2021-24 RV RES Bijlage 13 - Reacties concept RES
Tekst van het document
Brede ondersteuning vanuit het Rijk en de provincie is nodig voor een succesvolle uitvoering van de RES op lokaal niveau. Wij gaan er vanzelfsprekend vanuit dat het Rijk de lokale overheden langdurig en Wij streven ernaar om in de RES op een zorgvuldige manier tot keuzes, afstemming en uitvoeringsafspraken te komen. We consistent ondersteunt in de uitvoering. Van de provincie Noord-Brabant verwachten wij dat zij samen met de drie Brabantse regio's en gemeenten hard blijft werken brengen in beeld welke bestaande instrumenten kunnen worden ingezet om tot uitvoering te komen. Daarnaast geven we om de RES en de uitvoering van de RES een succes te maken. Het recente Coalitieakkoord van de provincie is hierin leidend en geeft ons houvast voor de samenwerking aan welke aanpassingen of aanvullingen in wet- en regelgeving, beleid en instrumentarium, kennis, menskracht e.d. nodig op de lange termijn. zijn om ambities en plannen tot uitvoering te kunnen brengen. Tot slot missen we een prominente rol voor de ontwikkeling van het regionale energiebesparingsplan. Wij pleiten voor een prominente rol, focus en een vervolg op korte termijn. Het regionale eneroiebesoarinosplan moet met prioriteit worden opoeoakt en moet onderdeel zijn van de eerstvolgende stappen (genoemd onder 6g van We zetten als regio vol in op besparing. de hoofdlijnennotitie) die na de concept RES opgepakt worden.
Hoofdstuk 3: Samen de energieambitie realiseren - Regionale samenwerking - Participatie: Iedereen doet mee - Financiële participatie: iedereen moet kunnen profiteren Hoofdstuk 4: Besparen, Duurzame warmte, Duurzame opwek - Wat is nieuw in de RES 1.0 - Besparen
2020-07-15
Gemeente Bladel
formeel
1. Samen de energie ambitie realiseren Gemeenteraad Bladel stemt in met de standpunten van hoofdstuk 1 2. Onze aanpak voor de (concept)- RES Standpunt gemeenteraad Bladel: -Wij missen concretisering van punt 2b-4. Graag zien wij hier dat de energietransitie als kans wordt gezien voor het versterken van een economisch en ecologisch vitale regio. In onze optiek zou energieopwekking namelijk een bijdrage moeten leveren aan lokale maatschappelijke doelstellingen in de brede zin van het woord. -In navolging van bovenstaande zien wij bij punt 2c graag dat gekozen wordt voor de stelling 'kwalitatieve bijdrage aan ruimtelijke kwaliteit’. Dit sluit ons inziens ook beter aan bij hoofdpunt 2d. -Wij zien graag dat bij 4d de vier punten worden samengevat in drie punten voor een meer kernachtige boodschap. Dit zou bijvoorbeeld kunnen door agrarische economie onder de overige economie te scharen. -Ons inziens moet de stelling worden opgenomen dat de regio klimaatbestendig en waterrobuust is, conform vastgestelde doelstelling in het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie.
In het vervolg van de RES wordt steeds concreter invulling gegeven aan de leidende principes, de strategie en de concrete aanpak. Daarbij bekijken we ook welke prioriteiten daarbij kunnen worden gesteld. Het RES-proces richt zich op het uitwerken van de energietransitie en de opgaven, waarvan we nu denken dat deze hiermee zijn te koppelen. Daarbij blijven we continu alert op aanvullende te maken koppelingen.
Hoofdstuk 1: Opgave en kader - Leidende principes en afwegingskader Hoofdstuk 2: Metropoolregio Eindhoven - De RES als hefboom voor andere regionale opgaven
3. Besparing Er is in de fase van de concept-RES geen generieke doelstelling voor het onderdeel besparing opgenomen. De Standpunt gemeenteraad Bladel: besparingsaanpak wordt afgestemd op de doelgroep, de stakeholders en het gebouw. Deze aanpak wordt uitgewerkt in - Ons inziens is deze doelstelling te weinig geconcretiseerd; energiebesparingsplannen per doelgroep. Hierin wordt per doelgroep en soort gebouw in beeld gebracht welke o Ten eerste missen wij een beschrijving van doelstelling en haalbaarheid. De energievraag is de afgelopen jaren, ondanks besparingsmaatregelen, nauwelijks gedaald. besparingsaanpak (route, aanbod, communicatie) hier het beste bij aansluit en dus het grootste effect zal hebben. Landelijk gaat het PBL in de energieverkenning 2019 uit van een besparing van 0,9% perjaarvoorde periode 2020-2030, hoeveel zouinzetop besparing dan volgend het De aanpak wordt in het traject richting RES 1.0 vertaald in afspraken over samenwerking en ambities, met gemeenten en MRE kunnen bijdragen? met stakeholders. o Ten tweede is voor ons onvoldoende duidelijk welke rol van gemeenten venvacht wordt in de besparingsdoelstelling. 4.
Duurzame opwek Standpunt gemeenteraad Bladel: Wij stemmen in met de standpunten van hoofdstuk 4 en benadrukken dat de Kempengemeenten zelf hun zoekgebieden aanleveren voor de concept RES naar aanleiding van ons gezamenlijke beleid voor grootschalige wind en zon.
Hoofdstuk 4: Besparen, Duurzame warmte, Duurzame opwek - Wat is nieuw in de RES 1.0 - Besparen
5. Duurzame warmte - Biomassa is wat ons betreft geen bron van duurzame, hernieuwbare energie en willen wij bij voorkeur ook niet als zodanig in de RES erkennen.
Voor alle opties voor duurzame warmte wordt een SWOT-analyse uitgevoerd. De resultaten daarvan dienen als input voor de scenario’s en visie die op regionaal niveau worden opgesteld en besproken.
Hoofdstuk 4: Besparen, Duurzame warmte, Duurzame opwek - Wat is er nieuw? - Duurzame warmte
6. Van strategie naar uitvoering Standpunt gemeenteraad Bladel: Wij missen een beschrijving van hoe stakeholders in de regio mede eigenaar worden gemaakt van de oplossingen, om zo ook de gewenste kansen voor de economie te realiseren en draagvlak te houden voor (met name) ruimtelijke ingrepen bij grootschalige opwekking?
We gaan verder in gesprek met stakeholders over de gezamenlijke ambities in het kader van de energietransitie en op welke Hoofdstuk 3: Samen de energieambitie realiseren wijze we willen gaan samenwerken in het kader van de RES. - Regionale samenwerking - Participatie: Iedereen doet mee - Financiële participatie: iedereen moet kunnen profiteren
Hoofdstuk 5: Stap voor stap naar uitvoering - Doorkijk naar 2030
Hoofdstuk 5: Stap voor stap naar uitvoering - Doorkijk naar 2030
2020-07-21
Gemeente Nuenen
formeel
1. Samen de energie ambitie realiseren *Wij vinden het van gelang dat we in Nuenen, als onderdeel van MRE, onze bijdrage leveren aan de landelijke klimaatdoelstellingen. *Wij vinden het belangrijk dat we hierin als regiogemeenten gezamenlijk optrekken, waarbij de nadruk ligt op een effectieve en efficiënte samenwerking en er aandacht is voor het lokaal beleid in relatie tot de regionale plannen. *Wij zetten ons in om de RES in het gemeentelijk (omgevings)beleid te verwerken/verankeren, mits passend in het lokaal beleid.
Hoofdstuk 5: Stap voor stap naar uitvoering - Doorvertaling omgevingsbeleid - Aanbeveling aan het rijk - Doorkijk naar 2030 .
2. Onze aanpak voor de (concept)-RES In het vervolg van de RES wordt steeds concreter invulling gegeven aan de leidende principes, de strategie en de concrete Hoofdstuk 2: Metropoolregio Eindhoven *Wij ondersteunen de leidende principes voor de aanpak binnen de RES. aanpak. Daarbij bekijken we ook welke prioriteiten daarbij kunnen worden gesteld. Het RES-proces richt zich op het - De RES als hefboom voor andere regionale opgaven *Daarnaast vinden wij verduurzaming van de energievoorziening als hefboom voor kwalititeitsverbetering (ruimtelijk, economisch, ecologisch en sociaal) een uitwerken van de energietransitie en de opgaven, waarvan we nu denken dat deze hiermee zijn te koppelen. Daarbij blijven belangrijke voorwaarde voor het laten slagen van de RES. Bij de uitwerking van de ze ontwikkelrichtingen moet er aandacht zijn voor effectieve samenwerking vanuit de we continu alert op aanvullende te maken koppelingen. MRE met samenwerkingsverbanden die nu al bestaan, bij voorbeeld op sub-regionaal niveau of op specifieke beleidsonderdelen. We gaan in gesprek met stakeholders over de gezamenlijke ambities in het kader van de energietransitie en op welke wijze we willen gaan samenwerken in het kader van de RES. We maken gebruik van bestaande organisaties(tructuren). 3. Besparing De besparingsaanpak wordt afgestemd op de doelgroep, de stakeholders en het gebouw.
Deze aanpak wordt uitgewerkt in Hoofdstuk 4. Besparen, Duurzame warmte, Duurzame opwek *Wij ondersteunen het idee dat het terugdringen van de lokale en regionale energievraag de eerste stap is en dat besparing daarom prominente aandacht behoeft. Het energiebesparingsplannen per doelgroep. Hierin wordt per doelgroep en soort gebouw in beeld gebracht welke - Wat is nieuw in de RES 1.0 in beweging krijgen van inwoners, instellingen en bedrijven is een uitdaging. Samenwerking en kennisuitwisseling op regionaal niveau is daarom belangrijk. besparingsaanpak (route, aanbod, communicatie) hier het beste bij aansluit en dus het grootste effect zal hebben. - Besparen *Bij de uitwerking van energiebesparing moet er voldoende aandacht zijn voor de haalbaarheid en betaalbaarheid van maatregelen voor de inwoners en bedrijven. Haalbaarheid en betaalbaarheid worden in de aanpak meegenomen.De aanpak wordt in het traject richting RES 1.0 vertaald *In het huidige Nuenens beleid is reeds aandacht voor energiebesparing in combinatie met het leggen van zonnepanelen op daken. Dit beleid wordt momenteel in afspraken over samenwerking en ambities, met gemeenten en met stakeholders. uitgewerkt in een uitvoeringsplan. Het energiebesparingsplan dat voor de RES 1.0 wordt uitgewerkt zien wij als een aanvulling hierop.
4. Duurzame opwekking Het bod van 2 TWh is uitgangspunt voor de verdere concretisering richting RES 1.0. Hoofdstuk 4: Besparen, Duurzame warmte, Duurzame opwek *Wij ondersteunen de bijdrage van 2 TWh aan duurzame energieopwikking vanuit onze regio en kunnen ons vinden in de redenering van dit bod. Nuenen wil waar - Wat is nieuw in de RES 1.0 mogelijk een bijdrage leveren aan het duurzaam opwikken van energie. We zetten als eerste in op no-regret maatregelen en we geven randvoorwaarden aan richting Rijk en provincie die nodig zijn - Duurzame opwek *Wij zijn het er mee eens dat er eerst moet worden gekeken naar het realiseren van no-regret maatregelen lokaal (en in de regio). om dat mogelijk te maken. Ook innovatieve oplossingen worden meegenomen. *Op Nuenens grondgebied worden er in de RES geen zoekgebieden aangewezen voor grootscahlige opwekking. Dit betekent niet dat er op Nuenens grondgebied geen In het kader van de PlanMER gaan wij zorgvuldig naar de zoekgebieden voor grootschalige opwek kijken, die uit de eerste mogelijkheden zijn hierovor. Wel hebben we reeds besloten terughoudend om te gaan met initiatieven voor grootschalige energieopwikking die een negatieve invloes analyse naar voren zijn gekomen. Die gebieden zijn naar voren gekomen, rekening houdende met wetgeving die andere hebben op de kernkwaliteiten van Nuenen. gebieden uitsluit.
In het planMER worden omgevings- en milieuaspecten onderzocht en de mogelijke (financiële) *Er is in Nuenen nog geen vastgesteld beleid m.b.t. zonne- en windenergie, maar er zijn intussen wel meerdere principeverzoeken ingediend voor het aanleggen van koppelingen met brede thema’s die in de concept-RES naar voren zijn gekomen. Dit vormt de basis voor verdere zonnevelden. Om op gemeenteniveau duidelijkeid te scheppen over de mogelijkheden en wenselijkheid m.b.t. grootschalige energieopwekking wordt er een lokaal afwegingen. afwegingskader zonne- en windenergie opgesteld. *In het geval dat wij op eigen grondgebied grootschalige energieopwekking realiseren, zetten we in op semipermanente, grootschalige zonne- en windprojecten. Deze kunnen na de exploitatieperiode eventueel weer worden ontmanteld, waarna de gronden weer voor andere doeleinden kunnen worden gebruikt. We houden voor het opwekken van duurzame energie daarmee op de lange termijn de mogelijkhden open voor toekomsteige technologisch innovaties die landschappelijk minder grote impact hebben. 5. Duurzame warmte De afstemming tussen regionaal en lokaal is uitgangspunt voor de aanpak van het thema duurzame warmte richting de RES Hoofdstuk 4: Besparen, Duurzame warmte, Duurzame opwek *Wij onderschrijven het belang van een regionale sturctuur warmte (RSW) voor de exploitatie en verdeling van duurzame warmte.
De gemeente start dit jaar met het 1.0. In de RES 1.0 geven wij inzicht in de mogelijke wisselwerking tussen lokale bronnen en de regionale bronnen en - Wat is er nieuw in de RES 1.0? lokaal opstellen van de transitievisie warmte, die eind 2021 ter vaststelling aan de raad vowrdt aangeboden. Vanwege de omvang van deze opgave en de belangrijke rol infrastructuren en welke scenario’s voor warmtevoorziening er daarbij zijn. - Duurzame warmte van inwoners en ondernemers hierin, worden zij betrokken bij het uitwerken van de visie. Nuenen wil in het proces van de transitievisie warmte niet zelf het wiel uitvinden, maar samenwerken en informatie uitwisselen met de andere MRE-gemeenten. *Afspraken uit de RSW worden overgenomen, mits passend binnen de uitkomsten in de gemeentelijke transitievisie warmte.
6. Van strategie naar uitvoering *Wij ondersteunen de stappen om van strategie naar uitvoering te gaan en zien graag uitgewerkt hoe de (lokale) omgeving wordt betrokken in de uitwerking van de RES 1.0. *Daarnaast vragen wij om naar de RES 1.0 nader te concretiseren hoe de energietransitie voor iedereen haalbaar en betaalbaar wordt gemaakt. *Afspraken uit de RES worden opgenomen in het gemeentelijk (omgevings)beleid, mits passend in het lokaal beleid.
Voor de thema’s ‘besparing’, ‘grootschalige opwek’ en ‘warmte’ doorlopen wij als regio ons RES-proces op de manier en de snelheid die nodig zijn om zorgvuldig tot keuzes, afstemming en uitvoeringsafspraken te komen. Om tot een succesvolle ontwikkeling én realisatie te komen van de RES streven wij naar maatschappelijk draagvlak en bewustzijn, onder andere door: - de opbrengsten, in bijvoorbeeld duurzame energie en/of geld, zoveel mogelijk ten goede te laten komen aan de inwoners, bedrijven en instellingen in onze regio, hetzij aan de ontwikkeling van de regio; - te zorgen dat de energietransitie voor iedereen haalbaar en betaalbaar is; - lokaal eigenaarschap van energieprojecten, waarbij we streven naar maximale lokale participatie.
Hoofdstuk 3: Samen de energieambitie realiseren - Regionale samenwerking - Participatie: Iedereen doet mee - Financiële participatie: iedereen moet kunnen profiteren Hoofdstuk 5: Stap voor stap naar uitvoering - Doorvertaling omgevingsbeleid - Doorkijk naar 2030
2020-07-23
Gemeente Asten
formeel
1. Samen de energie ambitie realiseren De ambitie is om in de Metropoolregio Eindhoven een RES te maken die gezamenlijk gedragen is, die gebiedsgericht is en die Hoofdstuk 3: Samen de energieambitie realiseren Standpunt gemeenteraad Asten: energieprojecten verbindt aan andere ruimtelijke, infrastructurele of sociale opgaven. In de periode voorafgaand aan deze - Regionale samenwerking a. Wij zien de Concept RES MRE als een belangrijke tussenstap in het proces naar de RES MRE 1.0. Alle colleges en gemeenteraden krijgen nu een eerste zicht op hoe concept-RES zijn de diverse partijen op verschillende momenten geïnformeerd en geconsulteerd/bevraagd over en - Participatie: Iedereen doet mee sterk wij moeten inzetten op energiebesparing, en in het bijzonder het sterk terugdringen van de warmtevraag van de bestaande gebouwde omgeving. Maar ook hoe meegenomen in de achtergrond, de opgave en het proces van de RES. In het proces naar de RES 1.0, in de 2e helft van 2020 groot ons gezamenlijk bod en daarmee collectieve opgave voor grootschalige opwek met zon en wind, is.
Voor het onderdeel warmte geeft de RSW een eerste inzicht in en in de 1e helft van 2021, gaan we concreter - regionaal en lokaal - in gesprek met partners, inwoners en belanghebbenden de mogelijke vervangende duurzame bronnen waarmee wij de warmtevraag invullen richting 2050, het jaar waarin we uiterlijk aardgasvrij moeten zijn. over locaties, projecten en activiteiten. Voor de verschillende thema’s. b. Uit de RES komen projecten voort die meerdere gemeenten raken. Ook hebben we elkaar nodig om in 2050 uiteindelijk klimaatneutraal te zijn. Door samen te werken kunnen we hier op een effectieve en efficiënte wijze invulling aan geven aan onze lokale, subregionale en regionale opgaven. c. Het opstellen van de Concept RES MRE heeft geresulteerd in zeer goede samenwerking in de subregio De Peel op het gebied van de Energietransitie, zowel op bestuurlijke en ambtelijke vlak. d. Wij hebben bewust gekozen om de RES MRE zo veel mogelijk met eigen mensen op te stellen. Zo blijft de opgedane kennis voor het vervolg in de RES 1.0, 2.0 en verder, maar ook voor de verankering in lokaal beleid, zoals de Omgevingsvisie en Omgevingsplannen en verder lokaal beleid en uitvoering voorhanden. e.
Exact op de dag waarop landelijk de eerste beperkende maatregelen in de strijd tegen Corona werden afgekondigd zouden ’s avonds de gemeenteraden en inwoners van de MRE in het Evoluon in Eindhoven worden geïnformeerd over het proces dat we hebben gevolgd bij het opstellen van de Concept RES MRE, zoals die nu ter consultatie aan u voorligt. Wij hadden graag gezien dat wij u op een andere wijze en eerder hadden kunnen informeren, dan de Webinars die in juni als vervanging van die fysieke informatie bijeenkomst in maart is gehouden. In het vervolgproces naar RES MRE 1.0 zullen wij u en de inwoners uitgebreid betrekken.
2. Onze aanpak voor de (concept) RES In het vervolg van de RES wordt steeds concreter invulling gegeven aan de leidende principes, de strategie en de concrete Standpunt gemeenteraad Asten: aanpak. Daarbij bekijken we ook welke prioriteiten daarbij kunnen worden gesteld. Het RES-proces richt zich op het 2.1 Wij onderschrijven de bovenvermelde aanpak geheel. Wij gaan zorgvuldig om met onze waardevolle landschappen en natuurgebieden. Grote delen van de uitwerken van de energietransitie en de opgaven, waarvan we nu denken dat deze hiermee zijn te koppelen. Daarbij blijven gemeente Asten zijn landschappelijk en ecologisch, cultuurhistorisch en economisch kwetsbaar door de ligging van de gemeente tussen 2 beekdalen en we continu alert op aanvullende te maken koppelingen. natura2000gebied de Groote Peel. De waarden van deze gebieden willen we behouden en versterken. 2.2 Wij zoeken nadrukkelijk de meekoppelkansen met andere ontwikkelingen in het buitengebied, zoals waterberging en bodemverbetering, transitie landelijk gebied en VAB locaties. Het ontwikkelen van zonne- en windparken biedt economische kansen voor de agrarische sector die nu gelijktijdig met meerdere transities geconfronteerd wordt. De mogelijkheden voor het koppelen van gebiedsopgaven met de energieopgave is voor Asten de basis voor het uitwerken van de zoekgebieden voor zonne- en windenergie richting RES 1.0. 3.
Besparing Standpunt gemeenteraad Asten: 3.1 Gemeente Asten vindt het van belang om maximaal in te zetten op energiebesparing, waarbij de nadruk op het verkleinen van de warmtevraag in de bestaande 3.1/3.2 De besparingsaanpak wordt afgestemd op de doelgroep, de stakeholders en het gebouw. Deze aanpak wordt gebouwde omgeving ligt en in de kassen. Daar ligt namelijk onze grootste uitdaging en opgave. Zoals in het rapport Concept RES MRE gaan we in de verdere uitwerking uitgewerkt in energiebesparingsplannen per doelgroep. Hierin wordt per doelgroep en soort gebouw in beeld gebracht van de RES MRE 1.0 per doelgroep in gesprek met vertegenwoordigers van die doelgroep over welke besparing technisch maar vooral ook financieel mogelijk en welke besparingsaanpak (route, aanbod, communicatie) hier het beste bij aansluit en dus het grootste effect zal hebben. De maatschappelijk haalbaar is. Instrumenten die het Rijk mogelijk zal moeten maken, zoals gebouwgebonden financiering zijn noodzakelijk om inwoners en bedrijven echt aanpak wordt in het traject richting RES 1.0 vertaald in afspraken over samenwerking en ambities, met gemeenten en met in de uitvoerings-stand te krijgen. stakeholders. 3.2 Wij vragen bij het opstellen van het regionaal energiebesparingsplan aandacht voor de uitvoerbaarheid en de betaalbaarheid.
Wij verzoeken een zo concreet mogelijk plan op te stellen met handreikingen, instrumenten of gereedschappen waarmee we na vaststelling van RES 1.0 zo snel mogelijk lokaal aan de slag te kunnen. Wij vragen aandacht voor de grote verscheidenheid aan woningen en woonsituaties van onze inwoners en de daarbij behorende verscheidenheid aan zorgen over en kansen om te verduurzamen. Het besparingsplan dient aan te sluiten bij deze verscheidenheid aan zorgen en kansen. 3.3 Van bedrijven in de Brainportregio verwachten wij inzet op innovatieve bouw- en installatiemethoden, waardoor het energieneutraal maken van woningen goedkoper en sneller kan. Opleidingsinstituten in onze regio dienen te zorgen voor het opleiden van grote getalen vaklieden (MBO-ers) tot en met ingenieurs die zorg gaan dragen voor het fysiek op grote schaal aanpakken van bestaande woningen en bedrijfspanden. 4. Duurzame opwek Standpunten gemeenteraad Asten: 4.1 Wij onderschrijven als raad van de gemeente Asten het regionale bod van 2,0 TWh voor de tot 2030 in de gehele regio te realiseren zon en windparken. Dit bod is de som van 0,7 TWh van projecten in de pijplijn (vooral zon op grote daken met SDE+ subsidie) 0,2 TWh grootschalig op daken van industrie en (agrarische) bedrijven, 0,5 TWh aan wind en zon in de Kempen en 0,6 TWh aan wind en zon in de rest van de MRE-regio.
4.2 In de planMER worden de milieueffecten van de verschillende zoekgebieden nader gewogen om tot een verdere verfijning van de zoekgebieden in de brede zin te komen. Deze verdere verfijning is van belang voor Asten omdat de zoekgebieden voor grootschalige energie opwek juist zijn voorzien in de omgeving van de kwetsbare gebieden Groote Peel, de Dennendijkse bossen en het beekdal bij de Diesdonk. Juist in deze gebieden worden kansen gezien voor het combineren van gebiedsopgaven met opwek van energie. Uit de planMER moet blijken of en hoe dit milieutechnisch verantwoord kan worden gerealiseerd.
Hoofdstuk 1: Opgave en kader - Leidende principes en afwegingskader Hoofdstuk 2: Metropoolregio Eindhoven - De RES als hefboom voor andere regionale opgaven
Hoofdstuk 3: Samen de energieambitie realiseren - Participatie: Iedereen doet mee - Financiële participatie: iedereen moet kunnen profiteren Hoofdstuk 4: Besparen, Duurzame warmte, Duurzame opwek - Wat is nieuw in de RES 1.0 - Besparen
3.3 In het kader van de RES willen we gebruik maken van de kennis en technologie die in de regio aanwezig is. Er is o.a. contact gelegd met Brainport Development en de TU/e (Differ en EIRES) over nieuwe technologie en de concrete kansen die er nu al zijn. Dit verbinden we met de opgaven die voortkomen uit de thema’s binnen de RES. Het thema 'Onderwijs en arbeidsmarkt' in relatie tot de energiestrategie wordt meegenomen in het vervolg en er is inmiddels een startnotitie over dit thema opgesteld en besproken met de stuurgroep.
4.1 Het bod van 2 TWh is uitgangspunt voor de verdere concretisering richting RES 1.0.
Hoofdstuk 4: Besparen, Duurzame warmte, Duurzame opwek - Wat is nieuw in de RES 1.0 - Duurzame opwek - Netinfrastructuur en programmering
4.2 In het kader van de PlanMER gaan wij zorgvuldig naar de zoekgebieden voor grootschalige opwek kijken, die uit de eerste analyse naar voren zijn gekomen. Die gebieden zijn naar voren gekomen, rekening houdende met wetgeving die andere gebieden uitsluit. In het planMER worden omgevings- en milieuaspecten onderzocht en de mogelijke (financiële) koppelingen met brede thema’s die in de concept-RES naar voren zijn gekomen. Dit vormt de basis voor verdere afwegingen.
4.3 Ook buiten de zoekgebieden die opgenomen worden in de RES kunnen (kleinere) wenselijke initiatieven ontstaan voor grondgebonden zonneparken. Gemeente Asten zal hiervoor beleid voor opstellen dat aanvullend is aan het beleid van de RES. 4.4 Uit de doorrekening van de zoekgebieden voor zonne- en windparken door netbeheerder ENXIS is gebleken dat in de MRE-regio het netwerkstation in Hapert (in De 4.4 Dit nemen we mee in het traject richting RES 1.0. Het overleg hierover met Enexis is inmiddels opgestart, zowel Kempen) direct moet worden uitgebreid. Verder moeten 3 netwerkstations al vóór of in 2020 zijn uitgebreid en 8 netstations na 2025 worden uitgebreid en vóór 2030 2 ambtelijk als bestuurlijk. nieuwe netstations (1 in De Kempen en 1 in De Peel) gebouwd worden om ons regionale bod van 2 TWh vóór 2030 aan te kunnen sluiten. Daarbovenop is ook uitbreiding van het hoogspanningsnet van Tennet nodig. Het netstation Helmond-Zuid, waar wij in Asten op aangewezen zijn, behoort tot de netstations die vóór of uiterlijk in 2025 uitgebreid moeten zijn. 4.5 In het kader van de RES willen we gebruik maken van de kennis en technologie die (in de regio) aanwezig en in Om als gemeente Asten ons verantwoordelijkheid te kunnen nemen voor de opwek van duurzame energie geven we dan ook als harde voorwaarde naar het Rijk mee ontwikkeling is. Er is o.a.
contact gelegd met Brainport Development en de TU/e (Differ en EIRES) over nieuwe technologie dat nu al volop moet worden ingezet op het uitbreiden van het elektriciteitsnet door Enexis en Tennet. en de concrete kansen die er nu al zijn. Dit verbinden we met de opgaven die voortkomen uit de thema’s binnen de RES. 4.5 De technische ontwikkelingen volgen elkaar in hoog tempo op terwijl de energietransitie door loopt tot 2050. We verwachten dat nieuwe en betere technieken ontwikkeld worden voor opwek en opslag van elektriciteit. We vragen dan ook in de RES aandacht en ruimte voor andere vormen van opwek dan zonne- en windenergie. 5. Duurzame warmte Standpunt gemeenteraad Asten: 5.1 In potentie hebben we regio breed voldoende duurzame bronnen om in 2050 in volledig aardgasvrije warmtevoorziening voor de gehele regio te voorzien. Als gevolg van de beperkende factoren zoals ruimte, kosten, draagvlak en locatie is de daadwerkelijke toepassing van verschillende potentiële bronnen nog een grote uitdaging om dit in praktische zin daadwerkelijk voor elkaar te krijgen richting 2050. We zien echter op dit moment nog weinig bronnen die regionaal kunnen worden ingezet. De vraag is in hoeverre een RSW aan de orde is. Wel zien wij de noodzaak af te stemmen met onze buurgemeenten waar het gaat om het benutten van bijvoorbeeld geothermie.
5.2 We zullen veel verschillende bronnen, zoals geothermie, zonthermie, groen gas (subregionaal opgewerkt uit lokale vergisting) en collectieve of individuele WKO moeten inzetten om duurzaam in onze warmtevraag te voorzien. 5.3 We zijn terughoudend als het gaat om vaste biomassa (hout) als duurzame warmtebron voor onze gemeente. Vaste biomassa leidt afhankelijk van de gebruikte installatie tot verhoging van de fijnstofconcentratie. In gemeente Asten en meer specifiek in Heusden zijn deze concentraties al te hoog. 5.4 Wij sluiten echter geen enkele duurzame bron of techniek van warmte op voorhand uit. Ook op dit gebied volgen de ontwikkelen elkaar in hoog tempo op waardoor we op dit moment niet kunnen voorzien welke bron of techniek in de toekomst in een specifieke situatie de beste keuze is. 5.5 De inzet van duurzame warmtebronnen leiden afhankelijk van welke bronnen (kunnen) worden ingezet tot een grotere of kleinere toename van de elektriciteitsvraag richting 2030 en 2050. 5.6 De lokale invulling vindt plaats in de Transitievisie Warmte, die voor 31 december 2021 bij het Rijk ingediend moet zijn. De voorbereidingen voor het opstellen van deze visie zijn gestart. In september zullen we de eerste (technische) inzichten voor onze gemeente delen met de raad.
5. De afstemming tussen regionaal en lokaal is uitgangspunt voor de aanpak van het thema duurzame warmte richting de RES 1.0. In de RES 1.0 geven wij inzicht in de mogelijke wisselwerking tussen lokale bronnen en de regionale bronnen en infrastructuren en welke scenario’s voor warmtevoorziening er daarbij zijn. Voor alle opties voor duurzame warmte wordt een SWOT-analyse uitgevoerd. De resultaten daarvan dienen als input voor de scenario’s en visie die op regionaal niveau worden opgesteld en besproken.
Hoofdstuk 4: Besparen, Duurzame warmte, Duurzame opwek - Wat is nieuw in de RES 1.0 - Duurzame warmte
6. Van strategie naar uitvoering Standpunt gemeenteraad Asten: 6.1 In de Omgevingsvisie en Omgevingsplannen is een verplichte Energieparagraaf opgenomen waarin de hoofdlijnen van de RES worden vastgelegd en daarmee geborgd in lokaal omgevingsbeleid. In de uitwerking naar lokaal beleid worden specifiek Astense aspecten opgenomen en kan ook aandacht zijn voor opwek op kleinere schaal zoals kleinschalige zonneparken op VAB’s. 6.2 Wij vinden het erg belangrijk om de mogelijkheden om als gemeente in grootschalige financieel te participeren in wind- en zonneparken nader te onderzoeken op weg naar de RES 1.0. 6.3 Behalve ruime mogelijkheden voor financiële participatie vindt gemeente Asten het van belang dat zo veel mogelijk initiatieven voor besparing, grootschalige opwek en duurzame warmte van onderop tot stand komen en ‘van en voor de lokale inwoners/economie’ zijn. Hierbij is een breed en duurzaam draagvlak niet het doel van participatie maar het gevolg. 6.4 Wij vinden het erg belangrijk voor het vervolg goed te overwegen of en waar regionale en subregionale samenwerking meerwaarde heeft en enkel dan hierop in te zetten. 6.5 Wij vinden het zeer belangrijk om zowel u als onze inwoners maximaal te betrekken bij de stappen die bij de uitwerking naar de RES MRE 1.0 en verdere uitwerking in beleid en uitvoering worden gezet. Daar spannen wij ons maximaal voor in.
6. In de RES beschrijven wij hoe we tot een succesvolle ontwikkeling én realisatie willen komen van de RES door te streven Hoofdstuk 3: Samen de energieambitie realiseren naar maatschappelijk draagvlak en bewustzijn. In het proces naar de RES 1.0 passen wij dat verder toe en werken dat verder - Regionale samenwerking uit met de gemeenten, subregio's, provincie, waterschappen en stakeholders. Denk aan afstemming over mogelijke invulling - Participatie: Iedereen doet mee van zoekgebieden, koppelingen van warmtevraag en aanbod, mogelijke besparingsaanpakken en manieren om lokaal - Financiële participatie: iedereen moet kunnen profiteren eigenaarschap mogelijk te maken. We maken gebruik van de lokale kennis en initiatieven op het gebied van de energietransitie, voor alle thema’s. We werken Hoofdstuk 5: Stap voor stap naar uitvoering samen met vertegenwoordigers van lokale energie coöperaties. - Doorvertaling omgevingsbeleid - Doorkijk naar 2030
2020-08-13
Gemeente Cranendonck
formeel
1.Samen de energie ambitie realiseren Aandacht wordt gevraagd voor een gedegen proces, de rol van de gemeente en haar inwoners/ stakeholders en draagvlak. Het doel van de concept RES moet niet uit het oog verloren raken. Levert alle inzet in de RES wel wat het op moet leveren, namelijk CO2 reductie. En waarom beperkt de RES zich tot zon en windenergie?
2.Onze aanpak voor de (concept) RES De meerderheid van de fracties geeft aan het hier mee eens te zijn. Aandacht wordt gevraagd voor de rol van de gemeente, communicatie omtrent de concept RES en definities. Wanneer ben je als regio sterker?
De ambitie is om in de Metropoolregio Eindhoven een RES te maken die gezamenlijk gedragen is, die gebiedsgericht is en die Hoofdstuk 1: Opgave en kader energieprojecten verbindt aan andere ruimtelijke, infrastructurele of sociale opgaven. - Opgave en ambitie Er wordt breed in kaart gebracht welke opties voor opwek en opslag haalbaar zijn binnen de energiestrategie voor onze regio. Hoofdstuk 3: Samen de energieambitie realiseren In het kader van de RES willen we gebruik maken van de kennis en technologie die (in de regio) aanwezig en ontwikkeling is. - Regionale samenwerking
In het vervolg van de RES wordt steeds concreter invulling gegeven aan de leidende principes, de strategie en de concrete aanpak. Daarbij bekijken we ook welke prioriteiten daarbij kunnen worden gesteld. Het RES-proces richt zich op het uitwerken van de energietransitie en de opgaven, waarvan we nu denken dat deze hiermee zijn te koppelen. Daarbij blijven we continu alert op aanvullende te maken koppelingen.
Hoofdstuk 5: Stap voor stap naar uitvoering - Doorvertaling omgevingsbeleid - Doorkijk naar 2030 Hoofdstuk 5: Stap voor stap naar uitvoering - Doorvertaling omgevingsbeleid - Doorkijk naar 2030
3.Besparing Begin met energiebesparing. Energie die je niet gebruikt hoef je ook niet op te wekken. Meerdere fracties geven aan dat dit een belangrijk onderdeel is dat niet vergeten mag worden.
De ambitie is om in de Metropoolregio Eindhoven een RES te maken die gezamenlijk gedragen is, die gebiedsgericht is en die energieprojecten verbindt aan andere ruimtelijke, infrastructurele of sociale opgaven. In de periode voorafgaand aan deze concept-RES zijn de diverse partijen op verschillende momenten geïnformeerd en geconsulteerd/bevraagd over en meegenomen in de achtergrond, de opgave en het proces van de RES. In het proces naar de RES 1.0, in de 2e helft van 2020 en in de 1e helft van 2021, gaan we concreter - regionaal en lokaal - in gesprek met partners, inwoners en belanghebbenden over locaties, projecten en activiteiten voor de verschillende thema’s. Energiebesparing is cruciaal in de energietransitie; de energie die we niet verbruiken hoeven we ook niet op te wekken. Hoofdstuk 4: Besparen, Duurzame warmte, Duurzame opwek Daarom zetten wij als regio maximaal in op besparing. - Wat is nieuw in de RES 1.0 - Besparen
4.Duurzame opwek Geen van de fracties geeft aan het niet eens te zijn met een bod van 2 TWh. De opwek moet maatschappelijk en verantwoord in te passen zijn. Eén fractie geeft aan tegen windenergie te zijn. Meerdere fracties zien mogelijkheden in zonne-energie. Ook wordt aandacht gevraagd voor de zonneladder. Met de nota zonneparken en het zonnepark bij Nyrstar is er al een goed begin. De zorg of het elektriciteitsnet de opwek van stroom aankan wordt benoemd. Eén fractie geeft aan dat, doordat de opgave dusdanig groot is, het starten met de hoofdinfrastructuur belangrijk is zodat de regio daar op aan kan sluiten.
Het bod van 2 TWh is uitgangspunt voor de verdere concretisering richting RES 1.0. In het kader van de PlanMER gaan wij zorgvuldig naar de zoekgebieden voor grootschalige opwek kijken, die uit de eerste analyse naar voren zijn gekomen. Die gebieden zijn naar voren gekomen, rekening houdende met wetgeving die andere gebieden uitsluit. In het planMER worden omgevings- en milieuaspecten onderzocht en de mogelijke (financiële) koppelingen met brede thema’s die in de concept-RES naar voren zijn gekomen. Dit vormt de basis voor verdere afwegingen.
Hoofdstuk 4: Besparen, Duurzame warmte, Duurzame opwek - Duurzame opwek - Netinfrastructuur en programmering
We bewaken de ruimtelijke kwaliteit door expliciet te streven naar: - maximale inzet op besparing, zuinig en meervoudig ruimtegebruik; - het benutten van de gebiedspecifieke meekoppelkansen; - waar mogelijk energievraag en -aanbod zo dicht mogelijk bij elkaar te houden; - het hanteren van de ‘zonneladder’ bij het bepalen van de locaties voor zonne-energie. Bij de verdere uitwerking van de zoekgebieden, waaronder ook het zoekgebied ‘no-regret’ voor opwekking van energie uit zon op daken en restgronden, wordt ook de toepassing van de zonneladder verder uitgewerkt. We nemen als voorwaarde mee naar het Rijk dat nu al volop moet worden ingezet op het uitbreiden van het 5.Duurzame Warmte De afstemming tussen regionaal en lokaal is uitgangspunt voor de aanpak van het thema duurzame warmte richting de RES Eén fractie geeft aan dat “er geen wijken van het gas af mogen tenzij de inwoners dit minstens kostenneutraal en zonder enig verlies van woongenot kunnen doen”. Ook 1.0. In de RES 1.0 geven wij inzicht in de mogelijke wisselwerking tussen lokale bronnen en de regionale bronnen en wordt er aandacht gevraagd voor minder energie gebruiken. Een andere fractie geeft aan tegen biomassa te zijn. Zelfredzaamheid wordt benoemd. Ook rijst de vraag infrastructuren en welke scenario’s voor warmtevoorziening er daarbij zijn.
om een analyse van onze warmteinfrastructuur (gasnet), of deze op een andere manier gebruikt kan worden. Alle opties voor duurzame warmte worden meegenomen in een SWOT-analyse. De resultaten daarvan dienen als input voor de scenario’s en visie die op regionaal niveau worden opgesteld. Ook de bestaande infrastructuur wordt in kaart gebracht in het kader van de RES. De mogelijkheden om gebruik te maken van de infrastructuur wordt meegenomen. 6.Van strategie naar uitvoering Opmerkingen variëren dat fracties zich onvoldoende meegenomen voelen in het proces en niet voor voldongen feiten willen komen te staan tot fracties die veel vertrouwen in het proces hebben. Deze fractie benoemt dit als volgt: Wat we gaan doen in de RES 1.0 moet realistisch, uitvoerbaar én uitlegbaar blijven. Er is vertrouwen dat dit ook gaat gebeuren.
Voor de thema’s ‘besparing’, ‘grootschalige opwek’ en ‘warmte’ doorlopen wij als regio ons RES-proces op de manier en de snelheid die nodig zijn om zorgvuldig tot keuzes, afstemming en uitvoeringsafspraken te komen.
Hoofdstuk 3: Samen de energieambitie realiseren - Financiële participatie: iedereen moet kunnen profiteren Hoofdstuk 4: Besparen, Duurzame warmte, Duurzame opwek - Wat is nieuw in de RES 1.0? - Duurzame warmte
Hoofdstuk 5: Stap voor stap naar uitvoering - Doorvertaling omgevingsbeleid - Aanbeveling aan het rijk - Doorkijk naar 2030
2020-08-18
Gemeente Reusel-De Mierden
formeel
1. Samen de energie ambitie realiseren Standpunt college: Geen zienswijzen of bedenkingen. 2. Onze aanpak voor de (concept) RES Standpunt college: Kritisch bekeken zijn punten a-d geen aanpak. Het is mooi om leidende principes te hebben en ontwikkelingsrichting maar hoe dienen die om keuzes te maken tussen duurzame opwek en een ‘vitale agrarische economie’? In feite zijn dat afwegingen die bij elke ruimtelijke verandering een rol spelen. Voor de werkwijze in Reusel-De Mierden hebben deze leidende principes dan ook geen ingrijpende gevolgen.
In het vervolg van de RES wordt steeds concreter invulling gegeven aan de leidende principes, de strategie en de concrete aanpak. Daarbij bekijken we ook welke prioriteiten daarbij kunnen worden gesteld. Het RES-proces richt zich op het uitwerken van de energietransitie en de opgaven, waarvan we nu denken dat deze hiermee zijn te koppelen. Daarbij blijven we continu alert op aanvullende te maken koppelingen.
Hoofdstuk 1: Opgave en kader - Leidende principes en afwegingskader
3. Besparing Standpunt college: Kritische noot: Iedereen wil besparen maar ook hier is het vaag. Wat betekend maximaal besparen? Hoe ziet een energiebesparingsplan eruit? Zienswijze: Voorgestelde aanpassing: toevoegen van “het toepassen van innovaties en het monitoren van ontwikkelingen en toepassingsmogelijkheden van innovaties (c.q. het benoemen van beschikbare technieken -bv waterstof).”
De besparingsaanpak wordt afgestemd op de doelgroep, de stakeholders en het gebouw. Deze aanpak wordt uitgewerkt in energiebesparingsplannen per doelgroep. Hierin wordt per doelgroep en soort gebouw in beeld gebracht welke besparingsaanpak (route, aanbod, communicatie) hier het beste bij aansluit en dus het grootste effect zal hebben. In het kader van de RES willen we gebruik maken van de kennis en technologie die (in de regio) aanwezig en in ontwikkleing is. Er is o.a. contact gelegd met Brainport Development en de TU/e (Differ en EIRES) over nieuwe technologie en de concrete kansen die er nu al zijn. Dit verbinden we met de opgaven die voortkomen uit de thema’s binnen de RES.
Hoofdstuk 4: Besparen, Duurzame warmte, Duurzame opwek - Wat is nieuw in de RES 1.0 - Nieuwe ontwikkelingen - Besparen
De afstemming tussen regionaal en lokaal is uitgangspunt voor de aanpak van het thema duurzame warmte richting de RES 1.0. In de RES 1.0 geven wij inzicht in de mogelijke wisselwerking tussen lokale bronnen en de regionale bronnen en infrastructuren en welke scenario’s voor warmtevoorziening er daarbij zijn. Alle opties voor duurzame warmte worden meegenomen in een SWOT-analyse. De resultaten daarvan dienen als input voor de scenario’s en visie die op regionaal niveau worden opgesteld. Ook de bestaande infrastructuur wordt in kaart gebracht in het kader van de RES. De mogelijkheden om gebruik te maken van de infrastructuur wordt meegenomen. Om tot een succesvolle ontwikkeling én realisatie te komen van de RES streven wij naar maatschappelijk draagvlak en bewustzijn, onder andere door: - de opbrengsten, in bijvoorbeeld duurzame energie en/of geld, zoveel mogelijk ten goede te laten komen aan de inwoners, bedrijven en instellingen in onze regio, hetzij aan de ontwikkeling van de regio; - te zorgen dat de energietransitie voor iedereen haalbaar en betaalbaar is; - lokaal eigenaarschap van energieprojecten, waarbij we streven naar maximale lokale participatie. In dat kader maken we een start met de financiële doorvertaling van de RES.
Hoofdstuk 4: Besparen, Duurzame warmte, Duurzame opwek - Wat is nieuw in de RES 1.0 - Duurzame warmte
4. Duurzame opwek Standpunt college: Dit is uitgebreid afgestemd en De Kempen heeft hier zijn input in geleverd. Voor Reusel-De Mierden is dit niet spannend met de ontwikkelingen voor windenergie. We lopen hierin binnen MRE voorop. Hier mogen we trots op zijn. Het is positief dat er een planMER wordt uitgevoerd. 5. Duurzame warmte Standpunt college: Hier is eigenlijk nog geen uitkomst beschreven. De reden hiervoor is dat de organisatie van de RES werkgroep warmte moeizaam is verlopen. Het college kan als standpunt innemen dat dit te beperkt is om te oordelen of dat dit verder uitwerking nodig heeft. De RES zou moeten gaan over de RSW en de ontsluiting van regionale warmtebronnen en afstemming tussen vraag en aanbod van gemeenten. Het moeten laten zien welke keuzes gemaakt worden en waarom. Dit doet het nog niet.
6. Van strategie naar uitvoering Standpunt college: We missen hier is de financiële implicaties van de RES en de vraag hoe en wie er wanneer voor gaat betalen. Ook is de vraag wie wat uit gaat voeren nog niet duidelijk. Dit kan meegegeven worden als reactie. Geen bedenkingen of zienswijzen.
Hoofdstuk 3: Samen de energieambitie realiseren - Participatie: Iedereen doet mee - Financiële participatie: iedereen moet kunnen profiteren
2020-08-19
Gemeente Bergeijk
formeel
1. Samen de energie ambitie realiseren Standpunten / aanvullingen Gemeenteraad Bergeijk: • Bestaande (gas)leidingnetwerk onder de grond niet zomaar verwijderen aangezien dit in de toekomst mogelijk ook nog bruikbaar is voor andere duurzame toepassingen/alternatieven zoals bijvoorbeeld waterstof en/of groen gas; • Volgens de gehele gemeenteraad zou punt E specifieker moeten worden beschreven in de RES 1.0. Voor een gedeelte van de gemeenteraad is op termijn van het aardgas afgaan prima, maar niet wanneer dan vervolgens bijvoorbeeld biomassa een vervanger van het aardgas is; • Voor een gedeelte van de gemeenteraad is het onvoldoende duidelijk op welke manier inwoners betrokken worden bij de RES. Hoe kunnen inwoners gestimuleerd worden om stappen te zetten?
Alle opties voor duurzame warmte worden meegenomen in een SWOT-analyse. De resultaten daarvan dienen als input voor de scenario’s en visie die op regionaal niveau worden opgesteld. Ook de bestaande infrastructuur wordt in kaart gebracht in het kader van de RES. De mogelijkheden om gebruik te maken van de infrastructuur wordt meegenomen. De besparingsaanpak wordt afgestemd op de doelgroep, de stakeholders en het gebouw. Deze aanpak wordt uitgewerkt in energiebesparingsplannen per doelgroep (w.o inwoners). Hierin wordt per doelgroep en soort gebouw in beeld gebracht welke besparingsaanpak (route, aanbod, communicatie) hier het beste bij aansluit en dus het grootste effect zal hebben. De aanpak wordt in het traject richting RES 1.0 vertaald in afspraken over samenwerking en ambities, met gemeenten en met stakeholders.
2. Onze aanpak voor de (concept)-RES Het uitganspunt voor de Concept-RES is dat we vanuit regionaal perspectief bekijken waar in de regio nieuwe opwekking Hoofdstuk 3: Samen de energieambitie realiseren Standpunten / aanvullingen Gemeenteraad Bergeijk: van duurzame energie het beste kan landen, gegeven een goede landschappelijke inpassing en mogelijke koppelingen met - Regionale samenwerking • Punt C: bij het afwegingskader ook expliciet de toetsing omtrent flora en faunabeheer meenemen wanneer dit nog niet gebeurd is; andere opgaven. In het kader van de PlanMER gaan wij zorgvuldig naar de zoekgebieden voor grootschalige opwek kijken, - Participatie: Iedereen doet mee • Punt B: belangrijk om te borgen welke mogelijkheden verschillende gemeenten hebben qua duurzame opwek (stedelijk gebied heeft wellicht minder mogelijkheden die uit de eerste analyse naar voren zijn gekomen. Die gebieden zijn naar voren gekomen, rekening houdende met - Financiële participatie: iedereen moet kunnen profiteren dan buiten-stedelijk gebied), zodat ook getoetst kan worden of de mogelijkheden daadwerkelijk beperkt zijn bijvoorbeeld; wetgeving die andere gebieden uitsluit.
In het planMER worden omgevings- en milieuaspecten onderzocht en de mogelijke • Punt B: de gemeentelijke toekomstige keuzes voor verschillende vormen van duurzame opwek (bijvoorbeeld enkel zonne-energie) zouden moeten worden (financiële) koppelingen met brede thema’s die in de concept-RES naar voren zijn gekomen. Dit vormt de basis voor verdere Hoofdstuk 5: Stap voor stap naar uitvoering verantwoord binnen de RES 1.0; afwegingen over locatiekeuzes. Ook de potentie van het zoekgebied ‘no-regret’ voor opwekking van energie uit zon op - Doorvertaling omgevingsbeleid • Belangrijk om inwoners met bijvoorbeeld minder beschikking tot financiële middelen ook de ruimte te bieden om aan te kunnen haken bij de energietransitie; daken en restgronden wordt verder onderzocht. Er is geen sprake van een van tevoren vastgestelde verdeling van een - Aanbeveling aan het rijk • Een gedeelte van de gemeenteraad acht het in deze fase van de RES nog niet van belang om bezig te zijn met ‘verdeelsleutels’ of contouren om afspraken te maken opgave. Het elektriciteitsverbruik in de regio is alleen gebruikt om te kijken of het bod een naar verhouding reëel aandeel - Doorkijk naar 2030 tussen verschillende gemeenten over de opwek van duurzame energie. Een gedeelte van de gemeenteraad vindt het voeren van dergelijke gesprekken wel zinvol; van de landelijke doelstelling van 35 TWh betreft.
• Een hoog ambitieniveau van gemeenten omtrent de energietransitie kan niet op een later moment in de RES gebruikt worden om aan te geven dat gemeenten eventuele doelen niet bereikt hebben (en vice versa in geval van minder ambitieuze gemeenten); Om tot een succesvolle ontwikkeling én realisatie te komen van de RES streven wij naar maatschappelijk draagvlak en • In de RES zou een regeling moeten worden opgenomen dat gemeenten met minder mogelijkheden en ook het Rijk de gemeenten die de ruimtelijke lasten dragen (bijv. bewustzijn, onder andere door: voor wat betreft grootschalige opwek) financieel, dan wel op een andere manier, dienen te compenseren; - de opbrengsten, in bijvoorbeeld duurzame energie en/of geld, zoveel mogelijk ten goede te laten komen aan de inwoners, • Ambitie niveau is hoog maar we moeten ook opletten dat we niet te ver vooruit lopen ten opzichte van andere gemeenten/gebieden in Nederland; bedrijven en instellingen in onze regio, hetzij aan de ontwikkeling van de regio; • Punt B: voor een gedeelte van de gemeenteraad geldt dat iedere regio en gemeenten in deze fase allereerst eigen ambitie bepalen welke opgenomen wordt in de RES; - te zorgen dat de energietransitie voor iedereen haalbaar en betaalbaar is; een controlemechanisme is hierbij vooralsnog niet nodig.
Als een bepaalde gemeente bijvoorbeeld meer ambitie heeft dan de rest, dan is dat prima; - lokaal eigenaarschap van energieprojecten, waarbij we streven naar maximale lokale participatie. • Voor een gedeelte van de gemeenteraad geldt dat gemeenten die minder realiseren geen compensatie dienen te verrichten ten aanzien van andere gemeenten. Enkel als blijkt dat de doelen niet haalbaar zijn, dan kan dit een afweging worden; • Voor een gedeelte van de gemeenteraad geldt dat wanneer blijkt dat het opwekken van duurzame energie redelijkerwijs niet mogelijk is voor een bepaalde gemeente dat er dan gekeken moet worden naar een alternatief. Het moet voor een gemeente niet mogelijk zijn om bijvoorbeeld met financiële middelen een gedeelte af te kunnen kopen. Men moet beargumenteerd afwijken van een verdeelsleutel; • Voor een gedeelte van de gemeenteraad is het erg belangrijk om nu al op gemeenteniveau de gesprekken te voeren omtrent de opwek van duurzame energie. Dan kan er achteraf geen teleurstelling ontstaan. Een goede verdeelsleutel moet nu al bepaald worden.
3. Besparing Het is een bewuste keuze geweest om geen getal op te nemen als ambitie voor besparing in de concept-RES, maar om af te Hoofdstuk 4: Besparen, Duurzame warmte, Duurzame opwek Standpunten / aanvullingen Gemeenteraad Bergeijk: spreken om besparing maximaal te stimuleren. Het besparingspercentage is per individuele woning of bedrijf namelijk - Wat is nieuw in de RES 1.0 • Voorstel om verplichting van besparingen in beleid, bestemmingsplannen en aanbestedingen op te nemen (vrijwilligheid is onvoldoende). Anders dan stimuleren en verschillend en is achteraf niet te meten in relatie tot de genomen maatregelen. Voorop staat het gesprek met - Besparen aanjagen door de overheid zou besparing een ‘verplichting’ worden. De betrokken partijen weten dan op voorhand waar ze aan toe zijn; belanghebbenden om ze te stimuleren om consequent stappen te zetten naar een steeds duurzamer bedrijf, woning of • Apart dat kleinschalige opwek binnen de RES onder besparing valt en niet onder de noemer van duurzame opwek; kantoorpand. De besparingsaanpak wordt afgestemd op de doelgroep, de stakeholders en het gebouw. Deze aanpak wordt • Afweging maken of energiebesparing niet afgetrokken zou moeten worden van de totale opgave van 35TWh aan duurzame opwek; uitgewerkt in energiebesparingsplannen per doelgroep.
Hierin wordt per doelgroep en soort gebouw in beeld gebracht • In de RES 1.0 moet concreter duidelijk worden wat de precieze besparingspotentie voor de MRE is (in TWh bijvoorbeeld). Over welke opgave hebben we het? Op dit welke besparingsaanpak (route, aanbod, communicatie) hier het beste bij aansluit en dus het grootste effect zal hebben. moment is dat niet inzichtelijk/duidelijk; De aanpak wordt in het traject richting RES 1.0 vertaald in afspraken over samenwerking en ambities, met gemeenten en • Duidelijke boodschap richting het Rijk dat het van belang is om ook de energiebesparingshoeveelheid vanuit de verschillende RES’en mee te nemen in de modellen om met stakeholders. In de meeste gevallen is er geen wettelijke basis om mensen tot besparingsacties te verplichten. In te bepalen wat we landelijk moeten besparen en daarbij aan de andere kant dus ook wat we landelijk moeten opwekken; landelijke afspraken wordt rekening gehouden met een vast percentage aan energiebesparing tot 2030. Op basis hiervan is • Voor een gedeelte van de gemeenteraad geldt dat er te weinig concrete actiepunten worden benoemd om te besparen op het verbruik van energie; dit geldt zowel een opgave van 35TWh voor opwekkig van duurzame energie op land bepaald.
Gezien de energiebesparing die afgelopen 10 voor de publieke sector alsmede het bedrijfsleven voor zowel aardgas- als elektriciteitsverbruik; jaar is bereikt, kan het ingeboekte percentage als zeer ambitieus worden gezien. Op landelijk niveau is ook afgesproken dat • Voor een gedeelte van de gemeenteraad geldt dat ze graag meer stimulerende maatregelen willen zien om woningen te verduurzamen (zowel koop- als kleinschalige opwek tot op zekere hoogte wordt gerekend tot besparing. Wanneer er via deze weg meer wordt opgewekt huurwoningen). Definieer bijvoorbeeld ook het aantal woningen dat jaarlijks verduurzaamd wordt en bepaal het huidige energielabel (inclusief streefwaarde na dan een vooraf gestelde autonome groei, dan kan de kleinschalige opwek worden gerekend tot duurzame opwek. aanpassing). 4. Duurzame opwek Nemen we mee in de vervolguitwerking. In het kader van de PlanMER gaan wij zorgvuldig naar de zoekgebieden voor Hoofdstuk 4: Besparen, Duurzame warmte, Duurzame opwek Standpunten / aanvullingen Gemeenteraad Bergeijk: grootschalige opwek kijken, die uit de eerste analyse naar voren zijn gekomen. Die gebieden zijn naar voren gekomen, - Wat is nieuw in de RES 1.0 • Punt D: zorg wordt uitgesproken over de netwerkcapaciteit en afhankelijkheid van de netwerkinfrastructuur (Enexis/TenneT).
Daarnaast ook de keuzes die gemaakt rekening houdende met wetgeving die andere gebieden uitsluit. In het planMER worden omgevings- en milieuaspecten - Duurzame opwek worden door Enexis en TenneT om bepaalde projecten aan te sluiten op het net. Wie bepaald welk project voorrang krijgt?; onderzocht en de mogelijke (financiële) koppelingen met brede thema’s die in de concept-RES naar voren zijn gekomen. Dit - Netinfrastructuur en programmering • Er is veel aandacht voor participatie onder bijvoorbeeld inwoners en stakeholders, maar uiteindelijk zijn het wel de netwerkbeheerders die beslissen welk project vormt de basis voor verdere afwegingen.De resultaten van het PlanMER onderzoek voor de Kempen worden verrijkt met de aangesloten zal worden. Dit komt niet met elkaar overeen; resultaten uit dit nieuwe PlanMER onderzoek en andersom. De netbeheerder doet verder onderzoek naar de haalbaarheid Hoofdstuk 5: Stap voor stap naar uitvoering • Belangrijk om de planMER procedure richting de RES 1.0 ook af te stemmen met de Kempengemeenten en te bekijken wat er voor de Kempen nog nodig is qua van netuitbreiding in de zoekgebieden. Enexis geeft aan dat er problemen worden - Doorkijk naar 2030 aanvullend onderzoek, zodat uitgesloten kan worden dat er iets gemist wordt; voorzien m.b.t.
aanvragen van offertes waarmee capaciteit wordt geclaimd op het net, waardoor ook kleinere projecten in • PlanMER onderzoek dient ook rekening te houden met grensoverschrijdende gevolgen voor wat betreft gemeenten. Het kan niet zo zijn dat in de ene gemeente een de knel komen. Dit gaat om grote aantallen in heel Nederland. Enexis is in gesprek op Rijksniveau om te bespreken wat de gebied op basis van planMER afvalt en in de andere gemeente net over de grens eenzelfde gebied wel als kansrijk aangeduid wordt. Het onderzoek zou breed- en mogelijkheden zijn voor prioritering voor projecten. In de regio maken we ambtelijk een eerder gestarte inventarisatie van grensoverschrijdend ingestoken moeten worden; aanvragen van netcapaciteit af, zodat we met Enexis kunnen bekijken wat de knelpunten zijn voor een door ons gewenste • Het gebied in Valkenswaard, aangrenzend aan Bergeijk Zuid-Oost, wordt in de concept-RES aangeduid als zoekgebied voor grootschalige opwek terwijl in het planMER programmering en hoe we zouden kunnen sturen naar deze programmering.In de Stuurgroep RES wordt met Enexis op van de Kempengemeenten is gebleken dat dit geen kansrijk gebied is. Extra aandacht aan dit gebied besteden tijdens het planMER onderzoek; bestuurlijk niveau gesproken over de situatie en hoe we samen zouden kunnen sturen op prioritering van projecten.
• Voor een gedeelte van de gemeenteraad geldt dat het gebied Bergeijk Zuid-Oost een meer dan gemiddelde natuurwaarde heeft. Het gebied ‘Koolbliek’ in Valkenswaard niet enkel aanduiden als ‘geen kansrijk gebied’, maar aanduiden als een gebied waar grootschalige opwek van energie met behulp van windmolens ongewenst is; de schade aan de kwetsbare natuurgebieden in de gemeente Bergeijk kan groot zijn. Daarbij is ‘Koperbliek’ voor vogels een risicogebied kijkende naar de locatie langs Natura 2000 en op basis van de Nationale Windmolen-risicokaart; • Door een gedeelte van de gemeenteraad wordt betwist dat het gebied Bergeijk Zuid-Oost niet kansrijk is voor grootschalige opwek op basis van planMER; • Er zou meer aandacht moeten zijn voor de netwerkbeheerder; hoe zorgen we voor een neutrale houding van de netwerkbeheerder? Niet enkel kijkende naar momenteel onvoldoende capaciteit in een bepaald gebied; • In de concept-RES ontbreken cijfers over de investeringen in de netwerkinfrastructuur ten aanzien van uitbreiding en verzwaring. Het moet helder zijn welk gedeelte hiervan voor rekening van inwoners komt;
• Voor een gedeelte van de gemeenteraad geldt dat ze graag concrete doelstellingen willen zien om het percentage daken met zonnepanelen de komende jaren fors te Wordt meegenomen in de uitwerking van de besparingsaanpakken en het 'no-regret' zoekgebied. Het uitganspunt voor de Hoofdstuk 4: Besparen, Duurzame warmte, Duurzame opwek doen stijgen (voor zowel koop- als huurwoningen en gericht op eigen verbruik). Ook voor publieke- en bedrijfsgebouwen doelstellingen formuleren voor het installeren Concept-RES is de opdracht vanuit het Rijk om te kijken waar in de regio opwekking van duurzame energie zou kunnen - Wat is nieuw in de RES 1.0 van zonnepanelen. Daarnaast zou er specifiek gekeken moeten worden naar overkapte bedrijfsparkeergelegenheden uitgerust met zonnepanelen op een passen. Vanuit regionaal perspectief bekijken we waar in de regio nieuwe opwekking van duurzame energie het beste kan - Duurzame opwek staalconstructie; landen, gegeven een goede landschappelijke inpassing en mogelijke koppelingen met andere opgaven. In het kader van de • Voor een gedeelte van de gemeenteraad geldt dat windparken op zee maximaal ontwikkeld zouden moeten worden. Meer aandacht voor wind op zee in plaats voor PlanMER gaan wij zorgvuldig naar de zoekgebieden voor grootschalige opwek kijken, die uit de eerste analyse naar voren wind op land.
Indien het toch nodig blijkt om wind op land te ontwikkelen, dan niet in de buurt van Natura 2000 (zoals bijvoorbeeld ‘de Maai’ tussen Bergeijk en zijn gekomen. Die gebieden zijn naar voren gekomen, rekening houdende met wetgeving die andere gebieden uitsluit. In het Valkenswaard) en bij voorkeur een maximum van 3 windturbines in een bepaald gebied; planMER worden omgevings- en milieuaspecten onderzocht en de mogelijke (financiële) koppelingen met brede thema’s die • Voor een gedeelte van de gemeenteraad geldt dat een heldere definitie van ‘draagvlak van de omgeving’ vastgesteld moet worden. Het moet helder zijn wanneer er in de concept-RES naar voren zijn gekomen. Dit vormt de basis voor verdere afwegingen over locatiekeuzes. Ook de potentie geen windturbines geplaatst worden vanwege een gebrek aan draagvlak; van het zoekgebied ‘no-regret’ voor opwekking van energie uit zon op daken en restgronden wordt verder onderzocht. Het • Voor een gedeelte van de gemeenteraad geldt dat er onderzoek verricht moet worden naar kleinere windturbines bij sportparken, bedrijventerreinen en vaststellen van draagvlak en de uitwerking van concrete projecten komt nadrukkelijker aan bod op lokaal niveau, waar woningclusters in het buitengebied; straks concretere keuzes worden gemaakt met de PlanMER als ondersteunend regionaal perspectief.
• Voor een gedeelte van de gemeenteraad geldt dat vóór de plaatsing van windturbines er eerst contractueel vastgelegd moet worden hoe- en wie de winturbines afbreekt, verwijdert en afvoert wanneer deze niet meer rendabel blijken; • Er moet gezorgd worden voor een eenduidige rapportage over de voortgang van de realisatie van alle doelstellingen. Zowel qua investeringen, besparingen en actueel verbruik; • Een gedeelte van de gemeenteraad pleit voor onderzoek naar de mogelijkheden om geluidsschermen te voorzien van zonnepanelen. 5. Duurzame warmte Standpunten / aanvullingen Gemeenteraad Bergeijk: • Een gedeelte van de gemeenteraad acht biomassa en biogas met in achtneming van bepaalde kaders opportuun als toekomstige warmtebron. Een ander gedeelte van de gemeenteraad erkent biomassa en biogas pertinent niet als duurzame warmtebron; • Voor een gedeelte van de gemeenteraad worden productiebossen in combinatie met energie uit biomassa niet beschouwd als duurzame warmtebron; • Voor een gedeelte van de gemeenteraad kan biomassa onder bepaalde voorwaarden en bij bepaalde soorten biomassa/biogas van toegevoegde waarde zijn (als er sprake is van korte CO2 kringlopen).