kleinschalige en niet commerciële basis mogelijk wordt gemaakt. 2. Op Kruisakker 6 wordt het in het bijbehorende bedrijfsgebouw gevestigde kantoor sinds de tweede helft van de jaren 90 gebruikt voor tijdelijke bewoning.
Overigens zonder dat daartoe ooit bouwtechnische veranderingen zijn aangebracht; de keuken, badkamer en apart toilet zijn bij de realisatie van het kantoor begin jaren 80 verwezenlijkt. Dit heft in de meer dan 25 jaar van bewoning nooit tot enige overlast en/of belemmering voor omwonenden en/of bedrijven geleid. Er zijn ook geen bezwaren om dit voort te zetten. Dit wordt bevestigd d.m.v. een handtekeningenlijst van omwonenden. De kantoorruimte/studio is al die jaren tijdelijk bewoond geweest door acuut woningzoekenden met een gemiddelde doorlooptijd van 2 à 3 jaar. Gegeven het aantal gegadigden kan zonder meer gesteld worden dat voorzien werd/wordt in een behoefte. Gezien de langdurigheid van verhuur/bewoning van kantoorruimte/studio en de instemming van de buurt wordt een ontheffing gevraagd op basis van een persoonsgebonden overgangsrecht zodat dit kan worden voortgezet. Ook dit gebruiksrecht komt dan te vervallen bij verkoop/verhuizing van huidige bewoner(s)/eigenaresse. Reactie gemeente Er bestaat inderdaad een behoefte aan meer woningen. Bedrijventerrein Eeneind is daar alleen niet het juiste gebied voor. Dit terrein is bedoeld voor bedrijven en niet voor gevoelige functies als wonen. Een combinatie van deze twee functies is niet gewenst, ook niet wanneer het voor het tijdelijk is bedoeld.
Er dient een ruimtelijke scheiding te zijn tussen functies die hinder veroorzaken (zoals bedrijven) en functies die daarvoor gevoelig zijn (zoals woningen). Daarbij wordt vanuit de landelijke wetgeving aangegeven dat voor bedrijfswoningen in het algemeen een grotere milieubelasting aanvaardbaar kan worden geacht dan voor een burgerwoning. Daarom zijn hier wel bedrijfswoningen mogelijk. De woningbehoefte zal elders moeten worden opgelost. De vergelijking met kantoren gaat niet op, want de kantoren die onder de Leegstandswet worden bedoeld, zijn de kantoren die in of naast een woonomgeving staan. 1. Artikel 8.5.2 onder d is niet verwijderd. Gebruik van bedrijfsruimtes als (tijdelijke) woonruimte blijft niet mogelijk. Het past niet bij de milieutechnische situatie op een bedrijventerrein. 2. Bewoning van de kantoorruimte/studio blijft niet mogelijk en is dus in strijd met het bestemmingsplan. Het past niet bij de milieutechnische situatie op een bedrijventerrein gelet op de gewenste scheiding van hinder veroorzakende functies en hindergevoelige functies zoals wonen. De bewoning valt ook niet onder het overgangsrecht. Pagina 16 van 39 Zaaknr. 181599 / Documentnr. 1004042
Pagina 17 van 39 Zaaknr. 181599 / Documentnr. 1004042
Planaanpassing Artikel 8.6.1 (Gemengd) ten behoeve van een afwijkingsmogelijkheid voor mantelzorg is uit de regels verwijderd. Dit geldt ook voor artikel 6.6.6 (Bedrijventerrein) en artikel 14.5.2 (Wonen). In verband hiermee is artikel 8.5.2 (Gemengd) verboden gebruik onder d aangepast. De zinsnede “en afhankelijke woonruimte” is verwijderd. De regel is geworden: ”(vrijstaande) bijgebouwen voor zelfstandige bewoning;”. Dit geldt ook voor artikel 6.5.2 (Bedrijventerrein) onder d, artikel 10.5.1 (Maatschappelijk) onder b en artikel 14.4.2 (Wonen) onder a.
Pagina 18 van 39 Zaaknr. 181599 / Documentnr. 1004042
Zienswijze 17: Divers Kruisakker 8 a. Bedrijfsactiviteiten 1. Naar aanleiding van de zienswijze op het ontwerpbestemmingsplan dat in 2020 ter inzage heeft gelegen, is aan het perceel met nummer 3470 de functieaanduiding ‘specifieke vorm van gemengd – autobeklederij’ toegekend. De werkzaamheden ten behoeve van de autobeklederij vinden echter plaats op meerdere percelen. Bedrijfseigenaren verzoeken de betreffende functieaanduiding ook toe te kennen aan de gronden met perceelsnummers 3895, 3892 en 3469. 2. Naar aanleiding van de zienswijze op het ontwerpbestemmingsplan dat in 2020 ter inzage heeft gelegen, is aan het perceel met nummer 3469 de functieaanduiding ‘specifieke vorm van gemengd – caravanstalling’ toegekend. De stalling vindt echter plaats op meerdere percelen. Bedrijfseigenaren verzoeken de betreffende functieaanduiding ook toe te kennen aan de gronden met het perceelsnummer 3470. 3. Ingevolge artikel 8.5.5 van de planregels van ontwerpbestemmingsplan is caravanstalling uitsluitend toegestaan ter plaatse van de gelijknamige functieaanduiding waarbij zowel binnen- als buitenstalling van de caravans is toegestaan. Met deze planregeling lijkt het erop dat bedrijfseigenaren enkel en alleen caravans mogen stallen. Er worden echter ook campers, boten, aanhangers, vouwwagens en auto’s gestald.
Bedrijfseigenaren verzoeken dan ook artikel 8.5.5 zodanig te wijzigen dat meerdere vormen van stalling is toegestaan. Reactie gemeente 1. De functieaanduiding ‘specifieke vorm van gemengd – autobeklederij’ is ook toegekend aan de percelen 3895, 3892 en 3469. De functie vormt geen belemmering voor aangrenzende percelen van derden. 2. De functieaanduiding ‘specifieke vorm van gemengd – caravanstalling’ is ook toegekend aan het perceel 3470. De functie vormt geen belemmering voor aangrenzende percelen van derden. 3. Het is voorstelbaar dat ter plaatse niet alleen caravans worden gestald maar ook andere vormen van stalling als campers, boten, aanhangers en vouwwagens. Ook is het voorstelbaar dat hier auto’s worden gestald die slechts in een bepaalde periode gebruikt mogen worden en zelfs voor een bepaalde periode geschorst zijn (bijvoorbeeld oldtimers)) en auto’s die worden aangepast in de autobeklederij, Artikel 8.5.5 is daarom zodanig aangepast dat deze vormen van stalling ook mogelijk zijn. b. Bestemming Gemengd – regeling bestaande bedrijfswoningen In reactie op de zienswijze uit 2020 op de bestemming Gemengd is voor de onderbouwing van de keuze voor de bestemming Gemengd verwezen naar de Visie Bedrijventerreinen. Bedrijfseigenaren willen op zich aansluiten bij deze visie. Zij menen echter dat de betreffende visie niet correct is doorgewerkt in het ontwerpbestemmingsplan.
Meer specifiek doelen zij op het bepaalde in artikel 8.1.1 onder i van de planregels. Ingevolge dit artikel zijn de als ‘Gemengd’ aangewezen gronden bestemd voor bestaande bedrijfswoningen, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘bedrijfswoning’. Ingevolge artikel 1.13 van de planregels wordt onder ‘bestaand’ verstaan: “bestaand ten tijde van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan, mits geen sprake is van een illegale situatie”. Door enkel bestaande bedrijfswoningen toe te staan, is er een soort van uitsterfregeling opgenomen in het ontwerpbestemmingsplan. Als een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bedrijfswoning wordt ingetrokken, is het niet meer mogelijk om een nieuwe omgevingsvergunning voor bouwen aan te vragen. Dit terwijl de gronden wel Pagina 19 van 39 Zaaknr. 181599 / Documentnr. 1004042
beschikken over een specifieke functieaanduiding ‘bedrijfswoning’. Bedrijfseigenaren menen dat deze constructie absoluut niet past binnen de visie zoals in de toelichting is verwoord.
Pagina 20 van 39 Zaaknr. 181599 / Documentnr. 1004042
Het ontwerpbestemmingsplan is op dit onderdeel dan ook in strijd met het vereiste van een goede ruimtelijke ordening. Bedrijfseigenaren verzoeken de planregels zodanig te wijzigen dat niet enkel bestaande bedrijfswoningen zijn toegestaan. Reactie gemeente Hier zit inderdaad een omissie in het bestemmingsplan. Het is niet de bedoeling de mogelijkheid voor een bedrijfswoning te laten vervallen wanneer een bestaande bedrijfswoning wordt gesloopt ten behoeve van nieuwbouw. Artikel 8.1.1 onder i is daarom als volgt aangepast: “één bedrijfswoning, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning'”. c. Cameramasten Bedrijfseigenaren hebben geconstateerd dat artikel 8.2.3 onder c van de planregels van het ontwerpbestemmingsplan weliswaar is gewijzigd naar aanleiding van hun zienswijze op het ontwerpbestemmingsplan van 2020, maar dat het doel van de wijziging, de aanwezige cameramasten niet is opgenomen. In het bedoelde artikel wordt wel gesproken over lichtmasten, maar niet over cameramasten. Door dit niet specifiek te benoemen, zou de bouwhoogte van de cameramasten maximaal 3 meter mogen bedragen. Omdat tegemoet is willen komen aan de zienswijze van 2020 verzoeken bedrijfseigenaren in artikel 8.2.3 onder c sub 3 te spreken van licht- en cameramasten, zodat op deze manier de masten alsnog een positieve bestemming krijgen.
Uiteraard kan er ook voor worden gekozen de planregels zodanig te wijzigen dat de maximale hoogte van cameramasten maximaal 8 meter mag bedragen. Een andere optie is het toekennen van een specifieke aanduiding voor het betreffende bedrijfsperceel. Reactie gemeente In bestemmingsplan Eeneind van 2008 staat in artikel 7.3.4 (Bedrijventerrein) onder b “licht- en andere masten 8 m;” vermeld. In bestemmingsplan Eeneind 2018 is ervoor gekozen een nadere specificatie te geven van ‘andere masten’. Daarbij zijn de cameramasten over het hoofd gezien, omdat camera’s doorgaans bevestigd worden aan andere masten en bouwwerken. Omdat het hier wel masten betreft enkel bedoeld voor camerabewaking is in artikel 8.2.3 (Gemengd) onder c als vijfde punt toegevoegd: “cameramasten, waarvan de bouwhoogte maximaal 8,00 meter mag bedragen”. De hoogte van 8 meter achten wij maximaal vanwege de privacy van aangrenzende percelen. d. Nadere eisen artikel 8.3 Op grond van artikel 8.3 van de planregels kunnen burgemeester en wethouders nadere eisen stellen. Deze eisen mogen uitsluitend worden gesteld ten behoeve van het stedenbouwkundig beeld, verkeersveiligheid, goede parkeerbalans, milieusituatie, sociale veiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden getoetst.
In reactie op de ingediende zienswijze op het ontwerpbestemmingsplan van 2020 wordt gesteld dat volgens artikel 3.6, aanhef en onder d van de Wet ruimtelijke ordening bij een bestemmingsplan kan worden bepaald dat met inachtneming van de bij het plan te geven regels burgemeester en wethouders ten aanzien van in het plan omschreven onderwerpen of onderdelen nadere eisen kunnen stellen. Het klopt inderdaad dat ingevolge het genoemde artikel nadere eisen gesteld kunnen worden. Het stellen van nadere eisen is wel aan spelregels gebonden. In een bestemmingsplan mag worden bepaald dat het college van burgemeester en wethouders met inachtneming van de bij het plan te geven regels ten aanzien van in het plan omschreven onderwerpen of onderdelen nadere eisen kan stellen. Dat deze bevoegdheid niet ongelimiteerd is, volgt duidelijk uit een uitspraak van de Afdeling van 18 februari 2015. Pagina 21 van 39 Zaaknr. 181599 / Documentnr. 1004042
Pagina 22 van 39 Zaaknr. 181599 / Documentnr. 1004042
Vaste rechtspraak is dat deze bevoegdheid tot het stellen van nadere eisen derhalve beperkt is tot eisen die aansluiten bij in het bestemmingsplan zelf reeds gestelde regels aangaande het betreffende onderwerp of onderdeel. Daarnaast dient voldoende duidelijk te zijn in welke gevallen en onder welke omstandigheden het college gebruik kan maken van zijn bevoegdheid. De regeling van artikel 8.3.1 en 8.3.2 van de planregels voldoet niet aan de bestendige rechtspraak hieromtrent. Uit de regeling blijkt niet dat nadere eisen enkel en alleen gesteld kunnen worden in incidentele gevallen. Ook zijn er in het bestemmingsplan geen regels gesteld omtrent de goothoogte van bebouwing of het realiseren van verhardingen binnen een gemengde bestemming. Ten aanzien van het aantal parkeerplaatsen zijn juist in het bepaalde in paragraaf 33.3 concrete planregels voorgeschreven. Dit geldt ook voor de situering van de parkeerplaatsen, waardoor het stellen van nadere eisen niet aan de orden kan zijn. Tot slot menen bedrijfseigenaren dat de criteria in artikel 8.3.2 van de planregels niet concreet zijn en niet objectief begrensd zijn. De nadere eisen regeling in artikel 8.3 van de planregels is niet met de vereiste zorgvuldigheid tot stand gekomen en is in strijd met het rechtszekerheidsbeginstel. De regels zijn hiermee niet overeenkomstig een goede ruimtelijke ordening.
Reactie gemeente Er is nogmaals gekeken naar het nut en de noodzaak van de opgenomen nadere eisen regeling. Omdat niet voorzien wordt dat binnen bedrijventerrein Eeneind nadere eisen gesteld zullen worden ten behoeve van de genoemde aspecten is er bij nader inzien alsnog voor gekozen de nadere eisen regeling te schrappen uit artikel 6 (Bedrijventerrein), artikel 8 (Gemengd) en artikel 10 (Maatschappelijk). e. Overige zone – behoud en herstel van watersystemen Bedrijfseigenaren kunnen zich niet vinden in de gebiedsaanduiding ‘overige zone – behoud en herstel van watersystemen’ dat gedeeltelijk over zijn eigendom ligt. Zij zijn van mening dat deze regeling niet is toegestaan binnen het bestemmingsplan. Als gevolg van deze planregel worden zij onnodig beperkt in de gebruiksmogelijkheden, omdat de waterstaatkundige belangen al door de Keur Waterschap De Dommel 2015 worden beschermd. Uit het plan en de toelichting daarop blijkt niet waarom naast deze bescherming in de Keur deze regeling in het plan moet worden opgenomen om te voorzien in de bescherming van het waterstaatkundige belang. Dit is in strijd met het motiveringsbeginsel en het vereiste van een goede ruimtelijke ordening. Daarbij komt dat de regeling onduidelijk is en daarmee rechts onzeker en in strijd met het vereiste van een goede ruimtelijke ordening is.
Gesteld wordt verder dat niet op alle vragen uit 2020 een antwoord is gegeven. Gelet op het voorgaande verzoeken bedrijfseigenaren opnieuw de gebiedsaanduiding ‘overige zone – behoud en herstel van watersystemen’ te verwijderen. Reactie gemeente De regeling komt voort uit de provinciale interim omgevingsverordening. De gemeente is verplicht dit over te nemen. Na afstemming met het Waterschap en de Provincie kan echter worden gemeld dat de gebiedsaanduiding ‘overige zone – behoud en herstel van watersystemen’ niet langer op de betreffende percelen hoeft te liggen. De gebiedsaanduiding is daarom verwijderd. Dit wordt ook in de provinciale omgevingsverordening gewijzigd. In de beantwoording van de zienswijze van 2020 is wel ingegaan op de vragen waarom er een limiet van 100 m2 geldt, wanneer er sprake is van het ophogen van gronden, wat het toetsingskader is van het college of het Waterschap en wanneer watersystemen niet onevenredig aangetast worden. Namelijk: Pagina 23 van 39 Zaaknr. 181599 / Documentnr. 1004042
“Met de limiet van 100 m2 is aansluiting gezocht bij andere bestemmingsplannen in Nederland. Dit is een algemeen gebruikte en redelijke grens om als ondergrens aan te houden. Er is sprake van ophoging bij iedere ophoging van de oorspronkelijke grond / het huidige maaiveld. Het toetsingskader voor vergunningverlening is te vinden in het betreffende artikel én de regels in de Keur. Verder worden deskundigen geraadpleegd over de gevolgen van werkzaamheden voor het watersysteem ter plaatse.” f. Overige zone – attentiegebied ecologische hoofdstructuur Bedrijfseigenaren kunnen zich niet vinden in de gebiedsaanduiding ‘overige zone – attentiegebied ecologische hoofdstructuur’ die gedeeltelijk over hun eigendom ligt. Voor de gebiedsaanduiding gelden dezelfde bezwaren en vragen als bij de gebiedsaanduiding ‘overige zone – behoud en herstel van watersystemen’. Ook bij deze gebiedsaanduiding is indiener van mening dat dit wordt geregeld door middel van de Keur. Reactie gemeente De regeling komt voort uit de provinciale interim omgevingsverordening en de beleidsregels van Waterschap de Dommel. De gemeente is verplicht dit over te nemen. Na afstemming met het Waterschap blijft de gebiedsaanduiding gehandhaafd, omdat de groene zoom bijdraagt aan de ecologische hoofdstructuur van de Kleine Dommel.
De vorm en omvang zijn wel enigszins gewijzigd zodat het nog enkel op de bestaande strook met bomen ligt. Voor de beantwoording van de vragen wordt verwezen naar de beantwoording van de zienswijze met betrekking tot gebiedsaanduiding ‘overige zone – behoud en herstel van watersystemen. g. Verkeer Het ontwerpbestemmingsplan voorziet voor een deel van de gronden van bedrijfseigenaren in de bestemming Verkeer (percelen 3466, 3470 (gedeeltelijk) en 3895 (gedeeltelijk). Zij hebben hier een eigen weg, een toegangsweg tot hun percelen die niet openbaar is in de zin van de Wegenwet. Bedrijfseigenaren zijn van mening dat deze bestemming onterecht is toegekend. In het ontwerpbestemmingsplan is vermeld dat “naast bebouwde functies het plangebied onbebouwde openbare ruimten kent, die onderscheiden zijn in de bestemmingen Verkeer, Groen en Water”. Als omschrijving van de bestemming Verkeer is opgenomen dat “deze bestemming zicht richt op een groot deel van het openbaar gebied van Eeneind 2018”. De gronden die het betreft, zijn geen onderdeel van het openbaar gebied en niet openbaar toegankelijk. Bedrijfseigenaren zijn van mening dat in de reactie op hun zienswijze van 2020 geen afdoende toelichting is gegeven op de keuze voor een verkeersbestemming. De onderbouwing van de bestemming leunt op drie argumenten: 1. De bestemming is nu ook al Verkeer.
Dat de bestemming nu Verkeer is, kan op zichzelf geen reden zijn om die bestemming te handhaven nu bedrijfseigenaren kenbaar hebben gemaakt dat zij veel last hebben van deze bestemming. Tevens is in 1999 ook al een zienswijze ingediend tegen de bestemming Verkeer. 2. De bestemming Verkeer is gewenst vanuit stedenbouwkundig oogpunt. Uit niets blijkt waarom het in stedenbouwkundige zin nodig zou zijn om een verkeersbestemming aan de gronden te geven. Vergunningsvrij bouwen kan ook met een andere planregel worden uitgesloten en niet valt in te zien wat er mis zou zijn met bedrijfsmatig gebruik van deze gronden. Niet valt te begrijpen waarom het vanuit stedenbouwkundig oogpunt wel acceptabel zou zijn dat alle gronden Pagina 24 van 39 Zaaknr. 181599 / Documentnr. 1004042
bijvoorbeeld vol worden gezet met sport- en spelvoorzieningen, groenvoorzieningen of ter plaatse alleen water wordt gerealiseerd, wat allemaal is toegestaan binnen de bestemming.
Pagina 25 van 39 Zaaknr. 181599 / Documentnr. 1004042
Bovendien is het eerder gebruikte argument niet consistent met het feit dat elders in Eeneind, aan de Collseweg, een perceelsgedeelte grond dat feitelijk als weg (en ontsluiting) is ingericht de bestemming Bedrijventerrein heeft. Waarom is ter plaatse uit stedenbouwkundig oogpunt geen verkeersbestemming? 3. De bestemming Verkeer is gewenst voor de ontsluiting van andere percelen. Er wordt geen ontsluiting geborgd door de bestemming Verkeer. Een ontsluiting is ook prima mogelijk binnen de bestemming Gemengd of Bedrijventerrein, gelijk aan de Collseweg. Gelet op het voorgaande verzoeken bedrijfseigenaren aan de betreffende gronden de bestemming Gemengd te geven in plaats van Verkeer. De bestemming Bedrijventerrein is ook mogelijk. Reactie gemeente Tot nu toe is aan de gronden de bestemming Verkeer toegekend om de ontsluiting van de aangrenzende percelen te waarborgen. Eigenaren hebben gelijk dat het geen openbare weg is. Na nogmaals gekeken te hebben naar alternatieven voor die borging van de ontsluiting is besloten om het alsnog de bestemming Gemengd te geven met de functieaanduiding ‘ontsluiting’. In de regels is de voorwaarde opgenomen dat ter plaatse van de aanduiding geen gebouwen en geen bouwwerken, geen gebouwen zijnde zijn toegestaan. h. Mantelzorg 1.
Bedrijfseigenaren kunnen zich niet verenigen met de afwijkingsmogelijkheid voor het gebruik van een bijgebouw als een afhankelijke woonruimte (artikel 8.6.1 van de regels bij het ontwerpbestemmingsplan). Het geldend bestemmingsplan van 2008 biedt die mogelijkheid niet en bedrijfseigenaren willen dit zo houden. Reden hiervoor is de overlast die wordt ervaren van mantelzorg in de nabije omgeving. 2. Mocht ervoor worden gekozen de regeling te behouden, dan zijn bedrijfseigenaren van mening dat het artikel onduidelijk is en niet aansluit bij de reguliere regelgeving voor mantelzorg. Zo komt de begripsomschrijving in artikel 1.47 van de planregels niet overeen met het bepaalde in artikel 1 bijlage II Bor. Bedrijfseigenaren zijn van mening dat zij bij hun zienswijze van 2020 geen antwoord hebben gekregen op de vraag waarom in het ontwerpbestemmingsplan een dergelijk ruime definitiebepaling wordt gehanteerd. Bedrijfseigenaren blijven van mening dat aansluiting gezocht had moeten worden bij de begripsomschrijving van artikel 1 bijlage II Bor. 3. Voor bedrijfseigenaren is het onduidelijk wanneer er sprake is van een onevenredige aantasting van de in het geding zijnde belangen van omwonenden en bedrijven. In de reactie op hun zienswijze van 2020 is gesteld dat voor het antwoord o deze vraag advies wordt gevraagd aan ter zake deskundigen.
Waarbij gedacht kan worden aan bijvoorbeeld schaduwwerking en het ontnemen van zicht, alles buiten de algemeen gestelde normen van hinder. Bedrijfseigenaren vernemen graag wat voor deskundigen dan worden ingeschakeld en menen dat ten onrechte niet is uitgewerkt aan welke criteria dan getoetst gaat worden. 4. In artikel 8.2.2 onder i van de planregels mag de gezamenlijke oppervlakte van bijgebouwen en overkappingen 60 m2 bedragen. Waarom mag het maximaal bebouwde oppervlak van afhankelijke woonruimte dan 80m2 bedragen? De motivering in de reactie op hun zienswijze van 2020 kunnen bedrijfseigenaren niet volgen en zien graag nog een nadere onderbouwing. 5. Bedrijfseigenaren vragen zich af hoe het bevoegd gezag gaat waarborgen dat zij de omgevingsvergunning intrekt, wanneer de bij het verlenen van de omgevingsvergunning bestaande noodzaak vanuit een oogpunt van mantelzorg niet meer aanwezig is. Wordt er een periodieke controle uitgevoerd wanneer een dergelijke omgevingsvergunning is afgegeven? Pagina 26 van 39 Zaaknr. 181599 / Documentnr. 1004042
Aan de omgevingsvergunning zal een voorwaarde moeten worden verbonden dat de omgevingsvergunning enkel geldt indien de aangevraagde mantelzorg aanwezig is. Reactie gemeente Er is nogmaals gekeken naar artikel 8.6.1 in het ontwerpbestemmingsplan en vanwege het feit dat mantelzorg vergunningsvrij is, is besloten om dit artikel te laten vervallen. Artikel 8.5.2 onder d is niet verwijderd, maar aangepast. De zinsnede “en afhankelijke woonruimte” is verwijderd. Het blijft verboden (vrijstaande) bijgebouwen te gebruiken voor zelfstandige bewoning. Planaanpassing 1. De aanduiding ‘specifieke vorm van gemengd – autobeklederij’ op het perceel 3470 behorend bij Kruisakker 8 is vergroot door deze ook op de percelen met de nummers 3895, 3892 en 3469 (eveneens behorend bij Kruisakker 8) te leggen 2. De aanduiding ‘specifieke vorm van gemengd – caravanstalling’ op het perceel 3469 behorend bij Kruisakker 8 is vergroot door deze ook op het perceel met nummer 3470 (eveneens behorend bij Kruisakker 8) te leggen. 3. Artikel 8.5.5 (Gemengd) Caravanstalling is zodanig aangevuld dat ook andere vormen van stalling als campers, boten, aanhangers, vouwwagens en auto’s (auto’s behorende bij de autobeklederij en auto’s die slechts in een bepaalde periode gebruikt mogen worden en/of voor een bepaalde periode zijn geschorst (bijvoorbeeld oldtimers)) is toegestaan. 4.
Artikel 8.1.1 (Gemengd) onder i is als volgt aangepast: “één bedrijfswoning, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning'”. De tekst “bestaande bedrijfswoningen” is hierbij vervangen door “één bedrijfswoning”. 5. Artikel 8.2.3 (Gemengd) onder c is aangevuld met een vijfde punt: “cameramasten, waarvan de bouwhoogte maximaal 8,00 meter mag bedragen”. Dit is ook aangevuld bij artikel 6.2.3 (Bedrijventerrein) onder c en artikel 4.2.3 (Bedrijf) onder b. 6. Artikel 8.3 (Gemengd) welke betrekking heeft op het stellen van nadere eisen is verwijderd. 7. De gebiedsaanduiding ‘overige zone – behoud en herstel van watersystemen’ op dit deel van bedrijventerrein Eeneind is komen te vervallen. 8. De gebiedsaanduiding ‘overige zone – attentiegebied ecologische hoofdstructuur’ is qua vorm/omvang aangepast als het gaat om (delen van) de percelen 3469, 3468 en 4231. 9. De verkeersbestemming op (gedeelten van) de percelen 3470, 3466, 3895, 3628 en 3627 is vervangen door de bestemming Gemengd met de functieaanduiding ‘ontsluiting’. In artikel 8 Gemengd is een verwijzing opgenomen naar deze functieaanduiding met de voorwaarde dat daar geen gebouwen en geen bouwwerken, geen gebouwen zijnde zijn toegestaan en dat de als zodanig aangeduide gronden bestemd zijn voor de (verkeers)ontsluiting van de aansluitende percelen. 10.
Artikel 8.6.1 (Gemengd) ten behoeve van een afwijkingsmogelijkheid voor mantelzorg is uit de regels verwijderd. In verband hiermee is ook artikel 8.5.2 (Gemengd) verboden gebruik onder d aangepast. De zinsnede “en afhankelijke woonruimte” is verwijderd. De regel is geworden: ”(vrijstaande) bijgebouwen voor zelfstandige bewoning;”.
Pagina 27 van 39 Zaaknr. 181599 / Documentnr. 1004042
Zienswijze 18: Autohandel Gulberg 43A Autohandel Eigenaar van het bedrijf op het adres Gulberg 43A vraagt zich af waarom slechts op een gedeelte van het gebouw met de adressen 43, 43A, 45 en 45A autohandel is toegestaan. Dit omdat vanaf het moment dat het complete gebouw is opgeleverd alle hallen (afwisselend) in gebruik zijn geweest bij autobedrijven. Eigenaar van het bedrijf wil aanspraak maken op de afwijkingsmogelijkheid voor autohandel die het ontwerpbestemmingsplan Eeneind 2018 biedt. Hij ziet dit graag direct in het bestemmingsplan verwerkt. Reactie gemeente Ter voorbereiding op het bestemmingsplan ‘Eeneind 2018’ is de Visie Bedrijventerreinen opgesteld. Deze is door het college van B&W eind 2017 vastgesteld. De intentie van deze visie is dat autohandel uitsluitend is toegestaan op bestaande locaties (volgens het bestemmingsplan ‘Eeneind’ van 2008 legaal gevestigde bedrijven) en binnen de zone voor perifere detailhandel aan de Europalaan (Berkenbosch). Nieuwvestiging van autohandel is met een afwijkingsmogelijkheid in het nieuwe bestemmingsplan ‘Eeneind 2018’ toegestaan onder de voorwaarde dat het perceelsoppervlak minimaal 1.000 m2 bedraagt. Deze oppervlaktemaat is gesteld vanuit het oogpunt van zuinig ruimtegebruik. Provinciaal beleid geeft aan dat detailhandel, zover niet gerelateerd aan het bedrijventerrein, zou moeten worden geweerd.
Dit geldt hiermee ook voor autohandel. Voor detailhandel zouden (naast de bestaande winkelconcentratiegebieden) specifieke gebieden aangewezen moeten worden. Dat is in de Visie Bedrijventerreinen dus gedaan door de zone aan de Europalaan daarvoor aan te wijzen. Bestaande (op basis van het bestemmingsplan) legaal gevestigde autohandel kan niet zondermeer worden weg bestemd. Dus is ervoor gekozen deze mee te nemen in het bestemmingsplan. Dat was in 2008 zo en dat wordt nu weer overgenomen. Om nog wat meer ruimte te bieden aan autohandel dan alleen ter plaatse van de Europalaan is ervoor gekozen de afwijkingsmogelijkheid op te nemen met de genoemde oppervlaktemaat van 1.000 m2 als minimum. Hiermee blijven de (overige) percelen ook geschikt voor bedrijven die echt thuishoren op een bedrijventerrein. Het terrein raakt daarmee niet ‘versnipperd’. Verder is de gedachte dat er voldoende ruimte op eigen terrein aanwezig moet zijn voor bijvoorbeeld het stallen van de auto’s. Het is namelijk vanuit ruimtelijke kwaliteit niet gewenst dat de openbare ruimte hiervoor wordt gebruikt. Ook in het geldend bestemmingsplan ‘Eeneind’ van 2008 is autohandel niet toegestaan. Omdat het bedrijf op het adres 45A daar legaal is gevestigd, is deze in het bestemmingsplan ‘Eeneind’ van 2008 ‘positief’ bestemd door middel van een aanduiding.
Dit is overgenomen in het ontwerpbestemmingsplan ‘Eeneind 2018’ door middel van de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – autohandel’. Bepalend voor de afwijkingsmogelijkheid is dat er sprake is van één bouwperceel. Het betreft hier verschillende percelen waarop verschillende bedrijven gevestigd zijn. Eigenaar kan geen aanspraak maken op de afwijkingsmogelijkheid, omdat er niet wordt voldaan aan de oppervlakte van 1.000 m2. De 1.000 m2 geldt voor één bedrijf op één bouwperceel. Samenwerking met andere bedrijven is hiervoor niet bedoeld. Het is namelijk niet te garanderen dat deze bij elkaar blijven. ‘Versnippering’ van percelen blijft aan de orde. Ook de samenvoeging van verschillende eigendommen/huurcontracten verspreid over het terrein is hierbij niet bedoeld. Planaanpassing Pagina 28 van 39 Zaaknr. 181599 / Documentnr. 1004042
Geen aanpassing.
Pagina 29 van 39 Zaaknr. 181599 / Documentnr. 1004042
Zienswijze 19: Autohandel De Huufkes 98 Autohandel Eigenaar van het bedrijf op het adres De Huufkes 98 vraagt zich af waarom op zijn adres geen autohandel is toegestaan. Reactie gemeente Ter voorbereiding op het bestemmingsplan ‘Eeneind 2018’ is de Visie Bedrijventerreinen opgesteld. Deze is door het college van B&W eind 2017 vastgesteld. De intentie van deze visie is dat autohandel uitsluitend is toegestaan op bestaande locaties (volgens het bestemmingsplan ‘Eeneind’ van 2008 legaal gevestigde bedrijven) en binnen de zone voor perifere detailhandel aan de Europalaan (Berkenbosch). Nieuwvestiging van autohandel is met een afwijkingsmogelijkheid in het nieuwe bestemmingsplan ‘Eeneind 2018’ toegestaan onder de voorwaarde dat het perceelsoppervlak minimaal 1.000 m2 bedraagt. Bestaande (op basis van het bestemmingsplan) legaal gevestigde autohandel kan niet zondermeer worden weg bestemd. Dus is ervoor gekozen deze mee te nemen in het bestemmingsplan. Voor nadere informatie zie ook de beantwoording bij zienswijze 18. In het geldend bestemmingsplan ‘Eeneind’ van 2008 is autohandel daarom niet toestaan op het adres De Huufkes 98. Vanuit de Visie Bedrijventerreinen is het ook niet mogelijk dit alsnog toe te staan. Planaanpassing Geen aanpassing.
Pagina 30 van 39 Zaaknr. 181599 / Documentnr. 1004042
Zienswijze 20: Bedrijfswoning en loods Eeneind 53 a. Aanduiding bedrijfswoning Indiener van de zienswijze verzoekt om het vlak met de functieaanduiding ‘bedrijfswoning’ op het adres Eeneind 53 te vergroten. Over de gehele lengte kant noordoost strook van 7 meter breed. Reactie gemeente Het aanduidingsvlak voor de bedrijfswoning is vergroot. Er gelden hierbij wel een aantal voorwaarden. Deze zijn opgenomen in artikel 8 Gemengd; zoals één bedrijfswoning per aanduidingsvlak, een maximale goothoogte van 6,5 meter, een maximale bouwhoogte van 10 meter en een maximale inhoud van 750 m3. b. Bouw loods Indiener van de zienswijzen verzoekt de bouw van een loods achter op het perceel met adres Eeneind 53-57 mogelijk te maken. Reactie gemeente In het ontwerpbestemmingsplan is al een mogelijkheid aanwezig voor het bouwen van een loods op dit perceel. Hierbij gelden wel een aantal voorwaarden die zijn opgenomen in artikel 8 Gemengd; zoals een maximale bouwhoogte van 10 meter (nog rekening te houden met de beperkende voorwaarden die worden gesteld van de dubbelbestemming Leiding – Hoogspanningsverbinding) en een aan te houden afstand van minimaal 3 meter tot de zijdelingse perceelsgrenzen. Er is een mogelijkheid om met een vergunning onderbouwd af te wijken van de afstandsregel tot de zijdelingse perceelsgrenzen. Ook moet rekening gehouden worden met mogelijke archeologische waarden.
Planaanpassing Het vlak met de functieaanduiding ‘bedrijfswoning’ op het adres Eeneind 53 is vergroot.
Pagina 31 van 39 Zaaknr. 181599 / Documentnr. 1004042
Zienswijze 21: Bedrijfswoning Den Binnen 28 Omzetten bedrijfswoning naar reguliere woning Indiener van de zienswijze is eigenaar van het perceel Den Binnen 28 met een bedrijfsgebouw en bedrijfswoning. Eigenaar wil graag op deze locatie blijven wonen en de mogelijkheid behouden om het bedrijfsgebouw te verhuren. Eigenaar is van mening dat bij het ontwerpbestemmingsplan ‘Eeneind 2018’ onvoldoende rekening is gehouden met zijn belangen. In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient te worden beoordeeld of de huidige bestemming naar de nieuwe inzichten en aanwezige feiten en omstandigheden nog steeds een passende bestemming is. Daarbij dient de gemeente ook rekening te houden met concrete plannen van belanghebbenden. In het bestemmingsplan is een binnenplanse afwijkingsmogelijkheid opgenomen voor het wonen in een voormalige bedrijfswoning, onder voorwaarden. Eigenaar is van mening dat hier op dit moment al aan kan worden getoetst. Eigenaar wil een passende bestemming op deze locatie bijvoorbeeld een functieaanduiding ‘wonen’ en is bereid om daarvoor onderzoeken aan te leveren waarbij de aanvaardbaarheid van de bestemming wordt onderzocht. Voor wat betreft de omgeving blijft het een woning van derden op een bedrijventerrein, ongeacht of deze woning door eigenaren of door een ander wordt bewoond.