CConstaterende datNuenen
Koppel je AI →
Document · PDF

2021-67 RV Bijlage 5 Ontwerpbestemmingsplan 'Wederikdreef te Nuenen'

Commissie Ruimte 30 november 2021, gemeente NuenenBij agendapunt: Wederikdreef26.611 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Bestemmingsplan Wederikdreef te Nuenen Gemeente Nuenen, Gerwen en Nederwetten Ontwerp

Bestemmingsplan Wederikdreef te Nuenen Gemeente Nuenen, Gerwen en Nederwetten Ontwerp

Rapportnummer:

P02034

IMRO-identificatienummer:

NL.IMRO.0820.BPNuenWederikdreef-C001

Datum:

16 juli 2021

Opdrachtgever:

Helpt-Elkander

Projectteam BRO:

JR, TS, MvDn, JvdA

Concept:

10 december 2019

Ontwerp:

juli 2021

Vaststelling:

-

BRO Hoofdvestiging Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel T +31 (0)411 850 400 E info@bro.nl

TOELICHTING

Inhoudsopgave

pagina

1.INLEIDING 1.1Aanleiding 1.2Plangebied 1.3Vigerend bestemmingsplan 1.4Leeswijzer

3 3 3 4 5

2.PLANBESCHRIJVING 2.1Huidige situatie 2.2Voorgestane ontwikkeling 2.3Beeldkwaliteit en inrichting openbare ruimte

5 6 7 13

3.BELEIDSKADER 3.1Rijksbeleid

16 16

3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) 3.1.1 Ladder voor duurzame verstedelijking 3.2Provinciaal beleid

16 17 20

3.2.1 Omgevingsvisie ‘De kwaliteit van Brabant’ 3.2.2 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant 3.2.3 Brabantse agenda wonen 3.3Regionaal beleid

20 21 21 23

3.3.1 Afsprakenkader Wonen 2017 3.3.2 Brainport Principes 3.3.3 Regionale Visie op Wonen 3.4Gemeentelijk beleid

23 23 25 25

3.4.1 Structuurvisie Nuenen-Zuid 3.4.2 Omgevingsvisie Nuenen (ontwerp) 3.4.3 Addendum Sectorale Structuurvisie Wonen (Woonvisie) 2013-2020

25 26 27

4.OMGEVINGSASPECTEN 4.1Verkeer en parkeren 4.2Geluid 4.3Luchtkwaliteit 4.4Bedrijven en milieuzonering 4.5Geur agrarisch 4.6 Externe veiligheid 4.7Ecologie 4.8Bodem

Inhoudsopgave

28 28 31 32 34 35 36 37 42

1

4.9Water 4.10Archeologie 4.11Cultuurhistorie 4.12Gezondheid 4.13 Vormvrije - m.e.r. beoordeling

42 47 48 49 49

5.JURIDISCHE PLANOPZET 5.1Inleiding 5.2Plansystematiek 5.3Bestemmingen

50 50 50 52

6.UITVOERBAARHEID 6.1 Economische uitvoerbaarheid

54 54

6.1.1 Financieel economische haalbaarheid 6.1.2 Kostenverhaal 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

54 54 54

6.2.1 Participatie en omgevingsdialoog

55

Separate Bijlagen Bijlage 1: Watertoets en infiltratieonderzoek Bijlage 2: Bomeninventarisatie Bijlage 3: Quickscan flora en Fauna Bijlage 4: Verkennend bodemonderzoek Bijlage 5: Akoestisch onderzoek Bijlage 6: Stikstofberekening Bijlage 7: Parkeerdrukmeting Bijlage 8: Aanmeldingsnotitie m.e.r.

57 57 57 57 57 57 57 57 57

Inhoudsopgave

2

1.

INLEIDING 1.1 Aanleiding Woningbouwvereniging Helpt Elkander is een compacte, ambitieuze woningcorporatie die sinds 1919 woningen bouwt, verhuurt en beheert in de gemeente Nuenen c.a. Zij heeft een taak als maatschappelijk ondernemer in het bieden van betaalbare en aantrekkelijke woningen in een leefbare en duurzame woonomgeving. Binnen de gemeente Nuenen c.a. is Helpt Elkander op zoek naar locaties om voor de groeiende behoefte aan betaalbare woningen en woningen voor bijzondere doelgroepen zoals zorgvragers te kunnen bouwen. Eén van de locaties die hiervoor in beeld is, is de schoollocatie aan de Wederikdreef in de kern Nuenen. Op de locatie is de sloop van de schoolgebouwen voorzien en de realisatie van woningbouw, Helpt Elkander is, gelet op het huidige voorgenomen woonprogramma, voornemens om op de locatie 18 sociale huurappartementen met een bvo van ca. 70 m 2 en 23 zorgwoningen te realiseren. Onderhavig plan is tot stand gekomen nadat woningbouwvereniging Helpt Elkander en de Gemeente Nuenen een vaststellingovereenkomst met elkaar hebben gesloten. Hierin is vastgelegd dat de locatie Wederikdreef door de woningbouwvereniging wordt gekocht om hier 25 sociale huurwoningen te realiseren. In de overwegingen van deze overeenkomst is vastgelegd dat de gemeente Nuenen bereid is om mee te werken aan de ontwikkeling van deze locatie ten behoeve van woningbouw.

Inmiddels zijn de inzichten voor het benodigde woningbouwprogramma bekend en wordt ingezet op maximaal 18 sociale huurappartementen en maximaal 23 zorgwoningen. Op grond van onderhavig plan wordt tevens een eventuele uitbreiding tot maximaal 19 sociale huurwoningen en 24 zorgwoningen mogelijk gemaakt. Er heeft gedurende het planvormingsproces meermaals met de omgeving overleg plaatsgevonden over het plan zelf en de wijze waarop in het plan rekening kan en gaat worden met de wensen van bewoners. Daarnaast heeft de gemeente, gebaseerd op de ‘Structuurvisie Nuenen Zuid’, ruimtelijke uitgangspunten opgesteld. Deze zijn opgenomen in de ‘Nota publiekrechtelijke kaders’ waarin de gemeente Nuenen c.a. heeft aangegeven op welke wijze zij sturing wil geven aan de plannen die ontwikkeld moeten gaan worden op het gebied van volkshuisvesting, stedenbouw en beeldkwaliteit, verkeer, archeologie en flora en fauna. Voorliggend bestemmingsplan biedt het benodigde juridisch-planologisch kader om de ontwikkeling mogelijk te maken.

1.2 Plangebied De locatie Wederikdreef is gelegen ten zuiden van het centrum van Nuenen, aan de Wederikdreef 2. Het perceel staat kadastraal bekend als F 3170 en heeft een totale oppervlakte van 4.035 m². Aan de Wederikdreef staan aan beide zijden woningen en aan het einde van de straat, op de hoek van Wederikdreef-Vallestap bevindt zich de projectlocatie. Op de locatie bevindt zich een leegstaand schoolgebouw, dat voorheen in gebruik was bij onderwijsinstelling het Nuenens College. De ligging en begrenzing van het plangebied is indicatief weergegeven in figuur 1.1. De exacte begrenzing volgt uit de verbeelding.

Hoofdstuk 1

3

Figuur 1.1 Ligging en begrenzing plangebied (bron: Google Maps).

1.3 Vigerend bestemmingsplan Ter plaatse van het plangebied is het bestemmingsplan ‘Nuenen Zuidoost’ het geldende planologischjuridisch kader. Op 27 september 2018 is dit plan door de gemeente Nuenen, Gerwen en Nederwetten vastgesteld. Voor het plangebied geldt de bestemming ‘Maatschappelijk’ met bouwvlak en een dubbelbestemming ‘Waarde-Archeologie middelhoog’. Er geldt een maximale bouw- en goothoogte van beiden 5 meter en het maximum bebouwingspercentage terrein bedraagt 40%. Binnen de bestemming ‘Maatschappelijk’ zijn verscheidene maatschappelijke functies mogelijk binnen deze bestemming, maar wonen is niet toegestaan. De voor 'Waarde - Archeologie middelhoog' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming van oudheidkundig waardevolle elementen en terreinen.

Hoofdstuk 1

4

Figuur 1.2 Uitsnede vigerend bestemmingsplan (bron: ruimtelijkeplannen.nl).

Het oprichten van woningen is in het vigerende bestemmingsplan niet mogelijk. Om woningbouw (met zorg) mogelijk te maken, is een herziening van het bestemmingsplan nodig. Voorliggend bestemmingsplan stelt de nieuwe planologisch-juridische kaders voor het plangebied en vormt de partiële herziening van het vigerende bestemmingsplan.

1.4 Leeswijzer Voorliggend plan is opgebouwd uit 6 hoofdstukken. Het eerste hoofdstuk diende als introductie voor het plan en bijbehorend plangebied. In het tweede hoofdstuk wordt ingegaan op de beoogde ontwikkelingen. Het derde en vierde hoofdstuk gaan respectievelijk in op de verhouding van het plan tot vigerend beleid en de invloed van en op verschillende milieuaspecten. De laatste twee hoofdstukken gaan in op de juridische opzet inzake de bijbehorende regels en de maatschappelijke en economische haalbaarheid van het plan.

Hoofdstuk 1

5

2.

PLANBESCHRIJVING 2.1 Huidige situatie De locatie Wederikdreef is gelegen ten zuiden van het centrum van Nuenen, aan de Wederikdreef 2. Het perceel heeft een totale oppervlakte van 4.035 m². Aan de Wederikdreef staan aan beide zijden woningen en aan het einde van de straat, op de hoek van Wederikdreef-Vallestap bevindt zich de projectlocatie. Op de locatie bevindt zich een leegstaand schoolgebouw, dat voorheen in gebruik was bij onderwijsinstelling Nuenens College. Figuur 2.1 geeft een weergave van de huidige situatie van het plangebied.

Figuur 2.1 Weergave huidige situatie plangebied.

Hoofdstuk 2

6

2.2 Voorgestane ontwikkeling Woningbouwvereniging Helpt Elkander is een compacte, ambitieuze woningcorporatie die sinds 1919 woningen bouwt, verhuurt en beheert in de gemeente Nuenen c.a. Zij heeft een taak als maatschappelijk ondernemer in het bieden van betaalbare en aantrekkelijke woningen in een leefbare en duurzame woonomgeving. Binnen de gemeente Nuenen c.a. is Helpt Elkander op zoek naar locaties om voor de groeiende behoefte aan betaalbare woningen en woningen voor bijzondere doelgroepen zoals zorgvragers te kunnen bouwen. Eén van de locaties die hiervoor in beeld is, is de schoollocatie aan de Wederikdreef in de kern Nuenen. Ruimtelijk-stedenbouwkundige kaders De gemeente heeft voor wenselijk geachte ontwikkelingen in Nuenen Zuid, waar de locatie Wederikdreef onderdeel van uitmaakt, een structuurvisie vastgesteld (vastgesteld door de Raad d.d. 25 april 2019). De locatie Wederikdreef is in deze visie ook als herontwikkelingslocatie opgenomen.

In deze visie zijn voor de herontwikkeling van de locatie de volgende stedenbouwkundige randvoorwaarden gesteld: Rooilijnen  Rooilijn aan de Vallestap op minimaal 3 meter van de erfgrens;  Rooilijn aan de Wederikdreef op minimaal 5 meter van de erfgrens;  Rooilijn aan de Sleedoornlaan op minimaal 6 meter van de erfgrens;  Rooilijn ter hoogte van de bestaande woning aan de Sleedoornlaan respectievelijk de Wederikdreef op minimaal 10 meter, in combinatie met groene haag op de perceelgrens. Bouwhoogte en uitstraling  Bouwhoogte aan de Vallestap maximaal 2 lagen met een kap of maximaal 3 bouwlagen zonder kap mits dit architectonisch op een kwalitatief passende wijze in te passen is. Daarbij ligt het zwaartepunt op de architectonische uitwerking.  Bouwhoogte op het overige deel maximaal 2 bouwlagen;  De gebouwen dienen een alzijdig karakter te hebben. Dat wil zeggen dat gesloten gevels naar de randen van het plangebied voorkomen moeten worden, door in deze gevels zoveel mogelijk gevelopeningen toe te passen.

Parkeren en ontsluiting  Aantal parkeerplaatsen conform de gemiddelde richtlijnen van het CROW;  Bij het berekenen van de parkeerbalans worden de berekeningsaantallen van het CROW toegepast;  Parkeren dient op eigen terrein plaats te vinden of op parkeerplaatsen die redelijkerwijs toe te rekenen zijn aan de ontwikkeling;  Haaks parkeren aan de Wederikdreef is in verband met de verkeersveiligheid niet wenselijk;  Ontsluiting van het terrein via Wederikdreef met bij voorkeur 1 ingang (met aandacht voor een verkeersveilige aansluiting). Groen en openbare ruimte  Waardevolle bomen op de locatie dienen te worden behouden.  De waarde van de bomen zal worden vastgesteld door het uit voeren van een bomeninventarisatie inclusief het inmeten van de bomen met benodigde ruimte voor kruin en behoud/bevordering groei bomen;

Hoofdstuk 2

7

  

Groene uitstraling van het terrein handhaven en versterken door terrein met groen te omzomen met een minimaal breedte van 5 meter en een aanplant van een groene haag op de erfgrens. Uitzondering vormt de zone parallel aan de Vallestap, hier betreft de minimale breedte 3 meter; Het bestaande pad met de bomenrij ten oosten van het terrein dient te worden ingepast.

Figuur 2.2 Stedenbouwkundige randvoorwaarden Wederikdreef 2 Nuenen.

In bovenstaande figuur (figuur 2.1) zijn de ruimtelijke randvoorwaarden uit de Structuurvisie gevisualiseerd. Deze kaders en randvoorwaarden zijn uitgangspunt geweest voor de verdere planuitwerking.

Figuur 2.3 Overzicht toekomstige situatie plangebied (Bron: VFO Architects Urban Design BV).

Hoofdstuk 2

8

Het schetsbouwplan Het schetsbouwplan dat op basis van de randvoorwaarden is uitgewerkt en waarop de juridisch-planologische regeling en verbeelding van onderhavig plan zijn gebaseerd, omvat een L-vorming gebouw op de locatie van de huidige schoolgebouwen die worden gesloopt.

Figuur 2.4a Dwarsdoorsnede bouwdeel Vallestap (Bron: VFO Architects Urban Design BV).

Figuur 2.4b Dwarsdoorsnede bouwdeel Vallestap (uitsnede uit figuur 2.4a; bron: VFO Architects Urban Design BV).

De bouwmassa is gelegen aan en georiënteerd op de Vallestap en de Sleedoornlaan. Het bouwdeel aan de Vallestap is in hiërarchie het belangrijkste en is opgetrokken in 3 bouwlagen waarvan de toplaag aan de straatzijde is ondergebracht in een kap. Er zijn aan de zijde van de Vallestap balkons voorzien. Dit bouwdeel staat op 3 meter uit de perceelsgrens. In dit deel worden de 18 sociale huurappartementen ondergebracht. De kop van het bouwdeel aan de Vallestap gaat een klein stukje ‘de hoek om’ en oriënteert zich dan op de Wederikdreef. Aan de Vallestap vindt een (beperkte) overschrijding van de vastgestelde rooilijn plaats ten behoeve van de realisatie van balkons. De planregels van onderhavig plan staan deze overschrijding toe.

Hoofdstuk 2

9

Ook aan de zijde van de Wederikdreef is een (beperkte) overschrijding van de rooilijn afweegbaar wanneer sprake is van een beperkte, architectonisch en landschappelijk goed uitgewerkte uitbreiding van het hoofdgebouw. De uitbreidingsmogelijkheid maakt een efficiënte gebouwindeling mogelijk vanwege de iets gerende rooilijn aan de Wederikdreef. Om hierin te kunnen voorzien is een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid opgenomen in de planregels 1. Op de verbeelding is ten behoeve van deze laatste (beperkte) overschrijding van de rooilijn een aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding – 1’ opgenomen. Ten aanzien van de afwijking zijn tevens eisen opgenomen, zoals een minimaal aan te houden afstand van 3 meter tot de weg, een maximale oppervlakte voor de uitbreiding van 20 m 2 en de eisen dat de uitbreiding ruimtelijk-stedenbouwkundig aanvaardbaar dient te zijn en dat er tussen de weg en de uitbreiding voldoende groeninrichting wordt gerealiseerd en in stand wordt gehouden. Om te toetsen of aan voorgenoemde voorwaarden voldaan wordt, is de hierboven omschreven uitbreiding van het hoofdgebouw niet rechtstreeks toegestaan maar is hiervoor een afwijkingsbevoegdheid in onderhavig plan opgenomen. Op die manier kan het bevoegd gezag een nader oordeel vellen over deze uitbreiding. Verderop aan de Wederikdreef is een open ruimte voorzien met plek voor 32 parkeerplaatsen en groen.

Daarnaast zijn er parkeerplaatsen in de openbare ruimte beschikbaar. In de huidige parkeerstrook is voldoende ruimte voor het parkeren van 10 voertuigen. 3 van deze parkeerplaatsen zijn toebedeeld aan de huidige wonen aan de Wederikdreef, waardoor er 7 beschikbaar zijn voor de beoogde nieuwbouw. Van deze 7 resterende parkeerplaatsen komen er 3 te vervallen in verband met de aanleg van de toekomstige inrit en de plaatsing van ondergrondse containers. Vanaf de Wederikdreef wordt het plangebied ontsloten, zoals dit in de huidige situatie ook het geval is.

Figuur 2.5a Dwarsdoorsnede bouwdeel Sleedoornlaan (Bron: VFO Architects Urban Design BV).

1

Zie lid 5.3.1 van onderhavig plan.

Hoofdstuk 2

10

Figuur 2.5b Dwarsdoorsnede bouwdeel Sleedoornlaan (uitsnede uit figuur 2.5a; bron: VFO Architects Urban Design BV).

Het bouwdeel aan de Sleedoornlaan is lager en bestaat uit een 2-laags bouwmassa met een plat dak. Dit gebouw staat op minimaal 6 meter uit de perceelsgrens waardoor er - samen met het groenstrookje aan de Sleedoornlaan waarin berken staan een forse groene ruimte tussen de straat en de nieuwbouw ontstaat. In dit bouwdeel worden de 23 zorgwoningen met de bijbehorende dienstruimten ten behoeve van de zorgwoningen ondergebracht. In het bestemmingsplan wordt een uitbreiding naar maximaal 24 zorgwoningen mogelijk gemaakt, binnen hetzelfde bouwvolume. In dit deel is de huisvesting voor verstandelijk gehandicapten die daar zelfstandig kunnen wonen voorzien. Zes woningen op de begane grond krijgen de voordeur aan de Sleedoornlaan. Bewoners op de eerste etage leven meer in een groep met bijvoorbeeld een gezamenlijke woonkamer. Aan de oostzijde is een mogelijkheid opgenomen om een brandtrap te realiseren binnen de groenstrook aangrenzend aan de oostelijke bouwvlakgrens. In navolgende figuur 2.6 is afgebeeld welk programma op dit moment het uitgangspunt is.

Hoofdstuk 2

11

Figuur 2.6 Programma zoals het op dit moment het uitgangspunt vormt voor de voorgenomen ontwikkelingen (bron: VFO Architects Urban Design BV).

Met onderhavig plan kunnen de waardevolle bomen op de locatie behouden blijven. Er is een bomeninventarisatie uitgevoerd waarbij tevens de bomen zijn ingemeten en is aangegeven wat de benodigde ruimte is voor de kruinen alsmede voor behoud/bevordering van de groei van de bomen. In de bijlage is deze analyse opgenomen. Mede door het behoud van de waardevolle bomen behoudt de locatie zijn groene uitstraling. Deze wordt nog versterkt door het terrein en de parkeerplaats aan de Wederikdreef met groen te omzomen in de vorm van de aanplant van een groene haag op de erfgrens. Het bestaande pad met de bomenrij ten oosten van het terrein is in het terrein ingepast. De aannemer verantwoordelijk voor realisatie van de voorgenomen ontwikkelingen zorgt voor behoud van de kwaliteit van de groeiplaats van de bomen binnen het plangebied gedurende de uitvoering van bouwwerkzaamheden. Boombescherming wordt daarbij verzorgd in overeenstemming met de uitgevoerde Boom Effect Analyse (BEA). Voor boomtechnische ondersteuning is samenwerking met een boomtechnisch toezichthouder benodigd. De boomtechnisch toezichthouder dient over voldoende vakkennis te beschikken (European Tree Worker of European Tree Technician). In de bouwkeet wordt een bomenposter opgehangen met algemene regels ter bescherming van bomen. Extra maatregelen als gevolg van de werkzaamheden zijn mogelijk benodigd.

Deze maatregelen kunnen bestaan uit het toepassen van rijplaten om schade aan de groeiplaats van bomen te voorkomen, of snoeien van wortels en/of takken onder begeleiding van een boomdeskundige.

Hoofdstuk 2

12

2.3 Beeldkwaliteit en inrichting openbare ruimte Voor onderhavig planvoornemen zijn vanuit de structuurvisie Nuenen Zuid, waar de locatie Wederikdreef onderdeel van uitmaakt (vastgesteld door de Raad d.d. 25 april 2019) alsmede door het Team Ruimtelijke Kwaliteit (TRK) richtlijnen voor de uitstraling van het gebouw en de inrichting van de openbare ruimte opgesteld. Er is geen beeldkwaliteitsplan opgesteld, omdat de gemeentelijke welstandnota voldoende gebiedsgerichte criteria bevat om tot een afgewogen welstandsbeoordeling te kunnen komen. Samen met de richtlijnen voor de inrichting van de openbare ruimte zoals door de TRK meegegeven en de stedenbouwkundige uitgangspunten vanuit de structuurvisie bieden de criteria uit de welstandsnota voldoende houvast om te kunnen sturen op de samenhang tussen architectuur, stedenbouw en groen van de planontwikkeling op haar locatie. Vanuit het TRK zijn de volgende beeldkwaliteitsrichtlijnen voor de buitenruimte meegegeven. Deze richtlijnen vormen het uitgangspunt voor een nader op te stellen inrichtingsplan voor de locatie.

Hoofdstuk 2

13

Algemeen  Duurzaam behoud van bomen die in de boominventarisatie met de kwaliteit ‘hoog’ en ‘normaal’ zijn aangegeven.  Bebouwing buiten de werkelijke kroonprojectie van de bomen plus 1 meter.  Geen bebouwing, parkeren en/of private terrassen in de groenstroken. Minimale breedte groenstrook Vallestap 3 meter, Sleedoornlaan 5 meter, doorsteek 10 meter. Zone 1: Voorzijde  Een vloeiende overgang tussen de bestaande openbare ruimte zonder obstakels zoals hekwerk, heggen of dergelijken. De voorruimte dient te worden ervaren als één ruimte tot aan de gevel van het gebouw.  Inrichting met laagblijvende beplanting (tot max. 1m hoog) zoals bijv. grassen en vaste planten.  Het wensbeeld is lommerrijk. Toevoeging van bomen van de 2 e en/of 3e grootte in willekeurige positionering.  Private terrassen en hebben een groene afscheiding in de vorm van een inheemse haag met het openbaar gebied van minimaal 1 meter breed en maximaal 1,50 meter hoog.  Terrasschermen, schuttingen, (gaas) hekwerken zijn niet toegestaan. Zone 2: Achterzijde  De ‘achterzijde’ dient een kwalitatieve uitstraling te hebben als een voorzijde.  Een vloeiende overgang tussen de bestaande openbare ruimte zonder obstakels zoals hekwerk of dergelijken. De voorruimte dient te worden ervaren als één ruimte tot aan de gevel van het gebouw  Inrichting met laagblijvende beplanting (tot max. 1m hoog) zoals bijv.

grassen en vaste planten.  Het wensbeeld is lommerrijk. Toevoeging van bomen van de 2 e en/of 3e grootte in willekeurige positionering in de groenstrook grenzend aan het gebouw en bomen van de 1 e en/of tweede grootte in de groenstrook grenzend aan het parkeren.  Inpassing parkeren met een inheemse knip/scheerhaag van minimaal 1 meter breed en tussen de 1,00 en 1,30 meter hoog.  De noord-zuid gerichte parkeerhagen aan de westzijde en in het midden aanvullen met bomen van de 1e of 2e grootte geplant in de haag. Zone 3: Doorsteek  De doorsteek van minimaal 10 meter breed is, behoudens het doorlopende pad, geheel groen ingericht.  Toevoegen nieuwe bomen van 1e/ 2e ordegrootte in willekeurige positionering.  Een vloeiende overgang tussen westzijde pad en de gevels nieuwbouw/ haag rondom parkeervoorziening.  Inrichting met gazon. Objecten, Bouwwerken en gebouwen in de buitenruimte  Deze worden bij voorkeur geïntegreerd in de hoofdbouwmassa.  Indien dit niet mogelijk is dient het ontwerp te worden afgestemd op het ontwerp van de hoofdbouwmassa naar materiaal en kleurgebruik.  Geen objecten en/of bouwwerken plaatsen in voornoemde groenstroken.  Losse functionele objecten zoals fietsenrekken, zitbanken en verlichting zijn naar materiaal en kleurgebruik afgestemd op de omgeving.  Vuilcontainers dienen ondergronds te worden geplaatst in afstemming met de gemeente.

Verharding  Gebruik van waterdoorlatende halfverharding of grasstenen voor de parkeervakken en waterdoorlatende klinkerverharding voor de rijbanen.  Verhardingen tot een minimum beperken.

Het stedenbouwkundig plan gaat uit van twee volumes en een schakelblok. Deze gaan uit van een eenduidig materiaalgebruik waarbij onderscheid in bouwhoogte en kapvorm zorgt voor een passende overgang naar omliggend terrein. Grote openingen in de aan openbaar gebied grenzende gevels zorgt voor contact met de openbare ruimte. In een terughoudend kleurenpallet en met natuurlijke materialen wordt gezocht naar variatie en aansluiting bij de tinten uit de omgeving. Verband in metselwerk alsook gemêleerd steengebruik kan afgewisseld worden om textuur verschillen aan te brengen en zo kleur toe te voegen.

Hoofdstuk 2

14

Groen vormt een belangrijk onderdeel van de inrichting, zowel het samenspel van gebouw met de buitenruimte, de aansluiting van het gebouw op maaiveld als de toepassing van natuurlijke materialen. Door het toepassen van groene daken en gevelbeplanting langs de galerij gaat het ook daadwerkelijk onderdeel van de architectuur uitmaken. De bestaande volwassen bomen welke in de bomeninventarisatie als behoudenswaardig zijn aangemerkt zijn de beeldbepalende dragers van de buitenruimte. Deze vormen aan de oostzijde het casco waar, volgens de conceptuele verbeelding in figuur 2.7, ingezet wordt op een robuust bosachtig karakter. Zo kan de doorsteek langs de oostzijde d.m.v. nieuwe inheemse en gebiedseigen onderbegroeiing worden opgewaardeerd en als zodanig onderdeel worden van de wijk-identiteit.

Figuur 2.7 Conceptuele inrichting buitenruimte (bron: BRO).

Het gebouw reageert hier als spiegelbeeld op waarop ook de parkeerplaats in deze sfeer wordt meegenomen. Groene hagen vergroenen het stenige middendeel, en onttrekken grotendeels het zicht op geparkeerde auto’s. Daar waar parkeervakken zijn opgenomen zal dit herkenbaar gemaakt worden door subtiele veranderingen in het gekozen bestratingspatroon en een afwijkende steenkleur/vorm. Tevens vormt het gebouw de grens naar een meer formeel parkachtige buitenruimte waar zichtbaar onderhouden groen de afscheiding naar verder openbaar gebied maakt.

Hoofdstuk 2

15

3.

BELEIDSKADER In dit hoofdstuk wordt het beleidskader dat relevant is voor het plan toegelicht en wordt het plan hieraan getoetst. Er is sprake van een doorwerking van beleid dat is vastgesteld op verschillende niveaus van bestuur.

3.1 Rijksbeleid 3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) In het kader van de invoering van de Omgevingswet, die nu gepland staat voor 1 januari 2022, heeft het Rijk de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) opgesteld. Op die manier wordt invulling gegeven aan de verplichting tot het opstellen van zo’n visie zoals die is vastgelegd in artikel 3.1 lid 3 Ow. Tot de invoering van de Omgevingswet heeft dit document de status van structuurvisie in de zin van artikel 2.3 Wro. Inhoudelijk gezien bevat de NOVI een langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De intentie van het Rijk is om met de NOVI een perspectief te bieden om grote maatschappelijke opgaven aan te pakken. Bij die opgaven kan worden gedacht aan grote en complexe opgaven met betrekking tot klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. Een centraal aspect van de NOVI is de focus op een nieuwe aanpak van vraagstukken in de fysieke leefomgeving. Werken op basis van integraliteit met betrekking tot verschillende vraagstukken in plaats van sectorale aanpakken voor individuele vraagstukken vormt de kern van deze nieuwe aanpak.

Het streven naar integraliteit dat onderdeel is van de NOVI valt samen in vier verschillende prioriteiten waartussen een onderscheid wordt gemaakt in de NOVI, te weten:  Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie;  duurzaam economisch groeipotentieel;  sterke en gezonde steden en regio’s;  toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Binnen de NOVI worden drie afwegingsprincipes gehanteerd om te komen tot weloverwogen beleidskeuzes. Die zouden moeten helpen bij het afwegen en prioriteren van verschillende belangen en opgaven: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2. kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. afwentelen wordt voorkomen. De nationale overheid richt zijn in de NOVI zich op 21 verschillende nationale belangen: 1. Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving; 2. realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit. 3. waarborgen en versterken van grensoverschrijdende en internationale relaties; 4. waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving;

Hoofdstuk 3

16

5. zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften; 6. waarborgen en realiseren van een veilig, robuust en duurzaam mobiliteitssysteem; 7. in stand houden en ontwikkelen van de hoofdinfrastructuur voor mobiliteit; 8. waarborgen van een goede toegankelijkheid van de leefomgeving; 9. zorg dragen voor nationale veiligheid en ruimte bieden voor militaire activiteiten; 10. beperken van klimaatverandering; 11. realiseren van een betrouwbare, betaalbare en veilige energievoorziening, die in 2050 CO₂-arm is, en de daarbij benodigde hoofdinfrastructuur; 12. waarborgen van de hoofdinfrastructuur voor transport van stoffen via (buis)leidingen; 13. realiseren van een toekomstbestendige, circulaire economie; 14. waarborgen van de waterveiligheid en de klimaatbestendigheid (inclusief vitale infrastructuur voor water en mobiliteit); 15. waarborgen van een goede waterkwaliteit, duurzame drinkwatervoorziening en voldoende beschikbaarheid van zoetwater; 16. waarborgen en versterken van een aantrekkelijk ruimtelijk-economisch vestigingsklimaat; 17. realiseren en behouden van een kwalitatief hoogwaardige digitale connectiviteit; 18. ontwikkelen van een duurzame voedsel- en agroproductie; 19. behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (inter)nationaal belang; 20. verbeteren en beschermen van natuur en biodiversiteit; 21.

ontwikkelen van een duurzame visserij. Conclusie Onderhavig plan is niet strijdig met de nationale belangen als geformuleerd in de NOVI. Het realiseren van nieuwe woningen past tevens binnen het nationale belang van het zorg dragen voor voldoende woningen. De taak voor het vormen van beleid inzake de planologische ruimte voor het realiseren van nieuwe woningen wordt neergelegd bij de decentrale overheden. Gemeenten vormen ook beleid over aansluiting op woonbehoeften. 3.1.1 Ladder voor duurzame verstedelijking Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen is per 1 oktober 2012 de Ladder voor duurzame verstedelijking in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 Bro) opgenomen. De Ladder ziet op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. De Ladder is een motiveringsinstrument dat verplicht moet worden toegepast bij elk ruimtelijk besluit dat een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ mogelijk maakt.

Wat er onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt verstaan, is in artikel 1.1.1 Bro bepaald: “De ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.” Uit de jurisprudentie komt naar voren dat het wel een nieuwe stedelijke ontwikkeling van enige omvang moet zijn.2 Per 1 juli 2017 is een gewijzigde Ladder in werking getreden. Hierin is de tekst van de Ladder teruggebracht naar de essentie, namelijk de noodzaak om aan te geven dat de voorgenomen nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte plus een motivering indien de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd: “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan 2

O.a. ABRS 1 juni 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:1503), ABRS 18 februari 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:428) en ABRS 24 augustus 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:2319).

Hoofdstuk 3

17

die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.” (artikel 3.1.6 lid 2 Bro). Het plan behelst de transformatie van een locatie binnen het bestaand stedelijk gebied. Het programma bestaat uit 18 sociale huurappartementen en 23 (tot maximaal 24) zorgwoningen als inbreiding in c.q. afronding van bestaand stedelijk gebied. Conclusie is dat daarmee gezien het aantal woningen sprake is van een nieuwe ‘stedelijke ontwikkeling’ als bedoeld in artikel 3.1.6 lid 2 Bro. Formeel dient dit plan dus te worden getoetst aan de Ladder voor duurzame verstedelijking. In navolgende paragraaf is de planontwikkeling getoetst aan de Ladder voor duurzame verstedelijking in relatie tot de behoefte en het kunnen accommoderen van deze behoefte op een locatie in bestaand stedelijk gebied. Als de woningbouwontwikkeling gepland binnen bestaand stedelijk gebied, voorziet in een behoefte dan wordt voldaan aan de Ladder. Toets aan de Ladder voor duurzame verstedelijking: onderbouwing behoefte De behoefte aan de woningen dient zowel kwantitatief als de kwalitatief in beeld te worden gebracht. De gemeente Nuenen c.a.

valt binnen de Metropool Regio Eindhoven (MRE), subregio Stedelijk Gebied Eindhoven (SGE) en de behoefte dient dan ook tevens vanuit deze regio getoetst te worden. Kwantitatief vindt dit ook plaats in het regionale afstemmingsoverleg. Vanuit de Brabantse Agenda Wonen (september 2017) zijn de gemeenten tot spoed gemaand bij de ontwikkeling van woningen, gezien de flinke woningbouwopgave die de provincie ziet - vooral tot 2030. Actie en snelheid is geboden. Hierbij is kwaliteit belangrijker dan de aantallen. Verder ligt de prioriteit bij inbreidingslocaties, binnen bestaand stedelijk gebied. De opgave is onder meer het wonen zo goed mogelijk te laten bijdragen aan het versterken van ruimtelijke kwaliteit van dorpen. Ruimte voor nieuwe woonvormen wordt eveneens gepromoot in de Brabantse Agenda Wonen. Het richtinggevend principe is: ‘we geven ruim baan aan ‘goede woningbouwplannen’ binnen het bestaand stedelijk gebied van steden en dorpen: woningbouw op geschikte inbreidings-, herstructurerings- en transformatielocaties en in leegstaand vastgoed, die aansluit op een actuele vraag en snel in aanbouw kan worden genomen’. Kwantitatief Regionaal Voor de realisatie van 18 sociale huurappartementen en 23 (maximaal 24) zorgwoningen is de (regionale) vraag naar woningen van belang. Een belangrijke bron voor de regionale vraag naar woningen is het Afsprakenkader woningen 2017.

In deze in december 2017 vastgestelde agenda is afgesproken dat de negen gemeenten op de woningmarkt opereren als ware zij één gemeente. De regio is booming: het ontwikkelen van voldoende woningen om de groei van de bevolking te faciliteren en het ontwikkelen in aantrekkelijke woonmilieus zijn belangrijke woonopgaven voor de regio. Hierbij wordt ruim baan gegeven aan initiatieven die uitgaan van herstructurering, transformatie en inbreiding. In maart 2019 is de Woondeal BZK-Stedelijk Gebied Eindhoven gesloten met het Rijk en de Provincie Noord-Brabant. Hierin is opgenomen dat het stedelijk gebied Eindhoven een behoefte heeft aan 27.000 woningen in de periode 2019 tot en met 2023. Deze behoefteraming geldt als richtinggevend bij de versnelling van de woningbouwproductie. De richtinggevende principes uit de Brabantse Agenda Wonen en de principes uit het Afsprakenkader Wonen 2017 zijn leidraad. Uitgangspunt is te voorzien in een realistisch, flexibel planaanbod op basis waarvan woningbouwlocaties versneld en

Hoofdstuk 3

18

vraaggericht worden ontwikkeld. Onderhavige ontwikkeling voorziet in het realiseren van (zorg)woningen op een transformatielocatie en hiermee wordt er ingespeeld op de woonbehoefte en de druk op de woningmarkt in het Stedelijk Gebied Eindhoven. Plancapaciteit gemeente Nuenen c.a. De locatie Wederikdreef is met 40 woningen (indicatief) opgenomen in Programma Wonen 2020-2030 die op 28 maart 2019 is vastgesteld en welke ook met regio en provincie is gedeeld. In het bestuurlijk overleg op 20 maart 2019 tussen de gemeente en Helpt Elkander is afgesproken dat Helpt Elkander inzet op 24 sociale huureenheden en 20 tot 24 zorgeenheden, mits dit voldoet aan de ruimtelijke eisen. Voorliggend plan maakt daarmee onderdeel uit van de genoemde plancapaciteit voor gemeente Nuenen c.a., voorziet daarmee in de opvang van de lokale behoefte zoals kwalitatief en kwantitatief benoemd in het Programma Wonen 2020-2030. Tevens blijft het plan hiermee binnen de afspraken in het Stedelijk Gebied Eindhoven, er wordt gebouwd voor de (lokale) behoefte op een transformatie/inbreidingslocatie. Woningmarktonderzoek In 2018 heeft in de gemeente Nuenen een woningmarktonderzoek plaatsgevonden (Companen). Het onderzoek biedt inzicht in de behoefte aan sociale huurwoningen richting 2028, de vraag vanuit specifieke doelgroepen en fricties tussen vraag en (plan)aanbod.

De uitkomsten van het onderzoek zijn gebruikt als onderlegger voor de prestatieafspraken. Uit dit onderzoek is gebleken dat er voor de gemeente een aanvullende behoefte is van 325 sociale huurwoningen tot 2028. Uit het woningmarkt-onderzoek is ook gebleken dat er vraag is naar (geclusterde) woningen en plaatsen voor mensen met een verstandelijke beperking. Conclusie In bovenstaande analyse is de Ladder voor duurzame verstedelijking doorlopen. Uit de provinciale woning- en huishoudensprognoses blijkt dat de komende jaren nog een ruime kwantitatieve behoefte is aan nieuwe woningen in zowel de subregio Stedelijk gebied Eindhoven van de MRE als de gemeente Nuenen c.a.. Deze gemeente heeft ook een extra opgave in regionaal verband. Vooralsnog wordt deze behoefte onvoldoende ingevuld met bestaande harde plancapaciteit, hetgeen betekent dat er met de realisatie onderhavig planvoornemen geen nadelige effecten zijn voorzien. De realisatie van het woningbouwplan aan de Wederikdreef vult de behoefte voor een specifieke doelgroep voor een groot deel in. Kwalitatief sluit het woonmilieu aan op de uit de regionale en lokaal gesignaleerde behoefte, namelijk het dorpse woonmilieu. Daarbij is aangegeven dat de woningbouw gedifferentieerd zal moeten zijn om de verschillende doelgroepen te bedienen.

Het gaat daarbij met name om starters, jonge gezinnen met kinderen, senioren, kenniswerkers uit Eindhoven, etc. Aangezien het onderhavig woningbouwplan sociale wooneenheden en zorgeenheden worden voorzien, richt het programma zich op een aantal van de genoemde doelgroepen. Hiermee wordt ook in kwalitatieve zin ingespeeld op de behoefte. Vanuit de Ladder voor duurzame verstedelijking zijn er dan ook geen belemmeringen voor de voorgestane ontwikkeling. Het Bro dwingt overheden ertoe om bij nieuwe ruimtelijke initiatieven allereerst te kijken of er mogelijkheden zijn om beschikbare gronden door herstructurering, transformering of anderszins te benutten. Hierbij kan gedacht worden aan nog niet bebouwde gronden binnen bestaand stedelijk gebied. De planlocatie ligt binnen bestaand stedelijk gebied, hierdoor komt de beëindiging van het gebruik als

Hoofdstuk 3

19

school voor herontwikkeling in aanmerking. Leegstand en verpaupering is ongewenst. De oudbouw van het (school)gebouwencomplex wordt gesloopt en er zal een nieuw woningbouwcomplex worden gerealiseerd. Daarnaast is de nieuwbouw passend op de locatie in bestaand stedelijk gebied. Gelet op de ligging van het plangebied binnen het bestaand stedelijk gebied en de ruimtelijke structuren kan tevens geconcludeerd worden dat er sprake is van duurzaam ruimtegebruik. Geconcludeerd wordt dat het voorziet in een lokale behoefte en binnen bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd.

3.2 Provinciaal beleid 3.2.1 Omgevingsvisie ‘De kwaliteit van Brabant’ Provinciale Staten hebben op 14 december 2018 de Brabantse Omgevingsvisie ‘De kwaliteit van Brabant’ vastgesteld. De Brabantse Omgevingsvisie voegt daar ambities aan toe voor vier hoofdopgaven: de energietransitie, een klimaatproof Brabant, Brabant als slimme netwerkstad en een concurrerende, duurzame economie. Voor elk van deze opgaven geeft de omgevingsvisie aan wat de ambities op lange termijn zijn: wat is er nodig om Brabant in 2050 een gezonde, veilige en prettige leefomgeving te laten zijn? Conclusie De provincie wil het gesprek over stedelijke ontwikkeling dat in de afgelopen decennia werd gedomineerd door de vraag: ‘wat moeten we nog toevoegen’, ombuigen naar het gesprek over: ‘welke opgave en kansen liggen er in het bestaand stedelijk gebied en de bestaande gebouwenvoorraad?’ Duurzame verstedelijking De toenemende verschillen binnen Brabant maken het des te belangrijker om op het niveau van het daily urban system goed samen te werken en keuzes te maken. Het daily urban system is het gebied waarin een inwoner zich dagelijks verplaatst vanwege werk, voorzieningen en sociale contacten. Uitbreiding van het bestaande stedelijk gebied in steden en dorpen is alleen wenselijk vanuit kwalitatieve overwegingen en bij een concrete marktvraag.

Herbestemmen is het nieuwe bouwen: Als gevolg van economische, technologische en maatschappelijke ontwikkelingen staan de steden en dorpen van Brabant steeds vaker voor (omvangrijke) herbestemmings- en transformatieopgaven in hun bebouwde gebied. Hier liggen interessante kansen voor het toekomstbestendig maken van het stedelijk gebied en ook voor het creëren van ruimte voor nieuwe economische ontwikkelingen en voor woningbouw! De komende 10 jaar ligt er een forse woningbouwopgave (ca 120.000 woningen), daarna loopt de woningbouwopgave in omvang terug. Dat betekent dat we komende 10 jaar dé kans hebben om de kwaliteit van het stedelijk gebied op orde te brengen en de leegstand aan te pakken. We brengen met onze partners de transformatiepotenties in beeld en onderzoeken gezamenlijk hoe we deze opgaven kunnen aanpakken. We dragen bij aan de realisering van grote, complexe transformatieopgaven. Met onderhavig planvoornemen wordt gebruik gemaakt van een transformatielocatie om in het bestaand stedelijk gebied nieuwe, toekomstbestendige woningen te realiseren. Er is derhalve sprake van zorgvuldig ruimtegebruik en het plan past binnen het gedachtegoed van transformatie van het bestaand stedelijk gebied.

Hoofdstuk 3

20

3.2.2 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant Op 25 oktober 2019 is de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant vastgesteld. De Interim Omgevingsverordening en de daarop vastgestelde wijzigingen vormen het toetsingskader voor nieuwe ontwikkelingen in de provincie Noord-Brabant. De provincie wil met haar regels aansluiten op de werkwijze die gevraagd wordt in de Omgevingsvisie en de Omgevingswet. Daarom is ervoor gekozen om de verschillende provinciale verordeningen voor de fysieke leefomgeving samen te voegen tot de Interim omgevingsverordening. Er wordt expliciet gesproken van een interim omgevingsverordening, om zo te benadrukken dat dit een tussenstap is naar de definitieve omgevingsverordening gebaseerd op de Omgevingswet. De Interim omgevingsverordening is gebaseerd op de huidige wetgeving, moet aan de wettelijke bepalingen van die wetgeving voldoen en dient ter vervanging van zes provinciale verordeningen, waaronder de Verordening Ruimte 2014. Conclusie Interim omgevingsverordening Het plangebied ligt binnen gronden die op grond van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant zijn aangeduid als ‘Stedelijk gebied’ en ‘Concentratiegebied’. Stedelijke gebieden worden onderverdeeld in stedelijke concentratiegebied en kernen in landelijk gebied. Gelet op vorengaande is sprake van dat eerste.

Op deze gronden die zijn aangewezen als stedelijk concentratiegebied mogen in beginsel stedelijke ontwikkelingen plaatsvinden. De voorgestane ontwikkeling is zodoende in overeenstemming met de Interim omgevingsverordening. Nieuwe omgevingsverordening De provincie heeft een ontwerp omgevingsverordening ter visie gelegd. De voorgestane ontwikkeling is ook in lijn met deze omgevingsverordening. 3.2.3 Brabantse agenda wonen De Brabantse Agenda Wonen (september 2017) maant gemeenten tot spoed bij de ontwikkeling van woningen, gezien de flinke woningbouwopgave die de provincie ziet - vooral tot 2030. Hierbij is kwaliteit belangrijker dan de aantallen. Verder ligt de prioriteit bij inbreidingslocaties, binnen bestaand stedelijk gebied. De opgave is onder meer het wonen zo goed mogelijk te laten bijdragen aan het versterken van ruimtelijke kwaliteit van dorpen. Het richtinggevend principe is het ruim baan geven aan ‘goede woningbouwplannen’ binnen het bestaand stedelijk gebied van steden en dorpen: woningbouw op geschikte inbreidings-, herstructurerings- en transformatielocaties en in leegstaand vastgoed, die aansluit op een actuele vraag en snel in aanbouw kan worden genomen. Door demografische ontwikkelingen (veroudering, huishoudensverdunning), wordt de woonopgave gedifferentieerder. Deze vraag richt zich meer op de stadscentra en dorpskernen.

De komende jaren is het zaak dit ‘demografisch momentum’ te verbinden met binnenstedelijke transformatieopgaven en de aanpak van leegstand vraagstukken in stad en dorp. De provincie Noord-Brabant heeft tevens het Actieprogramma Nieuwe Woonvormen en Zelfbouw opgesteld. De provincie wil met het Actieprogramma Nieuwe Woonvormen en Zelfbouw ertoe bijdragen, dat inspelen op de veranderende woonvraag een plek krijgt (meer) in het hart van de brede woonopgaven. De provincie wil gemeenten, initiatiefnemers en anderen ondersteunen bij deze opgave.

Hoofdstuk 3

21

Conclusie Het plangebied betreft een transformatie- / inbreidingslocatie binnen bestaand stedelijk gebied nabij het centrum van Nuenen. De beoogde ontwikkeling sluit in aantal en verscheidenheid in woningen aan bij de actuele vraag. De voorgestane ontwikkeling is zodoende in overeenstemming met het beleid uit de Brabantse Agenda Wonen, temeer daar wordt ingezet op de huisvesting voor doelgroepen als bedoeld in het Actieprogramma Nieuwe Woonvormen en Zelfbouw.

Hoofdstuk 3

22

3.3 Regionaal beleid 3.3.1 Afsprakenkader Wonen 2017 In het Stedelijk Gebied Eindhoven is in oktober 2017 het Afsprakenkader Wonen ontwikkeld. Hierin is afgesproken dat de negen gemeenten op de woningmarkt opereren als ware zij één gemeente. De provincie Noord-Brabant heeft met deze afspraken ingestemd (13 juli 2017). In het Afsprakenkader zijn afspraken vastgelegd over het bouwen van voldoende woningen en over de kwaliteit daarvan. Bouwlocaties moeten elkaar versterken in plaats van elkaar beconcurreren. In de afspraken staan maatregelen en plannen om voldoende woningen te realiseren voor het opvangen van de groei van de bevolking. De gemeenten willen startende huishoudens voldoende en betaalbare woonruimte bieden, doorstromers vasthouden in de regio en daarnaast ook instromers aantrekken. Dat betekent ruim baan voor nieuwe bouwplannen op inbreidingslocaties en voor herstructurering en transformatie van bestaande bouw. In het Afsprakenkader is procedureel vastgelegd welke plannen regionaal afgestemd moeten worden. Dit betreft onder andere plannen die liggen buiten of tegen de structuur ‘bestaand stedelijk gebied’ zoals vastgelegd in de Verordening ruimte. Voorliggend plan ligt binnen bestaand stedelijk gebied en betreft een uitbreiding en behoeft daarom niet regionaal afgestemd te worden.

Voor het Stedelijk Gebied Eindhoven als totaal is de woningbehoefteprognose 2017 van de provincie Noord-Brabant uitgangspunt. De gemeente Nuenen heeft voldoende plancapaciteit om te voorzien in de lokale woningbehoefte en daarnaast een deel van de regionale opvang voor haar rekening te nemen. In het afsprakenkader staan maatregelen en plannen om voldoende woningen te realiseren voor het opvangen van de groei van de bevolking. De negen gemeenten krijgen ruimte om in ieder geval te bouwen voor de lokale behoefte, om autonome bevolkingsgroei op te vangen, waarbij ruim baan wordt gegeven aan nieuwe bouwplannen op inbreidingslocaties en voor transformatie-opgaven. Nieuwe uitleglocaties hebben daarbij geen prioriteit. 3.3.2 Brainport Principes Alle nieuwe woningbouwontwikkelingen binnen gemeenten die deel uitmaken van het Stedelijk Gebied Eindhoven dienen te worden ontwikkeld aan de hand van 7 Brainport Principes. De basis voor deze principes is vastgelegd in het regionale Afsprakenkader (zie paragraaf 3.3.1). De Brainport Principes zijn: 1. Koesteren van Identiteit; 2. Ruimte voor Innovatie; 3. Invloed voor bewoners; 4. Aantrekkelijke en gevarieerde woonmilieus: de wauw-factor; 5. Vraaggericht ontwikkelen; 6. Benutting regionaal schaalniveau; 7. Gezonde verstedelijking. Onderhavig planvoornemen scoort op geen van deze principes een onvoldoende.

Onderstaand is per principe een korte onderbouwing weergegeven hoe het planvoornemen aan het principe bijdraagt / deze versterkt.

Hoofdstuk 3

23

1. Koesteren van identiteit Met onderhavig planvoornemen wordt op de locatie van een voormalige school een nieuw complex voor zorgwoningen gerealiseerd. Met het complex is rekening gehouden met de voormalige bebouwing. De contouren van het nieuwe complex volgen de bebouwingscontouren van de voormalige school. De twee volumes en het schakelblok gaan uit van eenduidig materiaalgebruik waarbij onderscheid in bouwhoogte en kapvorm zorgt voor een passende overgang naar het omliggende gebied. Bestaande bomen welke als behoudenswaardig zijn aangemerkt zijn de beeldbepalende dragers van de buitenruimte en blijven behouden. 2. Ruimte voor innovatie Met het plan worden verschillende zorgwoningen gerealiseerd in een groen ingepaste omgeving. Met het plan wordt bijgedragen aan betaalbare woningen en innovatieve woonvormen voor bijzondere doelgroepen zoals zorgvragers. 3. Invloed voor bewoners Voor de stedenbouwkundige en ruimtelijke ontwikkeling van deze locatie is een dialoog aangegaan met de directe omwonenden en belanghebbenden. Helpt-Elkander heeft drie informatieavonden georganiseerd waarbij de directe omwonenden, het huurdersplatform van Helpt-Elkander, de zorginstelling, de actiegroep Nuenen-Zuid en de pers werden uitgenodigd. In hoofdstuk 6 staat de omgevingsdialoog uitgebreider beschreven. 4. Vraaggericht bouwen Binnen de gemeente Nuenen c.a.

is Helpt Elkander al langere tijd op zoek naar locaties om voor de groeiende behoefte aan betaalbare woningen en zorgwoningen te kunnen bouwen. Zoals reeds is aangegeven in paragraaf 3.1.2 Ladder voor duurzame verstedelijking heeft in 2018 een woningmarktonderzoek plaatsgevonden in gemeente Nuenen. Uit dit onderzoek bleek dat er voor de gemeente een aanvullende behoefte is van 325 sociale huurwoningen tot 2028 en dat er vraag is naar (geclusterde) woningen en plaatsen voor mensen met een verstandelijke beperking. Onderhavige ontwikkeling draagt (gedeeltelijk) bij aan deze behoefte. 5. Aantrekkelijk en gevarieerde woonmilieus: de wauw-factor Onderhavig planvoornemen betreft een bouwplan op een inbreidings- / transformatielocatie. Voor het planvoornemen is een beeldkwaliteitsplan opgesteld wat leidt tot een passend woningbouwplan in de omgeving en wat bijdraagt aan de kwaliteiten van de omgeving en deze tevens versterkt. Daarnaast wordt er met het planvoornemen onder andere voor een bijzondere doelgroep gebouwd wat bijdraagt aan meer variatie van het woonmilieu in de omgeving. 6. Benutting regionaal schaalniveau Onderhavig planvoornemen sluit aan op de veranderende woonbehoeften binnen het SGE. Het draagt bij aan meer differentiatie van het woningaanbod binnen het SGE. 7. Gezonde verstedelijking In het plan is naast bebouwing ook ruimte voor groen.

Een groene inpassing is belangrijk voor het planvoornemen, dit draagt mede bij aan de gezondheid van de toekomstige bewoners en omwonenden. Een groene omgeving nodigt immers meer uit om naar buiten te gaan. In het beeldkwaliteitsplan staat aangegeven hoe er rekening is gehouden met de bestaande en nieuwe groenstructuren en omgevingswaarden.

Hoofdstuk 3

24

3.3.3 Regionale Visie op Wonen De negen gemeenten in het Stedelijk Gebied Eindhoven willen woningen en woongebieden die qua innovatie en kwaliteit passen bij de Mainportstatus en het DNA van Brainport Eindhoven. De regionale groeiambities vragen om zowel aantrekkelijke en innovatieve woonvormen in de stad (kleinschalig, hoge dichtheden), als om ruime en groene woonomgevingen in de dorpen. Daarin voorziet het Stedelijk Gebied Eindhoven (SGE), dat zich kenmerkt als “City of Villages”: een unieke mix van stedelijkheid met daaromheen dorpse rust. Door de unieke kwaliteiten van woonmilieus in de negen gemeenten te benadrukken, versterken zij de regionale woningmarkt in plaats van elkaar te beconcurreren. De Visie op Wonen is het antwoord op de grote uitdaging voor de negen gemeenten in het SGE: gezamenlijk bouwen aan gevarieerde, unieke en betaalbare woningen voor een diversiteit aan doelgroepen. Eindhoven en de omliggende gemeenten maken een stormachtige groeiperiode door. Economisch succes zorgt voor een toestroom van werknemers uit binnen- en buitenland, die allemaal een woning in en om de stad willen vinden. Waarbij rekening moet worden gehouden met veranderde woonbehoeften, zowel bij nieuwe als bestaande inwoners. Denk aan verduurzaming, levensloopbestendigheid en een toename van het aantal kleinere huishoudens.

De beoogde nieuwbouw zal bijna-energieneutraal (BENG) uitgevoerd worden. Tegelijkertijd wordt ingezet op versnelling van de woningbouwproductie, gezien de druk die op dit moment op de woningmarkt ontstaat. De gewenste versnelling is ook een belangrijk onderdeel van de Woondeal onlangs is gesloten tussen het SGE, het Rijk en de provincie Noord-Brabant. Op dit moment wordt gewerkt aan een gezamenlijk uitvoeringsprogramma voor de Visie op Wonen en de Woondeal.

3.4 Gemeentelijk beleid 3.4.1 Structuurvisie Nuenen-Zuid In 2019 is de structuurvisie Nuenen-Zuid vastgesteld. Het plangebied van de structuurvisie Nuenen-Zuid is in figuur 3.1 weergegeven. De structuurvisie is opgesteld omdat hier een aantal ruimtelijke opgaven spelen. De structuurvisie schetst de wenselijk geachte ruimtelijke ontwikkelingen voor de toekomst en dient als basis voor bestemmingsplannen, die nodig zijn om nieuwe projecten te realiseren. Doelstelling van de structuurvisie is om de leefbaarheid te versterken in Nuenen Zuid. Onder andere door het versterken van het voorzieningenniveau te behouden en de Figuur 3.1 Plangebied structuurvisie Nuenen-Zuid. wijk meer toekomstbestendig te maken voor wat betreft wet woningaanbod. In figuur 3.1 is nummer 6 het onderhavige plangebied. Deze wordt in de structuurvisie aangehaald als de Herontwikkeling schoollocatie Wederikdreef 2. In de structuurvisie wordt aangegeven dat de voormalige schoollocatie aan de Wederikdreef 2 geschikt is voor herontwikkeling tot wonen. Als bijlage bij de structuurvisie zijn de stedenbouwkundige randvoorwaarden voor deze herontwikkeling uitgewerkt, deze zijn schematisch weergegeven in figuur 3.2.

Hoofdstuk 3

25

Figuur 3.2 Stedenbouwkundige randvoorwaarden Wederikdreef 2 Nuenen.

Conclusie Onderhavig plan is in lijn met de structuurvisie Nuenen-Zuid. Zoals de structuurvisie aangeeft is de locatie geschikt voor herontwikkeling tot wonen. De structuurvisie en de stedenbouwkundige randvoorwaarden dienen als basis voor de uitgangspunten van het bestemmingsplan. 3.4.2 Omgevingsvisie Nuenen (ontwerp) Van 5 maart tot met 15 april 2021 heeft het ontwerp van de ‘Omgevingsvisie Nuenen’ ter inzage gelegen. Met het oog op het in stand houden en het bereiken van een hoogwaardige woon- en leefomgeving zijn in deze ontwerpomgevingsvisie verschillende uitgangspunten geformuleerd. Het uitgangspunt voor wonen en ruimtelijke planvorming is dat “er wordt ingezet op de voorkeursvolgorde van transformatie, inbreiding en uitbreiding om woningen toe te kunnen voegen met behoud van het groene en dorpse karakter3”. Qua woningen wordt ingezet op het toevoegen van woningen die ‘iets toevoegen’ aan de maatschappij. De gemeente wil zich ook richten op inclusief bouwen, wat zoveel betekent als het bouwen van kleinere, betaalbare woningen. Daarvan zijn er volgens de gemeente op dit moment te weinig van in Nuenen. Rondom woningen dient veel groene openbare en buitenruimte te zijn. Conclusie Onderhavig plan draagt bij aan de doelstellingen en past binnen de uitgangspunten zoals die geformuleerd zijn in de ‘Omgevingsvisie Nuenen’ (ontwerp).

Het realiseren van de beoogde sociale huurwoningen zorgt voor een bijdrage aan het realiseren van voldoende kleinere en betaalbare woningen. Het realiseren van zorgwoningen is daarnaast voor toegevoegde woningen van de maatschappij. In het plan is bovendien een passende groene inpassing voorzien. Tevens wordt ingezet op de transformatie van een vrijkomend schoolterrein, inclusief schoolgebouw. Op die manier is geen sprake van nieuw ruimtebeslag.

3

Zie ‘Omgevingsvisie Nuenen’ (ontwerp), p. 31.

Hoofdstuk 3

26

3.4.3 Programma Wonen 2020-2030 Het vigerend woonbeleid is het Programma Wonen 2020-2030. Hierin zijn de opgaven en ambities voor de woningmarkt in de gemeente verwoord. Het Programma Wonen is de opvolger van de gemeentelijke Structuurvisie Wonen 2013-2020 en het daarbij behorende Addendum. In de gemeente Nuenen zijn veel (ruime) eengezinswoningen in de koopsector. De huidige woningvoorraad sluit hierdoor niet goed aan op de toenemende vraag naar passende huisvesting voor starters, ouderen en zorgbehoevenden in Nuenen. Er is een toenemende vraag is naar gelijkvloerse woningen, kleinere woningen, goedkope koopwoningen en (sociale) huurwoningen. De gemeente Nuenen wil inzetten op flexibele woonproducten, die in de toekomst ook voor andere doelgroepen gebruikt kunnen worden (na vergrijzingsgolf bijvoorbeeld voor jongeren). Daarnaast heeft de gemeente de wens zoveel mogelijk levensloopbestendig te bouwen. Doordat men steeds langer thuis blijft wonen is het aanpassen van de bestaande woningvoorraad naar de huidige woonbehoeften ook een opgave. Daarbij moet kwalitatieve zorg en ondersteuning voor iedereen in de gemeente voorhanden zijn. Conclusie Met onderhavig plan worden 18 sociale wooneenheden en 23 (tot maximaal 24) zorgeenheden gerealiseerd.

Er wordt voorzien in passende huisvesting voor zorgbehoevenden en daarnaast speelt de ontwikkeling in op de toenemende vraag naar kleinere, goedkopere en sociale huurwoningen. De locatie met de 40 woningen is (indicatief) opgenomen in het Programma Woningbouw 2020-2030 die door het college is vastgesteld. Vanuit de woonopgave in Nuenen wordt de voorkeur gegeven aan de ontwikkeling van sociale woningen. Verder wordt er ingespeeld om specifieke doelgroepen te bedienen. Niet meer toevoegen van hetzelfde, maar bijvoorbeeld een woonconcept voor jongeren of ouderen of mensen met een zorgvraag. De voorgenomen ontwikkeling past qua wonen in de nieuwe provinciale, regionale en gemeentelijke beleidskaders.

Hoofdstuk 3

27

4.

OMGEVINGSASPECTEN In dit hoofdstuk worden de diverse relevante omgevingsaspecten aangehaald en wordt het plan hieraan getoetst.

4.1 Verkeer en parkeren Met dit plan worden 18 sociale huurappartementen (tot maximaal 19) en 23 (tot maximaal 24) zorgwoningen mogelijk gemaakt. Dit heeft invloed op de verkeersgeneratie en het parkeren. Ten aanzien van verkeer en parkeren is in de gemeente Nuenen, Gerwen en Nederwetten geen specifiek beleid voorhanden. Verkeer De berekening van de huidige verkeersgeneratie is gedaan aan de hand van de CROW-rekentool. Berekeningen met de CROW-rekentool worden gemaakt aan de hand van de kengetallen uit de CROWpublicatie 317 ‘Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie’. De berekening voor de toekomstige situatie is gemaakt zonder toepassing van deze rekentool maar met toepassing van de CROW-kengetallen. Om de invloed van het initiatief op de verkeersstructuur en –drukte te bepalen is de verkeergeneratie van het plangebied berekend voor zowel de huidige als toekomstige situatie. In de huidige situatie is op deze locatie een basisschool aanwezig. Bij het berekenen van de verkeersgeneratie van een basisschool wordt uitgegaan van het aantal leslokalen, in dit geval bedraagt dit 10 (6 leslokalen en 4 noodlokalen). In onderstaande tabel is de verkeersgeneratie in de huidige en toekomstige situatie weergegeven. Functie Huidige situatie Basisschool

Aantal 10 leslokalen

Kengetal mvt/etm/woning rekentool

18 woningen

mvt/etm/woning (max.) 4,0

23 woningen

2,8

Toekomstige situatie Sociale huurappartementen Zorgwoningen Totaal

Verkeersgeneratie (mvt/etm.) 332

72 64,4 136,4

Tabel 4.1 Verkeersgeneratie huidige en toekomstige situatie.

De verkeersgeneratie van de basisschool is berekend middels de CROW-rekentool. Vanwege het halen en brengen van kinderen is deze verkeersgeneratie redelijk hoog in vergelijking met de toekomstige verkeersgeneratie. Dit komt door het piekmoment in de ochtend en eind van de middag. Voor de berekening van de verkeersgeneratie van de functies binnen het plangebied in de toekomstige situatie is gebruik gemaakt van de CROW-kengetallen. Hierbij is voor de sociale huurappartementen uitgegaan van ‘huur, appartement, midden/goedkoop (incl. sociale huur)’. Voor de zorgwoningen is uitgegaan van ‘serviceflat’. Daarnaast zijn de cijfers gebruikt behorende bij een ligging in de

Hoofdstuk 4

28

‘rest bebouwde kom’ van een ‘matig stedelijk gebied’. Tevens is uitgegaan van het voorgenomen programma, bestaande uit 18 sociale huurappartementen en 23 zorgwoningen. Geconcludeerd kan worden dat de verkeersgeneratie van het plangebied in de toekomstige situatie lager zal zijn dan toen het plangebied in gebruik was als basisschool. De huidige wegenstructuur kan het toekomstige verkeer dan ook prima verwerken. Negatieve effecten op de verkeersdrukte zijn dan ook uit te sluiten. Parkeren Ten aanzien van verkeer en parkeren is in de gemeente Nuenen, Gerwen en Nederwetten geen specifiek beleid voorhanden. Bij nieuwe ontwikkelingen dienen de kengetallen van het CROW gehanteerd te worden. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de gemiddelde parkeernormen in de publicatie ‘Toekomstbestendig parkeren - Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie’, uitgegeven door het CROW (381). Bij het hanteren van de kengetallen uit de CROW-nota is voor de sociale huurappartementen uitgegaan van ‘huur, appartement, midden/goedkoop (incl. sociale huur)’. Voor de zorgwoningen is uitgegaan van de richtgetallen voor een ‘verpleeg/verzorgingstehuis’. Dit vanwege het profiel en daarmee samenhangend autobezit/-gebruik van de ter plaatse beoogde te huisvesten doelgroepen in deze zorgwoningen.

In onderstaande tabel is de parkeerbehoefte van deze locatie in de toekomstige situatie weergegeven, uitgaande van de CROW-kengetallen. In de berekening van de parkeernorm is uitgegaan van de gemiddelde norm inclusief het aandeel bezoekers (van 0,3). Functie

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10805446/2