2021-26 RV WSD Bijlage 3 - Begroting 2022 en financiële meerjarenraming 2023-2025
Tekst van het document
Professionals in mensenwerk
groting 2022 • Financiële meerjarenraming 2023 t/m 2025 Begroting 2022 • Financiële meerjarenraming 2023 t/m 2025 Begroting 2022 • Financiële meerjarenraming 2023 t/m 2025 Begroting 2022 • Financiële meerjarenraming 2023 t/m 2025 Begroting 2022 • inanciële meerjarenraming 2023 t/m 2025 Begroting 2022 • Financiële meerjarenraming 2023 t/m 2025 Begroting 2022 • Financiële meerjarenraming 2023 t/m 2025 Begroting 2022 • Financiële meerjarenraming 2023 t/m 2025 Begroting 2022 • Financiële meerjarenraming 2023 t/m 2025 Begroting 2022 • Financiële meerjarenraming 2023 t/m 2025 Begroting 2022 • Financiële meerarenraming 2023 t/m 2025 Begroting 2022 • Financiële meerjarenraming 2023 t/m 2025 Begroting 2022 • Financiële meerjarenaming 2023 t/m 2025 Begroting 2022 • Financiële meerjarenraming 2023 t/m 2025 Begroting 2022 • Financiële meerjarenraming 2023 t/m 2025 Begroting 2022 • Financiële meerjarenraming 2023 t/m 2025 Begroting 2022 • Financiële meerjarenraming 2023 t/m 2025 Begroting 2022 • Financiële meerjarenraming 2023 t/m 2025 Begroting 2022 • Financiële meerjarenraming 2023 t/m 2025 Begroting 2022 • Financiële meerjarenraming 2023 t/m 2025 Begroting 2022 • Financiële meerjarenraming 2023 t/m 2025 groting 2022 • Financiële meerjarenraming 2023 t/m 2025 Begroting 2022 • Financiële meerjarenraming 2023 t/m 2025 Begroting 2022 • Financiële meerjarenraming 2023 t/m 2025 Begroting 2022
• Financiële meerjarenraming 2023 t/m 2025 Begroting 2022 • inanciële meerjarenraming 2023 t/m 2025 Begroting 2022 • Financiële meerjarenraming 2023 t/m 2025 Begroting 2022 • Financiële meerjarenraming 2023 t/m 2025 Begroting 2022 • Financiële meerjarenraming 2023 t/m 2025 Begroting 2022 • Financiële meerjarenraming 2023 t/m 2025 Begroting 2022 • Financiële meerjarenraming 2023 t/m 2025 Begroting 2022 • Financiële meerarenraming 2023 t/m 2025 Begroting 2022 • Financiële meerjarenraming 2023 t/m 2025 Begroting 2022 • Financiële meerjarenaming 2023 t/m 2025 Begroting 2022 • Financiële meerjarenraming 2023 t/m 2025 Begroting 2022 • Financiële meerjarenraming 2023 t/m 2025 Begroting 2022 • Financiële meerjarenraming 2023 t/m 2025 Begroting 2022 • Financiële meerjarenraming 2023 m 2025 Begroting 2022 • Financiële meerjarenraming 2023 t/m 2025 Begroting 2022 • Financiële meerjarenraming 2023 t/m 2025 groting 2022 • Financiële meerjarenraming 2023 t/m 2025 Begroting 2022 • Financiële meerjarenraming 2023 t/m 2025 Begroting 2022 • Financiële meerjarenraming 2023 t/m 2025 Begroting 2022 • Financiële meerjarenraming 2023 t/m 2025 Begroting 2022 • inanciële meerjarenraming 2023 t/m 2025 Begroting 2022 • Financiële meerjarenraming 2023 t/m 2025 Begroting 2022 • Financiële meerjarenraming 2023 t/m 2025 Begroting 2022 • Financiële meerjarenraming 2023 t/m 2025 Begroting 2022 • Financiële
meerjarenraming 2023 t/m 2025 Begroting 2022 • Financiële meerjarenraming 2023 t/m 2025 Begroting 2022 • Financiële meerarenraming 2023 t/m 2025 Begroting 2022 • Financiële meerjarenraming 2023 t/m 2025 Begroting 2022 • Financiële meerjarenaming 2023 t/m 2025 Begroting 2022 • Financiële meerjarenraming 2023 t/m 2025 Begroting 2022 • Financiële meerjarenraming 2023 t/m 2025 Begroting 2022 • Financiële meerjarenraming 2023 t/m 2025 Begroting 2022 • Financiële meerjarenraming 2023 m 2025 Begroting 2022 • Financiële meerjarenraming 2023 t/m 2025 Begroting 2022 • Financiële meerjarenraming 2023 t/m 2025
Begroting 2022 Financiële meerjarenraming
2023 t/m 2025
Begroting WSD 2022 Financiële Meerjarenraming WSD 2023 t/m 2025
Boxtel, 31 maart 2021
WSD Postbus 173 5280 AD Boxtel tel. 0411–650 111
1
Inhoud
Beleidsbegroting 1. Algemene toelichting op de begroting en meerjarenraming
4
2. Verbonden partijen
8
3. Weerstandvermogen
11
4. Financiering
15
5. Onderhoud kapitaalgoederen
15
6. Rechtmatigheid
15
Begroting 2022 en Financiële meerjarenraming 2023-2025 7. Begroting 2022 en Financiële meerjarenraming 2023-2025
17
8. Uitgangspunten en toelichting
18
Bijlagen 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9.
Gemiddelde bezetting WSD 2020- 2025 Bezetting niet-gesubsidieerd personeel (NGA) 2020-2025 Investeringsoverzicht 2020-2025 Ontwikkeling voorzieningen 2020-202 Overzicht leningen en rente en afschrijvingen 2020-2025 Overzicht bijdragen gemeenten in de bestuurs- en indicatiekosten 2021-2022 Ontwikkeling bestemmingsreserves 2020-2025 Specificatie onttrekking bestemmingsreserves 2022 A. Uitgangspunten B. Ontwikkeling algemene reserve 10. Overzicht taakvelden 2022 11. Specificatie incidentele baten en lasten 2021-2025
2
Beleidsbegroting WSD
3
1. Inleiding Vanaf maart 2020 hebben we wereldwijd te maken met de grootste (gezondheids-)crisis in jaren. WSD heeft vanaf dag 1 ingezet op het maximaal doordraaien van de organisatie. Uiteraard daarbij rekening houdend met alle corona-maatregelen, zoals afstands- en hygiënevoorschriften. We doen dat vanuit onze overtuiging dat werk essentieel is voor de (sociale en geestelijke) gezondheid van mensen en onze doelgroep in het bijzonder. De Coronacrisis had en heeft grote financiële impact op de exploitatie vanaf maart 2020. Op het moment van opstellen van deze begroting en meerjarenraming is nog niet in te schatten welke impact het Corona-virus op langere termijn zal hebben. Deze begroting 2022 en meerjarenraming 2023-2025 is opgesteld in de verwachting dat vanaf medio 2021 de situatie zich geleidelijk gaat ontwikkelen richting het “oude normaal’ en met als basis het koersdocument “Gezamenlijk Doorontwikkelen”.
1.1. Algemene toelichting op de begroting en meerjarenraming Het Algemeen bestuur van WSD heeft na een uitgebreide ambtelijke en bestuurlijke voorbereiding in juli 2020 de koers “Gezamenlijk doorontwikkeling” vastgesteld. Met het koersdocument is een jarenlange periode van experimenteren afgerond. De komende jaren staan in het teken van het in samenwerking met de gemeenten opzetten en uitvoeren van lokale plannen, het opzetten van een gezamenlijk expertisecentrum en het optimaliseren van de plusdiensten. Met de keuze van de gemeenten voor het break even scenario ligt er een financieel fundament onder deze plannen en de begroting. En hoewel het landelijke speelveld van de Participatiewet (PW), inclusief de beschikbare macrobudgetten en de budgetverdeling instabiel is, is door de keuze van de gemeenten één van de grote onzekerheden voor WSD weggenomen. Gepland was dat in 2020 de lokale plannen vorm zouden krijgen en invulling zouden geven aan de aard en omvang van de samenwerking tussen WSD en de gemeenten, en ook aan het expertisecentrum en de ontwikkeling van plusdiensten. Ondertussen wordt in de praktijk gestaag de samenwerking verder uitgebouwd en verstevigd. Elke gemeente kiest hiervoor in afstemming met WSD het eigen tempo en stelt eigen prioriteiten. Het streven volgens het koersplan was om einde 2024 het einddoel te bereiken.
De samenwerking gemeenten en WSD biedt dan een verbonden en excellente uitvoering aan participatie. De Coronacrisis heeft dit proces vertraagd. Tegelijkertijd zijn een aantal andere ontwikkelingen zichtbaar, zoals bijvoorbeeld een nieuwe financiering van de loonkostensubsidie. De coronacrisis, de vertraagde oplevering van de lokale plannen en anticiperen op landelijke ontwikkelingen, zijn elementen die gebruikt worden om het break-evenscenario uit het koersdocument bij te stellen. Dit is uitgewerkt in het Stimulusprogramma dat einde 2020 het licht heeft gezien en in januari in het Dagelijks bestuur is vastgesteld als basis voor de begroting en meerjarenraming. Dit Stimulusprogramma draagt bij aan het realiseren van de koers en het realiseren van een structureel sluitende begroting. Artikel 39 van de gemeenschappelijke regeling WSD bepaalt dat vóór 15 juli de begroting voor het volgende jaar en de meerjarenraming voor de daarop volgende drie jaar worden vastgesteld en ingediend bij Gedeputeerde Staten. De planning voor de begroting 2022 en meerjarenraming 2023 t/m 2025 is dat het Algemeen bestuur deze in haar vergadering van 14 juli 2021 vaststelt.
Rekening houdend met de in de Gemeenschappelijke Regeling vastgelegde procedure met bijbehorende termijnen, en de doorlooptijd tot formulering van zienswijzen binnen de gemeenten, is vereist dat de ontwerpbegroting en –meerjarenraming uiterlijk 1 april 2021 wordt opgesteld en aan de gemeenten wordt aangeboden. In de volgende hoofdstukken hierna wordt meer in detail ingegaan op de missie en visie van WSD, de hoofdlijnen van de koers en het Stimulus programma, de investering die nodig is om de koers in de praktijk in te voeren en de financiële onderbouwing hiervan.
1.2. Missie en Visie WSD WSD maakt het verschil voor mensen. Wij geloven in een maatschappij waarin iedereen volwaardig en naar vermogen kan meedoen. Daarom kunnen en willen we niet accepteren dat er mensen zijn die niet volwaardig kunnen participeren, enkel en alleen omdat ze een afstand tot de arbeidsmarkt hebben.
4
Op basis van deze visie heeft het bestuur WSD als missie meegegeven: het matchen, inzetten en ontwikkelen van zoveel mogelijk mensen die behoren tot de Participatiewet. WSD maakt dit gemakkelijk en aantrekkelijk voor gemeenten en werkgevers. Samen creëren wij duurzame kansen in werk. Al 65 jaar voert WSD diverse wettelijke regelingen uit op het gebied van toeleiding naar en in werk voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Dat gebeurt in opdracht van de negen samenwerkende gemeenten Best, Boxtel, Meierijstad, Nuenen, Oirschot, Oisterwijk, SintMichielsgestel, Son en Breugel en Vught. Het doel dat WSD nastreeft is ontwikkeling van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt naar zo regulier mogelijk werk. Dat is de politieke opdracht vanuit de wet en van onze gemeenten. WSD hanteert hier leerwerk en praktijkleerlijnen waarin mensen zich in en door werk verder ontwikkelen. De professionals van WSD hanteren de methode “sturen als zelfsturing” om medewerkers zoveel mogelijk in hun kracht te zetten. Uit onderzoek blijkt dat medewerkers het meest tevreden zijn als ze op een reguliere plek werken en dat dit vaak ook financieel het meest voordelig is. Het blijft vanzelfsprekend dat WSD ook altijd een plaats biedt aan mensen die aangewezen zijn op beschutte werkplekken met veel begeleiding.
1.3. Gezamenlijk doorontwikkelen De invoering van de Participatiewet in 2015 heeft stevige gevolgen voor gemeenten en WSD. Daarom is in 2014 besloten om gezamenlijk een traject in te gaan om de koers van WSD opnieuw te bepalen. Na een gedegen proces met een doorlooptijd van bijna 4 jaar is in juli 2020 de nieuwe koers vastgesteld die is uitgewerkt in een drietal pijlers. De Gemeenschappelijk Regeling WSD blijft de basis voor de samenwerkende tien (vanaf 1 januari 2021: negen) gemeenten. De basisdienstverlening van WSD richt zich op inwoners met de achtergrond Wsw en de nieuwe doelgroepen Participatiewet. De ontwikkeling van de basisdienstverlening van de gemeenschappelijke regeling wordt beschreven onder de hierna genoemde punten een en twee. Aanvullend voor onze doelgroepen in het Sociaal Domein worden plusdiensten ontwikkeld. Dit is hieronder beschreven in punt drie: 1. Ontwikkel gezamenlijk de lokale infrastructuur door. Gemeenten zijn unaniem in hun wens om de krachten van WSD zo lokaal mogelijk te bundelen met andere maatschappelijke partners. Door een intensievere en nabije samenwerking verwachten we dat we beter kunnen gaan inspelen op de behoefte van inwoners. We werken gezamenlijk toe naar het stapsgewijs ontwikkelen van een zo veel mogelijk lokale (en fysieke) infrastructuur, onder gelijktijdige afbouw van de centrale infrastructuur.
Dit is onderdeel van de basisdienstverlening die met negen deelnemende gemeenten in de gemeenschappelijke regeling wordt overeengekomen. De lokale infrastructuur heeft het open karakter van een ‘supermarkt’ en heeft als doel om niet alleen lokale oplossingen te bieden aan inwoners maar ook om een bijdrage te leveren aan een inclusieve samenleving. Dit kan bijvoorbeeld doordat het een plek of netwerk is waar inwoners terecht kunnen voor advies of voorlichting, voor een kop koffie, voor het bekijken van vacatures, voor groepsbijeenkomsten etc. We stellen voor dat op basis van de lokale uitgangssituatie afspraken gemaakt worden over de verschijningsvorm van deze lokale infrastructuur, over welke organisaties hierin deelnemen en hoe de onderlinge rolverdeling is. Hierbij haken we zoveel mogelijk aan bij de al aanwezige of te ontwikkelen sociale en gemeentelijke infrastructuren in de gemeenten. 2. Ontwikkel een WSD breed expertisecentrum. WSD heeft zich in de loop van de experimenten ontwikkeld tot expertisecentrum, waar inen externe projectleiders, beleidsmedewerkers en uitvoerenden gezamenlijk innoverende vormen van dienstverlening hebben ontwikkeld. Daarbij anticiperend op verandering in weten regelgeving binnen het brede sociale domein. Tevens wordt vanuit dit centrum de lobby naar landelijke gremia vorm en inhoud gegeven.
Bijvoorbeeld op de mogelijkheden om tot cao-afspraken te komen of de gevolgen van de Wet arbeidsmarkt in balans (WAB) af te wenden. Deze expertise en lobby wordt door alle gemeenten gewaardeerd en als belangrijke meerwaarde van de GR gezien.
5
Het advies is dan ook om dit expertisecentrum verder door te ontwikkelen tot een community voor trajectconsulenten van WSD, casemanagers en beleidsmedewerkers van gemeenten. Expertise en kennis worden daar gedeeld en nieuwe innovatieve producten en diensten worden ontwikkeld. Er vinden (wekelijks) bijeenkomsten plaats om elkaar te versterken, de solidariteit van de GR te voeden en bij te dragen aan de professionaliteit van de deelnemers. Dit biedt ook een basis om te zorgen dat we maximaal complementair zijn aan elkaar en de uitvoering efficiënt en effectief vorm wordt geven. Daarnaast investeert WSD maximaal in haar aanwezigheid binnen het lokale netwerk van elke gemeente. En waar mogelijk in de ontwikkeling van een ‘supermarkt’, zoals hiervoor omschreven. WSD laat haar trajectconsulenten voor en op locatie bij gemeenten werken, waarbij hun onderlinge samenhang en de verankering met WSD geborgd blijft middels de community. Ook het expertisecentrum is onderdeel van de basisdienstverlening die met de deelnemende gemeenten in de gemeenschappelijke regeling wordt overeengekomen. 3. Ontwikkel de plusdiensten verder door. De plusdiensten zijn de zogenaamde re-integratiediensten die de gemeenten bij WSD inkopen. De re-integratiediensten zijn als producten beschreven in de dienstenportfolio van WSD.
Per dienst is beschreven voor welke doelgroepen het product geschikt is, het doel wat we willen bereiken met de inzet van het product, de looptijd etc. De afspraken over inkoop van diensten regelen gemeenten en WSD gezamenlijk in een contractspecificatie. In de contractspecificatie noemen we dan alleen het product en wat het kost. Casemanagers kopen op basis van het dienstenportfolio en de contract-specificatie producten in en dat is dan het traject voor die klant. Op deze wijze leveren we maatwerk voor de klanten. WSD en gemeenten ontwikkelen voortdurend gezamenlijk nieuwe diensten. Basis daarvoor is de vraag vanuit gemeenten. Ontwikkeling van nieuwe diensten gebeurt grotendeels vanuit het expertisecentrum.
1.4. De nieuwe koers ook financieel toekomstbestendig Het Algemeen bestuur van WSD heeft als einddoel van de koers gekozen voor het breakevenscenario. Concreet betekent dat WSD tenminste 2.100 personen met een SW- of een PWdienstverband in dienst heeft of via WSD direct zijn geplaatst en begeleid bij een externe werkgever. Samen met het expertisecentrum betreft dit de basisdienstverlening van de gemeenschappelijke regeling WSD. De basisdienstverlening wordt opgenomen in de nog aan te passen gemeenschappelijke regeling. Met dit volume aantal is WSD in staat een sluitende exploitatie te realiseren, waarbij er ook ruimte is om het gezamenlijke expertisecentrum te bekostigen. Bij de vaststelling van de koers is berekend dat dit break-evenscenario in 2024 bereikt zou worden. Om dat doel te bereiken zijn vanuit de reserves van WSD middelen, totaal € 2,6 mln. vrijgemaakt. In het tweede deel van 2020 werd steeds duidelijker dat een aantal ontwikkelingen de realisatie van het nagestreefde einddoel van 2.100 personen in 2024 bemoeilijken. Vooral de hogere uitstroom SW dan geraamd ten opzichte van een, ten gevolge van beperkte budgetten, beperkte instroom van nieuwe personen vanuit de Participatiewet, leiden tot een krimp in de totale bezetting in de komende jaren in plaats van een groei naar break-even.
Anderzijds worden de geluiden vanuit Den Haag steeds sterker dat de financiering van de Participatiewet om herziening vraagt. De financieringssystematiek moet meer dienstbaar worden aan het realiseren van meer Participatiebanen. Vanuit de voorgaande 2 belangrijke ontwikkelingen is, met het oog op realisatie van het breakevenscenario het Stimulusprogramma ontworpen. Het Stimulusprogramma stelt voor om, vooruitlopend op verruiming dan wel een andere verdeling van de rijksfinanciering, nu reeds slim te investeren in participatie.
6
In kernpunten komt dit neer op: 1. Basis is de door alle gemeenten uitgesproken wens om hun inwoners maximaal te laten participeren. In lijn met de vastgestelde koers WSD is het gezamenlijke ambitievolume 2.100 personen in het collectief. 2. Door de gevolgen van de corona-crisis, waardoor de planning rondom de lokale plannen vertraging oploopt, wordt dit ambitieniveau een jaar later bereikt: in 2025 i.p.v. 2024. 3. Maximaal anticiperen op door de rijksoverheid aangekondigde wijziging van de financiering: realisatie van banen wordt de basis voor de budgetverdeling LKS en deel van de begeleidingsvergoeding m.i.v. 2022. Daarnaast verwachten we extra financiering van CAO PW. 4. In de periode 2021 t/m 2025 wordt het volume doelgroep boven het referentie aantal (begeleidingsbudget PW gedeeld door begeleidingsvergoeding per persoon) tot aan 2.100 personen gefinancierd uit de reserves van WSD. 5. Dit vergt een investering van € 647.000 voor 111 personen in 2021 en circa € 6,7 mln. voor 1.152 arbeidsjaren in de periode 2021 t/m 2025 6. De algemene reserve ultimo 2020 bedraagt ruim € 16 mln. Daarmee is de financiering geen probleem. 7. Er blijven altijd bijstuurmogelijkheden bij risico’s in het geval van bv. tegenvallende budgetten, of dat de rijksplannen niet doorgaan: a. We maken gebruik van de communicerende vaten in de financiering van de SW en de PW. b.
De berekende aanvullende financiering tot en met 2025 is het maximaal benodigd bedrag. Het wordt gedekt door reserves van WSD en is voor gemeenten budget neutraal (ook In hun meerjarenbegroting). c. Jaarlijks evalueren we de voortgang. Bij een “noodstop” wordt de instroom gestopt en eventueel (een deel van de) circa 90 tijdelijke dienstverbanden niet verlengd. 8. Na oplevering van de lokale plannen medio 2021 wordt de hele exploitatie wederom voor de komende jaren doorgerekend en afgezet tegen het risicoprofiel van WSD. 9. We voorzien in ontzorging van de gemeenten door bovenstaande in de meerjarenbegroting van WSD op te nemen. De investering in het Stimulusprogramma blijft buiten de (meerjaren) begroting van de gemeenten. In bijlage 1 van deze meerjarenraming is het verloop van het Stimulusprogramma in personen zichtbaar gemaakt. Er zijn wel enkele ontwikkelingen die voorlopig nog aandacht vragen en voortdurend gemonitord worden: De Detailbegroting WSD 2022 sluit met een klein positief resultaat. Uitgangspunt en voorwaarde is dat de corona-crisis niet verder oploopt. De volume ontwikkeling van de doelgroep bij WSD resulteert de facto en zonder nadere maatregelen in een krimpscenario. Echter: De rijksoverheid gaat hier verbetering in aan brengen door financiering op basis van realisatie vanaf 2022 (is reeds besloten). Dit geldt met zekerheid voor de LKS.
Voor de begeleidingsvergoeding middels het Budget voor de Nieuwe Doelgroep wordt een vergelijkbare ontwikkeling voorbereid, maar is nog niet besloten en is dus onzeker. De businesscase rond de uitvoering van de Participatiewet in 20215 was negatief en WSD was goed onderweg om dit in te lopen. Met de komst van de Wet Arbeidsmarkt in Balans (m.i.v. 1-12020 10% meer loonkosten en m.i.v. 1-1-2021 ook 10% pensioenkosten) is de businesscase Participatiewet weer fors negatief geworden. De VNG en de vakbonden maken zich gezamenlijk hard voor de CAO PW en de daarbij behorende financiering. WSD is nauw betrokken bij deze ontwikkelingen en zodra de uitkomsten bekend zijn worden de effecten daarvan doorgerekend. Tot slot is nog vermeldenswaardig dat vanuit de landelijke politiek geconstateerd is dat de resultaten van PW (aantallen mensen aan het werk) ver achter blijven bij de verwachtingen. Diverse partijen, o.a. het CDA en de SP, hebben een plan gelanceerd om de infrastructuur van de Sociale werkbedrijven in ere te herstellen dat kamerbreed steun heeft gehad.
7
2. Verbonden partijen Organigram WSD-Groep In het onderstaande organigram is de organisatie van WSD inclusief verbonden partijen weergegeven per 31 december 2020. De organisatiestructuur van de gemeenschappelijke regeling is gebaseerd op twee grote bedrijfsonderdelen: Participatie en Werk & Ontwikkeling. De divisie Participatie is vooral gericht op de instroom en de levering van maatwerk richting gemeenten. Onder de Participatiewet hebben de gemeente de regie op de keuzes voor welke beleidsterreinen (Jeugd, WMO, Participatie) zij van belang achten, welke concrete doelen er gesteld worden, wie de uitvoering voor zijn rekening neemt en hoeveel budget er beschikbaar is. Dit vraagt om maatwerk van de zijde van WSD waarbij continue innovatie van dienstverlening en ketensamenwerking, profilering richting bestuur, raden en ambtelijke professionals en het borgen van de financiering van groot belang zijn. De divisie Werk & Ontwikkeling focust zich volledig op de uitvoering: passend werk voor de medewerkers en het stimuleren van hun ontwikkeling middels werkleerlijnen en praktijkleerlijnen. Daarom zijn alle werk-gerelateerde activiteiten binnen deze divisie gebundeld. Arbeidsontwikkeling in lijn met de wensen van de gemeenten, ontwikkeling van de werkportfolio en het commercieel slim en efficiënt inzetten van de arbeidsvermogens van alle doelgroepmedewerkers.
Verbonden entiteiten. Hieronder volgt een nadere toelichting op de verbonden partijen die vallen onder de invloed van het bestuur van de gemeenschappelijke regeling WSD. Stichting Blizo De Stichting Blizo-werkgemeenschap, gevestigd te Vught, is opgericht op 9 november 1971. Het doel is het bevorderen van de deelname van visueel en anderszins beperkten aan het maatschappelijk economisch productieproces, onder andere door het verschaffen van aangepast werk. In 1994 is een samenwerkingsovereenkomst gesloten met de gemeenschappelijke regeling WSD en in 1999 is een nieuwe overeenkomst gesloten waarin is opgenomen dat het
8
bestuur van WSD en het bestuur van Blizo een personele unie vormen. In de loop der jaren zijn de activiteiten van Blizo en WSD steeds meer verweven geraakt wat in 1998 heeft geleid tot een vereenvoudiging van de administratieve processen rondom Blizo door enkel de kernactiviteiten van de stichting bij Blizo vast te leggen en de reguliere productieprocessen bij WSD. De financiële positie van Blizo is goed en hieruit vloeien vooralsnog geen risico’s voort zoals onderstaande cijfers illustreren: Eigen vermogen ultimo 2019 Prognose eigen vermogen ultimo 2020 (na resultaatbestemming) Prognose gerealiseerd resultaat 2020 (positief)
€ 1.569.253 € 1.592.353 € 23.100
Private structuur onder de gemeenschappelijke regeling WSD is vàn en vóór de gemeenten van de gemeenschappelijke regeling. WSD biedt haar diensten in principe aan voor alle inwoners van de deelnemende gemeenten. WSD profileert zich hierbij als gemeenschappelijke regeling en dus als (publiek) verlengstuk van de gemeenten. WSD streeft naar duurzame partnerships met onder andere UWV Werkbedrijf en regionale private bedrijven. Dit in nauwe samenwerking met Werkpleinen en gemeenten. WSD kiest er bij voorkeur niet voor om deelnemer/mede-eigenaar te worden van private bedrijven, tenzij noodzakelijk uit strategische overweging. De invoering van de Participatiewet per 1 januari 2015 en de strategische keuzes die het bestuur en de deelnemende gemeenten gemaakt hebben in het Koersdocument “Gezamenlijk doorontwikkelen” en de keuzes die de komende jaren nog gemaakt worden, zijn voor WSD het uitgangspunt. Daarop anticiperend en om participatie binnen de kaders van de PW te kunnen uitvoeren, heeft eind 2014 een beperkte juridische herstructurering plaatsgevonden binnen de private structuur. Hieronder wordt de huidige private structuur onder WSD op 31 december 2020 beschreven. WSD Holding B.V.
WSD Holding is gevestigd te Boxtel en is per 24 maart 2003 opgericht met als doelstelling het oprichten en verwerven van, het deelnemen in, het samenwerken met en het voeren van de directie over andere ondernemingen, alsmede het (doen) financieren, ook door middel van het stellen van zekerheden, van andere ondernemingen, met name van die waarmee de vennootschap in een groep is verbonden. Kortom WSD Holding B.V. is een houdstermaatschappij die zelf geen activiteiten uitvoert, maar wel beleidsinvloed heeft op de dochterwerkmaatschappijen. De aandelen zijn voor 100% in handen van de gemeenschappelijke regeling WSD. De (geconsolideerde) financiële positie van WSD Holding B.V. is goed en hieruit vloeien vooralsnog geen risico’s voort zoals onderstaande (voorlopige) cijfers illustreren: Eigen vermogen ultimo 2019 Prognose eigen vermogen ultimo 2020 (na resultaatbestemming) Prognose gerealiseerd resultaat 2020 (positief)
€ 1.943.591 € 2.206.180 € 262.589
Werkpartners B.V. Werkpartners B.V., gevestigd te Boxtel, is voortgekomen uit de juridische omvorming per 1 januari 2015 van WSD Personeelsbeheer B.V.. WSD Personeelsbeheer B.V. gevestigd te Boxtel, is opgericht op 16 december 2003 met als doelstelling het tegen vergoeding detacheren van gesubsidieerd en niet-gesubsidieerd personeel naar WSD en haar B.V.’s, en derden. Werkpartners wordt in toenemende mate ingeschakeld bij het bieden van aangepaste arbeid voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt en wordt daarnaast ook ingezet worden bij de detachering van niet-gesubsidieerd personeel naar WSD, naar de deelnemende gemeenten en naar derden. De aandelen van Werkpartners B.V. zijn voor 100% in handen van WSD Holding B.V. Werksupport B.V. Werksupport B.V., gevestigd te Boxtel, is sinds 1 januari 2015 ingericht om op te treden als organisatie die invulling kan geven aan het werkgeverschap voor de doelgroep Participatiewet in een uitzendconstructie (toepassing CAO A.B.U.). Werksupport B.V. is voortgekomen uit de juridische omvorming van WSD In Werk B.V.. WSD In Werk B.V., gevestigd te Boxtel, is opgericht op 16 december 2003 met als doelstelling het uitvoeren van re-integratiediensten ten behoeve van de arbeidsmarkt in de meest ruime zin. Momenteel vinden er geen activiteiten plaats.
De toekomst zal duidelijk maken in welke mate werkgevers gebruik maken van de dienstverlening door Werksupport B.V. in het kader van de uitvoering van de Participatiewet. De aandelen van Werksupport B.V. zijn voor 100% in handen van WSD Holding B.V.
9
WSD Participatie B.V., gevestigd te Boxtel, is opgericht per 31 maart 2010 met als doelstelling het ontwikkelen c.q. bieden van passende werkgelegenheid, oprichten en verwerven van, het deelnemen in, het samenwerken met, het besturen van, alsmede het (doen) financieren van ook door middel van het stellen van zekerheden, van andere ondernemingen. Kortom WSD Participatie B.V. is een participatiemaatschappij die zelf geen activiteiten uitvoert, tenzij door het uitoefenen van aandeelhoudersrechten in ondernemingen waarin wordt deelgenomen. De aandelen van WSD Participatie B.V. zijn voor 100% in handen van WSD Holding B.V. Het Goed Dommeldal B.V., statutair gevestigd te Emmeloord, is opgericht in mei 2010 door Het Goed Participatie B.V. (51%) en WSD Participatie B.V. (49%) met als doelstelling de exploitatie van een kringloopbedrijf. In het bijzonder de optimalisering van de inzameling en het hergebruik van grof huishoudelijk afval en textiel, het scheppen van betaalde werkgelegenheid en mogelijkheden voor mensen met een grote achterstand op de arbeidsmarkt waaronder in het kader van de Wsw, het samenwerken met, het deelnemen in, het overnemen van en het besturen van andere vennootschappen en ondernemingen, het (doen) financieren, ook door middel van het stellen van zekerheden, van andere ondernemingen. WSD Participatie B.V. heeft een minderheidsbelang in Het Goed Dommeldal B.V.
maar heeft middels statutair vastgelegde afspraken een beslissende stem op een aantal specifiek benoemde terreinen (onder andere benoeming en ontslag bestuurder en toezicht onderneming). Het Goed Dommeldal B.V. heeft per ultimo 2020 vier vestigingen in respectievelijk Best, Boxtel, Nuenen en Schijndel. De Schoonmaak Coöperatie U.A. De Schoonmaak Coöperatie U.A, statutair gevestigd te Boxtel, is opgericht in november 2012 door drie leden; WSD Holding B.V., Bossche Banen B.V. en BEPRO B.V.. In het licht van de nieuwe aanbestedingswet is de juridische structuur van De Schoonmaak Coöperatie heroverwogen en hebben de SW-bedrijven het lidmaatschap van de oprichters overgenomen per 31 december 2013. Dat betekent dat per die datum de gemeenschappelijke regeling WSD als lid deelneemt in De Schoonmaak Coöperatie. De drie algemeen directeuren van Diamant-groep, Weener XL en WSD vormen samen de Raad van commissarissen van De Schoonmaak Coöperatie. Doelstelling van De Schoonmaak Coöperatie is het faciliteren en creëren van werkplekken voor personen met een afstand tot de arbeidsmarkt in een leer-werkbedrijf gericht op onder meer schoonmaak. Het hoofdkantoor van De Schoonmaak Coöperatie is gevestigd in een deel van het pand van Blizo aan de Kettingweg in Vught. De Schoonmaak Coöperatie heeft de uitvoering van de schoonmaakcontracten van WSD, Weener XL en Diamant-groep overgenomen.
Daartoe zijn o.a. alle medewerkers van de Schoonmaakafdeling van WSD gedetacheerd bij De Schoonmaak Coöperatie. Vanuit WSD-Groep zijn daarnaast 8 niet-gesubsidieerde medewerkers gedetacheerd bij De Schoonmaak Coöperatie in staf- en kaderfuncties en zijn afspraken gemaakt over dienstverlening door WSD op het gebied van juridische zaken en PR en communicatie. De financiële positie van De Schoonmaak Coöperatie U.A. is goed en hieruit vloeien vooralsnog geen risico’s voort zoals onderstaande cijfers illustreren: Eigen vermogen ultimo 2019 (na resultaatbestemming) Eigen vermogen ultimo 2020 (voor resultaatbestemming) Voorlopig gerealiseerd resultaat: 2020 (positief)
€ 1.874.653 € 1.275.836 € 520.761
Stichting AANtWERK WSD is één van de initiatiefnemers van Stichting AANtWERK. Stichting AANtWERK, statutair gevestigd in Boxtel, is opgericht op 26 maart 2013. Stichting AANtWERK heeft als doel een platform te bieden voor ondernemers welke zich mede ten doel stellen maatschappelijk verantwoord te ondernemen. Mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt en bedrijven in het kader van uitwisselingen, welke door de stichting worden geïnitieerd, met elkaar in contact te brengen en aan elkaar te binden. De financiële omvang van de stichting is zeer beperkt (totale exploitatie bedraagt minder dan € 150.000) en hieruit vloeien geen risico’s voort voor WSD-groep.
10
3. Weerstandvermogen Als onderdeel van de begrotingsronde in het voorjaar is wederom een risico-inventarisatie gemaakt om daarmee het weerstandsvermogen te herijken. We hanteren daarvoor het bekende model van Deloitte om te komen tot een risico-inventarisatie en evaluatie van het weerstandsvermogen. Bij het opstellen van de vorige risico-inventarisatie begin 2020 werd de wereld net geconfronteerd met de Corona-epidemie en bestond er nog geen idee van welke impact het virus uiteindelijk op de wereld, Nederland en WSD zou hebben. Bij de notitie 2020 is daarvoor toen een groot voorbehoud gemaakt. Nu ruim een jaar later is de uiteindelijke afloop van deze crisis nog steeds onduidelijk. Momenteel is er sprake van een situatie waarin het virus in een golfbeweging in omvang toe- en weer afneemt. De verwachting is dat vaccinatie uiteindelijk zal leiden tot een terugkeer naar ‘het oude normaal’. Voor de risico-inschatting 2021 houden we rekening met een licht positief scenario. Hierbij starten we in de tweede helft met een herstelperiode van enkele jaren naar een relatief normale economische situatie. Een expliciet voorbehoud wordt nu gemaakt voor de situatie dat de epidemie alsnog dusdanige vormen aanneemt dat van overheidswege ingrijpende maatregelen worden genomen die het maatschappelijk en economisch leven aan banden leggen.
Koers WSD Het Algemeen bestuur van WSD heeft na een uitgebreide ambtelijke en bestuurlijke voorbereiding in juli 2020 de koers “Gezamenlijk doorontwikkelen” vastgesteld. Met het koersdocument is een jarenlange periode van experimenteren afgerond. De komende jaren staan in het teken van het in samenwerking met de gemeenten opzetten en uitvoeren van lokale plannen, het opzetten van een gezamenlijk expertisecentrum en van plusdiensten. Bestuur en gemeenten hebben gekozen voor het break even scenario met een volume van 2.100 doelgroepmedewerkers in 2025. Hiermee ligt er een financieel fundament onder deze plannen. En hoewel het landelijke speelveld van de Participatiewet (PW), inclusief de beschikbare macrobudgetten en de budgetverdeling instabiel is, is door de keuze van de gemeenten een belangrijk onderdeel van de grote onzekerheden voor WSD weggenomen. Gepland was dat in 2020 de lokale plannen vorm zouden krijgen en invulling zouden geven aan de aard en omvang van de samenwerking tussen WSD en de gemeenten, en ook aan het expertisecentrum en de ontwikkeling van plusdiensten. Ondertussen wordt in de praktijk gestaag de samenwerking verder uitgebouwd en verstevigd. Elke gemeente kiest hiervoor in afstemming met WSD het eigen tempo en stelt eigen prioriteiten. Het streven volgens het koersplan was om einde 2024 het einddoel te bereiken.
De samenwerking van gemeenten en WSD biedt dan een verbonden en excellente uitvoering aan participatie. De Coronacrisis heeft dit proces vertraagd. Tegelijkertijd zijn een aantal andere ontwikkelingen zichtbaar, zoals bijvoorbeeld een nieuwe financiering van de loonkostensubsidie. De coronacrisis, de vertraagde oplevering van de lokale plannen en anticiperen op landelijke ontwikkelingen, zijn elementen die gebruikt worden om het break-evenscenario uit het koersdocument bij te stellen. Dit is uitgewerkt in het Stimulusprogramma dat in december 2020 het licht heeft gezien en in januari in het Dagelijks bestuur is vastgesteld als basis voor de begroting 2022 en de meerjarenraming. Dit Stimulusprogramma draagt bij aan het realiseren van de koers en het realiseren van een structureel sluitende begroting. Landelijke ontwikkelingen in PW en Wsw De beperkte houdbaarheid van de Participatiewet en de behoefte aan nieuwe oplossingen begon zich in 2020 steeds sterker af te tekenen. Uit het rapport ‘Eindevaluatie van de Participatiewet’ dat het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) blijkt dat de wet nauwelijks heeft geleid tot een hogere baankans voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Verschillende oorzaken spelen volgens het SCP een rol. Gemeenten hebben te maken met opstartproblemen en beperkte middelen, financiële prikkels werken averechts.
Fundamenteler is de kritiek waaruit blijkt dat de aannames waarop de wet gebaseerd is niet kloppen: niet iedereen kan werken, de nieuwe wet blijkt allesbehalve een vereenvoudiging die efficiencywinst met zich meebrengt en een deel van de doelgroep blijkt simpelweg niet in beeld. Eenzelfde beeld schetst het eindrapport van de Commissie Regulering van Werk (CommissieBorstlap): ‘In wat voor een land willen wij werken’. In het rapport wordt duidelijk gesteld dat betaald werk voor iedereen waardevol is, maar ook bereikbaar moet zijn. Het rapport
11
benadrukt dat het onwenselijk is als het huidige systeem en de bestaande regels ertoe bijdragen dat grote groepen kwetsbare mensen werkloos thuiszitten of een onzeker baantje vervullen. Dat vraagt, volgens de commissie, de nodige investeringen in maatwerk en individuele begeleiding van degenen die de arbeidsmarkt niet op eigen kracht kunnen bereiken. Voor koepel Cedris is dit een aanleiding om te wijzen op de noodzaak voor extra ondersteuning en de toegevoegde waarde van sociale ontwikkelbedrijven zoals WSD. Tenslotte blijken de baten van werk voor de maatschappij aanzienlijk, ook financieel. Maart 2020 verscheen het onderzoek ‘De brede baten van werk’ van het Centraal Planbureau en het Sociaal en Cultureel Planbureau waaruit blijkt dat mensen met een arbeidsbeperking die werken minder vaak een beroep doen op de geestelijke gezondheidszorg en Wmo-ondersteuning. Ook daalt het risico op crimineel gedrag. Daarnaast zijn er aanzienlijke maatschappelijke besparingen op uitkeringen en voordelen van werk voor mensen, zoals zelfrespect en een verhoogd welbevinden. De voordelen van werk voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt zijn groot, zowel voor de samenleving als mensen zelf. De rapporten hebben de tijd rijp gemaakt voor nieuwe initiatieven.
Einde 2020 kwamen de Tweede Kamerleden René Peters (CDA) en Jasper van Dijk (SP) met een plan voor een landelijk dekkend netwerk van sociale ontwikkelbedrijven, een moderne vorm van de oude sociale werkplaats. Vanuit de evaluatie van de Participatiewet is de staatssecretaris van SZW gestart met het Breed offensief. Meer dan 20 maatregelen zijn aangekondigd en liggen ter besluitvorming voor. Het gaat van het invoeren van een landelijk preferent administratief proces, aanpassen van de norisk polis, aanvraagrecht op no-risk, tot betere informatie voor werkgevers etc. Ten gevolge van de val van het kabinet en de Tweede Kamerverkiezingen van maart 2021 is de besluitvorming nog steeds niet afgerond en deels controversieel verklaard. Een aantal van die maatregelen raken de financiering van gemeenten vanuit de Participatiewet. De bestaande wijze van financieren van gemeenten is een groot knelpunt in de PW. Belangrijk is dat er een nieuwe financiering komt die gemeenten stimuleert om meer mensen te plaatsen. Belangrijk bij een nieuwe financiering is dat gemeenten ook zeker weten dat ze de gerealiseerde banen met LKS structureel kunnen betalen, ongeacht de loonwaarde en de uitkeringsachtergrond van de doelgroep. Dit nieuwe verdeelmodel wordt op dit moment uitgewerkt. Een financieel knelpunt wordt door de nieuwe financiering van loonkostensubsidie opgelost.
Door de opsplitsing van de budgetten voor bijstand (BUIG-budget) en het budget voor loonkostensubsidies (LKS). Dit laatste budget wordt dan volgens plannen in 2022 over de gemeenten verdeeld op basis van realisatie. Aangezien de meeste WSD-gemeenten relatief veel mensen hebben geplaatst met LKS geeft dit een financieel voordeel. Niet alle landelijke financiële budgetten en verdeelsystemen zijn al goed uitgelijnd. Zo is de begeleidingsvergoeding structureel te laag en gaat mee in de verdeling van het gemeentefonds. Tot slot is de financiering van Participatiebanen met loonkostensubsidie structureel onvoldoende om de business case rond te krijgen. Door de invoering van de Wet arbeidsmarkt in balans per 1 januari 2020 zijn de kosten voor de gemeenten opgelopen met ca. 20% per arbeidsplaats PW. Naar verwachting is er per 1 juli aanstaande een CAO voor de Participatiewet. Of en in welke mate de loonkostenstijging ook gecompenseerd wordt vanuit het Rijk is nog onbekend. Belangrijkste conclusie en meest waarschijnlijke verwachting op dit moment is dat gemeenten vanaf 1 januari 2022 worden gefinancierd voor de loonkostensubsidies op basis van realisatie van gesubsidieerde banen. Daarmee ontstaat in elk geval een stimulans om banen te creëren. Aansluitend is een vergelijkbare aanpassing van het begeleidingsbudget voor Beschut werken in een ver gevorderd stadium.
De begeleidingsvergoeding voor de nieuwe doelgroep banenafspraak is bij het ministerie nog in de ideeën fase. WSD gaat vanaf 2021 alvast investeren in nieuwe banen mede door inzet op het stimulusprogramma opdat als de regelgeving feitelijk wijzigt de WSD-trein al rijdt. Dankzij prudent beleid in het verleden is WSD ook in staat deze investering te doen zonder dat daarvoor gemeentelijke budgetten moeten worden ingezet. De exploitatie en het weerstandvermogen van WSD zijn voldoende robuust om die investering te doen en toch onverwachte tegenvallers, zoals eventueel de coronacrisis op te vangen.
12
Actualisering risicoanalyse: Tegen de bovengenoemde achtergrond vindt de vertaling van risico’s naar het weerstandsvermogen plaats door middel van het standaardmodel voor Sociale werkbedrijven zoals dat door Deloitte is ontwikkeld. Met behulp van dit model worden op een systematische wijze risico’s geïnventariseerd. Het model houdt rekening met omzetrisico’s, investeringsrisico’s, conjunctuurgevoeligheid en specifieke risico’s. De specifieke risico’s van WSD hangen samen met wijzigingen in de financieringssystematiek. Het gaat om bezuinigingen op het budget, of ongedekt kostenstijgingen (b.v. als gevolg van de Wet arbeidsmarkt in balans) in de Wsw en de Participatiewet. Hierbij wordt rekening gehouden met de deelnemingen in de BV’s van WSD en het lidmaatschap en de samenwerking met de Schoonmaak Coöperatie. Vervolgens wordt berekend welke financiële buffer noodzakelijk is. U vindt in bijlage 1 de uitgewerkte versie. In het rekenmodel wordt rekening gehouden met tijden van hoog- en laagconjunctuur waarvoor een minimale en een maximale omvang van de financiële buffer wordt bepaald.
Bij de interpretatie van de uitkomsten van het model is het belangrijk om te realiseren dat het Algemeen bestuur heeft besloten dat in het model geen rekening wordt gehouden met stelselwijzigingen: fundamentele wetswijzigingen die tot gevolg kunnen hebben dat de financieringssystematiek of doelgroep aantallen ingrijpend veranderen. Voor de bepaling van het benodigde weerstandvermogen van WSD wordt onderscheid gemaakt in drie risicogroepen: 1.
Bedrijfsrisico’s van de gemeenschappelijke regeling. Dit zijn risico’s die voorvloeien uit de bedrijfsmatige activiteiten van de verschillende afdelingen in de divisies Werk & Ontwikkeling en Participatie. Deze risico’s worden beïnvloed door enerzijds de marktrisico’s en anderzijds door de onzekere ontwikkeling van de omvang van het aantal plaatsingen en trajecten door gemeenten bij WSD. Daarnaast vloeien ook risico’s voort uit de ontwikkeling dat de stafafdeling SEZ zich steeds meer op de markt begeeft en haar dienstverlening aanbiedt op het gebied van ontzorging in het kader van de Participatiewet. Voorzieningen en de daarbij behorende risico’s worden buiten beschouwing gelaten. Deze risico’s (b.v. dubieuze debiteuren) zijn individueel al tegen het licht gehouden, gekwantificeerd en afgedekt door een voorziening. Eveneens worden buiten beschouwing gelaten risico’s die afgedekt zijn middels verzekeringen, zoals het risico van bedrijfsaansprakelijkheid en ongevallen van medewerkers.
2.
Subsidierisico van de gemeenschappelijke regeling. Dit betreft risico’s die WSD loopt als gevolg van de hoogte en verdeling van de rijksbijdrage SW en de budgetten voor beschut werken en banen met loonkostensubsidie, alsmede bovennormale stijgingen van de loonkosten (zoals b.v. in de PW is gebeurd met de invoering van de WAB, of het mogelijk afbouwen van fiscale maatregelen zoals het Loonkostenvoordeel). De budgetten voor de PW afgezet tegen de kostenstijgingen, maken het nog steeds moeilijk om de businesscase rond te krijgen. Dit blijkt ook uit de onderzoeken van Berenschot, Capel Advies en KplusV naar de kosten van de uitvoering van LKS-banen en nut en noodzaak van een detacheringsconstruct. Hier speelt het effect van de met de invoering van de Wab gepaard gaande stijging van de loonkosten met bijna 20% een grote rol. Een ander risico in de PW is het risico van het niet realiseren van het volume instroom. De WSD-gemeenten hebben in het collectief een afspraak dat er in 2025 2.100 arbeidsplaatsen gerealiseerd worden. Mocht dit niet lukken en belandt WSD in een krimpscenario, dan is dat een fors risico. Het nieuwe besluit over de koers en het daarop aansluitende Stimulus programma zijn maateregelen om dit scenario te voorkomen. Bij de subsidierisico’s is aangenomen dat bij de berekening van de maximumvariant WSD in staat is om 50% van de budgetdaling in 3 jaar op te vangen.
In de minimum variant wordt uitgegaan van 75% opvang door ombuigingen.
3.
Risico deelnemingen. Dit zijn de risico’s die voortvloeien uit de private bedrijven van WSD: WSD Holding BV, WSD Participatie BV, Werkpartners BV en Werksupport BV en het lidmaatschap van WSD van De Schoonmaak Coöperatie U.A.. Bij het risico deelnemingen behoren ook de activiteiten die WSD voor de BV’s verricht in de vorm van (backoffice) dienstverlening.
13
Stabiel beeld en heroverweging na realisatie lokale plannen Het bestuur heeft besloten om op basis van de lokale plannen te bezien wat de daaruit voortvloeiende investeringsbehoefte is. Daarvan uitgaande in combinatie met een hernieuwd risicoprofiel zal het benodigde weerstandvermogen van WSD opnieuw worden vastgesteld. Dan wordt eveneens het bestaande dividendbeleid geëvalueerd en eventueel bijgesteld in lijn met de gewenste koers. Naar verwachting zullen de lokale plannen medio 2021 gereed zijn. Uit de nu voorliggende bedrijfsrisicoanalyse blijkt dat het totale risicoprofiel van WSD, ondanks de van effecten vanwege de Coronacrisis, relatief stabiel is. Er is slechts sprake van kleine verschuivingen tussen de diverse risicogebieden. De toename van het bedrijfsrisico is een cumulatief (salderend) effect van de toename in risico’s dat klanten wegvallen en vervangende klanten moeilijker te verleiden zijn en de afname van de afhankelijkheid van enkele grote klanten in de totale klantenportefeuille. Relatieve afhankelijkheid van en aantal grote klanten leidt binnen het model tot een groter risico. De subsidierisico’s en deelnemingsrisico’s ondervinden geen gevolgen vanuit de Coronacrisis. Overzicht maximum bedrijfsrisico’s WSD (Bedragen * € 1.000): Risico Bedrijfsrisico Gem. Regeling WSD Risico subsidie Gem.
Regeling WSD Risico deelnemingen Totaal Risico (maximum positie weerstandvermogen)
2018
2019
2020
2021
Verandering 2021 t.o.v. 2020 100
13.800
13.900
14.100
14.200
3.500
3.300
3.100
3.100
0
100
200
200
200
0
17.400
17.400
17.400
17.500
100
Een nadere specificatie is opgenomen in bijlage 1. Het maximale weerstandvermogen bedraagt € 17,5 mln. De minimumpositie voor de bedrijfsrisico’s is bepaald op € 10,7 mln..
14
4. Financiering Het financiële beleid van WSD zoals vastgesteld door het Algemeen Bestuur in het treasurystatuut WSD d.d. december 2014 vormt mede de basis voor de begroting 2022 en de meerjarenraming 2023 t/m 2025. Uitgangspunt is prudent vermogensbeheer. Sinds de invoering van de Wet Schatkistbankieren eind 2013 zijn de mogelijkheden ten aanzien van het vermogen van WSD verder beperkt. Met het schatkistbankieren worden decentrale overheden verplicht hun overtollige middelen aan te houden bij het ministerie van Financiën. De belangrijkste uitzonderingen zijn hierop het drempelbedrag dat mag worden aangehouden op de eigen rekening-courant (0,75% van het begrotingstotaal) en het onderling uitlenen tussen decentrale overheden indien er tussen beide partijen geen toezichtrelatie is. Volgens de wet mag WSD nu twee zaken met haar middelen doen: 1. Inzetten voor de publieke taak; 2. Aanhouden in ’s Rijks schatkist (schatkistbankieren); Op de bij de schatkist aangehouden middelen wordt momenteel geen rente vergoed. In de begroting 2022 is dan ook geen rekening gehouden met een rentevergoeding. Leningen WSD financiert alle activiteiten met eigen vermogen en hoeft daarvoor geen externe financieringsbronnen aan te wenden.
5. Onderhoud kapitaalgoederen WSD heeft een aantal bedrijfsgebouwen in eigendom en dient deze dan ook zelf te onderhouden. Ultimo 2020 bedraagt de totale boekwaarde van de gebouwen, inclusief grond, terreinvoorzieningen en installaties € 3,5 miljoen. Dit zijn de enige kapitaalgoederen van WSD waarbij sprake is van onderhoudskosten van enige materiële omvang. Onderhoud van de gebouwen gebeurt op basis van een periodiek geactualiseerd meerjarenonderhoudsplan. Op basis van dat plan is sprake van een stabiel uitgavenpatroon en om die reden worden de onderhoudskosten jaarlijks uit de reguliere exploitatie voldaan en is een onderhoudsvoorziening niet noodzakelijk Parallel aan het proces om te komen tot een nieuwe koers voor WSD is in 2019 een nieuwe huisvestingsvisie opgesteld. De in 2019 vastgestelde koers voorziet in samenwerking van WSD en gemeenten waarbij de lokale situatie in het sociale domein wordt versterkt door de expertise van WSD. Wens is dat WSD voor inwoners zichtbaar lokaal aanwezig is in de gemeentelijke structuren. In 2020 zijn alle gemeenten aan de slag gegaan met hun lokale plan voor de uitwerking van de toekomstige samenwerkingsvorm. Mede op basis daarvan vormen we ook een beeld over de toekomstig benodigde huisvesting. Door de Coronacrisis is de ontwikkeling van de lokale plannen minder snel gegaan dan verwacht.
Lokale plannen worden naar verwachting medio 2021 vastgesteld. Aansluitend zullen de huisvestingsplannen van WSD getoetst worden aan de koers en lokale plannen. Het meerjarenonderhoudsplan met bijbehorende meerjaren onderhoudsbegroting zullen op basis hiervan geactualiseerd worden. Het hoofdgebouw van WSD in Boxtel is gedateerd en met name de inrichting sluit niet aan bij de koers en evenmin bij de nieuwe organisatie indeling en de nieuwe manier van werken. Het onderhoud van de gebouwen, inclusief grond, terreinvoorzieningen en installaties is op dit moment gericht op het behoud van het bestaande onderhoudsniveau, totdat er een besluit is genomen over de herinrichting van het pand. Dit besluit wordt in het najaar van 2021 verwacht.
6. Rechtmatigheid Het Algemeen Bestuur heeft het controleprotocol, het normenkader en de toleranties, alsmede de bijgestelde Financiële verordening ex art. 212 gemeentewet vastgesteld. Jaarlijks wordt beoordeeld in hoeverre actualisering van deze kaders aanpassing behoeven wegens relevante wijzigingen in wet- en regelgeving. De formele kaders voor de rechtmatigheid zijn voor 2020 ongewijzigd. De door het bestuur vastgestelde fouttolerantie is 1% en de onzekerheidstolerantie 3%. De rapporteringgrens ligt op 20%. In deze meerjarenraming wordt uitgegaan van bestendiging van voornoemd beleid en kaders. Vanuit Concern control worden op basis van het programma “WSD in Control” periodiek audits uitgevoerd op de kwaliteit van de uitgevoerde interne controles, worden de bevindingen teruggelegd in de organisatie en worden de herstelacties gemonitord. Naast de uitgevoerde audits op processen wordt voor een aantal specifieke balansposten de rechtmatigheid van de mutaties achteraf vastgesteld. De conclusies vanuit het programma ‘WSD in Control’ worden vastgelegd in een eindrapportage die ter kennisname wordt voorgelegd aan het Algemeen Bestuur bij de vaststelling van de jaarrekening.
15
Begroting WSD 2022 en Financiële meerjarenraming 2023 t/m 2025
16
7. Begroting WSD 2022 en Financiële meerjarenraming 2023 - 2025 (bedragen * € 1.000) Detail begroting
Jaarrek. 2020 Bedrijfsresultaat Bedrijfsopbrengsten Grond-, hulpstoffen uitbesteed werk Netto toegevoegde waarde Overige opbrengsten Plusdiensten Resultaat deelnemingen
2021
Begroting 2022
Raming 2023
Raming 2024
Raming 2025
22.971 6.148 16.823 3.831 0
22.132 4.294 17.838 4.711 0
22.663 4.533 18.130 4.830 0
22.894 4.579 18.315 4.950 0
23.194 4.639 18.555 5.070 0
23.500 4.700 18.800 5.210 0
Baten
20.654
22.549
22.960
23.265
23.625
24.010
Salariskosten ambt. medewerkers Externe dienstverlening formatie subtotaal NGA Dienstverlening door derden Afschrijvingen Overige bedrijfskosten
4.886 9.169 14.055 673 921 3.790
4.530 10.660 15.190 740 990 3.188
4.360 10.680 15.040 770 1.050 3.260
4.240 10.800 15.040 800 1.075 3.320
4.120 10.920 15.040 830 1.100 3.350
4.000 11.040 15.040 860 1.125 3.390
Lasten
19.439
20.108
20.120
20.235
20.320
20.415
Totaal bedrijfsresultaat
1.215
2.441
2.840
3.030
3.305
3.595
Subsidieresultaat WSW Budget Wsw Personeelskosten Wsw Uitvoeringskosten begeleid werken
36.636 35.783 697
34.355 34.254 622
33.265 32.582 575
31.815 30.695 540
30.327 28.905 517
28.813 27.127 486
156
-521
108
580
905
1.200
2.702 3.690 0 0
2.297 4.151 647 1.170
2.816 5.282 1.026 1.856
3.067 5.775 1.376 2.541
3.306 6.242 1.702 3.180
3.574 6.766 1.982 3.727
Subsidieresultaat Participatiewet
-988
-2.377
-3.296
-3.873
-4.413
-4.938
Bijdrage gemeenten
229
231
233
233
233
233
Resultaat gemeentelijke bijdrage
229
231
233
233
233
233
-603
-2.667
-2.955
-3.060
-3.275
-3.505
0
0
0
0
0
0
Totaal incidentele lasten en baten
3.146
13
0
0
0
0
Exploitatieresultaat vóór onttrekking
3.758
-213
-115
-30
30
90
460
460
460
460
460
460
545 545
100 100
320 320
310 310
310 310
303 303
0
0
0
0
0
0
54 54
100 100
600 600
625 625
625 625
596 596
0
0
0
0
0
0
4.218
247
345
430
490
550
Subsidieresultaat Wsw Subsidieresultaat PW Begeleidingsbijdragen PW Referentie Loonkosten PW -/- LKS (incl. LIV) Referentie Begeleidingsbijdragen PW Stimulus Loonkosten PW -/- LKS (incl. LIV) Stimulus
Totaal subsidieresultaat
Rentebaten en lasten
Onttrekking bestemmingsreserve Organisatieontwikkeling Doorontwikkeling organisatie Kosten Doorontwikkeling organisatie Onttrekkingen bestemmingsreserves Resultaat Prototypes en Doorontwikkeling Lokale Plannen Kosten Lokale Plannen Onttrekkingen bestemmingsreserves Resultaat Lokale Plannen Resultaat na onttrekking bestemmingsreserves
17
8. Uitgangspunten en toelichting Algemene Kaders De begroting 2022 en de Financiële meerjarenraming WSD 2023 tot en met 2025 worden opgesteld in overeenstemming met de verslaggevingsvoorschriften in het Besluit Begroting en Verantwoording provincie en gemeenten (BBV). In deze begroting en meerjarenraming is er sprake van één programma in de zin van het BBV, zijnde de uitvoering van de Participatiewet (incl. de sociale werkvoorziening oud).
Voor het verloop van de bezetting Wsw en PW wordt uitgegaan van het Stimulusprogramma 2021-2025. Dit programma is in het Dagelijks bestuur van 22 januari 2021 vastgesteld als basis voor de begroting 2022 en meerjarenraming. Het Stimulusprogramma heeft als vertrekpunt de financiële doorrekening in het koersdocument “Gezamenlijk Doorontwikkelen” van het scenario “Break-even”: Voor de Wsw wordt in het Stimulusprogramma gerekend met een geactualiseerde uitstroom van 6,0% per jaar en geen instroom van nieuwe medewerkers. Voor de bezetting PW wordt rekening gehouden met een instroom leidend tot een totale bezetting van 2.100 doelgroepmedewerkers in 2025. Het gaat om de optelsom van personen met een proefplaatsing, een SW- en een PW-dienstverband, of via WSD direct geplaatst en begeleid bij een externe werkgever. Samen met het expertisecentrum betreft dit de basisdienstverlening van de gemeenschappelijke regeling WSD. De basisdienstverlening wordt te zijner tijd opgenomen in de nog aan te passen gemeenschappelijke regeling.
De Plusdiensten bestaan uit diensten die van oudsher door WSD worden aangeboden, zoals intake en diagnose, re-integratietrajecten e.d.. Deze dienstverlening heeft al jarenlang ongeveer dezelfde omvang. In de raming wordt dan ook uitgegaan van stabilisatie hiervan. Daarnaast bestaan de plusdiensten uit nieuwe en innovatieve diensten en methodes die ontwikkeld zijn door gemeenten en WSD gezamenlijk. Het gaat om b.v. inburgering en taal tijdens het werk, jeugdtrajecten, ontwikkelgerichte arbeidsmatige dagbesteding etc. De verwachting is dat deze diensten fors zullen groeien, omdat deze inspelen op urgente lokale behoeften van gemeenten. Voorzichtigheidshalve is aangenomen dat de dienstverlening licht zal groeien t.o.v. de huidige situatie.
De kosten van het expertisecentrum worden geacht grotendeels budget neutraal te zijn. Zowel WSD, gemeenten als eventuele derden brengen hun expertise om niet in. Wel zal er geïnvesteerd moeten worden om het expertisecentrum op gang te brengen (eenmalige investering in b.v. projectleiding) en gefaciliteerd moeten worden met passende huisvesting en ICT/communicatiemiddelen. Deze extra kosten maken onderdeel uit van het invoeringsplan waarvoor middelen worden gereserveerd.
De facilitaire dienstverlening en de uitleen van ambtelijk en overig niet gesubsidieerd personeel aan dochterondernemingen, zoals Werkpartners BV en vice versa geschiedt op basis van werkelijke kosten. Deze dienstverlening is in dienstverleningsovereenkomsten vastgelegd. De opbrengsten uit deelnemingen zijn als separate post opgenomen.
In de begroting en ramingen wordt uitgegaan van het prijspeil januari 2021, tenzij hieronder anders wordt aangegeven.
Uitgangspunten per begrotingspost Vanaf maart 2020 is ten gevolge van de Coronacrisis de exploitatie achtergebleven ten opzichte van de begroting en de voorgaande jaren. Voor de begroting 2022 en verder betekent dit dat de begroting 2021 in belangrijkere mate dan gebruikelijk de basis is. In de detailbegroting 2021 is er vanuit gegaan dat Nederland en WSD in de loop van 2021 geleidelijk uit de crisissituatie naar een nieuwe normaal zal groeien.
De opbrengsten van de diensten en producten die WSD levert worden geraamd op basis van de “genormaliseerde” begroting 2021. Dit is gebaseerd op een reeks van macro budgetten die door het ministerie van SZW is opgegeven.
18
Het WSW-budget wordt, conform de besluiten van de gemeenten, volledig ter beschikking van WSD gesteld. Hierbij wordt rekening gehouden met verwachte budgetaanpassingen als gevolg van lagere uitstroom dan gehanteerd bij de verdeling van het macrobudget voor de komende jaren.
Met betrekking tot de lonen SW wordt uitgegaan van de geldende CAO WSW 2020. Er is nog geen zicht op een CAO voor 2021 e.v. Er wordt derhalve geen CAO stijging begroot en evenmin een loon- en prijscompensatie in het rijksbudget.
Financiering van de plaatsingen onder de Participatiewet vindt plaats middels loonkostensubsidies en begeleidingsvergoedingen. Verder wordt ervan uitgegaan dat de instroom Participatiewet in doorsnee qua samenstelling en loonwaarde gelijk is aan die van de afgelopen jaren.
Inkomsten op grond van fiscale tegemoetkomingen, zoals het Lage Inkomens Voordeel (LIV) en het Loonkostenvoordeel (LKV) worden geraamd op basis van de laatst bekende gegevens.
Volgens het Participatiebudget voor de Nieuwe Doelgroep bedraagt de begeleidingsvergoeding voor 2021 € 5.830 per persoon voor zowel reguliere als beschutte werkplekken. Met dit bedrag is ook gerekend voor de jaren 2022 tot en met 2025. Er is geen prijsindex op toegepast.
De begeleidingsbijdragen voor plaatsingen van vanuit het Stimulus-programma boven het referentie-aantal worden gefinancierd vanuit de daartoe, bij besluit van het Algemeen bestuur dd. 14 juli 2021, gecreëerde bestemmingsreserves.
De CAO voor ambtenaren en ambtelijk volgend personeel liep af per 31 december 2020. Er is nog geen CAO 2021 en volgende jaren.
De overige bedrijfskosten worden geraamd op basis van de “genormaliseerde” begroting 2021.
De additionele kosten om WSD om te vormen naar een wendbare organisatie worden gedekt door de reserve Doorontwikkeling organisatie en zijn budgetneutraal opgenomen in de begroting.
De additionele kosten van samen met de gemeenten op te stellen Lokale Plannen voor doorontwikkeling van de organisatie worden gedekt uit de daarvoor bestemde reserves van WSD en zijn budgetneutraal opgenomen in de begroting.
19
Bijlagen
20
BIJLAGE 1 Gemiddelde bezetting WSD 2021-2025 bron: Budget Wsw 2021 e.v. is primair op basis van de septembercirculaire 2020 rekening houdend met de feitelijke historische uitstroom van 6%. Voor de instroom PW is vanaf 2021 het Stimulus programma de basis leidend tot een totale bezetting van 2.100 personen. Volgens de financiële doorrekening van het Adviesrapport over de koers van WSD Gezamenlijk Doorontwikkelen en de daarop gebaseerde scenarioberekening is 2.100 personen doelgrioepmedewerker nodig om tot een break-even exploitatie in 2025 te komen.
Bezetting Doelgroep