CConstaterende datNuenen
Koppel je AI →
Document · PDF

2021-24 RV RES Bijlage 13 - Reacties concept RES

Gemeenteraad 3 juni 2021, gemeente NuenenBij agendapunt: Input ophalen concept RES 1.044.360 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

Om te komen tot zoekgebieden voor grootschalige opwek wordt nadrukkelijk rekening gehouden met ruimtelijke kwaliteit Hoofdstuk 3: Samen de energieambitie realiseren en de landschapstypen in onze regio. We voeren een planMER uit om alle relevante effecten in kaart te brengen. De - Regionale samenwerking zorgvuldigheid in termen van kwaliteit en draagvlak staat daarbij voorop. Er wordt breed in kaart gebracht welke opties - Participatie: Iedereen doet mee voor opwek en opslag haalbaar zijn binnen de energiestrategie voor onze regio. In de afweging wordt rekening gehouden - Financiële participatie: iedereen moet kunnen profiteren met o.a. potentie en systeem efficiëntie en wordt afstemming gezocht met andere partijen. In het kader van de RES willen we gebruik maken van de kennis en technologie die in de regio aanwezig is. Er is o.a. contact Hoofdstuk 4: Besparen, Duurzame warmte, Duurzame opwek gelegd met Brainport Development en de TU/e (Differ en EIRES) over nieuwe technologie en de concrete kansen die er nu al - Wat is nieuw in de RES 1.0 zijn. Dit verbinden we met de opgaven die voortkomen uit de thema’s binnen de RES.

Om tot een succesvolle ontwikkeling én realisatie te komen van de RES streven wij naar maatschappelijk draagvlak en bewustzijn, onder andere door: - de opbrengsten, in bijvoorbeeld duurzame energie en/of geld, zoveel mogelijk ten goede te laten komen aan de inwoners, bedrijven en instellingen in onze regio, hetzij aan de ontwikkeling van de regio; - te zorgen dat de energietransitie voor iedereen haalbaar en betaalbaar is; - lokaal eigenaarschap van energieprojecten, waarbij we streven naar maximale lokale participatie.

Hoofdstuk 5 - Duurzame warmte De potentie aan duurzame bronnen is groot, maar de vraag is hoeveel van deze potentie daadwerkelijk ingezet kan worden. Dit vraagt een goede voorlichting richting inwoners en bedrijfsleven zodat zij goede keuzes kunnen maken in de route maar een aardgasvrije samenleving.

De afstemming tussen regionaal en lokaal is uitgangspunt voor de aanpak van het thema duurzame warmte richting de RES Hoofdstuk 4: Besparen, Duurzame warmte, Duurzame opwek 1.0. In de RES 1.0 geven wij inzicht in de mogelijke wisselwerking tussen lokale bronnen en de regionale bronnen en - Duurzame warmte infrastructuren en welke scenario’s voor warmtevoorziening er daarbij zijn. Voorlichting richting inwoners past bij de lokale gesprekken voor de lokale transitievisie Warmte en Warmteplannen. het regionale perspectief kan hier als ondersteuning dienen.

Hoofdstuk 6 - Van strategie naar uitvoering Om te zorgen dat de lusten en lasten eerlijk verdeeld worden is het belangrijk dat er afspraken gemaakt worden over de sociale en financiële participatie. Uitgangspunt hierbij is maximale lokale participatie en het maximaal lokaal benutten van de opbrengsten. In het proces richting RES 1.0 dienen de inwoners actief betrokken te worden om op deze manier draagvlak te creëren of weerstand te voorkomen / verminderen. Acceptatie door de gemeenschap is van wezenlijk belang. De 21 MRE-gemeenten bevinden zich in een regio waar veel innovatie plaatsvindt. Hoe kunnen we deze innovatie nog beter en slimmer benutten in de transitie naar een schone energievoorziening? En hoe leggen we hierbij de link met de lokale voorlopers? En hoe kunnen we ons, als regio of als individuele gemeente, positioneren als proeftuin voor de energietransitie? De raad maakt zich zorgen over de zogenaamde "energie cowboys". Het is zaak dat de regio zich stevig weert tegen de energie cowboys. De inspanningen en de regionale overheden moeten echt ten goede komen van de inwoners en niet leiden tot onevenredige verrijking van bedrijven of individuen.

In het kader van de RES willen we gebruik maken van de kennis en technologie die in de regio aanwezig is. Er is o.a. contact Hoofdstuk 2: Metropoolregio Eindhoven gelegd met Brainport Development en de TU/e (Differ en EIRES) over nieuwe technologie en de concrete kansen die er nu al - Economie, mobiliteit, transitie landelijk gebied en energietransitie zijn. Dit verbinden we met de opgaven die voortkomen uit de thema’s binnen de RES. - Toptechnologie regio Brainport: Inzet op energie-innovaties Om tot een succesvolle ontwikkeling én realisatie te komen van de RES streven wij naar maatschappelijk draagvlak en bewustzijn, onder andere door: Hoofdstuk 3: Samen de energieambitie realiseren - de opbrengsten, in bijvoorbeeld duurzame energie en/of geld, zoveel mogelijk ten goede te laten komen aan de inwoners, - Regionale samenwerking bedrijven en instellingen in onze regio, hetzij aan de ontwikkeling van de regio; - Participatie: Iedereen doet mee - te zorgen dat de energietransitie voor iedereen haalbaar en betaalbaar is; - Financiële participatie: iedereen moet kunnen profiteren - lokaal eigenaarschap van energieprojecten, waarbij we streven naar maximale lokale participatie.

Motie Regionale Energiestrategie In de raadsvergadering van 25 juni 2020 is een motie RES ingediend. Deze motie (met vier beslispunten) is deels aanvaard. Aanvaard zijn de volgende twee beslispunten: •Om in samenspraak met de collega's te zoeken naar de mogelijkheid om waterstofproductie in de nabijheid mogelijk te maken. •Zich ook in te zetten voor andere, nog te ontwikkelen energiebronnen, die zonder belasting van het milieu en of omgeving inzetbaar zijn c.q. toegepast kunnen worden.

Er wordt breed in kaart gebracht welke opties voor opwek en opslag haalbaar zijn binnen de energiestrategie voor onze regio. In de afweging wordt rekening gehouden met o.a. potentie en systeem efficiënte. In het kader van de RES willen we gebruik maken van de kennis en technologie die in de regio aanwezig is. Er is o.a. contact gelegd met Brainport Development en de TU/e (Differ en EIRES) over nieuwe technologie en de concrete kansen die er nu al zijn. Dit verbinden we met de opgaven die voortkomen uit de thema’s binnen de RES.

Hoofdstuk 2: Metropoolregio Eindhoven - Toptechnologie regio Brainport: Inzet op energie-innovaties Hoofdstuk 4: Besparen, Duurzame warmte, Duurzame opwek - Nieuwe ontwikkelingen

2020-09-09

Gemeente formeel Geldrop-Mierlo

Hoofdstuk 1 - Samen de energie ambitie realiseren Wij vinden het belangrijk dat inwoners, maatschappelijke partners en bedrijfsleven nauw betrokken worden bij dit proces. Wij zijn dus positief over deze aanpak. Wel vinden wij het belangrijk dat op korte termijn concreter gemaakt wordt hoe deze partijen betrokken worden en hoe hun inbreng meegenomen wordt. Wat ons betreft kunnen we hier nu al mee aan de slag. Participatie zal voor een deel regionaal georganiseerd moeten worden, maar wij vinden het ook belangrijk om lokaal inwoners te betrekken. Om draagvlak te creëren is het belangrijk dat inwoners binnen hun eigen gemeente in dit proces kunnen participeren. Wij vragen u dan ook om hierbij gemeenten te ondersteunen met bijvoorbeeld communicatiemiddelen en uw proces zo in te richten dat de lokale inbreng ook meegenomen wordt bij het verder uitwerken van de RES 1.0. Wij zijn op dit moment bezig met ons omgevingsbeleid, onze transitievisie Warmte, onze duurzaamheidsnota en onze beleidsvisie zon en wind. De RES zal in al deze stukken een plaats krijgen. Wij zijn het er dan ook mee eens dat zoekgebieden verankerd worden in het omgevingsbeleid van alle betrokken overheden. Afstemming moet echter niet alleen voor zoekgebieden plaatsvinden. Ook de besparings- en de warmteopgave zullen een plaats moeten krijgen in lokaal omgevingsbeleid.

Het is wenselijk dat afstemming op al deze onderwerpen tussen overheden plaatsvindt en dat dit vanuit de RES opgepakt wordt. Verder vinden wij het belangrijk dat op korte termijn, maar in ieder geval voor vaststelling van de RES 1.0, uitgewerkt wordt hoe de uitvoering van de RES geborgd wordt. Belangrijk is dat wij na vaststelling van de RES 1.0 meteen de eerste stappen kunnen zetten in de uitvoering van de gemaakte plannen. Samenwerken met onze regio-gemeenten kan hier zeker aan bijdragen. Wij staan er dan ook open voor om te verkennen op welke onderwerpen samenwerking mogelijk is.

De ambitie is om in de Metropoolregio Eindhoven een RES te maken die gezamenlijk gedragen is, die gebiedsgericht is en die Hoofdstuk 3: Samen de energieambitie realiseren energieprojecten verbindt aan andere ruimtelijke, infrastructurele of sociale opgaven. In de periode voorafgaand aan deze - Regionale samenwerking concept-RES zijn de diverse partijen op verschillende momenten geïnformeerd en geconsulteerd/bevraagd over en - Participatie: Iedereen doet mee meegenomen in de achtergrond, de opgave en het proces van de RES. In het proces naar de RES 1.0, in de 2e helft van 2020 - Financiële participatie: iedereen moet kunnen profiteren en in de 1e helft van 2021, gaan we concreter - regionaal en lokaal - in gesprek met partners, inwoners en belanghebbenden over locaties, projecten en activiteiten. Voor de verschillende thema’s. Een agenda met bijeenkomsten is terug te vinden op Hoofdstuk 5: Stap voor stap naar uitvoering nieuwe website www.energieregiomre.nl. Er worden tools beschikbaar gesteld voor de lokale bijeenkomsten. - Doorvertaling omgevingsbeleid Het is een belangrijk aandachtspunt dat ook besparing en warmte een plek moeten krijgen in de lokale omgevingsplannen. - Doorkijk naar 2030 Om de gemeenten hiermee te helpen wordt dit najaar een serie masterclasses georganiseerd voor de RO-ambtenaren in de regio over de koppeling RES-Omgevingswet.

Uitvoering is inderdaad een belangrijk aandachtspunt: hoe gaan we dit organiseren? Op welk schaalniveau? Het Team MRE gaat niet over de uitvoering, maar we zullen wel de verkenning hierover faciliteren, zoals ook het MRE Werkprogramma voor 2021 wordt opgenomen.

Hoofdstuk 2 - Onze aanpak voor de (concept) RES Er is inderdaad voor gekozen om de analyse vanuit de technische potentie te starten. In de komende periode gaan wij aan Wij staan achter de leidende principes, het kader en de vier ontwikkelrichtingen. Wel zien wij bredere mogelijkheden om aansluiting te zoeken bij andere opgaven. Nu de hand van een PlanMER-procedure zorgvuldig naar de zoekgebieden voor grootschalige opwek kijken, die uit de eerste wordt alleen gekeken naar opgaven die direct te koppelen zijn aan de energietransitie, maar het is wenselijk ook maatschappelijke opgaven die geen directe link hebben analyse naar voren zijn gekomen. In het planMER worden omgevings- en milieuaspecten onderzocht en de mogelijke mee te nemen. (financiële) koppelingen met brede thema’s die in de concept-RES naar voren zijn gekomen, zoals nieuwe economische Wij zijn positief over de ambitie om de RES als hefboom voor kwaliteitsverbetering in te zetten. In het vervolgtraject moet dit echter wel concreter gemaakt worden. dragers, klimaatadaptatie, natuurontwikkeling en impact op de netinfrastructuur. Dit vormt de basis voor verdere Een verdere uitwerking van wat de ontwikkelrichtingen inhouden en hoe wij hiermee tot kwaliteitsverbetering gaan komen is gewenst. Ook zien wij graag uitgewerkt afwegingen. hoe afstemming tussen de verschillende opgaven en taakvelden regionaal geborgd gaat worden.

Goede inbreng om de langere termijn (na 2030) niet uit het oog te verliezen: hier zullen we in het proces richting RES 1.0 Verder wordt genoemd dat de visie voor 2050 bepaalt wat er nu moet gebeuren (backcasting). In de concept-RES wordt deze visie voor 2050 echter niet genoemd. Wij handen en voeten aan gaan geven. kunnen ons erin vinden dat de focus vooralsnog op 2030 ligt, maar wel moet geborgd worden dat op termijn (bijvoorbeeld vanaf 2027) gestart wordt met het opstellen van beleid voor na 2030. Daarnaast is het zinvol langere termijn ambities regionaal te bespreken.

Hoofdstuk 1: Opgave en kader - Opgave en ambitie - Het proces naar RES 1.0 en verder - De RES als hefboom voor andere regionale opgaven Hoofdstuk 5: Stap voor stap naar uitvoering - Doorkijk naar 2030

Hoofdstuk 3 - Besparing Wij zijn blij dat besparing als belangrijk onderdeel van de RES wordt gezien. In het stuk zelf mag dit wat ons betreft nog meer onderstreept worden. Wij staan volledig achter het standpunt dat wij door sterk in te zetten op besparing onze opgave voor duurzame opwek zo veel mogelijk moeten zien te beperken. Wij zijn positief over een energiebesparingsplan. Wij staan achter het uitgangspunt dat de aanpakken in dit plan technisch mogelijk, financieel haalbaar en maatschappelijk acceptabel moeten zijn. Daarom vinden wij dat ook de kosten van maatregelen in beeld gebracht moeten worden. De energietransitie moet eerlijk en rechtvaardig zijn, dus besparing moet ook mogelijk worden gemaakt voor inwoners met beperkte middelen. Wel moet verder uitgewerkt worden hoe de resultaten van dat plan gemonitord worden. Want hoe bepalen we of we op koers liggen om het doel van optimale of maximale besparing te behalen? Wij verzoeken u een concretere doelstelling op te nemen, daar waar mogelijk deze doelen in cijfers uit te drukken en de besparingsambities SMART te maken. Zo stelt het Platform Duurzaam voor om op te nemen dat in 2050 de gehele gebouwde omgeving zelf in haar energie voorziet. Verder moet ook de uitvoering van het energiebesparingsplan geborgd wordt. Afstemming over wat lokaal en wat regionaal opgepakt wordt, is hier onderdeel van.

Ruimte voor lokale inbreng is gewenst, maar daar waar door samenwerking efficiëntie behaald kan worden, moet dit zeker benut worden. Onze pilot op bedrijventerrein de Spaarpot is hier een goed voorbeeld van. Onze aanpak is afgestemd op de lokale situatie, maar door de samenwerking met VNO-NCW worden kennis en aanpakken regionaal gedeeld. Ook zien wij het belang van een nauwe samenwerking met de betrokken doelgroepen en andere stakeholders. Besparing is juist een opgave waar wij als gemeente minder invloed op hebben, omdat besparing alleen gebeurt als inwoners, instellingen en bedrijven hier zelf voor kiezen. Besparing is immers in veel gevallen geen verplichting. Aandacht moet daarom besteed worden aan hoe wij inwoners, instellingen en bedrijven in dit proces meenemen, zeker gezien de recente berichtgeving over terugverdientijden. Om stappen te zetten moeten we de energietransitie aantrekkelijk maken voor hen en moeten we ze in dit proces faciliteren. Gedacht kan bijvoorbeeld worden aan collectieve aanpakken. Daarbij moet er voor gewaakt worden dat praktische belemmeringen de noodzakelijke transitie niet in de weg staan. Wij verzoeken u dit ook mee te nemen in de aanpakken in het energiebesparingsplan. Natuurlijk moeten wij als gemeente wel het goede voorbeeld geven. Hoe wij deze rol verder oppakken werken wij uit in onze duurzaamheidsnota.

Echter wat ons betreft zou het sterk zijn als wij hier als regio een concrete ambitie in uitspreken. Daarnaast zijn wij positief over het maximaal bevorderen van kleinschalige opwek. Hiervoor is een regionale aanpak wenselijk.

Er is in de fase van de concept-RES geen generieke doelstelling voor het onderdeel besparing opgenomen. De Hoofdstuk 4: Besparen, Duurzame warmte, Duurzame opwek besparingsaanpak wordt afgestemd op de doelgroep, de stakeholders en het gebouw. Deze aanpak wordt uitgewerkt in - Wat is nieuw in de RES 1.0 energiebesparingsplannen per doelgroep. Hierin wordt per doelgroep en soort gebouw in beeld gebracht welke - Besparen besparingsaanpak (route, aanbod, communicatie) hier het beste bij aansluit en dus het grootste effect zal hebben. Monitoring en uitvoering zijn belangrijke aandachtspunten. In het proces naar de RES 1.0, in de 2e helft van 2020 en in de 1e helft van 2021, gaan we concreter - regionaal en lokaal - in gesprek met partners, inwoners en belanghebbenden over locaties, projecten en activiteiten. Voor de verschillende thema’s. We werken samen met o.a. VNO/NCW, Brainport Development, terreinbeheerders, kennisinstellingen, woningcorporaties en lokale energiecoöperaties.

Hoofdstuk 4 - Duurzame opwek Wij zijn positief over het zoekgebied dat in onze gemeente aan de A67 is opgenomen (tussen Geldrop en Mierlo). Dit is het gebied waar het college zelf ook mogelijkheden ziet voor grootschalige opwek. Over het zuidwestelijke puntje van onze gemeente ligt ook een zoekgebied. Wij zijn benieuwd welke mogelijkheden voor duurzame opwek hier gezien worden. In onze eigen inventarisatie komt dit gebied niet direct naar voren als een gebied waar veel mogelijkheden zijn voor duurzame opwek. Wij vragen u daarom duidelijker inzicht te geven in hoe zoekgebieden tot stand gekomen zijn en hoe u duurzame opwek in deze gebieden voor u ziet. Verder zien wij eventueel mogelijkheden voor duurzame opwek op Gulbergen. Dit zal echter pas verder onderzocht kunnen worden als er meer duidelijkheid is over de toekomst en ontwikkelrichting van dit gebied. Dit betekent dat dit gebied niet in de RES 1.0 opgenomen kan worden, maar eventueel pas terugkomt in een latere actualisatie. Wij staan achter de aanpak om, via onder andere een planMER, bij alle zoekgebieden de effecten van duurzame opwek op deze gebieden in kaart te brengen. Hierbij vinden we het belangrijk dat er aandacht is voor natuur en landschappelijke inpassing. Wij vragen u daarom ook zorgvuldig te kijken naar de kritiek die Brabantse Milieufederatie (BMF) en ons lokale Platform Duurzaam op dit punt geleverd heeft.

Er moet onderzocht worden of de ladders die zij voorstellen een plaats in de RES kunnen krijgen. Toch kan onze opgave ook juist een positief effect hebben op natuur door opbrengsten van duurzame opwek in natuur te investeren. Als wij de effecten van duurzame opwek per zoekgebied in beeld hebben kunnen we bewust kiezen om voor 2030 juist die gebieden te ontwikkelen waar de negatieve effecten van duurzame opwek het meest beperkt zijn. Hierover zullen we wel regionaal het gesprek moeten voeren. Want hoe worden de lusten en lasten van grootschalige opwek eerlijk over de gemeenten verdeeld? Solidariteit is hierbij belangrijk. Wij zien graag snel een plan van aanpak met planning voor de verdere uitwerking van de zoekgebieden. Hierin moet ook beschreven worden wat de rol van de gemeente is en wat de rol van de regio is. Dit is nodig om onze lokale plannen af te stemmen op de RES. Wij zien verder ook een kans om een aanpak voor het stimuleren van no-regret maatregelen regionaal op te pakken. Zonder deze aanpak is niet goed te onderbouwen waarom wij regionaal zoekgebieden in het buitengebied aanwijzen, zonder dat wij investeren in de eerste twee treden van de zonneladder. Een versnelling van zon op dak is dus nodig. Deze is echter ingewikkeld omdat je te maken hebt met veel verschillende belangen en er (nog) geen wetgeving is die zon op dak verplicht maakt.

Een complex probleem dus waarbij regionale samenwerking meerwaarde kan bieden. Ook stellen wij voor te onderzoeken of het rijk in deze opgave kan ondersteunen.

We zetten als eerste in op no-regret maatregelen en we geven randvoorwaarden aan richting Rijk en provincie die nodig zijn Hoofdstuk 4: Besparen, Duurzame warmte, Duurzame opwek om dat mogelijk te maken. Ook innovatieve oplossingen worden meegenomen. - Wat is nieuw in de RES 1.0 - Duurzame opwek Er wordt breed in kaart gebracht welke opties voor opwek en opslag haalbaar zijn binnen de energiestrategie voor onze regio. In de afweging wordt rekening gehouden met o.a. potentie en systeem efficiëntie en wordt afstemming gezocht met andere partijen. In het planMER worden omgevings- en milieuaspecten onderzocht en de mogelijke (financiële) koppelingen met brede thema’s die in de concept-RES naar voren zijn gekomen. Iedere gemeente is verantwoordelijk voor een deel van de opgave. Voor elke gemeente gelden dezelfde regels en verwachtingen.

Hoofdstuk 5 - Duurzame warmte Wij zijn positief over een regionale aanpak en zien de noodzaak voor het maken van regionale afspraken over gemeentegrensoverstijgende opgaven en warmtebronnen. Hierbij is het wel belangrijk dat concreet gemaakt wordt wat de rol van de gemeente is en wat de rol van de regio is. Een verdere uitwerking van hoe afstemming plaatsvindt is gewenst. Ook zien wij de noodzaak van een goede afstemming met Enexis. Daarbij moet niet alleen gekeken worden naar wat duurzame opwek voor het netwerk betekent, maar ook naar wat nodig is om de extra elektravraag als gevolg van de warmtetransitie aan te kunnen als wij in 2050 aardgasloos zijn. Ook moet gekeken worden naar het effect van klimaatverandering (minder koude winters en warmere zomers) op onze warmte (en koude) vraag. Wij zullen Enexis dus zeker betrekken bij onze Transitievisie Warmte (TVW) en ook bij onze opgave voor grootschalige opwek. Ook lijkt het ons goed om te verkennen of wij als regio een standpunt in kunnen en willen nemen met betrekking tot biomassa als duurzame warmtebron. Daarnaast zullen de verschillende opgaven op elkaar afgestemd moeten worden. Wij vragen ons bijvoorbeeld af in hoeverre bij warmte gerekend wordt met de maximale besparing die in hoofdstuk 3 geschetst wordt. Een besparing van 24% van warmte klinkt niet maximaal.

Ook vragen wij ons af of en zo ja hoe rekening wordt gehouden met zonthermie bij de keuze voor locaties voor duurzame opwek.

De afstemming tussen regionaal en lokaal is uitgangspunt voor de aanpak van het thema duurzame warmte richting de RES 1.0. In de RES 1.0 geven wij inzicht in de mogelijke wisselwerking tussen lokale bronnen en de regionale bronnen en infrastructuren en welke scenario’s voor warmtevoorziening er daarbij zijn. Voor alle opties voor duurzame warmte wordt een SWOT-analyse uitgevoerd. De resultaten daarvan dienen als input voor de scenario’s en visie die op regionaal niveau worden opgesteld en besproken. De netcapcaciteit is inderdaad een essentieel aspect, zowel bij grootschalige opwek als bij warmte. Enexis is goed aangehaakt in ons proces, zowel op ambtelijk als op bestuurlijk niveau. Het thema biomassa is door meerdere partijen ingebracht; dit heeft onze aandacht.

Alle gemeenten dragen naar vermogen bij aan de RES en de realisatie daarvan. We bewaken de ruimtelijke kwaliteit door expliciet te streven naar: - maximale inzet op besparing, zuinig en meervoudig ruimtegebruik; - het benutten van de gebiedspecifieke meekoppelkansen; - waar mogelijk energievraag en -aanbod zo dicht mogelijk bij elkaar te houden; - het hanteren van de ‘zonneladder’ bij het bepalen van de locaties voor zonne-energie. De ambitie is om in de Metropoolregio Eindhoven een RES te maken die gezamenlijk gedragen is, die gebiedsgericht is en die energieprojecten verbindt aan andere ruimtelijke, infrastructurele of sociale opgaven. In het proces naar de RES 1.0, in de 2e helft van 2020 en in de 1e helft van 2021, gaan we concreter - regionaal en lokaal - in gesprek met partners, inwoners en belanghebbenden over locaties, projecten en activiteiten.

Hoofdstuk 4: Besparen, Duurzame warmte, Duurzame opwek - Wat is nieuw in de RES 1.0 - Nieuwe ontwikkelingen - Duurzame warmte

Hoofdstuk 6 - Van strategie naar uitvoering Er is een procesplan opgesteld en besproken met de stuurgroep RES met het tijdspad naar RES 1.0. Dit wordt periodiek Hoofdstuk 1: Opgave en kader Wij zijn positief over de te nemen stappen, maar willen wel snel meer duidelijkheid over wat deze stappen betekenen. Een plan van aanpak met planning is gewenst. Er geactualiseerd. - Het proces naar RES 1.0 en verder moet uitgewerkt worden wat de verschillende stappen inhouden en wat zij gaan opleveren. Daarbij vragen wij in deze planning nadrukkelijk aandacht voor het De komende periode worden raadsleden intensiever betrokken bij het RES-proces. In de vorm van webinars, vragenuurtjes betrekken van de raad. Raadsleden moet gedurende het traject mogelijkheden geboden worden om input te geven op de RES 1.0. Om deze voor juli 2020 vast te kunnen en inloopbijeenkomsten, zowel op regionaal niveau als aansluitend bij de lokale ontwikkelingen/discussies over lokaal Hoofdstuk 3: Samen de energieambitie realiseren stellen moeten zij immers achter deze strategie staan. beleid.

- Regionale samenwerking Aangegeven wordt dat afspraken gemaakt moeten worden over de verankering van onze leidende principes in beleid, over sociale en financiële participatie, over de Wij onderschrijven uw oproep om afspraken te maken over de verankering van de leidende principes in het gemeentelijke - Participatie: Iedereen doet mee uitvoering van het energiebesparingsplan en over de monitoring van de resultaten die we boeken. Wij staan hier achter maar willen benadrukken dat deze afspraken beleid. De komende periode zullen de werkgroepen tot een concretiseringsslag komen. - Financiële participatie: iedereen moet kunnen profiteren ook concreet moeten worden. Hiervoor is op korte termijn een uitgewerkt voorstel nodig dat subregionaal en in de stuurgroep besproken kan worden. Ook is het nodig In de praktijk werken we toe naar minimaal 50% lokaal eigendom, waarbij we het Klimaatakkoord volgen. Bij lokaal hier te bespreken hoe wij na de RES 1.0 borgen dat de gemaakte plannen ook uitgevoerd worden. eigendom hoort ook dat de inwoners en bedrijven in de MRE-regio het eigen vermogen van het lokale aandeel bij elkaar Hoofdstuk 5: Stap voor stap naar uitvoering Wij zijn positief over de inzet op een grote mate van participatie, maar hebben behoefte aan de concrete invulling hiervan en ondersteuning hierbij.

Zeker in de huidige (kunnen) brengen en er de mogelijkheid is voor iedereen om mee te kunnen doen (kleine participaties). Dit zijn zaken die wij - Doorvertaling omgevingsbeleid tijd, waar vaak alternatieven gezocht moeten worden voor de gebruikelijke vormen van participatie. in de komende periode gaan onderzoeken en bespreken. Ook kijken we hoe gemeenten kunnen participeren in het lokale - Doorkijk naar 2030 Maximale lokale participatie en maximaal lokaal benutten van de opbrengsten is een mooi streven, maar een verdere uitwerking van wat maximaal inhoudt is nodig om eigendom en hoe zij haar inwoners daarmee kunnen helpen in de energie- en/of warmtetransitie. dit streven in regels te borgen en vervolgens te kunnen monitoren of dit streven ook bereikt wordt. Zo voorkomen we dat situaties kunnen ontstaan waar participatie In het kader van de RES willen we inderdaad gebruik maken van de kennis en technologie die in de regio aanwezig is. Er is onvoldoende wordt meegenomen. o.a. contact gelegd met Brainport Development en de TU/e (Differ en EIRES) over nieuwe technologie en de concrete kansen Wij pleiten ervoor dat participatie hier in de brede zin van het woord gezien wordt. Want bij participatie gaat het niet alleen om ‘eigendom’ in juridische zin, maar ook die er nu al zijn. Dit verbinden we met de opgaven die voortkomen uit de thema’s binnen de RES.

Het thema 'Onderwijs en om zeggenschap en gelijkwaardigheid. Zeker ook omdat financiële participatie niet voor alle omwonenden wenselijk of mogelijk zal zijn. Dit vraagt er ook om dat arbeidsmarkt' in relatie tot de energiestrategie wordt meegenomen in het vervolg en er is inmiddels een startnotitie over nagedacht wordt over hoe lokale partijen en energiecoöperaties ondersteund kunnen worden in dit proces. dit thema opgesteld en besproken met de stuurgroep. Verder vinden wij dat nadrukkelijker ingezet moet worden op innovatie. Als Brainportregio moeten we innovatie stimuleren en nu al kansen benutten om innovatieve ideeën in de praktijk toe te passen. Hierbij moet ook zeker gedacht worden aan innovatie op het gebied van opslag en transport van energie. Als wij meer energie duurzaam gaan opwekken zal het ook steeds belangrijker worden dat wij energie kunnen opslaan om schommelingen in opwek op te kunnen vangen. Wij vragen u in de RES 1.0 meer aandacht aan dit onderwerp te schenken. Over het algemeen geldt dat snelle concretisering nodig is om lokaal verder te kunnen met het integreren van de RES in lokaal beleid en op deze manier lokaal de uitvoering van de RES te borgen. Dit betekent ook dat in onze gemeente opnieuw gekeken moeten worden naar onze ambitie om in 2040 energieneutraal te worden.

De mogelijkheden voor duurzame opwek binnen onze gemeentegrenzen die in de RES geschetst worden zijn onvoldoende om deze ambitie waar te maken. Wij zullen dit nader onderzoeken in onze duurzaamheidsnota.

9-9-2020

Gemeente Someren

formeel

De volgend berichten, die ná de behandeling in de raadsvergadering zijn binnengekomen, geven aanleiding tot enkele aanscherpingen op onze eerdere reactie richting Het vraagstuk van de beperkingen in de netcapaciteit staat inderdaad hoog op de agenda. Er worden bestuurlijke gespekken Hoofdstuk 4: Besparen, Duurzame warmte, Duurzame opwek onze gemeenteraad: gevoerd om deze kwestie ook landelijk goed onder de aandacht te brengen, omdat dit ook aanpassingen in de wetgeving - Netinfrastructuur en programmering *het e-mailbericht van ENEXIS, van 8 juli 2020, over transportschaarste in Zuid Nederland, gericht aan alle gemeenten in de MRE-regio; vergt. Enexis is overigens goed aangehaakt in ons proces, zowel op ambtelijk als op bestuurlijk niveau. *het lokale ambtelijk overleg met ENEXIS over de impact, van slechts 1 zonnepark met een aansluitcapaciteit t/m 6 kVA in de Lungendonk, op het 10 kV-net op het grondgebied van Gemeente Someren, vanaf het netstation Helmond-Zuid tot de noordzijde van de kern Lierop1; * een landelijke persbericht van netbeheerder Liander, van 11 augustus 2020, naar aanleiding van de verhouding tussen zon- en wind in de RES-sen overall. Zoals bij u bekend loopt Gemeente Someren in de MRE-regio voorop ten aanzien van de ontwikkeling en realisatie van zonneparken.

Nadat in 2019/2020 voor 50 ha zonneparken van de eerste tranche zijn vergunningen verleent, heeft onze gemeen-teraad op 2 juli 2020 de (tweede) ‘Evaluatie beleid zonneparken en windmolens 2020’ vastgesteld. Op 28 juli 2020 is op basis van de evaluatie de tender zonneparken voor de tweede tranche van 50 MW in de markt gezet. Wij lopen hiermee als één van de eerste gemeenten in de MRE-regio tegen de praktische gevolgen van de afgekondigde transportschaarste aan. Wij wijzen u er in dit kader nadrukkelijk op, om de punten 4.11 t/m 4.16 (aanvul-lende standpunten van het college van B&W van Someren) mee te nemen in de verdere uitwerking naar RES MRE 1.0 in de reactie naar NPRES (het Rijk). Hoofdstuk 1: Samen de energie ambitie realiseren Wij onderschrijven uw punten. 1.1. Wij zien de Concept RES MRE als een belangrijke tussenstap in het proces naar de RES MRE 1.0. Alle colleges en gemeenteraden krijgen nu een eerste zicht op hoe sterk wij moeten inzetten op energiebesparing, en in het bijzonder het sterk terugdringen van de warmtevraag van de bestaande gebouwde omgeving. Maar ook hoe groot ons gezamenlijk bod en daarmee collectieve opgave voor grootschalige opwek met zon en wind, is.

Voor het onderdeel warmte geeft de RSW een eerste inzicht in de mogelijke vervangende duurzame bronnen waarmee wij de warmtevraag invullen richting 2050, het jaar waarin we uiterlijk aardgasvrij moeten zijn.

Hoofdstuk 3: Samen de energieambitie realiseren - Regionale samenwerking Hoofdstukl 5: Stap voor stap naar uitvoering - Doorkijk naar 2030

1.2. Uit de RES komen projecten voort die meerdere gemeenten raken. Ook hebben we elkaar nodig om in 2050 uiteindelijk klimaatneutraal te zijn. Door samen te werken kunnen we hier op een effectieve en efficiënte wijze invulling aan geven aan onze lokale, subregionale en regionale opgaven. 1.3. Het opstellen van de Concept RES MRE heeft geresulteerd in zeer goede samenwerking in de subregio De Peel op het gebied van de Energietransitie, zowel op bestuurlijke en ambtelijke vlak. 1.4. Wij hebben bewust gekozen om de RES MRE zo veel mogelijk met eigen mensen op te stellen. Zo blijft de opgedane kennis voor het vervolg in de RES 1.0, 2.0 en verder, maar ook voor de verankering in lokaal beleid, zoals de Omgevingsvisie en Omgevingsplannen en verder lokaal beleid en uitvoering voorhanden. 1.5. Exact op de dag waarop landelijk de eerste beperkende maatregelen in de strijd tegen Corona werden afgekondigd zouden ’s avonds de gemeenteraden en inwoners van de MRE in het Evoluon in Eindhoven worden geïnformeerd over het proces dat we hebben gevolgd bij het opstellen van de Concept RES MRE, zoals die nu ter consultatie aan u voorligt. Wij hadden graag gezien dat wij u op een andere wijze en eerder hadden kunnen informeren, dan de Webinars die in juni als vervanging van die fysieke informatie bijeenkomst in maart is gehouden.

In het vervolgproces naar RES MRE 1.0 zullen wij u en de inwoners uitgebreid betrekken. Hoofdstuk 2 - Onze aanpak voor de (concept) RES Wij onderschrijven uw punten. De komende periode worden raadsleden intensiever betrokken bij het RES-proces. In de 2.1 Wij onderschrijven de bovenvermelde aanpak geheel. Wij gaan zorgvuldig om met onze waardevolle landschappen en natuurgebieden. Het grote zoekgebied voor vorm van webinars, vragenuurtjes en inloopbijeenkomsten, zowel op regionaal niveau als aansluitend bij de lokale zonneparken ligt daarom in de jonge heideontgingen in het zuidwesten van onze gemeente. Dit is zowel het grootste gebied als het gebied met de grootste draagkracht ontwikkelingen/discussies over lokaal beleid. van het landschap alle landschapstypen, waar volgens ons gemeentelijke ‘Beleid zonneparken in het buitengebied 2017’ zonneparken gerealiseerd kunnen worden. 2.2. Wij zoeken nadrukkelijk de meekoppelkansen met andere ontwikkelingen in het buitengebied, zoals waterberging, Transitie landelijk gebied en VAB locaties. Het ontwikkelen van zonne- en windparken biet economische kansen voor de agrarische sector die nu gelijktijdig met meerdere transities geconfronteerd wordt.

Hoofdstuk 3: Samen de energieambitie realiseren - Regionale samenwerking - Participatie: Iedereen doet mee

Raadsmotie: R1.1 Burgerparticipatie optimaal te benutten bij de verdere uitwerking naar de RES MRE 1.0 en verder en de uitvoering die daar aansluitend uit voort vloeit

Hoofdstuk 3 - Besparing 3.1 Wij zetten maximaal in op energiebesparing, waarbij de nadruk op het verklei-nen van de warmtevraag in de bestaande gebouwde omgeving ligt. Daar ligt namelijk onze grootste uitdaging en opgave. Zoals in het rapport Concept RES MRE gaan we in de verdere uitwerking van de RES MRE 1.0 per doelgroep in gesprek met vertegenwoordigers van die doelgroep over welke besparing technisch maar vooral ook financieel mogelijk en maatschappelijk haalbaar zijn. Instrumenten die het Rijk mogelijk zal moeten maken, zoals gebouwgebonden financiering zijn noodzakelijk om inwoners en bedrijven echt in de uitvoerings-stand te krijgen. 3.2 Van bedrijven in de Brainportregio verwachten wij inzet op innovatieve bouw- en installatiemethoden, waardoor het energieneutraal maken van woningen goedkoper en sneller kan. Opleidingsinstituten in onze regio dienen te zorgen voor het opleiden van grote getalen vaklieden (MBO-ers) tot en met ingenieurs die zorg gaan dragen voor het fysiek op grote schaal aanpakken van bestaande woningen en bedrijfspanden.

Hoofdstuk 4 - Duurzame opwek 4.1 Wij onderschrijven als college van de gemeente Someren het regionale bod van 2,0 TWh voor de tot 2030 in de gehele regio te realiseren zon en wind-parken. Dit bod is de som van 0,7 TWh van projecten in de pijplijn (vooral zon op grote daken met SDE+ subsidie) 0,2 TWh grootschalig op daken van industrie en (agrarische) bedrijven, 0,5 TWh aan wind en zon in de Kempen en 0,6 TWh aan wind en zon in de rest van de MRE-regio. 4.2 De landschappen en intensiteit waarin grootschalige zonneparken in de gemeente Someren in de Concept RES MRE zijn opgenomen zijn geheel in lijn met het beleid ‘Beleid zonneparken in het buitengebied 2017’ dat u in december 2017 heeft vastgesteld. 4.3 De zoekgebieden voor wind zijn de bij u bekende locaties Diepenhoek en bij de A67, ten westen van Lierop. 4.4 In de tweede evaluatie van het lokale beleid voor zonneparken, dat in juli 2020 ter vaststelling aan u wordt aangeboden, sluit goed aan op de Concept RES MRE. Omdat de uiteindelijke opgaven van de gemeente Someren om in 2050 energieneutraal te zijn vele malen groter is bieden we binnen het lokale beleid meer mogelijkheden (zoals VAB-locaties). 4.5 In de planMER worden de milieueffecten van de verschillende zoekgebieden nader gewogen om tot een verdere verfijning van de zoekgebieden in de brede zin te komen.

Dit heeft vooral impact op de mogelijkheden in (nieuwe) natuur en in beekdalen. 4.6 Uit de doorrekening van de zoekgebieden voor zonne- en windparken door netbeheerder ENXIS is gebleken dat in de MRE-regio het netwerkstation in Hapert (in De Kempen) direct moet worden uitgebreid. Verder moeten 3 netwerkstations al vóór of in 2020 zijn uitgebreid en 8 netstations na 2025 worden uitgebreid en vóór 2030 2 nieuwe netstations (1 in De Kempen en 1 in De Peel) gebouwd worden om ons regionale bod van 2 TWh vóór 2030 aan te kunnen sluiten. Daarbovenop is ook uitbreiding van het hoogspanningsnet van Tennet nodig. Wij geven dan ook als harde voorwaarde naar het Rijk mee dat nu al volop moet worden ingezet op het uitbreiden van het elektriciteitsnet door Enexis en Tennet. 4.7 De netstations Maarheeze en Helmond-Zuid, waar wij in Someren op aange-wezen zijn, behoren tot de netstations die vóór of uiterlijk in 2025 uitgebreid moeten zijn. Het is in ons voordeel dat u in juni 2020 de tweede evaluatie van het beleid voor zonneparken vaststelt. Daarmee lopen voorop de omliggende gemeenten, waardoor de noodzaak van uitbreiding in de vorm van concrete projecten vroeg op tafel komt. Die concrete vraag is noodzakelijk voordat ENEXIS en Tennet investeringsbeslissingen mogen nemen.

3.1 De energiebesparingsaanpakken worden de komende periode uitgewerkt, afgestemd op de doelgroep, de stakeholders en het gebouw. Deze aanpak wordt uitgewerkt in energiebesparingsplannen per doelgroep: wonen, bedrijven en gemeentelijke/maatschappelijk vastgoed. Hierin wordt per doelgroep en soort gebouw in beeld gebracht welke besparingsaanpak (route, aanbod, communicatie) hier het beste bij aansluit en dus het grootste effect zal hebben. De aanpak wordt in het traject richting RES 1.0 vertaald in afspraken over samenwerking en ambities, met gemeenten en met stakeholders. De uitvoering moet op lokaal niveau plaatsvinden.

Hoofdstuk 2: Metropoolregio Eindhoven - Toptechnologie regio Brainport: Inzet op energie-innovaties Hoofdstuk 4: Besparen, Duurzame warmte, Duurzame opwek - Wat is nieuw in de RES 1.0 - Besparen

3.2 In het kader van de RES willen we inderdaad gebruik maken van de kennis en technologie die in de regio aanwezig is. Er is o.a. contact gelegd met Brainport Development en de TU/e (Differ en EIRES) over nieuwe technologie en de concrete kansen die er nu al zijn. Dit verbinden we met de opgaven die voortkomen uit de thema’s binnen de RES. Het thema 'Onderwijs en arbeidsmarkt' in relatie tot de energiestrategie wordt meegenomen in het vervolg en er is inmiddels een startnotitie over dit thema opgesteld en besproken met de stuurgroep. Het vraagstuk van de beperkingen in de netcapaciteit staat inderdaad hoog op de agenda. Er worden bestuurlijke gespekken Hoofdstuk 4: Besparen, Duurzame warmte, Duurzame opwek gevoerd om deze kwestie ook landelijk goed onder de aandacht te brengen, omdat dit ook aanpassingen in de wetgeving - Netinfrastructuur en programmering vergt. Enexis is overigens goed aangehaakt in ons proces, zowel op ambtelijk als op bestuurlijk niveau.

AANVULLENDE REACTIE VAN HET COLLEGE VAN B&W N.A.V. DE BERICHTEN OVER DE TRANSPORTSCHAARSTE IN HET NETWERK VAN ENEXIS EN TENNET 4.11 De impact op het lokale 10 kV-net tussen netstation Helmond-Zuid en hart kern Someren (door ENEXIS op 6 juli 2020 in een ambtelijk overleg gepresenteerd, naar aanleiding van 1 opdracht voor het aansluiten van een zonnepark t/m 6 kVA in de Lungendonk) geven aanleiding om binnen de verdere uitwerking van grootschalige opwek richting RES MRE 1.0 (en zo nodig verder) veel meer nadruk te leggen op de netimpact van de verfijning van zoekgebieden naar ontwikkelgebieden (met behulp van de planMER). Spreiding van zonneparken, zoals onze gemeenteraad dit nu voorstaat, heeft zonder aanvullende maatregelen in het elektriciteitsnet, zoals bijv. 10 kVhubs zo’n impact op zowel de kosten van het netwerk als de civiele als landschap-pelijke inrichting van de gemeente dat dit niet wenselijk is.

Hoofdstuk 4: Besparen, Duurzame warmte, Duurzame opwek - Wat is nieuw in de RES 1.0 - Duurzame opwek

4.12 Het bericht van ENEXIS (8-7-2020) over de transportschaarste in de netwerken van zowel ENEXIS en TENNET zetten enerzijds aan tot het explicieter bij de uitwerking naar RES MRE 1.0 te kijken naar grote gecombineerde wind- en zonneparken, zo dit mogelijk bij bestaande uit te breiden netstations en nieuwe netstations, als het nog meer bij het Rijk bepleiten van het op zeer korte termijn mogelijk maken van de absoluut noodzakelijke uitbreidingen van de netwerken van ENEXIS en TENNET, uitbreiding van en nieuwbouw van netstations. Die tijdige uitbreiding van het elektriciteitsnetwerk en wetgeving die daarvoor nodig is een harde voorwaarde om het bod van 2,0 TWh vóór 2030 gestand te kunnen doen. 4.13 Gelet op de projecten van grootschalige opwek (vooral zon) die in de pijplijn zitten, heeft de transportschaarste direct een grote impact op de tweede tranche zonneparken van 50 MW in Someren (vastgesteld op 2 juli 2020). Dit baart ons zorgen in het kader van de veel grotere opgaven die we met zijn allen in de MRE-regio hebben richting 2030.

4.14 Gelet op het landelijke bericht van Liander over de extra maatschappelijke kosten, die rechtstreeks verband houden met de verhouding tussen van zon en wind (80/20) als gemene deler van de RES-sen overall, moeten wij in de MRE-regio, bij de uitwerking richting RES MRE 1.0, nadrukkelijk sturen in de richting van een 50/50 verhouding van zon en wind. Waarschijnlijk is die verhouding per netstation wenselijk, dan wel noodzakelijk, om de maatschappelijke kosten in de hand te houden. De impact van de financiële draagkracht voor onze inwoners zal daarmee een veel grotere impact hebben op de noodzaak van realisatie van windparken in de gehele MREregio en de lokale keuze tussen zon- en wind, dan gemeenteraden tot nu toe hebben kunnen bevroeden. 4.15 Laten we in de MRE-regio, gelet op het beteugelen van de maatschappelijke kosten van het aansluiten van zonneparken op het elektriciteitsnet, voor zolang dat niet wettelijk is geregeld, afspreken dat we in het lokale beleid opnemen dat zonneparken een aansluiting met een capaciteit (in MVA) krijgen van maximaal 75 % van het opgestelde piekvermogen van de opgestelde zonnepanelen (MWp). Daarnaast dagen wij allen inschrijvers bij tenders uit door op een nog lagere aansluitwaarde in te schrijven, door bij voorbeeld het toepassen van 24 uurs netbalancering met zogenaamde ‘buurtbatterijen’.

4.16 Laten we als Brainportregio, in gebieden waar veel ontwikkellocaties voor windparken liggen en op subregionaal niveau veel windturbines mogelijk zijn (zoals in De Kempen) het elektriciteitsnet voor het ontsluiten van die duurzame productie zo inrichten, dat we subregionaal voldoende schaalgrote creëren, om nu nog Hoofdstuk 5: Duurzame warmte 5.1 In potentie hebben we regiobreed ruim genoeg voldoende duurzame bronnen om in 2050 in volledig aardgasvrije warmtevoorziening voor de gehele regio te voorzien. Als gevolg van de beperkende factoren zoals ruimte, kosten, draagvlak en locatie is de daadwerkelijke toepassing van verschillende potentiële bronnen nog een grote uitdaging om dit in praktische zin daadwerkelijk voor elkaar te krijgen richting 2050.

Wij onderschrijven uw punten.

Hoofdstuk 4: Besparen, Duurzame warmte, Duurzame opwek - Wat is nieuw in de RES 1.0 - Duurzame warmte

5.2 We zullen veel verschillende bronnen, zoals groen gas (subregionaal opgewerkt uit lokale vergisting) geothermie, zonthermie en collectieve of individuele WKO moeten inzetten om duurzaam in onze warmtevraag te voorzien. De inzet van duurzame warmtebronnen leiden afhankelijk van welke bronnen (kunnen) worden ingezet tot een grotere of kleinere toename van de elektriciteitsvraag richting 2030 en 2050. 5.3 De lokale invulling vindt plaats in de Transitievisie Warmte, die voor 31 december 2021 bij het Rijk ingediend moet zijn. Hierin hebben we een eerste stap gezet om duidelijk te krijgen welke nieuwere wijken met lage temperatuur vooruit kunnen en welke vooral oudere wijken ook na isolatiemaatregelen toch een midden- tot hoge temperatuur nodig hebben. Binnenkort zullen die eerste inzichten met u delen, zodat u keuzes kunt maken welke mogelijke bronnen per wijk we nader gaan onderzoeken. Hoofdstuk 6: Van strategie naar uitvoering 6.1 In de Omgevingsvisie en Omgevingsplannen is een verplichte Energieparagraaf opgenomen waarin de hoofdlijnen van de RES worden vastgelegd en daarmee geborgd in lokaal omgevingsbeleid. 6.2 De tweede evaluatie van ons lokale beleid voor zonneparken is bewust naar juni/juli 2020 doorgeschoven voor behandeling in de gemeenteraad. Op die wijze konden wij waarborgen dat lokaal beleid niet strijdig is met zoekgebieden in de Concept RES MRE.

Het lokale beleid geeft veel meer landschapstypen en daarnaast ook mogelijkheden voor kleinschaligere zonneparken op VAB-locaties aan. Dat is goed, aangezien de lokale opgave om in 2050 energieneutraal te zijn vele malen groter is dan hetgeen we met de Concept RES MRE tot 2030 gaan invullen. 6.3 Met de tweede evaluatie van ons lokale beleid voor zonneparken zetten we nu weer een stap om het tijdig voor 2025 kunnen afgeven van vergunningen voor zonneparken. Het in de markt zetten van een nieuwe tranche na een volgende evaluatie is wel noodzakelijk om voldoende grote stappen te zetten richting 2030 en 2050. Met het opstellen van lokaal beleid en de twee evalua-ties hebben als eerste gemeente voldaan aan de opdracht van het vertalen van de Concept RES MRE naar lokaal beleid. Dit heeft een groot exposure op de andere gemeenten. 6.4 Wij vinden het erg belangrijk om de mogelijkheden om als gemeente financieel te participeren in wind- en zonneparken nader te onderzoeken op weg naar de RES 1.0. 6.5 Wij vinden het zeer belangrijk om zowel u als onze inwoners maximaal te betrekken bij de stappen die bij de uitwerking naar de RES MRE 1.0 en verdere uitwerking in beleid en uitvoering worden gezet. Daar spannen wij ons maximaal voor in. Raadsmotie: R6.1 Zorg voor een gelijkwaardige last voor het platteland en het stedelijk gebied.

Het platteland hoeft niet de dupe te worden van de opgave van het stedelijk MRE gebied door onevenredig veel windturbines en zonnevelden toe te laten, zonder dat dit gecompenseerd wordt. R6.2 Binnen de MRE te bespreken wat de compensatiemaatregelen zijn voor gemeentes die een gedeeltelijke opgave voor het stedelijk gebied invullen.

Wij onderschrijven uw punten. Hoofdstuk 3: Samen de energieambitie realiseren Naar aanleiding van uw raadsmotie: - Regionale samenwerking We zetten als eerste in op no-regret maatregelen en we geven randvoorwaarden aan richting Rijk en provincie die nodig zijn - Participatie: Iedereen doet mee om dat mogelijk te maken. Ook innovatieve oplossingen worden meegenomen. - Financiële participatie: iedereen moet kunnen profiteren Er wordt breed in kaart gebracht welke opties voor opwek en opslag haalbaar zijn binnen de energiestrategie voor onze regio. In de afweging wordt rekening gehouden met o.a. potentie en systeem efficiëntie en wordt afstemming gezocht met Hoofdstuk 5: Stap voor stap naar uitvoering andere partijen. In het planMER worden omgevings- en milieuaspecten onderzocht en de mogelijke (financiële) koppelingen - Doorvertaling omgevingsbeleid met brede thema’s die in de concept-RES naar voren zijn gekomen. - Doorkijk naar 2030 Iedere gemeente is verantwoordelijk voor een deel van de opgave. Voor elke gemeente gelden dezelfde regels en verwachtingen. Alle gemeenten dragen naar vermogen bij aan de RES en de realisatie daarvan.

We bewaken de ruimtelijke kwaliteit door expliciet te streven naar: - maximale inzet op besparing, zuinig en meervoudig ruimtegebruik; - het benutten van de gebiedspecifieke meekoppelkansen; - waar mogelijk energievraag en -aanbod zo dicht mogelijk bij elkaar te houden; - het hanteren van de ‘zonneladder’ bij het bepalen van de locaties voor zonne-energie.De ambitie is om in de Metropoolregio Eindhoven een RES te maken die gezamenlijk gedragen is, die gebiedsgericht is en die energieprojecten verbindt aan andere ruimtelijke, infrastructurele of sociale opgaven. In het proces naar de RES 1.0, in de 2e helft van 2020 en in de 1e helft van 2021, gaan we concreter - regionaal en lokaal - in gesprek met partners, inwoners en belanghebbenden over locaties, projecten en activiteiten.

18-9-2020

Gemeente Eindhoven

formeel

1. Samen de energie ambitie realiseren Richting RES 1.0 zal inderdaad gewerkt worden aan een verdere concretisering. Het college onderschrijft het belang dat de regio gezamenlijk werkt aan de energietransitie. Veel structuren en netwerken overstijgen tenslotte de gemeentegrenzen en We streven naar maatschappelijk draagvlak en bewustzijn, onder andere door: samenwerking biedt kansen voor draagvlak, betaalbaarheid en ruimtelijke kwaliteit. Ook de afstemming met de subregio Stedelijk Gebied Eindhoven vindt het college - de opbrengsten, in bijvoorbeeld duurzame energie en/of geld, zoveel mogelijk ten goede te laten komen aan de inwoners, belangrijk. bedrijven en instellingen in onze regio, hetzij aan de ontwikkeling van de regio; In Eindhoven zijn steeds meer partijen betrokken bij de energietransitie. We werken intensief samen met energiecoöperaties, we doen pilots met buurten om - te zorgen dat de energietransitie voor iedereen haalbaar en betaalbaar is; aardgasvrij te worden en we trekken in het Duurzaamheidspact samen op met strategische partners. Het college ziet hun betrokkenheid (zoals genoemd onder 1c) als - lokaal eigenaarschap van energieprojecten, waarbij we streven naar maximale lokale participatie. een belangrijke voorwaarde voor draagvlak.

Waar maatschappelijke partners en bedrijfsleven nu al zijn betrokken, zal er in het vervolgtraject naar De komende periode richting RES 1.0 wordt dit verder uitgewerkt. de RES 1.0 ook meer ruimte komen voor inwonerparticipatie. Met de Warmtevisie2020 zijn we al op weg naar een Transitievisie Warmte en met pilots in een viertal wijken verkennen we de betekenis om van het aardgas af te gaan. De fracties in de raad zijn positief over de regionale samenwerking in energieambities en hopen dat deze blijft in de uitvoering. Wat bronnen van duurzame energie betreft is Eindhoven afhankelijk van de regio, erkend wordt dat een constructieve houding in de regio nodig is. De strategie wordt door een aantal fracties nog weinig concreet bevonden. Er wordt aandacht gevraagd voor haalbaarheid en draagbaarheid en gevraagd om een financiële doorvertaling in de definitieve RES.

Hoofdstuk 3: Samen de energieambitie realiseren - Regionale samenwerking - Participatie: Iedereen doet mee - Financiële participatie: iedereen moet kunnen profiteren

2. Onze aanpak voor de (concept) RES Het college staat achter de aanpak, de uitgangspunten en het afwegingskader zoals die in de Concept RES zijn beschreven. Dit afwegingskader maakt een integrale benadering van de energietransitie mogelijk en maakt de energietransitie onderdeel van de bredere ruimtelijk-economische ontwikkeling van onze regio. De raad acht draagvlak belangrijk, met name onder jongeren zoals JongRES. Daarnaast wordt aandacht gevraagd voor de vraag hoe minder kapitaalkrachtigen kunnen profiteren.

Hoofdstuk 3: Samen de energieambitie realiseren - Regionale samenwerking - Participatie: Iedereen doet mee - Financiële participatie: iedereen moet kunnen profiteren

Ook jongeren betrekken we actiever bij de energiestrategie. Zo zijn we op regionaal niveau in gesprek met Jong RES over hun betrokkenheid bij de energietransitie. We hebben als regio de ambitie om te streven naar maximale lokale participatie en het maximaal lokaal benutten van de opbrengsten. In de praktijk werken we toe naar minimaal 50% lokaal eigendom, waarbij we het Klimaatakkoord volgen. Bij lokaal eigendom hoort ook dat de inwoners en bedrijven in de MRE-regio het eigen vermogen van het lokale aandeel bij elkaar (kunnen) brengen en er de mogelijkheid is voor iedereen om mee te kunnen doen (kleine participaties). Dit zijn zaken die wij in de komende periode gaan onderzoeken en bespreken. Ook kijken we hoe gemeenten kunnen participeren in het lokale eigendom en hoe zij haar inwoners daarmee kunnen helpen in de energie- en/of warmtetransitie.

3. Besparing In het kader van de RES willen we inderdaad gebruik maken van de kennis en technologie die in de regio aanwezig is. Er is Hoofdstuk 2: Metropoolregio Eindhoven Energie die we besparen, hoeft ook niet opgewekt te worden. Het college onderschrijft dan ook het belang van energiebesparing. Daaronder valt ook kleinschalige o.a. contact gelegd met Brainport Development en de TU/e (Differ en EIRES) over nieuwe technologie en de concrete kansen - Economie, mobiliteit, transitie landelijk gebied en energietransitie energieopwekking als onderdeel van de energietransitie. die er nu al zijn. Dit verbinden we met de opgaven die voortkomen uit de thema’s binnen de RES. Het thema 'Onderwijs en - Toptechnologie regio Brainport: Inzet op energie-innovaties Het in 2020 vast te stellen Klimaatplan 2021-2025 beoogt het college te koppelen aan een maatschappelijke Klimaatbeweging en Klimaatdeals met belangrijke spelers. arbeidsmarkt' in relatie tot de energiestrategie wordt meegenomen in het vervolg en er is inmiddels een startnotitie over - De RES als hefboom voor andere regionale opgaven De voorgenomen maatregelen worden afgemeten aan hun Impact, Inclusiviteit en Innovatiewaarde. Uitgangspunt is dat de energietransitie betaalbaar is voor iedereen. dit thema opgesteld en besproken met de stuurgroep. Tegelijkertijd levert de transitie economische kansen voor de bedrijven in de regio.

Hoofdstuk 4: Besparen, Duurzame warmte, Duurzame opwek Met het programma Slim Verduurzamen Vastgoed geeft de gemeente als overheid het goede voorbeeld en ontstaat een vliegwiel dat ook anderen aanzet tot duurzame - Besparen samenwerking. De raad ziet veel potentie voor besparing, maar ziet de uitwerking in de RES tegemoet. Gewezen wordt op de kans om aan te sluiten bij het lokale bedrijfsleven en de kennisinstituties van Brainport.

Vervolgonderzoek en goed overleg met betrokkenen moet uitwijzen welke locaties het meest geschikt zijn. Hiervoor 4. Duurzame opwek doorlopen we een planMER-traject. Het college onderschrijft het belang van maximaal behoud van ruimtelijke kwaliteit en de no-regret maatregelen die aansluiten bij de zonneladder: bij voorkeur op (grootschalige) daken, dan in pauzelandschappen en pas als laatste in groene gebieden. De regio heeft in drie stappen veiligheidsmarges ingebouwd in het bod van 2TWh: 1. Intensiteit categorieën: Als eerste wordt er rekening gehouden met de intensiteit van de zoekgebieden die verschilt per categorie. Zo wordt maar een klein percentage van de totale oppervlakte van een categorie meegerekend als opwekmogelijkheden; 2. Haalbaarheid voor 2030: Vervolgens wordt er rekening gehouden met de haalbaarheid van de zoekgebieden voor 2030. Daardoor wordt een klein deel van potentie van stap 1 meegenomen als potentie voor het bod; 3. Bod regio: Het bod van onze regio van 2TWh is significant lager dan de potentie die uit stap 2 komt. Daarmee is er op verschillende manieren rekening gehouden met de opwekpotentie in de regio en heeft het college vertrouwen in het bod van 2TWh.

Kanttekening: lokale visie is meer gedetailleerd De beleidsvisie Zonneparken en windmolens die tegelijk met de Concept RES besproken is met de raad en positief door de raad is ontvangen, maakt duidelijk dat de zoekgebieden zoals weergegeven in de RES nog aan belangrijke criteria getoetst moeten worden. Zo omvat het zoekgebied aan de zuidkant bij de A2/A67 de bebouwing van de High Tech Campus (veiligheid), het cultuurlandschap van het Dommeldal (erfgoedwaarde) en het recreatieve landschap van de Genneper Parken (gebruikswaarde). Wel ziet het college kansen in de directe omgeving van de snelweg. Wat betreft de zonneparken is er steun voor het (tijdens dezelfde vergadering behandelde) raadsvoorstel van het college om prioriteit te geven aan zonnepanelen op daken en - indien nodig - aanvullend langs infrastructuur. De raad ziet graag dat de potentie voor opwekking van wind- en zonne-energie rond bijvoorbeeld de A67 opgepakt wordt met de aangrenzende gemeenten, Provincie en Rijkswaterstaat.

Hoofdstuk 4: Besparen, Duurzame warmte, Duurzame opwek - Duurzame opwek

5. Duurzame warmte Het college vindt het belangrijk dat ook voor de warmteopgave gemeentegrens overstijgende kansen worden onderzocht en overwogen. Er zijn in Eindhoven nu nog weinig alternatieven voor aardgas: beperkte mogelijkheden voor biomassaverbranding, geen hoge-temperatuurwarmte uit de industrie of afvalverbranding en (nog) geen geothermie. Tegelijk maakt de Warmtevisie2020 al duidelijk dat er in een straal rondom het centrum kansrijke gebieden zijn voor warmtenetten. Om verzwaring van het elektriciteitsnet voorkomen, met de bijkomende maatschappelijke investeringen en druk op de openbare ruimte, is het belangrijk alle potentiële warmtebronnen mee te nemen. De verdere ontwikkeling van de RSW zal input leveren voor het proces van Warmtevisie tot Transitievisie Warmte. Daarover zal regelmatig tussentijds afgestemd worden. Kanttekening: samenhang RSW - TWV De Regionale Structuur Warmte (RSW, bijlage 9) biedt een goede eerste inventarisatie van de huidige situatie en theoretische potentie in de regio. Het proces richting RES 1.0 zal meer inzicht bieden in de werkelijke kansen op regionale schaal. De parallelle ontwikkeling van de RSW en de Eindhovense Transitievisie Warmte biedt kans voor kennisuitwisseling en versterking van draagvlak.

Toch blijft de Transitievisie Warmte leidend voor onze gemeente, omdat hierin lokale kennis en koppelkansen meegenomen worden en we ons eigen proces met onze stakeholders en inwoners hebben. Kanttekening: biomassa In de (concept-)RSW is aangegeven dat er bij de 21 gemeenten niet eenduidig wordt gedacht over de toepassing van biomassa. In de Warmtevisie 2020 staat biomassa omschreven als een transitiebrandstof, nodig om op korte termijn te voldoen aan de warmtevraag. Uitgangspunt is geen nieuwe biomassacentrales, tenzij er vanuit de energievoorziening een aantoonbaar zwaarwegend belang is. Voor een warmtetransitie met Impact is het cruciaal dat biomassa op een verstandige en duurzame manier wordt toegepast. Er wordt aandacht gevraagd in de raad voor de landelijke studie HyWay 27, waarin onderzocht wordt of het nationale gasnet hergebruikt kan worden voor waterstof. Er is steun vanuit de raad voor onze ingezette lijn, waarin biomassa wordt gezien als transitiebrandstof en uitbreiding van of bouw van nieuwe biomassacentrales als onwenselijk wordt gezien. 6. Van strategie naar uitvoering Het college onderschrijft het belang van zowel regionaal als lokaal draagvlak voor de energietransitie. In lijn met de principes van de Warmtevisie2020 (Impact, Iedereen doet mee, en Innovatie) hecht het college belang aan participatie en lokaal eigenaarschap.

Tot slot onderschrijft het college het belang van afstemming met het Rijk, de Provincie en de andere regio’s. De raad plaatst twijfels bij de ruimte om haar rol te vervullen in het proces bij het vaststellen van de RES 1.0. Er wordt een plan van aanpak verwacht vanuit de procesleiding hoe het democratische besluitvormingsproces naar de definitieve RES wordt doorlopen waarin de positie van de raden alsmede de participatie van de inwoners is geborgd.

Hoofdstuk 4: Besparen, Duurzame warmte, Duurzame opwek - Wat is nieuw in de RES 1.0 - Duurzame warmte

De aandachtspunten die vanuit de raad worden meegegeven nemen we mee in de verdere uitwerking van de Regionale Structuur Warmte.

Hoofdstuk 1: Opgave en kader - Het proces naar RES 1.0 en verder Hoofdstuk 5: Stap voor stap naar uitvoering - Doorkijk naar 2030

27-8-2020

Gemeente Heeze-Leende

formeel

De algemene conclusie is dat de uitwerking van de concept-RES nog niet concreet genoeg is. Enerzijds is helder verwoord voor welke opgaven we met elkaar staan. Het bod van 2 TWh is uitgangspunt voor de verdere concretisering richting RES 1.0. In het kader van de PlanMER gaan wij Hoofdstuk 2: Metropoolregio Eindhoven Anderzijds zijn de ideeën voor het oppakken van deze opgave nog weinig concreet uitgewerkt, zowel ten aanzien van de inhoud als hoe zo'n strategie uiteindelijk tot zorgvuldig naar de zoekgebieden voor grootschalige opwek kijken, die uit de eerste analyse naar voren zijn gekomen. Die - Verschillen maken onze regio Sterk uitvoering gaat komen. Het bod van 2 TWh is een redelijk ambitieus bod richting het Rijk met de opmerking dat het bod te wwenig concreet is, behalve dat 0,7 TWh in gebieden zijn naar voren gekomen, rekening houdende met wetgeving die andere gebieden uitsluit. In het planMER worden - Toptechnologie regio Brainport: Inzet op energie-innovaties de pijplijn zit. Daarnaast dient het echte doel niet uit het oog te worden verloren.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10093623/1