20210317 Toezegging Ruimte - Bijlage Beleidsvisie Zonneparken buitengebied Nuenen 17-12- 2018
Tekst van het document
concept 17 december 2018 niet definitief! niet voor publicatie!
BELEIDSVISIE ZONNEPARKEN BUITENGEBIED NUENEN
concept 17 december 2018 niet definitief! niet voor publicatie!
-2-
BELEIDSVISIE ZONNEPARKEN BUITENGEBIED NUENEN
concept 17 december 2018 niet definitief! niet voor publicatie!
17 december 2018
-3-
BELEIDSVISIE ZONNEPARKEN BUITENGEBIED NUENEN
BELEIDSVISIE ZONNEPARKEN BUITENGEBIED NUENEN
In opdracht van Opgesteld door
Gemeente Nuenen
concept 17 december 2018 niet definitief! niet voor publicatie!
Erica Derijcke, Albert Raaijmakers, Jeroen de Vries, Luuk Stortelder, Jos van Mierlo, Ria Berkvens
Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant Postbus 8035
5601 KA Eindhoven
Auteur
Erica Derijcke
Projectnummer Datum
17 december 2018
Status
definitief
17 december 2018
-4-
BELEIDSVISIE ZONNEPARKEN BUITENGEBIED NUENEN
Inhoudsopgave Samenvatting ........................................................................................................................................................................................................ 1 1
2
3
4
Inleiding ......................................................................................................................................................................................................... 4 1.1
Aanleiding ........................................................................................................................................................................................ 4
1.2
Leeswijzer......................................................................................................................................................................................... 4
Huidig beleid ............................................................................................................................................................................................... 6 2.1
Rijksbeleid........................................................................................................................................................................................ 6
2.2
Provinciaal beleid......................................................................................................................................................................... 7
2.3
Regionaal beleid ........................................................................................................................................................................... 8
2.4
Gemeentelijk beleid .................................................................................................................................................................... 9
Onderbouwing noodzaak zonneparken .................................................................................................................................. 10 3.1
Inleiding .......................................................................................................................................................................................... 10
3.2
Energievraag ................................................................................................................................................................................ 10
3.3
Duurzame energie opwekking.......................................................................................................................................... 10
concept 17 december 2018 niet definitief! niet voor publicatie!
Afweging locaties.................................................................................................................................................................................. 13 4.1
Inleiding .......................................................................................................................................................................................... 13
4.2
Technische afweging .............................................................................................................................................................. 13
4.3
Ruimtelijke afweging.............................................................................................................................................................. 14 4.3.1 Inleiding ............................................................................................................................................................................. 14 4.3.2 Ruimtelijke onderbouwing ..................................................................................................................................... 17 4.3.3 Ontwerpprincipes ........................................................................................................................................................ 22
5
Maatschappelijke meerwaarde ..................................................................................................................................................... 26 5.1
Meervoudig ruimtegebruik ................................................................................................................................................. 26
5.2
Maatregelen om impact op omgeving te beperken ............................................................................................. 28
5.3
Maatschappelijke doelen ...................................................................................................................................................... 28
6
Conclusies, beleidsregels en aanbevelingen ....................................................................................................................... 29
7
Bronnen ....................................................................................................................................................................................................... 31
17 december 2018
-5-
BELEIDSVISIE ZONNEPARKEN BUITENGEBIED NUENEN
Samenvatting Om klimaatverandering tegen te gaan moet de uitstoot van CO2 en andere broeikasgassen omlaag. We moeten overstappen naar duurzame vormen van energie opwekking uit zon, wind, omgevingswarmte, biomassa en water. Dat stelt ons voor een ruimtelijke en een maatschappelijke opgave. Duurzame energieopwekking zorgt voor flinke veranderingen in het landschap en daarvoor is draagvlak onder de inwoners belangrijk. Nuenen wil stappen zetten op weg naar energieneutraliteit. In de mix van duurzame energieopwekking die nodig is om dat doel te halen, gaat zonne-energie een belangrijk aandeel vormen. Met zonnepanelen op daken kan ca 6% van de verwachte energievraag duurzaam worden opgewekt. Daarnaast zijn zelfstandige zonneparken nodig, en andere vormen van duurzame energieopwekking. De provinciale Verordening Ruimte biedt, naast mogelijkheden voor zonnepanelen op daken, mogelijkheden voor grondgebonden zonneparken in stedelijk gebied, in zoekgebieden verstedelijking1 en op bestaande locaties in het landelijk gebied zoals rioolzuiveringsinstallaties, stortplaatsen maar ook op vrijkomende agrarische locaties tot een omvang van 5.000 m 2. De verwachting is dat dit onvoldoende ruimte biedt om in de energiebehoefte te voorzien. Daarom biedt de verordening ook de mogelijkheid om opstellingen van zonne-energie te ontwikkelen in de
concept 17 december 2018 niet definitief! niet voor publicatie!
groenblauwe mantel en gemengd landelijk gebied. Dit is voor zonneparken groter dan 5.000 m2 alleen toegestaan indien er een gedegen visie onder ligt.
Gemeente Nuenen heeft deze beleidsvisie opgesteld, met daarin een afweging van locaties op de aspecten zorgvuldig ruimtegebruik en ruimtelijke kwaliteit. Ook is aangegeven hoe de maatschappelijke meerwaarde moet worden onderbouwd. In deze beleidsvisie hebben we laten zien dat het nodig is om zonneparken in gemengd landelijk gebied en in de groenblauwe mantel toe te staan om de verwachte energievraag in 2050 duurzaam op te kunnen wekken. Op sommige locaties staan we geen zonneparken toe, op andere locaties onder bepaalde voorwaarden wel. Deze beleidsvisie geeft aan onder welke voorwaarden gemeente Nuenen medewerking wil verlenen aan het realiseren van zonneparken in het buitengebied. We stellen de volgende beleidsregels:
Een initiatiefnemer voor een zonnepark dient zich bij de gemeente en bij de netbeheerder te melden voor vooroverleg over het gewenste initiatief;
Bij bestaande bouwblokken worden de zonnepanelen in eerste instantie op daken gerealiseerd;
Per initiatief dient onderbouwd te worden dat het park noodzakelijk is om te voorzien in een lokale/regionale energiebehoefte;
De locatie van het zonnepark is vanuit technisch oogpunt aanvaardbaar, waarbij sprake moet zijn van een ligging in de nabijheid van energie-infrastructuur;
De locatie van het zonnepark is vanuit ruimtelijk oogpunt aanvaardbaar, als de locatie zorgvuldig is bepaald en het zonnepark inpasbaar is in de omgeving waarbij wordt getoetst aan de in de beleidsvisie omschreven bouwstenen en ontwerpprincipes op landschaps-, kavel- en objectniveau.
1
Gebied waar onder voorwaarden een stedelijke ontwikkeling mogelijk is
17 december 2018
pagina 1 van 35
BELEIDSVISIE ZONNEPARKEN BUITENGEBIED NUENEN
Bij vergunningverlening moet biodiversiteit aantoonbaar worden geborgd en/of verbeterd, door aansluiting te zoeken bij gebiedskenmerken en het versterken van aanwezige beplanting;
concept 17 december 2018 niet definitief! niet voor publicatie!
17 december 2018
pagina 2 van 35
BELEIDSVISIE ZONNEPARKEN BUITENGEBIED NUENEN
Bij zonneparken groter dan 5.000 m2 in het gemengd landelijk gebied of in de groenblauwe mantel gelden de volgende voorwaarden: o
De maatschappelijke meerwaarde wordt aangetoond, vanuit de volgende criteria:
de mate van meervoudig ruimtegebruik
en de maatregelen die worden getroffen om de impact op de omgeving te beperken
o
en de bijdrage die wordt geleverd aan maatschappelijke doelen;
Onderbouwd dient te worden hoe een initiatief bijdraagt aan de ambitie uit de Klimaattafel Elektriciteit dat 50% van de nieuwe hernieuwbare productie op het land in eigendom komt van de lokale omgeving.
o
Er kan een omgevingsvergunning voor de duur van maximaal 25 jaar worden verleend. Indien met een bijdrage van het Groen Ontwikkelfonds Brabant een zonnepark wordt gerealiseerd in aan te leggen natuur grenzend aan het Natuur Netwerk Noord-Brabant, dan kan een omgevingsvergunning worden verleend voor maximaal 15 jaar en dient minimaal 30% van de ruimte ingericht te worden met natuur;
o
Er wordt op voorhand financiële zekerheid gesteld dat de opstelling voor de zonnepanelen na de looptijd van de vergunning wordt verwijderd, waarbij de bestaande toestand (tenminste) hersteld wordt.
concept 17 december 2018 niet definitief! niet voor publicatie!
17 december 2018
pagina 3 van 35
BELEIDSVISIE ZONNEPARKEN BUITENGEBIED NUENEN
1
Inleiding
1.1
Aanleiding
Het klimaat verandert; we krijgen te maken met extremer weer. Om de klimaatverandering tegen te gaan moet de uitstoot van CO2 en andere broeikasgassen omlaag. We moeten overstappen van het gebruik van fossiele brandstoffen naar duurzame vormen van energie opwekking. Gemeente Nuenen staat voor deze opgave van de transitie naar een duurzame energievoorziening, uit zon, wind, omgevingswarmte, biomassa en water. Dit is nog niet eens zo zeer een technische opgave, als wel een ruimtelijke en een maatschappelijke opgave. Duurzame energieopwekking zorgt voor flinke veranderingen in het landschap en daarvoor is draagvlak onder de inwoners belangrijk. Nuenen wil stappen zetten op weg naar energieneutraliteit. In de mix van duurzame energieopwekking die nodig is om dat doel te halen, gaat zonne-energie een belangrijk aandeel vormen, zowel door zonnepanelen op daken als door zelfstandige zonneparken. De provinciale Verordening Ruimte biedt, naast mogelijkheden voor zonnepanelen op daken, mogelijkheden voor grondgebonden zonneparken in stedelijk gebied, in zoekgebieden verstedelijking2 en op bestaande locaties in het landelijk gebied zoals rioolzuiveringsinstallaties, stortplaatsen maar ook op vrijkomende agrarische locaties tot een omvang van 5.000 m2. De verwachting is dat dit onvoldoende ruimte biedt om in de energiebehoefte te voorzien. Daarom biedt
concept 17 december 2018 niet definitief! niet voor publicatie!
de verordening ook de mogelijkheid om zonneparken groter dan 5.000 m2 te ontwikkelen in de groenblauwe mantel en gemengd landelijk gebied. Dit is alleen toegestaan indien er een gedegen visie onder ligt, die een onderbouwing geeft dat zonneparken nodig zijn om te kunnen voldoen aan de doelstellingen voor het opwekken van duurzame energie. In deze visie dient in ieder geval een afweging van locaties te worden meegenomen, waarbij de aspecten zorgvuldig ruimtegebruik en ruimtelijke kwaliteit in worden meegewogen. Ook dient de maatschappelijke meerwaarde te worden onderbouwd.
De gemeente Nuenen wil graag kunnen beoordelen of de principeverzoeken die bij de gemeente worden ingediend voor zonneparken in aanmerking komen voor medewerking. Dit kan nu niet omdat de noodzakelijke visie ontbreekt. Daarom heeft gemeente Nuenen aan de ODZOB gevraagd deze visie voor zonneparken in het buitengebied op te stellen. Deze beleidsvisie geeft aan onder welke voorwaarden de gemeente Nuenen medewerking wil verlenen aan het realiseren van zonneparken in het buitengebied. Wanneer we in deze visie spreken over zonneparken, dan bedoelen we ook zonneweides.
1.2
Leeswijzer
In deze beleidsvisie schetsen we in hoofdstuk 2 het huidige landelijke, provinciale, regionale en gemeentelijke beleid dat relevant is voor deze visie voor zonneparken. In hoofdstuk 3 laten we zien wat de verwachte energievraag in Nuenen gaat zijn en wat het potentieel is voor duurzame energie opwekking in Nuenen, om daarmee te onderbouwen waarom zonneparken in het buitengebied noodzakelijk zijn. Vervolgens maken we een afweging voor mogelijke locaties voor zonneparken in hoofdstuk 4. Deze afweging is enerzijds technisch van aard en anderzijds ruimtelijk van aard. Hierbij geven we ook ontwerpprincipes voor zonneparken aan. In hoofdstuk 5 geven we aan hoe 2
Gebied waar onder voorwaarden een stedelijke ontwikkeling mogelijk is
17 december 2018
pagina 4 van 35
BELEIDSVISIE ZONNEPARKEN BUITENGEBIED NUENEN
maatschappelijke meerwaarde gecreëerd kan worden. Tenslotte staan de conclusies in hoofdstuk 6 en geven we de beleidsregels weer die we afleiden uit de beleidsvisie.
concept 17 december 2018 niet definitief! niet voor publicatie!
17 december 2018
pagina 5 van 35
BELEIDSVISIE ZONNEPARKEN BUITENGEBIED NUENEN
2
Huidig beleid
In dit hoofdstuk wordt het huidige beleid met betrekking tot zonne-energie in het buitengebied beschreven.
2.1
Rijksbeleid
In september 2013 heeft een groot aantal partijen het nationale Energieakkoord voor duurzame groei afgesloten. Doel van dit akkoord is om gezamenlijk te werken aan energiebesparing, het vergroten van het aandeel duurzame energie en een toename van de werkgelegenheid. In het akkoord is de basis gelegd voor het energie- en klimaatbeleid van Nederland voor de komende jaren en worden stappen gezet richting een energievoorziening die in 2050 volledig klimaatneutraal is. De volgende doelstellingen worden nagestreefd:
14% van energie wordt duurzaam opgewekt in 2020
16% van energie wordt duurzaam opgewekt in 2023
In 2050 moet de energievoorziening bijna helemaal duurzaam zijn. De uitstoot van CO 2 (broeikasgassen) is dan 80-95% minder vergeleken met 1990.
In april 2016 hebben 195 landen het Klimaatakkoord van Parijs getekend om daarmee de mondiale
concept 17 december 2018 niet definitief! niet voor publicatie!
temperatuurstijging tot ruim onder 2 graden Celsius te beperken, en daarbij te streven naar een verdere beperking van de opwarming tot maximaal 1,5 graad Celsius. De Europese Unie heeft namens alle lidstaten harde toezeggingen gedaan om de uitstoot van broeikasgassen in 2030 met minstens 40 procent te verminderen ten opzichte van 1990. In het regeerakkoord van 2017 is afgesproken dat Nederland maatregelen neemt die ons voorbereiden op een reductie van 49% in 2030. In een nieuwe klimaatwet (die nog moet worden aangenomen) wordt vastgelegd dat in 2050 de CO2 uitstoot met 95% is gereduceerd. Het pad op weg naar dit doel wordt niet vastgelegd in de wet. In het Klimaatakkoord (uitwerking verschijnt eind 2018, uitvoering start in 2019), staan afspraken met de elektriciteitssector, de industrie, de gebouwde omgeving, de transsportsector en de landbouw. Aan de sectortafel Elektriciteit is de ambitie gesteld dat 50% van de lokale productie uit wind of zon in eigendom komt van de lokale omgeving. Een belangrijk onderdeel van het Klimaatakkoord is dat gemeenten samen met de provincie, waterschappen en maatschappelijke partners een regio vormen waarmee ze een regionale energiestrategie (RES) opstellen. Hierin moeten ze aangeven hoe de regio’s invulling geven aan de landelijke opgave. Alle regio’s in Nederland moeten hun strategie voor 1 juli 2019 terugkoppelen aan het rijk.
Voor het geval deze RES bij elkaar niet optellen tot de nationaal afgesproken ambities, dan wordt een verdeelsystematiek toegepast, zodat eind 2019 de regionale invulling van de nationale opgave verdeeld is. Om de opwekking van duurzame energie te stimuleren heeft het rijk diverse regelingen in het leven geroepen. Twee daarvan zijn in het bijzonder relevant in het kader van zonneparken, namelijk de Postcoderoosregeling (of wel Regeling Verlaagd Tarief) en de regeling Stimulering Duurzame Energieproductie (SDE+ regeling). Postcoderoosregeling Burgers en bedrijven met een kleinverbruikersaansluiting kunnen via een coöperatie of VvE investeren in een collectieve zonne-installatie in de buurt. De deelnemers profiteren van een verlaagd energiebelastingtarief over de opgewekte elektriciteit via hun eigen energierekening. Om
17 december 2018
pagina 6 van 35
BELEIDSVISIE ZONNEPARKEN BUITENGEBIED NUENEN
het lokale karakter te waarborgen, moeten deelnemers wonen in hetzelfde, of een aangrenzend, postcodegebied ('de postcoderoos') als zonne-installatie. Deze opzet zal door het collectieve karakter van het gezamenlijk investeren in duurzame energie opwekking in de buurt bijdragen aan maatschappelijk draagvlak voor zonneparken. De minister heeft aangekondigd dat de postcoderoosregeling zijn huidige vorm zal behouden tot 2020 (bron brief Stimuleringsbeleid lokale hernieuwbare elektriciteitsproductie, 15 juni 2018). Onderzocht wordt of projecten van energiecoöperaties met een kleinverbruiksaansluiting kunnen worden opgenomen in de regeling terugleversubsidie (de opvolger van de salderingsregeling). Daarbij is de minister voornemens een gemiddelde terugverdientijd van zeven jaar als uitgangspunt te nemen. Stimulering Duurzame Energieproductie (SDE+ regeling) De SDE+ regeling is een exploitatiesubsidie die een tegemoetkoming geeft in het verschil tussen de kostprijs van duurzame energie en de marktwaarde van de geleverde energie, ofwel de onrendabele top. Projecten met een grootverbruikersaansluiting (zowel individueel als energiecoöperaties of VvE’s) waarbij hernieuwbare energie wordt opgewekt, kunnen gebruik maken van de SDE+ regeling.
2.2
Provinciaal beleid
Energiebeleid
concept 17 december 2018 niet definitief! niet voor publicatie!
In 2010 hebben Provinciale Staten ingestemd met de Energieagenda Brabant 2010-2020. In navolging van het landelijk Energieakkoord is er in 2015 een Brabants Energieakkoord gesloten met daarin de ambitie dat Brabant in 2050 energieneutraal is. Begin 2016 is het Brabantse uitvoeringsprogramma energie vastgesteld. Het uitvoeringsprogramma geeft aan hoe de Brabantse samenleving moet versnellen om de ambitie energieneutraal in 2050 met als tussendoel 14% duurzame energie in 2020 te halen.
Het programma richt zich op:
1. het maatschappelijk draagvlak, door met en voor Brabantse burgers energieprojecten te realiseren; 2. de versnelling van de energietransitie, door onze Brabantse innovatiekracht te mobiliseren en door de ontwikkelcapaciteit voor projecten te vergroten; 3. het geven van meer ruimte in bestaande kaders om duurzame projecten uit te voeren. De thema's waarmee de provincie versnelt zijn: energie in de gebouwde omgeving, smart & green mobility, energieneutrale industrie, energy farming en energieke landschappen. In het kader van dit uitvoeringsprogramma heeft de Provincie een Gebiedsstrategie Duurzame Energieopgave laten opstellen. Verordening Ruimte De provinciale Verordening Ruimte biedt, naast mogelijkheden voor zonnepanelen op daken, mogelijkheden voor grondgebonden zonneparken in stedelijk gebied, in zoekgebieden verstedelijking en op bestaande locaties in het landelijk gebied zoals rioolzuiveringsinstallaties, stortplaatsen maar ook op vrijkomende agrarische locaties tot een omvang van 5.000 m 2. De verwachting is dat dit onvoldoende ruimte biedt om in de energiebehoefte te voorzien. Daarom biedt de verordening ook de mogelijkheid om zonneparken te ontwikkelen in de groenblauwe mantel en gemengd landelijk gebied.
Dit is bij zonneparken groter dan 5.000 m2 echter alleen toegestaan indien er een gedegen visie onder ligt die een onderbouwing geeft dat zonneparken nodig zijn om te kunnen voldoen aan de doelstellingen voor het opwekken van duurzame energie. In deze visie dient in ieder geval een afweging van locaties te worden meegenomen, waarbij de aspecten zorgvuldig
17 december 2018
pagina 7 van 35
BELEIDSVISIE ZONNEPARKEN BUITENGEBIED NUENEN
ruimtegebruik en ruimtelijke kwaliteit in worden meegewogen. De ontwikkeling moet inpasbaar zijn in de omgeving. Ook wordt onderbouwd hoe zonneparken maatschappelijke meerwaarde moeten creëren. Bij de afweging van locaties vraagt de provincie specifiek aandacht voor transformatie en meervoudig gebruik van locaties zoals op vliegvelden, langs snelwegen, stortplaatsen, zuiveringsinstallaties, grond- en slibdepots, gunstig gelegen vrijkomende locaties in het buitengebied etc. In beginsel gaat de provincie er vanuit dat de realisatie van zonneparken voorziet in een tijdelijke behoefte. Vanwege dit tijdelijke karakter van zelfstandige opstellingen voor zonneenergie is de ontwikkeling daarom uitsluitend mogelijk met de toepassing van een omgevingsvergunning inhoudende afwijking van het bestemmingsplan. Aan de omgevingsvergunning worden in ieder geval de volgende voorwaarden verbonden: a.
de omgevingsvergunning geldt voor een bepaalde termijn, die ten hoogste 25 jaar
b.
na het verstrijken van de termijn wordt de vóór de verlening van de
bedraagt; omgevingsvergunning bestaande toestand hersteld en wordt de opstelling voor zonne-energie verwijderd; c.
voor het gestelde onder b. wordt financiële zekerheid gesteld.
Groen Ontwikkelfonds Brabant
concept 17 december 2018 niet definitief! niet voor publicatie!
Het Groen Ontwikkelfonds Brabant biedt de mogelijkheid om tijdelijke zonneparken te combineren met natuurontwikkeling, doordat het fonds een gedeelte van de grondwaardedaling voor haar rekening neemt. Daardoor is er in de businesscase ruimte om ongeveer 30% van het perceel in te zetten voor hagen, struwelen, waterpoelen en andere natuur/landschapselementen of om de panelen verder uit elkaar te zetten. Percelen die in of tegen het Natuurnetwerk Brabant liggen en nog niet als ‘natuur’ zijn bestempeld, kunnen worden ingericht met zonnepanelen en landschapselementen. De zonnepanelen blijven vervolgens 15 jaar staan. In deze periode kan zich tussen de panelen bijvoorbeeld bloemrijk grasland ontwikkelen. Na 15 jaar worden de panelen verwijderd en blijft er natuur over. De opbrengsten van de zonnepanelen hebben gedurende 15 jaar als cofinanciering gediend voor de ontwikkeling en bekostiging van de natuur. Daarnaast heeft het zonneveld gedurende de 15 jaar per hectare voor 160 huishoudens energie opgewekt.
2.3
Regionaal beleid
Strategie Ruimte De 21 gemeenten in de regio Zuidoost-Brabant werken samen in de Metropool Regio Eindhoven. Zij hebben een Integrale Strategie Ruimte opgesteld waarin staat hoe de gemeenten gezamenlijk de economische kracht en de kwaliteit van het vestigingsklimaat van de Brainportregio ruimtelijk gaan ondersteunen. In december 2017 is de Integrale Strategie Ruimte voor alle 21 gemeenteraden vastgesteld. Een van de thema’s in de Strategie Ruimte is duurzame energie. De provincie heeft in de Versnellingsafspraken Sterke Regio de uitdaging neergelegd om als slimste regio van Nederland ook de eerste energieneutrale regio van Nederland te worden. In opdracht van de provincie is een studie uitgevoerd naar de energieopgave in 2050, de besparing- en opwekpotentie, en het bijbehorende ruimtebeslag per bron en per scenario. Dit is geland in een kaartlaag energie in de Strategie Ruimte.
17 december 2018
pagina 8 van 35
BELEIDSVISIE ZONNEPARKEN BUITENGEBIED NUENEN
2.4
Gemeentelijk beleid
Nota Duurzaamheid In 2015 heeft de raad de Nota duurzaamheid vastgesteld. Hierin worden de hoofdlijnen van het duurzaamheidsbeleid van de gemeente Nuenen geschetst en de belangrijkste prioriteiten vastgelegd. Bij de uitvoering focust Nuenen op de ambities:
Verspilling en uitputting van fossiele brandstoffen voorkomen en de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen verminderen;
Verspilling en uitputting van grond- en hulpstoffen voorkomen.
Het opstellen van deze beleidsvisie voor zonneparken draagt indirect bij aan de eerstgenoemde ambitie. Daarnaast onderschrijft de gemeente in de Nota duurzaamheid nog enkele andere duurzaamheidsambities die ook dienen als uitgangspunt voor deze beleidsvisie:
Zuinig omgaan met de beschikbare (groene) ruimte en het landschap
Biodiversiteit behouden en zo mogelijk versterken
Milieukwaliteit behouden en zo mogelijk verbeteren
De samenleving voorbereiden op de gevolgen van klimaatverandering
Eerlijke handel en participatie bevorderen
Ruimtelijk beleid
concept 17 december 2018 niet definitief! niet voor publicatie!
Bij het opstellen van deze beleidsvisie is het bestemmingsplan Buitengebied relevant voor gebiedsaanduidingen. Ook verwijzen we naar het Landschapsontwikkelingsplan De Peel voor de indeling in landschapstypes.
17 december 2018
pagina 9 van 35
BELEIDSVISIE ZONNEPARKEN BUITENGEBIED NUENEN
3
Onderbouwing noodzaak zonneparken
3.1
Inleiding
In de provinciale Verordening Ruimte staat dat de beleidsvisie een onderbouwing moet geven dat zonneparken nodig zijn om te kunnen voldoen aan de doelstellingen voor het opwekken van duurzame energie. In dit hoofdstuk geven we deze onderbouwing. We gebruiken hiervoor de studie die Posad heeft uitgevoerd naar de ruimtelijke impact van duurzame energieopwekking in NoordBrabant en de uitsplitsing van de cijfers per gemeente.
3.2
Energievraag
Het totale energieverbruik in Nuenen in 2014 was 1.670 TJ (Posad, juni 2017) 3. Posad heeft in beeld gebracht hoe het energieverbruik zich autonoom zou ontwikkelen naar 2050, zie bijlage 1. Wanneer extra ingezet wordt op energiebesparing, daalt de verwachte energievraag aanzienlijk ten opzichte van autonome ontwikkeling4. Het verwachte energieverbruik in 2050 na energiebesparing is weergegeven in tabel 1. Tabel 1 Ingeschat energiegebruik in 2050 na besparen (Posad, juni 2017) Nuenen
concept 17 december 2018 niet definitief! niet voor publicatie! Elektra
Warmte
Brandstof
Overig
Gebouwde omgeving
211 TJ
526 TJ
--
--
Industrie
105 TJ
61 TJ
--
--
19 TJ
19 TJ
--
--
141 TJ
--
209 TJ
--
476 TJ
603 TJ
209 TJ
59 TJ
Landbouw Mobiliteit Totaal
De totale energievraag in 2050 is naar verwachting 1.347 TJ.
3.3
Duurzame energie opwekking
Posad heeft vervolgens voor de gemeenten in de regio Zuidoost-Brabant twee scenario’s bepaald voor duurzame energie opwekking, een zogenaamd minimaal en een maximaal scenario (Posad, juni 2017). In deze scenario’s zijn windenergie, zonne-energie, geothermie en biomassa meegenomen. In het minimale scenario wordt al het effectief beschikbare dakoppervlak van woningen, bedrijven en instellingen belegd met zonnepanelen en is voor de potentie van windmolens rekening gehouden met alle restricties van waar windmolens niet mogen komen. In het maximale scenario worden naast alle daken, ook vuilstortlocaties benut voor zon en worden zoekgebieden stedelijke ontwikkeling ingevuld met zonneparken. In het maximale scenario mogen windturbines wel in het Natuurnetwerk Brabant geplaatst worden. Naast zon en wind wordt in het maximale scenario ook biomassa ingezet. Hierbij worden alle beschikbare reststromen (zoals mest en snoeiafval) benut voor vergisting om daar gas van te maken.
3
TeraJoule is een eenheid voor energie, 1TJ = 1.000 GJ = 1.000.000 MJ = 1.000.000.000 kJ =1.000.000.000.000 J ; 1TJ komt overeen met het jaarlijks elektriciteitsverbruik van ongeveer 90 huishoudens (3.000 kWh gemiddeld jaarlijks verbruik) 4 Zie voor de uitgangspunten en aannames voor de inschatting van het verwachte energieverbruik, de studie Energie en ruimte Zuidoost-Brabant, Rapport - Uitsplitsing naar gemeenten, versie 1.1, Posad, juni 2017
17 december 2018
pagina 10 van 35
BELEIDSVISIE ZONNEPARKEN BUITENGEBIED NUENEN
In tabel 2 staat een inschatting van het potentieel voor Nuenen volgens dit minimaal en maximaal scenario. Tabel 2 Inschatting van het potentieel tot duurzame energie opwekking volgens een minimaal en een maximaal scenario (Posad, juni 2017).
Nuenen
Windenergie 7,5 MW
Zonneenergie Geothermie wonen Geothermie kassen
MIN SCENARIO TJ aantal
TJ
aantal
306
5
489
8
TJ
Dak opp. (ha)
TJ
Dak opp. (ha)
Vml stortplaats opp (ha)
Uitbreidings -gebied (ha)*
Gemengd landelijk gebied (ha)*
75
172
476
172
9
91,7 (55%)
0
TJ
Aantal inst.
TJ
Aantal int.
0
0
0
0 TJ
Biomassa
225
MAX SCENARIO
Aantal inst. Coverg. 0,8
Aantal inst. Monoverg. 20,7 RWZI slib
Totaal
(*% van totale opp.)
Graslandakkerland 0
concept 17 december 2018 niet definitief! niet voor publicatie! 2,9
TJ 381
mest 17,7
GFT afval 0
Bos 0,1
TJ 1.190
Met zonnepanelen op al het effectief beschikbare dakoppervlak kan 75 TJ, ofwel ca 6% van de verwachte energievraag in 2050, opgewekt worden. Het minimale scenario gaat uit van benutting van al het effectief beschikbare dakoppervlak voor zonnepanelen en 5 windmolens. Volgens dit minimale scenario kan er in Nuenen 381 TJ duurzaam worden opgewekt met behulp van wind en zon, wat minder is dan 30% van de verwachte energievraag in 2050. In het maximale scenario is het mogelijk om 1.190 TJ duurzaam op te wekken met behulp van wind, zon en biomassa, ofwel 88% van de verwachte energievraag in 2050. Hierbij moet aangemerkt worden dat het maximale scenario eerder een overschatting dan een onderschatting geeft: de voormalige stortplaats locaties zijn inmiddels al op andere wijze ontwikkeld en niet meer beschikbaar voor zonneparken. Wanneer op regionale schaal gekeken wordt, dan laat de studie van Posad zien dat de regio ZuidoostBrabant volgens het maximale scenario bijna energieneutraal kan worden op eigen grondgebied. De totale energievraag van de regio in 2050 wordt ingeschat op 64.013 TJ. In het maximale scenario kan in de regio 62.588 TJ duurzaam opgewekt worden. Er zijn gemeenten bij die een veel grotere energievraag hebben dan ze zelf duurzaam kunnen opwekken.
Ook zijn er gemeenten die meer energie duurzaam kunnen opwekken dan ze zelf nodig hebben en dus energieleverend kunnen worden voor andere gemeenten in de regio. Zowel het minimale als het maximale scenario zijn overigens een zeer grote opgave om daadwerkelijk te realiseren. Landschappelijk heeft dit een grote impact. De cijfers in tabel 2 laten zien dat het met de huidige beleidsrestrictie en de ruimtelijke mogelijkheden niet mogelijk is om energieneutraal te worden op het grondgebied van Nuenen. Wil
17 december 2018
pagina 11 van 35
BELEIDSVISIE ZONNEPARKEN BUITENGEBIED NUENEN
Nuenen op eigen grondgebied energieneutraal kunnen worden, dan is het nodig om in het buitengebied, de groenblauwe mantel en gemengd landelijk gebied, zonneparken toe te staan.
concept 17 december 2018 niet definitief! niet voor publicatie!
17 december 2018
pagina 12 van 35
BELEIDSVISIE ZONNEPARKEN BUITENGEBIED NUENEN
4
Afweging locaties
4.1
Inleiding
De provinciale Verordening Ruimte biedt mogelijkheden voor het realiseren van zonnepanelen op daken, en mogelijkheden voor grondgebonden zonneparken in stedelijk gebied, in zoekgebieden verstedelijking en op bestaande locaties in het landelijk gebied, zoals rioolzuiveringsinstallaties, stortplaatsen maar ook op vrijkomende agrarische locaties tot een omvang van 5.000 m 2. Daarnaast geeft deze visie aan hoe onder voorwaarden zonneparken gerealiseerd mogen worden in het buitengebied. In dit hoofdstuk maken we een afweging van locaties in het buitengebied. Deze bestaat uit een technische afweging en een ruimtelijke afweging.
4.2
Technische afweging
Zonneparken moeten worden aangesloten op het elektriciteit netwerk. De ontwikkelaar betaalt kosten voor de aansluiting die worden bepaald door de grootte van de benodigde aansluiting en de afstand tot het aansluitpunt:
aansluitingen t/m 1.750 kVA (MS-D) (zonnepark tot ca. 2 ha): worden ‘ingelust’ op het lokale distributienet, dit zijn ringvormige netten die overal door het land liggen;
aansluitingen >1.750 kVA t/m 6000 kVA (ca. 2 – 8 ha zonnepark): worden aangesloten op
concept 17 december 2018 niet definitief! niet voor publicatie!
transportverdeelstations voor MS-T (zie figuur 1, groene blokjes);
aansluitingen >6 MVA t/m 10 MVA (tot ca 12 á 13 ha zonnepark): worden aangesloten op hoofdstations voor HS/MS (zie figuur 1, rode blokjes);
aansluitingen >10MVA (> ca 12 á 13 ha zonnepark): worden aangesloten op hoofdstations voor HS/MS (zie figuur 1, rode blokjes) als maatwerk aansluitingen, als een station vol is moet de ontwikkelaar de meerkosten betalen naar een ander station en ook als er bijvoorbeeld onder een kunstwerk door geboord moet worden.
In figuur 1 is een kaart te zien van de aansluitmogelijkheden in Nuenen en omgeving. Logischerwijs ligt juist daar waar elektriciteitsvraag is, de infrastructuur. Dat kan dus op gespannen voet staan met de beschikbaarheid van ruimte juist verder van de vraag af. Voor een aansluiting van 10 MVA op 1 kilometer afstand tot aan het hoofdstation betaalt een ontwikkelaar ca €500.000. Dat betekent dat de afstand tot een aansluitmogelijkheid in belangrijke mate bepalend is voor hoe haalbaar een business case is voor een ontwikkelaar. Hoe dichter bij aansluitmogelijkheden hoe gunstiger een locatie (de gemeentegrens maakt hierbij niet uit). Ook vanuit landschappelijk oogpunt is het wenselijk dat een kabeltracé zo kort mogelijk is. Dat betekent dat op dit moment het zuiden van Nuenen meer kansrijk is voor zonneparken dan het noorden. In ieder geval is het nodig dat een initiatiefnemer vroegtijdig met de netbeheerder afstemt over de aansluiting.
17 december 2018
pagina 13 van 35
BELEIDSVISIE ZONNEPARKEN BUITENGEBIED NUENEN
concept 17 december 2018 niet definitief! niet voor publicatie!
Figuur 1 Aansluitmogelijkheden op netwerk Enexis: Midden Spanning stations (groen) en hoofdstations (rood)
4.3
4.3.1
Ruimtelijke afweging
Inleiding
Een zonnepark bestaat uit zonnepanelen op stellingen, zodat de zonnepanelen optimaal naar de zon kunnen worden gericht en elkaar niet beschaduwen. Daarnaast zijn er nog toebehoren bij de installatie, zoals een kast voor de aansluiting. Soms staat er een hek omheen. Hieronder zijn enkele foto’s opgenomen van zonneparken. Per hectare kunnen 0,6 tot 1,2 MW aan panelen worden geplaatst, gemiddeld wordt gerekend met 0,8 MW per hectare (RVO, 2016).
17 december 2018
pagina 14 van 35
BELEIDSVISIE ZONNEPARKEN BUITENGEBIED NUENEN
Zonnepark Bergen Energie, RVO, 2016
RVO, 2016
concept 17 december 2018 niet definitief! niet voor publicatie! Zonnepark Vierverlaten, Grunneger power Een zonnepark heeft twee ruimtelijke effecten: een effect op het ruimtegebruik en een effect op de beleving van het landschap. Beiden vragen om een zorgvuldige motivering in het kader van een goede ruimtelijke ordening. Ruimtegebruik Het ruimtegebruik van een zonnepark heeft effecten voor de langere termijn en beperkt de ontwikkelingsmogelijkheden voor de toekomst. De nut en noodzaak moet daarom vooraf duidelijk zijn. Zo ook het draagvlak voor het betreffende ruimtegebruik. Actueel is in dit kader de discussie over het gebruik van vruchtbare landbouwgrond voor zonneparken en het lange termijn effect van vlakdekkende zonneparken op de bodem (en daardoor voor de toekomstige gebruiksmogelijkheden). Zo ook de vraag tot wanneer zelfstandige zonneparken in het buitengebied in de huidige vorm nodig zijn om in de duurzame energiebehoefte te voorzien. Dit met het oog op de toenemende benutting van daken en de innovatieve ontwikkelingen met betrekking tot zonnecellen, maar ook voor wat betreft de inzet van andere duurzame energiebronnen. Oftewel voorkomen moet worden dat er (op termijn) een overcapaciteit aan zonneparken in het buitengebied kan ontstaan. Zorgvuldig ruimtegebruik betekent dan ook een efficiënt gebruik in het heden en bescherming van de mogelijkheden voor de toekomst.
17 december 2018
pagina 15 van 35
BELEIDSVISIE ZONNEPARKEN BUITENGEBIED NUENEN
concept 17 december 2018 niet definitief! niet voor publicatie!
17 december 2018
pagina 16 van 35
BELEIDSVISIE ZONNEPARKEN BUITENGEBIED NUENEN
Beleving van het landschap Het effect op de beleving van het landschap wordt bepaald door de mate waarop het zonnepark ruimtelijk is ingepast. Daarbij gaat het erom in hoeverre het zonnepark aansluiting vindt bij de maat en kwaliteiten van het lokale landschap. Op grond van dit laatste is een zonnepark, ongeacht de maat, in bepaalde (delen van) landschapstypen, vanwege de kwetsbaarheid van de aanwezige waarden, bij voorbaat als niet passend beoordeeld. Dit is bijvoorbeeld het geval binnen bestaande heide-, bos en natuurgebieden. Planologisch kan het gaan om bijvoorbeeld gereserveerde zoekgebieden voor toekomstige functies. Voor de landschapstypen waar een zonnepark wel zou kunnen, vraagt elke locatie telkens om een afweging of deze geschikt is voor het beoogde initiatief en zo ja, of het inrichtingsplan zorgvuldig ontworpen is voor die plek. Bij het opstellen en beoordelen van de inrichting zijn bovendien drie schaalniveaus relevant: het landschap, de kavel en het object. Of het kan en zo ja hoe, is voor ieder initiatief dus maatwerk en omvat een ontwerpopgave. Voor elk van de schaalniveaus zijn ruimtelijk namelijk verschillende oplossingen denkbaar, afhankelijk van de aard van de omgeving en de omvang van het beoogde zonnepark. Om bij het ontwikkelen en beoordelen van plannen toch enig houvast te bieden, zijn daarom per schaalniveau ontwerpprincipes benoemd.
Hoe meer een plan invulling geeft aan deze ontwerpprincipes, des te beter het zonnepark in het landschap past. In ieder geval dient een initiatiefnemer zich vroegtijdig te melden bij de gemeente voor vooroverleg over het initiatief.
4.3.2
concept 17 december 2018 niet definitief! niet voor publicatie!
Ruimtelijke onderbouwing
Een goede ruimtelijke onderbouwing van zonneparken, waarin het ruimtegebruik zorgvuldig is afgewogen en het inrichtingsplan zorgvuldig is ontworpen, is van belang om ongewenste ruimtelijke effecten tegen te gaan en om het draagvlak voor duurzame energie te behouden en te vergroten. Om tot deze goede ruimtelijke onderbouwing te komen hanteert Nuenen de volgende bouwstenen. Deze bouwstenen zijn zodanig van opzet dat deze de mogelijkheid geven om ruimtelijk, maar ook in de tijd, flexibel te reageren op nieuwe ontwikkelingen, zodat het landschap niet onnodig wordt belast en rekening kan worden gehouden met andere ruimtelijke ambities. Naast de toetsing aan onderstaande bouwstenen, zal een initiatief voor een zonnepark ook getoetst worden aan de relevante milieuthema’s en de op dat moment geldende ruimtelijke ambities (zoals bijvoorbeeld de ambities volgens Intergemeentelijke Structuurvisie Rijk van Dommel en Aa en een eventueel toekomstige Omgevingsvisie). 1)
Verordening Ruimte
Vertrekpunt voor de ruimtelijke afweging is de Verordening Ruimte. Hierin sorteert de provincie al voor waar het gaat om grondgebonden zonneparken buiten bestaand stedelijk gebied en geeft zij aan welke omvang van het zonnepark, binnen welke ruimtelijke functie en onder welke voorwaarden is toegestaan. Als beleidsvoorkeur hanteert de provincie de zonneladder: 1e Op daken/in stedelijk gebied. 2e In zoekgebied verstedelijking/tegen kernen aan. 3e Dubbel ruimtegebruik: rwzi, stortplaatsen, wegbermen, e.d. 4e In buitengebied.
17 december 2018
pagina 17 van 35
BELEIDSVISIE ZONNEPARKEN BUITENGEBIED NUENEN
Wat betreft het buitengebied geldt verder nog dat zelfstandige grondgebonden zonneparken zijn toegestaan: -
Binnen de ruimtelijke functies Gemengd landelijk gebied en Groenblauwe mantel.
-
Zonder voorwaarden op een bouwperceel tot maximaal 5.000 m2.
-
Onder voorwaarden als het zonnepark groter is dan 5.000 m2.
De voorwaarden hebben betrekking op de maatschappelijke meerwaarde en dienen te worden uitgewerkt in een gemeentelijke visie. In deze visie moet nut en noodzaak van grootschalige grondgebonden zonneparken in het buitengebied zijn aangegeven en moeten de ruimtelijke randvoorwaarden waaraan het zonnepark moet voldoen, zijn uitgewerkt. 2) Ladder voor duurzame locatiekeuze De Ladder voor duurzame locatiekeuze is naar analogie van de Ladder voor stedelijke ontwikkeling. Dit betekent dat deze ladder er op gericht is om (regionale) planoverschotten te voorkomen en om leegstand in bestaande voorraad te beperken. Hieruit volgt een beleidsvoorkeur voor de vestigingslocaties van zonneparken. Vraag en aanbod bepalend Wat betreft planoverschotten en leegstand in relatie tot zonneparken is dit op korte termijn niet aan de orde zijn, echter op enig moment zal het nodig zijn om dit inzichtelijk te maken. Naast dat reguliere zonnepanelen steeds goedkoper worden, gaat de ontwikkeling in de toepassingsmogelijkheden van zonnecellen namelijk snel en daardoor de benutting van daken bij de energieopwekking. Ook het rendement van zonnecellen stijgt elk jaar. Oftewel in de toekomst kan met een kleiner oppervlakte aan zonnepanelen eenzelfde hoeveelheid duurzame energie worden opgewekt. Daarnaast neemt parallel het gebruik van andere duurzame energiebronnen toe, zoals windenergie.
Overigens werkt dit laatste ook omgekeerd: windenergie is ook niet overal gewenst/mogelijk en beide vormen van duurzame energie zijn niet volledig uitwisselbaar (bij veel zon, veelal minder wind en omgekeerd) en zijn dus allebei nodig. Oftewel er dient per initiatief de vraag te worden beantwoordt of het zonnepark in de voorgenomen vorm en omvang, als grondgebonden zonnepark buiten het bestaand stedelijk gebied, nodig is.
concept 17 december 2018 niet definitief! niet voor publicatie!
Per initiatief dient daarvoor de vraag en het aanbod van dat moment tegen elkaar afgezet te worden. Met andere woorden er dient inzicht te worden gegeven of het nieuwe park voorziet in een actuele regionale/lokale behoefte. Daarbij kunnen kleinschalige en grootschalige initiatieven worden onderscheiden. Kleinschalige zonneparken passen qua aard en omvang bij een buurt en/of dorp. De initiatiefnemers en/of afnemers zijn lokaal georiënteerd. Indien bij dit soort initiatieven een regionale behoefte niet kwantitatief kan worden aangetoond, is dit wellicht toch kwalitatief te motiveren, omdat dit qua participatie en een onafhankelijke energievoorziening voor inwoners, van groot belang is. Bij grootschalige zonneparken is er nauwelijks tot geen relatie tussen opwekking en afname van energie. Het gaat bij deze parken niet om de regionale/lokale binding, maar of de benodigde ruimtelijke kenmerken aanwezig zijn en hoe de vestiging wordt gefaciliteerd. Een kwalitatieve motivatie om grootschalige parken als zelfstandig grondgebonden zonnepark in het buitengebied te realiseren, betekent dat moet worden aangetoond dat het initiatief binnen bestaand stedelijk gebied niet te faciliteren is. Beleidsvoorkeur In aansluiting op de Verordening ruimte is de voorkeur van het beleid de plaatsing van zonnepanelen op daken of op braakliggende gronden in of aansluitend op stedelijk gebied.
Dit vanwege het voordeel dat ze dicht bij de gebruiker en energiesystemen worden geplaatst, wat bijdraagt aan zorgvuldig ruimtegebruik en effectief is vanuit kostenminimalisatie.
17 december 2018
pagina 18 van 35
BELEIDSVISIE ZONNEPARKEN BUITENGEBIED NUENEN
Aansluitend aan stedelijk gebied is buitengebied. Voor het buitengebied kunnen gemeenten een eigen voorkeur van beleid voor de vestiging van zelfstandige grondgebonden zonneparken bepalen. De gemeente Voor de gemeente r Nuenen is dit de volgende vestigingsvoorkeur: 1e Zoekgebied stedelijke ontwikkeling, 2e Gemengd landelijk gebied en 3e Groenblauwe mantel. In tegenstelling van wat de provincie in de Verordening Ruimte toe staat, wil de gemeente Nuenen dus geen zonneparken in nog niet ingericht Natuur Netwerk Brabant. Binnen de drie ruimtelijke functies waar Nuenen zonneparken in het buitengebied wil toestaan, heeft de vestiging van zonneparken op het bouwblok en bij niet-agrarische functies, zoals geluidswallen of –schermen, bermen, overhoeken. e.d. de voorkeur. Waar het gaat om gronden met een agrarische bestemming, dan hebben de voor landbouw kwalitatief slechtere gronden en de gronden waarop een meervoudig ruimtegebruik mogelijk is, de voorkeur. Uitgangspunt is dat de beste gronden voor de primaire productie van voedsel, voer, siergewassen of grondstoffen beschikbaar blijven. Om de kwaliteit van de grond te bepalen wordt gebruik gemaakt van bodemgeschiktheidskaarten, zoals die bij grondruil worden gebruikt. Hierop is aangegeven hoe geschikt een bodem is voor een bepaald landbouwkundig gebruik, in dit geval akkerbouw of weidebouw.
We gebruiken de kaart voor akkerbouw, omdat deze de meest kritische is. De bodemgeschiktheid wordt vastgesteld aan de hand van de opbouw, samenstelling en fysische eigenschappen van de bodem en aan de hand van de grondwaterkarakteristiek (beoordelingsfactoren ontwateringstoestand, vochtleverend vermogen, stevigheid van de bovengrond, stuifgevoeligheid, verkruimelbaarheid, slempgevoeligheid, textuur en dikte bovengrond en de zuurgraad). Hierbij worden 3 klassen onderscheiden:
concept 17 december 2018 niet definitief! niet voor publicatie!
Klasse 1 Goede geschiktheid: gronden met ruime mogelijkheden (hoog tot matig opbrengstniveau, weinig tot enig teeltrisico, goed tot deels beperkt berijdbaar en bewerkbaar) oftewel de beste/betere gronden. Klasse 2 Redelijke tot matige geschiktheid: gronden met beperkte mogelijkheden (tamelijk groot teeltrisico, veelal beperkt berijdbaar of bewerkbaar, vochttekort) oftewel de minder goede gronden. Klasse 3 Geringe geschiktheid: gronden met weinig mogelijkheden (zeer groot teeltrisico, zeer beperkt bewerkbaar of berijdbaar, vochttekort, overstromingsgevaar) oftewel de minst goede grond.
Zonneparken op klasse 3 en 2 gronden heeft dus de voorkeur. 3) Landschapstypen Volgens het Landschapsontwikkelingsplan De Peel (LOP) worden binnen de gemeente Nuenen de volgende landschapstypen onderscheiden met elk hun specifieke kwaliteiten (tabel 3 en bijlage 2). Daarbij zijn vooral de schaal en het patroon van belang, de aanwezige beplanting en bebouwing is daaraan volgend. Tabel 3 Mogelijkheden zonnepark per landschapstype Landschapstype Landschapstypering
Mozaïek
Essenlandschap
Afwisseling van grotere en kleinere bossen en bosjes met tussenliggende open percelen (kleinschalig besloten landschap) Door beekdalontwikkeling hermeandering en herstel landschapselementen (kleinschalig afwisselend landschap ca. 50 x 100 m) Grillige wegenstructuur, schaal bepaald door
17 december 2018
pagina 19 van 35
Beekdal
Zonnepark eventueel mogelijk ja, mits*
nee
ja, mits*
BELEIDSVISIE ZONNEPARKEN BUITENGEBIED NUENEN
Landschapstype
Landschapstypering
Kampenlandschap Kleinschalige zandontginning
Droge grootschalige ontginning Natte grootschalige ontginning
boomgroepen en -rijen of houtsingels (grootschalig open landschap) Als essenlandschap, maar dan kleinschaliger (kleinschalig landschap ca. 100 x 100 m) Wegen met laanbeplanting en onregelmatige verkaveling met vormen het grofmazige raamwerk van het landschap (tamelijk grootschalig landschap ca. 300 x 300 m, niet overal meer kleinschalig) Wegen met laanbeplanting en regelmatige verkaveling vormen het grofmazige raamwerk van het landschap (grootschalig landschap ca. 500 x 500 m)
Zonnepark eventueel mogelijk
ja, mits* ja, mits*
ja, mits* ja, mits*
* De ‘mits’ heeft betrekking op de invulling van de ontwerpprincipes (zie §4.3.3)
Binnen Nuenen zijn zonneparken niet toegestaan in het Beekdallandschap. Dit vanwege de kleinschaligheid en de hogere natuur- en landschapswaarden. De kans op een onherstelbare aantasting van deze waarden is hier te groot. Bovendien is en wordt in deze landschappen veel geïnvesteerd in het herstel van deze waarden (hermeandering, aanleg kleine landschapselementen). In de overige landschapstypen zijn zonneparken toegestaan, mits in voldoende mate invulling wordt gegeven aan de ontwerpprincipes (zie §4.3.3). Bij het Mozaïeklandschap komt dit het meest nauw vanwege het kleinschalig karakter. Bij het Essen- en Kampenlandschap zijn veel landschappelijke elementen verloren gegaan en hebben deze landschappen plaatselijk een grootschaliger karakter gekregen. Grote zonneparken zijn hier niet bij voorbaat uitgesloten, maar is afhankelijk van het verkavelingspatroon en de mogelijkheden voor landschappelijke inpassing. De kleinschalige zandontginningen en de grootschalige ontginningen lenen zich door de schaalgrootte voor grote zonneparken. Bij de landschapstypen waarin zonneparken wel zijn toegestaan geldt als uitgangspunt dat met de landschappelijke inpassing van het park, de oorspronkelijk structuren hersteld of versterkt worden.
concept 17 december 2018 niet definitief! niet voor publicatie!
4) Bestemmingsplan Het uitgangspunt is geen vestiging van zonneparken in natuurgebieden. Dit betreft planologisch de bestemming Natuur en de bestemming Bos. Daarnaast zijn er planologisch nog een aantal gebieden aangewezen waarmee bij de locatiekeuze en inpassing van een zonnepark rekening moet worden gehouden (tabel 4). Verder gelden er voorwaarden bij de vrijwaringszones rondom hoogspanningsleidingen en buisleidingen. Het bestemmingsplan geeft de regels hoe hiermee moet worden omgegaan, al dan niet gekoppeld aan een omgevingsvergunningstelsel en een verplichting tot nader onderzoek. Tabel 4 Mogelijkheden zonnepark per gebiedstype Gebiedstype Planologische waarde
Gebieden met archeologische en cultuurhistorisch e waarden
17 december 2018
Zonnepark eventueel mogelijk
CULTUURHISTORISCHE GEBIEDEN - met aardkundige waarden gaat het om de bescherming van waarden als dalglooiingen, steilranden en bodemovergangen - met historische verkaveling gaat het om de bescherming van de verkavelingsstructuur en de kleinschaligheid van het landschap, herkenbaar aan waterlopen en begroeiing op
pagina 20 van 35
ja, mits* ja, mits*
BELEIDSVISIE ZONNEPARKEN BUITENGEBIED NUENEN
Gebiedstype
Planologische waarde
Zonnepark eventueel mogelijk
perceelgrenzen - attentiegebied akkerbouwcomplex waarbij het gaat om de bescherming van de openheid en het reliëfrijke karakter van het akkerbouwcomplex CULTUURHISTORISCHE BEBOUWING
ja, mits*
- gemeentelijke monumenten
ja, mits*
- rijksmonumenten
nee
- beeldbepalende panden
ja, mits*
- beschermd dorpsgezicht
nee
- vrijwaringszone molenbiotoop (windmolen Rozendonk)
nee
ARCHEOLOGISCHE WAARDEN
Gebieden met recreatieve doelen Gereserveerde gebieden
- terreinen met de waarde Archeologie waarbij het gaat om de bescherming van archeologisch waardevol terrein, zoals esdekken en enkeerdgronden. Dorpsboerderij Minicamping
concept 17 december 2018 niet definitief! niet voor publicatie!
ja, mits*
ja, mits* Ja, mits*
Waterbergingsgebied (langs Kleine Dommel en Hooidonkse Waterloop) Waterkering
nee
Waterstaatkundige functie (vrijwaringszone Wilhelminakanaal)
nee
nee
* De ‘mits’ heeft betrekking op de invulling van de ontwerpprincipes (zie §4.3.3)
Bij de gebieden met archeologische en cultuurhistorische waarden dient aantasting van deze waarden te worden voorkomen, anders wordt het zonnepark niet toegestaan. Het devies is dan ook om bij de aanleg van een zonnepark in deze gebieden zo min mogelijk bodemingrepen te doen en zo ondiep mogelijk. Voor de begrenzing van deze gebieden geldt het bestemmingsplan en de provinciale Cultuur Historische Waardenkaart als uitgangspunt. Gebieden met recreatieve doelen herbergen mogelijkheden voor het versterken van de recreatieve aantrekkingskracht van Nuenen. Een zonnepark in of nabij deze gebieden wordt niet toegestaan als esthetische bezwaren niet kunnen worden voorkomen of niet kunnen worden beperkt door landschappelijke inpassing. Het meenemen van het recreatieve aspect bij de realisatie van een zonnepark heeft een pré. Overigens zijn in het bestemmingsplan ook de waarden Hooidonkse Watermolen, Opwettense Watermolen en Recreatieplas bestemd. De beide watermolens liggen echter in het beekdal en vallen bij de landschapstypen al als potentiële locatie af. Zo ook de recreatieplas die in bosgebied, dat NNB is, ligt. De gereserveerde gebieden zijn gereserveerd voor een specifieke functie. Aanleg van een zonnepark binnen deze functies is niet wenselijk en niet toegestaan.
17 december 2018
pagina 21 van 35
BELEIDSVISIE ZONNEPARKEN BUITENGEBIED NUENEN
4.3.3 Ontwerpprincipes De ontwerpprincipes zijn gericht op een zorgvuldige locatiebepaling en inpassing van zonneparken. De ontwerpprincipes dragen bij aan zonneparken mét ruimtelijke kwaliteit en dienen als advies, maar vooral ook als inspiratie. Initiatiefnemers worden daarbij vooral ook opgeroepen om nieuwe kwaliteiten toe te voegen. Door de zonneparken ruimtelijk kwalitatief goed in te passen in het landschap is er een grotere kans op maatschappelijke acceptatie. Zoals eerder al aangegeven, zijn bij het opstellen en beoordelen van de inrichting van een zonnepark de volgende drie schaalniveaus relevant: het landschap, de kavel en het object.
concept 17 december 2018 niet definitief! niet voor publicatie! Provincie
Groningen 2016
Per schaalniveau zijn de volgende ontwerpprincipes relevant. Landschapsniveau Op landschapsniveau zijn de volgende aspecten relevant: de gebiedskenmerken en –kwaliteiten, de maat en schaal van het landschap en de draagkracht van het landschap. Dit leidt tot de volgende ontwerpprincipes:
Zoek een locatie die bij de gewenste omvang van het zonnepark past aan de hand van de omgevingskenmerken of kies die omvang van het zonnepark die past bij de omgevingskenmerken van de gewenste locatie. Volg het principe van schaal bij schaal: de omvang van het zonnepark is vergelijkbaar met de schaal van andere functies (dorp, bedrijventerrein, etc.) in de omgeving. De ruimtelijke hoofdstructuur is daarbij richtinggevend.
Houd rekening met het cumulatieve effect van meerdere zonneparken en met andere functies binnen dezelfde omgeving (draagkracht van het landschap). In een grootschalige open landschap zijn een beperkt aantal grote zonneparken beter inpasbaar dan meerdere kleine, terwijl in een kleinschaliger meer besloten landschap eerder het omgekeerde geldt.
Weeg ook het belang van de toekomstige bestemming mee, dus de functie nadat de vergunningtermijn is verstreken en het zonnepark wordt opgeruimd. Wordt het bijvoorbeeld Natuurnetwerk Brabant, dan is bruto meer oppervlakte nodig voor eenzelfde omvang van het
17 december 2018
pagina 22 van 35
BELEIDSVISIE ZONNEPARKEN BUITENGEBIED NUENEN
zonnepark of kan bij eenzelfde bruto oppervlak een zonnepark met een substantieel kleiner netto areaal worden gerealiseerd. Ter onderbouwing dienen de omgevingskenmerken, het karakter en de maat en schaal van de locatie in beeld te worden gebracht. Ook dient het inrichtingsplan een analyse van de draagkracht te bevatten en dienen de consequenties van en voor de toekomstige functie inzichtelijk te worden gemaakt. Kavelniveau Is de locatiekeuze bepaald, dan dient op kavelniveau aansluiting op de omgeving te worden gezocht. Dit kan uiteenlopende vormen aannemen. Bij een open landschap geeft dit een andere invulling dan als wordt aangesloten op bijvoorbeeld bebouwing of een natuurgebied. Bepalend voor de keuzes die hierin kunnen worden gemaakt, zijn de aard en de kenmerken van de omgeving. Er moet daarbij een invulling gekozen worden die leidt tot een meerwaarde. Op kavelniveau zijn de volgende ontwerpprincipes relevant:
Pas het zonnepark in de aanwezige verkavelingsstructuur in. Houd voldoende afstand tot kwetsbare bouwkundige en landschappelijke elementen. Respecteer belangrijkste zichtlijnen indien aan de orde. Voorkom overhoeken en restgebieden, bomenkap en overlast door spiegeling.
Maak gebruik van landschapspecifieke kenmerken en historisch gegroeide
concept 17 december 2018 niet definitief! niet voor publicatie!
landschapsstructuren. Versterk deze waar mogelijk. Denk daarbij ook aan het maken van doorsteken in de vorm van beplanting of wandel- of fietspaden bij grotere parken in kleinschaligere landschappen.
De randen van een zonnepark zorgen voor de aansluiting met de omgeving. Ontwerp deze rand als een passende, eenduidige overgangszone: in open landschappen geen hoog opgaande beplanting, maar een sloot en in meer gesloten landschappen een haag, bosschage of grondwal. Gebruik bij voorkeur landschappelijke elementen als begrenzing. Daarbij is het creëren van een habitat voor planten en dieren en het versterken van de biodiversiteit een belangrijk aandachtspunt. Bij vergunningverlening moet de biodiversiteit aantoonbaar geborgd en/of verbeterd worden. Denk bijvoorbeeld aan een op biodiversiteit gerichte struweelbeplanting en het aanleggen van kruiden- en bloemrijk grasland.
Zoek naar mogelijkheden om de beveiliging van het zonnepark (indien deze noodzakelijk is) in het landschap vorm te geven, zodat er geen hekwerk zichtbaar is vanaf het maaiveld. Denk ook aan watergangen of (toegankelijke) grondwallen als mogelijke afscheiding (mits passend in het landschap). Indien plaatsing van een hekwerk noodzakelijk is, zorg er dan voor dat dit geen barrière vormt voor dieren of maak faunapassages. Maak een eventueel hekwerk eenvoudig en eenduidig. Laat dan het hekwerk ook tot het zonnepark behoren, dat wil zeggen de afstand tot de panelen klein en naar de aangrenzende omgeving groot.
De zonnepanelen mogen slechts zeer beperkt zichtbaar zijn vanuit openbaar gebied en aangrenzende woonpercelen. Bijbehorende voorzieningen zoals transformatoren, dienen aan het zicht te worden onttrokken door middel van beplanting. Daar waar een zonneveld vanuit esthetisch oogpunt een grotere impact heeft op een landschap, dient zwaarder ingezet te worden op landschappelijke inpassing.
Maak de kwaliteiten van het zonnepark beleefbaar door bijvoorbeeld een herkenbaar entree met informatie- en kijkpunt en door aan te sluiten op wandel- en fietsroutes.
17 december 2018
pagina 23 van 35
BELEIDSVISIE ZONNEPARKEN BUITENGEBIED NUENEN
Na 25 jaar moeten de zonnepanelen worden gesaneerd en moet het terrein in de oorspronkelijke staat worden terug gebracht. Hiermee moet al rekening worden gehouden bij het ontwerp van het zonnepark.
Objectniveau Op dit niveau is de vormgeving en zichtbaarheid van de zonnepanelen en ondersteunende voorzieningen zelf relevant. Dit heeft betrekking op een aantal verschillende aspecten, zoals de hoogte en oriëntatie van clusters zonnepanelen, maar ook de ordening, vormgeving en kleur van de panelen, constructies, trafo’s, verdeelstations en eventuele hekken.
concept 17 december 2018 niet definitief! niet voor publicatie!
Provincie Friesland 2017 Voor het objectniveau gelden de volgende ontwerpprincipes:
Sluit met de oriëntatie van de zonnepanelen zoveel als mogelijk aan op de richting van de kavel en de lijnen in het landschap. De opbrengst van zonneparken is afhankelijk van de oriëntatie op de zon. Overschrijft de oriëntatie de bestaande richtingen in het landschap, vraagt het ontwerp op kavelniveau extra aandacht. Los rafelranden op aan de binnenzijde. Bij meerdere parken naast elkaar dient dezelfde oriëntatie te worden gevolgd.
17 december 2018
pagina 24 van 35
BELEIDSVISIE ZONNEPARKEN BUITENGEBIED NUENEN
Maak de zonnepanelen niet hoger dan noodzakelijk, maar passend bij het landschap: ga uit van de menselijke maat en beperking van de zichtbaarheid vanuit de omgeving. Zorg er in open landschappen voor dat over de panelen heen kan worden gekeken (lagere opstellingen). Bij meervoudig ruimtegebruik kunnen hogere opstellingen worden toegestaan.